Bijlage visie Supermarktstructuur Heerlen.pdf
Tekst van het document
plekken heeft als doel om bestaande solitaire supermarkten en/of ander boodschappen aanbod te clusteren en beleidsmatig te faciliteren. Bestaande supermarkten krijgen de mogelijkheid te verplaatsen naar en te moderniseren op een beter bereikbare locatie met optimale parkeermogelijkheden.
Door clustering van idealiter minimaal twee complementaire supermarkten (fullservice en discount) met eventueel enkele aanvullende boodschappen voorzieningen, zoals een bakker, slager en/of drogist, ontstaat bovendien gemak en efficiëntie voor de consument die meer te kiezen heeft. Dit zal bijdragen aan meer combinatiebezoeken wat ten gunste komt van het economisch functioneren van het aanbod en daarmee de toekomstbestendigheid en vitaliteit van de structuur. Opgemerkt moet worden dat conform de SVREZL wel voldaan moet worden aan de eisen van salderen zoals hiervoor beschreven.
Wie kiest wordt gekozen Supermarkten zijn nog steeds volop in ontwikkeling en hebben vaak behoefte aan uitbreiding, verplaatsing nieuwvestiging en/of het opwaarderen van de kwalitatieve randvoorwaarden, zoals de bereikbaarheid en/of het parkeren. Ook in Heerlen is dit continu aan de orde. Vestigingsbeleid en wensen van supermarkten zelf dragen echter niet altijd bij aan het algemeen belang of sluiten niet altijd aan bij het beid. Dit heeft enerzijds te maken met de hoge mate van concurrentie tussen supermarktorganisaties en daardoor de wens naar goede en ‘goedkope’ locaties. Anderzijds heeft het vaak te maken met beleid dat te weinig ‘feeling’ heeft met de praktijk, waardoor supermarkten genoodzaakt zijn om hier van af te wijken. Het is daardoor belangrijk om bij nieuw beleid rekening te houden met de investeringskracht en –wensen van marktpartijen, aangezien deze uiteindelijk de feitelijke situatie bepalen. De ervaring leert dat een duidelijk en weloverwogen beleidskader dat rekening houdt met de praktijk juist wordt gewaardeerd door marktpartijen. Duidelijkheid over ontwikkel(on)- mogelijkheden, zorgt voor meer investeringsbereidheid. Uitvoering van de visie vraagt om een goede
30
8 Uitgangspunten visie Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
publiek-private samenwerking op basis van een gedragen koers. Juist in de context van Heerlen is meer beleidsmatige regie vanuit de gemeente op het gebied van de boodschappenstructuur noodzakelijk. Dit is in het belang van de leefbaarheid.
8.2
Kiezen: compleet aanbod in clusters
Heerlen kiest voor het concentreren van boodschappen aanbod in daarvoor beleidsmatig aangewezen clusters om een compleet boodschappen aanbod te bieden van hoge kwaliteit. Dit principe sluit aan op de provinciale Omgevingsvisie Limburg (2021) en de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (2017). De belangrijkste redenen waarom wordt ingezet op concentratie zijn als volgt. Boodschappenaanbod in clusters kan van elkaars aantrekkingskracht profiteren via combinatiebezoek. Voor consumenten ontstaat meer gemak en meer keuzemogelijkheden. Men kan efficiënter en completer boodschappen doen. Meer concentratie op daarvoor beleidsmatig aangewezen plekken resulteert in meer concentratie van mobiliteit en autoverkeer. Combinatiebezoek is het grootst indien de afstand tussen de supermarkt(en) en voorzieningen klein is, er sprake is van een centraal parkeerterrein, een korte loopafstand en goede zichtrelatie. Bovendien geldt dat idealiter sprake is van voorzieningen die hetzelfde bezoekmotief dienen, namelijk boodschappen doen. Het gaat dan om winkels zoals supermarkten, speciaalzaken (bakker, slager, poelier, tabak/lectuur, vis, groente/fruit etc.), drogisterijen en winkels op het gebied van persoonlijke verzorging.
Aanvullend kunnen ook enkele nietdagelijkse winkels worden beschouwd als meerwaarde voor boodschappen clusters en combinatiebezoek, zoals huishoudelijke artikelen (bijvoorbeeld Blokker) en warenhuizen (zoals Hema en Action).
donderdag 11 november 2021
Figuur 8.3: Voorwaarden combinatiebezoeken DTNP 2016
31
8 Uitgangspunten visie Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
8.3
Kiezen: goede bereikbaarheid
Wijkcentra: volledig boodschappencentrum (plus)
Buurtcentrum: Focus op dagelijkse boodschappen
De bevolking van Heerlen vergrijst bovengemiddeld, wat zorgt voor een minder mobiele populatie en meer aandacht vraagt voor sociale ontmoeting op lokaal niveau (in de buurt/wijk). Momenteel doet bijna 60% de boodschappen met de auto. De beleidsmatige boodschappenclusters zijn goed bereikbaar per auto, maar de loop en fietsafstand is voor sommige inwoners redelijk groot. De aanvaardbare afstand tot boodschappen aanbod komt daardoor in de toekomst onder druk te staan. Hierdoor kiest Heerlen voor meer beleidsmatige clusters om alle inwoners in Heerlen toegang te geven tot modern en toekomstig boodschappen aanbod in de eigen buurt/wijk dicht bij huis.
8.4
Kiezen: economische haalbaarheid
De vraag hoeveel clusters nodig zijn en waar deze moeten landen hangt voor een belangrijk deel samen met de balans tussen vraag en aanbod. Het resultaat is aanbod dat economisch goed kan functioneren (gemiddeld tot bovengemiddelde omzet per m² wvo). Uit de analyse (distributieve berekeningen) blijkt dat vraag en aanbod momenteel niet goed in balans zijn (er is overaanbod), zeker als rekening wordt gehouden met toekomstige trends (bevolkingskrimp, vergrijzing, online boodschappen doen en ontwikkelingen in de regio).
8.5
Typologie clusters/centrumgebieden
Op basis van trends en ontwikkelingen en benchmarkonderzoek zijn per type cluster (wijk- en buurtcentra) de kwantitatieve en kwalitatieve uitgangspunten opgenomen. Dit zijn uitgangspunten waar een goed functionerend centrum aan zou moeten voldoen. Deze voorwaarden geven richting, maar zijn geen absoluut kader. Op basis van de bestaande situatie liggen wel opgaven. In de beleidsmatige boodschappenstructuur van Heerlen wordt dit onderscheid toegepast (zie figuur 8.3).
donderdag 11 november 2021
Dagelijks: 2 à 3 complementaire supermarkten (service en discount) met moderne maatvoering. Tevens diverse (vers)speciaalzaken, zowel regulier (zoals een bakker, slager en slijter) als meer specialistisch versaanbod (zoals vis, kaas en delicatessen). Daarnaast 2 drogisterijen in verschillende segmenten. Niet-dagelijks: divers niet-dagelijks aanbod in het verlengde van de boodschappenfunctie (zoals bloemen, optiek en huishoudelijk) en in beperkte mate modisch aanbod (zoals textielsupers, schoenen en juwelier). Horeca: diverse voorzieningen zoals een lunchroom en overige fastservice horeca. In grotere wijkcentra is in beperkte mate tevens ruimte voor restaurants (bistro, wereldkeuken) of drankverstrekkers (dorpscafé). Dienstverlening: focus op ambachten (zoals kappers en schoonheidssalons) en maatschappelijke functies (zoals zorgpunt, buurthuis, muziekschool, etc.). Bereikbaarheid: uitstekend bereikbaar per auto, per fiets, te voet en bus en voldoende parkeercapaciteit. Openbare ruimte: verzorgd en aantrekkelijk met veel groen en zitgelegenheid, mede gelet op de ontmoetingsfunctie van wijkcentra.
Dagelijks: 1 à 2 supermarkten met moderne maatvoering, bij voorkeur in aanvullende segmenten (service en discount). Het dagelijks aanbod bestaat verder uit enkele reguliere (vers)speciaalzaken (zoals een bakker, slager en slijter) en eventueel een drogisterij. Niet-dagelijks: beperkt niet-dagelijks aanbod in het verlengde van de boodschappenfunctie. Dit betreft aanbod zoals bloemen en optiek. Horeca: 2 à 3 horecavoorzieningen, met name buurtgerichte fast service horeca (zoals een cafetaria en grill room) en eventueel een kleinschalige lunchroom. Dienstverlening: frequent bezochte ambachtelijke dienstverlening zoals kappers, een kleermaker en een schoonheidssalon. Bereikbaarheid: uitstekend bereikbaar per fiets, te voet en bus. Autobereikbaarheid is op orde. Openbare ruimte: verzorgde en nette openbare ruimte met groenelementen.
32
8 Uitgangspunten visie Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
Het bovenstaande basispakket aan boodschappenvoorzieningen kan in grotere wijkcentra worden uitgebouwd naar boodschappen ‘plus’. Deze plus staat dan voor andere winkels en voorzieningen. In Heerlen is dit aanwezig in bijvoorbeeld Hoensbroek centrum.
8.6
Toekomstige boodschappenstructuur
Toevoegen twee buurtcentra t.o.v. SVREZL (2017) Op basis van het voorgaande zet de gemeente Heerlen zich tot in elk geval 2030 in op de volgende beleidsmatige boodschappenstructuur (figuur 8.4): - Wijkcentra: Centrum Hoensbroek, Centrum Heerlerheide, Giesen-Bautsch en ’t Loon - Buurtcentra: Douve Weien, Zeswegen-GMS en Molenberg-MSP. Deze visie zet in op één volwaardig wijkcentrum per stadsdeel, waar twee a drie (idealiter complementaire) moderne supermarkten aanwezig zijn. Dit sluit aan bij de Structuurvisie Heerlen 2035. Daarnaast is er aanvullend dagelijks aanbod aanwezig, enig niet-dagelijks aanbod, wijkgerichte horeca, diensten en maatschappelijke functies. Ten opzichte van de SVREZL wordt de beleidsmatige ‘status’ van Hoensbroek centrum afgeschaald van stadsdeelcentrum naar wijkcentrum. Dit sluit beter aan op het toekomstig draagvlak van Hoensbroek. In het kader van de nabijheid en reisafstand, leefbaarheid, een compleet boodschappenaanbod, voldoende kwaliteit en de economische haalbaarheid zijn in deze visie in Heerlen-stad ten opzichte van de SVREZL twee nieuwe buurtcentra aangewezen. Het aanbod in de buurtcentra is primair gericht op dagelijkse boodschappen met één of twee moderne supermarkt. Deze buurtcentra liggen idealiter op een goed bereikbare en centrale locatie in het verzorgingsgebied tussen de buurten. Op de kaart is hiervoor een zoekgebied aangewezen.
donderdag 11 november 2021
Figuur 8.4: Toekomstige beoogde boodschappenstructuur gemeente Heerlen
33
9 Toelichting visie Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
9
Toelichting visie
9.1
Niet kiezen is verliezen
In dit hoofdstuk zijn de overwegingen bij de gemaakte keuzes in hoofdstuk 8 nader toegelicht en onderbouwd. Uiteindelijk gaat het om een optimaal evenwicht in de ‘driehoek’ van beleidsdoelen. Uit het proces zijn diverse alternatieve scenario’s overwogen op basis van verschillende wensen en behoeften van partijen. Uiteindelijk is het in de context van Heerlen niet mogelijk om aan alle wensen en belangen te voldoet. Een supermarkt in elke buurt is niet langer economisch toekomstbestendig, vanwege de bevolkingskrimp, de schaalvergroting van supermarkten en ontwikkelingen elders in Parkstad Limburg. Bovendien kan hierdoor geen compleet aanbod en synergiewerking worden bereikt. Bovendien heeft Heerlen te maken met overaanbod. Tegelijkertijd zijn iets meer clusters nodig om de leefbaarheid in bepaalde buurtenen wijken op peil te houden. Het ene staat nooit los van het andere. Niet kiezen is verliezen.
9.2
Wat betekent kiezen voor clusters
Gemeentelijke investeringen binnen clusters Het gevolg van te kiezen voor een duidelijke beleidsmatige hoofdstructuur is dat de gemeentelijke capaciteit en investeringskracht zich zal moeten richten op de clusters en niet daarbuiten. Dit is uitgangspunt van de SVREZL. Dynamiek, nieuwe initiatieven en vernieuwing dient gefaciliteerd te worden binnen de beleidsmatig aangewezen clusters en niet daarbuiten. Wat betekent dit voor locaties buiten de clusters? Buiten de aangewezen clusters zijn momenteel feitelijk nog relatief veel dagelijkse aanbieders aanwezig. Zolang dit aanbod aanwezig is, zal de gemeente Heerlen geen actieve sanering toepassen. Dit aanbod is van oudsher
donderdag 11 november 2021
9.3
immers ontstaan en vervult momenteel wel een functie voor de consumentenverzorging. Vanaf het moment dat deze visie wordt vastgesteld worden nieuwe initiatieven buiten de beleidsmatige clusters niet meer gehonoreerd, conform de SVREZL. Dit betekent dat uitbreidingswensen of andere wijzigingen van bijvoorbeeld bestaand dagelijks aanbod buiten de beleidsmatige clusters niet langer doorgang mag vinden. In feite wordt de bestaande situatie buiten de clusters bevroren. Dit is ook noodzakelijk, omdat er geen marktruimte is voor nieuwe plancapaciteit/meters. Er is sprake van te veel dagelijkse meters in de markt ten opzichte van de vraag (overaanbod). Er ligt daardoor wel een saneringsopgave. In de SVREZL wordt dit geconcretiseerd door middel van de salderingsvoorwaarde. Zowel de gemeente Heerlen als marktpartijen hebben een rol in deze grote opgave. Marktpartijen zijn conform huidige afspraken verplicht om nieuwe planologische meters te compenseren met bestaande planologische meters (binnen de gemeente Heerlen). Door middel van een juridische uitsterfconstructie kan de gemeente Heerlen sturen op organische sanering van de detailhandelsmogelijkheden buiten de beleidsmatige clusters, waarbij het bestaand gebruik legaal blijft.
Een uitsterfregeling kan een bepaald gebruik toestaan, maar regelt dat het gebruik na beëindiging niet mag worden hervat (bijvoorbeeld na drie jaar ander gebruik of leegstand). Voorwaarde is dat de gemeente Heerlen het gebruik van de betreffende locaties zorgvuldig registreert in de vorm van een monitor op pandniveau.
Hoensbroek
Kiezen voor centrum Hoensbroek Hoensbroek centrum is in deze visie hét grote wijkcentrum voor de wijk Hoensbroek. Er ligt een opgave om te
komen tot een compacter centrumgebied waarbij het accent meer verschuift naar de dagelijkse boodschappen en aanvullende diensten en maatschappelijke functies. Op basis van trends moet rekening worden gehouden met een afname van het niet-dagelijkse winkelaanbod. Met name aan de Akerstraat Noord is nog veel aanbod versnipperd, waaronder relatief veel boodschappenaanbod. Dit aanbod heeft te veel overlap met het aanbod in Hoensbroek centrum en het economisch draagvlak in Hoensbroek is onvoldoende om al het bestaande aanbod op peil te houden. Dit beleid zet in op (op termijn) sanering van de detailhandel aan de Akerstraat Noord. Met betrokken ondernemers en vastgoedeigenaren dient naar passende transformatiekansen gekeken te worden. Met de verplaatsing van de discountsupermarkt uit De Dem komt de supermarkt dichter bij Hoensbroek centrum te liggen (buiten de afbakening van de SVREZL), wat resulteert in meer combinatiebezoek. Hier zullen ook andere ondernemers van kunnen profiteren wat positief is voor het economisch functioneren. Desalniettemin blijft het centrum van Hoensbroek relatief uitgestrekt. Met de huidige leegstand is sprake van een ‘gatenkaas’: veel onderbrekingen in het aanbod publieksfuncties. De kwantitatieve en kwalitatieve opgave voor het centrum is groot.
Waarom geen andere clusters in Hoensbroek? In het kader van de leefbaarheid en afstand tot voorzieningen is overwogen om naast Hoensbroek centrum een tweede boodschappencluster aan te wijzen, bijvoorbeeld in De Dem of Nieuw-Lotbroek. Om de volgende redenen is daar niet voor gekozen. Buurtcentrum De Dem: centraal in de buurt ligt momenteel een supermarktlocatie die inmiddels niet meer in gebruik is door de discountsupermarkt. Voor inwoners in De Dem ligt Hoensbroek centrum op zeer korte afstand.
34
9 Toelichting visie Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
9.4
Een separaat buurtcentrum in De Dem vertoont te veel overlap met Hoensbroek centrum. Vanuit het perspectief en het economisch functioneren is het onverstandig een apart buurtcentrum te realiseren. Bovendien is de opgave in Hoensbroek centrum zo groot dat deze visie prioriteit geeft aan het versterken van Hoensbroek centrum boven kleinschaligere buurtontwikkelingen. Inwoners in Nieuw-Lotbroek moeten iets verder reizen voor het aanbod in Hoensbroek centrum. Met de auto is deze afstand echter aanvaardbaar. De beloopbaarheid is beperkt. Tot 2030 neemt het aantal inwoners iets af tot nog geen 4.000 inwoners. Dit draagvlak is te beperkt om een moderne supermarkt economisch duurzaam te laten functioneren, zeker met de wetenschap dat er relatief veel bestedingen afvloeien naar Hoensbroek centrum. Ook hier geldt dat beleidsmatig prioriteit wordt gegeven aan Hoensbroek centrum. Een kleinschalige buurtontwikkeling zou de ontwikkeling van Hoensbroek centrum inperken. Dit is ongewenst. Verder speelt mee dat in de wijk Hoensbroek sprake is van een overaanbod van circa 1.700 m² wvo. Dit staat gelijk aan één moderne supermarkt en meerdere speciaalzaken. Er ligt daarmee een urgente opgave om het economisch functioneren van Hoensbroek centrum te versterken, evenals de kwaliteit van dit centrum.
Heerlerheide
Kiezen voor centrum Heerlerheide Het centrum van Heerlerheide heeft voor het gelijknamige stadsdeel de beleidsmatige prioriteit. Met momenteel drie complementaire supermarkten en een divers aanvullend aanbod is het perspectief goed. Wel staat het economisch draagvlak van het boodschappenaanbod in Heerlerheide onder druk. Dit komt met name door de afvloeiing richting Brunssum en het relatief ruimte aanbod ten opzichte van het aantal inwoners.
donderdag 11 november 2021
9.5
Overwogen is om de supermarktlocatie aan de Anjelierstraat (discounter) beleidsmatig aan te wijzen als buurtsteunpunt. Hoewel deze supermarkt momenteel een functie vervult voor de consumentenverzorging in de wijk Vrieheide-De Stack, is de omvang van de supermarkt (970 m² wvo) en het draagvlak in de toekomst te beperkt. Het eventueel verdwijnen van een discountsupermarkt in Vrieheide-De Stack is niet onaanvaardbaar voor de leefbaarheid, reisafstand of de leegstand. Het is momenteel een solitaire supermarkt en inwoners houden voldoende keuzemogelijkheden binnen redelijke reisafstand (Heerlerheide centrum en Brunssum). Ook in Heerlerheide overstijgt het aanbod de toekomstige vraag. Er ligt een saneringsopgave van circa 2.200 m² wvo. Dit heeft te maken met het ruimte boodschappen aanbod, de bevolkingskrimp en de afvloeiing naar locaties buiten de gemeente (met name Brunssum).
Zeswegen - GMS
Kiezen voor één nieuw buurtcentrum De analyse heeft aangetoond dat in het verzorgingsgebied Zeswegen – GMS momenteel sprake is van relatief veel versnipperd en solitair aanbod. Er is geen sprake van een compleet aanbod op één centrale, vanuit het verzorgingsgebied, goed bereikbare locatie. Dit is zowel nadelig voor de leefbaarheid als de economische haalbaarheid van de bestaande voorzieningen voor de langere termijn. Ook kan geen optimaal gemak en efficiëntie worden bereikt voor de consument. Het bovenstaande wordt bevestigd door de relatief hoge mate van koopkrachtafvloeiing (62%). Inwoners uit Zeswegen – GMS doen momenteel primair de boodschappen buiten de eigen woonomgeving, zoals in en rond het centrum of in MSP. Een groot deel van de inwoners
overbruggen momenteel een relatief grote reisafstand om de boodschappen te doen. Doordat de SVREZL momenteel geen cluster heeft aangewezen binnen dit verzorgingsgebied, bestaat ook geen beleidsmatig perspectief voor het optimaliseren van de bestaande situatie door clustering. Bovendien is bezien vanuit dit verzorgingsgebied ook de reisafstand tot de bestaande SVREZL-clusters relatief groot. Om bovenstaande redenen is gekozen om één nieuw boodschappencluster aan te wijzen in de vorm van een zoekgebied, centraal ergens tussen de buurten Zeswegen en GMS. De voorwaarde is dat op deze locatie twee complementaire supermarkten met bijbehorende parkeerbehoefte kan worden gerealiseerd op een goed bereikbare locatie. Aanvullend is eventueel beperkt ruimte voor dagelijkse speciaalzaken. Met deze keuze krijgen inwoners van Zeswegen en GMS binnen circa 5 autominuten en uiterlijk 10 fietsminuten toegang tot een modern, complementair en compleet boodschappencluster. Dit is positief voor de leefbaarheid en consumentenverzorging. Het economisch draagvlak is voldoende om één boodschappencluster met twee moderne complementaire supermarkten te faciliteren. Uit distributieve berekeningen blijkt dat vraag en aanbod in het verzorgingsgebied momenteel en tot 2030 in evenwicht zijn (zie bijlage 2). Dit onderstreept het belang van een verplaatsing binnen het eigen verzorgingsgebied.
Een beperkte uitbreiding van het aanbod in het belang van de kwalitatieve behoefte (modernere omvang) is echter goed te onderbouwen en zal niet leiden tot onaanvaardbare effecten.
Waarom geen andere clusters in Zeswegen - GMS? De evenwichtssituatie tussen vraag en aanbod in de toekomst zorgt er voor dat naast dit nieuwe cluster geen economisch draagvlak bestaat voor een beleidsmatig
35
9 Toelichting visie Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
9.6
separaat buurtsteunpunt in bijvoorbeeld Zeswegen met een supermarkt of gemakswinkel. Verder is de optie afgewogen om te kiezen voor twee buurtsteunpunten in het verzorgingsgebied, namelijk één in Zeswegen en één in GMS. Dit lijkt meer op de bestaande feitelijke situatie, waarvan blijkt dat dit om meerdere redenen niet toekomstbestendig is (economisch niet duurzaam, geen compleet aanbod, veel afvloeiing, geen synergievoordelen, geen combinatiebezoek). Verder speelt in de overwegingen mee dat een discountsupermarkt, zoals momenteel aanwezig in Zeswegen, een groter verzorgingsgebied nodig heeft om goed te kunnen functioneren dan een servicesupermarkt. Discounters worden immers vaak als secundaire supermarkt bezocht (aanvullende specifieke boodschappen). Voor een discounter is het draagvlak met circa 3.750 inwoners in Zeswegen te beperkt om in de toekomst duurzaam te kunnen functioneren.
Molenberg - MSP
Kiezen voor één nieuw buurtcentrum De huidige feitelijke en beleidsmatige situatie in Molenberg – MSP is enigszins vergelijkbaar met Zeswegen – GMS. Het boodschappenaanbod is sterk versnipperd, er is een hoge afvloeiing (met name richting het centrum), het aanbod is economisch beperkt toekomstbestendig en er is geen SVREZL-cluster aangewezen. Opvallend verschil met Zeswegen – GMS is dat in Molenberg – MSP de toekomstige behoefte aan boodschappenaanbod groter is dan het huidige feitelijke aanbod. Dit betekent dat naast een kwalitatieve behoefte ook een kwantitatieve behoefte is aan uitbreiding van het aanbod in de vorm van een boodschappencluster. Op basis van het voorgaande is gekozen om een zoekgebied aan te wijzen waar beleidsmatig een buurtcentrum gerealiseerd moet worden op een centrale locatie
donderdag 11 november 2021
9.7
tussen Molenberg en MSP. Hierdoor ontstaat een toekomstbestendig cluster voor de inwoners in deze wijken. De huidige discountsupermarkt in Molenberg is onvoldoende toekomstbestendig vanwege de beperkte omvang en beperkte bereikbaarheid en parkeermogelijkheden. Deze wil graag verplaatsen en uitbreiden. Door de nieuwe locatie aan te wijzen ontstaat beleidsmatig ruimte voor één bestaande servicesupermarkt uit het verzorgingsgebied om te verplaatsen en te moderniseren. Hierdoor kan optimale synergie worden bereikt in combinatie met een goede leefbaarheid, keuzemogelijkheden en een goed economisch klimaat. Dit idee is eerder door BRO onderzocht in het rapport: “Heerlen, Ruimtelijk-functioneel onderzoek Molenberg Heerlen” van juni 2019. Hieruit blijkt dat het idee voorziet in een behoefte. De structuureffecten zijn per saldo positief, evenals is sprake van voldoende economische haalbaarheid.
Welten en Douve Weien
Kiezen voor cluster Douve Weien De SVERZL heeft Douve Weien aangewezen als beleidsmatig boodschappencluster. Dit centrum heeft qua verzorgingsgebied enige overlap met het aanbod in Welten. De reisafstand is aanvaardbaar. Het boodschappencluster in Douve Weien heeft primair een buurtverzorgende functie, maar trekt ook bezoekers aan uit Welten. Het boodschappenaanbod in Welten is momenteel geen onderdeel van een beleidsmatig concentratiegebied. De bestaande winkels kunnen gewoon blijven functioneren op basis van deze visie en vervullen een functie voor de consumentenverzorging en reisafstand voor Welten. Ook in Welten en Douve Weien is gezamenlijk sprake van een overaanbod (circa 700 m² wvo). Uitbrieding van het aanbod ligt hier niet voor de hand.
9.8
Heerlerbaan
Kiezen voor cluster Giesen-Bautsch Met de visie Centrumontwikkeling Heerlerbaan (2015), bestendigd in de SVREZL (2017), heeft de gemeente Heerlen eerder besloten in te zetten op Giesen-Bautsch als het hart van de wijk met boodschappen voorzieningen. Dit betekent dat op termijn gezocht wordt naar transformatie van de winkellocaties elders in Heerlerbaan en verplaatsing naar Giesen-Bautsch uitgangspunt is. In het kader van een betrouwbare overheid, coherent en systematisch handelen (Dienstenrichtlijn) en voorzienbaarheid is continuering van bestaand beleid belangrijk. Deze visie continueert deze lijn. Ruimtelijk en beleidsmatig zijn kansen om GiesenBautsch kwalitatief op te waarderen tot modern wijkcentrum. Tegelijkertijd zou door middel van transformatie extra ruimte gecreëerd kunnen worden om verplaatsing van ten minste één supermarkt te faciliteren. Waarom afbouwen aanbod Heerlerbaan? Vanwege overlap met Giesen-Bautsch en het beperkte draagvlak in dit deel van Heerlen is gekozen voor één toekomstbestendig en compact centrumgebied (GiesenBautsch) dat kan voorzien in de eerste levensbehoefte en de meeste sociaal-maatschappelijke meerwaarde heeft voor de inwoners in de wijk. Hierbij speelt de centrale ligging in de wijk, de combinatie met andere voorzieningen en loop- en fietsafstand een belangrijke rol.
Op termijn sanering van de detailhandelsmeters aan de Heerlerbaan is uitgangspunt van dit beleid. Uiteraard dient in overleg met de betreffende ondernemers en vastgoedeigenaren bekeken te worden wat de kansen zijn voor transformatie naar niet-winkelfuncties. Nieuwe winkelinitiatieven aan de Heerlerbaan kunnen conform de bovenstaande uitgangspunten niet worden gehonoreerd.
36
10 Uitvoering visie Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
10 Uitvoering visie 10.1
Inleiding
Een boodschappenvisie is niet van de een op andere dag gerealiseerd. Zeker in de context van Heerlen vraagt dit om een lange adem en investeringsbereidheid van zowel de overheid (met name gemeente Heerlen, in combinatie met Parkstad Limburg en Provincie Limburg), marktpartijen en bewoners. Het is echter belangrijk dat op korte en middellange termijn actief gewerkt wordt aan de doelen uit deze visie.
10.2
Juridisch-planologische borging
Status beleidskader Met de komst van de nieuwe Omgevingswet en de formele status van dit document is het belangrijk dat dit beleid formeel wordt vastgesteld, idealiter door de gemeenteraad. Deze boodschappenvisie is daarmee uiteindelijk een Thematisch Programma ofwel een uitwerking van de gemeentelijke Omgevingsvisie. Tegelijkertijd is het een bouwsteen en uitwerking van de SVREZL. Allereerst dient binnen Parkstad Limburg draagvlak gecreëerd te worden, waarna de nieuwe beleidslijnen voor Heerlen geborgd moeten worden in de nieuwe te actualiseren SVREZL. Saneren plancapaciteit en voorzienbaarheid De visie dient te worden vertaald naar bestemmingsplannen (het Omgevingsplan). Voor de gemeente Heerlen ligt er vooral een opgave om onbenutte en ongewenste plancapaciteit voor detailhandel, met name supermarkten, te saneren. Dit gaat primair om detailhandel buiten de aangewezen concentratiegebieden. Deze visie biedt voorzienbaarheid om na circa 1,5 jaar zonder planschade juridische te saneren (zie bijlage 1). Voorzienbaarheid is het juridische begrip op basis waarvan sanering van detailhandelsmeters kan plaatsvinden zonder planschade. Deze visie biedt voor vastgoedeigenaren
donderdag 11 november 2021
voorzienbaarheid, omdat 1. Uitspraken ten aanzien van waar wel/geen detailhandel is toegestaan (in de toekomst) voldoende concreet is beschreven. 2. Uitspraken ten aanzien van waar wel/geen detailhandel is toegestaan kenbaar wordt gemaakt (openbaar én gepubliceerd). 3. De uitspraken zijn zo duidelijk beschreven. Deze voorzienbaarheid geldt zowel voor eigenaren die een pand wensen aan te kopen (actieve risicoaanvaarding) als bestaande eigenaren (passieve risicoaanvaarding). Met deze visie wordt circa 1,5 jaar de tijd gegeven om eventueel gebruik te maken van de juridische mogelijkheden voor detailhandel op ongewenste plekken. Daarna moeten betreffende eigenaren rekening houden met het inperken van de juridische mogelijkheden voor detailhandel buiten de aangewezen centrumgebieden. De gemeente is verantwoordelijk voor de bestemmingsplannen (het Omgevingsplan) en daardoor aan zet bij sanering van detailhandelsmeters buiten de centra. Voor een effectieve sanering wordt verwezen naar de Handreiking saneren plancapaciteit van de Retailagenda (2019). De regio Parkstad Limburg is momenteel actief met het saneren van harde plancapaciteit voor detailhandel op bedrijventerreinen. Dit is een belangrijke eerste stap die momenteel wordt doorgevoerd.
Specifiek in relatie tot de boodschappenstructuur wordt aanbevolen om prioriteit te geven op plancapaciteit voor supermarkten buiten de beleidsmatige clusters. Op hoofdlijnen wordt het volgende stappenplan geadviseerd: 1. Inventarisatie plancapaciteit: De locaties waar supermarkten juridisch mogelijk zijn, zijn bij de gemeente Heerlen in beeld op basis van een plancapaciteitsmonitor. De locaties die momenteel buiten de beleidsmatige structuur vallen dienen geïdentificeerd te worden.
2.
3.
Saneren plancapaciteit: Via verschillende juridische instrumenten kan de gemeente het saneren van de plancapaciteit in gang zetten om te voorkomen dat zich in de toekomst nieuwe supermarkten buiten de centrumgebieden vestigen. Op bestaande supermarktlocaties kunnen uitsterfconstructies uitkomst bieden, ook in het geval van voorziene verplaatsingen. Parkstad Limburg: Heerlen is geen eiland. Ook in de omliggende Parkstad gemeenten liggen grote opgaven om vraag en aanbod beter in evenwicht te krijgen. Nadrukkelijk wordt aanbevolen dat via Parkstad Limburg ook andere gemeenten actief aan de slag gaan met het saneren van met name supermarktbestemmingen buiten de beleidsmatige clusters. Dit heeft ook een positief effect op het economisch functioneren van het aanbod in Heerlen en verkleint het risico op structuurverstorende effecten als gevolg van ongewenste maar juridisch legale supermarktvestigingen.
Termijn voorzienbaarheid Juridisch is een duur van 1,5 jaar na bekendmaking van deze visie noodzakelijk om zonder planschade plancapaciteit te saneren. De gemeente Heerlen kiest op basis van bestaande regelgeving in Heerlen zekerheidshalve voor een periode van 3 jaar. Dit geeft vastgoedeigenaren meer ruimte en flexibiliteit. Langer is niet verstandig, omdat structurele leegstand dan op de loer ligt. Na 3 jaar leegstand zou transformatie in beeld moeten komen.
37
10 Uitvoering visie Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
10.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Nieuwe initiatieven die moeten worden beschouwd als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ moeten per definitie worden getoetst aan de Ladder. Dit betekent dat de behoefte van het initiatief moet worden aangetoond en dat de ruimtelijk-functionele effecten op de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur, de leegstand en in het verlengde daarvan het woon-, leef- en ondernemersklimaat aanvaardbaar moeten zijn. Toelichting Ladder voor duurzame verstedelijking De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (art. 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening). Dit is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument dat doorlopen moet worden voor iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Het tweede lid van art. 3.1.6. luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”
Ladderonderzoek wordt doorgaans uitgevoerd door initiatiefnemers, al dan niet via een extern adviesbureau. De gemeente Heerlen is echter zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het Ladderonderzoek indien er een procedure plaatsvindt tot de Raad van State. De taak van de gemeente is dan ook om de onderzoeken kritisch te beoordelen en daarnaast actief mee te denken in de planvorming. In figuur 9.1 is een afwegingskader opgenomen dat gebruikt kan worden om de aanvaardbaarheid van eventuele leegstandseffecten van een initiatief af te wegen in het kader van een goede ruimtelijke ordening.
Figuur 9.1: Afwegingskader aanvaardbaarheid leegstand Ladder voor duurzame verstedelijking
donderdag 11 november 2021
38
10 Uitvoering visie Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
10.4
Handhaving
Handhaving en goede mogelijkheden daartoe zijn van belang om het detailhandelsbeleid, dat is vastgelegd in bestemmingsplannen (het Omgevingsplan), ook in de praktijk handen en voeten te kunnen geven. Om de handhaving zo effectief mogelijk in te zetten wordt voorgesteld om de prioriteit te leggen op effecten die mogelijk negatief van invloed zijn op de structuur. Dit betekent dat de prioriteit zou moeten liggen bij handhaving in de periferie (buiten de afgebakende centrumgebieden).
10.5
Dienstenrichtlijn
Alle vestigingsbeperkingen die aan ‘diensten’ worden opgelegd, moeten juridisch worden onderbouwd aan de Dienstenrichtlijn. Dit betekent dat beperkingen moeten voldoen aan: non-discriminatoir, noodzakelijkheid en evenredigheid. In de praktijk komt dit neer op het feit dat de overheid moet onderbouwen dat beperkingen algemene doelen nastreven, sprake is van coherent en systematisch handelen, beperkingen aantoonbaar effectief zijn voor de gestelde doelen en aantoonbaar geen minder beperkende maatregelen mogelijk zijn die hetzelfde doel bereiken. Bij het vormgeven van nieuwe bestemmingsplannen (het Omgevingsplan) dient aandacht te zijn voor het volgende: Supermarkten zijn essentiële trekkers voor centrumgebieden, liggen aan de basis van de leefbaarheid en het economisch functioneren van detailhandel. De gemeente Heerlen heeft daardoor vanuit het algemeen belang de noodzaak om actief te sturen op supermarktlocaties. Door supermarkten specifiek te bestemmen kan leegstand elders worden voorkomen en kan de balans tussen vraag en aanbod juridisch geborgd worden. Tussen locaties dient een vergelijkbare definitie voor supermarkt gehanteerd te worden. Daarnaast dienen besluiten zorgvuldig te worden getoetst aan dit beleid, om
donderdag 11 november 2021
te kunnen voldoen aan coherent en systematisch handelen. De analyses van deze visie bevatten belangrijke cijfermatige argumenten die onderbouwen dat de tot op heden door de gemeente Heerlen opgelegde beperkingen voor supermarkten effectief bijdragen aan vitale centrumgebieden. In de context van Heerlen met een relatief grote leegstand en relatief veel verspreid boodschappenaanbod zijn andere minder beperkende maatregelen niet mogelijk om toekomstbestendige centra te creëren voor primair de inwoners van Heerlen.
10.6
Monitoring
De visie is onderdeel van een bredere uitvoeringscyclus (zie figuur 9.2). Onderdeel van deze cyclus is ook monitoring en evaluatie. Het is aan te bevelen in samenspraak met betrokken partijen duidelijke, meetbare en haalbare doelen in de vorm van KPI’s te formuleren per centrumgebied. Periodiek (bijvoorbeeld jaarlijks) kan op basis van feiten en cijfers bekeken worden wat de status is van deze KPI’s. Op basis van monitoring en evaluatie kan tijdig worden bijgestuurd indien nodig in zowel acties en maatregelen als beleidsdoelen. In het kader van uitsterfconstructies in monitoring op pandniveau noodzakelijk. Stap 1: Identificeer de panden waar sprake is van een juridische uitsterfconstructie. Stel de looptijd vast (in principe is het uitgangspunt 3 jaar). Stap 2: Een keer per jaar op dezelfde peildatum wordt een rondje langs de panden gedaan om het zichtbare gebruik te peilen. Dit kan worden aangevuld met cijfers van Etil over het administratieve gebruik en in hoeverre het pand te huur of te koop aan wordt geboden. Stap 3: Een pand dat na 3 jaar op rij leegstaat of een niet-winkelfunctie heeft vervalt per recht de detailhandelsbestemming.
Figuur 9.2: Uitvoeringscyclus
Uitvoeringscyclus
Juridisch
Praktisch
39
Bijlage 1 Definities
Bijlage 1 Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
Begrippenlijst BVO/WVO Bruto vloeroppervlak: Het bruto vloeroppervlak is de oppervlakte van een ruimte of groep van ruimten, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. Meten vindt plaats op basis van NEN 2580. Winkelverkoop vloeroppervlak: alleen de voor het publiek toegankelijke ruimten (dus exclusief magazijn, kantoor, etalage, etc.).
Bestedingspotentieel Totaal aan toonbankbestedingen in winkels die door de inwoners van een bepaald gebied gedaan kunnen worden. Gebaseerd op inwoneraantal en gemiddelde (landelijke) netto omzet per hoofd van de bevolking. Hoofddetailhandelsstructuur De concentratiegebieden c.q. (winkel)centra waar beleidsmatig op wordt ingezet. Koopkrachtbinding Mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun bestedingen verrichten bij winkels die in dat gebied gevestigd zijn.
Detailhandel (als activiteit) Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan de uiteindelijke gebruiker of verbruiker.
Koopkrachtafvloeiing Mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun detailhandelsbestedingen plaatsen bij gevestigde winkels buiten dat gebied.
Dagelijkse sector Voedings- en genotmiddelen (vgm) en artikelen op het gebied van persoonlijke verzorging. In de praktijk gaat het hierbij om supermarktaanbod, aanbod in vgm-speciaalzaken, drogisterij- en parfumeriezaken.
Koopkrachttoevloeiing Mate waarin inwoners van buiten een bepaald gebied detailhandelsbestedingen plaatsen bij winkels die in dat gebied gevestigd zijn (aandeel omzet van buiten).
Niet-dagelijkse sector Winkels die artikelen verkopen met een doorgaans lagere koopfrequentie dan dagelijkse artikelen. In de praktijk gaat hierbij om winkels in huishoudelijke artikelen, kleding, mode, schoenen, sport, rijwielen, bruin- en witgoed, rijwielen, doehet-zelf, wonen, tuinartikelen en dierenartikelen.
dienstverlening zal terugkomen. Het betreft dus leegstand van verkooppunten en niet leegstand van uitsluitend winkels. Plancapaciteit (hard) In principe wordt met plancapaciteit de harde plan-capaciteit bedoeld, tenzij expliciet anders vermeld. Harde plancapaciteit zijn de directe vestigingsmogelijkheden voor detailhandel die zijn vastgelegd in een juridisch bindend planologisch kader, zoals vastgestelde bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, gebieden zonder bestemmingsplan (witte vlekken) en verleende (kruimel) omgevingsvergunningen. Vloerproductiviteit Gemiddelde omzet in gevestigde winkels per m² winkelvloeroppervlak (wvo).
Koopstroomgegevens Onderzoeksresultaten uit koopstromenonderzoek. In de basis wordt hiermee de koopkrachtbinding, -afvloeiing en –toevloeiing bedoeld. Ook kunnen kwalitatieve aspecten worden bedoeld, zoals koopmotieven, beoordelingen en persoonskenmerken. Leegstand (op basis van Locatus) Locatus registreert een pand als leegstand indien het redelijkerwijs de verwachting is dat in het (leegstaande) pand een verkooppunt in de detailhandel, horeca of consumentgerichte
donderdag 11 november 2021
41
Bijlage 2 Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
Bijlage 2 DPO berekening
donderdag 11 november 2021
42
Bijlage 2 Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
1
Dagelijkse sector
1.1
Afbakening
In figuur A zijn de afbakeningen van de deelgebieden weergegeven. Hierin is een combinatie gemaakt tussen postcodegebieden en wijkclusters (CBS), om zo het aanbod en de koopstromen met elkaar te verhouden. Hieruit kwamen een negental deelgebieden voort.
1.2
Uitgangspunten
Algemeen De berekeningen zijn een modelmatige weergave van de toekomstige behoefte in m² wvo in 2030. Aangezien er in de toekomst meerdere aannames zijn gedaan is de uitkomst indicatief. De uitkomsten geven een kwantitatieve indicatie van de mate waarin behoefte bestaat aan uitbreidingsruimte (of een krimpopgave) in de dagelijkse sector. Kwalitatieve behoeften wegen bij toetsing van initiatieven en beleid zwaarder. Kwantiteit en kwaliteit dient altijd in samenhang bezien te worden. Economisch draagvlak Voor het aantal inwoners en de bevolkingsprognose is aangesloten bij de cijfers van Etil (Progneff, 2019). Wat betreft de bestedingscijfers is aangesloten bij de landelijk Omzetkengetallennotitie 2019. Er is gebruik gemaakt van de winkelomzet per hoofd per jaar. Per stadsdeel is dit landelijk gemiddelde gecorrigeerd naar inkomensniveau. Koopstromen (Limburg 2019) Op basis van KSO Limburg 2019 zijn in Heerlen voldoende enquêtes afgenomen om op wijkclusterniveau betrouwbare uitspraken te doen over het koopgedrag (in de regel n=210 voor 85% betrouwbaarheid). Enkel in Meezenbroek –
donderdag 11 november 2021
Figuur A Afbakening deelgebieden Heerlen
43
Bijlage 2 Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
Schaesbergerveld wordt de norm niet gehaald, waardoor deze cijfers als indicatief dienen te worden beschouwd. In tabel A is de oriëntatie tussen de wijkclusters weergegeven. De kleuren geven aan hoe sterk de relatie is. Inwoners in de verschillende wijkclusters van Heerlen doen voor het overgrote deel primair de boodschappen in de eigen wijk. Dit is ook logisch, omdat nabijheid en gemak het primaire bezoekmotief is. Met name het Centrum is een belangrijke aankoopplaats voor dagelijkse artikelen voor omliggende wijken, wat wordt verklaard door sterke trekkers zoals het Maankwartier en ’t Loon. Er zijn daarnaast grote verschillen tussen de wijkclusters. Hoensbroek haalt de hoogste binding met 76%. Dit
betekent dat 76% van de bestedingen aan boodschappen aanbod van inwoners in Hoensbroek ook daadwerkelijk wordt besteed bij aanbod in Hoensbroek. Heerlerheide (64%) en Heerlerbaan (60%) halen relatief ook een redelijk hoge binding. Voor de wijken Molenberg (14%) en Welten (28%) ligt de binding fors lager. Dit kan naar verwachting verklaard worden doordat deze wijken een beperkt aanbod hebben, waardoor inwoners meer gericht zijn op andere wijken. Uit de koopstromen blijkt dat er tussen de wijken in Heerlen best veel uitwisseling bestaat in boodschappengedrag. Met name het aanbod in het Centrum en MSP weet veel bestedingen uit andere Heerlense wijken aan
te trekken. Uit alle wijken vloeien ook nog relatief veel bestedingen af naar aankoopplaatsen buiten de gemeente Heerlen, met name richting Kerkrade (6%), Landgraaf (2%), Herzogenrath (D) (2%), Beekdaelen (2%) en Brunssum (1%). Ook vloeit 2% af naar online. In totaal weet de gemeente Heerlen 80% van het totale bestedingspotentieel voor dagelijkse artikelen te binden. Dit ligt iets lager dan het Limburgse gemiddelde van ruim 81%, maar is opvallend laag ten opzichte van meer stedelijke gemeenten (circa 90 a 95%). Een verklaring is de sterke stedelijke verwevenheid binnen Parkstad en de nabije ligging van (grote) supermarktclusters net buiten Heerlen, zoals de Rodaboulevard met een Albert Heijn XL.
Tabel A: Kooporiëntatie dagelijkse artikelen inwoners Heerlen naar stadsdeel (incl. online) Bestemming >
Kern Hoensbroek
Centrum
ZeswegenGMS
Heerlerheide
MSP
Molenberg
Bekkerveld, Caumerveld, Douve Weien
Heelerbaan
Welten
Overig gemeente
Buiten gemeente
Hoensbroek
76%
1%
0%
1%
0%
0%
0%
0%
0%
1%
20%
Centrum
2%
54%
2%
0%
16%
2%
2%
2%
4%
2%
11%
Zeswegen/GMS
3%
22%
38%
3%
13%
2%
1%
2%
0%
3%
12%
Heerlerheide
1%
8%
4%
64%
0%
0%
0%
0%
0%
6%
15%
MeezenbroekSchaesbergerveld
0%
18%
7%
5%
35%
7%
4%
0%
0%
1%
17%
Molenberg
0%
19%
1%
0%
21%
14%
5%
8%
0%
5%
26%
Bekkerveld, Caumerveld, Douve Weien
0%
14%
2%
2%
1%
1%
31%
7%
1%
15%
22%
Heerlerbaan
0%
2%
1%
0%
0%
3%
0%
60%
0%
6%
26%
Welten
0%
22%
0%
1%
1%
1%
1%
8%
28%
11%
25%
Herkomst V
donderdag 11 november 2021
44
Bijlage 2 Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
Huidig economisch functioneren (2021) Uit tabel B blijkt dat er tussen de wijkclusters verschillen bestaan in het functioneren. Met name in stadsdelen Centrum, Heerlerheide, Heerlerbaan en Hoensbroek is er door het huidig functioneren vanuit kwantitatief oogpunt geen aanleiding om het aanbod verder uit te breiden. In stadsdeel Meezenbroek-Schaesbergerveld is er in de huidige situatie voldoende economisch draagvlak aanwezig om het bestaande aanbod uit te breiden. Toekomstig economisch functioneren (2030) De komende jaren wordt er in de gemeente Heerlen een krimp van de bevolking verwacht (-3,5% tot 2030). In vrijwel ieder wijkcluster loopt het inwoneraantal daarom
terug, wat ook inhoudt dat het draagvlak voor boodschappenvoorzieningen afneemt. Op basis van historische data groeien de bestedingen in de dagelijkse sector jaarlijks met circa 1% tot 3%. Wij gaan uit van een behoudende aanname van 5% toename over 10 jaar. Hierin is ook rekening gehouden met een toename van online bestedingen. De koopstromen worden gelijk gehouden, maar kunnen wijzigen. Wijzigingen in koopstromen hangen primair samen met wijzigingen in aanbod. Per saldo zal het boodschappengedrag tussen stadsdelen niet significant wijzigen. Gemak, comfort en nabijheid blijven ook in 2030 belangrijke motieven. Bovendien zijn veel plannen in Heerlen nog niet hard, waardoor het lastig is om de koopstromen te voorspellen. Hierdoor houden we de koopstromen gelijk.
Met het teruglopen van het economisch draagvlak is er in de toekomst vanuit kwantitatief oogpunt geen aanleiding om het boodschappenaanbod in veel wijkclusters te versterken. Alleen in stadsdeel Meezenbroek-Schaesbergerveld blijft uitbreidingsruimte beschikbaar. Door de omvang van de uitbreidingsruimte kan hier, afhankelijk van de kwalitatieve situatie, gedacht worden aan toevoeging van een extra supermarkt. In Zeswegen/GMS is daarnaast enige ruimte beschikbaar om het bestaand aanbod mogelijk uit te breiden. Opgemerkt moet worden dat de koopstromen voor Hoensbroek op basis van het rapport Marktverkenning Winkelcluster Hoensbroek (BRO, 2021) iets is aangepast ten opzichte van het KSOL2019.
Tabel B: Huidig functioneren (2021) dagelijks verzorgingsgebied Hoensbroek
Centrum
ZeswegenGMS
Heerlerheide
MSP
Molenberg
Bekkerveld, Caumerveld, Douve Weien
Heelerbaan
Welten
Aantal inwoners
18.771
7.544
8.895
19.379
6.481
4.340
7.819
9.422
4.017
Bestedingen per hoofd (€)
2.381
2.577
2.280
2.181
2.131
2.329
3.221
2.577
3.345
Totale bestedingspotentieel (in mln. €)
44,7
19,4
20,3
42,3
13,8
10,1
25,2
24,3
13,4
Koopkrachtbinding (%)
80%
54%
38%
64%
35%
14%
31%
60%
28%
Gebonden bestedingen (in mln. €)
35,8
10,5
7,7
27,0
4,8
1,4
7,8
14,6
3,8
Koopkrachttoevloeiing als aandeel van de omzet (%)
20%
78%
45%
14%
78%
72%
28%
37%
32%
Koopkrachttoevloeiing absoluut (in mln. €)
8,9
37,2
6,3
4,4
17,1
3,6
3,0
8,6
1,8
Totale bestedingen / omzet (in mln. €)
44,7
47,7
14,0
31,4
22,0
5,1
10,8
23,1
5,5
Huidig winkelvloeroppervlak (m² wvo)
7.630
12.287
1.950
6.481
1.749
1.055
1.536
4.394
1.435
Haalbaar winkelvloeroppervlak (m² wvo)
5.909
6.309
1.852
4.157
2.905
668
1.434
3.057
732
Landelijk gemiddelde vloerproductiviteit (€ per m² wvo)
7.564
7.564
7.564
7.564
7.564
7.564
7.564
7.564
7.564
Distributieve uitbreidingsruimte (m² wvo) afgerond
-1.700
-6.000
0
-2.300
1.200
-400
-100
-1.300
-700
donderdag 11 november 2021
45
Bijlage 2 Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
Tabel C: Toekomstig functioneren (2030) dagelijks verzorgingsgebied Hoensbroek
Centrum
Zeswegen/GMS
Heerlerheide
MeezenbroekSchaesbergerveld
Molenberg
Bekkerveld, Caumerveld, Douve Weien
Heelerbaan
Welten
Aantal inwoners
17.852
7.074
8.805
19.013
6.450
4.221
7.639
8.960
3.819
Bestedingen per hoofd (€)
2.500
2.706
2.394
2.290
2.238
2.446
3.382
2.706
3.512
Totale bestedingspotentieel (in mln. €)
44,6
19,1
21,1
43,5
14,4
10,3
25,8
24,2
13,4
Koopkrachtbinding (%)
80%
54%
38%
64%
35%
14%
31%
60%
28%
Gebonden bestedingen (in mln. €)
35,7
10,3
8,0
27,9
5,1
1,4
8,0
14,5
3,8
Koopkrachttoevloeiing als aandeel van de omzet (%)
20%
78%
45%
14%
78%
72%
28%
37%
32%
Koopkrachttoevloeiing absoluut (in mln. €)
8,9
36,6
6,6
4,5
17,9
3,7
3,1
8,5
1,8
Totale bestedingen / omzet (in mln. €)
44,6
47,0
14,6
32,4
23,0
5,2
11,1
23,1
5,5
Huidig winkelvloeroppervlak (m² wvo)
7.630
12.287
1.950
6.481
1.749
1.055
1.536
4.394
1.435
Haalbaar winkelvloeroppervlak (m² wvo)
5.901
6.211
1.925
4.283
3.035
682
1.471
3.053
730
Landelijk gemiddelde vloerproductiviteit (€ per m² wvo)
7.564
7.564
7.564
7.564
7.564
7.564
7.564
7.564
7.564
Distributieve uitbreidingsruimte (m² wvo) afgerond
-1.700
-6.000
0
-2.200
1.200
-400
-100
-1.300
-700
Conclusie gemeente Heerlen De gemiddelde vloerproductiviteit van het dagelijkse artikelen aanbod in Heerlen ligt met circa € 6.175 per m² wvo circa 18% beneden het landelijk gemiddelde van € 7.564. Theoretisch betekent dit dat er op gemeenteniveau een relatief groot distributief overaanbod aan winkelmeters bestaat in de dagelijkse sector. Uit het Benchmarkonderzoek van Marshoek (2019) blijkt dat supermarkten in Noord-Brabant en Limburg gemiddeld een circa 10% lagere vloerproductiviteit halen dan het landelijk gemiddelde. Dit betekent dat het overaanbod in Heerlen iets genuanceerd kan worden aangezien het landelijk gemiddelde voor Heerlen waarschijnlijk niet
donderdag 11 november 2021
een goede norm is voor goed functioneren. Een vloerproductiviteit die circa 10% onder het landelijk gemiddelde ligt zal voor dagelijks aanbod in Heerlen een goede norm zijn voor duurzaam functionerende winkels (de huurprijzen in Heerlen zijn ook gemiddeld lager dan gemiddeld in Nederland). Op basis hiervan is nog altijd sprake van een kwantitatief overaanbod. Er bestaat binnen de gemeente Heerlen geen kwantitatieve behoefte om het dagelijkse aanbod uit te breiden. Wel bestaat een kwalitatieve behoefte om het bestaande aanbod en de bestaande boodschappenstructuur te optimaliseren. Indien dit resulteert in een beperkte toename van het winkelaanbod, dient de aanvaardbaarheid van deze effecten afgewogen te worden.
46
Bijlage 2 Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
Figuur B: Koopkrachtafvloeiing per wijk gemeente Heerlen
donderdag 11 november 2021
47
Bijlage 2 Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
Figuur C: Koopkrachttoevloeiing per wijk gemeente Heerlen
donderdag 11 november 2021
48
Bijlage 3 Bereikbaarheid SVERZL-clusters per fiets en te voet
Bijlage 3 Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
1.1
Toelichting
Op deze kaarten zijn de reisminuten voor voetgangers en fietsers weergegeven tot de verschillende SVREZL-clusters.
Figuur 2: Fiets bereikbaarheid tot SVERZL-clusters
donderdag 11 november 2021
50
Bijlage 3 Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
Figuur 2: Voetgangers bereikbaarheid tot SVERZL-clusters
donderdag 11 november 2021
51
1 Dagelijkse sector Heerlen, Visie op de boodschappenstructuur
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen
www.bro.nl | info@bro.nl
donderdag 11 november 2021
T +31 (0)77 373 06 01
52