NL.IMRO.0917.BP030400W000003-0401_Regels.pdf
Tekst van het document
12.5.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden genoemd in 12.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 12.1 omschreven doeleinden niet onevenredig worden aangetast. 12.5.3 Uitzonderingenop het verbod Het in 12.5.2 bepaalde is niet van toepassing op: a. b. c. d.
e. f.
werkzaamheden die behoren tot de normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik; werken of werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning of vrijstelling mogen worden uitgevoerd; het periodiek kappen van griendhout en ander hout, voorzover het betreft de normale uitoefening van het ten tijde van het van kracht worden van het plan bestaande bodemgebruik; werken of werkzaamheden die gericht zijn op het behoud of de versterking van de bestemming.
bestemmingsplan Heerlen-West
33
Artikel 13
13.1
Recreatie
Bestemmingsomschrijving
13.1.1 Doeleinden De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
dagrecreatie; verblijfsrecreatie;
en: c. d. e.
ter plaatse van de aanduiding 'speeltuin' uitsluitend een speeltuin is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - vakantieappartementen' uitsluitend vakantieappartementen zijn toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' uitsluitend volkstuinen zijn toegestaan;
13.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. verhardingen; d. groenvoorzieningen; e. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. speel- en ligweiden en trapvelden; g. speelvoorzieningen; h. water; i. bruggen en overige kunstwerken; j. uitritten en verhardingen; k. wandel-, fiets- en ruiterpaden; l. ontsluitingswegen; m. overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen. 13.2
Bouwregels
Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 13.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende eisen: a. b. c.
gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' ; het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 100% van het bouwvlak, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' een ander percentage is aangegeven.
13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende eis: a.
de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter, uitgezonderd erfafscheidingen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter bedraagt en antennes, windmolens en lichtmasten waarvan de bouwhoogte maximaal 12,00 meter bedraagt.
bestemmingsplan Heerlen-West
34
13.3
Specifieke gebruiksregels
13.3.1 Verboden gebruik Onder het verboden gebruik en verboden laten gebruiken van gronden en bouwwerken, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wabo, wordt tenminste verstaan: a. b.
het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor permanente bewoning; het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor prostitutie.
bestemmingsplan Heerlen-West
35
Artikel 14
14.1
Sport
Bestemmingsomschrijving
14.1.1 Doeleinden De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
sportactiviteiten met uitzondering van gemotoriseerde sporten en sporten met dieren; sportvoorzieningen;
en: c.
ter plaatse van de aanduiding 'tennisbaan' uitsluitend tennisvelden met bijbehorende voorzieningen en ondergeschikte bijbehorende horeca in de categorie 2 zijn toegestaan.
14.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f.
gebouwen, waaronder kantines en kleedruimten; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; verhardingen; groenvoorzieningen; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.
14.2
Bouwregels
Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 14.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende eisen: a. b. c.
gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 100% van het bouwvlak, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' een ander percentage is aangegeven.
14.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. b.
de bouwhoogte van lichtmasten en ballenvangers bedraagt maximaal 20,00 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,00 meter, uitgezonderd erfafscheidingen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter bedraagt en antennes en windmolens waarvan de bouwhoogte maximaal 12,00 meter bedraagt.
bestemmingsplan Heerlen-West
36
Artikel 15
15.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
15.1.1 Doeleinden De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
tuinen; erkers;
en: c. d. e. f. g.
ter plaatse van de de aanduiding 'landschapswaarden' tevens bestemd voor het behoud, de versterking en de ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - orangerie' met behoud van de stedenbouwkundige waarden een orangerie is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'kinderdagverblijf' is een buitenruimte van een kinderdagverblijf toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' is een parkeerterrein ten behoeve van de omliggende functies toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'terras' is een terras ten behoeve van de aangrenzende bestemming toegestaan.
15.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f.
gebouwen, uitsluitend in de vorm van erkers, met dien verstande dat gebouwen in de vorm van erkers niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden'; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; verhardingen; groenvoorzieningen; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.
15.2
Bouwregels
Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 15.2.1 Gebouwen Als gebouwen mogen uitsluitend erkers worden gebouwd. Voor het bouwen van erkers gelden de volgende eisen: a.
b.
situering binnen het bestemmingsvlak waarbij: 1. de afstand van een erker tot de naar de weg gekeerde perceelgrens minimaal 2,00 meter moet bedragen; 2. de diepte van een erker niet meer dan 1,5 m mag bedragen, en 3. de breedte van een erker niet meer mag bedragen dan 50% van de breedte van de gevel van de woning waaraan de erker gebouwd wordt; bouwhoogte, de bouwhoogte van een erker mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning waaraan de erker gebouwd wordt.
15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. b. c.
de bouwhoogte van erfscheidingen bedraagt voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,00 meter; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' is een overkapping met een maximale bouwhoogte van 3,5 meter toegestaan;
bestemmingsplan Heerlen-West
37
d.
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - carport' is een carport met een maximale bouwhoogte van 3,50 meter toegestaan.
15.3
Specifieke gebruiksregels
Parkeren binnen deze bestemming is, voor zover er niet geparkeerd wordt voor een garage of een carport, niet toegestaan.
bestemmingsplan Heerlen-West
38
Artikel 16
16.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
16.1.1 Doeleinden De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
wegen met hoofdzakelijk een functie voor verblijf, alsmede ter ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden;
en: b. c. d.
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'terras' een terras ten behoeve van de aangrenzende bestemming is toegestaan; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - pinbox' een pinbox is toegestaan; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkon' balkons zijn toegestaan.
16.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
gebouwen, waaronder tunnels; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; verhardingen; groenvoorzieningen; speelplaatsen en speelvoorzieningen; in- en uitritten; kruisende wegen en water; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.
16.2
Bouwregels
Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 16.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende eisen: a. b.
situering, binnen het bestemmigsvlak; de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal 4,00 meter respectievelijk maximaal 4,00 meter tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' een andere hoogte is aangegeven.
16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. b.
de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,00 meter en van schermen maximaal 3,00 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 10 meter.
bestemmingsplan Heerlen-West
39
Artikel 17
17.1
Verkeer - Wegverkeer
Bestemmingsomschrijving
17.1.1 Doeleinden De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen met hoofdzakelijk een functie voor het doorgaand verkeer. 17.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
gebouwen, waaronder tunnels; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; verhardingen; groenvoorzieningen; speelplaatsen en speelvoorzieningen; in- en uitritten; kruisende wegen en water; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.
17.2
Bouwregels
Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 17.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende eisen: a. b.
c.
situering, binnen het bouwvlak; de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal 4,00 meter respectievelijk maximaal 4,00 meter tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' een andere hoogte is aangegeven; de verticale bouwdiepte bedraagt maximaal 4 meter per ondergrondse bouwlaag, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - verticale bouwdiepe' een andere verticale bouwdiepte is aangegeven.
17.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. b.
de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,00 meter en van schermen maximaal 3,00 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 10 meter.
bestemmingsplan Heerlen-West
40
Artikel 18
18.1
Water
Bestemmingsomschrijving
18.1.1 Doeleinden De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water en waterhuishoudkundige doeleinden. 18.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f. g.
gebouwen, waaronder bergbezinkbassins; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; taluds; verhardingen; groenvoorzieningen; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.
18.2
Bouwregels
Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 18.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende eisen: a. b. c.
gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 100% van het bouwvlak, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' een ander percentage is aangegeven.
18.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende eisen: a.
de de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter, uitgezonderd erfafscheidingen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter bedraagt en antennes, windmolens en lichtmasten waarvan de bouwhoogte maximaal 12,00 meter bedraagt.
18.3
Afwijken van de bouwregels
18.3.1 Afwijkingsbevoegdheden Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 18.2.2 ten behoeve van het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot een bouwhoogte van maximaal 5,00 meter, indien de waterstaatkundige belangen dit gedogen, waarbij door het bevoegd gezag vooraf advies is ingewonnen bij de waterbeheerder. 18.3.2 Afwijkingsvoorwaarden Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 18.3.1, kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d.
het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie;
bestemmingsplan Heerlen-West
41
e. f.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen.
bestemmingsplan Heerlen-West
42
Artikel 19
19.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
19.1.1 Doeleinden De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
wonen; tuinen;
en: c. d.
e. f. g. h. i. j.
ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening', op de begane grond, tevens maatschappelijke, publieke en commerciële dienstverlening zijn toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van dienstverlening - 1' op de begane grond en alle verdiepingingen tevens maatschappelijke, publieke en commerciële dienstverlening zijn toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel', tevens detailhandel op de begane grond is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2', tevens de in de Staat van Bedrijfsactiviteiten genoemde bedrijven tot en met categorie 2 zijn toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - glashandel', tevens een glashandel is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'kinderdagverblijf', tevens een kinderdagverblijf is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage', tevens een parkeergarage is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'garageboxen', uitsluitend garageboxen zijn toegestaan.
19.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f. g.
woningen; aanbouwen, erkers en bijgebouwen bouwwerken, geen gebouwen zijnde; verhardingen; groenvoorzieningen; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.
19.2
Bouwregels
Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 19.2.1 Bebouwingsoppervlakte a.
Maximaal 60% van het bouwperceel mag worden bebouwd mits de volgende oppervlaktes niet worden overschreden: Oppervlakte bouwperceel
Maximaal bebouwbare oppervlakte
kleiner dan 750 m2
200 m2
750 m2 tot en met 1.000 m2
250 m2
groter dan 1.000 m2
300 m2
tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m²)' een afwijkende oppervlakte is opgenomen; b.
In afwijking van het bepaalde onder 19.2.1 onder a, mag ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' maximaal 100% van het bouwperceel worden bebouwd, tenzij ter plaatse van de
bestemmingsplan Heerlen-West
43
c.
aanduiding 'maximum bebouwingspercentage bouwperceel' een ander percentage is opgenomen. In afwijking van het bepaalde onder 19.2.1 onder a geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio' een maximaal bebouwingspercentage van 100% van de woonbestemming.
19.2.2 Woningen Voor woningen gelden de volgende eisen: a.
b.
c. d. e. f. g. h.
i.
woningen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd, tenzij ter plaatse de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwvlak solitaire bouwtitel' is opgenomen; per bouwvlak mogen niet meer woningen worden opgericht dan het aantal legale woningen dat bestaat, of op grond van een onherroepelijke omgevingsvergunning kan worden gerealiseerd, op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, tenzij blijkens de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' een afwijkend aantal is weergegeven; ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' mogen binnen het bouwvlak uitsluitend aaneengebouwde, grondgebonden rijwoningen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen binnen het bouwvlak uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' mogen binnen het bouwvlak uitsluitend halfvrijstaande, grondgebonden woningen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mag binnen het bouwvlak uitsluitend één vrijstaande, grondgebonden woning worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' mag binnen het bouwvlak uitsluitend één woonwagen worden gebouwd; de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal 7,00 meter respectievelijk maximaal 12,00 meter tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' een andere hoogte is aangegeven; het maximale
bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt 100%, met inachtneming van het bepaalde in 19.2.1.
19.2.3 Aanbouwen Voor aanbouwen gelden de volgende eisen: a. b. c. d. e. f.
aanbouwen moeten tenminste 3,00 meter achter de voorgevellijn zijn gesitueerd; de goothoogte bedraagt maximaal 4,00 meter; de bouwhoogte bedraagt maximaal de goothoogte van het hoofdgebouw; het halfvrijstaande dan wel het vrijstaande karakter van de woning mag niet worden aangetast; voor de oppervlakte dient het bepaalde in 19.2.1 in acht te worden genomen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwwerken uitgesloten' zijn geen gebouwen toegestaan.
19.2.4 Bijgebouwen Voor bijgebouwen gelden de volgende eisen: a. b. c.
d. e.
bijgebouwen moeten tenminste 3,00 meter achter de voorgevellijn zijn gesitueerd; de goothoogte bedraagt maximaal 4,00 meter; de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,00 meter, uitgezonderd indien in of binnen een afstand van 2,00 meter van de perceelsgrens wordt gebouwd, dan bedraagt de bouwhoogte maximaal 4,00 meter, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' een andere hoogte is aangegeven; voor de oppervlakte dient het bepaalde in 19.2.1 in acht te worden genomen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwwerken uitgesloten' zijn geen gebouwen toegestaan.
19.2.5 Garageboxen Voor garageboxen gelden de volgende eisen: a. b. c.
ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' mogen uitsluitend garageboxen worden gebouwd; de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,50 meter; het maximale bebouwingspercentage van het aanduidingsvlak bedraagt 100%, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' een ander percentage is aangegeven.
bestemmingsplan Heerlen-West
44
19.2.6 Erkers Voor erkers gelden de volgende eisen: a. b. c. d.
de afstand van een erker tot de naar de weg gekeerde perceelgrens minimaal 2,00 meter moet bedragen; de diepte van een erker niet meer dan 1,5 m mag bedragen, en de breedte van een erker niet meer mag bedragen dan 50% van de breedte van de gevel van de woning waaraan de erker gebouwd wordt; de bouwhoogte van een erker mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning waaraan de erker gebouwd wordt.
19.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. b.
c. d.
de bouwhoogte van erfscheidingen bedraagt voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter; ten aanzien van overkappingen gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping bedraagt maximaal 3,50 meter; 2. de overkapping dient op een afstand van ten minste 1,00 meter achter de voorgevellijn te worden gebouwd; voor de oppervlakte dient het bepaalde in 19.2.1 in acht te worden genomen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,00 meter.
19.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
19.4
Specifieke bouwregels
Voor woningen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - bouwvlak solitaire bouwtitel' gelden de volgende eisen: a. b.
c. d. e.
f.
g.
woningen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bouwvlak solitaire bouwtitel' worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aaneengebouwd solitaire bouwtitel' mag binnen het bouwvlak - uitsluitend - 1 aaneengebouwde, grondgebonden rijwoning worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 'twee-aaneen solitaire bouwtitel' mag binnen het bouwvlak - uitsluitend - 1 halfvrijstaande, grondgebonden woning worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijstaand solitaire bouwtitel' mag binnen het bouwvlak - uitsluitend - 1 vrijstaande, grondgebonden woning worden gebouwd; de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal 7,00 meter respectievelijk maximaal 12,00, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m) 1 solitaire bouwtitel'; de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal 10,00 meter respectievelijk maximaal 12,00, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m) 2 solitaire bouwtitel'; het maximale bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt 100%, met inachtneming van het bepaalde in 19.2.1.
19.5
Afwijken van de bouwregels
19.5.1 Afwijkingsbevoegdheden Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 19.2 ten behoeve van:
bestemmingsplan Heerlen-West
45
a. b.
de uitbreiding van een woning over twee bouwlagen; de sloop en daaropvolgende nieuwbouw van een woning binnen hetzelfde bouwperceel.
19.5.2 Voorwaarden uitbreidingwoning over twee lagen Een omgevingsvergunning , zoals bedoeld in 19.5.1, onder a. kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. b. c.
d. e.
f.
de bouwhoogte bedraagt maximaal 12 meter; de goothoogte bedraagt maximaal 7 meter; de bouwdiepte van het totale hoofdgebouw bedraagt maximaal: 1. 10 meter ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'; 2. 12 meter ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 3. 15 meter ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; de afstand tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en de achterste perceelsgrens bedraagt minimaal 5 meter; de afstand tussen het hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens bedraagt: 1. aan één zijde minimaal 3 meter ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 2. minimaal 3 meter ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie, en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
19.5.3 Voorwaarden sloop en nieuwbouwbinnen hetzelfde bouwperceel Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 19.5.1, onder b. kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. b. c.
d. e.
f.
g.
de bouwhoogte bedraagt maximaal 12 meter; de goothoogte bedraagt maximaal 7 meter; de bouwdiepte van het totale hoofdgebouw bedraagt maximaal: 1. 10 meter ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'; 2. 12 meter ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 3. 15 meter ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; de afstand tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en de achterste perceelsgrens bedraagt minimaal 5 meter; de afstand tussen het hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens bedraagt: 1. aan één zijde minimaal 3 meter ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 2. minimaal 3 meter ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; het hoofdgebouw wordt in de voorgevelrooilijn gebouwd of: 1. maximaal 2 meter achter de voorgevelrooilijn ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'; 2. maximaal 5 meter achter de voorgevelrooilijn ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 3. maximaal 5 meter achter de voorgevelrooilijn ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie, en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
19.6
Specifieke gebruiksregels
19.6.1 Solitaire bouwtitel Ten aanzien van het benutten van een solitaire bouwtitel gelden de volgende bepalingen: a.
b.
de 'specifieke bouwaanduiding - bouwvlak solitaire bouwtitel' en de daaraan verbonden bebouwingsmogelijkheden vervallen wanneer uiterlijk 5 jaren na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan "Heerlen-West" geen ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning is ingediend en deze na het doorlopen van de vergunning-procedure reeds is of alsnog kan worden vergund; de ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - bouwvlak solitaire bouwtitel' toe te voegen woningen dienen aan de Structuurvisie Wonen Zuid Limburg (vastgesteld d.d 23 november
bestemmingsplan Heerlen-West
46
c.
2016) of het structuurvisiebesluit Beleidsregel Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021 (vastgesteld d.d. 27 januari 2021) of diens rechtsopvolgers te voldoen; de aanvraag om omgevingsvergunning dient vergezeld te gaan van een verzoek om de woning aan de regionale woningmarktprogrammering toe te voegen.
19.6.2 Aan huis gebonden beroep Ten aanzien van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
de uitoefening van een aan huis gebonden beroep is toegestaan in de woning en de bijbehorende bouwwerken, met uitzondering van overkappingen; degene die de activiteiten uitvoert, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de woonfunctie van het betreffende perceel blijft in overwegende mate behouden.
19.6.3 Gebruik bijgebouw Een bijgebouw wordt niet gebruikt als woonruimte. 19.6.4 Parkeren Parkeren voor de voorgevel is, voor zover er niet geparkeerd wordt voor een garage of carport, niet toegestaan.
19.7
Afwijken van de gebruiksregels
19.7.1 Consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten Burgemeester en Wethouders kunnen via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 19.1 ten behoeve van het gebruik van de woning en de bijbehorende aan en bijgebouwen voor de uitoefening van consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. b.
c.
d. e. f. g. h. i. j. k.
de dienstverlenende bedrijfsactiviteit het bedrijfsmatig verlenen van diensten betreft; de ambachtelijke bedrijfsactiviteit het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen alsook het - als ondergeschikte activiteit - verkopen en/of leveren van goederen die verband houden met het ambacht betreft; de woonfunctie van het betreffende pand in overwegende mate behouden blijft, hetgeen ondermeer inhoudt dat in totaal maximaal 30% van de grondvloeroppervlakte, maar nooit meer dan 80 m² mag worden gebruikt; het een zelfstandige zonder personeel en zonder stagiaires betreft; het geen detailhandelsactiviteiten betreft, tenzij deze van ondergeschikte aard zijn; er geen onevenredige hinder wordt toegebracht aan het woon- en leefmilieu; het geen bedrijfsactiviteit betreft die onder de categorieën B of C van het Activiteitenbesluit valt, tenzij er geen overlast voor de omgeving op zal treden; de bedrijfsactiviteit geen onevenredige hinder voor wat betreft de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden geeft; de bedrijfsactiviteit niet zodanig verkeersaantrekkend is, dat er verkeersoverlast ontstaat, of dat verkeersmaatregelen, zoals het creëren van extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk worden; aan of bij de woning geen grote bedrijfs- of reclameborden (groter dan 0,5 m) worden bevestigd of geplaatst;
degene die de bedrijfsactiviteit verricht bewoner van de woning in kwestie is.
19.7.2 Parkeren voor de voorgevel Burgemeester en wethouders kunnen via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 19.6.4 ten behoeve van parkeren voor de voorgevel, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
het parkeren leidt niet tot stedenbouwkundige bezwaren; het parkeren leidt niet tot verkeerskundige bezwaren; het parkeren kan niet anders worden gerealiseerd.
bestemmingsplan Heerlen-West
47
Artikel 20
20.1
Waarde - Archeologie2 (zeer hoge waarde)
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
20.2
Bouwregels
20.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 20.2.2 Uitzonderingenop verbod Het verbod als bedoeld in artikel 20.2.1 is niet van toepassing indien: a. b.
c.
het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de archeologische waarde vast te kunnen stellen; het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 100 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.
20.3
Afwijken van de bouwregels
20.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 20.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen. 20.3.2 Voorwaarden grotere bodemingrepen Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 20.3.1, kan slechts worden verleend indien: a. b. c. d.
de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.
20.3.3 Voorschriftenaan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
20.3.4 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 20.3.3, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
bestemmingsplan Heerlen-West
48
20.4 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.4.1 Uitvoeringsverbodzonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.
b. c. d.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
20.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 20.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d.
de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.
20.4.3 Uitzonderingenop verbod Het verbod als bedoeld in artikel 20.4.1 is niet van toepassing indien: a. b. c. d.
de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- / booronderzoek); de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 100 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt; de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen.
20.4.4 Voorschriftenaan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20.4.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
20.4.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 20.4.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
20.5
Omgevingsvergunningvoor het slopen van een bouwwerk
20.5.1 Uitvoeringsverbodzonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken te slopen.
bestemmingsplan Heerlen-West
49
20.5.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 20.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c.
d.
de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.
20.5.3 Uitzonderingenop verbod Het verbod als bedoeld in artikel 20.5.1 is niet van toepassing indien: a. b.
de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 100 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.
20.5.4 Voorschriftenaan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20.5.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
20.5.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 20.5.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de sloopwerkzaamheden.
20.6
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a.
b.
de bestemming 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 1, 2, 3, 4 of 5' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.
bestemmingsplan Heerlen-West
50
Artikel 21
21.1
Waarde - Archeologie3 (hoge waarde)
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
21.2
Bouwregels
21.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 21.2.2 Uitzonderingenop verbod Het verbod als bedoeld in artikel 21.2.1 is niet van toepassing indien: a. b.
c.
het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de archeologische waarde vast te kunnen stellen; het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.
21.3
Afwijken van de bouwregels
21.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 21.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen. 21.3.2 Voorwaarden grotere bodemingrepen Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 21.3.1, kan slechts worden verleend indien: a. b. c. d.
de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.
21.3.3 Voorschriftenaan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
21.3.4 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 21.3.3, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
bestemmingsplan Heerlen-West
51
21.4 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.4.1 Uitvoeringsverbodzonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.
b. c. d.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
21.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 21.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d.
de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.
21.4.3 Uitzonderingenop verbod Het verbod als bedoeld in artikel 21.4.1 is niet van toepassing indien: a. b. c. d.
de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- / booronderzoek); de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt; de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen.
21.4.4 Voorschriftenaan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.4.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
21.4.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 21.4.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
21.5
Omgevingsvergunningvoor het slopen van een bouwwerk
21.5.1 Uitvoeringsverbodzonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken te slopen.
bestemmingsplan Heerlen-West
52
21.5.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 21.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c.
d.
de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.
21.5.3 Uitzonderingenop verbod Het verbod als bedoeld in artikel 21.5.1 is niet van toepassing indien: a. b.
de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.
21.5.4 Voorschriftenaan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.5.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
21.5.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 21.5.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de sloopwerkzaamheden.
21.6
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a.
b.
de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 1, 2, 3, 4 of 5' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.
bestemmingsplan Heerlen-West
53
Artikel 22
22.1
Waarde - Archeologie4 (middelhogewaarde)
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
22.2
Bouwregels
22.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 22.2.2 Uitzonderingenop verbod Het verbod als bedoeld in artikel 22.2.1 is niet van toepassing indien: a. b.
c.
het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de archeologische waarde vast te kunnen stellen; het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 2.500 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.
22.3
Afwijken van de bouwregels
22.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 22.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen. 22.3.2 Voorwaarden grotere bodemingrepen Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 22.3.1, kan slechts worden verleend indien: a. b. c. d.
de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.
22.3.3 Voorschriftenaan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
22.3.4 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 22.3.3, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
bestemmingsplan Heerlen-West
54
22.4 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.4.1 Uitvoeringsverbodzonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.
b. c. d.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
22.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 22.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d.
de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.
22.4.3 Uitzonderingenop verbod Het verbod als bedoeld in artikel 22.4.1 is niet van toepassing indien: a. b. c. d.
de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- / booronderzoek); de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 2.500 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt; de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen.
22.4.4 Voorschriftenaan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.4.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
22.4.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 22.4.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
22.5
Omgevingsvergunningvoor het slopen van een bouwwerk
22.5.1 Uitvoeringsverbodzonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken te slopen.
bestemmingsplan Heerlen-West
55
22.5.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 22.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c.
d.
de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.
22.5.3 Uitzonderingenop verbod Het verbod als bedoeld in artikel 22.5.1 is niet van toepassing indien: a. b.
de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 2.500 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.
22.5.4 Voorschriftenaan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.5.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
22.5.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 22.5.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de sloopwerkzaamheden.
22.6
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a.
b.
de bestemming 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 1, 2, 3, 4 of 5' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.
bestemmingsplan Heerlen-West
56
Artikel 23
23.1
Waarde - Archeologie5 (lage waarde)
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
23.2
Bouwregels
23.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 23.2.2 Uitzonderingenop verbod Het verbod als bedoeld in artikel 23.2.1 is niet van toepassing indien: a. b.
c.
het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de archeologische waarde vast te kunnen stellen; het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 10.000 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.
23.3
Afwijken van de bouwregels
23.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 23.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen. 23.3.2 Voorwaarden grotere bodemingrepen Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 23.3.1, kan slechts worden verleend indien: a. b. c. d.
de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.
23.3.3 Voorschriftenaan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 23.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
23.3.4 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 23.3.3, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
bestemmingsplan Heerlen-West
57
23.4 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.4.1 Uitvoeringsverbodzonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.
b. c. d.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
23.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 23.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d.
de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.
23.4.3 Uitzonderingenop verbod Het verbod als bedoeld in artikel 23.4.1 is niet van toepassing indien: a. b. c. d.
de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- / booronderzoek); de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 10.000 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt; de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen.