Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 7 Archeologie
Tekst van het document
Wel zal (een deel van) het vondstniveau in de onderzijde van de bouwvoor zijn opgenomen. Van groter belang voor de gaafheid en conservering van zowel vuursteenvindplaatsen als sporenvindplaatsen, is het bouwontwikkeling die binnen voorliggend plangebied heeft plaatsgevonden. Gezien de aanwezige bebouwing en activiteiten uit het verleden die daartoe geleid hebben (nivellering, delfstofwinning mogelijk, etc.) bestaat de kans dat het archeologische sporenniveau in de top van de ongeroerde bodem deels of zelfs geheel is verstoord. Plaatselijk moet rekening gehouden worden met (diepe) bodemroeringen. Gespecificeerde archeologische verwachting voor dit plangebied Indien binnen het plangebied sprake is van een intacte ongeroerde natuurlijke ondergrond kan op basis van de landschappelijke situering een middelhoge tot hoge archeologische verwachting uitgesproken worden voor archeologische resten uit alle perioden daterend
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 34
vanaf het midden-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Specifiek is deze verwachting dan: - hoog voor paleolithische en mesolithische resten van jagers-verzamelaars gemeenschappen, - hoog voor bewoning en/of begraving voor resten van agrarische gemeenschappen uit alle periodes vanaf het neolithicum tot en met Romeinse tijd, - hoog voor off site fenomenen vanaf de middeleeuwen, - middelhoog voor off site fenomenen uit alle periodes tot en met de Romeinse tijd Indien binnen het plangebied echter sprake is van een (diep) verstoorde natuurlijke ondergrond (zoals is aangetroffen direct ten noordoosten van voorliggend plangebied), dan is de verwachting voor archeologische resten uit alle perioden als laag in te schatten.
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 35
2.8 Onderzoeksstrategie (LS05) Doel van het inventariserend booronderzoek verkennende fase is om vast te stellen hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze nog intact is en of hierin behoudenswaardige archeologische resten aanwezig (kunnen) zijn. Daarbij dient met name te worden nagegaan of de oorspronkelijke bodem bestaat uit een leembrikgrond, of deze nog aanwezig is, hoe dik de betreffende briklaag (Bt-horizont) nog is, of er sprake is van afdekkend colluvium en in hoeverre eventuele archeologische niveaus (sub)recent dusdanig vestoord zijn dat de kans op de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten laag is. Regulier wordt uitgegaan van een minimale boordichtheid van vijf boringen per hectare. Een dergelijke boordichtheid voldoet om de bodemopbouw doelmatig en betrouwbaar te karakteriseren en een eventuele grootschalige verstoring nader vast te stellen. De boringen worden dan in een regelmatig driehoeksgrid over het plangebied verdeeld.
Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek zal worden aangegeven welk type bodems binnen het plangebied voorkomen, in hoeverre de bodem door (sub)recente grondwerkzaamheden zoals bouwactiviteiten, afgravingen en egalisaties is verstoord, wordt het verwachtingsmodel eventueel aangepast en zal worden aangegeven in een hoeverre (karterend) vervolgonderzoek naar archeologische indicatoren, materiële resten en sporen wenselijk en zinvol is en welk type onderzoek hiervoor het meest geschikt is. Regelmatig verdeeld over het plangebied acht boorlocaties geselecteerd ter plaatse van de onbebouwde of onverharde terreindelen (groenzones). Hierdoor wordt binnen het 1,59 hectare grote plangebied een boordichtheid bereikt van acht boringen per hectare. Van alle boorpunten wordt de NAP-hoogte bepaald door middel van het AHN of een waterpas. De AHN-hoogtedata hebben in principe een nauwkeurigheid van 5 cm. De boorlocaties (RD-coördinaten) worden in het veld vastgesteld met behulp van een GPS. De boorprofielen worden beschreven op basis van de ASB 5.2. In verband met de begroeiing en verharding van het plangebied is geen oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin zijn bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd kunnen worden op de aanwezigheid van archeologische
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 36
3 Veldonderzoek 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boorgrid: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:
regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 24). Edelmanboor met diameter van 7 cm. 8 ca. 40 * 50 m 5 boringen per hectare 25 - 130 cm –Mv GPS, meetlint en waterpas Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)
Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de verharding en begroeiing van het plangebied was geen oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in Bijlage 1. De boringen 2, 3, 4, 5, 7 en 8 zijn gestuit voordat de beoogde einddiepte van de boring kon worden gerealiseerd. Boring 6 is niet geplaatst.
3.2 Resultaten en interpretatie booronderzoek
(VS03)
Uit de boorresultaten blijkt dat ter plaatse van het plangebied sprak is van een lössleembodem. Deze is aangetroffen in de boringen 1 en 7. In boring 1 (figuur 20) is een AC-profiel vastgesteld. De C-horizont bestaat uit een primaire (eolische) gele lössleem. De Ap-horizont is 25 cm dik. De verwachte Bt-horizont die kenmerkend is voor een (berg)brikgrond ontbreekt volledig. Dit impliceert dat de oorspronkelijke bodem ter plaatse sterk is aangetast, mogelijk door bodemerosie. In boring 7 (figuur 22) is tot 110 cm –mv een zwak tot matig zandige leembodem vastgesteld. De aanwezigheid van puin- en steenkooldeeltjes in combinatie met een zeer heterogene, sterk gevlekte structuur duidt op een opgebracht bodempakket. Tussen 80 en 110 cm –mv is een licht grijsbruine, puinhoudende en sterk gevlekte bodemlaag vastgesteld die is geïnterpreteerd als een afgedekte A-horizont. Onder deze A-horizont is tot 130 cm – mv lichtbruine leemlaag met grijze humusvlekken aangetroffen. Deze laag is geïnterpreteerd als colluvium maar kan ook zijn opgebracht. De boring is gestuit op steenachtig materiaal, eventueel grof grind. In boring 3 is tot 80 cm –mv een sterk zandig leemlaag met grof baksteenpuin aangetroffen. De laag is geïnterpreteerd als een opgebrachte laag. De boring is gestuit op steenachtig materiaal.
De overige boringen 2, 4, 5 en 8 zijn ondiep gestuit op grind of overig steenachtig materiaal. Het opgeboorde materiaal bestaat hier uit recent opgebracht uiterst grof zand. Deze
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 37
boringen bieden geen inzicht in de aan- dan wel afwezigheid van een oorspronkelijk bodemprofiel en de aard en mate van intactheid van dit profiel.
Figuur 20: Foto van boring 1, uitgelegd per meter van links naar rechts.
Figuur 21: Foto van boring 5, uitgelegd per meter van links naar rechts.
Figuur 22: Foto van boring 7, uitgelegd per meter van linksboven naar rechts onder.
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 38
Figuur 23: Boorprofielen
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 39
Figuur 24: Plangebied met boorpunten.
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
4 Conclusies en aanbevelingen
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 40
(VS07)
4.1. Conclusie In april 2022 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op het terrein van het winkelcentrum Giesen Bautsch, aan de Bautscherweg te Heerlen. Het archeologisch vooronderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) middels verkennende boringen en een bureaustudie. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: Kan op basis van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat voor het plangebied in zijn oorspronkelijke toestand een overwegend hoge archeologische verwachting geldt. Specifiek is deze verwachting: - hoog voor paleolithische en mesolithische resten van jagers-verzamelaars gemeenschappen, - hoog voor bewoning en/of begraving voor resten van agrarische gemeenschappen uit alle periodes vanaf het neolithicum tot en met Romeinse tijd, - hoog voor off site fenomenen vanaf de middeleeuwen, - middelhoog voor off site fenomenen uit alle periodes tot en met de Romeinse tijd.
De huidige reliëftoestand van het plangebied als gevolg van de (sub)recente aanleg van infrastructuur en bebouwing, in combinatie met de veldonderzoeksresultaten ter plaatse (boringen) en op aangrenzende locaties (gravend onderzoek), duidt er echter op dat de oorspronkelijke holocene bodem sterk zal zijn verstoord. Hierdoor kan de archeologische verwachting met betrekking tot behoudenswaardige archeologische resten uit alle perioden vanaf het laat-paleolithicum worden bijgesteld naar laag. Voor het midden-paleolithicum blijft de archeologische verwachting hoog vanwege de situering van het plangebied binnen een dalhoofdbekken en aangezien de aanwezigheid van afgedekte en ongeroerde paleobodems uit het Pleistoceen in diepere lösslagen niet kan worden uitgesloten.
4.2. Selectieadvies Vanwege de bijstelling van de archeologische verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten naar laag, wordt geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. De oorspronkelijke holocene bodem binnen het plangebied is naar verwachting daarvoor tijdens de bouw van het huidige winkelcentrum te sterk verstoord. Enkel de aanwezigheid van dieper gesitueerde paleobodems in de eventueel nog resterende lössafzettingen met behoudenswaardige midden-paleolithische resten kan vooralsnog niet worden uitgesloten. Daarvoor blijft een hoge archeologische verwachting van toepassing en wordt geadviseerd archeologisch vervolgonderzoek middels mechanische grondboringen uit te voren zodra de graafwerkzaamheden van de nieuwbouw beduidend dieper gaan ten opzichte van de graafwerkzaamheden die ten behoeve van de huidige inrichting zijn
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 41
uitgevoerd c.q. beduidend dieper gaan dan het huidige maaiveldniveau. Ter afweging hiervan is vooraf een nadere specificatie van de graafwerkzaamheden gewenst. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 42
5. Literatuur en bronnen Literatuur Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie. De hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 1997. Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A., 1997. De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie, Assen. Broek, J.M.M. van den, 1958. Bodenkunde und Archaeologie mit besonderer Bezugnahme auf die Ausgrabungen im Neolithicum von Sittard und Geleen. Palaeohistoria, VI/VII, 7-18. Bunnik, F.P.M., 1999. Vegetationsgeschichte der Lößbörden schwisssen Rhein und Maas von der Bronzezeit bis in die frühe Neuzeit. PhD-thesis universiteit Utrecht. Dijkstra, J., 1997. Aanvullend Archeologisch Onderzoek (AAO), vindplaats Kerkrade-Winckelen, verkaveling Maar-West. ROB Rapportages Archeologische Monumentenzorg 51. Hensen, G., 2006. Inventariserend veldonderzoek, deel karterend, Bovenste Caumer te Heerlen. Synthegra-rapport 176022, Weert. Hoevenberg, J. & J.J. van Suijlekom, 2004. Heerlen, Romeinenstraat. Archeologisch vooronderzoek. BILAN-rapport 2004/85. Jager, D.H. de, 1999. Vinex-locatie Hoogveld, gemeente Heerlen. Een aanvullende archeologische inventarisatie. RAAP-rapport 445. Kerkstra, K. e.a. (red.), 2007. Landschapsvisie Zuid-Limburg. Provincie Limburg en Universiteit Wageningen. Kuyl, O.S., 1980.
Toelichting bij de Geologische kaart van Nederland 1: 50.000, blad Heerlen (62W oostelijke helft, 620 westelijke helft). Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Mulder, E.F.J de e.a. (red.), 2003. De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten Paulussen, R. & Y. Raczynski-Henk, 2014. Buitenring Parkstad Limburg, Parkstad Gemeenten en Nuth. Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Geo-archeologisch booronderzoek naar de verdiepte delen. Eijsden (ArcheoPro Archeologisch Rapport 13104). Raczynski-Henk, Y., R. Paulussen, B. Weekers-Hendrikx & R. Machiels, 2018: Wie sjoeën oos Limburg waor. Een openluchtvindplaats uit het Midden-Paleolithicum in het tracé van de Buitenring Parkstad Limburg. Proefsleuvenonderzoek en een archeologische opgraving. Amersfoort (ADC rapport 4482). Renes, J., 1988. De geschiedenis van het Zuid-Limburgse cultuurlandschap, Maastricht.
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 43
Schorn, E.A., 2022. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase (booronderzoek) Brede Maatschappelijke Voorziening, Vullingsweg te Heerlen, Gemeente Heerlen. KSP-rapport 21031. Wijk, I. van & J. Orbons, 2009. Archeologische (verborgen) schatten/waarden van Valkenburg op de kaart gezet. Een archeologische beleidskaart voor de gemeente Valkenburg aan de Geul. Archol-rapport 121.
Bronnen Grote historische Provincie Atlas van Nederland; deel 4 Zuid-Nederland 1838-1857 1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Limburg; 1894-1926 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000 Deel 4 Zuid-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, IKAW 3.0 (Indicatieve kaart Archeologische Waarden), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, AMK (Archeologische monumentenkaart), Amersfoort. Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989 Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820 Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij twaalf provinciën. Landsmeer.
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 44
Digitale bronnen Ruimtelijke plannen: http://www.ruimtelijkeplannen.nl Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Archis III: http://archis.cultureelerfgoed.nl Luchtfoto: http://www.pdok.nl
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 45
6. Bijlages Bijlage 1: Verklarende woordenlijst Verklarende woordenlijst AHN Actueel Hoogtebestand Nederland AMK Archeologische Monumentenkaart ASB Archeologische Standaard Boorbeschrijving Archis Archeologisch Informatie Systeem BP Before Present (present=1950) GIS Geografische Informatie Systemen GPS Global Positioning System IKAW Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden IVO Inventariserend VeldOnderzoek KLIC Kabels en Leidingen Informatie Centrum KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie -mv Onder maaiveld NAP Normaal Amsterdams Peil PVA Plan van Aanpak PVE Programma van Eisen RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed SBB Standaard Boor Beschrijvingsmethode SIKB Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
Bijlage 2: Archeologische tijdschaal Periode Midden- en Laat Paleolithicum (oude steentijd) Mesolithicum (midden steentijd) Neolithicum (nieuwe steentijd) Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Volle middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd
Versie: 29-04-2022
Datering 250.000
- 9000
9000 4500 2000 800 12 v chr. 500 1000 1250 1500
-
4500 2000 800 12 v. chr. 500 n. chr. 1000 1250 1500 heden
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 46
Bijlage 3: Overzicht vondstlocaties Zaak nr: Coordinaat Periode 2021040100 199040/319400 Romeinse tijd
Vondsten Keramiek, metaal, onbekend
Complexen Bewoning, cultus
2028461100 197750/319350 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Middeleeuwen
Keramiek, vuursteen
Onbekend
2028461100 198250/319500 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Middeleeuwen
Keramiek, vuursteen
Onbekend
2028461100 198125/319125 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Middeleeuwen, Nieuwe Tijd
Keramiek, vuursteen
Onbekend
2028461100 198000/319500 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Nieuwe Tijd 2028461100 197950/319500 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum 2041112100 199060/319400 Romeinse tijd
Keramiek, vuursteen
Onbekend
Vuursteen
Onbekend
Geen
Bewoning
2041112100 199040/319400 Romeinse tijd
Gebruiksmateriaal, keramiek
Bewoning
2041112100 199120/319300 Romeinse tijd 2110051100 198456/320307 Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen, Nieuwe Tijd
Keramiek, metaal Keramiek, metaal
Bewoning Bewoning, onbekend
2111964100 198903/320866 Nieuwe Tijd
Gebruiksmateriaal, keramiek, onbekend
Agrarisch
2903950100 199200/320100 Romeinse tijd, Middeleeuwen Geen
Bewoning
2920969100 199060/319550 Romeinse tijd
Bewoning
Versie: 29-04-2022
Keramiek
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 47
2921957100 197950/320100 Romeinse tijd
Geen
Infrastructuur
3042095100 199080/319570 Romeinse tijd 3135464100 199060/319550 Romeinse tijd
Geen Onbekend
Onbekend Bewoning
3135853100 198230/319760 Romeinse tijd
Gebruiksmateriaal
Infrastructuur
3135894100 198390/320260 Romeinse tijd
Bewoning
3136063100 198390/320260 Romeinse tijd
Bot, gebruiksmateriaal, keramiek, onbekend Keramiek
3160193100 199080/319570 Romeinse tijd 3975865100 198508/320272 Nieuwe Tijd
Keramiek, onbekend Keramiek
Bewoning Geen
Bewoning
Bijlage 4: Overzicht archeologische monumenten AMK nr:
Coordinaat
Periode
Complex
15737
198401.9/320267.3 Romeinse tijd
16505
197697.1/320458.2 Middeleeuwen, Nieuwe Nederzetting, Tijd onbepaald
Romeins villa(complex)
Bijlage 5: Overzicht archeologische onderzoeksmeldingen Zaak nr:
Coordinaat
2021040100 199040/319400 Oppervlak: 0.249175 ha.
Onderzoek
Periode
Vondsten
Opgraving
Romeinse tijd
Keramiek, metaal, onbekend Bewoning, cultus
Paleoliticum, mesoliticum,
Keramiek, vuursteen
2028461100 198108.3/319402.2 Booronderzoek
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Complexen
Onbekend
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
Oppervlak: 54.7573 ha.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 48
neoliticum, middeleeuwen, nieuwe tijd
2041112100 201260/320523.8 Bureauonderzoek Neoliticum, romeinse tijd, Oppervlak: 2223.65 middeleeuwen ha. 2042522100 199566/320035 Booronderzoek Oppervlak: 5.06443 ha. 2088045100 198472/320206 Booronderzoek Oppervlak: 1.98854 ha. 2110051100 198449/320309.1 Booronderzoek Oppervlak: 0.133647 ha. 2111964100 198907.5/320857.3 Proefsleuven Oppervlak: 2.85094 ha.
Onbekend
Bouwmateriaal, Bewoning, gebruiksmateriaal, grafveld, keramiek, metaal, vuursteen, onbekend onbekend Geen Geen
Onbekend
Geen
Bronstijd, ijzertijd, romeinse Keramiek, metaal tijd, middeleeuwen, nieuwe tijd Nieuwe Tijd Gebruiksmateriaal, keramiek, onbekend
Bewoning, onbekend
2140792100 197464.9/319714.3 Booronderzoek Oppervlak: 1.5939 ha.
Onbekend
Geen
Geen
2140979100 197762.8/323617.6 Booronderzoek Oppervlak: 62.0847 ha.
Paleoliticum, mesoliticum, neoliticum, bronstijd, ijzertijd, romeinse tijd, middeleeuwen, nieuwe tijd
Keramiek, vuursteen
Onbekend
2233918100 198167.4/320688.5 Bureauonderzoek Onbekend Oppervlak: 0.443652 ha.
Geen
Geen
2313110100 194248.5/322991.1 Bureauonderzoek Onbekend
Geen
Geen
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Geen
Agrarisch
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 49
Oppervlak: 21128.33 ha. 2422291100 198278.7/321007.1 Booronderzoek Onbekend Oppervlak: 3.57746 ha. 2464582100 198466.8/319367.2 Booronderzoek Onbekend Oppervlak: 1.04274 ha. 2475825100 197201.6/321823.5 Bureauonderzoek Onbekend Oppervlak: 4.06299 ha. 4013844100 198062.1/320594 Proefsleuven Romeinse tijd, Oppervlak: 2.24498 middeleeuwen, nieuwe tijd ha. 4553450100 198931.7/319448.6 Bureauonderzoek Onbekend Oppervlak: 4.27494 ha. 4565585100 198931.7/319448.6 Booronderzoek Onbekend Oppervlak: 4.27494 ha. 4656742100 199422.7/320052.8 Bureauonderzoek Onbekend Oppervlak: 3.95729 ha. 4776858100 190045.6/365149.1 Onbekend Onbekend Oppervlak: 100000 ha.
Versie: 29-04-2022
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Bouwmateriaal, keramiek, metaal
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 50
Bijlage 6: Boorbeschrijving Algemene boorgegevens Soort boring Projectnummer Projectnaam Deelgebied Organisatie Archis meldingsnummer Coördinaatsysteem Coördinaatsysteemdatum Locatiebepaling Referentievlak Bepaling maaiveldhoogte Boormethode Boordiameter Opdrachtgever
BAR 22-035 Giesen Bautsch, Heerlen NVT ArcheoPro 5211923100 RD2000 ETRS89 GPS en meetlint NAP AHN – Waterpas Edelman 7 cm WSP
Posities van de boringen Boornummer X_RD 1 198477.2 2 198520.9 3 198602.8 4 198564.9 5 198529.9 6 198500.7 7 198545.2 8 198602.4
Versie: 29-04-2022
Y_RD 319894.2 319902.1 319898.8 319925.1 319957.6 319983.2 319998.4 319960.5
Mv in m +NAP 146.38 146.30 147.59 147.21 146.24 144.40 145.88 147.33
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 51
Boorbeschrijving volgens ASB 5.2 Boor Nr. 1
2 3
4 5 7
8
LDO 25 40 100 20 50 30 70 80 30 10 40
Lithologie GD BK L L L Zug Zug Zug L L Zug Zmf Zmf
30 80 110 130 25
L L L L Zug
BS
BZ 2 1 1
BG
BH 2
2 3
1 1 3 3 1 3 4
1
1 1 2 2 3
2 1 1
1
Kleur HK TK GR BR GE GE BR GE GE BR BR GE GR BR GE GR BR GR BR GE
BR
IK DO
VLK
Overige kenmerken CO PLH VS
AIS/OPM SST
DGR LI DO DO
STV
BHN Ap A/C C
GR
Ah GR LI LI LI
BRGE GR GR
Ap
MST
FLA
BI
BI
XX LSS OPG OPG OPG OPG OPG OPG OPG OPG
Gestuit BST zeer grof Gestuit op grind Gestuit op grind BST Gestuit op grind
OPG OPG
Ab C
COL OPG
Gestuit op grind Gestuit
Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject in cm -mv Lithologie: GD – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen, Z = zand, P = puin Korrelgrootte: uf = uiterst fijn, zf = zeer fijn, mf = matig fijn, mg = matig grof, zg = zeer grof, ug = uiterst grof Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BG= bijmengsel grind, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur:
HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart.
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.
ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 52
TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven). IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig , 3= veel Overige kenmerken: SO = Sortering: 1 = slecht, 2 = matig, 3 = goed, 4 = zeer goed CO = Consistentie (C ): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL): PL0 = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel) NVS = nieuwvormingen: MNC = mangaanconcreties, ROV = roestvlekken, FEC = ijzerconcreties, FFV = fosfaatvlekken TL = trends in de laag; FUA = naar boven toe fijner, TOH = aan de top humeus, TOK = top kleiig SST = Sedimentaire structuren; STKL = kleilagen, STLL = leemlagen, FLA = fijn gelaagd LG = laaggrens; BSE = basis scherp, BGE = basis geleidelijk, BDI = basis diffuus BHN = Bodemhorizont; BHA = A-horizont, BHAa = esdek, BHB = B-horizont, BHBs = B-horizont met sesquioxiden, BHBt = B-horizont met lutuminspoeling, BHC = C-horizont, BHCg = C-horizont met gleykenmerken, BHCr = gereduceerde C-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor , XX = recent verstoord, XM = verveend, VEG = veengrond, OPG = opgebracht, SLO = slootvulling, PD = plaggendek, AD = antropogeen dek, MPG = moderpodzol, BO = begraven oud oppervlak, CL = cultuurlaag, GI = Geologische interpretaties; LSS = löss, COL = colluvium, ALL = alluvium, DEZ = dekzand, RIV =
rivierafzettingen, FPG = fluvioperiglaciaal AIS = Archeologische indicatoren; BST = baksteen, SKO = steenkool, HKF = houtskool fijn verdeeld, AWF = aardewerkfragmenten, PUI = puin, SIN = sintels, ASF = asfaltbeton, MXX = metaal, SVU = vuursteenfragmenten, GLS = glas, SLA = slakken/sintels, VKL = verbrande klei/leem, SXX = Natuursteen, PLC = plastic, OXBO = onverbrand bot
Versie: 29-04-2022
www.ArcheoPro.nl