Bijlage bij RIB 2e Halfjaarrapportage JENS 2020.pdf
Tekst van het document
2e halfjaarrapportage 2020
Gemeenten: • Heerlen • Landgraaf • Voerendaal
1
Inhoudsopgave Inleiding .............................................................................................. 3 1.
Communicatie .............................................................................. 5
2.
De coöperatie JENS ...................................................................... 6
3.
Transformatie zorg & ondersteuning ........................................... 8
4.
KPI’s .......................................................................................... 23
5.
Prestatiegegevens Ambulante Jeugdhulp .................................. 32
6.
Risico’s ...................................................................................... 38
7.
Financiële gegevens ................................................................... 42
Bijlage 1: Kaart indeling gebieden ..................................................... 44 Bijlage 2: Formatie JENS ................................................................... 45 Bijlage 3: Overzicht zorgaanbieders .................................................. 46
2
Inleiding Hierbij bied ik u de tweede halfjaarrapportage JENS 2020 aan, die qua vorm sterk afwijkt van de eerste halfjaarrapportage. De belangrijkste wijziging is het samenbrengen van de informatie voor de gemeenten Heerlen, Landgraaf en Voerendaal in één bestand. Daarnaast is de rapportage compacter qua opzet. Een belangrijke drijfveer voor deze nieuwe opzet is het verlagen van de administratieve last voor de gemeenten en JENS, waardoor meer tijd en aandacht overblijft voor andere taken, zoals de transformatie van de zorg die JENS verleent. Het tweede halfjaar van 2020 werd, net als het eerste halfjaar, getekend door de COVID-19 pandemie die aan het eind van de zomervakantie opnieuw in alle hevigheid oplaaide. Wij hebben de lijn die wij in maart hebben ingezet, vastgehouden: de jeugd in de gemeenten Heerlen, Landgraaf en Voerendaal heeft onverminderd zorg ontvangen, aangepast aan de door de pandemie beperkte mogelijkheden. De zorg werd op creatieve wijze nog meer op kind en gezin toegeschreven en zo flexibel mogelijk ingericht. Onze aanpak oogstte veel waardering, die ruimhartig met ons werd gedeeld. Met genoegen kan ik dan ook stellen dat JENS op veel vlakken grote sprongen vooruit heeft gemaakt.
De zorg voor de jeugdigen in de gemeenten Heerlen, Landgraaf en Voerendaal wordt steeds beter georganiseerd, veel vernieuwingen zijn gerealiseerd en komen hen direct of indirect ten goede. De transformatie naar betere en efficiëntere zorg voor onze jeugd ging ondanks de pandemie gestaag door. Met genoegen zagen we dat enkele transformatieprojecten ‘going concern’ werden. Een generiek proces voor de borging van deze en vergelijkbare projecten werd in het laatste kwartaal van 2020 gestart en wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2021 afgerond. Als u dit leest, concludeert u misschien dat de transformatie bij JENS van een leien dakje liep. Niets is echter minder waar. De benodigde verandering van de mindset van medewerkers en omliggend veld bleek een intensieve en tijdrovende klus die voorlopig nog niet van ons netvlies mag verdwijnen. Bovendien werd eind 2020 helder dat het financiële aspect van JENS opnieuw aandacht behoeft. Een eerste gevolg hiervan was de stopzetting van de overgang van de Toegang van de gemeenten naar JENS; een overgang die een belangrijke pijler is voor de transformatie van JENS. Het financiële vraagstuk zal, zoals ook in 2020, in 2021 diepgaande aandacht krijgen. Het proces van in-, door- en uitstroom van onze cliënten verliep steeds beter en met steeds minder uitzonderingen. Het is een verbetering waar ik trots op ben.
Het proces werd nauwlettend gevolgd en in het derde en vierde kwartaal van 2020 opnieuw geaudit. En ook al werd het verbeterde verloop van deze processen bevestigd door de resultaten van de audits, uiteraard bleek er toch nog ruimte voor het formuleren van verbeterpunten. De auditcyclus zal in 2021 worden voortgezet. Eind juli is er een plan opgeleverd om er voor te zorgen dat, op basis van een uitgebreide inventarisatie, de benodigde expertises in de gebieden uitgebreid 3
dan wel op de juiste plek beschikbaar is, zowel op gebiedsniveau als op totaal niveau. In 2021 zal de stand van zaken van deze wenselijke ontwikkeling elk kwartaal gemonitord worden. Ook de kernteams, multidisciplinaire teams per buurt, vormen een reden tot tevredenheid: deze teams kregen in het derde kwartaal van 2020 steeds meer vorm en werden in het vierde kwartaal geborgd binnen JENS. De werking van de teams zal in 2021 regelmatig worden geëvalueerd door middel van interne audits. Qua externe communicatie scoorde JENS, naast de waardering voor de COVIDberichtgeving, met de Meet-up, een digitale bijeenkomst, die eind november werd georganiseerd. Daarnaast werden medewerkers van JENS opgeroepen bij te dragen aan het verbeteren van de communicatie vanuit JENS door successen te delen, met name de successen vanuit het oogpunt van de jeugdigen en hun gezinnen. Ook heeft JENS landelijk de aandacht getrokken als goed voorbeeld in het actieplan ‘Ontregel de zorg’. Ten aanzien van de sturing van de organisatie werd een grote stap gezet door de afronding van de analyse van het ICT landschap in het derde kwartaal van 2020. Vervolgens werd gekozen voor het Elektronisch Cliënten Dossier (ECD) van Adapcare, een ECD dat onder meer de gewenste informatie omtrent de afgesproken KPI’s kan opleveren. De implementatie werd in december 2020 gestart.
Bovendien werd de formalisering van de Planning & Control cyclus afgerond. In de loop van de tweede helft van 2020 werden alle rapportages uit de P&C cyclus geïmplementeerd. De focus werd vervolgens op het nadrukkelijker hanteren van de PDCA werkwijze gelegd; een continu proces dat succesvol in de organisatie werd ingebed. Er blijft echter nog genoeg te doen! Verbeteren en transformeren zijn processen die continu aandacht behoeven. JENS leert dagelijks bij en pakt verbeterpunten actief op om ze in te zetten ten voordele van de kinderen en hun gezinnen. JENS is voornemens in 2021 op de ingeslagen weg voort te gaan, dat wat goed gaat te borgen en daar waar verbetering mogelijk is, alles in te zetten om die verbetering te realiseren en vast te houden. Sven Balk, directeur JENS
4
1.
Communicatie
Corona Het jaar 2020 stond voor een belangrijk deel in het teken van de coronacrisis. Het was en is een onzekere tijd. Niet alleen voor cliënten, maar ook voor onze medewerkers en samenwerkingspartners. Daarom hebben we veel tijd en energie gestoken in de communicatie rondom corona. Na iedere persconferentie hebben we relevante informatie verzameld en in nieuwsbrieven op maat verwerkt. Vaak konden we de nieuwsbrieven binnen 1 dag naar onze medewerkers, cliënten, leveranciers en samenwerkingspartners versturen. De duidelijkheid en snelheid van de informatie heeft ertoe geleid dat een aantal samenwerkingspartners onze informatie overnamen voor hun eigen organisatie. Ook gaven gemeenten aan dat de samenwerking met JENS als partner voor jeugdhulp goed en prettig verlopen is. JENS op de kaart Ondanks corona zijn we er toch in geslaagd om JENS het afgelopen jaar duidelijker op de kaart te zetten. Helaas waren fysieke ontmoetingen niet mogelijk, maar via digitale Meet-ups voor zowel medewerkers als samenwerkingspartners konden enkele honderden deelnemers kennismaken met de transformatieprojecten van JENS. Daarnaast droegen ook de maandelijkse nieuwsbrief, onze aanwezigheid op social media en een aantal ervaringsverhalen bij aan het verstevigen van het beeld van JENS als organisatie die het ‘samen anders doet’.
Ook de gesprekken die directie en bestuur van JENS met de verschillende raadsfracties in Heerlen, Landgraaf en Voerendaal hadden, leverden hier een bijdrage aan. Vragen konden tijdens deze vaak open gesprekken beantwoord worden en het concept van JENS verduidelijkt. Vooruitblik In 2021 zetten we verder in op het verstevigen van het beeld van JENS als transformatieve organisatie. Opnieuw zullen we Meet-ups organiseren, waarbij we een mix van online en fysieke ontmoetingen willen inzetten, uiteraard afhankelijk van de ontwikkeling van de coronacrisis. Daarnaast willen we flink investeren in de informatievoorziening voor ouders, jeugd en partners door onze website opnieuw in te richten.
5
2.
De coöperatie JENS
2.1 ALV en leden De volgende organisaties maken deel uit van de coöperatie JENS: Xonar, Mondriaan, Koraal Groep, Radar, Alcander, Welsun en Meander Groep. De bestuurders of afgevaardigden van de bestuurders van deze organisaties vormen samen de Algemene Ledenvergadering (ALV) en kiezen uit hun midden een Dagelijks Bestuur dat de directeur aanstuurt. 2.2 Taakverdeling en organogram De taken binnen het managementteam zijn als volgt verdeeld: • De directeur is eindverantwoordelijk, stuurt het MT aan en beheert de portefeuilles inkoop, HR, I&A, beleid, huisvesting en communicatie. • De operationeel manager is verantwoordelijk voor het primaire en ondersteunende proces en stuurt 6 gebiedsmanagers, het instroomteam en de manager CA aan. De manager CA stuurt de backoffice van JENS aan maar maakt net als de gebiedsmanagers geen onderdeel uit van het MT. • De transformatiemanager is verantwoordelijk voor de transformatieprojecten en stuurt de projectleiders aan. • De businesscontroller is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering en de P&Ccyclus. Het organogram van JENS ziet er als volgt uit:
6
2.3 Onderaannemers en leveranciers Voor het realiseren van de hulp en ondersteuning aan jeugd in de gemeenten Heerlen, Landgraaf en Voerendaal maakt JENS, zoveel als mogelijk, gebruik van de expertise van de leden van de coöperatie. Om de gezamenlijke transformatieve opdracht vorm te kunnen geven, zijn, naast de leden, strategische onderaannemers gecontracteerd. Om een dekkend zorgaanbod te kunnen garanderen (zowel in de niche hulpvragen als om wachtlijsten te voorkomen) en om aan de eisen van de 4 % kleine aanbieders uit de Aanbestedingsleidraad te kunnen voldoen, zijn vervolgens nog leveranciers betrokken bij de opdracht. In uitzonderingsgevallen is het mogelijk om een incidenteel contract op cliëntniveau af te sluiten. Hieronder nader toegelicht: • •
•
•
Strategische onderaannemers: dit zijn preferente partners van JENS die, naast de leden, invulling geven aan de transformatieve opdracht van JENS. Kleine aanbieders (4 % aanbieders): dit zijn aanbieders die, op peildatum 1 januari minder dan 10 werknemers in dienst hebben. De ingezette zorgomvang dient 4% van de opdrachtsom te zijn; dit is een eis uit de Aanbestedingsleidraad. Overige leveranciers: dit zijn leveranciers die betrokken worden om een dekkend zorgaanbod te kunnen garanderen. Conform de transformatieve opdracht wordt doorlopend beoordeeld welke hulpvragen kunnen worden opgepakt in het gebied of in het voorliggend veld of kunnen worden ondergebracht bij leden. Incidentele leveranciers: In 2020 zijn 16 incidentele leveranciers betrokken. Incidentele leveranciers zijn niet-gecontracteerde aanbieders, die incidenteel op cliëntniveau worden gecontracteerd. Redenen om een aanbieder incidenteel te contracteren: o De jeugdige was reeds in zorg bij deze aanbieder en overdracht naar een gecontracteerde leverancier is niet wenselijk omwille van veiligheidsrisico’s of mogelijke terugval. o Jeugdige heeft woonplaatsbeginsel Heerlen, Landgraaf of Voerendaal, maar woont buiten de regio waar andere zorgaanbieders actief zijn. o Niche hulpvragen (erg specifieke zorg die niet gecontracteerd is). o Op specifieke vraag van de rechter, BJZ.
Een overzicht van alle onderaannemers en leveranciers is opgenomen in bijlage 3.
7
3.
Transformatie zorg & ondersteuning
De belangrijkste opgave van JENS is het bieden van passende basishulp aan jeugdigen en gezinnen in een getransformeerde vorm. Met de transformatie wil JENS bereiken dat risico’s, problemen en achterstanden in een zo vroeg mogelijk stadium opgespoord en aangepakt worden, met als uitgangspunt normaliseren in plaats van problematiseren. Daarom wordt hulp en ondersteuning bij voorkeur in de directe omgeving van de jeugdige geboden en zo licht- en zo kortdurend als mogelijk is. Als er intensievere en/of zwaardere hulp noodzakelijk is, dan wordt deze zo lang als nodig is verleend, waarbij de veiligheid van jeugdigen voorop staat. De wijze waarop JENS de transformatie vorm heeft gegeven wordt in het navolgende toegelicht. 3.1 Organisatie van zorg en ondersteuning Van specialistisch en op afstand naar generalistisch en in de buurt
Van oudsher vindt ondersteuning vooral plaats vanuit stedelijke of regionale locaties van de verschillende organisaties. JENS biedt hulp white label (alle expertise en aansturing gebundeld in één organisatie) aan en waar mogelijk in de directe leefomgeving van jeugdigen. Zo hebben we veel voorkomende specialistische hulp ondergebracht in de gebiedsteams in K2. In onderstaande figuur wordt deze verschuiving weer gegeven.
8
Kwadrant 1: Voorliggend veld
Dit zijn algemene en/of veel voorkomende activiteiten die in de buurt/wijk plaatsvinden en waar iedereen vrij gebruik van kan maken. De activiteiten zijn gericht op het normale opvoeden, opgroeien en ondersteunen door preventie, vroegsignalering en de aanpak van veel voorkomende problematiek. Daartoe heeft JENS bestaande ondersteuningsvormen versterkt of nieuwe vormen gerealiseerd, zoals trainingen en cursussen voor jeugdigen en ouders, ervaringsgroepen, jeugd- en jongerenclubs en coaches die verenigingen ondersteunen als er jeugdigen zijn die extra aandacht nodig hebben. In het voorliggend veld zijn eind 2020 werkzaam: Heerlen 9,8 fte jeugd- en jongerenwerkers Zij werken samen met 13,1 fte jeugdconsulenten van Heerlen STAND-BY!
Landgraaf 3,3 fte
Voerendaal 1,8 fte maatsch werk
Percentage kosten van de ondersteuning in K1 t.o.v. totale bedrag K1,K2,K3 Heerlen Landgraaf Voerendaal 6,8% 3,6 % 10,9%
Jeugd- en jongerenwerkers van JENS gaan in de drie gemeenten buurten af waar geen jongerenaccomodatie is. Met de bus brengt JENS een mobiele jongerenaccomodatie aan de voordeur. Een ontmoetingsplek voor kinderen, jongeren en ouders.
Kwadrant 2: Gebiedsteams
Sinds 2019 werken we vanuit een volledig nieuwe vorm van ondersteuning genaamd de gebiedsteams. In deze teams werken professionals van verschillende organisaties met specifieke expertises (GGZ, LVB en jeugd opvoedhulp) samen in één integraal team. De medewerkers in dit team werken intensief samen met hun collega’s in kwadrant 1 en met de scholen en kindvoorzieningen in het betreffende gebied. Het voordeel is dat professionals elkaar goed kennen en elkaar goed weten te vinden en er sprake is van een interdisciplinaire benadering. Kinderen, jongeren en gezinnen krijgen daardoor de ondersteuning die echt bij hen past, in hun eigen omgeving, door en met mensen in de buurt, die belangrijk zijn voor jongeren. Voor jeugdigen en ouders is het voordeel dat de ondersteuning veelal thuis plaats vindt of in een vertrouwde omgeving zoals bijvoorbeeld een school. Door de zorgtrajecten binnen de school op te pakken, wordt voorkomen dat de jeugdige aangewezen is op zorg bij een specialistische aanbieder. Zorg die veelal niet binnen zijn eigen omgeving wordt geboden en daardoor voor de jeugdige en het gezin extra belastend en beladen kan zijn. In 2019 is ongeveer 20% van de specialistische ondersteuning van kwadrant 3 naar 2 overgeheveld. In 2020 zijn we hiermee verder doorgegaan en ligt het percentage op 43%. Daarmee is een belangrijke bijdrage geleverd aan de 9
transformatie, omdat we er steeds beter in slagen om de aanvankelijk specialistische zorg te transformeren tot zorg, die geleverd kan worden in de gebiedsteams in directe nabijheid van kind en gezin. Het streven is om nog meer zorg binnen kwadrant 2 te laten plaatsvinden zodat steeds meer jeugdigen en hun gezin echt passende zorg krijgen binnen hun eigen omgeving. Dat vraagt steeds de alertheid om bij elke zorgvraag na te gaan wat is hier echt n en wat is nodig om de hulp binnen het gebied vorm te kunnen geven.
Verhaal uit de praktijk Onderstaand interview (oktober 2020) geeft een ervaring van ouders en een jongere weer over ambulante hulpverlening, in samenwerking met school, vanuit het gebiedsteam. "Op Moederdag kreeg ik mijn zoon terug." “Op Moederdag, 10 mei, kwam mijn zoon weer thuis. Ik vergeet het nooit meer. Ik had het niet meer. Ik ben door mijn knieën gegaan en klaar.” Aan woord is Elly[1], moeder van puberzoon Hirving, die na twee jaar weer bij haar en haar man Michael thuis woont. Toen we haar belden of ze mee wilde werken, zei ze direct ja. Na een hartelijke ontvangst met een grote mok koffie bij hen thuis, vertellen zij en haar man Michael hun verhaal. Hirving woonde twee jaar in een pleeggezin omdat het thuis niet meer ging. Hij gebruikte fysiek geweld tegen zijn moeder en zijn ouders wisten zich geen raad meer. Ook de school kon hem niet bieden wat hij nodig had. Michael vertelt: “Wij werden niet geloofd. We werden niet gehoord, niet serieus genomen. Op school zeiden ze dat we Hirving maar harder moesten aanpakken.” Na een verhuizing van het gezin kwam Hirving op een nieuwe school terecht, waar de leerkrachten het probleem wél zagen. “Die zagen het ook, Hirving hoort niet op een reguliere basisschool, hij moet naar het speciaal onderwijs. En van daaruit is het balletje gaan rollen en kregen we hulp” vertelt Michael verder.
Geen vertrouwen Openhartig doen zowel Elly als Michael uit de doeken hoe dat in het begin ging. “Weer de zoveelste persoon die zich met ons gaat bemoeien. Weer de zoveelste die denkt alles te weten. Zo was het in het begin voor ons.” Michael vult haar aan: “Elly had geen vertrouwen, in geen enkele hulpverlener omdat ze al zo vaak tegen een muur is opgelopen. Na een tijdje zag ze ook wel dat JENS de beste bedoelingen voor ons had met het hele gezin.” Elly bevestigt
10
dit: “Deze twee (hulpverleners) hebben het echt goed voor met ons.” Nieuwe gezichten Michael en Elly hebben ook de start van JENS in 2019 meegemaakt. Voor hen betekende dat ze regelmatig een nieuwe medewerker over de vloer kregen, bij wie ze hun verhaal opnieuw moesten vertellen. Elly noemt zo een stuk of vier, vijf namen. Michael: “We hebben er meer gehad. Maar uiteindelijk hebben ze ons allemaal wel geholpen op de een of andere manier. Er zijn een hele hoop wisselingen geweest, tot we onze huidige hulpverleners kregen.” Hulp voor het hele gezin Het kind en het gezin staan centraal bij JENS. Volgens Elly veranderde de situatie vanaf het moment dat JENS bij hen over de vloer kwam: “Ik werd meer in mijn kracht gezet. Bij JENS hebben we hele goede medewerkers getroffen die eigenlijk het hele gezin zo’n beetje omhoog hebben getild en die ons meer pedagogische handvatten hebben gegeven dan anderen. Ze hebben samen met ons geknokt en inmiddels heb ik mijn zoon terug.” Glimlach op het gezicht Nadat zijn moeder hem geroepen heeft, komt Hirving van zijn kamer en stapt verlegen de woonkamer binnen.
Ik vraag hem hoe hij het vindt op zijn nieuwe school en hij antwoord kort en staccato: “Fijn.” Wat er dan precies fijn is? “Niet telkens andere leraren, steeds hetzelfde lokaal.” Zijn moeder vult aan: “En je hebt structuur en duidelijkheid hè?” Hirving heeft weinig uitdrukking op zijn gezicht tot ik hem vraag hoe ik hem moet noemen in het verhaal omdat we zijn echte naam niet gebruiken. Hij antwoord: "Geen idee." Als ik hem vraag hoe zijn favoriete voetballer heet begint hij te glimlachen en zegt: “Hirving Lozano”. Dat wordt dus zijn naam in het verhaal. Samenwerking met school Als Hirving weer naar boven vertrokken is, praat ik verder met Elly en Michael over de samenwerking tussen JENS en de school. “Eindelijk de samenwerking die ik jarenlang voor ogen had voor mijn kind. Dat komt nu pas uit. Het gaat zelfs zo goed met mijn zoon en hij is zo tevreden is over de school waar hij nu zit, dat hij dat ook wenst voor zijn zusje” vertelt Elly. Michael vult haar aan en vertelt hoe de samenwerking met de school en de hulpverlening thuis elkaar versterken: “Hirving zei letterlijk: “Als ik iets eerder op deze school was gekomen, was mijn gedrag misschien niet zo erg geweest.” Vandaag was de mentor van Hirving hier thuis, samen met onze hulpverlener van JENS om te praten over de thuissituatie en hoe het op school gaat.
Ik stond er écht van te kijken dat de mentor ingreep op een akkefietje wat gisteren thuis was gebeurd. De mentor zei tegen hem: We hebben toch een regel in de klas? Daar moet je je thuis ook aan houden!” Hulp als het nodig is Michael en Elly krijgen inmiddels minder hulp dan in het begin. Met kleuren geven ze zelf aan hoe de situatie er op dat moment voor staat. Als Elly vertelt hoe dat werkt, spreekt ze daar met trots over: “Groen is: alles loopt. Oranje is: het is handelbaar, maar ik heb handvaten nodig. Het is tot nu toe in al die tijd maar twee keer rood geweest. Maar ook toen was telefonisch contact voldoende. Ze is nog nooit hier moeten komen en moeten inspringen. Nog nooit.” De hulpverlener is wel altijd bereikbaar: “We hoeven haar maar een berichtje te sturen als er wat is. Ik roep haar eigenlijk pas wanneer ik haar nodig heb. Ze is ook wel eens gekomen dat ze zei: wat doe ik hier? En toen is ze weer gegaan.” JENS in meer gemeenten Als we het gesprek afronden, wil Elly toch nog wat kwijt: “Ik vind wel dat het gebied van JENS vergroot moet worden. Mijn dochter, die ook hulp nodig heeft, woont nu bij haar vader in een andere gemeente. Daar kan ze geen hulp meer krijgen van de medewerkers van JENS. Het zou fijn zijn als ze daar
11
door dezelfde mensen geholpen zou worden als Hirving. Daar hebben we vertrouwen in.” Waarop Michael het gesprek afsluit met de vraag: “Kunnen we JENS niet promoten bij andere gemeenten? We hebben er echt iets aan wat JENS doet.” [1] De namen in het verhaal zijn fictieve namen i.v.m. de privacy van het gezin. Kwadrant 3: Specialismen en behandeling
Specialistische ondersteuning en behandeling die niet, of op onderdelen niet, op buurt/wijk- of gebiedsniveau georganiseerd kan worden, wordt op stedelijk of regionaal niveau door de afzonderlijke leden, onderaannemers of leveranciers van JENS geleverd. Specialistische professionals zijn vanuit kwadrant 3 toegevoegd aan de gebiedsteams, waardoor deze in staat zijn om in een vroeg stadium te signaleren of specialistische behandeling noodzakelijk is en er effectieve doorverwijzing naar kwadrant 3 plaats kan vinden voor alle hulp of onderdelen van de hulp. We kunnen geen cijfers verstrekken voor het aantal medewerkers in kwadrant 3,) Dat heeft ermee te maken dat JENS in de K3 geen afspraken maakt met de aanbieders in dit kwadrant over de omvang van formatie die ingezet wordt voor JENS. De aanbieders zetten hun personeel flexibel in voor vaak meerdere gemeenten Toegang tot de dienstverlening
Hulpvragen komen binnen via de Toegangsteams van de gemeenten of via verwijzers als (huis)artsen, gecertificeerde instellingen, Sociale Buurtteams, CJG, scholen (knooppunten) of zorgaanbieders (verlengingen of opschalingen). Al deze vragen worden verwerkt door het kernteam van JENS. Dit multidisciplinaire team bekijkt of de vraag en de bijgevoegde informatie helder is en bekijkt vervolgens welke ondersteuning een jeugdige of het gezin nodig heeft. Er wordt een maatwerktraject opgesteld, waarbij samenspraak met jeugdige en gezin meer aandacht vraagt, waarbij vooral gebruik gemaakt wordt van de ondersteuning die binnen kwadrant 1 en/of 2 geboden kan worden. Indien ondersteuning vanuit kwadrant 3 noodzakelijk is dan vindt dat veelal plaats in combinatie met activiteiten in kwadrant 1 en/ of 2. Zorg tijdens de corona pandemie
Tijdens de eerste Lockdown in februari/maart zijn we binnen JENS gestart met het triageren van de jeugdigen en gezinnen om duidelijk in kaart te brengen welke zorg fysiek moest doorgaan en welke zorg anders en op afstand kon worden vormgegeven. Deze andere manier van kijken naar de zorgvragen heeft JENS meerdere nieuwe inzichten gegeven. We zagen dat een groot aantal gezinnen in hun eigen kracht kwamen te staan en dat ze het veel zaken goed zelf konden oplossen met een begeleider op afstand. We hadden buiten, al wandelend, zeer mooie en waardevolle gesprekken met de jeugdigen en of de ouders. We zagen hierin meer openheid dan bij de gesprekken aan de keukentafel. De gezinnen en medewerkers zochten samen creatief naar oplossingen die passend waren op maat per zorgvraag. 12
Het jeugd en jongerenwerk heeft middels de social media goed contact met de jeugdigen kunnen houden. Vanuit een continu digitale bereikbaarheid zijn heel veel vragen laagdrempelig opgepakt (zie het als een hulplijn voor al je vragen). Samen met onderwijs en de gemeenten hebben we de handen in elkaar geslagen door in eerste instantie noodopvang te regelen en vervolgens noodgroepen in te richten.. Vanuit een open samenwerken is dit als zeer waardevol ervaren. Na de eerste lockdown zijn we niet gestopt met de triage. Dat maakte het mogelijk om tijdens de tweede lockdown zaken weer snel op een alternatieve wijze op te kunnen pakken, waardoor jeugdigen en gezinnen weer snel van passende zorg voorzien werden. JENS wil vooral leren van de zorg die ze hebben verleend. Zorg die we noodgedwongen anders vorm hebben moeten geven, maar wel een verrassend positief resultaat laat zien. Om die reden heeft JENS een werkgroep geformeerd waarin ervaringen en leer- en verbetermomenten, vanuit de pandemie verkregen, gedeeld worden. JENS maakt zich wel zorgen wat betreft de effecten van de pandemie en de lockdown voor de jeugdigen zullen zijn op zowel korte als lange termijn. We zien dat sommige zorgtrajecten bij k3 aanbieders langer duren.
Enerzijds omdat de zorg vertraging heeft opgelopen en anderzijds omdat er klachten bij zijn gekomen vanwege de pandemie, waardoor jeugdigen langer in een specialistische voorziening verblijven of omdat de zorg opgeschaald moet worden vanwege de impact van de pandemie. Daarnaast zien we door Corona een stagnatie in de in-dooren uitstroom van de Plusvarianten. Samen met de GGZ aanbieders proberen we dit zo goed als mogelijk te monitoren 3.2
Transformatieprojecten in K1 en K2
JENS werkt in kwadrant 1 en 2 samen met voorschoolse voorzieningen, het primair onderwijs, het VO en ook het MBO om onderwijs, ambulante jeugdhulp en naschoolse activiteiten te integreren in de buurt of het gebied. Door de samenwerking ontstaat er een goede infrastructuur waardoor problemen snel ontdekt en aangepakt kunnen worden. Bovendien liggen alle voorzieningen voor jeugd bij voorkeur op loop- of fietsafstand, waardoor kinderen en jeugdigen samen kunnen leren, spelen en opgroeien, ook als ze ondersteuning of hulp nodig hebben. JENS werkt met een projectstructuur waarmee zorginnovaties aangejaagd en getest kunnen worden. De methode van strategisch portfolio-management wordt gebruikt om te sturen op resultaat. Na succesvolle afronding van het project, wordt de aanpak geborgd door implementatie in de uitvoering. Sinds 2019 zijn 13 projecten opgestart. Eind 2020 worden 2 projecten geborgd in de reguliere dienstverlening. Om deze en verdere borging van het projectresultaat en doorontwikkeling in 2021 te realiseren richt JENS in 2021 programma lijnen in. Een programma manager stuurt de inhoudelijke lijn aan. Onderstaand de voortgang van de 13
projecten. De resultaten van de projecten zijn eveneens weergegeven in een aantal quotes, uitspraken van jeugdigen, ouders en hulpverleners, die weergeven hoe de veranderde zorg wordt ervaren en van toegevoegde waarde is. Peuterspeelzaal Plus
Doelgroep Doel
Resultaat
Kinderen in de leeftijd van 2 - 4 jaar die extra ondersteuning nodig hebben Kinderen gaan niet naar een speciale voorziening maar kunnen naar de reguliere Peuterspeelzaal door het inzetten van extra professionele ondersteuning van JENS Heerlen • Totale range 237 kinderen • 23 leidsters • Direct betrokken bij 32 kinderen • 5 kinderen blijven voorliggend en komen niet in K1 of K2 Landgraaf • Totale range 166 kinderen • 4 leidsters/ • Direct betrokken bij 2 kinderen Voerendaal • Eenmaal per 2 weken is de JENS professional op locatie geweest bij de PSZ om op vraag pedagogische adviezen te geven, en mee te denken over vervolgstappen. In 2020 is er op deze data niet gemonitord. Per 2021 zal dit wel het geval zijn en kunnen we over meer gegevens berichten.
Door de Coronamaatregelen is de inzet van onze medewerkers niet zo constant geweest als gehoopt. Desondanks hebben we in het tweede half jaar een inhaalslag gemaakt in de samenwerking en zien we dat er steeds meer gebruik wordt gemaakt van de wederzijdse expertise. We kunnen vanwege de inzet op de vindplek in een vroegtijdiger stadium meekijken bij ontwikkelingsachterstanden en alert zijn op zorgsignalen. Samen met ouders kunnen we passende stappen nemen. Door onze inzet zien we dat kinderen, die meer begeleiding en aandacht nodig hebben, langer in hun eigen peuterspeelzaal kunnen blijven en niet doorstromen naar een jeugdzorgvoorziening. Omdat we aanwezig zijn op de opvanglocaties kunnen we al in een vroeg stadium signaleren of de ontwikkeling van een kind anders gaat. Als er beginnende zorgen zijn, kunnen we preventieve, laagdrempelige gesprekken voeren met ouders. Het is immers gemakkelijker om een kleine sneeuwbal te vangen, dan een lawine te stoppen.
14
Kinderdagverblijf Plus
Doelgroep Doel Resultaat
Kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar die extra ondersteuning nodig hebben Kinderen gaan niet naar een speciale voorziening maar kunnen naar het reguliere kinderdagverblijf door het inzetten van extra ondersteuning van JENS Heerlen • Totale range 179 kinderen • 26 leidsters • Direct betrokken bij 26 kinderen • 15 kinderen blijven voorliggend Landgraaf • totale range 166 kinderen Samenwerkingspartner Humankind: • 4 leidsters 'Focus leggen op wat wel goed gaat • Direct betrokken bij 2 kinderen voelt fijner dan politieagent spelen' Voerendaal (n.v.t.) In combinatie met de Peuterspeelzaal+ en de Startklassen (zie hierna), beginnen we te zien dat we steeds meer jonge kinderen op het vizier krijgen. Samen maken we de afweging wat een passend vervolg voor een kind kan zijn. Door onze kennis en expertise te bundelen in deze netwerken, verkleinen we de kans dat kinderen en hun gezin tussen wal en schip vallen.
Startklassen
Doelgroep Doel Resultaat
Kinderen van 4 jaar met ontwikkelachterstand Kinderen krijgen extra ondersteuning waardoor ze naar een reguliere basisschool kunnen Heerlen ‘Ik was aanvankelijk sceptisch, maar het klimaat in de • 44 kinderen Startklas heeft ervoor gezorgd dat ons kind een Landgraaf goede start heeft kunnen maken in het reguliere on• 7 kinderen derwijs’ (uitspraak ouder) Voerendaal • 3 leerlingen zijn geplaatst in startklas Heerlen/Landgraaf De startklassen worden door de professionals uit zorg en onderwijs, en de ouders, als groot succes gezien. Kinderen krijgen een kans die ze anders niet zouden krijgen, namelijk binnen regulier onderwijs blijven. Veel kinderen doen het na het extra steuntjes heel erg goed; de doorstroom is voornamelijk naar regulier onderwijs.
Kantelklas Doelgroep Doel Resultaat
Kinderen van 4 tot 8 jaar oud met een onderwijsbehoefte, maar niet schoolrijp zijn. Uitstroomprofiel is speciaal (basis) onderwijs Kinderen kunnen van onderwijs genieten en toestromen naar een reguliere plek binnen een passende onderwijsvorm binnen de kindnabije omgeving HLV: 8 kinderen Ouder: ‘Het voelt als een warme deken, omdat iedereen hier er écht is voor ouder en kind’ De kinderen, die in mei ’20 gestart zijn in de Kantelklas, laten grote stappen vooruit zien. Bij 1 kind zijn we door de inzet van de Kantelklas tot de conclusie gekomen dat er vooralsnog meer behandeling nodig was. Dat inzicht is versneld ontstaan door de interventies en observaties die in de Kantelklas plaatsvinden. Ook ouders groeien mee in de behoefte van hun
15
kind; wat is er nodig om tot ontwikkeling te komen in de Kantelklas en thuis? De gecombineerde expertise en kleine groep zorgt voor resultaten die anders buiten bereik zouden zijn.
MBO teams Doelgroep Doel
Resultaat
Jongeren die een opleiding volgen bij het Vista- of Citaverde college Snelle, adequate en goed toegankelijke ondersteuning voor jongeren door de aanwezigheid van professionals van JENS in het MBO Totaal Leerling: ‘De MBO-coach biedt mij mij in veel zaken een nieuw perspectief, waarmee ik dan zelf weer verder kan’. Totaal project: In totaal zijn er 129 trajecten opgestart in 2020. Daarvan waren 23 jongeren (18%) onder de 18 jaar. 106 jongeren waren ouder dan 18 jaar (82%) In 82 gevallen ( 63%) van de aanvragen betrof het een GGZ vraag/ problematiek. 40 jongeren waren al bekend met hulpverlening. (31%) In Heerlen, Landgraaf, Voerendaal zijn in totaal 54 jongeren ingestroomd . ( zie opmerking voor 18- en 18+). 32 jongeren hadden problemen op het gebied van de GGZ. Van het totale aantal jongeren waren er 18 al bekend met een vorm van hulpverlening. Ongeveer 30- 40 % van de jongeren die bij de MBO-coach gemeld worden, hoeven niet doorverwezen te worden naar een zorgaanbieder omdat de ondersteuning van de MBO-coach toereikend is.
Doelgroep Doel
Resultaat
ROOTZ regulier Kinderen in de leeftijd van 4-16 jaar met een naschoolse begeleidingsvraag Realiseren begeleiding in combinatie met naschoolse activiteiten in de buurt, waar deze kinderen gebruik van kunnen maken ‘Groeien binnen Rootz gaat sneller als je je geleerde handvatten ook elders kan oefenen. Enorm fijn om zo ook weer snel door te stroHeerlen men naar een reguliere groep.’ 31-12-2020: (jongere) 103 deelnemers. 36 Rootz uitgestroomd. 36: 6 training, 7 opgeschaald, 19 voorliggend veld Landgraaf: 31-12-2020 29 deelnemers. 13 Rootz uitgestroomd ‘Sinds mijn kind bij Rootz is, heeft hij 13: 3 training, 10 voorliggend veld meer kinderen leren kennen in zijn Voerendaal: eigen wijk. Naast Rootz durft hij nu 31-12-2020 ook meer richting de andere reguliere 17 deelnemers. 0 Rootz uitgestroomd groepen’ 1 jeugdige van 2x p.w. naar 1 x p.w. In de tweede helft van 2020 is er vaker maatwerk toegepast, door kinderen aan zowel het jongerenwerk als de Rootz-groep te koppelen
16
Meerdere jeugdigen, die zijn aangemeld bij Rootz, zijn direct in het voorliggend veld geplaatst. Daarbij moet wel de kanttekening gemaakt worden dat de Rootz-medewerker een korte tijd meekijkt. In vergelijk met de eerste helft 2020 zijn er, na de zomer, veel kinderen, na hun begeleidingstraject, kunnen afschalen met inzet van activiteiten in het voorliggend veld. Kinderen hebben tijdens de zomer kunnen laten zien dat zij de handvatten die ze gekregen hebben goed hebben kunnen toepassen tijdens de zomeractiviteiten waardoor een duurzame verankering van het resultaat in het vrij toegankelijke veld mogelijk was.
Doelgroep Doel Resultaat
ROOTZ Plus Kinderen in de leeftijd van 4-16 jaar met een naschools behandelingstraject Realiseren naschoolse activiteiten in combinatie met behandeling HLV: Rootz Xtra: 43 jeugdigen , 26 Heerlen, 17 Heerlen 6 uitgestroomd ‘De kennismaking met het jeugdwerk is ons enorm positief gevallen. Fijn dat hij toch naar een groep kan die Rootz Link bij hem past’ (ouders) 17 jeugdigen 4 uitgestroomd Kinderen die behandeling krijgen in ROOTZ + hebben gemiddeld genomen een langere tijd nodig in vergelijking met de jeugdigen in begeleiding in de reguliere ROOTZ groep. In de 2de helft van 2020 hebben de medewerkers gewerkt aan een doorstroom richting begeleiding om dit traject te verkorten waar mogelijk. Eind 2020 zijn de eerste stappen gezet om een kind van behandeling naar een begeleidingstraject te plaatsen en het specialisme van een ROOTZ + medewerker toe te voegen. Met de toevoeging van de coachende en observerende rol kan het kind een zachte landing maken en de stap zetten van behandeling naar begeleiding.
Doelgroep Doel Resultaat
GGZ in de buurt Kinderen en jeugdigen met een GGZ hulpvraag Specialistische zorg dichtbij organiseren en verbinding met overige voorzieningen in het gebied Heerlen • Er is een visiedocument opgesteld dat inzicht geeft over hoe JENS aankijkt en handelt ten aanzien van diagnostiek in de wijk • Het onderzoeksteam heeft opgepakt: - 30x vragen testdiagnostiek, - 15x vraagverheldering, - 15x testdiagnostiek k2, - 7x verwijzing K3 • Er heeft een visieverkenning met de K3 partners plaatsgevonden om te komen tot een gedragen formulering en gezamenlijke uitvoering. Er is verkend hoe er een verschuiving in diagnostiek kan plaatsvinden van K3 → K2. • Ggz in de wijk; verkenning k3/k2/k1 ; verhelderingstraject over verschillen en overeenkomsten en mogelijke versterking en/of verschuiving in ggz zorg van K3 naarK2 naar K1 • Er is gestart met de doorontwikkeling van een uniform
17
• •
onderzoeksproces instroom en doorstroomfase (Kernteam, Flow, Onderzoeksteam) Ggz in de wijk; De Gz-psycholoog in het kernteam signaleert bij 20 tot 30% van de instroom een mogelijke ontwikkeling van GGz problematiek (vroegtijdige onderkenning). Gz-psychologen aanwezig bij casuïstiek overleg.
Landgraaf Idem als in Heerlen Onderzoeksteam: 9 vragen, 2x vraagverheldering, 4x testdiagnostiek K2, 2x verwijzing k3, 1x anders Voerendaal Idem als in Heerlen Onderzoeksteam: 0 vragen
Gezinswerkers Doelgroep Doel Resultaat
Gezinnen met meervoudige complexe problematiek die specialistische ondersteuning vanuit kwadrant 3 krijgen Begeleiding van gezin en verbindende schakel tussen verschillende vormen van ondersteuning Heerlen 121 uren per week= 3,4 fte Landgraaf 39 uren per week = 1,2 fte Voerendaal 12 uren per week = 0,33 fte De inzet gezinswerker t.o.v. de 1ste helft 2020 is gelijk gebleven. De inzet van de gezinswerker is geborgd in de reguliere dienstverlening.
Doelgroep Doel Resultaat
(aanstaande) ouders
Mamma cafés
Realiseren ontmoeting, verstrekken van informatie en advies en maatjesproject Heerlen Helaas door Corona hebben we heel vaak de deuren moeten sluiten. Dit heeft onder andere voor verlies in aantallen gezorgd. Door gebruik te maken van gebiedsteams wordt er wel weer een boost gegeven aan de aantallen in de cafés. ‘Het Sjpruutcafé is een plek waar ik even The Break; 57 kan kletsen over van alles en nog wat. Ik The Flash; 184 ben met gelijkgestemden. Ik kan even reThe move; 45 laxen en er wordt naar mij geluisterd!’ 2021 uitbreiding richting The Max (ouder) Landgraaf 2 mamacafés incidenteel georganiseerd. Voerendaal n.v.t.
Doelgroepenarrangementen
Doelgroep Doel Resultaat
Kinderen in de leeftijd van 7-12 jaar met diverse kindkenmerken o.a. concentratieproblemen, ADHD, ASS, emotionele problemen, concentratieproblemen Geïntegreerd aanbod van jeugdhulp en onderwijs Heerlen Vanuit de analyse en ontwikkel fase in de 1ste helft van 2020 is in de 2de helft de uitvoering gestart.
18
De doelgroep arrangementen worden uitgevoerd op SO De Pyler: 2 medewerkers 1,67 fte’s begeleiden 43 kinderen verdeeld over 4 klassen leeftijd 8-11 jaar. Ieder doelgroepenarrangement heeft zijn eigen projectplan en projectresultaat. Gezien de korte duur van het project oktober 2020 is het nu nog te vroeg om kwantitatieve resultaten te meten. Kwalitatieve effecten die ervaren worden: Het beeld is dat deze groepen beduidend minder gebruik maken van de time out voorziening. In de klas is meer ruimte voor onderwijs en gaat er minder tijd naar beheersen van de klas. Kinderen zijn meer open in hetgeen wat ze vertellen in de klas in het bijzijn van de leerkracht en zorgprofessional. Kinderen praten nu over waar ze in de thuissituatie tegen aan lopen. Ouders zijn positief over het gegeven dat er met hun contact wordt gelegd door de zorgprofessional. Verbeterde samenwerking tussen de Pyler en JENS. De Catharina school en SBO de Griffel zijn in voorbereidingsfase met als doel in augustus 2021 te starten met de doelgroeparrangementen. Landgraaf: Vanuit de analyse en ontwikkel fase in de 1ste helft van 2020 is in de 2de helft gestart met de uitvoering. De doelgroep arrangementen worden uitgevoerd op SBO De Wissel: 1,44 Fte medewerkers, 13 kinderen Project gestart in oktober 2020, resultaten nog niet. Voerendaal Kinderen uit Voerendaal maken gebruik van aanbod in de andere gemeenten.
Reacties doelgroepenarrangementen: ‘Fijn dat jullie ook naar de positieve kanten van mijn zoon kijken en dit terugkoppelen’ ‘Fijn om even te praten en dat er echt naar mij geluisterd wordt’ ‘Fijn dat de hulpverlening op school en onder schooltijd plaatsvindt want na schooltijd is de energie op en is het weinig zinvol’ ‘Waardevol dat mijn zoon op de plek waar hij regelmatig "problemen" heeft de hulp krijgt aangeboden’ ‘Prima dat er op school iemand is die mee in de gaten houdt hoe hij in zijn vel zit, want het is lastig voor hem na het overlijden van zijn moeder’ ‘Ik ben weer rustig geworden Juf, het buiten praten was fijn’
Verlengde instroom FLOW
Doelgroep
Kinderen en jongeren in de leeftijd van 4 tot 16 jaar oud, waarbij devraagverheldering meer verdieping en tijd vraagt voor het maken van
19
Doel
Resultaat
een juiste zorgmatch, terwijl enige inzet van jeugdhulp ook al nodig is 1. Preventieve zorg waarbij de inzet gericht is op het versterken van het kind in zijn directe omgeving en de focus ligt op vroegsignalering 2. Zorg dichterbij in de eigen omgeving wat betekent dat het hulpaanbod voor het kind in zijn directe omgeving wordt aangeboden en zorg wordt geïntegreerd binnen de basisvoorzieningen waar kinderen doorgaans verblijven 3. Meer zorg met minder middelen door expertise effectiever en anders in te zetten. Dit door het maken van een brede analyse waaruit een passende zorgmatch kan volgen Heerlen 1ste pilotgroep Heerlen Noord FLOW 4-7 jarigen afgerond. De bevindingen zijn positief. Kinderen konden snel instromen in een groep in hun buurt/ gebied. De bijeenkomsten verliepen positief. De groep bestond uit 6 kinderen, 1 drop-out 5x verwijzing GGZ vanuit verwijzer. Uitstroom resultaat na FLOW: Oude situatie 5x stoornisgerichte diagnostiek. Na FLOW: 1x voorliggend speelkamer, 4x gebiedsteam opvoedondersteuning en 1x specialist Ggz met gerichte onderzoeksvraag. Heerlen Zuid verkenning start FLOW in 2021. Landgraaf Verkenning start FLOW 2021. Voerendaal Verkenning start FLOW 2021
Informele zorg
Doelgroep Doel Resultaat
Doelgroep Doel
Resultaat
Kinderen en jongeren van 0-18 jaar
Ontwikkelen visie op informele zorg om van daaruit keuzes te maken voor concretisering in projecten HLV: • Visie en plan van aanpak in concept gereed
T.b.v. alle jeugdigen
Huisartsen
JENS wil meer sturing op de toewijzing van zorg. Investeert daarom in samenwerking met (huis)artsen. Er worden daarom instroommedewerkers bij de HA-praktijk ingezet. Dit zodat een directe verbinding ontstaat tussen verwijzer-kernteam Heerlen De totale bevinding is dat er geen of minder vergaande doorverwijzingen plaatsvinden naar K2/K3 Gebied 1: (okt -dec ’20) 1 HA- Praktijk gekoppeld aan JENS 20 HA verwijzingen waarvan 5 hulpvragen (25%) niet in zorg zijn gekomen Gebied 2: Nog geen HA- praktijk gekoppeld aan JENS. Hierin ligt ook nog geen behoefte, wel een contactpersoon.
20
Gebied 3: (aug- dec ’21) 2 HA- praktijken gekoppeld aan JENS en een contactpersoon voor de overige 2 HA- praktijken. Hier wordt op vraag een spreekuur vormgegeven. 45 verwijzingen waarvan uiteindelijk 22 hulpvragen (49%) niet in zorg zijn gekomen. Gebied 4: 1 HA praktijk gekoppeld, nog geen data bekend. Landgraaf -Gebied Nieuwenhagen (5): 1 HA- praktijk gekoppeld 55 verwijzingen waarvan 9 hulpvragen (16%) niet in zorg zijn gekomen. -Gebied Schaesberg (6): 2 HA- praktijken gekoppeld 64 verwijzingen waarvan 18 hulpvragen (28%) niet in zorg zijn gekomen. -Gebied Ubach over Worms (7): 2 HA- praktijken gekoppeld 45 verwijzingen waarvan er uiteindelijk 9 (20%) niet in zorg zijn gekomen. * Voor de HA praktijken in Landgraaf betekent dit een totaal aantal verwijzingen van 164 waarvan er 36 (22%) niet in zorg zijn gekomen, maar ondersteuning is geboden vanuit het voorliggend veld, POH of vanuit eigen kracht de ondersteuningsvraag is opgelost. Voerendaal -Nog geen spreekuur vormgegeven op de 3 huisartsenpraktijken. Dit traject wordt in 2021 opgestart. In het eerste half jaar van 2020 zijn we gestart met een spreekuur vorm te geven binnen 6 HA- praktijken, namelijk 1 in gebied 1, 2 in gebied 3 en 3 in Landgraaf. In het tweede half jaar van 2020 is dit gegroeid naar 11 HA-praktijken. 1 in gebied 1 4 in gebied 3 1 in gebied 4 5 in gebied 5, 6, 7 (Landgraaf)
Triage artsen
Doelgroep Doel
Jongeren Heerlen, Landgraaf en Voerendaal
Resultaat
Een werkgroep van artsen en medewerkers van JENS zijn in 2020 voortvarend aan de slag gegaan. De triagecriteria en het bijbehorend proces zijn gereed. Implementatie staat gepland voor februari 2021.
Het doel is eenduidige triagecriteria en een bijbehorend proces t.a.v. verwijzingen vanuit de praktijk van de huisarts, jeugdarts of kinderarts. Hierbij dient opgemerkt te worden dat deze criteria en het bijbehorende proces gehanteerd worden door de verwijzers én door JENS vanwege het feit dat er een gezamenlijke verantwoordelijk ligt totdat de match er is.
21
Behandeling versus opvang
Doelgroep Doel
Resultaat
Kinderen 2-4 jaar Het aanbod van dagbehandeling van kinderen in de leeftijdscategorie 2 tot 4 jaar oud, dat nu nog plaatsvindt in de voorzieningen van bijvoorbeeld het MKD en KBC, wordt verplaatst naar de JENS-gebieden. De nieuwe wijze van behandeling wordt vormgegeven op locatie van en met een kinderopvang organisatie. Hierdoor kan behandeling dichtbij de leefomgeving van het kind georganiseerd worden, blijven ouders in hun kracht en kan het aantal uren behandeling per dag teruggebracht worden. Indien er naast de behandelinterventies, vanuit de werkende ouder vraag is naar opvang, kan deze vanuit de kinderopvang aangeboden worden. Dit is voor ouders dan ook een meer passende oplossing. De inhoudelijke werkgroep is gevormd en een plan van aanpak is in voorbereiding
22
4.
KPI’s
In de opdracht van JENS staan doelstellingen en resultaten geformuleerd. Over de bijbehorende KPI’s is afgesproken dat JENS deze fasegewijs uitwerkt. Voor 2020 zijn KPI’s gehanteerd die te maken hebben met de doorlooptijden van aanmelding tot en met de zorgmatch. De door het CBS gevraagde jaarlijkse info over de jeugdhulp is in 2020 door JENS aan CBS aangeleverd. 4.1
Doorlooptijd start hulp jeugdigen
JENS heeft te maken gehad met lange doorlooptijden. Door het inzetten van meer personeel hebben we er voor gezorgd dat we de achterstand hebben ingelopen. Vanaf het eerste kwartaal van 2020 heeft JENS deze achterstand geheel ingelopen. Vanaf 1 april 2020 worden alle aanvragen binnen de termijnen opgepakt. Momenteel zien de doorlooptijden er als volgt uit: • Dossier aanmaken en doorsturen naar instroom omvat maximaal 5 werkdagen • Bespreking in het Kernteam vindt binnen een week plaats, nadat de vraag bij het instroomteam is binnengekomen • Brief van aanbod (opdracht tot hulpverlening/behandelovereenkomst) wordt binnen 5 werkdagen aangeleverd aan de zorgaanbieder nadat deze een akkoord zorg heeft ontvangen. Vertraging van de doorlooptijden kan echter plaatsvinden indien de aanvraag niet op de juiste manier is ingediend om een dossier te kunnen aanmaken. Als de inhoudelijke informatie te summier is kan dit vertraging opleveren in het realiseren van een zorgmatch. In beide situaties is navraag nodig om de juiste informatie te krijgen. 4.2
Doelrealisatie
In 2020 zou JENS een nieuw systeem implementeren ter vervanging van ‘Jouw Omgeving’. Met de implementatie van het nieuwe systeem had JENS de wens om, aan het einde van een hulpverleningstraject, de doelrealisatie te kunnen meten met behulp van de GAS (Goal Attainment Scaling) score op het totale zorgdoel. Vanwege de vertraging van het nieuwe systeem heeft JENS deze gegevens nog niet over 2020. Vanaf medio 2021 kan JENS middels de GAS score de doelrealisatie meten bij stop zorg. De implementatie van Adapcare (nieuwe systeem) is inmiddels gestart en zal in mei 2021 volledig afgerond zijn. 4.3
Reden beëindiging hulp-uitval
Als gevolg van de vertraging van de implementatie van het nieuwe systeem zijn, net als bij doelrealisatie, deze gegevens nog niet beschikbaar. De cijfers van het laatste half jaar van 2020 binnen K2 laten wel zien dat er 270 jeugdigen uit zorg zijn gegaan omdat de zorgdoelen behaald zijn. 4.4
Cliënttevredenheid
Eind 2020 hebben we bij alle jeugdigen en gezinnen de tevredenheid gemeten 23
middels een digitale vragenlijst. In totaal hebben 203 jeugdigen en ouders naar de vragenlijst gekeken waarvan 129 de lijst uiteindelijk volledig ingevuld geretourneerd hebben. Naast de vragenlijst hebben er nog aanvullend ad random 35 telefonische verdiepende gesprekken m.b.t. tevredenheid plaatsgevonden. De deelnemers beoordelen JENS met het cijfer 8,9. De volgende stellingen werden aan de deelnemers voorgelegd: • Ik weet waar ik terecht kan voor hulp • Ik ben snel geholpen nadat de verwijzer de hulpvraag bij JENS had neergelegd • We hebben het gezinsplan samen gemaakt • Ik merk dat hulpverleners samenwerken om mijn zorg te regelen • De zorgdoelen worden samen met mij opgesteld • Beslissingen over hulp worden samen met mij genomen • Ik voel me serieus genomen door de hulpverleners • Ik word met respect behandeld door de hulpverleners Gezinnen zijn met name zeer te spreken over het feit dat ze serieus genomen worden, er regelmatig contact is en dat de communicatie met de hulpverlener goed verloopt. Ook is men heel tevreden dat men kan rekenen op de hulpverlener. Tips en/of verbeterpunten die jeugdigen en gezinnen meegeven zijn; geef meer aandacht aan logeeropvang en zorg voor kortere wachttijden en een goede communicatie. 4.5
Stakeholderstevredenheid
JENS bestaat inmiddels twee jaar. De gemeenten en JENS willen om deze reden graag weten waar we nu staan met onze transformatie in de jeugdhulp. Daarnaast willen we graag weten welke verbeterpunten alle betrokken organisaties zien, zowel voor de eigen organisatie als voor het hele proces van de jeugdhulpverlening. Het doel van het onderzoek is dan ook om er gezamenlijk zorg voor te dragen dat de jeugdhulpverlening nog beter aansluit bij de jeugdige, het gezin en de omgeving vanuit de opdracht van de gemeenten aan JENS. JENS en de gemeenten hebben Dimensus, als onafhankelijke partij de opdracht gegeven om een gedegen onderzoek onder de stakeholders uit te voeren. Als aanpak is er voor gekozen om online panelgesprekken te voeren met zowel ketenpartners als zorgaanbieders. In totaal vonden vier sessies plaats, waarvan één met ketenpartners en drie met zorgaanbieders. Bij de sessies was een vertegenwoordiging van JENS en de gemeenten als toehoorder aanwezig en om bij onduidelijkheden een toelichting te kunnen geven. De deelnemers hebben ook schriftelijk, op voorhand aan de bijeenkomst, hun oordeel gegeven aan de hand van stelling op de drie gespreksthema’s. Insteek van de gesprekken was: • Hoe lopen de zaken nu? • Waar kunnen verbeterslagen gemaakt worden? • Hoe kunnen we dat samen op de beste manier oppakken en wat is daarvoor nodig?
24
Conclusies en aanbevelingen Preventief werken, zorg dichterbij en meer zorg met minder middelen zijn de uitgangspunten van waaruit JENS werkt en deze worden eigenlijk in alle gevallen door zowel de ketenpartners en zorgaanbieders onderschreven. Er zijn echter wel verschillen hoe dit wordt opgevat tussen ketenpartners en zorgaanbieders. Ketenpartners De ketenpartners zien de beweging van JENS, zijn hierover zeer positief en willen ook graag meebewegen. In het begin was een deel negatief dan wel onzeker hierover, maar gaandeweg JENS zaken actief heeft opgepakt, zijn ze steeds positiever hierover en geloven ze er ook in. Het zo dicht mogelijk hulp aanbieden bij de vindplaatsen zorgt ervoor dat er meer preventief gewerkt kan worden. De conclusie is volgens de ketenpartners dat het werken vanuit gebundelde expertise en vanuit de vraag van de jeugdige , binnen en met de natuurlijke omgeving, een goed basisprincipe is. Een deel van de ketenpartners is zelfs van mening dat dit de werkwijze zou moeten zijn in heel Nederland. De ketenpartners ervaren JENS daadwerkelijk als partner in het veld en zijn heel positief over de zaken die JENS al heeft opgestart. Ze zien graag dat deze ontwikkelingen verder worden uitgebreid en zien goede doorgroeimogelijkheden voor JENS. Ze vinden dat JENS veel bereikt heeft in korte tijd en willen graag meedenken en partner van JENS hierin zijn.
Er liggen nog veel mogelijkheden om gestelde doelen te bereiken, vooral het meer inzetten op kinderen van 0-4 jaar wordt genoemd. Hoe eerder men erbij is, des te effectiever de resultaten is dan het uitgangspunt. JENS heeft meer dan voorheen in potentie een ingang bij alle kinderen uit de gemeenten. Zorgaanbieders De zorgaanbieders onderschrijven de basisuitgangspunten van JENS, maar de praktische invulling blijft een aandachtspunt. Ze redeneren hierbij te weinig vanuit de doelstellingen van JENS en heeft men vooral last van praktische zaken waar ze tegenaan lopen. Een deel van de zorgaanbieders wil dat deze hobbels worden weggenomen en dat er weer gewerkt kan worden volgens de manier die ze altijd gewend waren. De praktische bezwaren die genoemd worden zijn eigenlijk geen hobbels, maar zijn juist inherent aan de nieuwe werkwijze die JENS voorstaat. Ze geven aan met JENS te willen optrekken, maar willen dan graag aan de hand genomen worden. De communicatie vanuit JENS over de principes van waaruit JENS werkt zijn duidelijk niet geland bij de zorgaanbieders. Ondanks alle communicatie vanuit JENS blijkt dat de zorgaanbieders zelf niet actief op zoek zijn gegaan naar informatie over JENS en de nieuwe manier van werken.
Daarnaast hebben zorgaanbieders ook niet altijd het vertrouwen dat bij JENS de juiste expertise aanwezig is om bij het afschalen van zorg nog steeds de juiste passende zorg te leveren. Volgens de aanbieders komt dit door gebrek aan communicatie over welke expertise JENS allemaal in huis heeft. JENS kijkt kritisch in welke mate zorg nodig is en wie deze het beste kan bieden. Soms betekent dit een overstap van zorg naar JENS, tegen de professionele inschatting en aanbeveling in van de zorgaanbieder. Zorgaanbieders hebben het vaak moeilijk met deze beslissingen. Het is niet 25
goed als zorgaanbieders hierin jeugdigen en of gezinnen hierin steunen. Zorgaanbieders en JENS zouden hierin als één partij moeten optrekken om ouders niet de indruk te geven met twee volledig van elkaar verschillende organisaties te maken te hebben. Aanbevelingen Algemeen: Op basis van de gevoerde gesprekken kunnen de volgende aanbevelingen worden gedaan: • Leg (nogmaals) uit wat de werkwijze is van JENS, dat deze voortkomt uit een opdracht van de gemeenten, hoe dit is opgepakt door JENS en wat dit betekent voor de werkwijze die JENS om deze reden hanteert • Leg uit dat deze werkwijze heel strikt wordt toegepast om uitwassen te voorkomen • Kijk met de zorgaanbieder waar zij een meerwaarde kunnen bieden vanuit hun expertise maar passend bij de manier van werken van JENS, want het is in ieders belang om samen op te trekken • Bekijk waar aanbieders tegenaanlopen wat betreft de administratieve last die zij ervaren, kijk of hier een verlichting mogelijk is waarbij de vaste procedure die nu wordt gehanteerd behouden blijft • Zorg dat de zorgaanbieders een lijst hebben met contactpersonen waarbij duidelijk is wie zij waarvoor kunnen benaderen • Zorg dat de zorgaanbieders één vast contactpersoon hebben bij JENS • Eventuele personeelswisselingen door die voor de zorgaanbieders van belang zijn Preventie: • • •
Ga door met de opgestarte pilots en breidt deze uit Meer aandacht voor de voorkant voor kinderen van 0-4 jaar Aanwezigheid van JENS bij de vindplaatsen van kinderen en jeugdigen waar passend fysiek en anders wat betreft contacten
Zorg dichterbij: • • • •
Sluit zoveel mogelijk aan bij de vindplaatsen van kinderen en jeugdigen voor het bieden van hulp en ondersteuning Voorkom waar mogelijk het separeren van kinderen Regel de zorg en de hulp rondom het kind en pak niet het aanbod als uitgangspunt voor de zorg of hulp Zoek meer samenwerking op met lokale clubs en verenigingen die ook met kinderen bezig zijn en kijk wat je voor elkaar kunt betekenen
Meer zorg met minder middelen: • •
Door in te zetten op kinderen van 0-4 jaar kan de inzet van zwaardere hulp op latere leeftijd worden voorkomen Zoek meer samenwerking met scholen, kinderdagverblijven en consultatiebureaus vanuit JENS maar ook tussen de voorzieningen voor kinderen en 26
• •
jeugdigen onderling Goed terugkoppelen is van belang om te weten wat er allemaal is onderzocht/gedaan en voorkomt dat dingen dubbel worden gedaan Probeer zo snel mogelijk een zo laagdrempelig mogelijke voorziening in te zetten, voorkom dat er te snel wordt ingezet op complexe zorg
4.6
Medewerkerstevredenheid
In december 2020 is een tevredenheidsonderzoek uitgevoerd onder de medewerkers van K1 en K2. In totaal hebben 134 JENS medewerkers de vragenlijst bezocht en 98 JENS-medewerkers, die werkzaam zijn binnen de drie gemeenten, hebben de vragenlijst uiteindelijk helemaal ingevuld. De algemene conclusie is dat medewerkers tevreden zijn over hun werkzaamheden en zich thuis voelen bij JENS. Er is wel behoefte aan meer structuur(duidelijkheid routes), minder bureaucratie en het houden van focus. Stellingen Medewerkerstevredenheid HVL in 2020 Vraagstelling 2019 Ik heb inhoudelijk leuk werk 8,3 Ik kan mij voldoende ontplooien 7,8 Ik krijg voldoende informatie 6,4 Ik voel me thuis bij JENS 7,3 We zijn goed in het implementeren van plan6,6 nen Het management heeft een duidelijke toe6,8 komstvisie Totaal gemiddelde 7,2
2020 8,2 7,3 6,9 7,4 6,6 7,9 7,4
We zien ten opzichte van 2019 een lichte stijging van 0,2 in de medewerkerstevredenheid. Daar mogen we trots op zijn, zeker het gegeven dat corona een zware wissel op iedereen trekt. Open vragen Op de open vraag aan medewerkers: ‘Wat zou je binnen JENS veranderen?’ kwamen de volgende antwoorden: • Breng in kaart wat JENS allemaal doet • Minder bureaucratie en beter rapportagesysteem • Investeren in nieuwe collega’s • Haal informatie op uit het werkveld • Breng samenhang tussen projecten • Breng verbinding tussen JENS en moederorganisatie De uitkomsten van het medewerkerstevredenheidsonderzoek zullen aandacht krijgen in het JENS jaarplan en in de gebiedsjaarplannen.
27
4.7
KPI doelstellingen en resultaten
De veiligheid van kinderen wordt geborgd KPI 1: Binnen JENS gebruikt iedereen de meldcode • Alle medewerkers binnen de gebiedsteams van JENS hebben eind 2020 de scholing meldcode gevolgd. Het grootste deel, ongeveer 85 % van de medewerkers, is aanwezig geweest, de overige 15% krijgt in het eerste kwartaal van 2021 de kans om deze te volgen (denk aan zieke of nieuwe medewerkers) • JENS heeft geïnventariseerd hoeveel aandachtfunctionarissen meldcode er zijn binnen JENS. In het eerste kwartaal van 2021 worden er naast de zittende aandachtfunctionarissen nog 6 collega’s geschoold tot aandachtfunctionaris.
KPI 2: Gezinsmedewerker (jeugdconsulent meervoudig) Norm 2020: 60% van de formatie van de gezinsmedewerker is gevuld (jeugdconsulent meervoudig). Eind 2020 heeft JENS binnen alle gebieden een gezinsmedewerker actief. Vier gezinsmedwerkers in Twee gezinsmedewerkers in Landgraaf (start 2020 1 medewerker) Enkele uren gezinsmedewerkers in Voerendaal.(gelijk)?? Op dit moment zijn we inhoudelijk aan het bekijken of dit toereikend is of dat deze uren nog opgeschaald moeten worden. Voor nu zijn 90% van de uren actief en opgebouwd in 2020 dit in vergelijk met de afgesproken norm van 60% start 2020 en 100% norm eind 2020. Het verschil van 10% valt samen met de omklap van de gemeente naar JENS. Wat is de score:? Ik begrijp het bovenstaande niet goed. KPI 3: Veilig Thuis Meldingen De veilig thuis meldingen komen aan bij de gemeente. JENS heeft alle veilig thuis meldingen opgepakt waar deze zijn doorverwijzen door de gemeente. Samen met de drie gemeentes gaan we deze KPI nog verder door ontwikkelen.
Het kind/gezin staat centraal in de hulpverlening KPI 4: Ieder gezin met meer dan twee hulpvragen heeft een gezinsplan waarin de hulpvraag integraal in kaart is gebracht. Norm: 100% van de multiprobleem casussen heeft een gezinsplan. Norm: 90% van de meervoudige casussen heeft samen met de gezinsmedewerker een gezinsplan opgesteld. In de audit van kwartaal 3 en 4 hebben we 144 dossiers gecontroleerd op het gezinsplan. Van 41 dossier was de gemeente regisseur en waren het multiprobleem casussen. Van 103 casussen was JENS de regisseur. Dit zijn meervoudige en enkelvoudige casussen. Enkelvoudige casussen behoeven geen regisseur. Het is op dit moment niet goed mogelijk om uit het systeem te halen welke casus meervoudig en enkelvoudig is. Van de 144 dossier hadden 41 dossier geen gezinsplan. Van die 41 dossiers waren er 24 van JENS/ regisseur (niet alle 24 waren meervoudig, deel enkelvoudig en deze hebben dan geen gezinsplan nodig) en bij 17 dossiers was de gemeente regisseur.