Notulen 23 febr. 2022 raadsvergadering gemeente Heerlen
Tekst van het document
Ik wil graag refereren aan wat in de afgelopen jaren en in de afgelopen tijd duidelijk werd. Er bleek onder andere dat grote steden zoals Den Haag openlijk hun daklozen en bijstanders naar de zogenaamde krimpgebieden stuurde. En wel met een verhuisvergoeding, met een borg voor de eerste maanden huur en ga zo maar door. Deze raad sprak daar schande van. Terecht. Anders gezegd: rijke gemeenten gooien hun eigen sociale problemen over de schutting bij gemeenten die het zelf al hartstikke moeilijk hebben. Die niet bepaald de breedste schouders hebben en die alle zeilen moeten bijzetten om hun eigen reusachtige sociale problemen op te lossen. Tot overmaat van ramp zei staatssecretaris Blokhuis in Rutte III dat dit maatwerk in het sociaal domein was, oftewel dat het passend was.
Pagina 55/96 Meneer de voorzitter, als het gaat om deze eerste kraan die wagenwijd open staat, is het natuurlijk de vraag hoeveel van zulke mensen die bijvoorbeeld in de bijstand zaten vanuit zulke steden kwamen. Oftewel van buiten de provincie. In de verordening wordt het gebied genoemd de provincie Limburg en de stadsregio Aken. Laten we ons beperken tot ons eigen land. Hoeveel mensen van buiten de provincie Limburg kwamen er nou in de bijstand naar onze stad toe? Hoeveel worden er in de komende jaren verwacht? Ik ben heel benieuwd of het college daar iets over kan zeggen. Dat geeft ons wel iets aan over hoe groot of klein dit probleem nou precies is. De tweede kraan is de directe stop op nieuwe kamerverhuur. Deze raad sprak ook schande van de tientallen arbeidsmigranten en andere kwetsbare mensen die in kippenhokken worden gehuisvest. Zij ondervinden daar natuurlijk zelf ontzettend veel ellende van, maar de buurt en de mensen in onze stad ondervinden daar ook veel ellende van. Deze raad besloot daarom unaniem om 23.55 uur - u weet het nog - vorige maand tot een directe stop op nieuwe kamerverhuur. De ene kraan werd dus al dichtgedraaid. Vandaag kan ook de tweede kraan worden dichtgedraaid. Dat is ook nodig, want daardoor worden onze buurten ontlast.
Heel veel mensen in onze stad die noodzaak hebben op een goedkope woning worden niet verdrongen en in de ellende geduwd, omdat immers rijke gemeenten zoals Den Haag zich niet als een sociale gemeente opstellen, maar als een asociale gemeente die hun eigen problemen naar gemeenten zoals Heerlen sturen. Dat is omgekeerde solidariteit. Dat heeft niets te maken met vrije vestiging of wat dan ook. Dat is omgekeerde solidariteit. Al is het maar omdat de daklozen in Den Haag immers ook een verbinding in hun eigen stad hebben. Zij hebben immers ook een gemeenschap in hun eigen stad. Kortom, meneer de voorzitter, als ik de verordening en het raadsvoorstel erbij pak, dan lees ik daar toch heel nadrukkelijk, ik citeer: "Kwetsbaren die de concurrentie op de woningmarkt niet aankunnen, komen terecht in huurwoningen die niet in handen zijn van zorgvuldige verhuurders, maar van huisjesmelkers. Het voorbereidingsbesluit blokkeert tijdelijk de ongewenste toevoeging van het kwalitatief niet passende aanbod. Dit instrument veronderstelt ook de uitwerking van structurele maatregelen. Enkel met deze integrale aanpak kunnen we de leefbaarheidsproblematiek aanpakken". Ik heb hem voor het gemak even iets ingekort, maar dit is de essentie van het stuk.
Kortom, als je vorige maand zou besluiten om de ene kraan dicht te draaien en vandaag zou besluiten om de tweede kraan niet dicht te draaien, dan laat je onze stad, onze mensen en onze buurten nog steeds met het water tot aan de lippen zitten. Met andere woorden, als je vorige maand heldhaftig was, als je vorige maand moedig was ... Ik vind dat deze raad en dit college dat was. Eerlijk gezegd vind ik dat het college nog veel eerder met dit voorstel had moeten komen. Als je vorige maand besloot om dat te doen, dan kun je deze maand niet anders dan de volgende stap zetten. Anders had je vorige maand niet de eerste stap moeten zetten. Dan had je vorige maand de kraan lekker moeten laten openstaan, omdat je immers toch van plan bent om dat deze maand ook te doen. Met andere woorden, voorzitter. Voor onze stad, voor onze buurten, voor de mensen die het moeilijkst aan woonruimte kunnen komen, voor onze eigen mensen die het moeilijkst aan woonruimte kunnen komen, moeten wij vandaag besluiten om die tweede kraan dicht te draaien. Want we kunnen niet blijven dweilen met de kraan open. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Heine. Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Voorzitter, dank u wel. We hebben hier al uitvoerig in de commissie over gesproken. Het CDA begrijpt de achterliggende gedachte, maar vindt het middel door middel van deze huisvestingsverordening te zwaar.
We hebben vorige maand al een besluit genomen en het ondernemers moeilijk gemaakt om appartementen te splitsen.
Pagina 56/96 Ten eerste vinden wij dat private huiseigenaren die al jarenlang woningen verhuren in Heerlen, en dat goed doen en niet voor problemen zorgen, hier de dupe van worden. Het gaat hier niet om kamerverhuur, maar om woningen. De administratieve rompslomp waarmee ze worden opgezadeld, zorgt ervoor dat investeerders afhaken en naar omliggende gemeenten gaan. Bovendien vinden wij dat hier veel geld naar nieuwe ambtenaren gaat. Dat geld kan beter worden besteed. Bij onze vragen over de woningcorporaties, heeft de wethouder in de commissie gezegd dat zij prestatieafspraken hebben gemaakt. Maar zij hoeven dan niet te controleren of iemand een huisvestingsvergunning heeft. Dat is toch weer wat anders. Wij hebben in Heerlen, net zo goed als in andere steden, investeerders nodig. Door te veel regelgeving haken deze af. Excessen zoals de SP zegt, zijn er altijd, maar als je als ondernemer je geld hebt gestoken in panden, die verbouwd hebt en dan zelf niet mag bepalen wie je erin zet, gaat ons te ver. De regels moeten worden aangepast. Daar moet goed over worden nagedacht. Voorzitter. Wij vinden dat we hier nog geen besluit over kunnen nemen. We vragen de wethouder hier nog eens goed naar te kijken en deze verordening uit te stellen. Zo kunnen wij er niet mee instemmen.
De heer Verreck, PvdA (interruptie) Ik hoor een klassiek CDA-geluid: we houden wat we hebben en doen verder niets. Ik ben heel benieuwd naar het alternatief van het CDA, want dat hoor ik niet. Ik hoor alleen maar zeggen: het is niks, het wordt niks en het zal niks zijn. Ik ben dus heel benieuwd welk alternatief zij hebben. Ik begrijp dat u zegt: laat die huisjesmelkers maar doorgaan met het melken van die huisjes en mensen in slechte woningen stoppen. Dat laten we gewoon doorgaan en verder doen we gewoon niets. Dus we doen verder gewoon niets. Wat wilt u nu als CDA in deze stad? Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Wij vinden niet dat hier alleen maar huisjesmelkers zijn. Hier zijn ook een hele hoop goede ondernemers. Wij vinden dat zij de dupe worden van deze huisvestingsverordening. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Via de voorzitter vraag ik aan mevrouw Heine of zij kan uitleggen hoe dit voor een goede verhuurder een probleem is. Dit is toch helemaal geen probleem voor een goede verhuurder? Die moet juist blij zijn met dit soort regels. Die moet zeggen: "Ik werk me helemaal het schompus om het goed te doen. Mijn buurman maakt er een potje van en die kan doen wat hij wil. Dus waarom zou ik me dan nog druk maken?" Met deze regelgeving bieden wij de goede verhuurders de mogelijkheid om goed te verhuren en om die regeling op andere mensen toe te passen.
Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Wij horen andere geluiden. Wij horen geluiden van goede investeerders buiten Heerlen. Zij zeggen: wij gaan niet meer naar Heerlen als wij aan zo veel regeltjes moeten voldoen. Daar gaat het ons om. Wij willen dat in Heerlen goede investeerders blijven komen. De voorzitter Derde en laatste interruptie op dit punt. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Mijn laatste interruptie. Ik heb dit verhaal ook landelijk gehoord van het CDA. We maken afspraken met de grote investeerders in ons land en met de Belastingdienst. Vervolgens komen ze binnen. Ze doen hier grote dingen in het land en vervolgens betalen ze geen belasting. Het is wel heel makkelijk om te zeggen: we doen niets. Maar kom nu met goede voorbeelden om het anders aan te pakken, want dat hoor ik niet. Ik hoor alleen maar: we doen niets, we doen niets en we doen niets.
Pagina 57/96 Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Wij vinden deze huisvestingsverordening te ver gaan. De administratieve rompslomp vinden wij te veel. Daarom vinden wij dat er eerst goed naar moet worden gekeken. Wat maakt het dan nog uit of het een, twee of drie maanden wordt uitgesteld? De heer Meyer, SP (interruptie) U kent mij natuurlijk als veel vriendelijker dan de heer Verreck. Ik ga dus een poging doen om mevrouw Heine zo ver te krijgen dat ze niet in eerste termijn al zegt: we stemmen niet in. Ik vind zelf dat ik een belangrijke vraag heb gesteld, namelijk dat het nogal belangrijk is om te weten hoeveel mensen, bijvoorbeeld in de bijstand, naar onze stad komen uit steden die veel rijker zijn dan wij? Dat lijkt mij relevant. Als dit er heel veel blijken te zijn, dan is de vraag die de heer Verreck eigenlijk op een andere manier stelt zeer relevant, namelijk: waar blijven die mensen dan? Vindt u het dan goed dat de mensen die in De Passart of op allerlei andere plekken in onze stad willen wonen ... Ik noem maar even een van de buurten die uw fractievoorzitter in een eerder debat noemde. Waar moeten die mensen dan naartoe? Waar moeten onze eigen mensen dan naartoe? Meneer Verreck heeft gelijk, mevrouw Heine.
Als er geen alternatief is, waar moeten die mensen dan naartoe? Als blijkt dat het er honderden zijn, CDA - de zelf gepretendeerde partij van de buurten - waar gaan die mensen dan naartoe? Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Dat is afwachten hoeveel het er zijn. De heer Meyer, SP (interruptie) Dat is mooi. Vriendelijkheid, dan kom je ergens. Mevrouw Heine, dan hoor ik dus dat het CDA niet nu op voorhand zegt: we stemmen niet in met de huisvestingsverordening. Als er heel veel mensen blijken te zijn dan staat u ervoor open om overtuigd te worden. Heb ik dat goed gehoord? Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Wij hebben gezegd: wij stemmen voorlopig niet in. Als die huisvestingsverordening misschien wordt aangepast, misschien over twee of drie maanden wel. Wij willen eerst dat deze wordt aangepast. Het gaat erom dat er niet zo veel administratieve rompslomp bij komt. De heer Meyer, SP (interruptie) Dan ga ik het nog een klein beetje proberen. Voorzitter, mijn laatste interruptie. Ik heb gerede overtuiging om te denken dat het niet om weinig mensen gaat die wij op onze smalle schouders als stad erbij krijgen, waardoor onze sociale voorzieningen zwaar onder druk staan.
Als dat er nou veel zijn, wil het CDA dan echt nog maanden wachten voordat je onze mensen en onze buurten ontlast? Is dat wat ik u hoor zeggen? Of bent u bereid om in tweede termijn misschien ook nog wel overtuigd te worden? Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Ja, dat hoort u mij zeggen. De heer Meyer, SP (interruptie) Dat u blijft wachten of dat u overtuigd kunt worden? Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Dat wij daarop wachten. De heer Diederen, Fractie Diederen (interruptie)
Pagina 58/96 Nu ik merk dat een beetje vriendelijkheid helpt, zou ik tegen mevrouw Heine, lieve Hannie, het volgende willen zeggen. Gelooft u nou werkelijk dat in een markt waar op dit moment en nog vele jaren na 2022 bakken met geld te verdienen is in het bouwen van woningen voor welke categorie dan ook, dat voor een klein beetje extra administratieve belasting die grote vastgoedjongens en ook zeker de goede, gaan zeggen: ja, maar om nou nog een paar papiertjes te moeten invullen, daarvoor laten we die miljoenen maar liggen? Kom nou. Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Wij denken van wel. Je kunt het in principe veel makkelijker maken. Wij zijn wel die mening toegedaan. De voorzitter Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u, voorzitter. Dat er schaarste is op de woningmarkt, mag duidelijk zijn. Zeer zeker ook in het segment aan de onderkant. Dat klinkt een beetje negatief, maar zo bedoel ik het natuurlijk niet. Er is een onderzoek gedaan en er is vastgesteld dat er in Heerlen heel duidelijk sprake is van schaarste in dit segment. Er is voldoende juridische basis voor een verordening. Mede op basis van dit onderzoek ligt dan ook dit voorstel hier voor. Natuurlijk moet er iets worden gedaan aan de schaarste op de woningmarkt voor mensen met een kleine beurs.
Nee, Heerlen moet niet de hoofdprijs zijn voor deze Nederlandse woningzoekenden. Dat gaat gepaard met veel problemen. Meneer Meyer heeft daar net al duidelijk uitleg over gegeven. Deze problemen kunnen we hier niet gebruiken. We moeten deze schaarse woningen bewaren voor Heerlenaren. Een huisvestingsverordening zou daar een bijdrage aan kunnen leveren, maar dan moet deze wel zo zijn opgesteld dat dit middel ook voldoende effect heeft en niet dat het alleen veel geld gaat kosten in de praktijk. Waarom zeg ik dat, voorzitter? Dit voorstel rammelt aan verschillende kanten. Ik licht dit toe. Wat zou er gebeuren als verhuurders om de screening van potentiële huurders te voorkomen met de huur formeel net boven de aftoppingsgrens gaan zitten en de huurder toch in aanmerking kan komen voor huurtoeslag? Deze vraag heb ik al in de commissie gesteld. Wethouder Van Zutphen zou hier nog schriftelijk op antwoorden voor deze vergadering, maar ik heb de antwoorden niet gezien. Ik kan me ook voorstellen dat hier niet zo een, twee, drie antwoord op kan worden gegeven. Deze situatie biedt namelijk ruimte om een dealtje te sluiten tussen huurder en verhuurder met betrekking tot een formele en informele huurprijs. Dat vergt toch nog even goed nadenken over hoe dit soort tactieken kunnen worden voorkomen, want dat wil je natuurlijk niet in de praktijk.
Overleg met serieuze grotere particuliere verhuurpartijen lijkt mij daarbij wel noodzakelijk, want die zijn, in tegenstelling tot hetgeen in het voorstel staat, niet meegenomen in de voorbereiding van dit voorstel. Althans, voor zover deze informatie erbij is gekomen. Wij zouden toch ook samen optrekken in de stad, samen met alle betrokken partijen? Kom nou niet aan met het tijdsaspect. Neem nu even iets meer tijd om een verordening op te stellen die echt werkt, want daar is het onderwerp gewoon te belangrijk voor. Voorzitter. De schaarste is er en die blijft voorlopig ook nog wel even. We moeten dus bouwen en waar mogelijk verbouwen, zeker gezien de ambities die Heerlen heeft, ook als woonstad. Net als de heer Meyer willen wij ook de kansarme Nederlanders van buiten onze stad weren. Omgekeerde solidariteit, noemt hij dat. Dat is voor mij een nieuwe term, maar het is duidelijk wat hij daarmee bedoelt. Het argument dat deze regeling ervoor gaat zorgen dat de woonproblematiek in bepaalde delen van de stad hiermee gepareerd gaat worden klopt gewoon niet. Het op elkaar klitten van kansarme Heerlenaren, is er dan nog steeds. De sociale problematiek is echt niet binnen enkele jaren weg te poetsen. We moeten investeerders zo ver krijgen dat ze willen bouwen voor arm, modaal en rijk, en het liefst ook door elkaar. Is dat idealistisch? Wellicht is dat zo.
Maar ik denk wel dat dit de weg is waarlangs we moeten denken en zo veel
Pagina 59/96 mogelijk moeten doen. Daarmee dragen we pas echt bij aan de sociale woonproblematiek en een leefbare stad. Maar dan moeten investeerders wel het gevoel hebben dat Heerlen mee denkt in het belang van haar burgers en ook in hun belang, en dus geen obstakels opwerpt, zoals deze screening die een gevolg is van deze verordening. Dat betekent gewoon lastig verhuren in de praktijk en een hoop administratieve rompslomp. Ergo, dan blijven die investeerders in die specifieke woonsector gewoon weg. Waar moeten de Heerlenaren die de woningen zo hard nodig hebben dan naartoe? Op straat? Naar Voerendaal of Landgraaf? Die staan echt niet met open armen te wachten. De heer Verreck, PvdA (interruptie) De heer De Groot zegt dat investeerders wegblijven. We hebben net de heer Diederen horen schetsen hoe de woningmarkt eruitziet. Ik weet niet of hij in de laatste periode nog zelf een woning heeft gekocht, maar het is een uitdaging om een woning in Heerlen te kopen laat staan te huren. Dus ik denk dat er alleen maar een verdienmarkt is in de stad. Ik wil graag wat nadere toelichting hebben op die grote partijen, op die bouwheren en dames, die wegblijven uit de stad. Ik twijfel daaraan. Ik zou dat toch graag wat meer onderbouwd willen horen van u. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Meneer Verreck, ik twijfel daar niet aan. Dan verschillen wij van mening.
Ik pols ook bij potentiële investeerders hoe zij denken over mogelijkheden om te investeren in de stad. Dit soort zaken rondom obstakels opleggen. Je mag best kritisch zijn op hetgeen investeerders in de stad willen doen, want het belang van inwoners in de stad gaat altijd voor. Laat dat duidelijk zijn. Maar als je elkaar kan vinden in win-winsituaties, dan moet je dat zeker niet nalaten. Dus ik denk daar iets anders over dan u en de heer Diederen. De voorzitter (interruptie) Tweede interuptie van de heer Verreck op dit punt. Ik zit ook nog met een interruptie van de heer Diederen. De heer Verreck, PvdA (interruptie) De heer De Groot heeft een haakje uitgegooid. Ik kom er dadelijk op terug. Ik ben het even kwijt. Ik moet de zin even goed formuleren. De voorzitter De heer Diederen, neemt u het eens over. De heer Diederen, Fractie Diederen (interruptie) Voor het geval ik het ook nog wel heb! Meneer De Groot. Ik kan ook wel zeggen: beste Theo. Niemand in deze raad gelooft natuurlijk dat welke vastgoedondernemer dan ook zou zeggen: ja sjiek, daar hebben we weer een administratief hobbeltje erbij. Maar iedereen gelooft ook dat ze het wel zeggen. Dat is heel iets anders dan dat ze het ook daadwerkelijk gaan doen als wij die verordening vaststellen, om te zeggen: wij laten al die verdienmogelijkheden in dat mooie Heerlen liggen en wij doen dat niet. Ja, kom op zeg.
De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Meneer Diederen, ik wil daar wel even op reageren. Vastgoedinvesteerders zijn over het algemeen niet degenen die ook de verhuur voor hun rekening nemen. Dat zijn weer andere bedrijven. Dat zijn met name de bedrijven die daar last van hebben. Dat maakt het die vastgoedinvesteerders ook lastig. Zij maken een inschatting, omdat zij die dingen ook aan de man moeten kunnen brengen. Dat is natuurlijk ook gewoon een stukje werkelijkheid. U zegt: kom op. Maar ik denk daar toch iets anders over. De heer Diederen, Fractie Diederen (interruptie)
Pagina 60/96 Als uw bewering klopt, dan zou er binnen nu en een jaar nergens in Heerlen meer geïnvesteerd en gebouwd worden. Wij zitten hier niet voor een item dat wij nu specifiek voor Heerlen gaan doen. Het is onderwerp van een landelijke trend, waar wij gewoon volgen wat in veel gemeenten al gebeurt. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Daar kom ik zometeen nog even op terug in mijn betoog. De voorzitter Meneer Verreck, heeft u uw interruptie weer terug? De heer Verreck, PvdA (interruptie) Ja, ik heb hem weer teruggevonden. De heer De Groot werpt het volgende haakje uit. Het gaat specifiek om de omgekeerde solidariteit. De heer Meyer gebruikte die term. Als je steeds zegt dat er allemaal barrières in zitten, dit kan niet en dat kan niet en er komen geen mensen om te bouwen en dat soort zaken. Hoe ga je dan die burger, waar de OPH ook zo veel belang bij had, op die manier beschermen dat die woning niet wordt weggekaapt door de inwoner uit de Randstad? Hoe gaat u die burger dan beschermen? Dat is dan wel de grote vraag die boven komt drijven. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Daar ben ik nu aanbeland, meneer Verreck. Ik wilde inderdaad aanhaken bij uw vorige interruptie bij een vorige spreker. Wat dan wel te doen? Ik kan u daar het volgende over zeggen. De OPH stelt voor om de bekende broeinesten qua woonproblematiek hard, maar fair aan te pakken.
Daarmee bedoel ik niet primair de arme sloebers die daar wonen, maar de verhuurders. Stel daar glasharde criteria voor op in een soort verhuurverordening. Zodanig dat deze gasten kunnen worden aangepakt op overtredingen. Overigens moet er ook gewoon worden gehandhaafd op bewoners die zich misdragen, maar dat terzijde. We hebben vers van de pers goede maatregelen genomen tegen de excessen van kamerverhuur in deze stad. Daar staan we natuurlijk ook volledig achter. De strekking van die maatregel is: geen vergunning, tenzij. Ondertussen kijken we vervolgens hoe we structureel binnen een jaar een en ander fatsoenlijk geregeld krijgen. In dit geval ligt een periode van vier jaar voor, met een investering aan de kant van de gemeente van 1,5 miljoen. Met grote vragen over de effectiviteit en de efficiëntie van deze maatregelen. Ik zal daar dadelijk nog een aantal vragen over stellen. Kunnen wij die investering dan ook niet beter steken in versterking van de afdeling Vergunningen, daar waar zo veel investeerders inmiddels aankloppen om te bouwen of verbouwen, waar door de te krappe bezetting daar zo veel misgaat in de communicatie en investeerders eerder worden weggejaagd dan omarmd. Maar dat wil niet zeggen dat we niet geloven in het nut van een huisvestingsverordening. Laat dat duidelijk zijn. We hebben echt nog een paar openstaande vragen die nader onderzoek rechtvaardigen.
Dan kom ik op uw punt. Ik weet dat een min of meer vergelijkbare gemeente qua sociale problematiek, de gemeente Tilburg, eveneens bezig is met een huisvestingsverordening. Dat was trouwens het punt van de heer Diederen. Ik weet niet precies wat de inhoud daarvan is of in welke fase het zich bevindt, maar ik heb de volgende vraag aan het college. Is dit traject in Tilburg bekend bij het college? Zo ja, is daar het oor te luister gelegd? Een andere vraag die ik heb, heeft betrekking op de doelgroep particuliere verhuurders. Wie wordt hier precies mee bedoeld? Zijn dat de eigenaren van een of twee huizen of bijvoorbeeld ook de grotere institutionele beleggers, zoals ABP of Aegon? Ik denk dat het goed is om dat even uit elkaar te trekken. In het verlengde daarvan, hoe groot is dan nog het aantal te verhuren particuliere woningen na aftrek van de kamerverhuur? Ik denk dat hetgeen overblijft hier de doelgroep is. Mijn vraag is dan ook: hoe groot is dan nog het resterende probleem? Kunnen we daar aangepaste maatregelen treffen, passende bij deze omvang?
Pagina 61/96 Een andere vraag is: wat wordt precies bedoeld met economisch en maatschappelijk belang? Hoeveel ruimte biedt deze omschrijving dadelijk voor verhuurders om deze te omzeilen? Hoe krijg je nou in beeld wat op dit moment de huurprijzen zijn van die particuliere verhuurders? Als je dat namelijk niet weet, maken verhuurders dadelijk gewoon een financieel sprongetje en gaan ze net boven die aftoppingsgrens zitten - ik heb dat net ook al gezegd - maar onder de grens voor huurtoeslag. Dan zijn ze af van het screeningsinstrument. Of wordt dit dadelijk achteraf getoetst? Voor wie het nog niet duidelijk is: onze fractie denkt echt dat we een grote fout maken om dit voorstel, zoals het nu voorligt, met alle openstaande vragen te accepteren. We zijn dan ook heel erg benieuwd naar de reactie van de wethouder. De heer Meyer, SP (interruptie) We hebben een ongereguleerde situatie, met nu al veel zorgmijders, kwetsbare mensen, arbeidsmigranten, daklozen uit Den Haag en ga zo maar door, om het even zwart-wit samen te vatten, maar ik denk wel dat we dan begrijpen waar we het over hebben. Dus de druk op onze sociale voorzieningen, de druk op de concurrentie, de verdringing van mensen die nu hier al een verbinding hebben, is groot. De kern van de vraag is dus: hoe groot is het probleem? Ik zal tot mijn vraag komen. Als het probleem groot blijkt te zijn ...
Ik veronderstel dat het groot is. U Hebt mij straks die vraag horen stellen aan het college. Anders zou het college niet met een huisvestingsverordening komen, zou ik willen zeggen. Is die huisvestingsverordening perfect? Ongetwijfeld niet. Maar ongereguleerd is altijd nog slechter dan dat je in ieder geval de kraan dichtdraait. Ik heb de huisvestingsverordening goed gelezen. Kunt u het met mij eens zijn dat daar onder andere een hardheidsclausule in zit? We kunnen overgaan tot evaluatie om tussentijds iets aan te passen. Kortom, bent u bereid om op die route te gaan in plaats van gewoon de kraan te laten stromen, terwijl het probleem wellicht groot is? De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Nee, natuurlijk niet. We zijn het erover eens dat de kraan niet moet blijven stromen. Ik heb geprobeerd om dat ook duidelijk te maken in mijn betoog. Ik ben zeker benieuwd naar de cijfers die dadelijk vast en zeker worden opgelepeld. Ik zie op dit moment geen daklozen op straat. Ik zie ze niet. Laat ik het even specificeren. Natuurlijk zijn deze er, maar ik zie geen wezenlijke verslechtering ten opzichte van de situatie zoals deze bijvoorbeeld een aantal jaar geleden in Heerlen was. Wethouder Van Zutphen heeft laatst met trots gemeld hoezeer hij daar voortgang in heeft geboekt. Ik denk dat hij daar ook gelijk in heeft. Maar goed, ik ben benieuwd naar de reactie van de wethouder in deze.
Daarnaast heb ik net aangegeven dat wij zeker niet per definitie tegen een vordering zijn. Maar deze moet wel werken. Hij moet wel functioneren. Dat vind ik heel erg belangrijk. Ik denk niet dat het goed is als je zegt: we gaan het nu doen, maar hoe we het dadelijk precies gaan invullen, daar komen we dadelijk wel mee. Nee, ik wil graag duidelijke antwoorden op de vragen die nu openstaan. De heer Meyer, SP (interruptie) Ik schrik hier wel van, moet ik zeggen. Als we pas gaan ingrijpen als we daklozen op straat zien, dan zijn we toch echt te laat. Ik zou toch hopen dat we die situatie niet nog een keer krijgen. Ik heb de heer De Groot nu een paar keer horen zeggen "we zijn niet tegen een verordening". Dat snap ik. Maar de vraag die voorligt, is de volgende. U hebt een bepaalde positie ingenomen. U hebt het een keer of zeven gehad over verhuurders. Ik ben benieuwd of u bereid bent om vandaag de kraan dicht te draaien. Wetende dat die verordening misschien niet perfect is. Je kunt zeggen: wij doen niets, want hij is niet goed genoeg. Of je kunt zeggen: we doen alvast iets, daarmee stoppen we iets en we hebben een hardheidsclausule; we kunnen daarmee altijd nog ingrijpen als gedurende die rit blijkt dat dit nodig is. Bent u bereid om in ieder geval in te grijpen of zegt u straks: wij zijn voor een verordening, maar niet vandaag en misschien over een half jaar.
Waar staat u precies, meneer De Groot?
Pagina 62/96 De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Meneer Meyer, wij zijn zeker bereid om in te grijpen. Er is recent vastgesteld dat er schaarste is en dat er daarmee een juridische grondslag is om tot een verordening te komen. Het enige wat ik zeg, is het volgende. Ik heb dat ook al eerder aangegeven. Het gaat er niet om dat we tot in lengte der dagen onderzoek moeten blijven doen. De vragen waar we antwoorden op willen krijgen, heb ik net concreet gesteld. Dat hoeft echt geen maanden te duren. Neem die tijd nou om een zo goed mogelijke verordening te laten starten. Ik ben het met u eens dat er ook dan nog allerlei kinderziektes zullen zijn en dat we tegen allerlei dingen zullen aanlopen. Daar moet je vervolgens ook op acteren. Evaluaties, prima. Maar hetgeen je nu aan de voorkant al kan voorkomen door nog even goed te kijken naar de dingen ... Ik heb een aantal concrete situaties genoemd. Ik denk dat het wel de moeite waard is om dadelijk ook deze maatregel goed, efficiënt en effectief te laten plaatsvinden, zodat het ook een effect heeft. En niet dat dadelijk door berekenend gedrag van verhuurders - daar heb ik heel duidelijk voor gewaarschuwd- niet het beoogde effect wordt bereikt. De voorzitter Meneer Meyer, laatste interruptie. De heer Meyer, SP (interruptie) Ik zal de vraag die ik net stelde nog wat duidelijker stellen.
Hoor ik de OPH nu al in eerste termijn zeggen: dat wordt 'm niet vandaag? Of is de Ouderenpartij in ieder geval nog te overtuigen? Ik tast een beetje in het duister. Misschien ligt dat aan mij. Dat kan. Is het nu sowieso uitstellen, want er moet meer gebeuren of bent u te overtuigen? De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Ik heb mijn betoog volgens mij net afgesloten door te stellen dat ik heel benieuwd ben naar de antwoorden van de wethouder. Dat is nog steeds zo. De voorzitter Dank u wel. Meneer Verreck, aan u het woord. De heer Verreck, PvdA Dank u wel, voorzitter. Ik zal even kort iets vertellen over Tilburg. Tilburg hanteert de vorm van selectieve woningtoewijzing. Dat doen ze alleen voor de wijk Groenewoud. De gemeente Tilburg heeft daar het volgende in gezet. Als je je aanmeldt voor een woning in de wijk Groenewoud, ik citeer hun website: "Dan worden in opdracht van de burgemeester politiegegevens opgevraagd en er wordt gekeken of er een veroordeling heeft plaatsgevonden. De beoordeling van die gegevens worden meegenomen in het wel of niet toewijzen van een woning". Die gaan volgens mij nog drie stappen verder dan wij op dit moment voorstellen in deze woningverordening. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ik heb een vraag aan de heer Verreck. Ik vind het heel sympathiek en prima dat de heer Verreck meteen in de stukken duikt.
Maar ik heb nog niet de kans gehad om specifiek te zien hoe die verordening in Tilburg eruitziet. Ik heb een vraag gesteld aan het college of zij dat wel aan de voorkant hebben gedaan. Hebben zij die input en eventuele ervaring meegenomen in de voorliggende verordening? De heer Verreck, PvdA Goed, ik zal mijn antwoord inslikken. Voorzitter. Met het mogelijk aannemen van het raadsvoorstel voegen we volgens mij als Partij van de Arbeid een extra bouwsteen toe om te komen tot het aanpakken van schaarste op de woningmarkt. Een aantal sprekers voor mij heeft duidelijk aangegeven dat dit er is in Heerlen en dat we daar een aantal ongewenste ontwikkelingen zien. We hebben in het afgelopen jaar een
Pagina 63/96 ontwikkeling gezien die we eigenlijk niet willen, namelijk bewoners van de Randstad die door hun eigen gemeenten worden gestimuleerd om naar Heerlen te verhuizen, omdat hier nog huizen over zijn en huizen nog betaalbaar zijn. Ik weet dat Rotterdam een actief uitplaatsingsbeleid heeft. Daarnaast heeft deze ontwikkeling vaak een zeer negatieve ontwikkeling op bijvoorbeeld de WMO. Dat staat ook beschreven in het stuk. Zoals in het onderzoek is aangegeven richt het raadsvoorstel zich erop om de schaarste eerlijk te verdelen. We hebben een tweetal vragen. Hoe ontwikkel je een goed registratiesysteem. Het is natuurlijk wel de crux in het hele verhaal: wie betaalt het en hoe ga je dat goed in elkaar zetten? Zijn er in het land al systemen die goed werken? Dit is een besluit en hierna komt een uitvoeringsbesluit. Ik neem aan dat in het uitvoeringsprogramma precies staat beschreven op welke wijze we de juiste stappen op de juiste manier gaan zetten en dat we daar vervolgens als raad iets van moeten vinden. Als we vinden dat we iets meer linksom of rechtsom moeten draaien, dan hebben we daar nog de mogelijkheid om aan de knoppen te draaien. Zo lees ik het stuk. Zo lees ik ook de bijlagen. Ik wil graag horen of de conclusie van de Partij van de Arbeid klopt. Twee. Ik zou willen weten op welke termijn we gaan evalueren, als we hiermee akkoord gaan.
Dat is denk ik een heel belangrijke. Wat betekent het als we in de evaluatie dan nog dingen willen bijstellen? Bestaat er de ruimte om dingen bij te stellen of zegt u: we doen dit één keer en daarna zien we over vier jaar pas verder. Dus daar ben ik heel benieuwd naar. Welke knoppen hebben we in het instrumentarium nu als raad om aan te draaien? Dat is denk ik het allerbelangrijkste. Dat hoor ik namelijk de heer De Groot zeggen. Ik hoor mevrouw Heine heel andere verhalen vertellen. Maar dat is wel de vraag die meneer De Groot ook stelt: hoe zorgen we ervoor dat we dat systeem blijven bijstellen aan de vraag van de markt? Dat is hetgeen wat ik denk ik heel belangrijk vind. De heer Sijstermans, Fractie Sijstermans (interruptie) Ik heb de discussie een tijdje aangehoord. Ik kan me wel storen aan het volgende. Als je uit Amsterdam komt, heb je andere rechten dan iemand die uit Heerlen komt. Het is rechtsongelijkheid. Het maakt niet uit op welke manier dat is, of het nou via afschuiving of dergelijke is, het is een soort discriminatie. Wilt u daar rekening mee houden? Iedere Nederlander heeft daar recht op. Daar is geen toestemming en dergelijke voor nodig. Op die manier creëer je een stuk rechtsongelijkheid. De mensen worden ongelijk behandeld. Dat staat gelijk aan discriminatie. Neem dat even mee in het hele debat. Dat zit eigenlijk erg diep bij mij.
Ik weet niet wie gelijk of ongelijk heeft, maar dit is wel een opmerking die ik hier even wilde plaatsen. De heer Verreck, PvdA Ik heb geen vragen gehoord. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) De heer Verreck zegt tegen mij dat hij mij bepaalde dingen heeft horen zeggen. Ik heb een vraag aan hem. Daar kan hij ja of nee op zeggen. Volgens mij zegt de heer Verreck: "Ik ga akkoord met deze algemene verordening. Ik zie wel hoe het dadelijk wordt ingevuld. Daar heb ik vertrouwen in. Ik krijg dadelijk waarschijnlijk van de wethouder te horen dat er altijd nog knopjes kunnen worden bijgesteld". Dat zal dan waarschijnlijk het verschil zijn met zoals ik in de wedstrijd zit. Ik probeer met hetgeen waar je nu al kritisch op kan zijn ten aanzien van vragen en mogelijke problemen die je op voorhand al kan zien aankomen, dat daar nu al over wordt nagedacht en dat die nu al opgepakt en getackeld worden. Nogmaals, dat zei ik net ook tegen de heer Meyer, dan zullen er dadelijk in de praktijk best nog wel dingen uitkomen die ook allemaal misgaan en die ook allemaal moeten worden bijgesteld. Dingen die onvoorzien zijn. Uiteraard ben ik er ook voorstander van dat je daarop moet anticiperen. Maar heb ik het zo goed gezien, zoals ik het nu formuleer, meneer Verreck? De heer Verreck, PvdA
Pagina 64/96 Ik hoor de heer De Groot twee dingen zeggen. Een: ik heb geen vertrouwen in de wethouder. Dat is versie één. U zegt: u hebt vertrouwen in de wethouder in deze. U zegt niet: ik ook. Mijn conclusie is dan ook: ik niet. Dat is dan zijn verhaal, niet mijn verhaal. Verder denk ik dat de basis van deze regelgeving goed is. Er zitten wat dingen in waar we op bij kunnen stellen. Een aantal dingen behoeven uitwerking of toelichting. Dat is volgens mij wat in die uitvoeringsplannen gebeurt. Volgens mij gebeurt dat heel vaak in deze raad met plannen. We maken een soort masterplan, waarin we beschrijven wat we ongeveer gaan doen. Vervolgens komt er een uitvoeringsplan waarin we de exacte invulling op een aantal punten gaan scherpstellen. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Dus dan hoor ik u ook zeggen dat u akkoord gaat met een investering van 1,5 miljoen, verspreid over een periode van vier jaar, en dat u de risico's op de koop toeneemt. Die vragen worden nu al in deze raad gesteld, niet alleen door mij, maar ook door andere partijen. En dan kijkt u wel hoe zich dat verder ontwikkelt. Hoor ik u dat zeggen? De heer Verreck, PvdA Meneer De Groot, dat is natuurlijk een rare vraag. U bent akkoord gegaan met een zwembad van 12 miljoen, waarbij we ons ook moeten afvragen of dat daadwerkelijk hetgeen gaat opleveren waar u van hoopt dat het gaat opleveren.
Dus in die zin is het een soort jij-bak, van: kijk maar of het wat kan opleveren. Dus ik vind dat eigenlijk gewoon niet gepast. Als raad nemen we besluiten. Aan die besluiten zijn vaak financiële consequenties verbonden. Het gaat dan even niet over het geld, maar het gaat over of je het eens bent met de richting van het voorstel. Ik hoor u zeggen: ik ben het volstrekt niet eens met de richting van het voorstel. Ik hoor u ook nog heel andere dingen zeggen, maar ik hoor u vooral zeggen: ik ben het niet eens met de richting van het voorstel. Dus we gaan het gewoon sowieso niet doen. Dat hoor ik u vooral zeggen. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Meneer Verreck, dan hebt u niet goed geluisterd. U hebt dan echt niet goed geluisterd. U hebt mij diverse keren horen zeggen dat deze verordening echt een bijdrage kan leveren, mits deze goed in elkaar steekt. U hebt mij ook horen zeggen dat ik ook de mening zoals deze onder andere door de heer Meyer werd verkondigd, dat er echt iets moet gebeuren aan dit probleem. Meer kan ik daar niet op zeggen. De voorzitter Meneer Verreck, bent u klaar met uw betoog? De heer Verreck, PvdA Ik was klaar met mijn betoog. Ik heb ook geen vraag gehoord bij de heer De Groot. De voorzitter Daarom vroeg ik ook of u klaar was. Meneer Van den Berg, gaat uw gang. De heer Van den Berg, VVD Voorzitter.
Jarenlang leefden we in Heerlen in angst voor de grote krimp. Die situatie blijkt helemaal omgeslagen te zijn. We worden nu met een tekort op de woningmarkt geconfronteerd. De tekorten zorgen ervoor dat onze mensen in Heerlen niet de woonruimte kunnen vinden waar zij behoefte aan hebben. Wij begrijpen dan ook de boodschap van het raadsvoorstel, maar we twijfelen of dit het meest geschikte middel is voor het geconstateerde probleem. Ik hecht er waarde aan om aan te geven dat het voorstel niet van toepassing is voor woningbouwverenigingen en dat het niet over kamerverhuur gaat. Ten aanzien van die laatste hebben we al best een goed vergunningsinstrumentarium. Ik zeg dat, omdat die zaken vaak op één hoop worden gegooid. Kleine zelfstandige studio's, woonruimten met eigen voorzieningen, worden over
Pagina 65/96 één kam geschoren met kamers met gemeenschappelijke voorzieningen. Dat er vaak een vergelijkbare doelgroep woont, vaak ook nog in een vergelijkbare huurprijscategorie, tot daaraan toe, maar daar gaat dit voorstel niet over. Het stuk is een zogenaamd gereedschap om grip te kunnen krijgen op woonoverlast en leefbaarheid. Meneer de voorzitter. Dit stuk gaat dat niet oplossen. De burger die het als overlast ervaart, gaat hier niets van merken. Het is misschien een stuk dat je tegen de Randstadgemeenten en de rest van Nederland kunt aanhouden door te zeggen: "We hebben nu een regeling. Stuur geen uitdagingen meer naar ons. We willen ze niet". Meneer de voorzitter. Onzes inziens slaan we met dit voorstel voor onze stad de plank mis door uitsluitend particuliere eigenaren, overwegend goede, met een regeling te confronteren die een inperking heeft op de vrijheid van handelen en de vrijheid van ondernemen. Het is weer een regeling en verordening, waarbij we grote vraagtekens hebben bij de uitvoerbaarheid. U weet, een boemerang voor de bühne weggooien, komt drie keer zo hard terug. Voorzitter. Dit voorstel gaat niet over de kwaliteit van de woningen. Dit voorstel gaat over mensen die geen werk in Heerlen hebben of die niet uit de regio komen en daarom geen goedkope woning in Heerlen mogen komen huren. Het regelt niets over de huisvesting van arbeidsmigranten.
Die hebben immers werk. Het regelt ook niets als het over overlastgevers gaat. Je ziet namelijk niet aan de balie of op een formulier of het een potentiële overlastpleger is. Voorzitter. Om een goede analyse te maken of beter kennis te nemen van wat de gemeente als referentie kwalificeert om tot dit voorstel te komen, hebben we goede data nodig. Om hoeveel mensen zonder werk van buiten Limburg gaat dit dan? Of, zoals aangegeven, huishoudens zonder enige band met of intrinsieke belangstelling voor Heerlen of deze regio? Wie komt dan naar ons? Het rapport geeft aan dat met name jongeren naar Heerlen komen. Het beeld dat er grote hoeveelheden kansloze oudere uitkeringstrekkers naar Heerlen komen, blijkt niet uit de cijfers. Voor Hoensbroek al helemaal niet. Daar is zelfs sprake van een negatief binnenlands migratiesaldo. Waar heffen we met deze regeling de woonoverlast op of verbeteren we de leefbaarheid? Wat zijn de verwachtingen met een dergelijke regeling? Wat is op korte en lange termijn het effect? Hoe staat het met de kosten-batenanalyse? Meneer de voorzitter. Veel erger is dat dit voorstel niet de kern van het probleem aanpakt, namelijk het aanbod. Zoals altijd bij schaarste, kun je het aanbod op oneindig veel manieren verdelen, maar de schaarste blijft. Een echte oplossing zal aan de aanbodkant moeten komen.
Het is in onze stad gebruikelijk om met vastgoedpartijen in gesprek te zijn. Dat doen we met woningcorporaties, maar dat doen we ook met de zogenaamde particuliere vastgoedbazen in onze binnenstad. Tot een jaar geleden deden we dat ook met een groep particuliere verhuurders, partijen van met name het vastgoed, waar dit voorstel betrekking op heeft. Het is gebruikelijk dat je dan je ideeën sondeert en probeert draagvlak te vinden. Zo stond daar op de agenda om tot een keurmerk te komen, maar daar is het bij gebleven. Samen tot oplossingen komen, is het devies. Zo helpen we samen onze stad verder. Meneer de voorzitter. Dit voorstel is niet gesondeerd. Ik geef u mee dat dit een serieuze deuk gaat oplopen als we het stuk gaan implementeren. Voorzitter. We zijn er niet van overtuigd dat eigenaren door dit voorstel juist minder geneigd zijn om nieuwe woningen te gaan toevoegen. Wat er feitelijk gebeurt, is dat er ongeveer 200 particuliere verhuurders worden opgezadeld met een generieke maatregel voor de hele stad. Volgens mij beoogt het voorstel grip te krijgen op woonoverlast en leefbaarheid. Of, maar dat is niet benoemd, maar staat wel in de verordening, dat het college direct na vaststelling gelijk overgaat tot het kwalificeren van gebouwen, complexen of delen van gemeenten waar deze verordening van toepassing is.
Speelt dat, meneer de voorzitter? Als dat zo is, zou ik graag van de wethouder willen weten waar hij denkt dat er een vrijstelling komt. Of beter gezegd, waar kwalificeert hij het oorlogsgebied? Voorzitter. Wat ook niet onderschat mag worden, zijn de kosten. Dit voorstel kost jaarlijks minimaal € 250.000. Dit geld zou veel beter kunnen worden ingezet om initiatiefnemers te helpen om kwalitatief goede woningen te vergunnen. Dat is iets dat nu onvoldoende gebeurt, doordat plannen bij de gemeente blijven
Pagina 66/96 liggen. Niet door onwil, maar door capaciteitsgebrek. Ik druk mij netjes uit, want in praktijk is het een drama. Eén ding is duidelijk: alles wat nu wordt toegevoegd aan de woningvoorraad, moet aan veel hogere kwaliteits- en duurzaamheidseisen voldoen dan in het verleden. Dat brengt ons terug bij de excessen. Mensen huren nu eenmaal in de prijscategorie die voorhanden is. Bij schaarste heb je weinig te kiezen. Voorzitter. Hoe zit het met het basale recht dat we in Nederland hebben op een vrije vestiging? Door dit in te perken lopen we onzes inziens een zeker juridisch risico. Onze fractie wil van de wethouder weten hoe hij dat risico heeft meegewogen. Als trouwens wordt gekeken naar de oorzaak van dit probleem, dan ligt dit voor een groot deel bij de woningcorporaties. Bijna nergens in Nederland wordt zoveel scheef gewoond als in Heerlen. Bijna 47%, en in Hoensbroek zelfs 56% van de mensen in een sociale woning, zou daar op basis van het huidige inkomen geen recht op hebben. Waarom wordt hier door de corporaties geen actie op ondernomen, terwijl hier zeer adequate middelen voor zijn, zoals een aanvullende huurverhoging? De opbrengst kan worden ingezet om meer kwalitatief sociale huurwoningen te realiseren.
Samengevat: dit voorstel dat jaarlijks minstens een kwart miljoen euro gaat kosten, is onvoldoende uitgewerkt en heeft geen effect op de excessen, de verhuurmarkt of op de woningtekorten. We zijn zelfs van mening dat dit voorstel een negatieve impact op het aanbod gaat hebben, met alle gevolgen voor de woningzoekenden. En last but not least, met een dergelijke verordening schaden we in mijn ogen het imago van onze stad. Als we niet in staat zijn om met de reguliere instrumenten de excessen in onze stad aan te pakken, en we naar dit soort regelingen moeten grijpen, dan gaan we voorbij aan wie we als stad willen zijn en wat we willen uitstralen. Dank u, meneer de voorzitter. De voorzitter Dank u wel. De heer Hazen. De heer Hazen, Stadspartij Dank u, voorzitter. De Stadspartij is het helemaal eens met de doelstelling van deze huisvestingsverordening, namelijk voorrang verlenen aan mensen met een binding met Heerlen of met deze streek om een betaalbare huurwoning in de particuliere sector te kunnen krijgen. We zijn het met de heer Meyer eens dat we natuurlijk ook willen voorkomen dat uitkeringstoeristen of overlastgezinnen van elders naar Heerlen komen en hier in de goedkope marktsector een woning krijgen en later ook nog een uitkering gaan aanvragen of mogelijk voor overlast gaan zorgen. Prima. Dat moeten we voorkomen. Maar we hebben hier een verordening voorliggen.
Ik zou bijna willen zeggen, een gedrocht, waarbij we het probleem ... Dat zijn de gezinnen of de mensen die van elders naar hier willen komen, die hier geen binding of werk hebben. Die zijn het probleem. Dat probleem leggen we nu neer bij onze gemeente, want we moeten extra ambtenaren aanstellen. Drie ambtenaren van toch niet de minste schaal. We verwachten dat dit in vier jaar tijd 1,5 miljoen gaat kosten. Wij hebben daardoor dus een probleem. We leggen het probleem ook nog neer bij die particuliere verhuurder. Die kan er al helemaal niets aan doen. We leggen een probleem bij een verhuurder, die misschien daardoor nog andere problemen gaat veroorzaken. Wat gaat hij dan zeggen? De heer De Groot kondigde dat al aan. "Als ik al die administratieve rompslomp krijg, waarom zou ik die woning die ik voor € 650 te huur zou willen zetten, niet voor € 690 te huur zetten? Dan valt die buiten deze regeling". Ik ben bang dat we ook nog een prijsopdrijvend effect krijgen door deze niet goed doordachte verordening. De wethouder gaf al aan dat deze verordening aan juridische eisen voldoet. Dat is waarschijnlijk ergens getoetst in gemeenten in de Randstad. Het probleem is iemand die zich van buiten in Heerlen wil vestigen. Die willen we eigenlijk het liefst niet hebben.
Hij moet zich dus inschrijven in de gemeente Heerlen en hij moet een woning hebben, want anders kan hij ook niet in aanmerking komen voor die uitkering. Leg het probleem nu neer bij die potentiële huurder. Zegt: voordat je kunt worden ingeschreven, zorg dat je een huurvergunning en een huurcontract hebt. Als je die beide kunt overleggen, dan kunnen we je inschrijven in de gemeente Heerlen. Dan kom je in aanmerking voor alle voorzieningen die in de gemeente Heerlen
Pagina 67/96 worden geboden. Dan kun je dat ook regelen. Dan hoef je niet al die dure rompslomp bij de gemeente te regelen. Dan hoef je al die dure rompslomp ook niet bij de particuliere verhuurder te leggen die dat niet wil. Dan voorkom je ook zeker dat prijsopdrijvend effect, waar ik zeker bang voor ben. Ik had dat nog niet zo voorzien in de commissievergadering, maar toen dat daar aan de orde kwam, ben ik gaan kijken hoe die bedragen liggen. Dat effect gaat zeker optreden. Dat moeten we niet willen. We willen toch betaalbare woningen hebben voor onze mensen? Dan moet je zeker niet zelf de prijzen gaan opdrijven. Ik zou dus zeggen: het idee is prima, maar kijk naar een andere uitvoeringsregeling om dat idee te verwezenlijken, dan hetgeen hier voorligt. Dan duurt het maar een maand of twee maanden langer. Dat wil ik de heer Meyer meegeven, want ik proef binnen de hele raad dat zij het idee hebben, zo van: het idee is goed, maar voer het anders uit. Dan is een, twee of voor mijn part drie maanden later ook niet het probleem, maar dan komt het er wel. Maar op deze manier dit proberen door te drijven, dan komt het er dadelijk helemaal niet. Dan hebben we er niets aan. De voorzitter Dank u wel. mevrouw Géron. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren Dank u, voorzitter. Mag ik het sluitstuk geven? Voor deze eerste termijn, bedoel ik. Excuses, collega's.
Er is een mismatch in het woningaanbod, want er moet doorstroming komen. Deze verordening is voor vier jaar en geldt voor de particuliere markt. Maar wat gaan we doen aan de oplossing? Er is schaarste aan goedkope koopwoningen tot € 260.000. Hoe gaan we dit soort woningen realiseren? Dat vind ik een brandende vraag. We bouwen 1000 woningen. Wie bouwt dat? Ik denk dat Schinkel-Zuid en SchinkelNoord zijn bedoeld. Ik heb werkelijk de vraag: gaan beleggers interesse verliezen om in Heerlen te investeren? Meerdere mensen hebben al gezegd dat dit niet het geval zal zijn. Hoe komen we aan goedkope woningen? Wat gaan we na die vier jaar doen met die verordening? Het is immers zo, een betaalbare, fijne woning in een prettige leefomgeving draagt bij aan het welzijn van iedereen. Wonen moet betaalbaar zijn voor iedereen en moet geen onevenredig beslag leggen op het inkomen. De voorzitter Dank u wel. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Voorzitter, dank u wel. Als ik de toelichting bekijk op pagina 6 van 13, dan zie ik dat in de gemeente Heerlen 64% van de huishoudens een laag inkomen. Diezelfde alinea eindigt met: in theorie is er met 22.303 goedkope huur- en koopwoningen voldoende voorraad. Dat wat betreft het schetsen van de situatie in onze stad. Maar wat hebben wij in al onze wijsheid in de afgelopen jaren gedaan? Daar gaat de volgende alinea over.
"De schaarste is gerelateerd aan het restrictieve beleid, gebaseerd op de krimpprognoses en is neergelegd in de Structuurvisie wonen Zuid-Limburg. In de laatste tijd hebben we de teugels wat losser gelaten, zodat er wat meer kan en mag. Als je dan door onze stad gaat, op de fiets, te voet of met de auto, wat dan ook, dan kom je bijvoorbeeld op de Sittarderweg de Saffierflat tegen. Deze flat is ongeveer drie jaar geleden leeggemaakt. Momenteel is de flat dichtgetimmerd en er gebeurt niets. Dat zijn toch een x-aantal woningen die aan de woningvoorraad kunnen worden toegevoegd. Althans, ze zijn er niet aan onttrokken. We hebben een maand of wat geleden voorgesteld om een flexwoonwijk te creëren in plaats van een grote parkeerplaats bij de CBS-weg. Ook daar kun je op korte termijn meters maken. Alleen, de vraag is: als je dit voorstel bekijkt ... Ik had opgeschreven: met een kanon op een mug schieten. Ik weet niet of ik dan een goed citaat gebruik, maar zo komt het op mij over. Ben je dan niet veel te breed voor een probleem dat je veel korter en krachtiger kunt oplossen? We hebben het daar in de commissie over gehad. De wethouder werd toen vervangen. Wij zijn nu met iets bezig waar ik eigenlijk het begin en het einde niet van ken. Waar ik van collega's in de raad hoor: het wordt er zeker niet beter op. Hetgeen we ermee willen
Pagina 68/96 bereiken, bereiken we er niet mee. Dus waarom zouden we dan hiermee instemmen? Ik denk dat je daarmee het paard achter de wagen spant. Dat was het gevoel dat ik hierover had toen ik het in eerste instantie las. Ik kwam er niet helemaal goed wijs uit. Ik heb ook hierbij het idee dat je een hele hoop gewoon over de schutting gooit, en zegt: "U verhuurt een pand. U regelt maar dat wij van ons probleem afkomen". Nu wil het feit dat ik afgelopen week met verschillende verhuurders heb gesproken. Zij geven aan: "Wij worden graag bijgestaan door de gemeente als er problemen zijn. Als wij met iemand in een locatie zitten die wij niet zomaar op straat kunnen zetten, maar die wel de hele sfeer verziekt in een woonomgeving, waar de andere huurders last van hebben. Gemeente, help ons en sta ons bij om juist dat probleem op te lossen. Ik denk dat daar meer een oplossing van dit verhaal ligt, dan de manier waarop we het nu doen. Natuurlijk, uitkeringstoerisme of wat dan ook, kan en mag nooit de bedoeling zijn, maar daarvoor moeten we wellicht als gemeente ook de hand in eigen boezem steken dat het hier sociaal gezien misschien net wat beter voor elkaar is dan in andere gemeenten en dat dit aantrekkingskracht heeft.
Als je dan het voorstel bekijkt, dan denk ik dat het allesbehalve rijp is voor besluitvorming, behalve het besluit dat een meerderheid van de raad het hier zeer waarschijnlijk niet mee eens is. Dus het zou zomaar kunnen zijn dat de wethouder die geen kans heeft gehad om hier in de commissie wat over te zeggen, omdat hij zich moest laten vervangen, dadelijk tot een goed besluit komt en zegt: we houden dit nog even aan en met alles wat ik hier vanavond heb gehoord, komen we met iets dat veel beter is voor onze stad en zeker niet dermate breed dat je er waarschijnlijk juist niet mee bereikt wat beoogd wordt. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. Dan is nu het woord aan wethouder Clemens. Wethouder Clemens Voorzitter. Laat ik met het laatste beginnen. We gaan dit voorstel absoluut niet intrekken. Absoluut niet, om één heel duidelijke reden. Dat is exact dezelfde reden als waarom u een maand geleden een besluit hebt genomen over kamerverhuur. Namelijk dat er een acuut probleem is in onze buurten. Dat onze scholen, onze peuterspeelzalen, onze hulpverlening, het al tijden over de schoenen loopt. We zien dat de verloedering op een aantal plekken toeslaat als gevolg van slechte huisvesters, huisjesmelkers, malafide uitzendbureaus, noem het allemaal maar op. Toen hebben we ook gezegd: we gebruiken wellicht een paardenmiddel.
We gebruiken een zwaar middel, maar dat doen we bewust, omdat we staan voor die buurten en voor de leefbaarheid in die buurten, en omdat we het niet over onze kant laten gaan. Ik snap alle zorgen die hier vanavond worden geuit - ik hoor het van de OPH, van de VVD, van Hart-Leers - die u hebt over verhuurders, over partijen die in deze stad een centje willen verdienen aan het aanbieden van woningen. Dat kan ik allemaal begrijpen. Maar volgens mij moeten we vandaag staan voor de bewoners in onze buurten, voor de hulpverleners in onze buurten, voor de mensen in het onderwijs, voor de mensen in de zorg en voor de mensen die staan voor de leefbaarheid in die buurten. Dat is waar dit voorstel over gaat. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Ik vind het frappant dat in de enerlaatste raadsvergadering van deze periode nu dit er met gezwinde spoed doorheen moet worden gejast, terwijl het ons al jarenlang over de schoenen stroomt. Dan denk ik toch: waarom zouden wij hier nu mee instemmen als u het zo ver heeft laten komen? Dat vraag ik me echt af. Daar zou graag een reactie van de wethouder op willen hebben. Waarom hebt u het zo ver laten komen dat hier in de laatste raadsvergadering van deze periode een besluit over moet worden genomen als de hele stad op zijn kop staat? Wethouder Clemens Ik snap de vraag niet eens. Ik geef aan wat het probleem is.
Ik geef aan dat we een oplossing hebben. Die leggen we voor en ik zie u voorstellen om het uit te stellen. Dus u zegt: laat dat probleem maar
Pagina 69/96 voortbestaan in plaats van dat we nu met elkaar besluiten: we gaan een oplossing brengen. U zegt nu, om wat voor reden dan ook, het interesseert me niet eens wat die reden is: we gaan het niet doen. We gaan het uitstellen, want we moeten het over details hebben. We moeten heel ingewikkeld gaan doen. We moeten ons zorgen maken over die arme verhuurders. Nee, we moeten gewoon vandaag een besluit nemen, zodat we morgen aan de slag kunnen voor die buurten. De voorzitter Tweede interruptie van de heer Leers. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) De wethouder zegt hier nu vanalles en nog wat. Ik weet niet waar hij dat allemaal vandaan haalt. Het enige wat ik heb gesteld, is het volgende. Er is een dermate groot probleem, waarvan u zegt: de hele stad is bijna ontwricht. U hebt tot deze allerlaatste vergadering gewacht om met dit onvoldragen voorstel te komen. Het kan kennelijk niet tussen uw oren landen om een maandje of een paar maanden extra te nemen om tot iets te komen waar we echt iets mee kunnen. Ik begrijp dat niet. Begrijpt u dat ik dat niet begrijp? Wethouder Clemens Ik hoor de heer Leers nu zeggen: laat die problemen nog maar een maand langer duren. Nou, daar staat dit college niet voor. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Nee, met alle respect! Meneer de voorzitter, als ik mag. De voorzitter Volgens mij gaan de interrupties via mij.
Dit is de derde en laatste interruptie op dit punt. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) De wethouder doet het zoveelste SP-trucje van iemand woorden in de mond leggen die niet geuit zijn. Wethouder Clemens U stelt een maand uitstel voor. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) De wethouder is sowieso van begin af aan totaal geagiteerd, terwijl hij om een of andere reden niet in de commissie was. Dat kan gebeuren. Hij hoort hier een raad en hij luistert wederom niet. Ik zou zeggen: luister een keer en doe er wat mee. De voorzitter Dit is geen interruptie meer. Een interruptie is een vraag. Die hebben we een paar keer gesteld. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Mijn vraag was of hij wilde luisteren en er iets mee wilde doen. De voorzitter De wethouder heeft daarop geantwoord. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Ik heb een interruptie op de heer Leers. Mag dat?
Pagina 70/96 De voorzitter Nee, daar hebben we straks nog een tweede termijn voor. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Dus als hij onzin uitkraamt, dan mag ik daar niets over zeggen? De voorzitter In uw tweede termijn mag u daar alles over zeggen wat u wilt, als u het maar bij het betamelijke houdt. Meneer Hazen had een interruptie. De heer Hazen, Stadspartij (interruptie) De wethouder begint een heel verhaal over overlast, onderwijs, overal waar het water tot aan de lippen staat. Daar heb ik alle begrip voor, maar ik kan geen enkele relatie van dat betoog met het hier voorliggende voorstel vinden. Het hier voorliggende voorstel heeft alleen tot doel om te voorkomen dat mensen die geen binding hebben met Heerlen zich hier gaan vestigen in goedkope huurwoningen, en ook nog maar een deel van de huursector, namelijk de particuliere huursector. Dus dat is maar een heel klein deel. Als alleen die mensen verantwoordelijk zijn voor overlast, dan moet u mij eens vertellen waar ik dat ergens terug kan vinden, want dan had ik dat wel heel graag ergens in het raadsvoorstel gezien. Wethouder Clemens Er zat heel veel in de woorden van de heer Hazen waar ik het niet mee eens ben, maar hij vatte volgens mij wel de essentie van het voorstel goed samen.
Namelijk dat wij inderdaad gaan zeggen: mensen die geen binding hebben met deze stad en die toch aanspraak willen maken op de allergoedkoopste woningen in onze stad, moeten achteraan de rij aansluiten. Dat is denk ik terecht. Ik heb het niet voor niets over de leefbaarheid in de buurten. Ik heb het niet voor niets over de zorgverleners en het onderwijs. Er is namelijk wel degelijk een heel directe link. Door een aantal mensen is gevraagd naar het aantal mensen dat naar onze stad verhuist. Laat ik me even beperken tot de mensen die naar onze stad komen met een uitkering. Dus die binnenkomen en direct een uitkering aanvragen. Over het laatste volledige jaar waar we cijfers over hebben, 2020, waren dat er 515. Er zijn 298 vertrokken. Dat betekent per saldo 217 mensen van buiten de regio, dus van een buiten Limburg, die naar onze stad verhuizen en die hier aanspraak maken op die betaalbare woningen. Niet alleen dat, dit zijn ook de mensen die bovengemiddeld vaak aanspraak maken op allerlei andere voorzieningen in onze stad. Die van passend onderwijs gebruikmaken, die vaker gebruikmaken van zorg, van Wmo, die vaker in de GGZ zitten. Als ze hier wonen, moeten we goed voor deze mensen zorgen. Met andere woorden, mensen die op allerlei manieren wel ons sociale vangnet verder onder druk zetten in een stad die het al zwaar heeft, die al heel veel te doen heeft op dat vlak.
De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Wethouder Clemens is al even verdergegaan in zijn betoog Maar ik wil toch nog even terugkomen op met name de openingswoorden van de wethouder. Ik schrik daar toch wel van. Ik schrik met name van de toch wel beetje agressieve toon zoals die direct wordt neergezet, met de woorden: ik ga dat voorstel niet intrekken. U reageert zeer fel op de heer Leers met betrekking tot: het interesseert me niet welke oplossing u heeft. Dat soort bewoordingen. We hebben hier op een nette manier inhoudelijke vragen gesteld en argumenten gegeven. Door uw openingswoorden geeft u mij de indruk dat u totaal niet van plan bent om ook maar serieus in te gaan op die antwoorden. U zult daar wel antwoord op gaan geven, maar het is totaal niet uw insteek om daar samen uit te komen. Uw mening staat vast. Dat is meteen hetgeen u uitstraalt. Ik schrik daarvan. Zo ken ik u helemaal niet. Ik vind het ook helemaal niet passen in de manier waarop we zouden moeten samenwerken. Wethouder Clemens