NMM-Bidbook.pdf
Tekst van het document
Stichting Carboon
Projectplan
Mijnmuseumpad 2 6412 EX Heerlen info@nederlandsmijnmuseum.nl
1
Inhoudsopgave Kolen en Gas in de nieuwe Canon van Nederland 01. Inleiding
3 4
02. Waarom?
De urgentie van het verleden voor het heden
8
03. Onze opgave
11
04. Voor wie?
18
05. Ruimte voor
het hele verhaal
22
06. Museaal Concept
24
07. Educatieprogramma
29
08. Marketingstrategie
31
09. Financieel
33
10. Governance
36
2
Kolen en gas in de nieuwe Canon van Nederland 22 juni 2020 – De Canon van Nederland, het overzicht van de Nederlandse geschiedenis in 50 ‘vensters’, is vernieuwd. De teksten uit 2006 zijn herschreven en tien onderwerpen zijn vervangen door nieuwe vensters. Er is nu voor het eerst ook een venster gekomen dat gericht is op de geschiedenis en betekenis van de Nederlandse mijnbouw: Kolen en gas. De letterlijke tekst van het venster Kolen en gas luidt: “Op 31 december 1974 sluiten de Limburgse mijnen definitief. De laatste wagon met kolen rijdt de mijn Oranje-Nassau I bij Heerlen uit, de allerlaatste lift met mijnwerkers komt omhoog. Nederland vestigt zijn hoop op een andere energiebron: gas. Steenkool Hoe verwarm ik mijn huis en mijn eten? Duizenden jaren lang zijn hout en turf in de Lage Landen de meest gebruikte brandstoffen. Pas in de negentiende eeuw worden ze verdrongen door steenkool. Deze fossiele brandstof is in grote hoeveelheden te delven en goedkoper te produceren. Steenkool is bovendien de brandstof voor de industrialisatie: stoommachines draaien erop en treinen komen erdoor in beweging. Steenkoolwinning brengt vanaf 1900 nieuwe werkgelegenheid naar Nederland, vooral in Limburg, waar twaalf mijnen worden geopend. Decennialang is de mijnbouw een betrouwbare bron van werkgelegenheid. Deze trekt migranten en arbeiders uit allerlei
streken, tot aan de Middellandse Zee toe. Steden als Heerlen en Sittard groeien uit tot welvarende en moderne steden en zijn trots op hun nieuwe voorzieningen, zoals ziekenhuizen en scholen. Sluiten van de mijnen Maar dan verandert het energielandschap. Onder het land van boer Boon in Slochteren wordt in 1959 een reusachtige voorraad gas gevonden. Dat gas kan gemakkelijk worden opgepompt, en komt uiteindelijk via een leidingnetwerk Cartoon van Opland uit 1960 terecht in vrijwel elk huis, waar het als brandstof dient voor gaskachels en -fornuizen. Voor de industrie blijft steenkool nog wel van belang, maar in het buitenland is dat veel gemakkelijker en goedkoper te winnen. Daarom kondigt de regering in 1965 aan de kolenproductie geleidelijk af te gaan bouwen. Voor het personeel dat ontslagen wordt, moet nieuw werk worden gezocht. Het gaat om 45.000 arbeidsplaatsen, nog los van de tienduizenden banen die bij toeleveringsbedrijven zullen verdwijnen. Ondanks de overheidsplannen om de werkgelegenheid op peil te houden, wordt de Limburgse mijnstreek vanaf 1975 getroffen door een langdurige economische recessie en sociale achteruitgang. Bovendien veroorzaken de verlaten mijnen nieuwe problemen: het grondwater stijgt langzaam in de sterk vervuilde mijnen waardoor het verontreinigd raakt.
Daarnaast tast het grondwater de voormalige mijngangen aan, waardoor er plotseling een mijnverzakking kan ontstaan, een onderaardse holte die instortingsgevaar veroorzaakt. In 2011 verzakt een deel van een winkelcentrum in Heerlen door zo’n zinkgat.” Bron: https://www.canonvannederland.nl/nl/kolenengas 3
Inleiding De opname van het mijnverleden in de Canon van Nederland is een erkenning voor de cruciale rol die de Limburgse mijnen 75 jaar lang speelden in de ontwikkeling van ons land. De komst van de mijnbouw naar Zuid-Limburg zorgde voor het ontstaan van een Nederlandse Mijnstreek met een geheel eigen dynamiek en cultuur. Maar het venster biedt niet alleen zicht op de periode van de actieve mijnbouw, het vraagt ook aandacht voor de crisis die ontstond na het sluiten van de mijnen en die tot op de dag van vandaag voelbaar is in de voormalige Mijnstreek.
Het feit dat het mijnverleden nu onderdeel is van de Canon van Nederland, wil niet zeggen dat het ook meteen helder is waar het venster Kolen en gas uitzicht op biedt. Welk verhaal en welk erfgoed zien we door het venster? Vanuit welk perspectief? Wie onderzoekt dat? Wie schrijven de verhalen? Wie vertelt nieuwe generaties wat er is gebeurd en presenteert en verzorgt de collectie die het verhaal illustreert? 1.1 Ambitie Stichting Carboon is de organisatie achter het Nederlands Mijnmuseum. Wij willen invulling geven aan het venster op het Nederlands mijnverleden. Op dit moment doen we dat al vanuit ons museum in het schachtgebouw van de voormalige OranjeNassaumijn I in Heerlen. Dit Nederlands Mijnmuseum werd in 2005 opgericht door oud-mijnwerkers. Het kleine en voornamelijk door vrijwilligers gerunde museum vertelt met behulp van mijnwerkersobjecten en het indrukwekkende schachtgebouw vooral het verhaal van de koempels en hun ondergrondse werk en leven. Maar dat is slechts een deel van het gehele verhaal. Het bovengrondse verhaal, de sociaal-culturele ontwikkeling van de Mijnstreek en het immateriële erfgoed dat daarbij hoort, blijft onderbelicht in ons kleine museum: de verhalen van de familieleden van de mannen die ondergronds gingen, de sociale verbanden die er waren, de rol van de kerk, de verenigingen, het onderwijs...
Maar ook het verhaal van de mijnsluitingen en de periode die daarop volgde met de hoge werkloosheid, de geknakte trots en een regio die zich met vallen en opstaan opnieuw uitvond... Al deze verhalen leven nu nog in de hoofden van zij die het meemaakten en verdienen het vastgelegd te worden nu herinnering overgaat in geschiedenis.
4
1.2 Wanneer wij nu niets doen... Wanneer wij nu niets doen, gaan deze verhalen voorgoed verloren. Wanneer wij niets doen, verdwijnt deze immateriële geschiedenis – net als de vele mijngebouwen – voorgoed onder de grond. Het is aan ons om nu te handelen en samen met anderen het venster op het mijnverleden van Nederland te openen. Zodat ook toekomstige generaties begrijpen wat hier gebeurd is en vanuit dit inzicht in het verleden, het heden begrijpen en kunnen bouwen aan een nieuwe toekomst. Wij openen het venster op het Nederlandse mijnverleden vanuit een nieuwe strategie. Kern van die strategie is de ontwikkeling van een nieuw, nationaal museum over het mijnverleden van Nederland. Een museum dat dit verleden door vertaalt naar het heden, en vervolgens zicht biedt op de toekomst van de voormalige Mijnstreek. Een museum dat, in tegenstelling tot het museum op de huidige locatie, grotere groepen mensen kan ontvangen, kortom een nieuw Nederlands Mijnmuseum.
Foto: Jasper Kroese
Schachtgebouw Locatie huidige museum Beperkte ruimte door structuur monument Bron: Tinker Imagineers
1.3 Twee soorten locaties We ontwikkelen dit nieuwe museum in het voormalige mijnwerkerswarenhuis Kneepkens in de binnenstad van Heerlen, het centrum van de voormalige Oostelijke Mijnstreek. Dit warenhuis is net als het beroemde, nabijgelegen “Glaspaleis” Schunck ontworpen door architect Frits Peutz en is sinds 1999 een rijksmonument. Net als het schachtgebouw is dit pand belangrijk mijnerfgoed dat een verhaal vertelt over de gloriedagen van Heerlen, het centrum van de Mijnstreek, waar de warenhuizen als paddenstoelen uit de grond schoten. In ‘pand Kneepkens’ vertellen we straks het hele verhaal, het ondergrondse en het bovengrondse, over kolen en energievoorziening, over industrialisatie, werkgelegenheid en migratie, over welvaart en werkloosheid en over het leven rond en in
Pand Kneepkens Locatie nieuwe museum Ruimte voor het hele verhaal
5
en wat er daarna met de regio gebeurde. We laten zien dat ondanks de massale sloop van gebouwen er nog veel materieel en immaterieel erfgoed van de mijnen behouden gebleven is in de regio en hopen onze gasten te verleiden dit ook te gaan bezoeken. Tenslotte kijken we naar de toekomst. Wat kan Nederland leren van het mijnverleden? En kan de regio nieuwe energie halen uit haar verleden? Zoals dat nu al letterlijk gebeurt met het mijnwater dat opgepompt wordt om huizen en gebouwen mee te verwarmen.
en werd meegewerkt aan het pop-up migratiemuseum in Heerlen. In 2021 organiseren we de fototentoonstelling Terug naar de mijnen van fotograaf Wouter Zaalberg over wat is er nu nog te zien is in de omgeving van de mijnindustrie. Andere plannen voor de toekomst zijn: 1. 2.
In ‘pand Kneepkens’ vertellen we straks dus het gehele verhaal van het Nederlandse mijnverleden. In het schachtgebouw blijven we het verhaal van de mijnwerker vertellen. Die plek is en blijft ‘the real thing’, een icoon voor een verdwenen verleden en een plek waar ondergronds en bovengronds echt met elkaar verbonden waren. 1.4 Samen verder ontwikkelen De scope van het Nederlands Mijnmuseum wordt aanzienlijk verbreed. Daarom is het nodig dat het museum in de toekomst samen met organisaties en groepen mensen in de regio en daarbuiten gaat samenwerken en zich ontwikkelt tot een netwerkmuseum. Vanuit de missie van het museum om het venster op het Nederlands mijnverleden te openen, wordt niet alleen binnen de muren van het eigen museum, maar ook op andere plekken (fysiek en digitaal) een breed publiek bereikt en betrokken. Een publiek uit de regio, Limburg, maar ook de rest van Nederland. Maar onze ambities zijn niet allemaal op korte termijn te realiseren, we zullen moeten faseren. Daarom beginnen we nu als eerste stap met de realisatie van het nieuwe museum in de binnenstad van Heerlen. Als dat gerealiseerd is, is er letterlijk en figuurlijk ruimte om volgende stappen te zetten. We gaan de komende jaren in ieder geval door met het programmeren van tijdelijke tentoonstellingen en evenementen.
In de afgelopen jaren organiseerden we al de tentoonstellingen Mijnwerkers en de Vroedvrouwenschool en Kolen en granaten (over de mijnen in WOII)
3. 4. 5. 6. 7.
Stemmen!: Waarom is het stemgedrag veranderd in de Mijnstreek de afgelopen 100 jaar? Mijntattoos: mensen fotograferen en interviewen die tattoos hebben die refereren aan de mijntijd; Koempelclubs en het ontstaan van het Nederlands betaald voetbal in de Mijnstreek; Moeder de vrouw: de rol van de mijnwerkersvrouw; Slaven van het zwarte goud: In het kader van het herdenkingsjaar slavernij 2023; OVS (Ondergrondse vakschool): van schooljongen tot koempel; Van kolen naar gas naar…: over energietransitie en duurzaamheid.
Het Nederlands Mijnmuseum heeft de afgelopen jaren vaak noodgedwongen haar tijdelijke tentoonstellingen buiten de eigen deuren georganiseerd. In de toekomst kan makkelijker een etage van het nieuwe pand of het schachtgebouw hiervoor gebruikt worden, maar het is nadrukkelijk de bedoeling juist ook buiten de eigen panden en in samenwerking met andere partijen tentoonstellingen en evenementen te blijven organiseren om zoveel mogelijk bewoners van de regio en het onderwijs te bereiken. 1.5 Leeswijzer In dit projectplan schetsen we de ontwikkeling van het nieuwe Nederlands Mijnmuseum in de binnenstad van Heerlen. We schetsen ons plan tegen de achtergrond van de urgentie van het verleden voor het heden. Daarom gaan we eerst in op die urgentie, op het waarom? Vervolgens schetsen we waar we als organisatie voor staan en welke
6
impact wij willen genereren en we gaan in op onze doelgroepen en samenwerkingspartners. Daarna volgt de inhoudelijke invulling van het nieuwe museum en het ondersteunende educatieve programma. En tot slot geven we inzicht in de financiële en organisatorische aspecten. 1.6 Tot slot Wij hopen dat u na het lezen van dit boek beseft op welk moment in de geschiedenis wij zijn aangeland: een keuzemoment. We hebben samen de keuze om het Nederlandse mijnverleden serieus te benaderen en letterlijk een plek geven die het verdient. Niet alleen een plek in de Canon van de Nederlandse geschiedenis, maar ook in een museum, dat dit verleden onderzoekt en bewaart en het relevant en actueel maakt voor nieuwe generaties. Met de ontwikkeling van dit nieuwe Nederlands Mijnmuseum kunnen we het venster Kolen en gas echt inhoud gaan geven. Wij doen dat graag samen met u. Bestuur en medewerkers van het Nederlands Mijnmuseum
Foto: SHCL, DSM archief
7
Waarom? De urgentie van het verleden voor het heden Waarom zouden we aandacht geven aan het Nederlandse mijnverleden? Waarom bouwen we een nieuw museum voor deze bijna vergeten geschiedenis? Het antwoord ligt in de grote betekenis van het verleden voor het heden.
2.1 Steenkool was alles In Zuid-Limburg sloten tussen 1966 en 1974 de steenkoolmijnen. 75 jaar hadden de mijnen hier het leven gedomineerd. De enorme impact van de komst van de mijnindustrie is moeilijk te bevatten. Heerlen groeide van een rustiek plattelandsdorp van ongeveer 6.000 inwoners naar een industriële stad van meer dan 60.000 inwoners is slechts enkele decennia. Alles draaide in de Mijnstreek om de mijnen: werk, onderwijs, het sociale leven, winkels, gezondheidszorg, cultuur en politiek. Zelfs de kerk was intensief verweven met de steenkoolindustrie. Dit hele sociale en economische construct stortte met de sluiting van de mijnen in slechts enkele jaren in elkaar. Wat over bleef was een crisis die tot op de dag van vandaag door dreunt in de regio. Lang was steenkool letterlijk en figuurlijk de essentiële brandstof voor de Nederlandse economie. De mijnbouw was de motor van de wederopbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Limburg was hofleverancier van het ‘zwarte goud’ en de Mijnstreek floreerde – althans, de middenklasse en de bovenlaag. Heerlen was een rijke stad en een echte winkelstad met de hoogste bontjassen dichtheid van Nederland na Rotterdam. Maar halverwege de jaren 60 veranderde alles. De ontdekking van het gasveld in Slochteren bezorgde ons land een goedkoper alternatief voor de steenkool.
En als er al steenkool nodig was, kon deze goedkoper uit het buitenland worden geïmporteerd. De Nederlandse steenkoolindustrie – en de tienduizenden werknemers die er hun dagelijks brood in verdienden – werd volledig overbodig. Vanaf 1966 werden in slechts een paar jaar tijd alle Nederlandse mijnen stilgelegd en ontmanteld. Op 31 december 1974 werd de laatste vracht steenkool van de enige nog productieve steenkolenmijn, de Oranje-Nassau I in Heerlen, naar boven gehaald. 8
Ruim 45 jaar na het sluiten van de laatste mijn in Limburg, is de regio het wegvallen van haar economische hart nog steeds niet helemaal te boven. De cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek - waarvan het hoofdkantoor bij wijze van vervangende werkgelegenheid voor de regio op de plek van de voormalige Oranje Nassau I mijn werd gebouwd – laten zien dat de regio de afgelopen decennia achterbleef bij de rest van Nederland. Bevolkingskrimp, vergrijzing en een broze werkgelegenheid zorgen ervoor dat de voormalige Mijnstreek sociaal-economisch gezien nog steeds aan het opkrabbelen is. 2.2 Verdwenen cultuur Maar met het verdwijnen van de mijnindustrie uit Zuid-Limburg voltrok zich ook een cultureel drama. Want met het verdwijnen van de mijnindustrie en de transformatie van het ‘zwart’ van de Mijnstreek naar het ‘groen’ van Parkstad (de naam die vandaag de dag gebruikt wordt voor wat ooit de Oostelijke Mijnstreek heette) verdween ook de mijnwerkerscultuur. In haar boek Coal. A human history, schrijft Barbara Freese daarover het volgende over het verdwijnen van de Engelse mijnwerkerscultuur: “The miners wanted to hold on to something already lost to most members of modern society: tight-knit communities, where multigenerational families lived close together, helping each other through hard times. They wanted to hold on to the jobs their fathers and grandfathers had held.
The fact that earlier generations had endured such hardship and bloodshed only cemented their dedication to the work.”
gevolgen van dien. Met het verdwijnen van het materieel erfgoed, verdween ook veel van het immateriële erfgoed van de regio. En zo kan het gebeuren dat weinig mensen het verhaal van deze regio kennen. Niet alleen toeristen, maar ook steeds meer (jongere) inwoners van de regio zelf, weten weinig over wat zich hier de afgelopen ruim honderd jaar heeft afgespeeld en waarom de streek is zoals zij is. 2.3 Verborgen sporen van het verleden Ondanks het verdwijnen van de grote mijncomplexen en het cement van de samenleving, zijn er nog overal sporen in de regio van het mijnverleden te vinden. Denk aan de voormalige mijnkoloniën waar de mijnwerkers woonden, de mijnsteenberg waar Snow World op gebouwd werd, het mijnterrein waar Pinkpop jaarlijks georganiseerd wordt, het beroemde mijnwerkerswarenhuis Schunck dat een tweede leven kreeg als cultuurcluster, maar ook VDL Nedcar, waar auto’s in elkaar worden gezet op de plek waar ooit ruwe mijnsteen werd verwerkt. Maar ook van de immateriële cultuur zijn nog vele sporen te vinden. Denk aan de rijke muziekcultuur van Zuid-Limburg met het Wereld Muziek Concours (WMC) in Kerkrade en de Parade in Brunssum als overgebleven exponenten, ‘koempelclub’ Roda JC, de nog ieder jaar georganiseerde koempelmissen en Barbaravieringen (Barbara is de beschermheilige van de mijnwerkers) en het stemgedrag van de Limburgse kiezers.
Maar ook de sociaal-economische zwaktes van de regio zijn een erfenis van het mijnverleden.
Het Engelse verhaal is in dit opzicht vergelijkbaar met dat van Nederland: met het verdwijnen van de mijnindustrie verdween het cement van de lokale samenleving. De sociale en culturele structuren stortten met eenzelfde vaart in als het tempo waarin de schoorstenen en mijncomplexen werden gesloopt. Met alle maatschappelijke 9
2.4 Identiteit en eigenwaarde Veel mensen, waaronder ook veel inwoners van de eigen regio, herkennen de sporen uit het mijnverleden niet of onvoldoende. Ze zijn zich niet bewust van hoe de geschiedenis van het zwarte goud nog altijd de omgeving en het leven hier kleurt. Een gebrek aan begrip en kennis over de eigen herkomst en cultuur leidt tot een gebrek van gevoel van een eigen identiteit en in het verlengde daarvan van eigenwaarde. Een samenleving functioneert gemankeerd wanneer dit fundament er niet is. Daarom is het voor een individu, maar ook voor een samenleving als geheel zo belangrijk om de eigen geschiedenis en cultuur zichtbaar en voelbaar te maken. Het helpt om vooruit te kijken en zelfbewust nieuwe wegen in te slaan. 2.5 Daarom moeten we nú handelen Met de komst van de nieuwe Nederlandse Canon ligt er een directe aansporing en concrete opgave: het invullen en levend houden van het venster op het Nederlandse mijnverleden. Dit mijnverleden kwam tot nu toe in het Nederlandse onderwijscurriculum vrijwel niet aan bod, waardoor veel jonge mensen hier nauwelijks iets van afweten. Zelfs veel mensen uit de regio Zuid-Limburg kennen deze geschiedenis nauwelijks meer. Het is daarom dringend nodig dat we op tal van manieren het verhaal van het Nederlands mijnverleden opnieuw blootleggen, vertellen en doorgeven aan toekomstige generaties.
Met het nieuwe Nederlands Mijnmuseum zetten wij hierin een grote stap.
Foto: SHCL, DSM archief
10
3
Onze opgave Nu we het belang en de urgentie om ons serieus te ontfermen over het Nederlandse mijnverleden helder hebben, kunnen we van daaruit onze missie formuleren.
3.1 Missie Wij onderzoeken, bewaren en ontsluiten de belangrijke en veelzijdige geschiedenis van de ontwikkeling, de bloei en het verdwijnen van de mijnbouw in Nederland. Daarbij krijgen zowel de technische en economische, als de sociale en culturele kanten van het mijnverleden de aandacht. Daarnaast wordt de betekenis van de mijnen en het mijnverleden ook in een actuele context bezien: Wat is de doorwerking van het mijnverleden in het heden? Welke lessen kunnen we trekken uit het steenkolentijdperk? Wat kunnen we doen met de structuren onder en boven de grond die wel bewaard bleven van het mijnverleden? Hoe inspireert het mijnverleden ons om de toekomst vorm te geven? Samengevat: De Stichting Carboon opent het venster op het Nederlands mijnverleden en laat zien wat de impact van de mijnindustrie voor Nederland en voor alle betrokkenen was en tot op heden nog steeds is. En als we de missie nog korter formuleren, dan luidt deze: Wij openen het venster op het Nederlandse mijnverleden. 3.2 Betekenis Net als elke culturele organisatie, willen ook wij met al onze activiteiten ‘betekenis’ hebben. Betekenis voor mensen individueel en betekenis voor de samenleving als geheel. Betekenis voor geluk en voorspoed, voor het welzijn en voor de welvaart. Voor mensen van vandaag en voor toekomstige generaties.
Wanneer we ons museumconcept en al onze activiteiten als uitgangspunt nemen, dan zien we dat er niet één, maar een heuse waaier aan betekenissen bestaat. Sommigen van die betekenissen zijn evident en direct waarneembaar, andere betekenissen 11
zijn indirect en soms moeilijk te meten, maar daarom niet minder waardevol. De cirkel hieronder drukt een aantal belangrijke domeinen uit waarvoor het Nederlands Mijnmuseum van betekenis is. Deze betekenisdomeinen kunnen wij helpen versterken.
Betekenissen Nederlands Mijnmuseum
imago vestigingsklimaat
Welvaart
werkgelegenheid bestedingen werk
toerisme
inkomen
investeringen
actief worden
Welzijn
levendige stad
optimisme
perspectief
pers. ontwik.
onderwijs
eigenwaarde
trots
zelfbewustzijn omgevingsbewustzijn
sociale structuren
expressie
collectief geheugen
ontspanning
burgerschap cohesie
begrip ontmoeting
3.3 Impact De figuur hiernaast geeft aan waar we van betekenis kunnen zijn, maar de mate waarin we daadwerkelijk van betekenis zijn noemen we onze impact. Wij streven ernaar dat onze activiteiten een wezenlijke, blijvende en positieve verandering tot stand brengen, dat is de door ons beoogde impact. Op een aantal terreinen stellen we onszelf specifieke ‘impactdoelen’ die gericht zijn op het versterken van: • Kennis en begrip met betrekking tot het mijnverleden in al zijn facetten • Zelfbewustzijn en omgevingsbewustzijn bij bewoners van de regio • Eigenwaarde en identiteit bij bewoners van de regio • Sociale cohesie en gemeenschapszin bij bewoners van de regio • Bezoekers en bestedingen in de stad en regio in de stad en de regio • Imago meer bekendheid en waardering van de stad en de regio Het Nederlands Mijnmuseum zal deze impactdoelen monitoren en in beeld brengen. Bij sommige opgaven is de impact duidelijk vast te stellen (bijvoorbeeld door bezoekers te tellen), maar vaak zal het exact meten van de impact lastig of zelfs onmogelijk zijn. We kunnen de impact dan wel ‘aannemelijk’ maken met behulp van redenaties op basis van wél bekende (afgeleide) gegevens.
identiteit
Collectief
Individueel
Met de onderzoeksresultaten kunnen we aan het publiek en onze stakeholders (o.a. financiers) laten zien dat we met het vernieuwde Nederlandse Mijnmuseum van betekenis zijn. Ook gebruiken we ze om bij te sturen en onszelf te verbeteren. 12
3.4 Concrete opgaven Kijkend naar de missie, betekenis, impact en impactdoelen, komen hier vanzelf een aantal concrete opgaven uit voort. De concrete opgaven kunnen we onderverdelen in drie inhoudelijke categorieën: Onderzoeken en kennisdelen, collectioneren, behouden en beheren en tenslotte presenteren en herinneren.
Onderzoeken & Kennisdelen
Omdat Rome ook niet in één dag gebouwd werd, zijn we realistisch over wat mogelijk en haalbaar is en faseren onze ambities. Fase 1 beslaat de jaren 2021 en 2022, fase 2 de periode vanaf 2023. Dit projectplan richt zich vooral op fase 1.
Collectioneren, Behouden & Beheren
Presenteren & Herinneren
Fase 1 2021/22
Conservator, externe experts, team van kundige vrijwilligers.
Collectioneren objecten en verhalen
Nieuwbouw en inrichting presentatie Nederlands Mijnmuseum
Samenwerking met andere instellingen en historische verenigingen
Behoud & Beheer van de collectie
Activiteiten en projecten in samenwerking met bevolking en partners
Fase 2 vanaf 2023
Nederlands Mijnmuseum als kenniscentrum
Stimuleren selectie van ‘mijnmonumenten’ in heel Limburg
Herinrichting en experience Schachtgebouw
Inzet voor ‘nationale strategie cultureel erfgoed mijnverleden’
Routes langs en ontsluiten van ‘mijnmonumenten’ Nationaal Herinneringsmonument Nederlands Mijnverleden
13
We volstaan hier met een korte toelichting op de drie inhoudelijke categorieën. 3.4.1 Onderzoeken en Kennisdelen Hoewel er over het mijnverleden al veel bekend is, liggen er ook nog stukken braak om (nader) te onderzoeken. Met name het bovengrondse mijnverleden, het dagelijkse leven en de bijbehorende cultuur, is vaak minder goed in kaart gebracht en wordt ook nog minder (museaal) getoond. En ook de periode na de mijnsluitingen verdient meer aandacht.
Hoewel er (nog) geen sprake is van een ‘Collectie Nederlands Mijnverleden’ ziet het Nederlands Mijnmuseum wel het belang van inventarisatie en bescherming van dit mijnerfgoed en ziet hier als netwerkmuseum ook een rol voor zichzelf weggelegd op termijn. Het verzamelgebied van het Nederlands Mijnmuseum beslaat: 1. Tussen ongeveer 1899 en 1974, in zijn technische, economische,
sociale en culturele ontwikkeling; 2. De sociaaleconomische ontwikkeling van de voormalige
Met onze eigen conservator en experts van buiten doen we onderzoek naar de eigen collectie en plaatsen deze tegen de achtergrond van de ‘Collectie Nederlands Mijnverleden’: de verhalen, objecten, gebouwen en landschappen die over de hele regio verspreid liggen. Bij het onderzoeken werken we als een echt netwerkmuseum samen met relevante spelers in het veld, zoals andere musea, archieven, historische verenigingen en universiteiten met als doel alle relevante kennis vanuit één (digitaal) punt te ontsluiten. Het Nederlands Mijnmuseum wil in de toekomst (vanaf Fase 2) als kenniscentrum fungeren dat kennisontwikkeling en kennisdeling stimuleert en dat de kennis via verschillende kanalen voor een groter publiek ontsluit. 3.4.2 Collectioneren, behouden en beheren Met haar eigen collectie vertelt het Nederlands Mijnmuseum een deel van het verhaal van het Nederlands mijnverleden. Daarvoor heeft het museum ook een collectieplan opgesteld. Het museum realiseert zich terdege dat het mijnverleden tot uitdrukking komt in een veel bredere waaier aan erfgoed buiten het eigen museum; bij andere instellingen, maar vooral ook in de openbare ruimte in stad en landschap. En bij mensen thuis, in objecten, maar ook in de talloze verhalen en herinneringen.
Limburgse Mijnstreek na de mijnsluiting (vanaf 1965) tot aan de huidige tijd. De Collectie Nederlands Mijnverleden reikt veel verder dan de collectie van het museum en ook verder dan alleen het roerend erfgoed zoals gereedschappen, machines, werktuigen, gebruiksvoorwerpen, kunstwerken, lampen, kleding, boeken, media etc. Het gaat ook om monumenten en mijnkoloniën, mobiel erfgoed (bijvoorbeeld de treinen van ZLSM), religieus erfgoed en landschapsstructuren zoals mijnsteenbergen. Het immateriële erfgoed wordt gevormd door de ‘oral history’ projecten met oud- mijnwerkers in de vorm van interviews op video, muziek, gebruiken, tradities, feesten en rituelen afkomstig uit de mijnwerkerssamenleving. Bij het verder ontwikkelen en uitvoeren van de collectiestrategie en ook bij het behoud en beheer wordt samengewerkt met Museumplein Limburg (Continium discovery center) in Kerkrade. Het Nederlands Mijnmuseum maakt al jaren gebruik van de expertise van dit museum, onder meer bij de registratie van haar collectie.
14
3.4.3 Presenteren en Herinneren Het nieuw Nederlands Mijnmuseum richt zich op het vertellen van het hele verhaal van het Nederlands mijnverleden. Het museum gaat dit erfgoed op meerdere manieren ontsluiten en presenteren. Allereerst in het nieuwe museum natuurlijk, daarover later in dit plan meer. Ook de locatie van het huidige museum, het schachtgebouw van de Oranje-Nassau I mijn, blijft gebruikt worden, want zoals eerder gezegd, dit is en blijft ‘the real thing’. Op termijn willen we daar met behulp van nieuwe technieken het publiek laten ervaren hoe het was om af te dalen in de mijn. Ook leent deze locatie zich goed voor wisselexposities. Als netwerkmuseum profileren we ons uiteraard ook in het digitale domein. Daar gaan we onder meer de samenwerking aan met www.demijnen.nl, een digitale schat aan informatie over het mijnverleden. En samen met partners als Visit Zuid-Limburg ontwikkelen we mijnroutes door de regio. Naast presenteren is ook ‘herinneren’ en ‘gedenken’ van belang. Immers de ondergrondse mijnbouw was een gevaarlijke tak van industrie waarin vele duizenden koempels door longziekten en ongelukken een vroegtijdige dood stierven. Ook dat verhaal wordt in het nieuwe Mijnmuseum verteld.
Vanwege de enorme impact die de mijnen en het verdwijnen ervan gehad heeft op de regio, de provincie Limburg en Nederland heeft Stichting Carboon het idee opgevat om het iconische schachtgebouw van de Oranje-Nassau I mijn tot nationaal monument van het mijnverleden om te dopen. Dé plek in Nederland waar we aandacht besteden aan de impact die de mijnen hadden op het leven van vele generaties in de Mijnstreek.
Foto: SHCL, DSM archief
15
3.5 Samenwerking Het onderzoeken, bewaren en ontsluiten van het mijnverleden is niet iets wat je op één locatie en met één organisatie doet. Daarom geloven wij sterk in het concept van een netwerkmuseum waarin we een verbindende schakel vormen in de samenwerking tussen lokale, regionale en landelijke organisaties. In de regio werkt het Nederlands Mijnmuseum al op verschillende manieren samen. Samenwerking vindt plaats op het gebied van aanbod en educatie, gezamenlijke projecten en tentoonstellingen,
collectieregistratie en marketing en vrijwilligersbeleid. Onder andere met de onderstaande partijen uit het erfgoedveld wordt al samengewerkt: Maar ook met andere culturele instellingen (podia en verenigingen), het onderwijs, toerisme (Visit Zuid-Limburg), het bedrijfsleven en overheden wordt samengewerkt.
Nederlands Mijnmuseum Professionele erfgoedinstellingen
Door mijnwerkers
Archieven
Continium discovery center
Schunck Museum Heerlen
Schacht Nulland Kerkrade
Regionaal Historisch Centrum Limburg
De Vondst, centrum voor archeologie
Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij
Mijnmuseum Brunssum
Archiefdienst DSM
Limburgs Museum
Steenkolenmijn Valkenburg
Historisch Goud
Relim, Gedachteniskapel van de mijnwerkers
Historische Verenigingen en Heemkundekringen
Sociaal Historisch Centrum voor Limburg Rijckheyt, centrum voor regionale geschiedenis
16
3.5.1 Samenwerking met Continium discovery center Speciale aandacht verdient de samenwerking met Continium discovery center in Kerkrade. Dit museum richt zich op wetenschap, technologie en technologische innovaties in het mijnverleden en de doorontwikkeling van de industriële bedrijvigheid naar het heden en de toekomst. Daarbij wordt mijnbouw in de context van de gehele industriële ontwikkeling van Limburg geplaatst. Daarnaast besteedt Continium bijzondere aandacht aan mijnbouwkunst. In een gezamenlijk ondertekend positioneringsdocument (zie bijlage aan het einde) zijn afspraken vastgelegd tussen het Nederlands Mijnmuseum, Continium discovery center en Schacht Nulland te Kerkrade over welke thema’s in de verschillende musea worden belicht. Het Nederlands Mijnmuseum richt zich niet zozeer op de techniek, maar belicht juist meer het menselijke aspect van het mijnverleden. Wij zoomen in op de impact van de mijnindustrie op het leven van duizenden, zo niet miljoenen mensen. Doel van de samenwerking met Continium is te komen tot een gezamenlijke en vooral betekenisvolle Collectie Nederlands Mijnverleden. Daartoe deelt Continium haar kennis over verzamelen, documenteren, behoud en onderzoek met het Nederlands Mijnmuseum. Continium is voor ons een belangrijke partner bij het ontwikkelen van ons collectiebeleid.
De professionele en ervaren krachten van Continium delen hun kennis en ondersteunen daarmee de ontwikkeling van ons museum.
Foto: SHCL, DSM archief
17
4
Voor wie? Voor wie willen wij betekenis hebben? Voor wie is ons werk van belang? Wie willen we bereiken?
4.1 Bewoners van de regio De primaire doelgroep van het Nederlands Mijnmuseum zijn de bewoners van de regio. Dat zijn voor een groot deel mensen die (bewust of niet) nog steeds verbonden zijn met het mijnverleden via (groot)ouders, familie of hun sociale omgeving. Maar ook de bewoners van de regio die geen directe verbinding met het mijnverleden hebben, worden (bewust of niet) nog dagelijks geconfronteerd met dat mijnverleden. Een mijnverleden dat nog alom aanwezig is in de vorm van landschap (denk aan mijnsteenbergen), infrastructuur (denk aan het mijnspoor), gebouwen (denk aan mijnscholen), wijken (denk aan mijnkoloniën), maar ook in tradities, gebruiken en zelfs de volksaard (denk aan koempelmentaliteit). Dus juist voor de bewoners van de regio die de wereld waarin zij dagelijks leven willen begrijpen, is het Nederlands Mijnmuseum van betekenis. We onderscheiden hier drie subdoelgroepen: 1.
De directbetrokkenen: de mensen die het van dichtbij mee hebben gemaakt: ex-mijnwerkers en hun familie, maar ook mensen die indirect betrokken waren of in de omgeving van een mijn woonden. Het is deze groep die ook vooral de verhalen en objecten naar het museum komt brengen. Overwegend 60+ en alle inkomensgroepen met een zwaartepunt op laag tot midden.
2.
Nieuwe generaties: mensen die niet zelf de mijntijd hebben meegemaakt, maar wel de consequenties van de sluiting. Het gaat bijvoorbeeld om nazaten van mijnwerkers, maar ook mensen die van buiten de regio hier naartoe kwamen. Wij vergroten bij deze groep het begrip voor de lokale wereld waarin zij leven en het begrip voor elkaar. Bestaat uit millennials (22 tot 30 jaar) en cluster 30 tot 60 jaar. Alle inkomensgroepen.
18
3.
Scholieren: elk kind in de Mijnstreek zou de geschiedenis van deze regio moeten kennen. Want elk kind zou moeten kunnen begrijpen waarom zijn/haar leefomgeving is zoals die is. Daarom gaat speciale aandacht uit naar het bereiken van scholieren (van primair onderwijs tot en met het voortgezet onderwijs). Zie ook hoofdstuk Educatie verderop.
4.2 Alle Nederlanders De secundaire doelgroep wordt gevormd door ‘alle Nederlanders’. Dat klinkt misschien aanmatigend of zelfs onverstandig – want door je op iedereen te richten, richt je je uiteindelijk op niemand – maar toch zit hier logica achter. Het Nederlands Mijnmuseum richt zich namelijk op dezelfde doelgroep als de Canon van Nederland en die richt zich op ‘alle Nederlanders’. Wij openen het venster Kolen en gas van de Canon en dat doen wij dus voor ‘alle Nederlanders’. Om mensen uit de zeer brede doelgroep van ‘alle Nederlanders’ te bewegen het museum en de regio te bezoeken, hebben we wel een meer gerichte marketingstrategie ontwikkeld. Deze strategie onderscheidt wederom drie subdoelgroepen: 1.
Inhoudelijk geïnteresseerden: mensen die speciaal vanwege de inhoud het museum en de omringende mijnmonumenten bezoeken. Zij komen ook af opwisseltentoonstellingen, presentaties en projecten. Geïnteresseerd in cultureel erfgoed en historie. Leeftijdscluster: 50 jaar en ouder. Midden tot hogere inkomens.
2.
Dag- en verblijfstoeristen: mensen die de regio bezoeken voor ontspanning en/of vakantie. Afkomstig uit het hele land en buitenland. Afkomend op de rust en schoonheid van het Limburgse landschap. Maar ook in voor een stedentrip. Verschillende leeftijdsclusters: stellen (30-50) en (50-75); jonge gezinnen. Midden tot hogere inkomens.
Foto: SHCL, DSM archief
19
3.
Scholieren: ook van buiten de directe regio trekt het museum in schoolverband kinderen aan. Daarbij geldt doorgaans een reisafstand van maximaal 70 kilometer (enkele reis). Dat komt neer op heel Limburg, Zuidoost-Brabant en aangrenzende landen.
4.3 Buitenlandse bezoekers Gezien de ligging van Heerlen, is het niet meer dan logisch dat het museum ook bezocht wordt door publiek uit Duitsland en België. Wanneer na de coronacrisis buitenlands bezoek aan de regio weer op gang komt, dan is de doelgroep toeristen om economische redenen voor zowel het museum als de stad en de regio van groot belang. Ook de buitenlandse bezoeker krijgt een beter begrip van de regio door een bezoek aan ons museum. 4.4 Bezoekersaantallen Er zijn een aantal redenen om te veronderstellen dat een bezoekersaantal van 20.000 per jaar zeker haalbaar moet zijn voor het museum. Het nieuwe museum ligt in het centrum van de stad, vlak naast het gemeentehuis. We verbreden het verhaal dat we vertellen aanzienlijk en vertellen het verhaal op een eigentijdse wijze. Hierdoor zal het museum meer groepen mensen aanspreken. Ook voor schoolklassen is het nieuwe museum aantrekkelijker en biedt het meer faciliteiten om de klassen goed te ontvangen. Er is meer ruimte binnen de begroting om het museum goed te vermarkten. Bovendien zit de regio toeristisch gezien enorm in de lift. In 2016 won Parkstad de prestigieuze Tourism for tommorow award van de World Travel Tourism Council.
De regio werd door de jury vooral geprezen om de transitie die zij in 15 jaar maakte van voormalig industrieel gebied naar een groene, toeristische bestemming met een aantal topattracties zoals Snow World en Gaia Zoo. De doelgroep toeristen maakt in de huidige situatie ook al 49% uit van het totaal aantal bezoekers, namelijk 36% uit Nederland en 13% uit het buitenland (zie cijfers hiernaast).
Bij het opstellen van het exploitatieplan gaan we uit van 16.500 betalende bezoekers per jaar. Zie hiervoor ook de financiële paragraaf aan het einde. De jaarlijkse bezoekersaantallen zijn ruwweg als volgt verdeeld: • Volwassenen vol tarief 10.000 • Volwassenen gereduceerd tarief 2.500 • Jeugd 2.500 • Scholieren 1.500 Herkomst van de bezoekers van het huidige museum
Regio
Landelijk
Buitenland
Scholieren 20
5
Ruimte voor het hele verhaal In Pand Kneepkens wordt straks het verhaal van het Nederlands mijnverleden verteld, vanaf ongeveer 1900 tot nu.
5.1 Pand Kneepkens Het nieuwe Nederlands Mijnmuseum vindt straks haar onderkomen in het rijksmonumentale pand van het voormalige warenhuis “Kneepkens”. Het pand weerspiegelt nog het welvaren van Heerlen in de hoogtijdagen van de mijnindustrie. Heerlen was toen een echte winkelstad, met gerenommeerde warenhuizen waar mensen uit de verre omtrek hun inkopen kwamen doen. Icoon van de bloei van Heerlen is het beroemde ‘Glaspaleis’ Schunck van architect Frits Peutz. Pand Kneepkens wordt ook wel ‘Het kleine Glaspaleis’ genoemd. Ook dit was een warenhuis voor de mijnwerkers en het is net als grotere broer Schunck ontworpen door architect Peutz. Pand Kneepkens heeft dezelfde kenmerkende paddenstoel-kolommen en open structuur en ook hier zorgt een glazen gevel voor veel daglicht. De locatie in het centrum van Heerlen biedt de mogelijkheid om een nieuwe museale publiekstrekker in het ‘Heerlense Museumkwartier’ te worden met het Romeins Museum en Centrum voor Archeologie De Vondst beiden op steenworp afstand. 5.1.1 Mijnwerkerswarenhuis Het voormalige warenhuis leent zich bij uitstek voor een presentatievorm die het principe van een warenhuis reflecteert: veel aanbod, ruimtelijke opzet, geen vast afgebakende route maar voor iedere bezoeker een vrije invulling van het verblijf.
Iedere verdieping biedt een keur aan onderwerpen, aantrekkelijk gepresenteerd, waar ieder iets van zijn of haar gading kan vinden. De verschillende onderwerpen krijgen een eigen wereldje: zoals merken in een warenhuis in een ‘shop in shop-concept’ hun identiteit kunnen manifesteren, zo worden ook hier de verhalen op een visueel onderscheidende en interactieve manier gepresenteerd. Collectiestukken worden in ‘de etalage’ gezet, en er is ruimte voor verdiepende teksten, audio- en filmfragmenten, fotografie en verrassende interactie. 21
5.2 Schacht- en ophaalgebouw Na de realisatie van het nieuwe museum in Pand Kneepkens, wordt in fase 2, dus vanaf 2023, het schachtgebouw opnieuw ingericht. Het schachtgebouw zal in de toekomst beschikbaar zijn voor wisselexposities, maar er wordt ook gewerkt aan realisatie van een ‘experience’ waarin het gevaarlijke, ondergrondse werk van de mijnwerkers centraal staat. Hier ervaar je straks het ‘echte werk’ en gaat het over kameraadschap en gevaar, over loodzware arbeid en het afdalen naar grote diepten, over smalle gangen en vochtige hitte en de voortdurende strijd aan het kolenfront. Achter het schachtgebouw staat het voormalige ophaalgebouw. Daar stond de machine die de lift bediende waarmee alle kool naar boven kwam en de mannen naar beneden gebracht werden. De ophaalmachine is de afgelopen jaren door de vrijwilligers van het museum weer draaiend gemaakt en zal ook onderdeel worden van de ‘mijnbeleving’.
de stad. Denk aan het voormalige hoofdkantoor van de OranjeNassau Mijnen, ook een rijksmonument tegenwoordig. Maar ook het brede spoor in Heerlen waarover de kolen per trein over heel Nederland verspreid werden en dat het noorden van de stad (het domein van de mijnwerkers) scheidde van het zuiden van de stad (het domein van de beambten en mijndirecties). Maar de route komt ook langs verdwenen historie, zoals de Witte Boerderij, het voormalige hoofdkantoor van de Staatsmijnen. Met (moderne) technieken maken we deze geschiedenis weer zichtbaar. En we leiden bezoekers door straten die vernoemd zijn naar de grondleggers van de mijnindustrie in de regio: Honigmann en Sarolea. En uiteraard ontbreekt het eerdergenoemde ‘Glaspaleis’ Schunck niet op de route. Op deze manier zijn schachtgebouw en warenhuis dus in samenhang en als totaalbeleving te bezoeken, waarbij binnen en buiten met elkaar verbonden worden.
Het voormalige schacht- en ophaalgebouw werden ternauwernood van de sloophamer gered bij de bouw van het naastgelegen CBSkantoor en hebben nu een iconische waarde als tastbaar monument van de verdwenen mijnbouwindustrie. Voor de oud-mijnwerkers voelen deze gebouwen als een soort heiligdom. Het schachtgebouw was immers de levensader van de mijn. Hier werd alles van boven naar onder en van onder naar boven vervoerd: mensen, kolen en materieel. Hier kwamen ondergronds en bovengronds letterlijk samen.
5.3 De stad vertelt De twee locaties van het museum symboliseren elk een deel van de geschiedenis van de Mijnstreek: het ondergrondse en het bovengrondse verhaal. Maar het verhaal gaat buiten de muren van de musea verder. Tussen het schachtgebouw en het warenhuis maken we momenteel samen met Visit Zuid-Limburg een wandelroute langs een twintigtal plekken die verbonden zijn met het mijnverleden van Foto: SHCL, DSM archief
22
6
Museaal Concept Op deze plek schetsen we de grote lijnen van het museale concept.
Wij richten ons op de periode vanaf 1899, toen de eerste mijn in bedrijf ging, tot aan de sluiting van de mijnen en de periode daarna. We belichten de mens en zijn/haar verhaal. Daarmee vormen we een aanvulling op Continium discovery center en Schacht Nulland in Kerkrade. Bij Continium ligt de nadruk ligt op wetenschap, technologie en technologische innovaties. Bij Schacht Nulland wordt het verhaal van de Kerkraadse mijnbouw verteld. In de bijlage bij dit document zijn de onderlinge afspraken met betrekking tot positionering vastgelegd.
Bron: Tinker Imagineers
23
6.1 Vier verdiepingen, vier kleuren, vier thema’s Het verhaal van het Nederlandse mijnverleden wordt straks verdeeld over de vier verdiepingen van het winkelpand. We beginnen beneden bij de oorsprong, steenkool, en eindigen boven bij het nu, met letterlijk een uitzicht over de stad en de regio van vandaag de dag. Iedere verdieping krijgt een kleur die symbool staat voor een aspect van het mijnverleden. Op iedere verdieping wordt dit aspect uitgediept aan de hand van vier thema’s. De thema’s vertegenwoordigen de pijlers van het leven in deze periode, en bieden aanknopingspunten om te vertellen hoe het was, hoe het zo gekomen is en hoe het is veranderd. De thema’s zijn: Huis en Gezin, Staat en Mijn, Kerk en Gezag, Jeugd en Vrije Tijd.
Bron: Tinker Imagineers
6.1.1 Zwart Het verhaal begint met steenkool, vandaar de kleur zwart. Op de begane grond leggen we uit dat steenkool een natuurlijke en weinig ingewikkelde substantie is. Maar wel een substantie die een buitengewoon grote impact op de menselijke beschaving heeft gehad. Sinds mensenheugenis wordt wereldwijd gebruik gemaakt van deze fossiele brandstof. De Romeinen, de Limburgse mijnen en de moderne mijnbouw van vandaag de dag komen aan bod. De steenkool mag dan verdwenen zijn uit de huiskamer, dat wil niet zeggen dat ze als brandstof minder gebruikt wordt tegenwoordig. Bij Zwart leggen we in diverse exhibits uit wat steenkool is, hoe het gewonnen werd en welke producten ervan gemaakt werden. Hier vertellen we ook over de dagelijkse praktijk onder de grond en de bijbehorende uitdagingen.
24
6.1.2 Goud Bij Goud leggen we uit dat steenkool de regio welvaart en rijkdom bracht. De komst van de grootschalige mijnbouw had een enorme impact op de streek. In amper twintig jaar veranderde het agrarische en dunbevolkte Zuid-Limburg in het industriële hart van Nederland. Heerlen was in de jaren 50 één van de rijkste steden van Nederland met tal van warenhuizen en een zeer hoge bontjassen dichtheid. Alles stond in dienst van de mijnbouw. Er werd een compleet nieuwe samenleving achter de tekentafel bedacht. Een ogenschijnlijk perfecte wereld waar het leven van de mijnwerker van de wieg tot aan het graf georganiseerd en verzorgd was. Het ontbrak de arbeider en zijn gezin aan niets. Op deze etage zien we welke rol staat, kerk en mijn speelden in het dagelijks leven van de mijnwerker en zijn familie. Een
Bron: Tinker Imagineers
baan bij de mijnen leverde bestaanszekerheid op en de onderlinge solidariteit ondergronds was groot. Ook besteden we aandacht aan het bovengrondse leven van de mijnwerker en zijn gezin, zoals de vele clubs en verenigingen op het gebied van sport en muziek. Maar Goud heeft niet alleen betrekking op de regio. Steenkool uit Limburg hielp heel Nederland er weer bovenop, het was de motor van de wederopbouw van Nederland en zorgde voor het herstel van industrie en economie.
25
6.1.3 Grauw Het Goud had ook een keerzijde, die komt tot uitdrukking op de derde etage, die Grauw als naam krijgt. Hier ervaren bezoekers de mindere kanten van het werk en de mijnwerkerssamenleving. Denk aan de gezondheidsproblemen (stoflongen), de ongelukken ondergronds, de verregaande controle van mijndirecties en kerk op het dagelijks leven (mijnpolitie), de crisis- en oorlogsjaren en uiteraard de sluiting van de mijnen en neergang van de regio. Hier zien we hoe de agrarische samenleving van Zuid-Limburg werd gekoloniseerd in dienst van het zwarte goud en veranderde in een industriële samenleving met alle gevolgen en vervuiling van dien. We besteden aandacht aan de verschillende crises en hoe deze de mijnwerkers en hun gezinnen troffen. We zien hoe er in goede tijden een instroom was van migranten, maar we zien ook hoe die massaal hun werk weer verloren of loon moesten inleveren in tijden van crisis. We zien de armoede en bijbehorende sociale misère.
We zien hoe de ontdekking van de gasbel in Slochteren in 1959 het begin van het einde inluidt voor de Limburgse mijnen. We brengen in beeld hoe minister van economische zaken Den Uyl in 1965 in Heerlen de geleidelijke sluiting van de mijnen aankondigt hoe de beloftes van herstructurering en vervangende werkgelegenheid slechts ten dele worden waargemaakt. Met als gevolg dat de werkloosheid de lucht in schiet, huwelijken stuk gaan, jongeren de regio ontvluchten of berusten in armoede. We zien het beeld van de mijnwerker kantelen van held naar slaaf van het grootkapitaal. Het gevoel bij de mijnwerkers in de steek gelaten te zijn, wordt versterkt door problemen rond de mijnwerkerspensioenen en de afhandeling van schadevergoeding aan de silicoseslachtoffers. De uitzichtloosheid wordt versterkt door de introductie van heroïne door terugkerende Amerikaanse Vietnamveteranen naar nabij gelegen militaire bases in Duitsland en de afbraak van de grote industriële mijnbouwcomplexen.
We kijken naar de impact van de Tweede Wereld Oorlog toen de Nederlandse mijnen onder leiding kwamen van de Duitse ‘Verwalter’.
Bron: Tinker Imagineers
26
6.1.4 Kleur De Mijnstreek verschiet vervolgens letterlijk van kleur door de transformatie van ‘zwart naar groen’. De voormalige Oostelijke Mijnstreek wordt omgedoopt tot Parkstad en voorzichtig krabbelt de regio uit het dal. Op de bovenste etage van het pand wordt de bezoeker meegenomen in een multimediale reis naar het nu. Niet aan de hand van objecten, maar aan de hand van verhalen en beelden zien we hoe de regio heeft voortgebouwd op het verleden. Soms letterlijk zoals in het geval van Snow World op de mijnsteenberg van de Wilhelmina-mijn.
en steeds meer verhalen komen naar boven. In toneelstukken (Lange Jan, Lange Lies), films (Glück auf, Barbara) en boeken (De geur van kolen, Het geluk van Limburg) komt dit tot uiting. De bezoeker krijgt niet alleen te zien wat er verdwenen is, maar vooral ook hoeveel er nog rest van dit vergeten verleden en wordt met de in ons museum opgedane kennis verleid de regio te verkennen en met andere ogen te bezien.
De regio zet in op cultuur en er wordt voorzichtig gesproken van een Culturele Lente. De schaamte en het zwijgen over het sluiten van de mijnen verandert in nieuwsgierigheid naar dit verborgen verleden
Bron: Tinker Imagineers
27
7
Educatieprogramma Elk kind zou de geschiedenis van zijn/haar eigen regio moeten kennen, dat geldt dus ook voor de kinderen van de Mijnstreek. Elk kind van hier zou moeten leren waarom deze regio is zoals zij is zodat ze het landschap waarin zij fietsen en de regio waarin zij wonen beter begrijpen. En ook de mensen die er wonen beter begrijpen. Begrip van je eigen omgeving en de mensen die er leven, vormt een belangrijke basis voor de ontwikkeling van een eigen identiteit.
Met de toevoeging van het venster Kolen en gas aan de Nederlandse Canon, ligt er ook een bredere, landelijke opgave om dit venster samen met het onderwijs voor kinderen en jongeren te ontsluiten. Het Nederlands Mijnmuseum heeft daarom een visie op educatie ontwikkeld die zowel het regionale perspectief behelst als het landelijke perspectief. Op verzoek kan het document waarin deze visie is vastgelegd worden toegezonden. Hieronder volgt een samenvatting op hoofdlijnen. 7.1 Ambities Het Nederlands Mijnmuseum ontwikkelt haar educatie op basis van vier ambities: Met ons educatieve aanbod sluiten we aan op het curriculum Nederlands onderwijs. Dat wil zeggen dat we aansluiten op de tien tijdvakken, de Nederlandse Canon en de kerndoelen die zijn geformuleerd. 2. Vanaf 2025 moet het educatieve aanbod van het Nederlands Mijnmuseum een vaste plek verworven hebben binnen het curriculum van het primair en voortgezet onderwijs in de Oostelijke Mijnstreek (Parkstad), de Westelijke Mijnstreek (Sittard-Geleen en omgeving) en daarbuiten. 1.
We groeien naar een situatie waarbij in onze regio vanaf 2025 alle leerlingen in groep 7 of 8 van het primair onderwijs en alle leerlingen in de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs in aanraking komen met het Nederlands Mijnmuseum. Dit kan zijn door een gastles, het volgen van een rondleiding of het volgen van een workshop, digitaal of fysiek. 4. De komende jaren initieert het Nederlands Mijnmuseum samenwerkingen met andere culturele instellingen om educatieve arrangementen en projecten op te zetten voor het onderwijs aan kinderen in de (voormalige) Mijnstreek. 3.
28
7.2 Vanuit de kerndoelen Met de onderwijskerndoelen voor ogen ontwikkelen we met behulp van educatieprofessionals en in samenwerking met het lokale onderwijs een permanent educatieprogramma dat kinderen vertrouwd maakt met de verborgen mijngeschiedenis en mijncultuur van hun omgeving. We verbinden het onderwijscurriculum met de zeggingskracht van het lokale erfgoed, met dat wat bij je om de hoek ligt. We zoeken met de leerlingen naar de materiële sporen van het mijnverleden, maar ook de verhalen, de cultuur, de tradities en gebruiken. Juist door dit lokale aspect naar voren te halen, ontstaat een nieuwe verbinding met de werkelijkheid, een ‘sense of place’: Ik kan de sporen zelf zien, ik kan de verhalen zelf horen, ik ben deel van de geschiedenis. 7.3 Nationale curriculum We constateren dat het mijnverleden tot op heden niet of nauwelijks aan de orde komt in het nationale onderwijscurriculum. Het Nederlands Mijnmuseum zet zich de komende jaren actief in om het venster Kolen en gas uit de Nederlandse Canon te vertalen naar onderwijsaanbod en opname van dat aanbod in het nationale onderwijscurriculum.
Foto: Anne Jannes
29
8
Marketingstrategie ‘Het venster Kolen en gas wordt geopend’ Het Nederlands Mijnmuseum heeft sinds 2005 permanent gewerkt aan haar naams- bekendheid. In eerste instantie binnen de regio en ZuidLimburg, de afgelopen jaren zijn stappen gezet om het museum ook onder de aandacht te brengen van doelgroepen buiten de regio. Denk bijvoorbeeld aan de samenwerking ‘Auf ins Museum’, gericht op inwoners van Aken en omgeving. Gezien de toeristische aantrekkingskracht van ZuidLimburg is de afgelopen jaren ook veel geïnvesteerd in het bereiken van dag- en verblijfstoeristen in het heuvelland. Op het gebied van educatie zijn stappen gemaakt in het aanbod en worden steeds meer scholen en leerlingen bereikt.
Nu er een volledig nieuw Nederlands Mijnmuseum komt dat het hele verhaal van het Nederlandse mijnverleden op een innovatieve en eigentijdse wijze gaat vertellen en dat in staat is grotere groepen mensen te ontvangen, wordt het bezoekerspotentieel van het museum ook meteen een stuk groter. Zoals al eerder gememoreerd in dit projectplan, biedt het nieuwe venster Kolen en gas in de Nederlandse Canon toegang tot een landelijk publiek. Om het tot nu toe onbenutte potentieel “aan te boren” zal intensief moeten worden ingezet op doelgerichte marketing en communicatie. Inzet van moderne communicatiemethoden en -middelen is daarbij een must. Op het gebied van marketing en communicatie zet het nieuwe museum dan ook in op een stevige professionalisering. Momenteel wordt in samenwerking met Mijn Marketing een marketingplan met bijbehorend campagneplan opgezet. Het Nederlands Mijnmuseum kent uiteenlopende (toekomstige) doelgroepen, van scholieren (basisschool en middelbaar onderwijs) tot inwoners van de regio, maar ook dag- en verblijfstoeristen uit binnen- en buitenland. Het is van belang de juiste doelgroep te bereiken met de juiste content op het juiste moment in hun klantreis.
Met behulp van een 360 graden marketingaanpak worden verschillende middelen ingezet om de (potentiële) doelgroepen te bereiken; online en offline, door middel van sociale media en zoekmachine marketing en door middel van drukwerk en gebruik van abri’s. Het is daarnaast van groot belang om ook indirect met potentiële bezoekers te communiceren. Zoals voor alle culturele instellingen geldt, blijft mond tot mond-reclame ook voor ons van wezenlijk belang. Met omliggende collega instellingen als het Romeins museum, Schunck en Centrum voor archeologie in Limburg De Vondst zal worden samengewerkt op het gebied van positionering, promotie, activiteiten en klantwerving. 30
De ligging in het Romeins kwartier, waar de verhalen van de stad Heerlen verteld worden en een aantal musea op steenworp afstand van elkaar liggen, en de uitstraling van het rijksmonumentale museumgebouw bieden ons veel voordelen. 8.1 Campagnes Met doelgerichte campagnes worden doelgroepen de komende jaren bereikt met een boodschap op maat en in de juiste fase van hun klantreis. Denk hierbij aan een speelse campagne voor scholieren van het primair onderwijs, een meer ‘sentimentele’ campagne voor directbetrokkenen uit de regio en een prikkelende campagne voor de dag- en verblijfstoeristen. Ook rond thematentoonstellingen, die de afgelopen jaren al veel publiek trokken, zal door middel van op maat gemaakte campagnes worden gecommuniceerd. 8.2 Storytelling Het vertellen en tot leven brengen van verhalen is een essentieel onderdeel van het concept van het nieuwe Nederlands Mijnmuseum. Ook in de marketing- en communicatiestrategie speelt storytelling een belangrijke rol. Mensen moeten zich kunnen identificeren met onze verhalen. Door middel van onder meer ‘video stories’, die gedeeld zullen worden via onze sociale mediakanalen, wordt het materiële en immateriële erfgoed van het mijnverleden tot uiting gebracht.
wat betekende de kolenindustrie voor de opbouw van ons land? waarom zijn we in de voormalige Mijnstreek zoals we zijn? waarom ziet de regio er zo uit?. We presenteren hiermee op een aansprekende wijze een belangrijk hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis. We streven er naar jaarlijks 20.000 bezoekers naar het nieuwe museum te trekken, waarvan minimaal 16.500 betalende bezoekers. 8.4 Samenwerking Samenwerkingen zijn een belangrijk onderdeel van de marketingen communicatiestrategie. Het nieuwe museum is simpelweg te klein om alles zelf te doen en zal zich daarom manifesteren als een netwerkmuseum. Dat wil zeggen dat zij de spin in het web wil zijn van een netwerk van organisaties en instellingen die zich bezighouden met de mijngeschiedenis. Daartoe zal (verdere) samenwerking worden gezocht met andere relevante organisaties in stad en regio. Partijen als Museumplein Limburg (Continium discovery center), Schacht Nulland, Relim Gedachteniskapel, Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij (ZLSM), Visit Zuid-Limburg (VVV), De Vondst, Romeins Museum Heerlen, Schunck etc. Er is grote potentie in de voormalige Mijnstreek om die samenwerkingsverbanden te verbreden en te versterken. Zeker nu de kolengeschiedenis verankerd is in de Canon van Nederland.
8.3 Doelstelling Het Nederlands Mijnmuseum voelt een sterke verantwoordelijkheid om actief invulling te geven aan het openen van het venster Kolen en gas uit de Canon van Nederland. De marketing- en communicatiestrategie van het Nederlands Mijnmuseum zal daar dus sterk op inspelen. Door middel van storytelling vertellen we het verhaal van het Nederlands mijnverleden en de impact van dit verleden op de huidige tijd. We stippen daarbij vraagstukken aan als: wat zijn kolen? hoe werd gewerkt onder de grond? hoe zag het leven van een mijnwerkersgezin eruit? 31
Schutterspark Brunssum
Mijnkolonie Treebeek Brunssum
Emmapark Brunssum
Mijnkolonie Slakhorst Hoensbroek
Mijnsteenberg ONIV (Sibelco) Heerlen Mijnkolonie Beersdal Heerlen Mijnkolonie Leenhof Landgraaf
Huidige Mijnmuseum in schachtgebouw Heerlen
Mijnkolonie Laurentiusplein Voerendaal
Pand Kneepkens Heerlen
Netwerkmuseum In ons netwerkmuseum in pand Kneepkens wordt het verhaal verteld over het mijnverleden van Nederland. Vanuit daar wordt de bezoeker doorverwezen naar al die plekken in de regio waar dat mijnverleden nog zichtbaar en tastbaar is en waar professionele organisaties en/of vrijwilligers het lokale verhaal vaak verder uitdiepen.
Watertoren Rimburg (Julia-mijn) Landgraaf
Mijnkolonie De Hopel Kerkrade Wilhelminaberg en gedachteniskapel Landgraaf
Continium/ Museumplein Limburg Kerkrade
Rolduc (begin mijnbouw) Kerkrade Schacht Nulland Kerkrade
Deze afbeelding laat een aantal plekken zien die relevant zijn voor het Nederlands mijnverleden, maar deze opsomming is niet compleet en ook buiten de regio Parkstad zijn plekken en organisaties waarmee we willen samenwerken.
ZLSM Simpelveld 32
9
Financieel Onze plannen zijn gefundeerd op een degelijk businessplan. Hierin worden verschillende financiële scenario’s gepresenteerd. Op deze plek geven we een samenvatting van de belangrijkste informatie uit dit businessplan. Op verzoek is het gedetailleerde businessplan uiteraard beschikbaar te stellen.
9.1 Investeringsbegroting Het nieuwe Nederlands Mijnmuseum gaat het voormalige warenhuis Kneepkens huren van de gemeente Heerlen. Gemeente Heerlen heeft het pand in januari 2021 aangekocht nadat de plannen van de architect en conceptontwikkelaars en de bijbehorende investeringsbegrotingen waren getoetst op realiteit en haalbaarheid.
Nederlands Mijnmuseum Investeringsbegroting Bouw en verbouw Aankoop gronden / gebouwen Kosten verbouwing / renovatie Diensten derden Onvoorzien Totaal bouw en verbouw
409.000 1.515.000 195.000 241.000 2.360.000
Museale inrichting Aankoop gronden / gebouwen Kosten realisatie concept Conceptontwikkeling Onvoorzien
Totaal museale inrichting
Totale investeringen
1.050.000 246.000 55.000
1.351.000
3.711.000
33
9.2 Overzicht dekkingsplan Investeringsopgave
3.711.000
Dekkingsplan investeringen Overheid Gemeente (gebouw) Gemeente (concept)
Totaal overheid
2.360.000 640.000