CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptnotulen raad gem Hrl 21 september 2021.docx

Raadsvergadering . (video) 20 oktober 2021, gemeente HeerlenBij agendapunt: Vaststellen notulen raadsvergaderingen d.d. 21 en 29 september 202130.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

conceptnotulen raadsvergadering

Presentielijst Vergadering:

Gemeenteraad Heerlen Vergaderdatum:

21 september 2021 Tijdstip vergadering:

18.00 uur

Aanwezig: Leden: K. Adema, S. Bayraktar, M.M. van den Berg, J.P. Bertholet, S. Bottenberg- Brylka, P.H.A. Brauer, F.W.S. Daamen, P. Diederen, H.M.J. Gelissen, E.A.N.M. Géron, W.G. Gouders, T.G.M.M. de Groot, L.C.H. Hazen, J.A. Heine-van Dartel, A.M.G. HendriksBerg, C.J.W. Hesse, J.J.G. Horssels, P.C.C. Kastrop, E.M. Kerssemakers, H.A. de Kleijn, H.W. Leeman-Nöllgen, R.H.F. Leers, R.P.E. Meyer, O.W.M. Mous, A. Oulad Lmaroudia, P.A. Pauwels, M.P.G.M. Peters, A.A.W.G.M. Santegoeds, M.H. Schreurs, W.F.G. Sijstermans, E.J. Tijdeman, J.A.H.M. Vaessen, en A.A. Winkens. Wethouders: M.E.E. De Beer, C.M.J.P. Claessens, J.M.M. Clemens, A. Damen A.W.A. Keulen en P.M.A. van Zutphen Voorzitter: R. Wever Griffier: T.W. Zwemmer Verslaglegging: A.H.G. Smetsers Afwezig: Leden: N.A. Aarts, H.A.H.M. Butink, P. Diederen, P.S.M-L Plusquin, H.M.A.M. Verreck

Pagina 2/49

Agenda 1. Opening en vaststellen agenda raadsvergadering De voorzitter Goedenavond allen. Ik open deze vergadering en wens u allen een constructieve bijeenkomst. Het voorstel is, waar ik u eigenlijk toestemming voor vraag, om de volgorde van de Algemene Beschouwingen te handhaven. Dus ieder te laten uitspreken en vervolgens de vragen te stellen. Kunt u daarmee akkoord gaan? Meneer Leers? De heer Leers, Hart-Leers Voorzitter, een vraag. Hoe zit het dan met interrumperen deze extra raadsvergadering? De voorzitter Ja, dat is een goede vraag. Als wij willen gaan interrumperen, dan zou ik wel het aantal interrupties willen afspreken met u. Maar het lijkt mij ook een goed voorstel om diegene, die eigenlijk zijn betoog houdt, daar worden ook al meestal vragen beantwoord, om die te laten uitspreken en vervolgens dan de vragen te stellen. Meneer Meyer. De heer Meyer, SP Voorzitter, allereerst wat mij betreft hoeft de volgorde van de Algemene Beschouwingen niet. Sterker nog, ik geef mijn beurt om te beginnen graag aan een ieder ander. Ik wil namelijk graag het debat goed kunnen volgen en eventueel op het einde aansluiten. Als iemand anders op mijn plaats wil om te beginnen, dan geef ik daar alle ruimte toe. Dus wat mij betreft, hoeft dat niet. Ik vind het een goed voorstel.

Maar als, even kijken wie de kleinste fractie is ook alweer, als bij wijze van spreken de heer Tijdeman eerst wil, dan mag hij wat mij betreft eerst. Zo galant wil ik zijn. De voorzitter Oké. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Als tweede in de reeks die u voorstelde, wil ik het voorstel van de heer Meyer van ganser harte volgen. Dus wat dat betreft, kunnen wij het wat mij betreft ook vrij laten. En wat de interrupties betreft, zou ik u willen meegeven om daar niet al te stringent in te kunnen zijn, want dat zou deze vergadering, denk ik, alleen maar goed doen als wij op een normale wijze met elkaar om kunnen gaan. Dank u wel. De voorzitter Ja, is goed meneer Leers. Dan wil ik even de mededelingen doen. Afwezig zijn Nico Aarts (OPH), Henk Butink (Stadspartij), Pé Diederen (Fractie Diederen), Pascale Plusquin (Partij voor de Dieren) en Henk Verreck (PvdA). Ja, inderdaad, 32 raadsleden aanwezig. Wij hebben een agendapunt. Ja, dat is u allen bekend. Dossier DSM. En dan zou ik eigenlijk ook willen beginnen met de burgemeester het woord te willen geven om zijn statement te doen. Kunnen wij daarmee instemmen? Ja. Dat is het geval. Dan wil ik graag de burgemeester uitnodigen om achter de sprekersstoel plaats te nemen.

Pagina 3/49 2. Dossier DSM en de informatievoorziening richting Raad Burgemeester Wever Geachte leden van de raad. Wat recht is, is recht en wat krom is, is krom. Het verzoek om voorafgaand aan het debat van vanavond u persoonlijk te mogen toespreken, is dan ook niet bedoeld om recht te praten wat er is gebeurd. Door, en ik spreek ook namens wethouder De Beer, persoonlijk het woord tot u te kunnen richten, hopen wij u duidelijk te kunnen maken dat voor ons, wethouder De Beer en ikzelf, het belang van Heerlen in deze kwestie altijd voorop heeft gestaan. Maar dat wij daarnaast ons inmiddels terdege bewust zijn, dat wij dit anders hadden moeten doen. Zoals al aangegeven in ons statement van afgelopen vrijdag, het valt wethouder De Beer en mij enorm zwaar dat wij het college en de raad niet hebben geïnformeerd over het gesprek met de inmiddels exgedeputeerde op 13 maart van dit jaar. Wij zien in dat wij ons te veel hebben laten leiden door ons gevoel betrouwbaar te willen zijn. Wij hebben ons te veel laten leiden door de intentie het vertrouwen met de voor Heerlen belangrijke samenwerkingspartner niet te willen schaden. Allemaal, en dat moet u echt van ons aannemen want wij houden net als u van deze stad, met het belang van Heerlen voorop. Nergens, maar dan ook nergens is hier sprake geweest van enige vorm van eigen belang van wethouder De Beer of mijzelf.

Maar achteraf bezien, hebben wij de verkeerde keuzes gemaakt. Het college en de raad onvolledig informeren over het gesprek met de ex-gedeputeerde was geen goede beslissing. Sterker nog, het was een hele slechte beslissing. Wij hadden gebruik moeten maken van meerdere mogelijkheden om het college en de raad in vertrouwen te nemen. Bijvoorbeeld onder geheimhouding. Of simpelweg door eerder het gesprek met de provincie aan te gaan over het openbaar maken van het feit dat dit gesprek had plaatsgevonden. Dat was het juiste geweest om te doen. De juiste keuze om te maken, omdat het vertrouwen en uw raad ons heel dierbaar is. Wethouder De Beer en ik begrijpen heel goed dat ons handelen verkeerd was en dat wij op een aantal momenten anders hadden moeten handelen. Hiervoor willen wij u dan ook, uit de grond van ons hart, onze oprechte excuses aanbieden. Ook, zoals u zult begrijpen, in het college was de teleurstelling over onze verkeerde keuze groot. De afgelopen weken zijn er harde noten gekraakt. Maar gelukkig is er in het college wel de overtuiging dat er van onze kant absoluut geen kwade wil of de behoefte om iets te verbergen achter zat. Het onderling vertrouwen naar elkaar is weer uitgesproken. Evenals het feit dat wethouder De Beer en ik in de toekomst het vertrouwen van elkaar en van de gemeenteraad altijd boven het vertrouwen van externen zullen plaatsen.

De uitdagingen waar onze prachtige stad voor staat de komende jaar zijn groot en wij zijn al van ver gekomen. Nogmaals, het spijt ons enorm dat wij u niet hebben geïnformeerd over het gesprek. Wethouder De Beer en ik hopen dat wij u vanavond voldoende basis kunnen bieden voor het voortzetten van het door u in ons gestelde vertrouwen. Dank u wel. De voorzitter Dank u burgemeester. Wie mag ik als eerste het woord geven van de fracties? De heer Tijdeman? Dan starten wij met het CDA, de heer Peters. Eerste termijn: De heer Peters, CDA Ja, voorzitter dank u wel. Voorzitter, ik maak er niet zoveel problemen van hoor. De reden dat wij vandaag hier bij elkaar zijn, is duidelijk. De burgemeester en wethouder De Beer wisten op 13 maart al dat DSM besloten had uit Heerlen te vertrekken. En dit heeft u toen noch met de rest van het college, noch met ons als raad gedeeld. U deelde deze informatie met zowel het college, als ook de raad, pas op het moment dat vanuit Provinciale Staten gevraagd werd om een tijdlijn begin deze maand. Bijna een half jaar later. In de tussentijd was zowel in de raadsvergadering van 21 juli, maar ook in de beantwoording op schriftelijke vragen van onze fractie en de SP, de datum waarop u voor het eerst werd geïnformeerd steevast 29 april.

Pagina 4/49 Zelfs daar waar in de schriftelijke vragen werd gevraagd vanaf wanneer u op de hoogte was van het onherroepelijke besluit van DSM uit onze stad te vertrekken, 29 april, terwijl dat eigenlijk 13 maart had moeten zijn. Hiermee heeft u de raad onjuist en onvolledig geïnformeerd. In alle informatie tot nu toe stelde u dat u zich te veel heeft laten leiden door het gevoel van het betrouwbaar willen zijn en het niet willen schaden van de relatie met een voor Heerlen belangrijke samenwerkingspartner, die u in vertrouwen had genomen. Het gesprek op 13 maart was immers vertrouwelijk van aard. Hiermee heeft u het vertrouwen van de provincie boven dat van uw college en uw eigen raad geplaatst. Voorzitter, niemand kan twee heren dienen. U ook niet. Wat u gedaan heeft in dit dossier is kiezen om de provincie te dienen, in plaats van uw eigen college en raad. Niet een keer, maar meerdere keren gedurende bijna een half jaar. Een bewuste keuze, maar voor ons totaal onbegrijpelijk. Zeker, omdat u zowel met uw eigen college en raad zaken vertrouwelijk of geheim had kunnen delen. Een raad die dit laat gebeuren en dit ook gewoon accepteert, is geen knip voor de neus waard. Al is het maar vanwege onze controlerende rol. Alvorens tot een conclusie te komen, heeft onze fractie in eerste termijn een aantal vragen.

De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Ja meneer de voorzitter, dank u wel. Een interruptie gepleegd aan de heer Peters natuurlijk. Kan de heer Peters zich herinneren dat tijdens de voorgaande raadsvergadering, in die extra bij elkaar geroepen raadsvergadering, ik de suggestie deed dat ik meende gelezen te hebben in het stuk dat ons vlak voor die vergadering bereikte, dat er in maart al contact was geweest tussen het college en tussen de provincie Limburg? En kan de heer Peters zich toen ook nog herinneren wat voor reactie er uit de raad kwam van ja dit klopt niet. Dit kan niet. Waar haalt u dat vandaan? Waar leest u dat? En afsluitend de vraag, deelt u met mij de mening dat nu juist dat punt, dat er in maart contact is geweest tussen het college en de provincie, dat wat een aantal maanden geleden nog eigenlijk als onwaar werd aangenomen door deze raad, echter door onze fractie wel naar voren werd gebracht, vanavond de aanleiding blijkt voor deze extra raadsvergadering? En hoe duidt u dat dan verder? De heer Peters, CDA Ja voorzitter, ik dacht dat 21 juli in ieder geval een moment was geweest om gewoon open kaart te spelen en gewoon te zeggen dat er op 13 maart ook al contact over geweest was. Zeker ook en dat hoort u dadelijk ook in de vragen die ik nog verder stel, dat het toen ook eigenlijk helemaal geen, ja het zal toch niks veranderen aan het besluit dat genomen was.

Dat is eigenlijk mijn reactie op uw interruptie. De voorzitter Vervolg uw betoog. De heer Peters, CDA Ja. Ik was bij de vragen. Ik heb er in totaal acht. Vraag 1: toen het eerste gesprek op 13 maart plaatsvond, was de burgemeester officieel ziek. Wethouder Van Zutphen was op dat moment in functie als locoburgemeester. Waarom is hij na dit gesprek niet geïnformeerd? Vraag 2: waarom is na het gesprek op 13 maart geen gebruikgemaakt van de mogelijkheid om het college in vertrouwelijkheid of onder geheimhouding over dit gesprek te informeren? Zeker gezien de enorme impact van dit besluit. Vraag 3: op 15 juli hoorde de raad dat DSM definitief uit Heerlen vertrekt. Op dat moment was het plan al beklonken en hadden zowel Maastricht, als de provincie al hun bijdrages toegezegd. Het delen van het bestaan van het gesprek op 13 maart had daaraan niets veranderd.

Pagina 5/49 In de beantwoording op de schriftelijke vragen van raadslid Heine en mijzelf geeft u als antwoord op de vraag vanaf wanneer het college op de hoogte is van het onherroepelijke besluit van DSM om uit onze stad te vertrekken, dat de burgemeester op 29 april door Edith Schippers telefonisch en onder voorwaarde van strikte vertrouwelijkheid geïnformeerd is dat het hoofdkantoor van DSM uit Heerlen vertrekt. Waarom verstrekt u hier, maar ook in de beantwoording van de vragen van de SP met de zojuist genoemde redenering, alsnog onjuiste en onvolledige informatie? Vraag 4: waarom noemde u de datum van 13 maart alsnog niet tijdens de extra raadsvergadering van 21 juli? Zeker ook gezien de redenering, zoals juist genoemd. Vraag 5: niet lang nadat er vanuit Provinciale Staten om een tijdlijn van het dossier gevraagd is, overvalt u college en raad met het bestaan van het gesprek op 13 maart. De timing hiervan is opmerkelijk.

Waarom juist op dat moment? Vraag 6: als de vraag om een tijdlijn van Provinciale Staten er niet had gelegen, hadden wij dan tot op de dag van vandaag niet van het bestaan van het gesprek op 13 maart geweten? Vraag 7: waarom heeft u tijdens het afgelopen half jaar nooit gestuurd, actief gestuurd op de opheffing van vertrouwelijkheid over het gesprek van 13 maart, maar afgewacht tot 2 september tot de provincie hier zelf contact over opnam? En de laatste vraag: waarom heeft u tijdens het afgelopen half jaar keer op keer bewust gekozen om de provincie te dienen en niet uw college en raad? Dat was mijn bijdrage voorzitter. Dank u wel. De voorzitter Dank u meneer Peters. Meneer Tijdeman. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman Dank u wel voorzitter. Voorzitter laat mij allereerst stellen dat het ook mij zwaar valt, in navolging van de woorden van de burgemeester, om hier kritisch te gaan zijn, maar het is wel onze rol en mijn taak. Dus ik zal die kritische rol op mij nemen. Fractie Tijdeman wil de zaak graag terugbrengen tot de kern. Namelijk, is er een basis van vertrouwen tussen college en raad? Dat is wat voorligt en wat mij betreft niets anders.

Fractie Tijdeman heeft niets aan een raadsinformatiebrief van tweeënhalve pagina, een tijdlijn die een volledige A4 bestrijkt, conceptnotulen waarin de printer wordt uitgedaagd om de verhullende zinnen in 33 pagina’s te reproduceren of een statement van wethouder De Beer en burgemeester Wever. Dit is niet waar het om gaat. De kern zit in de vraag: vertrouwt het college de gemeenteraad? En als ik de documenten nog eens goed bestudeer, dan heb ik het antwoord nog niet. En dat antwoord kan slechts komen van wethouder De Beer en burgemeester Wever. En ik stel die vragen dan ook maar gewoon. Voorzitter, vertrouwt wethouder De Beer de gemeenteraad van Heerlen? En zo ja, waaruit blijkt dat? In welk opzicht kan zijn handelswijze inzake de informatieverstrekking rondom de kwestie DSM leiden tot een positieve beantwoording van deze vraag? En voorzitter, ook aan de burgemeester stel ik die vraag. Vertrouwt burgemeester Wever de gemeenteraad van Heerlen? En waaruit blijkt dat? Hoe kan de gekozen handelswijze inzake de kwestie DSM leiden tot een positief antwoord? Welke afwegingskaders hebben de wethouder en de burgemeester gehanteerd? Waarom is er niet voor gekozen om de gemeenteraad in geheimhouding te informeren? Waarom is de locoburgemeester niet geïnformeerd in eerste instantie? En dan heb ik het over in eerste instantie in maart al.

En waarom niet de rest van het college? Welke afwegingskaders zijn er gehanteerd om de gemeenteraad niet te informeren over de juiste tijdlijn toen er een geplande extra raadsvergadering was op 21 juli jongstleden. Voorzitter, ik heb net gezegd dat ik het wil terugbrengen tot de kern. En in de kern draait het wat betreft Fractie Tijdeman om vertrouwen. En wat dat betreft heb ik net serieuze vragen gesteld, waarop ik ook echt een serieus antwoord verwacht. Aan de hand van de beantwoording van die vragen, zal ik mijn eigen vertrouwen peilen. Dank u wel.

Pagina 6/49

De voorzitter Dank u wel meneer Tijdeman. Het woord is aan de Ouderen Partij Heerlen, de heer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Ja dank u voorzitter. Verbijstering en ongeloof. Met deze woorden kan ik het beste het primaire gevoel omschrijven binnen onze fractie, nadat wij hoorden dat onze raad en het college cruciale informatie inzake het DSM dossier was onthouden. Dit door burgemeester Wever en wethouder De Beer. Een gevoel voorzitter, dat al snel omsloeg naar kwaadheid en enorme teleurstelling richting beide bestuurders. De Ouderen Partij neemt dit hoog op. Laat dat duidelijk zijn. Een ieder die deelneemt aan dit debat of thuis geïnteresseerd meekijkt, zal bedolven worden onder data, wie heeft wat gezegd tegen wie, feitjes, aannames, enzovoort, enzovoort. Laten wij hopen dat wij ons niet verliezen in een waas van door de bomen het bos niet meer zien. Maar laat ik dit zeggen voorzitter, dit hele debat wordt overschaduwd door een centraal thema. Zojuist ook al genoemd. En dat is vertrouwen. Of misschien wel het gebrek daaraan. De vraag is of er aan het einde van deze buitengewone raadsvergadering nog voldoende vertrouwen overblijft binnen het college, maar ook zeker in de relatie college met de volksvertegenwoordigers van Heerlen, zijnde deze gemeenteraad. Dat gezegd hebbende, stort ik mij op de inhoud. Dank voor de toezending van de gevraagde tijdlijn.

Hopelijk dat deze info vooraf ons helpt dit debat structuur te geven. Met het risico dat er al een aantal vragen gesteld is, maar ik stel ze gewoon zoals ik ze heb geformuleerd. De Ouderen Partij neemt beide heren vooral kwalijk dat de informatie met betrekking tot het informele gesprek met deputés Koopmans en Van den Akker op 13 maart pas met ons werd gedeeld nadat binnen de provinciemuren gevraagd was naar een communicatietijdlijn rondom, zeg maar, het hele DSM proces. Omdat dus daarmee ook het feit boven water zou komen dat de heren Wever en De Beer al op 13 maart op de hoogte waren gesteld door Koopmans en Van den Akker met de mededeling dat DSM had besloten uit Heerlen te vertrekken. Was daar dus niet naar gevraagd door de provincie, dan zouden wij daar nu nog steeds niets vanaf weten. De voorzitter Interruptie meneer De Groot door de heer Leers. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Meneer de voorzitter, dank u wel.

In navolging aan wat ik ook aan de heer Peters vertelde van het CDA en nu aan de heer De Groot van de Ouderen Partij, is de heer De Groot het mij eens, dat als je de stukken erop naslaat die wij kort voor de vorige extra raadsvergadering kregen, dat je daaruit de conclusie kon trekken, dat er in maart al contact was geweest? Ik weet hoe zich dat verhoudt tot die tijdlijn voor de kijkers thuis, maar ik zou zomaar willen zeggen, ieder oplettend lezer had dit de vorige raadsvergadering al kunnen weten. Dus bent u dat met mij eens of bent u dat niet met mij eens? De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Nee, meneer de voorzitter, dat ben ik niet met u eens, want ik kan mij inderdaad datgene waarnaar u refereert uiteraard herinneren. En u heeft inderdaad die opmerkingen gemaakt, maar mijn conclusie was en ik heb het betreffende stuk toen ook kort voor de vergadering gezien en ik had het nog een keer nagekeken toen wij daarover in gesprek waren, dat uit niets uit dat stuk bleek, dat er inderdaad al ergens voorinformatie zou zijn. Mijn interpretatie is, dat u iets heeft geprobeerd, iets heeft gezocht om het zo maar te zeggen. Achteraf blijkt dat er wel degelijk informatie was. Maar mijn conclusie is, dat dat niet te maken heeft met het vooronderzoek dat u heeft gemaakt. Dus ik ben het niet met u eens.

De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Voorzitter, dan wil ik de heer De Groot bijlichten, zal ik maar zeggen. Ik heb die conclusie getrokken na het lezen van dat stuk.

Pagina 7/49 Het kan zijn dat ik dat misschien in mijn hele aparte, vreemde manier heb gelezen, maar dat stuk dat wij kort voor die vergadering ontvingen, was voor mij de reden om de conclusie te trekken, dat er in maart contact is geweest tussen het college en de provincie Limburg. En het kan best zijn, dat u dat niet eruit haalt. Ik zal u bijgeven, dat dat geen probeerseltje was of eens een balletje opgooien van eens kijken wat er voor reactie komt. Dat was voor mij de conclusie na het lezen van het stuk, dat wij weliswaar laat kregen, maar tijdig voor die vergadering. Dat is om even open kaart te spelen, want dat is zeker op dit moment van belang. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dat was uw conclusie, maar dat was niet de mijne. De voorzitter Goed. Vervolg uw betoog meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u voorzitter. Even kijken, waar waren wij gebleven? Niet alleen de raad is hierover maandenlang niet geïnformeerd. Ook het college is niet in vertrouwen genomen inzake het geheime gesprek van 13 maart. Ook zij zijn pas geïnformeerd nadat DSM zelf burgemeester Wever eind april heeft gebeld, waarin het DSM besluit werd medegedeeld. Dat brengt mij bij de eerste cruciale vragen. Hierbij merk ik overigens op, dat ik niets anders verwacht, dan concrete antwoorden op alle door de OPH te stellen vragen.

Waarom heeft burgemeester of wethouder niet gelijk na 13 maart of in de weken daarna in vertrouwen het college geïnformeerd? Waarom heeft de zieke burgemeester, herstellende van een zware hartoperatie, niet gelijk zijn in functie zijnde vervangende burgemeester de heer Van Zutphen, in vertrouwen genomen? Eind juli heeft er een eerste extra raadsvergadering plaatsgevonden rondom het DSM-nieuws. In die vergadering hebben diverse raadsleden, waaronder ikzelf, direct of indirect gevraagd of de burgemeester voor 29 april al op de hoogte was van de DSM-plannen. Ook de optie geheimhouding is in deze genoemd, om eventueel nog te gebruiken richting raad. De burgemeester heeft hierop verbaal en non-verbaal aangegeven pas op 29 april voor het eerst op de hoogte te zijn gesteld. Waarom heeft u, burgemeester, op deze wijze gereageerd op de gestelde vragen van de raad? Als u, al dan niet met redenen, deze informatie niet wilde delen, waarom heeft u dan geen gebruikgemaakt van de optie geheimhouding, eventueel via het seniorenconvent om de waarheid alsnog in vertrouwen te delen met de raadsvertegenwoordigers? Waarom hebben burgemeester Wever en wethouder De Beer niet gelijk na het telefoontje van mevrouw Schippers op 29 april het college bijeengeroepen om hen te informeren? Dit is immers pas gebeurd op 10 mei.

Uit de tijdlijn blijkt, dat al op de 29e april een ambtenaar is geïnformeerd en het college, inclusief loco, pas elf dagen daarna. Kunt u hier een verklaring voor geven? Mag ik ervan uitgaan, dat de inhoud van het eerste gesprek op directieniveau op 30 april niet gedeeld is met het college? Als dat zo is, vindt u dat dan niet ongepast, gelet op de gevoeligheid en de grote impact van het DSM-dossier? Uit stukken van de provincie blijkt dat er reeds op 30 april, een dag na het zojuist genoemde DSM telefoontje al overleg heeft plaatsgevonden op directieniveau tussen de provincie en Heerlen. Uit de recent gepubliceerde brief van de heer Koopmans blijkt dat het overleg dat hij en Van den Akker op 13 maart hadden met Wever en De Beer, is geëindigd met de afspraak dat er nog op directieniveau tussen provincie en Heerlen nader overleg zou plaatsvinden. In de tijdlijn van de provincie wordt aangegeven dat die gesprekken hebben plaatsgevonden op 30 april en daarna in de maand mei. De opmerking van Koopmans doet vermoeden dat wellicht al tussen de periode 13 maart en 29 april ambtenaren van provincie en of Heerlen kunnen zijn geïnformeerd. Let op, ik zeg kunnen zijn geïnformeerd. De vraag is dan ook of dat het geval is voor wat betreft Heerlen. Al met al voorzitter op zijn zachtst gezegd een onverkwikkelijke gang van zaken. Iets waar onze partij behoorlijk mee in haar maag zit.

Pagina 8/49 De OPH hoopt van ganser harte dat burgemeester en wethouder duidelijk en eerlijk antwoorden zullen geven op de door ons gestelde vragen. Tot zover in eerste termijn. De voorzitter Ik dank u meneer De Groot. Het woord is aan SP, de heer Meyer. De heer Meyer, SP Voorzitter, dank u wel. De taak van de raad is grofweg te categoriseren als initiatiefnemend, visie- en richtingbepalend aan de ene kant en controlerend aan de andere kant. Ofwel de controlerende macht. Toen ik in maart 2006 geïnstalleerd werd als raadslid en dat geldt voor mijn fractiegenoten bij sommigen op eerdere momenten, sommigen op hetzelfde moment en anderen op latere momenten, hebben wij, in ieder geval in mijn geval de belofte afgelegd. En voor mij staat die belofte, ik zal hem nu niet gaan citeren, maar op de aller, aller, allereerste plaats voor het controleren van de macht. Dat is wat wij, wat mij betreft, naast alle initiatieven die wij mogen nemen, hier te allen tijde moeten doen. Dat controleren van de macht dat vergt een fundament dat per definitie neerkomt op de juistheid en de volledigheid van informatie. De voorzitter Interruptie. Sorry, interruptie van mevrouw Géron. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren (interruptie) Sorry, dat was een misverstand voorzitter. Excuses. De voorzitter Meneer Meyer, vervolg uw betoog.

De heer Meyer, SP Het was ook bijna niet mogelijk om hier een interruptie op te plegen, want het waren echt gewoon feitelijkheden. Maar vooruit het kan alle kanten op in deze raad, zeker voorzitter u heeft gelijk. En dus ja, het fundament van het kunnen controleren van de macht, is je eigen onderzoek, maar is ook de juistheid en volledigheid van informatie op het moment dat je vragen stelt aan die macht. Als je daar niet meer op kunt vertrouwen, om dat woord maar alvast te gebruiken, dan vallen de pijlers en dan vallen de fundamenten onder dat wat wij hier met zijn allen doen, vandaan. En ja, dat is wel degelijk een thema dat vandaag op tafel ligt. Hoe wij, of wij en zo ja, hoe wij kunnen vertrouwen op de juistheid en de volledigheid van informatie. Dat moet altijd, altijd, er is geen uitzondering. Maar bij grote dossiers mag je extra, extra, extra zorgvuldigheid en extra, extra, extra juistheid verwachten voor zover dat überhaupt kan en mogelijk is. En daarom meneer de voorzitter, hebben wij ook echt wel een aantal cruciale vragen. Een deel van die vragen is al gesteld en zal ik niet herhalen. Een ander deel zal ik wellicht wat anders stellen, meneer de voorzitter. Want als je kijkt naar wat er gebeurd is, dan voelen wij ons aardig in ons hemd gezet.

En met name op die bewuste woensdag 21 juli, waarop wij met zijn allen boos waren op zowel DSM, de provincie, alsook de gemeente Maastricht. Overigens een boosheid waar, wat er ook vandaag en vanavond gebeurt, op voorhand niets vanaf hoeft te gaan, want wat er ook hier gebeurd is, DSM heeft een ereschuld aan deze stad en deze streek. En de provincie heeft een aantal dingen gedaan, die laten wij zeggen, beschadigend zijn geweest. Alleen je verwacht dan wel dat de informatie die je wenst van je eigen college en die je verdient en waar je recht op hebt, dat die juist en volledig is. En daar gaan de volgende vragen over. De burgemeester was op het betreffende moment, op het gewraakte moment mag je zeggen en er kwamen er nog een paar ander achteraan, maar dat van 13 maart was de burgemeester ziek. Waarom besloot hij om een collegelid mee te nemen, zijnde een partijgenoot? Dat is op zich, zou je kunnen zeggen, waarom is dat relevant, nou ja omdat het op zijn minst een schijn zou kunnen wekken. Waarom een collegelid en waarom niet degene die verantwoordelijk was op dat moment, namelijk de eerste loco?

Pagina 9/49 Waarom besloot hij de eerste loco te passeren? Welke zwaarwegende redenen had hij daarvoor? En wat betekent dat voor de toekomst dat de burgemeester besloot de eerste loco op dat moment te passeren? Waarom besloot de burgemeester en wethouder De Beer, maar ik richt mij nu om te beginnen maar eerst even op de burgemeester, waarom besloot hij zijn eigen college in de tussentijd, maandenlang niet te informeren? Ook niet toen hij formeel weer beter was gemeld om het maar even in populaire taal te zeggen. Oftewel op het moment dat hij formeel niet meer ziek was. En ik heb een rechtstreekse vraag aan de burgemeester. Beschouwt u zichzelf als de aanvoerder van het college en de hoeder van integriteit? Als dat zo is, waarom besloot u dan te doen wat u deed? Aanvullend aan die vraag, is uw college een team? Als uw college een team is, waarom besloot u dan als de aanvoerder, dat is mijn veronderstelling, van dat team om een deel van dat team maandenlang in het ongewisse te houden? En besloot u pas naar buiten te treden, ik heb kunnen lezen, op 3 september op het moment dat indirect, is mijn veronderstelling en de veronderstelling die de heer De Groot ook al neerlegde, zou blijken in de week daarna uit een tijdpad bij de provincie, dat het overleg van 13 maart geweest was.

Oftewel had u ons geïnformeerd? Dat is een vraag die u met ja kunt beantwoorden, maar die wij uiteindelijk nooit precies zullen weten. Of was u van plan ons te informeren, zonder de informatie van de provincie? Waarom en dat is uiteindelijk de cruciale vraag, je zou bijna kunnen zeggen wat u met zijn allen spreekwoordelijk aanrommelt in uw college moet uzelf weten, maar hier, hier in deze raad heeft u de raad te voorzien van juiste en volledige informatie. Dus je zou kunnen zeggen tot en met 21 juli, tot laten wij zeggen, als ik heel mild ben, tot het einde van het raadsdebat ergens in de tweede termijn, had u nog kunnen zeggen: warempel er is mij al die tijd, ik zou niet willen zeggen, iets ontschoten, want dat was overduidelijk niet het geval, maar er is iets wat ik nog op mijn lever heb en dat is dat er op 13 maart een gesprek heeft plaatsgevonden, wat ik in deze raad, in ieder geval op dit moment wil vertellen. Dan was dat niet netjes geweest, want u had immers al eerder in de raadsinformatiebrief en de antwoorden op de vragen, zoals eerder al door de heer Peters verwoord, al een ander antwoord gegeven. Maar vooruit, dan had u het gedaan op het allerlaatste moment waarop u het had moeten doen, namelijk hier in deze raad.

Waarom heeft u dat toen niet gedaan? Waarom dacht u niet, ik heb u eerder in uw eerste reactie, in uw eerste raadsinformatiebrief halverwege die raadsinformatiebrief, zien schrijven en u zei daar vandaag ook iets over, meneer de burgemeester dat u erg gehecht hebt aan bestuurlijke vertrouwelijkheid. Bestuurlijke vertrouwelijkheid richting de provincie. Maar die bestuurlijke vertrouwelijkheid op dat moment dat DSM allang had kenbaar had gemaakt, dat men wegging, hoe heeft u op dat moment kunnen denken dat er überhaupt nog zoiets bestond als bestuurlijke vertrouwelijkheid, die boven het juist en volledig informeren van de raad uitstijgt? Meneer de voorzitter dit even tot zover als het gaat om de burgemeester. Dan een aantal algemene vragen. Namelijk de allereerste, was er iemand voor 3 september en ik stel deze bewust op deze manier, in het gemeentelijk apparaat die wist van het bestaan van de bijeenkomst op 13 maart? Het maakt niet uit wie of het nou de hele aardige mevrouw of meneer bij de catering is. Of het is de griffier. Of het is een schoonmaker. Of het is de manager Economie. Of het is de gemeentesecretaris. Het maakt mij niet uit wie.

Was er iemand die voor 3 september wist van het bestaan van de bijeenkomst van 13 maart? Waarom 3 september? Op 3 september was de extra collegevergadering, hebben wij kunnen zien in de stukken, waarop het college voor de eerste keer werd geïnformeerd. Ik wil weten of er van tevoren al iemand was in het gemeentelijk apparaat die wist van het bestaan. De voorzitter Ziet de hand van de heer Leers. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Meneer de voorzitter, dank u wel. Een korte interruptie. Bedoelt de heer Meyer daar ook mee raadsleden die tijdens de vorige extra raadsvergadering al naar voren brachten uit de stukken de conclusie te trekken, dat het overleg in maart tussen de gemeente Heerlen, zeg het college en de provincie heeft plaatsgevonden. In dat geval kan ik op uw vraag toch wel een voorzichtig “ja” antwoorden.

Pagina 10/49 De heer Meyer, SP Meneer de voorzitter, dat is niet wat ik bedoel en dat weet de heer Leers ook wel. Want de heer Leers gaat nu iedereen interrumperen en hij wil eigenlijk horen, dat hij gelijk had. Ik kan u zeggen meneer de voorzitter wat veel interessanter is. Ik zou dat willen meegeven aan de heer Leers als politieke strategie, waar hij waarschijnlijk veel effectiever en veel meer aan heeft en waar hij het debat verder mee vooruithelpt. Het punt is niet meneer Leers of u nu toevallig, want ook ik heb de band teruggekeken, ik denk zou die Leers nou gelijk hebben gehad? Als je goed kijkt en goed luistert, citeerde de heer Leers op dat moment provinciale stukken en haal ze erbij en citeer nog maar eens meneer Leers. Ik daag u uit. Als u werkelijk aan deze lijn vasthoudt, dat je in die stukken al kon lezen dat er in maart al overleggen hadden plaatsgevonden, zoals wij ze nu kennen, dan had deze raad niet op zijn achterste of voorste poten gestaan als dat het geval was geweest. Sterker nog. Dan was u ook niet weggelopen, nadat u een hele minimale kleine zachte tik op de vingers kreeg, vanwege de procedure met uw hele fractie. Dat had u niet gedaan.

Veel interessanter meneer Leers is de vraag waarom toen u, want dat compliment wil ik u geven voordat u mij opnieuw gaat interrumperen, maar niet alleen u, maar ook de heer De Groot en ook ondergetekende, vragen stelden aan het college, die niet anders dan geïnterpreteerd konden worden als de vraag: was er voor 28 april al iets bekend, meneer de voorzitter over DSM bij wie dan ook? Ik zal u, als u dat wilt, ook citeren en meneer Leers ere wie ere toekomt of het nu toeval was of niet, of u nu met hagelschoten toevallig raak schoot of niet, u was een van de mensen die er vragen over stelde. Maar de interpretatie dat dat toen al te halen viel uit de provinciale stukken, slaat kant noch wal. Echt kant noch wal. Dus ik zou u adviseren meneer Leers, het gaat om politieke strategie om vooral het college de vraag te stellen, want dan heeft u mij volledig aan uw zijde, waarom heeft het college toen die vragen die terecht waren, maar die wij eigenlijk helemaal niet konden weten.

Uit de informatie die bestond op dat moment, dat er van tevoren al iets was, maar waarom heeft het college desalniettemin, door middel van wethouder De Beer en de burgemeester, onjuiste en onvolledige informatie verschaft? Dat is volgens mij de kern van deze discussie en niet of je abracadabra toen al Nostradamus had kunnen zijn en had kunnen weten uit provinciale stukken waaruit niet bleek dat eerder een gesprek had plaatsgevonden. Dat wist echt op dat moment niemand in deze raad, tenzij die voorinformatie had die niemand anders had en ik in ieder geval absoluut niet. Anders had ik toen wel andere vragen gesteld dan ik toen gedaan heb. De voorzitter Dank je wel. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Meneer de voorzitter, op de agenda van vanavond staat ook de, ik zal het even goed zeggen, conceptnotulen van die raadsvergadering waar wij het net over hadden van 21 juli. En als ik dan op pagina 11 van 33 kijk in het midden en niet geheel toevallig was ik toen aan het woord, toen ik zei onder andere: “Uit de stukken begrijp ik dat er in maart door de provincie niets van geheimhouding of beslotenheid is afgedwongen richting de gemeente Heerlen”. Ik kan het hele stukken gaan quoten, maar ik denk dat het duidelijk genoeg is. Dank u wel. De heer Meyer, SP Nee maar voorzitter, ik ben het helemaal niet met de heer Leers oneens als het neerkomt er zijn vragen gesteld.

Daar had juiste en volledige informatie op moeten volgen. Maar de suggestie dat hij dat allang wist en iedereen het had kunnen lezen, daarmee doet hij zichzelf tekort, de rest van deze raad tekort en dat is ook helemaal niet waar het over zou moeten gaan. Want het college had toen bij monde van de burgemeester en de wethouder, Economie wethouder De Beer juiste, correcte en volledige informatie moeten verschaffen.

Pagina 11/49 De voorzitter Duidelijk. Wij wachten de antwoorden van de betreffenden af. Dank u wel. De heer Meyer, SP Zo is dat meneer de voorzitter. Dus ik vroeg net is er iemand, ik wil het nog eens herhalen, is er iemand uit de ambtelijke organisatie die het van tevoren wist? Ik wil dat echt weten. Ik wil echt weten of die tijdlijn die wij nu voor ons hebben, waar bijvoorbeeld ook, maar dat vind ik geen doodzonde, daar ontbreekt bijvoorbeeld de beantwoording van de schriftelijke vragen op, van ik meen uit mijn hoofd 15 juli, maar vooruit oké. Maar ontbreken er nog meer dingen in? Zijn er nou eerder mensen die anders dan de rest van het college, let wel, al wisten van wat er op 13 maart door wie en met wie besproken was. Als dat zo is, wil ik dat wel vandaag nog horen. Want ik hoop dat wij linksom of rechtsom vanavond een streep kunnen zetten onder dit debat. Er moet nu niet morgen weer iets anders blijken. Dan hebben wij bij wijze van spreken een nog veel groter probleem, want dan staat de cultuur van de raad en van het college en van deze stad, als het gaat om de bestuurlijke cultuur, op het spel.

Verder meneer de voorzitter zou ik nog willen weten, dat is de kern en daar kom ik in de tweede termijn straks ongetwijfeld op terug als wij een beantwoording hebben gehad van de burgemeester en wethouder De Beer, is er nou sprake geweest van bewuste en kwade opzet? Of is er sprake van bewust, want daar kun je bijna niet omheen, krijg dat antwoord nog van de burgemeester en wethouder De Beer, maar wij hebben al de inleiding gehoord, maar met een hele matige en dan druk ik mij heel mild uit, politieke sensitiviteit? Of ergens er tussenin? Of ergens er omheen? Ik ben wel benieuwd hoe de burgemeester en wethouder De Beer dat zelf zouden omschrijven. Daarom zou ik ook nog wel willen vragen of de burgemeester en de wethouder het met mij eens kunnen zijn, dat de vraag niet is vandaag of deze raad deze twee bestuurders vertrouwt, maar waarom deze twee bestuurders hun eigen college en de raad niet vertrouwen. En dus daarmee toen het uitkwam, het zeer grote risico gelopen hebben, dat zij zichzelf beschadigd hebben. Kan de burgemeester en kan wethouder De Beer het daarmee eens zijn? Dank u wel. De voorzitter Dank u meneer Meyer. Nog iemand voor de eerste termijn? Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers In dat geval laat ik mijn overbuurvrouw voorgaan, want volgens mij had u zich eerder gemeld dan ik? Oké, nou dank u wel.

Meneer de voorzitter daar waar wij de vorige extra raadsvergaderingen nog bij elkaar zaten vanwege het feit dat DSM plotseling bekend gemaakt had Heerlen te verlaten en in te ruilen voor Maastricht en het er over ging wat de provincie en Maastricht al dan niet hadden gedaan, zitten wij vanavond bij elkaar om het niet over dat vertrek van DSM naar Maastricht te hebben en alles daar omheen, maar over ons eigen college. Dat terwijl ik mij afvraag of wij er niet veel beter aan doen om te kijken hoe wij de schade, de mogelijke schade voor onze stad door het aanstaande vertrek van DSM, tot een minimum kunnen beperken. Ik vraag mij af of wij die mogelijke schade door dat aanstaande vertrek van DSM nu gaan beperken door het hier vanavond wel of niet goed of onjuist acteren van collegeleden. Ik vraag mij dat af. Daar zal straks hopelijk wat meer duiding over komen. Ik vraag mij af of dat de juiste strategie is. Ik zou het veel liever willen hebben over het feit dat het vaststaat en onomkeerbaar is dat DSM zelfs zonder subsidies vertrekt. De voorzitter Interruptie van de heer De Groot.

Pagina 12/49 De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ja dank u voorzitter. Vraag aan de heer Leers. Is de heer Leers het met mij eens, dat hetgeen wat hij nu opvoert dat dat totaal niet relevant is voor deze raadsvergadering? Niet dat dat niet belangrijk is. Het is heel erg belangrijk. Dat ben ik volledig met hem eens. Maar bent u met mij eens dat wij daarvoor hier nu niet bij elkaar zijn? De heer Leers, Hart-Leers Wat mij betreft zijn wij in een raadsvergadering bijeen, als gemeenteraad van Heerlen, om te beraadslagen over onze stad en de toekomst voor onze stad. Ik vraag mij af en ik deel die vraag nog eens met u of wij er goed aan doen om op dit moment, terwijl wij weten dat een groot bedrijf onze stad verlaat, het te hebben over het wel of niet juist acteren van het college. Dan geef ik u allen mee, dat ik het veel liever zou willen hebben over hoe wij de schade beperken. Ik heb in de stukken van alles en nog wat gelezen wat het college en diverse collegeleden gedaan hebben om er zo goed mogelijk, met zo min mogelijk schade uit te springen en volgens mij valt dat te prijzen. Dat stond onder andere in die tijdlijn waarnaar u heeft gevraagd, meneer De Groot. Maar ik zou graag willen weten en misschien is het vanavond wel niet het moment voor of misschien ook juist wel, wat er in de tussentijd bereikt is.

Want als je in die stad spreekt met mensen en dat doet u en alle collega’s net zo goed als ik, dan zeggen mensen van: en nu verder? En daar gaat het om. Ik heb er vertrouwen in dat de burgemeester op zijn manier getracht heeft het beste te doen voor deze stad. Als je dan in een ziekbed ook nog eens wordt overvallen door zo’n situatie, dan kan ik mij goed voorstellen dat je misschien niet helemaal acteert zoals je dat normaal doet. Want ik denk wel dat je het een en ander in het juiste perspectief moet zien. Ook zo eerlijk moeten wij naar elkaar zijn. Dan vind ik het nog altijd veel belangrijker hoe wij omgaan met deze kwestie, die aanleiding is voor dit hele gebeuren, het vertrek van DSM, hoe wij die schade tot een minimum kunnen beperken. DSM, wellicht ook de provincie Limburg waar mogelijk nu 1,75 miljoen vrijgevallen is om compenserende maatregelen en wellicht ook in samenwerking met Maastricht. Ik vind dat veel belangrijker op dit moment. Als dat niet de aanleiding is voor deze vergadering, dan hebt u daar wellicht gelijk in. Alleen de vraag is waarmee helpen wij onze stad het meeste vooruit? Ik denk dat dat ook iets is wat constant tussen onze oren zit. Ik hoef hier niet langer over te praten, want de vorige vergadering, ik heb de hele notulen er uitvoerig op nageslagen alle 33 pagina’s, die was redelijk duidelijk zal ik zeggen.

Dan dat het de burgemeester en wethouder siert om zich in heel veel toonaarden tot ons te richten en uit te geven dat men er enorm mee zit dat men achteraf gezien op dat moment graag anders had willen acteren. Ik loop al een tijdje mee in deze raad en ik heb dit nog niet zo vaak meegemaakt, dat op zo’n manier alsnog wordt erkend van: wij hebben een fout gemaakt. Dat wordt ook gezegd, ik heb een fout gemaakt. Als je dat zegt, dan kun je van die fouten leren. Wij kunnen eromheen praten, maar iedereen maakt fouten in grote of in kleine dossiers. Dit is toevallig nou een groot dossier. De burgemeester bood zijn excuses aan. Ik geloof mede namens de wethouder. Wat mij betreft zijn die excuses aanvaardt. Afsluitend, wat mij betreft is het op de toekomst gericht hoe lossen wij deze kwestie op en dat is de kwestie het aanstaande vertrek van DSM uit onze stad. Dank u wel. De voorzitter Duidelijk meneer Leers. Een interruptie van de heer Tijdeman. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman (interruptie) Ja dank u wel voorzitter. Dan toch de vraag aan de heer Leers of hij het met mij eens kan zijn, dat Fractie Tijdeman de zaak graag wil terugbrengen tot wat Fractie Tijdeman de kern van de zaak vindt.

Is er een basis van vertrouwen tussen het college onderling? En is er een basis van vertrouwen tussen het college en de raad? Dat is wat Fractie Tijdeman de kern vindt van de zaak en kan de heer Leers het met mij eens zijn?

Pagina 13/49 De heer Leers, Hart-Leers Meneer Tijdeman u weet net zoals ik dat wij kort voor het zomerreces als fractievoorzitters samen hebben gezeten met het college en enkele ambtelijke ondersteuning om daar waar moeilijkheden waren te kijken of wij de boel glad konden strijken, zodat wij allemaal weer gezamenlijk aan de kar konden trekken. Ik denk dat er toen een basis voor meer vertrouwen is geschapen. Maar als er vervolgens vanuit de coalitie voor de eigen wethouders uit de eigen partijen de vraag wordt gesteld van: vertrouwen wij deze mensen nog wel? Hoe zit dat? Wij moeten daar extra over vergaderen. Dan heb je eigenlijk de vraag te stellen, is er vertrouwen de ja of de nee vanuit de oppositie, waar dat vaker wordt gesteld: die is allang overruled vanuit de coalitie door zijn extra vergadering bij elkaar te roepen. Ik denk dat het beter is op dit moment om daar waar wij vertrouwen missen, vertrouwen op te bouwen en achter het verleden een punt te zetten. Ik heb dat ook een keer tijdens de algemene beschouwingen aangehaald en samen vooruit te gaan. Dit is een kwestie die onze stad overkomt, het vertrek van DSM. Daarnaast speelt die vertrouwenskwestie. U kunt mij denk ik als allerlaatste verwijten dat ik nooit aan de orde heb gesteld of het allemaal wel in orde was in deze tent. Dus dat denk ik dat ook wel duidelijk moge zijn.

De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman (interruptie) Voorzitter, er zat allerminst een verwijt in mijn vraagstelling. Het was gewoon een vraag of de heer Leers het met mij eens kon zijn of de kern van de zaak in deze, waar wij nu voor bij elkaar zitten, een vertrouwenskwestie is. Een vertrouwenskwestie tussen het college en collegeleden onderling. En college en raad. Dat was mijn vraag en daar zat verder geen verwijt in. Mocht het zo zijn overgekomen, dan daarvoor mijn excuses, maar dit was de vraag. Dank u wel. De voorzitter Wie mag ik nog noteren in de eerste termijn? De Stadspartij. Sorry, sorry Paul. Interruptie van de heer Meyer. De heer Meyer, SP (interruptie) Ik heb nog een interruptie aan de heer Leers. De heer Leers zou niet voor de eerste keer pretenderen, hij heeft in het verleden vaak gepretendeerd een kritische oppositie te zijn. Ik hoor de heer Leers zeggen dat hij een punt onder de geschiedenis zet en naar de toekomst wil kijken. Ik zou wensen dat hij dat bij sommige inhoudelijke dossiers zou doen, maar dat is dan even een knipoog richting de heer Leers. Maar kan de heer Leers en dat is een serieuze vraag, het met mij eens zijn dat het juist volledig informeren, of de omgekeerde variant uitgesproken in zeg maar straattaal, namelijk dat je niet liegt of je een informatie voor je houdt in deze raad.

Dat dat van het aller, aller, allerhoogste belang is voor het functioneren van de democratie. Kan de heer Leers dat met mij eens zijn? Kan hij ten tweede, meneer de voorzitter, het met mij eens zijn dat dat helemaal niet steekt of dat helemaal niet bijt met een goede oplossing voor de kwestie DSM? Dat zal iedereen met hem eens zijn. Dus dat ligt hier helemaal niet op tafel. Kan hij het met mij eens zijn dat voor een goed functionerende democratie het van het allerhoogste belang is, dat de macht, het college, de raad te allen tijde van juiste en volledige informatie voorziet? De heer Leers, Hart-Leers Meneer de voorzitter, ook de heer Meyer kent onze fractie als een fractie die uitermate vaak controleert. Ook wel eens achterdochtig is en doorvragen en niet alles zomaar voor lief aanneemt. Als je dan de notulen, waar ik al een aantal keren naar verwezen heb, erop naslaat dan zie je de uitermate kritische houding die wij de vorige vergadering hadden. Waar wij ook dan weliswaar, u noemt dat voorspellend, ik heb dat inmiddels anders geduid, het punt matig hebben aangeduid. Ik heb een verschil gemaakt tussen hoe het voor de zomer was. Wat er toen moest gebeuren in het dossier DSM. Wat er toen niet gebeurd is en wat er niet kon gebeuren. Wat ons ertoe noopte om die vergadering te verlaten en wat er nu aan de hand is. Natuurlijk moet je kritisch zijn. Natuurlijk moet je doorvragen.

Pagina 14/49 Natuurlijk moet je weten van wat er precies aan de hand is. Alleen je moet ook weten wat je op welke momenten doet. Maar ook wat je niet doet in het belang van niet alleen de politiek, maar zeker van de stad. En zo duid ik dit. Niet anders. De heer Meyer, SP (interruptie) Alleen dat was mijn vraag niet. Mijn vraag was, is de heer Leers het met mij eens dat het juist en volledig informeren door het college, de macht, dat dat van het allerhoogste belang is voor het goed functioneren van de democratie en van deze raad? Dat is mijn vraag. Is de heer Leers dat met mij eens? De heer Leers, Hart-Leers Meneer de voorzitter, daar meen ik in mijn vorige termijn en zeker in de vorige extra raadsvergadering expliciet en zeer duidelijk in geweest te zijn. Dank u wel. De heer Meyer, SP (interruptie) Als het antwoord ja is, meneer de voorzitter en dan is het toch een interruptie, ja dan ben ik verbaasd over de heer Leers, de zelf gepretendeerde kritische oppositie, dat die nu zegt, een foutje een keer, een foutje dat overigens zes maanden werd volgehouden, kan gebeuren. Ik wil mijn verbazing daarover uitspreken. Maar goed dat mag. De heer Leers mag dit doen. De voorzitter Meneer Hazen, Stadspartij. De heer Hazen, Stadspartij Voorzitter communicatief super onhandig. Oerstom kun je ook zeggen. Zeker 21 juli had hij ons kunnen en ook moeten volledig informeren over deze zaak.

Dat is onze mening. Alleen wij werden natuurlijk op een gegeven moment geconfronteerd met een voldongen feit, DSM gaat vertrekken. De Stadspartij heeft dan ook steeds meteen geroepen dan moeten wij toch proberen om de schade maximaal te beperken. Als je dat wilt, dan moet je samenwerken met DSM en met de provincie. Laat dat nu ook de hoofdrolspelers in dat hele dossier hier zijn, want die hebben gesproken met de burgemeester en met de wethouder, blijkens alles wat wij nu weten. Nog steeds vertrouwelijkheid, maximaal vertrouwelijkheid opleggen. Wij hebben nog niet met personeel gesproken. De provincie zegt, je mag met niemand erover spreken. Dan zit een college en een burgemeester en een wethouder daar en denkt ik moet daar straks mee samenwerken en nu leggen zij mij vertrouwelijkheid op. Dat is verrekte moeilijk. De collega’s hier in de raad hebben natuurlijk ook duidelijk gemaakt dat had anders gekund. Je had over de geheimhouding het presidium of de raad kunnen informeren en dan was dat wellicht heel anders gelopen. Dat had ook gemoeten in mijn ogen. Maar ik kan mij voorstellen dat je in een dilemma komt in deze situatie. Waar is het eigenlijk helemaal misgegaan? Dat is de cruciale kwestie vandaag. Dat is die 13 maart. Ik heb daar toch mijn vraagtekens bij. De heer Meyer had er ook al een paar. 13 maart is een datum waarop onze burgemeester ziek thuis was.

Hij was eigenlijk helemaal niet in functie. Het initiatief voor een gesprek kwam van de provincie. Kwam van Koopmans. Kwam van Van den Akker. Waarom wilden die met een burgemeester spreken die ziek thuis is? Als een provincie wil spreken met een gemeente gaat zij naar de betreffende instantie die zij moet hebben en in dit geval had zij had het college moeten aanspreken. Of de locoburgemeester als het geheimhouding betreft en vertrouwelijkheid. Niet een burgemeester die ziek thuis zit. Dus ik vind dat wel heel vreemd. Wat ik ook vreemd vind? Twee gedeputeerden komen een gemeente inlichten dat er iets op handen is, het vertrek van een bedrijf uit die gemeente, maar je mag er niets mee doen. Het is totaal vertrouwelijk. Wij vertellen het je, maar je kunt niets. Je mag niet communiceren. Je mag niet handelen. Je mag het aan niemand vertellen. Wat moet ik je dan komen vertellen? Ik vraag mij dat af. Wat speelt er? Een burgemeester kan gewoon niks met zo’n mededeling.

Pagina 15/49 Dan denk je wat hebben Koopmans en Van den Akker voor een agenda gehad op dat moment? Ik snap het niet. Misschien kan iemand daar de sluier een beetje oplichten. Toen ben ik eens even, want we kregen gisteren, hoe heet dat, een tijdlijn. Die tijdlijn heb ik eens even naast de tijdlijn gelegd van de provincie. Want de provincie heeft ook een tijdlijn aan de hele provinciale staten verstrekt. Er zit voor wat betreft het gesprek van 13 maart een volledige ongerijmdheid in. In onze tijdlijn staat, dat de gedeputeerde, ik neem aan dat dat Koopmans is, 8 maart met onze wethouder Economie contact heeft opgenomen om te spreken over dit dossier. Die afspraak heeft geleid tot de afspraak van 13 maart. Oké denk je dan. Dan pak je de provincie. De provincie heeft die mooie tijdlijn. Dan zegt Koopmans 10 maart heb ik voor het eerst gehoord dat DSM gaat vertrekken. En 8 maart maakt hij al die afspraak. Wij vallen nu de burgemeester aan. Wij vallen ons college aan. Maar hier zit toch ook iets heel krom. Misschien kan iemand de sluier oplichten, want ik snap het niet. Dank u wel. De voorzitter Dank u meneer Hazen. Het woord is aan de Partij voor de Dieren, mevrouw Géron. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren Dank u wel voorzitter. Voorzitter, hoe vaak stoot dit college zich nog aan dezelfde steen? Vorig jaar rond deze tijd stonden wij hier namelijk ook.

Toen waren wij onvolledig ingelicht over het investeringskrediet. Vandaag staan wij hier dus weer. Deze keer zijn wij niet alleen niet tijdig ingelicht, maar bovendien ook niet volledig. Dus verkeerd. Misschien moet ik het nog eens in herinnering brengen. Aan het hoofd van de gemeente staat de gemeenteraad. De grondwet is hier heel duidelijk over. En waarom? De raad is in de gemeente het enige democratisch gekozen orgaan. Daarom heeft het college de raad nodig om diens taak tot uitvoering te brengen. Daarbij spelen wij een controlerende rol. Dan is het dus noodzaak dat wij, de raad, volledig en correct ingelicht worden. Maar hier in Heerlen wordt de raad vaker buitenspel gezet. Wij worden niet ingelicht of volledig ingelicht, informatie wordt onder de pet gehouden. En als er dan iets naar buiten komt, blijkt het nu en dan onwaar te zijn. Deze gebrekkige informatievoorziening valt het college aan te rekenen. Voorzitter, beter laat dan nooit, maar het hele feitenrelaas is nu wel bekend. Op 13 maart jongstleden krijgen zowel de burgemeester, als de wethouder te horen dat DSM van plan is om Heerlen te verlaten. Dus niet pas in april, zoals ons in juli werd verteld. In een speciaal daarvoor belegde raadsvergadering worden wij verkeerd ingelicht. Daar zijn wij echt verbolgen over. En toch de burgemeester begrijpt blijkbaar heel goed hoe wij ons voelen.

Hij verwoordt dit zelf misschien nog wel het beste. Twee maanden geleden zei hij in april al voor een voldongen feit gesteld te zijn. Maar naar later blijkt, was hij dus al in maart op de hoogte van de verhuisplannen. Wij zijn het dus die door de burgemeester en de wethouder voor een voldongen feit zijn gesteld. Niet door DSM, maar door ons eigen college. Vier maanden heeft u nagelaten ons volledig en correct in te lichten. En als wij ingelicht worden, is het ook nog onjuist, niet compleet. Daarmee is niet alleen ons eigen Heerlense reglement van orde, maar bovenal de grondwet geschonden. Voor de Partij voor de Dieren-fractie is het klip en klaar. Deze hele gang van zaken is in strijd met de actieve informatieplicht die het college naar ons toe heeft. Daardoor zijn wij niet aan onze grondwettelijke taak toegekomen door toedoen van het college. Waarom heeft de wethouder ons niet ingelicht? Waarom niet in eerste instantie passief en in juli actief? Waarom zijn wij niet op zijn minst vertrouwelijk ingelicht? Waarom heeft de burgemeester niet eigenhandig voldaan aan zijn plicht om de raad te informeren? De gang van zaken past niet in een democratische rechtstaat. Zo werkt het niet in een dualistisch stelsel. Daar houden wij de burgemeester, de betreffende wethouder en gelet op het collegialiteitsbeginsel het hele college verantwoordelijk voor.

Hoelang denkt dit college nog geloofwaardig en betrouwbaar te zijn? Immers in het dualistische stelsel is het vertrouwen van de stad onontbeerlijk. Dit is het vertrouwen dat de uitvoerende macht nodig heeft om aan te blijven. Maar hoe vaak kan een vertrouwensbreuk gelijmd worden? Ons vertrouwen is geschonden. Hoe vaak begaat dit college nog dezelfde fout? Hoe vaak blijft

Pagina 16/49 actieve en passieve informatieplicht achterwege? Hoe kan het dat wij deze keer zelfs verkeerd zijn ingelicht? Hoelang duurt het nog voordat er eindelijk, eindelijk, eindelijk verbetering komt in de informatievoorziening van het college? Of eigenlijk kan ik beter zeggen om zo te eindigen waar ik begon, hoe vaak stoot dit college zich nog aan dezelfde steen? Dank u. De voorzitter Dank u mevrouw Géron. Het woord is aan de Partij Hoensbroeks Belang, de heer Daamen. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Dank u wel voorzitter. Voorzitter, de noodzakelijke vragen zijn reeds gesteld en ik ga dus niet in herhaling vallen. Ik heb nog niet meegemaakt, dat een burgemeester zo met zijn billen bloot is gegaan. En terecht. Vertrouwen dat is het sleutelwoord. Vertrouwen van het college in de raad, maar ook in het college onderling. Hoe is de verhouding tussen de wethouders onderling? Hoe heeft de heer Van Zutphen dit ervaren? Hoe gaan wij in de toekomst voorkomen dat wij in dezelfde val treden? Dat waren de vragen en opmerkingen. De voorzitter Ik dank u meneer Daamen. De VVD, de heer Marc van den Berg. Aan u het woord. De heer Van den Berg, VVD Dank u wel meneer de voorzitter. Meneer de voorzitter, de brief en de verklaring van de burgemeester en wethouder zijn duidelijk.

Een schuldbelijdenis van twee bestuurders van deze stad, die erkennen dat het achteraf gezien anders had gemoeten. Maar die te allen tijde en onder alle omstandigheden het belang van Heerlen vooropstellen. Toen, nu en ook morgen. De kwestie zelf draait om de volgende vraag. Hoe ga je om met een precaire boodschap, die je door een strategische partner als de provincie, die tientallen miljoenen in deze stad mee-investeert, strikt vertrouwelijk wordt medegedeeld? Een boodschap die de provincie zelf notabene strikt vertrouwelijk was medegedeeld door een voor hen strategische partner, namelijk DSM. Ik denk dat beide bestuurders hebben geredeneerd vanuit afspraak is afspraak. Vanuit de integriteit van die afspraak omtrent strikte vertrouwelijkheid. Maar in hoeverre ga je daarin mee? Dat is volgens mij de vraagstelling in deze casus. Hoe weeg je alle factoren en onderlinge relaties goed af? Allemaal in het belang van de stad. In het belang van goede externe relaties. In het belang van collegiaal bestuur en vanuit democratische controle. Dat de keuze om je strikt aan die vertrouwelijkheid te houden, zoals wij er nu tegenaan kijken en alle omstandigheden afgewogen hebbende, niet een goede keuze was, is duidelijk. De beide bestuurders zijn daarin doorgeschoten. Te lang gezwegen. Eromheen gefietst. Dat geven beide bestuurders ook aan in hun verklaring.

Alles afwegende waren er mogelijkheden om het college en de raad correct te informeren, met respect voor de afspraken ten aanzien van de bijeenkomst van 13 maart. Maar maakt het ze, en neem daarbij hun trekweg in ogenschouw, slechte onbetrouwbare bestuurders? Hebben zij op welke wijze dan ook de stad benadeeld? Natuurlijk niet. Maar meneer de voorzitter, laten wij er ook niet omheen draaien. Dat er verkeerde afwegingen zijn gemaakt, is duidelijk. Zullen zij het bij een vergelijkbare situatie anders doen? Vast en zeker. Lees de scherpe verklaring en luister naar de duidelijke statements. Dat is voor de VVD heel duidelijk. Er is geleerd van deze casus. Meneer de voorzitter, collega raadsleden, hoe zwaar rekenen wij dit nu onze bestuurders aan? Hoe zeer is het vertrouwen in hen geschaad? Hoe zeer zijn wij als stad en raad in ons democratisch handelen geschaad? Is het handelen van enige invloed geweest op het resultaat? Vragen die uzelf kunt beantwoorden. Ik kan u namens onze fractie aangeven, dat wij na een stevig beraad de bestuurders willen oproepen om de deuk in het vertrouwen zo snel als mogelijk te herstellen.

Pagina 17/49 De voorzitter Interruptie meneer Van den Berg door de heer Tijdeman. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman (interruptie) Dank u wel voorzitter. Ja voorzitter, ik hoor de heer Van den Berg zeggen van maakt dat ze minder betrouwbaar? Maakt het ze minder betrouwbaar dat zij de raad onvolledig en onjuist hebben geïnformeerd? Nou volgens mij is dat wel de kern van de zaak, voorzitter wat hier voorligt. De vraag aan de heer Van den Berg is, bent u het met mij eens dat de raad te allen tijde volledig en juist geïnformeerd dient te worden? En dat dat zeker de betrouwbaarheidskwestie raakt? Dank u wel voorzitter. De heer Van den Berg, VVD Meneer de voorzitter, dan ben ik het eens met fractie Tijdeman. Ik ga door met mijn betoog. Even kijken waar ik was gebleven. De deuk in het vertrouwen zo snel als mogelijk te herstellen. Daar is onze stad natuurlijk echt bij gebaat. Onze stad is niet gebaat bij een bestuurscrisis. De uitdagingen van deze stad zijn daarvoor te groot. Het college was en is in onze ogen goed bezig. In ons centrum, in Heerlen Noord, de bedrijventerreinen, op de arbeidsmarkt, in onze buurten en wijken. Met andere woorden onze stad moet vooruit. Daar hebben wij goede bestuurders voor nodig en die hebben wij. Wij hebben alle vertrouwen in deze burgemeester, de wethouder en het college in zijn geheel. Leer van deze casus als bestuurders, als college.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=16e8ee31-b544-410e-aad5-7fe02251eedb