Conceptnotulen raadsvergadering d.d. 26 maart 2025
Tekst van het document
Conceptnotulen raadsvergadering
Presentielijst Aanwezig: Vergadering:
Gemeenteraad Heerlen Vergaderdatum:
26 maart 2025 Tijdstip vergadering:
18.00 uur
Leden: K. Adema, S. Bayraktar, M.M.M. van den Berg, M.T. Bosch, S. Bottenberg-Brylka, M.T.A. Butink, F.W.S. Daamen, A. Damen, T. Dragstra, J.L.M. Ermers, E.A.N.M. Géron, T.G.M.M. de Groot, J.A. Heine-van Dartel, A.M.G. Hendriks-Berg, J.T.M. Hendriks, .E.J. Hoogers, S. Jacobs, A.L.B. Janssen, B. Karabacak, P.C.C. Kastrop, A.W.A. Keulen, R.J.A. Kockelkorn, R.H.F. Leers, T. Nefjodov, P M. van Oosterhout, P.A. Pauwels, R.W.T.A. Rozestraten, A.A.W.G.M. Santegoeds, M.H. Schreurs, A.A.M. Stöcker-Bus, P.S.G.M. Vaessen-Stollman, I.J. Vermeulen-Klamerek, H.M.A.M. Verreck en P.M.A. van Zutphen Wethouders: M.E.E. De Beer, J.M.M. Clemens, C. Gelderblom, M.P.G.M. Peters en A.E.H.T. Vrusch Voorzitter: R. Wever Griffier: T.W. Zwemmer Verslaglegging: J.H.C.J. Toirkens
Afwezig: Leden:
J.P. Bertholet, A. Oulad Lmaroudia en T. Reijnders
Pagina 2 van 95
Agenda 1. Opening en vaststellen agenda raadsvergadering
3
2. Vragenuur
3
3. Vaststellen notulen raadsvergadering d.d. 26 februari 2025
26
4. Vaststellen van de ingekomen stukken en de wijze van afdoening
26
5. Ontwerpbesluiten m.b.t. toetreding en wijziging GR Historisch Centrum Limburg (HCL)
27
6. Formaliseren bestaande samenwerking VVTH-taken met Voerendaal d.m.v. aangaan van een centrumregeling
32
7. Gebiedsperspectief en uitvoeringsprogramma Hoensbroek-Centrum
35
8. Nota Grond- en vastgoedbeleid 2025
67
9. Nota Kostenverhaal en financiële bijdragen 2025
77
10. Nota Grondprijsbeleid 2025
78
11. Motie 'vreemd aan de orde van de dag' OPH inzake 'd'r Lange Jan'
81
13. Motie 'vreemd aan de orde van de dag' PvdA/SP/PHB/D66/CDA/PvdD inzake 'd'r Lange Jan'
81
12. Motie 'vreemd aan de orde van de dag' D66/VVD/CDA inzake 'structurele oplossing capaciteitsproblemen Sportpark Terworm'
92
14. Motie 'vreemd aan de orde van de dag' SP/CDA/VVD/PvdA/PvdD/GL/D66 inzake 'Vincio'
92
Pagina 3 van 95
1. Opening en vaststellen agenda raadsvergadering De voorzitter Dames en heren, neemt u plaats. Ik open de vergadering. Van harte welkom, ook op de publieke tribune. Ik wil een melding van afwezigheid doen van de heer Bertholet van de OPH, de heer Oulad van D66 en de heer Reijnders van de SP. Dus we zijn vanavond met 34 mensen op het moment dat we gaan stemmen. Ik ga even naar het vaststellen van de agenda en wil daarbij graag noemen dat we de vragenset over het OVS-gebouw graag als laatste willen beantwoorden. De wethouder zal toelichten waarom we dat doen, maar dat komt de antwoorden ten goede, zeg ik maar aan de voorkant. Dus als u daarmee akkoord bent… Dan kijk ik of er nog meer opmerkingen zijn. Dat wist ik. De heer Verreck, gaat uw gang. De heer Verreck, PvdA Ik zou willen voorstellen om het punt van de Lange Jan van de OPH samen met de motie van de Lange Jan - volgens mij is het nummer 12 en nummer 14 – te behandelen, want het zijn allebei onderwerpen die over hetzelfde gaan, allebei moties en in die zin kunnen we ze samen oppakken. De voorzitter 11 en 13. De heer Verreck, PvdA Wat zei u? De voorzitter 11 en 13. De heer Verreck, PvdA 11 en 13. De voorzitter Is dat akkoord? Dat lijkt mij wel. Voor we dan naar het vragenuur gaan, loop ik even met u de agenda langs. Dan kijken we eerst naar het vaststellen van de notulen van 26 februari.
Kunt u daarmee instemmen? Dat is het geval. Dan zijn die vastgesteld. Dan kom ik bij het vaststellen van de lijst van de ingekomen stukken. Dat wordt bespreken. Het ontwerpbesluit toetreding en wijziging Gemeenschappelijke Regeling Historisch Centrum? Akkoord. Dank u wel. Is het te laat? Sorry. Bespreken dus. Het formaliseren van de bestaande samenwerking met de gemeente Voerendaal op VVTH-taken? Bespreken. Het gebiedsperspectief en uitvoeringsprogramma Hoensbroek Centrum inclusief twee moties? Bespreken. Nota Grond- en vastgoedbeleid? Bespreken. De nota Kostenverhaal en financiële bijdrage? U heeft er zin in vanavond, zie ik. De nota Grondprijsbeleid? Ja. Dan komen we aan de moties en die bespreken we altijd. 2. Vragenuur De voorzitter Dan is het op dit moment 18.02 uur. Dan ga ik beginnen met het vragenuur en we beginnen met de vragen van de heer Nefjodov van GroenLinks inzake de uitvoering van het laadpalenbeleid. Meneer Nefjodov.
Pagina 4 van 95
De heer Nefjodov, GroenLinks Voorzitter, de Heerlense ambitie is helder: 900 publieke laadpalen in 2030. Dat bepaalden onze raad en het college. Het is een noodzakelijke doelstelling. Het kan beter, maar het is wel een begin. Ik vind het dan ook bewonderenswaardig dat onze wethouder zich koersvast inzet op het toevoegen van laadplekken en zich onlangs ook nog hard maakte voor deelautoplaatsen. Maar hoe gaat het college deze doelstelling aanpakken? Sinds 2019 is het aantal laadpalen amper toegenomen, mondjesmaat. Volgens de cijfers van Vattenfall blijven we jaarlijks steken op een toename van slechts enkele tientallen. Welke concrete maatregelen neemt het college om het tempo van plaatsing te verhogen om onze vastgestelde doelstelling te halen en welke lessen zijn er geleerd uit de ervaringen tot nu toe om vertraging te voorkomen? In andere woorden: hoe voegt het college daad bij woord? Dank u wel. De heer Nefjodov stelt de volgende vragen: 1. Het college en de raad hebben de ambitie gesteld om 900 laadpalen te realiseren in 2030. We zitten nu op 176. Kunt u aangeven welke (al dan niet aanvullende) maatregelen het college de komende jaren precies zal zetten om het tempo van plaatsing te verhogen en de doelstelling tijdig te realiseren? 2.
Kan het college toelichten welke obstakels er tot nu toe zijn geweest bij het behalen van de beoogde voortgang en welke lessen hieruit getrokken worden om vertraging in de toekomst te voorkomen? 3. Is het college bereid om de raad halfjaarlijks te informeren over de voortgang van het laadpalenbeleid en eventuele bijsturingen die nodig zijn om de doelstelling te behalen? De voorzitter Dank u wel. Het woord is aan de wethouder. Wethouder Peters. Wethouder Peters Meneer de voorzitter, laten we maar meteen beginnen dan. Ik denk dat het hier wel belangrijk is om daar ook een stuk realisme in te brengen als het gaat over onze ambitie als het gaat over het realiseren van laadpalen. Laat ik meteen beginnen bij vraag 1. 1. Het college en de raad hebben de ambitie gesteld om 900 laadpalen te realiseren in 2030. We zitten nu op 176. Kunt u aangeven welke maatregelen het college de komende jaren precies zal zetten om het tempo van plaatsing te verhogen en de doelstelling tijdig te realiseren? 900 palen is een stip op de horizon, maar dat is geen heilig doel als de vraag naar laadpalen achterblijft. We zijn dus vraagvolgend. We willen immers niet dat we lege parkeerplaatsen gaan reserveren voor elektrische auto’s ten koste van parkeerplaatsen van bijvoorbeeld andere brandstofauto’s.
Overigens houden we bij de plaatsing rekening met de parkeersituatie ter plekke en waar nodig compenseren we ook voor de parkeerdruk, evenals dat wij hanteren dat plekken op loopafstand bereikbaar moeten zijn. Een laadplek voor de deur is daarbij dus ook geen criterium. Op dit moment loopt de derde concessie waarvan we onlangs de nieuwe participatieronde gestart hebben, waarbij we ook wederom meters hopen te maken als het gaat om het toevoegen van nieuwe laadpalen op basis van behoefte. 2. Kan het college toelichten welke obstakels er tot nu toe zijn geweest bij het behalen van de beoogde voortgang en welke lessen hieruit getrokken worden om vertraging in de toekomst te voorkomen? De belangrijkste reden voor het achterblijvende aantal laadpalen is het uitblijven van aanvragen. In de eerste concessie werd bovendien ook de vastgestelde doorlooptijd per
Pagina 5 van 95
individuele aanvraag regelmatig niet gehaald. Er waren vertragingen in het verkeersbesluitproces. Het realisatieproces bij de aannemer door bijvoorbeeld personeelsproblemen liep niet altijd even vlotjes en dat ging natuurlijk ten koste van de planbaarheid en de uitvoeringskracht. Vattenfall heeft ook goed geëvalueerd en veel aangepast als het gaat over communicatie en efficiency. Om te versnellen is in de huidige concessie, dus die derde concessie, de batchuitvoer gehandhaafd en opgeknipt in overzichtelijke halfjaarlijkse blokken, zodat Vattenfall ook planbaar projecten kan organiseren en controle kan houden over het proces. 3. Is het college bereid om de raad halfjaarlijks te informeren over de voortgang van het laadpalenbeleid en eventuele bijsturingen die nodig zijn om de doelstelling te behalen? Allereerst over de doelstelling: daar hebben we net natuurlijk ook al gezegd dat we vraag volgend zijn. Tegelijkertijd willen we u met alle plezier hier ook graag over informeren, maar wij stellen voor om dat een keer per jaar te doen, gelet ook op de doorlooptijd van participatieselectie tot realisatie. Dat was hem, meneer de voorzitter. De voorzitter Een aanvullende vraag. Meneer Nefjodov. De heer Nefjodov, GroenLinks Ik snap het realisme.
Aanvullend daarop dan de vraag: over een paar jaar, gezien de doelstelling en de verplichting op een gegeven moment om alleen maar elektrische eerstehands auto’s te verkopen, stel je voor: over zoveel jaren schiet de vraag opeens juist heel erg hard omhoog, kent de munt dan ook een andere kant? Is het college dan ook bereid conform beleid extra hard z’n best te doen om die laadpalen te plaatsen als die aanvragen naar rato zouden exploderen bijvoorbeeld? Wethouder Peters Ook wederom vanuit realisme geredeneerd beweegt het op dit moment helaas de andere kant op. Maar desondanks, in de hypothetische situatie waarbij dat zo zou zijn, is er ook wel de mogelijkheid om binnen zo’n participatieronde - omdat er natuurlijk ook een heel aantal van potentiële locaties daarbij aan mensen wordt voorgelegd - meer te kunnen realiseren op het moment dat er in ieder geval ook aantoonbare behoefte is. Dus het kan wel. De voorzitter Dank u wel. Ik zie nog een aantal aanvullende vragen. Ik zie er vier. Ik begin met mevrouw Heine. Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Voorzitter, deze week stond in de Telegraaf dat de RVO meldde dat een derde van de elektrische rijders overweegt over te stappen naar een brandstofauto als de fiscale voordelen helemaal wegvallen. Bovendien indiceert dat ook dat er veel minder benzineauto’s zullen overstappen naar elektrisch.
Heeft het dan nu zin om al zo veel laadpalen te bouwen, terwijl er op ander gebied veel eerder elektriciteit nodig is? Bedrijven bijvoorbeeld die geen aansluiting kunnen krijgen. De voorzitter Ik maak het rondje even. Mevrouw Stöcker. De voorzitter
Pagina 6 van 95
Dank u wel, voorzitter. Die vraag sluit wel enigszins aan bij de vraag van mijn voorganger, want het is inderdaad wel een mooie ambitie, die 900 in 2030. Maar dat is daarom dan ook in het coalitieakkoord opgenomen. Maar daar is wel ook aan toegevoegd dat er ook altijd voldoende gewone parkeerplaatsen moeten zijn. Mijn aanvullende vraag hierbij is dan ook: worden in samenhang met die uitbreiding dan ook telkens voldoende extra gewone plaatsen gecreëerd? De voorzitter Dank u wel. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Het sluit allemaal perfect op elkaar aan, want op nogal wat plekken en wijken kijkt men argwanend naar de komst van parkeerplaatsen voor mensen met elektrische auto’s en vandaar mijn vraag: wordt gemonitord wat de bezettingsgraad is van die e-laadplekken en in het verlengde daarvan, hoe verhoudt zich dit tot leegstaande parkeerplekken omdat men daar geen auto’s oplaadt? Is dat in beeld gebracht? De voorzitter Dank u wel. Meneer Jacobs. De heer Jacobs, FVD Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde het woord ‘netcongestie’ nog niet van de wethouder. Heeft u enig idee als we dadelijk 900 laadpalen hebben, wat dat voor een invloed zal hebben op de huidige netcongestie, aangezien we al problemen hebben en bedrijven al niet meer kunnen aansluiten? De voorzitter Dank u wel. Volgens mij heb ik iedereen gehad. Dan gaan we naar de wethouder.
Wethouder Peters Voorzitter, het is aan ons de taak om heel veel verschillende belangen natuurlijk te wegen als het gaat over realisatie van in dit geval laadpalen. Daarbij houden we uiteraard ook rekening met bijvoorbeeld netcongestie, zeker ook al was het alleen maar omdat we alleen maar handelen op basis van behoefte. Er zijn een aantal vragen gesteld die daar ook direct aan liëren als het bijvoorbeeld gaat over het monitoren van de bezettingsgraad. Ja, dat doen we. In de beantwoording van de artikel 33 vragen – volgens mij was dat ook van de GroenLinks fractie – hebben we ook al aangegeven dat op het moment dat het blijkt dat een plek niet of bijna niet gebruikt wordt, dat we die ook wederom gaan weghalen. Dus het is redelijk flexibel ingericht, zodat we in ieder geval kunnen inspelen op waar welke behoefte is en dat we daar ons ook op kunnen aanpassen. Mevrouw Stöcker had het ook nog over die gewone parkeerplaatsen. Daar ben ik net denk ik heel duidelijk in geweest. Wij houden expliciet rekening met parkeerdruk in buurten en wijken op het moment dat we het hebben over het toevoegen van een plek om elektrisch te kunnen laden. Desnoods compenseren we parkeerplekken door er extra te realiseren, want ook auto’s die niet op elektriciteit rijden, moeten gewoon een fatsoenlijke plek kunnen vinden.
Dat moet geen verschil maken of er nou extra laadpalen worden gerealiseerd of niet. Het moet gewoon op orde zijn. Zowel meneer Jacobs
Pagina 7 van 95
als mevrouw Heine als het gaat over die aansluitingen en netcongestie: zoals gezegd, het is een complexe afweging. Tegelijkertijd zien we wel dat de aanspraak die onze ambitie als het gaat over het faciliteren van deze vorm van mobiliteit, dat dat wel samen gaat met de huidige situatie op het elektriciteitsnet. Als het gaat over extra zware aansluiting, dan is dat een andere tak van sport. Desondanks – en ik hoop u daar tegemoet te kunnen komen – is het voornaamste wel dat wij handelen op basis van behoefte. Als er behoefte is, dan acteren wij en als er geen behoefte is, dan acteren wij niet. De voorzitter Dank u wel. Ik heb net te horen gekregen dat ik de gewone volgorde van het vragenuur kan aanhouden. Dus ik ben toch bij de vragen van de heer Van Zutphen inzake het OVS-gebouw Huskensweg. Gaat uw gang, meneer Van Zutphen. De heer Van Zutphen, SP Voorzitter, nu heeft u mij extra nieuwsgierig gemaakt naar het antwoord. De voorzitter Daar houden wij van. De heer Van Zutphen, SP Wij hebben namelijk vernomen dat de eigenaar van het voormalige gebouw van de Ondergrondse Vakschool aan de Huskensweg een sloopvergunning heeft aangevraagd. Dat heeft ons hevig verontrust, omdat dan een van de laatste resterende mijngebouwen zou verdwijnen. Dat is echt een onherstelbaar verlies.
We krijgen straks die discussie over de Lange Jan, maar het kan toch niet zo zijn dat we daar in de ene kant op welke manier dan ook op inzetten en aan de andere kant dat dit gebouw zou verdwijnen? Maar dit gebouw wordt nu ook gebruikt door De MijnGang. Dat is een hele mooie buurtfunctie. Wij vernamen dat er wel gesprekken plaatsvinden met de gemeente over dit gebruik, maar dat zou dus ook op kiepen staan om het maar eens op zijn Heerlens te zeggen als het gebouw gesloopt wordt. Tot zover de toelichting. De heer Van Zutphen stelt de volgende vragen: 1. Is een vorm van monumentale status of enig ander middel een instrument om sloop te kunnen verhinderen? 2. In hoeverre bent u in gesprek met De Mijngang en/of de eigenaar over de invulling van het gebouw? 3. Deelt u de mening van de SP-fractie dat sloop een onherstelbaar verlies zou zijn van een van de laatste resten van ons trotse mijnverleden, en dat u dus uw uiterste best moet doen dit te verhinderen? De voorzitter Dank u wel. Wethouder Clemens. Wethouder Clemens Dank u, voorzitter. Ik kan me alleen maar heel erg aansluiten bij de woorden van de heer Van Zutphen als het gaat over het belang van de Ondergrondse Vakschool in het licht ook van het feit dat we nog maar weinig mijnerfgoed hebben in onze stad en regio. Daarmee is het van betekenis voor onze regio, onze stad en zoals bleek uit een brief uit de buurt, ook voor de
Pagina 8 van 95
omgeving een heel belangrijk gebouw. Dat wordt door het college zeker gezien. Ik zal de vragen even voorlezen en vervolgens beantwoorden. 1. Is een vorm van monumentale status of enig ander middel een instrument om sloop te kunnen verhinderen? Het antwoord daarop is ja. Daarop kom ik zo dadelijk op terug. 2. In hoeverre bent u in gesprek met De MijnGang en/of de eigenaar over de invulling van het gebouw? Er hebben de afgelopen tijd diverse gesprekken plaatsgevonden die gingen over invullingen of mogelijke invullingen van het gebouw. De gemeente voert die gesprekken, maar ook andere partijen hebben die gesprekken gevoerd. 3. Deelt u de mening van de SP-fractie dat sloop een onherstelbaar verlies zou zijn van een van de laatste resten van ons trotse mijnverleden, en dat u dus uw uiterste best moet doen dit te verhinderen? Het antwoord daarop is ja en om die reden heeft het college ook eind deze middag een besluit genomen. Dat besluit omhelst dat we overgaan tot aanwijzing van een voorlopig gemeentelijk monument voor dit pand. Daarvan hebben we inmiddels ook de eigenaar en andere belangstellenden op de hoogte gebracht. Dat betekent dat we in de komende tijd onderzoek gaan uitvoeren, onder andere een bouwhistorisch waardeonderzoek waarin we gaan kijken of het inderdaad een gemeentelijk monument in definitieve zin moet worden.
Maar in afwachting daarvan en dat is in ieder geval voor de komende 26 weken, is het gebouw beschermd en kan het dus niet beschadigd of gesloopt worden. De voorzitter Dank u wel. Is er behoefte aan een aanvullende vraag, meneer Van Zutphen? De heer Van Zutphen, SP Voorzitter, allereerst: grote complimenten voor het college vanwege dit alerte optreden, maar we zijn natuurlijk met name benieuwd als die 26 weken voorbij zijn, of het streven dan onophoudelijk blijft om dit monument te behouden inclusief de functie voor de buurt. De voorzitter Wethouder. Wethouder Clemens Voorzitter, we kunnen natuurlijk niet vooruit lopen op de formele uitkomst van het proces dat we nu ingaan, maar laat ik zeggen: ik denk dat iedereen in deze zaal die het gebouw kent, de betekenis ervan ziet en voelt en het college ook heel veel vertrouwen heeft in de uitkomst van dit proces. De voorzitter Dank u wel. Zijn er nog andere leden die behoefte hebben? Ik zie de heer Verreck. Gaat uw gang. De heer Verreck, PvdA Wat mij toch een beetje puzzelt is: hoe is het eigenlijk mogelijk dat er namens het college een sloopvergunning is afgegeven? Er is dus ergens een proces gevoerd waarin ergens een ambtenaar bedacht heeft namens het college dat ze die handel maar moeten slopen. Dus ik ben helemaal verbaasd over dat gelopen proces aan de achterkant en dat we dus vanuit de
Pagina 9 van 95
mensen, van De MijnGang en vanuit de buurt moeten horen: zullen we dit gebouw gaan slopen? Niemand in dit huis heeft bedacht: we moeten dit niet slopen. We moeten hier iets anders mee doen. Dus daar ben ik heel benieuwd naar. Wat is nu die gedachtegang geweest om tot een akkoordverklaring van die sloopvergunning te komen? De voorzitter Dank u wel. Meneer Jacobs. De heer Jacobs, FVD Dank u wel, voorzitter. Ik weet niet of die vraag hier thuishoort of dadelijk in het volgende onderwerp. We hebben dat raadsvoorstel nota Grond- en vastgoedbeleid. Maakt het nog wat uit in de huidige casus of we uitgaan van het huidige grondbeleid zoals die op dit moment geldt of dat dadelijk op het moment dat het nieuwe Grond- en vastgoedbeleid wordt goedgekeurd … Maakt dat nog enig verschil? Ik denk dat wellicht de heer Gelderblom die vraag straks misschien kan beantwoorden. Maar als u hem kan beantwoorden, dan hoor ik dat wel. De voorzitter Dank u wel. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Dank u wel, meneer de voorzitter. Het benieuwt mij gewoon waarom men tot sloop wilde overgaan en wat men daar dan van plan was als men ging slopen. U bent in gesprek, dus het zou zomaar kunnen zijn dat u hier nu een antwoord op kan geven. De voorzitter Dank u wel. Volgens mij ben ik dan rond. Dan is het woord weer aan wethouder Clemens.
Wethouder Clemens Te beginnen bij de heer Verreck, die vroeg: hoe zit het nou met die sloopvergunning? Nu was er strikt genomen tot vandaag geen sloopvergunning nodig, maar slechts een sloopmelding. Er was geen sprake van een volledige sloopmelding. Dus dat is de feitelijke situatie. Maar gezien het bericht dat inderdaad online verspreid werd, hebben wij ook gemeend om wel op deze manier te moeten optreden, omdat er wel een acute dreiging voor het pand vanuit gaat. Ik heb nog even naar mijn collega hierachter gekeken. Zien wij een link met het nieuwe Grond- en vastgoedbeleid? Het antwoord daarop is: op dit moment nee. Dus het optreden zoals we dat hier nu uit voeren zou niet anders zijn geweest als het nieuwe beleid zou zijn vastgesteld. Dus we doen dit vanuit onze Erfgoedverordening. De heer Leers vroeg eigenlijk: wat is de motivatie van de eigenaar om te willen slopen of misschien een bericht zoals dat naar buiten is gegaan naar buiten te laten gaan. Dat is ons ook nog niet bekend, maar we hebben vandaag laten weten dat we graag op korte termijn met de eigenaar in gesprek willen om het onder andere daarover te hebben. De voorzitter Dank u wel. Dan ga ik naar de vragen van mevrouw Vaessen over drugsoverlast Molenberg. Mevrouw Vaessen. Mevrouw Vaessen-Stollman, CDA Dank u wel, voorzitter.
Even voor alle duidelijkheid: deze vragen zijn opgesteld naar aanleiding van het krantenartikel van vorige week, niet naar aanleiding van wat vandaag is gepubliceerd.
Pagina 10 van 95
De gemeente en politie stellen dat er geen excessen zijn qua dealen en bedelen op de Molenberg, waardoor extra surveillance niet nodig zou zijn. In werkelijkheid ervaren bewoners dagelijks overlast, maar melden dit minder, omdat hun signalen vaak zonder gevolg blijven. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel: minder meldingen leiden tot onderschatting van de problematiek. Tijdens een recente opruimactie werden binnen de schoolzone drugs en gevaarlijke middelen gevonden, wat aantoont dat de situatie ernstig is. Daarnaast is er structurele drugshandel in de wijk, wat leidt tot bedreigende situaties voor bewoners. Ondanks meldingen worden weinig concrete maatregelen genomen. Er is dringend behoefte aan extra politieaanwezigheid, cameratoezicht en betere samenwerking tussen bewoners en autoriteiten. De veiligheid en leefbaarheid van de wijk staan op het spel en het is tijd dat de gemeente en politie hier verantwoordelijkheid voor nemen. Ik wil graag nog even expliciet benadrukken dat ik Molenberg niet in een negatief daglicht wil stellen, maar dat alles is bedoeld om juist een betere plek te maken voor alle bewoners om er prettig in te wonen. Mevrouw Vaessen-Stollman stelt de volgende vragen: 1.
Bent u het eens met CDA Heerlen dat er met zoveel plekken in onze stad waar mensen melding moe zijn, echt verder gekeken moet worden dan het aantal meldingen omdat deze dikwijls niet correspondeert met de realiteit? Zo nee, waarom niet? 2. Bent u bereid om de inwoners van Molenberg actief te horen over de genoemde problematiek, op de manier zoals u dat ook bijvoorbeeld in de Hoofdstraat in Hoensbroek gedaan heeft vorig voorjaar door een informatiebijeenkomst, en daarmee een duidelijk beeld te krijgen wat er echt speelt? 3. Bent u bereid om, als het gaat om bestrijding van drugsoverlast, dealen, bedelarij en het verbeteren van de veiligheid, extra maatregelen te nemen in Molenberg? Zo ja, welke en op welke termijn? De voorzitter Dank u wel. Ik zal deze vragen zelf beantwoorden en ik ben het natuurlijk met u eens dat het er om gaat dat het fijn wonen in Molenberg is. Ik kan er ook wel wat van vinden om de vragen allemaal te koppelen aan krantenartikelen. Daar vind ik echt wat van, maar dat zijn niet de vragen die u mij stelt, dus ik ga hier in op de vragen die gesteld zijn. 1. Bent u het eens met CDA Heerlen dat er met zoveel plekken in onze stad waar mensen meldingsmoe zijn, echt verder gekeken moet worden dan het aantal meldingen omdat deze dikwijls niet correspondeert met de realiteit? Zo nee, waarom niet? Dat zit toch wat breder.
Er wordt bij beeldvorming over wijkveiligheid nooit alleen uitgegaan van sec meldingen, want het zou wel heel bijzonder zijn dat je je veiligheidsbeeld alleen laat berusten op meldingen van inwoners. Wij kijken echt breder. We hebben heel veel professionals in een buurt aan de slag en die proberen op de hoogte te blijven en te zijn van wat er in een buurt speelt. Die nemen ook deel aan diverse overlegstructuren en staan ook in contact met buurtbewoners. Met andere woorden, zij vormen zichzelf net zoals de buurtbewoners met meerdere bronnen een beeld van hoe het in een buurt gaat en wat er speelt. Meldingen zijn daarbij heel belangrijk, complementair en vaak basis voor wat we verder kunnen doen. Die kunnen vermoedens bevestigen of ontkrachten. Meldingen blijven dus echt cruciaal in dat hele traject, maar zijn niet de enige bron waar we ons op baseren. Daarom blijf ik ook benadrukken dat meldingen blijven doen echt cruciaal is voor leefbaarheid en veiligheid in een buurt. Ook al ben je er moe van, blijven doen. Daarnaast, professionals zoals de wijkagenten, de wijk-BOA, de buurtregisseur en de regisseur sociaal veilig kunnen niet overal tegelijk zijn en zijn ook niet altijd overal aanwezig, niet zeven
Pagina 11 van 95
keer 24 uur in geen enkele wijk. Ze kunnen dus ook niet alles zelf waarnemen en ze zijn dus voor een deel ook aangewezen op die meldingen van de buurtbewoners. Willen we een buurt veilig houden? Dan moeten we dat met elkaar doen: burgers, agenten, BOA’s, buurtregisseurs, buurtregie, buurtgericht werken, de wijkorganisatie en ga zo maar door. Ondanks meldingsmoeheid moeten we dat met elkaar blijven doen, want ook al kan er niet direct op een melding gereageerd worden, het kan wel dat ontbrekende puzzelstukje zijn om een bepaald vraagstuk aan te pakken of om een locatie nader te onderzoeken. 2. Bent u bereid om de inwoners van Molenberg actief te horen over de genoemde problematiek, op de manier zoals u dat ook bijvoorbeeld in de Hoofdstraat in Hoensbroek gedaan heeft vorig voorjaar en daarmee een duidelijk beeld te krijgen van wat er echt speelt? Antwoord van mijn kant: natuurlijk ben ik tot dit soort dingen bereid. We horen inwoners van de Molenberg echt al op meerdere manieren. We hebben een tweetal structurele overlegvormen gericht op het voorkomen van ongewenst gedrag en tevens op het inzichtelijk maken van overlastgevend gedrag in de directe omgeving van bijvoorbeeld het Gasthuis als ook de Domus Molenberg. Aan die overleggen nemen verschillende veiligheidsprofessionals en buurtbewoners deel.
Het staat ook andere betrokkenen en belanghebbende buurtbewoners vrij om aan te sluiten. Ter informatie: sinds 13 november van het vorige jaar komt de klankbordgroep van Domus Molenberg met een frequentie van een keer per maand samen. Dat is een constructief overleg. Daar nemen echt diverse buurtbewoners uit het gebied rondom het Domushuis aan deel en die hebben ook met elkaar de doelstelling om te proberen excessen voor te zijn en tijdig in te grijpen bij overlast. Op dit moment wordt daar bijvoorbeeld gesproken over een Beheers- en Veiligheidsplan zoals we het ook bij het Gasthuis hebben gemaakt en hanteren. Je ziet ook in het krantenbericht van vanochtend dat daar door de beheerder van het Domushuis heel goed op ingesprongen wordt als er iets is. Voor het overige: aanstaande donderdag, morgen dus, is er in een deel van Molenberg een buurtschouw georganiseerd waarbij bewoners samen met wethouder Peters en een aantal veiligheidsprofessionals waaronder wijkagenten, regisseur sociaal veilig en de buurtregisseur een rondje door de buurt maken. Dat is natuurlijk heel erg gericht op het verbeteren van de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare ruimte om te zorgen dat deze buurt ook sterk en leefbaar blijft. Daarbij kunnen mensen natuurlijk ook gewoon vragen stellen. Informatie over die buurtwandeling staat op samenindebuurt.heerlen.nl.
Volgende week - want ik kan morgen door allerlei omstandigheden niet aansluiten – ben ik zelf ook in die buurt te vinden om in het gezelschap van de betrokken buurtbewoner met eigen ogen te zien wat er in de buurt gebeurt en wat er ook allemaal plaatsvindt om ook daar met buurtbewoners te praten. Ten slotte de derde vraag. 3. Bent u bereid om, als het gaat om bestrijding van drugsoverlast, dealen, bedelarij en het verbeteren van de veiligheid, extra maatregelen te nemen? Zo ja, welke en op welke termijn? Tot op heden hebben we uit alle gegevens geen aanleiding gehad om nadere extra maatregelen te nemen. Dat neemt niet weg dat we een aantal hotspots hebben die met heel grote regelmaat bezoekrondjes van de agenten en de BOA’s … Maar we blijven het monitoren. We toetsen het continu en du moment dat er extra maatregelen nodig zijn en we dat ook kunnen onderbouwen, dan aarzelen we niet om die te nemen. Daarbij wijs ik nogmaals op het plan van melding. Een uitgebreid antwoord. Heeft u nog een aanvullende vraag? Mevrouw Vaessen-Stollman, CDA Ik heb even een aanvullende vraag. Heel praktisch, op het moment dat iemand drugsafval vindt, waar moet dat gelost worden? Wie moet men daarvoor benaderen?
Pagina 12 van 95
De voorzitter Dat wordt door handhaving opgehaald als dat gemeld wordt. Dus door onze eigen handhavers. Dus de toezicht en handhaving van de gemeente haalt dat op. Is er behoefte aan andere aanvullende vragen? Meneer Pauwels, meneer Van Zutphen en meneer Leers zie ik. Meneer Pauwels. De heer Pauwels, CDA Meneer de voorzitter, ik kan u helemaal volgen als u zegt: blijf melden, blijf melden, blijf melden. Wij doen die boodschap eigenlijk al jarenlang verkondingen, maar op welk moment loopt de kruik over? Is dat het moment dat iemand zegt: en nu gaan we ingrijpen? Is dat afhankelijk van het soort meldingen, het aantal of de ernst van de situatie? Welk moment en bij wie – welke regietafel noem ik het dan maar even – gaat het belletje rinkelen dat er in actie gekomen moet worden? De voorzitter Dank u wel. Meneer Van Zutphen. De heer Van Zutphen, SP Voorzitter, ik wil u danken voor de uitgebreide beantwoording. Klopt het nou dat de oorzaak van de overlast die daar weldegelijk is zeer zeker niet alleen bij de genoemde opvanginstellingen gezocht moet worden, maar dat dit veel breder kan zijn en dat er veel meer factoren van buiten de wijk en van in de wijk een rol kunnen spelen? De voorzitter Dank u wel. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Voorzitter, dank u wel. In het verleden zijn straatcoaches ingezet bij problematiek in de wijk.
Nu wil het feit dat vanwege het bedrijf waar die straatcoaches werden ingehuurd, dat niet meer gedaan wordt door de gemeente Heerlen. Daarnaast maakt het klooster waar de opvang is voor vluchtelingen uit Oekraïne op dit moment gebruik van een beveiligingsbedrijf gerund door ex-militairen en daar kennelijk heel goede resultaten geboekt worden. Is het mogelijk nu die straatcoaches niet meer in te huren zijn om voor de hotspots in de wijk misschien een beroep te doen op deze beveiligers, ex-militairen, zodat ze bij het winkelcentrum, bij de scholen en wellicht ook op andere plekken in de wijk nu op dit moment eens vaker een oogje in het zeil houden, omdat zij toch al actief zijn in de buurt? Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. Sorry, ik had u niet gezien bij het opsteken van de vingers. Meneer Janssen, gaat uw gang. De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen Dank u wel, voorzitter. Ik verkeer misschien wel in de gelukkige omstandigheid dat mijn huis ook prominent in de krant stond, omdat ik daar nu eenmaal woon. Heel prettig overigens en ik zou niet expliciet – dat is misschien wel een antwoord op de heer Van Zutphen – zeggen dat de voorzieningen die er in de buurt zijn altijd de oorzaak van de overlast zijn, want ik woon er al heel lang en ik herken dat maar zeer beperkt.
Maar ik zou u wel willen vragen, want u doet een beroep aan inwoners om te blijven melden, maar ik weet ook dat er ontzettend veel mensen zijn die misschien niet heel erg digitaal vaardig zijn, om misschien specifiek in de wijk
Pagina 13 van 95
een briefje te sturen naar mensen in de bus hoe zij met welke soort meldingen om kunnen gaan. Dan heeft u in ieder geval proactief blijk gegeven van de weg waar ze zich kunnen melden. De voorzitter Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u, voorzitter. Het is duidelijk dat die problematiek heerst in de Molenberg, maar bent u het ook met mij eens dat in meerdere wijken deze problematiek voorkomt? Hoe verhoudt zich dan … Want dat is ook een vraag: heeft u zicht op hoe het een en ander zich ontwikkelt in negatieve of positieve zin of in status quo? Hoe verhoudt zich dat dan tot het uitlenen – daar hebben we recent afspraken over gemaakt – van een boa aan bijvoorbeeld een andere gemeente, terwijl we eigenlijk al die capaciteit en alle hens aan dek nodig hebben om eerst onze eigen buurten goed te kunnen blijven voorzien? Hoe kijkt u daar tegenaan? De voorzitter Kijk, het neemt toe. Meneer Damen. De heer Damen, Fractie Damen In het kader van hoe ik de wijkbewoners bereik: hoe kan ik zorgen dat inderdaad de berichten ook daar terecht komen? Er zijn in mijn optiek drie mogelijkheden. Misschien zijn het er nog wel meer, maar die wil ik u toch wel meegeven. Ik denk dan aan het wijkblad dat daar uitgegeven wordt. Dat is een. De Stadskrant zou nummer twee zijn.
Als we het wat dichterbij huis halen, dan denk ik aan de uitgaven van Het Broedertje van de Broederschool, want daar bereik je natuurlijk het grootste gedeelte van de wijk. De voorzitter Dank u wel. Volgens mij hadden bij het eerste rondje toch niet zo veel mensen hun hand opgestoken als ik nu zie. Meneer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD Voorzitter, ik merk dat de vragen veel los brengen. Iedereen gaat er ook op los. Er komen daar aanvullende vragen in. Wat nou maar weer eens blijkt: als je daar aandacht aan geeft, dan krijg je ook wel de nodige feedback daarin. Dan ben ik het wel eens met de heer De Groot: hoe zit dat nou met die andere wijken? Hoe zit het nou ook bijvoorbeeld met wat we in ons meerjarig bestuurlijk programma hebben we staan, namelijk dat we een vorm van hufter proof-acties hebben en ook de naming en shaming daarin. Met andere woorden, ik zou bij datgene wat u hoort wat meer de law en order willen toepassen als dat mogelijk is en om dat ook stevig te bezigen. Dank u wel. De voorzitter Laat ik beginnen met daar meteen afstand van te nemen, want dat zou betekenen dat we het niet doen en dat wil ik echt met kracht ontkennen, want dat is gewoon absoluut niet waar. Daar waar we kunnen, pakken we aan.
U wil niet weten - sterker nog, dat kunt u wel weten, want dat sturen we u eens in de zoveel tijd – hoeveel huizen we sluiten, hoeveel last onder dwangsom er is en hoeveel gebiedsontzeggingen er zijn. Daar waar we kunnen pakken we echt aan, maar ik begin even bij de heer Pauwels, want wanneer grijp je nou in bij meldingen en wie grijpt er in? Het is niet het stapelen. Dat zou betekenen dat we geen beeld hebben en
Pagina 14 van 95
maar wat doen. Ik heb eens in de twee maanden driehoeksoverleg met de politiechef en de officier van justitie. De basis van dat overleg is dat we daar een veiligheidsbeeld neerleggen van Heerlen. Wij hebben dus per wijk in beeld hoe het loopt met allerlei soorten van criminaliteit en hoe zich dat afzet tegen de vorige keer. We zetten dat ook af tegen een aantal andere gemeenten. Dat beeld is natuurlijk de basis om te kijken: moet je nou je beleid bijstellen? Ik zeg het nog maar een keer: het beleid is gericht op twee hoofdlijnen. Dat is aanpak van drugs en ondermijning. Dat is een. Overlast van jongeren, dat is twee. Met alle respect, voor heel veel andere prioriteiten die we ook met z’n allen hebben, met de capaciteit die we hebben is dit gewoon de prioriteit die we met elkaar stellen. Dan kijk je dus per wijk wat er aan de hand is, wat er kan, wat er niet kan, wat er moet en wat er niet moet. Dat betekent dat op de momenten dat zich iets extreems voordoet, dat we schakelen. Schakelen betekent bijvoorbeeld een extra camera of een tijdelijke camera plaatsen. Ik kan niet overal zomaar camera’s neerzetten. Daar heb ik toestemming voor nodig. Daar moet echt wat aan de hand zijn. Dat hebben we bijvoorbeeld dus ook gedaan. We hebben bij een hotspot als de Lidl wel degelijk ingegrepen.
Dat doen we – er komen straks dan vragen over Hoensbroek – op allerlei plekken waar zich dingen voordoen. Dat doen we dus op basis van objectieve gegevens, op basis van meldingen en op basis van wat de beroepsbeoefenaars zien in die wijk. Dan wordt meestal het besluit via mij genomen, maar dat proberen we wel snel te doen en we proberen het wat makkelijker te maken door af en toe ook met flexibele camera’s te kunnen werken. Want met vaste camera’s is natuurlijk heel ingewikkeld en die heb je dan ook echt daadwerkelijk vast zitten. Die flexibele camera’s, daar kan ik schuiven en kijken of de problemen zich wat meer hier of daar voordoen. Dan grijpen we in. Nee, meneer Van Zutphen, ik ben het met u eens. Deze problematiek wordt niet alleen maar veroorzaakt door de opvanginstellingen. Het zou heel raar zijn dat dit de problematiek is. Er wordt ook zelfs in die krantenartikelen door een aantal mensen gezegd dat het echt niet alleen daar vandaan is. De problematiek zit natuurlijk echt wel breder in onze samenleving en die heeft voor een deel te maken met armoede. Die heeft voor een deel te maken met waar je woont, hoe je opgevoed wordt, welke problematiek je in je thuissituatie hebt en ga zo maar door.
Ik bedoel, met alle respect, op het moment – daar hebben we het toch ook vaak over – bij jongerenoverlast dat er kinderen tussen de 10 en 14 op straat lopen te klooien ’s avonds – ik zeg het maar even zo plat als ik het nu bedoel – dan is er ook iets aan de hand in de thuissituatie. Dan is het niet alleen maar die jongere die iets doet. Kortom, het is een veel complexere problematiek. Ik heb al vaker gezegd: we kunnen alleen maar met methodiek als Sociaal Veilig, dus onze ouderwetste Operatie Hartslag, zorgen dat we ook ouders aanspreken, zorgen dat we ook hulp verlenen, zorgen dat we ook zorg geven en de echte criminele aanpak … Die combinatie is nodig om dit te doen. Daaronder ligt de hele problematiek van eigenlijk ook Heerlen Noord: zorg nou dat je probeert de leefomstandigheden van mensen beter te maken. Zorg nou dat mensen in een goede woning wonen, een baan hebben, een goed inkomen hebben, geholpen zijn bij hun kinderen op te voeden et cetera. Dan gaan we het beter krijgen met z’n allen. Meneer Leers, de straatcoaches: toevallig afgelopen maandag nog bij mij in het portefeuillehoudersoverleg gehad. Ik ben druk bezig om te kijken naar een alternatief voor de straatcoaches. Ik heb afgelopen maandag een aantal voorstellen op tafel gehad waarbij ik op een na bij alle voorstellen heb gezegd: dat gaan we niet doen.
Want wat ik wil, is dat ik een erkende organisatie dit laat doen waar corpstakenbeheer zoals dat zo mooi heet van de politie ook kan controleren of het door de juiste mensen wordt gedaan met de juiste achtergrond zonder problemen. Daar ben ik dus mee bezig en er zijn een aantal bedrijven in Limburg die dat kunnen. Die zijn we nu aan het raadplegen en ik hoop eigenlijk binnen een paar maanden nu ze weer op straat te hebben lopen, want ik heb ze keihard nodig en zeker in het voorjaar
Pagina 15 van 95
met allerlei evenementen zoals de kermis en ga zo maar door om deze mensen weer aanvullend op de boa’s en politie in te kunnen zetten in het centrum, in de wijken en ga zo maar door. Dus we zijn daarmee bezig en we komen daar zeker op terug. De suggestie van meneer Janssen aanvullend met die van meneer Damen: natuurlijk, we hebben gewoon een hele simpele folder over hoe je kan melden. We zullen zorgen dat die nog een keer uitgebreid verspreid wordt en wellicht nog een keer herhaald wordt in de Stadskrant of in Het Broedertje. Het maakt mij niet uit. Daar gaan we gewoon voor zorgen. Dat is geen probleem. Ja, meneer De Groot, wat ik net al zei: het gebeurt in meerdere wijken. Daar maken we ook die keuzes, maken we die afstemming en koppelen we agenten en boa’s aan wijken. Dit gaat doordat we samenwerken met Voerendaal en Simpelveld. Het gaat niet ten koste van de inzet van onze boa’s in de wijken. Daar hebben we aparte afspraken over. Daar kunnen we aparte mensen op aannemen. Daar krijgen we de vergoeding voor. We hebben alleen voor die gemeentes een wat betere opvang, een betere achtervang en we kunnen meer kwaliteit leveren die ze zelf niet kunnen leveren, omdat deze mensen dan ook onderdeel van het team zijn en daar meer van leren. Maar het gaat niet ten koste van onze wijken.
En ja meneer Van den Berg, ik wil hiermee alleen maar aantonen dat we het doen, we het aanpakken en het blijven aanpakken. Maar weet wel: we hebben hier met een veelkoppig monster te maken wat echt ingewikkeld is. Tot zover de beantwoording. Nee, dat gaat niet. Dan ben ik gewoon weer de voorzitter. Dat is niet de afspraak in het vragenuurtje. Ik ga naar de volgende set aan vragen. Dat zijn de vragen van meneer Hendriks van de Jongerenpartij inzake de intaketafel woningbouwinitiatieven. Meneer Hendriks. De heer Hendriks, Jongerenpartij Heerlen Dank u, voorzitter. De ambitie en noodzaak om kwalitatief goede woningen toe te voegen in Heerlen is groot. Het is dan ook van essentieel belang dat sterke initiatieven van ontwikkelaars, woningcorporaties en particulieren kunnen rekenen op een goed functionerend ambtelijk proces om deze plannen te realiseren. Recent werd het belang hiervan nog onderstreept in het Stec-onderzoek naar de woningbouwopgave in Heerlen in het kader van het vaststellen van het Woonfundament. Daarbij waarderen we dat het college momenteel actief met inwoners in gesprek gaat over mogelijke woningbouwlocaties via bijeenkomsten die gekoppeld zijn aan het nog vast te stellen Masterplan Wonen.
De Jongerenpartij heeft daarnaast al vaker benadrukt dat ondanks financiële uitdagingen en voorgenomen ombuigingen het behoud van uitvoeringskracht op woningbouwdossiers van groot belang is. Dat is nodig om versnelt voortgang te kunnen blijven boeken op deze urgente dossiers. Tegen deze achtergrond ontvangen wij met zorg signalen van initiatiefnemers dat het loket van nieuwe woningbouwplannen en de intaketafel momenteel tijdelijk gesloten zou zijn vanwege een tekort aan capaciteit. Daarnaast horen we ook klachten over trage of zelfs uitblijvende reacties op eerder ingediende principeverzoeken. Dit roept bij ons zorgen op over de beschikbare ambtelijke capaciteit binnen de afdelingen die vergunningen en projectbegeleiding verzorgen. De vragen spreken verder voor zich. De heer Hendriks stelt de volgende vragen: 1. Herkent het college zich in de signalen zoals door ons beschreven of kan het college bevestigen dat de intaketafel niet tijdelijk is gesloten en dat er geen sprake is van een capaciteitsprobleem? Met andere woorden: kan het college de zorgen van de Jongerenpartij en van initiatiefnemers wegnemen?
Pagina 16 van 95
2. Hoe verhouden eventuele vertragingen of tijdelijke sluitingen van intaketafels zich tot de ambities op het gebied van woningbouw? 3. Op welke wijze wordt de raad meegenomen in maatregelen die het college neemt om te voorkomen dat woningbouwinitiatieven vertragen in de vergunning- en uitvoeringsfase, of zelfs helemaal niet doorgaan? De voorzitter Dank u wel. Het woord is aan de wethouder. Gaat uw gang. Wethouder Peters Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat het hele terechte vragen zijn van de kant van de Jongerenpartij. We zien dat er op dit moment een enorme influx is aan initiatieven. Dat bevestigt ook de nieuwe dynamiek die in Heerlen is ontstaan als het gaat over die ruimtelijke ontwikkelingen. Het aantal initiatieven aan de voorkant is natuurlijk niet te managen. Wij hebben aan de andere kant wel de mogelijkheid om ons daar op aan te passen en ons op door te ontwikkelen, zeker ook gezien het feit dat we met elkaar hebben gezegd dat woningbouw topprioriteit is. Dus wij zoeken dan ook naar een manier om als gemeente zo goed mogelijk niet ten onder te gaan aan je eigen succes, maar juist ervoor te kunnen zorgen dat je kwalitatief en kwantitatief toch de snelste stappen kunt maken. Soms zijn de stappen die je daarvoor moet nemen in ieder geval voor de tijdelijkheid niet leuk.
Want de intaketafel is inderdaad in principe – zeg ik expliciet – voor een periode van drie maanden gesloten. In principe houdt in dat we uiteraard buitenkansjes die zich voordoen en die enorm impactvol zijn als iemand ergens toevallig een reuze woonwijk wil realiseren, wel in overweging zullen nemen. Maar wat wij in deze tussentijd doen, is eigenlijk consolideren, hergroeperen en versterken om uiteindelijk na een aantal maanden ook weer die plus op die organisatie te kunnen realiseren, zodat we nog meer initiatieven aan kunnen. Dat is eigenlijk ook meteen het antwoord op vraag een. 2. Hoe verhouden eventuele vertragingen of tijdelijke sluitingen van intaketafels zich tot de ambities op het gebied van woningbouw? De inzet is het aanbrengen van focus. Dus we stellen prioriteit. We kiezen daar ook op dit moment de projecten uit of de initiatieven uit die de grootst mogelijke impact hebben op de stad, zodat we die ook zo snel mogelijk verder brengen. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat we in die tussentijd ook ervoor zorgen dat organisatorisch er een plus komt op de organisatie, zodat we over een paar maanden nog sterker zijn en dat we nog meer initiatieven tegelijkertijd aan kunnen. 3.
Op welke wijze wordt de raad meegenomen in maatregelen die het college neemt om te voorkomen dat woningbouwinitiatieven vertragen in de vergunning- en uitvoeringsfase, of zelfs helemaal niet doorgaan? Wij zorgen ervoor dat u in het tweede kwartaal van dit jaar wordt geïnformeerd over onze aanpak voor de woningbouwopgave en ook het vergroten van onze ambtelijke uitvoeringskracht. We zitten nu midden in dat proces om eigenlijk ook de juiste afweging te maken voor wat betreft die organisatorische aanpak en de communicatie met initiatiefnemers. Dat was het, voorzitter. De voorzitter Dank u wel. Heeft u behoefte aan een aanvullende vraag, meneer Hendriks? Gaat uw gang. De heer Hendriks, Jongerenpartij Heerlen
Pagina 17 van 95
Het is maximaal drie maanden gesloten? Dat was even de eerste vraag, want dat was mij niet even helemaal helder. Slaan wij wel op welke mensen op dat en dat moment aan die tafel komen? Die komen dan na die drie maanden al eerste aan de beurt. Daar ga ik even vanuit. De voorzitter Ik kijk even rond. Het zijn er drie. Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u, voorzitter. Tijdens de vorige commissievergadering hadden we het onder andere – dat staat vandaag ook weer op de agenda – ook over het nieuwe beleid dat de gemeente wil gaan uitvoeren rondom vastgoed- en grondzaken. Daar heb ik ook al de vraag gesteld. Het is een prima initiatief. Het is inhoudelijk heel erg goed, ook de initiatieven. We lokken mensen uit om met initiatieven te komen. Dat is hartstikke goed. Maar dan moet je er wel natuurlijk ook klaar voor zijn als ambtelijke organisatie. U deelt dat natuurlijk met mij. Maar u zegt: we gaan een plus op die organisatie zetten en we gaan… Maar kunt u ook al iets zeggen over – dus niet alleen rondom dat nieuwe Vastgoed- en grondbeleid, maar ook rondom dit soort wooninitiatieven – hoe u denkt dat bij de organisatie die plus eruit gaat zien. Gaan we de arbeidsmarkt op? Met welk pakket? Want laten we wel wezen: kwalitatief groeien mensen binnen deze domeinen. Er zitten diverse gemeentes in diezelfde vijver te vissen.
Wat gaat de gemeente Heerlen doen? Jammer genoeg is de gemeentesecretaris nu niet aanwezig, maar ik neem aan dat die over personeel gaat. Gaat die daar ook nog een rol in spelen? Hoe ziet dat eruit? Kunt u daar iets meer over zeggen? De voorzitter Dank u wel. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Meneer de voorzitter, dank u wel. De intaketafel is voor drie maanden gesloten, alleen de afgelopen tijd zijn er allerlei avonden en bijeenkomsten geweest om te kijken waar mensen denken dat weer gebouwd kan worden in de stad of waar juist niet. Noem het maar op. Er is ambtelijke capaciteit mee gemoeid, een extern bureau en noem maar op. Was het dan niet veel wijzer geweest om dat misschien een beetje vooruit te schuiven en al die initiatieven die er zijn om het bouwprobleem en het tekort aan woonruimte op te lossen, wat meer mogelijkheden te geven en te kijken waar het dan nog meer kan, ietsje later op te pakken? Wat is die overweging geweest om de intaketafel te sluiten en andere dingen door te laten gaan die misschien ietsje vooruit geschoven konden worden? De voorzitter Dank u wel. Meneer Jacobs. De heer Jacobs, FVD Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag borduurt een beetje voort op die vraag van meneer De Groot. Dat is een terechte vraag. Als je kijkt naar het Nota Grond- en vastgoedbeleid … De wethouder gaf nu aan: we kunnen initiatieven nu al bijna niet meer aan.
Als je kijkt naar de nota Grond- en vastgoedbeleid, dan ga je niet alleen initiëren, maar dan willen we ook veel meer op die woningmarkt zitten. We kunnen initiatieven niet aan. Hoe ziet u dat dan voor zich als we dit Grond- en vastgoedbeleid gaan vastleggen en gaan zeggen: we gaan niet alleen initiëren, maar we gaan ons ook er actief mee bemoeien, terwijl we het nu al niet aankunnen.
Pagina 18 van 95
De voorzitter Dank u wel. Volgens mij heb ik iedereen gehad. Ja. Wethouder Peters Wethouder Peters Fijn. Dank u wel. Laat ik meteen bij dat laatste beginnen. Volgens mij, de meeste van u en zeker de mensen van u die ook in de vorige periode of de periode daarvoor in deze raad hebben gezeten, weten natuurlijk nog als de dag van gisteren dat wij als stad altijd ingesteld waren op krimp. En wat betekende dat? Een huis bouwen, vier huizen afbreken. Dat was in ieder geval het credo destijds. Desondanks, je ziet natuurlijk dat een organisatie zich ook navenant ontwikkelt. Dus juist in het momentum, dus nu, waarin we echt zeggen: we willen als stad groeien, zie je heel veel locaties die door marktpartijen en ook door corporaties worden opgepakt en waar plannen voor worden gemaakt. Je ziet natuurlijk dat de gemeentelijke organisatie daarin wel reactief handelt om in ieder geval die organisatie verder op te bouwen. Het klopt wat meneer De Groot zegt. De arbeidsmarkt is natuurlijk altijd krap. Dat is daarin natuurlijk ook een uitdaging en zeker als het gaat over de juiste expertise. Maar we hebben de afgelopen jaren en daar hebben we u als raad ook in meegenomen, zeker als het gaat over het versterken van die vergunningsketen, dus de VTH-keten, hebben we meters gemaakt. De laatste stap was volgens mij dat we 17 mensen hebben toegevoegd.
Tegelijkertijd zie je natuurlijk ook dat die initiatieven en zeker die hoeveelheid initiatieven vanuit de dynamiek waarover ik zojuist sprak heel vaak – ik zou het wel graag willen – niet te voorspellen is. Dus dat er heel veel tegelijk komt en waar je als gemeentelijke organisatie wel een mouw aan moet weten te passen. Dat is eigenlijk de hoofdreden waarom we hebben gezegd: we gaan nu deze stap maken. Als we het dan hebben over wat we dan nodig hebben, dan gaan we kijken waar we in de markt in ieder geval genoeg goede mensen kunnen vinden die een projectorganisatie kunnen bemensen. En ja, wij denken dat dit binnen die tijd kan om daar de eerste meters mee te maken. Anders hadden we ook niet gezegd dat het voor maximaal drie maanden zou zijn dat die intaketafel in principe gesloten is. Meneer Leers heeft het over het Masterplan Ruimte voor Woningbouw. De planning van het Masterplan Ruimte voor Woningbouw is natuurlijk dat wij als het goed is net voor de zomer of net na de zomer hier bij u komen met een document dat wij u voorleggen ter besluitvorming. Dan hebben we natuurlijk al de periode van drie maanden weer gehad. Dan kan daarna met een versterkte organisatie deze gemeente ook weer meer initiatieven aan.
Dus waar we wel op sturen, is dat er in ieder geval met de ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld dat Masterplan wel voorsorteren op een moment waarin we ook meer aankunnen als organisatie en waarin de gemeente dus ook op sterkere kracht is om juist die woningbouwambities verder te stimuleren. Als u dan zegt: hadden die mensen dan niet ook bezig kunnen zijn geweest met initiatieven? Er lopen hier in dit huis 1.100 mensen rond en heel veel verschillende mensen hebben heel veel verschillende taken. Dus er is een beperkte groep die met initiatieven bezig is en er is ook een andere groep die bezig is met bijvoorbeeld het Masterplan Ruimte voor Woningbouw. Dat is niet altijd met elkaar te verenigen. Dank u. De voorzitter Dank u wel. Dan kom ik bij de vragen van de heer Pauwels over de bezuiniging op de thuiszorg. Meneer Pauwels. De heer Pauwels, CDA Dank u, voorzitter. Agema laat ouderenzorg opnieuw in de kou staan, aldus dagblad De Limburger op 20 maart jongstleden. Het was al bekend dat de bezuinigingen van 165 miljoen de weg vrij moesten maken voor het handhaven van het budget voor hoger onderwijs,
Pagina 19 van 95
gezondheidsonderwijs wel te verstaan. Maar desondanks word je middels dit artikel met de neus op de feiten gedrukt. Alsof onze stad niet al meer dan genoeg getroffen wordt door het wegvallen van ziekenhuiszorg. Vanuit de ervaringen die ik het afgelopen jaar heb opgedaan met de thuiszorg, wil ik deze mede namens mijn fractie aan de orde stellen met enkele vragen. Dank u wel. De heer Pauwels stelt de volgende vragen: 1. Hoe kijkt het college aan tegen de bezuinigingen op de thuis-/ouderenzorg c.q. wijkverpleging? Deelt het college onze mening dat dit in een vergrijsde en minder gezonde regio ónacceptabel is? 2. Kan een inschatting gemaakt worden van de effecten op de Heerlense samenleving? 3. Wat kan/kunnen gemeentes doen om dit te voorkomen? De voorzitter Dank u wel, meneer Pauwels. Het woord is aan wethouder Vrusch. Wethouder Vrusch Dank u wel, meneer de voorzitter. Om meteen met de eerste vraag te starten: 1. Hoe kijkt het college aan tegen de bezuinigingen op de thuis- en ouderenzorg c.q. wijkverpleging? Deelt het college onze mening dat dit in een vergrijsde en minder gezonde regio onacceptabel is? Ja, wij zeggen juist: in de minst gezonde regio’s moet als eerste gestart worden met het investeren in de zorg. Juist daar waar het het hardst nodig is, moet je starten met die investeringen en ook nog het meeste doen.
Nu zien we dat de miljoenen, de 165 miljoen, niet in de ontwikkeling van wijk- en zorgmedewerkers wordt geïnvesteerd. Daarbij gaat het specifiek over onderwijs. Nu hebben we ook nog een minister gezien die zegt: als er goede ideeën waren zoals waardering, loonsverhoging en investeringen in het onderwijs, dan had ik dat graag willen doen van de wijkverpleegkundige, maar dat kan ik niet. Dat verbaast ons wel, want juist de minister kan haar eigen budget daarin investeren. Nu zijn we natuurlijk wel blij dat er extra wordt geïnvesteerd en dat er geen bezuinigingen zijn op de scholing voor verpleegkundigen voor ziekenhuiszorg, want die hebben wij natuurlijk ook nodig. Maar dat zou nooit ten koste mogen gaan van andere zorgdossiers. Dat zal nooit ten koste mogen gaan van degene die ook keihard nodig zijn. Dus natuurlijk is het onacceptabel dat we minder gaan investeren in het opleiden van goede zorgmedewerkers. 2. Kan een inschatting gemaakt worden van de effecten op de Heerlense samenleving? Die kunnen wij helaas niet concreet maken op dit moment. Op hoofdlijnen zien we natuurlijk wel dat er grotere investeringen in de zorg nodig zijn. Juist hier kan ook de meeste impact worden gemaakt. Als gemeente zelf investeren we wel volop in de zorg.
Datzelfde zouden we ook van het Rijk mogen verwachten als het gaat om bijvoorbeeld de waardering van zorgmedewerkers en het beschikbaar houden van voldoende opleidingsplekken. 3. Wat kunnen gemeentes doen om dit te voorkomen? Ten eerste: wij herkennen, maar erkennen ook dat een opleiden in de wijk echt een ontzettend belangrijk thema is. Dat moeten wij in de zorgakkoorden verankeren. Dat doen wij natuurlijk aan de tafels aan IZA. Bij VNG laten we ons horen, zeker ook als het het jeugdzorgdossier betreft. Natuurlijk spreken wij ons ook uit en als het vraagt, ook bij de belangenverenigingen om juist hier wel aandacht voor te vragen. Dit kunnen we natuurlijk ook zelf doen. We hebben de Bovengrondse Vakschool en daarin zoeken we ook de samenwerking op. Neem bijvoorbeeld onze partner in de Hulp bij het huishouden om te kijken of we daarin wat voor elkaar kunnen betekenen. Daarmee maken we concreet wat we zelf ook hierin kunnen doen.
Pagina 20 van 95
De voorzitter Dank u wel. Heeft u behoefte aan een aanvullende vraag, meneer Pauwels? De heer Pauwels, CDA Vooral dat laatste. De openbare Vakschool is natuurlijk een kans die we moeten nemen, maar op welke schaal opereert u dan richting Den Haag bijvoorbeeld? U had het net al over andere gemeentes en de VNG. Maar pak je niet beter samen met heel Parkstad en geef een krachtig signaal af, zo van dit gaat mis? De voorzitter De wethouder. Wethouder Vrusch Wij hebben nu andere thema’s waar we ons als Parkstad samenpakken. Daar zit wel dezelfde boodschap in. Tijdens het ziekenhuisdossier wordt ook gewoon keihard gekeken naar hoe wij een grotere investering krijgen in de zorg. In die hele zorgketen hoort natuurlijk ook dat wijkverpleegkundige verhaal. Want juist als wij zeggen dat er meer zorg naar de mensen thuis moet gaan, dan moet dat natuurlijk wel goed gebeuren. De voorzitter Dank u wel. Anderen? Ik zie alleen meneer Janssen. Meneer Janssen. De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen Dank u wel, voorzitter. Het kan zijn dat ik misschien de krant en de onderbouwing van de minister heel anders gelezen heb, maar ik heb heel duidelijk gezien dat het budget door het Rijk verschoven is, omdat het gewoon niet gebruikt werd. Dus ik ben die vraag aan het lezen. Ik hoor de beantwoording van de portefeuillehouder.
Dan bekruipt mij het gevoel alsof in ieder geval deze portefeuillehouder zich in een andere werkelijkheid begeeft en anders tegen die onderuitputting die het Rijk onderbouwt heeft kijkt dan wat ik nu hoor. Want nu ontstaat er een frame alsof er bezuinigd wordt op de thuiszorg: middelen die anders wel uitgegeven zouden zijn. Kunt u dat nader toelichten? De voorzitter Wethouder. Wethouder Vrusch Door die onderuitputting is 165 miljoen niet geïnvesteerd in de wijkverzorging, nog concreter: in het opleiden van mensen die in de wijkverzorging zouden kunnen gaan werken. Dat geld is niet uitgegeven waar dat wel had kunnen worden gedaan. Nu is verschoven met middelen, waardoor het bij de wijkverzorging weg is gehaald. Ongeacht het goede doel waar het misschien naartoe is gegaan, betekent het wel dat er 165 miljoen alsnog niet is uitgegeven waar dat wel gebeurd had kunnen zijn. Dan kan het niet zo zijn dat we een minister hebben die zegt: goede ideeën die ik nota bene hoor vanuit de wijkverzorging zelf, vanuit de beroepsvereniging van Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland. Zij hadden heel veel ideeën waar dat geld naartoe kan. Dat is gewoon niet uitgegeven. De voorzitter
Pagina 21 van 95
Dank u wel. Dan kom ik bij de vragen van mevrouw Schreurs inzake uitbreiding cameratoezicht Hoensbroek. Mevrouw Schreurs. Mevrouw Schreurs, Partij Hoensbroeks Belang Dank u, voorzitter. Er werd al gezegd: we gaan niet na alle krantenartikelen vragen stellen. Ik ga het krantenartikel ook niet aanhalen, maar we hielden spreekuur in die wijk nadat een krantenartikel was verschenen hierover. Toen kwamen er heel veel inwoners die zich wat zorgen maakten. Die maakten zich met name zorgen over de camera’s, vooral nadat iemand zei hoe scherp de beelden waren van een dergelijke camera. Waar komen die dan precies te staan? Ga je camera’s plaatsen op de Juliana-Bernhardlaan of ga je het echt bij de overlast gevende panden … Met andere woorden, wat film je? Doe je dat tot in den treure of gaan ze op een gegeven moment ook weer weg? Het woord politiestaat viel op een gegeven moment. Gaan we dan leven in een politiestaat dat we overal alles met camera’s gaan volgen? De opmerking die ook stond was het alcoholverbod in de wijken, wat natuurlijk leidde tot of je geen feestje meer mag hebben in je eigen achtertuin. En als je boodschappen doet en een fles wijn meeneemt, word je dan gearresteerd? Dus vandaar een aantal vragen hierover. Mevrouw Schreurs stelt de volgende vragen: 1. Waar komen de camera’s precies en blijven ze ervoor altijd of gaan ze op een gegeven moment ook weer weg? 2.