Cityplan Heerlen_vastgesteld_1_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 1 Inspraak- en vooroverlegno.pdf
Tekst van het document
REACTIE 21: STATIONSTRAAT 3 De Stationstraat heeft veel overlast ervaren door de bouw van het Maankwartier en is hierdoor een doodlopende straat geworden. Hierdoor is verkoop van het pand bijna onmogelijk en door het weg bestemmen van detailhandel en horeca wordt dit nog moeilijker en verpaupert de
17
buurt. Nooit heeft iemand van de gemeente geïnformeerd of er overlast of schade is door de bouwwerkzaamheden. Reactie gemeente Bouwwerkzaamheden in een druk bebouwd gebied zijn altijd van invloed op de omgeving. Indien hierdoor onaanvaardbaar nadeel ontstaat kan dit worden beoordeeld en afgehandeld in het kader van het bouwproject. De wijze van bestemmen is ingegeven door de economische situatie, de vergrijzing en de afname van de bevolking. De Stationstraat is voor het grootste deel niet meer aangewezen als economische hoofdstructuur. De panden met huisnummers 3 t/m 15 zijn nu ingedeeld bij transitiegebied. Deze zijn geen onderdeel van de hoofdstructuur. Deze indeling is gebaseerd op de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg. In deel 1 van dit inspraakverslag zijn in paragraaf 1.1.1 zijn de uitgangspunten van dit beleid beschreven. In paragraaf 1.1.2 staat wat dit betekent voor het bestemmingsplan. De gebruiksmogelijkheden voor de panden in het transitiegebied worden voor commerciële functies beperkt tot dienstverlening. Detailhandel en horeca zijn alleen nog mogelijk waar deze functies feitelijk aanwezig zijn. Voor het pand aan de Stationstraat 3 betekent dit dat hier detailhandel mogelijk blijft. Die mogelijkheid was ook in het voorontwerpbestemmingsplan opgenomen.
Hierbij wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het gebruik voor detailhandel weg te bestemmen, indien sprake is van structurele leegstand van minimaal 3 jaar. De mogelijkheden om horeca te vestigen in het pand worden wel wegbestemd. Want het pand ligt niet in een horecaconcentratiegebied en er is geen horeca aanwezig in het pand. In paragraaf 1.3 van het eerste deel van dit inspraakverslag is verder uitleg over het horecabeleid beschreven. In het bestemmingsplan Cityplan Heerlen worden wel nog gebruiksmogelijkheden toegevoegd. Wonen wordt nu ook mogelijk op de begane grond, met inachtneming van de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 22: STATIONSTRAAT 8 EN 9 De Stationstraat heeft veel overlast ervaren door de bouw van het Maankwartier en is hierdoor een doodlopende straat geworden. Hierdoor is verkoop van het pand bijna onmogelijke en door het weg bestemmen van detailhandel en horeca wordt dit nog moeilijker en verpaupert de buurt. Nooit heeft iemand van de gemeente geïnformeerd of er overlast of schade is door de bouwwerkzaamheden. Reactie gemeente Bouwwerkzaamheden in een druk bebouwd gebied zijn altijd van invloed op de omgeving. Indien hierdoor onaanvaardbaar nadeel ontstaat kan dit worden beoordeeld en afgehandeld in het kader van het bouwproject. De wijze van bestemmen is ingegeven door de economische situatie, de vergrijzing en de afname van de bevolking. De Stationstraat is voor het grootste deel niet meer aangewezen als economische hoofdstructuur. De panden met huisnummers 3 t/m 15 zijn nu ingedeeld bij transitiegebied. Deze zijn geen onderdeel van de hoofdstructuur. Deze indeling is gebaseerd op de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg. In deel 1 van dit inspraakverslag zijn in paragraaf 1.1.1 zijn de uitgangspunten van dit beleid beschreven. In paragraaf 1.1.2 staat wat dit betekent voor het bestemmingsplan.
18
De gebruiksmogelijkheden voor de panden in het transitiegebied worden voor commerciële functies beperkt tot dienstverlening. Detailhandel en horeca zijn alleen nog mogelijk waar deze functies feitelijk aanwezig zijn. Het pand aan de Stationstraat 8 wordt al minimaal 3 jaar niet meer gebruikt als winkelpand (gegevens Locatus). Daarom is sprake van structurele leegstand en wordt de mogelijkheid om hier een winkel te vestigen niet toegevoegd. Het pand Stationstraat 9 is in gebruik als partijkantoor. Dit pand is niet meer ingericht als winkel, waardoor deze gebruiksmogelijkheid wordt weg bestemd, conform de beleidsuitgangspunten. De huidige activiteiten als partijkantoor zijn aan te merken als dienstverlening en passen hierdoor in de bestemming ‘Gemengd”. De mogelijkheden om horeca te vestigen is in beide panden eveneens wegbestemd. Want de panden liggen niet in een horecaconcentratiegebied en er is geen horeca aanwezig in de gebouwen. In paragraaf 1.3 van het eerste deel van dit inspraakverslag is verder uitleg over het horecabeleid beschreven. In het bestemmingsplan Cityplan Heerlen worden wel nog gebruiksmogelijkheden toegevoegd. Wonen wordt nu ook mogelijk op de begane grond, met inachtneming van de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2.
Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 23: HONIGMANNSTRAAT 2A Het pand aan de Honigmannstraat 2a heeft de bestemming Gemengd in het voorontwerp. De locatie Honigmannstraat 2A wordt niet genoemd in bijlage 1 met de woningaantallen. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is dit niet verklaarbaar en daarom wordt verzocht de nu bestaande bebouwingsmogelijkheden over te nemen. Dit past ook bij het karakter van een beheerplan. Reactie gemeente In onderdeel I van dit inspraakverslag is in paragraaf 1.2.1 het beleid beschreven dat voor wonen geldt. In paragraaf 1.2.2 is beschreven wat dit betekent voor het bestemmingsplan Cityplan Heerlen. Het pand aan de Honigmannstraat 2A heeft de bestemming ‘Gemengd’. In het ontwerpbestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt om ook op de begane grond te wonen. Als op de begane grond (nog) geen woning aanwezig is, kan na de vaststelling van dit bestemmingsplan ook hier een nieuwe woning worden gerealiseerd. Voorwaarde is wel dat extra woningen mogen alleen worden toegevoegd, als deze passen in de geldende regionale beleidsafspraken voor wonen. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 24: ORANJE NASSAUSTRAAT 5A Inspreker heeft als jonge innovatieve en creatieve ondernemer in de Oranje Nassaustraat mee gewerkt aan een opname over een aantal steden in Zuid-Limburg. Dit om te profileren hoe jong, hip en urban Heerlen is. Daarbij werd het belang van deze authentieke winkelstraat, pand en beleving benadrukt. Door de nieuwe bestemmingsplanregeling is er geen ruimte meer om te experimenteren met nieuwe en hippe concepten, terwijl de straat zoveel potentie (authentieke panden, sfeer, groen, divers aanbod, betrokken ondernemers) heeft. De straat kan bijdragen aan de beleving, die belangrijk is voor de hedendaagse consument, nu alles via internet kan
19
worden gekocht. Het zou jammer zijn als de straat buiten het Centrum valt en geen nieuwe ruimte biedt voor nieuwe ondernemers. Reactie gemeente Zoals beschreven in deel I van dit inspraakverslag onder 1.1.2 is de Oranje Nassaustraat voor het grootste deel geen onderdeel meer van de aangewezen economische hoofdstructuur. Alleen de volgende panden van de Oranje Nassaustraat zijn onderdeel van de hoofdstructuur: de huisnummers 1 t/m 3b zijn onderdeel van het concentratiegebied en de panden met huisnummers 5 t/m 13 zijn onderdeel van het balansgebied. Het overige deel van de straat is aangemerkt als transitiegebied en is geen onderdeel van de hoofdstructuur. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie Zuid-Limburg. Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3. Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd. De behoefte aan fysieke winkels afgenomen. Uit recente CBS-cijfers blijkt dat het aantal winkelvestigingen in Zuid-Limburg de afgelopen 10 jaar is gedaald met bijna 20%. Hieruit blijkt dat het nodig is om in te zetten op een compacter winkelgebied en zo te zorgen voor een aantrekkelijk en levendig centrum.
Het pand Oranje-Nassaustraat 5A ligt in het balansgebied. In dit deel van de hoofdstructuur blijft detailhandel op de begane grond mogelijk. Het pand ligt niet in een horecacluster. Horeca is alleen nog mogelijk waar dit gebruik feitelijk aanwezig is. Deze mogelijkheid vervalt voor dit pand. In het Cityplan Heerlen wordt het wel mogelijk om in het balansgebied ondergeschikte daghoreca te vestigen in combinatie met een andere vorm van commercieel gebruik (blurring). Wonen wordt daarentegen nu ook mogelijk op de begane grond, met inachtneming van de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Hoewel op pandniveau de gebruiksmogelijkheden afnemen, blijft door de wijze van bestemmen voor de straat als geheel wel een mix van functies mogelijk, waardoor deze straat haar aantrekkelijkheid kan behouden. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 25: HOPPENBROUWERS BEHEER– ORANJE NASSAUSTRAAT 25A Inspreker is het er niet mee eens dat door de regeling niet meer zelf mag beslissen om aan iedere willekeurige ondernemer te verhuren: een nieuwe huurder in dezelfde branche actief moet zijn als de vorige huurder. Nu is het een horecapand en mag het z.i. alleen horeca blijven. Hierdoor wordt inspreker gehinderd in het verhuren van het pand. Hij verzoekt om een mix van functies mogelijk te houden. Reactie gemeente Zoals beschreven in deel I van dit inspraakverslag onder 1.1.2 is de Oranje Nassaustraat voor het grootste deel geen onderdeel meer van de aangewezen economische hoofdstructuur. Alleen de volgende panden van de Oranje Nassaustraat zijn onderdeel van de hoofdstructuur: de huisnummers 1 t/m 3b zijn onderdeel van het concentratiegebied en de panden met huisnummers 5 t/m 13 zijn onderdeel van het balansgebied. Het overige deel van de straat is aangemerkt als transitiegebied en is geen onderdeel van de hoofdstructuur. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie Zuid-Limburg.
20
Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3. Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd. Het pand aan de Oranje Nassaustraat 25A ligt in het transitiegebied. De gebruiksmogelijkheden in het transitiegebied voor commerciële functies worden beperkt tot dienstverlening. Detailhandel en horeca zijn alleen nog mogelijk waar deze functies feitelijk aanwezig zijn. Op het pand aan de Oranje Nassaustraat 25A is een functieaanduiding gelegd voor horeca. Het gebruik voor horeca kan hierdoor worden voortgezet. De mogelijkheid om in het pand een winkel te vestigen vervalt wel. Het pand kan dus wel nog gebruikt worden voor horeca en dienstverlening. Dit is ruimer dan inspreker aangeeft in de reactie. Naast de inperking door het vervallen van de mogelijkheid om een winkel in het pand te vestigen, biedt het nieuwe bestemmingsplan ook enkele nieuwe gebruiksmogelijkheden. Wonen wordt nu ook mogelijk op de begane grond, met inachtneming van de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren.
Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Hoewel op pandniveau de gebruiksmogelijkheden afnemen, blijft voor de straat als geheel blijft hierdoor een mix van functies mogelijk. Hierdoor kan deze haar aantrekkelijkheid kan behouden. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 26: HANS SCHINS BV – ORANJE NASSAUSTRAAT 4A Insprekers zijn het niet eens met het Cityplan Heerlen. Volgens hen vervalt de detailhandelsbestemming als de huidige huurder de huur opzegt. Dat is voor insprekers onaanvaardbaar. Reactie gemeente Zoals beschreven in deel I van dit inspraakverslag onder 1.1.2 is de Oranje Nassaustraat voor het grootste deel geen onderdeel meer van de aangewezen economische hoofdstructuur. Alleen de volgende panden van de Oranje Nassaustraat zijn onderdeel van de hoofdstructuur: de huisnummers 1 t/m 3b zijn onderdeel van het concentratiegebied en de panden met huisnummers 5 t/m 13 zijn onderdeel van het balansgebied. Het overige deel van de straat is aangemerkt als transitiegebied en is geen onderdeel van de hoofdstructuur. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie Zuid-Limburg. Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3. Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd. Het pand aan de Oranje Nassaustraat 4a ligt in het transitiegebied. De gebruiksmogelijkheden in het transitiegebied voor commerciële functies worden beperkt tot dienstverlening.
Detailhandel en horeca zijn alleen nog mogelijk waar deze functies feitelijk aanwezig zijn. In het pand aan de Oranje Nassaustraat 4A is nu een reisbureau gevestigd. Dit is dienstverlening. Hierdoor vervallen de mogelijkheden om het pand te gebruiken voor winkel of horeca. Dienstverlening blijft wel mogelijk. Dit hoeft geen reisbureau te zijn. Het mag ook een andere dienstverlener zijn. Naast deze beperking biedt het nieuwe bestemmingsplan ook enkele nieuwe gebruiksmogelijkheden.
21
Wonen wordt nu ook mogelijk op de begane grond, met inachtneming van de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Wat betreft de communicatie over de bestemmingsplanwijziging hebben wij huis-aan-huis in het plangebied een uitnodiging bezorgd voor de inloopavonden over het bestemmingsplan. Daarin is gevraagd aan huurders om eigenaren te informeren. In de uitnodiging stond ook dat het plan ter inzage lag en hoe en wanneer kon worden ingesproken. Daarnaast hebben we de bekendmaking ook in het digitale gemeenteblad geplaatst. Hierop kan iedereen zich abonneren. Als er een bekenmaking is, die belangrijk is voor de abonnee ontvangt deze een mail hier over. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd
REACTIE 27: STATIONSTRAAT 17 Insprekers verzoeken om de horeca-aanduiding te wijzingen in categorie 1 t/m 3 en 5. Immers, het pand leent zich door de ligging en bouw voor het verstrekken van logies en ligt in het stationsgebied waar meer logiesverstrekkers gewenst zijn. In het pand wordt ook nog steeds een restaurant geëxploiteerd. Insprekers wonen op de begane grond, gelijkvloers achter het restaurant. Dit is bedongen bij de aanvang van de exploitatie, onder begeleiding van de gemeente en brandweer, wat geleid heeft tot de nodige vergunningen. Dit woongedeelte is ook i.o.m. de belasting fiscaal vastgelegd. Daarnaast heeft in 2001 en 2003 een interne herschikking plaats gevonden en zijn 10 kamers met eigen voorzieningen, studio’s, gerealiseerd. Verzocht wordt een brede bestemmingsplanregeling dan wel deze in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie (horeca 1-3 en 5, wonen op de begane grond en 10 studio's). Reactie gemeente Op basis van de voorgaande bestemmingsplanregeling was het toegestaan om te wonen achter het restaurant. De woning achter het restaurant past niet in de bestemmingsplanregeling voor de bestemming Centrum, omdat deze bestemming wonen op de begane grond niet toelaat. Daarom wordt voor deze woning een functieaanduiding opgenomen, waardoor één woning op de begane grond alsnog wordt toegestaan.
Gebleken is dat ook de 10 zelfstandige wooneenheden (studio’s), die in 2001 en 2003 zijn gebouwd, passen in het geldende bestemmingsplan. De studio’s zijn gerealiseerd voor de inwerkingtreding van het splitsingsverbod van het Facetbestemmingsplan Stedenbouwkundige Bepalingen. In het ontwerp bestemmingsplan Cityplan Heerlen wordt daarom de aanduiding kamerverhuur weg gehaald, omdat geen sprake blijkt te zijn van kamerverhuur. Alle studio’s hebben zelfstandige voorzieningen, zijn bestemd voor één huishouden en passen hierdoor in de definitie voor wonen van het bestemmingsplan. De studio’s passen in de algemene regeling voor wonen in het Cityplan Heerlen. Hier hoeft dan ook geen speciale regeling voor te worden opgenomen. Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3. Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd. Het pand aan de Stationstraat 17 ligt niet in een horecacluster. Dit betekent dat alleen de mogelijkheden voor horeca worden overgenomen, die nog aanwezig zijn. In het bestemmingsplan is een functieaanduiding opgenomen voor horeca tot en met categorie 2. Een restaurant past in deze horecacategorie, waardoor het gebruik als restaurant mogelijk blijft.
Van een nog in gebruik zijnde logiesfunctie is niet gebleken. De mogelijkheid voor logies wordt daarom niet opgenomen in het bestemmingsplan. Conclusie
22
Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 28: ORANJE NASSAUSTRAAT 30-30A Inspreker heeft bezwaren tegen de aanwijzing van een deel van de Oranje Nassaustraat tot transitiestraat. Omdat in het pand een winkel is geweest vervalt door het bestemmingsplan de mogelijkheid om horeca te vestigen in het pand. Deze verandering is onbegrijpelijk nu de Oranje Nassaustraat begint te verrijzen uit een diep dal. Dit deel van Heerlen moet worden gekoesterd. Het schept ook verwarring in de lopende verkoop van het pand. Reactie gemeente Zoals beschreven in deel I van dit inspraakverslag onder 1.1.2 is de Oranje Nassaustraat voor het grootste deel geen onderdeel meer van de aangewezen economische hoofdstructuur. Alleen de volgende panden van de Oranje Nassaustraat zijn onderdeel van de hoofdstructuur: de huisnummers 1 t/m 3b zijn onderdeel van het concentratiegebied en de panden met huisnummers 5 t/m 13 zijn onderdeel van het balansgebied. Het overige deel van de straat is aangemerkt als transitiegebied en is geen onderdeel van de hoofdstructuur. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie Zuid-Limburg. Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3. Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd.
Het pand aan de Oranje Nassaustraat 30-30A ligt inderdaad in het transitiegebied. Het pand ligt niet in een horecacluster. De gebruiksmogelijkheden in het transitiegebied voor commerciële functies worden beperkt tot dienstverlening. Detailhandel en horeca zijn alleen nog mogelijk waar deze functies feitelijk aanwezig zijn. Inmiddels is op 12 december 2019 een vergunning verleend om de winkel te verbouwen ten behoeve van wonen. Hierdoor vervallen de mogelijkheden voor detailhandel en horeca. Naast deze beperking biedt het nieuwe bestemmingsplan ook enkele nieuwe gebruiksmogelijkheden. Wonen wordt nu ook mogelijk op de begane grond. Inspreker heeft al gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Hoewel op pandniveau de gebruiksmogelijkheden afnemen, blijft voor de straat als geheel blijft hierdoor een mix van functies mogelijk. Hierdoor kan deze haar aantrekkelijkheid kan behouden. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 29: ORANJE NASSAUSTRAAT 31 De invulling van de panden moet flexibel zijn. De bestemming tot alleen detailhandel is te beperkt. Er moeten meer opties zijn (horeca, dienstverlening, detailhandel wonen op de BG). Door internet is enkel detailhandel niet wenselijk. De gemeente wil toch ook een levendige straat. De beperking is kapitaalvernietiging voor de pandeigenaar. Reactie gemeente Zoals beschreven in deel I van dit inspraakverslag onder 1.1.2 is de Oranje Nassaustraat voor het grootste deel geen onderdeel meer van de aangewezen economische hoofdstructuur. Alleen de volgende panden van de Oranje Nassaustraat zijn onderdeel van de hoofdstructuur: de huisnummers 1 t/m 3b zijn onderdeel van het concentratiegebied en de panden met huisnummers 5 t/m 13 zijn onderdeel van het balansgebied. Het overige deel van de straat is aangemerkt als transitiegebied en is geen onderdeel van de hoofdstructuur. Deze
23
onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie Zuid-Limburg. Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3. Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd. Het pand aan de Oranje Nassaustraat 31 ligt in het transitiegebied. Het pand ligt niet in een horecacluster. De gebruiksmogelijkheden in het transitiegebied voor commerciële functies worden beperkt tot dienstverlening. Detailhandel en horeca zijn alleen nog mogelijk waar deze functies feitelijk aanwezig zijn. Op het pand aan de Oranje Nassaustraat 31 is een functieaanduiding gelegd voor detailhandel. Hoewel de mogelijkheden voor horeca vervallen, zijn de gebruiksmogelijkheden ruimer dan in de inspraakreactie staat. Naast dienstverlening kan het gebruik als detailhandel worden voortgezet. Hierbij wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het gebruik voor detailhandel weg te bestemmen, indien sprake is van structurele leegstand van minimaal 3 jaar. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook enkele nieuwe gebruiksmogelijkheden. Wonen wordt nu ook mogelijk op de begane grond, met inachtneming van de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen.
De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Het nieuwe bestemmingsplan biedt ook een extra gebruiksmogelijk om leisure-concepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Hoewel op pandniveau de gebruiksmogelijkheden afnemen, blijft voor de straat als geheel blijft hierdoor een mix van functies mogelijk. Hierdoor kan deze haar aantrekkelijkheid kan behouden. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 30: HOUTHOFF BURUMA namens DELA- GELEENSTRAAT 17 T/M 25 22 T/M 30, 30A, 32 PROMENADE 17,25,25A,27,27A,29,31 Door het voorontwerpbestemmingsplan worden een aantal mogelijkheden uit het vigerende bestemmingsplan City West wegbestemd. Indiener wil de mogelijkheid behouden om bij herontwikkeling woningen te realiseren op de verdiepingen en de verdieping gebruiken voor kantoren en detailhandel. Door het vastleggen van het aantal woningen op het aanwezige aantal worden herontwikkelingen grotendeels beperkt. Op de percelen van inspreker bevinden zich op dit moment immers nog geen woningen. Dit is niet in overeenstemming met het conserverende karakter van het bestemmingsplan en eveneens niet met het beleid. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is op de percelen van inspreker sprake van onbenutte woonbestemmingen, die volgens de toelichting in beginsel niet zullen worden verwijderd. Dit volgt ook niet uit de Structuurvisie Wonen Zuid Limburg. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is op een aantal percelen van inspreker zonder meer kantoren/detailhandel toegestaan. Het voorontwerpbestemmingsplan is hier over niet duidelijk. Inspreker verzoekt om in lijn met het conserverende bestemmingsplan de kantoor en detailhandelsbestemming op de verdieping over te nemen.
Reactie gemeente In paragraaf 1.1.2 van deel I van dit inspraakverslag zijn de uitgangspunten van het economisch beleid beschreven. De panden van inspreekster liggen in de retail hoofdstructuur en zijn deels aangewezen als balansgebied en deels als concentratiegebied. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie ZuidLimburg. Ook het beleid m.b.t. kantoren is hier beschreven, in paragraaf 1.1.3. De grote leegstand van en een dalende behoefte aan kantoren leidt er toe dat onbenutte gebruiksmogelijkheden voor kantoren worden wegbestemd.
24
Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3. Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd. De panden van inspreekster liggen niet in een horecacluster. In paragraaf 1.2 is de beschrijving van het woonbeleid terug te vinden. PANDEN GELEENSTRAAT 17 t/m 25, 22t/m 30, 30A, 32: Deze panden liggen in het balansgebied. In het balansgebied blijft detailhandel mogelijk op de begane grond. Hierbij wordt de vigerende situatie voor detailhandel overgenomen. In enkele panden van inspreekster is ook detailhandel op de verdiepingen aanwezig. Het gaat om de panden Geleenstraat 24-26 en 30-32. Dit blijft ook mogelijk door een specifieke functieaanduiding voor detailhandel, die in het bestemmingsplan is opgenomen. Zoals beschreven vervallen de mogelijkheden om deze panden te gebruik als kantoor. Het blijft wel mogelijk om de panden te gebruiken t.b.v. dienstverlening. De panden liggen niet in een horecacluster. Horeca is alleen nog mogelijk waar dit gebruik feitelijk aanwezig is. Deze mogelijkheid vervalt voor deze panden, met uitzondering voor het pand Geleenstraat 17. Op dit pand ligt een functieaanduiding, waardoor horeca tot en met categorie 3 mogelijk blijft.
Het Cityplan Heerlen maakt het wel mogelijk om in de andere panden van inspreekster aan de Geleenstraat ondergeschikte daghoreca te vestigen in combinatie met een andere vorm van commercieel gebruik (blurring). Wonen wordt in de panden aan de Geleenstraat nu ook mogelijk op de begane grond. Het toevoegen van woningen is toegestaan als deze passen in de geldende regionale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. PANDEN PROMENADE 17, 25, 25A, 27, 27A, 29, 31: Deze panden maken deel uit van het concentratiegebied van de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg. In het ontwerpbestemmingsplan wordt in deze panden weer op alle verdiepingen detailhandel en commerciële dienstverlening mogelijk gemaakt. Wonen blijft in de panden aan de Promenade mogelijk op de boven de begane grond gelegen verdiepingen, met inachtneming van de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen.
De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Indien in panden nog geen woning is gebouwd of vergund kunnen woningen, onder voorwaarden, nog steeds worden gerealiseerd. De binnenplanse mogelijkheid om leisure te vestigen wordt ook opgenomen in de bestemming Centrum. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 31: LEXENCE NAMENS NSI – ’t LOON De reactie richt zich op alle planonderdelen die beperkingen teweeg brengen van de gebruiksen bouwmogelijkheden voor winkelcentrum ’t Loon. Het betreft in elk geval de beperking tot 2 supermarkten en de aanwijzing als balansgebied detailhandel. Het beperken van het aantal supermarkten spoort niet met de potentie voor de toekomst van ’t Loon als boodschappencluster naast het kernwinkelgebied. Door de aanwijzing als balansgebied detailhandel wordt detailhandel beperkt tot de begane grond. Dit is niet in overeenstemming met het huidige gebruik van de eerste verdieping als detailhandel. Daarnaast in onduidelijk wat
25
wel op de verdieping zou zijn toegestaan. Dit raakt inspreker onevenredig in haar eigendomsen commerciële belangen. Daarnaast worden de horecamogelijkheden beperkt tot ondergeschikte horeca en wederom enkel tot de begane grond, met een beperking van het grondvloeroppervlak en het aantal zitplaatsen. Het is onduidelijk wanneer sprake is van een zitplaats. In de toelichting wordt verwezen naar de Structuurvisie Heerlen 2035, waarin wordt geuid op een aanvullende visie voor ’t Loon. Omdat deze visie nog steeds niet is opgesteld is het onevenredig om bij voorbaat het huidige gebruik te beperken. Reactie gemeente In paragraaf 1.1.1 en 1.1.2 zijnde uitgangspunten van het retailbeleid beschreven. Het beleid is gericht op het versterken van aangewezen winkelclusters in de hoofdstructuur. Zoals reeds in de Structuurvisie Heerlen tot 2035 beschreven, is winkelcentrum ’t Loon géén onderdeel van de binnenstad (zijnde het gebied binnen de Cityring), maar heeft wel een functie als wijkverzorgend centrum voor dagelijkse boodschappen. Daarbij is ook aangetekend, dat de winkelfunctie in ’t Loon moet inkrimpen tot het formaat van een wijkboodschappencentrum en voor het overige deel transformatie naar een of meer andere functies noodzakelijk is, een en ander uit te werken in een gezamenlijk op te stellen visie.
Dit beleid is bestendigd in de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL). Daarin is onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten winkelgebieden, die in een hiërarchische verhouding tot elkaar staan en samen de hoofdwinkelstructuur vormen. Het kernwinkelgebied van de binnenstad komt overeen met dat deel van de hoofdstructuur dat is aangewezen als concentratiegebied (groen) en ligt (grofweg) rond de Saroleastraat, Bongerd, Promenade I en de Honigmannstraat. ’t Loon is in de SVREZL opgenomen in de winkelhiërarchie als wijkverzorgend cluster; een deel van ’t Loon is in de SVREZL op kaart aangewezen als balansgebied en is in zoverre onderdeel van de retail-hoofdstructuur. De functie die ’t Loon in het verleden heeft gehad als runshoppingcentrum en concurrerend winkelcentrum naast de binnenstad is nu ook feitelijk niet meer aan de orde, gezien de hoge leegstand. De wijkwinkelfuncties (de winkels voor dagelijkse boodschappen) daarentegen zijn nog steeds intact en floreren. In het ontwerpbestemmingsplan zullen de structurele leegstaande (langer dan 3 jaar) winkels niet meer positief bestemd worden. Ook wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het gebruik voor detailhandel weg te bestemmen, indien sprake is van structurele leegstand van minimaal 3 jaar.
Supermarkten In de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL) wordt ’t Loon aangemerkt als een boodschappencentrum in een wijk. In dergelijke centra zijn geënt op een of meerdere supermarkten als trekkers en daarnaast enig aanvullend winkelaanbod. Hierbij wordt in de SVREZL gedacht aan een indicatieve omvang van 2.000 tot 8.000 m2 wvo, met 15 tot 40 winkels en een benodigd draagvlak van meer dan 15.000 potentiële bezoekers. Dit betekent dat het toestaan van een gemaximeerd aantal m² t.b.v. van het gebruik als supermarkt past in het toekomstbeeld voor ’t Loon als boodschappencentrum in een wijk. Het aantal m² t.b.v. supermarkt zal in het ontwerpbestemmingsplan worden aangepast op het feitelijk aanwezige aantal m². Balansgebied - winkels Op de verbeelding van het voorontwerp bestemmingsplan Cityplan Heerlen is de gebiedsaanduiding opgenomen ‘wetgevingszone – balansgebied detailhandel’. Deze gebiedsaanduiding volgt uit de gedeeltelijke aanwijzing van het balansgebied in de SVREZL. De bestemmingsplanregeling die aan deze gebiedsaanduiding is gekoppeld komt niet overeen met de feitelijke situatie ter plekke. Hier is inderdaad sprake van detailhandel op 2 verdiepingen. Daarom is in het ontwerpbestemmingsplan een specifieke gebiedsaanduiding opgenomen voor het balansgebied, waarbij detailhandel niet meer wordt beperkt tot de begane grond.
In de bestemmingsplanregeling is overigens nog steeds opgenomen dat detailhandel mogelijk is op de onder de 3e verdieping gelegen bouwlagen. Dat zijn de bestaande en deels leegstaande winkelruimtes. In het ontwerpbestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om na 3 jaar structurele leegstand de detailhandelsmogelijkheden weg te bestemmen. Deze aanpak wordt in het hele plangebied van het bestemmingsplan toegepast, voor detailhandel buiten de
26
aangewezen voorzieningenstructuur. Omdat ’t Loon deels is aangewezen als balansgebied, wordt een oppervlakte van 8000 m² (overeenkomend met de oppervlakte van een wijkvoorzieningencluster) ontzien bij de wijzigingsbevoegdheid om structureel leegstaande winkels weg te bestemmen. Balansgebied – horeca In paragraaf 1.3 van het eerste deel van deze inspraaknota is in het kort het horecabeleid beschreven. Dit beleid gaat uit van het versterken van de horeca in het centrum van Heerlen door het clusteren van horecavoorzieningen in een aantal horecaconcentratiegebieden. Buiten deze gebieden worden onbenutte gebruiksmogelijkheden voor horeca wegbestemd. ’t Loon ligt niet in een van de aangewezen horecaconcentratiegebieden. Daarom is het gebruik voor horeca beperkt tot de aanwezige horecameters. Dit zijn voorzieningen in de horecacategorie 1, waarvan de openingstijden zijn afgestemd op de winkels. Deze horecacategorie past ook in het toekomstbeeld van een boodschappencentrum in een wijk. Daarnaast zijn in een winkel of bij een dienstverlener ondergeschikte horecavoorzieningen mogelijk. Het begrip ‘zitplaatsen’ is inderdaad niet gedefinieerd en spreekt o.i. voor zich: de plaats waar iemand kan zitten op meubilair, zoals een stoel, bankje of een kruk. De bestemmingsplanregeling voor horeca wordt niet aangepast.
Visie Een aanvullende visie voor het winkelcentrum is inderdaad nog niet uitgewerkt. Hierover worden wel gesprekken gevoerd. De gebruiksmogelijkheden zijn niet dusdanig beperkt als beschreven in de inspraakreactie. Dit hoeft dan ook niet tot onrust te leiden. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 32: METROPROP - Schinkelstraat 2-4, Honigmannstraat 51 t/m 59, Geerstraat 42 t/m 300 Metroprop e.a. zijn gestart met de gefaseerde uitvoering van de ontwikkeling, waarvoor een positief C-teamadvies is ontvangen. Het betreft een majeure aanpassing van deze locatie, die wordt vormgegeven door een verandering van de huidige functies. De beoogde woonprojecten zijn opgenomen in de prestatieafspraken met Wonen Zuid. Op ambtelijk niveau is gestart met het opstellen van de overeenkomst en er worden onderzoeken uitgevoerd. Verzocht wordt om Schinkel Noord uit het plangebied te halen. VCB heeft uitgesproken de begane grond verder te optimaliseren, mede voor uitbreiding van de bestaande maatschappelijke invulling. De resterende eigendommen zullen gefaseerd worden gerevitaliseerd tot een aantrekkelijk verblijfsgebied. De plannen hangen met elkaar samen en zullen alleen slagen indien het geheel op korte termijn in een nieuw bestemmingsplan wordt geregeld. Doelstelling is dat dit plan na het zomerreces ter visie zal worden gelegd. Verzocht wordt om dit gebied, in het verlengde van Schinkel Zuid deze locatie niet mee te nemen in het beheerplan. Reactie gemeente Uitgangspunt van een actualiserend bestemmingsplan is dat de vigerende rechten worden overgenomen, voor zover dat nog mogelijk. Het kan zijn dat wet- en regelgeving en geldend beleid hiervoor een beperking vormen.
Ontwikkelingen worden hierbij niet meegenomen, als hier nog geen besluitvorming over is geweest. Deze doorlopen een aparte planologische procedure. De geplande ontwikkeling op de genoemde percelen is in november 2018 door de gemeente als kansrijk beoordeeld. In september 2019 een intentieovereenkomst gesloten tussen de gemeente en de ontwikkelende partijen, die op dit moment wordt geactualiseerd. De onderzoeken, die nodig zijn om de haalbaarheid te onderzoeken en planologische procedure voor deze ontwikkeling op te starten, worden nu uitgevoerd. De compensatie voor wonen, die nodig is om de ontwikkeling te realiseren, is afgestemd met en akkoord bevonden door de regio Parkstad.
27
De planologische procedure zal over niet al te lange tijd kunnen worden opgestart. Daarom zal het gebied waar de ontwikkeling zal gaan plaatsvinden uit het plangebied van het Cityplan Heerlen worden gehaald. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 33: METROPROP - Promenade 7t/m 15, Geleenstraat 2 t/m 4 en 18 ALGEMEEN: Het centrum van Heerlen is nog aan het herstellen van de economische klap en de bouwactiviteiten in en rondom het station, die een enorme leegstand in het centrum hebben veroorzaakt. Het Bidboek Urban Heerlen straalde uit dat de gemeente kansen zou bieden voor de transformatie naar een beter functionerende binnenstad. Echter met dit bestemmingsplan worden de mogelijke functies weg bestemd, dan wel dusdanig beperkt dat een nieuwe invulling niet mogelijk is en een doembeeld van verdere verloedering alleen maar groter wordt. Dit bestemmingsplan beperkt het aantal functies en veel functies tot de begane grond en een beperkte invulling van de verdiepingen. Wonen, dat wenselijk wordt geacht als versterking vna de binnenstad is op vele plekken onmogelijk geworden. Hierdoor is er geen basis meer om te investeren in het bestaande vastgoed. CONCREET NAAR DE LOCATIES Op de locatie Promenade 7 t/m 15 met de bestemming Centrum is detailhandel beperkt tot de begane grond en is het aantal woningen dat mag worden gerealiseerd gelijk aan 5. Verdere plancapaciteit wordt er uit gehaald. De flexibiliteit uit de bestemming Centrum halen is zeker niet wenselijk. Voor de locatie Geleenstraat 18 is alleen Horeca toegestaan op de begane grond, maar er zijn meerdere verdiepingen verhuurd aan de horecaondernemer.
Verzocht wordt om het bestemmingsplan op een dusdanige wijze aan te passen, dat de flexibiliteit en mogelijkheden niet worden ingeperkt t.o.v. het vigerende bestemmingsplan. Reactie gemeente In paragraaf 1.1.2 van deel I van dit inspraakverslag zijn de uitgangspunten van het economisch beleid beschreven. De panden van inspreekster liggen in de retail-hoofdstructuur en zijn deels aangewezen als balansgebied en deels als concentratiegebied. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie ZuidLimburg. Ook het beleid m.b.t. kantoren is hier beschreven, in paragraaf 1.1.3. De grote leegstand van en een dalende behoefte aan kantoren leidt er toe dat onbenutte gebruiksmogelijkheden voor kantoren worden wegbestemd. Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3. Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd. De panden van inspreekster liggen niet in een horecacluster. In paragraaf 1.2 is de beschrijving van het woonbeleid terug te vinden. PAND GELEENSTRAAT 18: Dit pand ligt in het balansgebied. In het balansgebied blijft detailhandel mogelijk op de begane grond. Hierdoor wordt de vigerende situatie voor detailhandel overgenomen.
Zoals beschreven vervallen de mogelijkheden om deze panden te gebruik als kantoor. Het blijft wel mogelijk om de panden te gebruiken t.b.v. dienstverlening. Het pand ligt niet in een horecacluster. Horeca is alleen nog mogelijk waar dit gebruik feitelijk aanwezig is. Omdat in het pand Geleenstraat 18 horeca aanwezig is, ligt op dit pand een functieaanduiding, waardoor horeca tot en met categorie 2 mogelijk blijft. Ook de bovenverdieping van het pand wordt gebruikt voor horeca. Daarom zal in het ontwerpbestemmingsplan een specifieke functieaanduiding worden opgenomen, waardoor dit gebruik kan worden voortgezet. Wonen wordt nu ook mogelijk op de begane grond, met inachtneming van de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2.
28
Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. PANDEN GELEENSTRAAT 2-4, PROMENADE 7 t/m 15: Deze panden maken deel uit van het concentratiegebied van de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg. In het ontwerpbestemmingsplan wordt in deze panden weer op alle verdiepingen detailhandel en commerciële dienstverlening mogelijk gemaakt. Wonen blijft in de panden aan de Promenade mogelijk op de boven de begane grond gelegen verdiepingen, met inachtneming van de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Indien in panden nog geen woning is gerealiseerd of vergund, kunnen woningen nog steeds mt een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid worden toegevoegd. Voorwaarde hierbij is dat de toe te voegen woningen passen binnen de geldende beleidskaders. De binnenplanse mogelijkheid om leisure te vestigen wordt ook opgenomen in de bestemming Centrum. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 34: METROPROP - Promenade 37-51 en Honigmannstr. 4a, 8-30 en 36 Het bestemmingsplan beperkt het aantal functies en veel functies tot de begane grond. Hierdoor is invulling van de panden op basis van de nieuwe bestemmingsplanregels op de verdiepingen niet mogelijk. Gevolg een verdere verloedering van de binnenstad. Concreet voor de locaties Geleenstraat Promenade 37 t/m 51 en Honigmannstraat 4a, 8-30 en 36 betekent het plan een beperking van de gebruiksmogelijkheden, omdat detailhandel en dienstverlening worden beperkt tot de begane grond en wonen niet mag worden toegevoegd. Omdat er geen woningen zijn op de eerste verdieping heeft deze geen functionaliteit meer. Inspreker vraagt om de flexibiliteit en mogelijkheden niet in te perken t.o.v. het huidige bestemmingsplan. Reactie gemeente In paragraaf 1.1.2 van deel I van dit inspraakverslag zijn de uitgangspunten van het economisch beleid beschreven. De panden van inspreekster liggen in de retail hoofdstructuur, in het gebied dat is aangewezen als concentratiegebied. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie Zuid-Limburg. Ook het beleid m.b.t. kantoren is hier beschreven, in paragraaf 1.1.3. De grote leegstand van en een dalende behoefte aan kantoren leidt er toe dat onbenutte gebruiksmogelijkheden voor kantoren worden wegbestemd.
Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3. Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd. Met uitzondering van daghoreca, die wel in alle panden in de bestemming Centrum mogelijk blijft. In paragraaf 1.2 is de beschrijving van het woonbeleid terug te vinden. De panden Promenade 37-51 en Honigmannstraat 4a, 8,-30 en 36 maken deel uit van het concentratiegebied van de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg. In het ontwerpbestemmingsplan wordt in deze panden weer op alle verdiepingen detailhandel en commerciële dienstverlening mogelijk gemaakt. De mogelijkheid voor het gebruik als kantoor is, zoals boven beschreven, niet meer mogelijk. Wonen blijft in de panden aan de Promenade mogelijk op de boven de begane grond gelegen verdiepingen. Het toevoegen van woningen is toegestaan als deze passen in de geldende regionale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2.
29
Indien in panden nog geen woning is vergund, kunnen woningen dus nog steeds met en binnenplanse afwijkingsmogelijkheid worden gerealiseerd. Op deze wijze kan de eerste verdieping van de panden ook gebruikt worden voor wonen. Het ontwerp bestemmingsplan biedt een extra gebruiksmogelijk om leisure-concepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 35: METROPROP – SAROLEASTRAAT 45 Het bestemmingsplan beperkt het aantal functies en veel functies tot de begane grond. Hierdoor is invulling van de panden op basis van de nieuwe bestemmingsplanvoorschriften op de verdiepingen niet mogelijk. Gevolg is een verdere verloedering van de binnenstad. Concreet voor de locatie Saroleastraat 45 betekent het plan een beperking van de gebruiksmogelijkheden, omdat detailhandel en dienstverlening worden beperkt tot de begane grond en wonen niet mag worden toegevoegd. Omdat er geen woningen zijn in het pand p de eerste verdieping heeft deze geen functionaliteit meer. Inspreker vraagt om de flexibiliteit en mogelijkheden niet in te perken t.o.v. het huidige bestemmingsplan. Reactie gemeente In paragraaf 1.1.2 van deel I van dit inspraakverslag zijn de uitgangspunten van het economisch beleid beschreven. Het pand Saroleastraat 45 ligt in de retail hoofdstructuur, in het gebied dat is aangewezen als concentratiegebied. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie Zuid-Limburg. Ook het beleid m.b.t. kantoren is hier beschreven, in paragraaf 1.1.3. De grote leegstand van en een dalende behoefte aan kantoren leidt er toe dat onbenutte gebruiksmogelijkheden voor kantoren worden wegbestemd. Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3.
Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd. Met uitzondering van daghoreca, die wel in alle panden in de bestemming Centrum mogelijk blijft. In paragraaf 1.2 is de beschrijving van het woonbeleid terug te vinden. In het ontwerpbestemmingsplan wordt in de panden in het retailconcentratiegebied weer op alle verdiepingen detailhandel en commerciële dienstverlening mogelijk gemaakt. De mogelijkheid voor het gebruik als kantoor is, zoals boven beschreven, niet meer mogelijk. Wonen blijft in dit pand mogelijk op de boven de begane grond gelegen verdiepingen. Het toevoegen van woningen is toegestaan als deze passen in de geldende regionale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Indien in panden nog geen woning is vergund kunnen woningen dus nog steeds worden gerealiseerd. In het nu nog geldende bestemmingsplan zijn in het pand van inspreker nog recreatieve doeleinden mogelijk. In het provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 wordt benoemd dat op Zuid-Limburgse schaal de leegstandsproblematiek ook speelt voor recreatieve voorzieningen.
De rechtstreekse mogelijkheid om recreatieve voorzieningen op de locatie van inspreker te realiseren wordt daarom weg bestemd. In het ontwerp bestemmingsplan Cityplan Heerlen zal wel een mogelijkheid worden opgenomen om af te wijken van de gebruiksmogelijkheden t.b.v. leisure-concepten. Hiervoor is een omgevingsvergunning nodig, waarbij de behoefte en de inpasbaarheid van het initiatief (goed woon- en leefklimaat) moeten worden aangetoond. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd
30
REACTIE 36: METROPROP – PROMENADE 2 Het bestemmingsplan beperkt het aantal functies en veel functies tot de begane grond. Hierdoor is invulling van de panden op basis van de nieuwe bestemmingsplan-voorschriften op de verdiepingen niet mogelijk. Gevolg is een verdere verloedering van de binnenstad. Concreet voor de locatie Promenade 2 betekent het plan een beperking van de gebruiksmogelijkheden, omdat detailhandel wordt beperkt tot de begane grond en eerste verdieping, terwijl ook de 2e verdieping in gebruik is voor detailhandel. Er zijn geen woningen aanwezig en er mogen geen woningen meer worden toegevoegd. Inspreker vraagt om de flexibiliteit en mogelijkheden niet in te perken t.o.v. het huidige bestemmingsplan. Reactie gemeente Inspreker noemt de locatie Promenade 2 als onderwerp van zijn reactie. Gezien de beschrijving wordt echter het pand met adres Saroleastraat 21 bedoeld. De reactie van de gemeente is gebaseerd op het adres Saroleastraat 21. In paragraaf 1.1.2 van deel I van dit inspraakverslag zijn de uitgangspunten van het economisch beleid beschreven. Het pand Saroleastraat 21 ligt in de retail hoofdstructuur, in het gebied dat is aangewezen als concentratiegebied. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie Zuid-Limburg. Ook het beleid m.b.t. kantoren is hier beschreven, in paragraaf 1.1.3.
De grote leegstand van en een dalende behoefte aan kantoren leidt er toe dat onbenutte gebruiksmogelijkheden voor kantoren worden wegbestemd. Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3. Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd. Met uitzondering van daghoreca (horeca categorie 1), die wel in alle panden in de bestemming Centrum mogelijk blijft. In paragraaf 1.2 is de beschrijving van het woonbeleid terug te vinden. In het ontwerpbestemmingsplan wordt in de panden in het retail-concentratiegebied weer op alle verdiepingen detailhandel en commerciële dienstverlening mogelijk gemaakt. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan een van de bezwaren van inspreker. De mogelijkheid voor het gebruik als kantoor is, zoals boven beschreven, niet meer mogelijk. Wonen blijft in dit pand mogelijk op de boven de begane grond gelegen verdiepingen. Het toevoegen van woningen is toegestaan als deze passen in de geldende regionale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Indien in panden nog geen woning is vergund kunnen woningen dus nog steeds worden gerealiseerd.
Op deze wijze kan het pand ook gebruikt worden voor wonen. In het ontwerp bestemmingsplan Cityplan Heerlen zal de mogelijkheid worden opgenomen om af te wijken van de gebruiksmogelijkheden t.b.v. leisure-concepten. Hiervoor is een omgevingsvergunning nodig, waarbij de behoefte en de inpasbaarheid van het initiatief (goed woon- en leefklimaat) moeten worden aangetoond. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 37: METROPROP – SAROLEASTRAAT 22 EN 26 Het bestemmingsplan beperkt het aantal functies en veel functies tot de begane grond. Hierdoor is invulling van de panden op basis van de nieuwe bestemmingsplan-voorschriften op de verdiepingen niet mogelijk. Gevolg is een verdere verloedering van de binnenstad. Concreet voor de locatie Saroleastraat 22 en 26 betekent het plan een beperking van de gebruiksmogelijkheden, omdat detailhandel wordt beperkt tot de begane grond en eerste verdieping, terwijl ook de 2e verdieping in gebruik is voor detailhandel. Er is in beide panden maar één woning aanwezig en er mogen geen woningen meer worden toegevoegd. Inspreker
31
vraagt om de flexibiliteit en mogelijkheden niet in te perken t.o.v. het huidige bestemmingsplan. In paragraaf 1.1.2 van deel I van dit inspraakverslag zijn de uitgangspunten van het economisch beleid beschreven. Het panden Saroleastraat 22 en 26 liggen in de retail hoofdstructuur, in het gebied dat is aangewezen als concentratiegebied. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie ZuidLimburg. Ook het beleid m.b.t. kantoren is hier beschreven, in paragraaf 1.1.3. De grote leegstand van en een dalende behoefte aan kantoren leidt er toe dat onbenutte gebruiksmogelijkheden voor kantoren worden wegbestemd. Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3. Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd. Met uitzondering van daghoreca (horeca categorie 1), die wel in alle panden in de bestemming Centrum mogelijk blijft. In paragraaf 1.2 is de beschrijving van het woonbeleid terug te vinden. In het ontwerpbestemmingsplan wordt in de panden in het retail-concentratiegebied weer op alle verdiepingen detailhandel en commerciële dienstverlening mogelijk gemaakt. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan een van de bezwaren van inspreker.
De mogelijkheid voor het gebruik als kantoor is, zoals boven beschreven, niet meer mogelijk. Wonen blijft in dit pand mogelijk op de boven de begane grond gelegen verdiepingen. Het toevoegen van woningen is toegestaan als deze passen in de geldende regionale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Indien in panden nog geen woning is vergund, kunnen woningen dus nog steeds worden gerealiseerd. Op deze wijze kan het pand ook gebruikt worden voor wonen. In het ontwerp bestemmingsplan Cityplan Heerlen zal de mogelijkheid worden opgenomen om af te wijken van de gebruiksmogelijkheden t.b.v. leisure-concepten. Hiervoor is een omgevingsvergunning nodig, waarbij de behoefte en de inpasbaarheid van het initiatief (goed woon- en leefklimaat) moeten worden aangetoond. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 38: METROPROP - Promenade 8 t/m 10a Het bestemmingsplan beperkt het aantal functies en veel functies tot de begane grond. Hierdoor is invulling van de panden op basis van de nieuwe bestemmingsplan-voorschriften op de verdiepingen niet mogelijk. Gevolg is een verdere verloedering van de binnenstad. Concreet voor de locatie Promenade 8 t/m 10a betekent het plan een beperking van de gebruiksmogelijkheden, omdat detailhandel wordt beperkt tot de begane grond terwijl ook het gehele pand in gebruik is voor detailhandel. Er zijn geen woningen aanwezig en er mogen geen woningen meer worden toegevoegd. Inspreker vraagt om de flexibiliteit en mogelijkheden niet in te perken t.o.v. het huidige bestemmingsplan. Reactie gemeente In paragraaf 1.1.2 van deel I van dit inspraakverslag zijn de uitgangspunten van het economisch beleid beschreven. Het pand Promenade 8 t/m 10 ligt in de retail hoofdstructuur, in het gebied dat is aangewezen als concentratiegebied. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie Zuid-Limburg. Ook het beleid m.b.t. kantoren is hier beschreven, in paragraaf 1.1.3. De grote leegstand van en een dalende behoefte aan kantoren leidt er toe dat onbenutte gebruiksmogelijkheden voor kantoren worden wegbestemd. Het beleid met betrekking tot horeca is beschreven in paragraaf 1.3.
Uitgangspunt is dat horeca wordt geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden om deze te versterken. Mogelijkheden voor horeca buiten deze clusters, die niet zijn benut, worden wegbestemd. Met
32
uitzondering van daghoreca (horeca categorie 1), die wel in alle panden in de bestemming Centrum mogelijk blijft. In paragraaf 1.2 is de beschrijving van het woonbeleid terug te vinden. In het ontwerpbestemmingsplan wordt in de panden in het retail-concentratiegebied weer op alle verdiepingen detailhandel en commerciële dienstverlening mogelijk gemaakt. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan een van de bezwaren van inspreker. De mogelijkheid voor het gebruik als kantoor is, zoals boven beschreven, niet meer mogelijk. Wonen blijft in dit pand mogelijk op de boven de begane grond gelegen verdiepingen. Het toevoegen van woningen is toegestaan als deze passen in de geldende regionale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Indien in panden nog geen woning is vergund, kunnen woningen dus nog steeds worden gerealiseerd. Op deze wijze kan het pand ook gebruikt worden voor wonen. In het ontwerp bestemmingsplan Cityplan Heerlen zal de mogelijkheid worden opgenomen om af te wijken van de gebruiksmogelijkheden t.b.v. leisure-concepten. Hiervoor is een omgevingsvergunning nodig, waarbij de behoefte en de inpasbaarheid van het initiatief (goed woon- en leefklimaat) moeten worden aangetoond.
In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.