Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 13 Onderzoek explosieven
Tekst van het document
HISTORISCH VOORONDERZOEK CE Fietsverbinding Voerendaal
1807688A00-R19-449 Definitief V2 19 april 2019
Versie
Doel van het document
Def. V2
Afbakening mogelijke aanwezigheid CE
Geschreven door
Beoordeeld door
Datum 19-04-2019
Paraaf voor akkoord
19-04-2019
Teamleider / Sr. OCE-deskundige
19-04-2019
Historicus / coördinator vooronderzoeken CE
Gemaakt door:
Voorbereid voor:
Historicus | coördinator vooronderzoeken
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 2 van 31
INHOUDSOPGAVE 1. 1.1. 2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 3. 3.1. 3.2. 3.2.1. 3.2.2. 3.2.3. 3.2.4. 3.2.5. 3.2.6. 3.2.7. 3.2.8. 3.2.9. 3.3. 3.3.1. 3.3.2. 3.3.3. 3.3.4. 3.3.5. 3.4. 3.5. 4. 4.1. 4.1.1. 4.2. 4.2.1. 4.2.1.1. 4.2.1.2. 4.2.1.3. 4.3. 4.3.1. 4.3.2. 4.3.3. 4.4. 4.5. 5. 5.1. 5.2.
SAMENVATTING ......................................................................................................................... 5 Advies voor verdere werkzaamheden .......................................................................................... 5 INTRODUCTIE EN ACHTERGROND .......................................................................................... 6 Opdracht ....................................................................................................................................... 6 Probleemstelling............................................................................................................................ 6 Doelstelling.................................................................................................................................... 6 Onderzoeksproces ........................................................................................................................ 6 Aanvullende informatie ................................................................................................................. 7 Projectteam ................................................................................................................................... 7 BRONNEN ....................................................................................................................................
8 Literatuur ....................................................................................................................................... 8 Archiefstukken............................................................................................................................... 9 Gemeentearchief Heerlen ............................................................................................................. 9 Gemeentearchief Voerendaal ..................................................................................................... 13 Gemeentearchief Wijlre .............................................................................................................. 15 Provinciaal archief Limburg ......................................................................................................... 15 Nationaal Archief – Den Haag .................................................................................................... 16 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) ............................................................ 17 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) ..................................................................... 18 Bundesarchiv – Militärarchiv (Freiburg, Duitsland) .....................................................................
18 Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) ......................................................................... 18 Websites ..................................................................................................................................... 19 Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) ............................................................................. 19 Topotijdreis .................................................................................................................................. 19 TracesOfWar ............................................................................................................................... 19 Vergeltungswaffen ...................................................................................................................... 19 Website 30th Infantry Division Old Hickory ................................................................................. 19 Luchtfoto’s ................................................................................................................................... 19 Eerder uitgevoerd historisch onderzoek ..................................................................................... 20 RESULTATEN ............................................................................................................................
21 Verdachte gebieden .................................................................................................................... 21 Bombardement Heerlen, 5 oktober 1942 .................................................................................... 21 Niet af te bakenen grondgevechten en artilleriebeschietingen ................................................... 23 Bevrijding onderzoeksgebied ...................................................................................................... 23 Gebeurtenissen ......................................................................................................................... 23 Bevestigende bronnen ............................................................................................................. 25 Advies ........................................................................................................................................ 26 Noemenswaardige gebeurtenissen ............................................................................................ 26 Bombardement Ubachsberg 10 juli 1941 ................................................................................... 26 Ruiming vliegtuigbommen Colmont – Eijzerheide ......................................................................
28 Melding blindganger Etenaken Wijlre ......................................................................................... 29 Kaarten ........................................................................................................................................ 29 Leemten in kennis ....................................................................................................................... 29 CONCLUSIE EN ADVIES .......................................................................................................... 31 Risicoanalyse .............................................................................................................................. 31 Advies voor verdere werkzaamheden ........................................................................................ 31
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 3 van 31
Bijlagen
1. Kaart onderzoeksgebied 2. WSCS-OCE 3. Luchtfoto’s 4. MORA’s 5. Indicatiekaart 6. Relevante indicaties 7. Bodembelastingkaart CE 8. Protocol toevalsvondst 9. Systeemcertificaat WSCS-OCE 10. Omschrijving typen CE
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 4 van 31
1. SAMENVATTING Uit dit onderzoek is gebleken dat de projectlocatie deels verdacht is op de aanwezigheid van CE. Ten gevolge van een bombardement bij Benzenrade op 5 oktober 1942 is het uiterste oosten van het onderzoeksgebied verdacht verklaard op afwerpmunitie. Er zijn verschillende indicaties van grondgevechten en artilleriebeschietingen in en rond het onderzoeksgebied tijdens de bevrijding in september 1944. Aan de hand van de huidige informatie kunnen naar aanleiding hiervan echter geen verdachte gebieden worden afgebakend. Gezien de indicaties van grondgevechten en artilleriebeschietingen is het echter mogelijk dat er zich wel CE binnen het onderzoeksgebied bevinden. Derhalve adviseert RPS om de werkzaamheden uit te voeren onder protocol toevalsvondst (zie Bijlage 8). Indien er tijdens toekomstige civiele werkzaamheden inderdaad CE wordt aangetroffen, adviseert RPS om een verificatie opsporingsonderzoek uit te laten voeren door een WSCS-OCE gecertificeerd bedrijf. Doel hierbij is om na te gaan of het daadwerkelijk een toevalsvondst CE betrof. Meer informatie over specifieke typen CE is te vinden in Bijlage 10.
1.1. Advies voor verdere werkzaamheden Binnen de onverdachte gebieden kunnen werkzaamheden uitgevoerd worden zonder verdere maatregelen met betrekking tot OCE. Ondanks diepgravend onderzoek kan de mogelijke aanwezigheid van CE echter nooit geheel worden uitgesloten. Daarom geldt in onverdachte gebieden het protocol toevalsvondst CE dat te vinden is in Bijlage 8. Binnen de verdachte gebieden dient vervolgonderzoek te worden gedaan alvorens hier grondroerende werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, namelijk: Ter plaatse van het verdachte gebied dient een opsporingsonderzoek te worden uitgevoerd. De meest geschikte detectiemethode kan worden bepaald aan de hand van de verwachte CE, de diepteligging, locatie specifieke omstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Dit opsporingsonderzoek dient uitgevoerd te worden door een WSCS-OCE A/B gecertificeerd bedrijf. Het WSCS-OCE certificaat van RPS is bijgevoegd als Bijlage 9.
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 5 van 31
2. INTRODUCTIE EN ACHTERGROND 2.1. Opdracht enaderd om een historisch vooronderzoek uit te voeren naar het risico van Conventionele Explosieven (CE) bij de aanleg van een fietsverbinding tussen Heerlen en Wijlre.
2.2. Probleemstelling Binnen het projectgebied zullen diverse (grond)werkzaamheden plaatsvinden. Potentiële CE in de bodem kunnen een risico vormen voor de openbare veiligheid en resulteren in een stagnatie van de werkzaamheden. Om de veiligheid van het personeel en de omgeving te behartigen en extra kosten te voorkomen, is het daarom van belang om het risico op de aanwezigheid van CE vast te stellen.
2.3. Doelstelling Het doel van dit onderzoek is het vaststellen van het risico op de aanwezigheid van Conventionele Explosieven (CE) binnen de projectlocatie. De informatie die tijdens dit onderzoek is verzameld, wordt ook gedigitaliseerd en gebruikt voor kaarten die de vastgestelde risico’s horizontaal afbakenen. Deze zal ‘Verdacht’ of ‘Onverdacht’ zijn op de aanwezigheid van CE. Ook zullen de verdachte gebieden verticaal afgebakend worden op basis van eventuele indringingsdiepte van projectielen.
2.4. Onderzoeksproces Het onderzoeksproces wordt samengevat in het onderstaande stroomdiagram: • Informatie verkrijgen
• Evaluatie CE risico
• CE verdacht?
• Verdacht Onverdacht
• Afbakenen verdacht gebied
• Bodembelastingkaart
• Aanbevolen maatregelen
figuur 2.1: onderzoeksproces
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 6 van 31
2.5. Aanvullende informatie Het onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de WSCS-OCE, die het bestuderen van een aantal bronnen verplicht stelt als deel van een historisch vooronderzoek Conventionele Explosieven voor projecten in Nederland. RPS raadpleegt standaard ook aanvullende bronnen om een betere inschatting te kunnen maken van het risico dat door CE gevormd wordt. Verdere informatie over de WSCS-OCE is te zien in Bijlage 2. Er dient opgemerkt te worden dat eventuele analyses gewijzigd kunnen worden als er nieuwe informatie aan het licht komt dat niet in het onderzoek is bestudeerd. Detectie van wat voor soort dan ook maakte geen onderdeel uit van dit vooronderzoek. Onze inschatting is gebaseerd op de betrouwbaarheid van de informatie die in de bestudeerde documenten te vinden is. RPS is op geen enkele manier verantwoordelijk voor de betrouwbaarheid van dergelijke informatie of voor eventuele onleesbare of missende documenten.
2.6. Projectteam eeft een projectteam samengesteld dat het onderzoek voor dit project uitvoerde. Dit team bestond uit de volgende personen: ▪ ▪ ▪ ▪
(Historicus) (GIS)
Sr. OCE-deskundige) Historicus)
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 7 van 31
3. BRONNEN In de beginfase van het onderzoek staat het verzamelen van (historisch) feitenmateriaal centraal. In dit hoofdstuk worden alle bronnen weergegeven die voor dit onderzoek bestudeerd zijn. De uiteindelijke conclusie is op dit materiaal gebaseerd. Voor het historisch vooronderzoek schrijft de WSCS-OCE verschillende bronnen voor. Enkele bronnen zijn verplicht en voor nadere informatie kunnen de aanvullende bronnen geraadpleegd worden. Tijdens dit onderzoek zijn in ieder geval de volgende bronnen geraadpleegd: tabel 3.1: geraadpleegde bronnen
Bron
Verplicht
Aanvullend
Geraadpleegd
Literatuur
X
X
Gemeentelijk archief ▪ Luchtbeschermingsdienst ▪ Aangetroffen / geruimde CE ▪ Oorlogsschaderapporten
X
X
Provinciaal archief
X
X
Explosieven Opruimings Dienst Defensie ▪ Meldingen aangetroffen CE ▪ Mijnenveldkaarten
X
X
Luchtfotocollectie Bibliotheek Wageningen Universiteit
X
X
Luchtfotocollectie kadaster (Zwolle)
X
X
National Collection of Aerial Photography (NCAP) (Edinburgh)
X
X
Luchtfotocollectie en -inventarisatie Luftbilddatenbank (LBDB), (Estenfeld, Duitsland)
X
X
Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH)
X
X
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)
X
X
Nationaal Archief Den Haag
X
X
The National Archives (Londen)
X
Bundesarchiv-Militararchiv (Freiburg)
X
The National Archives (Washington DC)
X
Getuigen
X
X
3.1. Literatuur Door middel van een literatuuronderzoek zijn de oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied in kaart gebracht. De bevindingen van dit onderzoek bieden inzicht in de mogelijke aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied. De volgende literatuur is voor dit onderzoek bestudeerd: ▪
Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, Mei 1940, de strijd op Nederlands grondgebied (1990)
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 8 van 31
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Berg, T. van den, De Bezetting in Vogelvlucht (2012) Bollen, H. & P. Vroemen, Canadezen in actie (2002) Crombach, W. en B.J.M. Bekman, Terugblik... met het oog op morgen: bezetting en bevrijding van Bocholtz, Eys/Wittem, Heerlen-Zuid, Groot-Kerkrade, Schin op Geul, Simpelveld, Wijlre (1984) Gerritsen, G. Heuvelland bevrijd: verhalen over bezetting en bevrijding van het Heuvelland (2004) Hendriks, J. D-day in Zuid-Limburg: de bevrijding van uur tot uur, van plaats tot plaats (1994) Hoogeven, J. ‘Eveneens voor de goede orde’: Heerlen in oorlogstijd, 1940-1944 (1984) Jansen, Ab.A. Sporen aan de hemel (1979) – 3 delen Klep C. & B. Schoenmaker, De Bevrijding van Nederland 1944-1945: oorlog op de flank (1995) Korthals Altes, A., Luchtgevaar: luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 (1984) Nierstrasz, De krijgsverrichtingen in Zuid-Limburg (1952) Pater, B.C. de & B. Schoenmaker, De grote atlas van Nederland, 1930-1950 (2005) Zwanenburg, G.J. En nooit was het stil (1990) – 2 delen.
3.2. Archiefstukken De volgende tabellen laten zien welke relevante stukken uit welke archieven zijn bestudeerd. Deze stukken zullen de basis van de eindanalyse vormen.
3.2.1. Gemeentearchief Heerlen heeft het centrum voor regionale geschiedenis Rijckheyt te Heerlen bezocht om de relevante stukken uit het gemeentearchief van Heerlen te bestuderen. De volgende stukken zijn bestudeerd voor dit onderzoek: tabel 3.2: overzicht bestudeerde archiefstukken uit het gemeentearchief van Heerlen
Toeg. Nr.
016
Archief
Gemeente Heerlen (gedeelte), 1919-1969
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Inv. Nr.
Titel
10114
Stukken betreffende het herstel van oorlogsschade aan 50 woningen. Herbouw van de woningen te Benzenraderweg nrs. 175 en 177 in verband met totale verwoesting als gevolg van de bomaanslag d.d. 5-10-1942, 1942 1958
1052-Z
Stukken betreffende schade aangebracht aan gebouwde panden en inboedel door bominslag. Inlichtingen, staten van herstelwerkzaamheden, verklaringen van schade, aanvragen van Rijksbijdragen, bekendmakingen door de Burgemeester aan slachtoffers van oorlogsschade, 1943, 1951
1057-Z
Staten van schade aan door bominslag getroffen panden en overige schade, anders dan door bominslag, 1940 - 1942
1088-Z
Lijsten van molestschade per adres en de aard van de schade na het luchtbombardement van 26-02-1943, een neergestort vliegtuig op 14-05-1943 en het luchtbombardement van 14-07-1943
Pagina 9 van 31
Toeg. Nr.
Archief
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Inv. Nr.
Titel
1091-Z
Stukken betreffende correspondentie en gegevens ingevolge schade door de bominslag op 26-02-1943, 1943
1094-Z
Toekenning van overbruggingssteun aan J. Wefels wegens schade aan woning en kapperszaak door de bominslag van 26-021943, 1943 - 1944
1105-Z
Lijsten van molestschade per adres en de aard van de schade na het luchtbombardement van 5-10-1942
1281912829
Staten van op tijdens oorlogsgeweld beschadigde gebouwen, 1940-1944
339-Z
Stukken betreffende meldingen van voorvallen en ongevallen, welke op enigerlei wijze met oorlogshandelingen verband houden (algemeen). Maatregelen bij bominslag. Processen-verbaal, rapporten en gegevens inzake luchtaanvallen, bominslagen, brand en dergelijke 1939-1944
343-Z
Stukken betreffende diverse soorten bommen en andere luchtbestrijdingsmiddelen. Het melden van blindgangers en tijdbommen, mededeling van Departement Binnenlandse Zaken inzake het melden en onschadelijk maken van fosforplaatjes geworpen door Engelse vliegtuigen, aanwijzingen inzake het melden en onschadelijk maken van fosforplaatjes geworpen door Engelse vliegtuigen, aanwijzingen inzake het bestrijden en bewaren van fosforbussen en –resten, het verzamelen en inleveren van bomscherven, maatregelen in verband met nieuwe Engelse brandbom, inleveren van pamfletten uitgeworpen door Engelse vliegtuigen, gegevens betreffende de vliegende bom, 1940-1945
3488-Z
Staten betreffende schade aan panden door de bominslagen van 13 en 14 Juli 1943, 1943
Pagina 10 van 31
Toeg. Nr.
Archief
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Inv. Nr.
Titel
387-Z
Stukken betreffende ontplofbare stoffen. Bekendmaking inzake verbeurdverklaring van wapens, munitie en springstoffen, correspondentie betreffende onontplofte munitie en projectielen, aangifte en vrijgeven van mijnenvelden, munitie opslagplaatsen, opruiming gevaarlijke projectielen. Rapport van schade aan gebouwen, veroorzaakt door ontploffing van landmijnen op 28-01-1946 in de Gemeenteheide te Heerlen. Bewaking van munitie en springstoffen, voorlichtingscursus inzake handgranaten, projectielen, munitie enz. Speciale uitgave van de Rijksinspectie voor de luchtbescherming en het brandweerwezen, kosten opruiming munitie, oorlogstuig, 1940 - 1963
620-Z
Stukken betreffende landen en neerstorten van vliegtuigen. Toezicht op vanuit vliegtuigen geworpen voorwerpen gedurende de oorlogsjaren 1940-1945, opgave van gedurende de bezetting verongelukte vliegers en bewaking van neergestorte of noodgelande vliegtuigen, 1920-1948
6675
Stukken betreffende oorlogsschade aan woningwetwoningen van diverse bouwverenigingen (gezamenlijk behandeld). Voorschriften, kwijtschelding terugbetaling schuldrestant in verband met deze schade. R.b.: 20-12-1946. Ingetrokken bij R.b.: 5-07-1951. Aanvaarding van Rijksvoorschotten en verlening van deze voorschotten aan diverse bouwverenigingen ten behoeve van herstel van oorlogsschade. R.b.: 20-121945. Overzicht van beschadigde woningen. Declaratie ten laste van het Rijk wegens door gemeente gedane extra aflossingen op restanten van bouwvoorschotten, 1943 - 1960
Pagina 11 van 31
Toeg. Nr.
Archief
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Inv. Nr.
Titel
6676
Stukken betreffende oorlogsschade aan de woningwetwoningen gelegen in de complexen I en II. Opgave van beschadigde woningen, schade-aangiften, kosten van herstelwerkzaamheden, kwijtschelding van het restant schuld van voorschotten door de gemeente in verband met deze schade, 1943 - 1960
6678
Stukken betreffende oorlogsschade aan woningwetwoningen gelegen in de complexen I tot en met VII. Restitutie van het bedrag gebruikt voor de bouw van 3 schuilkelders aan de bouwvereniging, schade-aangiften, uitkering vergoedingen in verband met oorlogsschade en financiële afwikkeling, 1947 - 1957
6679
Stukken betreffende oorlogsschade aan de woningwetwoningen gelegen in de complexen I en II. Opgave van beschadigde woningen, schade-aangiften, kosten van herstelwerkzaamheden, kwijtschelding van het restant schuld van voorschotten door de gemeente in verband met deze schade, 1943 - 1960
6680
Stukken betreffende oorlogsschade aan de woningwetwoningen gelegen in de complexen I en II. Opgave van beschadigde panden, schade-aangiften, kosten van herstelwerkzaamheden, kwijtschelding door de gemeente van restant schuld voorschotten in verband met deze schade, 1944 - 1956
6683
Stukken betreffende oorlogsschade aan woningwetwoningen gelegen in de complexen I tot en met IV. Opgave van beschadigde woningen, schade-aangiften, kosten van herstelwerkzaamheden, voorschotten en jaarlijkse bijdragen ten behoeve van herstel oorlogsschade, financiële afwikkeling, 1943 - 1960
6684
Stukken betreffende oorlogsschade aan woningwetwoningen gelegen in complex III. Schade-aangiften en uitkering van vergoedingen ter herstel van deze schade, 1945 - 1956
Pagina 12 van 31
Toeg. Nr.
070
Archief
Luchtbeschermingsdienst der gemeente Heerlen, 1934-1951
Inv. Nr.
Titel
6693
Stukken betreffende oorlogsschade aan de woningwetwoningen gelegen in de complexen I tot en met V. Opgaven van beschadigde woningen, correspondentie met betrekking tot diverse complexen, kosten van herstelwerkzaamheden, voorschotten en jaarlijkse bijdragen ter herstel van de schade, kwijtschelding van schuldrestanten in verband met oorlogsschade, 1942 - 1960
132
Rapporten betreffende molestschade bombardementen, 1942-1943: Bombardement 5 oktober 1942
133
Rapporten betreffende molestschade bombardementen, 1942-1943: Bombardement, 26 februari 1943
134
Rapporten betreffende luchtalarm, bom- en granaatinslagen, het neerstorten van vliegtuigen 1940-1945: 22 mei 1940 – 7 oktober 1942
135
Rapporten betreffende luchtalarm, bom- en granaatinslagen, het neerstorten van vliegtuigen 1940-1945: 9 januari 1943 – december 1944
136
Rapporten betreffende luchtalarm, bom- en granaatinslagen, het neerstorten van vliegtuigen 1940-1945: januari 1945 – 10 maart 1945
3.2.2. Gemeentearchief Voerendaal eeft het centrum voor regionale geschiedenis Rijckheyt te Heerlen bezocht om de relevante stukken uit het gemeentearchief van Voerendaal te bestuderen. De volgende stukken zijn bestudeerd voor dit onderzoek: tabel 3.3: overzicht bestudeerde archiefstukken uit het gemeentearchief van Voerendaal
Toeg. Nr.
Archief
Inv. Nr.
Titel
T203
Gemeente Voerendaal, 1798 1950
583
Meldingen van voorvallen in verband met oorlogshandelingen 1940-1942
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 13 van 31
Toeg. Nr.
T204
Archief
Inv. Nr.
Titel
670
Luchtbeschermingsdienst: plaatsgevonden waarnemingen; opgaven en ruiming van bommen, munitie en neergestorte vliegtuigen en inlevering van bomscherven
984-995
Stukken betreffende oorlogsschade aan woningen, boerderijen en scholen en de wederopbouw, 1940-1951
2436
Stukken betreffende aangiften van oorlogsschaden in gemeentelijke gebouwen te Ubachsberg en Voerendaal, waarin onderwijs wordt gegeven
3091
Luchtbeschermingsdienst: uitvoering van taken uitgezonderd waarnemingen en inzameling van bomscherven
3092
Graven van mangaten langs de hoofdverkeerswegen door de luchtbeschermingsplichtige bevolking
1806
Stukken betreffende de financiële afwikkeling van oorlogsschade aan particuliere eigendommen 1950-1960
1918
Stukken betreffende de vaststelling van rijksbijdragen in de kosten van het herstel van oorlogsschade aan wegen en bruggen, 1950-1954
2122
Stukken betreffende de financiële afwikkeling van oorlogs- en bezettingsschade aan schoolgebouwen, 1954-1958
2387
Stukken betreffende de financiële afwikkeling van oorlogsschade aan kerkelijke gebouwen
Gemeente Voerendaal 19511981
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 14 van 31
3.2.3. Gemeentearchief Wijlre eeft het centrum voor regionale geschiedenis Rijckheyt te Heerlen bezocht om de relevante stukken uit het gemeentearchief van Wijlre te bestuderen. De volgende stukken zijn bestudeerd voor dit onderzoek: tabel 3.4: overzicht bestudeerde archiefstukken uit het gemeentearchief van Wijlre
Toeg. Nr.
T406
T409
Archief
Inv. Nr.
Titel
831
Stukken betreffende maatregelen in verband met schietoefeningen van de Duitse weermacht, 1941-1942
838
Dossiers inzake het opruimen van in de gemeente aangetroffen explosieven, 19751978
867
Stukken betreffende het herstel van oorlogsschade aan wegen, met tekeningen, 1946-1954
936
Stukken betreffende oorlogsschade aan boerderijen, 1944-1948
1010
Stukken betreffende de oorlogsschade in de gemeente, 1940-1961
1037
Stukken betreffende het verlenen van medewerking bij het herstel van oorlogsschade aan de bewaarschool St Jozef te Wijlre en verlenen van subsidies aan deze school, 1947-1955
1159
Stukken betreffende de gemeente in de bezettingsjaren 1940-1944, met een register van de Luchtbeschermingsdienst houdende gegevens inzake nachtelijke activiteiten in het luchtruim boven het grondgebied van de gemeente, 1941-1947
X
Archief nog niet aanwezig
Gemeente Wijlre, 1938-1981
Gemeente Gulpen, 1982-1999
3.2.4. Provinciaal archief Limburg RPS heeft het Regionaal Historisch Centrum Limburg te Maastricht bezocht om de relevante stukken uit het provinciaal archief van Limburg te bestuderen. De volgende stukken zijn bestudeerd voor dit onderzoek:
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 15 van 31
tabel 3.5: overzicht bestudeerde archiefstukken uit het provinciaal archief van Limburg
Toeg. Nr.
04.07B
E7. E09
Archief
Provinciaal Bestuur in Limburg, 1914-1943
Militair Gezag Limburg, 1944-1947
Inv. Nr.
Titel
499
Stukken betreffende de luchtbescherming, 1929-1946
500
Stukken betreffende de luchtbescherming, 1929-1946
502
Stukken betreffende meldingen van ongevallen en voorvallen, welke met oorlogshandelingen verband houden, 1940-1944
503
Stukken betreffende de Nederlandsche Vereniging voor Luchtbescherming, 1939, 1940
505
Stukken betreffende de luchtbescherming. ZuidLimburg, 1939
506
Stukken betreffende de luchtbescherming, 1939-1944
4860 (map 41)
Luchtbescherming en Brandweer algemeen
4860 (map 42)
Mijnen en projectielen, aangiften, opruiming en rapporten betreffende.
4861 (map 43)
Mijnen, projectielen en ander oorlogstuigcorrespondentie betreffende.
4871 (map 138)
Oorlogsschade betreft in hoofdzaak Schade Enquête Commissie
4882 (map 269)
Schade Enquête Commissie-tijdelijke voorziening
4886 (map 304)
Weekrapporten Noord-Limburg
4887 (map 314)
Weekrapporten i.z. bom-munitie-en mijnopruiming. Sectie IV
4952 (map 66)
Opgaven van gemeenten i.z. ligging van mijnenvelden met schetskaartjes en kladopgaven van geruimde mijnen, soort vermeldende.
4958 (map 142)
Landbouwherstel; opruiming mijnen en begroting
3.2.5. Nationaal Archief – Den Haag In het Nationaal Archief zijn onder andere archieven van de Inspectie bescherming bevolking tegen luchtaanvallen ondergebracht waarin meldingen worden gemaakt van luchtaanvallen, alsook die van de Nederlandse ambassade in Londen waarin luchtaanvallen worden beschreven. In het Nationaal
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 16 van 31
Archief zijn ook de Bunkerarchieven te vinden, met kaarten en tekeningen van de bunkers die tijdens de bezetting in Nederland zijn gebouwd. ft de volgende stukken uit het Nationaal Archief voor dit onderzoek bestudeerd: tabel 3.6: overzicht bestudeerde archiefstukken uit het Nationaal Archief
Toeg. Nr.
Archief
Inv. Nr.
Titel
2.04.53.15
Inspectie bescherming bevolking tegen luchtaanvallen
79
Meldingen en proces-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactiviteiten: Limburg
2.05.44
Archief van Nederlandse Gezantschap Ambassade Londen
1414
Stukken betreffende luchtbombardementen in Nederland
3.2.6. Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie is een kennis- en informatiecentrum met diverse archieven over de Tweede Wereldoorlog. Zo beheert het NIOD verschillende archieven waarin meldingen van luchtaanvallen zijn gedocumenteerd, alsook schetsen van Duitse verdedigingswerken die door het verzet zijn gemaakt. Hiernaast beschikt het NIOD over een uitgebreide literatuurcollectie over de Tweede Wereldoorlog. heeft de volgende stukken van het NIOD bestudeerd: tabel 3.7: overzicht bestudeerde archiefstukken uit het NIOD
Toeg. Nr.
Archief
Inv. Nr.
Titel
77
Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SSund Polizeiführer Nord-West)
1328
Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende luchtaanvallen in Nederland, 1940-1941
180
Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 – 28 april 1944
181 t/m 185
Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten
186
Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen
216k
Departement van Justitie
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 17 van 31
Toeg. Nr.
Archief
226b
Bureau inlichtingen – hoofdbureau Londen
Inv. Nr.
Titel
119
Rapporten en brieven over geallieerde bombardementen, neergestorte vliegtuigen en treinbeschietingen, 27 april 1943 – augustus 1944
3.2.7. Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie beheert de archieven van de Nederlandse krijgsmacht, waaronder gevechtsverslagen van de Duitse inval en informatie over Duitse verdedigingswerken. De volgende stukken zijn voor dit onderzoek bestudeerd: tabel 3.8: overzicht bestudeerde archiefstukken uit het NIMH
Toeg. Nr.
Archief
Inv. Nr.
Titel
575
Bureau inlichtingen / Duitse verdedigingswerken
340
West- en Oost-Heerlen (blad 62) gedateerd tot 1941, geen datum
3.2.8. Bundesarchiv – Militärarchiv (Freiburg, Duitsland) Veel Duitse archieven zijn tijdens of net na de oorlog verloren gegaan door bombardementen, opzettelijke vernietiging, inbeslagname of diefstal. Veel archieven die bewaard zijn gebleven worden beheerd door het Bundesarchiv – Militärarchiv in Freiburg, waaronder de Luftlageberichte Luftwaffenführungsstab, waarin een dagelijks overzicht wordt gegeven van de activiteiten van de eigen en de vijandige luchtmacht. De volgende stukken zijn voor dit onderzoek bestudeerd: tabel 3.9: overzicht bestudeerde archiefstukken Bundesarchiv – Militärarchiv Freiburg
Toeg. Nr.
Archief
Inv. Nr.
Titel
RL2-II
Luftlageberichte Luftwaffenführungsstab
205 t/m 269
10 – 21 Mai 1940 t/m 3 – 9 November 1941
RM7
Luftlageberichte Luftwaffenführungsstab
344 t/m 353
1 – 14 Augustus 1940 t/m 1 – 10 November 1940
3.2.9. Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) Na de oorlog was de Mijn- en Munitie Opruimingsdienst (MMOD) verantwoordelijk voor het opruimen van CE in Nederland, ondersteund door het Korps Hulpverleningsdienst (KHD). Vanaf 1971 is de Explosieven Opruimingsdienst Defensie verantwoordelijk voor het ruimen van aangetroffen CE. Vanaf dit moment zijn alle meldingen van geruimde CE uitgebreid gedocumenteerd. Tot 1990 werden deze documenten MORA’s (Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening) genoemd, later Werkopdrachten (WO), en tegenwoordig Uitvoeringsopdrachten (UO). Voor het gemak worden ze in dit onderzoek altijd aangeduid als MORA’s. eeft bij de EOD alle MORA’s opgevraagd die relevant leken voor het onderzoeksgebied. Deze zijn uitgewerkt en weergegeven in Bijlage 4.
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 18 van 31
Naast MORA’s beschikt de EOD over mijnenveldkaarten. Deze kaarten omvatten alle geregistreerde mijnenvelden. Hierbij zijn ook de bijbehorende rapportages met betrekking tot ruimingen opgenomen. Binnen dit onderzoeksgebied hebben volgens de mijnenveldkaarten van de EOD geen mijnenvelden gelegen.
3.3. Websites 3.3.1. Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) De Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) heeft een database opgesteld met daarin alle vliegtuigcrashes in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze database is voor dit onderzoek geraadpleegd. (http://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/)
3.3.2. Topotijdreis Een site van het Kadaster waarin alle topografische kaarten van Nederland sinds 1815 toegankelijk zijn. Dit geeft een goed overzicht van de situatie van het projectgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog en eventuele naoorlogse ontwikkeling. (www.topotijdreis.nl)
3.3.3. TracesOfWar Een website met allerhande informatie over de Tweede Wereldoorlog. Deze website is samengevoegd met Go2War2, een project van Stichting Informatie Wereldoorlog Twee (STIWOT), het grootste Nederlandstalige online naslagwerk over de Tweede Wereldoorlog. (www.tracesofwar.nl)
3.3.4. Vergeltungswaffen Een site waarop alle in Nederland bekende V-1 en V-2 inslagen staan ingetekend. (www.vergeltungswaffen.nl)
3.3.5. Website 30th Infantry Division Old Hickory Website over de 30th US Infantry Division met grote hoeveelheden originele documenten van en onderzoeken naar deze divisie. Op deze website zijn de volgende stukken bestudeerd: ▪
119th 3rd Battalion Combat Journal June 16 1944 to June 17 1945
▪
Lt Knox Journal Sept
▪
49th German ID Sept Oct 44
▪
119th HQ Sept Unit Journal
▪
A lonesome hero: sgt Robert S. Haws, 119th IR, Co. K
(http://www.oldhickory30th.com/)
3.4. Luchtfoto’s De analyse van historische luchtfoto’s vormt een essentieel onderdeel in het onderzoek. Hierop kunnen namelijk inslagkraters, oorlogsschade en verdedigingsstellingen worden gevonden. Gedurende de Tweede Wereldoorlog hebben vooral de geallieerden veel luchtfoto’s gemaakt van Nederland.
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 19 van 31
Het is bekend dat na de oorlog grote hoeveelheden foto’s zijn vernietigd, maar de meerderheid is in archieven terecht gekomen. Volgens de WSCS-OCE dienen de luchtfotocollecties van de volgende instituten te worden geraadpleegd: ▪ ▪
Universiteit Wageningen (WUR) De topografische dienst in Zwolle (Kadaster).
Bij bovenstaande collecties wordt altijd geïnventariseerd welke luchtfoto’s beschikbaar zijn voor het onderzoeksgebied. Op basis van de kwaliteit van de foto, het gebied dat het beslaat en de datum waarop de foto genomen is, wordt besloten welke foto’s besteld worden. De Universiteit Wageningen en Kadaster beschikken niet over luchtfoto’s van het onderzoeksgebied van tijdens de Tweede Wereldoorlog. Indien de Universiteit Wageningen of het Kadaster geen of onbevredigende foto’s heeft kunnen ook buitenlandse luchtfotocollecties worden geraadpleegd, namelijk: ▪ ▪ ▪
The National Collection of Aerial Photography (NCAP) in Edinburgh National Archives and Records Administration (NARA) in Washington. Luftbilddatenbank (LBDB) in Estenfeld, Duitsland
De volgende luchtfoto’s zijn voor dit onderzoek bestudeerd: tabel 3.10: bestudeerde luchtfoto’s
Bron
Datum
Vlucht
Foto nr.
Kwaliteit
Locatie
LBDB
08-09-1944
106G/2689
4243
Goed
Benzenrade
LBDB
08-09-1944
106G/2689
4246
Goed
ZW Benzenrade
LBDB
08-09-1944
106G/2689
4248
Goed
O Ubachsberg
LBDB
7-10-1944
7/3469
7022
Zeer hoog genomen
Zuid-Limburg
LBDB
21-02-1945
7/3980
7097
Hoog genomen
Zuid-Limburg
Deze foto’s zijn te zien in Bijlage 3.
3.5. Eerder uitgevoerd historisch onderzoek heeft in het teken van dit onderzoek gezocht naar rapporten van eerder uitgevoerde vooronderzoeken naar CE in het projectgebied en de nabije omgeving. Het volgende rapport is voor dit onderzoek geraadpleegd: ▪
, Vooronderzoek naar het risico op het aantreffen van conventionele explosieven in het rzoeksgebied ‘Gemeente Heerlen’ (14 mei 2015, 323-014-VO-01).
Aangezien het hier gaat om een gemeentebrede risicokaart die wordt gehanteerd door het bevoegd gezag worden de conclusies van dit rapport aangehouden tenzij RPS over aantoonbaar nauwkeuriger informatie beschikt.
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 20 van 31
4. RESULTATEN Dit hoofdstuk toont de resultaten/interpretatie van de bronnen die voor dit onderzoek zijn geraadpleegd. Verdachte gebieden worden bij voorkeur vastgesteld aan de hand van directe en concrete indicaties van twee of meer bronnen. Wanneer slechts één bron op bijvoorbeeld een bombardement wijst, wordt hier geen verdacht gebied aan gekoppeld. Deze wordt dan in de tabel met niet-relevante indicaties aangeduid als ‘geen bevestigende bron’. Een uitzondering op deze regel wordt gemaakt als de bron dermate betrouwbaar of gedetailleerd is dat deze niet kan worden genegeerd. Dit wordt dan ook toegelicht. Hieronder wordt het verdachte gebied in alle relevante aspecten omschreven: waarom het verdacht is verklaard, waarop het verdacht is, hoe het is afgebakend en wat de invloed van naoorlogse ontwikkeling op het verdachte gebied is. De indicaties die hebben geleid tot verdacht gebied zijn opgenomen in Bijlage 6.
4.1. Verdachte gebieden 4.1.1. Bombardement Heerlen, 5 oktober 1942 Uit archiefmateriaal blijkt dat op 5 oktober 1942 brisant- en brandbommen zijn gevallen nabij het onderzoeksgebied bij Benzenrade. In het onderzoeksgebied zijn drie brisantbommen neergekomen, en bij het aandachtsgebied is een cluster brandbommen neergekomen. Op onderstaande kaart heeft de luchtbeschermingsdienst van de gemeente Heerlen de locaties van de inslagen ingetekend.
figuur 4.1: Inslagen tijdens het bombardement van 5 oktober 1942 te Heerlen. Brisantbommen zijn in rood aangegeven, brandbommen in blauw. Kruisjes zijn ontplofte/ontbrande bommen, rondjes zijn blindgangers (bron: Heerlen 070: 132)
Aangezien deze indicatie binnen de gemeente Heerlen heeft plaatsgevonden wordt het gemeentebrede vooronderzoek van Heerlen aangehouden. Dit onderzoek is reeds goedgekeurd door het bevoegd gezag; hier wordt alleen van afgeweken als RPS aantoonbaar meer informatie heeft. Dat is hier niet het geval. Het vooronderzoek van Heerlen vermeldt bij deze indicatie: ‘Op basis van de geraadpleegde bronnen kan geen feitelijk onderbouwde uitspraak worden gedaan over het type en kaliber en de hoeveelheid Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 21 van 31
van de afgeworpen bommen. Het is namelijk niet bekend welke toestellen deze avond betrokken zijn geweest bij het bombardement op Heerlen’.1 De afbakening van het verdachte gebied wordt als volgt beschreven: ‘Rondom de gebieden met meerdere inslaglocaties is de grootte en vorm van het verdacht gebied afhankelijk van de verspreiding van de inslagpunten en de maximale onderlinge afstand tussen twee punten binnen dit verspreidingsgebied. Binnen de als gevolg van deze afbakening vastgestelde verdachte gebieden bestaat een kans op het aantreffen van afwerpmunitie van onbekend kaliber van Britse nationaliteit.’ In dergelijke gevallen gaat RPS uit van afwerpmunitie tot en met 1000 lbs. Als maximale diepte waarop de CE zich kan bevinden wordt in het gemeentebreed vooronderzoek de ‘diepte van de Pleistocene bodemlaag ter plaatse’ opgegeven. In dit stadium is er derhalve geen definitieve verticale afbakening te bepalen. Volgens de WSCS-OCE dient hierbij namelijk rekening te worden gehouden met de bodemweerstand en een groot aantal andere factoren zoals verwachte indringingssnelheid en -hoek, gewicht, vorm en diameter CE alsook afwerphoogte en afwerpsnelheid. Voor een definitieve verticale afbakening dient er aanvullend onderzoek te worden gedaan en moeten er sondeergegevens beschikbaar worden gesteld.
Als wordt uitgegaan van een vliegtuigbom van 1000 lbs wordt op basis van ervaring verwacht dat de CE tot 4 meter de bodem in kan zijn gedrongen. Dit dient echter te worden bevestigd middels een penetratieberekening zoals beschreven in de alinea hierboven. Op basis van deze informatie concludeert RPS dat de volgende types CE mogelijk aanwezig kunnen zijn in het verdachte gebied, en in de mogelijke hoeveelheden: tabel 4.1: overzicht van type CE en mogelijke hoeveelheden
Soort CE
Subsoort (kaliber)
Verwachte verschijningsvorm
Verwachte hoeveelheden
Maximale indicatieve diepte t.o.v. maaiveld WOII
Afgeworpen
Onbekend
4 meter*
Brand, brisant Afwerpmunitie
(t/m 1000 lbs) Brits
*dit is een schatting op basis van ervaring. Voor een definitieve verticale afbakening dient aanvullend onderzoek te worden gedaan aan de hand van sondeergegevens
Op basis van vergelijking tussen historische en recente luchtfoto’s (zie hieronder) is vastgesteld dat zich binnen het verdachte gebied enige naoorlogse ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Zo is er een weg aangelegd en is er bebouwing bij gekomen. De exacte contouren van naoorlogse ontwikkeling zijn op basis van luchtfoto’s echter niet te bepalen. Derhalve kunnen er ook geen gebieden worden uitgesloten van verdacht gebied. Dit zou eventueel in een Risicoanalyse CE (RA-CE) kunnen worden onderzocht.
1
ECG, Vooronderzoek naar het risico op het aantreffen van conventionele explosieven in het onderzoeksgebied Gemeente Heerlen (14 mei 2015, 323-014-VO-01): 4.2.26
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 22 van 31
Figuur 4.2: Onderzoeksgebied nabij Benzenrade op een luchtfoto van 1944 (boven) en een recente luchtfoto (bron: LBDB 106G/2689: 4243 en Esri)
4.2. Niet af te bakenen grondgevechten en artilleriebeschietingen Hieronder worden de gebeurtenissen besproken die op basis van de geraadpleegde bronnen niet konden worden afgebakend.
4.2.1. Bevrijding onderzoeksgebied Tussen 14 en 17 september 1944 is het onderzoeksgebied bevrijd, waarbij kleinschalige grondgevechten en beschietingen hebben plaatsgevonden. Op basis van de geraadpleegde informatie zijn de exacte locaties van deze gebeurtenissen echter niet voldoende te achterhalen om een verdacht gebied aan te koppelen. Hieronder worden de gebeurtenissen en de afwezigheid van bevestigende bronnen toegelicht en wordt advies gegeven met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden in onverdacht gebied. Een lijst met indicaties en bronvermeldingen voor de bevrijding van het onderzoeksgebied is opgenomen in Bijlage 6. 4.2.1.1.
Gebeurtenissen
In archieven en de literatuur zijn indicaties gevonden dat de Duitsers vlak voor de bevrijding verdedigingsstellingen nabij de spoorlijn bij Wijlre hebben aangelegd. Hiervan zijn de locaties niet bekend. Tijdens de bevrijding hebben er rond Wijlre grondgevechten plaatsgevonden. Zo is een Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 23 van 31
patrouille van de 30e Amerikaanse Infanteriedivisie op 14 september 1944 onder vuur genomen door mitrailleurs vanaf de Fromberg, waarop ze zijn teruggetrokken. De Fromberg ligt nabij het onderzoeksgebied, maar op basis van deze indicatie is geen verdacht gebied af te bakenen. Daarnaast zijn er indicaties dat het dorp Wijlre onder artillerievuur heeft gelegen. De bebouwde kom van Wijlre lag destijds echter ruim 700 meter ten zuiden van het onderzoeksgebied, dus hier kan geen verdacht gebied aan worden gekoppeld.
Figuur 4.3: gevechtsverslag van het 3e bataljon, 119e regiment, 30 Infanteriedivisie (bron: Website Old Hickory, 119 3 Combat Journal)
Op 16 september 1944 trekt het 3e bataljon van het 119e regiment van de 30e Amerikaanse Infanteriedivisie van Wijlre naar Ubachsberg, waarbij melding wordt gemaakt van mortier- en machinegeweervuur vanuit de heuvelplooien en intensief artillerievuur, maar exacte locaties worden niet genoemd. Het is niet eens zeker of troepen van het 3e bataljon wel de Vijfbundersweg bij Fromberg hebben genomen of dat de hele eenheid de grotere weg via Elkenrade heeft genomen.
Figuur 4.4: Kaart van de omgeving van het onderzoeksgebied tussen Wijlre en Ubachsberg (bron: Topotijdreis, kaart 1947)
Veel vertraging levert deze tegenstand echter niet op. Op de avond van 16 september wordt Ubachsberg bereikt, waar volgens één bron Panzerjäger van de 10e SS Panzerdivisie worden ingezet.2 Dit wordt echter niet bevestigd door andere bronnen. Op 17 september rukten de Amerikanen vanuit Ubachsberg op naar Benzenrade waar enig artillerievuur wordt gemeld.
2
Crombach, Terugblik, 63
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 24 van 31
Bovenstaande indicaties duiden op mogelijke stellingen, grondgevechten en beschietingen in of nabij het onderzoeksgebied. De exacte locaties hiervan zijn op basis van de huidige informatie echter niet te herleiden. 4.2.1.2.
Bevestigende bronnen
Eventuele gevechtsverslagen van de 30e Amerikaanse Infanteriedivisie, voor zover deze niet via de website van deze divisie zijn geraadpleegd, zullen naar verwachting niet of nauwelijks bruikbare aanvullende informatie bevatten. Luchtfoto’s die inzicht geven in eventuele schade aan het landschap door grondgevechten zijn niet beschikbaar. De drie beschikbare luchtfoto’s van 8 september 1944 zijn besteld om de locaties van eventuele stellingen inzichtelijk te krijgen, maar deze foto’s zijn vóór de bevrijding van het onderzoeksgebied gemaakt. Hierop zijn derhalve geen sporen van grondgevechten of artilleriebeschietingen zichtbaar. Van 9 september 1944 tot ten minste 21 februari 1945, ruim vijf maanden na de bevrijding, is er slechts één luchtfoto beschikbaar van het onderzoeksgebied. Dit is foto LBDB 7/3469: 7022 van 7 oktober 1944, die is bestudeerd voor dit onderzoek. Deze foto is echter op dergelijk grote hoogte genomen (schaal 1:60.000) dat hier geen kenmerken op te zien zijn die duiden op stellingen, grondgevechten of artilleriebeschietingen (zie hieronder).
Figuur 4.5: Uitsnede van luchtfoto LBDB 7/3469: 7022 ten zuidwesten van Ubachsberg. Op deze foto zijn geen sporen van grondgevechten of artilleriebeschietingen te zien.
De luchtfoto van 21 februari 1945 is ook besteld, maar ook deze is te hoog ( schaal 1:45.000) en mogelijk te lang na de gevechtshandelingen genomen om eventuele schade aan het landschap op te zien. Tot minstens juli 1947 zijn van het onderzoeksgebied geen foto’s beschikbaar die van kleinere schaal zijn dan 1:40.000. Mochten er na juli 1947 luchtfoto’s van kleinere schaal beschikbaar zijn, wordt gezien de verstreken tijd niet verwacht dat hier sporen van eventuele gevechtshandelingen zichtbaar zijn. Tijdens de wederopbouw en bij agrarische en andere activiteiten in het landschap zullen eventuele stellingen en inslagkraters vermoedelijk verwijderd zijn. Het onderzoeksgebied is te spaarzaam bebouwd om uit te gaan van oorlogsschaderapporten. Bovendien zijn deze rapporten te weinig gespecificeerd om te bepalen of de schade daadwerkelijk is veroorzaakt door CE. Er zijn enkele MORA’s bekend van geruimde geweergranaten en geschutmunitie in en rond het onderzoeksgebied die mogelijk duiden op grondgevechten. Zo is er ten westen van Colmont een verschoten brisantpantsergranaat geruimd (MORA 20152126). Rond Ubachsberg zijn twee Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 25 van 31
mortiergranaten geruimd (MORA’s 19720523 en 19791763), maar het is niet duidelijk wat de wapeningstoestand hiervan was. Langs de Daelsweg zijn enkele geweergranaten geruimd (MORA’s 20071428, 20131343 en 20141329). Hiervan is de wapeningstoestand ook onduidelijk. Indien CE verschoten is duidt dit op een granaatbeschieting of grondgevechten, terwijl niet verschoten CE eerder duidt op dumping. De MORA’s bieden dus ook geen aanvullend informatie. Het feit dat er rond het onderzoeksgebied vrij weinig CE is geruimd kan twee oorzaken hebben. De eerste mogelijkheid is dat er weinig CE aanwezig is, waardoor logischerwijs ook weinig CE wordt gevonden. De tweede mogelijkheid is dat er sinds de oorlog weinig grondroerende werkzaamheden zijn uitgevoerd wat betekent dat eventueel aanwezige CE simpelweg niet zijn gevonden. Met uitzondering van de uitbreiding van de dorpen Wijlre, Ubachsberg en Heerlen-Benzenrade lijkt er inderdaad weinig naoorlogse ontwikkeling in het onderzoeksgebied te hebben plaatsgevonden. Aan de spaarzaamheid van munitieruimingen in en rond het onderzoeksgebied zijn dus geen conclusies te verbinden. Het gemeentebreed vooronderzoek van Heerlen heeft nabij het onderzoeksgebied geen gebieden verdacht verklaard naar aanleiding van de bevrijding. Er zijn geen andere onderzoeken bekend die nabij het onderzoeksgebied zijn uitgevoerd. 4.2.1.3.
Advies
Aan de hand van de huidige informatie kunnen naar aanleiding van de bevrijding van het onderzoeksgebied geen verdachte gebieden worden afgebakend. Gezien de indicaties van grondgevechten en artilleriebeschietingen is het echter mogelijk dat er zich binnen het onderzoeksgebied wel CE bevinden. Derhalve adviseert RPS om de werkzaamheden uit te voeren onder protocol toevalsvondst (zie Bijlage 8). Indien er tijdens toekomstige civiele werkzaamheden inderdaad CE wordt aangetroffen, adviseert om een verificatie opsporingsonderzoek uit te laten voeren door een WSCS-OCE gecertificeerd bedrijf. Doel hierbij is om na te gaan of het daadwerkelijk een toevalsvondst CE betrof.
4.3. Noemenswaardige gebeurtenissen Hieronder worden de gebeurtenissen genoemd die niet hebben geleid tot verdacht gebied maar die toch toelichting verdienen.
4.3.1. Bombardement Ubachsberg 10 juli 1941 Uit archiefmateriaal blijkt dat op 10 juli 1941 minstens 7 brisantbommen en ongeveer 40 brandbommen zijn neergekomen in Ubachsberg. De beschrijvingen in de betreffende bronnen zijn te onnauwkeurig om te bepalen of de bommen binnen of buiten onderzoeksgebied terecht zijn gekomen. De eerstvolgende twee luchtfoto’s van het betreffende gebied, gemaakt in oktober 1944 en februari 1945, zijn bestudeerd om de exacte locatie van het bombardement vast te stellen. Deze foto’s zijn echter te hoog en mogelijk te lang na het bombardement genomen om eventuele inslagkraters vast te stellen.
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 26 van 31
Figuur 4.6: Ubachsberg in respectievelijk oktober 1944 en februari 1945 (bron: LBDB 7/3469: 7022 en LBDB 7/3980: 7097)
Van het betreffende gebied zijn tot minstens augustus 1947 geen luchtfoto’s van kleinere schaal bekend. Gezien de verstreken tijd wordt niet verwacht dat op eventuele foto’s van na augustus 1947 nog eenduidige sporen van het bombardement waarneembaar zijn. Derhalve kan dit bombardement als niet af te bakenen worden beschouwd. In onderstaande tabel worden de indicaties voor deze gebeurtenis weergegeven: tabel 4.2: indicaties bombardement 10 juli 1941
Datum
Beschrijving
Bron
10-07-1941
3 brisantbommen in Voerendaal, brand in de katholieke kerk en een boerderij.
Freiburg RL2-II: 249
10-07-1941
5 brandbommen afgeworpen en ontbrand in RK Kerk in het gehucht Ubachsberg, gemeente Voerendaal. 6 brisantbommen gevallen en ontploft in weiland, enige glasschade. 1 blindganger in weiland
Limburg 04.07B: 502
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 27 van 31
Datum
Beschrijving
Bron
11-07-1941
Te Ubachsberg zijn 3 brisantbommen en ongeveer 40 brandbommen Limburg gevallen op 200 meter ten oosten van de kom van Ubachsberg. 04.07B: 502
4.3.2. Ruiming vliegtuigbommen Colmont – Eijzerheide In het gemeentearchief van Voerendaal is een document aangetroffen van februari 1945 waarin melding wordt gemaakt van twee niet ontplofte bommen tussen Colmont en Eyserheide. Volgens documenten uit het provinciaal archief van Limburg worden in oktober 1945 in de gemeente Voerendaal twee onontplofte 100kg splinterbommen opgeblazen. Het is niet zeker of deze meldingen dezelfde bommen betreffen en het is onduidelijk waar de bommen exact lagen en van welk bombardement deze afkomstig zijn. Derhalve is er op basis van deze informatie geen verdacht gebied af te bakenen.
Figuur 4.7: het gebied bij Colmont en Eyserheide waar twee vliegtuigbommen zouden hebben gelegen (bron: Esri)
In onderstaande tabel worden de indicaties voor deze gebeurtenis weergegeven: tabel 4.3: indicaties bombardement 10 juli 1941
Datum
Beschrijving
Bron
Februari 1945
Tussen Colmont en Eijzerheide twee niet ontplofte bommen
Voerendaal T203: 670
28-09-1945
Twee bommen in bouwland Hamers Colmond 14, tussen Colmond en Voerendaal Eijserheide T203: 670
13 t/m 2010-1945
In de gemeente Voerendaal twee onontplofte bommen (100kg splinterbommen) en 1 mijn laten opblazen daar vervoer onmogelijk was
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Limburg 07.E09: 4887
Pagina 28 van 31
4.3.3. Melding blindganger Etenaken Wijlre In 1975 is de EOD uitgerukt voor een melding van een mogelijke blindganger aan de Klapstraat in Wijlre, ongeveer waar nu de Burgemeester van Laarstraat is. 3 Volgens een bewoner heeft hij daar in een voormalige fruitplantage een gat in de grond gezien waar hij een blindganger vermoedde. Het gat had een diepte van 1 tot 1,5 meter en een diameter van ongeveer 10 cm. Omdat hij niet wist wat het was heeft hij het gat gevuld met grond. In de MORA wordt geen melding gemaakt of er iets gevonden is. Als het inderdaad om CE gaat, kan uitgaande van de diameter van het gat worden aangenomen dat het hier om geschutmunitie gaat. Het is mogelijk dat de granaat daar tijdens de bevrijdingsgevechten neer is gekomen, maar het kan ook een niet ontplofte luchtdoelgranaat zijn. Momenteel is er te weinig informatie om een verdacht gebied op te baseren.
4.4. Kaarten Waar mogelijk is alle relevante data van het onderzoek gedigitaliseerd met gebruik van Geographical Information System (GIS), en er zijn verschillende kaarten gemaakt. Op elke kaart staat de projectlocatie aangegeven met twee buffers er omheen. Om het projectgebied is een buffer van 50 meter aangebracht, de maximale afstand waarop werkzaamheden invloed kunnen hebben op eventuele CE. Binnen dit gebied zijn de verdachte gebieden aangegeven. 131 meter om het onderzoeksgebied heen ligt het aandachtsgebied, waarbinnen alle relevante gebeurtenissen zorgvuldig worden bestudeerd omdat binnen dit gebied gebeurtenissen kunnen hebben plaatsgevonden waarvan de afbakening overlapt met de projectlocatie. Als Bijlage 1 is een kaart met enkel het projectgebied en bovengenoemde buffers bijgevoegd. In Bijlage 3 wordt de luchtfoto getoond met eventuele relevante indicaties die erop te zien zijn. In Bijlage 5 treft men de indicatiekaart waarop alle relevante indicaties in de buurt van het aandachtsgebied indicatief zijn aangegeven (zie hieronder). Deze kaart is niet uitputtend. Ten slotte is in Bijlage 7 de bodembelastingkaart ingevoegd waarop de verdachte en onverdachte gebieden zijn aangegeven.
4.5. Leemten in kennis Ondanks diepgravend onderzoek zijn er nog steeds potentiële gaten in de gevonden informatie, zoals: ▪ ▪
▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
3
De EOD is haar ruimingen pas vanaf 1970 systematisch gaan registreren. Van de periode 19451970 zijn daarom zeer beperkt ruimingsgegevens beschikbaar. De exacte locatie van munitieruimingen is vaak niet te bepalen. Meestal wordt als ligplaats het dichtstbijzijnde adres opgegeven, wat in dunbevolkte gebieden op grote afstand van de daadwerkelijke ligplaats kan liggen. Tijdens en na de oorlog is vaak munitie gedumpt in schuttersputten, loopgraven, watergangen en dergelijke. Deze dumpingen zijn vrijwel nooit gedocumenteerd en kunnen dus zeer zelden worden achterhaald. Vanwege de spaarzame bebouwing in en rond het onderzoeksgebied zijn er nauwelijks oorlogsschaderapporten bekend. In de geraadpleegde oorlogsschaderapporten wordt zelden gedefinieerd wat de exacte oorzaak van de gemelde schade is. Het is niet bekend wat de EOD in 1975 nabij de huidige Burgemeester van Laarstraat heeft aangetroffen (MORA’s 19752096 en 19753171). Er zijn geen inslagkraters bekend van het bombardement van 10 juli 1941 bij Ubachsberg. De locaties van eventuele Duitse stellingen rond het onderzoeksgebied in september 1944 zijn niet bekend.
MORA’s 19752096 en 19753171
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 29 van 31
▪ ▪ ▪ ▪
De locaties van eventuele Amerikaanse stellingen rond het onderzoeksgebied in september 1944 zijn niet bekend. Het is niet bekend of en welke delen van het onderzoeksgebied tijdens de bevrijding in september 1944 onder geschutvuur hebben gelegen. Het is niet bekend of en waar binnen het onderzoeksgebied tijdens de bevrijding grondgevechten hebben plaatsgevonden. Aan de hand van de huidige informatie is het niet mogelijk om de wijk- en huisnummers van Wijlre om te zetten naar huidige adressen.
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 30 van 31
5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1. Risicoanalyse Uit dit onderzoek is gebleken dat de projectlocatie deels verdacht is op de aanwezigheid van CE. Ten gevolge van een bombardement bij Benzenrade op 5 oktober 1942 is het uiterste oosten van het onderzoeksgebied verdacht verklaard op afwerpmunitie. Er zijn verschillende indicaties van grondgevechten en artilleriebeschietingen in en rond het onderzoeksgebied tijdens de bevrijding in september 1944. Aan de hand van de huidige informatie kunnen naar aanleiding hiervan echter geen verdachte gebieden worden afgebakend. Gezien de indicaties van grondgevechten en artilleriebeschietingen is het echter mogelijk dat er zich wel CE binnen het onderzoeksgebied bevinden. Derhalve adviseert RPS om de werkzaamheden uit te voeren onder protocol toevalsvondst (zie Bijlage 8). Indien er tijdens toekomstige civiele werkzaamheden inderdaad CE wordt aangetroffen, adviseert RPS om een verificatie opsporingsonderzoek uit te laten voeren door een WSCS-OCE gecertificeerd bedrijf. Doel hierbij is om na te gaan of het daadwerkelijk een toevalsvondst CE betrof. Meer informatie over specifieke typen CE is te vinden in Bijlage 10.
5.2. Advies voor verdere werkzaamheden Binnen de onverdachte gebieden kunnen werkzaamheden uitgevoerd worden zonder verdere maatregelen met betrekking tot OCE. Ondanks diepgravend onderzoek kan de mogelijke aanwezigheid van CE echter nooit geheel worden uitgesloten. Daarom geldt in onverdachte gebieden het protocol toevalsvondst CE dat te vinden is in Bijlage 8. Binnen de verdachte gebieden dient vervolgonderzoek te worden gedaan alvorens hier grondroerende werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, namelijk: Ter plaatse van het verdachte gebied dient een opsporingsonderzoek te worden uitgevoerd. De meest geschikte detectiemethode kan worden bepaald aan de hand van de verwachte CE, de diepteligging, locatie specifieke omstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Dit opsporingsonderzoek dient uitgevoerd te worden door een WSCS-OCE A/B gecertificeerd bedrijf. Het WSCS-OCE certificaat van RPS is bijgevoegd als Bijlage 9.
Ref: 1807688A00-R19-449 | Datum 19 april 2019
Pagina 31 van 31
Bijlage 1 Kaart onderzoeksgebied
191000
192000
193000
194000
195000
196000
197000
Legenda
321000
Onderzoeksgebied
320000
Aandachtsgebied
318000 317000
319000
318000 317000
319000
320000
321000
Projectlocatie
Regionale ligging
1:250.000
316000
316000
Coördinaten in RD Project:
Gecontroleerd door:
Fietsverbinding Voerendaal Functie controleur:
Teamleider OCE
Opdrachtgever:
Omschrijving:
Projectnummer:
1807688A00
Projectleider:
315000
315000
Auteur: Fase:
HVO-CE
Formaat:
A3
Schaal:
1:25.000
Status:
Definitief
Datum:
17-4-2019
Blad: Nummer:
191000
192000
193000
194000
195000
196000
197000
1 van 1 Wijz:
1807688A00-001 Q:\GGI\1 Projecten\1807688A00\3 Werkdossier\2 Tekeningen\a. Moedertekening\GIS\1807688A00-001Voerendaal HVO projectlocatiekaart.mxd
© ondergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors
Projectlocatiekaart
Bijlage 2 WSCS-OCE
WSCS-OCE In deze bijlage staan de voorschriften en richtlijnen uit de WSCS-OCE die relevant zijn voor het historisch vooronderzoek CE. Bronnen Voor het historisch vooronderzoek schrijft de WSCS-OCE verschillende bronnen voor. Enkele bronnen zijn verplicht en voor nadere informatie kunnen de aanvullende bronnen geraadpleegd worden: Bron
Verplicht
Literatuur
X
Gemeentelijk en provinciaal archief
X
Aanvullend
Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH)
X
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)
X
Explosieven Opruimings Dienst Defensie
X
Luchtfotocollectie Bibliotheek Wageningen Universiteit
X
Luchtfotocollectie Topografische Dienst (Zwolle)
X
Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives
X
The National Archives (Londen)
X
Bundesarchiv-Militararchiv (Freiburg)
X
The National Archives (Washington DC)
X
Getuigen
X
In de WSCS-OCE wordt het Nationaal Archief in Den Haag niet genoemd. Hier zijn echter wel relevante archieven met betrekking tot onder andere luchtaanvallen en verdedigingsstellingen te vinden. In Hoofdstuk Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. wordt aangegeven welke inventarissen van het Nationaal Archief zijn geraadpleegd. Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek De volgende tabel wordt gebruikt om te beoordelen of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE (verdacht of onverdacht) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd van worden afweken.