Conceptnotulen raadsvergadering d.d. 27 november 2024
Tekst van het document
Conceptnotulen raadsvergadering
Presentielijst Aanwezig: Vergadering:
Gemeenteraad Heerlen Vergaderdatum:
27 november 2024 Tijdstip vergadering:
18.00 uur
Leden: K. Adema, S. Bayraktar, M.M.M. van den Berg, J.P. Bertholet, M.T. Bosch, S. Bottenberg-Brylka, M.T.A. Butink, F.W.S. Daamen, A. Damen, T. Dragstra, J.L.M. Ermers, E.A.N.M. Géron, T.G.M.M. de Groot, J.A. Heine-van Dartel, A.M.G. Hendriks-Berg, P.E.J. Hoogers, S. Jacobs, A.L.B. Janssen, B. Karabacak, P.C.C. Kastrop, A.W.A. Keulen, R.J.A. Kockelkorn, R.H.F. Leers, T. Nefjodov, M. van Oosterhout, A. Oulad Lmaroudia, P.A. Pauwels, R.W.T.A. Rozestraten, A.A.W.G.M. Santegoeds, M.H. Schreurs, A.A.M. Stöcker-Bus, P.S.G.M. Vaessen-Stollman, I.J. Vermeulen-Klamerek, H.M.A.M. Verreck en P.M.A. van Zutphen Wethouders: M.E.E. De Beer, J.M.M. Clemens, C. Gelderblom, M.P.G.M. Peters en A.E.H.T. Vrusch Voorzitter: R. Wever Griffier: T.W. Zwemmer Verslaglegging: O.H.M.H. Toirkens-Geurts
Afwezig: Leden: J.T.M. Hendriks, A. Oulad Lmaroudia en T. Reijnders
Pagina 2 van 72
Agenda 1. Opening en vaststellen agenda raadsvergadering
3
2. Vragenuur
3
3. Vaststellen notulen raadsvergadering d.d. 30 oktober 2024
18
4. Vaststellen van de ingekomen stukken en de wijze van afdoening
18
5. Informeren raad over stand van zaken aanbevelingen Rekenkamer
20
6. Verordening inwonersparticipatie gemeente Heerlen 2024
20
7. Klachtenverordening Gemeente Heerlen 2024
22
8. Zienswijze op Keurmerk Huisvesting Arbeidsmigranten Heerlen
25
9. Mobiliteitsfonds Heerlen 2024
52
10. Mandaatbesluit mer-beoordelingsbesluit
57
11. Ontslag en benoemen (plaatsvervangende) commissieleden
58
12. Motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ PvdD/D66/GroenLinks/Hart-Leers/JPH/PvdA/FD inzake ‘houtstook: gezondheid en milieu’
58
13. Motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ OPH inzake ‘volledig fietsverbod winkel/voetgangersgebied in centrum Heerlen’ 58 14. Motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ PvdA/GroenLinks/PvdD inzake ‘aanpak woekerhuren in Heerlen’
65
Pagina 3 van 72
1. Opening en vaststellen agenda raadsvergadering De voorzitter Dames en heren, we gaan beginnen. Ik wilde nog zeggen dat u het niet voor de publieke tribune hoeft te doen, want die was leeg, maar inmiddels zijn er twee mensen. Welkom allemaal. Afwezig zijn de heer Reijnders die misschien nog komt voor wat stemmingen over de moties, meneer Hendriks en meneer Oulad. Dus we zijn met 34 mensen. De vergadering is geopend. Ik loop met u de agenda door. Zijn er opmerkingen over de agenda? Mevrouw Géron. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren Dank u, voorzitter. Ik spreek namens de indieners van de motie over houtstook. Die motie gaan we terugtrekken. We brengen hem nu niet in stemming. We willen dat graag bij een volgende gelegenheid oppakken. De voorzitter Dan gaat die van de agenda af. Dan ga ik met u kijken of u de notulen van de raadsvergadering van 30 oktober kunt vaststellen. Dat is het geval. Dank u wel. Dan kijk ik naar de vaststelling van de wijze van afdoening van de ingekomen stukken. Die willen we behandelen. Dan de stand van zaken van de aanbevelingen van de rekenkamer. Is dat akkoord? Dat is akkoord. Dan de verordening inwonersparticipatie. Bespreken? Oké. Dan de klachtenverordening. Bespreken. Dan de zienswijze op het keurmerk huisvesting. Ja? Bespreken. Dan het mobiliteitsfonds. Bespreken. Het mandaatbesluit mer-beoordeling. Bespreken.
Ontslag en benoemen commissieleden. Die is vastgesteld. Dan hebben we nog twee moties. Dan behandelen we toch nog heel veel stukken waarvan je aan de voorkant zou denken dat die goed zijn besproken in de commissie, maar het is aan u. 2. Vragenuur De voorzitter We gaan beginnen met het vragenuur. Het is 18.01 uur. Dus we hebben maximaal tot 19.01 uur de tijd. Ik begin met de vragen van de heer Damen van de Fractie Damen inzake de carnavalscampagne Richtig Heële. Meneer Damen. De heer Damen, Fractie Damen Dank u wel, voorzitter. U weet ongetwijfeld dat ik een zeer grote liefhebber ben van carnaval. Dus wat dat betreft vind ik het een geweldig feest en vind ik ook dat het op een bepaalde manier goed uitgevoerd moet worden. Wat mij alleen opgevallen is, is dat ik uit het verleden altijd begrepen heb dat Heerlen uit vier stadsdelen bestaat. Ik zie in de facilitering die nu heel duidelijk ook in de krant heeft gestaan met Richtig Heële, Richtig Gebrook, Richtig Heëlehei enzovoorts dat ik een groot stadsdeel mis. Dat is Heerlen Zuid. Daar wordt gegarandeerd ook carnaval gevierd. Als we kijken naar de optocht die op zondag door het centrum van Heerlen trekt, dan mag ik wel stellen dat zeker 50 procent van de mensen die aan de optocht deelneemt uit Heerlen Zuid komt.
Dus wat dat betreft is dat een extra accent om in ieder geval ook Heerlen Zuid te betrekken bij het carnavalsgebeuren en dezelfde facilitering te geven zoals de andere stadsdelen die ook hebben gehad. Vandaar mijn vragen, voorzitter. De heer Damen stelt de volgende vragen: 1. Klopt het dat de betreffende woningcorporaties vooralsnog geen huizen meer kunnen of willen verwerven in Vrieheide? 2. Zo ja, in hoeverre is de genoemde “aanpassing in het
Pagina 4 van 72
Volkshuisvestingsfonds” daarvoor een afdoende reden? 3. Welke stappen kunt u ondernemen zodat de corporaties als de wiedeweerga weer huizen gaan inponden, juist in een tijd dat huisjesmelkers vertrekken, en slechte verhuurders dus vervangen kunnen worden door goede verhuurders De voorzitter Dank u wel. Het woord is aan wethouder Clemens. Wethouder Clemens Dank u, voorzitter. Het is laat in het jaar om het over het carnaval te hebben of vroeg, zoals je wil natuurlijk. Volgens mij hebben we het over iets heel positiefs, namelijk het beste compliment dat je een evenement en activiteit kunt geven: we vinden dat we dat andere mensen in onze stad ook moeten gunnen. Ik ben het met u eens dat de campagne Richtig Heële zoals we die vorig jaar hebben gelanceerd en de activiteiten ook in de stad die daaromheen georganiseerd zijn met de postercampagne en noem het maar op, een doorstaand succes is geweest en dat dit ook door heel veel carnavalisten in Heerlen zo ervaren is. Net zoals u dachten ook wij: wat zou het mooi zijn als we dit nog nadrukkelijker met de andere delen van Heerlen naast Heerlen centrum kunnen delen. Zo is ook het idee geboren om met de Richtig Heële campagne aan de slag te gaan in Hoensbroek en Heerlerheide. Is dat omdat we hebben gewogen of we noord of zuid dat het meeste gunnen? Nee, dat is niet zo.
Eigenlijk is dat veel meer gebaseerd op het feit dat we in het kader van onder andere de optochtuitzendingen met de CCH en de Bokkeriejesj al aan tafel zaten en dat van daaruit is gekeken hoe we samen met deze verenigingen ervoor kunnen zorgen dat we Richtig Heële ook van die stadsdelen maken. Daarmee is allerminst uitgesloten dat we dat ook op de Heerlerbaan gaan doen. Sterker nog, ik beschouw vandaag als een aanmoediging en een uitnodiging om met carnaval daar te gaan kijken of we dat het jaar daarop ook daar kunnen doen. Maar ik zou wel enig begrip voor het feit willen vragen dat in een keer naar de hele stad uitbreiden wel heel veel vraagt. We willen het vooral goed doen. We willen het vooral op een manier doen waarmee we zeggen: volgend jaar weer. Vandaar dat we daarvoor even de tijd nemen. Dat inleidend. Dan heel kort nog antwoord op de vragen. De vragen zal ik allereerst voorlezen. Vraag een: is het college het met de Fractie Damen eens dat we vier stadsdelen hebben? Ja. Vraag twee: is het college bereid om ook het vierde stadsdeel en met name Heerlen Zuid ook deel te laten nemen in Richtig Heële? Het antwoord is: ja, maar dan wel in 2026.
Vraag drie: is het college bereid om met vertegenwoordigers van Heerlen Zuid te bekijken op welke wijze zij ook betrokken kunnen worden in de programmering en vervaardigen van een eigen carnavalsposter? Voorzitter, voor de poster hebben wij één ontwerp. Het is niet zo dat we dit per stadsdeel apart doen. We maken een Heerlense poster die herkenbaar is voor iedereen in Heerlen en die zal dus ook herkenbaar zijn en passen bij het carnavalsgevoel van Heerlen Zuid. Maar het is denk ik nog veel belangrijker dat we met die vertegenwoordigers van het carnaval in Heerlen Zuid gaan kijken hoe we bovenop die kennelijk – want ik kende die statistiek nog niet – zeer Heerlen Zuidse centrale optocht, ook de activiteiten en de aandacht voor het carnaval daar op een mooie manier vorm kunnen geven. Ik denk dat het samen kijken naar Richtig Heële in Heerlen Centrum, in Hoensbroek en Heerlerheide een hele goede start van dat proces kan zijn. De voorzitter Dank u wel. Heeft u nog behoefte aan het stellen van een aanvullende vraag? Meneer Damen, gaat uw gang. De heer Damen, Fractie Damen
Pagina 5 van 72
Ik heb een kleine opmerking, want Heerlen Zuid bestaat niet alleen uit Heerlerbaan, maar Heerlen Zuid bestaat ook uit Welten. Dus ik wil de Weltense gemeenschap daar ook bij betrekken, zodat we op Heerlerbaan soep eten van de Soeplummele. Het nagerecht is vla van de Vlavrèters en dan zorgt u voor het hoofdgerecht. De voorzitter Dat is toch een heerlijke maaltijd zo te horen, wethouder. Heeft nog iemand anders de behoefte aan het stellen van een vraag? Dat is niet het geval. Dan sluiten we deze vragen af met een driewerf alaaf. Dan ga ik door naar de vragen van de heer Van Zutphen inzake de huisvesting Vrieheide. Meneer Van Zutphen. De heer Van Zutphen, SP Voorzitter, december vorig jaar nam onze gemeenteraad een prima pakket maatregelen aan rond volkshuisvesting waar toen alleen de fracties Hart-Leers en de Forum voor Democratie tegen stemden. Nu lazen wij in de Limburger van 21 november een artikel over de effecten daarvan in Vrieheide. Met name de huisjesmelkers die huizen met enorme winsten verhuurden en uitzendbureaus voor short stay arbeidsmigranten verkopen nu hun huizen, omdat hun kwalijke praktijken door het vereiste van een verhuurvergunning niet meer zijn toegestaan. Het is goed voor onze bewoners van Vrieheide en het is goed tegen de uitbuiting en mensonwaardige woonomstandigheden van arbeidsmigranten.
De SP-fractie is erg blij met dit positieve effect, maar we realiseren ons ook dat nog veel meer stappen gezet moeten worden. Zoals het keurmerk huisvesting arbeidsmigranten waar we dadelijk over gaan beslissen, zoals de Heerlen Wonenwet waar college en raad zich achter geschaard hebben. We werden echter onaangenaam getroffen door de melding aan het einde van het krantenbericht dat de woningcorporaties na een prima start kennelijk nu geen panden meer verwerven in Vrieheide, terwijl het afstoten daarvan door huisjesmelkers juist een prima gelegenheid zou zijn om meer huizen in te ponden. Inponden is goed voor de leefbaarheid van de buurt en voor het zo veel mogelijk samen met buren verduurzamen van huizen waar de stookkosten de pan uitrijzen. Vandaar deze vragen. De heer Van Zutphen stelt de volgende vragen: 1. Klopt het dat de betreffende woningcorporaties vooralsnog geen huizen meer kunnen of willen verwerven in Vrieheide? 2. Zo ja, in hoeverre is de genoemde “aanpassing in het Volkshuisvestingsfonds” daarvoor een afdoende reden? 3. Welke stappen kunt u ondernemen zodat de corporaties als de wiedeweerga weer huizen gaan inponden, juist in een tijd dat huisjesmelkers vertrekken, en slechte verhuurders dus vervangen kunnen worden door goede verhuurders? De voorzitter Dank u wel. Het woord is aan wethouder Gelderblom. Wethouder Gelderblom Dank u wel, voorzitter.
In de eerste plaats is het natuurlijk fijn om te zien dat de maatregelen die we met z’n allen vorig jaar hebben vastgesteld beginnen te werken. Het is fijn dat we dit met elkaar kunnen constateren. Er moet inderdaad nog veel meer gebeuren. Er gebeurt ook heel veel meer in Vrieheide, waaronder dat we samen met de woningcorporaties heel erg nauw samenwerken, eigenlijk als collega’s kun je wel zeggen, om gebiedsgericht verduurzaming te bewerkstelligen. Het lastige aan de vragen die specifiek gesteld zijn – ik ga ze voorlezen – is dat
Pagina 6 van 72
ze vooral betrekking hebben op uitspraken die ik niet heb gedaan, die het college niet heeft gedaan, maar die iemand anders heeft gedaan. Maar ik zal binnen die beperking wel even reageren. 1. Klopt het dat de betreffende woningcorporaties vooralsnog geen huizen meer kunnen of willen verwerven in Vrieheide? 2. Zo ja, in hoeverre is de genoemde “aanpassing in het Volkshuisvestingsfonds” daarvoor een afdoende reden? 3. Welke stappen kunt u ondernemen zodat de corporaties als de wiedeweerga weer huizen gaan inponden, juist in een tijd dat huisjesmelkers vertrekken, en slechte verhuurders dus vervangen kunnen worden door goede verhuurders? Of mensen die graag in de buurt willen gaan wonen en dus een pand wat ooit verhuurd werd gewoon gaan opkopen. Dat zou ik daar meteen in mijn eerste reactie aan willen toevoegen. Dat vind ik ook heel aardig aan het artikel. Dat is een mooie nuance in de discussie over arbeidsmigranten, namelijk dat mensen die hier als arbeidsmigranten zijn gekomen denken: ik heb wat kapitaal opgebouwd en ik wil me vestigen hier en onderdeel worden van de gemeenschap. Dus ik vond het echt een opsteker dat dit er zo duidelijk in stond. Klopt het dat de betreffende woningcorporaties vooralsnog geen huizen meer kunnen of willen verwerven? Zoals gezegd: er is een mooie projectgroep samen met de woningcorporaties.
Die bespreken iedere week de voortgang van het verduurzamingstraject. Daarin is bij ons weten dat probleem nog niet aan de orde gekomen en is het dus als zodanig ook niet per se een probleem op dit moment. Dat betekent ook dat - vraag twee - die aanpassing in het volkshuisvestingsfonds niet direct aan de orde lijkt te zijn. Met andere woorden, we kunnen de uitspraak niet helemaal plaatsen en we zien geen aanleiding tot zorg. Sterker nog, volgens mij liggen we prima op schema om te gaan versnellen met de verduurzamingsgolf in Vrieheide en op die weg gaan we natuurlijk ook gewoon voort. Inderdaad: dat is een kant van het verhaal. De andere kant van het verhaal is de juiste dynamiek op de woningmarkt. Daarvoor timmeren we met z’n allen aan de weg, onder andere met het keurmerk dat we straks met elkaar gaan bespreken. De voorzitter Is er een behoefte aan het stellen van een aanvullende vraag meneer Van Zutphen? Dat is niet het geval. Ik zie meneer Leers en meneer Jacobs. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Meneer de voorzitter, dank u wel. De wethouder begon zijn eerste termijn door aan te geven dat de maatregelen beginnen te werken.
Nu neem ik aan dat hij inzichtelijk heeft hoeveel beleggers bijvoorbeeld in de wijk Vrieheide in de afgelopen jaren of gedurende de periode die aangehaald is woningen te koop hebben aangeboden en wat er met die woningen gebeurd is, om daarmee te onderstrepen dat die maatregelen daadwerkelijk beginnen te werken en welke aantallen daarmee gepaard gaan. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. De heer Jacobs. De voorzitter Dank u wel. Ik had ook een vraag over die opmerking van de wethouder dat de maatregelen beginnen te werken. Ik kan verkeerd geïnformeerd zijn, maar we hebben die maatregelen ingevoerd, waarbij voor bestaande beleggers of bestaande verhuurders gewoon de oude regeling bleef gelden. Dus zijn het dan die beleggers die gewoon verhuren aan arbeidsmigranten of wie dan ook? Ik kan me niet voorstellen dat die mensen op basis van die regeling nu gaan verkopen.
Pagina 7 van 72
Zij vallen onder het overgangsrecht en kunnen nog gewoon verhuren zoals dat vroeger het geval was. Ik zie die causaliteit niet. Dus mijn vraag is: kunt u mij die causaliteit uitleggen? De voorzitter Dank u wel. Wethouder Gelderblom. Wethouder Gelderblom Ten aanzien van de tweede vraag vanuit de FVD: we hebben toen, dus dat is eind 2023 een hele uitgebreide set maatregelen vastgesteld. Volgens mij verwijst de vraag naar de opkoopbescherming. Daarvoor geldt inderdaad dat de bestaande situaties in stand bleven. Voor de verhuurvergunning waar het hier over gaat, geldt wel degelijk dat de mensen die destijds al aan het verhuren waren onder het nieuwe stelsel ook een vergunning moeten aanvragen, specifiek in Vrieheide. Dus er is een onderscheid tussen verschillende delen van het pakket Grip op Wonen dat we destijds hebben vastgesteld. De opkoopbescherming had logischerwijs geen effect op de bestaande situatie. Met betrekking tot de verhuurvergunningen – daar waar zij ze van toepassing verklaren, bijvoorbeeld vooralsnog in Vrieheide - geldt dat iedereen die verhuurt geleidelijk aan een vergunning moet aanvragen.. Dus dat is een belangrijk onderscheid om te maken. Die geldt hier dus ook. Dat is de verklaring. Als het gaat over de aantallen, verwijs ik echt terug naar het artikel dat daar een beetje inzicht in geeft.
Er komt een moment - dat hebben we ook afgesproken bij de vaststelling van Grip op Wonen - dat we met elkaar gaan evalueren. Dat lijkt me een heel mooi moment om gewoon die aantallen rustig door te nemen en ook te kijken per gebied welke maatregelen welke impact hebben gehad. Dan kun je bijvoorbeeld ook zien wat het verschil is tussen de impact van opkoopbescherming enerzijds en anderzijds aanvullende maatregelen van de verhuurvergunning. Dat lijkt met het geëigende moment ervoor. Ik heb in ieder geval in deze vergadering niet allerlei cijfers paraat. Ik denk ook dat we inderdaad er goed de tijd voor moeten nemen op een apart moment. De voorzitter Dank u wel. Dan gaan we naar 2.3: de vragen van mevrouw Keulen van de OPH inzake bewegingsonderwijs basisschool De Regenboog. Gaat uw gang mevrouw. Mevrouw Keulen, Ouderenpartij Heerlen Dank u wel voorzitter. Basisschool de Regenboog in Mariarade met gemiddeld circa 240 leerlingen is onderdeel van die stichting Movare en heeft twee locaties in Mariarade. Het hoofdgebouw is voor de groepen 3 tot en met 8 aan de Weijenbergstraat en de onderbouw zit in de Emmastraat. Beide panden zijn in eigendom van de gemeente Heerlen. Al jaren heeft de onderbouw alleen een speelzaal en een kleine gymzaal voor de jongere kinderen om bewegingsonderwijs te volgen in het pand aan de Emmastraat. Dit pand is niet geschikt voor de bovenbouw.
De bovenbouw heeft geen gymlocatie en maakt al jaren gebruik van de gymzaal in het Sint-Janscollege. Dit is altijd al beperkt geweest, gezien de druk op de zaal natuurlijk van de eigen leerlingen van het Sint-Janscollege. De school geeft al jaren maar 30 minuten per leerling maximaal aan bewegingsles voor de groepen 3 tot en met 8, terwijl het wettelijk sinds in ieder geval twee jaar zo is dat kinderen 90 minuten per kind per week bewegingsonderwijs zouden dienen te krijgen. Inmiddels na de recente verbouwing van het Sint-Janscollege is er nog minder gelegenheid om gymlessen te volgen op het Sint-Janscollege. Er is nog maar een gymzaal en ook neemt het leerlingenaantal op het Sint-Janscollege toe en bestaat de vrees dat hier dadelijk helemaal geen gymles meer kan worden gevolgd. De afgelopen week zijn hierover diverse signalen bij ons terechtgekomen.
Pagina 8 van 72
Wij begrijpen vanuit meerdere bronnen vanuit de school dat de urgentie van dit probleem niet herkend en erkend wordt door het college. Wij maken ons hier grote zorgen over. De feiten spreken voor zich. Als de urgentie er namelijk wel was, dan zou dit probleem wellicht niet al jaren voortduren. In de commissie MW van afgelopen week naar aanleiding van vragen van de SP over het tekort aan bewegingsonderwijs werd in algemene zin door het college aangegeven dat het probleem er is. Vervolgens hoorden wij geen enkele sense of urgency of concrete acties. Volgens de OPH heeft het de hoogste prioriteit om een oplossing voor de leerlingen te vinden. Wij weten met z’n allen hoe belangrijk en hoe fijn beweging is voor eenieder en zeker ook voor kinderen. Ook wettelijk gezien moeten we in onze gemeente natuurlijk voldoen aan de voorwaarden omtrent het bewegingsonderwijs. Bovendien, zeker in relatie tot het programma Heerlen Noord, is bewegingsonderwijs een belangrijke prioriteit. Vandaar onze vragen. Mevrouw Keulen stelt de volgende vragen: 1. Wat gaat u concreet doen voor de leerlingen van de Regenboog - temeer er een gewijzigde situatie is ontstaan door de vermindering van de (toekomstige) gymmogelijkheden bij het St. Janscollege - om aan deze situatie een eind te maken? 2.
Klopt het dat de school zelf met een aantal oplossingen is gekomen en dat deze te duur zijn voor het college? Zo ja, wat zijn deze mogelijkheden en wat zijn hiervan de kosten? 3. Wilt u de raad toezeggen dat u met de directie van de school in gesprek gaat om voor dit langjarig probleem een oplossing te vinden en wilt u de raad in Q1 2025 over de voortgang bijpraten? De voorzitter Dank u wel. Het woord is aan wethouder Clemens. Wethouder Clemens Voorzitter, mevrouw Keulen is nogal scherp in haar oordeel. Ze zegt dat er geen enkele sense of urgency is. Maar gelukkig heb ik ook goed nieuws, want het college is zich wel degelijk bewust van de huisvestingsproblemen bij De Regenboog. Sterker nog, het college heeft aan deze raad voorgesteld bij het laatste IAP om tot een uitbreiding en vernieuwing van De Regenboog te komen, waar gymzalen onderdeel van zijn. Met andere woorden, u hebt zelf al een besluit genomen om tot een oplossing te komen. Daarvoor ben ik de raad natuurlijk zeer dankbaar. De drie vragen. 1.
Wat gaat u concreet doen voor de leerlingen van de Regenboog - temeer er een gewijzigde situatie is ontstaan door de vermindering van de (toekomstige) gymmogelijkheden bij het SintJanscollege - om aan deze situatie een eind te maken? Voorzitter, het is niet zo dat er verminderde gymmogelijkheden zijn bij het Sint-Janscollege, want die zaal is exact even groot als in het verleden, dus drie vakken. Bovendien is bij het SintJanscollege rekening gehouden met de groei van het aantal leerlingen, waardoor er ook in de toekomst voldoende ruimte is voor de leerlingen om daar te sporten. Voor de Regenboog geldt dat we zien dat daar op de lange termijn een langere oplossing moet komen. Daarom staat die ook in het IAP. Daarom komt er een andere voorziening waar straks gesport kan worden. Voor de periode in de tussentijd zijn we met het schoolbestuur in gesprek om te komen tot een tijdelijke oplossing. Daar zijn verschillende opties voor. Een van die opties heeft de voorkeur van de school. Vraag twee: klopt het dat de school zelf met een aantal oplossingen is gekomen en dat deze te duur zijn voor het college? Zo ja, wat zijn deze mogelijkheden en wat zijn hiervan de kosten? Voorzitter, we hebben nooit een oplossing die optimaal is, afgewezen omdat die te duur is. We kijken namelijk altijd bij scholen wat het meest passend is en hoe we ervoor kunnen zorgen dat
Pagina 9 van 72
we de school zo veel mogelijk kunnen ondersteunen om goed bewegingsonderwijs te bieden. Daar zijn in dit geval verschillende opties besproken. De meest passende is hoogstwaarschijnlijk dat we de leerlingen met busvervoer naar een andere gymlocatie gaan brengen elders in de stad waar wel ruimte is. Dat wordt op dit moment nader uitgewerkt. Dat doen we samen met school. Drie: Wilt u de raad toezeggen dat u met de directie van de school in gesprek gaat om voor dit langjarig probleem een oplossing te vinden en wilt u de raad in het eerste kwartaal van 2025 over de voortgang bijpraten? Voorzitter, dat hoeven we niet toe te zeggen, want dat doen we al. Die gesprekken vinden al plaats. We zijn bovendien voortdurend in gesprek met het schoolbestuur over korte en lange termijn vragen rondom huisvesting inclusief bewegingsonderwijs. Maar het lijkt me wel een uitstekend idee om de raad bij te praten over het IAP waar u nogmaals zelf besloten heeft over de uitvoering van onder andere het toevoegen van genoeg ruimte voor bewegingsonderwijs. Mij lijkt voor de zomer van 2025 – ik kijk in de richting van de griffier - daar een uitstekend moment voor. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Keulen, heeft u behoefte aan een aanvullende vraag? Mevrouw Keulen, Ouderenpartij Heerlen Ja, graag. U geeft aan dat er oplossingen zijn aangeboden door de school.
U bent zelf ook met tijdelijke oplossingen gekomen. Het is mij niet helder welke oplossingen dat dan zijn. U geeft nu alleen de bus aan om kinderen naar een andere school te brengen. Maar zijn er geen andere oplossingen door de school naar voren gebracht? De voorzitter Wethouder, gaat uw gang. Wethouder Clemens Voorzitter, er wordt voor diverse oplossingen gegaan. Wat we hier hebben gedaan is wat we eigenlijk altijd doen en dat zijn de verschillende opties die we hebben, variërend van lopen naar een andere gymzaal, met de bus naar een andere gymzaal tot tijdelijke aanbouw. Dat laatste zou hier onverstandig zijn, want we gaan binnenkort naar een definitieve aanbouw toe. Al dat soort opties zijn gewogen en uiteindelijk komen we dan tot de optie die het best passend is. Daarbij kijken we natuurlijk ook naar wat nu efficiënt is, want je gaat geen aanbouw neerzetten bij een school die je straks gaat slopen. Dus er is een integrale afweging geweest. Dat doen we samen met de school en daar komen we hoogstwaarschijnlijk uit op busvervoer. Maar nogmaals, we zitten nog in dat proces. De voorzitter Dank u wel. Hebben andere leden nog behoefte aan het stellen van een vraag? Nee? Het is één rondje. Er is geen tweede termijn. Heeft iemand anders nog behoefte aan het stellen van een vraag? Dat is niet het geval.
Dan gaan we door naar de vragen van de heren Janssen en Hendriks van de Jongerenpartij inzake de inzet van zzp’ers binnen de gemeentelijke organisatie. Meneer Janssen. De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen Dank u wel, voorzitter. De nieuwe Wet DBA gaat met name rondom de schijnzelfstandigheid van zzp’ers die bij diverse organisaties, maar in relatie tot deze vragen wel of niet in dienst zijn van de gemeente en hoe we daar in de toekomst mee omgaan. We hebben de begroting pas gezien. We weten dat we fors wat externe inhuur hadden. Daar zaten ongetwijfeld een aantal zzp’ers bij
Pagina 10 van 72
die wellicht al jarenlang dienst hebben gedaan voor onze gemeente. Wij zijn erg nieuwsgierig of de portefeuillehouder ons mee kan nemen in hoe daar in deze organisatie mee omgegaan is en of bijvoorbeeld een aantal van die zzp’ers gewoon een nette aanstelling bij de gemeente Heerlen heeft gekregen of iets in die trend. De heer Janssen en de heer Hendriks stellen de volgende vragen: 1. Kan het college toelichten hoe de gemeente Heerlen omgaat met de inzet van zzp’ers binnen de eigen organisatie? 2. Welke maatregelen heeft de gemeente genomen om risico’s rondom schijnzelfstandigheid te minimaliseren en zijn er alternatieve oplossingen geïmplementeerd of overwogen, zoals het omzetten van zzp-constructies naar loondienst of samenwerking met externe bureaus? 3. Hoe wordt binnen de gemeente geborgd dat zzp-samenwerkingen voldoen aan de geldende wet- en regelgeving? De voorzitter Prima. Ik zal de drie vragen voorlezen en een antwoord geven op alle drie tegelijk.
Kan het college toelichten hoe de gemeente Heerlen omgaat met de inzet van zzp’ers binnen de eigen organisatie? Welke maatregelen heeft de gemeente genomen om risico’s rondom schijnzelfstandigheid te minimaliseren en zijn er alternatieve oplossingen geïmplementeerd of overwogen, zoals het omzetten van zzp-constructies naar loondienst of samenwerking met externe bureaus? Hoe wordt binnen de gemeente geborgd dat zzp-samenwerkingen voldoen aan de geldende wet- en regelgeving? Laat ik beginnen met te verwijzen naar het vaststellen van de begroting twee weken geleden waarin heel nadrukkelijk zware maatregelen zijn genomen rondom de personele situatie en het personele deel van de begroting. Daar hoort bij, en dat is een hele cruciale, dat we echt stevig inzetten op veel minder inhuur en veel minder inzet van zzp’ers en het fors omlaag brengen van het percentage. Dat betekent dat we er alles aan zullen doen om geen beleidsdocumenten meer door externen te laten inzetten. Dat betekent dat daar waar we kunnen en mensen al lang jarig inzet plegen via een zzp- of een adviesconstructie zeggen: het is kiezen of kabelen. Je wordt aangenomen of je gaat eruit. Dus we gaan er echt fors op inzetten om dat budget omlaag te brengen door te verminderen. Vervolgens heb je wel degelijk te maken met wet- en regelgeving.
Dan in relatie tot de gestelde vragen: ja, we zijn bekend met de regelgeving rondom schijnzelfstandigheid en de handhaving daarop door de Belastingdienst per 1 januari aanstaande. De organisatie is hier intern van op de hoogte gebracht. We hebben daarbij ook nadrukkelijk gewezen op de keuzehulp die er is om te voorkomen dat schijnzelfstandigheid optreedt. De Rijksoverheid heeft daar een prachtige keuzehulp voor op de website aangeboden die we dus ook gebruiken, zodat we in een voorkomend geval dat we het nog nodig zouden hebben, kunnen toetsen of er sprake is van schijnzelfstandigheid. Verder, en dat is denk ik wel heel belangrijk, hebben we per 1 januari aanstaande via een aanbesteding de dienstverlening van IGOM inhuurdesk ingekocht. IGOM is een samenwerkingsverband rondom alles wat met personeel te maken heeft. Mevrouw Schreurs is er zeker van op de hoogte. IGOM ontzorgt de gemeente dan ook bij inhuurvraagstukken. Daarmee hebben we ervoor gezorgd dat we professionele dienstverlening ingekocht hebben die de handhaving van die geldende regels kan borgen. Dat is voor ons heel erg belangrijk en zo nodig, als het nog een keer nodig zou zijn, adviezen kan geven over alternatieve oplossingen, zoals het omzetten van zzp-constructies naar loondienst of het omzetten naar samenwerking met externe bureaus. Dus met dit hele pakket denken we dat we het gewaarborgd hebben.
Is dat voldoende voor u? Anderen? Ik zie mevrouw Schreurs en de heer Kockelkorn. Mevrouw Schreurs.
Pagina 11 van 72
Mevrouw Schreurs, Partij Hoensbroeks Belang Ik heb een aanvullende vraag. Gaat alle inhuur van de gemeente via de IGOM-constructie? De voorzitter Volgens mij gaat niet alle inhuur via de IGOM-constructie. We zullen het zo veel mogelijk wel toepassen, maar je hebt ook gewoon inhuur op adviesterreinen waar we rechtstreeks bepaalde bureaus vanwege hun deskundigheid nog steeds inhuren. Meneer Kockelkorn. De heer Kockelkorn, VVD Dank u, voorzitter. Dat was mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is: is er een overzicht van zzp’ers die reeds langer dan twee jaar voor de gemeente werken, want dan begin je langzaam in de risicocategorie te komen. Dat is dan natuurlijk geanonimiseerd. Maar kan daar een overzicht van verstrekt worden? De voorzitter Dat overzicht gaan we binnen een maand aan u leveren. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Voorzitter, dank u wel. U gaf in de eerste termijn aan: aannemen of eruit. Nu denk ik altijd: die mensen zijn aangenomen, omdat ze niemand voor die functie vonden. Dus dan moeten ze die functie wel met een zzp’er invullen, omdat er anders geen bemensing was.
Wat gebeurt er als iemand dan zegt: niet aannemen, dan ga ik wel eruit, en er dan vervolgens geen bemensing is van die functie? Want je krijgt eigenlijk een cirkel, omdat die mensen er gekomen zijn doordat er niemand anders te vinden was, nu moeten die mensen vertrekken en vervolgens is er dan zeer waarschijnlijk weer niemand te vinden. Dus ik ben benieuwd welke gedachtegang erachter schuil gaat en hoe dat op te lossen valt. De voorzitter Er zal vast een enkele situatie zijn waarin dit zal plaatsvinden. Maar als je op deze manier gaat ingrijpen in je begroting, zal je ergens paal en perk moeten stellen, meneer Leers. Dat doen we door te zeggen: we willen terug in de inhuur. We willen ook terug in de extra lange inhuur, want dit gaat echt over bedragen die gaan oplopen. Dat betekent dat je een lijn moet vaststellen en dat we een lijn moeten vasthouden. Dat zou inderdaad kunnen betekenen dat als iemand echt niet in dienst wil komen en je hem nodig hebt, die een gat gaat opleveren. Maar dan moeten we eerlijk in het college communiceren: het betekent dat we op dit terrein even stil komen te liggen. Als dat echt het meest cruciale terrein is van de gemeente, dan zullen we helaas ben ik bang toch een constructie moeten verzinnen. Maar de lijn is echt dat we hier strak op gaan zitten, anders gaan we nooit de bedragen halen die we met u hebben afgesproken.
Ik denk dat dit belangrijk is. Ik zag meneer Pauwels ook nog. De heer Pauwels, CDA Hoe zit het dan met onze verbonden partijen? Wij zijn opdrachtgever in Parkstadverband en meerdere Parkstadsamenwerkingsverbanden. We geven als gemeentes het goede voorbeeld door de inhuur te beperken, maar hoe zit het met onze partners in de samenwerkingsverbanden, zoals RD4? Volgen die dat idee van inhuur voor minder? De voorzitter Ik weet niet of iedereen dat volgt. Ik bedoel, we hebben wel heel nadrukkelijk met elkaar gezegd, ook in de begroting, dat voor de 5 procent die wij over onze begroting heen halen, dat wij vinden dat de verbonden partijen zoals gemeenschappelijke regelingen en dergelijke daar ook naar
Pagina 12 van 72
moeten kijken. Dan ga ik ervan uit dat ze serieus naar dit soort dingen gaan kijken. Dat is niet iets wat wij in ons eentje als gemeente Heerlen kunnen opleggen. Maar ik merk dat we in ieder geval binnen de gemeenschappelijke regelingen waar ik bij betrokken ben de discussie hierover voeren. Dank u wel. Dan gaan we naar de vragen van de heer Dragstra van D66 en de heer Nefjodov van GroenLinks inzake de aanpak van vuurwerkoverlast in de gemeente Landgraaf. Ik stel voor dat u die vragen morgenavond stelt in Landgraaf. Nee, sorry. Gaat uw gang. De heer Dragstra, D66 Dank u wel, voorzitter. Vandaag willen wij, D66 Heerlen samen met GroenLinks, opnieuw aandacht vragen voor een thema wat veel van onze inwoners raakt. Elke keer opnieuw leidt het vuurwerkoverlast tot klachten, zoals geluidsoverlast, schade aan eigendommen en soms zelfs tot letsel. De aanpak van dit probleem vraagt om creativiteit en samenwerking. Met interesse hebben we gekeken naar de aanpak van onze buurgemeente Landgraaf. Dat stond in de Limburger. Zij hebben binnen drie jaar tijd een indrukwekkende daling van meldingen over vuurwerkoverlast gerealiseerd van 160 naar 17. We willen graag leren van deze aanpak en we willen kijken of het college ook in Heerlen vergelijkbare maatregelen kan inzetten, zoals ook is toegelicht in de vragen. Dus ik kijk uit naar uw reactie.
De heer Dragstra en de heer Nefjodov stellen de volgende vragen: 1. Is het college bereid om vergelijkbare samenwerkingen te zoeken met influencers of platforms die lokaal bekend zijn, om jongeren actief te betrekken bij gedragsverandering rondom vuurwerk? 2. Hoe kijkt het college naar het versterken van bestaande jeugdactiviteiten in Heerlen, specifiek gericht op preventie van vuurwerkoverlast? 3. Hoe beoordeelt het college de mogelijkheden om samen met politie en scholen een dergelijk gerichte aanpak te implementeren, zonder daarbij de vertrouwensband met jongeren te schaden? De voorzitter Dat is prima. Dank u wel. Ik zal de vragen voorlezen en dan antwoorden geven. 1. Is het college bereid om vergelijkbare samenwerkingen te zoeken met influencers of platforms die lokaal bekend zijn, om jongeren actief te betrekken bij gedragsverandering rondom vuurwerk? Laat ik beginnen met te zeggen dat wij ook in de aanpak van vuurwerkoverlast met de gemeenten in Parkstad, de Officier van Justitie en de teamchefs aan tafel zitten. De algemene gedragslijn is door de hele regio heen hetzelfde. Dat is al belangrijk om te weten volgens mij. Daarnaast vanuit preventie met gezag hebben we voor 2025 de inzet van een aandachtfunctionaris digitale weerbaarheid binnen JENS jongerenwerk mogelijk gemaakt. Het doel van die inzet is het vergroten van digitale weerbaarheid van jongeren.
Dat is natuurlijk een andere benadering dan het inschakelen van influencers. Maar eveneens is het eentje die gericht is op het verbinden met de doelgroep om te kijken hoe ze zich gedragen. Gedrag rondom vuurwerkoverlast of handel in zwaar of illegaal vuurwerk kan onderdeel zijn van dat contact en de communicatie met die jongeren. We zijn er van harte toe bereid om er aandacht voor te vragen en om dat nadrukkelijk te doen. Daarnaast worden binnen preventie met gezag de mogelijkheden voor samenwerking met een sociale media persoonlijkheid met bekendheid en verbinding binnen de doelgroep onderzocht. Dus we zijn ook aan het kijken wie we daarvoor kunnen gebruiken om op die sociale media bijvoorbeeld wat meer verbinding te leggen en nadrukkelijk de stem naar die doelgroep te zijn. We volgen de resultaten van deze
Pagina 13 van 72
ontwikkeling en van de activiteiten in Landgraaf. Vanzelfsprekend vindt er een uitwisseling van informatie over succesvolle aanpakken plaats tussen de veiligheidsdienst binnen de gele regio Parkstad en waar de resultaten de mogelijkheid bieden voor gedragsverandering rondom vuurwerkoverlast, zijn we zeker bereid om vergelijkbare samenwerkingen te zoeken. Vraag 2. Preventieve initiatieven: hoe kijkt het college naar het versterken van bestaande jeugdactiviteiten in Heerlen, specifiek gericht op preventie van vuurwerkoverlast? JENS organiseert in Heerlen al jaren met haar jongeren en jeugdzorgwerkers gedurende het hele jaar een enorm aanbod aan activiteiten en trainingen voor jongeren. Dat gebeurt in samenwerking met circa twintig andere professionele organisaties. Die activiteiten zijn niet alleen maar gericht op preventie van vuurwerkoverlast, maar het thema komt wel degelijk bij een aantal van die bestaande activiteiten ter sprake. Daarnaast is het afgelopen jaar vanuit preventie met gezag het aanbod aan zaalvoetbalactiviteiten met name fors uitgebracht en ondergebracht bij JENS jongerenwerk. Die activiteit vindt ook langer plaats dan alleen in december, maar in december zijn er absoluut en heel gericht extra zaalvoetbalactiviteiten in die periode om ervoor te zorgen dat jongeren wat te doen hebben in plaats van alleen maar op straat met vuurwerk aan de slag te zijn.
We staan dus echt positief tegenover meer activiteiten voor jongeren. Vraag 3 over repressieve- en controlemaatregelen: hoe beoordeelt het college de mogelijkheden om samen met politie en scholen een dergelijk gerichte aanpak te implementeren, zonder daarbij de vertrouwensband met jongeren te schaden? Door een gerichte gezamenlijke aanpak die binnen de wensen en mogelijkheden van de deelnemende partners te passen, kan natuurlijk wel voordelen opleveren. Je kan samen met de politie denken aan kluiscontroles op scholen die weliswaar aan regels en voorwaarden zijn verbonden, maar die kunnen op initiatief van de scholen zeker deel uitmaken van de gezamenlijke aanpak. De mogelijkheid en wensen van scholen ten aanzien van kluiscontroles worden overigens besproken binnen de aanpak veiligheid in en om scholen. Vandaag hadden we overigens in het VISTA college een congres met 200 deelnemers uit de scholenwereld en de veiligheidswereld waar we gezamenlijk naar dit soort activiteiten voor jongeren en ouders kijken. Gerichte communicatie doen we ook heel nadrukkelijk en we voeren stopgesprekken met jongeren en hun ouders erbij voor jongeren die eerder al overlast hebben verzorgd. Dus ook daar zetten we extra op in. Die vinden al plaats in het kader van voorkoming van die overlast.
Dat is de ervaring die we ook op kermissen hebben opgedaan om gericht de jongeren waarvan we weten dat ze het een keer eerder hebben gedaan te bezoeken, stopgesprekken te voeren en ze wat nauwer in de gaten te houden. Deze gesprekken kunnen dan ook een onderdeel worden van de aanpak onder andere van vuurwerkoverlast. Tot zover de antwoorden. Ik kijk eerst even naar de vragenstellers. De heer Dragstra, D66 Ik heb geen aanvullende vragen. De voorzitter Geen aanvullende vragen. Ik zie dat mevrouw Géron een aanvullende vraag heeft en meneer Jacobs. Mevrouw Géron. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren Dank u voor de uitgebreide beantwoording van deze vragen. We weten dat het een hardnekkig probleem is. Het hele jaar door is er vuurwerk. Mijn vraag is: is er een makkelijke meldmethode, bijvoorbeeld een digitale knop, zodat mensen het makkelijk kunnen melden. Want als er gemeld wordt, dan weten we in welke wijken er precies de meeste overlast is. Dat is het enige. Als dat moeilijk te vinden is, dan meldt men zeker niet.
Pagina 14 van 72
De voorzitter Het makkelijkste is nog steeds de wijze waarop we meldingen in Heerlen doen. Daar hebben we volgens mij een systeem voor dat echt goed werkt en waar actief op gereageerd wordt. Dus dat is by far het snelste, even los van het feit dat we natuurlijk 160 camera’s in onze stad hebben hangen waar we in deze tijd dan ook veelvuldig gebruik van maken. Maar dan nog hebben we meldingen. Het blijft een ingewikkelde tussen de melding en het ter plekke zijn om die overlast aan te pakken. U weet ook hoe jongeren door de stad crossen. Het blijft een ingewikkelde. Meneer Jacobs. De heer Jacobs, Forum voor Democratie Dank u wel, voorzitter. Ik zie hier in het stuk van de vragenstellers staan: repressieve controlemaatregelen en onaangekondigde kluiscontroles bij kinderen op school. U gaf daar volgens mij kort antwoord op. Ik vind het nogal wat als je als jongere een onaangekondigde kluiscontrole krijgt, zelfs met de politie erbij. Ik neem aan dat u het met mij eens bent dat we dit alleen maar in echte uitzonderingssituaties kunnen toestaan, want we hebben natuurlijk ook nog zoiets als privacy van scholieren. De voorzitter Ik heb in mijn beantwoording ook aangegeven dat kluiscontroles aan regels en voorwaardes zijn verbonden. Dus je kan niet zomaar, zeker wij als gemeente niet of als boa, zomaar een kluisje openbreken. En twee: we doen het op initiatief van de scholen.
Dus dan ligt het initiatief al niet bij ons, maar bij de scholen. Meneer Janssen nog. De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen Dank u wel, voorzitter. De collega’s van D66 merken op dat in Landgraaf ook wel mooie initiatieven zijn, maar ik zou in het bijzonder op willen merken en ook aan de voorzitter willen vragen: het overgrote deel van onze jongeren zijn gewoon toppers. Daar hebben we helemaal geen last van. Die gedragen zich netjes. Als ze dan met oud en nieuw vuurwerk afsteken binnen de geijkte regels, dan moet dat in onze stad kunnen. Ik zou graag een oproep willen doen aan het college om dan specifiek te benadrukken: ja, er zitten altijd wel wat mensen tussen die wat overlast verzorgen. Maar laten we ook uitstralen dat misschien wel 99 procent van de kinderen en jongeren in onze stad gewoon helemaal top zijn. Daar is helemaal niks mis mee. We blijven dat uitstralen. Onze vraag is dan of u dat ook kan uitstralen. De voorzitter Ik wil tegen de Jongerenpartij natuurlijk altijd zeggen dat de meeste jongeren gewoon echt deugen. Daar ben ik het helemaal mee eens. Dan gaan we naar de laatste vragen. Dat zijn de vragen van de heer Dragstra van D66 inzake de verbinding intercity Aken – Heerlen – Eindhoven opnieuw vertraagd. Meneer Dragstra. De heer Dragstra, D66 Dank u wel, voorzitter.
We willen aandacht vragen voor een andere urgente en langlopende kwestie die van groot belang is naar onze beoordeling voor Heerlen en de brede regio. Dat is de totstandkoming van de intercity tussen Aken, Heerlen en Eindhoven. Het is eigenlijk een onderwerp dat al twintig jaar op de agenda staat, maar ondanks deze lange termijn en herhaalde ambities, wordt de realisatie telkens vertraagd. Over het belang van de verbinding hoeven we het niet heel lang te hebben. Een snelle treinverbinding tussen Aken en Eindhoven met natuurlijk Heerlen daartussen zou de reistijd significant verkorten en Heerlen beter verbinden met economische en academische knooppunten. Het is een belangrijke schakel tussen de technische
Pagina 15 van 72
universiteit en de RWTH. Dat zijn natuurlijk twee toonaangevende instellingen op het gebied van technologie en innovatie. Het biedt natuurlijk ook kansen voor grensoverschrijdende samenwerking voor zowel studenten, voor innovatieve bedrijven als voor onderzoekers. Dus het is van groot belang. Wij maken ons er toch wel ernstige zorgen over dat er toch weer keer op keer obstakels opgeworpen worden, zoals we ook toelichten in de vragen. Nu zijn het juridische en financiële uitdagingen en de noodzaak van infrastructurele aanpassingen. We zouden graag het college willen oproepen om daar voortvarend mee verder te gaan. Dus vandaar deze vragen. De heer Dragstra stelt de volgende vragen: 1. Is het artikel van het Eindhovens Dagblad bij het college bekend of ben u geïnformeerd door het Rijk of de Provincie? En wat is hierop uw reactie? 2. Hoe kijkt het college naar de vele vertragingen die het traject naar de intercity Aken-HeerlenEindhoven heeft gekend? 3. Is het college bereid om de lobby naar het ministerie van IenW en Prorail te intensiveren en proactief naar oplossingen voor deze belemmeringen op zoek te gaan (mogelijk in samenwerking met de provincie Limburg en Arriva)? De voorzitter Dank u wel. Het woord is aan wethouder Peters. Wethouder Peters Voorzitter, dank u wel. Laat ik maar meteen beginnen. Hier wordt natuurlijk niemand vrolijk van.
De intercity Aken – Heerlen – Eindhoven of Eindhoven – Heerlen – Aken of hoe je hem ook wil zien, is al hele lange tijd een van onze voornaamste prioriteiten, ook als het gaat over lobby, en dat blijft die ook nog wel. Alleen je ziet natuurlijk, en u zegt het zelf ook: we praten er al 20 jaar over. Ik kan me nog herinneren toen ik de eerste keer in deze raad kwam, ging een van de eerste vragen die ik stelde over de intercityverbinding. Ik ben bang dat dit nog wel zo zal blijven. Desondanks zien we natuurlijk wel dat er op dit moment ontwikkelingen zijn, al gaan ze heel erg traag. Maar dat weerhoudt ons er in ieder geval niet van om zeker samen met de provincie zij aan zij te blijven staan en zeker in het belang van de realisatie van deze intercityverbinding voor de regio. We hebben nota bene natuurlijk zelf als regio gezegd dat we willen groeien, zowel in kwantiteit als in kwaliteit en natuurlijk als het gaat over verbinding. Wij blijven hierin gewoon aan de bal. Uw vragen. Vraag 1: Is het artikel van het Eindhovens Dagblad bij het college bekend of bent u geïnformeerd door het Rijk of de provincie en wat is hierop uw reactie? Het artikel is ons bekend en de reactie heb ik zojuist gegeven. Vraag 2.
Dat is een andere vraag, maar komt volgens mij qua reactie op hetzelfde neer: Hoe kijkt het college naar de vele vertragingen die het traject naar de intercity Aken – Heerlen Eindhoven heeft gekend? Dat is natuurlijk heel erg frustrerend. We zien dat er op dit moment een grote opgave ligt rondom het station van Eindhoven. Daarmee zijn veel kosten gemoeid. Daarbij zijn ook rijksmiddelen nodig. Het proces om dit voor elkaar te krijgen loopt, maar gezien dat natuurlijk heel veel partijen hier uiteindelijk over gaan en ook beslissingen moeten nemen, gaat het over heel veel schijven en duurt het heel erg lang. Vraag drie: Is het college bereid om de lobby naar het ministerie van I&W en Prorail te intensiveren en proactief naar oplossingen voor deze belemmeringen op zoek te gaan (mogelijk in samenwerking met de provincie Limburg en Arriva)? Wij benutten alle mogelijkheden die we hebben om voortgang of zelfs ook tussenoplossingen mogelijk te maken. Naast het feit dat wij contact hebben met de provincie, hebben we natuurlijk
Pagina 16 van 72
ook zelf contact met NS, Arriva en ProRail, al is het maar om vanuit onze rol er alles aan te kunnen doen om ervoor te zorgen dat wij beweging krijgen op dat thema. Dank u, voorzitter. De voorzitter Dank u wel. Heeft u een aanvullende vraag, meneer Dragstra? De heer Dragstra, D66 Dank aan de wethouder voor deze woorden. Ik heb een aanvullende vraag die eigenlijk al in de oorspronkelijke vragen zit. Is dit college geïnformeerd door de provincie of het Rijk dat deze vertraging er is? De voorzitter Wethouder. Wethouder Peters Ja, het college is ook geïnformeerd door de verschillende partijen. De informatie die in het artikel wordt genoemd, heeft ons ook vanuit verschillende partijen bereikt. Dus ook vanuit de contacten met NS, Arriva en ProRail. De voorzitter Zijn er nog anderen? Ik zag meneer Van Zutphen, meneer Leers en meneer Verreck. Meneer Verreck. De heer Verreck, PvdA Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik heb een korte vraag. Het is misschien een beetje een gewetensvraag. Is het onwil wat de NS en het Rijk hier vertonen om die trein te laten reizen? Is het onmacht? Ik krijg vaak het gevoel dat het gewoon onwil is. Er rijdt nu ook een intercity tussen Enkhuizen en het zuiden. Die stopt ook in Eindhoven.
Dus wat is nu het probleem met Eindhoven? Waarom kan die trein niet gewoon doorrijden naar Aken? Aan de Duitse kant is alles klaar, aan deze kant is alles kaar en er is geen enkele belemmering meer fysiek in het spoor om die trein door te laten gaan. Dus ik denk alleen maar precies dat dit onwil is. Kan de wethouder dat met mij eens zijn of ziet hij dat anders? Wethouder Peters Voorzitter, ik vind het lastig om voor NS te spreken vanuit deze positie. Ik kan dat ook niet. Wat ik wel zie, is dat om de gewenste capaciteit te kunnen handelen in Eindhoven, er fors moet worden geïnvesteerd en dat we daar ook afhankelijk zijn voor de realisatie van deze route. De voorzitter Meneer Van Zutphen. De heer Van Zutphen, SP Voorzitter, ik heb een vraag aan de vragensteller, meneer Dragstra. Meneer Dragstra, u bent van D66. Dat is een liberale partij. Wat vindt u er nu van dat het openbaar vervoer in Nederland op de markt is gegooid? NS en ProRail zijn in stukjes gehakt. Vervolgens was er ook nog eens een aanbesteding met Arriva en NS. Dat alles maakt een slagkrachtig en doortastend optreden onmogelijk. Bent u het als liberaal met ons socialisten eens dat die vercommercialisering van het openbaar vervoer onverstandig was? De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen
Pagina 17 van 72
Voorzitter, een punt van orde als ik mag. Dit is weer een voorbeeld van afwijken van datgene wat hier de gemeente raakt. Dit is een vraag in relatie tot Heerlen. De heer Van Zutphen zoals al vaker, maakt er weer een landelijk politiek spelletje van. Ik vind dat we dit gewoon uit deze vergadering moeten bannen. De heer Van Zutphen, SP Voorzitter. Ik heb ook een punt van orde. Het is een vraag die betrekking heeft op het feit dat die trein nog steeds niet doorrijdt naar Aken. Daar schets ik een achtergrond van. Ik vraag heel vriendelijk aan meneer Dragstra, die daar vast wel antwoord op wil geven, wat hij daarvan vindt. De voorzitter U vraagt het vriendelijk, maar u zit wel aan het randje van landelijke politiek. Maar gaat uw gang, meneer Dragstra. De heer Dragstra, D66 Dank voor de vraag, meneer Van Zutphen. Ik denk dat het juist een verrijking is dat er marktwerking op het spoor is, want Arriva is juist wel welwillend om deze verbinding te rijden. Maar juist door de concessie waar de NS geen ruimte in geeft, is deze verbinding niet mogelijk. Daardoor is nu ook de dagrandverbinding niet mogelijk. Dus het is juist een verrijking dat er meer partijen op het spoor zijn. Ik denk dat als de marktwerking er niet was, de NS waarschijnlijk al had teruggeschaald in Limburg. De stoptreinen worden nu gewoon door marktpartijen gereden. Dat wilde de NS niet meer.
Dus ik denk juist dat het een verrijking is. De heer Van Zutphen, SP Niet gereden, bedoelt u. De voorzitter Ik ga naar meneer Leers. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Meneer de voorzitter, dank u wel. In het algemeen is er een behoorlijke afname van het aantal treinreizigers in verhouding tot de stijging van de treinrittenkaartjes, de tickets om met de trein te gaan. Dat is niet alleen in Nederland zo, maar volgens mij in Duitsland nog forser. Zou dat niet ook een enorme impact hebben op het geheel dat we hier bespreken? Zo ja, betekent dat niet dat wij in de toekomst er zeker niet op korte termijn van uit moeten gaan dat die verbinding er snel gaat komen? De voorzitter De wethouder. Wethouder Peters Voorzitter, dat zou natuurlijk kunnen. Ik wil daar geen voorschot op nemen, omdat ik geen glazen bol heb. Tegelijkertijd: wij hebben ons in ieder geval op het standpunt gesteld dat we gewoon doorgaan met een krachtige lobby, met alle partijen die er in dat kader toe doen om ervoor proberen te zorgen dat we die verbinding realiseren. En ja, ik zie natuurlijk ook wel dat een treinkaartje af en toe duurder is dan met mijn auto naar Eindhoven te rijden. De voorzitter Dank u wel.
Pagina 18 van 72
De heer Van Zutphen, SP Voorzitter, ik heb ook een punt van orde. De voorzitter Ja. De heer Van Zutphen, SP Ik stel geen vragen die puur aan de toekomst gericht zijn of iets van een glazen bol. Het is gewoon de situatie van nu. Maar aan het einde van zijn betoog trok de wethouder het een en ander recht. Begrijp ik dat goed? De voorzitter Oké. Het antwoord is gegeven. Het vragenuur is afgerond. 3. Vaststellen notulen raadsvergadering d.d. 30 oktober 2024 Hamerstuk. 4. Vaststellen van de ingekomen stukken en de wijze van afdoening De voorzitter Ik ga naar agendapunt 4: het vaststellen van de ingekomen stukken en de wijze van afdoening. Meneer Pauwels. De heer Pauwels, CDA Ik dacht dat er meer waren, maar bij deze dan. Nummer 21, de brief van het Gegevenshuis over de uitnodiging van de colleges van b en w om te kijken naar wat mogelijk is op het gebied van bezuinigen in het kader van het ravijnjaar. In eerste instantie denkt u: een financieel stuk met mogelijkheden en onmogelijkheden, maar bij nader inzien is het toch interessanter dan ik dacht. Er is namelijk een voorstel uit voortgekomen voor verdere samenwerking, namelijk door het Gegevenshuis te koppelen aan het Veiligheidshuis. Dat is een interessante ontwikkeling, ware het niet dat het twee verschillende entiteiten zijn. De een houdt zich bezig met geozaken en de ander met veiligheid.
Is deze brief wel doorgespit door het college? De voorzitter Daar kan ik zelf ja op antwoorden, want ik ken deze discussie en het gaat inderdaad over samenwerking in de bedrijfsvoering tussen deze twee gemeenschappelijke regelingen om te kijken waar je efficiënter en effectiever kan opereren. Daar wordt in beide algemene besturen over gesproken. Ik zag meneer Ermers en meneer Leers. De heer Ermers, Ouderenpartij Heerlen Dank u, voorzitter. Ik zou graag even terug willen komen op die ingekomen stukken van de bewonerscommissie De Dem. De eerste vraag is aan het college. Is die brief gericht aan het college? De tweede vraag is: de brief is gestuurd door de bewonerscommissie De Dem en de huurdersbelangenvereniging Vincio Wonen en Vincio Wonen zelf. Zij geven aan dat er een regulier overleg is tussen de belangenvereniging en Vincio Wonen, maar geven aan dat men liever ziet dat er geen verdere acties door de twee partijen SP en PvdA worden genomen. Zijn beide partijen ervan op de hoogte dat daar een bewonerscommissie aan de gang is? Hebben zij contact met hen gehad en waren zij op de hoogte van het standpunt van die belangenverenigingen? Ik zou daar graag een reactie op willen hebben, even los van het feit dat ik uit betrouwbare bron weet dat er heel veel schort aan bijvoorbeeld de
Pagina 19 van 72
renovatiewerkzaamheden op dit moment. De stad staat even buiten discussie denk ik. Maar ik zou graag even een reactie willen hebben van de wethouder en van de twee partijen. De voorzitter Die gaat u nu niet krijgen. Met alle respect, maar dit gaat over de lijst met ingekomen stukken. Die krijgt u ter kennisname. Als u vindt dat u een bepaald onderwerp zou willen bespreken, dan moet u dat morgenavond even aankaarten. De heer Ermers, Ouderenpartij Heerlen De wijze van afdoening heeft daar wel invloed op, denk ik. De voorzitter Ja, maar dan moet u hem proberen te agenderen voor de commissie. Want het college pakt dit soort stukken gewoon op. Die worden u ter kennisname aangeboden. Als u wilt weten hoe we daarmee omgaan en er dieper in wil, dan is dat niet nu het moment, maar dan moeten we hem agenderen voor een commissie. Dan kunnen we er dan verder over praten. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Meneer de voorzitter, dank u wel. Stuk 14 gaat over de vlag van Hoensbroek. Nog niet zo lang geleden stond die hier in de raadszaal en ook in kleinere vorm op onze tafeltjes, zal ik maar zeggen. Maar nu is mijn vraag: hoe zit het nu echt? Ik heb er voor deze vergadering ook met de heer Daamen over gesproken. Ik denk wel dat het goed is als de zaken eens naast elkaar gelegd worden om aan te geven welke waarheid nu de waarheid is.
Op basis van dat: hoe gaan we nu verder? Hier staat: ter kennisname. Ik denk dat we er meer mee moeten doen dan het alleen voor kennisgeving aannemen. We moeten er een onderzoek van maken. De voorzitter Ook hier geldt eigenlijk weer hetzelfde. Hij is bij u ter kennisname. Hij is bij ons als college om hem te behandelen. Wij hebben in de algemene beschouwingen toegezegd dat we nog bij u terugkomen over die vlag. Dus dat is het. De heer Leers, Hart-Leers Als u daar dit in meeneemt, dan ben ik tevreden. De voorzitter Dank u. De heer Leers, Hart-Leers Dat doet u? De voorzitter Mevrouw Keulen. Mevrouw Keulen, Ouderenpartij Heerlen Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag over ingekomen stuk nummer 20. Dat ingekomen stuk betreft een raadsinformatiebrief van de GR WOZL en de GR WSP Parkstad. Het betreft een reorganisatie die op ons afkomt. Daar werken nu 50 mensen. Er staat dat er voor 27 mensen geen werk meer zou zijn. Dat gaat vervallen. Er staat zelfs in de RIB dat het eigenlijk mensen met heel veel ervaring en toewijding zijn en dat het werk ook geschikt is voor deze groep mensen. Dus het is feitelijk onbegrijpelijk waarom dit gebeurt. Vervolgens staan in het
Pagina 20 van 72
krantenbericht van de dag erna weer andere cijfers, namelijk dat 17 mensen hun werk kwijt zouden raken. Het blijft natuurlijk een heel groot verlies. Het zijn natuurlijk allemaal ook mensen die de Emma hebben opgebouwd. Het is dus een droevig bericht. Wij vragen dan ook om dit agendapunt te agenderen voor de komende commissievergadering. De voorzitter Ik neem aan dat u dat morgenavond dan vraagt in het presidium, want dat is de plek om dit te doen. Ja? Kunnen we op deze wijze akkoord gaan met de wijze van afdoening? Dat is het geval. Dank u wel. 5. Informeren raad over stand van zaken aanbevelingen Rekenkamer Hamerstuk. 6. Verordening inwonersparticipatie gemeente Heerlen 2024 De voorzitter Ik geef het woord aan de heer Nefjodov. Eerste termijn De heer Nefjodov, GroenLinks Ik had eigenlijk drie vragen die ik een voor een zal aftikken. De verordening vermeldt namelijk dat het uitdaagrecht geldt voor alle autonome taken van de gemeente, maar bepaalde taken wel zijn uitgesloten, zoals strafvervolging en taken die het Rijk opdraagt. Het is voor geïnteresseerde Heerlenaren belangrijk om helderheid te krijgen over hoe deze afbakening in de praktijk wordt uitgevoerd, zodat inwoners begrijpen welke gemeentelijke taken in aanmerking komen. Wat GroenLinks betreft is dit des te meer welkom op ons klimaat- en armoedebeleid. Zo zal iedere partij natuurlijk zijn eigen prioriteiten hebben.
Maar daarom mijn vraag of het college kan toelichten welke criteria exact worden gehanteerd om te bepalen of een taak geschikt is voor het uitdaagrecht. Wat zijn overwegingen om bepaalde taken al dan niet beschikbaar te stellen en is armoede- en klimaatbeleid daarvan uitgezonderd? Dat was de eerste. Een ander punt ging over de transparantie van het proces achter het uitdaagrecht, want de verordening stelt dat het college binnen acht weken een eerste reactie moet geven op iemand zijn uitdaagrecht. Maar hoe zit het dan met de verdere uitwerking of besluitvorming na deze eerste reactie? Voor indieners en betrokken Heerlenaren die de moeite nemen om van onze stad een betere plek te maken, is het namelijk cruciaal dat er een duidelijke en redelijke tijdslijn is en dat zij transparantie hebben over de beoordeling. Het is naar de mening van GroenLinks verstandig om bijvoorbeeld een overzichtelijke route of een formulier te ontwikkelen, zodat inwoners precies weten wat er van hen wordt verwacht en wat zij van ons als gemeente kunnen verwachten. Dus mijn tweede concrete vraag is wat de verwachte tijdslijn voor het college is om op een uitdaagrechtverzoek te reageren na de eerste reactie en hoe deze betrokken indieners op de hoogte worden gehouden van de voortgang.