CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

EHO-Bijlage 3 - Besluit last onder dwangsom Euro Handelsonderneming B.V 11 juli 2023

Commissie Ruimtelijke Ontwikkeling en Leefomgeving 13 september 2023, gemeente HeerlenBij agendapunt: Afwijzing verzoek wijziging bestemmingsplan Heerlerheide-Zuid26.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan.

Constatering op 29 juni 2O23t

Vaststelling: De situatie is onveranderd

Constatering op 29 juni 2023=

Vaststelling: De situatie is onveranderd.

Strijdigheid 23 - Tent / opslag Constatering op 3 november 2022=

Betreft: Een tent die is geplaatst ten behoeve van het opslaan van voertuigen en producten van EHO

Activiteit'strijdig gebruik': Volgens artikel 9.1.1 van het bestemmingsplan'HeerlerheideZuid'bevindt de tent zich op een gedeelte van de locatie dat is bestemd als'Groen - Landschappelijk'. De voor'Groen - Landschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen. Aangezien de tent wordt gebruikt ten behoeve van detailhandel, is deze in strijd met de geldende bestemmingsplanregels. Voor deze strijdigheid is geen omgevingsvergunning verleend. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan.

Constatering op 29 juni 2O23t

'xd

H

#.

èfL s.

2!) IUr ì ?(ì.,:i rlr, i .!i I 56 I Iurljlx)rqer:jlr¡¡l r¡cerL¡rì I r¡ìr{r!

Vaststelling: De situatie is onveranderd

Strijdigheid 25 - Overkapp¡ng - Opgeheven Constatering op 3 november 2l)22=

Betreft: Een overkapping die is geplaatst ten behoeve van het opslaan van materialen van EHO

Activiteit'strijdig gebruik': Volgens artikel 9.1.1 van het bestemmingsplan'HeerlerheideZuid'bevindt de overkapping zich op een gedeelte van de locatie dat is bestemd als'Groen - Landschappelijk'. De voor'Groen Landschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen. Aangezien de overkapping wordt gebruikt ten behoeve van detailhandel, is deze in strijd met de geldende bestemmingsplanregels. Voor deze strijdigheid is geen omgevingsvergunning verleend, Op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en ondercvan de WetAlgemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat

geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan.

Constatering op 29 juni 2l)23=

Vaststelling: De overkapping is verwijderd. Deze strijdigheid is daarmee opgeheven

Strijdigheid 27 - Kantine / kantoor - Opgeheven Gonstatering op 3 novemb er 2O22=

Betreftr Een tuinhuis dat is geplaatst om te functioneren als kantoor en kantine

Activiteit'strijdi g gebruik': Volgens artikel 6.2.1, onder a van het bestemmingsplan'Heerlerheide Zuid'bevindt het tuinhuis zich op een gedeelte van de locatie dat is bestemd als'Detailhandel'. Op de voor 'Detailhandel'

aangewezen gronden zijn gebouwen uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, Aangezien het tuinhuis is opgericht buiten het bouwvlak, is het aanwezig in strijd met de geldende bestemmingsplanregels. Voor deze strijdigheid is geen omgevingsvergunning verleend. Op grond van artikel 2,1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden in str¡jd met een bestemmingsplan.

Constatering op 29 juni 2fJ23¿

Vaststelling: Het tuinhuis is verwijderd. Deze strijdigheid is daarmee opgeheven

Strijdigheid 29 - Opslagterrein hout Constatering op 3 november 2O22=

Betreft: Een terrein waar houtproducten worden opgeslagen en te koop worden aangeboden

Activiteit'strijdig gebruik'r Volgens artikel 9,1.1 van het bestemmingsplan'HeerlerheideZuid'bevindt het westelijke gedeelte van het terrein zich op een gedeelte van de locatie dat is bestemd als'Groen - Landschappelijk'. De voor'Groen - Landschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen. Aangezien het terrein wordt gebruikt ten behoeve van detailhandel, wordt het gebruikt in strijd met de geldende bestemmingsplanregels. Voor deze strijdigheid is geen omgevingsvergunning verleend. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat

geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan.

Constatering op 29 juni 2O23t

Vaststelling: De situatie is onveranderd.

Strijdigheid 31 - Opslagterrein tuinhuizen Constatering op 3 november 2022:

3 nóv.2022 10i00:51 80 Rennem¡gervèldweg Heerlen Linì

Betreft: Een terrein dat wordt gebruikt ten behoeve van het plaatsen van een groot aantal tuinhuizen, die ter

verkoop worden aangeboden.

Activiteit'strijdig gebruik': Volgens artikel 6.2.1, onder a van het bestemmingsplan'Heerlerheide Zuid'bevindt het terrein zich op een gedeelte van de locatie dat is bestemd als'Detailhandel'. Op de voor 'Detailhandel'

aangewezen gronden zijn gebouwen uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, Aangezien de tuinhuizen op het terrein zijn opgericht buiten het bouwvlak, zijn zij aanwezig in strijd met de geldende bestemmingsplanregels. Voor deze strijdigheid is geen omgevingsvergunning

verleend. Op grond van artikel 2,1, eerste lid, aanhef en ondercvan de WetAlgemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan.

Strijdigheid 32 - Gemetseld tuinhuis Constatering op 3 november 2022=

Betreft: Een gemetseld bouwwerk, met hieraan een overkapping als showmodel bevestigd

Activiteit'strijdig gebruik': Volgens artikel 6.2.1, onder a van het bestemmingsplan'Heerlerheide Zuid'bevindt het bouwwerk zich op een gedeelte van de locatie dat is bestemd als'Detailhandel'. Op de voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn gebouwen uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Aangezien het bouwwerk is opgericht buiten het bouwvlak, is het aanwezig in strijd met de geldende bestemmingsplanregels. Voor deze strijdigheid is geen omgevingsvergunning verleend. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en ondercvan de WetAlgemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan.

Constatering op 29 juni 2O232

29 Jun. 2023 1 0: l 4:02 7ua RenneÍlrgerveldu/eg Heerlen

l-imburg

vaststell¡ng: De situatie is onveranderd

Strijdigheid 34 - Verharde weg Constatering op 3 november 20222

Betreft: Een weg, leidend naar een stookplaats (strijdigheid 35), die is verhard ten behoeve van verkeer

Activiteit'strijd ig gebruik'r Volgens artikel 9.1.1 van het bestemmingsplan'HeerlerheideZuid'bevindt de weg zich op een gedeelte van de locatie dat is bestemd als'Groen - Landschappelijk'. De voor'Groen - Landschappelijk'aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen. Volgens artikel 9.1.2, onder c van het bestemmingsplan zijn verhardingen enkel ten behoeve van de bestemming toegelaten. Aangezien de weg niet is verhard ten behoeve van de groenvoorzieningen, maar ten behoeve van bedrijfsactiviteiten, is de verharding in strijd met de geldende bestemmingsplanregels gerealiseerd. Voor deze strijdigheid is geen omgevingsvergunning verleend. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan.

Constatering op 29 juni 2f)232

Vaststelling: De situatie is onveranderd

Constatering op 29 juni 2O23t

Vaststelling: De stookplaatsvoorziening bestaande uit legioblokken, is verwijderd. Hiermee is deze overtreding opgeheven.

Strijdigheid 36 - Realiseren aanvullaag Constatering op 3 en 7 november 2022=

Betreft: Op het perceel met kadastraal nummer HLN01 C 5954 is over een oppervlakte van minimaal 2.280 m2 een aanvullaag aangebracht, bestaande uit asfalt, puin, mijnsteen, grond en zand. Deze materialen zijn volgens de eigenaar van EHO, de heer Ankiewicz, afkomstig van het terrein van EHO

Activiteit'strijdig gebruik': Volgens artikel 9.1.1 van het bestemmingsplan'HeerlerheideZuid'bevindt de aanvullaag zich op een gedeelte van de locatie dat is bestemd als 'Groen - Landschappelijk'. De voor'Groen - Landschappe-

lijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen. Het realiseren van een aanvullaag is deze in strijd met de geldende bestemmingsplanregels. Voor deze strijdigheid is geen omgevingsvergunning verleend. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en ondercvan de WetAlgemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan.

Activiteiten 'milieu' en 'bodem': Er konden tijdens de controle ten aanzien van de aanvullaag geen productcertificaten of kwaliteitsdocumenten getoond worden. Er zijn geen vergunningen verleend voor het realiseren van een aanvullaag danwel het uitvoeren van een werk op het betreffende perceel. Van een functionele toepassing van een bouwstof als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit is geen sprake en er is geen melding op grond van het Besluit bodemkwaliteit gedaan. Er is sprake van het storten en/of op of in de bodem brengen van afvalstoffen en handelen in strijd met de zorgplichten voor bodem en afualstoffen, Op luchtfoto's is duidelijk te zien dat deze aanvullaag zich in de loop van de jaren heeft uitgebreid, Het storten of anderszins op of in de bodem brengen van afualstoffen is verboden en de aangetroffen situatie is in strijd met artikel 10.1Wet milieubeheer, LO.2 lid l Wet milieubeheer, artikel 32 en artikel 42 Besluit bodemkwaliteit en 13 Wet bodembescherming.

strijdigheid 37 - opslag gasflessen en

drukhouders

Constatering op 3 novemb er 2cl22:

Betreft: De opslag van gasflessen/drukhouders

in een tent.

Activiteiten .milieu,¡ De opslag is in strijd met artikel 4'L lid 1 Activiteitenbesluit juncto artikel 4.4a lid 1 aanhef en onder b en 3 Activiteitenregering juncto voorschrifte n 3.2.2en 6.2.6 van de pGS 15.

Constatering op 29 juni 2C,23¿

vaststell¡ng: Vanwege de aanwezigheid van de

tent/het tentzeil en de kunststofplaten binnen 5 meter van de opslag is nog altijd sprake van een overtreding van artikel 4.1 lid l Activiteitenbesruit juncto artiker 1 aanhef en onder b en lid 3 Activiteitenregeling juncto voorschrifte n 3.2.2en 6.2.6 van pGS 1':." "o

strijdigheid 38b -opsrag gevaarrijke

stoffen (benzine) - opgeheven

Constatering op 3 november 2O22:

Betreft: De opslag van gevaarrijke stoffen

krasse 3 ADR (benzine) in een

werkpraats

Activiteiten .milieu,: De opslag is in strijd metartikel 4'llid l Activite¡tenbesluit juncto artikel 4.7,\idl en 4.3, lid l van de Activiteitenregering en de voorschriften 3.2.2 en3.2.3 van de pGS 15.

Constatering op 29 juni 2C.23¿ Vaststelling: Tijdens de controle op 29 juni 2023 isvastgesteld dat de opsrag van benzine niet meer aanwezig is in de werkplaats. Deze overtreding is daarmeã opgeheven.

|H'$:i:id

3ea - opslas sevaartijke afvarsroffen

(roodzuuraccu,s) -

Constatering op 3 november 2Cl22:

Betreft: De opslag van gevaarlij.ke afualstoffen

ïli;Ïi:;::

(toodzuuraccu's) ter plaatse

;:"ï"t":iï'::"^:.ffi:uraccu's

staan niåt oouun

""n

van de terreinverharding van het rekbak of vroeistofJichre vroer

en

Activiteiten'milieu': ,feooslaoisinstrijdmetartikel 4'L,lidTActiviteitenbesluitjunctoartikel 4.4c,lidlActiviteitenrege-

Constatering op 29 juni 2L23it Vaststelling:

#::i":i.:ïff':::ít'ä;::;J"ï'tsesterd dat de opsras van roodzuuraccu's is verwijderd.

strijdigheid 4o - vroer werkpraats

en afreveren dieser - opgeheven

Constatering op 3 november 2022:

Betreft:

ffJ,:;ffi"

een werkplaats' waar onderhoud

aan motorvoertuigen en gemotoriseerde

apparaten

Activiteiten .milieu,: De vloer van de werkplaats is niet vloeistofkerend uitgevoerd. Dit is in strijd met artikel 4.g4 lid Activiteiten besluit juncto artikel 5d 4. 97 Activiteitenregel¡ng. Het afleveren van diesel vindt niet ptaats lou"n een vroeistofkerende voorziening. Dit is in strijd met artikel 4'83 a en b Activiteitenbesluit ¡,n.io de artikelen +.ae ri¿l en 4.94rid 7 Activiteitenregering,

Constatering op 29 juni 2O23;

Vaststellingr Tijdens de controle is geconstateerd

dat afleverinstailatie voor dieser incrus¡ef de tank verwijderd is, de wertplaats g""n ,pruk" Ë u"n on¿u.houd/reparaties aan apparaten, *uu.bi¡ vroeistorràn kunnen vrijkomen. Daarmee is deze

ook is aannemelijk gemaakt dat in

i:::::ffit;î$:ïï:rde

Zienswijzenota Rennemigerveldweg 7O Op 3 mei 2023 heeft de gemeente Heerlen van de heer W,A.M. van Roy een zienswijze ontvangen, ingediend namens Euro Handelsonderneming 8.V., Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed B,V. en Euro Beheer 8.V., als reactie op een handhavingsvoornemen van 28 maart 2023. In deze nota worden de standpunten uit deze zienswijze puntsgewijs beantwoord,

Zienswijze 1¡ Formeel genomen collegebesluit ontbreekt Overtreders merken op dat het collegebesluit, in overeenstemming waarmee het handhavingsvoornemen is verzonden, niet is opgenomen op een openbare besluitenlijst. Overtreders benoemen verder het feit dat het college, indien het heeft besloten dat het besluit een vertrouweliike status heeft, de gemeenteraad hierover actief had moeten informeren. Derhalve wordt door overtreders aangevoerd dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit tot het handhavingsvoornemen daadwerkelijk is genomen. Zij concluderen dat de manager team Bouw- en Milieutoezicht en Bodem (hierna: BMB) niet was gemandateerd om het handhavingsvoornemen namens het college te verzenden. Derhalve zou het handhavingsvoornemen in dit geval geen formeel besluìt zijn in de zin van artikel 1:3 Awb. Ter bescherming van overtreders heeft het college ervoor gekozen om haar besluit onder embargo vertraagd openbaar te maken, Het collegebesluit is derhalve pas openbaar gemaakt na het verzenden van het handhavingsvoornemen aan overtreders, door het op te nemen in de besluitenlijst van de vergadering van burgemeester en wethouders van Heerlen van 30 mei 2023. Aangezien het besluit geen vertrouwelijke status heeft, was het college niet verplicht de gemeenteraad actief te informeren.

De manager van team BMB is op basis van de Mandaatregeling van de gemeente Heerlen wel degelijk gemandateerd om een handhavingsvoornemen te verzenden. Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat het handhavingsvoornemen zelf, ongeacht de wijze van publicatie, geen formeel besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb, aangezien met deze brief geen rechtsgevolgen in het leven worden geroepen. Wij zien derhalve geen reden om ons handhavingsbesluit naar aanleiding van deze zienswijze aan te passen.

Zienswijze 2: Niet naleven cautieplicht Volgens overtreders had de technisch medewerker bouwtoezicht na het vaststellen van striidigheden aan de vertegenwoordigers van overtreders moeten melden dat zii vanaf dat moment werden verhoord met het oog op het opteggen van een bestraffende sanctie, in overeenstemming met artikel 5:10a Awb. De verklaringen van deze vertegenwoordigers zouden derhalve aangemerkt moeten worden als onrechtmatig verkregen bewijs.

Artikel 5:10a Awb is enkel van toepassing indien door een bestuursorgaan een bestraffende sanctie wordt opgelegd. Op basis van artikel 5:2 Awb is een bestraffende sanctie een bestuurlijke sanctie die beoogt de overtreder leed toe te voegen. De beoogde bestuurlijke sanctie in het onderhavige geval, de last onder dwangsom/ is echter een herstelsanctie die het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van overtredingen als doel heeft. Artikel 5:10a Awb is derhalve nietvan toepassing, waardoor de technisch medewerker bouwtoezicht de vertegenwoordigers van overtreders niet hoefde mede te delen dat zij niet verplicht waren tot antwoorden. In deze context verwijzen wij tevens naar artikel 5:20 Awb, waarin is opgenomen dat een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te

p.7/37

aan d¡e rechtspersoon kan worden toeaerekend. D¡e toereken¡na is afhankeliik van de concrete omstandiaheden van het aeval. waartoe mede behoort de aard van de (verboden\ aedraoina. Een belanorijk oriëntatieount bi-i de toerekenina is of de oedraoina heeft plaatsaevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Een derqeliike qedraainq kan in beqinsel worden toeqerekend aan de rechtspersoon. Van een oedraaina in de sfeer van de rechtspersoon kan sprake ziin indien zich een of meer van de navolaende omstandiqheden voordoen: a) het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon' b) de gedrag¡ng past ¡n de normale bedriifsvoering of taakuitoefenina van de rechtsBersoon, c) de gedraging is de rechtspersoon dienstia aeweest in het door hem uitoeoefende bedriif of in diens taakuitoefening,

d) de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de qedraaina al dan niet zou plaatsvinden, en zodanig of vergetijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of ptacht te worden aanvaard, waarbij onder bedoeld aanvaarden mede be betrachten van de zoro die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden aeverqd met het ooo oo de voorkominq van de aedraaina." De Afdeling overweegt in haar uitspraak van 31 mei 2023 dat voor het aannemen van functioneel daderschap van een rechtspersoon nref vereist is dat zich alle of meerdere van de onder a tot en

met d vermelde omstandigheden voordoen:

"7.5. U¡t de hiervoor, onder 7.4, vermelde rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat niet vereist is dat zich alle of meerdere van de onder a tot en met d vermelde omsta nd ia heden voordoen (...) ".

Uit de uitspraak volgt dat aanvaarding -zoals bedoeld in omstandigheid d- nref inhoudt dat de overtreder de overtreding moet kunnen bewerkstelligen (lees: uitvoeren). Er is reeds sprake van aanvaarding als de overtreder de gedraging had kunnen voorkomen maar dit niet gedaan heeft, hoewel dat redelijkerwijs van hem verwacht kon worden:

"7.5 (...) Anders dan in de conclusie van de AG onder meer in overweging 6.7 wordt betoogd, houden de hiervoor weerqeaeven overweainaen van de Hoae Raad verder niet de eis in dat de overtreder de overtredina moet kunnen "bewerkstelliaen". Dit verschil in inzicht over de inhoud van de criteria is de reden dat de Afdeling in het navolgende de vraag over het oveftrederschap anders beantwoordt dan de AG"' Evident is dat alle aangeschreven part¡jen zijn aan te merken als rechtspersonen. Hierna geven wij, met behulp van bovenstaande criteria, onze motivering ten aanzien van het overtrederschap van elk van de rechtspersonen.

p.3/37

Euro Handelsonderneming BV. Dit wordt ruim uitgelegd, gelet op bovenstaande omschrijving: "inclusief activiteiten als financiering, deelneming en coördinat¡e voor de onderliggende

rechtspersonen". Hieruit volgt dat Euro Beheer BV concreet invloed uitoefent op de (dagelijkse) bedrijfsvoering van Euro Handelsonderneming BV. Daarnaast heeft de heer l.M, Ankiewicz in gesprekken met de gemeente over de bedrijfsvoering en de toekomst van EHO opgetreden als vertegenwoordiger van het bedrijf. In de bedrijfsstructuur volgens de Kamer van Koophandel wordt de natuurlijke persoon de heer J.M, Ankiewicz genoemd als bestuurder en enig aandeelhouder van Ankiewicz Beheer BV. Ankiewicz Beheer BV is een van de bestuurders van Euro Beheer BV. Hiermee wordt de directe relatie tussen het bestuur van Euro Beheer BV en de dagelijkse activiteiten van Euro Handelsonderneming BV eveneens aangetoond, De overtredingen hebben plaatsgevonden binnen de normale bedrijfsvoering van Euro Beheer BV, die bestaat uit het voeren van beheer en beleid over Euro Handelsonderneming BV, De overtredingen hebben plaatsgevonden in sfeer van de rechtspersoon en waren dienstig aan deze rechtspersoon. Euro Beheer BV heeft beschikkingsmacht, nu zij in het kader van de uitvoering van beheer en beleid bevoegd was om te voorkomen dat de overtredingen zouden plaatsvinden. Het beheer en beleid heeft echter mogelijk gemaakt dat de overtredingen konden ontstaan en konden voortduren. Euro Beheer BV heeft de overtredingen bovendien aanvaard.

Euro Beheer BV had de overtredingen kunnen voorkomen door in het kader van beheer en beleid de eis te stellen dat de bedrijfsvoering moest plaatsvinden conform de geldende wet- en regelgeving. Bovendien had Euro Beheer BV daarop in het kader van beheer en beleid toezicht kunnen houden en maatregelen kunnen nemen. Euro Beheer BV heeft, door dit na te laten, niet de zorg betracht die redelijkerwijs van haar kon worden gevergd met het oog op het voorkomen van de overtredingen. De enkele stelling dat sprake is van een holding, ontslaat Euro Beheer BV niet van haar verantwoordelijkheid.

Gelet op het voorgaande en onder verwijzing naar de Afdelingsuitspraak van 31 mei 2023 concluderen wij dat Euro Beheer BV is aan te merken als overtreder ten aanzien van alle overtredingen, die zijn genoemd in het aan haar gerichte dwangsombesluit' B. Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed BV Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed BV is de eigenaar van de gronden waarop zich de overtredingen voordoen. De strijdigheden waarvoor wij Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed BV als overtreder aanmerken, zijn expliciet vermeld in het aan haar gerichte dwangsombesluit. Onder 3,2 van de zienswijze wordt erkend dat Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed BV ¡s aan te merken als overtreder van de Wabo:"Ankiewic & Nacken Onroerend Goed BV (..) ontvankelijk is voor eventuele strijdigheden inzake de Wabo". Het overtrederschap ten aanzien van die voorschriften is hiermee bevestigd en behoeft geen verdere bespreking.

Perceel HLN 01 C 5954 Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed BV is echter niet alleen overtreder ten aanzien van de overtredingen van de Wabo. Deze partij overtreedt ook andere voorschriften, waaronder de aan "een ieder" gerichte artikelen 13 Wet bodembescherming en 10.1 Wet milieubeheer.

Ten aanzien van de overtredingen op perceel HLN 01 C 5954 (strijdigheden 35alb en 36) merken wij het volgende op. Op 20 januari 20L2 is Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed BV eigenaar geworden van het perceel. Uit de rapportages van RUD Zuid-Limburg d.d.23 januari 2023 en 30 juni 2023 blijkt du idelijk dat er in elk geval na 2OL2 wijzigingen hebben plaatsgevonden op perceel H LN 01 C 5954.

p.5/37

C. Euro Handelsondernemina BV De zienswijze bevestigt onder 3,3 dat Euro Handelsonderneming BV is aan te merken als drijver van de inrichting. Tevens wordt erkend dat Euro Handelsonderneming BV is aan te merken als overtreder van het Activiteitenbesluit: "Euro Handelsonderneming BV is als werkmaatschappii de driiver van de

inrichting in het kader van de Wet milieubeheer. Euro Handelsonderneming BV is derhalve uitsluitend ontvanketijk als het gaat om eventuele strijdigheden inzake het Activiteitenbesluit (...)." Het overtrederschap ten aanzien van de voorschriften van het Activiteitenbesluit is hiermee bevestigd en behoeft geen verdere bespreking. Euro Handelsonderneming BV is de paftij die het bedrijf uitoefent. In het kader van de verkoopactiviteiten zijn, in opdracht c.q. onder verantwoordelijkheid van Euro Handelsonderneming BV, de aanwezige bouwwerken geplaatst en worden gronden gebruikt op een wijze die in strijd is met het bestemmingsplan. Daarmee is Euro Handelsonderneming BV ook aan te merken als overtreder van artikel 2.1 eerste lid sub c van de Wabo. Volgens de wetsgeschiedenis ziet dit artikel op het gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven van gronden en bouwwerken;

"Onder het gebruiken van een bouwwerk wordt mede verstaan het laten gebruiken of in aebruik aeven van een bouwwerk of gronden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie dat de eigenaar van een bouwwerk het gebru¡k daarvan door derden toestaat. Voorbeeld hiervan zijn de zogenoemde vliegende winkels, die gedurende ten hoogste enkele dagen hun partiigoederen te koop aanbieden in een hotel of ander gebouw. Vanuit handhavÌngsoogpunt en om herhaling van de overtreding te voorkomen is het wenselijk dat in zo'n geval ook de eigenaar of exploitant van het gebouw kan worden aangepakt3." De handelingen die hebben geleid tot de overtredingen passen binnen de normale bedrijfsvoering van Euro Handelsonderneming BV. De handelingen, en daarmee de overtredingen, zijn dienstig aan het door Euro Handelsonderneming BV uitgeoefende bedrijf. Euro Handelsonderneming BV is de partij die

in het kader van de uitoefening van het bedrijf/de verkoopactiviteiten opdracht geeft en/of verantwoordelijk is voor het (laten) inrichten en het gebruik van het bedrijfsterrein. Wij verwijzen naar punt 5 van de zienswijze, waarin de relatie tussen de bouwwerken/activiteiten en het commerciële oogmerk bevestigd wordt: "Daarnaast dient in overweging te worden genomen dat EHO vanuit commerciële overwegingen vñjwfl jaarlijks een gedeelte van haar bouwwerken en act¡v¡te¡ten op de locatie verplaatst, vern¡euwt of verwijdert". De strijdige bouwwerken zijn binnen de inrichting geplaatst en in gebruik ten behoeve van de verkoopactiviteiten van Euro Handelsonderneming BV. Daarmee heeft zij de beschikkingsmacht waarmee overtredingen voorkomen of opgeheven kunnen worden. Euro Handelsonderneming BV had het strijdige gebruik kunnen voorkomen door de bedrijfsactiviteiten uit te oefenen overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan en hierop toezicht te houden. Dit

geldt tevens ten aanzien van de overige overtredingen. Euro Handelsonderneming BV heeft de strijdige gedragingen aanvaard, getuige het feit dat de overtredingen binnen haar bedrijf en onder haar verantwoordelijkheid hebben plaatsgevonden en nagelaten is om daartegen op te treden. Euro Handelsonderneming BV heeft niet de zorg betracht die in redelijkheid van haar kon worden gevergd met het oog op het voorkomen van de str¡jd¡ge

3 Kamerstukkenll2006/O7,30 844, nr.3, p.94

p. 7 /37

plannen om diverse redenen niet haalbaar bleken, Het college heeft dus de mogelijkheden voor legalisatie en uitbreiding onderzocht, maar deze inspanningen hebben niet geleid tot een nieuw afsprakenkader, passend binnen beleidsuitgangspunten. Uit de door de wethouders gedane uitspraken kan niet worden afgeleid dat het college niet handhavend zou optreden tegen de in het handhavingsvoornemen genoemde strijdigheden. Het college heeft in geen enkel geval aan oveftreders toegezegd dat aanwezige of toekomstige strijdigheden op het perceel vergund zouden worden. Ook is niet toegezegd dat het geldende bestemmingsplan niet van toepassing zou zijn. Bovendien gaan overtreders er in hun zienswijze aan voorbij dat niet alleen sprake is van overtredingen van het bestemmingsplan, maar ook van de milieu- en bodemregelgeving. Het opleggen van een last onder dwangsom is derhalve niet in strijd met het vertrouwensbeginsel. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt verder dat voor een geslaagd beroep op het evenredigheidsbeginsel is vereist dat: ¡ het besluit geschikt is om het doel te bereiken; . de maatregel noodzakelijk is en geen andere, minder vergaande maatregelen kunnen worden toegepast; . de maatregel in het desbetreffende geval daadwerkelijk evenwichtig is. Een last onder dwangsom is in dit geval een geschikt middel om beëindiging van de strijdigheden af te dwingen.

In het onderhavige geval is er sprake van een groot aantal overtredingen, waarbij overtreders zelf goed kunnen inschatten hoe deze opgelost kunnen worden, Met de last wordt derhalve aan de overtreders eerst de mogelijkheid geboden om de strijdigheden op eigen initiatief te beëindigen, binnen een redelijke begunstigingstermijn. Het opleggen van een last onder dwangsom is verder een passende en noodzakelijke maatregel. Een eerder verzoek om het perceel in overeenstemming te brengen met het geldende bestemmingsplan heeft niet geleid tot het beëindigen van de strijdigheden. Derhalve kan niet worden verwacht dat volgende verzoeken wel zullen zorgen voor naleving van de geldende wet- en regelgeving. Om naleving van de geldende regelgeving af te dwingen, dient dus, mede gelet op het voordeel dat overtreders hebben bij het voortzetten van de strijdigheden en de prikkel tot beëindiging van de strijdigheid, te worden gekozen voor een formeel handhavingsbesluit in de vorm van een last onder dwangsom. Tenslotte is het college van mening dat het opleggen van een last onder dwangsom in het onderhavige geval evenwichtig is.

Het enkele feit dat het college in 2015 heeft aangegeven dat een eerste ambtelijk gesprek heeft plaatsgevonden om verdere ontwikkelingen te onderzoeken, betekent niet dat daarmee het vastgestelde bestemmingsplan niet toereikend zou zijn of niet redelijkerwijs toegepast zou kunnen worden. Een dergelijke interpretatie van het bestemmingsplan volgt ook niet uit de toelichting hiervan, ondanks het feit dat deze expliciet aandacht schenkt aan de situatie van de Euro Handelsonderneming. De evenwichtigheid van de gekozen maatregel blijkt verder uit het feit dat overtreders in een brief van april 2022eerst in de gelegenheid zijn gesteld om de strijdigheden op eigen initiatief te beëindigen. In deze brief is een termijn van zes maanden gesteld, waarbij expliciet is overwogen dat voor deze ruime termijn werd gekozen vanwege het al doorlopen traject, Het college heeft derhalve de voorgeschiedenis van het dossier al onderkend en betrokken bij haar aanpak,

Wij concluderen naar aanleiding van het bovenstaande dat het opleggen van een last onder dwangsom niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel'

p.9/37

i.

Strijdigheid 41 is, zoals gesteld in de zienswijze, opgeheven

en 4Lzijn opgeheven, zal hiertegen niet 29 niet is opgeheven, zien strijdigheid Aangezien opgetreden. en worden kunnen meer handhavend op dat punt aan te zienswijze van deze naar aanleiding geen reden om ons handhavingsbesluit wij Omdatstrijdigheden 72,25,27,28,35a,38a,38b,39a,39b

passen.

Zienswijzen 6, 7 en 8; Beschriiving wetteliik kader Overtreders beschrijven dat het bestemmingsplan Heerlerheide Zuid, de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) van toepassing zijn. Daarnaast stellen overtreders dat met de in 2010 verleende bouwvergunn¡ng met vrijstelling (kenmerk 8-06-0097) de op dat moment bestaande detaithandetsactiviteiten en bebouwing zijn gelegaliseerd en strijdigheden met het bestemmingsplan zijn opgeheven. Dit wordt volgens hen ondersteund door paragraaf 3.4 van de toelichtÌng bij het bestemmingsplan Heerlerheide Zu id. De bewering dat de bouwvergunning met vrijstelling de op dat moment bestaande bebouwing heeft gelegaliseerd en bestaande strijdigheden met het bestemmingsplan heeft opgeheven, is geheel onjuist, De vergunning is verleend naar aanleiding van een aanvraag van 30 juni 2008 die zag op het bouwen van een kantoor met een overdekte opslag en legalisatie van de detailhandelsactiviteit op het

perceel. Legalisatie van de reeds aanwezige bouwwerken en overige strijdigheden met het bestemmingsplan maakte geen deel uit van de aanvraag en is derhalve ook niet opgenomen in de verleende vergunning. Het feit dat de vergunning niet beoogd heeft de bestaande situatie te legaliseren, blijkt uit de tekst van het vergunningbesluit, onder andere uit de volgende passages: . Op pagina 1 wordt vermeld dat de gronden in afwijking zullen worden gebruikt, 'namelijk ten behoeve van detailhandelsactiviteiten, bijbehorende bouwwerken (kantoor/hal) en de toegangsweg'. In deze opsomming worden de overige aanwezige bouwwerken dus niet benoemd; . Op pagina 2 wordt vermeld dat een koerswijziging is ingezet om de Euro Handelsonderneming'in aangepaste vorm op de huidige locatie te legaliseren'. Hieruit blijkt dat het niet de intentie van het college was om de op dat moment aanwezige bebouwing en gebruik van het perceel in stand

.

te houden; Op pagina 2 wordt vermeld dat de aangevraagde situatie onder andere stedenbouwkundig aanvaardbaar wordt geacht omdat het parkeren 'nagenoeg geheel op eigen terrein'wordt

gerealiseerd. Hieruit volgt dat het verplaatsen van de parkeerplaats expliciet een reden was om de vergunning te verlenen. Dit blijkt ook uit het feit dat op pagina 3 het parkeren op eigen terrein als voorwaarde wordt gesteld aan de vrijstelling; . Op pagina 2 wordt vermeld dat de aangevraagde situatie verder stedenbouwkundig aanvaardbaar wordt geacht omdat bouwwerken worden beperkt tot één gebouw. Hieruit blijkt expliciet dat de vergunning is verleend omdat het aantal aanwezige bouwwerken ingeperkt zou worden. Het legaliseren van de overige bouwwerken zou niet aansluiten bij deze motivatie; Daarnaast zijn op de tekeningen, behorende bij de vergunning, geen bouwwerken ingetekend buiten het in de vergunning besproken kantoor met opslag. Overtreders voeren aan dat in een bij het vergunningbesluit behorende luchtfoto de gelegaliseerde situatie is vastgelegd, maar deze conclusie is onjuist. De betreffende luchtfoto is, zoals blijkt uit pagina 3 uit het vergunningbesluit, enkel toegevoegd aan het besluit als een weergave van de bestaande situatie en omgeving. In het besluit en de bijlages is op geen enkele manier aangegeven dat deze luchtfoto een weergave zou zijn van de te vergunnen situatie. De gebouwen op deze luchtfoto zijn derhalve niet door de verleende vergunning gelegaliseerd.

p. tt/37

l.

Strijdigheid 15 betreft een'expeditieterrein'waar kortstondig planten, bestratings- en /of houtmateriaal worden opgeslagen die klaar zijn gemaakt voor verkoop of transport. Dit gebruik zou in overeenstemming zijn met de ter plaatse geldende bestemming'detailhandel'. Binnen de bestemming 'verkeer-verblijfsgebied'wordt door vrachtwagens geladen en gelost. Dit gebruik zou derhalve in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan. Het plantmateriaal, waaronder ook beplanting die aangebracht moet worden bii de bestemmingen 'groen'en 'natuur', wordt opgeslagen binnen de bestemming 'groen'. Overtreders merken hierbij op dat de bestemming 'groen' niet correct op de verbeelding van het bestemmingsplan is weergegeven. Dit gebruik zou derhalve tevens in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan.

m. Strijdigheid 16 (portakabin/kantoor) zou vergunningvrij zijn op basis van artikel 2, lid 20 van bijlage II van het Bor. H¡ertoe wordt aangedragen dat het bouwwerk vergeliikbaar is met een bouwkeet en ten dienste staat van het uitvoeren van onderhoud op terreinen van Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed B.V.; n. Strijdigheid 17 (portakabin/kantine) zou vergunningvrij zijn op basis van artikel 2, lid 20 van bijlage II van het Bor. Hiertoe wordt aangedragen dat het bouwwerk vergeliikbaar is met een bouwkeet en ten dienste staat van het uitvoeren van onderhoud op terreinen van AnkÌewicz & Nacken Onroerend Goed B.V.; o. Strijdigheid 18 (bouwwerAopslag) zou vergunningvrij zijn op basis van artikel 2, lid 20 van bijlage II van het Bor. Hiertoe wordt aangedragen dat het bouwwerk vergelijkbaar is met een bouwkeet en ten dienste staat van het uitvoeren van onderhoud op terreinen van Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed B.V.; p. Strijdigheid 19 (tent) zou vergunningvrij zijn op basis van artikel 2, l¡d 3 van biilage II van het Bor. Overtreders merken verder op dat parkeren van voertuigen op basis van het geldende beste m m i ngsp la n is toeg estaa n ; q. Strijdigheid 20 (tent) is aanwezig op een luchtfoto, behorende bii de in 2070 verleende bouwvergunning met vrijstelling en zou derhalve ziin gelegaliseerd; r.

Strijdigheid 21 (tuinhuis/opslag) doet hoofdzakelijk dienst als opslag voor gereedschap en producten die bestemd zijn voor het onderhouden van groen en natuur. Het bouwwerk zou vergunningvrij zijn op basis van artikel 2, l¡d 3 van bijlage II van het Bor; s. Strijdigheid 22 (tuinkas) doet hoofdzakelijk dienst als opslag voor gereedschap en producten die bestemd zÌjn voor het onderhouden van groen en natuur. Het bouwwerk zou vergunningvrii zijn op basis van artikel 2, lid 3 van biilage II van het Bor; t. Strijdigheid 23 (tent/opslag) doet hoofdzakelijk dienst als opslag voor werk- en voertuigen die bestemd zijn voor het onderhouden van percelen van Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed B.V. Het bouwwerk zou vergunningvrij zijn op basis van artikel 2, lid 3 van bijlage II van het Bor; u. Strijdigheid 24 (zeecontainer) is aanwezig op een luchtfoto, behorende bii de in 2070 verleende bouwvergunn¡ng met vr¡jstelling en zou derhalve ziin gelegaliseerd; v. Strijdigheid 26 (zeecontainer) is aanwezig op een luchtfoto, behorende bii de in 2070 verleende bouwvergunning met vrijstelling en zou derhalve zijn gelegaliseerd; w. Strijdigheid 28 (overkapping/houtopslag) is, zoals beschreven in zienswijze 5, verplaatst binnen het bouwvlak en zou vergunningvrij zijn op basis van artikel 2, lid 3 en artikel 3, lid 1 van biilage II van het Bor; x.

Strijdigheid 29 (opslagterrein hout) is, zoals beschreven in zienswijze 5, verplaatst binnen het bouwvlak en zou in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan; y. Strijdigheid 30 (tuinhuis/opslag) zou vergunningvrij zijn op basis van aftikel 2, lid 3 van biilage II van het Bor;

p. L3/37

h. In sub f van artikel 2, lid 3 van bijlage II van het Bor is opgenomen dat dit lid van het artikel

i.

j.

enkel kan worden toegepast, indien de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan 150 m2 bedraagt, De bijbehorende bouwwerken die momenteel niet in strijd met het bestemmingsplan aanwezig zijn op het perceel beslaan een grotere oppervlakte dan 150 m2. Wij gaan er vanuit dat overtreders niet de intentie hebben om deze bouwwerken te verwijderen. Artikel 2, lid 3 van bijlage II van het Bor is derhalve niet van toepassing en dus is strijdigheid 10 (gebouw/werkplaats) vergunningplichtig. Gelet op de zienswijze en de controle van 29 juni 2023 wordt dit bouwwerk gebruik ten behoeve van de inrichting en derhalve ten behoeve van detailhandel. Het bouwwerk is echter nog steeds in strijd met het bestemmingsplan'HeerlerheideZuid', omdat artikel 6.2.1 van dit plan vastlegt dat gebouwen niet buiten het bouwvlak gebouwd mogen worden; Zoals beschreven in de beantwoording van zienswijzen6, T en 8 zijn metde in 2010 verleende bouwvergunning met vrijstelling geen bouwwerken gelegaliseerd, behalve het te bouwen kantoor met opslag.

Strijdigheid 11 (zeecontainers met overkapping) is derhalve niet vergund en dus vergunningplichtig; In sub f van artikel 2, lid 3 van bijlage II van het Bor ¡s opgenomen dat dit lid van het artikel enkel kan worden toegepast, indien de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan 150 m2 bedraagt. De bijbehorende bouwwerken die momenteel niet in strijd met het bestemmingsplan aanwezig zijn op het perceel beslaan een grotere oppervlakte dan 150 m2. Wij gaan er vanuit dat overtreders niet de intentie hebben om deze bouwwerken te verwijderen. Artikel 2, lid3 van bijlage II van het Bor is derhalve niet van toepassing en dus is strijdigheid 13 (overkapping/hondenren) vergunningplich-

tig, Gelet op de zienswijze wordt dit bouwwerk gebruik ten behoeve van de inrichting en derhalve ten behoeve van detailhandel. Het bouwwerk is echter nog steeds in strijd met het bestemmingsplan 'HeerlerheideZuid', omdat het is gebouwd ter plaatse van de bestemming'VerkeerVerblijfgebied'; k. Tijdens de controle op 29 juni 2023 is duidelijk gebleken dat deze locatie niet wordt gebruikt ten behoeve van de opslag van groenafval en restmaterialen. De aanwezige containerbakken waren gevuld met hout- en ijzerafual. Daarnaast waren op de locatie verschillende voertuigen geparkeerd die niet kunnen worden aangemerkt als onderhoudsvoertuigen ten behoeve van de groenvoorziening. Hierbij wordt verwezen naar onderstaande foto's'

Ten overvloede wordt opgemerkt dat de containers en voertuigen nog steeds in strijd met het bestemmingsplan zoudenzijn, zelfs als ze waren geplaatst ten behoeve van de groenvoorziening. Op basis van artikel 9.1.1 van het geldende bestemmingsplan'Heerlerheide Zuid'zijn de voor 'Groen - Landschappelijk' aangewezen gronden enkel bestemd voor de groenvoorzieningen zelf en dus niet voor onderhoudsmiddelen voor deze groenvoorziening. Het is op basis van het bestem-

p. ts/37

Artikel 2,lid 20 van bijlage II van het Bor is derhalve niet van toepassing en dus is strijdigheid 17 (portakabin/kantine) vergu nningpl ichtig ; o. Op basis van artikel 2, lid 20 van bijlage II van het Bor kan een bouwkeet die functioneel is voor een onderhoudsactiviteit vergunningsvrij worden geplaatst. Dit betekent dat de bouwkeet functioneel aanwezig moet zijn voor een specifieke onderhoudsactiviteit, wat impliceert dat het bouwwerk slechts tijdelijk op een perceel aanwezig is. Het onderhavige bouwwerk is, op basis van de verklaring van overtreders, geplaatst ten behoeve van het algemene onderhoud van de omringende percelen. De bouwkeet is dus niet geplaatst ten behoeve van een specifieke onderhoudsactiviteit. Deze vaststelling wordt ook ondersteund door het feit dat de bouwkeet nooit is verwijderd op momenten dat onderhoud niet nodig was, getuigende de verklaring van overtreders dat het bouwwerk al meer dan tien jaar onafgebroken aanwezig is op het perceel. Artikel 2, lid 20 van bijlage II van het Bor is derhalve niet van toepassing en dus is strijdigheid 18 (bouwwerk/opslag) vergu nningplichtig ; p. In sub f van artikel 2, lid 3 van bij lage II van het Bor is opgenomen dat dit lid van het artikel enkel kan worden toegepast, indien de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan 150 m2 bedraagt.

De bijbehorende bouwwerken die momenteel niet in strijd met het bestemmingsplan aanwezig zijn op het perceel beslaan een grotere oppervlakte dan 150 m2. Wi¡ gaan er vanuit dat overtreders niet de intentie hebben om deze bouwwerken te verwijderen. Artikel 2, lid3 van bijlage II van het Bor is derhalve niet van toepassing en dus is strijdigheid 19 (tent) vergunningplichtig. Wij zijn het verder met overtreders eens dat de gronden, bestemd als'Verkeer - Verblijfsgebied', gebruikt mogen worden ten behoeve van parkeren; q. Zoals beschreven in de beantwoording van zienswijzen 6,7 en 8 zijn metde in 2010 verleende bouwvergunning met vrijstelling geen bouwwerken gelegaliseerd, behalve het te bouwen kantoor met opslag. Strijdigheid 20 (tent) is derhalve niet vergund en dus vergunningplichtig; r. Op basis van artikel 9.1.1 van het geldende bestemmingsplan'Heerlerheide Zuid'zijn de voor 'Groen - Landschappelijk' aangewezen gronden enkel bestemd voor de groenvoorzieningen zelf en dus niet voor onderhoudsmiddelen voor deze groenvoorziening. Het is op basis van het bestemmingsplan derhalve niet toegestaan gereedschap en producten op te slaan in de groenvoorziening, ook als deze enkel ten dienste zouden staan van het onderhoud van deze groenvoorziening.

Bovendien zou het tuinhuis, zelfs als het als groenvoorziening zou kunnen worden aangemerkt, niet mogen worden gebouwd volgens het bestemmingsplan, omdat artikel 9.2 van dit plan stelt dat binnen de bestemming 'Groen - Landschappelijk'alleen bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen worden gebouwd. Daarnaast is in sub f van artikel 2, lid 3 van bijlage II van het Bor opgenomen dat dit lid van het artikel enkel kan worden toegepast, indien de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan 150 m2 bedraagt. De bijbehorende bouwwerken die momenteel niet in strijd met het bestemmingsplan aanwezig zijn op het perceel beslaan een grotere oppervlakte dan 150 m2, Wij gaan er vanuit dat overtreders niet de intentie hebben om deze bouwwerken te verwijderen. Artikel 2, lid3 van bijlage II van het Bor is derhalve niet van toepassing en dus is strijdigheid 21 (tuinhuis/opslag) vergunningplichtig. s. Op basis van artikel 9.1.1 van het geldende bestemmingsplan'Heerlerheide Zuid'zijn de voor 'Groen - Landschappelijk' aangewezen gronden enkel bestemd voor de groenvoorzieningen zelf en dus niet voor onderhoudsmiddelen voor deze groenvoorziening.

Het is op basis van het bestemmingsplan derhalve niet toegestaan gereedschap en producten op te slaan in de groenvoorziening, ook als deze enkel ten dienste zouden staan van het onderhoud van deze groenvoorziening.

p.17/37

Wij zien voor deze strijdigheid derhalve niet af van handhaving. aa, Zoals beschreven in de beantwoording van zienswijzen 6, 7 en 8 zijn met de in 2010 verleende bouwvergunning met vrijstelling geen bouwwerken gelegaliseerd, behalve het te bouwen kantoor met opslag. Strijdigheid 33 (kantine/kantoor) is derhalve niet vergund en dus vergunningplichtig; bb. De verharde weg is in aard en omvang vergroot naarmate meer groen werd verwijderd van de groenbestemming. Momenteel is zoveel groen van het perceel verwijderd, dat de weg nauwelijks grenst aan een groenvoorziening, waardoor van onderhoud van deze groenvooz iening amper sprake kan zijn. Het is het college dan ook onduidelijk hoe het aanleggen en vergroten van deze weg bijdraagt aan (het onderhoud van) de bestemming'Groen - Landschappelijk'. Hierbij wordt tevens verwezen naar het feit dat volgens het controlerapport van de RUD Zuid-Limburg over een oppervlakte van minimaal 2280 m2 een aanvullaag is aangebracht, waarbij de verharde weg is gebruikt. Ook lijkt de weg te zijn verlengd ten behoeve van het creëren van een'rondweg'.

Artikel 9.1.2 van het geldende bestemmingsplan is derhalve niet van toepassing, omdat de verhardingen niet ten dienste van deze bestemming zijn aangebracht, Strijdigheid 34 (verharde weg) is derhalve in strijd met het geldende bestemmingsplan en dus vergunningplichtig, Bovenstaande zienswijzen inzake artikel 2, lid 3 van bijlage II van het Bor geven ons reden om in ons handhavingsbesluit dit artikel expliciet te benoemen, aangezien dit artikel als mogelijkheid kan dienen om verschillende strijdigheden binnen de bestemming "Detailhandel" op te lossen, mits de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied tot 150 m2 wordt teruggebracht. De zienswijzen inzake strijdigheden 9, 10 en 13 geven ons reden om in ons handhavingsbesluit het gebruik van het gedeelte van het perceel waarop deze strijdigheden zich bevinden niet aan te merken als privégebruik, maar als gebruik ten behoeve van detailhandel. Wij zien geen redenen om ons handhavingsbesluit op overige punten naar aanleiding van deze zienswijze aan te passen,

Zíenswijze 7O: Toetsíng aan overige vermeende striidigheden Overtreders stellen verder dat de volgende punten, zoals genoemd in het handhavingsvoornemen, geen strijdig heden zijn : a. Inzake strijdigheid 35b (nadelige gevolgen stookplaats voor de bodem) wordt opgemerkt dat voor het gebruik van de stookplaats in 2003 door de gemeente Heerlen een ontheffing is verleend. Doordat de houtverbranding plaatsvond in een gesloten metalen container, geplaatst op een betonnen vloer van stelconplaten, is uitspoeling van restmater¡aal in de bodem uit te sluiten.

p. 19/37

Met betrekking tot pallethout merken wij het volgende op. In houtrook zitten verschillende stoffen, waaronder fijn stof, koolmonoxide, verschillende vluchtige organische stoffen, PAK's en roet. Houtskool bevat PAK's. Houten (emballage) pallets bevatten vaak verontreinigingen afkomstig van de vervoerde goederen. Daarnaast kunnen pallets stempels, verf, lijm, gebonden of kunststoffen klossen, metalen onderdelen of impregneermiddelen bevatten. Tevens worden pallets afkomstig uit het Verre Oosten behandeld met pesticiden en fungiciden om ongewenste invoer van ¡nsecten en schimmels te voorkomen, Door deze toegevoegde stoffen zijn de meeste pallets niet als "schoon hout" aan te merken. Niet meer voor gebruik als transportverpakking geschikt zijnde pallets, waarvan de eigenaar zich pleegt te ontdoen, z¡jn een bedrijfsafualstof die op grond van hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer aan een erkende afualinzamelaar afgegeven moet worden. Gelet op het voorgaande stellen wij vast dat sprake is geweest van het verbranden van afualstoffen. Het verbranden van afualstoffen heeft nadelige gevolgen voor het milieu en de bodem, Bij verbranding kunnen roetdeeltjes in de directe omgeving neerslaan. Zekerbij langdurig gebruik kan dit eveneens leiden tot een bodemverontreiniging. Daarnaast was de voorziening niet tegen inregenen beschermd.

Hierdoor bestaat de kans dat regenwater verontreinigd raakt met verbrandingsresten en in de bodem terecht komt. Er was geen voorziening aanwezig om verontreinigd regenwater op te vangen. De nadelige gevolgen voor de bodem zijn niet voorkomen en, voor zover deze zich reeds hebben voorgedaan, niet ongedaan gemaakt. Om aan te tonen dat het stoken van pallethout en/of andere stoffen niet geleid heeft tot een bodemverontreiniging is bodemonderzoek noodzakelijk. Een aangetroffen verontreiniging dient verwijderd moeten worden, Wij hebben naar aanleiding van het voorgenomen dwangsombesluit geen bodemonderzoek of een onderzoeksvoorstel ontvangen. Daaruit blijkt dat er geen inspanningen zijn verricht om de nadelige gevolgen van de stookplaats in beeld te brengen en (de gevolgen van) een mogelijke verontreiniging te verwijderen. Deze overtreding duurt dan ook voort.

In de zienswijze wordt verwezen naar controles van de brandweer. Deze verwijzing is niet relevant. De brandweer toetst enkel het aspect brandveiligheid en controleert niet of sprake is van een risico op bodemverontreiniging. De stelling dat tijdens een milieu-inspectie van de gemeente Heerlen uit 2018 geen strijdigheden zijn geconstateerd, is eveneens niet relevant. De aangetroffen stookplaats is immers pas sinds 2019 aanwezig, zo blijkt uit de luchtfoto's.

p.2L/37

Geen stookplaats op perceel aanwezig

Luchtfoto situatie 2005

Luchtfoto situatie 20 12

p.23/37

Eerste wijzigingen op perceel zichtbaar

Luchtfoto situatie 2015

Aanvullaag op perceel duidelijk zichtbaar, stookplaats bestaande uit legioblokken nog niet aanwezig

Luchtfoto situatie 20 16

p.2s/37

Uitbreiding nog niet zichtbaar

Hoogspa nningsmast

Stookplaats, bestaande uit legioblokken, aa nwez¡g

Verdere vergroting oppervlakte aa nvullaag Bebouwing

Uitbreiding in gebruik 9enomen

Luchtfoto situatie 2022 Ad b. Uit de rapportages van RUD Zuid-Limburg d.d.23januari 2023 en 30 juni 2023 blijkt duidelijk dat er na 2OI2 wijzigingen hebben plaatsgevonden op perceel HLN 01 C 5954. Het jaar 2072 is het jaar waarin Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed BV eigenaar zijn geworden van het perceel. Uit de luchtfoto's kan n¡et worden afgeleid dat er voor2Ol2 door derden afualstoffen zijn gestort op het perceel van Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed BV. Uit de luchtfoto's vanaf 2OL5/2OL6 is een aanvullaag zichtbaar. Uit de verschuiving van de (steenachtige) randen van de aanvullaag en de vergroting van de oppervlakte daarvan is af te leiden dat deze laag jaarlijks is gegroeid. De heerJ.M. Ankiewicz heeft op 7 november2022 verklaard dat het materiaal (bestaande uit zand, grond, mijnsteen, asfalt en/of puin) geheel afkomstig was van het bedrijfsterrein van EHO.

Er zijn geen vergunningen verleend voor het realiseren van een aanvullaag danwel het uitvoeren van een werk op het perceel. Tijdens de controles konden geen productcertificaten of kwaliteitsdocumenten overgelegd worden, Van een functionele toepassing van een bouwstof als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit is geen sprake en er is geen melding ingevolge het Besluit bodemkwaliteit gedaan. Het aanbrengen van de aanvullaag is een overtreding van artikel 2,1 eerste lid aanhef en onder c van de Wabo juncto artikel 9.1.1van Bestemmingsplan Heerlerheide Zuid. Tevens is sprake van het storten danwel in de bodem brengen van afualstoffen en wordt artikel 10.2 lid 1 Wet milieubeheer overtreden. Voorts is sprake van overtreding van de artikelen 10.1lid l Wet milieubeheer, artikel 13 Wet bodembescherming (Wbb) en 32 en 42van het Besluit bodemkwaliteit.

Zelfs al zouden derden (delen van) de aanvullaag op of in de bodem hebben gebracht (quod non), dan blijft de huidige eigenaar Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed BV hiervoor verantwoordelijk. Ook dan is sprake van een overtreding en is deze partij aan te merken als overtreder,

p.27/37

Foto situatie 7 november 2022 Naar aanleiding van de zienswijze hebben wij onderzoek gedaan naar de samenstelling van de ondergrond op het perceel waar zich thans de aanvullaag bevindt. Uit de luchtfoto's van 1965 tot 2012 (het jaar waarin Ankiewicz & Nacken Onroerend Goed BV eigenaar is geworden) blijkt dat hier nooit mijnsteen aanwezig is geweest. Het gebied hoort ook niet tot de mijnsteengebieden die in de Bodemkwaliteitskaart zijn vastgesteld. De bomen op het perceel zijn op de luchtfoto's van 1965/1968 en later zichtbaar, Pas in 2013 zijn deze gerooid en is ter plaatse aangevuld. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat in de periode van 1965 tot 2012 in het gebied illegale stortingen/aanvullingen hebben plaatsgevonden. Er zijn ook geen meldingen ingevolge het Besluit bodemkwaliteit gedaan voor het nutt¡g toepassen van mijnsteen als bouwstof.

p.29/37

Detail luchtfoto 1968 met in het midden het voormalige mijnspoor. Bomen beter zichtbaar.

p.3t/37

Luchtfoto situatie 2013: bomen worden gerooid

p.33/37

.i

I f I

I

,¿

'., t

,'rl'

r E .:i' \l

Bodemkwaliteitskaart-detail. Ligging perceel buiten mijnsteengebied.

Nazca- detail mijnspoor ¡n roodt ligt buiten het perceel waarop de aanvullaag is aangebracht

p.3s/37

Zienswijze (ongenummerd): Hoe nu verder? Overtreders adviseren het college af te zien van handhaving en in plaats hiervan een bestuurliik overleg met hen te plannen. Hierbij wordt verwezen naar een door Euro Handelsonderneming ingediend principeverzoek tot herstructurering van de locatie. Gelet op de bovenstaande weerleggingen van de zienswijzen, zien wij geen reden om af te zien van handhaving. Aangezien overtreders hun zienswijzen naar aanleiding van ons voornemen al kenbaar heeft gemaakt, zien wij op dit moment ook geen reden om een verder bestuurlijk overleg in te plannen. De behandeling van het principeverzoek is een procedure die losstaat van het opleggen van een last onder dwangsom en zal derhalve ook niet worden betrokken bij onze besluitvorming. Voor zover dit principeverzoek ziet op aspecten van het handhavingsbesluit, hebben wij hiervoor al een legalisatie-

onderzoek uitgevoerd.

p.37/37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=cf147ff7-3e40-4c32-96db-9b506ebbe61e