CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 7 Archeologie

Raadsvergadering . (video) 25 oktober 2023, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan “herontwikkeling Giesen Bautsch”11.735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 22028 Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O verkennend booronderzoek)

Concept versie 29-04-2022 Rob Paulussen Anneleen Van de Water

April 2022

ArcheoPro

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 2

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 22028 Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O verkennend booronderzoek) Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam

WSP, Gaetano Martinolaan 50, 6229 GS Maastricht 22-035 ArcheoPro Rapport Giesen Bautsch, Heerlen 2022 04 29 Versie 29-04-2022 Status Concept Archis melding (zaaknummer) 5211923100 Bevoegd gezag Gemeente Heerlen Deskundige namens de Mevr. H. Vanneste bevoegde overheid Opslagplaats documentatie Provinciaal depot Limburg, E-depot, Archis, depot ArcheoPro ISSN 1569-7363 Auteur(s) Rob Paulussen (actorregistratie 98005942) Anneleen Van de Water (actorregistratie 36360291) Projectleider Rob Paulussen (actorregistratie 98005942) Projectmedewerkers Rob Paulussen (actorregistratie 98005942) Anneleen Van de Water (actorregistratie 36360291) Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Onderaannemers Niet van toepassing Autorisatie Drs. R.P.A. Paulussen, senior KNA archeoloog

Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2021 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland

Versie: 29-04-2022

Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl

Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 3

Inhoudsopgave SAMENVATTING ........................................................................................................................................ 4 1. INLEIDING ............................................................................................................................................... 6 1.1 ALGEMEEN .................................................................................................................................................................................................... 6 1.2 LOCATIEGEGEVENS (LS02) .................................................................................................................................................................. 6 1.3 HUIDIGE SITUATIE (LS01) .................................................................................................................................................................... 7 1.4 AARD VAN DE INGREEP (LS01) ............................................................................................................................................................ 8 1.5 ONDERZOEK EN VRAAGSTELLING (LS01)..........................................................................................................................................

9 1.6 BELEID EN RANDVOORWAARDEN ............................................................................................................................................................10

2 BUREAUONDERZOEK ......................................................................................................................... 11 2.1 METHODE EN BRONNEN ...........................................................................................................................................................................11 2.2 GEO(MORFO)LOGIE EN BODEM (LS04) ...........................................................................................................................................12 2.3 REFERENTIEPROFIEL.................................................................................................................................................................................15 2.4 ARCHEOLOGIE (LS01/LS04) .........................................................................................................................................................20 2.5 INFORMATIE AMATEURARCHEOLOGEN (LS01/LS04) ..................................................................................................................27 2.6 HISTORIE (LS03) ............................................................................................................................................................................27 2.7 GESPECIFICEERD ARCHEOLOGISCH VERWACHTINGSMODEL (LS05)

...........................................................................................30 2.8 ONDERZOEKSSTRATEGIE (LS05) ......................................................................................................................................................35

3 VELDONDERZOEK ............................................................................................................................... 36 3.1 VERRICHTE WERKZAAMHEDEN (VS03) ...........................................................................................................................................36 3.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE BOORONDERZOEK (VS03) ......................................................................................................36

4 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

(VS07) .............................................................................. 40

4.1. CONCLUSIE .................................................................................................................................................................................................40 4.2. SELECTIEADVIES .......................................................................................................................................................................................40

5. LITERATUUR EN BRONNEN ............................................................................................................ 42 6. BIJLAGES................................................................................................................................................ 45 BIJLAGE 1: VERKLARENDE WOORDENLIJST ..................................................................................................................................................45 BIJLAGE 2: ARCHEOLOGISCHE TIJDSCHAAL...................................................................................................................................................45 BIJLAGE 3: OVERZICHT VONDSTLOCATIES ....................................................................................................................................................46 BIJLAGE 4: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE MONUMENTEN ........................................................................................................................47 BIJLAGE 5: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSMELDINGEN .....................................................................................................47 BIJLAGE 6: BOORBESCHRIJVING ......................................................................................................................................................................50

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 4

Samenvatting In april 2022 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op het terrein van het winkelcentrum Giesen Bautsch, aan de Bautscherweg te Heerlen. Het archeologisch vooronderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) middels verkennende boringen en een bureaustudie. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: Kan op basis van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat voor het plangebied in zijn oorspronkelijke toestand een overwegend hoge archeologische verwachting geldt. De archeologische verwachting met betrekking tot behoudenswaardige archeologische resten uit alle perioden vanaf het laat-paleolithicum kan worden bijgesteld naar laag. Voor het midden-paleolithicum blijft de archeologische verwachting hoog. Vanwege de bijstelling van de archeologische verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten uit de periode laatpaleolithicum en jonger naar laag, wordt geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren.

De oorspronkelijke holocene bodem binnen het plangebied is naar verwachting daarvoor tijdens de bouw van het huidige winkelcentrum te sterk verstoord. Enkel de aanwezigheid van dieper gesitueerde paleobodems in de eventueel nog resterende lössafzettingen met behoudenswaardige midden-paleolithische resten kan vooralsnog niet worden uitgesloten. Daarvoor blijft een hoge archeologische verwachting van toepassing en wordt geadviseerd archeologisch vervolgonderzoek middels mechanische grondboringen uit te voren zodra de graafwerkzaamheden van de nieuwbouw beduidend dieper gaan.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 5

Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) op de topografische kaart.1 De cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.

1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 6

1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoering veldwerk Archis onderzoeksmelding Onderzoekskader Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde overheid Bewaarplaats vondsten Bewaarplaats documentatie

1.2 Locatiegegevens

Hoekcoördinaten plangebied (bounding box)

Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Bepaling locaties

Versie: 29-04-2022

Niet van toepassing Provinciaal depot Limburg, E-depot, Archis, depot ArcheoPro

(LS02)

Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging

Kadastrale ligging

WSP, Gaetano Martinolaan 50, 6229 GS Maastricht Mevr. Dilly Boer 21 april 2022 5211923100 Bestemmingsplanwijzing en aanvraag bouwvergunning Gemeente Heerlen Mevr. H. Vanneste

Limburg Heerlen Heerlerbaan Giesen Bautsch Het plangebied ligt in het zuidelijke gedeelte van het de gemeente Heerlen, binnen de stadswijk Heerlerbaan. Het plangebied ligt omsloten door de wegen Corisbergweg, Vullingsweg en Bautscherweg. Figuur 1. 198.451 / 319.865 198.451 / 320.017 198.620 / 320.017 198.620 / 319.865 HLN01 - K – 2636 HLN01 - K - 2637 HLN01 - K – 2638 HLN01 - K - 3784 HLN01 - K – 4739 HLN01 - K - 4741 HLN01 - K – 4742 HLN01 - K - 6163 HLN01 - K – 6164 HLN01 - K - 5743 (deels) 1,59 Hectare Deels privaat (winkelcentrum) en deels publiek (openbare ruimte) Deels bebouwd, deels verhard en groen in de openbare ruimte 143,4 t/m 147,5 m +NAP GPS Garmin, meetlinten

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 7

Figuur 2: Luchtfoto2 uit 2021. Het plangebied is rood omlijnd.

1.3 Huidige situatie

(LS01)

Het plangebied ligt in de stadswijk Heerlerbaan, in het zuiden van de gemeente Heerlen. Ruwweg is het ingeklemd tussen gebouwen met een bedrijfsmatige en/of culturele bestemming (in het noorden) de Corisbergweg (in het westen), de Vullingsweg (in het oosten) en de Bautscherweg in het zuiden. Het plangebied betreft het winkelcentrum ‘Giesen Bautsch’. De bestaande bebouwing bestaat uit geschakelde winkels. Rondom de bebouwing zijn straten, wegen, parkeervakken en groenvoorzieningen aanwezig. Figuur 3. Informatie over de ondergrondse delen van de bestaande bebouwing of andere ondergrondse structuren is niet verkregen van de opdrachtgever. Het is derhalve onbekend of kelders aanwezig zijn, dan wel hoe gebouwen gefundeerd zijn.

2 Bron: http://www.pdok.nl

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 8

Figuur 3: Foto-impressie van het plangebied.3

1.4 Aard van de ingreep (LS01) Aard ingreep

Wijze fundering Onderkeldering

Het planvoornemen bestaat uit de herontwikkeling van het winkelcentrum. Hiertoe zal de bestaande bebouwing volledig (gefaseerd) gesloopt worden. Vervolgens zal nieuwbouw plaatsvinden. De nieuwbouw zal bestaan uit winkelruimte (begane grond) met bovenliggende woningen (26 stuks). Rondom de bebouwing worden opnieuw parkeervoorzieningen (185 parkeerplaatsen) voorzien. Onder de toekomstige parkeerterreinen zullen zeer waarschijnlijk waterhuishoudkundige voorzieningen gerealiseerd worden. Concrete bouwplannen zijn bij opstellen van dit rapport (nog) niet voorhanden, enkel volume- en variantstudies. Figuur 4. Onbekend. Onbekend.

3 Bron: R. Paulussen, april 2022.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

Diepte bodemverstoring Verwachte wijziging GW-stand Toekomstige ligging boven- en ondergrondse infrastructuur Toekomstige ligging verharding

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 9

Onbekend. Nee Onbekend. Onbekend.

Figuur 4: Variantenstudie voor de nieuwe inrichting van het plangebied.4 De footprint van de bebouwing en parkeerruimtes blijft evenwel identiek, enkel de interne indeling van het rechtergebouw verandert.

1.5 Onderzoek en vraagstelling (LS01) In april 2022 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op het terrein van het winkelcentrum Giesen Bautsch, gelegen tussen de Corisbergweg, Vullingsweg en Bautscherweg te Heerlen, gemeente Heerlen. Het archeologisch vooronderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) middels verkennende boringen en een bureaustudie. Bureauonderzoek heeft tot doel om alle beschikbare informatie te bundelen. Vervolgens kan deze gebruikt worden om te komen tot een gespecificeerde archeologische (verwachtings)waarde. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied?

4 Bron: opdrachtgever.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 10

Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Aan de hand van de resultaten hiervan kan worden vastgesteld of binnen het plangebied daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn. Op welke diepte deze (kunnen) voorkomen en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: Kan op basis van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Indien beantwoord met ja, dient deze bijstelling te worden toegelicht. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische (verwachtings)waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P.A. Paulussen (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector), lic. A.E.M. Van de Water (senior KNA archeoloog) en drs. ing. P.J. Orbons (GIS-ondersteuning) conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.1 en SIKB BRL 4000). ArcheoPro is in het bezit van het daarvoor vereiste SIKB BRL 4000 certificaat 4002 en 4003 (IVO o).

1.6 Beleid en randvoorwaarden Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld.5 Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid en het bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving6 valt het plangebied in een zone van archeologische waarde 3 en 4. Aan deze zonering heeft het gemeentelijke beleid en het bestemmingsplan de vrijstellingsgrenzen van 40 cm (diepte) en respectievelijk 250 m² en 2.500 m² (oppervlakte) gekoppeld. Om in deze zone een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer bij overschrijding van de vrijstellingsgrens, een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Heerlen heeft geen aanvullende uitvoeringskaders voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek. Dit onderzoek is dus gebaseerd op de algemene criteria die in de KNA staan geformuleerd.

5 Gemeente Heerlen. 6 NL.IMRO.0917.BP040100W000001-0201, voorontwerp van 21 september 2020.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 11

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.1, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren. Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: • Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; • Aanmelden onderzoek bij Archis; • Beschrijven huidig gebruik; • Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; • Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; • Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; • Opstellen gespecificeerde verwachting; • Opstellen rapport bureauonderzoek.

Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) • Archeologische MonumentenKaart (AMK) • ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) • Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 • De geschiedenis van het Zuid-Limburgse cultuurlandschap • Gemeente Heerlen, Archeologische beleidskaart • Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 • Geologische kaart 1:50.000 • Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) • Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Limburg 1:25.000 18941926 • Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) • Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 Bovenstaande bronnen zijn gebruikt omdat deze relevante informatie bevatten over de historische en/of archeologische en/of aardkundige achtergrond van het plangebied. De informatie uit deze bronnen wordt gebruikt voor het opstellen van de gespecificeerde verwachting. Niet opgenomen bronnen hebben geen relevante informatie opgeleverd en zijn verder niet beschreven.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 12

2.2 Geo(morfo)logie en bodem (LS04) Het plangebied ligt binnen het Zuid-Limburgse lössgebied en maakt deel uit van het zogenaamde plateau van Spekholzerheide. Het is een van de verschillende plateaurestanten rondom het Bekken van Heerlen en bestaat uit een relatief hooggelegen plateau ontstaan door de eroderende werking van de Pleistocene Maas. De diepere ondergrond bestaat uit zeer dikke pakketten mariene Tertiaire afzettingen (formatie van Breda/Heksenberg) bestaande uit klei en zand met daarboven grof Maasgrind en –zand, afgezet tijdens het Midden-Pleistoceen (afzettingen van St. Pietersberg, behorende tot de formatie van Beegden; ca. 0,7 miljoen jaar BP). Het door de Maas vormgegeven terrassenlandschap is tijdens de laatste ijstijd (het Weichselien, ca. 115.000-11.500 jaar BP) afgedekt met een pakket eolische löss (leem). Deze lössleemafzettingen worden heden ten dage aangeduid als het laagpakket van Schimmert, onderdeel van de formatie van Boxtel.7 Löss bestaat voor 75 procent uit kwartsdeeltjes met een korrelgrootte tussen 2 en 50 μm. De dikte van het lösspakket kan plaatselijk meer dan tien meter bedragen maar varieert mede als gevolg van erosie, sterk.

Figuur 5. Het Zuid-Limburgse lössgebied met de grote landschappelijke eenheden (plateaus, beekdalen) en in rood de ligging van het plangebied.8 Volgens de geologische kaart van Zuid-Limburg (figuur 8) ligt het plangebied binnen een zone met eolische lössafzettingen uit het Laat-Pleistoceen (eenheid TE1; formatie van Boxtel) aan de oppervlakte. Binnen deze eenheid kunnen echter ook lokaal secundaire (colluviale) afzettingen uit het Holoceen voorkomen. Enkele honderden meters ten noorden van het plangebied bevindt zich een smal beekdal met holocene afzettingen van het laagpakket van Singraven (eenheid Sib, formatie van Boxtel) 7 De Mulder e.a. 2003 8 Bron: Kerkstra 2007

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 13

De löss is van oorsprong kalkrijk afgezet. Onder invloed van bodemvorming is de löss tot op een diepte van zo’n 2 tot 3 meter ontkalkt. Het proces van bodemvorming gaat vervolgens verder met de interne verwering waardoor de grond verbruint. Uiteindelijk kunnen de kleideeltjes door percolerend regenwater uitspoelen. Dit proces heet lessivage. In een dieper gelegen niveau accumuleren vervolgens de kleideeltjes, waardoor een zogenaamde Bt-horizont wordt gevormd. Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (figuur 9) ligt het plangebied nagenoeg geheel op een lösswand (figuur 9, eenheid 10A51). Pal ten westen van het plangebied liggen in elkaars verlengde twee droogdalen (figuur 7, eenheden 22R21ydl en 24R21ydl). Meer naar het oosten grenst het plangebied aan een vlakke plateauterrasrest (figuur 9, eenheid 8E6). Lösswand, droogdalen en plateauterrasrest vormen samen één periglaciaal, noordwaarts gericht afwatersysteem. Dit systeem is onderdeel van de drainagebekken van de Geleenbeek, ook wel het bekken van Heerlen genoemd. Droogdalen binnen het Zuid-Limburgse lösslandschap zijn in oorsprong periglaciale erosieverschijnselen waarvan het ontstaan teruggaat tot de ijstijden (glacialen) van het Midden- en Laat-Pleistoceen.

Als gevolg van de toenmalige permafrost kon regen- en sneeuwsmeltwater niet of nauwelijks in de bodem dringen waardoor het oppervlakkig ging afstromen met erosie van met name de zeer erosiegevoelige löss. Aan het begin van het Holoceen zal door de vegetatie de ontwikkeling van de droogdalen tot stilstand zijn gekomen. Pas met de komst van de landbouw tijdens het neolithicum is de bodemerosie door ontbossing weer toegenomen en zullen ook droogdalsystemen door erosie en bijbehorende sedimentatie van het zogenaamde colluvium zich weer verder hebben kunnen ontwikkelen.

Figuur 6: Schematische weergave van de opvulling van een (droog)dal met colluvium waarbij er minimaal drie erosiezones kunnen onderscheiden. Zone C is het eerst opgevuld met dalcolluvium waardoor hier de erosie op de heling het vroegst is gestopt en eventuele archeologische resten het best bewaard kunnen zijn gebleven (hoge conserveringskans). Binnen zone B is de oorspronkelijke bodem afgedekt met hellingcolluvium (matige conserveringskans). Binnen zone C gaat de hellingerosie tot op heden door (lage conserveringskans). De secundaire löss is in oorsprong eolische löss die door erosie als gevolg van oppervlakkig afstromend water elders weer is herafgezet. Dit type lössafzettingen dat vooral aan de voet van dalhellingen, in dalbodems en in zogenaamde daluitspoelingswaaiers voorkomt wordt aangeduid als colluvium. Hoewel colluviumvorming ook al tijdens het Pleistoceen heeft plaatsgevonden, is deze zeer sterk gerelateerd aan de agrarische ontginning van het gebied. In Zuid-Limburg zijn op basis van eerder onderzoek in ieder geval twee grote fasen van colluviumvorming bekend. De eerste grote fase van colluviumvorming hangt samen met de ontginning van het gebied tijdens de IJzertijd en aansluitend de Romeinse Tijd en de tweede

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 14

grote colluvium fase hangt samen met de grootschalige ontbossingen tijdens de Volle Middeleeuwen.9 Waarschijnlijk heeft er ook in vroegere perioden (pre-IJzertijd/Romeins) colluviumvorming plaatsgevonden, maar dan op veel kleinere schaal, omdat de ontginningen ook veel kleinschaliger waren. Ook in recentere tijden heeft er door schaalvergroting in de landbouw nog veel erosie plaatsgevonden op de hellingen en zacht glooiende plateaus. De intensieve erosie heeft vermoedelijk altijd tot veel overlast geleid. De verspoelde löss die veelal via de droge dalen werd afgevoerd, zorgde voor veel modderoverlast in de in beekdalen gelegen nederzettingen. Op het AHN-hoogtemodel (figuur 10) is een komvormig dalhoofdbekken herkenbaar met een centraal gelegen lineaire dalvormige laagte die vanaf het plangebied in noordwestelijke richting afwatert. Dit oude stroomdal is ter plaatse van het plangebied zeer smal maar verbreed zich snel. Ten zuiden en ten westen van het plangebied zijn de relatief steile hellingen van de plateauterrasresten goed herkenbaar. Deze terrasranden zijn door watererosie versneden. Het droogdal ten noorden van het plangebied is zeer ondiep en zal gedurende het Holoceen niet of nauwelijks watervoerend zijn geweest. Wel kunnen hier waterbronnen zijn voorgekomen vanwege de nabijheid van de terrasranden.

Door antropogene bodemerosie als gevolg van ontbossing kan het droogdal zijn opgevuld met colluvium oftewel secundaire löss. Het dalhoofdbekken met een diameter van ruim één kilometer kan gedurende de glaciale fasen van het Pleistoceen als een sedimentval voor lösssedimenten. In deze geaccumuleerde lössafzettingen kunnen meerdere paleobodems uit de verschillende interglacialen en interstadialen voorkomen.10 De Holocene bodems rondom het plangebied bestaan volgens de bodemkaart van Nederland uit bergbrikgronden in siltige of zandige leem (figuur 11, legenda-eenheid Blb6). Dit zijn afgetopte lössbodems waarbij de A-horizont en/of E-horizont (uitspoelingshorizont) niet (meer) aanwezig is. De kenmerkend voor brikgronden Bt-horizont (een relatief vaste roodbruine B-horizont als gevolg van lutum- en ijzeraanrijking) kan eveneens in meer of mindere mate geërodeerd zijn. De aanwezigheid van dit type bodems wijst er op dat bodemerosie heeft plaatsgevonden. De bodemopbouw ter plaatse van het plangebied is lastig te bepalen. De omgeving rondom het plangebied is nagenoeg geheel gelegen binnen de bebouwde zone en daardoor op de bodemkaart verder niet gekarteerd. Verwacht wordt dat ter plaatse van het plangebied lössleemafzettingen met bergbrikgronden of ooivaaggronden in colluviale leem voorkomen.

9 De Moor 2006, Bunnik 1999 10 Zie voor een nadere toelichting van de archeologische betekenis van dalhoofdbekkens in lössgebieden

Raczynski e.a. 2014 Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 15

2.3 Referentieprofiel Brikgronden worden gekenmerkt door de aanwezigheid van een ‘briklaag’, die op minder dan 80 cm –mv begint. Een briklaag is een veelal roodbruine laag waarin door de inspoeling van lutum een textuur-B oftewel Bt-horizont is ontstaan. Deze laag is vrij stug ten opzichte van de bovenliggende A- en E-horizonten. Om als briklaag te kwalificeren dient de lutuminspoelingshorizont tenminste 15 cm dik te zijn en minimaal 8% lutum te bevatten. De maximaal waargenomen dikte bedraagt ruim 60 cm. Brikgronden komen voor in oude rivierkleigronden maar vooral in de Zuid Limburgse lössgronden. Radebrikgronden zijn droge (xeromorfe) brikgronden die vooral voorkomen op de hooggelegen, vlakkere plateaus. Door de uitspoeling van lutum en ijzeroxiden is de E-horizont veelal lichter van kleur en ook minde stug. Wanneer door erosie de toplaag is verdwenen en de briklaag aan of nabij het maaiveld ligt, spreekt men van een bergbrikgrond. In radebrikgronden begint de briklaag op 40 tot 50 cm –mv. Komen in de briklaag onder invloed van periodiek meer grondwater duidelijke gleyverschijnselen voor (roestvlekken), dan spreekt men van daalbrikgronden.

Figuur 7: Voorbeeld van een radebrikgrond onder bouwland in löss bij St. Geertruid. N 50˚77’ 22’’ / E 005˚44’36’’. (foto: R. Paulussen).

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 16

Figuur 8: Uitsnede uit de geologische kaart.11 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

11 Bron: Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 17

Figuur 9: Uitsnede uit de geomorfologische kaart.12 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

12 Bron: Universiteit Wageningen, 2017.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 18

Figuur 10: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland.13 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

13 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 19

Figuur 11: Uitsnede uit de bodemkaart.14 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

14 Bron: Universiteit Wageningen, 2017

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

2.4 Archeologie

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 20

(LS01/LS04)

Volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW 3.0; figuur 12 en 13) ligt het plangebied geheel in een niet-gekarteerde zone (binnen de bebouwde kern). Extrapolatie van de omgeving leidt tot een inschaling in een zone van middelhoge tot hoge archeologische verwachting. De gemeentelijke beleidskaart (figuur 14) plaatst het plangebied eveneens in een zone met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Het plangebied ligt niet binnen een archeologisch terrein. Binnen het onderzoeksgebied liggen twee archeologische terreinen: AMK terrein 15737 en 16505. Terrein 15737 betreft een terrein met resten van bewoning uit de Romeinse tijd. Al in de late 19de eeuw werden hier vondsten gedaan. Het betreft een 'eenvoudige’ villa van het porticustype die door P. Peters is opgegraven in 1930. Een badinrichting ontbreekt. Het ontbreken van brandsporen doet vermoeden dat de villa 'vrijwillig verlaten is'. Op basis van het aangetroffen vondstmateriaal wordt de villa gedateerd in de periode midden 2de tot 3de eeuw na Chr. De resten lagen aan de oostzijde van het dal van de Caumerberg, aan en ten Oosten van de Corisbergweg, in een tuin. Er moet rekening mee worden gehouden dat zich ook onder en aan de overzijde van de weg (Romeinenstraat) nog Romeinse resten kunnen bevinden.15 Terrein 16505 betreft een cluster oude bebouwing van Vrusschemig.

Op de archeologische monumenten kaart (AMK) zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19de-eeuwse en vroeg 20ste-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren worden in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning verwacht, maar ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Binnen het plangebied zijn tot op heden geen waarnemingen gedaan Binnen het onderzoeksgebied zijn wel verschillende waarnemingen bekend. Enkel de voor dit plangebied relevante vondsten, die verder niet behoren bij een AMK terrein of het resultaat zijn van een archeologisch onderzoek (die komen later in dit hoofdstuk separaat aan bod) worden uitvoeriger beschreven. Voor een compleet overzicht van de binnen het onderzoeksgebied aanwezige waarnemingen en/of vondsten wordt verwezen naar bijlage 3. In het oosten van het plangebied ligt zaaknummer 2903950100. Het betreft een oude melding van een Romeinse hutkom. Nadere informatie over deze melding ontbreekt. Westelijk van het plangebied liggen de zaaknummers 2921957100 en 3135853100. Beide zaaknummers verwijzen naar een melding van P. Peters uit 1926.

Ter plaatse van zaaknummer 2921957100 is op een diepte van ca. 1 m -Mv een grindpakket van zo'n 40 cm dik aangetroffen. Of dat Romeins is, is niet bewezen, maar het is wel als zodanig in Archis opgenomen. Boven dat grindpakket lag nog een leemlaag van zo'n 50 cm dikte. Ter plaatse van zaaknummer 3135853100 is op een diepte van ca. 1,50 m -Mv een grindlaag aangetroffen met daaronder vierkante eiken dwarsliggers. Deze eiken balken lagen zo'n 10 tot 40 cm van elkaar. De aanwezigheid hiervan doet vermoeden dat ter plaatse in de Romeinse tijd de grond moerassig is geweest. Op basis van deze twee meldingen wordt bevestigd dat de Heerlerbaan een Romeinse voorganger heeft gehad die destijds de steden Heerlen en Aken verbond. 15 Overgenomen uit Archis (beschrijving AMK-terrein) en aangevuld met de informatie van de

zaaknummers 3135894100 en 3136063100. Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 21

Figuur 12: Kaart met Archis vondstlocaties.16 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 16 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem).

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 22

Figuur 13: Kaart met Archis-onderzoeksmeldingen.17 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 17 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem).

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 23

Figuur 14: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart.18 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.

18 Bron: Gemeente Heerlen.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 24

Ten zuidoosten van het plangebied liggen de zaaknummers 3042095100 en 3160193100. Beide zijn melden dezelfde vondst, namelijk een waterput van ca. 8,0 m doormeter met een grijze tot vuilgrijze vulling. In de waterput is een paalkuil opgemerkt en zijn diverse vondsten gedaan: randfragmenten van een amfoor, randfragmenten roodbakkend en witbakkend aardewerk, dakpanfragmenten en een wrijfsteen. De vondsten dateren de waterput in de Romeinse tijd. Het is onduidelijk bij welk complextype de waterput behoort. Nabij deze vorige vondsten liggen de zaaknummers 2920969100 en 3135464100. Deze meldingen zijn het resultaat van oud en beperkt onderzoek van 1935 en in de jaren 1960. In 1935 is door pastoor Spierts en Houppermans een kleine opgraving (een proefsleufje) gegraven. Dat leverde stukken dakpannen en aardewerk uit de Romeinse tijd op, maar geen sporen van gebouw(en). In de jaren 1960 zijn op nagenoeg dezelfde locatie (nabij de tribune van het voetbalveld van de V.V. Spekholzerheide, tegenover de (reeds verdwenen) hoeve Spekhof aan de Heerlersteenweg) wel resten van muurwerk aangetroffen. De meldingen worden gekoppeld aan een Romeinse villa. Ten zuiden van de Euregioweg ligt het zaaknummer 2021040100. Het betreft een vondstmelding, maar eigenlijk behoort het een onderzoeksmelding te zijn.

In april en mei 1997 heeft een Aanvullend Archeologisch Onderzoek plaatsgevonden op het bedrijventerrein Maar-West te Kerkrade, voorafgaand aan de bouw van enkele bedrijfspanden.19 Het onderzoek werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Het onderzoeksterrein bestond uit een noordelijk en een zuidelijk deel. In eerste instantie is door middel van proefsleuven van 6 m breed geprobeerd de aanwezige archeologische grondsporen te lokaliseren en de begrenzing van de concentratie vast te stellen. Daarna zijn enkele uitbreidingen vanuit de sleuven gegraven, zodat de betekenis van de sporen duidelijker werd. Het zuidelijk deel van het bedrijventerrein was met uitzondering van één kuil geheel leeg. De concentratie sporen bevond zich in het noordelijke deel. Daar zijn vele paalkuilen, kuilen met verschillende betekenis, waterputten en ploegsporen aangetroffen. Een bijzondere vondst onder de kuilen is een offerkuil. Uit deze grondsporen kon een inheems-Romeinse nederzetting uit de periode 170 tot 240/250 na Chr. gereconstrueerd worden. De vondsten wijzen er op dat deze nederzetting behoorde tot een Romeins villacomplex. De ligging van het hoofdgebouw is echter niet bekend. Ten zuidwesten liggen een zestal vondstmeldingen.

Deze zijn allen gekoppeld aan zaaknummer 2028461100, het onderzoek ter plaatse van Vinex-locatie Heerlen-Hoogveld.20 Op basis van het beknopte bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde. Uit het booronderzoek blijkt dat in het noordwesten van het plangebied Maasafzettingen bestaande uit kleiige en grindige leem voorkomen. In het overige deel van het plangebied komen kleiige leemafzettingen voor waarin zich kleiige en siltige leemlagen afwisselen. Deze leemafzettingen kunnen worden geïnterpreteerd als hellingafzettingen. Op de kleiige leem is plaatselijk de siltige leem te vinden met een ontwikkelde brikbodem. Van de oorspronkelijke A-, E- en B-horizont resteert maximaal 40 cm. Veelal is er zelfs helemaal geen Bt-horizont meer in de siltige leem aanwezig. Dit alles duidt er op dat in het plangebied Hoogveld een zeer sterke erosie heeft plaatsgevonden. Behoudens de oppervlaktevondsten is er een veldbrandoven en een mogelijk zijweg van de Romeinse weg onder de Heerlerbaan aangetroffen. De zijweg takt vermoedelijk ergens bij de kruising Ridderweg-Heerlerbaan af en loopt vervolgens in zuidelijke en zuidwestelijke richting. De aangetroffen oppervlaktevondsten betreffen 16 vuurstenen objecten, twee 19 Dijkstra 1997. 20 Jager 1999.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 25

fragmenten Romeins ruwwandig aardewerk, één fragment handgevormd aardewerk (ijzertijd/Inheems Romeins) aangetroffen, drie fragmenten ruwwandig aardewerk uit de vroege middeleeuwen en 23 fragmenten pingsdorf(achtig) aardewerk uit de late middeleeuwen. De oppervlaktevondsten zijn onder 6 nummers in Archis gemeld, maar vertegenwoordigen geen vindplaatsen. Vervolgonderzoek werd enkel noodzakelijk geacht bij werkzaamheden bij de Heerlerbaan (de Romeinse weg) en ter plaatse van de aangetroffen veldbrandoven. Rondom AMK terrein 15737 zijn twee onderzoeken gedaan. Het eerste onderzoek (zaaknumer 2088045100) betreft een bureauonderzoek, oppervlaktekartering en booronderzoek op een terrein direct ten zuiden van de Romeinse villa en de huidige Romeinenstraat.21 De belangrijkste onderzoeksvraag was: Ligt de voorzijde van de Romeinse villa en eventuele bijgebouwen en wegen aan de zuidzijde (volgens Peters 1930) of zoals nu vermoed wordt aan de noordzijde? Tijdens de oppervlaktekartering zijn geen vondsten gedaan. Het booronderzoek, bestaande uit twaalf boringen, heeft een plaatselijk (ter hoogte van bebouwing) verstoord terrein laten zien. Buiten de bebouwing kunnen onder de in 1958 opgebrachte grond nog eventuele archeologische sporen aanwezig zijn. Op de gestelde onderzoeksvraag kon geen antwoord geformuleerd worden.

Er is dan ook geadviseerd om een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren. Voor zover inzichtelijk via Archis, heeft dit onderzoek (nog) niet plaatsgevonden. Het tweede onderzoek (zaaknummer 2110051100) betreft een archeologisch booronderzoek.22 De bodem kon op basis van de zeven geplaatste boringen getypeerd worden als een ooivaaggrond. In elke boring werd een verstoring van de A-horizont en de onderliggende Bw-horizont vastgesteld. Deze verstoring werd gekenmerkt door verschillende puinmaterialen (baksteen, glas, steenkool, houtskool) in de A-horizont. Verder naar beneden is de top van de Bw-horizont vermengd met de onderkant van de A-horizont. De gemengde laag is waarschijnlijk niet te interpreteren als colluvium, aangezien het plangebied op het hoogste gedeelte van een lösswand gelegen is, aan de rand van het plateau. Tijdens het booronderzoek zijn twee archeologische indicatoren aangetroffen: een nietdateerbare spijker en een scherf Romeins aardewerk. Deze werden respectievelijk gevonden in de gemengde A-Bw-horizont en in de Bw-horizonten op een diepte van 25 cm -Mv (spijker) en op een diepte van 1,0 m -Mv (scherf). Het archeologisch vondstniveau situeert zicht dan ook op de overgang van de gemengde laag naar de homogene Bw-horizont. De vondsten kunnen mogelijk gelinkt worden aan de Romeinse villa, maar zekerheid hierover is er niet.

Er is gadviseerd de werkzaamheden te begeleiden. Voor zover inzichtelijk via Archis, heeft dit onderzoek (nog) niet plaatsgevonden. Tot slot, voorliggend plangebied overlapt met een gedeelte van het onderzoeksgebied BMV Vullingsweg.23 Ondanks dat Archis een overlap tussen beide plangebieden laat zien, kan geconcludeerd worden dat beide plangebied elkaar ‘slechts’ raken. Het onderzochte plangebied BMV Vullinsweg ligt direct ten noordoosten van voorliggend plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging op de overgang van het plateauterras naar een lösswand in de nabijheid van een droogdal en de bestudeerde archeologische onderzoeken uit de omgeving is aan het plangebied BMV Vullingsweg een middelhoge tot hoge archeologische verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het middenpaleolithicum tot en met het neolithicum, een hoge archeologische verwachting voor nederzettingsresten en begravingen uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen 21 Hoevenberg & Suijlekom 2004. 22 Hensen 2006. 23 Schorn 2022.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 26

(tot in de 13de eeuw) en een lage archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit de late middeleeuwen (vanaf de 13de eeuw) tot in de nieuwe tijd. Uit het booronderzoek (6 boringen met een maximale onderzoeksdiepte van 2,0 m -Mv, figuur 15) is gebleken dat de oorspronkelijke brikgrond is verdwenen en dat de bodem tot diep (enkele meters) in de Chorizont is afgegraven. Alleen in boring 4 kon een natuurlijk bodemprofiel bestudeerd worden. In de boringen 1, 2 en 5 was de bodem tot een diepte van 2,0 m -mv verstoord (respectievelijk tot 142,99, 145,24 en 143,22 m +NAP). De boringen 3 en 6 zijn gestuit op een laag met puin en grind op respectievelijk 80 en 100 cm -mv. In boring 4 is de natuurlijke ondergrond vanaf 85 cm -mv (144,11 m +NAP) aangetroffen. Deze bestond uit bruingele zwak zandige leem, die is geïnterpreteerd als löss behorend tot het Laagpakket van Schimmert van de Formatie van Boxtel. De löss werd afgedekt door een 80 cm dikke opgebrachte laag zand. In de geroerde, dan wel gestuite boringen bestonden de bodemlagen hoofdzakelijk uit een geroerd mengsel van zwak zandig leem al dan niet zwak tot matig grindhoudend, waarin vaak baksteenresten werden aangetroffen. Alleen in boring 4 is de natuurlijke lössondergrond aangetroffen op 85 cm -mv in de vorm van een C-horizont.

Er is geen A-, E- en/of Bt-horizont aangetroffen die kenmerkend is voor rade- en/of bergbrikgronden. Het plangebied is in het verleden enkele meters diep afgegraven waardoor de oorspronkelijke bodem is verdwenen. Op basis hiervan zijn alle gespecificeerde verwachtingen naar zeer laag bijgesteld en is geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd.

Figuur 15: Boorpuntenkaart BMV Vullingsweg.24 Voorliggend plangebied ligt ten zuiden en zuidwesten hiervan. 24 Bron: Schorn 2022, bijlage 4.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

2.5 Informatie amateurarcheologen

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 27

(LS01/LS04)

ArcheoPro heeft geen contact opgenomen met lokale amateurarcheologen of een heemkundevereniging met betrekking tot eventuele (niet in Archis geregistreerde) archeologische oppervlaktevondsten binnen het plangebied. Het onderzochte gebied ken een terreingebruik (bebouwing en bestrating ten behoeve van parkeergelegenheid en slechts enkele groenplantsoenen) wat het niet mogelijk maakt om oppervlaktevondsten te verkrijgen.

2.6 Historie (LS03) Heerlerbaan is een stadsdeel van de gemeente Heerlen. Hoewel vermoed kan worden dat de naam Heerlerbaan is genoemd naar de ‘weg van of naar Heerlen’ is de oorspronkelijke naam waarschijnlijk eerder afgeleid van ‘Heirbaan’, wat wil zeggen '(Romeinse) hoofdweg’. Hoe dan ook, de toponiem wijst niet meteen naar een vestigingsplek, maar eerder naar een route. Het plangebied lijkt daarmee in het onbebouwde buitengebied van Heerlen te liggen.

Figuur 16: Uitsnede uit de Tranchotkaart van 1805.25 Het plangebied is rood omlijnd. 25 Bron: Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 28

Dat beeld wordt bevestigd als de oudste kaart met relevante informatie, de Tranchotkaart uit 1805 (figuur 16) bestudeerd wordt. Het plangebied lijkt begin 19de eeuw grotendeels onbebouwd. In het noordelijke deel is een gebouw afgebeeld. De rest van het plangebied is in gebruik als boomgaard (zwarte stippen). Het huidige stratenpatroon kan nog mooi herkend worden. Zowel de huidige straat Vullingsweg ten oosten, als de Corisbergweg ten westen en de Bautscherweg ten zuiden van het plangebied zijn al aanwezig.

Figuur 17: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832.26 Het plangebied is rood omlijnd. De kadasterkaart uit 1832 (figuur 17) plaatst het plangebied in een gelijkaardig landschap. Ook volgens deze kaartuitsnede is het plangebied volledig onbebouwd. De percelen zijn in agrarisch gebruik (boomgaard, akkerland en/of weiland). De drie wegen die het plangebied omringen aan west-, zuid- en oostzijde zijn ook op de kadastrale minuut zichtbaar. Het vierluik van figuur 18 toont achtereenvolgens topografische kaarten van het onderzoeksgebied uit 1845, 1925, 1960 en 2016. Op deze kaarten is te zien dat gedurende de afgelopen tweehonderd jaar het landschap, waarin het plangebied ligt, erg veel verandering heeft ondergaan. De bebouwing en het bijhorende wegennet is exponentieel uitgebreid. Alle agrarische gebieden zijn systematisch opgenomen in de verstedelijking. Het plangebied is in deze verstedelijking meegenomen. Vanaf begin 20ste eeuw is er bebouwing langs de zuidzijde van het plangebied (langs de Bautscherweg). Sinds de jaren 1980 is het winkelcentrum verschenen, waarbij het westelijke gebouw tot in de jaren 1990 vergrotingen heeft ondergaan. Eind jaren 1980 is de Bautscherweg ter plaatse van het plangebied iets naar het zuiden verlegd, zodat plaats gemaakt kon worden voor de parkeerplaats zoals die heden ten dage voor het winkelcentrum ligt.

Tegelijkertijd is Corisbergweg wat meer rechtgetrokken. Op hoofdlijnen zijn deze twee wegen, en de Vullingsweg, nog wel gelegen op hun historische plek.

26 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 29

Figuur 18: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1925, 1960 en 2016.27 Het plangebied is telkens rood omlijnd. Deze evolutie wordt ook gezien als de studie van Renes28 ter hand genomen wordt. Renes heeft immers in de jaren 1980 een studie gemaakt naar de historisch geografische evolutie en ontwikkelingen in Zuid-Limburg. Hierbij heeft hij gepoogd nog gave en historisch complete delen in het huidige landschap aan te duiden en te dateren. Volgens de kaart van de historische relicten (figuur 19) ligt het plangebied in een sterk gewijzigd deel van het landschap wat grootschalige veranderingen heeft ondergaan. Het wegenstelsel rondom het plangebied (Corisbergweg, Vullingsweg en Bautscherweg) geeft Renes een middeleeuwse ouderdom (of zelfs nog ouder). De overige wegen rondom het plangebied dateert hij in de 19de eeuw (na 1850) of zelfs nog recenter. Bijzondere historisch geografische elementen geeft Renes niet (meer) weer.

27 Bron: www.topotijdreis.nl 28 Renes 1988.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 30

Figuur 19: Uitsnede uit de kaart met historische relicten van Zuid Limburg.29 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.

2.7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

(LS05)

Specifieke ligging (locatie) Het plangebied ligt binnen het Zuid-Limburgse lössgebied, grotendeels op een lösswand en een klein gedeelte op een plateauterras. Zowel ten westen als ten noorden en ten oosten van het plangebied zijn zogenaamde droogdalen aanwezig (afstand ca. 0 tot enkele 100’en

29 Bron: Renes 1988.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 31

meter). Vanwege de landschappelijke ligging worden binnen het plangebied brikgronden verwacht. Historisch gezien heeft het plangebied tot begin 20ste eeuw in een agrarisch, overwegend onbebouwd gebied gelegen. Historische kernen lagen op zekere afstand gesitueerd. De wegen tussen deze kernen lopen langs het plangebied. Sinds de jaren 1980 is het winkelcentrum verschenen, waarbij het westelijke gebouw tot in de jaren 1990 vergrotingen heeft ondergaan. Verwachte perioden (datering) & complextypen Specifieke kennis van het plangebied en omgeving Specifieke archeologische kennis van het plangebied is in redelijke mate voorhanden. Zo zijn er een aantal vondstmeldingen (ouder en recent) en zijn er diverse grote archeologische onderzoeken uitgevoerd met eenduidige resultaten. Het merendeel van de vondsten en onderzoeksresultaten wijzen op een Romeins verleden, van off site fenomenen tot villalocaties. Enkele vondsten wijzen naar een gebruik of bewoning uit de vroege of late prehistorie of uit de middeleeuwen of nieuwe tijd. De resten uit middeleeuwen en nieuwe tijd liggen overwegend nabij de oude bewoningskernen, terwijl de oudere resten (uit vroege prehistorie tot de Romeinse tijd) overwegend op het plateau en op de lösswanden liggen. De resten uit de steentijd liggen naast een situering op de lösswanden, ook verder op het plateau nabij droogdalen.

Door de ligging van het plangebied binnen een dalhoofdbekken dat als sedimentval kan hebben gefungeerd, kunnen in afgedekte en goed geconserveerde paleobodems resten uit het midden-paleolithicum voorkomen. Algemeen verwachtingsmodel Zuid-Limburg In zijn algemeenheid lijkt bewoning op Zuid-Limburgse plateaus zich te clusteren langs de beek- en droogdalen en de terrasranden. In de eerste plaats was in de nabijheid van deze locaties altijd makkelijk toegankelijk water beschikbaar. Aan de randen van het plateau trad namelijk het water uit de helling, waardoor natuurlijke bronnen ontstonden die in het verleden de droogdalen hebben gevoed. Door de goede afwatering van de plateauranden, ontwikkelden zich daar bovendien radebrikgronden die uitermate geschikt waren voor akkerbouw. Er wordt in diverse verwachtingsmodellen voor het relatief vlakke lössgebied dan ook uitgegaan dat de meeste bewoning uit prehistorie en Romeinse tijd zich bevindt binnen een afstand van maximaal 300 tot 500 meter van een droog- of beekdal.30 Een specifieke hoge verwachting voor bewoning tijdens het midden-paleolithicum geldt voor dalhoofdbekkens die tijdens lössdeposities als sedimentval hebben gediend.

Binnen deze bekkens kunnen oudere lösssedimenten met interglaciale of interstadiale paleobodems in goed geconserveerde toestand voorkomen.31 Nederzettingen (kampementen) uit het paleolithicum en mesolithicum kunnen in principe overal voorkomen. Deze jagers-verzamelaars verbleven doorgaans niet lang op dezelfde plaats en trokken veelvuldig door het landschap. Er is echter wel een tendens in de vestiging van deze jagers-verzamelaars zichtbaar: met name de hoogtes bestaande uit terrassen, plateaus en hoge ruggen werden opgezocht. Hierbij hadden de gradiëntzones nabij beekdalen de voorkeur boven de centrale plateaus (tenzij daar droogdalen aanwezig zijn/waren). Afstand tot water is namelijk in deze vroegste periodes een heel belangrijk criterium. Onderzoek wijst uit dat voor deze vroegste periodes in de geschiedenis de afstand doorgaans niet meer bedraagt dan 200 à 300m.

30 Wijk & Orbons 2009. 31 Raczynski e.a. 2014

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 32

Vanaf het vroeg neolithicum vestigde men zich min of meer permanent in het ZuidLimburgse lössgebied en ontstonden de eerste sedentaire landbouwnederzettingen van de LBK-cultuur en later de Rössencultuur, de Michelsbergcultuur en de Stein-groep. Deze nederzettingen lagen vooral op de lössplateaus. De bronstijd breekt hier ogenschijnlijk mee. Deze periode heeft in Zuid – Limburg echter dermate weinig resten nagelaten (of zijn tot op heden aan het oog van de archeoloog onttrokken) dat voor deze periode geen goed onderbouwd verwachtingsmodel opgesteld kan worden. Op basis van een palynologisch onderzoek32 naar de bronstijd in het Lössgebied tussen Rijn en Maas kunnen een aantal globale uitgangspunten (veronderstellingen) geformuleerd worden. Vanaf de bronstijd lijkt men te kiezen voor de beschutte locaties nabij actieve beekdalen en gebruikte men de hoger gelegen gebieden overwegend voor begraving en mogelijk landbouw. In de bronstijd was blijkens palynologisch onderzoek het aandeel van de landbouw op de plateaus echter nog zeer beperkt. Het landschap bestond toen nog overwegend uit aaneengesloten loofbossen. In de ijzertijd en de Romeinse tijd kwam daar verandering in. Het landschap werd door menselijk ingrijpen veel opener ten behoeve van vooral landbouwactiviteiten.

Naast de nederzettingen in de beekdalen kwamen in de ijzertijd ook nederzettingen op de randen van de terrassen en plateaus voor. Romeinse boerderijen werden eveneens vooral op de glooiende lösshellingen langs beekdalen gebouwd. In de vroege middeleeuwen liep de omvang van de bevolking terug en lagen de nederzettingen vooral in de beekdalen (de plateaus raakten weer bebost) en op locaties die al vanuit de Romeinse tijd doorgroeiden (zoals Heerlen). Vanaf de volle middeleeuwen (11de eeuw) werden de plateaus systematisch vanuit de dalen ontgonnen en werden ook hier nederzettingen gesticht. Uiterlijke kenmerken Vuursteenvindplaatsen uit het paleolithicum of mesolithicum zullen binnen het plangebied uit vondststrooiïngen bestaan met eventuele ondiepe sporen zoals haardplaatsen. Eventuele nederzettingsresten uit het paleolithicum en mesolithicum kunnen zowel bestaan uit basisnederzettingen met een oppervlakte tussen 200 en 1.000 m² of van kleine tijdelijke kampementjes met zeer geringe afmetingen die nauwelijks meer zijn dan de neerslag van een enkele (jacht)activiteit of een kortstondig kamp. De omvang hiervan kan beperkt zijn tot enkele (tientallen) vierkante meters.

Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd kunnen voorkomen als concentraties van vondstmateriaal (met name vuursteen, aardewerk, bouwmateriaal bestaande uit natuursteen, baksteen of verbrande leem en houtskool), als fundament- dan wel muurresten of als spoorvullingen van afvalkuilen, paalkuilen, waterputten, e.d. direct onder de bouwvoor. Resten van off site fenomenen kunnen bestaan uit perceleringen, afvaldumps, wegen, enz. Diepteligging Algemene diepteligging in het Zuid-Limburgse Lössgebied Mogelijke vindplaatsen kunnen aangetroffen worden in de top van het bodemprofiel (doorgaans direct onder de bouwvoor tot in de top van de C-horizont). Indien colluvium of alluvium aanwezig is, kunnen archeologische resten ook in en direct onder het colluvium c.q. het alluvium aangetroffen worden en dus in meerdere lagen aangetroffen worden. Bovenstaande geldt enkel voor vindplaatsen van het laat paleolithicum of jonger. Oudere resten kunnen zich in of onder het afgezette lössdek bevinden, soms wel op diverse meters diep, in oudere aanrijkingshorizonten zoals de Roccourt-bodem of in de top van een oudere bodem in de Pleistocene löss of in de Tertiaire ondergrond. 32 Bunnik 1999.

Versie: 29-04-2022

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Giesen Bautsch, Heerlen, Gemeente Heerlen.

ArcheoPro Rapport, 22028, Pagina 33

Informatie diepteligging o.b.v. het onderzoek van BMV Vullingsweg Het uitgevoerde verkennende booronderzoek bestond uit 6 boringen met een maximale onderzoeksdiepte van 2,0 m -Mv. Alleen in boring 4 is een natuurlijk bodemprofiel bestudeerd. Daarin is de natuurlijke ondergrond vanaf 85 cm -mv (144,11 m +NAP) aangetroffen. Deze bestond uit bruingele zwak zandige leem, die is geïnterpreteerd als löss behorend tot het Laagpakket van Schimmert van de Formatie van Boxtel. De löss werd afgedekt door een 80 cm dikke opgebrachte laag zand. In de geroerde, dan wel gestuite boringen bestonden de bodemlagen hoofdzakelijk uit een geroerd mengsel van zwak zandig leem al dan niet zwak tot matig grindhoudend, waarin vaak baksteenresten werden aangetroffen. Er is geen A-, E- en/of Bt-horizont aangetroffen die kenmerkend is voor rade- en/of bergbrikgronden. Het plangebied is in het verleden enkele meters diep afgegraven waardoor de oorspronkelijke bodem is verdwenen. Specifieke diepteligging voor het voorliggende plangebied Op basis van het uitgevoerde booronderzoek en de boorinformatie van het onderzoek BMV Vullingsweg kan geconstateerd worden dat binnen het voorliggende plangebied waarschijnlijk lössbodems aanwezig zijn op Maasafzettingen. Echter deze bodemlagen zijn door de aanwezige bebouwing waarschijnlijk (deels of geheel) vergraven dan wel afgetopt.

Er kunnen dus AC-profielen verwacht worden waarbij in de top diepe verstoringen zijn opgetreden. Archeologische resten (indien nog aanwezig) worden dan ook eenlaags verwacht in de top van de C-horizont. Of ook zeer oude steendtijdresten aanwezig kunnen zijn, is op basis van het bureauonderzoek onduidelijk. Het is immers niet duidelijk of een voldoende dik lössdek aanwezig is, dan wel dat in dit lössdek aanrijkingshorizonten met archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Mogelijke verstoringen incl. gaafheid / conservering Door het historische gebruik als agrarisch gebied (boomgaard, akker- en/of graslanden) en bodemerosie in de löss, kan bodemverstoring in de top van de bodems zijn opgetreden en kan daarmee ook hebben geleid tot het (deels) verloren gaan van archeologische sporen. De kans dat een intacte vuursteenvindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht, tenzij deze diep in de lössondergrond ingebed is (zoals voor vroeg- en midden-paleolithische vindplaatsen mogelijk is). Voor sporenvindplaatsen vanaf neolithicum is de impact van het historische gebruik waarschijnlijk minder ingrijpend geweest. Naar verwachting zal het sporenniveau (in de top van de ongeroerde bodem) beter zijn beschermd door de bouwvoor die vanaf de middeleeuwen is ontstaan als gevolg van de grondbewerking voor het gebruik als boomgaard en weiland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=bd7fc51d-f590-46c6-b99b-14766b798834