Bijlage Heerlerheide Noord_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Heerlerheide Noord
Identificatienummer :
NL.IMRO.0917.BP020100W000001-0401
Voorontwerp:
24 mei 2018
Ontwerp:
4 december 2019
Vaststelling:
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Situering plangebied 1.3 Juridische status 1.4 Planvorm 1.5 Leeswijzer
3 3 3 4 5 6
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid
7 7 9 14 24
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Historie 3.3 Ruimtelijke structuur 3.4 Verkeer 3.5 Functionele structuur 3.6 Vergelijking huidige situatie met geldende plannen
39 39 40 41 49 49 53
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Akoestiek 4.3 Water 4.4 Bodem 4.5 Natuurwaarden 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Technische infrastructuur 4.9 Bedrijfshinder 4.10 Archeologie 4.11 Cultuurhistorie
54 54 54 55 57 59 60 61 67 69 70 72
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Inleiding 5.2 Opbouw van de regels 5.3 Toelichting van de bestemmingsregels 5.4 Bijzondere regelingen
75 75 75 77 80
Hoofdstuk 6 Handhaving en uitvoerbaarheid 6.1 Handhavingsbeleid 6.2 Financiële uitvoerbaarheid
83 83 83
Hoofdstuk 7 Procedure en overleg 7.1 Procedurestappen 7.2 Inspraak en Overleg 7.3 Zienswijzen
84 84 84 84
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
2
Toelichting
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Inleiding
Binnen het grondgebied van de gemeente Heerlen gelden nog verschillende bestemmingsplannen die ouder zijn dan 10 jaar. Deze oude bestemmingsplannen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening geactualiseerd worden. Voor deze actualisatieopgave wordt een bepaalde gebiedsindeling gehanteerd. Hierdoor kan één nieuw bestemmingsplan verschillende oudere bestemmingsplannen kan vervangen. Eén van de te actualiseren plangebieden is het plangebied Heerlerheide Noord. Bestemmingsplan Heerlerheide Noord heeft het karakter van een beheerplan. Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Dit betekent dat in eerste instantie enkel geldende bestaande rechten in het nieuwe plan worden overgenomen. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is de wijze van bestemmen afgestemd op actueel vastgesteld beleid en geldende wetgeving. In deze toelichting zijn de gemaakte keuzes gemotiveerd. Met bestemmingsplan Heerlerheide Noord wordt voor het plangebied een actueel juridisch-planologisch kader gevormd. Het bestemmingsplan zal voor een periode van minimaal 10 jaar gelden.
1.2
Situering plangebied
Het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord ligt in het noordelijk gedeelte van Heerlen en grenst daar aan het grondgebied van de gemeente Brunssum. De plangrens loopt vanuit de Akerstraat-Noord via de gemeentegrens in oostelijke richting en buigt vervolgens in zuidelijke richting over de Heerenweg. De zuidelijke plangrens loopt via de Unolaan en buigt in noordwestelijke richting af langs begraafplaats Heerlerheide ter plaatse van de achterste perceelsgrenzen van de K.S.G. straat en de Navolaan tot aan de Europalaan/KSG straat. De grens loopt hierna trapsgewijs via achtereenvolgens de Europalaan, Willem Barentsz weg, John Franklinstraat en het verlengde hiervan via de noordelijke perceelsgrens van de aaneengebouwde woningen aan de Colombusstraat, een gedeelte van de Houtmanstraat, de achter perceel grens van de Bartholmeo Diazstraat, de Marco Polostraat, Terweijerweg, Oranjeboomstraat. De westgrens van het plangebied sluit aan via de Akerstraat Noord. Aan de Laurierstraat wordt een kind- en buurtcentrum gerealiseerd. Voor dit plan is een apart bestemmingsplan opgesteld, bestemmingsplan Kind- en buurtcentrum Passart. Het plangebied van dit bestemmingsplan valt binnen het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord maar is daarin niet meegenomen.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
3
Afbeelding 1.1: Luchtfoto plangebied en omgeving
1.3
Juridische status
Binnen het plangebied gelden verschillende bestemmingsplannen. Hieronder is weergegeven welke bestemmingsplannen het betreft. Bestemmingsplan
Vastgesteld door gemeenteraad van Heerlen
Goedgekeurd door Gedeputeerde Staten Limburg
Vrieheide - De Stack
6 mei 1974
23 december 1974
Woonwagenlocaties
6 juni 1994
27 september 1994
Bedrijventerrein Emma
4 augustus 1998
7 april 1998
Vrieheide - De Stack 1999
29 juni 2000
13 februari 2001
Heerlerheide Schil deelgebied Uterweg Noord
2 november 2004
15 februari 2005
Heerlerheide Noord
6 juni 2006
26 september 2006
Heerlerheide Schil
12 februari 2008
20 mei 2008
Hoensbroek Zuid - deelgebied 22 februari 2017 Overbroek (gedeeltelijk) Heerlerheide Centrum (gedeeltelijk)
29 november 2017
In het gebied zijn daarnaast een aantal vrijstellingen, ontheffingen dan wel afwijkingen van het bestemmingsplan verleend. Deze zullen in de actualisatie worden meegenomen. Op onderstaande kaart is een overzicht gegeven van de binnen het plangebied geldende plannen.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
4
Afbeelding 1.2: Overzicht geldende plannen
1.4
Planvorm
De regels en de verbeelding vormen de juridische bindende onderdelen van het bestemmingsplan. De toelichting geeft een nadere uitleg van de gemaakte beleidskeuzen en invulling van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen juridische status. Elk bestemmingsplan is te onderscheiden door een uniek identificatienummer. Dit bestemmingsplan is geregistreerd en vindbaar op het landelijke portaal onder www.ruimtelijkeplannen.nl nummer NL.IMRO.0917.BP020100W000001-0401
1.4.1 Toelichting In de toelichting wordt de opzet van het bestemmingsplan beschreven. Ook het doel van het bestemmingsplan, het relevante beleid, een beschrijving van het plangebied, de relevante omgevingsaspecten en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan komen terug. In de toelichting staat ook een uitleg van de regels. Tenslotte wordt verslag gedaan van de resultaten van het over het gevoerde overleg en (eventueel) ingediende zienswijze.
1.4.2 Regels Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden aan de gronden, die in het plan zijn gelegen, bestemmingen toegewezen met bijbehorende doeleinden of functies. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De regels maken duidelijk waarvoor de gronden gebruikt mogen worden en wat op de gronden gebouwd mag worden. Ook kan aan gronden een dubbelbestemming toegekend worden. De dubbelbestemming ziet op het beschermen van een bepaalde waarde (zoals archeologie, waterstaat) of op een zone (bijvoorbeeld externe veiligheid, molenbiotoop of leiding). Om de regels van bestemmingsplannen in heel Nederland te kunnen vergelijken is een standaard opzet voorgeschreven. Deze standaard is de SVBP. Deze standaard wordt ook in dit bestemmingsplan gevolgd.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
5
1.4.3 Verbeelding De verbeelding (de plankaart) geeft een grafische weergave van het plangebied. In de verbeelding zijn de plangrens, bestemmingen en aanduidingen weergegeven. Het bestemmingsplan onderscheidt een digitale en een analoge verbeelding. Beide verbeeldingen zijn rechtsgeldig, echter bij interpretatieverschillen is de digitale verbeelding beslissend. De digitale verbeelding is een interactieve raadpleegomgeving via het internet (www.ruimtelijkeplannen.nl) die de gehele inhoud van het bestemmingplan (grafische weergave, regels en toelichting) toont. Door een muisklik op de kaart te geven verschijnen de bijbehorende regels voor die locatie in beeld. Tevens is het mogelijk om te meten op de kaart en door middel van coördinaten (het Rijksdriehoekscoördinatenstelsel) de exacte locatie te bepalen. De analoge verbeelding bestaat uit 7 bladen en heeft een schaal van 1: 1.000. De legenda legt een verbinding tussen de bestemmingen, aanduidingen en de regels en geeft een verklaring van de maatvoering, symbolen en topografische ondergrond(en).
1.4.4 Ondergrond De ondergrond is een samenstelling van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en kadastrale begrenzingen. Voor de verbeelding op papier wordt gebruik gemaakt van topografische en kadastrale ondergronden. Deze ondergronden zijn niet altijd actueel en tonen niet altijd alle bebouwing. De ondergronden (waaronder luchtfoto's) die worden gebruikt op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl worden beschikbaar gesteld door de website zelf. Ook die ondergronden zijn niet altijd actueel en tonen niet altijd alle bebouwing. De gemeente heeft daar geen invloed op. De ondergronden maken geel deel uit van het bestemmingsplan. De ondergronden dienen slechts ter oriëntatie.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een opsomming van de planologische beleidskaders bestaande uit rijksbeleid, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 3 is het plangebied beschreven. Hoofdstuk 4 gaat in op de verschillende omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische opzet van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 6 is de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven en hoofdstuk 7 geeft een beeld van de doorlopen bestemmingsplanprocedure en het gevoerde overleg.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
6
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader voor het rijksbeleid, het provinciaal en regionaal beleid en het gemeentelijk beleid, van toepassing voor het bestemmingsplan Heerlerheide Noord, toegelicht.
2.1
Rijksbeleid
2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vormt de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. De SVIR is op 13 maart 2012 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Milieu. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen.
Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten, ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur en ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet', over aan provincies en gemeenten. Voor Parkstad Limburg geeft het Rijk in de SVIR wel aan dat het aanpakken van de krimpopgave noodzakelijk is om leegstand en verpaupering te voorkomen. Dit beleid is op regionaal niveau verder uitgewerkt. Verder zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan Heerlerheide Noord geen specifieke opgave van nationaal belang benoemd.
2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zodat de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder is per 1 oktober 2012 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid Bro). Conform het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik en dient overprogrammering te worden voorkomen. Door middel van de 'Ladder van duurzame verstedelijking' (hierna: Ladder) vindt een toetsing plaats. In juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij de afzonderlijke treden zijn losgelaten. De eerste en de tweede trede zijn samengevoegd en de derde trede is vervallen. De uitgebreide motivering is beperkt tot "nieuwe stedelijke ontwikkelingen' buiten het bestaand stedelijk gebied. Tevens is het begrip 'actuele regionale behoefte' vervangen door het begrip 'behoefte' en wordt een nieuw
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
7
onderdeel toegevoegd waarmee het mogelijk wordt een dubbele Laddertoets bij flexibele planvorming te voorkomen. Uiteindelijk zal de gewijzigde Ladder via het invoeringsbesluit van de Omgevingswet worden ingevoegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De strekking van de Ladder blijft daarbij gelijk. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Ladder-onderbouwing is verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Hieronder wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, blijkt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.
In de literatuur wordt er bij voorziene ontwikkelingen met betrekking tot woningbouw zelfs gesproken over een daadwerkelijke ondergrens. Volgens vaste jurisprudentie zijn elf woningen (welke op één dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd. Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus twaalf. Er dient nadrukkelijk te worden gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte, én voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt of voldaan wordt aan de Ladder. Bestemmingsplan Heerlerheide Noord betreft een actualisatie van de bestaande planologische situatie en maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk. Het doorlopen van de ladder is daarmee niet aan de orde.
2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het "Besluit algemene regels ruimtelijke ordening" (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen; mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament; grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; defensie; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; ecologische hoofdstructuur; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Er is één nationaal belang dat betrekking heeft op het plangebied, namelijk de ecologische hoofdstructuur. In het plangebied treffen we drie locaties aan die zijn aangeduid als ecologische hoofdstructuur. Het betreft het Heidserpark gelegen ten noorden van de Uterweg, park Carisborg gelegen ten zuiden van de Passartweg en het natuurgebied grenzend aan bedrijventerrein de Weggebekker. Het Barro beschrijft het beschermingsregime.
Bij provinciale verordening worden regels gesteld aan een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een gebied behorend tot de ecologische hoofdstructuur en aan een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12 eerste lid, onderdeel a, onder 3º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, van het bestemmingsplan wordt afgeweken. Deze regels bewerkstelligen dat in het bestemmingsplan geen activiteiten worden mogelijk
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
8
gemaakt -ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van de verordening geldende bestemmingsplan- die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden of van de samenhang tussen die gebieden. Van deze regels kan alleen worden afgeweken indien: er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, en de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. De betreffende gronden die als ecologische hoofdstructuur aangeduid zijn, worden in het toekomstige bestemmingsplan Heerlerheide Noord bestemd als 'Natuur'. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan. De aanwezige waarden en kwaliteiten worden op deze manier gewaarborgd.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1 Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL 2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Met name gaat het dan om de regels voor de ecologische hoofdstructuur, die zijn ondergebracht in het onderdeel Goudgroene natuurzone. In de verordening is onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaande stedelijk gebied (overeenkomstig de Ladder voor duurzame verstedelijking). Herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen krijgt hierbij bijzondere aandacht.
Verder bevat de Omgevingsverordening de bepaling dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg niet voorziet in de toevoeging van nieuwe woningen aan de bestaande planvoorraad (ofwel de woningen die zijn opgenomen in de voor 5 juli 2013 vastgestelde ruimtelijke plannen en die nog niet zijn gerealiseerd). Uitzondering hierop vormt een woningbouwplan dat voldoet aan de door Gedeputeerde Staten vastgestelde 'Kwaliteitscriteria nieuwe woningen Zuid-Limburg'. Herziening verordening Een belangrijk onderdeel van het POL, zoals dat in december 2014 is vastgesteld, betreft de opgave voor de drie regio's Noord, Midden en Zuid-Limburg om voor die thema's waarvoor dynamisch voorraadbeheer aan de orde is, regionale structuurvisies op te stellen en daarover ook op regionaal niveau bestuursafspraken te maken. Om de naleving van de nieuwe regionale afspraken ook juridisch te borgen is op 11 november 2016 door Provinciale Staten de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 geamendeerd vastgesteld. Hierdoor wordt invulling gegeven aan de bestuursafspraken met betrekking tot de regionale uitwerking POL 2014 door middel van zogenoemde voorzorgsbepalingen.
Concreet komt het er op neer, dat gemeenten geen nieuwe woningen meer mogen toevoegen aan de voorraad, tenzij de raad van de desbetreffende gemeente de "Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg" heeft vastgesteld waarin is geregeld dat er een regionale programmering dient te zijn, waarin afspraken zijn gemaakt over compenserende maatregelen in geval van nieuwe toevoegingen aan de woningvoorraad. Bedoelde structuurvisie is door de raad van Heerlen vastgesteld op 23 november 2016. In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen of nieuwe woningen mogelijk gemaakt, waardoor het plan niet in strijd is met de verordening.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
9
2.2.2 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) 2014, de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeers- en Vervoersprogramma 2014 vastgesteld. Gezamenlijk vormen deze beleidsdocumenten een integrale omgevingsvisie, die vier wettelijke functies vervult: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet), Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). In het POL staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. De centrale ambitie komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. Verder staat in het POL kwaliteit centraal.
Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerd-heid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. Visie Zuid-Limburg De aantrekkelijkheid van Zuid-Limburg wordt in sterke mate bepaald door de aanwezigheid van relatief op korte afstand van elkaar gelegen, dichtbevolkte stedelijke gebieden (vergelijkbaar met de dichtheid in de Randstad) en het daartussen gelegen unieke Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Dit heuvellandschap geeft samen met de historische binnenstad van Maastricht een bijzondere kwaliteit aan deze regio. In Zuid-Limburg wonen ruim 600.000 mensen, meer dan de helft van alle inwoners in Limburg. Het maakt onderdeel uit van een Europese regio met een rijk palet van economische topsectoren. Tegelijkertijd is Zuid-Limburg in economisch opzicht te typeren als een 'tussenregio', tussen de metropoolregio's Randstad, Vlaamse Ruit en Ruhrgebied. Er zijn relatief weinig bereikbare banen binnen de landsgrenzen en daarmee is sprake van een beperkte veerkracht van de regionale en lokale economie.
Daarbij kampt Zuid-Limburg met leegstandsproblematiek op het gebied van woningbouw, kantoren, verblijfsrecreatie, bedrijventerreinen en detailhandel: er is van alles teveel, en dat vraagt om een heldere visie en bovenal sturing. (Perspectieven) Zones Op een lager profiel is er behoefte aan nadere nuancering en detaillering. Binnen het plangebied zijn vijf zones van toepassing Binnen het bebouwd gebied is er sprake van de zones: overig bebouwd gebied, bedrijventerrein. In het landelijk gebied gaat het om de zones: goudgroene natuurzone, bronsgroene landschapszone en buitengebied.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
10
Afbeelding 2.1 Uitsnede kaart Natuur uit Provinciaal Omgevingsplan Limburg Overig bebouwd gebied De zone 'overig bebouwd gebied' is een gemengd woon/werkgebied met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. De accenten van deze zone zijn: transformatie regionale woningvoorraad, bereikbaarheid, balans voorzieningen en detailhandel, stedelijk groen en water, kwaliteit leefomgeving. Bijna het gehele plangebied ten zuiden van de Passartweg, de Einderstraat en de Uterweg valt binnen de zone 'overig bebouwd gebied'. Alleen het gebied gelegen ten zuide van de Passartweg valt buiten deze zone. Park Carisborg, het bedrijventerrein gelegen aan de Terweijerweg en een klein gedeelte buitengebied zijn hiervan uitgezonderd. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt binnen het bestemmingsplan Heerlerheide Noord. De gronden worden conform de geldende bestemmingen, dan wel de feitelijke (legale) situatie bestemd. Bedrijventerrein De zone 'bedrijventerrein' is een specifiek ingericht gebied voor grotere bedrijvigheid. De accenten van deze zone zijn: ruimte voor bedrijvigheid, optimale bereikbaarheid, duurzame inrichting en gebruik.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
11
Binnen het plangebied is sprake van drie bedrijventerrein, Bedrijventerrein gelegen aan de Terweijerweg, Bedrijventerrein Weggebekker, Bedrijventerrein Emma. De betreffende bedrijventerreinen worden in bestemmingsplan Heerlerheide Noord bestemd als 'Bedrijf' onder vermelding van de geldende milieucategoriën, dan wel de feitelijke legale situatie. Bedrijfswoningen worden, indien legaal aanwezig, als bedrijfswoning bestemd. Bronsgroene Landschapszone De 'Bronsgroene landschapszone' omvat Beekdalen én gebieden met steilere hellingen met een grote variatie aan functies, in hoge mate bepalend voor het beeld van het Limburgs landschap. Omvat ook het winterbed van de Maas. De accenten van deze zone zijn: Kwaliteit en functioneren regionaal watersysteem, Ontwikkeling landbouw in balans met omgeving, Versterken kernkwaliteiten landschap en cultuurhistorie, Recreatief medegebruik. Een zevental percelen binnen het bestemmingsplan Heerlerheide Noord behoren tot de 'Bronsgroene Landschapszone'. Het betreft: een perceel gelegen op de hoek Hitjesweg-Pieter Nuytstraat. Het perceel is gelegen tussen natuurgebied park Carisborg en bebouwd gebied. Dit perceel zal bestemd worden als groen-landschappelijk. Deze bestemming past bij de huidige kwaliteit van het perceel en biedt voldoende bescherming.
twee percelen grenzend aan de zuidzijde van de Passartweg en vier percelen grenzend aan de noordzijde van de Passartweg en de Einderstraat. Deze percelen zullen bestemd worden als agrarisch met waarden. Deze bestemming laat beperkte ontwikkelingen toe waarbij de aanwezige waarden en kwaliteiten worden gewaarborgd. Buitengebied De zone 'Buitengebied' zijn alle andere gronden in het landelijk gebied, vaak met een agrarisch karakter. De accenten van deze zone zijn: Ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties landbouw Terugdringen milieubelasting vanuit landbouw Kwaliteit en functioneren ondergrond Enkele kleine gebieden grenzend aan het bedrijventerrein en de bronsgroene landschapszone gelegen ter hoogte van de Passartweg vallen binnen de zone 'Buitengebied'. De betreffende gronden worden in het toekomstige bestemmingsplan Heerlerheide Noord bestemd als wonen, groen en groen-landschappelijk. Het wonen betreft bestaande woningen die in de geldende bestemmingsplannen Heerlerheide noord én Bedrijventerrein Emma ook een woonbestemming hebben. Goudgroene natuurzone De 'Goudgroene natuurzone' zijn gebieden waar natuur en natuurontwikkeling het primaat hebben vanwege de voorkomende waardevolle flora en fauna, vaak van (inter)nationale betekenis (zoals de Natura 2000-gebieden).
De accenten van deze zone zijn: Realisatie areaal uitbreiding natuur Recreatief medegebruik Terugdringen milieubelasting In het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord betreft het een drietal gebieden; het Heidserpark gelegen ten noorden van de Uterweg, park Carisborg gelegen ten zuiden van de Passartweg en het natuurgebied grenzend aan bedrijventerrein de Weggebekker. Ten zuiden van de Passartweg ligt een gebied genaamd park Carisborg dat is aangeduid als 'Goudgroene natuurzone'. Het betreffende gebied wordt in het toekomstige bestemmingsplan Heerlerheide Noord bestemd als 'Natuur'. Deze bestemming laat geen ontwikkelingen toe waardoor de aanwezige waarden en kwaliteiten worden gewaarborgd. Binnen de 'Goudgroene natuurzone' liggen een bergbezinkbassin, een kwaliteitsbuffer Loopgraaf (Waterschap Limburg) en een first-flushbuffer. Verder lopen nog een aantal rioolleidingen en watervoerende greppels door dit gebied.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
12
2.2.3 Provinciaal beleid met betrekking tot wonen De Provincie Limburg zet zich samen met gemeenten, woningcorporaties en andere partijen in om ervoor te zorgen dat het woningaanbod aansluit bij de behoeften van de samenleving. Het provinciaal beleid is op hoofdlijnen vastgelegd in het POL2014. Het onderdeel 'wonen' is door de 16 Zuid-Limburgse gemeenten uitgewerkt inde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. De provinciale aandachtspunten op het gebied van wonen zijn vastgelegd in de Agenda Limburgse Woningmarkt. Hierin zijn 5 actielijnen vastgelegd: 1. De basis op orde: Regionale samenwerking organiseren, beleidscyclus inrichten, verbinding met andere thema's; 2. Verschuiving van koop naar huur: Limburgs Maatwerk, Platform woonconsument, verruiming (sociale) huurwoningvoorraad; 3. Kwantitatieve afstemming binnen de regio: Limburgs Maatwerk, inzet Omgevingsverordening, grensoverschrijdende samenwerking; 4. Meer kwaliteit en diversiteit: Limburgs Maatwerk, wonen met zorg, kwaliteit woningvoorraad verbeteren; 5. Betere doorstroming: Limburgs Maatwerk, hefboomprojecten, betere doorstroming, starterslening. Limburgs Maatwerk is een actieplan uit 2015 waarmee de Limburgse gemeenten en de corporaties de toegenomen huisvestingsbehoefte als gevolg van de toestroom van vluchtelingen wil aanpakken. Onder meer door het beter en flexibeler benutten van de bestaande vastgoedvoorraad.
2.2.4 Mobiliteitsplan Limburg (2017) In het mobiliteitsplan Limburg (2017) bespreekt de Provincie de toekomstige opgaven en ambities op het gebied van mobiliteit, en de rol die zij daarin zal spelen in samenwerking met regionale, landelijke en internationale partners. De overkoepelende doelstelling is het creëren van een aantrekkelijke, leefbare en economisch krachtige provincie waarin mensen met plezier werken, wonen, recreëren en studeren. Omdat mobiliteit onlosmakelijk met deze doelstelling is verbonden stelt de Provincie zichzelf als doel om een toekomstbestendige, toegankelijke, slimme, schone en grenzenloze mobiliteit te creëren, zodat mensen zich naar wens en behoefte vrij kunnen bewegen. In een aantal regionale opgaven zien we kansen voor mobiliteit. Deze opgaven sluiten aan op de ambities zoals geformuleerd in het coalitieakkoord: de stedelijke gebieden aantrekkelijk en bereikbaar houden door bijvoorbeeld verschillende manieren van vervoeren aan te bieden en een verantwoorde keuze te bevorderen (multimodaliteit). het platteland vitaal houden dankzij goede fysieke, maar ook digitale bereikbaarheid. de economie versterken dankzij de ontwikkeling van economische clusters zoals campussen en maakindustrie en we vergroten hun (onderlinge) bereikbaarheid. een internationale koploper blijven in de groene logistiek, met Greenport Venlo als middelpunt.
de logistieke sector is een belangrijke economische drager voor Limburg. de vrijetijdseconomie versterken. Met recreatie en toerisme staat Limburg goed op de kaart, ook publiekstrekkers en evenementen maken Limburg aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers. Deze doelen worden beoogd te bereiken voor de basisvoorzieningen op orde te houden door middel van goed beheer en onderhoud van het vervoersaanbod. De kwaliteit hiervan wordt verbeterd en het mobiliteitsnetwerk zal steeds aantrekkelijker gemaakt worden. Dit kan door vervoersmiddelen op een andere of betere manier te benutten en mensen uit te nodigen op een slimmere manier hun vervoer te kiezen. Er wordt dan ook geïnvesteerd in smart mobility.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
13
2.3
Regionaal beleid
2.3.1 Structuurvisie Parkstad Limburg De regio Parkstad Limburg heeft een eigen intergemeentelijke structuurvisie vastgesteld: 'Ruimte voor park & stad' (2009). De visie beoogt de missie van de regio, 'het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit', te verwezenlijken. Als alle partijen hun krachten bundelen, moet het mogelijk zijn om in 2030 deze kwaliteiten in Parkstad Limburg te ervaren: Meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, onder andere door een groter contrast van stad en land; Een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten; Een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen-Centrum als Parkstad-centrum; een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen; Een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via de Parkstadring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft. De intergemeentelijke structuurvisie zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijke ontwikkeling.
Deze dragers zijn uitgewerkt door middel van vier hoofdthema's: Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur Natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen en waterstructuren. Economie - meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht Hoofdambitie is economische structuurversterking met als strategie ruimtelijke concentratie en revitaliseren van locaties die niet aan moderne eisen voldoen, onder toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande locaties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte. Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking Herstructurering gaat voor uitbreiding: het bedienen van de veranderende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uitbreiding buiten huidige stedelijke contour. Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid De ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regionaal als internationaal. De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding.
Doorwerking plangebied De hiervoor genoemde hoofdthema's zijn uitgewerkt in een ontwikkelingskaart (zie afbeelding 2.2) behorende bij de intergemeentelijke structuurvisie. Uit deze kaart blijkt dat een groot deel van het plangebied is aangeduid als bestaand woongebied/herstructureringsgebied. Het bestemmingsplan Heerlerheide Noord is in lijn met het gestelde in de Structuurvisie Parkstad Limburg. De vier hoofdthema's uit de structuurvisie zijn concreet uitgewerkt in diverse beleidsnota's, op zowel regionaal als gemeentelijk niveau. Deze komen in de volgende paragrafen aan bod, waarbij tevens wordt aangegeven hoe deze hun uitwerking hebben op het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
14
Afbeelding 2.2: uitsnede van de ontwikkelingskaart behorende bij de intergemeentelijke structuurvisie voor Parkstad Limburg (plangebied aangegeven met groene lijn)
Beheer- en sturingskaart De beheer- en sturingskaart is een optelling van de thematische kaarten en spelregels. Het biedt een planologisch kader voor het beheer van de bestaande gebiedskwaliteiten en sturing voor gebiedsontwikkelingen. Voor elke plek in de regio zijn spelregels voor de verschillende thema's beschreven. Daarbij is een matrix te vinden waarin per thema de eenheden XL-L-M-S worden gehanteerd. Bij XL- en L-gebieden is sprake van hoge regionale relevantie. Bij een M-gebied geldt dit minder en bij een S-gebied is de noodzaak om vanuit een regionaal perspectief te werken niet of nauwelijks aanwezig (zie ook afbeelding 2.3).
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
15
Afbeelding 2.3: uitsnede van de beheer- en sturingskaart behorende bij de structuurvisie voor Parkstad Limburg (plangebied aangegeven met groene lijn)
2.3.2 Structuurvisie Wonen Zuid Limburg Deze structuurvisie betreft de regionale structuurvisie zoals aangehaald onder Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014. In de SVWZL hebben 18 Zuid-Limburgse gemeenten onderling afspraken gemaakt over de wijze waarop de transformatie van de woningvoorraad in Zuid-Limburg gestalte dient te krijgen. De woningmarkt in Zuid-Limburg heeft te maken met een kwantitatieve én kwalitatieve mismatch: er zijn te veel woningen en tevens sluit het aanbod niet meer aan op de toekomstige vraag. Daarom worden er afspraken gemaakt over een gezamenlijke aanpak. In de visie wordt op hoofdlijnen de gewenste kwaliteitsslag beschreven die nodig is om het aanbod beter aan te laten sluiten op de vraag. De belangrijkste conclusies hierbij zijn, dat de grootste problemen thans optreden in het particulier bezit en dat er naar verhouding meer huurwoningen gewenst zijn. Kansrijke doelgroepen zijn onder meer jongeren, ouderen en
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
16
zorgbehoevenden. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij is evenwel dat de woningvoorraad in omvang niet meer mag groeien, dit om te voorkomen dat de leegstand toeneemt. Leegstand leidt tot verloedering en ook tot waardedaling. Dit basisprincipe leidt ertoe dat nieuwe toevoegingen aan de woningvoorraad zullen moeten worden gecompenseerd, hetzij met sloop, hetzij met het schrappen van harde bouwtitels, hetzij met een financiële bijdrage (waarmee sloop kan worden gefinancierd). Voor iedere gemeente wordt daarom aan de hand van actuele demografische gegevens en leegstandscijfers een 'transformatieopgave' afgesproken, zijnde de kwantitatieve koers die de gemeente dient te varen. Die kwantitatieve koers moet worden beschouwd als richtinggevend wat betreft het maken van beleidsmatige keuzes en niet als een harde slooptaakstelling. Deze 'transformatieopgave' wordt tweejaarlijks herijkt. Gemeenten worden verplicht een woningmarkt-programmering op te stellen, die is geënt op zowel de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgaven. Voor het opnemen van nieuwe plannen op de woningmarktprogrammering zijn in Zuid-Limburgs verband uniforme spelregels geformuleerd en vastgelegd in een 'Beslisboom'.
2.3.3 Regionale woonvisie Parkstad, onderdeel Heerlen Eind juni 2017 zijn de Regionale Woonvisies van alle acht Parkstadgemeenten vastgesteld. Elke gemeente heeft deze regionale visie vertaald naar de lokale situatie. De woonvisie Parkstad/Heerlen is opgebouwd rondom een aantal kwalitatieve opgaven binnen het woonbeleid in de regio Parkstad. De voorspelde huishoudensdaling blijft van grote invloed op het beleid en de te volgen koers. Maar ook de kwalitatieve disbalans moet worden aangepakt. De huidige voorraad is niet geschikt om te voldoen aan de toekomstige kwalitatieve vraag. Particuliere voorraad Ten gevolge van de huidige marktomstandigheden ligt er een belangrijke opgave in de particuliere voorraad. Economische omstandigheden leiden tot een aanhoudende vraag naar sociale huurwoningen in de regio. De leegstand ten gevolge van de bevolkingsdaling concentreert zich met name in de incourante delen van de particuliere woningvoorraad. Als gevolg hiervan zetten we in op het weg bestemmen van onbenutte plancapaciteit. Samen met woningcorporaties proberen we in te zetten op het aankopen van particuliere woningen ten behoeve van de (sociale) verhuur. Heerlen zet met name in op het versterken van het woonmilieu in het centrum van Heerlen. Dat gaat hand in hand met het versterken van andere sectoren zoals het cultureel aanbod, voorzieningen en de openbare ruimte.
Met deze aanpak willen we de ontwikkeling van de campussen ondersteunen en de werkgelegenheid verbeteren. De verdunningsopgave vindt in de omliggende stadsdelen plaats. Betaalbaarheid en beschikbaarheid De komende 5 jaar wordt samen met de woningcorporaties gewerkt aan het verruimen van het aanbod aan betaalbare sociale huurwoningen. We willen die opgave verdelen over de stad, zodat in alle stadsdelen een min of meer gelijke spreiding is van sociale huurwoningen in diverse huurprijsklassen en diverse huishoudenstypen. Wonen en zorg Vanwege de vergrijzing en het langer zelfstandig wonen, verandert ook de opgave op het gebied van wonen en zorg. De woonomgeving en zeker ook de woningvoorraad zal meer toegerust moeten worden op het verlenen van zorg aan huis. Heerlen zet in op het organiseren van zorg op wijkniveau met aandacht voor voldoende zorggeschikte woningen, buurtsteunpunten en een toegankelijke woonomgeving. Een van de belangrijkste problemen is echter, dat veel mensen met een zorgbehoefte vanwege betaalbaarheidsproblemen niet kunnen verhuizen naar een zorggeschikte woning. Urgente doelgroepen Enerzijds is er een huisvestingsvraagstuk voor diverse kwetsbare doelgroepen zoals mensen in scheiding, slachtoffers van huiselijk geweld, statushouders of mensen met een handicap. Heerlen vervult een centrumfunctie voor huisvesting van GGZ-cliënten.
Housing Parkstad en Housing First worden hiertoe voortgezet. Voor statushouders heeft iedere gemeente een afzonderlijke taakstelling. Anderzijds is er een huisvestingsvraagstuk voor kenniswerkers en arbeidsmigranten. Deze
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
17
groepen vragen om tijdelijke huisvesting, bij voorkeur in of in de nabijheid van de binnenstad. Heerlen wil daarnaast werken aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat bij kamerverhuur. Verduurzamen woningvoorraad De ambities op het gebied van duurzaamheid zijn in regioverband vastgelegd in het beleidsstuk Parkstad Limburg Energietransitie (PALET). De ambitie is om als regio in 2040 energieneutraal te zijn. Om dat te halen ligt er een forse opgave in het verbeteren van de woningvoorraad, zowel in de particuliere als in de (sociale) huursector. Bestaande woningen moeten energiezuinig worden gemaakt en er moet een plan van aanpak komen om de stap naar gasloze woningen te kunnen zetten. Heerlen investeert daarbij onder meer in de toepassing van Mijnwater voor ruimteverwarming. Vrije sectorhuur en koopwoningen Voor een evenwichtige woningmarkt in parkstad Limburg is het beschikken over voldoende aantrekkelijke woningen in de vrije huursector van belang. Qua prijs vormen goedkope koopwoningen een alternatief. Heerlen wil met name in het centrum inzetten op het verruimen van het aanbod in de vrije sectorhuur omdat dit voor kenniswerkers en expats, vanwege de flexibiliteit, een veel aantrekkelijker optie is dan een koopwoning. Leefbaarheid Veel buurten en wijken in Heerlen hebben te maken met leefbaarheidsproblemen.
Mensen ervaren overlast door lawaai, stank of rommel en voelen zich onveilig. Dat heeft een negatieve invloed op het wonen in de wijk. Heerlen zet samen met corporaties en andere partners in op het verbeteren van de leefbaarheid in buurten en wijken met als vertrekpunt dat wijken schoon, heel en veilig moeten zijn. Naast economische structuurversterking en de functie van wonen hierbij geven we tegelijkertijd aandacht aan het woonklimaat voor andere inwoners, ook die met een kleine beurs. De wijkenaanpak heeft hierin een belangrijke rol. Heerlen heeft een traditie om via de wijkenaanpak samen met maatschappelijke partners de woonkwaliteit van stadsdelen en woonwijken te verbeteren. De gemeente kiest hierbij een twee-sporenaanpak, waarbij zij voor wijken met een opstapeling van problemen kiest voor een actieve begeleiding van de ontwikkeling van de wijken, volgens de wijkenaanpak. Voor andere wijken kiest de gemeente voor een ondersteunende benadering, waarbij zij initiatieven vanuit de wijk ondersteunt. De wijkenaanpak richt zich bewust op zowel de fysieke als sociale verbetering van wijken. Corporaties, zorg- en welzijnsaanbieders zijn net als de bewoners belangrijke partners bij de wijkenaanpak. Een van de wijken in het plangebied waar de wijkenaanpak van toepassing is betreft Vrieheide-De Stack.
Op 4 februari 2014 is het masterplan Buurtbusiness, Energie voor Vrieheide-De Stack vastgesteld. Dit masterplan is samen met de bewoners van de wijk opgesteld. Eén van de uitwerkingen van het masterplan betreft het Beeld- en kwaliteitsplan Vrieheide de witte woningen. Het (conserverend) beeldkwaliteitsplan, vastgesteld op 24 februari 2016, is erop gericht de eenheid, de samenhang tussen de woningen en het parkachtige karakter van de wijk, te behouden en de kwaliteiten welke in het verleden verloren gegaan zijn door verscheidene aanpassingen, geheel of gedeeltelijk weer terug te brengen.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
18
Afbeelding 2.4: gebied 'witte woningen' Tegelijkertijd met het vaststellen van het Beeld en Kwaliteitsplan Vrieheide is de Nota ruimtelijke Kwaliteit Heerlen 2011 aangevuld met een excesregeling voor de Witte Woningen in Vrieheide en de toevoeging aan Hoofstuk 9 van de gebiedsgerichte criteria voor de "witte woningen Vrieheide". Dit om de beeldkwaliteit van de witte woningen te beschermen De verdere stedenbouwkundige bescherming, zoals vastgelegd in het Beeld en Kwaliteitsplan Vrieheide wordt in het nieuwe bestemmingsplan Heerlerheide Noord geregeld, met uitzondering van de mogelijkheid om (in bepaalde gevallen) een aanbouw aan een kopgevel te realiseren. Bouwen vóór de voorgevel is niet gewenst en komt binnen de wijk ook (nagenoeg) niet voor.
2.3.4 Regionale woningmarktprogrammering 2019-2022 De Bestuurscommissie Wonen Parkstad heeft op 21 maart 2019 de geactualiseerde Regionale Woningmarktprogrammering 2019-2022 vastgesteld. Met deze programmering wordt kwalitatief en kwantitatief gestuurd op de ontwikkeling van de woningvoorraad in Parkstad Limburg. De kwantitatieve opgave bestaat uit het terugdringen van de leegstand ten gevolge van de bevolkingsdaling tot 2% frictieleegstand. De huidige leegstand (ca. 4,1% in de envelop 2017-2020), de bevolkingsdaling en de omvang van de planvoorraad zorgen in Heerlen, bij ongewijzigd beleid, dat er in 2028 ca. 3700 woningen te veel zijn. De kwalitatieve opgave bestaat uit het wegwerken van mismatches. Ondanks het overaanbod aan woningen en het ruime planaanbod, vindt niet iedereen die dat wil een passende woning in Heerlen. Met passend wordt bedoeld dat de woning aan de woonwensen moet voldoen én in financieel opzicht bereikbaar is voor de woningzoekende. Om die kwalitatieve woonbehoefte beter in beeld te krijgen, is gekeken naar de ontwikkeling van de omvang van diverse doelgroepen, hun kwalitatieve woonwensen en financiële
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
19
mogelijkheden. Ook is gekeken naar de kracht van woonbuurten. De combinatie van het type woning, de prijsklasse en de woonomgeving, bepaalt de PMC (productmarktcombinatie). Uit deze gegevens is de indicatieve behoefte afgeleid. Deze is vervolgens afgezet tegen de bestaande plannen op de programmering. Aan de hand hiervan kan worden ingeschat of een plan op de programmering in voldoende mate in een kwalitatieve behoefte voorziet. Dat geldt zeker ook voor nieuwe plannen die nog niet op de programmering staan. Aan de hand van diverse indicatoren (volkshuisvestelijk, sociaal-maatschappelijk, ruimtelijk) kan de planscore van een project worden berekend. En daarmee een inschatting worden gemaakt of een plan in voldoende mate tegemoet komt aan de kwalitatieve behoefte. Het toevoegen aan of wijzigen van plannen op de programmering is een bevoegdheid van de Bestuurscommissie Wonen Parkstad. De Regionale Woningmarktprogrammering 2019-2022 biedt zo een kwalitatief kader over hoe om te gaan met bestaande plannen en met nieuwe initiatieven. Binnen het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord bevinden zich geen plannen die opgenomen zijn in de programmering.
2.3.5 Herstructureringsvisie voor de woningvoorraad Parkstad Limburg 2008-2020 In december 2009 heeft het Parkstadbestuur de "Herstructureringsvisie voor de woningvoorraad Parkstad Limburg 2008-2020" vastgesteld, die in januari 2010 door de raden van de Parkstadgemeenten is bekrachtigd. De Herstructureringsvisie geeft inzicht in de gebieden waar in Parkstad Limburg transformatie van de woningvoorraad nodig is, in het licht van de teruglopende en veranderende woningbehoefte, om te komen tot een duurzame ruimtelijke structuur. Per gemeente en voor geheel Parkstad is de transformatie-opgave tot en met 2020 geformuleerd in de vorm van een 'envelop'. Deze enveloppen bestaan uit een kwantitatieve en een kwalitatieve transformatieopgave (onttrekkingen ten gevolge van bevolkingsdaling en bouwplannen en vervangingsopgave), zodat de partners gestimuleerd worden om afwegingen te maken: soms kan het verstandiger zijn een 'papieren plan' te stoppen dan een daadwerkelijke woning te slopen. Inmiddels is de Herstructureringsvisie achterhaald door andere visies van meer recentere datum. De verschillen tussen beheergebieden, verdunningsgebieden en ontwikkelings gebieden kunnen nu niet meer zo strikt worden gehanteerd als tijdens het moment van vaststelling van de visie. De woningmarkt vertoont veel dynamiek en met het verloop van de tijd ontstaan in buurten nieuwe opgaven.
De essentie achter de visie, er moet worden verdund in de woningvoorraad om de leegstand niet te hoog op te laten lopen, staat echter nog steeds overeind. De bij de visie behorende 'enveloppen' worden tweejaarlijks geactualiseerd. De woongebieden binnen het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord betreffen verdunningsgebieden. Een voorbeeld van de verdunning en verbetering van de leefbaarheid betreft de uitvoering van het Buurtactieplan Passart 2009-2014. Aan de Lauruerstraat in de wijk de Passart zijn flats gesloopt, een van de projectactiviteiten “Kwaliteit van wonen” van het Buurtactieplan Passart 2009-2014. De vrijgekomen gronden zijn opnieuw ingericht en worden in bestemmingsplan Heerlerheide Noord als Groen bestemd.
2.3.6 Structuurvisiebesluit wonen en retail Op 31 oktober 2011 heeft het Parkstadbestuur een structuurvisiebesluit genomen, dat onder meer ingaat op het thema wonen. Zoals geschetst in het regionale woonbeleid (o.a. Herstructureringsvisie voor de woningvoorraad, Parkstad Limburg) is het, mede uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gezien de voorziene ontwikkelingen van het aantal huishoudens in Parkstad Limburg, niet gewenst om de regionale woningvoorraad verder te laten toenemen om het (toekomstige) overschot aan woningen niet nog verder te laten toenemen. Wel blijft de noodzaak aanwezig om de samenstelling van de woningvoorraad aan te passen aan de veranderende woonwensen. Daarvoor zullen nieuwe woningen moeten worden gerealiseerd die dienen als vervanging van bestaande voorraad. Geen verdere toename van de omvang van de regionale woningvoorraad betekent dat het wenselijk is dat nog beschikbare geldende plancapaciteiten die leiden tot een toename van de regionale woningvoorraad niet per definitie moeten worden gerealiseerd en dat in voorbereiding zijnde uitbreidingen van de regionale woningvoorraad niet altijd worden omgezet in daadwerkelijke additionele plancapaciteit.
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
20
Het Structuurvisiebesluit gaat daarbij uit van een "nee-tenzij" principe, waarbij de "tenzij"bestaat uit de regionale afspraken zoals vastgelegd in de regionale woningbouwprogrammering. Herstructureringsvisie woningvoorraad Parkstad In de Herstructureringsvisie Parkstad is op kaart aangegeven in welke gebieden in Parkstad de herstructureringsopgave met voorrang dient te worden opgepakt. Bovendien is hier het principe bepaald van verdichten in de centra in combinatie met verdunnen in de randen. In de hestructureringsvisie is ook het systeem van 'de envelop' geïntroduceerd. De envelop is een modelmatige benadering van de gewenste kwantitatieve ontwikkeling van de woningvoorraad op stadsdeelni-veau in de gemeente Heerlen. De systematiek van de envelop is in de SVWZL vertaald in de 'transformatieopgave'.
Afbeelding 2.5: uitsnede herstructureringsvisie Heerlerheide De wijk Vrieheide-Passart geldt als een van de verdunningsgebieden, maar Vrieheide is daarnaast bestempeld als gebied met een bijzondere planontwikkeling. Door het grote percentage particulier bezit, is sprake van een bijzondere situatie rondom de herstructurering van de woningvoorraad. Zij is door de gemeente Heerlen aangewezen als wijk in de wijkenaanpak en ook als zodanig opgenomen in de Regiodialoog. Beleidsbesluit In haar regionaal woonbeleid, gepubliceerd als eigen beleid door de Parkstadgemeenten, geeft de Stadsregio aan wat de opgave in de regionale woningvoorraad t/m 2020 is (regionale kaders). Uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening dient de woningvoorraad binnen de gemeenten in Parkstad Limburg zich te bewegen binnen deze gestelde kaders. Geldende bestemmingen woningbouw, waarvan op 1 januari 2013 nog geen gebruik is gemaakt, zullen daartoe bij actualisatie van het bestemmingsplan worden herzien tenzij de locatie is opgenomen / past binnen de regionale afsprakenkaders (o.a. woningbouwprogrammering).
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
21
Conform het beleidsbesluit worden in bestemmingsplan Heerlerheide Noord de geldende titels die niet zijn benut en niet zijn opgenomen in de woningbouwprogrammering geschrapt. In het bestemmingsplan Heerlerheide Noord is een bijlage gevoegd met een lijst van geschrapte (onbenutte) bouwtitels (zie bijlage 1 Vervallen planologische titels).
2.3.7 Intergemeentelijke Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL) In 2014 is het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) vastgesteld. Daarin wordt geconstateerd dat Limburg in toenemende mate 'van alles te veel' heeft: te veel winkels, te veel kantoren, te veel plannen in de pijplijn. De economische markt vraagt minder fysieke ruimte c.q. panden dan voorhanden zijn. Kortom, er is sprake van een fors overaanbod aan commerciële panden, zichtbaar in de hoge leegstand, vooral in de winkel- en kantorenmarkt. Daarnaast is ook de kwaliteit niet overal goed afgestemd op de behoefte van vandaag en de komende decennia. Bij winkels spelen vooral ontwikkelingen als het internetwinkelen, maar ook 'blurring' (winkelconcepten vermengd met andere functies, zoals horeca en leisure, etc.) een belangrijke rol. Bij kantoren moet worden gedacht aan 'het nieuwe werken' en de behoefte aan kleinere eenheden en een andere inrichting. Dit heeft op dit moment op sommige locaties een hoge leegstand als gevolg. De ongewenste neveneffecten van leegstand uiten zich in het onder druk komen te staan van de leefbaarheid van (kleine) kernen, het ondernemers- en vestigingsklimaat en de vastgoedwaarde.
In het POL 2014 zijn daarom voor het thema Ruimtelijke Economie (te weten: detailhandel, bedrijventerreinen en kantoren) een aantal uitgangspunten geformuleerd, waaronder dynamisch voorraadbeheer en 'meer stad, meer land'. Om verdere leegstand en daarmee de beschreven ongewenste neveneffecten te voorkomen, moeten gemeenten kiezen voor de toekomstbestendige locaties. Zo verbetert de verhouding tussen vraag en aanbod in de beschreven thema's van ruimtelijke economie, de kwaliteit van deze gebieden en het toekomstperspectief voor ondernemers. Dit betekent niet dat daarmee de leegstand zal worden opgelost. Wel zal de leegstand zoveel mogelijk ontstaan buiten de toekomstbestendige locaties, waar de neveneffecten zo min mogelijk 'kwaad' doen. De POL-uitgangspunten zijn door de 18 Zuid-Limburgse gemeenten gedurende een zorgvuldig proces samen uitgewerkt in een intergemeentelijke Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL). De gemeenteraad heeft op 20 december 2017 de SVREZL vastgesteld. De SVREZL heeft een vijfledig doel: 1. behoud van de leefbaarheid en versterking van de economische hoofdstructuur wat betreft winkels, kantoren en bedrijventerreinen; 2. verdunnen van de bestaande vastgoedvoorraad tot een gezonde marktspanning; 3. stap voor stap terugdringen van ongewenste bestemmingsplanvoorraad buiten de hoofdstructuur; 4.
faciliteren van kwalitatieve toevoegingen die passen binnen de uitgangspunten; 5. door herbestemming bijdragen aan verbetering van het gebruik van een bestaande locatie. Deze doelstelling betekent in de praktijk dat gemeenten hebben moeten kiezen voor de sterkste locaties voor winkels, kantoren en bedrijventerreinen en dat niet alle bestaande capaciteit in combinatie met de beoogde plannen kan blijven bestaan. Vergroten van de marktspanning in de ruimtelijke economie is nodig om zo te komen tot gezonde vraag/aanbod-verhoudingen. De in de SVREZL aangewezen toekomstbestendige locaties vormen samen de ruimtelijk-economische hoofdstructuur. Deze bestaat uit concentratie- en balansgebieden, die zijn aangegeven op de kaarten voor detailhandel- en kantoorgebieden. De concentratiegebieden zijn de dragers van de hoofdstructuur. In deze gebieden kan kwalitatieve verbetering plaatsvinden, eventueel gecombineerd met een kwantitatieve uitbreiding. Voor balansgebieden is 'kwalitatieve versterking' de strategie. Hierbij valt te denken aan versterking dan wel uitbreiding van het aanbod zonder een uitbreiding van het aantal m². Ook de bedrijventerreinen zijn op kaart aangegeven; omdat de hier nauwelijks overaanbod is, zijn de bestaande bedrijventerreinen op kaart aangegeven zonder verschil in concentratie- of balansgebieden.
Voor alle thema's geldt, dat al het overige gebied (dat niet op kaart staat) valt buiten de hoofdstructuur en transitiegebied wordt genoemd. Transitiegebied houdt in, dat de winkel-, kantoor- en/of bedrijvenbestemming in zo'n gebied op termijn mogelijk kan worden onttrokken. Er wordt per subregio, in dit geval dus op de schaal van Parkstad Limburg, een uitwerking gemaakt van prioritering van locaties. Het kan
bestemmingsplan Heerlerheide Noord
22
hierbij gaan om actieve én passieve sturing.
2.3.8 Structuurvisiebesluit retail Op 31 oktober 2011 heeft het Parkstadbestuur een structuurvisiebesluit genomen, dat ingaat op het thema retail. Zoals geschetst in het regionale retailbeleid is het, mede uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gezien de voorziene ontwikkelingen van het aantal huishoudens in Parkstad Limburg en de daarmee samenhangende afname van het bestedingspotentieel, niet gewenst om de regionale retailvoorraad nu verder te laten toenemen om het (toekomstige) overschot aan winkelvloeroppervlak niet nog verder te laten toenemen. Echter, ondanks het teruglopen van het omzetpotentieel dient er wel ruimte geboden te worden aan uitbreiding van winkelaanbod op bepaalde locaties. Door deze structuurbepalende gebieden als uitgangspunt te nemen, wordt uitval aan de onderkant van de markt in werking gezet en ontstaat er zodoende schaarste die noodzakelijk is om wenselijke ontwikkelingen ook op wenselijke locaties te laten plaatsvinden. Geen verdere toename van de omvang van de regionale retailvoorraad betekent dat het wenselijk is dat nog beschikbare geldende plancapaciteiten die leiden tot een toename van de regionale retailvoorraad niet per definitie moeten worden gerealiseerd en dat in voorbereiding zijnde uitbreidingen van de regionale retailvoorraad niet altijd worden omgezet in daadwerkelijke additionele plancapaciteit.
Beleidsbesluit In haar regionaal retailbeleid, gepubliceerd als eigen beleid door de Parkstadgemeenten, geeft de Stadsregio aan wat de opgave in de regionale winkelvoorraad is (regionale kaders). Uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening dient de winkelvoorraad binnen de gemeenten in Parkstad Limburg zich te bewegen binnen deze gestelde kaders. Geldende bestemmingen detailhandel, waarvan op 1 januari 2013 nog geen gebruik is gemaakt, zullen daartoe bij actualisatie van het bestemmingsplan worden herzien tenzij de locatie is opgenomen / past binnen de regionale afsprakenkaders (o.a. beslisboom SVREZL). In het plangebied van bestemmingsplan Heerlerheide Noord is géén sprake van een locatie met een detailhandelsconcentratie met een groot verzorgingsgebied. Er komt uitsluitend verspreid aanbod voor. In lijn met het regionaal retailbeleid wordt in bestemmingsplan Heerlerheide Noord de mogelijkheid van vestiging van detailhandel uitgesloten in panden waar ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan géén detailhandel was gevestigd.