Bijlage Heerlerheide Noord_Toelichting.pdf
Tekst van het document
2.3.9 Regionaal verkeer- en vervoersplan 2011-2020 Het Regionaal Verkeer- en Vervoersplan (RVVP) is aangenomen door de raad van Parkstad Limburg in 2011. Deze nota sluit sterk aan op het Regioprogramma van Parkstad Limburg waarin de nadruk wordt gelegd op de economische structuurversterking via ringwegen en Euregionaal openbaar vervoer door middel van onder andere de aanleg of optimalisatie van diverse structurerende wegen (o.a. Buitenring Parkstad Limburg, Euregioweg, flankerende infrastructuur) en het verbeteren van het Euregionaal openbaar vervoersaanbod (onder andere IC Eindhoven-Heerlen-Aachen en Avantislijn). Het RVVP stelt verder voorop dat de verkeers- en vervoersystemen moeten bijdragen aan een voor wonen en recreëren aantrekkelijke regio met goed bereikbare voorzieningen en een minimum aan verkeersonveiligheid en aan milieuoverlast. Voor bestemmingsplan Heerlerheide Noord zijn in het Regionaal verkeer- en vervoersplan geen specifieke uitgangspunten opgenomen. In paragraaf 3.4 wordt het thema verkeer verder uitgewerkt in de beschrijving van het plangebied.
2.3.10 Regionaal prostitutiebeleid De gemeenten in Parkstad Limburg hebben een gezamenlijk regionale visie met betrekking tot het prostitutiebeleid ontwikkeld. Het opstellen van de “Parkstadnota regionale visie prostitutiebeleid” werd noodzakelijk geacht omdat een zeer stringent lokaal beleid kan leiden tot verplaatsing van de in de gemeenten aanwezige prostitutiebedrijven naar omringende gemeenten, die een minder stringent beleid voeren. Door regionaal beleid wordt voorkomen dat ongewenste bewegingen ontstaan in de vestiging van prostitutiebedrijven en kunnen gemeenten beargumenteerd bepaalde vormen van prostitutiebedrijven uitsluiten. Regionaal beleid kan ondersteunend zijn voor Parkstadgemeenten, die een nulbeleid willen voeren voor bepaalde vormen van prostitutie. Regionaal beleid is ook van belang voor
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
23
gemeenten die willen afbouwen, omdat er te veel seksinrichtingen zijn binnen hun grondgebied, terwijl doorverwijzing naar omliggende gemeenten met enige ruimte ten aanzien van seksinrichtingen mogelijk is. Uitgangspunt is een regionale status-quo ten aanzien van de gevestigde vormen van prostitutiebedrijven. Een regionale toename van het aantal prostitutievestigingen zal niet worden toegestaan.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1 Structuurvisie Heerlen 2035 Op 7 juli 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Heerlen 2035 vastgesteld. Met dit planologisch instrument kan de gemeente de ruimtelijke sturing beter afstemmen op de ruimtelijke opgaven van de toekomst. De structuurvisie is opgesteld op basis van een belangrijk kantelpunt in de historie van ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. De grenzen van de groei zijn bereikt. Er is een eind gekomen aan een onafgebroken periode van vraag naar ruimte en vastgoed. Nieuwe ontwikkelvraagstukken hebben nu vooral te maken met de vraag hoe om te gaan met bestaand vastgoed en vrijkomende ruimte. De ruimtelijke opgaven voor de toekomst hebben veel vaker betrekking op bestaand vastgoed in plaats van nieuwbouw en zullen gekenmerkt worden door termen als: flexibel, tijdelijk, duurzaam en kleinschalig. Ook de rol van de gemeente verandert. Heerlen moet de slag maken van een toetsende naar een faciliterende overheid. Niet alles zelf herontwikkelen, maar vooral ook initiatieven van ondernemers, marktpartijen en inwoners mogelijk maken, met de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in deze structuurvisie als uitgangspunt. Deze transitieopgaven lopen als een rode draad door de structuurvisie. In de structuurvisie staan inhoudelijk vier thema’s centraal: Vitale stad, Centrale stad, Innovatieve stad en Verrassende stad.
Vitale stad In het thema Vitale stad wordt een beeld geschetst van woonwijken in 2035. Aan de ene kant willen we inzetten op minder woningen, maar vooral ook op woningen met meer kwaliteit en variatie. Dus geen grootschalige uitbreidingsnieuwbouw meer, maar inzetten op het doorbreken van de eentonigheid van sommige woonbuurten. Aan de andere kant willen we goede voorzieningen blijven aanbieden. Dat kan soms betekenen dat een voorziening uit de buurt verdwijnt als het verzorgingsgebied voor die voorziening te klein wordt. In die gevallen zetten we in op het vormen van sterke voorzieningenclusters in buurten en stadsdelen. Centrale stad In het thema Centrale stad beschrijven we hoe we de rol van Heerlen als centrumgemeente in de regio kunnen versterken. Belangrijke speerpunten daarbij zijn een compact kernwinkelgebied met een compleet en gevarieerd winkelaanbod, het realiseren van een Smart Services Campus en het versterken van het stedelijk woonmilieu. Cultuur in al zijn facetten is daarbij een belangrijke bindende factor. Innovatieve stad In het thema Innovatieve stad geven we aan hoe we anders kunnen omgaan met stedelijke ontwikkelopgaven bij veranderende omstandigheden. Het hergebruiken van bestaand vastgoed en vrijkomen van ruimte na sloop spelen daarbij een belangrijke rol. Bovendien willen we mondiale duurzaamheidsvraagstukken verbinden met lokale transitieopgaven.
Heerlen heeft de ambitie om in 2040 een klimaat-neutrale stad te zijn. Dat is een stad waarin processen rond wonen, werken en leven, niet op negatieve wijze bijdragen aan klimaatverandering. Verrassende stad In het thema Verrassende stad wordt beschreven hoe we bestaande cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten beter zichtbaar en tastbaar kunnen maken in de stad. Door het behoud van deze waarden te integreren in de lokale transitieopgaven, krijgen plekken en panden waarmee mensen zich verbonden voelen nieuwe betekenis. Het resultaat van deze transitie is een verrassende stad, waarin het “Verhaal van Heerlen” tot uitdrukking komt.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
24
Vrieheide wordt in deze visie aangeduid als een van de wijken waar de transitieopgave van de woningvoorraad nog loopt. Samen met burgers, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties probeert de gemeente de leefbaarheid structureel te vergroten Bestemmimgsplan Heerlerheide Noord heeft een conserverend karakter. Nieuwe ontwikkelingen maakt het bestemmingsplan niet mogelijk.
2.4.2 Kantorenbeleid De gemeenteraad heeft op 28 juni 2017 de Kantorennota 2017 Heerlen vastgesteld alsmede het uitvoeringsprogramma Kantorennota 2017-2020. Tot op dat moment was de Structuurvisie Kantoren Heerlen tot 2010 geldend. Sinds 2003 is de kantorenmarkt echter echter ingrijpend veranderd. Aangezien de ontwikkeling van de diensteneconomie over zijn hoogtepunt heen is, zal de vraag naar kantoren langzaam afnemen. Ook de veranderde manier van werken, onder invloed van de technologische ontwikkelingen, leidt tot minder ruimtebehoefte. Schaalvergroting, fusie- en concentratieprocessen leiden in perifere gebieden in Nederland meestal tot een afname van kantoorvraag. Daarnaast neemt de potentiële beroepsbevol-king in Zuid-Limburg af, waardoor de voedingsbodem voor kantoren iets schraler wordt. Tegenover de afnemende vraag naar kantoorruimte in zijn algemeen, is er een groeiende vraag naar kantoorruimte met een betere kwaliteit. De kantoorvraag die er nog is, is vooral een vervangings-vraag van zittende ondernemingen die een ander kantoor zoeken. Daarbij zit de meeste dynamiek in de kleinere kantoren, te weten tussen 100 en 500 m². In de Structuurvisisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL) zijn afspraken gemaakt tussen de 18 Zuid-Limburgse gemeenten over het afslanken van het overaanbod aan retail-, kantoor- en bedrijfslocaties.
Daartoe is op kaart aangewezen in welke gebieden dergelijke functies nog mogen blijven. Buiten de aangewezen gebieden mag in principe geen kantoorontwikkeling plaatsvinden. Het centrum van Heerlen is daartoe deels als concentratiegebied voor kantoren aangewezen en deels als balansgebied voor kantoren. Waar in het concentratiegebied ruimte is voor uitbreiding van de kantorenvoorraad, mag binnen het balansgebied alleen kantoormeters worden toegevoegd, als eenzelfde aantal meters binnen dat gebied geschrapt wordt. Het centrum van Heerlen is in de Kantorennota Heerlen aangewezen als concentratiegebied voor kantoren. Binnen dat concentratiegebied is echter nu reeds een overaanbod aan kantoormeters. Om de dynamiek in de kantorenmarkt terug te brengen dienen daarom ook in het centrum; en met name in het centrum kantoormeters aan de voorraad te worden onttrokken. In de kantorennota wordt dan ook aangezet tot sloop én transformatie van leegstaande kantoorgebouwen. Dat betekent dan ook dat wat de transformatie van kantoorgebouwen betreft, de prioriteit bij de (verouderde) kantoorgebouwen in het centrum ligt. Om een goede mix in kantorenaanbod in Heerlen-centrum te hebben, kunnen zich uiteraard ook kleinschalige kantoren (< 500 m²) binnen dit gebied vestigen.
Initiatieven hiertoe kunnen in grotere kantoorverzamelgebouwen landen maar daarnaast is ook de transformatie van bijvoorbeeld een (leegstaande) winkel in een aanloopstraat een optie. De kantoorgebruikers die gebaat zijn bij de multifunctionaliteit van het centrum of de binnenstad, kunnen zich zodoende vestigen in een voor hen aantrekkelijke omgeving. Daarnaast wordt ook de mogelijkheid geboden voor kantoorfuncties buiten Heerlen-centrum, en wel in monumentale gebouwen of op prominente zichtlocaties langs enkele radiaalwegen. Door monumentale panden te transformeren naar kantoor is er een grotere kans dat deze behouden blijven. Hetzelfde kan soms gelden voor markante zichtlocaties; hier moet het onder omstandigheden mogelijk blijven om kleinschalige kantoren te ontwikkelen en zo een ander doel te dienen, bijvoorbeeld het transformeren van grootschalige winkellocaties of het verbeteren van een entree naar de stad. Gezien het overaanbod kan er niet klakkeloos kantoorfunctie worden toegevoegd, maar na een zorgvuldige belangenafweging is dit zeker niet uitgesloten. Daarbij is het zinvol om aansluiting te zoeken bij bestaand beleid, zoals de Structuurvisie Heerlen 2035 of de Leegstandsvisie commercieel en maatschappelijk vastgoed.
Voor dergelijke kleinschalige kantoorfuncties komen de Akerstraat, Heesbergstraat tot en met Heerlerbaan, de Welterlaan en de Akerstraat Noord in aanmerking. Daarnaast kunnen kantoren tot 250 m² worden gevestigd in de centrumgebieden van Hoensbroek, Heerlerheide, Heerlen en Heerlerbaan (De Bautsch). In het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord bevinden zich géén grootschalige kantoorpanden. Het centrumgebied van Heerlerheide ligt buiten het plangebied. Op een enkele locatie is een kantoor "aan huis" mogelijk (zeer kleinschalige kantooractiviteit). Nieuwe kantoorontwikkelingen maakt het bestemmingsplan niet mogelijk.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
25
2.4.3 Visie op de aanpak van leegstaand commercieel en maatschappelijk vastgoed in Heerlen Zoals vele andere gemeenten kent ook Heerlen leegstaande commerciële en maatschappelijke gebouwen. In deze regio is de leegstand zelfs bovengemiddeld hoog. De oorzaken voor de leegstand zijn meerledig. Zo is onder meer de vraag naar commercieel vastgoed in korte tijd sterk beïnvloed door technologische ontwikkelingen zoals de introductie van het tablet. Dit heeft het geleid tot meer online winkelen en plaats en tijdonafhankelijk werken waardoor de behoefte aan kantooroppervlak is afgenomen. Bij de maatschappelijke accommodaties is leegstand vooral ontstaan doordat deze deels samengevoegd moesten worden of worden aangepast aan de moderne eisen, wat vaak heeft geleid tot nieuwbouw. De achtergelaten locaties zijn meestal leeg gebleven. Daarnaast kent deze (mijn)regio nog specifieke aanvullende oorzaken voor leegstand. Niet alleen neemt de bevolking in aantal af, maar ook trekken jongeren weg en vergrijst de overblijvende bevolking, hetgeen gevolgen heeft voor de werknemerspopulatie en het bestedingspatroon. Hierdoor neemt de behoefte aan c.q. vraag naar commercieel vastgoed af. De visie op de aanpak van leegstaand commercieel en maatschappelijk vastgoed in Heerlen 2016-2021 is op 29 juni 2016 vastgesteld. De visie kent een prioritering in aanpak van de leegstand.
De leegstandsvisie beschouwt het vraagstuk in een breder verband. Het gaat immers om een leegstandsaanpak die ook op langere termijn gunstige effecten heeft voor het grotere geheel. Daarom is de leegstand geplaatst tegen de achtergrond van het belangrijkste ruimtelijke conomische doel: het hebben en behouden van een sterke en gezonde economische (voorzieningen)structuur. Die is enerzijds van belang voor de leefbaarheid voor inwoners van stad en regio, en anderzijds voor het behoud van zoveel mogelijk directe en indirecte werkgelegenheid. Daarom is in de leegstandaanpak de focus gelegd op de voorzieningenclusters. Dit zijn de clusters die in verschillende vastgestelde beleidsstukken (zoals de structuurvisie Heerlen 2035) door de raad zijn benoemd als belangrijke dragers voor de economische/maatschappelijke voorzieningenstructuur. Dat betekent dat met name in deze clusters de leegstand actief aangepakt moet worden, omdat leegstand hier de samenleving het meeste schaadt. Binnen het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord bevindt zich géén voorzieningencluster. De aanpak volgend uit de leegstandsvisie is dan ook niet van toepassing.
2.4.4 Groenbeleidsplan Het gemeentelijk Groenbeleidsplan is op 14 mei 2013 vastgesteld en vormt sindsdien het gemeentelijk groenbeleid. In dit plan is het vorige groenstructuurplan geïntegreerd. Het Groenbeleidsplan geeft een middellange termijnvisie (2010-2025) op de gewenste ontwikkeling van het (semi-)openbare groen van de gemeente Heerlen. Behalve een visie op de gemeentelijke groenstructuur bevat het Groenbeleidsplan ook een kader voor het groenbeheer en is er tevens een uitvoeringsprogramma aan gekoppeld. Het Groenbeleidsplan heeft als hoofddoelstelling een integrale, samenhangende en tevens duurzame groenstructuur te realiseren, die recht doet aan de identiteit en eigenheid van Heerlen als onderdeel van Parkstad Limburg en voldoende robuust van karakter is waar het gaat om behoud en verbetering van leefbaarheid en groene kwaliteit. In de visie op de groenstructuur van de gemeente Heerlen is uitgegaan van de volgende integraal samenhangende componenten: Het landschappelijke kader van Heerlen; De hoofdgroenstructuur van Heerlen; Steenbergen als symbool voor een grenzeloze regio; Schakels tussen Heerlen en het omliggende Euregionale landschap; De hoofdinfrastructuur als uithangbord voor 'park' en 'stad'; De historische structuur als (groene) parels in het stedelijke weefsel; Stadsombouw Heerlen: robuust groen met nieuwe functies.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
26
Afbeelding 2.6: Groenbeleidsplan Heerlen De hoofdgroenstructuur van Heerlen kadert de ligging van de verschillende stadsdelen in. Om een goede aansluiting te vormen op de gemeentelijke hoofdgroenstructuur is per stadsdeel de gewenste ontwikkeling van de hoofdgroenstructuur verder uitgewerkt.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
27
Afbeelding 2.7: Uitsnede Groenbeleidsplan Heerlen stadsdeel Heerlerheide (plangebied Heerlerheide Noord) Vervolgens is nog verder ingezoomd en is de gewenste groenstructuur in de buurten en buurtschappen beschreven. Hierbij is onderscheid gemaakt in verschillende buurttypen. De uitgangspunten voor de verschillende buurttypen zijn vertaald in een gereedschapskist voor de groenstructuur per buurttype, waarbij de karakteristieken en functies van de hoofd- en subgroenstructuur van een buurttype zijn vastgelegd. Onderscheid wordt gemaakt in structuurgroen en snippergroen, waarbij het uitgangspunt geldt dat snippergroen kan worden afgestoten zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de openbare ruimte Buurten en buurtschappen
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
28
Afbeelding 2.8: Aandachtspunten hoofd- en subgroenstructuur deelgebied Passarts Nieuwenhagen De groene doorsteken vanaf de Akerstraat Noord naar de buurt moeten verfraaid en benadrukt worden. Dit worden de groene entrees van de wijk voor langzaam verkeer (voetgangers en fietsers).
Afbeelding 2.9: Aandachtspunten hoofd- en subgroenstructuur deelgebied Passart In het zuid oostelijke deel van de wijk bestaat de groenstructuur voornamelijk uit heesterbeplanting met op hoekpunten 1e of 2e grootte bomen. De plantvakken zouden meer uniformiteit moeten uitstralen en op plekken kunnen 1e grootte bomen worden bijgeplant. Toepassing van dezelfde soorten per straat zou de herkenbaarheid vergroten en het onderhoud vereenvoudigen. De centrale plekken tussen Palmstraat en Eikstraat moeten alle opgewaardeerd worden waarbij de aandacht uitgaat naar het combineren van functies. Dit kan met eenvoudige
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
29
middelen/ materialen en sortiment, dat recht doet aan het oorspronkelijk karakter van de buurt. In de woonstraten met hoge parkeerdruk geen extra ruimte voor groen claimen, maar stimuleren van groen in en rond tuinen. De Beukstraat meer benadrukken met groen door op de veldjes tussen de laagbouw enkele Beuken dicht aan de straatzijde (rekening houden met trottoir en opdruk) aan te planten.
Afbeelding 2.10: Aandachtspunten hoofd- en subgroenstructuur deelgebied Versiliënbosch Het (opgaand) groen in de buurt is erg beperkt door de minimale ruimte en groenepleintjes hebben een beperkte sierwaarde. De (groene) pleintjes en de aansluiting hiervan op de omliggende trottoirs, rijwegen en tuinen is op meerdere plekken matig tot slecht van kwaliteit door slijtage of vernieling. Op enkele plekken in de buurt (zoals bijvoorbeeld in de onderbreking van de Lijsterstraat) is voldoende ruimte voor een boom van de 1e of 2e grootte.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
30
Afbeelding 2.11: Aandachtspunten hoofd- en subgroenstructuur deelgebied Vrieheide, De Stack De houtsingel die tussen de Marshallsingel en de Beneluxlaan ligt, geeft de buurt een groen karakter. De houtsingel kan omgevormd worden tot graftbeplanting, waardoor het beheer afneemt. De groenstroken die tussen de Unescostraat en de Italiëlaan gesitueerd zijn, dienen gehandhaafd en uitgebreid te worden met sortiment uit de aanlegperiode, omdat zij een belangrijke schakel zijn tussen het Vrieheidepark en het Heidserpark voor recreanten. De groenstructuur rondom de kerk aan de Navolaan kan worden omgevormd tot parkstructuur met sportieve mogelijkheden. Zo onstaat een extra ontmoetingsplek die centraal gelegen is in de buurt. Een aantal plantsoenen geeft een onderkomen indruk. Deze dienen in de oorspronkelijke staat hersteld te worden. 2.4.5 Horecavisie Heerlen en Kadernota Horecabeleid Op 28 november 2018 heeft de gemeenteraad van Heerlen de 'Horecavisie Heerlen' en de 'Kadernota Horecabeleid Gemeente Heerlen' vastgesteld. 2.4.5.1
Horecavisie Heerlen
Algemeen De Horecavisie is de ruimtelijk economische visie op de horecaontwikkeling in Heerlen voor de komende jaren. In deze visie wordt aangegeven welk potentieel (per horecacategorie en -locatie) er is, in welke gebieden nog uitbreiding kan plaatsvinden en worden per verschillende deelgebie-den actielijnen geformuleerd om de kwaliteit en beleving van de horeca te verbeteren. Deze visie dient als richtinggevend kader voor nieuwe bestemmingsplannen en de uitwerking van de plannen voor verbetering en stimulering van het horeca aanbod en de besluitvorming over nieuwe horeca-initiatieven. 2.4.5.2
Kadernota Horecabeleid
Algemeen Naast de Horecavisie heeft de gemeenteraad de Kadernota Horeca - het uitvoeringsprogramma - vastgesteld. De Kadernota Horeca stelt de Horecavisie centraal en biedt daarvoor toegesneden regels voor vergunningverlening aan horecabedrijven met als motto: 'bevorderen van de dynamiek en de juiste horeca op de juiste plek'. De nota biedt kaders voor objectieve toetsings-gronden die zowel voor de gemeente, ondernemers als omwonenden duidelijkheid verschaffen ten aanzien van vergunningverlening en handhaving,
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
31
mede ten behoeve van de uitvoering van de in de Horecavisie genoemde actielijnen en aandachtspunten. Overgangsrecht De kaders in de kadernota horecabeleid hebben betrekking op nieuwe ondernemers die een horecabedrijf willen beginnen. Elke nieuwe ondernemer die op een nieuwe locatie wil gaan exploiteren, krijgt te maken met de nieuwe kaders zoals genoemd in deze Kadernota. De geldt eveneens als een bestaand horecapand geruime tijd niet wordt geëxploiteerd. Huidige horecaondernemers behouden hun bestaande rechten. Dit geldt ook voor nieuwe horecaondernemers die een bestaande horecazaak overnemen. Ambities De gemeente Heerlen heeft de volgende ambities voor de horecasector in de gemeente: Divers en goed horeca-aanbod voor inwoners van Heerlen en Parkstad; Een voor bewoners en bezoekers aantrekkelijk centrum, waarbij horeca als versterkend element voor de binnenstad wordt ingezet; Gezond ondernemersklimaat met ruimte voor kwaliteit, innovatie en aandacht voor duurzaamheid; Beter benutten van toeristische potenties.
De voorzieningencentra in de gemeente Heerlen Horecaclusters in centrum en horecacategorieën Om de kracht van horeca beter te benutten wordt in de binnenstad (centrum) van Heerlen ingezet op clustering van horeca in een aantal strategisch gelegen en complementaire concentratiegebieden. Door de clustering ontstaan in de binnenstad verschillende sterke horecagebieden waar horecabedrijven van elkaar kunnen profiteren en gezamenlijk een eigen DNA neer kunnen zetten. Het geheel wordt zo meer dan de som der delen. In het centrum is beperkt ruimte voor kwalitatieve toevoeging van horeca in de clusters, maar ook in de aanloopstraten zolang deze winkel ondersteunend is en of beperkt blijft tot horeca categorie 2 en niet ten koste gaat van de clusters.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
32
De horeca wordt onderscheiden in de categorieën: Horeca, categorie 1 - daghoreca: Een inrichting die qua exploitatievorm primair gericht is op de ochtend en middag en waarbij openingstijden veelal zijn afgestemd op openingstijden van andere dagvoorzieningen (zoals winkels en musea). Het type horeca (bijv. lunchroom, café of cafetaria) is bij deze categorie niet relevant. Horeca, categorie 2 - lichte horeca: Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszaken/lunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel, koffie- en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant, kantine alsmede cateringbedrijf. Horeca, categorie 3 - middelzware horeca: Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsme-de het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begre-pen: café, bar, grandcafé, eetcafé, danscafé, pubs.
Horeca, categorie 4 - zware horeca: Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nachtcafé en zalencentrum (met nachtvergunning). Horeca, categorie 5 - logiesverstrekkers: Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers. Horeca buiten centrum Voor horeca buiten het centrum geldt dat deze ook van grote waarde kan zijn voor het woonen leefklimaat. Horeca heeft in buurten, wijken en dorpen van de gemeente zowel een functionele (lokale snackbar), als een sociale (buurtcafé) en een ondersteunende rol (sportkantine, horeca bij culturele voorziening en/of cultureel erfgoed). Het aantal horecabedrijven buiten het centrum neemt naar verwachting verder af. Met name traditionele horeca (o.a. buurtcafé, snackbar) staan onder druk.
Om het horeca-aanbod buiten het centrum van Heerlen zoveel mogelijk te behouden (ambitie) is het van belang te richten op de meest kansrijke horecalocaties, die de grootste toegevoegde waarde hebben voor het woonen leefklimaat in de omgeving. Gestreefd wordt naar behoud van frequent bezochte horeca, zoals snackbar, Chinees (af-haal)restaurant, grillroom, (eet)café en/of maaltijdbezorgers (pizza, sushi) in de centra van buurten, wijken en dorpen. Bedrijven die gericht zijn op het primaire verzorgingsgebied van deze centra zijn kansrijk. Daarmee zorgen deze horecabedrijven voor het behoud van de aantrekkings-kracht van deze kleinere centra, de leefbaarheid in wijken en buurten en een spreiding van voorzieningen. Daarnaast is ondersteunende horeca bij publieksgerichte locaties toegestaan, zoals bijvoorbeeld bij de Woonboulevard Heerlen. Uitgangspunt voor horeca bij publieksgerichte functies is dat deze ondersteunend blijven aan de hoofdactiviteit. In bestemmingsplan Heerlerheide Noord worden de bestaande horecazaken positief bestemd. Waar op grond van het huidig geldende bestemmingsplan mogelijkheden tot vestiging van horeca bestaan, maar die niet zijn benut, zijn deze verwijderd om uitbreiding van het horeca-aanbod te voorkomen (zie bijlage 1 Vervallen planologische titels).
2.4.6 Inrichtingsvisie beken In Heerlen ontspringen vier beken. Twee daarvan, de Geleenbeek en de Caumerbeek, vormen samen bijna 20 kilometer beekdal in de stad. Deze beekdalen spelen een belangrijke rol in de stedenbouwkundige opbouw van de stad, ze leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit van de stad en de buurten en wijken, ze hebben een interessante natuur- en landschapswaarde en een belangrijke functie voor het bergen en afvoeren van water. Op 2 november 2004 heeft de gemeenteraad de Inrichtingsvisie beken vastgesteld. Primair uitgangspunt van de visie is de beekdalen als een robuuste structuur in het stedelijk weefsel herkenbaar te maken en waar mogelijk te accentueren. Daarmee kunnen de beken weer hun
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
33
oorspronkelijke functie van dragers van de ruimtelijke structuur krijgen. Er zijn drie hoofdlijnen van ingrepen om dit te bereiken: versterken van de eigen identiteit van de vier beken; barrières opheffen en continuïteit visualiseren; de beekdalen in hun langsrichting herkenbaar en beleefbaar maken. De Geleenbeek en de Caumerbeek bevinden zich niet in het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord.
2.4.7 Parkeernota Heerlen - Deel 1 Visie- en Ambitiedocument Op 20 april 2016 heeft de gemeenteraad van Heerlen de 'Parkeernota Heerlen – Visie en Ambitiedocument' vastgesteld. Het College van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad hadden de wens uitgesproken om het bestaande parkeerbeleid te herijken. Zowel in het coalitieakkoord 2014-2018 als in het addendum Parkeernota 2010 is aangegeven dat er behoefte is aan een nieuwe parkeernota waarin de diverse parkeersystemen integraal meegenomen worden. Daarnaast is de positie van de gemeente op de parkeermarkt veranderd na de verkoop van haar parkeervastgoed. De gemeente is nu slechts een speler op de markt van straatparkeren. Ook is haar rol op publiekrechtelijk gebied constant in ontwikkeling. Op hoofdlijnen dient het nieuwe parkeerbeleid te zorgen voor een betere afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van parkeren, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Het anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en het bieden van een gastvrij en klantvriendelijk parkeersysteem maken hier onderdeel van uit. Aan de hand van de huidige situatie en een aantal toekomstige ontwikkelingen is een beeld geschetst van de verwachtingen ten aanzien van het parkeren in Heerlen de komend jaren.
Hierbij is onder andere aandacht besteed aan ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, technologie en maatschappij. Uit de sessies met de klankbordgroep zijn drie ambities afgeleid: Toegankelijk, leefbaar en praktisch passend. Deze ambities vormen de rode draad bij de verdere invulling van de beleidsuitgangspunten en uit te werken acties cq maatregelen. Enkele in het oog springende beleidskeuzes zijn, per deelgebied: betaald parkeergebied: parkeerders parkeren in het gebied waar ze hun bestemming hebben en er wordt gezorgd voor een leefbaar woongebied met een goede verhouding tussen groen, auto's en beton; vergunninggebied: bewoners kunnen ongelimiteerd parkeren aan de hand van hun vergunning en er zal een eenduidig digitaal vergunningensysteem worden ingevoerd; blauwe zone gebied: de huidige blauwe zones worden op termijn vervangen door een eenduidig digitaal systeem. Daarnaast worden de acht actuele thema's die niet direct gerelateerd zijn aan één van de drie gebieden, kort uitgewerkt. Per doelgroep worden beleidspunten weergegeven, wederom per geografisch deelgebied.
Enkele in het oog springende punten zijn: werknemersparkeren in eerste instantie op eigen terrein; beschikbare restcapaciteit in het deelgebied zelf of in een aangrenzend deelgebied wordt zo optimaal mogelijk ingezet voor meerdere doelgroepen; per doelgroep en per deelgebied wordt nagegaan tegen welke tarieven deze kunnen parkeren. De parkeerbalans is in deze gevallen leidend en bepaalt de mogelijkheden om een tekort aan capaciteit in te vullen tegen een passend tarief. In tegenstelling tot de eerdere 'Parkeernota Heerlen 2010' is ervoor gekozen om deze nieuwe beleidsnota in twee delen op te knippen en wel: de 'Parkeervisie & Ambitie' en de 'Parkeermaatregelen'. In het eerste deel 'Parkeervisie & Ambitie' wordt de parkeervisie van de gemeente Heerlen uiteengezet op basis van haar ambitie in de stad, de relaties naar de ruimtelijke en economische ontwikkeling in de stad en de beleidskaders die hierbij passend zijn. In het tweede deel 'Parkeermaatregelen' worden de verschillende beleidsinstrumenten (maatregelen) uitgewerkt. De Parkeernota geldt als “rode draad” voor het totale parkeerbeleid en geeft richtlijnen voor de verder uit te werken maatregelen en deelnota's. De juridische en beleidsmatige verankering is vastgelegd in het visiedocument, de uitwerking van deze visie in de praktijk vindt in diverse deelnota's, die de maatregelen bevatten, plaats. De status van deze nota is
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
34
derhalve richtinggevend voor de deelnota's. Een en ander is in het onderstaande schema weergegeven. De onderhavige Parkeernota zal ondergeschikt zijn aan de nog op te stellen Verkeersvisie Heerlen. Uiteindelijk zal de Verkeersvisie Heerlen als kapstok dienen voor de diverse thematische nota's, zoals de Parkeernota. Onder de Parkeernota hangen vervolgens de verschillende uitvoeringsnota's, zoals de 'Nota Parkeernormen' en de 'Nota Digitalisering'. Verkeersvisie Heerlen Beleidsnota Fiets
Parkeernormen
Parkeernota
Digitalisering
Veiligheids-no ta
Nota Verkeerslichten
Gehandicapten
Etc.
Etc.
Ten behoeve van het economisch goed functioneren van een winkelgebied dan wel binnenstad alsook het faciliteren van verschillende doelgroepen, zowel in garages als op straat, wordt het parkeren in Heerlen gereguleerd. In Heerlen kunnen er immers verschillende parkeerreguleringsgebieden teruggevonden worden: betaald parkeergebieden; vergunninggebieden; parkeerschijfzones; vrije parkeergebieden In het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord is sprake van vrije parkeergebieden. Totdat deel 2 van de Parkeernota - met name “Parkeernormen” – door de gemeenteraad van Heerlen is vastgesteld, gelden de parkeernormen uit de Parkeernota Heerlen 2010 of diens rechtsopvolger. Bij het bepalen van de parkeernormen is rekening gehouden met drie gebieden, te weten centrum, schil en overig. In het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord is sprake van schil en overig gebied. In het centrum en de schil is de minimumparkeernorm tevens de maximumnorm. In die gebieden is er immers sprake van relatief goed openbaar vervoer en korte fietsen loopafstanden.
2.4.8 Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid Heerlen Sinds oktober 2010 hanteert gemeente Heerlen een integraal beleid voor maatschappelijke accommodaties: het Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid Heerlen (IMAH). De uitgangspunten uit het IMAH vormen een integraal afwegingskader voor de maatschappelijke accommodaties in Heerlen, zowel bestaand als nieuw te realiseren. Het schetst hoe de gemeente Heerlen met (toekomstige) initiatieven om wil gaan om de toekomstbestendigheid van maatschappelijke accommodaties te garanderen. Daarmee is het zowel een toetsingskader als een richtinggevend document. De uitgangspunten betreffen: Clustering, Spreiding, Kwaliteit, Aanbod & capaciteit, Eigendom & beheer en Toegankelijkheid & duurzaamheid. In de rapportage Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid, actualisatie 2017-2024 zijn deze uitgangspunten en de thema specifieke uitgangspunten uitgewerkt. Buitensportaccommodaties In 2011 is de nota Herstructurering Buitensportcomplexen vastgesteld. De visie van de gemeente op de toekomstige situatie van de buitensportcomplexen is in eerste instantie dat de complexen beschikbaar en geschikt zijn voor alle burgers van de gemeente Heerlen om te sporten en te bewegen. De accommodaties zijn goed bereikbaar, toegankelijk en veilig.
Daarnaast zijn ze kwalitatief hoogwaardig, duurzaam, toekomstbestendig en daar waar mogelijk multifunctioneel met plek voor sport- en culturele evenementen. Ook zijn andere maatschappelijke func-ties/voorzieningen actief op de complexen. De vaste gebruikers van de buitensportcomplexen zijn vitale sportverenigingen. Dat heeft geleid tot het inkrimpen van het aantal voetbalvelden en gemeentelijke buitensport-complexen, clustering en fusies van voetbalclubs, en realisatie van kwaliteitsimpulsen van sportcomplexen waaronder investeringen in kunstgras en uitbreiding kleedlokalen. Voor het betreffende plangebied Heerlerheide heeft dat concreet betekent dat op sportcomplex Varenbeuk kunstgras is aangelegd en er zijn twee wedstrijdvelden zijn
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
35
afgestoten. De velden hebben nog geen nieuwe bestemming. Conform de structuurvisie is het wenselijk deze ruimte beschikbaar te houden voor een toekomstige sportieve functie. Binnen het plangebied is tevens de gemeentelijke atletiekaccommodatie aan de Passartweg gesitueerd. We beschouwen dit als een toekomstbestendige sportaccommodatie. Wel is bekend dat de atletiekvereniging een wens heeft tot renovatie van het bestaande clubgebouw, dat in eigendom is van de vereniging, dan wel vervanging door een nieuw, groter clubgebouw op (eventueel een andere locatie binnen) het sportcomplex. De sportvelden aan de Cronjestraat worden al jaren niet meer gebruikt en maken geen deel uit van het bestand van gemeentelijke toekomstbestendige sportaccommodaties. Binnensportaccommodaties In 2015 is de Beleidsnotitie Binnensportaccommodaties 2015-2020 vastgesteld waarmee in navolging van de buitensportcomplexen ook visie en het toekomstperspectief van de gemeentelijke indoor sportaccommodaties is vastgesteld. De gemeente richt zich met de gemeentelijke binnensportaccommodaties in eerste instantie op het huisvesten van: - het bewegingsonderwijs, voor primair en voortgezet onderwijs, hiervoor heeft de gemeente een wettelijke verplichting; - de breedtesport (waaronder ook de amateurwedstrijdsport) van sportverenigingen die aangesloten zijn bij sportbonden en NOC*NSF.
Maar ook andere partijen kunnen gebruik maken van de binnensportaccommodaties, zoals zorgaanbieders en commerciële sportaanbieders. Multifunctionele binnensportaccommodaties (dan wel binnensportaccommodaties die voor multifunctioneel gebruik geschikt zijn / gemaakt worden) hebben de voorkeur. Multifunctionele accommodaties zijn geschikt voor kwalitatief hoogwaardig bewegingsonderwijs, breedtesport (waaronder wedstrijdsport), wijkgerelateerde- en andere maatschappelijke activiteiten. Het bewegingsonderwijs en het stimuleren van sport en bewegen op breedtesportniveau vraagt om een goed gesitueerd en goed bereikbaar (laagdrempelig) sportaanbod. Monofunctionele gemeentelijke binnensportaccommodaties en gemeentelijke accommodaties specifiek voor topsport vragen een aparte afweging. In het plangebied Heerlerheide Noord heeft dit onder ander geleid tot het beëindigen van de exploitatie van de gymzaal aan de Laurierstraat. Overige ontwikkelingen Zoals verwoord in de Meerjarenbegroting 2017 is zichtbaar dat de ontwikkeling van sport en bewegen in de openbare ruimte steeds sterker wordt. Daarmee ontstaan er nieuwe (minder georganiseerde) sportstructuren. Dat houdt in dat er verschuivingen plaatsvinden van sporten binnen sportvereniging naar sporten op individuele basis of groepen (bootcamps e.d.).
Binnen het plangebied heeft met name sportcomplex Varenbeuk een strategische functie omdat het zowel ruimte biedt aan sportbeoefening binnen een verenigingsstructuur, er onlangs geïnvesteerd is in wandelpaden op het sportcomplex en het heidegebied van de Brunssummerheide dichtbij ligt. Daarmee biedt dit sportcomplex diverse mogelijkheden voor sportaanbieders om in te springen op deze ontwikkeling.
2.4.9 Duurzaamheid en energie Duurzaamheid betreft een integrale afweging van belangen voor de korte en de lange termijn, voor alle relevante stakeholders in het gebied en binnen de tijdshorizon. Uitgaande van de 'Triple PPP'-benadering (people-planet-prosperity) betekent duurzaamheid voor gebiedsinrichting en herstructurering dat de gebiedsinrichting zelf en het gebruik van het gebied toekomstbestendig moeten zijn. Daarbij dient de balans van voorraadgebruik (materiaal, energie) en belasting van de omgeving (lokaal, klimaat) waarde toe te voegen aan één of meer duurzaamheidsbelangen, rekening houdend met alle relevante stakeholders. De belangrijkste duurzaamheidsbelangen zijn: klimaat en energie (adaptatie en mitigatie) leefomgeving (traditionele milieuthema's, zoals bodem, lucht, geluid, water en groen) duurzaam inkopen duurzame gebiedsinrichting duurzame mobiliteit duurzaam bouwen 'cradle-to-cradle' en economische kringlopen 'social return on investment' Er zijn geen normen vastgelegd voor het begrip duurzaamheid. Op enkele genoemde belangen, zoals leefomgeving en duurzaam bouwen, is sectorale wet- en regelgeving van
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
36
toepassing. Hierin zijn kaders geformuleerd voor de toepassing van het duurzaamheidsprincipe. Energietransitie Het gemeentelijk Klimaatbeleidsplan 2010-2020 gaat in op klimaatmitigatie en bevat naast een algemene ambitie een aanpak voor de thema's gemeentelijke organisatie, wonen, mobiliteit en bedrijven. De algemene ambitie voor 2020 bestaat uit het: terugdringen van de CO 2-uitstoot met minimaal 20% (ten opzichte van 1990); verhogen van de energie-efficiëntie met 20%; inzetten van duurzame energiebronnen met 20%; én door zelf het goede voorbeeld geven en anderen uit te dagen en te stimuleren hier een bijdrage aan te leveren. Het Parkstad Limburg Energietransitie ambitiedocument (PALET) geeft een vooruitblik op de kansen en mogelijkheden voor een energieneutrale regio in 2040. Vanuit ruimtelijk oogpunt worden er gebieden benoemd die potentieel geschikt zouden kunnen zijn voor de opwekking van zonne- en windenergie en gebruik van bodemenergie. Mijnwater Het mijnwaterproject is een alternatief duurzaam energieconcept, gebaseerd op aardwarmte in combinatie met de bestaande mijngangen. Het is ontwikkeld als experiment onder beheer van de gemeente Heerlen en met steun van de Europese Unie. Het mijnwaternetwerk zal steeds verder worden uitgebreid, waarbij onder andere voor gemeentelijke gebouwen onderzocht zal worden of aansluiting op het netwerk mogelijk en haalbaar is.
Het mijnwaterproject is beoogd als aanjager en hefboom voor een grootschalige energietransitie in Heerlen. Doorwerking plangebied Binnen het plangebied zijn de volgende potenties aanwezig ten aanzien van de opwekking van duurzame energie : naast zonnepanelen op de daken van de gebouwen, zijn er ook in open ruimtes binnen het gebied (vrijkomende sportvelden of akkerlanden) mogelijkheden. er is zowel een matige als goede potentie voor het gebruik van bodemenergie. binnen PALET is binnen het plangebied één (klein) gebied aangegeven met potentie voor de plaatsing van grote windturbines. Het gebied bevindt zich nabij bedrijventerrein de Weggebekker. Daarnaast is de bestaande woningvoorraad uit een periode waarvoor energetische verbeteringen of zelfs “nul-op-de-meter” renovatieconcepten (zoals MODLAR) de moeite waard zijn. Binnen het plangebied dienen vanaf 2020 gemeentelijke bouwplannen energieneutraal gerealiseerd te worden. Tot die tijd worden de plannen gerealiseerd met een EPC die 50% scherper is dan de geldende wettelijke norm. Hoewel het bestemmingsplan Heerlerheide Noord een conserverend karakter heeft, bieden de regels voldoende flexibiliteit om rekening te houden met duurzaamheidsaspecten. De bestaande bestemmingen hebben geen beperkende werking ten aanzien van duurzaam gebruik en bouwen.
2.4.10 Verordening Kansspelautomaten Door de gemeenteraad van Heerlen is op 29 november 2017 de Verordening Kansspelautomaten Heerlen 2017 vastgesteld. Op basis van deze verordeningen moeten hoogdrempelige inrichtingen of speelautomatenhallen (zoals bedoeld in de Wet op de kansspelen) beschikken over een vergunning van de burgemeester. In het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord bevinden zich geen hoogdrempelige inrichtingen of speelautomatenhallen zoals bedoeld in de Wet op de kansspelen
2.4.11 Beleidsnota seksinrichtingen, sekswinkels en escortbedrijven In de “Beleidsnota Seksinrichtingen, sekswinkels en escortbedrijven Heerlen” is het gemeentelijk beleid van neergelegd. De gemeenteraad van Heerlen heeft de nota op 13 juni 2000 vastgesteld, waardoor het seksinrichtingenbeleid in oktober 2000 van kracht is geworden. In de nota is ruimtelijk beleid geïntegreerd in het totale beleid. Door het verdwijnen van het algemeen bordeelverbod uit het Wetboek van Strafrecht kan de
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
37
vestiging van een bordeel niet meer verboden worden. Het is derhalve noodzakelijk om middels beleid en een adequate planologische regeling de vestiging van prostitutiebedrijven te reguleren. De planologische regeling heeft betrekking op de bestemmingen die - volgens de jurisprudentie - het gebruik ten behoeve van prostitutie niet geheel uitsluiten. Gedoeld wordt op de bestemmingen die wonen, horeca, dienstverlening en bedrijven toelaten. Een van de zes hoofddoelstellingen die ten grondslag lagen bij de opheffing van het algemeen bordeelverbod was: de beheersing en regulering van exploitatie van prostitutie. Het seksinrichtingenbeleid van de gemeente richt zich mede op het beheersen, sturen en saneren van de prostitutiebranche waarbij rekening gehouden is met de plaatselijke en regionale omstandigheden. De vestiging van prostitutiebedrijven (qua aard, maximering en spreiding) is een ruimtelijk sturingsinstrument in het belang van een goed woon- en leefklimaat. Voorkomen moet worden dat seksinrichtingen het woon- en leefklimaat in negatieve zin aantasten. Spreiding van nieuwe seksinrichtingen wordt zoveel mogelijk nagestreefd. Er is bewust niet gekozen voor een concentratie van prostitutiebedrijven. Door het stellen van vestigingscriteria wordt gestreefd naar een meer evenredige verdeling van seksinrichtingen over de stadsdelen door natuurlijk verloop.
Seksinrichtingen horen niet thuis in een woonbuurt. Om dit te voorkomen zijn uit oogpunt van leefbaarheid en veiligheid voor nieuwe te vestigen (prostitutie)bedrijven vestigingscriteria opgesteld (pag. 11 van de nota i.c.). Daarnaast mogen er zich verspreid over Heerlen, maximaal 6 prostitutiebedrijven vestigen en één parenclub, maar geen raamprostitutie en geen seksclubs. Tevens dienen de vergunningplichtige seksinrichtingen te voldoen aan de eisen zoals neergelegd in de APV, hoofdstuk 3, afdeling 4 Seksinrichtingen. Elke vestigingslocatie wordt getoetst aan het bestemmingsplan, Leefmilieuverordening en/of de Wet op de Stads- en Dorpsvernieuwing. Binnen het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord komen geen vergunde prostitutiebedrijven voor.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
38
Hoofdstuk 3
Gebiedsbeschrijving
Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, de bestaande situatie in het plangebied, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van het plangebied Heerlerheide Noord en zijn directe omgeving. Zowel de historie van het plangebied als de huidige ruimtelijke en functionele structuur worden beschreven.
3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt allereerst de historische ontwikkeling van Heerlen in het algemeen en het plangebied in het bijzonder beschreven. Daarna wordt de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied beschreven. In de beschrijving van de ruimtelijke structuur is aandacht besteed aan de opbouw van het plangebied en de ontsluitings- en groenstructuur. Tevens wordt een beschrijving gegeven van de binnen het plangebied te onderscheiden deelgebieden. In de beschrijving van de functionele structuur wordt nader ingegaan op de diverse functies (wonen, detailhandel, bedrijven, enz.) die in het plangebied voorkomen.
3.1.1 Ligging Plangebied Het plangebied Heerlerheide Noord is, gezien in de lengteas van de gemeente Heerlen, gelegen ten noorden van het centrum van Heerlen in het stadsdeel Heerlerheide. Globaal gezien wordt het plangebied omsloten door de navolgende openbare wegen: Aan de noordzijde door Gemeentegrens, Emmaweg, Wieenweg, Hendrik van Veldekestraat, en de Brederostraat. Aan de oostzijde door de Heerenweg aan de zuidzijde door de Unolaan, Europalaan, Willem Barentsz weg. De westzijde heeft een wat minder eenduidige begrenzing door de John Franklinstraat, Colombusstraat, Houtmanstraat, Bartholmeo Diazstraat, Marco Polostraat, Terweijerweg, Oranjeboomstraat, Terhoevenderweg en de Akerstraat Noord.
Plangrens
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
39
3.2
Historie
Algemeen Heerlen is ontstaan op de Romeinse nederzetting Coriovallum waar zich twee belangrijke heerbanen kruisten : de weg van Xanten naar Trier en de weg van Boulogne sur Mer naar Keulen. Het diende tot halte en wisselstation voor de Keizerlijke post. De oudste bewoningssporen wijzen op een ontstaan rond het begin van de jaartelling. Tot in de vorige eeuw beperkte de bebouwing zich tot de grote weg Aken- Maastricht. Geschiedenis Heerlerheide Noord. Heerlerheide is, zoals opgravingen laten zien, misschien wel het oudste stukje van Heerlen. De naam Heerlerheide staat voor de aanduiding van de heide bij Heerlen. Waarbij de heide niet staat voor een met heide begroeide vlakte, maar wild begroeid, ongecultiveerd land. Bij één van de zilverzandgroeven bij de Schelsberg brachten opgravingen een bijna 6000 jaar oude nederzetting aan het licht. Ook bij Rennemig zijn sporen van Romeinse en Frankische bewoning gevonden en in de latere middeleeuwen is er eveneens sprake van bewoning in Heerlerheide. Rond 1800 was de bebouwing veelal geconcentreerd in de beekdalen, met name in het dal van de Caumerbeek. In de directe omgeving had men de beschikking over weilanden voor vee (op de nattere gronden) en akkerlanden (op de drogere, vruchtbare lössgronden). Ook werd in het beekdal, nabij Rennemig ten zuiden van het plangebied, een watermolen gebouwd; De Köpkesmolen.
De molen die een relict vormt uit de agrarische periode, kwam al vroeg in de 17 e eeuw voor. Het plangebied zelf heeft in de subwijken Passart en Nieuw- Einde een geschiedenis die teruggaat tot het begin van de vorige eeuw. Ingebed tussen Passart en Nieuw-Einde ligt de groene omgeving van Carisborg. De historie geeft aan dat hier sprake is geweest van bruinkoolwinning (groeve Carisborg). Ook de gebieden Weggebekker en Heidserpark aan de noordzijde van het plangebied bestaan uit voormalige (bruin) groeves. De relatie met het abiotische patroon is echter niet meer zichtbaar door de herinrichting tot een parkachtig gebied. Alleen het sterke reliëf herinnert nog aan de mijnbouwperiode. Als relict van deze mijnbouwperiodes hebben de voormalige groeves wel een belangrijke cultuurhistorische waarde.
3.2.1 De mijnbouwperiode In de historie is de mijnbouwperiode voor heel Limburg, en Heerlen in het bijzonder voor de stedenbouwkundige ontwikkeling heel bepalend geweest. In de periode tussen 1890- 1960 vond in Heerlen een grote toename aan industriële activiteiten plaats. Met name de mijnbouw en de toeleveringsbedrijven zorgden in deze periode voor een sterke groei. Er werden door Oranje Nassau (ON) Mijnen particuliere steenkolenmijnen aangelegd. Voor deze steenkolenmijnen moesten mijnwerkers worden gezocht die vervolgens vaak in de directe omgeving (loopafstand) van de mijnen werden gehuisvest. Zo verrees in de periode 1911 – 1918 in de nabijheid van ON III de kolonie Rennemig (buiten het plangebied). In 1919 verrees het binnen het plangebied gelegen de Passart, met ten noorden daarvan de Staatsmijn Emma (1920).Het zijn 166 woningen ontworpen door de Roermondse architect Joseph Cuypers. In deze periode verrees aan de Oostzijde van het plangebied Versiliënbosch.Andere mijnwerkerskolonieën in de omgeving zijn: Treebeek, Haansberg, Mariarade, De Slak, De Metten, Heksenberg, en Beersdal.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
40
Plangebied rond 1925, aan de westzijde de Passart, centraal Nieuw Einde (Rozenstraat)en aan de oostzijde Versiliënbosch. Boven de Passart de Staatsmijn Emma met aan de zuidzijde van de Passartweg Herenhuis en Hoeve Passart (Rijksmonument).
3.2.2 Na de mijnbouwperiode In de jaren 60 van de 20 e eeuw schakelde Nederland over op aardgas, met als gevolg de sluiting van veel mijnen in deze periode en de daaropvolgende jaren '70. Hierdoor trad er een verandering op in de sociale en economische structuur. Er werden in Heerlen nieuwe bedrijventerreinen aangelegd langs de nieuwe autowegen A76 en de N281. Verder werd in de gemeente in de delfstoffenwinning een nieuwe industriële activiteit gevonden. De grootschalige zandwinning, die momenteel nog plaatsvindt in o.a. de ten zuiden van het plangebied gelegen groeve Vrieheide, zijn van grote invloed op de verschijningsvorm van het landschap.
3.3
Ruimtelijke structuur
Algemeen De stedenbouwkundige geschiedenis van Heerlen wordt gekenmerkt door voortdurende dynamiek. In de ontwikkeling van de stad zijn verschillende perioden te onderscheiden die een stempel op het stadsbeeld hebben gedrukt. Hierdoor is een historisch 'gelaagde' stad ontstaan, die in het straatbeeld afleesbaar is. Het begin van de twintigste eeuw is een periode waarin Heerlen een metamorfose heeft ondergaan. Rond het bestaande centrum kwam onder invloed van mijnbouw en industrialisatie een ring van nieuwe uitbreidingswijken. De stad Heerlen en de omliggende kernen groeide in deze periode aan elkaar vast. In de stedelijke context is het plangebied van Heerlerheide Noord gelegen aan de noord zijde van de gemeente, aan de oostzijde grenst het plangebied aan Schrieversheide. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de (zand) Groeve Vrieheide. De ruimtelijke structuur van het plangebied wordt bepaalt door de groenstructuur, de waterstructuur, de wegenstructuur en de bebouwingsstructuur. De laatste is per buurt of straat zéér verschillend en bepalend voor de identiteit van die buurt of straat. Door de snelle stedenbouwkundige ontwikkeling, die vooral was gericht op de verspreid gelegen mijnzetels, kenmerkt de regio en het plangebied zich door een verbrokkelde stedenbouwkundige structuur.
Bij deze stedenbouwkundige ontwikkeling werden enkele van de oorspronkelijke (landbouw) wegen en daarmee vaak cultuurhistorische structuurlijnen gerespecteerd (Passartweg, Einderstraat, Uterweg, Varenbeukerweg en Akerstraat Noord en Oude Brunssummerweg). Geografisch en stedenbouwkundig vormt het plangebied een overgang tussen de meer stedelijke structuur van Heerlerheide Centrum aan de zuidzijde en het grote groengebied van Schrieversheide en Brunsummerheide aan de oostzijde. Het plangebied bestaat uit oude lintstructuren en twee grote woongebieden met een duidelijk verschillende karakteristiek die worden gescheiden door een groenstructuur (Carisborg). Aan de noordzijde binnen het plangebied ligt het industrieterrein Weggebekker en het Heidserpark. De aanwezigheid van historische relicten uit de mijnbouwperiode, zoals de mijnwerkerswoningen (Passart, Versiliënbosch ), vormen bijzondere elementen binnen het plangebied.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
41
Stedenbouwkundige structuur van het plangebied
3.3.1
Mijnwerkerskoloniën
Mijnwerkerskoloniën zijn een uniek fenomeen in de Nederlandse stedenbouw en volkshuisvesting. De gemeente Heerlen heeft haar stedenbouwkundige structuur en huidige identiteit grotendeels te danken aan de mijnindustrie. De grotere mijnwerkerskoloniën zijn aangelegd volgens stedenbouwkundige ideeën van die tijd. Dit hield onder meer in: Het bouwen van gesloten gevelwanden, die ritmisch geleed werden door het afwisselend gebruik van langs- en dwarskappen en door het laten verspringen van woningblokken ten opzichte van elkaar. Het accentueren van hoeken en gezichtseinden door middel van hoger opgetrokken (hoek)blokken en het overhoeks plaatsen van hoekbebouwing. Het gesloten karakter van de koloniën, dat door deze aanleg ontstond, werd vaak nog versterkt door de aanwezigheid van muren met poortjes tussen de woningblokken. Kenmerkende elementen van de woningbouw zijn de rijke variatie aan woningtypen, in veel gevallen het gebruik van gepleisterde geveltoppen met banden van baksteen, het afwisselend toepassen van zadel-, mansarde- en schilddaken en de overhoeks geplaatste hoekpanden. Passart (Architect Jos Cuypers 1912 en 1918, 166 woningen; status: gemeentelijk beschermd stadsgezicht)
Plataanplein
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
Passartweg
42
De wijk is gelegen aan noord-westzijde van het plangebied, en geprojecteerd binnen een historisch stratenpatroon. Het geheel bevindt zich aan de Passartweg, Plataanstraat, Plataanplein, Acaciastraat, Wilgenstraat, Terwijerweg en Beukstraat. De wijk ligt op de grens met de gemeente Brunssum, aan de doorgaande Passartweg in in de directe nabijheid van de voormalige Staatsmijn Emma. De stedenbouwkundige structuur is verwant aan de wijk 'De Egge' in Brunssum, en is gebaseerd op het 'Tuindorp' en nog geheel in tact. De wijk kent een aantal bijzondere plekken waaronder het Plataanplein en het driehoekige plein op de hoek van de Terweijerweg en de Acaciastraat. De bomenstructuur van met name het Plataanplein en de Beukenstraat zijn van bijzondere kwaliteit en dateren uit de tijd van de aanleg van de wijk. Bijzonder is daarnaast de ontsluiting van de erven achter de woningen. Deze ontsluiting is nog geheel aanwezig. Ook is nog een deel van de oorspronkelijke erfafscheidingen, deels in baksteen en deels groenblijvende hagen bewaard gebleven. De wijk is opgetrokken in sobere traditionalistische architectuur, met verschillende woningtypen en woningblokken. De wijk is in hoofdopzet gaaf behouden gebleven, bij de doorgevoerde veranderingen is het oorspronkelijke beeld herkenbaar gebleven.
Passart Versiliënbosch/ Vrijheerenberg (Architect Jos Cuypers 1920, 200 woningen)
Koekoekstraat
Lijsterstraat
De wijk is gelegen aan de oostzijde van het plangebied, en geprojecteerd binnen een historisch stratenpatroon, bestaande uit de Heerenweg, de Anjelierstraat en de Versiliënboschweg. Binnen dit bestaande patroon werd een nieuw geometrisch stratenraster aangelegd, met centraal een open pleinruimte tussen de Koekoekstraat en de Lijsterstraat. De structuur van de wijk Versiliënbosch wordt gekenmerkt door een bloksgewijze opbouw van overwegend kleinschalige bouwblokjes die zich samenvoegen tot straatwanden. Kenmerkend is het kleinschalige, besloten beeld van de wijk. Het gevelbeeld is overwegend uniform vanwege de fasegewijze projectbouw waarbij een samenhangend straatbeeld is nagestreefd. De wijk is in hoofdopzet gaaf behouden gebleven. Het gebied heeft echter veranderingen ondergaan waarbij het oorspronkelijke beeld wel is aangetast.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
43
Versiliënbosch/ Vrijheerenberg
3.3.2 Landschap Heerlen wordt wel gekarakteriseerd als een 'gefragmenteerde', groene stad. Een stad die bestaat uit bebouwingskernen, omgeven door onbebouwde, groene ruimten. Dit geldt zeker ook voor het plangebied van Heerlerheide Noord, waar het groene karakter sterk bepaalt wordt door het grote groengebied Schrieversheide/ Brunsummerheide. Ook Carisborg in het centrum van het plangebied en het aan de noordzijde gelegen Heidserpark en Weggebekker alsmede ook Groeve Vrieheide aan de zuidzijde geven inhoud aan deze karakteristiek.
Carisborg 'groene hart' centraal in het plangebied Van Carisborg geeft de historie aan dat hier spraken is geweest van bruinkoolwinning (groeve Carisborg). Het is een fraai natuur- en wandelgebied en is een uitloper van de Brunssummerheide / Schrieversheide, Heidserpark en de groene omgeving van de Weggebekker. De genoemde gebieden binnen het plangebied kennen door het historische verleden (mijnen, bruinkoolwinning) fraaie landschappelijke hoogte verschillen en waterpartijen.
3.3.3 Bebouwing Het plangebied is een overwegend gevarieerde (woon)wijk, die gefaseerd tot stand is gekomen. Door deze gefaseerde ontwikkeling is het plangebied ruimtelijk en stedenbouwkundig op te delen in de volgende 5 deelgebieden.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
44
6. Historische linten Historische bebouwingslinten bestaan in het algemeen uit een reeks van losstaande gebouwen en onbebouwde terreinen en zijn in de loop der tijd langs oudere hoofd- en uitvalswegen ontstaan. Vaak sluiten deze wegen aan op de oude kern of maken er deel van uit. Afhankelijk van de situatie maakt het landschap en de erfbeplanting, via doorzichten tussen de bebouwing, wezenlijk onderdeel uit van de belevingswaarde van deze linten. In zijn algemeenheid zijn deze oude bebouwingslinten over een lange verder verdicht. Hierdoor is een organische, fijnschalige bebouwingsstructuur ontstaan van vrijstaande en aaneen gebouwde woningen, met variërende goot- en nokhoogten, verspringende rooilijn en afwisselende kapvormen. Binnen het plangebied komen historische linten voor aan de Einderstraat aan de noord zijde van de Uterweg, Kampstraat, Heerenweg, Hitjesweg, Varenbeukerweg en de zuidzijde van de Einderstraat.
Kampstraat 7. Mijnwerkerskoloniën Binnen het plangebied komen twee mijnwerkerskolonies voor: De Passart 1912/ 1918, 166 woningen en Versiliënbosch 1920, 200 woningen. Zie voor een beschrijving hoofdstuk 3.3 Ruimtelijke structuur (Mijnwerkerskoloniën). 8. Vooroorlogse woongebieden (jaren 30) Aan het einde van de 19 e en in het begin van de 20 e eeuw zijn in de meer stedelijke gebieden uitbreidingswijken gebouwd met een compacte woonbebouwing. De gevelarchitectuur komt met name vooral tot uitdrukking in de vlakke straatwanden. Op de hoeken van bouwblokken komen vaak verbijzonderingen voor. De bouwblokken in de vooroorlogse gebieden hebben een sterk gesloten karakter en zijn opgebouwd uit geschakelde en
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
45
twee-onder-éénkapwoningen, en in sommige gevallen uit vrijstaande woningen die geen verspringingen in de rooilijn vertonen. De samenhang in het straatbeeld wordt in sommige gevallen versterkt door gemetselde erfafscheidingen aan de voortuinen. De bouwmassa is vrijwel altijd opgebouwd uit twee bouwlagen met een zadeldak of een (geknikt) schilddak met donkere keramische pannen (rood, antraciet). Daarnaast zijn elementen als erkers, balkons en dakkapellen in het ontwerp opgenomen. De kap is vaak voorzien van grote overstekken. Binnen het plangebied is deze bouwperiode aanwezig aan Heerenweg, gedeelten van de Anjelierenstraat en de Duitslandlaan.
Anjelierstraat 9. Woningbouw 1940 – 1980 Het eerste gedeelte van deze bouwperiode na de oorlog, ook wel de wederopbouwperiode genoemd, is gekoppeld aan de woningnood. De periode wordt gekenmerkt door stedenbouwkundige grote aantallen seriematige woongebieden. Aanvankelijk blijft de vormgeving nog kleinschalig, later vanaf eind jaren 50, gaat dit over in steeds grootschaliger (prefab) productie zoals b.v. Vrieheide 837 woningen (zie foto's). De woongebieden die gebouwd zijn in de periode 1945-1970 zijn grootschalige autonome stadsuitbreidingen die op de tekentafel al helemaal waren uitgedacht. Ze worden gekenmerkt door veelal een orthogonaal stratenpatroon met uniforme, losstaande bebouwingsstroken, waardoor de huizen en blokken rondom zichtbaar zijn. De wijken zijn ruim van opzet en hebben door de inpassing van o.a. pleinen een groen karakter. De hogere woongebouwen (portiekflats, duplexwoningen en flats) liggen aan gemeenschappelijk groen. Deze bouwperiode is in het plangebied het nadrukkelijkst en in grote woningaantallen aanwezig.