CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Heerlerheide Noord_Regels.pdf

Raadsvergadering . (video) 31 maart 2021, gemeente HeerlenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Heerlerheide Noord"23.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De werken of werkzaamheden genoemd in 11.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 11.1 omschreven doeleinden niet onevenredig worden aangetast; b. de effecten op de natuurwaarden getoetst zijn door de provincie Limburg. 11.5.3

Uitzonderingen op het verbod

Het in 11.5.2 bepaalde is niet van toepassing op: a. werkzaamheden die behoren tot de normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik; d. werken of werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning of vrijstelling mogen worden uitgevoerd; e. het periodiek kappen van griendhout en ander hout, voorzover het betreft de normale uitoefening van het ten tijde van het van kracht worden van het plan bestaande bodemgebruik; f. werken of werkzaamheden die gericht zijn op het behoud of de versterking van de bestemming.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

31

Artikel 12

Recreatie

12.1

Bestemmingsomschrijving

12.1.1

Doeleinden

De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dagrecreatie; en daarnaast geldt dat: b. ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein' een kampeerterrein is toegestaan; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 3' horeca categorie 3' of lager is toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening' dienstverlening op de begane grond is toegestaan. 12.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. verhardingen; d. groenvoorzieningen; e. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. speel- en ligweiden en trapvelden; g. speelvoorzieningen; h. water; i. bruggen en overige kunstwerken; j. uitritten en verhardingen; k. wandel-, fiets- en ruiterpaden; l. ontsluitingswegen; m. overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen. 12.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 12.2.1

Gebouwen

Voor gebouwen gelden de volgende eisen: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaanter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; c. de goothoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'; d. het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 100% van het bouwvlak, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' een ander percentage is aangegeven. 12.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende eis: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter, uitgezonderd erfafscheidngen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter bedraagt en antennes, windmolens en lichtmasten waarvan de bouwhoogte maximaal 12,00 meter bedraagt; b. voor wat betreft de te bebouwen oppervlakte dient het bepaalde aangaande maximaal te bebouwen gronden in artikel 12.2.1 onder d in acht te worden genomen.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

32

12.3 Nadere eisen Ht bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de milieusituatie; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 12.4 12.4.1

Specifieke gebruiksregels Verboden gebruik

Onder het verboden gebruik en verboden laten gebruiken van gronden en bouwwerken, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wabo, wordt tenminste verstaan: a. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor permanente bewoning; b. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor prostitutie.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

33

Artikel 13

Sport

13.1

Bestemmingsomschrijving

13.1.1

Doeleinden

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportactiviteiten met uitzondering van gemotoriseerde sporten en sporten met dieren; b. sportvoorzieningen. 13.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. gebouwen, waaronder kantines en kleedruimten; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. verhardingen; d. groenvoorzieningen; e. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen. 13.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 13.2.1

Gebouwen

Voor gebouwen gelden de volgende eisen: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; c. de goothoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'; d. het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 100% van het bouwvlak, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' een ander percentage is aangegeven. 13.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter, uitgezonderd erfafscheidngen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter bedraagt en antennes, windmolens, ballenvangers en lichtmasten waarvan de bouwhoogte maximaal 20,00 meter bedraagt; b. voor wat betreft de te bebouwen oppervlakte dient het bepaalde aangaande de maximaal te bebouwen gronden in artikel 13.2.1 onder d in acht te worden genomen. 13.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de milieusituatie; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

34

Artikel 14

Tuin

14.1

Bestemmingsomschrijving

14.1.1

Doeleinden

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. erkers. 14.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. gebouwen, uitsluitend in de vorm van erkers; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. verhardingen; d. groenvoorzieningen; e. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen. 14.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 14.2.1

Gebouwen

Uitsluitend erkers zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. situering, binnen het bestemmingsvlak, waarbij: 1. de afstand van een erker tot de naar de weg gekeerde perceelgrens minimaal 2,00 meter moet bedragen; 2. de diepte van een erker niet meer dan 1,5 m mag bedragen, en 3. de breedte van een erker niet meer mag bedragen dan 50% van de breedte van de gevel van de woning waaraan de erker gebouwd wordt; b. bouwhoogte, de bouwhoogte van een erker mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning waaraan de erker gebouwd wordt. 14.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. de bouwhoogte van erfscheidingen bedraagt voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,00 meter; c. carports of overkappingen zijn niet toegestaan. 14.3 Specifieke gebruiksregels Parkeren binnen deze bestemming is, voor zover er niet geparkeerd wordt voor een garage of een carport, niet toegestaan.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

35

Artikel 15

Tuin - Witte woningen

15.1

Bestemmingsomschrijving

15.1.1

Doeleinden

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. 15.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. verhardingen; c. groenvoorzieningen; d. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen. 15.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende bepalingen. 15.2.1

Voorgevellijn

In afwijking van het bepaalde in artikel 1.109 wordt binnen deze bestemming als voorgevellijn verstaan: de lijn gelegen langs de voorgevel van de begane grond etage en het verlengde daarvan. 15.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. de bouwhoogte van erfscheidingen bedraagt voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,00 meter; c. carports of overkappingen zijn niet toegestaan. 15.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om – ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit – nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en uitvoering c.q. vormgeving van de in 15.2.2 bedoelde erfafscheidingen.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

36

Artikel 16

Verkeer - Verblijfsgebied

16.1

Bestemmingsomschrijving

16.1.1

Doeleinden

De voor ' Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen met hoofdzakelijk een functie voor verblijf, alsmede ter ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden. 16.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. gebouwen, waaronder tunnels; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. verhardingen; f. groenvoorzieningen; g. speelplaatsen en speelvoorzieningen; h. in- en uitritten; i. kruisende wegen en water; j. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; k. overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen. 16.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende bepalingen. 16.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen: a. situering, binnen het bestemmingsvlak; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4,00 meter, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' een andere bouwhoogte is aangegeven. 16.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,00 meter en van schermen bedraagt maximaal 3,00 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 10,00 meter.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

37

Artikel 17

Verkeer - Wegverkeer

17.1

Bestemmingsomschrijving

17.1.1

Doeleinden

De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen met hoofdzakelijk een functie voor het doorgaand verkeer. 17.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. gebouwen waaronder tunnels; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. verhardingen; f. groenvoorzieningen; g. speelplaatsen en speelvoorzieningen; h. in- en uitritten; i. kruisende wegen en water; j. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; k. overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen. 17.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 17.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen: a. situering, binnen het bestemmingsvlak; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4,00 meter, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' een andere bouwhoogte is aangegeven. 17.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,0 meter en van schermen bedraagt maximaal 3,00 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 10,00 meter.

17.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de milieusituatie; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

38

Artikel 18

Water

18.1

Bestemmingsomschrijving

18.1.1

Doeleinden

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterhuishoudkundige doeleinden. 18.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. gebouwen, waaronder bergbezinkbassins; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. taluds; d. verhardingen; e. groenvoorzieningen; f. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen. 18.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 18.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; c. de goothoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'. 18.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende eis: de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter, uitgezonderd erfafscheidngen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter0 bedraagt en antennes, windmolens en lichtmasten waarvan de bouwhoogte maximaal 12,00 meter bedraagt.

18.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de milieusituatie; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

39

Artikel 19

Wonen

19.1

Bestemmingsomschrijving

19.1.1

Doeleinden

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; en b. tuin. en daarnaast geldt dat: c. ter plaatse van de aanduiding 'garagebox', uitsluitend garageboxen zijn toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'' op de begane grond een kantoor is toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' op de begane grond detailhandel is toegestaan; f. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening' op de begane grond dienstverlening is toegestaan; g. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' op de begane grond maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan; h. ter plaatse van de aanduiding 'autoverkoop/herstelbedrijf' een autoverkoop/herstelbedrijf is toegestaan; i. ter plaatse van de aanduiding 'horeca categorie 1' op de begane grond horeca categorie 1 is toegestaan; j. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2' op de begane grond horeca categorie 2 en lager is toegestaan; k. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 3' op de begane grond horeca categorie 3 en lager is toegestaan; l. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' met inachtneming van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, bedrijven van categorie 2 of lager zijn toegestaan; m. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', bijgebouwen zijn toegestaan. 19.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. woningen; b. aanbouwen, erkers en bijgebouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. verhardingen; e. groenvoorzieningen; f. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen. 19.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 19.2.1 Bebouwingsoppervlakte a. Maximaal 60% van het bouwperceel mag worden bebouwd, mits de volgende oppervlaktes niet worden overschreden: Oppervlakte bouwperceel Maximaal bebouwbare oppervlakte kleiner dan 750 m2

200 m2

750 m2 tot en met 1.000 m2

250 m2

groter dan 1.000 m2 300 m2 b. In afwijking van het bepaalde onder a. bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' het bebouwingspercentage maximaal het aangeduide percentage. c. In afwijking van het bepaalde onder a, mag ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

40

maximaal 100% van het bouwperceel worden bebouwd, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage bouwperceel' een ander percentage is opgenomen. 19.2.2

Woningen

Voor het bouwen van woningen gelden de volgende eisen: a. woningen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" worden gebouwd, waarbij de voorgevel van de woning in de voorgevelrooilijn geplaatst dient te worden; b. per bouwvlak mogen niet meer woningen worden opgericht dan het aantal legale woningen dat bestaat, of op grond van een onherroepelijke omgevingsvergunning kan worden gerealiseerd, op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, tenzij blijkens de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' een afwijkend aantal is weergegeven; c. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' mogen binnen het bouwvlak uitsluitend aaneengebouwde, grondgebonden rijwoningen worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen binnen het bouwvlak uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd; e. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' mogen binnen het bouwvlak uitsluitend halfvrijstaande grondgebonden woningen worden gebouwd; f. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mag binnen het bouwvlak uitsluitend één vrijstaande grondgebonden woning worden gebouwd; g. ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' mag binnen het bouwvlak uitsluitend één woonwagen worden gebouwd; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio' mogen binnen het bouwvlak uitsluitend patiowoningen worden gebouwd; i.

goot- en bouwhoogte, 7,00 meter respectievelijk 12,00 meter tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' een andere hoogte is aangegeven; j. het maximale bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt 100%, met inachtneming van het bepaalde in 19.2.1; k. ter plaatse van de aanduiding 'maximum dakhelling (graden), minimum dakhelling (graden)' dient de woning te worden afgedekt met een kap waarvan de dakhelling niet meer dan wel niet minder bedraagt dan de bepaalde maximale en minimale hellingshoek; l. ter plaatse van de aanduiding 'nokrichting' dient de noklijn loodrecht op de wegas geprojecteerd te worden.

19.2.3

Aanbouwen

Voor het bouwen van aanbouwen gelden de volgende eisen: a. aanbouwen moeten tenminste 3,00 meter achter de voorgevellijn zijn gesitueerd; b. goothoogte bedraagt maximaal 4,00 meter; c. bouwhoogte bedraagt maximaal de goothoogte van het hoofdgebouw; d. voor de oppervlakte dient het bepaalde in 19.2.1 in acht te worden genomen. 19.2.4

Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende eisen: a. bijgebouwen moeten tenminste 3,00 meter achter de voorgevellijn zijn gesitueerd; b. de goothoogte bedraagt maximaal 4,00 meter, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'een andere hoogte is aangegeven; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,00 meter, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' een andere hoogte is aangegeven; indien in of binnen een afstand van 2,00 meter van de perceelsgrens wordt gebouwd, dan bedraagt de bouwhoogte maximaal 4,00 meter; d. voor de oppervlakte dient het bepaalde in 19.2.1 in acht te worden genomen. 19.2.5 Garageboxen a. ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' mogen garageboxen worden gebouwd; b. de bouwhoogte, bedraagt maximaal 3,50 meter tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' een andere hoogte is aangegeven; c. het maximale bebouwingspercentage van het aanduidingsvlak bedraagt 100%, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' een ander percentage is aangegeven.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

41

19.2.6

Erkers

Voor het bouwen van erkers geldende volgende eisen: a. situering, binnen het bestemmingsvlak, waarbij: 1. de afstand van een erker tot de naar de weg gekeerde perceelgrens minimaal 2,00 meter moet bedragen; 2. de diepte van een erker niet meer dan 1,5 m mag bedragen, en 3. de breedte van een erker niet meer mag bedragen dan 50% van de breedte van de gevel van de woning waaraan de erker gebouwd wordt; b. bouwhoogte, de bouwhoogte van een erker mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning waaraan de erker gebouwd wordt. 19.2.7

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. de bouwhoogte van erfscheidingen bedraagt voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter; b. ten aanzien van overkappingen gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping bedraagt maximaal 3,50 meter; 2. de overkapping dient op een afstand van ten minste 1,00 meter achter de voorgevellijn te worden gebouwd; 3. voor de oppervlakte dient het bepaalde in 19.2.1 in acht te worden genomen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,00 meter. 19.3 19.3.1

Afwijken van de bouwregels Afwijkingsbevoegdheden

Burgemeester en wethouders kunnen via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 19.2 ten behoeve van: a. de uitbreiding van een woning over twee bouwlagen; b. de sloop en daaropvolgende nieuwbouw van een woning binnen hetzelfde bouwperceel. 19.3.2

Voorwaarden uitbreiding woning over twee lagen

Een omgevingsvergunning , zoals bedoeld in 19.3.1, onder a. kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 12,00 meter; b. de goothoogte bedraagt maximaal 7,00 meter; c. de bouwdiepte van het totale hoofdgebouw bedraagt maximaal: 1. 10,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'; 2. 12,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 3. 15,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; d. de afstand tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en de achterste perceelsgrens bedraagt minimaal 5,00 meter; e. de afstand tussen het hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens bedraagt: 1. aan één zijde minimaal 3,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 2. minimaal 3,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; f. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie, en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 19.3.3

Voorwaarden sloop en nieuwbouw binnen hetzelfde bouwperceel

Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 19.3.1, onder b. kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 12,00 meter; b. de goothoogte bedraagt maximaal 7,00 meter; c. de bouwdiepte van het totale hoofdgebouw bedraagt maximaal: 1. 10,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'; 2. 12,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen';

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

42

3. 15,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; d. de afstand tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en de achterste perceelsgrens bedraagt minimaal 5,00 meter; e. de afstand tussen het hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens bedraagt: 1. aan één zijde minimaal 3,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 2. minimaal 3,00 meter ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; f. het hoofdgebouw wordt in de voorgevelrooilijn gebouwd of: 1. maximaal 2,00 meter achter de voorgevelrooilijn ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'; 2. maximaal 5,00 meter achter de voorgevelrooilijn ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 3. maximaal 5,00 meter achter de voorgevelrooilijn ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; g. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie, en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 19.4 19.4.1

Specifieke gebruiksregels Aan huis gebonden beroep

Ten aanzien van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep gelden de volgende bepalingen: a. de uitoefening van een aan huis gebonden beroep is toegestaan in de woning en de bijbehorende bouwwerken, met uitzondering van overkappingen; b. degene die de activiteiten uitvoert, tevens de bewoner van de woning te zijn; c. de woonfunctie van het betreffende perceel blijft in overwegende mate behouden. 19.4.2

Gebruik bijgebouw

Een bijgebouw wordt niet gebruikt als woonruimte. 19.4.3

Parkeren

Parkeren voor de voorgevel is, voor zover er niet geparkeerd wordt voor een garage of carport, niet toegestaan.

19.5 19.5.1

Afwijken van de gebruiksregels Consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten

Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 19.1 ten behoeve van het gebruik van de woning en de bijbehorende aan en bijgebouwen voor de uitoefening van consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. de dienstverlenende bedrijfsactiviteit het bedrijfsmatig verlenen van diensten betreft; b. de ambachtelijke bedrijfsactiviteit het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen alsook het - als ondergeschikte activiteit - verkopen en/of leveren van goederen die verband houden met het ambacht betreft; c. de woonfunctie van het betreffende pand in overwegende mate behouden blijft, hetgeen ondermeer inhoudt dat in totaal maximaal 30% van de grondvloeroppervlakte, maar nooit meer dan 80 m² mag worden gebruikt; d. het een eenmanszaak - zonder personeel en zonder stagiares- betreft; e. het geen detailhandelsactiviteiten betreft, tenzij deze van ondergeschikte aard zijn; f. er geen onevenredige hinder wordt toegebracht aan het woon- en leefmilieu; g. het geen bedrijfsactiviteit betreft die onder de categorieën B of C van het Activiteitenbesluit valt, tenzij er geen overlast voor de omgeving op zal treden; h.

de bedrijfsactiviteit geen onevenredige hinder voor wat betreft de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden geeft; i. de bedrijfsactiviteit niet zodanig verkeersaantrekkend is, dat er verkeersoverlast ontstaat, of dat verkeersmaatregelen, zoals het creëren van extra parkeervoorzieningen,

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

43

j. k.

noodzakelijk worden; aan of bij de woning geen grote bedrijfs- of reclameborden (groter dan 0,5 m) worden bevestigd of geplaatst; degene die de bedrijfsactiviteit verricht bewoner van de woning in kwestie is.

19.5.2

Parkeren voor de voorgevel

Burgemeester en wethouders kunnen via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 19.4.3 ten behoeve van parkeren voor de voorgevel, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het parkeren leidt niet tot stedenbouwkundige bezwaren; b. het parkeren leidt niet tot verkeerskundige bezwaren; c. het parkeren kan niet anders worden gerealiseerd. 19.6

Wijzigingsbevoegdheid

19.6.1 Verwijderen onbenutte woningbouwtitels a. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' kunnen door burgemeester en wethouders de aanduidingen 'bouwvlak', 'twee-aaneen', 'vrijstaand' en de direct daarmee samenhangende functieaanduidingen worden verwijderd, met dien verstande dat: 1. een termijn van vijf jaar is verstreken na het moment dat dit plan onherroepelijk is geworden; 2. gedurende die periode op de afzonderlijke bouwpercelen geen woning is of woningen zijn gerealiseerd of is gestart met de realisatie van woningen; 3. indien een omgevingsvergunning of omgevingsvergunningen voor het bouwen van de woning of woningen is c.q. zijn verleend, deze is c.q. zijn ingetrokken.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

44

Artikel 20

Wonen - Witte woningen

20.1

Bestemmingsomschrijving

20.1.1

Doeleinden

De voor 'Wonen – Witte woningen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van aaneengebouwde woningen; b. tuinen. en daarnaast geldt dat: c. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening'' op de begane grond dienstverlening is toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding- aanbouwen uitgesloten' géén aanbouwen zijn toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen-dakterras' een dakterras is toegestaan, een scherm voor privacy (tussen twee dakterrassen in en direct aansluitend aan de achtergevel) en een balustrade. 20.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. woningen; b. aanbouwen en bijgebouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. verhardingen; e. groenvoorzieningen; f. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen. 20.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende regels. 20.2.1

Voorgevellijn

In afwijking van het bepaalde in artikel 1.109 wordt binnen deze bestemming als voorgevellijn verstaan: de lijn gelegen langs de voorgevel van de begane grond etage en het verlengde daarvan. 20.2.2

Bebouwingsoppervlakte

Maximaal 60% van het bouwperceel mag worden bebouwd met een maximum van 200 m2. 20.2.3

Woningen

Met inachtneming van het bepaalde in 20.2.2 gelden voor het bouwen van woningen de volgende eisen: a. woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'overbouwing' uitsluitend, en vanaf de eerste verdieping, een overbouwing in twee bouwlagen is toegestaan; b. binnen het bouwvlak kunnen uitsluitend grondgebonden rijwoningen worden gebouwd; c. de goot- en bouwhoogte bedraagt maximaal 8,50 meter, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' een andere hoogte is aangegeven; d. het maximale bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt 100%, met inachtneming van het bepaalde in 20.2.2;

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

45

20.2.4

Aanbouwen

Voor het bouwen van aanbouwen gelden de volgende eisen: a. aanbouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bestemmingsvlak, mits tenminste 1,00 meter achter de voorgevellijn wordt gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aanbouwen uitgesloten' aanbouwen zijn uitgesloten; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,50 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de balustrade de bouwhoogte maximaal 4,50 meter bedraagt en ter plaatse van het scherm voor privacy de bouwhoogte maximaal 5,30 meter bedraagt; c. de bouwhoogte van de balustrade bedraagt maximaal 1,00 meter gemeten vanaf de bovenzijde van het afgewerkte dakterras; d. het scherm voor privacy is maximaal 2 meter lang en maximaal 1,80 meter hoog, gemeten vanaf de bovenzijde van het afgewerkte dakterras; e. een en ander met inachtneming van het bepaalde in 20.2.2. 20.2.5

Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende eisen: a. bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bestemmingsvlak, mits ten minste 3,00 meter achter de voorgevellijn; b. de goothoogte bedraagt maximaal 4,00 meter; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,00 meter uitgezonderd indien in of binnen een afstand van 2,00 meter van de perceelsgrens wordt gebouwd, dan bedraagt de bouwhoogte maximaal 4,00 meter; d. een en ander met inachtneming van het bepaalde in 20.2.2. 20.2.6

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn uitsluitend toegestaan binnen het bestemmingsvlak, en achter de voorgevellijn; b. de bouwhoogte van erfscheidingen bedraagt voor de voorgevellijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00 meter; c. de bouwhoogte van de balustrade van het dakterras bedraagt max. 1,00 meter gemeten vanaf de bovenzijde van het afgewerkte dakterras; d. ten aanzien van overkappingen gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping bedraagt maximaal 3,50 meter; 2. de overkapping dient op een afstand van ten minste 1,00 meter achter de voorgevellijn te worden gebouwd; 3. de bebouwde oppervlakte aan overkappingen bedraagt niet meer dan het bepaalde in 20.2.2; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,00 meter. 20.3 20.3.1

Afwijken van de bouwregels Afwijkingsbevoegdheden

Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder Aanbouwen ten behoeve van het oprichten van aanbouwen ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone – afwijkingsgebied'. 20.3.2

Voorwaarden aanbouwen

Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 20.3.1 kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. het maximum bebouwd oppervlak bedraagt niet meer dan 20 m2; b. de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3,00 meter; c. geen dakterras wordt gerealiseerd.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

46

20.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om - ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit - nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en uitvoering c.q. vormgeving van de in 20.2.6 bedoelde erfafscheidingen.

20.5 20.5.1

Specifieke gebruiksregels Aan huis gebonden beroep

Ten aanzien van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep gelden de volgende bepalingen: a. de uitoefening van een aan huis gebonden beroep is toegestaan in de woning en de bijbehorende bouwwerken, met uitzondering van overkappingen; b. de woonfunctie van het betreffende perceel blijft in overwegende mate behouden. 20.5.2

Gebruik bijgebouw

Een bijgebouw wordt niet gebruikt als zelfstandige of niet-zelfstandige woonruimte.

20.6 20.6.1

Afwijken van de gebruiksregels Consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten

Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 20.1 ten behoeve van het gebruik van de woning en de bijbehorende aan en bijgebouwen voor de uitoefening van consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. de dienstverlenende bedrijfsactiviteit het bedrijfsmatig verlenen van diensten betreft; b. de ambachtelijke bedrijfsactiviteit het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen alsook het - als ondergeschikte activiteit - verkopen en/of leveren van goederen die verband houden met het ambacht betreft; c. de woonfunctie van het betreffende pand in overwegende mate behouden blijft, hetgeen onder meer inhoudt dat in totaal maximaal 30% van de grondvloeroppervlakte, maar nooit meer dan 80 m2 mag worden gebruikt; d. het een eenmanszaak - zonder personeel en zonder stagiares- betreft; e. het geen detailhandelsactiviteiten betreft, tenzij deze van ondergeschikte aard zijn; f. er geen onevenredige hinder wordt toegebracht aan het woon- en leefmilieu; g. het geen bedrijfsactiviteit betreft die onder de categorieën B of C van het Activiteitenbesluit valt, tenzij er geen overlast voor de omgeving op zal treden; h.

de bedrijfsactiviteit geen onevenredige hinder voor wat betreft de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden geeft; i. de bedrijfsactiviteit niet zodanig verkeersaantrekkend is, dat er verkeersoverlast ontstaat, of dat verkeersmaatregelen, zoals het creëren van extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk worden; j. aan of bij de woning geen grote bedrijfs- of reclameborden (groter dan 0,50 meter) worden bevestigd of geplaatst; k. degene die de bedrijfsactiviteit verricht bewoner van de woning in kwestie is.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

47

Artikel 21

Leiding - Gas

21.1

Bestemmingsomschrijving

21.1.1

Doeleinden

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken, en b. het beheer en onderhoud van de leiding. 21.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. overige bijbehorende voorzieningen. 21.2 Voorrangsbepaling De regels van de dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt.

21.3

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van deze bestemming. In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de artikel 21.1.1. bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 21.3.1

Gebouwen

Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. 21.3.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende eis: de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.

21.4 Coördinatie met andere bestemmingen Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag worden gebouwd, indien: a. dit in overeenstemming is met de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels; b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; c. geen blijvende afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en deveiligheidssituatie rond de betreffende leiding, en d. vooraf schriftelijk advies van de beheerder van de leiding is ingewonnen. 21.5 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 21.3 voor het bouwen overeenkomstig andere voorkomende bestemmingen, mits positief advies is verkregen van de beheerder van de leiding, de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden gerealiseerd.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

48

21.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.6.1

Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; b. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen; c. het aanbrengen of vellen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting en/of bomen; d. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur; e. het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; f. het aanleggen van wegen, paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; g. het ophogen, egaliseren, bodemverlagen, afgraven of anderszins wijzigen van het maaiveld en/of de weghoogte. 21.6.2

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden bedoeld in lid 21.6.1 zijn slechts toelaatbaar: a. indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de in lid 21.1 omschreven doeleinden niet worden aangetast, én b. indien positief advies van de beheerder van de leiding is verkregen. 21.6.3

Uitzonderingen op het verbod

Het in lid 21.6.1 genoemde verbod geldt niet voor: a. werkzaamheden die behoren tot de normale onderhoudswerkzaamheden; b. werkzaamheden ten behoeve van de ter plaatse aanwezige leiding; c. werken of werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning of ontheffing mogen worden uitgevoerd; d. werken of werkzaamheden die gericht zijn op het behoud of de versterking van de bestemming.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

49

Artikel 22

Leiding - Hoogspanningsverbinding

22.1

Bestemmingsomschrijving

22.1.1

Doeleinden

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een hoogspanningsverbinding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding – hoogspanningsverbinding', en b. het beheer en onderhoud van de leiding. 22.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. overige bijbehorende voorzieningen. 22.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en de andere voor deze gronden geldende bestemmingen met inachtneming van de volgende regels. 22.2.1

Gebouwen

Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. 22.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. de bouwhoogte van een hoogspanningsverbinding bedraagt maximaal 80,00 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,00 meter met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 2,00 meter bedraagt. 22.2.3

Coördinatie met andere bestemmingen

Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag worden gebouwd, indien: a. dit in overeenstemming is met de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels, en b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; c. vooraf positief advies van de beheerder is ingewonnen. 22.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 22.2.3 voor het bouwen overeenkomstig andere bestemmingen, mits positief advies is verkregen van de beheerder van de leiding.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

50

22.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.4.1

Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoog opgroeiende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 22.4.2

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden bedoeld in lid 22.4.1 zijn slechts toelaatbaar: a. indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de in lid 22.1 omschreven doeleinden niet onevenredig worden aangetast, én b. indien positief advies van de beheerder van de leiding is verkregen. 22.4.3

Uitzonderingen op het verbod

Het in lid 22.4.1 genoemde verbod geldt niet voor: a. werkzaamheden die behoren tot de normale onderhoudswerkzaamheden; b. werkzaamheden ten behoeve van de ter plaatse aanwezige leiding; c. werken of werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning of ontheffing mogen worden uitgevoerd; d. werken of werkzaamheden die gericht zijn op het behoud of de versterking van de bestemming.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

51

Artikel 23

Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)

23.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

23.2 23.2.1

Bouwregels Bouwverbod

Op de voor 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 23.2.2

Uitzonderingen op verbod

Het verbod als bedoeld in artikel 23.2.1 is niet van toepassing indien: a. het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de archeologische waarde vast te kunnen stellen; b. het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; c. de grootte van de bodemingreep niet meer dan 100 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt. 23.3 23.3.1

Afwijken van de bouwregels Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 23.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen. 23.3.2

Voorwaarden grotere bodemingrepen

Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 23.3.1, kan slechts worden verleend indien: a. de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; c. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; d. door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld. 23.3.3

Voorschriften aan omgevingsvergunning

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 23.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

52

23.3.4

Toevalsvondsten

Indien het bepaalde in artikel 23.3.3, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.4.1

Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil; c. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 23.4.2

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 23.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; c. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; d. door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld. 23.4.3

Uitzonderingen op verbod

Het verbod als bedoeld in artikel 23.4.1 is niet van toepassing indien: a. de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- / booronderzoek); b. de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend; c. de grootte van de bodemingreep niet meer dan 100 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt; d. de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen. 23.4.4

Voorschriften aan omgevingsvergunning

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 23.4.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 23.4.5

Toevalsvondsten

Indien het bepaalde in artikel 23.4.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

53

23.5 23.5.1

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken te slopen. 23.5.2

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 23.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; c. schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; d. door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld. 23.5.3

Uitzonderingen op verbod

Het verbod als bedoeld in artikel 23.5.1 is niet van toepassing indien: a. de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen; b. de grootte van de bodemingreep niet meer dan 100 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt. 23.5.4

Voorschriften aan omgevingsvergunning

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 23.5.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 23.5.5

Toevalsvondsten

Indien het bepaalde in artikel 23.5.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de sloopwerkzaamheden.

23.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a. de bestemming 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. b. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 1, 2, 3, 4 of 5' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

54

Artikel 24

Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)

24.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

24.2 24.2.1

Bouwregels Bouwverbod

Op de voor 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 24.2.2

Uitzonderingen op verbod

Het verbod als bedoeld in artikel 24.2.1 is niet van toepassing indien: a. het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de archeologische waarde vast te kunnen stellen; b. het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; c. de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt. 24.3 24.3.1

Afwijken van de bouwregels Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 24.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen. 24.3.2

Voorwaarden grotere bodemingrepen

Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 24.3.1, kan slechts worden verleend indien: a. de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; c. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; d. door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld. 24.3.3

Voorschriften aan omgevingsvergunning

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

55

24.3.4

Toevalsvondsten

Indien het bepaalde in artikel 24.3.3, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.4.1

Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil; c. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 24.4.2

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 24.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; c. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; d. door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld. 24.4.3

Uitzonderingen op verbod

Het verbod als bedoeld in artikel 24.4.1 is niet van toepassing indien: a. de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- / booronderzoek); b. de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend; c. de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt; d. de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen. 24.4.4

Voorschriften aan omgevingsvergunning

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24.4.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 24.4.5

Toevalsvondsten

Indien het bepaalde in artikel 24.4.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

bestemmingsplan Heerlerheide Noord

56

24.5 24.5.1

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken te slopen. 24.5.2

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 24.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; c. schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; d. door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld. 24.5.3

Uitzonderingen op verbod

Het verbod als bedoeld in artikel 24.5.1 is niet van toepassing indien: a. de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen; b. de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt. 24.5.4

Voorschriften aan omgevingsvergunning

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24.5.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 24.5.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=2827ef9e-21dc-4b66-a8e0-e049f667e32a