CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Cityplan Heerlen_vastgesteld_1_Regels_1.pdf

Raadsvergadering . (video) 15 december 2021, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan Cityplan Heerlen21.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

het initiatief voorziet in een behoefte; de geluidsniveaus ten gevolge van aanwezige installaties, werkzaamheden, activiteiten, laden en lossen niet meer bedragen dan: 07:00-19:00u 19:00-23:00u 23:00-07:00u

c. d.

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

geen sprake is van significante negatieve ecologische effecten; geen sprake is van een onaanvaardbare toename van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

8.3.3

Staat van bedrijfsactiviteiten

Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.1 ten behoeve van detailhandel, dienstverlening en horeca die niet voorkomt in de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, maar die gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de activiteiten als bedoeld in 8.1.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

28

8.4

Wijzigingsbevoegdheid detailhandel

Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' kunnen burgemeester en wethouders het maximaal toegestane winkelvloeroppervlakte van 12000 m2 verminderen tot maximaal 8000 m2, met dien verstande dat: a. b.

het gebruik van een deel van het gebouw ten behoeve van detailhandel gedurende een periode van minimaal 3 jaar is gestaakt en een verleende, maar nog niet benutte, omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een winkel voor dat deel van het gebouw is ingetrokken.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

29

Artikel 9

Groen

9.1

Bestemmingsomschrijving

9.1.1

Doeleinden

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

groenvoorzieningen;

en b.

ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' een parkeerterrein is toegestaan;

9.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn tevens toegelaten: a. b. c. d. e. f. g.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde; speelplaatsen en speelvoorzieningen; verhardingen, zoals in- en uitritten, fiets- en/of voetpaden; parkeervoorzieningen; plantsoenen, bomen en beplantingsstroken; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.

9.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende bepalingen. 9.2.1

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a.

b.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter, uitgezonderd erfafscheidingen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter bedraagt en antennes, windmolens en lichtmasten waarvan de bouwhoogte maximaal 12,00 meter bedraagt; voor wat betreft de te bebouwen oppervlakte geldt dat maximaal 30 m² mag worden bebouwd.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

30

Artikel 10

10.1

Horeca

Bestemmingsomschrijving

10.1.1 Doeleinden De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: horeca van de categorie 5. 10.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; verhardingen; groenvoorzieningen; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.

10.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 10.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende eisen: a. b. c.

gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 100 van het bouwvlak.

10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a.

b.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter, uitgezonderd erfafscheidingen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter bedraagt en antennes, windmolens en lichtmasten waarvan de bouwhoogte maximaal 12,00 meter bedraagt; voor wat betreft de te bebouwen oppervlakte geldt dat maximaal 30 m² mag worden bebouwd.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

31

Artikel 11

11.1

Kantoor

Bestemmingsomschrijving

11.1.1 Doeleinden De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

kantoren;

en: b.

c.

d. e.

uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening', tevens commerciële, maatschappelijke en publieke dienstverlening is toegestaan, voor zover voorkomend in de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk', maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan, voor zover voorkomend in de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten; ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling' een fietsenstalling is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' een parkeergarage is toegestaan;

11.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; verhardingen; groenvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.

11.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende bepalingen. 11.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen: a. b. c.

gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 100 van het bouwvlak.

11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eis: a.

b.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter, uitgezonderd erfafscheidingen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter bedraagt en antennes, windmolens en lichtmasten waarvan de bouwhoogte maximaal 12,00 meter bedraagt; voor wat betreft de te bebouwen oppervlakte geldt dat maximaal 30 m² mag worden bebouwd.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

32

11.3

Afwijken van de gebruiksregels

11.3.1 Leisure Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 ten behoeve van het gebruiken van bouwwerken en van het bij die bouwwerken aansluitend terrein voor de uitoefening van leisure. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien de afstemming met de regio Zuid-Limburg, danwel Parkstad heeft geleid tot een positief advies en de aanvrager door middel van onderzoek aantoont dat: a. b.

het initiatief voorziet in een behoefte; de geluidsniveaus ten gevolge van aanwezige installaties, werkzaamheden, activiteiten, laden en lossen niet meer bedragen dan: 07:00-19:00u 19:00-23:00u 23:00-07:00u

c. d.

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

geen sprake is van significante negatieve ecologische effecten; geen sprake is van een onaanvaardbare toename van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

11.3.2 Staat van bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 ten behoeve van detailhandel, dienstverlening en horeca die niet voorkomt in de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, maar die gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de activiteiten als bedoeld in 11.1.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

33

Artikel 12

12.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

12.1.1 Doeleinden De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

maatschappelijke voorzieningen;

en: b. c. d. e. f. g. h.

uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening', tevens commerciële, maatschappelijke en publieke dienstverlening is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'horeca 2', op de begane grond horeca tot en met categorie 2 is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs' een onderwijsinstelling is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' een parkeergarage is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'wonen' één woning is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1', tevens wonen uitsluitend ten behoeve van de congregatie is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - zorgvoorziening' bijzondere woonvormen zijn toegestaan voor maximaal 24 bewoners.

12.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; verhardingen; groenvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.

12.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende bepalingen. 12.2.1 Gebouwen a. b. c. d. e.

gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 100 van het bouwvlak, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' een ander percentage is aangegeven. ter plaatse van de aanduiding 'aantal wooneenheden' mag het aantal wooneenheden niet meer bedragen dan is aangegeven.

12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende eis: a.

b.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter, uitgezonderd erfafscheidingen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter bedraagt en antennes, windmolens en lichtmasten waarvan de bouwhoogte maximaal 12,00 meter bedraagt; voor wat betreft de te bebouwen oppervlakte geldt dat maximaal 30 m² mag worden bebouwd.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

34

Artikel 13

13.1

Verkeer - Parkeervoorziening

Bestemmingsomschrijving

13.1.1 Doeleinden De voor 'Verkeer - Parkeervoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor (on)gebouwde parkeervoorzieningen; 13.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; verhardingen; groenvoorzieningen; speelplaatsen en speelvoorzieningen; in- en uitritten; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.

13.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende bepalingen. 13.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen: a. b.

situering, binnen het bouwvlak; de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'.

13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende eis: a.

b.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter, uitgezonderd erfafscheidingen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter bedraagt en antennes, windmolens en lichtmasten waarvan de bouwhoogte maximaal 12,00 meter bedraagt; voor wat betreft de te bebouwen oppervlakte geldt dat maximaal 30 m² mag worden bebouwd.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

35

Artikel 14

14.1

Verkeer - Railverkeer

Bestemmingsomschrijving

14.1.1 Doeleinden De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor spoorwegverkeer.

14.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

raillijnen met bijbehorende sporen, bovenleiding, wissels en overige constructies; stations; kunstwerken, zoals dijklichamen, viaducten en tunnels; veiligheids-, onderhouds-, communicatie- en bereikbaarheidsvoorzieningen; overdekte fietsenstallingen; geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen; kruisende wegen en water; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.

14.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende bepalingen. 14.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen: a. b.

gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van het railverkeer en bijbehorende haltevoorzieningen mag niet meer bedragen dan 15,00 meter, gemeten vanaf de bovenkant van het spoor;

14.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. b.

de bouwhoogte van erfafscheidingen en schermen bedraagt maximaal 3,00 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 10,00 meter.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

36

Artikel 15

15.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

15.1.1 Doeleinden De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen met hoofdzakelijk een functie voor verblijf, alsmede ter ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden; en: a.

ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' een ondergrondse parkeergarage is toegestaan.

15.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f. g.

h. i. j. k. l.

gebouwen, waaronder tunnels; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; verhardingen; groenvoorzieningen; gevelterrassen, behorend bij horecabedrijven of winkels en dienstverleners met ondergeschikte horeca, mits de toegankelijkheid van omliggende percelen, de verkeersdoorstroming en de verkeersveiligheid zijn gewaarborgd; speelplaatsen en speelvoorzieningen; in- en uitritten; kruisende wegen en water; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.

15.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende bepalingen. 15.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen: a. b.

situering, binnen het bestemmingsvlak; de bouwhoogte bedraagt maximaal 0 meter, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' een andere bouwhoogte is aangegeven.

15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. b.

de bouwhoogte van erfafscheidingen en schermen bedraagt maximaal 3,00 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 10,00 meter.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

37

Artikel 16

16.1

Verkeer - Wegverkeer

Bestemmingsomschrijving

16.1.1 Doeleinden De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen met hoofdzakelijk een functie voor het doorgaand verkeer; en: a.

ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' een ondergrondse parkeergarage is toegestaan.

16.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

gebouwen waaronder bruggen, viaducten en tunnels; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; verhardingen; groenvoorzieningen; speelplaatsen en speelvoorzieningen; in- en uitritten; kruisende wegen en water; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.

16.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende bepalingen. 16.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen: a. b. c.

situering, binnen het bestemmingsvlak; de bouwhoogte bedraagt maximaal 0 meter, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' een andere bouwhoogte is aangegeven. de bouwhoogte voor bruggen, viaducten en tunnels bedraagt maximaal 6,00 meter.

16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. b.

de bouwhoogte van erfafscheidingen en schermen bedraagt maximaal 3,00 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 10,00 meter.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

38

Artikel 17

17.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

17.1.1 Doeleinden De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b.

wonen, met dien verstande dat het aantal woningen niet mag toenemen ten opzichte van het aantal legale woningen dat bestond of op grond van een onherroepelijke omgevingsvergunning kon worden gerealiseerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; tuinen.

en: c. d. e. f. g. h. i.

ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' uitsluitend op de begane grond detailhandel is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van dienstverlening - commercieel' op de begane grond commerciële dienstverlening is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van dienstverlening - maatschappelijk', op de begane grond maatschappelijke dienstverlening is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'kamerverhuur' kamerverhuur is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk', zijn (on)zelfstandige zorgwoningen met bijbehorende voorzieningen toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' een parkeergarage is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'studentenhuisvesting', uitsluitend maximaal 350 studentenwoningen zijn toegestaan en tevens bijbehorende voorzieningen met een maximaal brutovloeroppervlakte van 2700 m2, zoals een coffeecorner, fitnessruimte en een wasserette.

17.1.2 Inrichting Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b. c. d. e. f. g.

woningen; aanbouwen, erkers en bijgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; verhardingen, zoals in- en uitritten, fiets- en/of voetpaden; groenvoorzieningen; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.

17.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 17.2.1 Kamerverhuur Het aantal kamers mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal kamers'. 17.2.2 Bebouwingsoppervlakte a.

Maximaal 60% van het bouwperceel mag worden bebouwd, mits de volgende oppervlaktes niet worden overschreden:

Oppervlakte bouwperceel

Maximaal bebouwbare oppervlakte

kleiner dan 750 m2

200 m2

750 m2 tot en met 1.000 m2

250 m2

groter dan 1.000 m2

300 m2

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

39

b.

in afwijking onder het bepaalde onder a. bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' het bebouwingspercentage maximaal het aangeduide percentage.

17.2.3 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende eisen: a. b.

c. d. e. f. g.

h.

woningen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; per bouwvlak mogen niet meer woningen worden opgericht dan het aantal legale woningen dat bestaat, of op grond van een onherroepelijke omgevingsvergunning kan worden gerealiseerd, op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, tenzij blijkens de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' een afwijkend aantal is weergegeven; ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' mogen binnen het bouwvlak uitsluitend aaneengebouwde, grondgebonden woningen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen binnen het bouwvlak uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' mogen binnen het bouwvlak uitsluitend halfvrijstaande, grondgebonden woningen worden gebouwd, ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen binnen het bouwvlak uitsluitend vrijstaande, grondgebonden woningen worden gebouwd; de goot- en bouwhoogte, bedragen, maximaal 7,00 meter, respectievelijk 12,00 meter tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' een andere hoogte is aangegeven; het maximale bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt 100%, met inachtneming van het bepaalde in 17.2.2.

17.2.4 Aanbouwen Voor aanbouwen gelden de volgende eisen: a. b. c. d. e.

situering, binnen het bestemmingsvlak en tenminste 3,00 meter achter de voorgevellijn; goothoogte, maximaal 4,00 meter; bouwhoogte, maximaal de goothoogte van het hoofdgebouw; het halfvrijstaande c.q. het vrijstaande karakter van de woning mag niet worden aangetast; de oppervlakte, met inachtneming van het bepaalde in 17.2.2.

17.2.5 Bijgebouwen Voor bijgebouwen gelden de volgende eisen: a. b. c.

d.

bijgebouwen moeten tenminste 3,00 meter achter de voorgevellijn zijn gesitueerd; de goothoogte bedraagt maximaal 4,00 meter; de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,00 meter, uitgezonderd indien in of binnen een afstand van 2,00 meter van de perceelsgrens wordt gebouwd, dan bedraagt de bouwhoogte maximaal 4,00 meter; oppervlakte, met inachtneming van het bepaalde in 17.2.2.

17.2.6 Erkers Voor erkers gelden de volgende eisen: a.

b.

situering, binnen het bestemmingsvlak, waarbij: 1. de afstand van een erker tot de naar de weg gekeerde perceelsgrens minimaal 2,00 meter moet bedragen; 2. de diepte van een erker niet meer dan 1,5 m mag bedragen, en 3. de breedte van een erker niet meer mag bedragen dan 50% van de breedte van de gevel van de woning waaraan de erker gebouwd wordt; bouwhoogte, de bouwhoogte van een erker mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning waaraan de erker gebouwd wordt.

17.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. b.

de bouwhoogte van erfscheidingen bedraagt voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter; ten aanzien van overkappingen gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping bedraagt maximaal 3,50 meter; 2. de overkapping dient op een afstand van ten minste 1,00 meter achter de voorgevellijn te worden gebouwd;

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

40

c.

3. voor de oppervlakte dient het bepaalde in 17.2.2 in acht te worden genomen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,00 meter.

17.3

Afwijken van de bouwregels

17.3.1 Afwijkingsbevoegdheden Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 17.2 ten behoeve van: a. b.

de uitbreiding van een woning over twee bouwlagen; de sloop en daaropvolgende nieuwbouw van een woning binnen hetzelfde bouwperceel.

17.3.2 Voorwaarden uitbreiding woning over twee lagen Een omgevingsvergunning , zoals bedoeld in 17.3.1, onder a. kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. b. c.

d. e.

f.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 12,00 meter; de goothoogte bedraagt maximaal 7,00 meter; de bouwdiepte van het totale hoofdgebouw bedraagt maximaal: 1. 10,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'; 2. 12,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 3. 15,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; de afstand tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en de achterste perceelsgrens bedraagt minimaal 5,00 meter; de afstand tussen het hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens bedraagt: 1. aan één zijde minimaal 3,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 2. minimaal 3,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie, en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

17.3.3 Voorwaarden sloop en nieuwbouw binnen hetzelfde bouwperceel Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 17.3.1, onder b. kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. b. c.

d. e.

f.

g.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 12,00 meter; de goothoogte bedraagt maximaal 7,00 meter; de bouwdiepte van het totale hoofdgebouw bedraagt maximaal: 1. 10,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'; 2. 12,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 3. 15,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; de afstand tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en de achterste perceelsgrens bedraagt minimaal 5,00 meter; de afstand tussen het hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens bedraagt: 1. aan één zijde minimaal 3,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 2. minimaal 3,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; het hoofdgebouw wordt in de voorgevelrooilijn gebouwd of: 1. maximaal 2,00 meter achter de voorgevelrooilijn ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'; 2. maximaal 5,00 meter achter de voorgevelrooilijn ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 3. maximaal 5,00 meter achter de voorgevelrooilijn ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie, en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

41

17.4

Specifieke gebruiksregels

17.4.1 Aan huis gebonden beroep Ten aanzien van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep gelden de volgende bepalingen: a. b.

de uitoefening van een aan huis gebonden beroep is toegestaan in de woning en de bijbehorende bouwwerken, met uitzondering van overkappingen; de woonfunctie van het betreffende perceel blijft in overwegende mate behouden.

17.4.2 Gebruik bijgebouw Een bijgebouw wordt niet gebruikt als zelfstandige of niet-zelfstandige woonruimte. 17.4.3 Parkeren Parkeren voor de voorgevel is, voor zover er niet geparkeerd wordt voor een garage of carport, niet toegestaan.

17.5

Afwijken van de gebruiksregels

17.5.1 Woningaantallen Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 17.1 ten behoeve van het toevoegen van woningen. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien vast staat dat: a.

b.

de toe te voegen woningen voldoen aan de Structuurvisie Wonen Zuid Limburg (vastgesteld d.d 23 november 2016) of het structuurvisiebesluit Beleidsregel Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021 (vastgesteld d.d. 27 januari 2021) of diens rechtsopvolger, en zijn of, gelet op het bepaalde in de in het eerste lid genoemde regionale structuurvisie en structuurvisiebesluit of diens rechtsopvolger, kunnen worden opgenomen op de regionale woningmarktprogrammering.

17.5.2 Consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 17.1 ten behoeve van het gebruik van de woning en de bijbehorende aan en bijgebouwen voor de uitoefening van consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. b.

c.

d. e. f. g. h. i. j. k.

de dienstverlenende bedrijfsactiviteit het bedrijfsmatig verlenen van diensten betreft; de ambachtelijke bedrijfsactiviteit het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen alsook het - als ondergeschikte activiteit - verkopen en/of leveren van goederen die verband houden met het ambacht betreft; de woonfunctie van het betreffende pand in overwegende mate behouden blijft, hetgeen onder meer inhoudt dat in totaal maximaal 30% van de grondvloeroppervlakte, maar nooit meer dan 80 m² mag worden gebruikt; het een eenmanszaak - zonder personeel - betreft; het geen detailhandelsactiviteiten betreft, tenzij deze van ondergeschikte aard zijn; er geen onevenredige hinder wordt toegebracht aan het woon- en leefmilieu; het geen bedrijfsactiviteit betreft die onder de categorieën B of C van het Activiteitenbesluit valt, tenzij er geen overlast voor de omgeving op zal treden; de bedrijfsactiviteit geen onevenredige hinder voor wat betreft de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden geeft; de bedrijfsactiviteit niet zodanig verkeersaantrekkend is, dat er verkeersoverlast ontstaat, of dat verkeersmaatregelen, zoals het creëren van extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk worden; aan of bij de woning geen grote bedrijfs- of reclameborden (groter dan 0,5 m) worden bevestigd of geplaatst; degene die de

bedrijfsactiviteit verricht bewoner van de woning in kwestie is.

17.5.3 Parkeren voor de voorgevel Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 17.4.3 ten behoeve van parkeren voor de voorgevel, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

42

a. b. c.

het parkeren leidt niet tot stedenbouwkundige bezwaren; het parkeren leidt niet tot verkeerskundige bezwaren; het parkeren kan op eigen terrein niet anders worden gerealiseerd.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

43

Artikel 18

18.1

Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

18.2

Bouwregels

18.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 18.2.2 Uitzonderingen op verbod Het verbod als bedoeld in artikel 18.2.1 is niet van toepassing indien: a. b.

c.

het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de archeologische waarde vast te kunnen stellen; het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 100 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.

18.3

Afwijken van de bouwregels

18.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen. 18.3.2 Voorwaarden grotere bodemingrepen Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 18.3.1, kan slechts worden verleend indien: a. b. c. d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

18.3.3 Voorschriften aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

18.3.4 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 18.3.3, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

44

18.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

18.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 18.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

18.4.3 Uitzonderingen op verbod Het verbod als bedoeld in artikel 18.4.1 is niet van toepassing indien: a. b. c. d.

de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- / booronderzoek); de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 100 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt; de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen.

18.4.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.4.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

18.4.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 18.4.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

18.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

18.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken te slopen.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

45

18.5.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 18.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c.

d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

18.5.3 Uitzonderingen op verbod Het verbod als bedoeld in artikel 18.5.1 is niet van toepassing indien: a. b.

de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 100 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.

18.5.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.5.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

18.5.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 18.5.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de sloopwerkzaamheden.

18.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a.

b.

de bestemming 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 1, 2, 3, 4 of 5' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

46

Artikel 19

19.1

Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

19.2

Bouwregels

19.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 19.2.2 Uitzonderingen op verbod Het verbod als bedoeld in artikel 19.2.1 is niet van toepassing indien: a. b.

c.

het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de archeologische waarde vast te kunnen stellen; het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.

19.3

Afwijken van de bouwregels

19.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 19.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen. 19.3.2 Voorwaarden grotere bodemingrepen Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 19.3.1, kan slechts worden verleend indien: a. b. c. d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

19.3.3 Voorschriften aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 19.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

19.3.4 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 19.3.3, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

47

19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

19.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 19.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

19.4.3 Uitzonderingen op verbod Het verbod als bedoeld in artikel 19.4.1 is niet van toepassing indien: a. b. c. d.

de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- / booronderzoek); de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt; de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen.

19.4.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 19.4.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

19.4.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 19.4.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

19.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

19.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken te slopen.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

48

19.5.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 19.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c.

d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

19.5.3 Uitzonderingen op verbod Het verbod als bedoeld in artikel 19.5.1 is niet van toepassing indien: a. b.

de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.

19.5.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 19.5.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

19.5.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 19.5.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de sloopwerkzaamheden.

19.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a.

b.

de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 1, 2, 3, 4 of 5' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

49

Artikel 20

20.1

Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

20.2

Bouwregels

20.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 20.2.2 Uitzonderingen op verbod Het verbod als bedoeld in artikel 20.2.1 is niet van toepassing indien: a. b.

c.

het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de archeologische waarde vast te kunnen stellen; het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 2.500 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.

20.3

Afwijken van de bouwregels

20.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 20.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen. 20.3.2 Voorwaarden grotere bodemingrepen Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 20.3.1, kan slechts worden verleend indien: a. b. c. d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

20.3.3 Voorschriften aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

20.3.4 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 20.3.3, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

50

20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

20.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 20.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

20.4.3 Uitzonderingen op verbod Het verbod als bedoeld in artikel 20.4.1 is niet van toepassing indien: a. b. c. d.

de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- / booronderzoek); de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 2.500 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt; de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen.

20.4.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20.4.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

20.4.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 20.4.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

20.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

20.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken te slopen.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

51

20.5.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 20.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c.

d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

20.5.3 Uitzonderingen op verbod Het verbod als bedoeld in artikel 20.5.1 is niet van toepassing indien: a. b.

de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 2.500 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.

20.5.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20.5.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

20.5.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 20.5.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de sloopwerkzaamheden.

20.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a.

b.

de bestemming 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 1, 2, 3, 4 of 5' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

52

Artikel 21

21.1

Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

21.2

Bouwregels

21.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 21.2.2 Uitzonderingen op verbod Het verbod als bedoeld in artikel 21.2.1 is niet van toepassing indien: a. b.

c.

het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de archeologische waarde vast te kunnen stellen; het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 10.000 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.

21.3

Afwijken van de bouwregels

21.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 21.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen. 21.3.2 Voorwaarden grotere bodemingrepen Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 21.3.1, kan slechts worden verleend indien: a. b. c. d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

21.3.3 Voorschriften aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

21.3.4 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in artikel 21.3.3, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

53

21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

21.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 21.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

21.4.3 Uitzonderingen op verbod Het verbod als bedoeld in artikel 21.4.1 is niet van toepassing indien: a. b. c. d.

de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- / booronderzoek); de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 10.000 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt; de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=2e8895b2-4ab5-4d17-b141-1e1130de3a0d