Cityplan Heerlen_vastgesteld_1_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 1 Inspraak- en vooroverlegno.pdf
Tekst van het document
INSPRAAK- EN VOOROVERLEGNOTA bestemmingsplan CITYPLAN HEERLEN Het voorontwerp van het bestemmingsplan ‘Cityplan Heerlen’ heeft met ingang van 14 maart 2019 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn twee inloopavonden geweest, op 19 en 21 maart, om het plan toe te lichten en vragen van eigenaren, bewoners en ondernemers te beantwoorden. Tijdens de inspraakperiode kon eenieder een inspraakreactie indienen. Binnen de termijn zijn tijdig 58 reacties binnengekomen. Gedurende deze periode is aan de vooroverleginstanties de mogelijkheid geboden om te reageren op het voorontwerpbestemmingsplan. Er zijn 4 vooroverlegreacties ingekomen. Dit verslag bevat een weergave van de ingediende inspraak- en vooroverlegreacties en de wijze van afhandeling. In deze nota zijn de reacties verkort weergegeven. Bij de afweging van iedere reactie is echter steeds de volledige tekst van indiener betrokken.
LEESWIJZER Gezien het grote aantal inspraakreacties, die inhoudelijk veel overeenkomsten vertonen, is deze inspraaknota opgedeeld in 3 delen: 1. Doel van de bestemmingsplanactualisatie en de geldende beleidsuitgangspunten voor winkels, kantoren, wonen en horeca. Hierbij is ook weergegeven welke gevolgen deze uitgangspunten hebben voor de bestemmingen in het ontwerp bestemmingsplan ‘Cityplan Heerlen’. Dit is uitgewerkt naar bestemming. 2. Wijze van afdoening per inspraakreactie. De beleidsuitgangspunten worden niet per inspraakreactie herhaald. Hierbij wordt verwezen naar het eerste deel van dit inspraakverslag. Er wordt wel nader ingegaan op de locatie waar de inspraakreactie betrekking op heeft. 3. Wijze van afdoening van de vooroverlegreacties.
1
1. DOEL BESTEMMINGSPLAN EN GELDENDE BELEIDSUITGANGSPUNTEN DOEL Het doel van het bestemmingsplan ‘Cityplan Heerlen’ is om bij te dragen aan een getransformeerd mooi en levendig centrum van Heerlen. Deze opgave vraagt onder meer om een nieuw, actueel en onherroepelijk bestemmingsplan voor de binnenstad. Het plan biedt een kader voor wenselijke autonome ontwikkelingen. Daarnaast worden ongewenste ontwikkelingen door het bestemmingsplan tegengegaan. In het Bidboek Urban Heerlen zijn de ambities benoemd om te komen tot een getransformeerd centrum. Daarnaast is regionaal en gemeentelijk beleid opgesteld, gericht op het behoud van de leefbaarheid in onze krimpregio. In het bestemmingsplan wordt uitvoering gegeven aan een aantal van de ambities uit het Bidboek en de gemeentelijke en regionale beleidsuitgangspunten en bestuursafspraken, waaronder de afspraken op het gebied van wonen, retail en kantoren. Daarnaast draagt het bestemmingsplan bij aan de voorwaarden van de provinciale subsidiebeschikking voor Stedelijke Ontwikkeling gemeente Heerlen door voor 2025 het aantal m² winkels en kantoren in het centrum van Heerlen te verminderen.
BELEIDSUITGANGSPUNTEN 1.1 STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG 1.1.1 BESCHRIJVING BELEID
Het beleid over winkels en kantoren is beschreven in de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL). Dit is regionaal beleid, dat door de raad van de gemeente Heerlen en de andere Zuid-Limburgse gemeenten is vastgesteld. De regio wil dat er in Zuid-Limburg een goed leef-, werk- en vestigingsklimaat is en blijft. De economische situatie, de vergrijzing en het afnemen van de bevolking vraagt om een verandering in het denken en handelen. Daarbij is niet het toevoegen van functies belangrijk; de bestaande voorraad en de versterking van de kwaliteit van de bestaande winkels en kantoren moeten centraal staan. De kern van deze structuurvisie is het versterken van de hoofdstructuur. Het doel hiervan is om de leefbaarheid in de kernen zo goed mogelijk in stand te houden en te verbeteren. Dit betekent dat gemeenten hebben gekozen voor de sterkste locaties voor winkels en kantoren. Deze locaties vormen de hoofdstructuur. De hoofdstructuur is verdeeld in concentratiegebieden en balansgebieden. In concentratiegebieden zijn kwalitatieve en kwantitatieve toevoegingen nog mogelijk. In de balansgebieden zijn geen toevoegingen wenselijk en wordt ingezet op verbetering van de kwaliteit. De grenzen van deze gebieden zijn terug te vinden op de onderstaande afbeelding.
Hoofdstructuur winkels in Heerlen Centrum
Hoofdstructuur kantoren in Heerlen Centrum
Groen: concentratiegebied
Groen: concentratiegebied
Geel: balansgebied
Geel: balansgebied
Om de hoofdstructuur sterker te maken kunnen niet alle huidige winkels en kantoren buiten de hoofdstructuur blijven bestaan. Het is nodig om de marktspanning voor winkels en kantoren
2
groter te maken. Zo kan er een gezonde vraag-aanbodverhouding ontstaan. Om daar voor te zorgen is het noodzakelijk om ongewenste bestemmingsplanvoorraad buiten de hoofdstructuur terug te dringen. 1.1.2 DETAILHANDEL-WINKELS
Voor winkels in het bijzonder is het volgende opgenomen in de SVREZL. Het is belangrijk dat de kwaliteit van de binnensteden als belangrijke ontmoetingsplaatsen goed blijft en sterker wordt gemaakt. Daar liggen de grootste kansen voor vernieuwing. Een centrum wordt levendig en aantrekkelijk als er winkels zijn samen met andere voorzieningen (bijv. museum, theater, bioscoop), een mooie omgeving, cultuurhistorische gebouwen en als er mensen wonen. Door te kiezen voor compacte winkelgebieden waar winkels worden geclusterd kan de positie van het centrum gehandhaafd blijven. Dat is niet het geval als het winkelaanbod is versnipperd over het hele centrum of de hele stad. In de SVREZL is daarom vastgelegd dat bestemmingsplannen géén ongewenste uitbreiding voor winkels mogen toelaten. Als bestemmingsplannen worden herzien moet ongewenste onbenutte planologisch ruimte voor winkels buiten de hoofdstructuur worden wegbestemd. Daarnaast is afgesproken om ongewenste benutte winkelbestemmingen buiten de hoofdstructuur (in bebouwing) te respecteren en alleen bij structurele leegstand van minimaal drie jaar de winkels weg te bestemmen. Uit CBS-cijfers van december 2019 blijkt dat het aantal winkelvestigingen in Zuid-Limburg de afgelopen 10 jaar is gedaald met bijna 20%.
Hier blijkt ook uit dat het nodig is om in te zetten op een compacter winkelgebied en zo te zorgen voor een aantrekkelijk en levendig centrum. UITWERKING SVREZL VOOR GEBRUIK WINKEL-DETAILHANDEL PLANGEBIED CITYPLAN HEERLEN
Bestemming Centrum: de grens van deze bestemming in het Cityplan Heerlen komt overeen met het concentratiegebied voor winkels in de hoofdstructuur van de SVREZL. Uit het beleid volgt dat het wegbestemmen van onbenutte winkelmeters in dit gebied niet aan de orde is. Dit betekent dat de vigerende mogelijkheden voor detailhandel uit de nu nog geldende bestemmingsplannen worden overgenomen. Hierdoor is in de meeste panden detailhandel op alle verdiepingen mogelijk. Bij enkele panden zijn de mogelijkheden beperkt tot de begane grond en de daar onder gelegen verdiepingen, omdat dit overeenkomt met de planologische mogelijkheden in het nu nog geldende bestemmingsplan. Bestemming Gemengd: o Een deel van deze bestemming ligt in de hoofdstructuur en is aangewezen als balansgebied. Zie bovenstaande afbeelding onder 1.1.1. Het betreft de Geleenstraat, het noordelijk deel van de Akerstraat, een deel van het Pancratiusplein, het westelijk deel van de Promenade en het zuidwestelijk deel van de Oranje Nassaustraat. De detailhandelsmogelijkheden worden in het balansgebied overgenomen uit de vigerende bestemmingspannen. Dat betekent dat hier winkelvloeroppervlak mogelijk is op de begane grond. Op de overige verdiepingen wordt winkelvloeroppervlak alleen positief bestemd waar dit aanwezig is. o Het overige deel in de gemengde bestemming ligt buiten de hoofdstructuur in het zgn.
transitiegebied. Om er voor te zorgen dat de positie van het centrum van Heerlen wordt behouden is het noodzakelijk om winkels te clusteren in een compacter gebied. Om dit te bereiken worden (versnipperde) onbenutte winkels in het transitiegebied, buiten de hoofdstructuur, wegbestemd. Panden in het transitiegebied waar wel winkels aanwezig zijn, mogen dit gebruik voortzetten. Er wordt wel een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor deze panden: als er sprake is van structurele leegstand van minimaal 3 jaar kan door een wijziging van het bestemmingplan (wijzigingsplan) de mogelijkheid om een winkel in het pand te vestigen worden wegbestemd. Dit conform de regionale beleidsafspraken. De bestemmingen ‘Gemend - Loon’ en ‘Gemengd - Klomp’ vallen in het transitiegebied. Hier wordt dezelfde bestemmingssystematiek gehanteerd, als voor het transitiegebied in de gemengde bestemming. Hierdoor kan de benutte detailhandel worden voortgezet. Ook hier wordt, conform de regionale beleidsafspraken, de wijzigingsbevoegdheid opgenomen om na minimaal 3 jaar structurele leegstand de detailhandelsmogelijkheden weg te bestemmen. Het Loon is voor een deel aangewezen als het balansgebied. Dit deel wordt uitgezonderd van de wijzigingsbevoegdheid.
3
1.1.3 KANTOREN
Voor kantoren is de belangrijkste opgave de verkleining van de kantorenmarkt. Er zijn steeds minder kantoren nodig. Dat komt omdat de werkzame bevolking afneemt, maar ook omdat veel werk wordt geautomatiseerd. Hierdoor wordt de werkgelegenheid voor administratieve functies minder. Daarnaast neemt in kantoren het ruimtegebruik per arbeidsplaats af. Dit wordt in de toekomst nog minder dan nu. De verwachting is dan ook dat in heel Nederland het kantoorgebruik gaat afnemen. De gemiddelde leegstand is nu ongeveer 15%. Volgens prognoses kan de leegstand gaan verdubbelen. De uitbreidingsmarkt wordt een vervangingsmarkt. Dat betekent dat er geen nieuwe kantoren meer bij hoeven te komen. In de SVREZL is daarom vastgelegd dat bestemmingsplannen géén ongewenste uitbreiding voor kantoren mogen toelaten. Als bestemmingsplannen worden herzien moet ongewenste onbenutte planologisch ruimte voor kantoren worden wegbestemd. UITWERKING SVREZL VOOR GEBRUIK KANTOOR PLANGEBIED CITYPLAN HEERLEN
Gezien deze voorgenoemde beleidsuitgangspunten en de feitelijk aanwezige leegstand van kantoren in het centrum van Heerlen is er alleen een kantoorbestemming gelegd op de bestaande kantoorpanden in het plangebied. De onbenutte mogelijkheden voor kantoorpanden worden wegbestemd in het gehele plangebied.
1.2 STRUCTUURVISIE WONEN ZUID LIMBURG 1.2.1 BESCHRIJVING BELEID
Het beleid voor wonen is vastgelegd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL). Ook dit is regionaal beleid dat door de raad van Heerlen is vastgesteld. Doel van deze visie is om te zorgen voor een excellent woon- en leefklimaat in Zuid-Limburg. Om dit te bereiken is een goed functionerende woningmarkt nodig, met aantrekkelijke woonmilieus die elkaar aanvullen. In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) 2014 zijn ruimtelijke principes opgenomen. Bijvoorbeeld ‘meer stad, meer land’ (groter verschil tussen stedelijk en landelijk gebied en concentreren van grootschalige ontwikkelingen in de steden) en dynamisch voorraadbeheer (eerst verbeteren wat er al is, voordat je gaat toevoegen). Voor het gebied Zuid-Limburg is een woonmilieukaart met verschillende woonsferen voor ZuidLimburg ontwikkeld. Het centrum van Heerlen valt in de ‘stedelijke woonsfeer’. Ruimtelijk gezien wordt voor wonen gekozen voor ‘gestructureerde concentratie’. Dat wil zeggen dat ontwikkelingen voor woningbouwplannen binnen de centra moeten plaatsvinden. Hierdoor kan ook de voorzieningenstructuur in de centra beter in stand worden gehouden. De bestemmingsplannen laten veel meer nieuwbouwplannen toe, dan waar vraag naar is. Alleen voor de stedelijke woonsfeer is de vraag groter dan het aanbod. Uit de laddertoets, uitgevoerd door Stec groep (d.d.
30-08-2018) blijkt dat in centrum van Heerlen ruimte is om woningen toe te voegen. Dit is voor een groot deel een vernieuwingsopgave, een verrijking van het bestaande aanbod met nieuwe producten. Het is geen kwantitatieve opgave, want het toevoegen van woningen in het centrum heeft gevolgen voor andere delen van de stad. Omdat mensen naar het centrum verhuizen, die nu nog in andere wijken van de stad wonen, verplaatst het probleem van leegstand zich naar die andere delen van Heerlen. Omdat de bevolkingsdaling blijft doorgaan zal op termijn bij doorbouwen leegstand ontstaan. Daarom kunnen nieuwe woningbouwinitiatieven, ook in het centrum van Heerlen, alleen als de toe te voegen woning passen in de regionale beleidsafspraken. In de SVWZL is opgenomen dat nieuwe woningen mogen worden gerealiseerd als wordt gecompenseerd. Compensatie van een woning is mogelijk door: sloop van een andere woning (verhouding 1 op 1), door een andere woning op een andere manier te gaan gebruiken (onttrekking, verhouding 1 op 1), door financieel te compenseren (mogelijk bij een toevoeging van maximaal 25 woningen) of door woningbouwprojecten van de woningmarktprogrammering af te halen (verhouding 1 op 4).
4
Omdat op dit moment geen sprake is van grote leegstand is het structuurvisiebesluit "Beleidsregel Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021" in januari 2021 vastgesteld door de raad van Heerlen en de andere Zuid-Limburgse gemeenten. In deze beleidsregel wordt de compensatieverplichting losgelaten voor woningbouwplannen die voldoen aan de voorwaarden van dit structuurvisiebesluit: maatschappelijke meerwaarde, planologisch inpasbaar, voorzien in een behoefte en zijn afgestemd met de (sub)regio. Om te zorgen voor een goed functionerende woningmarkt zijn in de SVWZL ook afspraken gemaakt over de inzet van andere instrumenten. Afgesproken is dat gemeentes de mogelijkheden in bestemmingsplannen om een woning te bouwen ook maximaal gaan inperken. Dat gebeurt door het schrappen van onbenutte bouwmogelijkheden en plancapaciteit voor woningbouw. 1.2.2 UITWERKING SVWZL VOOR PLANGEBIED CITYPLAN HEERLEN
Uit de Provinciale Omgevingsverordening Limburg 2014 en het hierop gebaseerde het beleid volgt dat het niet mogelijk is om meer woningen toe te staan in het Cityplan Heerlen, dan het nu aanwezige aantal in het centrum. Ondanks dat uit het woonbeleid (SVWZL) en het economisch-ruimtelijk beleid (SVREZL) volgt dat het versterken van de woonfunctie, naast voorzieningen, nodig is voor een levendig, aantrekkelijk en goed functionerend centrum. Toevoegen van woningen is -in beperkte mate- wel wenselijk. Het bestemmingplan staat alleen de bestaande en onherroepelijk vergunde woningen toe. Er in eerste instantie geen directe uitbreiding van deze woningvoorraad mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan maakt het toevoegen van woningen vervolgens wel mogelijk door een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Voorwaarde is dat de toe te voegen woningen moeten voldoen aan de uitgangspunten van het regionale en gemeentelijke woonbeleid die gelden bij de vergunningaanvraag. Bestemming Centrum: wonen is hier conform de geldende bestemming alleen toegestaan op de verdiepingen. Dit wijzigt niet in het Cityplan Heerlen. Wel geldt de restrictie dat het aantal woningen alleen mag toenemen, als dit past binnen de geldende beleidsuitgangspunten. Bestemming Gemengd: hier is de mogelijkheid om te wonen verruimd, door nu ook wonen op de begane grond mogelijk te maken.
Op basis van de geldende bestemmingsplannen was wonen alleen toegestaan op de verdiepingen. Toe te voegen woningen dienen te passen binnen de geldende beleidsuitgangspunten Bestemming Wonen: hier mag op iedere verdieping worden gewoond. In de algemene regels is opgenomen dat woningen niet mogen worden gesplist. Hierdoor is het niet mogelijk om woningen binnen deze bestemming toe te voegen door deze te splitsen. Het toevoegen van woningen is alleen mogelijk als dit past binnen de geldende beleidsuitgangspunten. Bestemming Gemengd - Loon: hier kunnen de bestaande woningen op de verdiepingen blijvend voor wonen worden gebruikt. Het splitsingsverbod geldt voor alle woningen in het plangebied, dus ook voor de woningen in deze bestemming. Het toevoegen van woningen is alleen mogelijk als dit past binnen de geldende beleidsuitgangspunten. De afwijkingsmogelijkheid om woningen toe te voegen wordt gekoppeld aan een vergunningplicht, waardoor ook een kwalitatieve beoordeling van de toe te voegen woningen kan plaatvinden. 1.3 HORECAVISIE GEMEENTE HEERLEN Ingezet wordt op de versterking van de positie van de binnenstad. Het centrum van Heerlen is in de toekomst de plek in Parkstad waar je heen gaat om te recreëren en anderen te ontmoeten. Er is een sterke vermenging van functies (o.a. winkelen, horeca, werken, wonen) met voor ieder wat wils.
Om de kracht van de horeca beter te benutten wordt ingezet op de clustering van horeca in een aantal strategisch gelegen concentratiegebieden in de binnenstad. Deze concentratiegebieden vullen elkaar aan. Door deze clustering ontstaan in de binnenstad verschillende sterk horecagebieden met een eigen karakter. Horecabedrijven kunnen profiteren
5
van elkaars aanwezigheid, zonder hun eigenheid te verliezen. De horeca wordt zo aantrekkelijker voor meer mensen, omdat er meer keuzemogelijkheden ontstaan, die passen bij de reden van hun bezoek of bezoekmoment. In het centrum is ook horeca aanwezig buiten de clusters. In de meeste gevallen gaat het om daghoreca. Deze vorm van horeca heeft toegevoegde waarde, maar buiten de horecaconcentratiegebieden moet worden voorkomen dat de horeca de andere functies gaat domineren. Hier ligt de nadruk meer op andere functies, zoals winkelen, werken of wonen. Met toevoegingen van horeca moet in deze gebieden zeer terughoudend worden omgegaan. Binnen het centrum kan de functionele scheiding tussen horeca en bijvoorbeeld winkels worden verkleind, door bijvoorbeeld blurring. Dit is bijvoorbeeld horeca in een winkel of bij dienstverlener. Hierdoor ontstaat een aantrekkelijker voorzieningenaanbod. UITWERKING HORECAVISIE GEMEENTE HEERLEN VOOR CITYPLAN HEERLEN
De horecaconcentratiegebieden zijn in het bestemmingsplan opgenomen door gebiedsaanduidingen, die over verschillende bestemmingen heen kunnen liggen. Per gebiedsaanduiding is bepaald welke vorm van horeca ter plekke is toegestaan. De categorieën zijn overgenomen uit de Horecavisie. Bestemming Centrum: dag-horeca is in deze bestemming toegestaan. Deze vorm van horeca kan ook met ander gebruiksmogelijkheden in één pand gecombineerd worden (blurring). Bestaande horecazaken, met een zwaardere horecacategorie, zijn positief bestemd door een functieaanduiding. Bestemming Gemengd: het deel van de gemengde bestemming dat is aangewezen als balansgebied in de SVREZL heeft door de toegestane functies een karakter dat aansluit bij centrumfuncties. In dit gebied wordt het daarom mogelijk gemaakt om functies te mengen door beperkte horeca (dag-horeca, max. 20 zitplaatsen) toe te staan (blurring). Buiten dit gebied is geen blurring toegestaan. In de hele bestemming gemengd worden bestaande horecazaken positief bestemd, door het opnemen van een functieaanduiding. Onbenutte horecatitels, buiten de horecaconcentratiegebieden worden wegbestemd. Bestemming Gemengd ’t Loon: hier wordt het aanwezige aantal m² horeca positief bestemd.
Omdat met toevoegingen van horecazaken buiten de concentratiegebieden terughoudend moet worden omgegaan, maak het Cityplan Heerlen het toevoegen van horecazaken (buiten de daghoreca in de bestemming Centrum) niet rechtstreeks mogelijk. Middels een omgevingsvergunning kan dit wel buiten het bestemmingsplan om worden geregeld. Hierdoor is sturing op kwantiteit, locatie en kwaliteit mogelijk. 1.4 LEISURE – BIDBOEK URBAN HEERLEN Bezoekers komen niet alleen naar de binnenstad om te winkelen, maar ook omdat er iets te beleven valt. Daarbij kan gedacht worden aan leisure-concepten, zoals een expositie in een museum of een spelletje lasergamen. Qua beleving op het gebied van leisure blijft de binnenstad van Heerlen nog achter. Leisure kan makkelijk tot een langere tijdsbesteding in en herhaalbezoek aan de binnenstad leiden. In het Bidboek Urban Heerlen is daarom de ambitie uitgesproken om initiatieven op dat punt te faciliteren. UITWERKING LEISURE VOOR CITYPLAN HEERLEN
6
Een groot aantal voorzieningen voor vrijetijdsbesteding kan gebracht worden onder het begrip leisure. De invloed op de omgeving kan daardoor ook erg verschillen. Dat kan samenhangen met de bezoekersaantallen, maar ook met de aard van de activiteiten. Met name de geluidsbelasting op de omgeving en de parkeervraag spelen daarbij een rol. Omdat er worden steeds nieuwe leisure-concepten worden ontwikkeld, gaat de voorkeur uit naar een zo flexibel mogelijke regeling. Deze regeling moet wel waarborgen bieden voor een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving. Door de grote verscheidenheid in leisure-concepten en de grootte van het gebied waar het bestemmingsplan dit mogelijk wil maken, is niet vooraf met onderzoek te onderbouwen dat in alle mogelijke gevallen en op alle mogelijke locaties sprake is van een goede ruimtelijke ordening, dan wel een goed woon- en leefklimaat. Hierdoor is het niet mogelijk om leisure rechtstreeks mogelijk te maken in het Cityplan Heerlen. In het ontwerp bestemmingsplan zal de bevoegdheid worden opgenomen om af te wijken van de gebruiksmogelijkheden t.b.v. leisure-concepten in de bestemmingen Centrum, Gemengd (ook bij het Loon en in de Klomp) en Kantoor. Deze bevoegdheid wordt gekoppeld aan een vergunningplicht, waar voorwaarden aan worden verbonden.
De vergunning kan worden verleend als door de initiatiefnemer door onderzoek heeft aangetoond dat: er behoefte is aan het te vestigen leisure-concept, en er geen sprake is van overlast ten gevolge van geluid door het initiatief, en er geen of een aanvaardbare toename is van het plaatsgebonden risico en groepsrisico, en er geen significante gevolgen zijn voor een Natura 2000-gebied, en het initiatief kan voldoen aan de parkeernormen; het kan gaan om parkeerplaatsen op eigen terrein, maar er kan ook gebruik worden gemaakt van andere parkeervoorzieningen met voldoende capaciteit in de nabijheid.
7
2. WIJZE VAN AFDOENING INSPRAAKREACTIES REACTIE 1: OMNIPLAN, NAMENS EIGENAREN 3 WOONLAGEN HOMERUSFLAT De inspraakreactie richt zich op het wegvallen van onbenutte woonbestemmingen in het bestemmingsplan Cityplan Heerlen. De eigenaar van eerste 3 verdiepingen van de Homerusflat aan de Apollolaan wil hier op korte termijn woningen gaan realiseren. Deze bouwlagen zijn voorzien 10 appartementsrechten en de huidige eigenaar heeft de ambitie om deze te verbouwen tot meerdere appartementen. Dit plan wordt op dit moment uitgewerkt ter verkrijging van een principebesluit en uiteindelijk een omgevingsvergunning voor het toevoegen van woningen. Hierbij wordt ook nagedacht over de benodigde parkeervoorzieningen Inspreker verzoekt om de wonen op de eerste drie verdiepingen van de Homerusflat te behouden, zodat de langdurige leegstand op deze verdiepingen kan worden omgezet naar een meer wenselijke en leefbaardere situatie. Reactie gemeente Zoals beschreven onder 1.2 Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg in het eerste deel van deze inspraaknota, laat provinciale regelgeving en het regionale beleid het toevoegen van woningen niet toe. Noch feitelijk, noch planologisch. Dat betekent dat woningen die wel nog mogen worden gerealiseerd op basis van het nu nog geldende bestemmingsplan, maar feitelijk niet aanwezig zijn, niet mogen worden overgenomen in het bestemmingsplan Cityplan Heerlen.
In het Cityplan Heerlen wordt bij het in procedure brengen van het vast te stellen bestemmingsplan aanwezige en onherroepelijk vergunde woningen vastgelegd. De vergunde en nog niet gebouwde woningen kunnen aldus nog worden gerealiseerd. Op 19 juli 2020 is de omgevingsvergunning verleend om voor de Apollolaan 42, 44, 46, 48, 50, 96, 98, 100, 102 en 104 drie verdiepingen te verbouwen van kantoren naar appartementen. Deze woningen passen hierdoor in de bestemmingsplanregeling van het ontwerpbestemmingsplan. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 2: KERKBESTUUR PANCRATIUSKERK EN PASTORIE 1. Het kerkbestuur verzoek om de panden aan Het Pancratiusplein 45 en de Pancratiusstraat 41 geen deel uit te laten maken van het concentratiegebied Horeca Pancratiusplein Noord. Er lijkt sprake te zijn van een onjuiste intekening. Inspreker merkt op dat ter plekke een overlap is van de concentratiegebieden horeca Pancratiusplein-zuid en Pancratiusplein-noord. 2. Daarnaast wordt verzocht om voor het pand aan de Pancratiusstraat 41 de gemengde bestemming te handhaven, maar het wonen op de begane grond mogelijk te maken. Dit omdat wordt gebruik voor bewoning en parochiekantoor en geen separate bovenwoning met een eigen ingang heeft. Reactie gemeente Ad 1. De intekening van de horecaconcentratiegebieden is gebaseerd op de kaarten, die deel uitmaken van Horecastructuurvisie. De begrenzingen van deze gebieden zijn in het bestemmingsplan vertaald naar volledige kadastrale percelen. Hierdoor is het mogelijk dat overlap van gebieden is ontstaan, omdat een perceel deels in 2 gebieden kan liggen. Voor deze locaties is nu gekozen voor de aanduiding van het horecaconcentratiegebied met de meeste mogelijkheden. Door de gehanteerde vertaling van de begrenzingen uit de horecanota zijn in het voorontwerp horecaconcentratiegebieden gelegd over het kadastrale perceel waar de kerk en de pastorie op liggen.
Dit is echter niet geheel in overeenstemming met de visie in de Horecavisie gemeente Heerlen voor het gebied rondom het Pancratiusplein. Zoals door inspreker verzocht zal het kadastrale perceel waar de kerk en de pastorie op liggen, uit de begrenzing van de horecaconcentratiegebieden worden gehaald.
8
Ad 2. Zoals beschreven in deel 1 van dit inspraakverslag onder 1.2 wordt in de bestemming Gemengd ook wonen op de begane grond mogelijk gemaakt. De locatie Pancratiusstraat ligt in deze bestemming. Het huidige gebruik van het pand is hierdoor positief bestemd. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 3: DAUTZENBERGSTRAAT 48 Op het pand van inspreker rust de bestemming ‘Centrum’. Deze bestemming laat winkelvloeroppervlakte uitsluitend op de begane grond toe. De kelderruimte van het pand wordt reeds jaren ook deels gebruikt als winkelvloeroppervlakte. Inspreker verzoekt om het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met deze bestaande situatie. Reactie gemeente Zoals beschreven onder punt 1.1.2 wordt in het ontwerpbestemmingsplan Cityplan Heerlen in de bestemming Centrum winkelvloeroppervlak in overeenstemming gebracht met het nu nog geldende bestemmingsplan. Hierdoor blijft ook in het Cityplan Heerlen winkelvloeroppervlak op alle verdiepingen mogelijk op de locatie Dautzenbergstraat 48. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 4: BEWONERS PROMENADE II Insprekers zijn verbaasd over het plan om het perceel Putgraaf 188, na afbraak van het kantoorgebouw, te wijzigen van groen in een parkeervoorziening. Dit omdat onder het gebouw een parkeergarage aanwezig is en er voldoende parkeergelegenheid is in de nabije omgeving. Insprekers verzoeken om op deze locatie de bestemming ‘Wonen’ toe te kennen, omdat hierdoor de bouwdruk op Schinkelkwadrant–Zuid ingrijpend kan worden verlicht. Hierdoor komt bij Schinkelkwadrant-Zuid ruimte voor een royaal en creatief te ontwerpen Central Park, kunnen door een ruiling van gronden juridische procedures worden voorkomen en is de kapitaalvernietiging van de baan. Reactie gemeente De gemeente Heerlen heeft er voor gekozen om het pand aan de Putgraaf 188, na het gebruik als tijdelijk stadskantoor, te slopen. Hiermee draagt de gemeente bij aan de opgave uit het Bidboek Urban Heerlen om kantoormeters uit de markt te halen. Er is niet gekozen voor het wijzigen van de bestemming. Zoals beschreven onder 1.2 Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg in het eerste deel van deze inspraaknota, laat provinciale regelgeving en het regionale beleid daarnaast het toevoegen van woningen zonder compensatie niet toe. Het bestemmingsplan Cityplan Heerlen is een actualiserend bestemmingsplan waar geen ontwikkelingen in worden meegenomen.
Het pand aan de Putgraaf 188 heeft de bestemming Kantoor gehad. Op 27 november 2019 heeft de raad de beheersverordening Gemeentelijke locaties binnenstad Heerlen vastgesteld. Hierin zijn de gebruiksmogelijkheden beperkt tot Verkeer-parkeervoorziening, waarbij ook groenvoorzieningen mogelijk zijn. Dit is in overeenstemming met de verleende sloopvergunning. Het toekennen van een woonbestemming aan dit pand is een ontwikkeling, omdat wonen hier niet is toegestaan. Mocht het wenselijk zijn om de bestemming voor deze locatie te wijzigen, dan wordt hiervoor een separate procedure doorlopen, waarbij de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van een dergelijke ontwikkeling moet worden aangetoond. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 5: DAUTZENBERGSTRAAT 46 Inspreker tekent bezwaar aan tegen het bestemmingsplan, omdat op grond van dit bestemmingsplan enkel nog een winkel mogelijk is. Op dit moment is de vestiging van kantoor, winkel, horeca en dienstverlening mogelijk. Dit betekent een ernstige vermindering van de
9
toekomstige gebruiksmogelijkheden en daarmee recht evenredig een waardevermindering van het pand. Door de verslechterde markt voor winkelruimtes en de beperkte aantrekkelijkheid van de locatie zal er geen of nauwelijks interesse van betrouwbare en solvabele retailers zijn. Inspreker wil daarom een realistische oplossing vinden. Hij wil na het beëindigen van de zijn retail-activiteiten het pand weer omvormen tot een woonhuis. Het pand is in 1933 als woonhuis ontworpen door F. Peutz en inspreker wil de gevel en het interieur van het pand weer terug brengen in de originele stijl. Alsdan zal een ontheffing worden aangevraagd om bewoning ook op de begane grond toe te staan. Reactie gemeente Zoals beschreven in het eerste deel van deze inspraaknota onder 1.1, 1.1.3 en 1.3 dient het aantal onbenutte kantoormeters te worden wegbestemd en is het noodzakelijk om horeca te clusteren in concentratiegebieden. Onder 1.1 en 1.1.2 is beschreven dat het beleid gericht is op het versterken van de voorzieningenstructuur door het kernwinkelgebied compacter te maken. Het compacter maken van het kernwinkelgebied heeft tot doel dat de leegstand hier vermindert en de levendigheid toeneemt. Dit biedt kansen voor de invulling van de panden in dit gebied.
Het is daarom wenselijk dat de plint een commerciële invulling heeft, omdat dit zorgt voor een versterking van de andere aanwezige winkels en dienstverleners. Wonen op de begane grond heeft deze werking niet. Het pand aan de Dautzenbergstraat 46 ligt in de bestemming Centrum. Dit betekent dat de gebruiksmogelijkheden ruimer zijn dan inspreker aangeeft. Op basis het ontwerp van het bestemmingsplan Cityplan Heerlen mag het gehele pand gebruikt worden voor detailhandel, commerciële dienstverlening en daghoreca. Daarnaast mag worden gewoond op boven de begane grond gelegen verdiepingen. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 6: MONDRIAAN, GASTHUISSTRAAT 26 In het pand aan de Gasthuisstraat heeft inspreker beschermd wonen in het kader van de WMO. In de nabije toekomst zullen hier waarschijnlijk veranderingen in optreden. Voor inspreker is het daarom van belang zo veel mogelijk flexibiliteit te behouden. Op dit moment heeft de locatie Gasthuisstraat 26 een dubbelbestemming: maatschappelijk (dienstverlening) en wonen. In het voorontwerp Cityplan Heerlen wordt de bestemming Maatschappelijk met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen zorgvoorziening’. Hierdoor is het alleen maatschappelijke dienstverlening en/of onzelfstandig zorgwonen mogelijk. Hierbij is het aantal kamer gemaximeerd op 16. Het bezwaar richt zich m.n. tegen het maximeren van het aantal plaatsen. Voor de economische levensvatbaarheid zou bij een wijziging in het wettelijke en financiële kader een bezetting mogelijk moeten zijn van 24 plaatsen. Verzocht wordt om het aantal kamers te maximeren op 24. Reactie gemeente Naar aanleiding van de inspraakreactie is getoetst aan de kaders van het beleidsuitgangspunten voor beschermd wonen, de Visie opvang en beschermd wonen Parkstad. Dit regionaal beleid is vastgesteld door de raden van Heerlen en andere Parkstadgemeenten in februari 2018. Op basis van dit beleid is er geen reden om het aantal bewoners te maximeren.
Daarnaast is gekeken naar de ruimtelijke uitstraling van het toelaten van meer bewoners in de groepsaccommodatie. Het gaat om vaste bewoners, die zijn ingeschreven op dit adres. In het pand is altijd interne begeleiding aanwezig. De toevoeging van 8 extra bewoners zou met name op het gebied van parkeren gevolgen kunnen hebben. Dit is getoetst aan de geldende parkeernormen, zoals opgenomen in de Parkeernota 2010. Deze vorm van wonen is te kwalificeren als zorgwoningen. Hiervoor geldt de parkeernorm van 0,6 per kamer. Dit betekent dat voor de toevoeging 4,8 parkeerplaats nodig zouden zijn. Maar in de Parkeernota Heerlen 2010 is een uitzondering opgenomen voor kleinschalige wooninitiatieven (minder dan 10 woningen) in het centrum. Voor deze initiatieven geldt géén minimumparkeernorm. Omdat de locatie Gasthuisstraat ligt in het gebied dat in de parkeernota is aangewezen als centrum en het gaat om minder dan 10 nieuwe zorgkamers, past het verzoek van inspreker in
10
het geldende parkeerbeleid. Het aantal zorgkamers zal in het bestemmingsplan gewijzigd worden in 24. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 7: NICO MEIJER HOLDING bv, SAROLEASTRAAT 45 EN V.D. MAESSENSTRAAT 3 Inspreker kan niet instemmen het voorontwerp bestemmingsplan van de winkelpanden aan Saroleastraat 45 en v.d. Maessenstraat 3. De reden hiervan is dat in deze panden enkel nog detailhandel is toegestaan op de begane grond. Dit betekent een verlies van 1.000m 2 winkelvloeroppervlak en een gigantische prijsdaling van de onroerende goederen. Inspreker dringt er op aan om detailhandel op alle verdiepingen toe te staan. Reactie gemeente De winkelpanden aan de Saroleastraat 45 en v.d. Maessenstraat 3 liggen in het kernwinkelgebied en hebben de bestemming ‘Centrum’. Zoals aangegeven onder 1.1.2 van het eerste deel van deze inspraakverslag zullen de mogelijkheden voor detailhandel in deze bestemming niet worden ingeperkt. De gebruiksmogelijkheden voor detailhandel worden overgenomen uit het nu nog vigerende bestemmingsplan. Hierdoor is het gebruik voor detailhandel toegestaan op alle verdiepingen. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 8: KEULARTZ EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ, GASTHUISSTRAAT 11 Insprekers zijn eigenaar en beheerder van het pand aan de Gasthuisstraat 11. Indien het bestemmingsplan zou worden vastgesteld zoals het nu voorligt zou dat bij leegstand betekenen dat de bestemming horeca komt te vervallen en het pand daardoor onbruikbaar wordt. Het pand is, zonder grote investeringen, niet geschikt te maken voor andere doeleinden. Daarom maken zij bezwaar. Reactie gemeente Hat pand aan de Gasthuisstraat 11 is volledig vergund en ingericht als horecapand. Dit gebruik kan ook onder het Cityplan Heerlen worden voortgezet. In het ontwerp van het Cityplan Heerlen wordt de nu nog geldende bestemming overgenomen. Hierdoor krijgt het pand de bestemming ‘Gemengd’. Deze bestemming maakt wonen (met inachtneming van de voorwaarden om woningen toe te voegen) en dienstverlening mogelijk. Daarnaast wordt de aanduiding voor horeca gehandhaafd. Hierdoor blijft horeca toegestaan. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 9: Oranje Nassaustraat 26-28 Insprekers zijn het er niet mee eens dat de bestemmingen ‘detailhandel en horeca’ voor de panden Oranje Nassaustraat 26-28 worden gewijzigd naar alleen ‘dienstverlening’. Reactie gemeente Zoals beschreven in deel I van dit inspraakverslag onder 1.1.2 is de Oranje Nassaustraat voor het grootste deel geen onderdeel meer van de aangewezen economische hoofdstructuur. Alleen de volgende panden van de Oranje Nassaustraat zijn onderdeel van de hoofdstructuur: de huisnummers 1 t/m 3b zijn onderdeel van het concentratiegebied en de panden met huisnummers 5 t/m 13 zijn onderdeel van het balansgebied. Het overige deel van de straat is aangemerkt als transitiegebied en is geen onderdeel van de hoofdstructuur. Dit betekent dat de gebruiksmogelijkheden voor commerciële functies worden beperkt tot dienstverlening. Detailhandel en horeca zijn alleen nog mogelijk waar deze functies feitelijk aanwezig zijn.
11
De panden Oranje Nassaustraat 26-28 zijn in gebruik als winkel. Conform de beleidsafspraken op het gebied van horeca en retail wordt de gebruiksmogelijkheden voor horeca daarom weg bestemd op deze locatie. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de aanduiding ‘detailhandel’ op de panden gelegd, waardoor dit gebruik kan worden voortgezet. Hierbij wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het gebruik voor detailhandel weg te bestemmen, indien sprake is van structurele leegstand van minimaal 3 jaar. Hoewel dit een beperking betekent t.o.v. het geldende bestemmingplan, zijn in het Cityplan Heerlen wel meer mogelijkheden opgenomen voor de woonfunctie. Er mag nu ook op de begane grond worden gewoond, met inachtneming van het aantal toegestane woningen. Indien in panden nog geen woning is gerealiseerd of vergund, kunnen woningen nog steeds met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid worden toegevoegd. Voorwaarde hierbij is dat de toe te voegen woningen passen binnen de geldende beleidskaders. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden.
In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 10: BECKERS BEDRIJFSMAKELAARS, GEERSTRAAT 103-SCHAKELWEG 5 Inspreker tekent bezwaar aan namens de eigenaren van deze panden, omdat de bestemming in het voorontwerpbestemmingsplan is beperkt tot de bestemming ‘kantoor’. In het vigerende plan is de bestemming ‘Globaal eindplan gebied Schakelweg-Zuid’. Daarin zijn de gronden bestemd voor kantoren, maatschappelijke doeleinden, dienstverlening, horeca, recreatieve doeleinden, showroom en verkeer. In ambtelijke gesprekken met gemeente is de uitbreiding van de bestemming naar wonen en zorgwoningen aan de orde geweest. Thans zijn diverse plannen geïnitieerd en onder de aandacht van marktpartijen van marktpartijen gebracht. Gelet hier op wordt bezwaar aangetekend tegen de in het voorontwerp opgenomen beperking. Reactie gemeente In het voorontwerp Cityplan Heerlen is de bestemming van het pand inderdaad beperkt tot kantoor. Onderstaand wordt per gebruiksmogelijkheid aangegeven hoe hier mee zal worden omgegaan in het ontwerp bestemmingsplan Cityplan Heerlen. Kantoor: dit gebruik wordt overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan Maatschappelijke doeleinden: het gebruik voor maatschappelijke doeleinden wordt overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan.
In de Structuurvisie Heerlen 2035, die in 2015 door de raad is vastgesteld, is beschreven dat door de demografische transitie, de veranderde economische werkelijkheid en de veranderingen in het sociale domein grote invloed hebben op de vraag naar ruimte en vastgoed. Deze vraag neemt hierdoor af. De transitieopgave betrekking heeft op alle typen vastgoed, inclusief maatschappelijk vastgoed. Echter, omdat het beleid nog niet voorziet in het wegbestemmen van onbenutte gebruiksmogelijkheden voor maatschappelijke voorzieningen wordt deze mogelijkheid in stand gehouden. Dienstverlening: het economische beleidsuitgangspunten geven geen noodzaak aan voor het wegbestemmen van het gebruik voor dienstverlening. In het ontwerpbestemmingsplan zal dienstverlening mogelijk worden gemaakt d.m.v. een functieaanduiding. Horeca: zoals beschreven in paragraaf 1.3 van het eerste deel van dit inspraakverslag wordt de horeca in het centrum van Heerlen geclusterd in verschillende horecaconcentratiegebieden. Om zodoende de horeca te versterken. De locatie Geerstraat 103-Schakelweg 5 ligt niet in een dergelijk concentratiegebied. Om uitvoering te geven aan de concentratiegedachte worden de onbenutte gebruiksmogelijkheden voor horeca buiten deze gebieden weg bestemd.
Recreatieven doeleinden: in het provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 wordt benoemd dat op Zuid-Limburgse schaal de leegstandsproblematiek ook speelt voor recreatieve voorzieningen. De rechtstreekse mogelijkheid om recreatieve voorzieningen op de locatie van inspreker te realiseren wordt daarom weg bestemd.
12
In het ontwerp bestemmingsplan Cityplan Heerlen zal wel een mogelijkheid worden opgenomen om af te wijken van de gebruiksmogelijkheden t.b.v. leisure-concepten. Hiervoor is een omgevingsvergunning nodig, waarbij de behoefte en de inpasbaarheid van het initiatief (goed woon- en leefklimaat) moeten worden aangetoond. Showroom: in het geldende bestemmingsplan City-West is een showroom gedefinieerd als een gebouw dat dient voor de uitstalling van goederen t.b.v. detail- en/of groothandel. Onbenutte mogelijkheden voor de verkoop van producten buiten de hoofdstructuur voor winkels worden wegbestemd, zie deel I van het inspraakverslag paragraaf 1.1.1 en 1.1.2. Aangezien de locatie buiten de aangewezen hoofdstructuur ligt wordt het gebruik t.b.v. een showroom ook niet overgenomen in het ontwerp bestemmingsplan Cityplan Heerlen. Verkeer: deze gebruiksmogelijkheden worden niet overgenomen, omdat dit niet meer noodzakelijk voor de ontsluiting van het perceel.
Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 11, 12, 13, 14, 15: WOONCONCEPT VOOR OUDEREN IN CENTRUM Insprekers nemen deel aan een burgerinitiatief om te komen tot een woongroep voor senioren met 8 tot 14 koopappartementen met een gezamenlijke ruimte om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen wonen. De passages in de toelichting van het voorontwerpbestemmingsplan m.b.t. wonen en de gewenste woonkwaliteit spreken hen aan. Insprekers dringen er op aan om de mogelijkheid en creëren van levensloopbestendige woonruimte, liefst in een woongroep, in het centrum open te houden. Daarnaast vernemen insprekers graag op welke wijze de samenwerking met de gemeente om dit initiatief te realiseren gestalte kan krijgen. Reactie gemeente In de nu nog vigerende bestemmingsplannen is wonen in de binnenstad van Heerlen in zeer veel panden mogelijk, deels op alle verdiepingen, deels op de boven de begane grond gelegen verdiepingen. Dit wordt overgenomen in het voorliggend bestemmingsplan ‘Cityplan Heerlen’, waarbij in de zone rond het kernwinkelgebied in de bestemming Gemengd de mogelijkheden worden verruimd. Hier wordt wonen ook op de begane grond mogelijk gemaakt. Insprekers merken terecht op dat wonen in het centrum beleidsmatig gewenst is, omdat dit een versterking van het centrum tot gevolg kan hebben.
Zoals beschreven in deel I van deze inspraaknota onder 1.2 betekent dit echter niet dat woningen zo maar kunnen worden toegevoegd. Het toevoegen van woningen in het centrum leidt immers tot leegstand elders in de stad of de regio. Daarom zijn alleen de bestaande en onherroepelijk vergunde woningen rechtstreeks toegestaan in het plangebied. Uiteraard biedt het voorliggende bestemmingsplan de mogelijkheid om levensloopbestendige woningen te realiseren, binnen dit aantal woningen. De bestemmingsplanregeling staat ook niet aan de weg om een aantal zelfstandige woningen te combineren met een gezamenlijke ruimte. Daarnaast is het mogelijk om initiatieven te realiseren, die een kwalitatieve toevoeging vormen en zodoende wonen in het centrum versterken, conform de regionale beleidsafspraken. De afgelopen jaren hebben medewerkers van de gemeente diverse keren gesprekken gevoerd met de initiatiefnemers over de wijze waarop de gemeente kan ondersteunen in de realisatie van het initiatief. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 16: SRK, ORANJE NASSAUSTRAAT 18 Beleid en infrastructurele verkeersmaatregelen hebben negatieve gevolgen gehad voor de straat. Inspreker ziet er niets in om de straat toegankelijk te maken voor autoverkeer en de mogelijkheden om te wonen op de begane grond. Z.i. zal de aantrekkingskracht om te investeren verdwijnen door de nieuwe regeling en zal de straat verpauperen. Hij wijst op alternatieven, zoals het overkappen van de winkelstraat als mooie aansluiting op het
13
Maankwartier en verzoekt om het bestemmingsplan niet op deze manier verder in procedure te brengen. Reactie gemeente Zoals beschreven in deel I van dit inspraakverslag onder 1.1.2 is de Oranje Nassaustraat voor het grootste deel geen onderdeel meer van de aangewezen economische hoofdstructuur. Alleen de volgende panden van de Oranje Nassaustraat zijn onderdeel van de hoofdstructuur: de huisnummers 1 t/m 3b zijn onderdeel van het concentratiegebied en de panden met huisnummers 5 t/m 13 zijn onderdeel van het balansgebied. Het overige deel van de straat is aangemerkt als transitiegebied en is geen onderdeel van de hoofdstructuur. Dit betekent dat de gebruiksmogelijkheden voor commerciële functies worden beperkt tot dienstverlening. Detailhandel en horeca zijn alleen nog mogelijk waar deze functies feitelijk aanwezig zijn. Op deze panden is een functieaanduiding gelegd voor detailhandel of voor horeca, afhankelijk van het gebruik van het pand. Wonen wordt daarentegen nu ook mogelijk op de begane grond. Het toevoegen van woningen is toegestaan als deze passen in de geldende regionale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2.
Hoewel op pandniveau de gebruiksmogelijkheden afnemen, blijft voor de straat als geheel blijft hierdoor een mix van functies mogelijk, waardoor deze haar aantrekkelijkheid kan behouden. Wat betreft het aantrekkelijk maken van de straat is rond 2012 de openbare ruimte opnieuw ingericht, in overleg met de pandeigenaren. Het wel of niet openstellen van de straat voor autoverkeer wordt niet geregeld in het bestemmingsplan. Dit is een verkeersbesluit. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 17: ONDERNEMERSCOLLECTIEF ORANJE NASSAUSTRAAT De Oranje Nassaustraat is ondanks alle negatieve uitlatingen verzekerd van een stedelijke toekomst. De straat heeft alle ingrediënten in huis om de problematiek van leegstaande winkelpanden te tackelen, o.a. meedenkende pandeigenaren en betrokken ondernemers. De trend van een compacter winkelcentrum met het grootwinkelbedrijf centraal en in de aanloopstraten kleinschalige en onderscheidende detailhandel is een feit. Dit is ook de strekking van de SVREZL. De Retailstructuurvisie 2010-2020 gaat nog uit van opwaardering van de Oranje Nassaustraat, terwijl de straat in de SVRZL wordt aangemerkt als transitiegebied. In het Cityplan Heerlen worden hierin verdere stappen gezet, door bestemmingen die niet worden gebruikt te onttrekken. Met een verder teruggaande flexibiliteit in potentiële huurders en verkoopmogelijkheden. De gemeente moet zich realiseren dat de huurprijzen zijn gedaald, er wordt geïnvesteerd, er zijn nieuwe ondernemers gekomen en de leegstand is lager dan in grote delen van de rest van de binnenstad. Verzocht wordt om de bestemmingen niet te wijzigen. Reactie gemeente Zoals beschreven in deel I van dit inspraakverslag onder 1.1.2 is de Oranje Nassaustraat voor het grootste deel geen onderdeel meer van de aangewezen economische hoofdstructuur.
Alleen de volgende panden van de Oranje Nassaustraat zijn onderdeel van de hoofdstructuur: de huisnummers 1 t/m 3b zijn onderdeel van het concentratiegebied en de panden met huisnummers 5 t/m 13 zijn onderdeel van het balansgebied. Het overige deel van de straat is aangemerkt als transitiegebied en is geen onderdeel van de hoofdstructuur. Dit betekent inderdaad een koerswijziging ten opzichte van Retailstructuurvisie 2010-2020 van Parkstad Limburg. In deze regionale structuurvisie van 2011 wordt nog gesproken over de opwaardering van de Oranje Nassaustraat om de oude aantrekkingskracht te herstellen. Hier is rond 2012 uitvoering aan gegeven door de openbare ruimte in de straat aan te passen. Dit is gebeurd in overleg met de pandeigenaren en ondernemers.
14
Sindsdien is de behoefte aan fysieke winkels afgenomen. Uit recente CBS-cijfers blijkt dat het aantal winkelvestigingen in Zuid-Limburg de afgelopen 10 jaar is gedaald met bijna 20%. Hieruit blijkt ook dat het nodig is om in te zetten op een compacter winkelgebied en zo te zorgen voor een aantrekkelijk en levendig centrum. De gebruiksmogelijkheden in het transitiegebied voor commerciële functies worden daarom beperkt tot dienstverlening. Detailhandel en horeca zijn alleen nog mogelijk waar deze functies feitelijk aanwezig zijn. Op deze panden is een functieaanduiding gelegd voor detailhandel of voor horeca, afhankelijk van het gebruik van het pand. Hierbij wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het gebruik voor detailhandel weg te bestemmen, indien sprake is van structurele leegstand van minimaal 3 jaar. Wonen wordt daarentegen nu ook mogelijk op de begane grond, met inachtneming van de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden.
In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Hoewel op pandniveau de gebruiksmogelijkheden afnemen, blijft voor de straat als geheel blijft hierdoor een mix van functies mogelijk, waardoor deze haar aantrekkelijkheid kan behouden. Rond 2012 is overigens uitvoering gegeven aan de opwaardering van de Oranje Nassaustraat. In overleg met de pandeigenaren is de openbare ruimte toen aangepast. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 18: CARO DESIGN, ORANJE NASSAUSTRAAT 8 De Retailstructuurvisie 2010-2020 vermeldt dat de functie van de Oranje Nassaustraat moet worden hersteld. Ondernemers in de Oranje Nassaustraat hebben veel geïnvesteerd om de straat onder de aandacht te brengen. Desondanks is er toch meer leegstand, maar de huurprijzen zijn gedaald en de leegstand is verhoudingsgewijs laag. Ondernemers hebben geageerd tegen de aanwijzing als transitiegebied in de SVREZL en nu worden bestemmingen weggehaald. Dit zorgt er voor dat het invullen van leegstaande panden wordt bemoeilijkt. Het is vreemd en onduidelijk waarom de straat wordt verdeeld in 3 gebieden: concentratiegebied, balansgebied en transitiegebied. Een van de belangrijkste punten uit de SVREZL is het terugbrengen van de m2 detailhandel. Een groot aantal van die meters zijn er de laatste jaren bijgekomen, met vergunning van de gemeente. Een groot gedeelte hiervan is nog niet ingevuld. Inspreker vraagt zich af waarom er geen aanpak is voor het vullen van panden in het concentratiegebied en bij de leegstand alleen wordt gekeken naar panden die buiten het concentratiegebied of balansgebied. Inspreker heeft vragen bij de clustering van horeca. Hij vraagt waarom geen daghoreca en restaurants in de winkelgebieden worden toegelaten.
Inspreker is er zich terdege van bewust dat er iets moet gebeuren in retailland en dat er geen concrete duidelijke oplossingen zijn. Hij wijst er op dat het MKB belangrijk is en dat gemengde straten interessant zijn. De gemeente moet zorgen voor een uitstekend ondernemers- en klantenklimaat. Men kan ook het aantal detailhandelszaken en horecazaken buiten de clustergebieden limiteren en de vergunningen handhaven zolang de gelimiteerde grens niet overschreden wordt. Velen eigenaren/ondernemers in de Oranje Nassaustraat wonen boven hun pand en zij zullen als het pand niet kan worden verhuurd of verkocht het pand leeg laten liggen en niet meer investeren. Uitbreiding van de woningen is, gezien de grootte, niet noodzakelijk.
Reactie gemeente Zoals beschreven in deel I van dit inspraakverslag onder 1.1.2 is de Oranje Nassaustraat voor het grootste deel geen onderdeel meer van de aangewezen economische hoofdstructuur. Alleen de volgende panden van de Oranje Nassaustraat zijn onderdeel van de hoofdstructuur: de
15
huisnummers 1 t/m 3b zijn onderdeel van het concentratiegebied en de panden met huisnummers 5 t/m 13 zijn onderdeel van het balansgebied. Het overige deel van de straat is aangemerkt als transitiegebied en is geen onderdeel van de hoofdstructuur. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie Zuid-Limburg. Dit betekent inderdaad een koerswijziging ten opzichte van Retailstructuurvisie 2010-2020 van Parkstad Limburg. In deze regionale structuurvisie van 2011 wordt nog gesproken over de opwaardering van de Oranje Nassaustraat om de oude aantrekkingskracht te herstellen. Hier is rond 2012 uitvoering aan gegeven door de openbare ruimte in de straat aan te passen. Dit is gebeurd in overleg met de pandeigenaren en ondernemers. Sindsdien is de behoefte aan fysieke winkels afgenomen. Uit recente CBS-cijfers blijkt dat het aantal winkelvestigingen in Zuid-Limburg de afgelopen 10 jaar is gedaald met bijna 20%. Hieruit blijkt ook dat het nodig is om in te zetten op een compacter winkelgebied en zo te zorgen voor een aantrekkelijk en levendig centrum. Uiteraard is de bestemmingsplanregeling maar één van de instrumenten die worden ingezet om hier aan bij te dragen. De gebruiksmogelijkheden in het transitiegebied voor commerciële functies worden daarom beperkt tot dienstverlening.
Detailhandel en horeca zijn alleen nog mogelijk waar deze functies feitelijk aanwezig zijn. Op deze panden is een functieaanduiding gelegd voor detailhandel of voor horeca, afhankelijk van het gebruik van het pand. Hierbij wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het gebruik voor detailhandel weg te bestemmen, indien sprake is van structurele leegstand van minimaal 3 jaar. Wonen wordt daarentegen nu ook mogelijk op de begane grond, met inachtneming van de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Hoewel op pandniveau de gebruiksmogelijkheden afnemen, blijft voor de straat als geheel blijft hierdoor een mix van functies mogelijk, waardoor deze haar aantrekkelijkheid kan behouden. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.
REACTIE 19: WILLEMSTRAAT 23 Inspreker maakt bezwaar tegen het aan banden leggen van de exploitatie van het pand en de beperking van de woonbestemming in het bestemmingsplan. Reactie gemeente Zoals beschreven in deel I van dit inspraakverslag onder 1.1.2 is de Willemstraat geen onderdeel van de aangewezen economische hoofdstructuur. De straat is aangemerkt als transitiegebied en is geen onderdeel van de hoofdstructuur. Deze indeling is gebaseerd op de Structuurvisie Ruimtelijke economie Zuid-Limburg. In deel 1 van dit inspraakverslag zijn in paragraaf 1.1.1 zijn de uitgangspunten van dit beleid beschreven. In paragraaf 1.1.2 staat wat dit betekent voor het bestemmingsplan. De gebruiksmogelijkheden voor de panden in het transitiegebied worden voor commerciële functies beperkt tot dienstverlening. Detailhandel en horeca zijn alleen nog mogelijk waar deze functies feitelijk aanwezig zijn. In het pand aan de Willemstraat 23 is een winkel aanwezig. Dit betekent dat hier detailhandel mogelijk blijft. Die mogelijkheid was in het voorontwerpbestemmingsplan nog niet opgenomen. Hierbij wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het gebruik voor detailhandel weg te bestemmen, indien sprake is van structurele leegstand van minimaal 3 jaar.
16
In het bestemmingsplan Cityplan Heerlen wordt wonen nu ook mogelijk op de begane grond, met inachtneming van het aantal toegestane woningen in het plangebied. Indien in panden nog geen woning is gerealiseerd of vergund, kunnen woningen nog steeds met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid worden toegevoegd. Voorwaarde hierbij is dat de toe te voegen woningen passen binnen de geldende beleidskaders. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
REACTIE 20: ORANJE NASSAUSTRAAT 27 Inspreker doet reeds 50 jaar zaken in de Oranje Nassaustraat en probeert de straat en het winkelgebied tot een aantrekkelijk winkelgebied te maken. Door de invulling van de panden te beperken daalt de waarde van het onroerend goed (pensioen) en wordt de mogelijkheid om bereidwillige ondernemers te huisvesten zoals zij dat wensen beperkt. Reactie gemeente Zoals beschreven in deel I van dit inspraakverslag onder 1.1.2 is de Oranje Nassaustraat voor het grootste deel geen onderdeel meer van de aangewezen economische hoofdstructuur. Alleen de volgende panden van de Oranje Nassaustraat zijn onderdeel van de hoofdstructuur: de huisnummers 1 t/m 3b zijn onderdeel van het concentratiegebied en de panden met huisnummers 5 t/m 13 zijn onderdeel van het balansgebied. Het overige deel van de straat is aangemerkt als transitiegebied en is geen onderdeel van de hoofdstructuur. Deze onderverdeling is gebaseerd op de aangewezen hoofdstructuur in de Structuurvisie Ruimtelijke economie Zuid-Limburg. De gebruiksmogelijkheden in het transitiegebied voor commerciële functies worden beperkt tot dienstverlening. Detailhandel en horeca zijn alleen nog mogelijk waar deze functies feitelijk aanwezig zijn. Op het pand aan de Oranje Nassaustraat is een functieaanduiding gelegd voor detailhandel. Het gebruik als detailhandel kan hierdoor worden voortgezet.
Hierbij wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het gebruik voor detailhandel weg te bestemmen, indien sprake is van structurele leegstand van minimaal 3 jaar. Naast deze beperking biedt het nieuwe bestemmingsplan ook enkele nieuwe gebruiksmogelijkheden. Wonen wordt daarentegen nu ook mogelijk op de begane grond, met inachtneming van de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen. De achtergrond van deze wijze van bestemmen is terug te vinden in deel I van het inspraakverslag in paragraaf 1.2. het inspraakverslag in paragraaf 1.2. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook een extra gebruiksmogelijk om leisureconcepten te realiseren. Hiervan kan gebruik worden gemaakt als de nieuw te vestigen leisure geen overlast oplevert voor de omliggende panden. In paragraaf 1.4 van deel I van de dit inspraakverslag is beschreven onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Hoewel op pandniveau de gebruiksmogelijkheden afnemen, blijft voor de straat als geheel blijft hierdoor een mix van functies mogelijk. Hierdoor kan deze haar aantrekkelijkheid kan behouden. Conclusie Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd.