NL.IMRO.0917.BP040100W000011-0401_Toelichting.pdf
Tekst van het document
BMV Heerlerbaan
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Situering plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 De toelichting als onderdeel van het bestemmingsplan 1.5 Het bestemmingsplan en de Omgevingswet 1.6 Leeswijzer
3 3 4 4 7 8 8
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Thematische behandeling 2.2 Rijksbeleid 2.3 Provinciaal beleid 2.4 Regionaal beleid 2.5 Gemeentelijk beleid
9 9 12 16 22 24
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Historie 3.2 Ruimtelijke structuur 3.3 Mobiliteit 3.4 Functionele structuur
37 38 40 43 44
Hoofdstuk 4
48
Planbeschrijving
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Akoestiek 5.3 Water 5.4 Bodem 5.5 Natuurwaarden 5.6 Luchtkwaliteit 5.7 Externe veiligheid 5.8 Technische infrastructuur 5.9 Bedrijfshinder 5.10 Archeologie 5.11 Cultuurhistorie 5.12 Explosievenonderzoek
54 54 55 58 61 64 69 71 75 76 77 81 81
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Inleiding 6.2 Opbouw van de regels 6.3 Bijzondere regelingen
82 82 82 91
Hoofdstuk 7 Handhaving en uitvoerbaarheid 7.1 Handhavingsbeleid 7.2 Financiële uitvoerbaarheid
92 92 92
Hoofdstuk 8 Procedure en overleg 8.1 Procedurestappen 8.2 Inspraak en overleg 8.3 Zienswijzen 8.4 Algemene verordening gegevensbescherming
93 93 94 94 94
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
2
Toelichting
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
De gemeente Heerlen is voornemens in het stadsdeel Heerlerbaan een nieuwe brede maatschappelijke voorziening te realiseren: de BMV Heerlerbaan. In de wijk Heerlerbaan liggen twee scholen voor regulier basisonderwijs; BS De Windwijzer, en OBS De Tovercirkel. Ook de dislocatie van basisschool De Vlieger is gesitueerd in dit stadsdeel. Dit betreft de Taalschool, een aparte voorziening met een regionale functie. Tevens is een locatie van (voortgezet) speciaal onderwijs De Pyler in deze wijk gelegen. Op beide reguliere onderwijslocaties is conform de onderwijsvisie de verbinding gemaakt met het peuterspeelzaalwerk. Bij OBS De Tovercirkel wordt ook BSO aangeboden. Apart van de onderwijslocaties wordt op één locatie in het gebied kinderdagopvang aangeboden. Er is een quick scan is uitgevoerd door middel van interviews bij vastgoedeigenaren, projectontwikkelaars, retailers, corporatie, overheden, maatschappelijk partners en schoolbesturen. Tevens zijn de stakeholders naar hun opvattingen en inzichten gevraagd. In de quickscan wordt aanbevolen om voor de verdere planvorming van de Brede Maatschappelijk Voorziening Heerlerbaan uit te gaan van de locatie Bautsch en directe omgeving. De raad heeft deze aanbeveling ook overgenomen. Het bestemmingsplan "BMV Heerlerbaan" heeft daarom als doel een nieuwe brede maatschappelijke (BMV) voorziening, de "BMV Heerlerbaan" mogelijk te maken.
Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is de wijze van bestemmen afgestemd op actueel vastgesteld beleid en geldende wetgeving. In deze toelichting zijn de gemaakte keuzes gemotiveerd.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
3
1.2
Situering plangebied
Het plangebied voor het bestemmingsplan BMV Heerlerbaan is gelegen in het stadsdeel Heerlerbaan en de buurt Heerlerbaan-Centrum. De nieuwe BMV wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron dat gelegen is aan de Corisbergweg. Tussen de Vullingsweg en de Corisbergweg zijn meerdere winkels, horeca en maatschappelijk instanties gelegen. Waar de Nazarethstraat op de Vullingsweg uitkomt is nu OBS de Tovercirkel, een bibliotheek en huisartsenpost gelegen.
Afbeeldi ng - situering plangebied Gekozen is om alle kind- en maatschappelijke functies in één gebouw onderte brengen. De BMV omvat hierdoor de functies primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht.
1.3
Geldende bestemmingsplannen
1.3.1 Facetbestemmingsplan - Stedenbouwkundige bepalingen Heerlen De percelen waar het bestemmingsplan "BMV Heerlerbaan" op ziet is gelegen binnen het vigerend "Facetbestemmingsplan - Stedenbouwkundige bepalingen Heerlen" zoals door de gemeentereraad vastgesteld op 30 mei 2018. Dit facetbestemmingsplan is een overkoepelend bestemmingsplan dat voorziet in de juridische regeling van een bepaald onderwerp (facet) van ruimtelijk beleid dat het gehele grondgebied van de gemeente Heerlen geldt.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
4
1.3.2 Bestemmingsplan Heerlerbaan Onder het facetbestemmingsplan ligt nog steeds het "Bestemmingsplan Heerlerbaan" zoals door de gemeentereraad vastgesteld op 11 mei 2007. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de volgende bestemmingen: Ms: Maatschappelijk - Onderwijksvoorziening Mcb: Maatschappelijk - Culturele voorziening Bibliotheek Mm: Maatschappelijk - Medische voorziening C: Centrumvoorziening
Afbeeldi ng - fragment plankaart Bestemmingsplan Heerlerbaan Het gebruik van de gronden voor een BMV is deels niet toegestaan. Tevens zijn in het plan
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
5
bouwvlakken opgenomen die niet overeenkomen met het ontwerp van de nieuwe BMV.
1.3.3 Voorontwerpbestemmingsplan Heerlerbaan en Omgeving De gemeente Heerlen heeft 21 september 2020 het Voorontwerpbestemmingsplan "Heerlerbaan en Omgeving" in procedure gebracht. Dit plan is echter nog niet vastgesteld. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de volgende bestemmingen: Maatschappelijk met een functieaanduidind "Onderwijs" Gemengd met de functieaanduidingen "detailhandel" en "Supermarkt"
Afbeeldi ng - Uitsnede van het ontwerpbestemming Ook voor dit plan geldt dat het gebruik van de gronden voor een BMV deels niet is toegestaan. Tevens zijn ook hier bouwvlakken opgenomen die niet overeenkomen met het ontwerp van de nieuwe BMV. De gemeente Heerlen is bereid medewerking te verlenen aan een wijziging van het bestemmingsplan zodat de nieuwe BMV mogelijk kan worden gemaakt.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
6
1.4
De toelichting als onderdeel van het bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart), regels en een toelichting. In deze paragraaf worden de onderdelen van het bestemmingsplan en hun juridische status nader toegelicht. In paragraaf 1.4.1 wordt hieronder de rol van de toelichting ten aanzien van de regels en verbeelding beschreven. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Deze worden in paragraaf 1.4.2 en 1.4.3 beschreven. In paragraaf 1.4.4 worden vervolgens de standaarden beschreven op grond waarvan dit bestemmingsplan is ontwikkeld.
1.4.1 Toelichting In deze toelichting wordt de opzet van het bestemmingsplan beschreven. Zo worden het doel van het bestemmingsplan, het relevante beleid, een beschrijving van het plangebied, de relevante omgevingsaspecten en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan besproken. Daarnaast wordt in de juridische planopzet de opbouw van de regels beschreven en wordt de werking van de regels nader toegelicht. Tenslotte wordt verslag gedaan van de resultaten van het met andere overheden en openbare lichamen gevoerde overleg en de (eventueel) ingediende zienswijzen.
1.4.2 Regels Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden aan de gronden, die binnen het plangebied zijn gelegen, bestemmingen toegewezen met bijbehorende doeleinden of functies. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De regels maken duidelijk waarvoor de gronden gebruikt mogen worden en wat onder welke voorwaarden op de gronden gebouwd mag worden. Ook kan aan gronden een dubbelbestemming toegekend worden. De dubbelbestemming ziet op het beschermen van een bepaalde waarde (zoals archeologie, waterstaat) of op een zone (bijvoorbeeld externe veiligheid, molenbiotoop of leiding).
1.4.3 Verbeelding De verbeelding (de plankaart) geeft een grafische weergave van het plangebied. In de verbeelding zijn de plangrens, bestemmingen en aanduidingen weergegeven op een ondergrond. Voor bestemmingsplannen bestaan in de regel een digitale en een analoge verbeelding. De analoge verbeelding wordt doorgaans gebruikt bij de terinzagelegging van het bestemmingsplan. Beide verbeeldingen zijn in beginsel rechtsgeldig, maar bij interpretatieverschillen is de digitale verbeelding beslissend. De ondergrond is een samenstelling van de Basisregistratie Grootschalige Topografie BGT (landmeetkundig ingemeten topografie), luchtfoto's en kadastrale begrenzingen. Voor de verbeelding op papier wordt ter oriëntatie gebruik gemaakt van topografische en kadastrale ondergronden. Na verloop van tijd kunnen deze ondergronden hun actualiteit verliezen. Daarnaast tonen de ondergronden niet altijd alle bebouwing. De ondergronden (waaronder luchtfoto's) die worden gebruikt op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl worden beschikbaar gesteld door de website zelf. Ook die ondergronden zijn niet altijd actueel en tonen niet altijd alle bebouwing. De gemeente heeft daar geen invloed op. De ondergronden maken geen deel uit van het bestemmingsplan en dienen in beginsel ter oriëntatie.
1.4.4 Standaarden Om de bestemmingsplannen in heel Nederland te kunnen vergelijken schrijft de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening voor, dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
7
Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De digitale verbeelding is te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl. Door een muisklik op de digitale verbeelding verschijnen de bijbehorende regels voor die locatie in beeld. Vervolgens kan doorgeklikt worden om de gehele inhoud van het bestemmingplan (regels, toelichting en eventuele bijlagen) te raadplegen. Tevens is het mogelijk om te meten op de digitale verbeelding en door middel van coördinaten (het Rijksdriehoekscoördinatenstelsel) de exacte locatie te bepalen.
1.5
Het bestemmingsplan en de Omgevingswet
In 2022 gaat in Nederland de Omgevingswet in. Deze wet vervangt alle wet- en regelgeving voor wonen, ruimte, infrastructuur, milieu en water. De invoering van de wet is een behoorlijke omslag, ook voor bewoners, ondernemers en organisaties. Heerlen start binnenkort met de voorbereiding. De gemeente streeft er naar het bestemmingsplan vóór 1 juli 2022 vast stellen, vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op basis van het algemene overgangsrecht onder de Omgevingsrecht wordt een procedure, die vóór 1 juli 2022 formeel is gestart, afgehandeld volgens het 'oude' recht, oftewel de huidige wetgeving. Op 1 april 2021 heeft de minister besloten de inwerkingtreding van de Omgevingswet, vooralsnog voor onbepaalde tijd, uit te stellen. De verwachting is daarom dat de invloed van de Omgevingswet in dit geval niet of nauwelijks aanwezig is en het bestemmingsplan in ieder geval ruim voor de nieuwe datum ter inzage zal zijn gelegd en onder het huidige recht kan worden afgehandeld. Wel is ervoor gezorgd dat de planregels zo veel mogelijk aansluiten bij de nieuwe wet.
1.6
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een bespreking van de planologische beleidskaders die een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan. In paragraaf 2.1 wordt voor een aantal belangrijke thema's (wonen, retail, kantoren en bedrijvigheid) per thema het relevante beleidskader geschetst. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 tot en met 2.5 achtereenvolgens het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid besproken. In Hoofdstuk 3 wordt het plangebied beschreven. Hierbij komen de historische context, de ruimtelijke en functionele structuur en mobiliteit ter sprake. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling van het plangebied. Hoofdstuk 5 behandelt de voor het plangebied relevante omgevingsaspecten, zoals water, archeologie, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Juridische beschrijft de juridische opzet van het bestemmingsplan en de werking van de regels. In Hoofdstuk 7 is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven en Hoofdstuk 8 geeft een beeld van de doorlopen bestemmingsplanprocedure en het gevoerde overleg.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
8
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
Dit hoofdstuk bevat een bespreking van de planologische beleidskaders die een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan.In paragraaf 2.1 wordt voor een aantal belangrijke thema's (wonen, retail, kantoren en bedrijvigheid) op thematische wijze (dus over alle bestuurslagen heen) het relevante beleidskader geschetst. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 tot en met 2.5 achtereenvolgens het overige relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid besproken.
2.1
Thematische behandeling
2.1.1
Retail
2.1.1.1
Regionaal beleid
2.1.1.1.1 Structuurvisie Economie Zuid-Limburg (SVREZL) Burgemeester en Wethouders van Heerlen hebben op 20 december 2017 de 'Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg' (SVREZL) vastgesteld. Deze vormt de verplichte thematische uitwerking retail van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL). Het POL heeft de grote lijnen, kaders en spelregels vastgelegd en van de gemeenten gevraagd deze per thema samen uit te werken. Dit is gebeurd op de schaal van Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. De SVREZL is een intergemeentelijke structuurvisie. Deze geeft op hoofdlijnen een toekomstbeeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van detailhandel, kantoren en bedrijventerreinen. De gemeenten hebben zich met deze gezamenlijke visie gebonden aan de afspraken die daarin zijn gemaakt. Tegelijk met de vaststelling van de SVREZL is de 'Retailstructuurvisie Parkstad Limburg 2010-2020' ingetrokken. Een belangrijk doel van de SVREZL is het behoud van de leefbaarheid en het versterken van het vestigingsklimaat in Zuid-Limburg. Diverse ontwikkelingen hebben de winkel-, kantorenen bedrijventerreinmarkt in de afgelopen jaren ingrijpend en meestal onomkeerbaar veranderd. Dit uit zich onder meer in een relatief groot overaanbod aan winkel- en kantoorpanden, waardoor de marktspanning te laag is om goed te kunnen functioneren.
Hierdoor komt de hele voorzieningenstructuur onder druk te staan. Daarom zijn in de SVREZL afspraken over nieuwe ontwikkelingen gemaakt en is een hoofdstructuur vastgelegd, met aangewezen winkel-, kantoren- en bedrijventerreinlocaties. Buiten deze hoofdstructuur worden in principe geen vierkante meters van de genoemde functies toegevoegd. Om het overaanbod aan winkels en kantoren in te dammen, kunnen gemeenten bij langdurige leegstand van minimaal drie jaar winkels en kantoren herbestemmen. Uiteraard is er wel maatwerk mogelijk voor goede ontwikkelingen die juist versterkend werken. Daarvoor zijn er afstemmingsafspraken gemaakt: goede initiatieven worden – afhankelijk van de omvang en de context – in een bepaald gremium voorgelegd ter advisering.
2.1.1.1.2 Structuurvisie retail Op 31 oktober 2011 heeft het Parkstadbestuur een structuurvisiebesluit genomen, dat ingaat op het thema retail. Dit was gebaseerd op het toen geldende regionale retailbeleid, vastgelegd in de Retailstructuurvisie 2010-2020 Parkstad Limburg. Inmiddels is deze vervangen door de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg, die echter dezelfde uitgangspunten en beleidsrichting bevat.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
9
Mede vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gezien de voorziene ontwikkelingen van het aantal huishoudens in Parkstad Limburg en de daarmee samenhangende afname van het bestedingspotentieel, is het niet gewenst om de regionale retailvoorraad verder te laten toenemen om het overschot aan winkelvloeroppervlak niet nog verder te laten toenemen. Dit betekent dat het niet wenselijk is dat nog beschikbare, maar onbenutte vigerende plancapaciteiten, die zouden kunnen leiden tot een feitelijke toename van de regionale retailvoorraad, worden gerealiseerd. Beleidsbesluit Vigerende bestemmingen detailhandel, waarvan op 1 januari 2013 nog geen gebruik is gemaakt, zullen daartoe bij actualisatie van het bestemmingsplan worden herzien, tenzij de locatie is opgenomen / past binnen de regionale afsprakenkaders.
2.1.1.2
Gemeentelijk beleid
Op 29 juni 2016 heeft de raad van de gemeente Heerlen de Leegstandvisie Heerlen 2016 vastgesteld. Hierin wordt de visie op de aanpak van leegstaand van commercieel en maatschappelijk vastgoed in Heerlen 2016-2021 gegeven. Net als in veel andere gemeenten is de leegstand van vastgoed ook in Heerlen omvangrijk. Nu de economische crisis alweer over zijn hoogtepunt lijkt te zijn, wordt steeds meer duidelijk dat die leegstand structureel zal zijn. De omvang van de leegstand en de oorzaken die aan die leegstand ten grondslag liggen, maken dat veel leegstaande panden niet meer met de oorspronkelijke functie ingevuld zullen worden. Dat betekent dat de samenleving leegstand zal moeten gaan accepteren, terwijl anderzijds zeer zorgvuldig zal moeten worden omgegaan met de beperkte invulling (programma) die er wel nog is.
De positie die de gemeente heeft in het oplossen van de leegstand, is zeer beperkt. Tegelijkertijd zijn er locaties waar leegstand een zodanig negatief effect heeft op de samenleving, dat niets doen geen optie is. Zo is leegstand die erg zichtbaar is, bijvoorbeeld in een winkelcentrum waar veel mensen dagelijks langs komen, schadelijk: het leidt vaak sneller tot verloedering en daarmee tot gevoelens van onbehagen. Dergelijke leegstand kan de rest van een winkelcentrum meetrekken in een neerwaartse spiraal, waardoor uiteindelijk de voorzieningenstructuur zelfs aangetast kan worden. Leegstand 'op de verdieping' en ook leegstand van kantoren is minder zichtbaar en derhalve ook minder schadelijk voor het imago. In zijn algemeenheid is een dergelijke vorm van leegstand, bijvoorbeeld onzichtbare leegstand op verdiepingen en leegstand van kantoren, voor rekening en risico van de eigenaar. Om deze redenen presenteert de gemeente Heerlen in deze visie een leegstandsaanpak met beleid; het willekeurig vullen van panden is namelijk geen doel op zich, en kan zelfs contraproductief werken. Voorop staat immers het gezamenlijke belang van een sterke economische (voorzieningen)structuur, waar mensen en bedrijven graag komen en blijven. Met dit doel voor ogen is de leegstandsaanpak beschreven.
Vulling van panden, vaak door functietransformatie, krijgt in principe voorrang in clusters die in verschillende beleidsnota's zijn aangewezen als belangrijk voor de economische en voorzieningenstructuur. Voor de afwegingen in een concreet geval zijn beslisbomen opgesteld die helpen om de afweging te maken. 2.1.1.3
Conclusie plangebied
In opdracht van de raad heeft een Quick-Scan 'voorzieningenstructuur' plaatsgevonden in het stadsdeel Heerlerbaan met als doel bij de stakeholders opvattingen, standpunten, inzichten en ideeën op te halen om te kunnen toetsen of de vastgestelde structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid Limburg (SVREZL), nog steeds haalbaar en uitvoerbaar is en op basis van het resultaat van de quick scan te bepalen wat het vervolgtraject is om te komen tot een integrale visie voor Heerlerbaan. De BMV is nadrukkelijk bij de quick scan meegenomen. De quick scan is uitgevoerd door middel van interviews bij vastgoedeigenaren, projectontwikkelaars, retailers, corporatie, overheden, maatschappelijk partners en schoolbesturen. Op basis van de driedeling 1) context en situatie nu, 2) situatie gewenst en 3) de opgave, zijn de stakeholders naar hun opvattingen en inzichten gevraagd. De conclusie uit de quick-scan ten aanzien van de BMV luidt:
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
10
Aanbevolen wordt voor de verdere planvorming van de Brede Maatschappelijk Voorziening Heerlerbaan uit te gaan van de locatie Bautsch en directe omgeving; De raad heeft deze aanbeveling ook overgenomen. De BMV wordt daarom gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Gekozen is om alle kind- en maatschappelijke functies in één gebouw onderte brengen. De BMV omvat hierdoor de functies primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht. Voor de realisatie van het plan zullen de aanwezige gebouwen worden gesloopt. Er zal derhalve geen sprake zijn van leegstand. Het plan voldoet hiermee aan de uitgangspunten van het beleid met betrekking tot retail.
2.1.2 2.1.2.1
Bedrijvigheid Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is op hoofdlijnen vastgelegd in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014). Het onderdeel 'duurzame economische structuur' is gericht op het aanbod en de kwaliteit van werklocaties (waaronder bedrijventerreinen), en is door de 16 Zuid-Limburgse gemeenten uitgewerkt in de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL).
In de POL2014 wordt als doel gesteld om te zorgen voor voldoende ruimte om de dynamiek van het gevestigde bedrijfsleven te faciliteren, en om de komst van nieuwe bedrijven naar Limburg mogelijk te maken. De kwaliteit van onze bedrijventerreinen moet aansluiten bij de wensen van het bedrijfsleven. Evenals bij kantoren ligt de nadruk van beleid op de groei van kwaliteit van het aanbod, zonder dat de kwantiteit toeneemt. Duurzaamheid ten aanzien van grondstoffen- en energieverbruik spelen daarbij een belangrijke rol. De opgave is per regio verder geconcretiseerd in een regionale visie/programma voor werklocaties. 2.1.2.2
Regionaal beleid
Het provinciaal beleid ten aanzien van bedrijventerreinen uit de POL2014 is door de 16 Zuid-Limburgse gemeenten uitgewerkt in de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL). Hierin is onder meer beschreven hoe continu wordt gewerkt aan de kwaliteit van de bestaande voorraad en onder welke voorwaarden nieuwe ontwikkelingen zijn toegestaan. De ambitie in het POL2014 is gericht op een optimale benutting van bedrijventerreinen in regionaal verband, zonder toename van het huidig areaal aan bestaande bedrijventerreinen en harde plancapaciteit. Dit kan door regionaal afspraken te maken over kwaliteitsverbetering van de bestaande voorraad aan bedrijventerreinen.
2.1.2.3
Conclusie plangebied
In opdracht van de raad heeft een Quick-Scan 'voorzieningenstructuur' plaatsgevonden in het stadsdeel Heerlerbaan met als doel bij de stakeholders opvattingen, standpunten, inzichten en ideeën op te halen om te kunnen toetsen of de vastgestelde structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid Limburg (SVREZL), nog steeds haalbaar en uitvoerbaar is en op basis van het resultaat van de quick scan te bepalen wat het vervolgtraject is om te komen tot een integrale visie voor Heerlerbaan. De BMV is nadrukkelijk bij de quick scan meegenomen. De quick scan is uitgevoerd door middel van interviews bij vastgoedeigenaren, projectontwikkelaars, retailers, corporatie, overheden, maatschappelijk partners en schoolbesturen. Op basis van de driedeling 1) context en situatie nu, 2) situatie gewenst en 3) de opgave, zijn de stakeholders naar hun opvattingen en inzichten gevraagd. De conclusie uit de quick-scan ten aanzien van de BMV luidt: Aanbevolen wordt voor de verdere planvorming van de Brede Maatschappelijk Voorziening Heerlerbaan uit te gaan van de locatie Bautsch en directe omgeving; De raad heeft deze aanbeveling ook overgenomen. De BMV wordt daarom gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Gekozen is om alle kind- en maatschappelijke functies in één gebouw onderte brengen.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
11
De BMV omvat hierdoor de functies primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht. Het plan voldoet hiermee aan de uitgangspunten van het beleid met betrekking tot bedrijvigheid.
2.2
Rijksbeleid
2.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. De NOVI is op 15 september 2020 vastgesteld. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig.
Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik, en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten we zoveel mogelijk beperken. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair.
We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
12
samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en – veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio’s en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap.
Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximalecombinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Conclusie plangebied: Het plan betreft het slopen van bestaande bebouwing waarin maatschappelijke functies zijn gevestigd. Op deze locatie zal een nieuwe Brede Maatschappelijke Voorziening (BMV) worden opgericht. Deze wordt gekoppeld aan het gemeenschapshuis De Caumerbron. De BMV omvat de functies primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht. Het plan sluit op diverse punten aan bij de 4 benoemde prioriteiten, te weten: Bij ontwikkeling van de BMV wordt het bestaande groen zoveel als mogelijk gespaard. Op het dak van de nieuwe BMV worden zonnepanelen aangebracht. De nieuwe BMV komt tegemoet aan de quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Bij de ontwikkeling en realisatie van nieuwe BMV is het aspect duurzaamheid meegenomen. Er wordt gebouwd binnen bestaande stadsgrenzen, waardoor open ruimtes tussen stedelijke regio's gespaard blijven. Bij het ontwerp is rekening gehouden met bereikbaarheid van het gebied en het gebouw (ook voor mensen met een handicap). Een uitgebreide motivatie van het plan is uitgewerkt in het 'DO fasedocument' dat als Bijlage 2 bij deze toelichting is opgenomen.
Hiermee vormt het plan geen onevenredige aantasting van nationale belangen in de Omgevingsvisie.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
13
2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: de Ladder) geïntroduceerd. De Ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zodat de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder is per 1 oktober 2012 verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Conform het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2 Bro dient de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling te bevatten, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Uiteindelijk zal de gewijzigde Ladder via het invoeringsbesluit van de Omgevingswet worden ingevoegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De strekking van de Ladder blijft daarbij gelijk. 2.2.2.1
Nieuwe stedelijke ontwikkeling
De Ladder-onderbouwing is verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Hieronder wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, blijkt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie zijn elf woningen (welke op één dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd. Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus twaalf (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 6.3).
In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.- beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of wanneer het een aaneengesloten gebied van 2.000 of meer woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. De voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een nieuwe BMV die wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Alle, op de locatie en binnen de directe omgeving van het plan, aanwezige kind- en maatschappelijke functies zullen in het nieuwe gebouw worden ondergebracht. De BMV omvat hierdoor de reeds aanwezige functies: primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de naastgelegen huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht. 2.2.2.2
Conclusie
Het voorliggende bestemmingsplan betreft de realisatie van een nieuwe Brede Maatschappelijk Voorziening waarin meedere reeds aanwezige maatschappelijk organisaties worden gehuisvest. Er is derhalve conform de Ladder voor duurzame verstedelijking geen sprake van een plan dat als nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' kan wordt aangemerkt. De treden van de ladder zijn derhalve niet nader uitgewerkt. Door de gemeenteraad van de gemeente Heerlen is op 28 juni 2017 het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs 2017-2027 (IPH) vastgesteld. Het IHP heeft een reikwijdte tot 2027 en geeft inzicht in een visie op onderwijs waarin kaders worden gegeven voor de wijze waarop het Primair Onderwijs en aanpalende kindfuncties in de gemeente Heerlen toekomstgericht georganiseerd kunnen worden, een vertaling van deze visie in een passende
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
14
huisvestingsstructuur. Het IHP is opgesteld in goed overleg met en heeft draagvlak bij de schoolbesturen. In de wijk Heerlerbaan liggen twee scholen voor regulier basisonderwijs; BS De Windwijzer, en OBS De Tovercirkel (met een openbaar profiel). Ook de dislocatie van basisschool De Vlieger is gesitueerd in dit stadsdeel. Dit betreft de Taalschool, een aparte voorziening met een regionale functie. Tevens is een locatie van (voortgezet) speciaal onderwijs De Pyler in deze wijk gelegen (besproken bij Heerlen Stad). Op beide reguliere onderwijslocaties is conform de onderwijsvisie de verbinding gemaakt met het peuterspeelzaalwerk. Bij OBS De Tovercirkel wordt ook BSO aangeboden. Apart van de onderwijslocaties wordt op één locatie in het gebied kinderdagopvang aangeboden. In het voorgaande IHP is besloten om de beide basisscholen te integreren in een BMV Heerlerbaan. Omwille van diversiteit en keuzemogelijkheden wordt geïnvesteerd in nieuwbouw met twee scholen onder één dak. De dislocatie van OBS de Tovercirkel blijft in stand. De zorg-, opvang- en wijkarrangementen in BMV Heerlerbaan werken voor het gehele stadsdeel, en leggen eveneens relatie met de dislocatie. Als locatie voor de BMV wordt de huidige locatie van OBS De Tovercirkel voorzien.
Het leerlingenaantal waarmee rekening is gehouden is, in overleg met de beide schoolbesturen, gebaseerd op 400 leerlingen (200 per basisschool). De raad heeft deze aanbeveling ook overgenomen. De BMV wordt daarom gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Gekozen is om alle kind- en maatschappelijke functies in één gebouw onderte brengen. De BMV omvat hierdoor de functies primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht. Zoals is hierboven is aangetoond is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Op basis van vastgesteld beleid en uitgevoerd onderzoek is tevens gebleken dat er sprake van een ontwikkeling die voorziet in een actuele regionale behoefte en die bijdraagt aan een optimale benutting van de beschikbare ruimte in het stedelijk gebied.
2.2.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Om de in de SVIR opgenomen nationale belangen juridisch te borgen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen; mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament; grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; defensie; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; ecologische hoofdstructuur; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Conclusie Het voorliggend plan heeft geen betrekking op de genoemde nationale belangen.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
15
2.3
Provinciaal beleid
2.3.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL 2014) incl. latere wijzigingen Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (hierna: POL2014), de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeers- en Vervoersprogramma 2014 vastgesteld. Gezamenlijk vormen deze beleidsdocumenten een integrale omgevingsvisie, die vier wettelijke functies vervult: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet), Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). In het POL2014 staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. De centrale ambitie komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. Verder staat in het POL2014 kwaliteit centraal.
Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. 2.3.1.1
Visie Zuid-Limburg
De aantrekkelijkheid van Zuid-Limburg wordt in sterke mate bepaald door de aanwezigheid van relatief op korte afstand van elkaar gelegen, dichtbevolkte stedelijke gebieden (vergelijkbaar met de dichtheid in de Randstad) en het daartussen gelegen unieke Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Dit heuvellandschap geeft samen met de historische binnenstad van Maastricht een bijzondere kwaliteit aan deze regio. In Zuid-Limburg wonen ruim 600.000 mensen, meer dan de helft van alle inwoners in Limburg. Het maakt onderdeel uit van een Europese regio met een rijk palet van economische topsectoren. Tegelijkertijd is Zuid-Limburg in economisch opzicht te typeren als een 'tussenregio', tussen de metropoolregio's Randstad, Vlaamse Ruit en Ruhrgebied. Er zijn relatief weinig bereikbare banen binnen de landsgrenzen en daarmee is sprake van een beperkte veerkracht van de regionale en lokale economie. Daarbij kampt Zuid-Limburg met leegstandsproblematiek op het gebied van woningbouw, kantoren, verblijfsrecreatie, bedrijventerreinen en detailhandel: er is van alles teveel, en dat vraagt om een heldere visie en bovenal sturing. Planspecifieke aspecten Voor het plangebied zijn de volgende aspecten uit het POL2014 relevant.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
16
Afbeelding - Aanduiding plangebied Heerlerbaan en omgeving (Kaart 1 Zonering Limburg) In de Omgevingsverordening Limburg 2014 staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. In de verordening is daarnaast onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaand stedelijk gebied (overeenkomstig de ladder voor duurzame verstedelijking). Herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen krijgt hierbij bijzondere aandacht.
Een belangrijk onderdeel van het POL2014 betreft de opgave voor de drie regio's Noord-Limburg, Midden-Limburg en Zuid-Limburg om voor die thema's waarvoor dynamisch voorraadbeheer aan de orde is, regionale structuurvisies op te stellen en daarover ook op regionaal niveau bestuursafspraken te maken. De bestuursafspraken voor Zuid-Limburg zijn vastgelegd in de 'Bestuursovereenkomst Regionale afspraken Zuid-Limburg' d.d. 12 april 2016. Hierin zijn afspraken vastgelegd t.a.v. de thema's wonen, detailhandel, kantoren, bedrijventerreinen en vrijetijdseconomie. Tevens zijn de thema's energie, landschap en landen tuinbouw hierin besproken. In de Omgevingsverordening Limburg zijn deze bestuursafspraken vervolgens verankerd en wel als volgt: Wonen: een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen. Voorgaande is niet van toepassing indien er sprake is van een door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en het ruimtelijk plan voldoet aan het bepaalde hierin; Detailhandel: een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
17
niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande voorraad detailhandel alsmede aan de bestaande planvoorraad detailhandel anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg; Kantoren: een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor kantoren aan de bestaande voorraad kantoren alsmede aan de bestaande planvoorraad kantoren anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg; Bedrijventerreinen: een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg; Vrijetijdseconomie: een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad
vrijetijdseconomie alsmede aan de bestaande planvoorraad vrijetijdseconomie anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg. Op het gebied van wonen heeft de regionale uitwerking in de vorm van een structuurvisie reeds plaatsgevonden. Het resultaat van deze regionale uitwerking is opgenomen in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. De regionale uitwerking van de thema's detailhandel, kantoren en bedrijventerreinen heeft geresulteerd in de Structuurvisie Economie Zuid-Limburg (SVREZL).
Doorwerking plangebied Het plangebied ligt in bestaand stedelijk / overige bebouwd gebied. Het plan betreft een maatschappelijke functie welke niet specifiek benoemd wordt in het beleidsstuk. Het plan voldoet hiermee aan de uitgangspunten van het POL zoals opgenomen in de SVREZL en doet derhalve geen afbreuk doet aan de doelstellingen van het opgestelde beleid.
2.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL 2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Met name gaat het dan om de regels voor de ecologische hoofdstructuur, die zijn ondergebracht in het onderdeel Goudgroene natuurzone. In de verordening is onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaande stedelijk gebied (overeenkomstig de Ladder voor duurzame verstedelijking). Herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen krijgt hierbij bijzondere aandacht.
Verder bevat de Omgevingsverordening de bepaling dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg niet voorziet in de toevoeging van nieuwe woningen aan de bestaande planvoorraad (ofwel de woningen die zijn opgenomen in de voor 5 juli 2013 vastgestelde ruimtelijke plannen en die nog niet zijn gerealiseerd). Uitzondering hierop vormt een woningbouwplan dat voldoet aan de door Gedeputeerde Staten vastgestelde 'Kwaliteitscriteria nieuwe woningen Zuid-Limburg'.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
18
2.3.2.1
Herziening verordening
Een belangrijk onderdeel van het POL, zoals dat in december 2014 is vastgesteld, betreft de opgave voor de drie regio's Noord, Midden en Zuid-Limburg om voor die thema's waarvoor dynamisch voorraadbeheer aan de orde is, regionale structuurvisies op te stellen en daarover ook op regionaal niveau bestuursafspraken te maken. Om de naleving van de nieuwe regionale afspraken ook juridisch te borgen is op 11 november 2016 door Provinciale Staten de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 geamendeerd vastgesteld. Hierdoor wordt invulling gegeven aan de bestuursafspraken met betrekking tot de regionale uitwerking POL 2014 door middel van zogenoemde voorzorgsbepalingen. Concreet komt het er op neer, dat gemeenten geen nieuwe woningen meer mogen toevoegen aan de voorraad, tenzij de raad van de desbetreffende gemeente de "Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg" heeft vastgesteld waarin is geregeld dat er een regionale programmering dient te zijn, waarin afspraken zijn gemaakt over compenserende maatregelen in geval van nieuwe toevoegingen aan de woningvoorraad. Bedoelde structuurvisie is door de raad van Heerlen vastgesteld op 23 november 2016. Conclusie De voorliggende ontwikkeling maakt een nieuwe BMV mogelijk die wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron.
Alle, op de locatie en binnen de directe omgeving van het plan, aanwezige kind- en maatschappelijke functies zullen in het nieuwe gebouw worden ondergebracht. De BMV omvat hierdoor de reeds aanwezige functies: primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de naastgelegen huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht. Op basis van vastgesteld beleid en uitgevoerd onderzoek is tevens gebleken dat er sprake van een ontwikkeling die voorziet in een actuele regionale behoefte en die bijdraagt aan een optimale benutting van de beschikbare ruimte in het stedelijk gebied. Dit plan leidt niet tot een aantasting van het provinciaal beleid in het POL2014 en de bijbehorende omgevingsverordening. 2.3.2.2
Omgevingsvisie (ontwerp d.d. 25 augustus 2020)
Op 25 augustus 2020 is het ontwerp van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld (ter inzage van 7 september tot en met 18 oktober 2020). Hierin is voor de periode 2021 tot 2030-2050 aangegeven hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en hoe daarbij naar een balans wordt gezocht tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Limburg vervangt (na definitieve vaststelling) het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semioverheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. Deze visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes, op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt. De provincie heeft drie hoofdopgaven geformuleerd: Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving, in stedelijk/bebouwd en landelijk gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie, inclusief landbouw-transitie; Klimaatadaptatie en energietransitie. In onderstaande afbeelding is een uitsnede te zien van de kaart bij de ontwerp-omgevingsvisie, met het plangebied bij de plaatsaanduiding.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
19
Afbeelding - Uitsnede kaart ontwerp-Omgevingsvisie Limburg
Uitdagingen voor de Limburgse fysieke leefomgeving Limburg is een prachtige provincie, gelegen tussen de metropoolregio’s van de Randstad, de Vlaamse Ruit en het Ruhrgebied, met veel grensoverschrijdende natuur- gebieden. Veranderingen in de demografie en het klimaat, trends als individualisering en globalisering, maar ook technologische innovaties maken dat de Limburgse samenleving, de fysieke leefomgeving en de economie de komende decennia blijven veranderen. Ook grote transities, zoals die op het gebied van energie, de landbouw, smart mobility en circulaire economie zullen leiden tot grote veranderingen van de fysieke leefomgeving. Zowel in stedelijk als landelijk gebied. Bovengenoemde trends en ontwikkelingen bieden onze provincie kansen maar stellen ons ook voor diverse uitdagingen. We verdelen die in een drietal hoofdopgaven [1]: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving: a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied; b. in landelijk gebied. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie. 3. Klimaatadaptatie en energietransitie. Hoewel dit opgaven zijn die Limburg-breed spelen, verschillen de accenten per gebied en per sector. Deze accenten worden in deze Omgevingsvisie weergegeven. Deze Omgevingsvisie voor 2030-2050 is geschreven vanuit de realiteit en de kennis die we hebben in het jaar 2020.
Veranderingen en nieuwe ontwikkelingen volgen elkaar echter in een snel tempo op en lijken zich steeds sneller te voltrekken. De wereld is constant in beweging en de kijk op 2030-2050 kan over een bepaalde tijd door nieuwe ontwikkeling en inzichten nieuwe kansen laten zien. Zo is in 2020 door het coronavirus duidelijk gebleken dat er onvoorspelbare zaken gebeuren die grote invloed hebben op onze leefomgeving. Het vraagt ons om op een andere, wellicht meer flexibele wijze naar de toekomst te kijken. Ook het belang van de verbinding tussen de fysieke leefomgeving en veiligheid en gezondheid is hierdoor nogmaals benadrukt. De Omgevingsvisie Limburg is opgesteld in de periode waarin de invloed van deze pandemie ook voor Limburg zichtbaar werd. Het is in deze fase nog te vroeg om een compleet overzicht van de lange termijn effecten te hebben en volledig mee te kunnen nemen in dit document. Echter, de Omgevingsvisie is een dynamisch document met een modulair karakter. Na vaststelling kan het dan ook op onderdelen worden geactualiseerd en qua koers worden bijgestuurd. Zo kunnen de eventuele gevolgen van deze en andere
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
20
onvoorziene en nieuwe ontwikkelingen altijd een plek krijgen en worden aangepast aan de realiteit die dan bestaat (zie ook het hoofdstuk Van doorwerking naar uitvoering). [1] Deze opgaven sluiten aan bij de vier integrale prioriteiten op landelijk niveau zoals deze zijn benoemd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI): Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; en Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie Limburg kent prachtige innovatieve bedrijven en een breed MKB-pallet dat de Limburgse economie draagt. Het Limburgse onderwijs scoort op vele fronten prima en veel scholen in Limburg weten te vernieuwen. Limburg kent daarbij ook enkele structurele uitdagingen die aandacht vragen. Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. Deze ontwikkelingen bieden kansen, maar tegelijkertijd verliezen we hierdoor banen in sectoren waar geen krapte heerst.
Door alle technologische ontwikkelingen veranderen banen en ontstaan er nieuwe banen waarvoor andere vaardigheden nodig zijn. De transitie naar een circulaire economie - een randvoorwaarde voor het behoud van elvaart en welzijn - betekent voor alle economische sectoren een omschakeling in productie- en logistieke processen. Uitdagingen hierbij zijn onder meer: de optimalisatie van de inzet van energie en grondstoffen, ketensamenwerking en het sluiten van kringlopen, en het zoeken naar andere productieprocessen en verdienmodellen. De economie van Limburg ‘als meest internationale provincie’ is ingebed in een sterke Europese regio met veel koopkracht, arbeidspotentieel, innovatieve bedrijven, sterke kennisinstituten en een goed leef- en vestigingsklimaat. De basis voor grensoverschrijdend denken en handelen van Limburgers wordt gelegd in het verenigingsleven en in ons onderwijs. Administratieve en culturele grensbarrières maken dat de voordelen van deze ligging toch nog niet volledig worden benut. Kansen en uitdagingen hierbij zijn onder meer: het vergroten van grensoverschrijdende samenwerking, het harmoniseren van sociaal-economische spelregels, het verbeteren van (grensoverschrijdende) bereikbaarheid en aansluiting op de (inter)nationale energiehoofdstructuur en digitale netwerken.
Veiligheid Wat is de opgave? Gezondheid Naast lichamelijk welbevinden dragen ook de zes pijlers van het gedachtegoed van ‘Positieve Gezondheid’ - mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal maatschappelijk participeren en dagelijks functioneren – bij aan gezondheid. Als het gaat om gezondheid en participatie dan scoort Limburg op dit moment minder goed dan de rest van Nederland. Hierbij zien we regionale en lokale verschillen. Zuid-Limburg, en dan met name de verstedelijkte gebieden, scoren slecht. De achterstanden zijn hardnekkig en dat zien we terug in alle vijf factoren die centraal zijn gesteld in de effectmeting voor onze Sociale Agenda: (arbeids)participatie, onderwijs, gezondheid, jeugd en sociaal kapitaal. Landelijke studies bevestigen dat beeld: Limburg scoort op het punt van besteedbaar inkomen, arbeidsparticipatie, sociale contacten en vertrouwen en gezondheid beduidend slechter dan het Nederlands gemiddelde. Voor deze opgaven liggen er niet alleen uitdagingen en plichten op persoonlijk vlak, maar is er ook betrokkenheid en verantwoordelijkheid nodig van maatschappelijke initiatieven, bedrijfsleven en (semi-)overheden.
bestemmingsplan BMV Heerlerbaan
21
Werklocaties Wat is de opgave? Voor de vestiging of uitbreiding van bedrijven is geschikte huisvesting en ruimte noodzakelijk. Dat kan in Limburg een probleem zijn. Soms is er onvoldoende beschikbare ruimte, of voldoet de ruimte niet aan de eisen van de gebruikers. Die eisen kunnen bovendien in de toekomst veranderen door digitalisering, verduurzaming, globalisering of robotisering van bedrijfsprocessen. Waar kiezen wij voor? Nederland verstedelijkt steeds meer. Dat geldt ook voor Limburg. De ruimte voor recreatie, natuur en wonen en bedrijvigheid staat onder druk door andere bestemmingen. Ook bedrijven zijn ruimtevragers. In het algemeen geldt: hoe compacter de werklocaties, hoe beter de omgevingskwaliteit. Grote logistieke bedrijven passen echter niet zo maar op alle bestaande bedrijventerreinen. Vestiging is vaak alleen mogelijk op nog niet bebouwde plekken op grootschalige logistieke terreinen of, als uitbreiding niet meer mogelijk is, op nieuw aan te leggen terreinen. Conclusie Het plangebied is gelegen binnen het (bestaand) stedelijk gebied. Hierbinnen zijn maatschappelijke voorzieingen toegestaan en ook zeker noodzakelijk. Het realiseren van een BMV waarin de reeds aanwezige maatschappelijke instellingen worden gehuisvest aan de Vullingsweg te Heerlen is in overeenstemming met de de uitgangspunten van de (ontwerp) Omgevingsvisie.