Conceptnotulen raadsvergadering d.d. 26 februari 2025
Tekst van het document
Dus dat geeft allemaal handvatten - mevrouw Van Oosterhout refereerde daar ook aan – om een goed gesprek te voeren met onze partnergemeente. Nog tot slot van de VVD: hoe sporen we onze bedrijven aan in deze lijn, dus de lijn van de visie, mee te gaan werken aan een gezonde woon- en zorgregio Parkstad even in mijn woorden. Ik denk op verschillende manieren. Ten eerste zijn een aantal partijen die hebben meegedacht aan deze visie ook bedrijven. Dus dat gebeurt deels. Ten tweede denk ik dat als je gaat sturen zoals we dat eerder zeiden met die afwegingskaders, dan geef je bedrijven een hoop duidelijkheid over wat je wel en niet wil. Dus ik denk dat heel veel ontwikkelaars, maar ook zorgpartijen echt gewoon gebaat zijn bij duidelijkheid aan de voorkant. Er is niks zo vervelend als gewoon aan de slag willen om iets goeds te doen voor een doelgroep en dan in een moeras van onduidelijkheid te verzakken. Ik denk dat met dit soort visiestukken of een kapstokstuk zo u wil, je ook meer duidelijkheid geeft over wat we willen. Zoals is opgenomen in de verschillende hoofdstukken aan het eind van de visie, gaan we dat ook nog duidelijker maken met bijvoorbeeld zo’n afwegingskader en die uitvoeringsagenda. Partij Hoensbroeks Belang vroeg ook naar communicatie rondom het Masterplan Woningbouw naast de waardering voor alle woorden over fair share.
Daarvoor verwijs ik u ook naar collega wethouder Peters die daar zo meteen iets over zal toelichten.
Pagina 40 van 61
De PvdA vroeg naar de operationalisatie van het aspect Wmo binnen deze visie. Daar zal collega wethouder Vrusch zo meteen even op ingaan. De PVV had een bijdrage waar ik heel eerlijk gezegd voorzitter, wel een beetje van schrok. Onder andere omdat – ik heb een aantal citaten opgeschreven – er werd gezegd dat deze visie niet onderbouwd is, terwijl er twee bijlagen zijn toegevoegd met tientallen pagina’s aan keiharde onderbouwing waar maandenlang aan is gewerkt. Dus los van het feit dat het feitelijk dan niet klopt, vind ik dit ook een beetje een miskenning van de onderzoekers die daar maandenlang onderzoek naar hebben gedaan met volgens mij hele gerede onderbouwing inclusief methodologie die is weergegeven hebben aangevoerd voor het visietraject. Dus dat klopt feitelijk niet. Dat geldt voor een aantal andere dingen ook. Er staat bijvoorbeeld: onze eigen inwoners krijgen geen enkele voorrang. Niet alleen is dat feitelijk onjuist, het tegenovergestelde is het geval. Want op het moment dat je de kwetsbare instroom stopt, dan zorg je ook dat het passende aandeel van bijvoorbeeld een goedkopere voorraad, maar ook voor de middenvoorraad en ook voor de huur, juist beschikbaar blijft voor mensen die wel binding hebben met deze regio. Dat zeggen we vrij expliciet in deze visie, maar dat hebben we in allerhande beleidsregels en verordeningen, zeker met Grip op Wonen 1.0.
Binnenkort komen we daar op terug met de vervolggeneratie van dat beleidstraject. We hebben dat niet alleen door het inperken van de instroom geregeld, maar we hebben ook expliciet voorrangsregels voor onze eigen mensen met cruciale beroepen opgesteld. Dus het is niet alleen feitelijk onjuist, het tegenovergestelde van wat de PVV beweert is het geval. Op pagina 16 wordt gezegd: er wordt wel een tekort voor ouderenwoningen erkent, maar we gaan er niks aan doen. Ook dat is feitelijk onjuist. Er wordt gesteld dat er inderdaad een tekort is, zodat we zicht krijgen op hoe je de bestaande tekorten gaat inlopen. Vervolgens is door dat onderzoek waar ik net aan refereerde duidelijk inzichtelijk gemaakt dat je verschillende keuzemogelijkheden hebt. Je kunt toewerken naar die scenariotrend van meer geclusterde woonvormen. Je kunt ook sturen op veel meer levensloopbestendig maken van de bestaande voorraad. Daar moet je een keuze in maken. Op die manier loop je dus dat tekort voor ouderenwoningen in. Dus dat dit niet erkend zou worden en dat er niks aan zou worden gedaan, dat herken ik ook absoluut niet. Vervolgens wordt op pagina 30 en dat is ook en citaat, weliswaar fair share genoemd, maar dat wordt niet uitgewerkt. Dat is niet waar, want er wordt vervolgens meteen gezegd: wat is nou die fair share? Dat is kwetsbare wijken ontzien.
Wat is een kwetsbare wijk? Dat wordt juist vrij letterlijk uitgewerkt, want er wordt gezegd: dat meten we zus en zo. Dat moet je niet subjectief maken. Een ander citaat van de PVV was: er wordt geleund op subjectieve criteria. Er staat expliciet dat we niet gaan leunen op subjectieve criteria. We gebruiken deze objectieve criteria: die SES-WOA en de Leefbaarometer. Dus ook daarvoor geldt dat dit feitelijk onjuist is en dat het tegenovergestelde het geval is. Dus dat verbaast me, maar ik schrok er ook wel van. In hetzelfde genre hadden we de uitspraak: iedereen een thuis, maar wie is iedereen? Helemaal bovenaan de visie staat een hele lijst met aandachtsgroepen die precies op die vragen antwoord geeft. Er wordt ook letterlijk gezegd: waar gaat deze visie wel over en waar gaat deze visie niet over, om die vraag meteen helemaal aan de voorkant duidelijk te maken. Tot slot zei de PVV: wat gaan we doen met de positie van statushouders, laten we daar voortvarend in optreden. Vervolgens wierp de PvdA tegen: volgens mij zijn we gebonden aan geldende wetgeving en zei de PVV zelf: u heeft daar een punt. Dus daar hoef ik verder niet meer op in te gaan.
Wat wel zo is, is dat als de PVV op basis van allerlei onjuiste veronderstellingen en zelfs tegenovergestelde aannames van wat er daadwerkelijk staat gaat tegenstemmen, ze ook tegen het ontzien van kwetsbare buurten en wijken stemmen waar dus inderdaad mensen die nu vaak zien dat door die kwetsbare instroom de woningvoorraad die
Pagina 41 van 61
voor hen beschikbaar zou kunnen zijn, niet meer voor hen beschikbaar gaat zijn als je het niet eens bent met fair share. Dat is dus de enige conclusie die ik kan verbinden aan het tegenstemmen van de PVV. Dat zou ik erg spijtig vinden. Maar voorzitter, er is nog geruime tijd om op die voorspelling terug te komen. Daar wil ik u erg hartelijk tot aanmoedigen. Dan D66 met een hele trits vragen en ik heb er altijd een beetje een soort van lol in om te proberen om dat toch bij te benen, want D66 is erg goed in heel erg veel vragen heel snel afvuren, maar ik praat ook heel snel en ik schrijf ook redelijk snel. Dus volgens mij heb ik ze allemaal, maar ik hoor graag of het klopt dat ik ze allemaal had. Ten eerste wordt er gezegd: er is een sterke nadruk op ouderen en we missen eigenlijk de evenwichtige nadruk op andere doelgroepen. Ik herken me daar niet helemaal in. In die zin wel dat er inderdaad wordt gezegd: kijk eens naar dat Companen-onderzoek. Je ziet gewoon dat een heel groot gedeelte van die vraag binnen die aanmeldgroepen bij die ouderen zit. Daar gaan we dus ook uitgebreid op in, maar je ziet tegelijkertijd in die tabellen 5 en 6 met name heel duidelijk wat de woonbehoefte is van die andere aandachtsgroepen en hoe we daar op ingaan.
Zoals D66 zelf aangaf en overigens is dat ook een citaat, niet om kinderachtig te doen, maar later in het betoog van D66 wordt ook gezegd: de aandachtsgroep arbeidsverwanten hebben een prominente plek in deze visie. Dus dan zou je zeggen: er is dus blijkbaar wel enig evenwicht tussen de aandachtsgroepen naast ouderen. Volgens mij is dat ook echt wel het geval. Er wordt op een hoop andere aandachtsgroepen heel concreet ingegaan, waaronder bijvoorbeeld die woonwagenbewoners. Er wordt gevraagd in een beetje het verlengde van die vraag op ouderen dat er ook gezegd wordt dat het Companen-onderzoeken uitwijst dat er veel vraag is naar een geclusterde woonvoorraad. Waar komt die aanname vandaan? Maar ook, moeten we niet juist naar bestaande woningen kijken? Dat zijn we helemaal met elkaar eens. In paragraaf 4.2 gaan we precies die spanning in. Op de eerste vraag is het antwoord dat de aanname van Companen een trendscenario is. Dit noemen ze zelf zo. Dus zij zien dat veel zorgpartijen zoals D66 terecht veronderstelde, maar ook veel ouderen die daarin meegaan, zeggen dat geclusterd wonen wel handig is. Dan heb ik mensen om me heen. Vrouwenhofjes zijn populair bij de doelgroep, maar is ook handig voor zorgpartijen. Dus dat is een trend.
Maar je kunt ook zeggen: moeten we die trend wel willen volgen? Want voor ons betekent dat duizenden woningen die je dan in je nieuwbouwprogrammering moet gaan zetten. Daarvan zeggen we in paragraaf 4.2: wij zien dat misschien toch wat genuanceerder, want als je dat gaat doen, dan ben je al je belangcapaciteit aan het vullen met nieuwbouw voor deze specifieke doelgroep. Dus zet ook juist in op het geschikt maken van de bestaande voorraad. Dat is ook helemaal inzichtelijk gemaakt per gemeente, namelijk hoeveel van de bestaande voorraad geschikt te maken is en als je dat zou doen, hoever je dan komt. Er staat: al maak je 10 procent van de bestaande voorraad geschikt, dan heb je op twee derde van de vraag ingelopen. Dus daar zie je wel duidelijk een keuze in terug. Daarmee schuiven we dat trendscenario niet weg, maar brengen we wel duidelijk een richting in welke mate we daarin gebruik van kunnen maken. Dan is de vraag: hoe passen we het principe van fair share toe? Ik heb het net gehad over SES-WOA en de Leefbaarometer, maar is daar ook voldoende draagvlak voor in andere gemeenten was de vraag, en worden die criteria nou toegepast in die andere gemeenten? Zoals ik al zei, als die gemeenteraden en dat gebeurt nu de visie vaststellen, dan ga ik ervan uit dat dit draagvlak er is. Maar passen ze die criteria ook toe? Zoals ik al zei, wij hebben die draagkrachttoets.
Wij zijn bezig met de Wbmgp: Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Dat is de Rotterdamwet. Dat doen we als onderdeel van Grip op Wonen 2.0. Het mooie is dat je ziet dat steeds meer gemeenten om ons heen ervoor kiezen om dicht tegen ons aan te kruipen in dat traject, omdat zij snappen dat dit ook in hun voordeel kan zijn om daar gebruik van te maken. Dat betekent dat je niet alleen gebruikmaakt van die criteria, maar dat
Pagina 42 van 61
je het echt vervat in een code die die kwetsbare buurten en wijken stelselmatig gaat ontzien. Dus het antwoord daarop is wat mij betreft ja. Nog even naar die arbeidsmigranten. Kunnen corporaties daar een grote rol in spelen? Ik denk het wel. Ik denk ook dat je dan weer die discussie oproept over wat nou een arbeidsmigrant is, wie hier past et cetera. We hebben die hele discussie – die moeten we niet herhalen – over short stayers, mid stayers en long stayers. Volgens mij zijn we het allemaal met elkaar eens dat die long stayer die zich kan verbinden aan een gemeenschap, de taal kan leren, die een bestaan kan opbouwen en die verbindingen kan opbouwen, die willen we allemaal heel erg graag. Vele daarvan net zoals vele Nederlanders kunnen dan aanspraak maken op een corporatiewoning. Zo zien we dat ook graag. Welke concrete middelen en mogelijkheden zien we om de visie verder te brengen? Dat staat voor een deel heel duidelijk in de visie aangegeven, maar voor een heel belangrijk deel zal het ook in die uitvoeringsagenda terugkomen. Voor een belangrijk deel zit het in de handvatten die ik in reactie op de vraag van de heer Van den Berg aangaf. Er zitten middelen en mogelijkheden in. Dan heb ik het echt over van de Woontop tot het afstapelen.
De vraag over hoe woningeigenaren gestimuleerd kunnen worden om woningen aan te passen naar levensloopbestendigheid past volgens mij goed bij de vraag over de Wmo waar een collega op zal terugkomen en anders hoor ik het graag. Welke afspraken maken we concreet met corporaties over de levensloopbestendigheid? Dat doen we in de prestatieafspraken. Daar geven we aan wat wij als levensloopbestendigheid zien in termen van wat de Bat score wordt genoemd. Het is gewoon een indicator op basis van bouwkundige aspecten die levensloopbestendig zijn. Volgens mij waren dat de vragen van D66. GroenLinks had vervolgens de vraag: hoe zorgen we ervoor dat deze plannen niet vastlopen in bureaucratie, maar snel en zichtbaar worden uitgevoerd? Ik denk dan altijd en dat is misschien niet populair om te zeggen, maar ik ga toch voor onze ambtenaren staan: ze kunnen ook versneld worden door bureaucratie als de bureaucratie goed wordt aangewend. Dat is natuurlijk onze insteek. Dat kan bijvoorbeeld door zo’n afwegingskader op te stellen, waardoor je in een keer duidelijkheid creëert. Dan kunnen plannen veel sneller tot vruchtdraging komen. Dus dat is een voorbeeld, maar ik verwijs vooral naar hoofdstuk 8 waarin inderdaad staat uitgestipt wat nou de vervolgroute is en hoe we via die uitvoeringsagenda toe gaan werken naar een daadwerkelijke woningbouwproductie, want daar gaat het allemaal om.
De woningbouwproductie zelf komt natuurlijk ook weer terug in alle gesprekken die we voeren over woningbouwversnelling, over het Masterplan Woningbouw et cetera. Dus die discussie hoort denk ik ook daar thuis. Voorzitter, de een-na-laatste vraag was van Forum voor Democratie: is brede welvaart een overheidstaak? Dat is natuurlijk een filosofische vraag. Het is in ieder geval zo dat we sinds het kabinet Den Uyl – ik denk dat wij daar allebei andere recensies over zouden geven – onze rechtsstaat sociale grondrechten kent. Daarmee is het feitelijk zo dat wie in de rechtsstaat gelooft, moet accepteren dat Nederland inderdaad actief als overheidstaak heeft om sociale grondrechten zoals de dingen die u opsomde te bevorderen met dank aan het kabinet Den Uyl. Dat is een feitelijke situatie. Dan tot slot, ik kwam niet helemaal uit wat nou precies de vraag was van de heer Leers, maar ik begrijp wel de vraag achter de vraag. Dat is namelijk dat het niet zo kan zijn dat we hier zeggen dat we iedereen een thuis willen bieden en dat we woonzorgvormen zien vertrekken. De vraag van de heer Leers was eigenlijk in mijn beleving een vraag om geruststelling dat als we dit nou vaststellen, of we het dan zomaar laten gebeuren dat het aanbod gaat verminderen in buurten en wijken die het juist nodig hebben. Ook daarvoor geldt: het tegenovergestelde is het geval.
Wat we hier vaststellen, is dat we onder ogen komen wat onze kwantitatieve
Pagina 43 van 61
uitdaging is, echt in aantallen. Het is helemaal uitgewerkt per doelgroep wat we kwalitatief willen gaan doen om daarin tegemoet te komen, met wie we dat willen gaan doen en langs welk tijdpad we dat willen gaan doen. Volgens mij is zo’n kompas, zo’n richting of zo’n kapstokstuk onontbeerlijk als je met zo veel verschillende partijen in een regio samenwerkt. Dus dit is juist een stap richting niet alleen het behoud, maar ook het bevorderen van de passende woningvoorraad voor aandachtsgroepen. Dit is het signaal voor de vitamientjes van mijn zoontje en ook meteen het eindsignaal van mijn spreektijd. De voorzitter Maar u heeft wel een interruptie. Maar dit is een vitale interruptie, meneer Leers. Gaat uw gang. De heer Leers, Hart-Leers Dank u wel. Via u aan de wethouder. Als er nu al meer dan een jaar duidelijk is dat er iets staat te gebeuren in een woon-zorgcomplex, bewoners aan de bel trekken en allerlei anderen zeggen richting diverse ambtenaren: “jongens, er is wat aan de hand”, en het idee ontstaat dat een gemeente zegt: “we zien wel wat er gebeuren gaat”, dan kan ik niet begrijpen dat als je twee jaar aan het schrijven bent aan dit stuk waarin staat opgeschreven wat u nu vertelt, je dan in het voortraject het er kennelijk op aan laat komen. Zelfs nu nog, want we hebben het er ook in de raadscommissie over gehad. Gewoon een concreet voorbeeld.
U legde de vraag achter de vraag goed uit, maar vervolgens laten we het zoals het is. Ook zonder dit stuk of dat nu wel of niet wordt aangenomen unaniem of niet unaniem, vind ik en hopelijk bent u dat met mij eens, dat de gemeente een taak heeft om de voorzieningen die er zijn, als je het dan over twee toch wel redelijk omvangrijke zorgcomplexen in een wijk hebt, een vinger achter te krijgen wat daar nu speelt. Om de een of andere reden gebeurt dat tot op heden nog niet. Dus er zal dan een omslag komen in het beleid, waardoor dat met het nieuwe stuk wel zal komen, maar met het oude nog niet. Ik begrijp niet waar dan dit verschil ligt, want dat belang is er. Dat was er en dat blijft er. De voorzitter Dank u wel. De wethouder. Wethouder Gelderblom Ik begrijp de vraag, maar het gevaar dat een beetje op de loer ligt, is dat we deze concrete casus – ik wil het belang van die casussen helemaal niet bagatelliseren – opblazen tot een abstractieniveau dat we kunnen matchen met de visie. Dat is natuurlijk niet zo. We kunnen niet zeggen: omdat er in twee gevallen onduidelijk is wat er gaat gebeuren met een woonzorglocatie, vindt de gemeente het blijkbaar niet belangrijk dat er voldoende aanbod is. Dat is natuurlijk niet het geval. Ik begrijp heel erg goed dat de heer Leers zich afvraagt wat er met die twee concrete locaties gaat gebeuren.
Wat ik in de commissie heb aangegeven zijn eigenlijk twee dingen. Een is dat ik het moeilijk vind om dat hele specifieke geval nu te betrekken bij een discussie die over het voorstel moet gaan. Twee is dat die vraag primair natuurlijk gewoon thuishoort bij de eigenaar van het pand. Dat is volgens mij in dit geval Sevagram. Daar kan de vraag ook het beste gesteld worden, maar ik vind het heel moeilijk om nogmaals die twee concrete casussen nou de doorslaggevende factor te maken bij waardering of weging van dit voorstel. De voorzitter Nog een interruptie van de heer Leers.
Pagina 44 van 61
De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Voorzitter, dank u wel. Via u aan de wethouder. U zult het toch waarschijnlijk met mij eens zijn dat je in dat soort gevallen als gemeente proactief te werk moet gaan? U zei het in de commissie en u herhaalt het nu. Leg die vraag maar bij Sevagram. De pers heeft dat gedaan. Sevagram zei: we weten eigenlijk nog niet wat we ermee gaan doen. Als je dan ook in dit stuk hebt staan: “jongens, daar hebben we behoefte aan, daar hebben we tekort aan en we hebben een locatie die bijna instap klaar is”, en vervolgens wordt er in de praktijk gezegd: “ik weet niet wat ik ga doen”, en de gemeente pakt dat dan niet actief op - dit is een voorbeeld en hopelijk is dat een uitzondering voor onze stad – dan denk ik: wat gaat er hier dan mis in de praktijk? Dat is mijn hartenkreet die ik hier met u deel. Ik begrijp dat dan niet. De voorzitter De wethouder. Wethouder Gelderblom Het lastige is dat als we nou toch de verleiding niet kunnen weerstaan om op die casussen in te gaan, dat we dan toch af gaan drijven van het voorstel. Ik begreep wel goed die aanvechting, maar ik wil toch voorstellen om dat niet te doen. Het klopt wel dat we inderdaad in het verlengde van deze visie er absoluut voor moeten gaan om ervoor te zorgen dat we geschikte woon-zorglocaties niet alleen behouden, maar ook bevorderen. Dat begint inderdaad bij de bestaande voorraad.
Dat klopt in alle opzichten, maar dat is ook precies wat hier op papier staat. Dus als iemand die mening is toegedaan, dan is een voorstem erg logisch. De voorzitter Interruptie van mevrouw Santegoeds. Mevrouw Santegoeds, CDA (interruptie) Ik heb een vraag aan de heer Leers over beleid, want ik ben medewerker van Sevagram en ook vertegenwoordiger van onze inwoners. Een beleid verandert binnen een organisatie. Ik wil aangeven dat in feite drie jaar geleden bij De Regenboog een verbouwing is geweest. Die bewoners zijn destijds naar Maastricht moeten gaan. Nu staat er weer een verbouwing bij De Regenboog. Men wil gebruik maken van het momenteel leegstaande pand De Hollehof. Dat is een beetje het beleid, maar er zijn ook veranderingen binnen het beleid. Bent u het daar met me eens dat er af en toe wat verschuivingen kunnen plaatsvinden? De voorzitter De heer Leers. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Voorzitter, nu we het geluk hebben dat Sevagram spontaan in de raadsvergadering antwoord geeft op een vraag die anders niet beantwoord wordt, ben ik er blij mee dat er nu duidelijkheid ontstaat. Ik heb een vraag terug. U bent dan kennelijk medewerker van Sevagram. Is Sevagram niet gewoon bij macht om dat breed te communiceren? De voorzitter Zullen we dit gesprek … De heer Leers, Hart-Leers (interruptie)
Pagina 45 van 61
Als u het toestaat. De voorzitter Zullen we dit gesprek tijdens de schorsing doen of na afloop? We gaan nu wel een kant op die ik niet op wil gaan. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Ik vind het wel vreemd … De voorzitter U heeft gereageerd. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Ik vind het wel vreemd dat een raadslid hier als werknemer gaat praten, want volgens mij is dat ook niet de bedoeling. De voorzitter Wethouder Gelderblom was klaar met zijn beantwoording. We hebben nog het Masterplan Woningbouw waarover wethouder Peters wat antwoorden wil geven. Gaat uw gang wethouder Peters en daarna nog wethouder Vrusch over de Wmo. Eerst wethouder Vrusch, sorry. Dames gaan natuurlijk voor. Excuus, gaat uw gang. Wethouder Vrusch Dank u wel. Om de vraag van de heer Verreck te beantwoorden tussen de koppeling Wmo en de woonzorgvisie: die is hoog over op een aantal punten. Eerst vinden we elkaar op beschermd wonen natuurlijk. Dat zit in de stuurgroep Wmo, niet alleen over het beschermd wonen pakket, maar ook op preventieve zaken. Neem bijvoorbeeld de kamertraining voor jongeren. Die wordt vanuit de verschillende gemeenten vanuit Wmo ook aangeboden, maar dat helpt dan weer in het beschermd wonen vraagstuk. Dus er gebeuren preventieve acties. Een stukje wettelijke taken.
Neem bijvoorbeeld de woonaanpassingen, die moet elke gemeente voor zichzelf uitvoeren, maar dat draagt ook weer bij aan het langer thuis blijven wonen. Dan hebben we hem te pakken op twee fronten, zowel een stukje Wmo – neem bijvoorbeeld hulp bij het huishouden – maar ook het stukje Wlz. Dat is wanneer er vanuit langdurige trajecten bij mensen thuiszorg wordt geleverd. Neem het volledig pakket thuis van Meander bijvoorbeeld waarin allerlei handelingen en personen over de vloer komen om te helpen langer goed gezond thuis te blijven wonen. Dus de Wmo-zorg zit op verschillende manieren gekoppeld waarin de gemeente zelf een wettelijke taak hebben, maar ook zelf een Wmo-beleid blijven voeren. De voorzitter Kleine interruptie van de heer Verreck. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Ik zou het heel fijn vinden en ik hoop dat de wethouder dat met mij eens is … Die woonvisie gaat over een Parkstadgemeente. Ik denk dat het goed is om daar elkaar te vinden, zodat we ook dat Wmo-stuk daarin op Parkstadniveau vorm te geven. Anders gaan mensen denken: ik ga wel in Heerlen wonen, want daar krijg ik het beter geregeld dan dat ik het in Voerendaal krijg op Wmo-gebied. Het zou goed zijn om daar wel wat afstemming in te vinden.
Pagina 46 van 61
De voorzitter Gaat uw gang. Wethouder Vrusch Waar wij het over eens zijn als gemeenten in Parkstad kunnen we uiteraard de handschoen samen oppakken. Vanochtend hebben we nog een stuk in de krant gezien over de hulp bij het huishouden en de verschillende gedachtegangen tussen bijvoorbeeld Landgraaf en Heerlen. Waar wij het over verschillen, laat ik het liever bij deze raad en deze stad liggen hoe wij denken ons Wmo-beleid vorm te moeten geven. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. Wethouder Peters. Wethouder Peters Voorzitter, dank u wel. Even heel kort het Masterplan Ruimte voor Wonen. Ik vind het nog altijd heel apart hoe dat Masterplan hierbij terechtgekomen is. Het was blijkbaar een besluit van het presidium. Dat kan soms. Ik hoorde een aantal dingen. Gisteren en eergisteren hebben we natuurlijk twee bijeenkomsten gehad. We zijn voortvarend gestart in De Koffiepot in Hoensbroek. Gisteren waren we in de Luciushof. 10 en 11 maart gaan we naar Brasserie La Valeur op Parc Imstenrade en naar het Corneliushuis. Dus de helft van de bijeenkomsten is ondertussen voorbij. Er was veel inbreng, goede inbreng en constructieve inbreng met goede gesprekken. Even te beginnen met de communicatie. We hebben die communicatie best breed aangezet, want we hebben gecommuniceerd via de Stadskrant. We hebben gecommuniceerd via de krant. Er stond ook een stuk in de krant.
We hebben gecommuniceerd via Hallo Heële. We hebben gecommuniceerd via de website. We hebben gecommuniceerd via de sociale media kanalen. Ik vind het een hele positieve ontwikkeling dat zelfs op websites als Maastricht lokaal en lokaal nieuws Maastricht er artikelen over verschenen zijn. Ik zeg: meer van dat. In ieder geval dat er overal veel meer over Heerlen gesproken en vermeld wordt. Er was ook een hele concrete vraag van meneer De Groot. Ik denk een hele terechte vraag. Hoe zorg je ervoor dat je die verwachtingen die je schept ook waarmaakt? Wat wij in ieder geval hebben gedaan bij alle bijeenkomsten … Twee maanden geleden zijn we al begonnen met het email-adres woningbouw@heerlen.nl, maar we hebben tijdens die bijeenkomsten er ook voor gezorgd dat iedereen z’n gegevens achter kon laten. Er werd aan de voorkant duidelijk aangegeven dat voordat een locatie al dan niet wordt opgenomen in het Masterplan zelf, het eerst getoetst wordt op haalbaarheid. Bij haalbaarheid heb ik het dus ook over factoren, zoals als iets naast een Natura 2000 gebied ligt, dan heeft dat andere voorwaarden, als het gaat over het realiseren van woningbouw, dan twee kilometer daarvan af om maar even een dwarsstraat te noemen.
We hebben daarnaast ook duidelijk aangegeven – het Heerlens Woonfundament is daar natuurlijk leidend in - meteen even een knipoog naar de motie waar we het dadelijk over gaan hebben – dat we echt kijken op wijkniveau wat er nodig is op het moment dat wij in ieder geval met partijen het gesprek aangaan als het gaat over die realisatie van die initiatieven. We hebben ook duidelijk aangegeven dat op het moment dat het conceptplanmasterplan Ruimte voor Woningbouw er is, wij de mensen waar wij ook de gegevens van hebben, waar wij in contact mee zijn, die een suggestie hebben gedaan en die een bijdrage hebben gedaan, ook daarvan op de hoogte stellen en dus ook daarbij betrekken. Dat was het voorzitter. Tweede termijn
Pagina 47 van 61
De voorzitter Dank u wel. Dat was een zeer uitgebreide eerste termijn en deels commissieachtig zal ik toch nog maar even een beetje beschaamd zeggen. Ik neem aan dat u wel heel veel antwoorden heeft gekregen en dat er nog een beetje stof is voor en tweede termijn. Meneer Leers zie ik. Hij kon het niet laten. Ik zag het. Meneer Leers, u als enige. Gaat uw gang. Tweede termijn De heer Leers, Hart-Leers Voorzitter, ik hoef het niet lang te houden. We hebben heel veel locaties weg bestemd. Een hele hoop mensen hebben een brief gehad. Zij konden tot november reageren. Ik heb in de commissie begrepen dat dit loopt, maar zou het niet veel meer voor de hand liggen om al die locaties gewoon van rood weer op groen te zetten? Het zou zomaar kunnen zijn dat een nieteigenaar van zo’n plek vervolgens die locatie aandraagt als ideaal om daar wat te gaan bouwen. Dat zou natuurlijk een beetje vreemd zijn. Graag een reactie daarop. De voorzitter Dat is denk ik nog een reactie van wethouder Peters. Eigenlijk hebben we wel gelijk. Het gaat niet over het stuk. Het heeft er helemaal niks mee te maken, maar u heeft hem gesteld. We hebben zelf het stuk erbij gehaald, dus doe maar. Wethouder Peters Voorzitter, als mensen met goede plannen en goede initiatieven komen en als het gaat over woningbouw, dan kunnen ze zich altijd melden.
Dan kijken we of we het mogelijk kunnen maken, maar we kunnen niet alles mogelijk maken. De voorzitter Dank u wel. Interruptie van de heer Leers. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Maar het is toch hartstikke makkelijk als je er werk van wil maken, om datgene wat je eerst met protest weg bestemd hebt vervolgens weer aan te vinken en mogelijk te maken? Dat is toch een super quick win? Bent u dat met me eens? Wethouder Peters Volgens mij vallen we een beetje in herhaling, want dit is toch precies wat we ook hebben gedaan? We hebben iedereen die een voormalig weg bestemd bouwkavel had, gecontacteerd en hebben hun de mogelijkheid geboden – dat zijn meestal relatief kleine kavels – om te komen met concrete initiatieven hieromtrent. Masterplan Ruimte voor Woningbouw daarentegen ziet juist toe op hoeveelheden, op impact en dus op locaties groter dan vijf units die te realiseren zijn, maar hetgeen dat u stelt hebben we reeds gedaan. De voorzitter Dank u wel. Wenst u stemming over dit voorstel of wenst u geacht te hebben tegengestemd? Dat geldt voor de PVV en Forum voor Democratie. Dan is het voorstel aanvaard. Dank u wel. Het is 20.33 uur. Ik geef u tien minuten pauze om even de benen te strekken. We zijn geschorst.
Pagina 48 van 61
Schorsing. 8. Benoeming en ontslag (plv.) commissieleden GroenLinks Hamerstuk. 9. Motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ Fractie Damen/FvD inzake ‘extra kunstgrasveld Weltania’ De voorzitter Dames en heren, ik heropen de vergadering met een … Het is toch wel triest. Het wordt er niet beter op. De heer Verreck, PvdA Waar is die leuke hamer van vorige keer? De voorzitter Ik moet te hard slaan hier. Meneer Verreck. De heer Verreck, PvdA Meneer de voorzitter, waar is de hamer van de vorige keer gebleven? De voorzitter Van de vorige keer? Die piept nog ergens rond in het gemeentehuis. We komen bij de moties vreemd aan de orde van de dag. Dat zijn er vier, maar ik heb begrepen dat de heer Damen van de Fractie Damen even het woord wil voeren over de motie over Weltania. Gaat uw gang, meneer Damen. De heer Damen, Fractie Damen Dank u wel, voorzitter. Naar aanleiding van de beantwoording, maar ook naar aanleiding van hetgeen de wethouder nog heeft toegezegd, al is het via de digitale snelweg, dat hij in ieder geval met het bestuur van Weltania een gesprek zal voeren en dit zal doen voor 1 april.
Naar aanleiding ook van de opmerking die ik bij hem heb neergelegd waar hij nog geen weet van had dat alle raadsleden een uitnodiging hebben ontvangen van de voetbalvereniging om op 17 maart om half 8 in de kantine aanwezig te zijn voor een uitleg hoe de situatie is, moet ik het letterlijk zeggen: ik trek de motie in. Ik houd hem eigenlijk aan, maar ik trek hem nu in en wacht eerst de gesprekken af die plaats zullen vinden in maart. De voorzitter Dank u wel. Dan is de motie ingetrokken. U wilt een punt van orde, meneer Van den Berg? De heer Van den Berg, VVD Meneer de voorzitter, met alle respect, maar we gaan door met onze beraadslagingen. Nu komt de rest van het college binnengelopen, maar er waren maar twee leden die er zaten. Eigenlijk vind ik dat dit gewoon niet kan. Daar hebben we het al een keer over gehad. Wellicht dat u dit toch eens een keer in uw college kunt aankaarten dat als we hier een raadsvergadering hebben, dat we daar ook compleet in zijn. De voorzitter Dank u wel.
Pagina 49 van 61
10. Motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ FvD/Hart-Leers inzake ‘efficiënter en innovatiever werken binnen gemeentelijke organisatie en gerealiseerde kostenbesparingen’ De voorzitter Meneer Jacobs, mag ik u vragen voor een toelichting? De heer Jacobs, FVD Ja, dat mag u. Misschien dat de heer Leers dadelijk ook nog iets wil toelichten. Ik zal even beginnen. Ik denk dat ik heel kort kan zijn. Ik denk dat de motie heel duidelijk is, wat we ermee willen. Tijdens de begrotingsbehandelingen is aangegeven: we krijgen te maken met een ravijnjaar. We zullen dus moeten gaan bezuinigen. Een van de manieren waarop we gaan bezuinigen is op onze overheidskosten. We gaan kijken of we efficiënter kunnen gaan werken en of we misschien meer met AI kunnen gaan doen. Wat mij betreft klonk me dat als muziek in de oren, alleen ik wil daar wel een beetje een feeling bij hebben. We kunnen zeggen: we gaan besparen op overheidskosten, maar wij zouden daar graag een halfjaarlijkse rapportage van willen hebben. Waar staan we nu? Waar zijn we nu efficiënter geworden? Wat hebben we nu bereikt? Dat is eigenlijk de strekking van de motie. Ik weet niet of u nog wat wil toelichten, meneer Leers? De voorzitter Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Kort en krachtig: we moeten alle zeilen bijzetten.
We moeten voorsorteren op een situatie die er niet beter op wordt en alles wat ons daarbij kan helpen, sterken en het verslechteren van de situatie hopelijk kan voorkomen, moeten we inzetten. Dat is een beetje de samenvatting van het geheel. De voorzitter Dank u wel. Iemand anders nog behoefte om te reageren? Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u, voorzitter. Ik ben het eens met de strekking van de motie in de zin dat we er afspraken over hebben gemaakt. Dan mag je het ook wel volgen. Dan mag je ook wel verwachten dat er wat concreets over gerapporteerd wordt. Maar ik neem aan dat de indieners dit niet naar voren brengen vanuit het voorbeeld zoals dat door meneer Musk met z’n doge project in de Verenigde Staten gebeurt. Dat zal niet de inspiratie zijn mag ik aannemen, want dat is natuurlijk de verkeerde. Het is niet de bedoeling dat wij het gemeentelijke apparaat over de kling willen gaan jagen of op een andere manier onheus moeten bejegenen, maar ik sta achter de intentie van het voorstel. De voorzitter Ik zag wel dat meneer Jacobs dat even wilde toelichten. Gaat uw gang. De heer Jacobs, FVD Dat was ook niet de insteek. Er is alleen duidelijk aangegeven vanuit het college dat we willen inzetten op efficiënter werken. Dan hoeven we minder te bezuinigen op sociale voorzieningen
Pagina 50 van 61
en op onze inwoners. Wij willen met deze motie bereiken dat we daar wel een beetje een feeling bij krijgen en dat zo nodig als ergens de schoen wringt, we wel kunnen bijsturen als raad. De voorzitter Dat is helder. Meneer Van Zutphen en meneer Dragstra zie ik. De heer Van Zutphen, SP Voorzitter, de raad heeft via het vaststellen van de begroting inclusief de bezuinigingstaakstelling op de organisatie een opdracht gegeven aan het college. Dat is het wat gerealiseerd moet worden. Hoe het college dat realiseert, dat moet het college echt zelf invullen en daar natuurlijk wel regelmatig verslag over doen aan de raad. Dat doet het college al via de zomernota, de najaarsnota, de jaarrekening en zo nodig nog extra. Maar ik denk niet dat het de goede zaak – het wordt terecht benoemd dat we efficiënt moeten functioneren – dient dat de raad zich op detailniveau met de gemeentelijke organisatie gaat bemoeien. De raad moet gewoon in de gaten houden of het college doet wat ze moeten doen. De voorzitter Dank u wel. Meneer Dragstra. De heer Dragstra, D66 Ik wil graag aansluiten bij de woorden van meneer Van Zutphen. We krijgen inderdaad natuurlijk in de PNC-cyclus al heel vaak een rapportage. We hebben natuurlijk duidelijk een opdracht gegeven. Ik denk ook dat daarin in de begroting ook al een duidelijke richting stond.
Hier worden een heleboel zaken door de indieners van de motie gevraagd met ook specifieke meetbare doelstellingen en dergelijke. Ik denk dat je misschien 10 fte moet inzetten om dit allemaal op die manier te kunnen neerzetten. Dus ik denk niet dat dit heel werkbaar is op deze manier. De voorzitter Dank u wel. Meneer De Groot met een interruptie. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ik heb een interruptie op zowel de heer Dragstra als de heer Van Zutphen. Natuurlijk hebben wij die evaluatie momenten zo zal ik het maar even zou noemen, maar ik neem aan dat u het toch ook met mij eens bent dat dikwijls datgene wat er dan rondom de voortgang genoemd wordt heel vaak hoog over is. Dat is denk ik ook de strekking van de motie wat dat betreft. Dat mag best wel op die momenten zijn, maar de vraag is gewoon om specifiek op dat onderwerp wat dieper in te gaan. Dan kunnen we daar ook wellicht wat meer gerichte vragen over stellen. Ik denk dat dit in algemene zin ook de taak van deze raad is. Alle opdrachten die gegeven worden richting het college worden uitgevoerd. Daar gaan we vanuit, maar we mogen ook best wel concreet wat meer inhoud krijgen waarop we kunnen acteren, zeker op onder andere dit punt. De voorzitter Meneer Van Zutphen. De heer Van Zutphen, SP
Pagina 51 van 61
Voorzitter, de vraag of een rapportage hoog over is of heel concreet, hangt met name af van de vraag of het college de taakstelling realiseert. Als het college de taakstelling niet zou realiseren, dan zou u kunnen zeggen: leg dat maar eens op detailniveau uit. Maar ik denk echt dat niemand er iets mee opschiet als de raad nu organisatiemodellen, cirkels, stippellijnen en pijlen gaat vaststellen dat dit het juiste organisatiemodel is. Op mij maken dat soort plaatjes altijd heel erg veel indruk. Dan denk ik altijd meteen: daar ben ik het mee eens, maar daar gaan wij niet over. Het college moet dat realiseren en heeft een probleem als ze het niet realiseren. De voorzitter Meneer Dragstra wil ook nog wat zeggen. De heer Dragstra, D66 Dank u wel, voorzitter. Er werd ook even aangesproken door de heer De Groot natuurlijk samen met meneer Van Zutphen. Ik denk dat het goed is om dat in de rapportages als het hoog over is bij een jaarrekening of iets dergelijks dan die vraag ook te stellen. Die gelegenheid hebben we. Ik denk dat we allereerst eens even moeten kijken hoe die rapportage daadwerkelijk gaat in de P&C-stukken. Dan mogen we nog aanvullende vragen stellen naar gelang van de voortgang van de bezuinigingen. De voorzitter Meneer Janssen. De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen Dank u wel, voorzitter.
Volgens mij hebben we die afspraak inderdaad gemaakt dat we innovatiever en efficiënter wilden gaan werken. Dat vind ik ook erg sympathiek. Volgens mij roept de motie niet meer of minder op dan geef ons daar wat beeld en geluid bij op welk moment dat is en of dat dan in de volgende behandeling van de novembernota of meicirculaire is. Noem het allemaal maar op hoe ver je dan bent. Ik kan me heel goed voorstellen dat het college daar integraal aan verbindt. Maar wat ik daar ook vooral sympathiek aan vind aan wat de motie eigenlijk ook vraagt, is laat ook eens even zien hoe het dan gaat met de voortgang van het efficiënter maken, verbeteren en digitaliseren van onze dienstverlening. Want ik denk dat ook heel veel mensen erbij gebaat bij zijn om daar nog een stap in vooruit te maken. In mijn beleving is dat geen gemier op detailniveau, maar is dat meer het gevoel krijgen van hoe die organisatie nu stappen maakt richting een efficiëntere overheid. Dat je daar in meegenomen wil worden als raad, dat lijkt mij bijna een vanzelfsprekendheid. De voorzitter Zullen we eens kijken wat het college ervan vindt? Mevrouw Heine ook nog. Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Dat wilde ik net vragen. We willen graag het antwoord van de wethouder horen. De voorzitter Dat dacht ik al. Dank. Wethouder De Beer namens het college.
Wethouder De Beer Volgens mij kan het college zich prima vinden in de bewoordingen die eenieder kiest, maar als ik zou moeten kiezen, dan zat de bewoording van de heer Van Zutphen en die van de OPH best wel dicht bij de opvatting van het college. Dus we willen best wel een laagje dieper gaan, want we hebben gezegd: in het kader van de bezuinigingen hebben we eigenlijk een aantal componenten. Namelijk, de taakstelling op de organisatie, daar zit dus efficiënter werken in,
Pagina 52 van 61
ook met nieuwe technologie slimmer werken, dingen samenvoegen en eigenlijk de eerste trede van de Ladder van Lodewijks. Maar het gaat niet alleen over de taakstelling van de organisatie. Er zitten ook een aantal inhoudelijke budgettaire en programmatische bezuinigingen in. Er zit ook een taakstelling op de GR’en en een taakstelling op de subsidies en contracten. Daarmee heb ik ze volgens mij. Het lijkt me goed om zeg maar dit jaar bij die tussenrapportages per onderdeel de stand van zaken te geven. We kunnen best wel nadenken om dat in een korte tabelvorm te doen, waarbij we soms ook even wat dieper laten zien wat voor een interventies we hebben gedan om bijvoorbeeld nieuwe technologie te implementeren en wat dat heeft opgeleverd. We hebben overigens wel in die taakstelling gezegd: dat is een oplopende taakstelling. Die is uiteindelijk bruto 7 miljoen en netto 5 miljoen, waardoor je ook geld hebt om te investeren en terug te ploegen in de organisatie om slimmer te werken en investeringen te doen. Dus het is niet in een klap gerealiseerd. U zult niet in de volgende rapportage al meteen zien dat dit 3 miljoen heeft opgeleverd, maar u kunt dan wel volgen waar we mee bezig zijn. Daar kunnen we natuurlijk ook gewoon in de raadscommissie het gesprek over voeren.
Dus wat ons betreft zou ik zeggen dat deze toezegging voldoende is en nemen we hem mee in de tussenrapportages, maar dat is ook aan uw raad. De voorzitter Meneer Jacobs als indiener van de motie met meneer Leers, is dit voldoende? Ja? De heer Jacobs, FVD Voor alsnog wel. We kijken naar die eerste rapportage. Als die ons niet bevalt, dan trekken we aan de bel. De voorzitter Prima. Dan trekken we de motie in. Meneer De Groot wilde nog reageren. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Ja, heel kort. Voor zover dat inderdaad ook mogelijk is, moeten we ook proberen net zoals u dat zegt – je bent dan aan het bezuinigen, maar je bent ook weer aan het investeren – om ons daar zo duidelijk en concreet mogelijk in mee te nemen. Dat is uitstekend. De voorzitter Prima. 11. Motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ OPH inzake ‘mogelijke invoering Leegstandsbelasting’ De voorzitter Meneer De Groot, aan u het woord. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u, voorzitter. Deze motie is eigenlijk voortgekomen vanuit het berichtgevinginitiatief van gemeente Brunssum. Zij voortborduren ook weer op ervaringen in Vlaanderen op dat gebied op sec invoering van een belastingmaatregel op leegstand.
Wat wij eigenlijk doen, is niks meer of minder dan het college oproepen om ook onderzoek naar specifiek die situatie in Heerlen te doen, want er zijn een aantal steden die al op pilotbasis daarmee actief zijn. Maar dat zijn natuurlijk de grote steden. Dat is Heerlen niet. Heerlen kent z’n eigen leegstandsproblematiek. Naar alle waarschijnlijkheid kan dat mogelijk ook afwijkend zijn. Dus de vraag aan het college is eigenlijk en daar komt de betreffende wethouder binnen – ik neem aan dat hij dat allemaal heeft meegekregen – om dat onderzoek te starten en op basis van dat onderzoek dan te kijken of wij daar mogelijk als aanvullende pilotgemeente een rol in zouden kunnen hebben. Voor de rest spreken de vragen vanzelf denk ik.
Pagina 53 van 61
De voorzitter Dank u wel. Ik zag wat handen. Meneer Nefjodov. De heer Nefjodov, GroenLinks Voorzitter, Heerlen heeft een van de hoogste leegstandscijfers van Limburg met 129 woningen die al meer dan 10 jaar leegstaan, terwijl de woningnood steeds groter wordt. Dat kunnen we niet langer laten voortduren. Deze motie vraagt dan ook terecht om actie, maar een leegstandbelasting is natuurlijk geen doel op zich. Eerst moet helder zijn waarom deze panden leegstaan, of de cijfers kloppen en welke maatregelen er werken. Dat betekent niet afwachten, maar doelgericht onderzoek doen en tegelijk kijken naar beproefde instrumenten zoals in Amsterdam en Utrecht. Het argument dat eigenaren soms niks aan leegstand kunnen doen is terecht, maar niets doen helpt natuurlijk ook niemand. Daarom moeten we slim beleid voeren en werken aan maatwerkoplossingen, maar ook ervoor zorgen dat leegstand geen verdienmodel wordt. Laten we dus niet in de val trappen van of een belasting of niets doen. We moeten inzicht en actie combineren, want leegstand is een luxe die Heerlen zich niet kan veroorloven. Deze motie van de OPH spoort het college aan om de leegstandsbelasting te verkennen en als deze vruchtbaar blijkt, te implementeren in onze mooie stad. Het is een prima motie. Dus wat GroenLinks betreft steunen we hem in ieder geval graag. De voorzitter Dank u wel. Meneer Jacobs.
De heer Jacobs, FVD Dank u wel, voorzitter. Ik probeer me altijd in de gedachtegang van een belegger te verplaatsen. Ik denk dat een belegger er in principe geen enkel belang bij heeft om een leegstaand pand te hebben. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de belastingheffing in box 3, dan word ik voor 5,68 procent verondersteld rendement te hebben op de WOZ-waarde van mijn pand. Dus laten we zeggen dat ik een WOZ-waarde van 2 ton heb met 5,68 procent. Dan hebben we het als ik het goed tel over 12.000 rendement, dat wordt verondersteld. Daar word ik voor 36 procent in de belastingheffing betrokken. Iemands pand ligt leeg. Daar komt nog onroerendezaakbelasting bovenop. Dus ik kan me niet voorstellen dat een belegger er enig belang bij heeft om bewust een pand leeg te … Dan kun je misschien zeggen: hij gaat speculeren. Nogmaals, ik ga van de goedheid van de mens uit. Als je dan zegt: ik word in box 3 belast, ik krijg mijn onroerendezaakbelasting en daarbovenop krijg ik nog een boete, terwijl ik dat pand dan om wat voor reden dan ook leeg heb staan. Ik kan dus niet leven met die motie. Het tweede deel van die motie zegt … Ik was ook geschrokken van dat krantenartikel. We hebben woningnood. Vervolgens staan er best veel panden leeg. Het tweede stuk van die motie vind ik prima. Laten we nu eens onderzoeken waardoor het komt dat zo vele panden leeg staan.
Ik kan me een verhaal van de heer Leers herinneren hier een keer in de vergadering. Hij had het over een pand. Volgens mij was het in de Dautzenbergstraat dat helemaal dichtgetimmerd was en waar iemand iets wilde gaan doen. Maar goed, dat voldoet dan niet aan de voorwaarden van ons als gemeente. Dat willen we dan niet. Misschien ligt het ook wel voor een deel aan ons dat we te hoge eisen stellen aan die panden die leeg staan, want vergis u niet: met de huidige verduurzamingseisen is het een behoorlijke investering voor zo iemand om een pand op te knappen. Wat doet een investeerder? Dat is volgens mij gewoon terecht. Die kijkt wel: kan ik daar iets uit halen? Haal ik daar rendement op? Haal ik daar geen rendement op? Dan laat ik het. Dan laat ik het liggen en dan kijk ik of ik het misschien ooit kan verkopen. Dus wat mij betreft doe je dat tweede stuk van die motie dat je gaat onderzoeken waarom wij hier nu zo veel leegstaande panden hebben en wat daar de oorzaak van is. Maar om iemand nog eens keer te bestraffen bovenop box 3 en nog eens keer boven op de
Pagina 54 van 61
onroerendezaakbelasting om hem ook een boete te geven voor de leegstand, dat gaat in mijn visie veel te ver. De voorzitter Ik zag een interruptie van de heer De Groot of misschien een reactie vanuit de motie. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ik heb een vraag aan de heer Jacobs, voorzitter. Hij begint zijn betoog met de woorden: ik probeer me altijd te verplaatsen in de denkwereld, zoiets zei u geloof ik, van een belegger. Maar mijn vraag aan de heer Jacobs is: kunt u zich ook verplaatsen in de denkwereld van iemand die al heel erg lang op zoek is naar een passende woning? Want dat is natuurlijk ook een hele belangrijke invalshoek. Het gaat hier niet om beleggers per definitie te straffen. Waar het om gaat, is dat een woning in principe bewoond moet worden. Dat zou toch de insteek moeten zijn? Of ziet u dat anders gezien de huidige behoefte van woningnood? De voorzitter Meneer Jacobs. De heer Jacobs, FVD Ik zie dat toch anders. Nogmaals: ik heb een pand en ik moet daar in ieder geval nul op draaien. Het moet niet zo zijn dat ik daar een negatief rendement op haal. Daarom verplaats ik me in die belegger. Het kan ook iemand zijn met een tweede huisje voor z’n pensioen. We hebben het er al eens vaker over gehad.
Maar op het moment dat ik een negatief rendement haal … U ziet zelf wat er in de praktijk gebeurt: heel veel beleggers en mensen met een tweede huis zetten dat huis op de markt, omdat het niet meer rendabel is. Dus ik denk niet dat u van een belegger kan verwachten om er nog heel veel geld in te steken als hij bij voorbaat weet dat hij daar negatief rendement op behaalt. Dus ik zou het nogmaals willen omdraaien en kijken wat nu de hoofdoorzaak is dat we zoveel panden leeg hebben liggen. We kunnen toch niet iemand verplichten om z’n pand op te knappen en dat die er nog elke maand geld bij moet duwen? De voorzitter Dames en heren, mag ik u verzoeken. We zijn hier met moties bezig. Volgens mij dient iemand een motie in, geeft die een toelichting en geeft u allen een korte toelichting op waarom u voor of tegen die motie bent als u dat wil. Dan vragen we de waardering van het college en dan gaan we over tot stemming. Wat er nu aan het ontstaan is, is gewoon een debat. Zegt u dan morgen tegen mij in het presidium: wij willen graag een keer over onderwerp x of y praten. Als we nu niet oppassen gaan we gewoon drie kwartier over een motie zitten praten. Dat is volgens mij nooit de bedoeling geweest. Dat is nooit conform onze afspraken geweest. Dat is niet naar een individu. Dat is gewoon even een aanwijzing voor ons allen dat we dit snel zouden doen normaal gesproken.
Meneer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD U maait me een beetje het gras voor de voeten weg, want dat zou eigenlijk mijn oproep ook zijn naar de indiener van deze motie. Hij constateert iets in de actualiteit dat toch best wel vergaande gevolgen heeft voor onze stad. Het zou veel beter zijn geweest om dit in de commissie te bespreken om nog vervolgens misschien wel aan het college te vragen om het wat nader te onderzoeken en dan wel misschien het idee is om artikel 33 vragen te doen. Nu worden we hier geconfronteerd om er wat van te vinden zullen we maar zeggen. Natuurlijk staat er een onderzoek in. Dat is op zich ook goed. We moeten daar zeker ook naar vragen. We vragen daar ook periodiek naar. Vorig jaar hebben we vragen gesteld over spookwoningen. Dat zijn ook woningen die langdurig leeg staan, althans dat staat zo in de administratie. Ook het woordje belastingen dat hier nu naar voren komt: laten we nou serieus aan de slag gaan
Pagina 55 van 61
om eens te kijken wat hier nou speelt. Hou die motie nou even achter de hand om dat te doen en het woordje belasting naar voren te brengen. Wij gaan in ieder geval tegen deze motie stemmen. De voorzitter Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u, voorzitter. Ik wil daar toch even op reageren, want ik vind het nogal een pedante houding van de heer Van den Berg om hier te bepalen wat raadsleden wel of niet moeten indienen en op welke manier. Dit is een actueel thema. Daar hebben we op geacteerd. We vinden het belangrijk. Belangrijk voor de stad en belangrijk voor Heerlen. We vinden het voldoende waarde hebben om dat via een motie in te brengen. Vervolgens verbaast het me dan ook in het verdere betoog van den heer Van den Berg dat hij eigenlijk aangeeft dat hij het inhoudelijk met de motie eens is. Ik vind het een beetje een vreemd betoogje, standpunt innemen of hoe je het ook wil noemen. De voorzitter Meneer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD Voorzitter, natuurlijk moet iedereen doen wat hij graag wil daarin. Maar als je daar niet een voldoende goed fundament onder legt, dan zie je dat dit soort debatjes gaan ontstaan en dat mensen daar een mening hebben zonder dat daar een goed fundament onder zit. Dus wat mij betreft is dit mijn mening daarover. Dit is wat ik ervan vind. Dit had ander anders gekund. Hij mag het ook opvatten als een vorm van advies.
De voorzitter Meneer De Groot nog een keer. Dan maak ik het rondje af. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Nog een keer. Nogmaals: ik begin me steeds meer te irriteren aan dat toch wel arrogante gedrag, want u doet het nu weer opnieuw. Ik vind dat niet passend. Het spijt me meneer Van den Berg. Dat ben ik ook niet van u gewend. Dat wil ik toch wel graag even kwijt. De voorzitter Meneer Van dan Berg nog. De heer Van den Berg, VVD Het is wat het is. De voorzitter Mevrouw Heine. Het is wat het is. Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Dank u, voorzitter. De CDA-fractie vindt het natuurlijk onaanvaardbaar dat er woningen leeg liggen, terwijl er woningnood is. Maar het zijn er blijkbaar 129. Dus dan weten we blijkbaar ook welke 129 woningen dat zijn. Dan lijkt het me niet zo moeilijk om uit te vinden waarom die woningen leeg staan. De OPH verwijst in een motie naar de leegstandsverordening, maar die gaat over ondernemers en niet over woningen. Om nou te gaan onderzoeken om daar een belastingstelsel voor te gaan vormen, dat gaat ons eigenlijk een beetje te ver. Dat gaat dadelijk waarschijnlijk veel meer kosten dan de opbrengst. Dus we wachten ook nog even het antwoord van de wethouder af.
Pagina 56 van 61
De voorzitter Dank u wel. Meneer Van Zutphen. De heer Van Zutphen, SP Voorzitter, we hoorden net zoals te verwachten valt de heer Jacobs als vertegenwoordiger van de leefwereld van de vastgoedbazen. Ik ben blij dat in dit geval de OPH en meneer De Groot de leefwereld van de woningzoekenden vertegenwoordigde. Dat is heel leuk. Dat zeg ik echt schertsend. Daar hoeft u niet op te reageren, meneer De Groot. U citeerde ook nog SPkamerlid Sandra Beckerman in positieve zin in uw motie. Wij zullen de motie dus graag ondersteunen. De voorzitter Dank u wel. Meneer Daamen van Partij Hoensbroeks Belang. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Dank u wel, voorzitter. Wij snappen de intentie van de motie. We hebben in het verleden ook wel eens een keer de leegstandsbelasting geopperd. Alleen de kaderstelling is een beetje vaag. Volgens mij is dat ook beleid wat het college al uitvoert en al op inzet. Ik wil een ding meegeven. Het is niet alleen maar de bewoners, maar het gaat ook over omwonenden. Als je leegstaande panden pakt … We hebben vaker aandacht gevraagd voor het LOMA-huis. Dat is nou ook weer een keer genoemd. Op een gegeven moment is het misschien ook wel een mogelijkheid om daar de bestemming ervan af te laten halen of in ieder geval de monumentenstatus. Als dat een oplossing kan bieden, dan zijn er twee partijen geholpen.
De buurt is geholpen en misschien ook de vastgoedeigenaren die daar geen kant mee op kan, omdat het te duur wordt. Dus we wachten even af wat de reactie van het college is. De voorzitter Meneer Damen van de Fractie Damen. De heer Damen, Fractie Damen Dank u wel, voorzitter. Ik ben gedoken in de historie. Ik kan mij herinneren dat we zelfs als raad een keer een besluit genomen hebben dat indien er panden zijn, of dit nu woningen zijn of dat dit panden zijn van ondernemers, die te lang leeg staan, we dan in ieder geval als raad de mogelijkheid hebben en hadden om daar tegen te ageren en die desbetreffende meneer die die woning of dat pand in bezit heeft, een opdracht te verstrekken, zodat de leegstand in ieder geval minder zou worden. In het verlengde daarvan zie ik ook de motie die door de OPH is ingediend en vooral met betrekking – dan ben ik het met de heer Van Zutphen eens – tot de woningnood. Ik vind dat een belangrijk item waar we in onze gemeente wat meer aandacht aan mogen besteden. De voorzitter Dank u wel. De heer Janssen. De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen Dank u wel, voorzitter. Een positief ding over de motie is dat die in ieder geval aangepast is, maar alleen de titel is nog niet zo goed. De Jongerenpartij vindt ook heel belangrijk dat woningen als ze potentieel woningen zijn of kunnen zijn, dat ze dan ook ingevuld worden.
Leegstand is natuurlijk niet de bedoeling. Alleen deze motie redeneert op basis van CBS-cijfers en die hebben het over een administratieve leegstand, maar we weten allemaal dat we hier in de regio een AFCENT hebben liggen. We weten allemaal dat die zich niet in hoeven te schrijven. We weten allemaal dat het ook gewoon op verschillende adressen onmogelijk is om te wonen, maar er wel nog een woontitel op ligt. Dat vraagt eigenlijk meer om een onderzoek.
Pagina 57 van 61
Dat onderzoek, daar vraagt de OPH nu uiteindelijk ook naar. Dat kan ik wel volgen, maar dan moet de titel wel anders. Want de titel moet zijn: onderzoek naar leegstand en mogelijke oplossingen daarvoor. Want voordat je het weet, staat hier leegstandsbelasting in de krant. Dat gaat voor mij echt zes stappen te ver. Dat streeft het doel helemaal voorbij, want we willen nu niet de indruk wekken dat we hier de woningnood gaan oplossen door direct … Want wat gaan we daarmee doen? We hebben ook niet de mensen van de AFCENT proberen te verdringen in deze stad lijkt mij. Daar waar het kan … We hebben best wel veel staand beleid. Misschien dat de wethouder daar ook wel wat over kan zeggen. We kunnen panden transformeren. Dat zien we af en toe ook gebeuren, maar we zien ook wel dat er best wel wat panden zijn waarin het gewoon heel moeilijk te realiseren valt binnen de regels die we met z’n allen ook belangrijk vinden. Want we willen wel dat het fatsoenlijke woningen zijn. Dat vraagt eigenlijk om wat meer informatie van de wethouder van hoe we daar de komende periode mee omgaan. Als de Ouderenpartij zegt: de motie gaat onderzoek naar leegstand heten, dan kunnen we hem volgen. Staat er het woordje ‘leegstandsbelasting’ bij, dan wordt het een moeilijk verhaal. De voorzitter Dank u wel. Meneer Dragstra. De heer Dragstra, D66 Dank u wel, voorzitter.
Ik wil me ook graag aansluiten bij de woorden van de heer Janssen. Wij vinden als D66 het goed om te gaan onderzoeken waar de leegstand nou precies vandaan komt. Dus dat eigenlijk alles waartoe het college opgeroepen wordt in de motie, daar kunnen wij ons in vinden om daar wat meer inzicht in te krijgen. Maar inderdaad, met name ook de overweging over de mogelijke leegstandsbelasting en natuurlijk de titel, daar kunnen we ons op dit moment niet in vinden. Dus vooral inzicht en meer onderzoek naar deze leegstand is helemaal goed, alleen niet voorsorteren op invoering van leegstandsbelasting. De voorzitter Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Voorzitter, die titel kan heel makkelijk aangepast worden. Dat is geen enkel punt. De voorzitter De titel kan aangepast worden. Meneer Leers, wilt u wel nog een reactie geven? Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Ik denk ook dat als de rode lijn in het verhaal is dat we wat moeten doen aan het tekort aan woonruimte en woningen – wat mij betreft moeten we dat woord leegstandsbelasting schrappen – dan denk ik dat je op heel veel plaatsen winst kan boeken. Dan zou ik eigenlijk graag willen weten van de gemeente hoe wij de gemeente kunnen zijn die in Nederland voorop loopt om het zo makkelijk mogelijk te maken dat er zo min mogelijk leegstand is.
Als je een woning wil revitaliseren, ontsluiten of wat dan ook, dan ligt hier bij wijze van spreken een A4’tje of een half A4’tje waarop staat dat als u het zo en zo doet, dan belt u met die en die en dan kunt u bij wijze van spreken volgende maand aan de gang. Dat we ons daarop gaan richten. U kent mijn voorbeeld dat je een stadsresidentie kan maken van de 65 leegstaande hotelkamers op het Wilhelminaplein. Dan hebben we het meteen ongeveer over de helft van die 129 midden in de stad. Als we zo het plan aanvliegen en zo die koe bij de hoorns pakken en in plaats van ze te bestraffen, juist te belonen en het makkelijk te maken zodat mensen zeggen: daar in Heerlen moet je zijn en daar moet je zorgen dat je een leeg kantoor te pakken
Pagina 58 van 61
krijgt waar je mooie appartementen van maakt, dan denk ik dat we blij mogen zijn en met ons de mensen in onze stad. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Heine. Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Voorzitter, betekent dat nou bij de OPH dat de hele leegstandsbelasting eruit gaat? Als die er helemaal uit gaat en het alleen maar om een onderzoek gaat, dan steunen we hem. Anders niet. De voorzitter Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Voorzitter, we passen de titel aan. Ik denk dat het dictum als iedereen dat goed heeft doorgenomen, voor zich spreekt. Meneer Janssen beaamt dat. Het is wat de heer Leers wil en de heer Dragstra. Het is geen enkel punt. De voorzitter De titel is aangepast en het dictum blijft hetzelfde. De heer Van den Berg, VVD Dan heb ik het niet goed gehoord, maar in de oproep in de richting van het college bij het vierde bolletje, kunnen we daar ook de leegstandsbelasting in meenemen in het onderzoek? Blijft dat dan staan? De voorzitter Ja. Alleen de titel is aangepast. Ik ga echt naar het college, mensen. We proberen echt hier de eerste, tweede en derde termijn door een appreciatie van een motie heen te gooien. Wethouder Gelderblom, gaat uw gang. Wethouder Gelderblom Voorzitter, wij kunnen de motie in deze vorm en zeker met die aangepaste titel omarmen.