CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.0917.BP040100W000011-0401_Toelichting.pdf

Raadsvergadering . (video) 23 februari 2022, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan BMV Heerlerbaan33.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2.4

Regionaal beleid

2.4.1 Structuurvisie Parkstad Limburg De regio Parkstad Limburg heeft in 2009 een intergemeentelijke structuurvisie vastgesteld: 'Ruimte voor park & stad' . De visie beoogt de missie van de regio, 'het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit', te verwezenlijken. Als alle partijen hun krachten bundelen, moet het mogelijk zijn om in 2030 deze kwaliteiten in Parkstad Limburg te ervaren: Meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, onder andere door een groter contrast van stad en land; Een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten; Een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen-Centrum als Parkstad-centrum; een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen; Een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via de Parkstadring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft. De intergemeentelijke structuurvisie zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijke ontwikkeling.

Deze dragers zijn uitgewerkt door middel van vier hoofdthema's: 1. Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur: natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen en waterstructuren. 2. Economie - meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht: hoofdambitie is economische structuurversterking met als strategie ruimtelijke concentratie en revitaliseren van locaties die niet aan moderne eisen voldoen, onder toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande locaties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte. 3. Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking: herstructurering gaat voor uitbreiding. Het bedienen van de veranderende wensen van bestaande en nieuwe

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

22

doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uitbreiding buiten huidige stedelijke contour. 4. Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid: de ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regionaal als internationaal. De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding. De Bestuurscommissie Ruimte van de regio Parkstad Limburg heeft de Structuurvisie in 2015 kritisch tegen het licht gehouden en onderzoekt de mogelijkheden voor een aanscherping of actualisatie van dit beleid. Belangrijkste opgave hierbij is dat de samenwerkende gemeenten in de toekomst dienen te beschikken over een instrument dat hen in staat moet stellen om integraal in plaats van sectoraal, proactief in plaats van reactief en op het regionale schaalniveau te kunnen sturen op ruimtelijke ontwikkelingen en programma's. Daarbij zal ook expliciet aandacht zijn voor urgente, nieuwe ruimtelijke thema's zoals klimaat, milieu, water, grondstoffen en voedsel

De vier hoofdthema's uit de structuurvisie zijn concreet uitgewerkt in diverse beleidsnota's, op zowel regionaal als gemeentelijk niveau. Deze komen in de volgende paragrafen aan bod, waarbij tevens wordt aangegeven hoe deze hun uitwerking hebben op bestemmingsplan BMV Heerlerbaan.

Afbeelding - Uitsnede ontwikkelingskaart Structuurvisie Parkstad Limburg

Conclusie Het bestemmingsplan maakt een nieuwe BMV die wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Alle, op de locatie en binnen de directe omgeving van het plan, aanwezige kind- en maatschappelijke functies zullen in het nieuwe gebouw worden ondergebracht. De BMV omvat hierdoor de reeds aanwezige functies: primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de naastgelegen huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht. In opdracht van de raad heeft een Quick-Scan 'voorzieningenstructuur' plaatsgevonden in het stadsdeel Heerlerbaan met als doel bij de stakeholders opvattingen, standpunten, inzichten

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

23

en ideeën op te halen om te kunnen toetsen of de vastgestelde structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid Limburg (SVREZL), nog steeds haalbaar en uitvoerbaar is en op basis van het resultaat van de quick scan te bepalen wat het vervolgtraject is om te komen tot een integrale visie voor Heerlerbaan. De BMV is nadrukkelijk bij de quick scan meegenomen. De conclusie uit de quick-scan ten aanzien van de BMV luidt: Aanbevolen wordt voor de verdere planvorming van de Brede Maatschappelijk Voorziening Heerlerbaan uit te gaan van de locatie Bautsch en directe omgeving; Daarom is geen sprake van een onevenredige aantasting van de visie zoals beschreven in de Structuurvisie Parktstad Limburg. Hiermee is er geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

2.5

Gemeentelijk beleid

2.5.1 Structuurvisie Heerlen 2035 Op 7 juli 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Heerlen 2035 vastgesteld. Met dit planologisch instrument kan de gemeente de ruimtelijke sturing beter afstemmen op de ruimtelijke opgaven van de toekomst. De structuurvisie is opgesteld op basis van een belangrijk kantelpunt in de historie van ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. De grenzen van de groei zijn bereikt. Er is een eind gekomen aan een onafgebroken periode van vraag naar ruimte en vastgoed. Nieuwe ontwikkelvraagstukken hebben nu vooral te maken met de vraag hoe om te gaan met bestaand vastgoed en vrijkomende ruimte. De ruimtelijke opgaven voor de toekomst hebben veel vaker betrekking op bestaand vastgoed in plaats van nieuwbouw en zullen gekenmerkt worden door termen als: flexibel, tijdelijk, duurzaam en kleinschalig. Ook de rol van de gemeente verandert. Heerlen moet de slag maken van een toetsende naar een faciliterende overheid. Niet alles zelf herontwikkelen, maar vooral ook initiatieven van ondernemers, marktpartijen en inwoners mogelijk maken, met de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in deze structuurvisie als uitgangspunt. Deze transitieopgaven lopen als een rode draad door de structuurvisie. In de structuurvisie staan inhoudelijk vier thema's centraal: Vitale stad, Centrale stad, Innovatieve stad en Verrassende stad. 2.5.1.1

Vitale stad

In het thema Vitale stad wordt een beeld geschetst van woonwijken in 2035. Aan de ene kant willen we inzetten op minder woningen, maar vooral ook op woningen met meer kwaliteit en variatie. Dus geen grootschalige uitbreidingsnieuwbouw meer, maar inzetten op het doorbreken van de eentonigheid van sommige woonbuurten. Aan de andere kant willen we goede voorzieningen blijven aanbieden. Dat kan soms betekenen dat een voorziening uit de buurt verdwijnt als het verzorgingsgebied voor die voorziening te klein wordt. In die gevallen zetten we in op het vormen van sterke voorzieningenclusters in buurten en stadsdelen. 2.5.1.2

Centrale stad

In het thema Centrale stad beschrijven we hoe we de rol van Heerlen als centrumgemeente in de regio kunnen versterken. Belangrijke speerpunten daarbij zijn een compact kernwinkelgebied met een compleet en gevarieerd winkelaanbod, het realiseren van een Smart Services Campus en het versterken van het stedelijk woonmilieu. Cultuur in al zijn facetten is daarbij een belangrijke bindende factor.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

24

2.5.1.3

Innovatieve stad

In het thema Innovatieve stad geven we aan hoe we anders kunnen omgaan met stedelijke ontwikkelopgaven bij veranderende omstandigheden. Het hergebruiken van bestaand vastgoed en vrijkomen van ruimte na sloop spelen daarbij een belangrijke rol. Bovendien willen we mondiale duurzaamheidsvraagstukken verbinden met lokale transitieopgaven. Heerlen heeft de ambitie om in 2040 een klimaat-neutrale stad te zijn. Dat is een stad waarin processen rond wonen, werken en leven, niet op negatieve wijze bijdragen aan klimaatverandering. 2.5.1.4

Verrassende stad

In het thema Verrassende stad wordt beschreven hoe we bestaande cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten beter zichtbaar en tastbaar kunnen maken in de stad. Door het behoud van deze waarden te integreren in de lokale transitieopgaven, krijgen plekken en panden waarmee mensen zich verbonden voelen nieuwe betekenis. Het resultaat van deze transitie is een verrassende stad, waarin het “Verhaal van Heerlen” tot uitdrukking komt. 2.5.1.5

Conclusie

Het bestemmingsplan maakt een nieuwe BMV die wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Alle, op de locatie en binnen de directe omgeving van het plan, aanwezige kind- en maatschappelijke functies zullen in het nieuwe gebouw worden ondergebracht. De BMV omvat hierdoor de reeds aanwezige functies: primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de naastgelegen huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht. Daarom is geen sprake van een onevenredige aantasting van de visie zoals beschreven in de Structuurvisie Heerlen 2035. Hiermee is er geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

2.5.2 Parkeernota Heerlen - Deel 1 Visie- en Ambitiedocument Op 20 april 2016 heeft de gemeenteraad van Heerlen de 'Parkeernota Heerlen – Visie en Ambitiedocument' vastgesteld. Het College van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad hadden de wens uitgesproken om het bestaande parkeerbeleid te herijken. Zowel in het coalitieakkoord 2014-2018 als in het addendum Parkeernota 2010 is aangegeven dat er behoefte is aan een nieuwe parkeernota waarin de diverse parkeersystemen integraal meegenomen worden. Daarnaast is de positie van de gemeente op de parkeermarkt veranderd na de verkoop van haar parkeervastgoed. De gemeente is nu slechts een speler op de markt van straatparkeren. Ook is haar rol op publiekrechtelijk gebied constant in ontwikkeling. Op hoofdlijnen dient het nieuwe parkeerbeleid te zorgen voor een betere afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van parkeren, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Het anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en het bieden van een gastvrij en klantvriendelijk parkeersysteem maken hier onderdeel van uit. Aan de hand van de huidige situatie en een aantal toekomstige ontwikkelingen is een beeld geschetst van de verwachtingen ten aanzien van het parkeren in Heerlen de komend jaren.

Hierbij is onder andere aandacht besteed aan ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, technologie en maatschappij. Uit de sessies met de klankbordgroep zijn drie ambities afgeleid: Toegankelijk, leefbaar en praktisch passend. Deze ambities vormen de rode draad bij de verdere invulling van de beleidsuitgangspunten en uit te werken acties cq maatregelen. Enkele in het oog springende beleidskeuzes zijn, per deelgebied: betaald parkeergebied: parkeerders parkeren in het gebied waar ze hun bestemming hebben en er wordt gezorgd voor een leefbaar woongebied met een goede verhouding tussen groen, auto's en beton; vergunninggebied: bewoners kunnen ongelimiteerd parkeren aan de hand van hun vergunning en er zal een eenduidig digitaal vergunningensysteem worden ingevoerd; blauwe zone gebied: de huidige blauwe zones worden op termijn vervangen door een

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

25

eenduidig digitaal systeem. Daarnaast worden de acht actuele thema's die niet direct gerelateerd zijn aan één van de drie gebieden, kort uitgewerkt. Per doelgroep worden beleidspunten weergegeven, wederom per geografisch deelgebied. Enkele in het oog springende punten zijn: werknemersparkeren in eerste instantie op eigen terrein; beschikbare restcapaciteit in het deelgebied zelf of in een aangrenzend deelgebied wordt zo optimaal mogelijk ingezet voor meerdere doelgroepen; per doelgroep en per deelgebied wordt nagegaan tegen welke tarieven deze kunnen parkeren. De parkeerbalans is in deze gevallen leidend en bepaalt de mogelijkheden om een tekort aan capaciteit in te vullen tegen een passend tarief. In tegenstelling tot de eerdere 'Parkeernota Heerlen 2010' is ervoor gekozen om deze nieuwe beleidsnota in twee delen op te knippen en wel: de 'Parkeervisie & Ambitie' en de 'Parkeermaatregelen'. In het eerste deel 'Parkeervisie & Ambitie' wordt de parkeervisie van de gemeente Heerlen uiteengezet op basis van haar ambitie in de stad, de relaties naar de ruimtelijke en economische ontwikkeling in de stad en de beleidskaders die hierbij passend zijn. In het tweede deel 'Parkeermaatregelen' worden de verschillende beleidsinstrumenten (maatregelen) uitgewerkt.

De Parkeernota geldt als “rode draad” voor het totale parkeerbeleid en geeft richtlijnen voor de verder uit te werken maatregelen en deelnota's. De juridische en beleidsmatige verankering is vastgelegd in het visiedocument, de uitwerking van deze visie in de praktijk vindt in diverse deelnota's, die de maatregelen bevatten, plaats. De status van deze nota is derhalve richtinggevend voor de deelnota's. Een en ander is in het onderstaande schema weergegeven. De onderhavige parkeernota is ondergeschikt aan de Mobiliteitsvisie Heerlen. Uiteindelijk zal de Mobiliteitsvisie als kapstok dienen voor de diverse thematische nota's, zoals de Parkeernota. Onder de Parkeernota hangen vervolgens de verschillende uitvoeringsnota's, zoals de 'Nota Parkeernormen' en de 'Nota Digitalisering'. Ten behoeve van het economisch goed functioneren van een winkelgebied dan wel binnenstad alsook het faciliteren van verschillende doelgroepen, zowel in garages als op straat, wordt het parkeren in Heerlen gereguleerd. In Heerlen kunnen er immers verschillende parkeerreguleringsgebieden teruggevonden worden: betaald parkeergebieden; vergunninggebieden; parkeerschijfzones; vrije parkeergebieden

Conclusie Het bestemmingsplan maakt een nieuwe BMV die wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Alle, op de locatie en binnen de directe omgeving van het plan, aanwezige kind- en maatschappelijke functies zullen in het nieuwe gebouw worden ondergebracht. De BMV omvat hierdoor de reeds aanwezige functies: primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de naastgelegen huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

26

Afbeelding - Parkeren BMV De aanwezige parkeervoorzieningen, zoals het parkeerplaatsen aan de Vullingsweg en de parkeervoorziening bij de Caumerbron, blijven na realisatie van het plan aanwezig. Daarnaast worden er op een nog nader te bepalen plaats aan de Vullingsweg/Corisbergweg 25-30 extra openbare parkeerplaatsen aangelegd om de parkeerdruk die er nu al is (niet alleen van de school) op te vangen. Het plan en deze parkeervoorzieingen zijn opgenomen in de parkeerbalans. Daarom zijn en blijft er voldoende parkeergelegenheid in de directe nabijheid van het plangebied. Tussen het nieuwe pand en de bestaande retailgelegenheden zal teven een Kiss-and-ride voorziening worden gerealiseerd, hetgeen zal zorgen voor minder verkeersoverlast op de Vullingsweg door ouders die hun kinderen naar school brengen en/of komen ophalen. Het plan is daarom in overeenstemming met de uitgangspunten van de Parkeernota Heerlen en vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

2.5.3 Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid Heerlen (IMAH) 2017-2024 In de Leegstandvisie zet de gemeente haar visie op de aanpak van leegstaand commercieel en maatschappelijk vastgoed voor de periode 2016-2021 uiteen. Uitgangspunt is het leggen van prioriteit bij de clusters die in verschillende beleidsnota's zijn benoemd als belangrijk voor de economische c.q. voorzieningenstructuur. Ten aanzien van maatschappelijk vastgoed is dit uiteengezet in het Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid Heerlen (IMAH), dat sinds oktober 2010 door de gemeente Heerlen wordt gehanteerd als een integraal beleid voor maatschappelijke accommodaties. De uitgangspunten uit het IMAH vormen een integraal afwegingskader voor de maatschappelijke accommodaties in Heerlen, zowel bestaand als nieuw te realiseren. Het schetst hoe de gemeente Heerlen met (toekomstige) initiatieven om wil gaan om de toekomstbestendigheid van maatschappelijke accommodaties te garanderen. Daarmee is het zowel een toetsingskader als een richtinggevend document.

De uitgangspunten betreffen: Clustering van functies: zoeken naar meerwaarde (samenwerking of publieksaantrekkende werking) door individuele functies voor verschillende doelgroepen en activiteiten te clusteren en gedeeld gebruik gezamenlijke accommodaties (besparen huur- en onderhoudskosten; efficiëntie) Spreiding: garanderen dat alle inwoners in of nabij hun eigen omgeving toegang hebben tot de gewenste maatschappelijke accommodaties; Kwaliteit: beschikbare accommodaties zijn afgestemd op de behoefte van nu, maar ook van de toekomst; Aanbod & capaciteit: uitgangspunt is dat de markt het aanbod van accommodaties bepaalt en de gemeente in beginsel een ondersteunende en faciliterende rol speelt. De gemeente

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

27

streeft naar optimalisatie van de bezetting (ten behoeve van een betere exploitatie), het voorkomen van leegstand en het toekomstbestendig maken van de accommodaties die er zijn. Eigendom & beheer en Toegankelijkheid & duurzaamheid. Conclusie Het bestemmingsplan maakt een nieuwe BMV die wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Alle, op de locatie en binnen de directe omgeving van het plan, aanwezige kind- en maatschappelijke functies zullen in het nieuwe gebouw worden ondergebracht. De BMV omvat hierdoor de reeds aanwezige functies: primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de naastgelegen huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht. Daarom is na realisatie van het plan geen sprake van vrijkomende en daarmee leegstande panden. Hiermee voldoet het plan aan de uitgangspunten van het IMAH en de Leegstandsvisie en vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

2.5.4 Groenbeleidsplan Het gemeentelijke Groenbeleidsplan is op 14 mei 2013 vastgesteld en vormt sindsdien het gemeentelijk groenbeleid. In dit plan is het vorige groenstructuurplan geïntegreerd.

Het Groenbeleidsplan geeft een middellange termijnvisie (2010-2025) op de gewenste ontwikkeling van het (semi-)openbare groen van de gemeente Heerlen. Behalve een visie op de gemeentelijke groenstructuur bevat het Groenbeleidsplan ook een kader voor het groenbeheer en is er tevens een uitvoeringsprogramma aan gekoppeld. Het Groenbeleidsplan heeft als hoofddoelstelling een integrale, samenhangende en tevens duurzame groenstructuur te realiseren, die recht doet aan de identiteit en eigenheid van Heerlen als onderdeel van Parkstad Limburg en voldoende robuust van karakter is waar het gaat om behoud en verbetering van leefbaarheid en groene kwaliteit.

In de visie op de groenstructuur van de gemeente Heerlen is uitgegaan van de volgende integraal samenhangende componenten: Het landschappelijke kader van Heerlen; De hoofdgroenstructuur van Heerlen; Steenbergen als symbool voor een grenzeloze regio; Schakels tussen Heerlen en het omliggende Euregionale landschap; De hoofdinfrastructuur als uithangbord voor 'park' en 'stad'; De historische structuur als (groene) parels in het stedelijke weefsel; Stadsombouw Heerlen: robuust groen met nieuwe functies.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

28

Afbeelding - Groenbeleidsplan Heerlen

De hoofdgroenstructuur van Heerlen kadert de ligging van de verschillende stadsdelen in. Om een goede aansluiting te vormen op de gemeentelijke hoofdgroenstructuur is per stadsdeel de gewenste ontwikkeling van de hoofdgroenstructuur verder uitgewerkt.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

29

Afbeelding - Uitsnede plankaart groenbeleidsplan stadsdeel Heerlerbaan

Groenvisie Heerlerbaan, zoals beschreven in het groenbeleidsplan. Gezien de duidelijke scheiding tussen de woonbuurten en de bedrijventerreinen in dit stadsdeel valt de visie ten aanzien van de ontwikkeling van de groenstructuur eveneens uiteen in twee delen. Voor de woonbuurten geldt, dat deze op duurzame wijze worden ingebed in de hoofdgroenstructuur. Hierbij ligt de nadruk op een harmonieuze relatie tussen de groenstructuur van het brongebied van de Caumerbeek en de groenstructuur van de omliggende woonbuurten. Ditzelfde geldt voor de relatie tussen de buurten Hoogveld en Vrusschemig en het bos op de Hooghees. De groenstructuur van de buurten zelf dient op duurzame wijze behouden te worden, zodat een kwalitatief hoogwaardige woon- en leefomgeving in stand gehouden kan worden. Conclusie Door functies te clusteren wordt een grotere inbreuk op groenstructuren voorkomen. De groenbestemmingen worden in bestemmingsplan BMV Heerlerbaan en de directe omgeving ook weer als groen bestemd.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

30

2.5.5 Duurzaamheidsvisie Heerlen 2017 Duurzaamheid betreft een integrale afweging van belangen voor de korte en de lange termijn, voor alle relevante stakeholders in het gebied. In de duurzaamheidsvisie van Heerlen 2017 kiest de gemeente voor drie pijlers binnen duurzaamheid: Energietransitie, Gezonde Stad (leefomgeving) en Circulaire Economie. Deze pijlers bevatten de belangrijkste gemeenschappelijke doelstellingen van zowel de gemeente als de bedrijven en instellingen in de stad: We werken aan beperking van klimaatverandering d.m.v. energiebesparing en inzet hernieuwbare energie. We bewaken en verbeteren de kwaliteit van leefomgeving t.b.v. een gezonde en aantrekkelijke stad om in te wonen, werken en leven. We stimuleren de ontwikkeling van duurzame producten en processen waar dit een bijdrage levert aan een betere leefomgeving of aan energietransitie. Er zijn geen normen vastgelegd voor het begrip duurzaamheid. Op enkele thema's binnen duurzaamheid, zoals leefomgeving, water en groen, is sectorale wet- en regelgeving van toepassing. De toetsing aan deze kaders komt elders in de onderbouwing aan de orde. Voor energietransitie is een regionaal beleidskader geformuleerd (zie hieronder), voor klimaatadaptatie en circulaire economie is het in ontwikkeling.

Waar mogelijk en nodig sluiten we aan bij de landelijke akkoorden klimaatakkoord, deltaplan ruimtelijke adaptatie en grondstoffenakkoord. Op termijn zullen hieruit beleidsregels volgen die zullen landen in het omgevingsplan. 2.5.5.1

Energietransitie

Het Parkstad Limburg Energietransitie ambitiedocument (PALET) geeft een vooruitblik op de kansen en mogelijkheden voor een energieneutrale regio in 2040. Vanuit ruimtelijk oogpunt worden er gebieden benoemd die potentieel geschikt zouden kunnen zijn voor de opwekking van zonne- en windenergie en gebruik van bodemenergie. In 2015-2016 is de lange termijn doelstelling om in 2040 als regio energieneutraal te zijn, vertaald in een uitvoeringsprogramma voor de korte termijn (2016 - 2020). In dit programma zijn concrete acties, maatregelen en projecten benoemd die er toe moeten leiden dat in 2020 ten minste 8% van de totaalopgave tot 2020 wat betreft energiebesparing en duurzame energieopwekking is gerealiseerd. Eén van de thematafels van PALET 3.0 is het 'regionaal afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking'. De Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid heeft hiertoe op 14 juli 2016 besloten incl. financiële middelen toegekend. Aanleiding voor dit afwegingskader was de constatering dat de ruimtelijke component weliswaar stevig is verankerd in het PALET-beleid, maar te grofmazig en globaal is om op project- en locatieniveau invulling te geven aan een zorgvuldige ruimtelijke afwegingen landschappelijke inpassing.

Het afwegingskader, zijnde een beleidsregel, fungeert als: Inhoudelijke uitwerking van het kaderstellende PALET-beleid, met als inzet dat de Parkstad-gemeentensamen (meer) in staat zijn om initiatieven ten aanzien van zonne-energie en windenergie af te wegen; Procesmatige uitwerking van het kaderstellende PALET-beleid, met als inzet dat de Parkstad-gemeentensamen (meer) in staat zijn om processen in het kader van initiatieven voor zonne-energie en windenergievorm te geven; Aanjager voor de vertaling van regionale en gemeentelijke onderdelen uit het uitvoeringsprogrammaPALET 3.0 in concrete projecten voor zonne-energie en windenergie; Groeimodel waaraan in de toekomst evt. bouwstenen worden toegevoegd; Kader voor samenwerking tussen de acht Parkstad-gemeenten. Het 'PALET Regionaal Afwegingskader Grootschalige Duurzame Energieopwekking' bestaat uit: Bouwsteen 1: Windenergie Bouwsteen 2: Zonne-energie Bouwsteen 3: PALET 3D-tool grootschalige duurzame energieopwekking

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

31

Voorbeeldboek windenergie- en zonne-energieprojecten De Parkstad-gemeenten kunnen individueel besluiten om de bouwstenen van het regionaalafwegingskader op lokaal niveau aan te vullen, zij het in nauwe afstemming met de andere gemeentenvia de PALET-Broedkamer.

Doorwerking plangebied Het bestemmingsplan maakt een nieuwe BMV die wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Op het dak van het nieuwe gebouw zullen zonnepanelen worden aangebracht voor de opwekking van duurzame energie. Tevens dienen gemeentelijke bouwplannen vanaf 2020 energieneutraal gerealiseerd te worden. 2.5.5.2

Conclusie

Het voorliggend bestemmingsplan voldoet aan de uitgangspunten van de Energietransitie en vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

2.5.6 Archeologiebeleid gemeente Heerlen Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valetta tot stand gekomen. Het Verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. In 1992 ondertekende Nederland het 'Verdrag van Malta'. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologisch erfgoed geregeld. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer en sinds september 2007 is de Archeologische monumentenzorg geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988. De essentie is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is Volgens de wettelijke verplichting wordt in bestemmingsplannen rekening gehouden met bekende en verwachte archeologische waarden.

De Erfgoedwet juncto Monumentenwet 1988 geeft een vrijstelling van de onderzoeksplicht voor projecten kleiner dan 100 m2, maar geeft de gemeente de vrijheid deze vrijstelling aan te passen. Die afwijking kan zowel naar boven als naar beneden plaatsvinden. Voor de diepte van bodemingrepen bevat de wet geen grens. Beleidsnota archeologie Op 31 oktober 2018 is de beleidsnota archeologie 'Erfgoed is identiteit, beleidsnota archeologie gemeente Heerlen ' vastgesteld. In deze beleidsnota wordt het beleid ten aanzien van de omgang met het archeologisch bodemarchief voor de komende jaren vastgelegd. Het archeologisch beleid van de gemeente Heerlen heeft tot doel haar archeologische erfgoed te beschermen en te ontsluiten als bron van het 'gemeenschappelijke geheugen' en als middel voor wetenschappelijke studie, zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk. Deze formulering waarborgt behoud en ontsluiting van het archeologisch erfgoed in de gemeente, maar laat ruimtelijke ontwikkelingen even goed toe. Het is een doelstelling die niet alleen praktisch uitvoerbaar en proportioneel is, maar ook haalbaar. Naast het beleidsmatige aspect wil de gemeente Heerlen ook de economie versterken door het potentieel van de archeologie te gebruiken. Cultureel erfgoed en toerisme zijn nauw verbonden.

Cultureel erfgoed is een waardevolle faciliteit voor zowel bewoners van, als bezoekers aan een gebied. Het cultureel erfgoed vormt vaak de bepalende factor in de regionale of lokale identiteit. Vanuit economisch perspectief kan cultureel erfgoed beschouwd worden als kapitaalgoed met een potentieel hoge economische waarde.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

32

2.5.7 Archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaarten en archeologiebeleid/ondergrenzen Voor geheel Parkstad Limburg is een archeologische verwachtings-en beleidskaart opgesteld. Deze kaart is gebaseerd op uitgevoerd inventariserend archeologisch onderzoek. Voor de gemeente Heerlen en de overige Parkstadgemeenten is door archeologisch adviesbureau RAAP een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Het RAAP-rapport betreft een bureauonderzoek naar de archeologische verwachtingen waarbij een inventarisatie heeft plaatsgevonden van de bekende archeologische vindplaatsen binnen de Parkstadgemeenten en van landschappelijke (geologische en geomorfologische) en bodemkundige gegevens van het grondgebied. Daarnaast zijn de uitgevoerde archeologische onderzoeken geïnventariseerd, waarbij rekening is gehouden met vergraven of ontgronde gebieden, en heeft een literatuuronderzoek plaatsgevonden. In dit verband is onder andere ook het Actueel Hoogtebestand Nederland bestudeerd. Op basis van de genoemde inventarisaties is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld, dat is vertaald in een geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaart. Deze kaart is door de gemeenteraad van Heerlen vastgesteld op 1 oktober 2013.

Het doel van de archeologische verwachtings- en beleidskaart is het zichtbaar maken waar archeologische waarden aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, en het daaraan koppelen van een onderzoeksplicht. Hiermee wordt tevens duidelijk bij welke werkzaamheden wel en bij welke geen archeologisch onderzoek noodzakelijk zal zijn. In de kaart worden de volgende zes categorieën onderscheiden. Categorie 1: beschermde Rijksmonumenten Voor werkzaamheden is hier altijd een vergunning volgens de Erfgoedwet juncto de Monumentenwet 1988 vereist. Categorie 2: gebieden van zeer hoge waarde en de historische dorpskernen Voor deze gebieden is voor de oppervlakte het wettelijk minimum van 100 m2 genomen. Projecten die over een groter oppervlak de bodem verstoren zijn onderzoeksplichtig. De verstoring van de bodem dient dieper dan 40 cm onder de oppervlakte plaats te vinden voordat de onderzoekplicht geldt. Categorie 3 en 4: gebieden met een hoge en middelhoge verwachtingswaarde Voor deze gebieden zijn de ondergrenzen nog verder verruimd (respectievelijk 250 m2 en 2500 m2 oppervlakte, bij meer dan 40 cm diepte). Hierdoor zijn alleen de grotere projecten onderzoeksplichtig en geldt voor de meeste kleinere (particuliere) vergunningaanvragen geen onderzoeksplicht.

Categorie 5: gebieden met een lage verwachtingswaarde In gebieden met een lage verwachtingswaarde, geldt alleen voor grotere projecten (10.000 m2 en meer dan 40 cm diepte) een onderzoeksplicht. Categorie 6: gebieden zonder verwachtingswaarde In deze gebieden geldt geen onderzoeksplicht. In het algemeen geldt dat een ontheffing van de onderzoeksplicht mogelijk is wanneer blijkt (na archeologisch advies van een gekwalificeerde archeoloog) dat het project een gering risico vormt voor het "bodemarchief".

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

33

Afbeelding - fragment Archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart Het bovenstaand archeologisch beleid is middels de opnamen van de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 3' (hoge waarde) en 'Waarde - archeologie 4' (middelhoge waarde) reeds vastgelegd in het voorontwerpbestemmingsplan "Heerlerbaan en omgeving". Na vaststelling van dit bestemmingsplan zal de overname van het archeologisch beleid ook een formele status hebben. Deze twee archeologische dubbelstemmingen zijn ook opgenomen in het voorliggend bestemmingsplan. Conclusie: Het bestemmingsplan maakt een nieuwe BMV die wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Alle, op de locatie en binnen de directe omgeving van het plan, aanwezige kind- en maatschappelijke functies zullen in het nieuwe gebouw worden ondergebracht. De BMV omvat hierdoor de reeds aanwezige functies: primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de naastgelegen huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht.

Ter plaatse van het nieuwe gebouw geldt een middel hoge archeologische verwachting waarbij de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 mag beslaan óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld mag bedragen. Nu is op op deze gronden reeds een gebouw aanwezig waarin een school en opvang zijn gevestigd. Daarom zal ook hier het grootste deel van deze gronden dus reeds geroerd/verstoord zijn en wordt voor het overige deel het verstoringsoppervlak van 2500m2 niet behaald. Ter plekke van de Kiss-and-Ride voorziening geldt een hoge archeologische verwachting waarbij de grootte van de bodemingreep niet meer dan 2500 m2 mag beslaan óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld mag bedragen. Nu is op deze gronden reeds een gebouw aanwezig waarin de bibliotheek en de huisartenspost is gevestigd. Daarom zal het grootste deel van deze gronden dus reeds geroerd/verstoord zijn en wordt voor het overige deel het verstoringsoppervlak van 250m2 niet behaald.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

34

Het bestemmingsplan maakt geen werkzaamheden mogelijk waarmee eventueel aanwezige archeologische waarden onevenredige worden aangetast. Hiermee vormt de Archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaarten en archeologiebeleid/ondergrenzen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

2.5.8

Bodembeleidsplan 2016

Op 28 september 2016 heeft de gemeenteraad van Heerlen het bodembeleidsplan Heerlen 2016 vastgesteld, met daarin opgenomen de Nota bodembeheer en de bijbehorende Bodemkwaliteitskaart voor de gemeente Heerlen. Het bodembeleidsplan Heerlen 2016 geeft aan hoe de gemeente Heerlen omgaat met bodemverontreinigingen. Onderdeel van het bodembeleidsplan is de nota bodembeheer met de bodemkwaliteitskaart waarin het beleid wordt beschreven voor hergebruik en toepassen van grond. Voor uitgebreidere informatie over het aspect bodem, zie paragraaf 5.4.

2.5.9 Beleidsplan stedelijk watermanagement 2011-2015 Vanuit de Wet milieubeheer zijn gemeenten wettelijk verplicht een vigerend rioleringsplan te hebben. Het Beleidsplan Stedelijk Watermanagement van de gemeente Heerlen is daar het gevolg van en heeft een looptijd van 2011 tot en met 2015. Het BSW is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2006-2010. Het BSW heeft een strategisch en beleidsmatig karakter, en vormt de basis voor het bestuur bij besluiten over de aanpak van aanleg en beheer van het stedelijk watermanagement binnen de planperiode. Hoofddoelstelling van het BSW is invulling geven aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, overtollig hemel water en overtollig grondwater. Het BSW geeft inzicht in: de mate waarin de doelen uit het GRP 2006-2010 zijn behaald; belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van beleid en plannen; de stand van zaken van de uitvoering; de nog uit te voeren maatregelen met tijdsplanning; de gekozen strategie om het resultaat (uitvoeren maatregelen) te behalen; middelen en de kostendekking. Conclusie plangebied Het bestemmingsplan maakt een nieuwe BMV die wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron.

Alle, op de locatie en binnen de directe omgeving van het plan, aanwezige kind- en maatschappelijke functies zullen in het nieuwe gebouw worden ondergebracht. De BMV omvat hierdoor de reeds aanwezige functies: primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de naastgelegen huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht. Ter plaatse van het nieuwe gebouw is reeds een gebouw met verharding aanwezig en ter plekke van de Kiss-and-Ride is reeds een gebouw met verharding aanwezig. Het plan zorgt daarom niet of nauwelijks voor een toename van verhard oppervlak. Er treedt geen aantasting van het Beleid stedelijk watermanagement 2011-2015 op en dit beleid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

2.5.10

Na-ijl effecten voormalige mijnbouw

In deze paragraaf wordt ingegaan op de mogelijke risico’s zoals beschreven in het rapport “naijlende gevolgen van de steenkolenwinning in Zuid-Limburg” van 14-12-2016 door het Ministerie van Economische Zaken, met betrekking tot ondiepe winning en/of protectie zone industriële schachten en/of risico`s door mijngas. De onderzoekslocatie ligt in een gebied met een verhoogde kans op na-ijleffecten voormalige

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

35

mijnbouw vanwege ondiepe winning. Ondiepe winning: De onderzoekslocatie is gelegen in een Blauwe Zone (EK 3 - Industriële winning) met een lage kans op het optreden van ongewenste gebeurtenis.

Afbeelding - Uitsnede locatie ondiepe winning

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

36

Hoofdstuk 3

Gebiedsbeschrijving

Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, de bestaande situatie in het plangebied, goed in beeld worden gebracht. In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van het plangebied BMV Heerlerbaan en zijn directe omgeving. Zowel de historie van het plangebied als de huidige ruimtelijke en functionele structuur worden beschreven.

Inleiding Als eerste wordt de historische ontwikkeling van Heerlen in het algemeen en het plangebied in het bijzonder beschreven. Daarna wordt de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied beschreven. In de beschrijving van de ruimtelijke structuur is aandacht besteed aan de opbouw van het plangebied. Tevens wordt een beschrijving gegeven van de binnen het plangebied te onderscheiden deelgebieden. In de beschrijving van de functionele structuur wordt nader ingegaan op de diverse (eventueel voorkomende) functies (wonen, detailhandel, bedrijven, enz.) die in het plangebied voorkomen.

Ligging Plangebied Het plangebied voor het bestemmingsplan BMV Heerlerbaan is gelegen in het stadsdeel Heerlerbaan en de buurt Heerlerbaan-Centrum. Kadastraal zijn de percelen bekend als, Gemeente Heerlen, Sectie K, nummer 5743 (deels), 3278 en 3279. Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 5.800 m2.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

37

De nieuwe BMV wordt gerealiseerd op de locatie waar nu OBS de Tovercirkel is gelegen. Het plangebied voor de nieuwe BMV wordt aan de oostkant begrensd door de Vullingsweg. Ten zuiden begrenzen de winkels en horecagelegenheden die aan de Bautscherweg zijn gelegen het plangebied. Aan de westzijde wordt de nieuwe BMV gekoppeld aan het reeds aanwezige gemeenschapshuis de Caumerbron. De noordelijke plangrens volgt het bestaande (voet)pad dat deel uit maakt van het openbaar groen dat om en tussen het Zorgcentrum Oranjehof en het appartementencomplex aan de Corisbergweg is gelegen.

Afbeelding - situering plangebied

3.1

Historie

Romeinse tijd Heerlen is ontstaan op de Romeinse nederzetting Coriovallum waar twee belangrijke heerbanen kruisten: de weg van Xanten naar Trier en de weg van Boulogne sur Mer naar Keulen. Het diende tot halte en wisselstation voor de Keizerlijke post. De oudste bewoningssporen wijzen op een ontstaan rond het begin van de jaartelling. In Coriovallum en omgeving stonden diverse Romeinse villa’s en er was een goots opgezet stratenplan. Uit sporen blijkt dat er tot het einde van de vierde eeuw nog Romeinen woonden. Tot in de vorige eeuw beperkte de bebouwing zich tot de grote weg Aken- Maastricht.

Agrarische periode Vanaf de vijfde eeuw tot ver in de negentiende eeuw kende het gebied rond Heerlen een agrarische samenleving, bestaande uit enkele dorpen, gehuchten, landgoederen, kastelen, agrarische en woeste gronden. Veel elementen, ontstaan in deze periode, zijn nog in het stedelijke gebied te herkennen en hebben een rol gespeeld bij de wijze van verstedelijking. Tot het eind van de 19e eeuw was Heerlen een groot dorp met circa 7.000 inwoners.

Industrialisatie (mijnbouwperiode) In de historie is de mijnbouwperiode voor heel Limburg, en Heerlen in het bijzonder, voor de stedenbouwkundige ontwikkeling bepalend geweest. In 1896 werd het station gebouwd.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

38

Hierna vond in de periode tussen 1890 – 1960, onder invloed van de mijnbouw, in Heerlen een grote toename aan industriële activiteiten plaats die zorgde voor een sterke bevolkingsgroei. In de buurt van de mijnzetels werden nieuwe arbeiderswijken gebouwd en bestaande dorpen groeiden. Op deze wijze ontstond een uiteengelegde stedelijke structuur. Heerlen werd door de mijnbouw, die ook na de oorlog nog groeide, in economisch opzicht de belangrijkste plaats in zuid Limburg.

Na de mijnbouwperiode In de jaren 60 van de 20e eeuw schakelde Nederland over op aardgas, met als gevolg de sluiting van veel mijnen in deze periode en de daaropvolgende jaren ’70. Hierdoor trad er een verandering op in de sociale en economische structuur. Er werden in Heerlen nieuwe bedrijventerreinen aangelegd langs de nieuwe autowegen A76 en de N281. Ook nieuwe woonwijken werden ontwikkeld waaronder stadsdeel Heerlerbaan. Verder werd in de gemeente in de delfstoffenwinning een nieuwe industriële activiteit gevonden. De grootschalige zandwinning, die momenteel nog volop plaatsvindt in o.a. groeve Vrieheide, is van grote invloed op de verschijningsvorm van het landschap. Geschiedenis Plangebied Ten westen van het plangebied vormt de weg de Heerlerbaan een historisch element. Lange tijd vormde deze weg de belangrijkste noordzuid-verbinding binnen de omgeving (tussen Heerlen en Aken). In de 19e eeuw stond al op diverse plaatsen bebouwing langs deze weg. Het plangebied is gelegen in het centrum van de Heerlerbaan dat wordt omringd door gehuchten zoals Bovenste Caumer en Bautsch (waar momenteel het winkelcentrum van de wijk ligt). De Corisbergweg (langs de Caumerbeek) en Bautscherweg (tussen Heerlerbaan en het gehucht Bautch) tekenen zich in die tijd al duidelijk af (zie afbeelding).

Afbeelding - Heerlen rond 1868

Tot halverwege 20e eeuw groeit de stedelijke structuur binnen de Heerlerbaan zeer gelijkmatig, voornamelijk door een steeds verdere verdichting van het bebouwingslint langs de Heerlerbaan en (in mindere mate) langs de overige genoemde wegen.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

39

Vanaf eind jaren ’70 tot circa 2010 wordt de wijk aan de noordoostzijde verder uitgebreid met woonerven rondom een centrale groenzone. En als laatste vrijstaande woningen in het noorden van het plangebied in een kleine solitaire buurt ten noorden van de Vullingsweg. In de tweede helft van de 20e eeuw vindt een grootschalige uitbreiding van de stedelijke structuur plaats. De voor een belangrijk deel in de jaren ’60 en ’70 ontwikkelde woonwijk wordt met een lusvormige wijkontsluitingsweg gekoppeld aan het historische lint van de Heerlerbaan. Aan de oost- en zuidzijde worden wegen richting Terwinselen op de lus aangesloten. De gebieden binnen de lus, ten noorden en ten zuiden hiervan worden ingevuld volgens de stedenbouwkundige principes van die periode. Enkele opvallende aspecten hiervan vormen de veelvuldig toegepaste strokenverkaveling, de oriëntatie van de woningen ten opzichte van de ontsluitingsweg en de galerijflats als markering van de zuidelijke stadsrand. Vanaf eind jaren ’70 tot circa 2010 wordt de Heerlerbaan aan de noordoostzijde verder uitgebreid met woonerven rondom een centrale groenzone. En als laatste vrijstaande woningen in het noorden in een kleine solitaire buurt ten noorden van de Vullingsweg. Ook wordt in deze periode de infrastructuur van het stadsdeel op een aantal plaatsen aangepast.

Zo komt de oostelijke entree (Rukkerweg) te vervallen door de aanleg van de Euregioweg (de oostelijke rondweg van Heerlen). In de jaren ‘80/ ’90 van de vorige eeuw vindt uitbreiding van het woongebied plaats door opvulling van het binnengebied tussen Heerlerbaan, Zandweg en Dr. Clemens Meulenmanstraat met vooral grote vrijstaande woningen. Ten zuiden van de Ridderweg en ten westen van de Heerlerbaan vindt ten slotte de recentste ontwikkeling van het plangebied plaats. Een ontwikkeling van overwegend vrijstaande woningen en in mindere mate geschakelde woningen die na voltooiing zorgt voor een stedenbouwkundige afronding van het plangebied.

3.2

Ruimtelijke structuur

Algemeen De stedenbouwkundige geschiedenis van Heerlen wordt gekenmerkt door voortdurende dynamiek. In de ontwikkeling van de stad zijn verschillende perioden te onderscheiden die een stempel op het stadsbeeld hebben gedrukt. Hierdoor is een historisch ‘gelaagde’ stad ontstaan, die in het straatbeeld afleesbaar is. Het begin van de twintigste eeuw is een periode waarin Heerlen een metamorfose heeft ondergaan. Rond het bestaande centrum kwam onder invloed van de mijnbouw en industrialisatie een ring van nieuwe uitbreidingswijken. De stad Heerlen en de omliggende kernen groeide in deze periode aan elkaar vast.

Hoofdstructuur in de directe omgeving van het plangebied In de ontwikkelingsvisie wordt Heerlen gekarakteriseerd als een ‘gefragmenteerde’, groene stad. Een stad die bestaat uit bebouwingskernen, omgeven door onbebouwde, groene ruimten. Het onderhavige plangebied, stadsdeel Heerlerbaan, is de meest zuidelijke bebouwingskern van Heerlen. Aan de oost- en westzijde van de Heerlerbaan liggen grote, onbebouwde, groene ruimten. Een deel van de groenzone direct ten noordoosten in het plangebied is recentelijk (na 2000) bebouwd met woningen. De in noord-zuidrichting gelegen weg Heerlerbaan vormt structureel het voornaamste stedenbouwkundige element binnen het plangebied. Via deze oude verbindingsweg is het stadsdeel direct verbonden met het centrum van Heerlen. Ook zijn er vanaf deze weg goede verbindingen met de parallel aan de Heerlerbaan gelegen autosnelweg N281 (direct) en A76 (via N281), ten westen van het plangebied. De door lintbebouwing begeleide weg Heerlerbaan vormt binnen het plangebied een duidelijke, fysieke scheiding tussen een intensief bebouwd gedeelte ten oosten van de weg en een deels onbebouwd en deels extensief ( Hoogveld nog in ontwikkeling) bebouwd gedeelte ten westen van de weg. Zie onderstaande afbeelding die de ruimtelijke structuur van het plangebied weergeeft.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

40

Ruimtelijke structuur plangebied Waar de Nazarethstraat op de Vullingsweg uitkomt is nu OBS de Tovercirkel, een bibliotheek en huisartsenpost gelegen. De BMV wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Het plangebied voor de nieuwe BMV wordt daarmee aan de oostkant begrensd door de Vullingsweg. Ten zuiden begrenzen de winkels en horecagelegenheden die aan de Bautscherweg zijn gelegen het plangebied. Aan de westzijden van wordt het plan gekoppeld aan het reeds aanwezige gemeenschapshuis de Caumerbron. De noordelijke plangrens volgt het bestaande (voet)pad dat deel uit maakt van het openbaar groen dat om en tussen het Zorgcentrum Oranjehof en het appartementencomplex aan de Corisbergweg is gelegen. Winkelcentrum aan de Bautscherweg Het gebied ten zuiden van het plangebied bestaat grotendeels uit rijen laagbouwwoningen (jaren ’60) die volgens een rechtlijnige strokenverkaveling zijn gebouwd. De stroken aan de rand zijn grotendeels haaks op de ontsluiting lus geprojecteerd. Het deel ten westen van het centrum is wat ouder (jaren ’50) en heeft een wat minder rechtlijnige opzet. Bijzonder element hier is de oude lintstructuur van de Bautscherweg tussen de Heerlerbaan en het wijkcentrum.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

41

Landschap Heerlen wordt wel gekarakteriseerd als een ‘gefragmenteerde’, groene stad. Een stad die bestaat uit bebouwingskernen, omgeven door onbebouwde, groene ruimten. Dit geldt zeker ook voor het plangebied van de Heerlerbaan en omgeving, waar het groene karakter sterk bepaalt wordt door enerzijds woonbuurten en anderzijds het plateaulandschap. De hoofdgroenstructuur van Heerlen, hier bestaande uit het plateaulandschap, het Caumerbeekdal en het Geleenbeekdal grijpt bij het Imstenraderbos in elkaar, zodat de woonbuurten en de bedrijventerreinen gescheiden van elkaar liggen. De buurten Giesen Bautch en Heerlerbaan liggen rondom het brongebied van de Caumerbeek en hebben een groen karakter, evenals de nieuwbouwlocatie Hoogveld. De hoofdontsluiting van de woonbuurten in het stadsdeel is overzichtelijk. Een begeleidende groenstructuur is slechts deels aanwezig. In de buurt Heerlerbaan is de groenstructuur gerelateerd aan de karakteristieke opbouw van de buurt met groen- en parkeerstroken tussen en rondom de verschillende flats en woonblokken. Historische objecten zijn voornamelijk aanwezig in de vorm van enkele (voormalige) boerderijen en de Heerlerbaan als historische wegverbinding tussen Heerlen en Aachen. De Heerlerbaan vormt een aaneenschakeling van lintbebouwing, maar mist een duidelijke samenhang, ook in de groenstructuur.

Verblijfsgroen is in het stadsdeel Heerlerbaan voornamelijk gekoppeld aan de hoofdgroenstructuur van Heerlen. Daarnaast zijn in de buurten Hoogveld en Heerlerbaan enkele parkzones aanwezig. Het centrum van de Heerlerbaan heeft eveneens een groen karakter. Bebouwing Het plangebied is een overwegend gevarieerde (woon) wijk, die gefaseerd tot stand is gekomen. Door deze gefaseerde ontwikkeling is het plangebied ruimtelijk en stedenbouwkundig op te delen in de volgende 4 deelgebieden: Historische linten; Vooroorlogse woongebieden (jaren 30); Woningbouw 1940 – 1980 (inclusief woonerven); Woningbouw na 1980 tot heden.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

42

Afbeelding - Historie bebouwing

3.3

Mobiliteit

Ontsluiting Het plangebied kan in westelijke richting op twee manieren worden ontsloten, te weten: 1. via de Vullingsweg en Caumerweg richting de Heerlerbaan; 2. via de Corisbergweg en de Bautscherweg richting de Heerlerbaan. Tevens kan het plangebied via de Vullingsweg en de Peter Schunckstraat en Winckelen richting de Euregioweg , de oostelijke rondweg van Heerlen worden ontsloten. Beide gebiedsontsluitingswegen takken aan op de parallel aan de Heerlerbaan gelegen N281, die vervolgens aansluit op de nog westelijker gelegen A76.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

43

De Heerlerbaan, die een directe verbinding vormt met het centrum van Heerlen, is de voornaamste gebiedsontsluitingsweg in de directe omgeving van het plangebied. De Heerlerbaan heeft een breed en stedelijk profiel, bestaande uit een brede rijbaan met aan weerszijden een fietsstrook, parkeerhavens en een trottoir. Veel panden hebben geen voortuin maar grenzen direct aan het trottoir.

3.4

Functionele structuur

Maatschappelijke voorzieningen Verspreid over het plangebied komen verschillende maatschappelijke voorzieningen voor. Aan de noordzijde van het plan gebied ligt aan de Corisbergweg de landschappelijk fraai ingepaste zorgboerderij Corisberg. Aan de Vullingsweg is een groot fraai in het groen gelegen zorgcentrum (Oranjehof) aanwezig, het gebouw heeft een royale footprint en heeft 3 bouwlagen. Naast het zorgcentrum is ook aan de Vullingsweg in één gebouw een huisartsenpraktijk gevestigd, en een bibliotheek. Tevens is aan de Corisbergweg het gemeenschapshuis De Caumerbron gelegen.

Afbeelding - Basisschool De Windwijzer

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

44

Afbeelding - Taalschool de Werelddelen/ De Vlieger

Afbeelding - Kinderdagverblijf op binnenterrein aan de Heerlerbaan

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

45

Afbeelding - Zorgcentrum Oranjehof

Afbeelding - Gemeenschapshuis De Caumerbron

Bedrijven Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen bedrijven aanwezig.

Detailhandel Een concentratie van detailhandel is aanwezig aan de Bautscherweg en winkelcentrum Giesen Bautsch waar naast kledingzaken o.a. aanwezig is een dierenspeciaalzaak, supermarkt, tabakswinkel, twee bakkerijen, een optiek, Blokker, Zeeman, bloemenwinkel en een chocolaterie. Deze voorzieningen zijn in de directe nabijheid van het plangebied gelegen.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

46

Concentratie van winkels aan de Bautscherweg Horeca Binnen het plangebied zelf is geen horecagelegenheid aanwezig. Deze zijn wel in de directe omgeving geen bedrijven aanwezig. Dienstverlening Op de hoek Bautserweg Heerlerbaan is een fysiotherapie praktijk aanwezig, een klein stukje verderop zit een orthopedisch centrum en op huisnummer 78 is een apotheek aanwezig. Iets noordelijker aan de Heerlerbaan is, tegenover het punt waar de A Gen Giezen aansluit op de Heerlerbaan, is een inkoop van goud aanwezig en een inkoop en verkoop gebruikte goederen. Verder zijn aan de Bautscherweg een apotheek, dierenkliniek, twee kapperszaken, een Postkantoor, een geldautomaat en een stomerij aanwezig. Aan de westzijde van de Heerlerbaan schuin tegenover de Bradleystraat is een fysiotherapie centrum gehuisvest in een pand waar verder nog kantoren aanwezig zijn. Sport en recreatie In het plangebied zijn geen gemeentelijke sportvoorzieningen aanwezig. Nutsvoorzieningen In de directe nabijheid van het plangebied zijn tal van nutsvoorzieningen al dan niet inpandig aanwezig.

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

47

Hoofdstuk 4

Planbeschrijving

Planuitgangspunten De gemeente Heerlen is voornemens in het stadsdeel Heerlerbaan een nieuwe brede maatschappelijke voorziening te realiseren: de BMV Heerlerbaan. Door de gemeenteraad van de gemeente Heerlen is op 28 juni 2017 het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs 2017-2027 (IPH) vastgesteld. Het IHP heeft een reikwijdte tot 2027 en geeft inzicht in een visie op onderwijs waarin kaders worden gegeven voor de wijze waarop het Primair Onderwijs en aanpalende kindfuncties in de gemeente Heerlen toekomstgericht georganiseerd kunnen worden, een vertaling van deze visie in een passende huisvestingsstructuur. Het IHP is opgesteld in goed overleg met en heeft draagvlak bij de schoolbesturen. In de wijk Heerlerbaan liggen twee scholen voor regulier basisonderwijs; BS De Windwijzer, en OBS De Tovercirkel (met een openbaar profiel). Ook de dislocatie van basisschool De Vlieger is gesitueerd in dit stadsdeel. Dit betreft de Taalschool, een aparte voorziening met een regionale functie. Tevens is een locatie van (voortgezet) speciaal onderwijs De Pyler in deze wijk gelegen (besproken bij Heerlen Stad). Op beide reguliere onderwijslocaties is conform de onderwijsvisie de verbinding gemaakt met het peuterspeelzaalwerk. Bij OBS De Tovercirkel wordt ook BSO aangeboden. Apart van de onderwijslocaties wordt op één locatie in het gebied kinderdagopvang aangeboden.

In het voorgaande IHP is besloten om de beide basisscholen te integreren in een BMV Heerlerbaan. Omwille van diversiteit en keuzemogelijkheden wordt geïnvesteerd in nieuwbouw met twee scholen onder één dak. De dislocatie van OBS de Tovercirkel blijft in stand. De zorg-, opvang- en wijkarrangementen in BMV Heerlerbaan werken voor het gehele stadsdeel, en leggen eveneens relatie met de dislocatie. Als locatie voor de BMV wordt de huidige locatie van OBS De Tovercirkel voorzien. In opdracht van de raad heeft een Quick-Scan 'voorzieningenstructuur' plaatsgevonden in het stadsdeel Heerlerbaan met als doel bij de stakeholders opvattingen, standpunten, inzichten en ideeën op te halen om te kunnen toetsen of de vastgestelde structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid Limburg (SVREZL), nog steeds haalbaar en uitvoerbaar is en op basis van het resultaat van de quick scan te bepalen wat het vervolgtraject is om te komen tot een integrale visie voor Heerlerbaan. De BMV is nadrukkelijk bij de quick scan meegenomen. De quick scan is uitgevoerd door middel van interviews bij vastgoedeigenaren, projectontwikkelaars, retailers, corporatie, overheden, maatschappelijk partners en schoolbesturen. Op basis van de driedeling 1) context en situatie nu, 2) situatie gewenst en 3) de opgave, zijn de stakeholders naar hun opvattingen en inzichten gevraagd.

De conclusie uit de quick-scan ten aanzien van de BMV luidt: Aanbevolen wordt voor de verdere planvorming van de Brede Maatschappelijk Voorziening Heerlerbaan uit te gaan van de locatie Bautsch en directe omgeving; De raad heeft deze aanbeveling ook overgenomen. De BMV wordt daarom gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Gekozen is om alle kind- en maatschappelijke functies in één gebouw onderte brengen. De BMV omvat hierdoor de functies primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht.

Ligging Plangebied Het plangebied voor het bestemmingsplan BMV Heerlerbaan is gelegen in het stadsdeel Heerlerbaan en de buurt Heerlerbaan-Centrum. Kadastraal zijn de percelen bekend als, Gemeente Heerlen, Sectie K, nummer 5743 (deels), 3278 en 3279. Tussen de Vullingsweg en de Corisbergweg zijn meerdere winkels, horeca en maatschappelijk instanties gelegen. Waar de Nazarethstraat op de Vullingsweg uitkomt is nu OBS de

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

48

Tovercirkel, een bibliotheek en huisartsenpost gelegen.

Afbeelding - situering plangebied

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

49

Afbeelding - situering plangebied Het plan De nieuwe BMV wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Gekozen is om alle kind- en maatschappelijke functies in één gebouw onder te brengen. De BMV omvat hierdoor de functies primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht. De indeling van de nieuwe BMV per verdieping: Kelder - Technische ruimte Beganegrond - OBS Tovercirkel onderbouw - Basisschool De Windwijzer - Peuteropvang/kinderdagopvang - Sociaal Maatschappelijke voorziening/bibliotheek Verdieping 1 - OBS Tovercirkel bovenbouw - BSO de Windwijzer - Huisartsenpaktijk Heerlerbaan Verdieping 2 - Sportzaal/gymzaal

bestemmingsplan BMV Heerlerbaan

50

In Bijlage 2 zijn de ruimtelijke effecten zijn van het plan op de omgeving beschreven. Hierin is onder andere opgenomen: waarom het gebouw op deze manier wordt gebouwd en wat de effecten zijn van deze bebouwing op de omgeving wat er gedaan wordt om de mogelijk negatieve effecten te minimaliseren de visie en het concept van het ontwerp het aspect parkeren de inpassing in de groene parkomgeving en relatie met naastgelegen panden. Hieronder zijn enkele impressies van de nieuwe BMV en omgeving opgenomen. Het volledige plan is als Bijlage 1 opgenomen bij deze Toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=ea2f9fe4-adea-487e-a86a-3db2ff58918a