CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Vormvrije mer beoordeling.pdf

Raadsvergadering . (video) 23 februari 2022, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan BMV Heerlerbaan10.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling t.b.v. het bestemmingsplan “BMV Heerlerbaan” te Heerlen

Gemeente Heerlen

IDN-codering: NL.IMRO.0917. BP040100W000011-0301 Status: ontwerp Datum: 23 augustus 2021

Inhoud 1

Inleiding 1.1 Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling

4 4

2

M.e.r.-beoordeling 2.1 Een m.e.r. (-beoordelingsplichtige activiteit) 2.2 Procedure en beoordelingscriteria 2.3 Initiatiefnemer en bevoegd gezag

5 5 6 7

3

Kenmerken en plaats van het project 3.1 Kenmerken van het project 3.2 Plaats van het project

7 7 10

4

Kenmerken van de mogelijke effecten 4.1 Geluidhinder 4.1.1 Wegverkeerslawaai 4.1.2 Spoorweglawaai en Industrielawaai 4.1.3 Externe geluidhinder 4.2 Water en Bodem 4.2.1 Water 4.2.2 Bodem 4.3 Natuur 4.3.1 Gebiedsbescherming 4.3.2 Beschermde soorten 4.3.3 Conclusie 4.4 Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid 4.5 Archeologie, landschap en cultuurhistorie 4.5.1 Archeologie 4.5.2 Landschap 4.6 Hinder tijdens uitvoering 4.7 Niet gesprongen explosieven 4.8 Klimaat en duurzaamheid

12 12 12 12 12 12 12 13 14 14 15 16

5

Cumulatie andere projecten

19

6

Conclusie

19

2/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

16 17 17 17 17 18 18

Overzicht bijlage(n) Bijlage 1 BMV Heerlerbaan VO Bijlage 2 Onderzoek Wegverkeerslawaai Bijlage 3 Waterparagraaf Bijlage 4 Vooronderzoek bodem Bijlage 5 Quick scan Ecologie Bijlage 6 Stikstofdepositie Bijlage 7 Bedrijven en Milieuzonering

3/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

1 Inleiding 1.1

Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling

De gemeente Heerlen is voornemens in het stadsdeel Heerlerbaan een nieuwe brede maatschappelijke voorziening te realiseren: de BMV Heerlerbaan. De BMV wordt gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg en wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Gekozen is om alle kind- en maatschappelijke functies in één gebouw onder te brengen. De BMV omvat hierdoor de functies primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.‐beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op ‘een oppervlakte van 100 hectare of meer’ of ‘een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat’ (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een maatschappelijk gebouw met omliggende voorzieningen (speelplaatsen en kiss-and-ride voorziening) wat te zien is als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar waarvan het terrein een oppervlakte van ongeveer 5.800 m2 heeft en blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde.

Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.‐beoordeling' noodzakelijk is waarin dit document in voorziet. Van belang is dat de ontwikkeling in de gebruiksfase niet of nauwelijks effecten heeft. Vooral de sloop- en bouwwerkzaamheden (aanleg-/realisatiefase) zijn voor deze m.e.r.-beoordeling relevant. Deze vormvrije m.e.r. beoordeling ziet toe op het plan ‘BMV Heerlerbaan’ zoals hieronder in rood is aangegeven.

4/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

Afbeelding – Plan BMV Heerlerbaan

2

M.e.r.-beoordeling

2.1

Een m.e.r. (-beoordelingsplichtige activiteit)

In de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn activiteiten met drempelwaarden opgenomen op basis waarvan de noodzaak van het wel of niet opstellen van een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) of meteen een milieueffectrapportage (onderdeel C) wordt bepaald. In onderdeel C is aangegeven bij welke activiteiten waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Hiervoor geldt een directe verplichting voor het doorlopen van de m.e.r.-procedure (onderdeel C).

5/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of wanneer het een aaneengesloten gebied van 2.000 of meer woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. De realisatie van de nieuwe BMV betreft het oprichten van een gebouw waarin reeds aanwezige maatschappelijke voorzieningen/functies zullen worden gehuisvest. Het gehele plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 5.800 m2 en light hiermee onder de drempelwaarden als genoemd in Bijlage D van het Besluit m.e.r. Het Besluit m.e.r. (artikel 2, vijfde lid onder b.) schrijft ook bij activiteiten onder de drempelwaarde voor dat een milieu-effectbeoordeling nodig is, waarbij wordt verwezen naar de Europese richtlijn milieueffectrapportage. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. 2.2

Procedure en beoordelingscriteria

De m.e.r. beoordeling hoort bij de ruimtelijke plannen (plan) en waarin de hiervoor genoemde activiteiten mogelijk worden gemaakt. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling doorloopt dezelfde procedure als een formele m.e.r.beoordeling: een particulier of ondernemer die initiatiefnemer is van een bepaalde activiteit, dient een aanmeldnotitie in bij het bestuursorgaan dat bevoegd is te besluiten op de aanvraag/het plan waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt. Het bevoegd gezag neemt vervolgens een beslissing of al dan niet een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden de volgende criteria betrokken: 1. kenmerken van het project (hoofdstuk 3); 2. plaats van het project (hoofdstuk 3); 3. kenmerken van het potentiële effect (hoofdstuk 4). In deze notitie is de informatie opgenomen op basis waarvan het bevoegd gezag kan toetsen of sprake is van mogelijk belangrijk nadelige gevolgen van beoogde ontwikkeling voor het milieu. In het geval belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten, zal een m.e.r.procedure worden doorlopen. Als geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden, wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure hoeft te wordt doorlopen.

6/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

2.3

Initiatiefnemer en bevoegd gezag

Het bevoegd gezag, in dit geval het college van B&W van de gemeente Heerlen, dient een m.e.r‐beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan opgenomen.

3

Kenmerken en plaats van het project

3.1

Kenmerken van het project

In de wijk Heerlerbaan liggen twee scholen voor regulier basisonderwijs; BS De Windwijzer, en OBS De Tovercirkel (met een openbaar profiel). Ook de dislocatie van basisschool De Vlieger is gesitueerd in dit stadsdeel. Dit betreft de Taalschool, een aparte voorziening met een regionale functie. Tevens is een locatie van (voortgezet) speciaal onderwijs De Pyler in deze wijk gelegen (besproken bij Heerlen Stad). Op beide reguliere onderwijslocaties is conform de onderwijsvisie de verbinding gemaakt met het peuterspeelzaalwerk. Bij OBS De Tovercirkel wordt ook BSO aangeboden. Apart van de onderwijslocaties wordt op één locatie in het gebied kinderdagopvang aangeboden. In een IHP is besloten om de beide basisscholen te integreren in een BMV Heerlerbaan. Omwille van diversiteit en keuzemogelijkheden wordt geïnvesteerd in nieuwbouw met twee scholen onder één dak. De dislocatie van OBS de Tovercirkel blijft in stand. De zorg-, opvangen wijkarrangementen in BMV Heerlerbaan werken voor het gehele stadsdeel, en leggen eveneens relatie met de dislocatie. Als locatie voor de BMV wordt de huidige locatie van OBS De Tovercirkel voorzien. Het leerlingenaantal waarmee rekening is gehouden is, in overleg met de beide schoolbesturen, gebaseerd op 400 leerlingen (200 per basisschool).

De conclusie uit de quick-scan ten aanzien van de BMV luidt: Aanbevolen wordt voor de verdere planvorming van de Brede Maatschappelijk Voorziening Heerlerbaan uit te gaan van de locatie Bautsch en directe omgeving. De raad heeft deze aanbeveling ook overgenomen. De BMV wordt daarom gerealiseerd op de bestaande locatie van OBS De Tovercirkel aan de Vullingsweg, gelegen in het stadsdeel Heerlerbaan en de buurt Heerlerbaan-Centrum, van de gemeente Heerlen. De nieuwe BMV wordt hierbij gekoppeld aan gemeenschapshuis De Caumerbron. Gekozen is om alle kind- en maatschappelijke functies in één gebouw onder te brengen. De BMV omvat hierdoor de functies primair onderwijs, peuteropvang, kinderopvang,

7/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

buitenschoolse opvang, bibliotheek, en maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen. Daarnaast wordt ook de huisartsenpraktijk binnen de BMV ondergebracht.

Afbeelding – Situatietekening BMV

8/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

Afbeelding - Impressie BMV Heerlerbaan

Afbeelding – Vogelvlucht situatie BMV Heerlerbaan Parkeren De functies die in de nieuwe BMV komen zijn nu ook reeds op de locatie of de directe nabijheid daarvan aanwezig. Parkeren voor deze functies is derhalve voorzien op de aanwezige parkeervoorzieningen, zoals het parkeerplaatsen aan de Vullingsweg, de Bautscherweg en de Corisbergweg en de parkeervoorziening bij de Caumerbron, die na realisatie van het plan aanwezig blijven. Daarnaast worden er op een nog nader te bepalen plaats aan de Vullingsweg/Corisbergweg 20 extra openbare parkeerplaatsen aangelegd om de parkeerdruk die er nu al is (niet alleen van de school) op te vangen.

9/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

Het plan en deze parkeervoorzieningen zijn opgenomen in de parkeerbalans. Daarom zijn en blijft er voldoende parkeergelegenheid in de directe nabijheid van het plangebied. Tussen het nieuwe pand en de bestaande retailgelegenheden zal teven een Kiss-and-ride voorziening worden gerealiseerd, hetgeen zal zorgen voor minder verkeersoverlast op de Vullingsweg door ouders die hun kinderen naar school brengen en/of komen ophalen. Het plan is daarom in overeenstemming met de uitgangspunten van de Parkeernota Heerlen en vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

3.2

Plaats van het project

Het plangebied is gelegen in het stadsdeel Heerlerbaan en de buurt Heerlerbaan-Centrum. Kadastraal zijn de percelen bekend als, Gemeente Heerlen, Sectie K, nummer 5743 (deels), 3278 en 3279. Tussen de Vullingsweg en de Corisbergweg zijn meerdere winkels, horeca en maatschappelijk instanties gelegen. Waar de Nazarethstraat op de Vullingsweg uitkomt is nu OBS de Tovercirkel, een bibliotheek en huisartsenpost gelegen.

Afbeelding – globale ligging projectgebied (in rood aangegeven)

10/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

Afbeelding – ligging projectgebied (in rood aangegeven) Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu De gronden zelf zijn niet gelegen in gebieden die zijn aangemerkt als Natura 2000-gebied of Natuurnetwerk Nederland. Effecten op NNN-gebieden zijn gezien de afstand tot deze gebieden uitgesloten. In de omgeving van het plangebied bevinden zich diverse relevante Natura 2000-gebieden (zie afbeelding bij 4.1.1): • Geleenbeekdal op circa 1,2 km (ten westen); • Kunderberg op circa 2,7 km (west tot noordwest); • Brunssummerheide op circa 4,5 km (noordelijk). De locatie en het gebied waar de BMV wordt gerealiseerd, is niet van belang vanuit historisch of cultureel perspectief. Het plangebied is gelegen in de buurt Heerlerbaan-Centrum dat voornamelijk te kenmerken is als een gebied met woonfuncties, detailhandel functies en maatschappelijke functies. Door de realisatie van de nieuwe BMV zullen diverse maatschappelijke functies binnen het nieuwe pand worden gehuisvest. In het volgende hoofdstuk worden de mogelijke effecten op de genoemde gebieden verder beschreven.

11/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

4

Kenmerken van de mogelijke effecten

4.1

Geluidhinder

4.1.1 Wegverkeerslawaai In het kader van de bestemmingsplanprocedure is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd voor de ontwikkeling van een Brede Maatschappelijke Voorziening Heerlerbaan. Dit onderzoek is als bijlage 2 bijgevoegd. Het plan is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Romeinenstraat, de Caumerweg, de Palestinastaat en de Jeruzalemstraat. Op basis van de berekeningsresultaten kan geconcludeerd worden dat de geluidbelasting als gevolg van de zone plichtige wegen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. De Wet geluidhinder vormt daarmee geen belemmering voor het plan. De gecumuleerde geluidbelastingen als gevolg van alle relevante wegen in de nabijheid van het plangebied variëren tussen 25 dB en 47 dB exclusief aftrek op basis van art. 110g Wgh. Op basis van deze geluidbelastingen is sprake van een goed akoestisch leefklimaat. Vanuit het aspect wegverkeerslawaai is derhalve sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.1.2 Spoorweglawaai en Industrielawaai Voor het plan zijn de aspecten Spoorweglawaai en Industrielawaai niet relevant. 4.1.3 Externe geluidhinder Er is onderzocht of er geen toename van optredende geluidbelastingen te verwachten is als gevolg van de toename van verkeer op de openbare weg (buiten de grens van de inrichting) door de ontwikkeling van de BMV.

Uit dit onderzoek is gebleken dat de toename van de geluidbelasting als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van de nieuwe BMV ten hoogste 0,95 dB bedraagt. Er is geen wettelijk toetsingskader voorhanden. Er is daarom aansluiting gezocht bij het wettelijke toetsingskader in het geval van reconstructie conform de Wet geluidhinder. Daarbij wordt een toename van minder dan 2 dB gezien als een niet-significant en dus als een akoestisch aanvaardbare toename. De berekende toename in voorliggende situatie bedraagt minder dan 1 dB en is dus op basis van bovenstaande redenatie als niet-significant te benoemen. Er is sprake van een akoestisch aanvaardbare toename van de geluidbelastingen en bijgevolg van een goede ruimtelijke ordening.

4.2

Water en Bodem

4.2.1 Water Conform de regels van het waterschap Limburg dient een wateradvies gevraagd worden bij alle ruimtelijke plannen waarbij het aspect water een rol kan spelen. Daarom is voor het plan is een Waterparagraaf opgesteld. Deze is als bijlage 3 aan dit stuk toegevoegd.

12/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

Het plangebied heeft de volgende oppervlakken: • 1.830 m2 bebouwd oppervlak van een standaard plat dak (afvloeiingsfactor van 0,8); • 395 m2 vegetatiedak met een afvloeiingsfactor van 0,2; • 1.215 m2 (betrekkelijk) open verharding (afvloeiingsfactor van 0,8). Uitgaande van de gemeentelijke richtlijn (3,5 m3 per 100 m2 bebouwd/verhard) dient binnen het plan te worden voorzien in 120 m3 (3.440 m2) opvangcapaciteit. In grote lijnen zijn er verschillende oplossingen, te weten: • Infiltratiekratten die onder bestrating worden aangelegd. • Oppervlakkige voorzieningen zoals een wadi/vijver en/of een greppel • Verticale grindpalen door de lössleemlaag • Infiltratieriolen. Dit zijn rioolbuizen die aan de onderzijde openingen hebben van waaruit hemelwater in de bodem infiltreert. Het realiseren van de benodigde waterberging is in dit plan haalbaar maar vereist wel de nodige inpassen in het plan. Dat is een stedenbouwkundige opgave. De voorkeur gaat uit naar afvoer van hemelwater naar de bodem. Daarmee kan droogte in andere jaargetijden worden beperkt. 4.2.2 Bodem Voor het plan is 7 september 2020 een Vooronderzoek Bodem uitgevoerd, waarvan het rapport als bijlage 4 bij deze vormvrije m.e.r. beoordeling is opgenomen. Uit dit uitgevoerd vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat: Asbest Op grond van het vooronderzoek kan de navolgende hypothese worden gesteld:  

De onderzoekslocatie kan met betrekking tot asbest als een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld beschouwd worden i.v.m. de geplande sloop van de gebouwen binnen de begrenzing op de locatie. Ten aanzien van de hypothese asbestverdacht dient een verkennend onderzoek conform de NEN-5707 (inclusief maaiveld-inspectie asbest) verricht te worden.

Bodem Op grond van het vooronderzoek kan de navolgende hypothese worden gesteld:  

De onderzoekslocatie kan als een onverdacht terrein beschouwd worden. Conform NEN- 5740 wordt derhalve de volgende hypothese vastgesteld: ONV-NL Er is geen freatisch grondwater te verwachten binnen 5,0 m-mv. Derhalve kan afgezien worden van het plaatsen van een peilbuis.

Onderzoeksvoorstel voor verkennend bodemonderzoek Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van een indicatie of de grond en/of het ondiepe grondwater ter plaatse zijn verontreinigd. Door sloop van gebouwen kan de bodem fysisch en chemisch verontreinigd raken, daarom wordt geadviseerd om het chemisch bodemonderzoek pas te laten uitvoeren nadat de sloop heeft plaatsgevonden.

13/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

De sloop van de aanwezige bebouwing zal pas in maart 2022 plaatsvinden. Daarna kan pas een volledig bodemonderzoek worden uitgevoerd. In de omgevingsvergunning voor de realisatie van de BMV en daarbij behorende bouwwerken kunnen voorwaarden worden opgenomen waarin wordt gesteld dat een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd na de sloop van de aanwezige bebouwing. Als het bodemonderzoek is uitgevoerd voor de sloop, zal na de sloop altijd een aanvullende maaiveldinspectie asbest nodig zijn conform BRL 2000 protocol 2018. De resultaten van deze maaiveldinspectie kunnen ertoe leiden dat verder onderzoek naar asbest conform de NEN-5707/ 5897 noodzakelijk is. Conclusie Voor wat betreft het aspect bodem zijn er nu geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Natuur

4.3.1 Gebiedsbescherming Zoals eerder beschreven en op de onderstaande afbeelding is aangegeven, vormt het plangebied geen onderdeel van Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het NNN. Effecten zoals areaalverlies, versnippering en verandering van de waterhuishouding zijn op voorhand uitgesloten. Door de aard en omvang van het plan en de grote afstand tot stikstofgevoelige habitats heeft de stikstofdepositie van dit plan geen negatief effect op de Natura 2000 gebieden. Dit blijkt ook uit de stikstofberekening zoals opgenomen in bijlage 6 van het bestemmingsplan.

14/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

Afbeelding - Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden 4.3.2 Beschermde soorten In het kader van de bestemmingsplanprocedure is een quick scan ecologie (zie bijlage 5) uitgevoerd. De bevindingen van natuurtoets voor het onderdeel ‘beschermde soorten’ luiden als volgt: • Vogelrichtlijn (algemene broedvogels) Er dient rekening te worden gehouden met broedseizoen Voor dit onderdeel is geen vervolgstap noodzakelijk. • Habitatrichtlijn (vleermuizen) Er dien nader onderzoek te worden gedaan naar de aanwezigheid van zomer- en paarverblijfplaatsen van gewone- en ruige dwergvleermuis. • Vrijgestelde Nationaal beschermde soorten (algemene soorten grondgebonden zoogdieren en amfibieën) Er dient te worden voldaan aan de zorgplicht. • Niet of deels vrijgestelde Nationaal beschermde soorten (eekhoorn) Geadviseerd wordt om te werken in periodes waarin vrijstelling geldt en daarbij te voldoen aan de zorgplicht.

15/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

Indien dit niet mogelijk is kan het nodig zijn om te werken middels een gedragscode of ontheffing aan te vragen. De aard van de werkzaamheden in de aanleg-/realisatiefase zijn zodanig dat met een juiste planning van het werk, negatieve effecten op de (mogelijk) aanwezige soorten en populatieniveau voorkomen kunnen worden. Dit vergt een zorgvuldige planning van het werk. Wel dient nader onderzoek naar de aanwezigheid van zomer- en paarverblijfplaatsen van gewone- en ruige dwergvleermuis. In de gebruiksfase vinden er geen werkzaamheden of andere verstoringseffecten plaats. 4.3.3 Conclusie Het is mogelijk de emissie van stikstof tijdens de aanlegfase van het plan relevant te beperken door toepassing van zoveel mogelijk schoon materieel. Tevens veroorzaakt het het nieuwe gebouw in de gebruiksfase nagenoeg geen stikstofdepositie. Het plan zorgt daarom, met ingang van de nieuwe wet, niet voor een onevenredige aantasting van de omliggende Natura2000-gebieden. Voor het overige treedt er geen onevenredige aantasting op waarmee de aspecten gebiedsbescherming en soortenbescherming in het gedrang komen. Concluderend zijn er niet zodanige nadelige gevolgen voor het milieu dat op basis hiervan een milieueffectrapportage gerechtvaardigd is.

4.4

Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid

Externe veiligheid De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Volgens de risicokaart zijn er in de omgeving van het plangebied geen Bevi‐ of Brzo inrichtingen of gevestigd. Het plangebied ligt niet binnen de contour van het plaatsgebonden risico noch binnen een invloedsgebied van een dergelijk bedrijf. Risico’s op rampen door klimaatverandering De beoogde ontwikkelingen worden gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied. Er zal geen of nauwelijks sprake zijn van een toename in verharding. Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatadaptatie niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Hiervoor is een memo ‘bedrijven en milieuzonering’ opgesteld, zie bijlage 7. Er zal worden voldaan aan de normen voor geluid, grond, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Een significant effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.

16/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

4.5

Archeologie, landschap en cultuurhistorie

4.5.1 Archeologie Het plangebied is voor een klein deel gelegen op gronden met waardecategorie 3 (Overige monumenten en gebieden met een hoge verwachtingswaarde) en voor het grootste deel in waardecategorie 4 (Gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde. Dit archeologische beleid is vertaald in de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 3 en 4 die zijn opgenomen in de regels van het ontwerpbestemmingsplan Heerlerbaan en Omgeving. In het vigerend bestemmingsplan Heerlerbaan zijn nog geen archeologische dubbelbestemmingen opgenomen. De toegestane grootte van een bodemingrepen op deze gronden mogen respectievelijk niet meer beslaan dan 250 m2 en 2.500 m2. Daarbij mag de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedragen. Op de gronden zijn nu reeds gebouwen aanwezig. Bij de realisatie van deze gebouwen zal de grond reeds zijn verstoord/aangetast. De aanwezige gebouwen zullen worden gesloopt. Het nieuwe gebouw zal van een kelder worden voorzien van ongeveer 115m2 waarin de technische ruimte zal worden gerealiseerd. Voor het overige kent het gebouw geen kelders en/of kruipruimtes. Door de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de BMV worden de maximale verstoringsoppervlakten per waardecategorie niet overschreden en derhalve is een archeologisch (bureau)onderzoek niet noodzakelijk.

4.5.2 Landschap Heerlen wordt wel gekarakteriseerd als een ‘gefragmenteerde’, groene stad. Een stad die bestaat uit bebouwingskernen, omgeven door onbebouwde, groene ruimten. Dit geldt zeker ook voor het plangebied en de directe omgeving op de Heerlerbaan, waar het groene karakter sterk bepaald wordt door enerzijds woonbuurten en anderzijds het plateaulandschap. De Heerlerbaan liggen in de nabijheid van het brongebied van de Caumerbeek en hebben een groen karakter. De hoofdontsluiting van de woonbuurt in het stadsdeel is overzichtelijk. Een begeleidende groenstructuur is slechts deels aanwezig. In de buurt Heerlerbaan is de groenstructuur gerelateerd aan de karakteristieke opbouw van de buurt met groen- en parkeerstroken tussen en rondom de verschillende flats en woonblokken. Historische objecten zijn voornamelijk aanwezig in de vorm van enkele (voormalige) boerderijen en de Heerlerbaan als historische wegverbinding tussen Heerlen en Aachen.

4.6

Hinder tijdens uitvoering

Tijdens de sloop en de realisatie van de nieuwe BMV en de daarbij behorende bouwwerken (geen gebouwen zijnde) wordt gebruik gemaakt van materieel en kunnen tijdelijke effecten op de omgeving (mensen en dieren) ontstaan, voornamelijk in de vorm van geluid, stof, uitstoot naar de lucht en licht. De realisatie start, naar verwachting, in het najaar van 2022. De exacte uitvoeringswijze en -duur zijn nog niet bekend. Gelet op de relatief beperkte omvang van het plangebied en de aard en tijdelijkheid van de

17/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

sloop‐ aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Daarom zal dan ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid‐ en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden. De tijdelijke verhoging van stikstofdepositie door het gebruik van gemotoriseerd materieel voor de aanleg- en realisatiefase. Echter is het mogelijk deze emissie van stikstof tijdens de aanlegfase relevant te beperken door toepassing van zoveel mogelijk schoon materieel. Er worden in het plangebied geen gevaarlijke stoffen vervoerd en vrijkomende grond wordt, waar mogelijk binnen het plangebied gebruikt. Lichthinder is met name van belang voor diersoorten, zoals de vleermuis. Tijdens de werkzaamheden wordt hiermee rekening gehouden door het aanhouden van een aangepaste werkwijze. Als al hinder optreedt is deze beperkt en van tijdelijke aard. Dit rechtvaardigt niet het doorlopen van een milieueffectrapportage.

4.7

Niet gesprongen explosieven

Het plangebied grotendeels bebouwd is en dat er derhalve vanuit wordt gegaan dat de bodem geroerd. De planlocatie is daarom naar verwachting niet gelegen in een gebied dat verdacht is voor “niet gesprongen explosieven” en vormt daarmee geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Het onderwerp ‘niet gesprongen explosieven’ leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

4.8

Klimaat en duurzaamheid

Dit plan betreft de herbouw van bestaande voorzieningen die in verouderde panden zijn gevestigd. Door het realiseren van nieuwbouw zal de uitstoot van deze functies sterk teruglopen wat een positief effect heeft op het gebied van duurzaamheid. Het plan zal geen invloed hebben op het klimaat of de klimaatverandering. Het nieuwe gebouw zal conform de nieuwe richtlijnen en energienormen worden gerealiseerd. Hier is bij het ontwerp van het gebouw rekening mee gehouden. Zo zal circa 395m² van het dak als groendak worden uitgevoerd. Dit situeert zich met name op het dak van het kinderdagverblijf (noordzijde gebouw). De overige daken worden helemaal vol gelegd met PV-panelen. Tevens zal een grijswatersysteem worden toegepast waarmee hemelwater wordt hergebruikt Zo zal dit systeem middels een voorzien voor spoeling van de toiletten zorgen. Wanneer de buffer vol is, loopt deze over in de infiltratievoorziening. Hierdoor zal het plan op kleine schaal bijdragen aan de klimaateisen en duurzaamheid. Het plangebied is conform de archeologische verwachtingenkaart gelegen binnen diverse archeologische waardecategorieën. Dit archeologisch beleid is vertaald in de dubbelbestemmingen die zijn opgenomen in een ontwerp bestemmingsplan. Doordat op de gronden nu al gebouwen en verhardingen aanwezig zijn, zal de ondergrond bij

18/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

de realisatie hiervan reeds aangetast/verstoord zijn. Voor eventuele overige delen zal het maximaal toegestane verstoringsoppervlak per waardecategorie niet worden overschreden. Het is daarom niet noodzakelijk om voor het plangebied archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderdeel leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het klimaat, duurzaamheid en milieu.

5

Cumulatie andere projecten

De realisatie van de BMV Heerlerbaan is een lokale ingreep op de Heerlerbaan en heeft vooral in tijdens de aanleg gevolgen voor de omgeving. Dit betreft een tijdelijk effect. In de gebruiksfase zijn er geen effecten te wachten en treedt er dus geen cumulatie met andere effecten op. Daarnaast zijn ervoor zo ver bekend geen projecten in de omgeving van het projectgebied die zorgen voor een relevante cumulatie met de beoogde ontwikkeling in het plangebied.

6

Conclusie

De beoogde ontwikkeling omvat de realisatie van een nieuwe brede maatschappelijke voorziening (BMV) op de Heerlerbaan te Heerlen. Het nieuwe gebouw zal huisvesting bieden aan de diverse maatschappelijke instellingen, zoals onderwijs, kinderopvang, een huisartsenpost en een bibliotheek. Daarbij zullen verhardingen in de vorm van speelplaatsen en een kiss-and-ride en diverse bouwwerken geen gebouwen worden gerealiseerd. Het plangebied ligt in een stedelijk gebied. Op de gronden zijn bestaande gebouwen aanwezig die gesloopt zullen worden. Het plangebied is op afstand van diverse Natura2000 gebieden gelegen en is niet gelegen in andere beschermde gebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland. De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor onaanvaardbare effecten op de beschermde gebieden. De beoogde ontwikkeling zorgt, noch in de aanlegfase, noch in de gebruiksfase, voor zodanige belangrijke nadelige milieugevolgen dat een milieueffectrapportage zou moeten worden doorlopen. Dit blijkt tevens uit de toelichting die in het kader van de bestemmingsplanprocedure is opgesteld. Daarnaast vindt de ingreep niet plaats in een gevoelig gebied. De realisatie van de BMV met bijbehorende voorzieningen is niet onomkeerbaar en van een relatief geringe omvang.

Het is aan de bevoegd gezagen om een definitief besluit te nemen of het opstellen van een milieueffectrapportage noodzakelijk is en dit besluit bekend te maken. Geconcludeerd kan worden dat het project een ruimtelijk passende ontwikkeling is, waarvan niet te verwachten is dat deze ontwikkeling negatieve effecten op de omgeving heeft.

19/19 — SLM016206 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 1 — 16 juli 2021

Overzicht bijlage(n) Bijlage 1 BMV Heerlerbaan VO Bijlage 2 Onderzoek Wegverkeerslawaai Bijlage 3 Waterparagraaf Bijlage 4 Vooronderzoek bodem Bijlage 5 Quick scan Ecologie Bijlage 6 Stikstofdepositie Bijlage 7 Bedrijven en Milieuzonering

Bijlage 1 BMV Heerlerbaan VO

Bijlage 1 – 1/2

BMV Heerlerbaan

VO concep t TenW ar chit ec t e n adviseur s 18-01-20 21

Terrein

Situatie

Vogelvlucht situatie

Vogelvlucht situatie

Vogelvlucht situatie

Voorbeelden van kiss and ride

Plattegronden

Fietsenkelder

Begane grond

Verdieping 1

Verdieping 2

Doorsneden

Doorsneden

Doorsneden

Voorgevel

Oostgevel

Noordgevel

Westgevel

POV-Windwijzer

Sociaalmaatschappelijk

Artsen

Tovercirkel

Tovercirkel

POV-Windwijzer

Tovercirkel

KDV

BSO

Impressies rondom het gebouw

Aankomst vanaf het winkelcentrum

Aankomst vanaf het winkelcentrum

Vogelvlucht richting een deel van het speelplein

Gebouw grenzend aan de Vullingsweg

Noordkant van het gebouw langs de Vullingsweg

Noordkant van het gebouw langs de Vullingsweg

Toegang tot het voorplein vanaf de Vullingsweg

Entree aan het voorplein

KDV met afgesloten speelterrein

BMV Heerlerbaan

VO concep t TenW ar chit ec t e n adviseur s 18-01-20 21

Bijlage 2 Onderzoek Wegverkeerslawaai

Bijlage 2 – 2/2

MEMO PROJECT

BMV Heerlerbaan

PROJECTNR.

SLM016206

ONDERWERP

Geluid: wegverkeer

REFERENTIE

SLM016206.NOT001.AC

AUTEUR

Ann-Sofie Corthouts

DATUM

11 juni 2021

1

INLEIDING

In het gebied tussen de Corisbergweg en de Vullingsweg ontwikkelt de gemeente Heerlen een Brede Maatschappelijke Voorziening Heerlerbaan. Twee scholen worden samengebracht en daarnaast wordt voorzien in een peuteropvang, kinderdagverblijf en BSO, een bibliotheek, een welzijnsorganisatie, een huisartsenpraktijk en een sportzaal. Het gebouw wordt (net zoals in de huidige situatie) aangehecht aan het huidige gemeenschapshuis De Caumerbron. De meeste functies zijn in de huidige situatie reeds aanwezig en worden samengevoegd. De toevoeging aan de BMV betreft de basisschool De Windwijzer (met circa 200 kinderen) en de sporthal. De ontwikkeling past niet geheel in het vigerende bestemmingsplan. In het kader van de bestemmingsplanprodcedure is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het plan is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Romeinenstraat, de Caumerweg, de Palestinastaat en de Jeruzalemstraat. Het doel van het onderzoek wegverkeerslawaai is het bepalen van de optredende geluidbelastingen vanwege deze wegen en het toetsen van de berekende waarden aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Daarnaast is het doel om op basis van de gecumuleerde geluidbelastingen vanwege al het relevante wegverkeer, het toekomstige akoestisch leefklimaat te beoordelen, om daarmee te bepalen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Hierbij worden ook de nabijgelegen nietgeluidgezoneerde 30 km/u-wegen betrokken.

2

WETTELIJK KADER

De Wet geluidhinder (hierna: Wgh) beoogt de burger te beschermen tegen te hoge geluidbelastingen. In deze wet zijn onder meer de normen voor geluid als gevolg van weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai vastgelegd. Bij ruimtelijke plannen dient rekening gehouden te worden met de in de Wgh opgenomen grenswaarden en bepalingen. In de Wgh gelden voorkeursgrenswaarden en maximaal toelaatbare grenswaarden voor de geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelige bestemming. 2.1

WEGVERKEERSLAWAAI

2.1.1

GRENSWAARDEN

In tabel 2-1 volgt een overzicht van de diverse grenswaarden die van toepassing zijn voor nieuwe situaties binnen de zone van een weg.

Tabel 2-1 overzicht voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde SITUATIE

VOORKEURSGRENSWAARDE [DB]

MAXIMALE ONTHEFFINGSWAARDE [DB]

Stedelijk

Buitenstedelijk

BESTAANDE WEG

woning nog niet geprojecteerd

48

63

53

BESTAANDE WEG

te bouwen woning bij agrarisch bedrijf

48

nvt

58

BESTAANDE WEG

vervangende nieuwbouw

48

68

58/63*

NIEUWE WEG

woning aanwezig of in aanbouw

48

63

58

* De ontheffingswaarde van 63 dB geldt voor vervangende nieuwbouw binnen de zone van een auto(snel)weg gelegen binnen de bebouwde kom

2.1.2

AFTREK ART. 110G WGH

Op grond van verdere ontwikkelingen in de techniek en het treffen van geluidreducerende maatregelen aan motorvoertuigen is het de verwachting dat het wegverkeer in de toekomst minder geluid zal produceren dan momenteel het geval is. Op basis van art. 110 g Wgh kan de Minister een aftrek vaststellen voor het in de toekomst stiller worden van motorvoertuigen. De aftrek als bedoeld in art. 110g Wgh staat vermeld in art. 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en bedraagt: — 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder aftrek conform art 110 g Wgh 56 dB is; — 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder aftrek conform art 110 g Wgh 57 dB is; — 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de bovenstaande waarden; — 5 dB voor overige wegen; — 0 dB bij het bepalen van de geluidwering van de gevel.

3

UITGANGSPUNTEN ONDERZOEK

3.1

SITUATIE

Het plangebied is gelegen tussen de Corisbergweg en de Vullingsweg in Heerlen. De ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving is weergegeven in figuur 3-1. In figuur 3-2 is een situatietekening weergegeven van de toekomstige situatie.

Figuur 3-1 Ligging plangebied (blauw gemarkeerd)

Figuur 3-2 Situatietekening

3.2

GEGEVENS WEGVERKEERSLAWAAI

Door de gemeente Heerlen is een shapebestand aangeleverd met de wegverkeersgegevens voor het prognosejaar 2030 dat kan worden gehanteerd als uitgangspunt voor het maatgevend jaar in voorliggend onderzoek. Het betreffen verdelingen in licht, middelzwaar en zwaar verkeer, de verdeling over het etmaal (dag,- avond- en nachtperiode), de snelheden en de wegdektypes. Tevens is door de gemeente Heerlen aangegeven dat de verkeerstoename als gevolg van de nieuwe functies van het plan 217 mvt/etmaal bedraagt en is een overzicht aangeleverd van de verdeling van deze verkeersgeneratie over het netwerk in de omgeving van het plangebied. In bijlage 1 zijn deze aangeleverde gegevens betreffende de verkeersgeneratie opgenomen. 3.3

REKENMETHODE

De berekeningen van de geluidbelastingen Lden op de gevels van de woning zijn uitgevoerd conform het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012”, zoals bedoeld in art. 110 Wgh. Gezien de situatie ter plaatse is voor de berekeningen gebruik gemaakt van standaard rekenmethode II uit bijlage III voor wegverkeerslawaai. 3.4

AKOESTISCH OVERDRACHTSMODEL

De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het computerprogramma Geomilieu v2020.1 van DGMR. De datasets voor de bodemgebieden, gebouwen en hoogtelijnen zijn afkomstig uit het 3D omgevingsmodel voor Geluid (te raadplegen via http://3d.kadaster.nl/3d-geluid/). Het invallend geluidniveau is bepaald op de gevels van de nieuwe BMV. De geluidbelasting is berekend op 1,5 meter boven vloerniveau. In bijlage 2 wordt het akoestisch overdrachtsmodel grafisch weergegeven. De invoergegevens van het akoestisch overdrachtsmodel zijn opgenomen in bijlage 3.

4

BEREKENINGSRESULTATEN

4.1

TOETSING WET GELUIDHINDER

In tabel 4-1 wordt voor enkele maatgevende rekenpunten de hoogste geluidbelasting als gevolg van de zoneplichtige Romeinenstraat, de Caumerweg, de Palestinastraat en de Jeruzalemstraat getoond inclusief aftrek conform art 110g Wgh. De gedetailleerde berekeningsresultaten voor alle rekenpunten zijn opgenomen in bijlage 4. Voor de ligging van de rekenpunten wordt verwezen naar figuur 4-1.

Figuur 4-1 Ligging rekenpunten Tabel 4-1 Berekeningsresultaten wegverkeer inclusief aftrek art. 110g Wgh REKEN-

HOOGTE

GELUIDBELASTING

GELUIDBELASTING

GELUIDBELASTING

GELUIDBELASTING

PUNT

[M]

[DB] A.G.V DE

[DB] A.G.V DE

[DB] A.G.V DE

[DB] A.G.V DE

ROMEINENSTRAAT

CAUMERWEG

PALESTINASTRAAT

JERUZALEMSTRAAT

01

1,5

29

24

9

14

02

1,5

6

10

0

16

03

5,5

27

24

10

14

04

5,5

28

25

10

14

15

1,5

17

22

15

12

15

5,5

22

25

13

10

16

1,5

17

26

13

11

17

1,5

25

25

9

14

18

5,5

23

25

10

14

Uit tabel 4-1 blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van de Romeinenstraat ten hoogste 29 dB Lden bedraagt inclusief aftrek conform art. 110g Wgh. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de

voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. De geluidbelasting als gevolg van de Caumerweg bedraagt ten hoogste 26 dB Lden inclusief aftrek. de geluidbelasting als gevolg van de Palestinastraat bedraagt ten hoogste 15 dB Lden inclusief aftrek en de geluidbelasting als gevolg van de Jeruzalemstraat bedraagt ten hoogste 16 dB. Voor deze wegen is dus ook ruimschoots voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De Wet geluidhinder vormt daarmee geen belemmering voor het plan. 4.2

GELUIDBELASTING IN HET KADER VAN DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Ten behoeve van de beoordeling van het akoestisch leefklimaat zijn tevens de gecumuleerde geluidbelastingen bepaald ten gevolge van alle relevante wegen in de nabijheid van het plangebied. De gecumuleerde geluidbelastingen als gevolg van wegverkeerslawaai variëren tussen 25 dB en 47 dB exclusief aftrek op basis van art. 110g Wgh. Op basis van deze geluidbelastingen is sprake van een goed akoestisch woon- en leefklimaat. De berekeningsresultaten zijn per rekenpunt opgenomen in bijlage 4.

5

CONCLUSIE

In het kader van de bestemmingsplanprodcedure is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd voor het ontwikkeling van een Brede Maatschappelijke Voorziening Heerlerbaan. Het plan is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Romeinenstraat, de Caumerweg, de Palestinastaat en de Jeruzalemstraat. Op basis van de berekeningsresultaten kan geconcludeerd worden dat de geluidbelasting als gevolg van de zoneplichtige wegen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. De Wet geluidhinder vormt daarmee geen belemmering voor het plan. De gecumuleerde geluidbelastingen als gevolg van alle relevante wegen in de nabijheid van het plangebied variëren tussen 25 dB en 47 dB exclusief aftrek op basis van art. 110g Wgh. Op basis van deze geluidbelastingen is sprake van een goed akoestisch leefklimaat. Vanuit het aspect wegverkeerslawaai is er bijgevolg sprake van een goede ruimtelijke ordening.

BIJLAGE

1

AANGELEVERDE GEGEVENS

AANGELEVERDE GEGEVENS

Op basis van het aantal extra leerlingen en het aantal extra activiteiten kan ingeschat worden dat de toekomstige verkeersgeneratie op de volgende manier over de gehele dag verdeeld wordt: • • •

Dag: 85-90% Avond: 10-15% Nacht: 0%

BIJLAGE

2

GRAFISCHE WEERGAVE AKOESTISCH OVERDRACHTSMODEL

GRAFISCHE WEERGAVE AKOESTISCH OVERDRACHTSMODEL

BMV Heerlerbaan

WSP Nederland B.V.

Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen

0m

80 m schaal = 1 : 2000

320200

02 1701 1618 03 04 05 15 06 20 07 08 19 14 12 09 13 1110 320000

198400 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie van Gebied - wegverkeer] , Geomilieu V2020.1 Licentiehouder: Lievense Milieu B.V.

198600

BIJLAGE

3

INVOERGEGEVENS AKOESTISCH OVERDRACHTSMODEL

INVOERGEGEVENS AKOESTISCH OVERDRACHTSMODEL

BMV Heerlerbaan Invoergegevens Model: Groep:

WSP Nederland B.V. Bijlage 3

wegverkeer versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam 01 02 03 04 05

Omschr. Maaiveld Hdef. Hoogte A Hoogte B Hoogte C Hoogte D Hoogte E Hoogte F Gevel rekenpunt BMV 144,00 Eigen waarde 1,50 -----Ja rekenpunt BMV 144,00 Eigen waarde 1,50 -----Ja rekenpunt BMV 144,00 Eigen waarde 1,50 5,50 ----Ja rekenpunt BMV 144,00 Eigen waarde 1,50 5,50 ----Ja rekenpunt BMV 144,00 Eigen waarde 1,50 5,50 ----Ja

06 07 08 09 10

rekenpunt BMV rekenpunt BMV rekenpunt BMV rekenpunt BMV rekenpunt BMV

144,00 144,00 144,00 144,00 144,00

Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

5,50 5,50 5,50 5,50 5,50

------

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

11 12 13 14 15

rekenpunt BMV rekenpunt BMV rekenpunt BMV rekenpunt BMV rekenpunt BMV

144,00 144,00 144,00 144,00 144,00

Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

5,50 -5,50 5,50 5,50

------

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

16 17 18 19 20

rekenpunt BMV rekenpunt BMV rekenpunt BMV rekenpunt BMV rekenpunt BMV

144,00 144,00 144,00 144,00 144,00

Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

1,50 1,50 ----

--5,50 5,50 5,50

------

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

Geomilieu V2020.1 Licentiehouder: Lievense Milieu B.V.

9-6-2021 12:19:12

BIJLAGE

4

wsp.com

REKENRESULTATEN

pagina 13/14

REKENRESULTATEN

wsp.com

pagina 14/14

BMV Heerlerbaan Rekenresultaten Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

WSP Nederland B.V. Bijlage 4 Resultatentabel wegverkeer LAeq totaalresultaten voor toetspunten Romeinenstraat Ja

Naam Toetspunt 01_A 02_A 03_A 03_B 04_A

X 198548,07 198550,08 198556,70 198556,70 198567,00

Y Hoogte Lden 320093,40 1,50 28,82 320091,17 1,50 6,30 320080,44 1,50 15,80 320080,44 5,50 27,06 320081,34 1,50 28,25

04_B 05_A 05_B 06_A 06_B

198567,00 198571,94 198571,94 198572,83 198572,83

320081,34 320075,64 320075,64 320064,82 320064,82

5,50 28,41 1,50 4,86 5,50 11,00 1,50 7,60 5,50 11,72

07_A 07_B 08_A 08_B 09_A

198573,64 198573,64 198580,43 198580,43 198577,83

320055,04 320055,04 320044,06 320044,06 320030,53

1,50 8,04 5,50 11,82 1,50 5,84 5,50 11,54 1,50 6,64

09_B 10_A 10_B 11_A 11_B

198577,83 198573,78 198573,78 198566,40 198566,40

320030,53 320023,82 320023,82 320023,16 320023,16

5,50 10,99 1,50 -5,50 17,26 1,50 -7,03 5,50 18,14

12_A 13_A 13_B 14_A 14_B

198553,93 198548,09 198548,09 198540,12 198540,12

320028,92 320025,22 320025,22 320031,98 320031,98

1,50 3,23 1,50 -2,09 5,50 18,13 1,50 14,97 5,50 23,02

15_A 15_B 16_A 17_A 18_B

198536,75 198536,75 198535,72 198540,24 198544,85

320070,34 320070,34 320082,60 320089,58 320079,37

1,50 5,50 1,50 1,50 5,50

19_B 20_B

198539,27 320041,75 198537,65 320059,76

17,26 22,44 16,63 25,01 23,19

5,50 22,78 5,50 20,90

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2020.1 Licentiehouder: Lievense Milieu B.V.

9-6-2021 12:20:40

BMV Heerlerbaan Rekenresultaten Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

WSP Nederland B.V. Bijlage 4 Resultatentabel wegverkeer LAeq totaalresultaten voor toetspunten Caumerweg Ja

Naam Toetspunt 01_A 02_A 03_A 03_B 04_A

X 198548,07 198550,08 198556,70 198556,70 198567,00

Y Hoogte Lden 320093,40 1,50 24,46 320091,17 1,50 9,73 320080,44 1,50 21,82 320080,44 5,50 24,37 320081,34 1,50 21,68

04_B 05_A 05_B 06_A 06_B

198567,00 198571,94 198571,94 198572,83 198572,83

320081,34 320075,64 320075,64 320064,82 320064,82

5,50 1,50 5,50 1,50 5,50

24,91 11,04 15,05 11,74 15,57

07_A 07_B 08_A 08_B 09_A

198573,64 198573,64 198580,43 198580,43 198577,83

320055,04 320055,04 320044,06 320044,06 320030,53

1,50 5,50 1,50 5,50 1,50

12,00 15,36 10,14 16,01 7,84

09_B 10_A 10_B 11_A 11_B

198577,83 198573,78 198573,78 198566,40 198566,40

320030,53 320023,82 320023,82 320023,16 320023,16

5,50 21,64 1,50 6,41 5,50 13,60 1,50 6,98 5,50 13,08

12_A 13_A 13_B 14_A 14_B

198553,93 198548,09 198548,09 198540,12 198540,12

320028,92 320025,22 320025,22 320031,98 320031,98

1,50 1,50 5,50 1,50 5,50

13,11 12,29 11,02 18,71 22,82

15_A 15_B 16_A 17_A 18_B

198536,75 198536,75 198535,72 198540,24 198544,85

320070,34 320070,34 320082,60 320089,58 320079,37

1,50 5,50 1,50 1,50 5,50

22,24 25,31 25,62 24,76 24,84

19_B 20_B

198539,27 320041,75 198537,65 320059,76

5,50 23,76 5,50 23,09

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2020.1 Licentiehouder: Lievense Milieu B.V.

9-6-2021 12:21:00

BMV Heerlerbaan Rekenresultaten Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

WSP Nederland B.V. Bijlage 4 Resultatentabel wegverkeer LAeq totaalresultaten voor toetspunten Palestinastraat Ja

Naam Toetspunt 01_A 02_A 03_A 03_B 04_A

X 198548,07 198550,08 198556,70 198556,70 198567,00

Y Hoogte Lden 320093,40 1,50 8,52 320091,17 1,50 -1,72 320080,44 1,50 9,07 320080,44 5,50 10,15 320081,34 1,50 8,56

04_B 05_A 05_B 06_A 06_B

198567,00 198571,94 198571,94 198572,83 198572,83

320081,34 320075,64 320075,64 320064,82 320064,82

5,50 1,50 5,50 1,50 5,50

9,75 ---5,65 -4,11

07_A 07_B 08_A 08_B 09_A

198573,64 198573,64 198580,43 198580,43 198577,83

320055,04 320055,04 320044,06 320044,06 320030,53

1,50 5,50 1,50 5,50 1,50

--3,98 7,06 --

09_B 10_A 10_B 11_A 11_B

198577,83 198573,78 198573,78 198566,40 198566,40

320030,53 320023,82 320023,82 320023,16 320023,16

5,50 1,50 5,50 1,50 5,50

--7,62 -7,37

12_A 13_A 13_B 14_A 14_B

198553,93 198548,09 198548,09 198540,12 198540,12

320028,92 320025,22 320025,22 320031,98 320031,98

1,50 -1,50 -5,50 4,14 1,50 8,38 5,50 11,33

15_A 15_B 16_A 17_A 18_B

198536,75 198536,75 198535,72 198540,24 198544,85

320070,34 320070,34 320082,60 320089,58 320079,37

1,50 5,50 1,50 1,50 5,50

19_B 20_B

198539,27 320041,75 198537,65 320059,76

14,55 13,47 13,30 9,46 10,47

5,50 10,98 5,50 10,85

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2020.1 Licentiehouder: Lievense Milieu B.V.

9-6-2021 12:21:07

BMV Heerlerbaan Rekenresultaten Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

WSP Nederland B.V. Bijlage 4 Resultatentabel wegverkeer LAeq totaalresultaten voor toetspunten Jeruzalemstraat Ja

Naam Toetspunt 01_A 02_A 03_A 03_B 04_A

X 198548,07 198550,08 198556,70 198556,70 198567,00

Y Hoogte Lden 320093,40 1,50 13,54 320091,17 1,50 15,76 320080,44 1,50 14,33 320080,44 5,50 14,05 320081,34 1,50 13,26

04_B 05_A 05_B 06_A 06_B

198567,00 198571,94 198571,94 198572,83 198572,83

320081,34 320075,64 320075,64 320064,82 320064,82

5,50 1,50 5,50 1,50 5,50

07_A 07_B 08_A 08_B 09_A

198573,64 198573,64 198580,43 198580,43 198577,83

320055,04 320055,04 320044,06 320044,06 320030,53

1,50 12,43 5,50 13,96 1,50 9,85 5,50 11,87 1,50 6,25

09_B 10_A 10_B 11_A 11_B

198577,83 198573,78 198573,78 198566,40 198566,40

320030,53 320023,82 320023,82 320023,16 320023,16

5,50 11,07 1,50 -5,50 8,36 1,50 -5,50 8,72

12_A 13_A 13_B 14_A 14_B

198553,93 198548,09 198548,09 198540,12 198540,12

320028,92 320025,22 320025,22 320031,98 320031,98

1,50 5,59 1,50 -4,10 5,50 8,95 1,50 11,67 5,50 10,80

15_A 15_B 16_A 17_A 18_B

198536,75 198536,75 198535,72 198540,24 198544,85

320070,34 320070,34 320082,60 320089,58 320079,37

1,50 5,50 1,50 1,50 5,50

19_B 20_B

198539,27 320041,75 198537,65 320059,76

14,23 11,79 13,31 12,53 14,13

11,72 9,81 11,21 13,56 13,98

5,50 10,68 5,50 10,87

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2020.1 Licentiehouder: Lievense Milieu B.V.

9-6-2021 12:21:15

BMV Heerlerbaan Rekenresultaten Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

WSP Nederland B.V. Bijlage 4 Resultatentabel wegverkeer LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee

Naam Toetspunt 01_A 02_A 03_A 03_B 04_A

X 198548,07 198550,08 198556,70 198556,70 198567,00

Y Hoogte Lden 320093,40 1,50 40,34 320091,17 1,50 40,46 320080,44 1,50 40,29 320080,44 5,50 41,32 320081,34 1,50 41,11

04_B 05_A 05_B 06_A 06_B

198567,00 198571,94 198571,94 198572,83 198572,83

320081,34 320075,64 320075,64 320064,82 320064,82

5,50 1,50 5,50 1,50 5,50

42,41 42,84 45,42 43,44 45,90

07_A 07_B 08_A 08_B 09_A

198573,64 198573,64 198580,43 198580,43 198577,83

320055,04 320055,04 320044,06 320044,06 320030,53

1,50 5,50 1,50 5,50 1,50

43,21 45,78 42,94 46,92 32,03

09_B 10_A 10_B 11_A 11_B

198577,83 198573,78 198573,78 198566,40 198566,40

320030,53 320023,82 320023,82 320023,16 320023,16

5,50 1,50 5,50 1,50 5,50

45,27 28,62 41,77 24,64 39,79

12_A 13_A 13_B 14_A 14_B

198553,93 198548,09 198548,09 198540,12 198540,12

320028,92 320025,22 320025,22 320031,98 320031,98

1,50 1,50 5,50 1,50 5,50

25,81 29,91 36,69 31,39 34,91

15_A 15_B 16_A 17_A 18_B

198536,75 198536,75 198535,72 198540,24 198544,85

320070,34 320070,34 320082,60 320089,58 320079,37

1,50 5,50 1,50 1,50 5,50

30,52 34,09 33,02 36,58 39,88

19_B 20_B

198539,27 320041,75 198537,65 320059,76

5,50 33,57 5,50 32,50

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2020.1 Licentiehouder: Lievense Milieu B.V.

9-6-2021 12:21:41

Bijlage 3 Waterparagraaf

MEMO PROJECT

BMV Heerlen

PROJECTNR.

SLM016206

ONDERWERP

Waterparagraaf

REFERENTIE

SLM016206.MEMO01.ES.IH

AAN

Gemeente Heerlen (dhr. R. Roelofs)

AUTEUR

Erik Schurink

DATUM

22 juli 2021

1

INLEIDING

De gemeente Heerlen is voornemens in het stadsdeel Heerlerbaan een nieuwe brede maatschappelijke voorziening te realiseren: de BMV Heerlerbaan. De ligging van de locatie is weergegeven in figuur 1. Het kadastrale perceel waarop de ontwikkeling wordt voorzien is Heerlen, sectie K, nummer 5743.

Figuur 1 Globale ligging van de locatie in Heerlen

Deze ontwikkeling omvat het volgende: − een basisschool, een kinderdagopvang, een BSO, een sporthal, een bibliotheek, een huisartsenpraktijk en een maatschappelijke functies voor zowel jeugd als ouderen; − bestrating rondom de gebouwen; − groenvoorzieningen. In de bestaande, huidige situatie is het perceel eveneens bebouwd met een schoolgebouw, een huisartsenpraktijk en bibliotheek, bestratingen en groen. In het kader van een bestemmingsplanprocedure moet een waterparagraaf worden opgesteld. De gewenste ruimtelijke ontwikkeling vereist dat waterbelangen in beeld worden gebracht en dat wordt aangegeven hoe hiermee, in het kader van de planvorming, wordt omgegaan. De watertoets dient om de waterbelangen goed in het plan te implementeren. De ‘waterparagraaf’ is het document waarin e.e.a. wordt vastgelegd.

wsp.com

pagina 1/7

2

HUIDIGE EN NIEUWE SITUATIE

2.1

HUIDIGE SITUATIE

Op bijlage 1 is de huidige situatie getoond. Enkele foto’s in figuur 2 geven een impressie van de huidige situatie. In de huidige situatie is ca. 50% van het perceel onbebouwd en onbestraat.

Figuur 2 Impressie van de huidige situatie

Het perceel sluit in oostelijke richting aan op de Vullingsweg en in westelijke richting op de Corisbergweg. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan een groenzone, aan de zuidzijde bevinden zich winkels. Binnen het plangebied bevinden zich nog een schoolgebouw, een bibliotheek en een huisartsenpraktijk. Deze worden allen geamoveerd. Bestaande bomen worden zoveel mogelijk intact gehouden. In de bestaande situatie zijn binnen het plangebied geen voorzieningen aanwezig voor de opvang van hemelwater anders dan de riolering. De aanwezige bestrating bestaat uit klinkers en tegels. Het bestaande schoolgebouw ligt ca. 1 m boven het niveau van de Vullingsweg. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een verhard sportveldje dat ca. 2 m onder straatniveau ligt. In de rest van het plangebied varieert de maaiveldhoogte daartussen, tussen 1 m boven en 2 m beneden straatniveau.

wsp.com

pagina 2/7

2.2

NIEUWE SITUATIE

De nieuwe situatie is weergegeven op bijlage 2, in grote lijnen bestaat deze uit enkele gebouwen (basisschool, kinderdagopvang, een BSO en een sporthal), met bijbehorende bestrating en groenvoorzieningen. De nieuwbouw wordt niet voorzien van kruipruimtes of souterrain. Wel wordt een kelder met een vloeroppervlak van 113 m² onderdeel van de constructie, hierin wordt een verbinding tot stand gebracht met de Caumerbron en de warmtepomp voor het bodemenergiesysteem. Het bouwpeil is ingeschat op ca. NAP+143,50 en de aanleghoogte op 0,8 m-bouwpeil. Het gebouw krijgt een plat dak. Een deel van dit dak (ca. 395 m2) wordt als vegetatiedak ingericht, op het overige dakoppervlak worden zonnepanelen geplaatst zodat de ruimte voor een vegetatiedak ontbreekt. Zowel in de oude als de nieuwe situatie is er in de nabije omgeving van de locatie geen oppervlaktewater aanwezig. Rondom het plangebied is (vermoedelijk) een gemengd riool aanwezig. Er is een grijswatersysteem voorzien voor spoeling van de toiletten. Wanneer de buffer vol is, loopt deze over in de infiltratievoorziening. De inhoud van de buffer is onbekend maar zal niet meer dan enkele m3 bedragen en wellicht tijdens buien al gedeeltelijk gevuld zijn en dus weinig reservecapaciteit hebben om een deel van de bui op te vullen.

In tabel 1 zijn de oppervlaktes van de verschillende gebruiksvormen samengevat in de oude en de nieuwe situatie. De inrichting van het niet te bebouwen deel is nog niet vastgesteld. We gaan er vooralsnog van uit dat 60% daarvan kan worden ingericht als ‘groen’ en 40% zal (moeten) worden bestraat en dat deze bestrating als ‘open verharding’ kan worden toegepast. Tabel 1 Oppervlakken binnen plangebied in oude en nieuwe situatie

Type oppervlak Bebouwd, geen groen/blauw dak Bebouwd, groen dak Verharding: gesloten Verharding: tegels, klinkers etc Groen Totaal

Huidige situatie [m2] 2.760

Nieuwe situatie [m2]

250 1.000

395 Aanname: 0 Aanname: 1.215

1.250 5.260

Aanname: 1.820 5.260

1.830

De inrichting buiten (groen, verhardingsoppervlak en type) moet nog nader worden vastgesteld. In de nieuwe situatie neemt het oppervlak bebouwd met 20% af. Onbekend is in welke mate het bestrate oppervlak afneemt, maar een relevante toe- of afname ligt niet voor de hand. Per saldo zal dus sprake van een (gunstige) afname van het oppervlak bebouwd+bestraat.

wsp.com

pagina 3/7

3

BODEMOPBOUW EN HYDROLOGIE

3.1

BODEMOPBOUW

In december 2020 is een funderingsadvies gegeven en is een hemelwaterinfiltratiestudie uitgevoerd1. In dit kader zijn sonderingen en boringen uitgevoerd. De boorstaten die dit onderzoek heeft opgeleverd zijn opgenomen op bijlage 3. De hoogte van het maaiveld varieert van NAP+141,9 tot NAP+146,7 m. Uit het uitgevoerde onderzoek wordt geconcludeerd dat: − De toplaag van ca. 2,5 m dik bestaat uit een slap tot matig vaste löss-leemlaag waarin plaatselijk tot 1 m-mv een funderingspakket wordt aangetroffen. Het bovenste deel van de toplaag is door menselijke ingrepen verstoord geraakt. − Hieronder wordt een vast gepakt zand- en zand/grindpakket aangetroffen tot een diepte van NAP+134 m. De zandlaag heeft een dikte van 3,50 m, daaronder bevindt zich grind. − Vanaf een diepte van NAP+134 m tot NAP+131 m wordt een leempakket aangetroffen. 3.2

HYDROLOGIE

Tijdens het hemelwater-infiltratieonderzoek (uitgevoerd in november 2020) is in de boorgaten tot een diepte van NAP+137,7 m (dat in 7 m onder maaiveld) geen grondwater aangetroffen. Voor de dimensionering van hemelwatervoorzieningen is de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) van belang. Gezien bovenstaande zal deze minstens 6 m onder maaiveld liggen. Tussen de onderkant van de betrekkelijk slecht doorlatende löss-leemlaag en de GHG is dus een meer dan 3,5 meter dikke onverzadigde zone aanwezig. De zes infiltratiemetingen zijn in triplo uitgevoerd, de eerste waardes in ieder boorgat geven altijd een relatief hoge doorlatendheid omdat de bodem rondom het boorgat dan nog niet met water verzadigd is. De resultaten van de metingen zijn in onderstaande tabel 2 opgenomen. Tabel 2 Resultaten doorlatendheidsmetingen

In het rapport van het infiltratieonderzoek is eveneens een tabel opgenomen waarin de gemeten waardes worden beoordeeld, deze tabel is in voorliggend rapport opgenomen in tabel 3.

1

Oriënterend funderingsadvies en resultaten infiltratieonderzoek. Geonius, kenmerk: GA200004.020.R01.V1.0, datum: 3 december 2020.

wsp.com

pagina 4/7

Tabel 3 Resultaten doorlatendheidsmetingen

Uit de klimaateffectatlas (www.klimaateffectatlas.nl) blijkt dat het oostelijke laag gelegen deel van het plangebied bij zware buien (orde 70 mm in 2 uur) tot meer dan 0,3 m wateroverlast kan ondervinden. 3.3

MILIEUHYGIENISCHE KWALITEIT VAN DE BODEM

De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet bij ons bekend. Als het gebruik van hemelwaterinfiltratievoorzieningen wordt overwogen dan is het van belang te borgen dat infiltrerend hemelwater niet de uitloging of verspreiding van bodemverontreiniging veroorzaakt. Dit is een aandachtspunt.

4

BELEID VAN DE GEMEENTE

In begin juni 2021 is de gemeente Heerlen benaderd. Zij hebben aangegeven dat de wijze waarop moet worden omgegaan met hemelwater is beschreven op de laatste bladzijde van het document ‘aanvraag rioolaansluit-vergunning. Deze is opgenomen als bijlage 4 bij deze notitie. De belangrijkste elementen daaruit voor deze waterparagraaf zijn: − Als wordt overwogen om hemelwater af te voeren op het gemeentelijk riool dan dient de leiding ‘af te lopen’ naar dat riool. − Van de initiatiefnemer wordt verwacht dat hij zorgdraagt voor voorzieningen die hemelwater kunnen opvangen dat daarna geleidelijk in de bodem infiltreert en/of vertraagd loost op het riool. Deze voorziening moet een capaciteit hebben van minimaal 3,5 m 3 per 100 m2 bebouwd/verhard oppervlak. − Een overstort van deze voorziening op het gemeentelijk riool is mogelijk. − De gemeente heeft een principetekening van een voorziening met kratten geschetst, deze is in onderstaande figuur 3 overgenomen. De kratten worden ‘gevoed’ vanaf de daken van de bebouwing (via regenpijpen) en de bestrating (verzameld via goten). Een bladvanger en zandvang beperken de kans op verstopping van de kratten.

5

DE HAALBAARHEID VAN HEMELWATEROPVANG

Het plangebied heeft de volgende oppervlakken: − 1.830 m2 bebouwd oppervlak van een standaard plat dak (afvloeiingsfactor van 0,8); − 395 m2 vegetatiedak met een afvloeiingsfactor van 0,2; − 1.215 m2 (betrekkelijk) open verharding (afvloeiingsfactor van 0,8). Uitgaande van de gemeentelijke richtlijn (3,5 m3 per 100 m2 bebouwd/verhard) komen we op 120 m3 (3.440 m2).

wsp.com

pagina 5/7

In grote lijnen zijn er verschillende oplossingen: − De hierboven geschetste infiltratiekratten welke onder bestrating worden aangelegd. Als deze moeten leeglopen door infiltratie in de bodem dan moet een ‘kortsluiting’ worden gemaakt met de goed doorlatende zand- en grindlagen welke vanaf een diepte van 2,50 m-mv worden aangetroffen. Dan kan door plaatselijke grondverbetering (lössleem vervangen door beter doorlatend zand, grind, of bijvoorbeeld een groefkorrelig granulaat). − Door oppervlakkige voorzieningen zoals een wadi/vijver en/of een greppel. Dat kan natuurlijk alleen als dit past binnen het plan en het gebruik (greppels en wadi’s waarin tijdelijk water staat passen niet echt bij betrekkelijk kleine kinderen). − Verticale grindpalen door de lössleemlaag heen die het water dat aan het maaiveld geconcentreerd wordt opgevangen afvoert naar de onder de lössleemlaag aanwezige zandlaag en de grindlaag daaronder. − Infiltratieriolen. Dit zijn rioolbuizen die aan de onderzijde openingen hebben van waaruit hemelwater in de bodem infiltreert. Deze moeten uiteraard in goed doorlatende grond worden gelegd zodat het water gemakkelijk uitstroomt, in dit geval dus minstens 2,5 m diep.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=55639b12-427a-46ed-adc6-d0a609591b6e