Bijlage NL.IMRO.0917.BP050900W000003-0401_Toelichting
Tekst van het document
Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Algemene inleiding en doel project Fietsverbinding en Watermaatregelen Heuvelland - Parkstad 1.2 Situering plangebied gemeente Heerlen 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 De toelichting als onderdeel van het bestemmingsplan 1.5 Het bestemmingsplan en de Omgevingswet 1.6 Leeswijzer
3 3 10 10 11 12 13
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid
14 14 16 23 25
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Historie 3.2 Ruimtelijke structuur 3.3 Mobiliteit 3.4 Functionele structuur
30 30 31 34 35
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Voorgenomen ontwikkeling binnen Heerlen
37 37
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Akoestiek 5.3 Water 5.4 Bodem 5.5 Wet natuurbescherming 5.6 Luchtkwaliteit 5.7 Externe veiligheid 5.8 Technische infrastructuur 5.9 Bedrijfshinder 5.10 Archeologie 5.11 Cultuurhistorie 5.12 Explosievenonderzoek
39 39 40 40 44 46 50 52 55 56 56 59 59
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Inleiding 6.2 Opbouw van de regels
60 60 60
Hoofdstuk 7 Handhaving en uitvoerbaarheid 7.1 Handhavingsbeleid 7.2 Financiële uitvoerbaarheid
64 64 64
Hoofdstuk 8 Procedure en overleg 8.1 Procedurestappen 8.2 Algemene verordening gegevensbescherming
66 66 67
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 2
Toelichting
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Algemene inleiding en doel project Fietsverbinding en Watermaatregelen Heuvelland - Parkstad In deze paragraaf wordt de aanleiding en het doel van het project Fietsverbinding en Watermaatregelen Heuvelland – Parkstad in zijn algemeenheid beschreven, het gaat immers om één samenhangend project. Het projectgebied is verdeeld over 4 plangebieden met elk een eigen bestemmingsplan. In deze algemene inleiding komen ook zaken aan de orde, die niet voor elk plangebied relevant zijn, zoals bijvoorbeeld de aanleg van waterbuffers. In de volgende paragraaf wordt meer specifiek op het plangebied van het voorliggende specifieke bestemmingsplan ingegaan.
1.1.1
Aanleiding
De Vrakelbergerweg-Vijfbundersweg, tussen Wijlre en Ubachsberg, ook wel de Ruilverkavelingsweg genoemd, en de Daelsweg tussen Ubachsberg en Heerlen zijn al jaren intensief gebruikte verbindingen tussen Heuvelland en Parkstad, door zowel auto-, fiets- en landbouwverkeer. Beide wegen kennen knelpunten op het gebied van verkeersveiligheid en hebben onderhoud nodig. In dat kader is in 2017 onderzoek gedaan, waarin onder andere is gekeken naar een andere rijbaanindeling (zie bijlage 2). In het kader van de voorbereidingen zijn verkeerstellingen gedaan op de Ruilverkavelingsweg. Uit deze tellingen is gebleken dat deze route voornamelijk utilitair (woon-werk-school) van aard is en meer dan 500 fietsers/etmaal bedraagt. In combinatie met het aantal motorvoertuigen op deze route (2100 mvt/etmaal) wordt in dat geval een veilige, vrij liggende fietsvoorziening aangeraden (CROW ontwerpwijzer fietsverkeer, publicatie 230), waarvan ook het toeristisch-recreatief fietsverkeer gebruik kan maken. De Provincie Limburg juicht een dergelijke voorziening toe, omdat dit volledig past binnen het vastgestelde provinciale mobiliteitsbeleid, waarin onder meer het stimuleren van veilig fietsverkeer een speerpunt is. De aanleg van (snel-)fietspaden draagt bij aan het versterken van het totale mobiliteitsnetwerk (Mobiliteitsplan Provincie Limburg, 7 februari 2018).
De regionale fietsverbinding Heuvelland-Parkstad heeft daarom ook een status gekregen in het Provinciaal Beleidsplan Fiets 2019-2023 'Focus op fiets'. Als extra argument voor een vrij liggende fietsverbinding geldt dat de route onderdeel is van het Routenet fietsverkeer en het Kwaliteitsnet Landbouwverkeer: binnen dit sectorale netwerk wil de provincie landbouwverkeer en fietsverkeer scheiden. De aanleg van de fietsverbinding wordt gecombineerd met het klimaatbestendig inrichten van de omgeving van de fietsverbinding door het Waterschap Limburg, volgens het programma `Water in Balans'. Op dit moment ontstaat er tijdens hevige regenbuien wateroverlast in het gebied tussen Wijlre en Ubachsberg. Er worden daarom 4 nieuwe regenwaterbuffers aangelegd, die tijdelijk regenwater kunnen opvangen en dit gedoseerd weer afvoeren. De combinatie van werkzaamheden zorgt ervoor dat het gebied maar één keer belast wordt met aanlegactiviteiten en grondeigenaren maar één keer worden benaderd om gronden te verkopen. Daarnaast heeft deze integrale aanpak voordelen op het gebeid van landschappelijke inpassing en 'werk met werk' maken in de uitvoering. De betrokken gemeenten zijn Gulpen-Wittem, Voerendaal en Heerlen.
De provincie Limburg is bij het project betrokken vanwege de rol van de fietsverbinding in het provinciale beleid en het Waterschap Limburg vanwege de watermaatregelen die worden genomen. Op 29 juni bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 3
2020 hebben de genoemde partijen een realisatie-overeenkomst gesloten over de aanleg van de fietsverbinding en de watermaatregelen Heuvelland – Parkstad.
1.1.2 Onderzoek tracé en locatie waterbuffers Fietsverbinding De route waarlangs de fietsverbinding wordt gerealiseerd is een bestaande utilitaire fietsroute en daarmee ook de logische tracékeuze. Alternatieve routes tussen Wijlre en Ubachsberg, bijvoorbeeld over het plateau (Heugdenweg-Kolmonderweg), zijn langer en/of meer heuvelachtig wat, gezien de voornamelijk utilitaire aard van het fietsverkeer, niet wenselijk is. De gehele Vrakelbergerweg-Vijfbundersweg ligt onder een zeer beperkte helling (van circa 1% tot 2%) tussen de Mingersborgerweg en de komgrens van Fromberg, waardoor de snelheden die het fietsverkeer op de weg haalt hoog zijn. Er zijn geen alternatieven in de directe omgeving waarbij fietsers op vrij liggende fietspaden terecht kunnen (zie de Mobiliteitsnotitie in bijlage 4, ook nog enige tijd na vaststelling van dit plan beschikbaar als i-report, http://arcg.is/1fG0uW). Voor het deel langs de Daelsweg is naar varianten gekeken, vanwege het feit dat dit deel van het tracé aan het Natura 2000-gebied Kunderberg grenst. Er is gekeken naar mogelijkheden om dit Natura-gebied zo veel mogelijk te ontzien (zie bijlage 1. Hier is in 2013 al een haalbaarheidsonderzoek (aangepast in 2016, zie bijlage 3) uitgevoerd en separate fietstellingen gedaan, zonder de projectdoelstellingen tekort te doen. De volgende opties zijn beschouwd: 1.
vrij liggend fietspad noordzijde Daelsweg; 2. vrij liggend fietspad zuidzijde Daelsweg; 3. weg afsluiten voor gemotoriseerd verkeer, fietsers op de rijbaan; 4. alternatieve route. Uiteindelijk is de optie onder 1 de meest realistische gebleken. Aan de zuidzijde liggen enkele knelpunten (natuur, cultuurhistorie), het afsluiten van de weg voor gemotoriseerd verkeer is vanuit het oogpunt van bereikbaarheid van woningen/vakantiewoningen juridisch lastig of onwenselijk en er is geen volwaardige alternatieve fietsroute (te grote omrijdafstand, reliëf, zie ook bijlage 4). Locatie waterbuffers De locatiekeuze voor de buffers is ingegeven door verschillende argumenten en criteria: de buffers moeten grenzen aan grote stroombanen, op locaties waar voldoende water samenkomt, zodat de buffers efficiënt kunnen functioneren; in dit geval is gekozen voor een locatie in het dal bij de Lange Gracht/Truyt langs de Vrakelbergerweg-Vijfbundersweg; daarbij is van belang de buffers goed langs de Lange Gracht te verdelen om het water in het gebied gelijkmatig te kunnen bergen; kosten; om deze acceptabel te houden worden de buffers het liefst op een laag maaiveld aangelegd, zodat minder grondverzet nodig is; bij voorkeur geeft iedere m3 ontgraving ook een m3 aan berging; beschikbaarheid gronden: de locaties van de buffers moeten 'in den minne' worden verworven; dit is niet altijd mogelijk, ook al is
een locatie vanuit hydrologie of kosten zeer geschikt; verschillende aspecten, zoals natuur- en landschapswaarden, archeologische waarden enz.. De afweging heeft uiteindelijk geleid tot de gekozen locaties. Deze worden in het volgende onderdeel beschreven.
1.1.3 Het project Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland - Parkstad Fietsverbinding Het tracé van de fietsverbinding beslaat ca. 6 kilometer en verloopt van west naar oost als volgt: Het tracé start in Wijlre (gemeente Gulpen-Wittem) op de Vrakelbergerweg-Vijfbundersweg (ook wel: Ruilverkavelingsweg genoemd), kruist de gemeentegrens met Voerendaal ter hoogte van de Ribbelheideweg, en loopt tot aan de Mingersborgerweg in Ubachsberg (gemeente Voerendaal), hieronder in blauw weergegeven. Vervolgens loopt het tracé vanaf Ubachsberg over de Daelsweg, waar het net voor de A76 de gemeentegrens met Heerlen kruist en uiteindelijk op de John F. Kennedylaan in Heerlen (gemeente Heerlen) uitkomt,
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 4
hieronder in rood weergegeven. De rode gestreepte lijn zijn de respectievelijke gemeentegrenzen. .
Figuur 1-1 Ligging projectgebied De aansluiting op de Klapstraat in Gulpen-Wittem en de route door de kern Ubachsberg zijn voor nu bewust uit het tracé gelaten. Deze onderdelen zijn of worden, vanwege de specifieke problematiek en omdat daarvoor mogelijk geen bestemmingsplanwijziging nodig is, apart opgepakt door de respectievelijke gemeenten. Watermaatregelen: buffers Binnen het grondgebied van de gemeente Gulpen – Wittem worden drie nieuwe waterbuffers aangelegd (hieronder in groen). In de omgeving zijn al bestaande waterbuffers (Etenaken genaamd) aanwezig (hieronder in blauw). De buffers komen ten zuiden van de Vrakelbergerweg en ten westen van de Vrouwendelweg. De nieuwe waterbuffers hebben een capaciteit van respectievelijk circa 5.610 m³, circa 7.700 m³ en circa1.880 m³.
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 5
Figuur 1-2 Ligging bestaande en nieuwe buffers
In de gemeente Voerendaal wordt één nieuwe waterbuffer aangelegd, naast de in het gebied bestaande drie waterbuffers (nieuw in groen, bestaand in blauw). Deze ligt ook ten zuiden van de Vrakelbergerweg, aan de oostzijde van de Ribbelheideweg. Deze waterbuffer heeft een capaciteit van ca. 4.535 m3.
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 6
Figuur 1-3 Ligging bestaande en nieuwe buffers Watermaatregelen: verleggen en verbreden primaire waterloop Lange Gracht Ten zuiden van de Vrakelbergerweg, globaal in het gebied tussen de Mingersborgerweg en de kern van Wijlre, ligt een primaire waterloop, de Lange Gracht, met een breedte van ca. 1 meter. Dit is een droogvallende greppel die alleen bij extreme neerslag regenwater oppervlakkig afvoert. Door de voorgenomen aanleg van een vrij liggende fietsverbinding moet deze waterloop verder zuidelijk worden verplaatst. Om nu en in de toekomst voldoende te kunnen functioneren, wordt de waterloop verbreed tot 3, en hier en daar maximaal 3,5 meter.
1.1.4 Opbouw en onderbouwing ruimtebeslag maatregelen De opbouw van het ruimtebeslag is voor het grootste deel van het tracé als volgt: Weg voor gemotoriseerd verkeer en landbouwverkeer (Duurzaam Veilig, wegklasse is Erftoegangsweg buiten de bebouwde kom): op grond van het provinciale beleid voor de Kwaliteitsroute landbouwverkeer, is een dergelijke weg 6 meter breed. Dat is breder dan in de bestaande situatie, waar de wegbreedte varieert, maar nergens breder is dan 5,5 meter. Het asfalt wordt 'opgesloten' door betonbanden, waardoor er voldoende ruimte is voor motorvoertuigen om elkaar te passeren; Vrij liggende fietsverbinding in de vorm van een regio ontsluitende route. Het fietsexpertteam van de provincie heeft geadviseerd om hiervoor een breedte van 4 meter aan te houden. Dit is gebaseerd op landelijke richtlijnen voor dergelijke voorzieningen, gebaseerd op intensiteit, tweerichtingsverkeer en veiligheid (CROW Fietsberaad); Primaire waterloop De Lange Gracht: in de huidige situatie ligt er een te krap gedimensioneerde greppel, waardoor er tijdens extreme regensituaties water over de weg en akkers stroomt. Hierdoor wordt veel modder vanaf de akker mee meegevoerd richting Wijlre, waar naast wateroverlast dus ook modderoverlast optreedt. De modder hoopt zich ook op in de Lange Gracht en de duikers, waardoor de doorstroming wordt beperkt.
Deze situatie is ook lastig duurzaam te onderhouden. De nieuwe greppel krijgt een basisvorm van: 1,00 meter breedte op de bodem, een diepte van 1,00 meter en taluds onder een helling van 1:1. Bij elkaar is dit 3 meter breed. Doordat de hoogte van het maaiveld varieert, varieert ook de lengte van de taluds. Hierdoor wordt de greppel ook iets breder tot hier en daar maximaal 3,50 meter. Grasstrook van 3,50 meter ten zuiden van de Lange Gracht. Deze grasstrook heeft meerdere functies, te weten: - onderhouds-/bereikbaarheidsstrook: de breedte van de onderhoudsstrook is afgeleid van de wielbreedte van het onderhoudsmaterieel (2,5 m breedte) waarbij aan de taludzijde een veilige marge van 50 cm nodig is en aan de andere zijde een marge van 50 cm om langs de perceelgrens te kunnen rijden met eventuele obstakels. - deze grasstrook vangt ook (deels) de modder van de vrije afstroming van de akkers aan de zuidzijde van de Lange Gracht af, waardoor de kans op modder in het watersysteem (en buffers) en in Etenaken gereduceerd wordt. Bij voorkeur wordt voor een dergelijke 'erosiestrook' een breedte van 10 meter gehanteerd. In dit geval is een beperktere bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 7
breedte aangehouden, vanwege de combinatie met het onderhoudspad. - bij extreme afvoeren stroomt het water ook over de strook af. De aangrenzende percelen worden hier dan niet mee belast. - Eventueel kunnen wandelaars van deze strook (en de strook tussen fietspad en waterloop, beide in eigendom en/of beheer van het Waterschap) gebruik maken. Er worden geen maatregelen genomen om deze strook ook daadwerkelijk hiervoor in te richten.
Figuur 1-4 neergeslagen gras, door stromend water buiten de greppel, wegens onvoldoende ruimte in de greppel
Figuur 1-5 gras remt modder af, die soms van ver wordt aangevoerd
Figuur 1-6 modder blijft achter in de smalle watergang en verstopt de duikers.
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 8
Figuur 1-7: schematische opbouw profiel nieuwe situatie
Ruimtebeslag buffers Het ruimtebeslag van de buffers wordt bepaald door de gewenste extra opvangcapaciteit van 20.000 m3. De locaties voor de buffers zijn vastgelegd op plekken waar de opvang van het water het meest effectief is voor de beperking van de wateroverlast en waar het minste grondverzet nodig is om de gewenste bergingscapaciteit te realiseren (kostenefficiëntie). De bodemdiepte van de buffers wordt bepaald door de bodem van de Lange Gracht (anders stromen de buffers niet leeg) waarmee de omrekening gegeven is van inhoud naar oppervlakte. In het ruimtebeslag speelt verder nog een rol dat buffertaluds niet te steil mogen zijn en dat rondom de buffers en over de dam een onderhoudsstrook van 3,5 m breedte nodig is (zie voor de onderbouwing van deze breedte het vorige onderdeel van deze paragraaf). Door de aanleg van de buffers wordt de piekafvoer uit de Lange Gracht gereduceerd. De buffers hebben een vertraagde leegloop waardoor Etenaken beschermd wordt tegen wateroverlast als gevolg van een bui die statistisch eens in de 25 jaar voorkomt.3D-modelberekeningen geven aan dat op basis van de gehanteerde uitgangspunten alle buffers maximaal worden gebruikt en de laatste buffer bij Etenaken net niet overloopt. Er is dus ook geen sprake van overdimensionering.
1.1.5 Bestemmingsplannenen Projectplan Waterwet De fietsverbinding en watermaatregelen passen niet, dan wel niet helemaal, binnen de geldende bestemmingsplannen van de drie gemeenten. Daarom worden nieuwe bestemmingsplannen gemaakt. Het gaat in totaal om vier afzonderlijke bestemmingsplannen: Gemeente Gulpen- Wittem: bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Gulpen-Wittem; Gemeente Voerendaal: bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Voerendaal 1; bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad Voerendaal 2; Gemeente Heerlen: bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen. In Voerendaal worden twee bestemmingsplannen gemaakt, die elk een deel van het tracé van de fietsverbinding en de watermaatregelen binnen het grondgebied van Voerendaal bevatten: een deel vanaf Gulpen-Wittem tot aan Ubachsberg (1) en een deel vanaf Ubachsberg (2) tot Heerlen. Voor de waterbuffers stelt het Waterschap een projectplan op grond van de Waterwet vast, waarin de omvang, dimensionering enz. van de waterbuffers wordt vastgelegd. De Waterwet is van toepassing naast het bestemmingsplan. De buffers worden in de respectievelijke bestemmingsplannen meegenomen, omdat de vigerende bestemmingsplannen deze functie niet toelaten.
Er zijn onderbouwende technische onderzoeken uitgevoerd voor het tracé en de watermaatregelen in zijn totaliteit. Hierin is niet altijd een concreet onderscheid gemaakt in gemeenten, deelgebieden per gemeente (zoals in Voerendaal) of anderszins. In Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten wordt dit zo goed mogelijk beschreven en wordt de informatie gerelateerd aan het plangebied van het desbetreffende bestemmingsplan. BestemmingsplanHeerlen Dit is het bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen en dit regelt het tracé van de fietsverbinding en de watermaatregelen voor zover gelegen binnen het grondgebied van de gemeente Heerlen, langs de Daelsweg.
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 9
1.2
Situering plangebied gemeente Heerlen
Het plangebied, voor zo ver dit ligt binnen de gemeente Heerlen, ligt in het buitengebied van de gemeente Heerlen. De westelijke grens is gelegen op circa 90 meter ten westen van de Rijksweg A76, op de grens tussen de gemeenten Voerendaal en Heerlen. Vervolgens loopt het tracé van het fietspad aan de noodzijde van de Daelsweg in noordoostelijke richting over circa 600 meter uit tot aan de kruising van de Daelsweg en de John F. Kennedylaan. Voor de beschrijving van het totaalplan wordt verwezen naar hoofdstuk 4. Op het onderstaande overzichtskaartje is het tracé, binnen het grondgebied van Heerlen, in rood weergegeven.
Figuur 1-7 ligging plangebied gemeente Heerlen
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Voor het plangebied geldt nu het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld door de raad van de gemeente Heerlen op 27 november 2019. De gronden binnen het plangebied hebben de bestemmingen 'Verkeer - Wegverkeer', 'Natuur' en 'Agrarisch met waarden'. Verder gelden de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 4 (Middelhoge waarde), 'Waarde Archeologie 5 (lage waarde), de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - weg 1' en 'vrijwaringszone - weg 2'. Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan 'Buitengebied' weergegeven. Het gedeelte van het fietspad dat binnen dit bestemmingsplan is gesitueerd is hierop met de kleur rood weergegeven:
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 10
Figuur 1-8 uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
1.4
De toelichting als onderdeel van het bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart), regels en een toelichting. In deze paragraaf worden de onderdelen van het bestemmingsplan en hun juridische status nader toegelicht. In paragraaf 1.4.1 wordt hieronder de rol van de toelichting ten aanzien van de regels en verbeelding beschreven. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Deze worden in paragraaf 1.4.2 en 1.4.3 beschreven. In paragraaf 1.4.4 worden vervolgens de standaarden beschreven op grond waarvan dit bestemmingsplan is ontwikkeld. Elk bestemmingsplan is te onderscheiden door een landelijk uniek identificatienummer. Het voorliggend bestemmingsplan is geregistreerd en vindbaar op het landelijke portaal onder www.ruimtelijkeplannen.nl nummer NL.IMRO.0917.BP050900W000003-0401
1.4.1 Toelichting In deze toelichting wordt de opzet van het bestemmingsplan beschreven. Zo worden het doel van het bestemmingsplan, het relevante beleid, een beschrijving van het plangebied, de relevante omgevingsaspecten en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan besproken. Daarnaast wordt in de juridische planopzet de opbouw van de regels beschreven en wordt de werking van de regels nader toegelicht. Tenslotte wordt verslag gedaan van de resultaten van het met andere overheden en openbare lichamen gevoerde overleg en de (eventueel) ingediende zienswijzen.
1.4.2 Regels Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden aan de gronden, die binnen het plangebied zijn gelegen, bestemmingen toegewezen met bijbehorende doeleinden of functies. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De regels maken duidelijk waarvoor de gronden gebruikt mogen worden en wat onder welke voorwaarden op de gronden gebouwd mag worden. Ook kan aan gronden een dubbelbestemming toegekend worden. De dubbelbestemming ziet op het beschermen van een bepaalde waarde (zoals archeologie, waterstaat) of op een zone (bijvoorbeeld externe veiligheid, molenbiotoop of leiding).
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 11
1.4.3 Verbeelding De verbeelding (de plankaart) geeft een grafische weergave van het plangebied. In de verbeelding zijn de plangrens, bestemmingen en aanduidingen weergegeven op een ondergrond. Voor bestemmingsplannen bestaan in de regel een digitale en een analoge verbeelding. De analoge verbeelding wordt doorgaans gebruikt bij de terinzagelegging van het bestemmingsplan. Beide verbeeldingen zijn in beginsel rechtsgeldig, maar bij interpretatieverschillen is de digitale verbeelding beslissend. De ondergrond is een samenstelling van de Basisregistratie Grootschalige Topografie BGT (landmeetkundig ingemeten topografie), luchtfoto's en kadastrale begrenzingen. Voor de verbeelding op papier wordt ter oriëntatie gebruik gemaakt van topografische en kadastrale ondergronden. Na verloop van tijd kunnen deze ondergronden hun actualiteit verliezen. Daarnaast tonen de ondergronden niet altijd alle bebouwing. De ondergronden (waaronder luchtfoto's) die worden gebruikt op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl worden beschikbaar gesteld door de website zelf. Ook die ondergronden zijn niet altijd actueel en tonen niet altijd alle bebouwing. De gemeente heeft daar geen invloed op. De ondergronden maken geen deel uit van het bestemmingsplan en dienen in beginsel ter oriëntatie.
1.4.4 Standaarden Om de bestemmingsplannen in heel Nederland te kunnen vergelijken schrijft de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening voor, dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De digitale verbeelding is te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl. Door een muisklik op de digitale verbeelding verschijnen de bijbehorende regels voor die locatie in beeld. Vervolgens kan doorgeklikt worden om de gehele inhoud van het bestemmingplan (regels, toelichting en eventuele bijlagen) te raadplegen. Tevens is het mogelijk om te meten op de digitale verbeelding en door middel van coördinaten (het Rijksdriehoekscoördinatenstelsel) de exacte locatie te bepalen.
1.5
Het bestemmingsplanen de Omgevingswet
Op 20 mei 2020 heeft de minister besloten de inwerkingtreding van de Omgevingswet uit te stellen tot 1 januari 2022. Deze wet zal alle wet- en regelgeving voor wonen, ruimte, infrastructuur, milieu en water vervangen. De invoering van de wet is een behoorlijke omslag, ook voor bewoners, ondernemers en organisaties. Heerlen start binnenkort met de voorbereiding. De gemeente Heerlen streeft er naar het bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen zo snel mogelijk, doch uiterlijk voor 1 januari 2022 en dus voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vast te stellen. Op basis van het algemene overgangsrecht onder de Omgevingsrecht wordt een procedure, die vóór 1 januari 2022 formeel is gestart, afgehandeld volgens het 'oude' recht, oftewel de huidige wetgeving. De verwachting is daarom dat de invloed van de Omgevingswet in dit geval niet of nauwelijks aanwezig is en het bestemmingsplan in ieder geval ruim voor de nieuwe datum ter inzage zal zijn gelegd en onder het huidige recht kan worden afgehandeld. Wel is ervoor gezorgd dat de planregels zo veel mogelijk aansluiten bij de nieuwe wet.
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 12
1.6
Leeswijzer
In Hoofdstuk 1 heeft de inleiding van het plan plaatsgevonden. Hoofdstuk 2 bevat in paragraaf 2.1 tot en met 2.4 achtereenvolgens het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. In Hoofdstuk 3 wordt het plangebied beschreven. Hierbij komen de historische context, de ruimtelijke en functionele structuur en mobiliteit ter sprake. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling van het plangebied. Hoofdstuk 5 behandelt de voor het plangebied relevante omgevingsaspecten, zoals water, archeologie, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische opzet van het bestemmingsplan en de werking van de regels. In Hoofdstuk 7 is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven en Hoofdstuk 8 geeft een beeld van de doorlopen bestemmingsplanprocedure en het gevoerde overleg.
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 13
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
Dit hoofdstuk bevat een bespreking van de planologische beleidskaders die een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan. In paragraaf 2.1 tot en met 2.5 worden achtereenvolgens het relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid besproken.
2.1
Rijksbeleid
2.1.1 Structuurvisie Infrastructuuren Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vormt de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. De SVIR is op 13 maart 2012 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Milieu. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. Daarbij zijn drie hoofddoelen geformuleerd: a. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; b. het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; c. het waarborgen van een leefbare en veiligere omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen.
Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten, ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur en ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet', over aan provincies en gemeenten. Voor Parkstad Limburg geeft het Rijk in de SVIR wel aan dat het aanpakken van de krimpopgave noodzakelijk is om leegstand en verpaupering te voorkomen. Dit beleid is op regionaal niveau verder uitgewerkt. Conclusie plangebied: Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de aanleg van een nieuwe, vrijliggende fietsverbinding langs de bestaande wegenstructuur tussen het Heuvelland en Parkstad. Door de aanleg van deze fietsverbinding kunnen fietsers in de toekomst gescheiden van het gemotoriseerd verkeer veilig gebruiken maken van deze verbinding. Het tracé van de fietspadverbinding kruist binnen het plangebied van de gemeente Heerlen de Rijksweg A76 met de daarbijbehorende reserveringszones.
Dit is echter ter plaatse van de reeds aanwezige tunnel bij de Daelsweg en de daarnaast gelegen aanwezige fietspaden. De fietsverbinding zal over deze aanwezige fietspaden onder de A76 door worden geleid en daarmee geen zal geen veranderingen aan de Rijksweg A76 en de reserveringszones met zich meebrengen. Voor wat betreft het Natuurnetwerk Nederland wordt verwezen naar paragraaf 2.2, waar het provinciale beleid wordt beschreven in relatie tot de voorgenomen ontwikkelingen, en paragraaf 5.5.1 over de gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming. Gelet op het bovenstaande, en het bepaalde in de aangehaalde paragrafen van deze bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 14
toelichting, is het plan niet in strijd met het rijksbeleid.
2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: de Ladder) geïntroduceerd. De Ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zodat de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder is per 1 oktober 2012 verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Conform het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2 Bro dient de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling te bevatten, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Uiteindelijk zal de gewijzigde Ladder via het invoeringsbesluit van de Omgevingswet worden ingevoegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De strekking van de Ladder blijft daarbij gelijk. 2.1.2.1
Nieuwe stedelijke ontwikkeling
De Ladder-onderbouwing is verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Hieronder wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, blijkt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Er dient nadrukkelijk te worden gemotiveerd en afgewogen, met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte, én voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt, of voldaan wordt aan de Ladder. 2.1.2.2
Conclusie
Allereerst dient de voorvraag te worden gesteld of sprake is van een Nieuwe Stedelijke Ontwikkeling (NSO) . Volgens de begripsbepalingen in artikel 1.1.1, eerste lid Bro is een NSO als volgt gedefinieerd: '… een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Het plan voorziet in de aanleg van een nieuwe, vrijliggende fietsverbinding langs de bestaande wegenstructuur tussen het Heuvelland en Parkstad. Door de aanleg van deze fietsverbinding kunnen fietsers in de toekomst gescheiden van het gemotoriseerd verkeer veilig gebruiken maken van deze verbinding. De beoogde ontwikkeling wordt niet beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Een toetsing aan de Ladder is daarom niet aan de orde.
2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Om de in de SVIR opgenomen nationale belangen juridisch te borgen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen; mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament; grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 15
defensie; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; ecologische hoofdstructuur; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de aanleg van een nieuwe, vrijliggende fietsverbinding langs de bestaande wegenstructuur tussen het Heuvelland en Parkstad. Door de aanleg van deze fietsverbinding kunnen fietsers in de toekomst gescheiden van het gemotoriseerd verkeer veilig gebruiken maken van deze verbinding. Het tracé van de fietspadverbinding kruist binnen het plangebied van de gemeente Heerlen de Rijksweg A76 met de daarbijbehorende reserveringszones. Dit is echter ter plaatse van de reeds aanwezige tunnel bij de Daelsweg en de daarnaast gelegen aanwezige fietspaden. De fietsverbinding zal over deze aanwezige fietspaden onder de A76 door worden geleid en daarmee geen zal geen veranderingen aan de Rijksweg A76 en de reserveringszones met zich meebrengen. Voor wat betreft de ecologische hoofdstructuur, die tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland heet, wordt verwezen naar het onderdeel over het provinciale beleid, waarin uitgebreid op dit onderwerp wordt ingegaan.
In het voorliggende bestemmingsplan worden geen van de genoemde nationale belangen geschaad.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL 2014) Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014), met bijbehorend plan-MER, de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal verkeers- en vervoersprogramma zijn op 12 december 2014 door Provinciale Staten vastgesteld. Dit als onderdeel van een integrale omgevingsvisie. Op 11 november 2016 heeft Provinciale Staten de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Op onderdelen is de omgevingsverordening gewijzigd (op 31 maart 2017 Wijzigingsverordening hoofdstuk 3 Natuur), (21 december 2017 Wijzigingsverordening paragraaf 2.13 zilvergroene natuurzone), (Wijzigingsverordening regels in zake geothermie en Wijzigingsverordening 3.1 Veehouderijen en Natura 2000), (14 december 2018 Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 Paragraaf 2.4 Bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014), (30 augustus 2019 Omgevingsverordening Limburg 2014 wijziging begrenzing Goudgroene, Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschaps zone) en (22 november 2019 Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 par. 2.14 Houden van geiten). In het POL2014 staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal.
Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. De centrale ambitie komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. Verder staat in het POL2014 kwaliteit centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen.
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 16
2.2.1.1
Omgevingsverordening Limburg
In de Omgevingsverordening Limburg 2014 staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Met name gaat het dan om de regels voor de ecologische hoofdstructuur, die zijn ondergebracht in het onderdeel Goudgroene natuurzone. Ook ten aanzien van de bronsgroene landschapszones, de zones rondom natuurbeken en het beschermingsgebied van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg bevat de Omgevingsverordening diverse beschermende regels. Ook bevat de omgevingsverordening o.a. regels omtrent het opnemen van reserveringszones langs spoorwegen en provinciale wegen.
Deze zones dienen vrij te blijven van bebouwing met het oog op een toekomstige verbreding, spoorverdubbeling, het toevoegen van een parallelvoorziening, elektrificatie, of het anderszins uitbreiden of verbeteren van deze provinciale weg of spoorweg. In de verordening is daarnaast onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaand stedelijk gebied (overeenkomstig de ladder voor duurzame verstedelijking). Herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen krijgt hierbij bijzondere aandacht. Een belangrijk onderdeel van het POL2014 betreft de opgave voor de drie regio's Noord-Limburg, Midden-Limburg en Zuid-Limburg om voor die thema's waarvoor dynamisch voorraadbeheer aan de orde is, regionale structuurvisies op te stellen en daarover ook op regionaal niveau bestuursafspraken te maken. De bestuursafspraken voor Zuid-Limburg zijn vastgelegd in de 'Bestuursovereenkomst Regionale afspraken Zuid-Limburg' d.d. 12 april 2016. Hierin zijn afspraken vastgelegd t.a.v. de thema's wonen, detailhandel, kantoren, bedrijventerreinen en vrijetijdseconomie. Tevens zijn de thema's energie, landschap en landen tuinbouw hierin besproken. In de Omgevingsverordening Limburg zijn deze bestuursafspraken vervolgens verankerd.
Plan specifieke aspecten Voor het plangebied zijn de volgende aspecten uit het POL2014 en de Omgevingsverordening relevant. Het tracé voor het fietspad ligt binnen de zones 'Bronsgroene landschapszone', 'Buitengebied' en 'Goudgroene natuurzone'. Op het onderstaande kaartje is een uitsnede van de bij het POL2014 behorende kaart 'Zonering Limburg' weergegeven. Het tracé ligt ter hoogte van de plaatsaanduiding.
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 17
Figuur 2-1 Uitsnede algemene zoneringskaart POL2014 geconsolideerd: gebied Heerlen en omgeving (Kaart 1 Zonering Limburg)
De uitgangspunten die binnen de bovengenoemde zones gelden, worden hierna kort uiteengezet. Bronsgroene landschapszone De bronsgroene landschapszone omvat de landschappelijk waardevolle beekdalen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden met de daarin aanwezige (extensievere) landbouwgebieden, monumenten, kleinere landschapselementen, waterlopen e.d. Een kwart van de bronsgroene landschapszone wordt gevormd door het winterbed van de Maas. In Zuid-Limburg omvatten deze zones ook de steilere hellingen, droogdalen en de belangrijkste landschappelijke verbindingen naar het Maasdal. De bronsgroene landschapszone is een samenvoeging, aanpassing en verkleining van de voormalige POL-perspectieven P2 (Provinciale Ontwikkelingszone Groen) en P3 (Ruimte voor veerkrachtige watersystemen). In deze zone zijn ook beekdalen opgenomen. Beekdalen zijn belangrijk zowel voor het vasthouden en bergen van wateroverschot als voor het bereiken van de ecologische doelstellingen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water. Ze fungeren als ecologische verbinding tussen natuurkernen en vormen het landschappelijk raamwerk. Ze zijn daarmee belangrijk voor de toeristische en recreatieve aantrekkelijkheid van Limburg. Beekdalen zijn lager gelegen gebieden (beekdal- en droogdalbodems, bron- en kwelgebieden bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 18
en laagten) waar het neerslagoverschot en vaak ook het uittredende grondwater (kwelzones en bronnen) via beken wordt afgevoerd. De beekdalen zijn onderdeel van de bronsgroene landschapszone, voor zover zij geen onderdeel zijn van de goudgroene of zilvergroene natuurzone. Het provinciaal beleid in de bronsgroene landschapszone is er op gericht de (huidige) landschappelijke kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Ontwikkelingen binnen de ruimte die het beleid voor de verschillende thema's biedt zijn mogelijk mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden ('ja-mits'). Het accent is gelegd op het borgen van de kwaliteit en het functioneren van het regionaal watersysteem, de ontwikkeling van de landbouw in balans met de omgeving, het versterken van de kernkwaliteiten van landschap en cultuurhistorie en recreatief medegebruik. Buitengebied Deze zone omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en clusters van bebouwing. Het zijn alle andere gronden in het landelijk gebied buiten de natuur- en landschapszones. In deze zone is ruimte voor de ontwikkeling van landbouw, tuinbouw en de vrijetijdseconomie.
Het accent is gelegd op ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties landbouw, het terugdringen van milieubelasting vanuit landbouw en het bereiken van goede kwaliteit en goed functioneren van de ondergrond. Goudgroene natuurzone In deze zone staat het beschermen en versterken van de natuur centraal, met bijzondere aandacht voor de Natura2000-gebieden en de natuurbeken. Ook de hydrologisch gevoelige natuurgebieden (waaronder de natte parels) vragen om aandacht. Recreatief medegebruik van de natuur willen we optimaliseren. Van belang is een goede maatschappelijke verankering van natuur(beleid). Conclusie Het plan voorziet in de realisatie van een fietsverbinding tussen het Heuvelland en Parkstad, in de vorm van een vrijliggend fietspad, waarop fietsers apart van het autoverkeer, veilig kunnen fietsen. Deze ontwikkeling levert een belangrijke bijdrage aan de verkeersveiligheid ter plaatse. Gesteld kan worden dat de realisatie van het plan een belangrijke bijdrage levert aan de kwaliteit van het buitengebied van, in dit geval, de gemeente Heerlen. Bovendien wordt het (toeristisch) fietsgebruik gestimuleerd, hetgeen enerzijds goed is voor het milieu en anderzijds ervoor zorgt dat het buitengebied beter beleefbaar wordt gemaakt. Het plangebied overlapt met de Goudgroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone.
Wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone worden hierdoor aangetast. Het plan kan alleen doorgaan als er sprake is van een groot openbaar belang en als reële alternatieven ontbreken. Dit is het geval en zal in paragraaf 5.5 worden aangetoond. Negatieve effecten worden waar mogelijk beperkt en voor het overige financieel gecompenseerd, conform de Beleidsregel natuurcompensatie 2018. Ten aanzien van de Bronsgroene landschapszone worden de bestaande steilranden (= kernkwaliteit) gespaard, door bij de inrichting van taluds gebruik te maken van leidende ontwerpprincipes (ingegeven door de kernkwaliteiten). Uitgangspunt is dat geen kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone worden aangetast en de Beleidsregel natuurcompensatie 2018 niet van toepassing is. Geconcludeerd kan worden dat het plan de goudgroene natuurzone aantast. Echter omdat reële alternatieven ontbreken en de realisatie van de fietsverbinding voor zowel dagelijks- als recreatiefgebruik een wenselijke ontwikkeling is, zal conform de Beleidsregel natuurcompensatie 2018 compensatie plaatsvinden. Hiermee voldoet het plan aan de beleidsuitgangspunten die zijn opgenomen in het POL2014.
2.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL 2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen.
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 19
In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Met name gaat het dan om de regels voor de ecologische hoofdstructuur, die zijn ondergebracht in het onderdeel Goudgroene natuurzone. In de verordening is onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaande stedelijk gebied (overeenkomstig de Ladder voor duurzame verstedelijking). Herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen krijgt hierbij bijzondere aandacht. Conclusie Het plan voorziet in de aanleg van een nieuwe, vrijliggende fietsverbinding langs de bestaande wegenstructuur tussen het Heuvelland en Parkstad. Door de aanleg van deze fietsverbinding kunnen fietsers in de toekomst gescheiden van het gemotoriseerd verkeer veilig gebruiken maken van deze verbinding. Het plangebied overlapt met de Goudgroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone. Wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone worden hierdoor aangetast. Het plan kan alleen doorgaan als er sprake is van een groot openbaar belang en als reële alternatieven ontbreken. Dit is het geval en zal in paragraaf 5.5 worden aangetoond.
Negatieve effecten worden waar mogelijk beperkt en voor het overige financieel gecompenseerd, conform de Beleidsregel natuurcompensatie 2018. Ten aanzien van de Bronsgroene landschapszone worden de bestaande steilranden (= kernkwaliteit) gespaard, door bij de inrichting van taluds gebruik te maken van leidende ontwerpprincipes (ingegeven door de kernkwaliteiten). Uitgangspunt is dat geen kernkwaliteiten van de bronsgroene landschpaszone worden aangetast en de Beleidsregel natuurcompensatie 2018 van de provincie Limburg niet van toepassing is. Geconcludeerd kan worden dat het plan de goudgroene natuurzone aantast. Echter omdat reële alternatieven ontbreken en de realisatie van de fietsverbinding voor zowel dagelijks- als recreatiefgebruik een wenselijke ontwikkeling is, zal conform de Beleidsregel natuurcompensatie 2018 compensatie plaatsvinden. Een belangrijk uitgangspunt bij de aanleg van de fietsverbinding is dat deze niet leidt tot aantasting van het onder andere in het POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014 neergelegde beleid.
2.2.3 Omgevingsvisie (ontwerp d.d. 25 augustus 2020) Op 25 augustus 2020 is het ontwerp van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld (ter inzage van 7 september tot en met 18 oktober 2020). Hierin is voor de periode 2021 tot 2030-2050 aangegeven hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en hoe daarbij naar een balans wordt gezocht tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Limburg vervangt (na definitieve vaststelling) het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semioverheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. Deze visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes, op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt. De provincie heeft drie hoofdopgaven geformuleerd: Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving, in stedelijk/bebouwd en landelijk gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie, inclusief landbouw-transitie; Klimaatadaptatie en energietransitie. In onderstaande afbeelding is een uitsnede te zien van de kaart bij de ontwerp-omgevingsvisie, met het deeltracé in Heerlen bij de plaatsaanduiding.
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 20
Figuur 2-2 uitsnede kaart ontwerp-Omgevingsvisie Limburg Onder 'groenblauwe mantel' vallen de gebieden die in het geldende POL2014 als 'zilvergroene natuurzone' en 'bronsgroene landschapszone' werden aangeduid. Het Maasdal, de beekdalen en steilere hellingen - voorheen de bronsgroene landschapszone en zilvergroene natuurzone - vormen samen de circa 36.000 hectaren grote groenblauwe mantel binnen de landelijke gebieden van Limburg. De gebieden liggen als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar goede combinatiemogelijkheden bestaan voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. Het provinciaal belang voor het onderwerp 'natuur' ligt bij: Het in stand houden van de biodiversiteit; Het realiseren van een robuust natuur-, bos- en waternetwerk en een groen dooraderd bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 21
landelijk gebied; De maatschappelijke verankering en beleefbaarheid van natuur. Voor wat betreft het onderwerp 'Landschap' gaat het om: Het bouwen en versterken van de kenmerkende kwaliteiten en afwisseling van het Limburgs Landschap, waaronder de groenblauwe mantel, (verbrede) Nationale Parken, Nationaal Landschap Zuid-Limburg en stad-landzones. Ontwikkelingen binnen de ruimte van het beleid voor de verschillende thema's zijn mogelijk, mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden. De kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Voor de groenblauwe mantel is het beleid ook gericht op het faciliteren en ondersteunen van de verbindings- en bufferfunctie voor aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg. Conclusie: Ondanks de gewijzigde naamgeving van bepaalde waardevolle gebieden, is het inhoudelijke beleid voor deze gebieden voor wat betreft natuur en landschap niet, dan wel niet wezenlijk gewijzigd. Voor wat betreft de beoordeling van het bestemmingsplan op basis van de nieuwe omgevingsvisie van de provincie wordt daarom verwezen naar de conclusies in de paragrafen 2.2.1 en 2.2.2.
2.2.4 Mobiliteitsplan Limburg (2018) In het mobiliteitsplan Limburg (2018) bespreekt de Provincie de toekomstige opgaven en ambities op het gebied van mobiliteit, en de rol die zij daarin zal spelen in samenwerking met regionale, landelijke en internationale partners. De overkoepelende doelstelling is het creëren van een aantrekkelijke, leefbare en economisch krachtige provincie waarin mensen met plezier werken, wonen, recreëren en studeren. Omdat mobiliteit onlosmakelijk met deze doelstelling is verbonden stelt de Provincie zichzelf als doel om een toekomstbestendige, toegankelijke, slimme, schone en grenzenloze mobiliteit te creëren, zodat mensen zich naar wens en behoefte vrij kunnen bewegen. In een aantal regionale opgaven zien we kansen voor mobiliteit. Deze opgaven sluiten aan op de ambities zoals geformuleerd in het coalitieakkoord: de stedelijke gebieden aantrekkelijk en bereikbaar houden door bijvoorbeeld verschillende manieren van vervoeren aan te bieden en een verantwoorde keuze te bevorderen (multimodaliteit). het platteland vitaal houden dankzij goede fysieke, maar ook digitale bereikbaarheid. de economie versterken dankzij de ontwikkeling van economische clusters zoals campussen en maakindustrie en we vergroten hun (onderlinge) bereikbaarheid. een internationale koploper blijven in de groene logistiek, met Greenport Venlo als middelpunt.
De logistieke sector is een belangrijke economische drager voor Limburg. de vrijetijdseconomie versterken. Met recreatie en toerisme staat Limburg goed op de kaart, ook publiekstrekkers en evenementen maken Limburg aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers. Met deze doelen wil de provincie de basisvoorzieningen op orde houden door middel van goed beheer en onderhoud van het vervoersaanbod. De kwaliteit hiervan wordt verbeterd en het mobiliteitsnetwerk zal steeds aantrekkelijker gemaakt worden. Dit kan door vervoersmiddelen op een andere of betere manier te benutten en mensen uit te nodigen op een slimmere manier hun vervoer te kiezen. Er wordt dan ook geïnvesteerd in smart mobility. In de regionale uitwerkingen van dit Mobiliteitsplan heeft de provincie voor de regio Parkstad-Vaals de volgende mobiliteitsopgaven gesteld: Bereikbare steden autoafhankelijkheid verminderen, afwaarderen wegen, aantrekkelijke alternatieven ernaast: kansen Buitenring, fietsaandeel vergroten; netwerken verschillende modaliteiten goed aansluiten. Grenzeloze vrijetijdseconomie Autobereikbaarheid is goed. OV en fietsen kan beter, zowel binnen het stedelijk gebied van Parkstad als in relatie tot de omgeving (zowel in Nederland als in Duitsland).
bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 22
Vitaal platteland Veiligheid: landbouwverkeer vs. fietsverkeer staat verder onder druk als de hoeveelheid landbouwverkeer groeit door schaalvergroting. In de mobiliteitsdoelen worden de volgende punten genoemd: Doorstroming Netwerken verschillende modaliteiten goed op elkaar laten aansluiten. Duurzaamheid autoafhankelijkheid Parkstad en omgeving verminderen; fietsaandeel vergroten. Veiligheid Fietsers scheiden van gemotoriseerd verkeer. Conclusie Het plan voorziet in de aanleg van een nieuwe, vrijliggende fietsverbinding langs de bestaande wegenstructuur tussen het Heuvelland en Parkstad. Door de aanleg van deze fietsverbinding kunnen fietsers in de toekomst gescheiden van het gemotoriseerd verkeer veilig gebruiken maken van deze verbinding. De beoogde ontwikkeling is voor de aspecten wonen, werk en recreatie een aanvulling op het Mobiliteitsplan Limburg 2017 en is in lijn met de regionale uitwerking.
2.3
Regionaal beleid
2.3.1 Structuurvisie Parkstad Limburg De regio Parkstad Limburg heeft in 2009 een intergemeentelijke structuurvisie vastgesteld: 'Ruimte voor park & stad' . De visie beoogt de missie van de regio, 'het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit', te verwezenlijken. Als alle partijen hun krachten bundelen, moet het mogelijk zijn om in 2030 deze kwaliteiten in Parkstad Limburg te ervaren: Meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, onder andere door een groter contrast van stad en land; Een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten; Een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen-Centrum als Parkstad-centrum; een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen; Een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via de Parkstadring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft. De intergemeentelijke structuurvisie zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijke ontwikkeling.
Deze dragers zijn uitgewerkt door middel van vier hoofdthema's: 1. Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur: natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen en waterstructuren. 2. Economie - meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht: hoofdambitie is economische structuurversterking met als strategie ruimtelijke concentratie en revitaliseren van locaties die niet aan moderne eisen voldoen, onder toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande locaties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte. 3. Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking: herstructurering gaat voor uitbreiding. Het bedienen van de veranderende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 23
4.
uitbreiding buiten huidige stedelijke contour. Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid: de ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regionaal als internationaal. De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding.
De Bestuurscommissie Ruimte van de regio Parkstad Limburg heeft de Structuurvisie in 2015 kritisch tegen het licht gehouden en onderzoekt de mogelijkheden voor een aanscherping of actualisatie van dit beleid. Belangrijkste opgave hierbij is dat de samenwerkende gemeenten in de toekomst dienen te beschikken over een instrument dat hen in staat moet stellen om integraal in plaats van sectoraal, proactief in plaats van reactief en op het regionale schaalniveau te kunnen sturen op ruimtelijke ontwikkelingen en programma's. Daarbij zal ook expliciet aandacht zijn voor urgente, nieuwe ruimtelijke thema's zoals klimaat, milieu, water, grondstoffen en voedsel. De vier hoofdthema's uit de structuurvisie zijn concreet uitgewerkt in diverse beleidsnota's, op zowel regionaal als gemeentelijk niveau. Deze komen in de volgende paragrafen aan bod, waarbij tevens wordt aangegeven hoe deze hun uitwerking hebben op bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen.
Figuur 2-3 Uitsnede ontwikkelingskaart Structuurvisie Parkstad Limburg
Conclusie Voor het plan is met name het thema 'mobiliteit' van belang. In de huidige situatie dient zowel het woon-werk-fietsverkeer als het toeristische fietsverkeer gebruik te maken van de rijbaan van de bestaande wegen tussen het Heuvelland en Parkstad. Dit leidt tot een verkeersonveilige situatie. Deze route vormt tevens een belangrijke verbinding richting het Zuyderland ziekenhuis en de onderwijsboulevard in Heerlen, waardoor ook schoolgaande jeugd veel gebruik maakt van deze route. Voor wat betreft het toeristisch fietsverkeer wordt de route bijvoorbeeld ook gebruikt voor de toerversie van de Amstel Gold Race. Mede hierdoor heeft het gebied een grote aantrekkingskracht op wielrenners, zowel uit de regio als uit de rest van Nederland. Gezien deze omstandigheden is het van belang dat langs deze route een verkeersveiligere fietsverbinding wordt gerealiseerd. Hiermee wordt het woon-werk-fietsgebruik gestimuleerd en wordt de aantrekkingskracht voor recreatieve bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad, Heerlen 24