Bijlage 2 QS Natuurwaarden_2.pdf
Tekst van het document
plan:
Verkennend natuurwaardenonderzoek voor: IBA-project Rondje Groeves – deelgebied West en Zuid
opdrachtgever:
Gemeente Heerlen
datum
4 oktober 2021
projectnummer:
NL PA-804.001
IBA-project Rondje Groeves – deelgebied West en Zuid Verkennend natuurwaardenonderzoek
projectnummer: NL PA-804.001
lid van Netwerk Groene Bureaus ir. M.A. Blaas projectleider adviseur ecologie Maastricht, 4 oktober 2021
M.J.M. Coenen BSc ecoloog
drs. G.M.T. Peeters bioloog
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
3
Inhoudsopgave Inhoudsopgave _______________________________________________________________ 3 1
Inleiding ________________________________________________________________ 4 1.1
Aanleiding en doelstelling _______________________________________________ 4
1.2
Opzet van de rapportage ________________________________________________ 5
1.3
Beschrijving van de voorgenomen ingreep__________________________________ 5
1.4
Beschrijving van het onderzoeksgebied ____________________________________ 8
2
Methode _______________________________________________________________ 13
3
Natuurwaarden __________________________________________________________ 14
4
5
3.1
Flora ______________________________________________________________ 14
3.2
Fauna _____________________________________________________________ 15
3.3
Conclusies op basis van veld- en literatuuronderzoek ________________________ 27
Globale effectbeoordeling i.r.t. de Wet natuurbescherming ________________________ 29 4.1
Globale effectbeoordeling deelgebied West (groeves/ brug mijnspoor) ___________ 29
4.2
Globale effectbeoordeling deelgebied Zuid ________________________________ 33
Maatregelen, vervolgtraject en conclusie ______________________________________ 38 5.1
Te treffen maatregelen deelgebied West (groeves en brug mijnspoor) ____________ 38
5.2
Te treffen maatregelen deelgebied Zuid ___________________________________ 39
5.3
Vervolgtraject _______________________________________________________ 41
5.4
Eindconclusie _______________________________________________________ 41
Literatuurlijst________________________________________________________________ 42 Bijlage 1: Wet natuurbescherming _______________________________________________ 43
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doelstelling
4
Aanleiding Als onderdeel van IBA Parkstad is bij gemeente Heerlen het initiatief ontstaan om een recreatieve route te realiseren waarmee het groevegebied van Heerlen en Landgraaf wordt ontsloten en het industrieel erfgoed van de delfstofwinning beleefbaar wordt gemaakt. Het IBA-project Rondje Groeves maakt deels gebruik van bestaande verharde wegen en deels niet. Onder deze laatste categorie valt een aantal uitkijkpunten en een deel van het aan te leggen wandel-/fietspad. Voorliggend verkennend natuurwaardenonderzoek heeft betrekking op die delen van het tracé van het Rondje Groeves die nieuw aangelegd worden en waar in de huidige situatie beschermde natuurwaarden kunnen voorkomen. Daarbij wordt een onderscheidt gemaakt ten behoeve van een tweetal omgevingsvergunningen die in het kader van Rondje Groeves worden aangevraagd: 1. Deelgebied West: Het gedeelte Beaujeangroeve, groeve Quaedvlieg, het verbindende fietspad en de aansluiting op het fietspad over het mijnspoor ter hoogte van de Bruinkoolweg. 2. Deelgebied Zuid: Het gedeelte van de route dat door de Zuidplas van Sibelco voert. Het Rondje Groeves is afgebeeld in figuur 1. Zoals zichtbaar is het rondje groter dan de twee deelgebieden die in de rapportage worden beschreven. De overige tracédelen volgen de bestaande wegenstructuur van Heerlen en de Brunssummerheide.
West
Zuid
Figuur 1: Het Rondje Groeves is gemarkeerd met de oranje lijn. De deelgebied West en Zuid die onderdeel zijn van deze rapportage zijn rood omrand.
Doelstelling Voorliggend onderzoeksrapport heeft tot doel invulling te geven aan de vanuit wetgeving gestelde verplichting onderzoek te verrichten naar de mogelijke effecten van de voorgestane ingreep op beschermde natuurwaarden. Op basis van een globale effectbeoordeling wordt ook nagegaan in hoeverre de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1) de voorgenomen ingreep in de weg staat.
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
5
Tevens worden algemene aanbevelingen gedaan voor de uitvoering van de werkzaamheden conform de geldende kaders vanuit natuurbescherming.
1.2
Opzet van de rapportage
In de navolgende paragrafen wordt allereerst ingegaan op de voorgenomen ingreep en op de huidige verschijningsvorm van het onderzoeksgebied. Hoofdstuk 2 “Methode” beschrijft de ten behoeve van dit onderzoek aangewende onderzoeksmethodiek. In hoofdstuk 3 “Natuurwaarden” worden de bevindingen uit de diverse onderzoeken weergegeven. Hoofdstuk 4 “Globale effectbeoordeling i.r.t. de Wet natuurbescherming” beschrijft de te verwachten effecten van de voorgenomen ingreep op de (mogelijk) in het onderzoeksgebied aanwezige beschermde natuurwaarden. In hoofdstuk 5 “Maatregelen, vervolgtraject en conclusie” zijn de geconstateerde effecten vertaald in te nemen maatregelen en zo nodig een te doorlopen vervolgtraject. Dit hoofdstuk sluit af met de constatering of de voorgenomen ingreep opweegt tegen de aanwezige natuurwaarden en de te doorlopen procedure om de ingreep mogelijk te maken.
1.3
Beschrijving van de voorgenomen ingreep
Het IBA-project Rondje Groeves bestaat uit het uitzetten van een wandel/fietsroutes langs het industrieel erfgoed van de delfstofwinning in het stadsdeel Heerlerheide en op de aangrenzende Brunssummerheide. Onderdeel daarvan is het inrichten van een aantal uitkijkpunten langs de route. De voorliggende rapportage heeft betrekking op de volgende ingrepen ten behoeve van de realisatie van het Rondje Groeves. Deelgebied West 1. Realisatie van een uitkijkpunt aan de rand van de Beaujeangroeve in de vorm van een zogenaamde ‘zandspin’ nabij de rotonde Unolaan/Vrijheerenberg. 2. Realisatie van een uitkijkpunt met gebruikmaking van oude zandsilo’s aan de rand van de voormalige Groeve Quaedvlieg. 3. Aanleg van een halfverhard verbindend voet/fietspad langs de oostzijde van beide groeves, tussen de Vrijheerenberg en de Roebroekweg. 4. Bouw van een fietsbrug in het mijnspoor over de Bruinkoolweg. Hier wordt een zelfde type brug gebouwd als al over de Heerenweg aanwezig is. Daarmee wordt tevens de nog ontbrekende schakel in het mijnspoor gerealiseerd, zodat fietsers hier niet meer omlaag en via trappen weer omhoog moeten om hun route te vervolgen. De huidige verbinding Bruinkoolweg-Mijnspoor blijft ongewijzigd en wordt opgenomen in het Rondje Groeves als oprit naar de brug. 5. De Bruinkoolweg zelf vergt geen aanpassingen voor het Rondje Groeves. Deelgebied Zuid 1.
Aanleg van de zogenaamde Zilverduintuin. Dit is een soort grote zandbak met uitzicht over de Zuidplas van Sibelco waar het doel is het typische witte zilverzand tastbaar het houden. 2. Herzien toegang tot de Zuidplas, zodat een logische aansluiting ontstaat op het mijnspoor. Nu ligt deze nog aan de Sibelcozijde van de Koolkoelenweg, maar deze wordt verplaatst naar de hoek met de Heideveldweg. Daartoe wordt de aanwezige grondwal vergraven. De Koolkoelenweg zelf wordt versmald, omdat deze geen functie meer heeft voor gemotoriseerd verkeer. 3. Het aanwezige onderhoudspad in de Zuidplas wordt voorzien van de halfverharding. Hierdoor ontstaat een heldere routing, zodat mensen minder de neiging hebben te gaan ©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
6
zwerven door het gebied en aanwezige natuurwaarden dus meer rust zullen blijven ervaren. 4. Aan de zuidzijde van de Zuidplas wordt het westelijke bruggetje opgeschoven richting de plas, zodat vanaf het bruggetje ook uitzicht over de plas mogelijk is en blijft. Het middelste bruggetje wordt voorzien van een twee exemplaar aan de noordzijde om de doorstroming op het pad te waarborgen. Het oostelijke bruggetje blijft ongewijzigd, maar is geen onderdeel van het Rondje Groeves, omdat het Rondje hier de gronddam met het te halfverharden onderhoudspad volgt. 5. In de zuidoosthoek wordt een uitkijkpunt aangelegd in de vorm van een ‘zandspin’. 6. De aansluiting op de Tiegelstraat wordt in zuidelijke richting verplaatst, zodat wandelaars en fietsers hier recht over kunnen steken naar de Grote Heiweg. In figuur 2 op de volgende bladzijde is de presentatieposter van het Rondje Groeves opgenomen.
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
7
West
Zuid
Figuur 2: Presentatieposter van het Rondje Groeves met in rood beide deelgebieden. De stippen in deelgebied zuid refereren aan de ligging van de bruggetjes. ©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
1.4
8
Beschrijving van het onderzoeksgebied
Het onderzoeksgebied wordt gevormd door twee deelgebieden van het IBA-project Rondje Groeves, beide gelegen in de gemeente Heerlen. De ligging van het onderzoeksgebied is weergegeven op een luchtfoto in figuur 3.
Figuur 3: Luchtfoto van het deelgebied West (groeves) met de uitkijkpunten Beaujeangroeve (boven) en Groeve Quaedvlieg (onder) alsmede het tussen de Vrijheerenberg en de Roebroekweg aan te leggen verbindende fietspad. (bron luchtfoto: Google Maps).
Figuur 4: Luchtfoto van het deelgebied West (brug mijnspoor) met de te bouwen brug over de Bruinkoolweg (oranje stip). De aansluitende routedelen over bestaande wegen zijn gemarkeerd met de oranje streepjeslijn (bron luchtfoto: Google Maps).
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
9
Figuur 5: Luchtfoto van het deelgebied Zuid met de te halfverharden onderhoudsweg (oranje lijn) en de aansluitende routes over bestaande wegen (onderbroken oranje lijn). De Zilverduintuin en de ‘zandspin’ staan met oranje stip gemarkeerd. De bruggetjes in de route zijn gemarkeerd met de kleine zwart omlijnde oranje stippen (bron luchtfoto: Google Maps).
Deelgebied West Het onderzoeksgebied voor deelgebied west wordt gevormd door de oostelijke rand van de Beaujeangroeve en de voormalige groeve Quaedvlieg aan de noordzijde en de locatie voor de te bouwen brug over de Bruinkoolweg aan de zuidzijde. De huidige inrichting van het terrein is redelijk divers. De locatie voor het uitkijkpunt over de Beaujeangroeve blijft een gemeentelijk grasveld met een verspreid bomen, gelegen ten zuidwesten van de rotonde Unolaan/Vrijheerenberg. De uitstekende delen van de hier te bouwen ‘zandspin’ geen zweven over het bosplantsoen dat hier op het steile overgangstalud naar de groeve staat. Het halfverharde fietspad wordt hier aangelegd over een reeds bestaand, weliswaar binnen de hekwerken van de groeve gelegen, graspad, achterlangs het bosplantsoen dat hier de groeve afschermt van de omgeving. In de zuidoosthoek komt het pad om de recent opgeleverde groeve Quaedvlieg. De vegetaties hebben hier nog een ruderaal karakter. Verspreid zijn enkele bomen aangeplant. Het Rondje Groeves blijft hier het hoogste niveau van de geterrasseerde groeve volgen en komt via de bestaande toegang naast Roebroekweg 67 op de bestaande weg. Daarbij wordt nog een voormalige wasplaats voor de zand vrachtwagens gepasseerd. Dit element blijft behouden in het terrein. Ter plekke van de te bouwen brug bevond zich tot na de sluiting van de Oranje-Nassau IV een tunneltje.
Na de sloop van het tunneltje is het huidige ‘gat’ in het mijnspoor ontstaan. Fietsers kunnen van het mijnspoor gebruik maken, maar moeten richting Heerenweg eerst via het pad naar beneden, naar de Bruinkoolweg, en dan weer via een trap terug omhoog. Het oostelijke landhoofd voor de brug is begroeid met een jong bosplantsoen, terwijl het oostelijk landhoofd wordt gevormd door de trap. De trap verdwijnt bij bouw van de brug. De oude boomstructuur op de taluds van de voormalige spoordam blijft behouden. Deelgebied Zuid Deelgebied wordt gevormd door de ingrepen in de Zuidplas van Sibelco. Deze wordt eerdaags overgedragen aan Natuurmonumenten en is afgewerkt conform eindplan. Onderdeel daarvan is ook de openstelling van de plas voor publiek. Het Rondje Groeves vormt daarop een aanvulling.
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
10
De buitenrand van de Zuidplas aan zuid- en westzijde wordt gevormd door jong bos dat al voor een fraaie groene wand heeft gezorgd. Het Rondje Groeves zal grotendeels het onderhoudspad volgen dat langs de west- en zuidzijde van de plas is gelegen. Dit pad kent een deels ruderale, deels grazige en deels kruidig karakter. Tussen pad en plas liggen enkele moerassige zones met opschot van wilgen
Figuur 6: Gemeentelijk grasveld met bomen, Nabij de rotonde Unolaan/Vrijheerenberg. Hier komt het uitkijkpunt Beaujeangroeve.
Figuur 7: Struinpad langs de oostzijde van de Beaujeangroeve. Dit is het tracé voor het voet/fietspad van het Rondje Groeves.
Figuur 8: Halverwege het gebied gaat de Beaujeangroeve over in de groeve Quaedvlieg.
Figuur 9: De recent opgeleverde groeve Quaedvlieg. De vegetatie verkeerd in pionierfase. Links enkele aangeplante bomen. Het uitkijkpunt is hier midden in het beeld gepland.
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
11
Figuur 10: Aansluiting Bruinkoolweg-mijnspoor. Dit betreft het oostelijk landhoofd voor de brug.
Figuur 11: Het westelijk landhoofd, gezien vanaf het mijnspoorfietspad.
Figuur 12: De noordwesthoek van Zuidplas. Hier Komt de nieuwe entree van het gebied.
Figuur 13: Het onderhoudspad bij de huidige entree. Links op de voorgrond de de locatie waar de Zilverduintuin wordt gerealiseerd,
Figuur 14: Het beoogde uitzicht vanaf de Zilverduintuin in zuidoostelijke richting over de Zuidplas.
Figuur 15: Het pad langs de westzijde van de Zuidplas, gezien in noordelijke richting.
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
12
Figuur 16: Het westelijke bruggetje. Deze wordt voor het Rondje Groeves richting de plas verplaatst.
Figuur 17: Het middelste bruggetje ligt bij een markante Zomereik. Links naast de jonge boom wordt een tweede bruggetje geplaatst.
Figuur 18: De huidige padenstructuur aan de zuidkant van de Zuidplas. Een van beide sporen krijgt hier een halfverharding.
Figuur 19: De situatie aan de zuidoostzijde is drassig en verkeerd in een pionierstadium. Hier komt een uitkijkpunt in de vorm van een zandspin.
Figuur 20: De huidige aansluiting van het onderhoudspad op de Tiegelstraat. Voor het Rondje Groeves wordt de aansluiting naar rechts verplaatst om aan te sluiten op de Grote Heiweg.
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
2
13
Methode
In het kader van dit verkennend natuurwaardenonderzoek heeft een bureaustudie plaatsgevonden waarbij gekeken is naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna in het onderzoeksgebied. Hiertoe zijn de waarnemingsgegevens in de NDFF en waar nodig overige beschikbare verspreidingsgegevens van flora en fauna (natuurgegevenswebsite van de Provincie Limburg, andere via internet vrij toegankelijke verspreidingsgegevens, eventueel verspreidingsatlassen van de verschillende soortgroepen) geraadpleegd om na te gaan welke beschermde planten- en diersoorten voorkomen in de omgeving van de onderzoekslocatie. Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is weergegeven in de literatuurlijst. Naast de bureaustudie is op 28 april en 14 mei 2021 een veldbezoek gebracht aan het onderzoeksgebied. Alle tijdens dit veldbezoek in het onderzoeksgebied aangetroffen wilde plantenen diersoorten zijn genoteerd. Er is hierbij bijzondere aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten (met uitzondering van de soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud) en de geschiktheid van het terrein voor deze soorten.
Op basis van in het onderzoeksgebied aanwezige terreinkenmerken en de ecologie van de soorten is tenslotte een inschatting gemaakt welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten momenteel duurzaam in het onderzoeksgebied voor kunnen komen.
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
3
14
Natuurwaarden
Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden in het onderzoeksgebied zijn waarnemingen van 9 soortgroepen beschikbaar. Deze soortgroepen zijn vaatplanten, zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en overige ongewervelde dieren. In de teksten wordt conform de Wet natuurbescherming onderscheid gemaakt in beschermde (artikel 3.10: Andere soorten) en streng beschermde (artikelen 3.1 en 3.5: respectievelijk Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn) soorten. Een beknopte uitleg van de Wet natuurbescherming is opgenomen in bijlage 1. Overzichten van de tijdens het veldbezoek aangetroffen soorten van deze soortgroepen zijn als bijlage 2 in dit rapport opgenomen.
3.1
Flora
Vaatplanten Volgens waarnemingsgegevens in de NDFF zijn in de twee uurhokken waarin het onderzoeksgebied is gelegen in de periode 2011-2021 acht wettelijk beschermde plantensoorten waargenomen, namelijk Bergnachtorchis (2 waarnemingen), Brede wolfsmelk (1), Dennenorchis (74), Grote leeuwenklauw (4), Karthuizer anjer (19), Wilde ridderspoor (2), Wilde weit (1) en Wolfskers (1). Deelgebied West (groeves) Geen van de waarnemingen heeft betrekking op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen. Bij de provinciale vegetatiekartering in de jaren 2009 en 2011 zijn in de betreffende kilometerhokken evenmin wettelijk beschermde plantensoorten aangetroffen. Bergnachtorchis, Brede wolfsmelk, Dennenorchis, Grote leeuwenklauw, Karthuizer anjer, Wilde ridderspoor, Wilde weit en Wolfskers en zijn door het ontbreken van geschikte standplaatsen niet in het deelgebied te verwachten. De aanwezigheid van andere beschermde plantensoorten in dit deelgebied kan op grond van hun ecologie en verspreiding eveneens uitgesloten worden geacht. Deelgebied West (brug mijnspoor) Geen van de waarnemingen heeft betrekking op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen. Bij de provinciale vegetatiekartering in de jaren 2008-2015 zijn in de betreffende kilometerhokken evenmin wettelijk beschermde plantensoorten aangetroffen.
Bergnachtorchis, Brede wolfsmelk, Dennenorchis, Grote leeuwenklauw, Karthuizer anjer, Wilde ridderspoor, Wilde weit en Wolfskers en zijn door het ontbreken van geschikte standplaatsen niet in het deelgebied te verwachten. De aanwezigheid van andere beschermde plantensoorten in dit deelgebied kan op grond van hun ecologie en verspreiding eveneens uitgesloten worden geacht. Deelgebied Zuid Geen van de waarnemingen heeft betrekking op de twee kilometerhokken waarin dit deelgebied is gelegen. Bij de provinciale vegetatiekartering in 2008 zijn in de betreffende kilometerhokken evenmin wettelijk beschermde plantensoorten aangetroffen. Bergnachtorchis, Brede wolfsmelk, Dennenorchis, Grote leeuwenklauw, Karthuizer anjer, Wilde ridderspoor, Wilde weit en Wolfskers en zijn door het ontbreken van geschikte standplaatsen niet in deelgebied Zuid te verwachten. De aanwezigheid van andere beschermde plantensoorten in dit deelgebied kan op grond van hun ecologie en verspreiding eveneens uitgesloten worden geacht. ©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
15
Er zijn delen van het gebied die kwetsbaar te noemen zijn voor betreding of door werkzaamheden die tot gevolg hebben dat het gebied kapotgereden wordt. Er zijn meerdere plekken met een moerasvegetatie die in ontwikkeling is. Met name het zuidwestelijke gebied betreft een drassig bosbiotoop met enkele hoogteverschillen. In de toekomst kunnen hier interessante moerasbiotopen ontstaan. Conclusie: In het onderzoeksgebied komen geen wettelijk beschermde plantensoorten voor. Mossen Volgens waarnemingsgegevens in de NDFF zijn in de periode 2011-2021 geen wettelijk beschermde mossoorten waargenomen in de twee uurhokken waarin het onderzoekgebied is gelegen. Op grond van hun ecologie en verspreiding kan de aanwezigheid van wettelijk beschermde mossoorten in het onderzoeksgebied uitgesloten worden geacht. Conclusie: In het onderzoeksgebied komen geen wettelijk beschermde mossoorten voor.
3.2
Fauna
3.2.1
Zoogdieren
Vleermuizen Volgens waarnemingsgegevens in de NDFF zijn in de twee uurhokken waarin de deelgebieden zijn gelegen in de periode 2011-2021 zes vleermuissoorten waargenomen. Deze soorten zijn Bosvleermuis (2 waarnemingen), Franjestaart (1), Gewone dwergvleermuis (801), Laatvlieger (5), Rosse vleermuis (7) en Ruige dwergvleermuis (13) (alle vleermuissoorten zijn streng beschermd). Deelgebied West (groeves) Slechts van één soort zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, namelijk de Gewone dwergvleermuis (5 waarnemingen). Geen van de waarnemingen heeft betrekking op het deelgebied. Door de aanwezigheid van kruidenrijke begroeiingen, struweel en enig opgaand geboomte lijkt het deelgebied geschikt als (onderdeel van het) leefgebied voor diverse vleermuissoorten. Hierbij valt met name te denken aan de algemene Gewone dwergvleermuis, maar ook de aanwezigheid van één of enkele andere vleermuissoorten kan niet met zekerheid worden uitgesloten. Er moet hierbij worden gerekend met een functionaliteit als foerageergebied en/of de aanwezigheid van vliegroutes voor in de omgeving huizende vleermuizen. Voor vleermuizen geschikte holle bomen, gebouwen en dergelijke zijn in het deelgebied niet aanwezig.
Deelgebied West (brug mijnspoor) Slechts van één soort zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, namelijk de Gewone dwergvleermuis (69 waarnemingen). Geen van de waarnemingen heeft betrekking op het deelgebied. Door de aanwezigheid van opgaand geboomte en bosranden lijkt het deelgebied geschikt als (onderdeel van het) leefgebied voor diverse vleermuissoorten. Hierbij valt met name te denken aan de algemene Gewone dwergvleermuis, maar ook de aanwezigheid van één of enkele andere vleermuissoorten kan niet met zekerheid worden uitgesloten. Er moet in elk geval worden ©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
16
gerekend met een functionaliteit als foerageergebied en/of de aanwezigheid van vliegroutes voor in de omgeving huizende vleermuizen. In hoeverre voor vleermuizen geschikte holle bomen in dit deelgebied aanwezig zijn is onzeker. Voor vleermuizen geschikte gebouwen en dergelijke zijn in elk geval niet aanwezig. Deelgebied Zuid Slechts van één soort zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin deelgebied Zuid is gelegen Het betreft de Laatvlieger, waarvan één waarneming uit 2016 beschikbaar is die betrekking heeft op de Grote Heiweg, ruim 500 meter beoosten deelgebied Zuid. Door de aanwezigheid van kruidenrijke begroeiingen, struweel en enig opgaand geboomte lijkt deelgebied Zuid geschikt als (onderdeel van het) leefgebied voor diverse vleermuissoorten. Hierbij valt met name te denken aan de algemene Gewone dwergvleermuis, maar ook de aanwezigheid van één of enkele andere vleermuissoorten kan niet met zekerheid worden uitgesloten. Er moet in elk geval worden gerekend met een functionaliteit als foerageergebied en/of de aanwezigheid van vliegroutes voor in de omgeving huizende vleermuizen. In hoeverre voor vleermuizen geschikte holle bomen in dit deelgebied aanwezig zijn is onzeker. Voor vleermuizen geschikte gebouwen en dergelijke zijn in elk geval niet aanwezig.
Conclusie: In het onderzoeksgebied kan de aanwezigheid van de Gewone dwergvleermuis en één of enkele andere vleermuissoorten niet met zekerheid worden uitgesloten. De aanwezigheid van voor vleermuizen geschikte holle bomen kan in deelgebied West (brug mijnspoor) en deelgebied Zuid niet met zekerheid worden uitgesloten, maar deze zijn in deelgebied West (groeves) in ieder geval niet aanwezig. Overige zoogdieren Volgens waarnemingsgegevens in de NDFF is in de twee uurhokken waarin de deelgebieden zijn gelegen in de periode 2011-2021, naast een groot aantal algemene soorten waarvoor in Limburg een provinciale vrijstelling bestaat, de aanwezigheid van vijf wettelijk beschermde zoogdiersoorten vastgesteld. Dit Betreft de volgende soorten: Bever (streng beschermd; 9 waarnemingen), Das (beschermd; 154), Wild zwijn (beschermd; 16), Eekhoorn (beschermd, maar met gedeeltelijke vrijstelling; 1628) en Steenmarter (beschermd, maar met gedeeltelijke vrijstelling; 124). Deelgebied West (groeves) Van drie soorten zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied West is gelegen, namelijk Das (5 waarnemingen), Eekhoorn (19) en Steenmarter (5). Uitsluitend van de Eekhoorn is een waarneming voorhanden die betrekking op het deelgebied zelf.
Deze waarneming stamt uit 2020 en is verricht in een bosschage in de uiterste noordoosthoek van dit deelgebied. De bosschages in deelgebied West vormen een geschikt leefgebied voor de Eekhoorn, wat bevestigd word door voornoemde waarneming uit 2020. Door de aanwezigheid van kruidenrijke begroeiingen, struweel en bosschages lijkt deelgebied West eveneens een geschikt leefgebied voor de Das. De aanwezigheid van deze soort kan derhalve niet met zekerheid worden uitgesloten. Sporen rondom de uitkijkpunten en het tracé van het Rondje Groeves zijn echter niet aangetroffen. Tenslotte valt ook de Steenmarter in deelgebied West te verwachten, maar naar verwachting valt hier vooral te rekenen met een functionaliteit als foerageergebied voor in de omgeving huizende dieren. Bever en Wild zwijn zijn in deze geheel binnen de bebouwde kom
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
17
gelegen deelgebied niet te verwachten. De aanwezigheid van andere wettelijk beschermde zoogdiersoorten kan op grond van hun ecologie en verspreiding eveneens worden uitgesloten. Deelgebied West (brug mijnspoor) Van vijf soorten zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, namelijk Bever (3 waarnemingen), Das (16), Eekhoorn (43), Steenmarter (3) en Wild zwijn (3). Geen van de waarnemingen heeft betrekking op het deelgebied. Het bebost talud in het deelgebied lijkt geschikt als (onderdeel van) het leefgebied van Das, Eekhoorn en Steenmarter. In geval van de Steenmarter valt naar verwachting vooral te rekenen met een functionaliteit als foerageergebied voor in de omgeving huizende dieren. Bever en Wild zijn door het ontbreken van geschikt leefgebied niet in dit deelgebied te verwachten. De aanwezigheid van andere wettelijk beschermde zoogdiersoorten kan op grond van hun ecologie en verspreiding eveneens worden uitgesloten. Deelgebied Zuid Van drie soorten zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, namelijk Bever (3 waarnemingen), Das (20) en Steenmarter (1). De waarnemingen van de Bever stammen uit 2021 en hebben betrekking op de oevers van de Sibelcoplas; één van deze waarnemingen valt binnen de begrenzing van de deelgebied.
Van de Das is een zevental waarnemingen beschikbaar uit 2021 die betrekking heeft op de directe omgeving van de Sibelcoplas; één van deze waarnemingen is verricht binnen de begrenzing van het deelgebied. Sporen van de Bever zijn nagenoeg overal aan de oevers van de Zuidplas aangetroffen. Het betreft hier omgeknaagde bomen, loopsporen, uittreedplekken en aan de zuidwestzijde van de plas is een beverburcht aangetroffen. Het is niet duidelijk of het hier om een solitair dier gaat of om een familie. Op meerdere plekken rondom de Zuidplas zijn sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van Dassen. Het betreft hier prenten, een verlaten buchtlocatie, een bijburcht en een grote familieburcht in het westelijk talud van de groeve Sibelco. Het gehele gebied van de Sibelco doet dienst als optimaal leefgebied.
Figuur 21: Sporen van Bever zijn in de Zuidplas onmiskenbaar aanwezig.
©
Figuur 22: Beverburcht op de zuidoever van de Zuidplas.
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
Figuur 23: Onbelopen pijp aan de noordzijde van de Zuidplas.
Figuur 25: Familieburcht van de Das aan de westzijde van de Zuidplas.
18
Figuur 24: Sporen van de Das.
Figuur 26: Wild zwijn, opgeschrikt door onze aanwezigheid.
Er zijn tal van sporen aangetroffen (holen, wissels, zichtwaarnemingen, uitwerpselen, vraatsporen (afgeknaagde twijgen) en wroetsporen aangetroffen van Reeën, Vossen, Konijnen (alle drie beschermd, maar met jaarrond vrijstelling) en Wild zwijn (beschermde soort). Van het Wild zwijn leeft naar vermoeden een kleine groep in de groeve Sibelco. De sporen echter zijn rondom de groeve te vinden. De verblijfplaats van de Wilde zwijnen overdag heeft zijn kern in het zuidwestelijke dicht begroeide bosgebied, waar een sterke verwildering van Brandnetel en Braamstruweel de overhand heeft. Daar is ook een waarneming gedaan van een mannetje, nadat een duidelijke wissel leidde tot een haast ondoordringbaar Braamstruweel’bosje’. Van het Ree zijn meerdere dieren waargenomen in het gebied. Het betrof hier minimaal 2 reebokken en 6 reegeiten (en minimaal 1 jong). Vanwege de natuurontwikkeling in de afgelopen jaren heeft zich hier een dicht goed beschut gebied ontwikkeld voor deze, toch wel, schuwe soort. Er is aan de zuidoostzijde in een klein moerasachtig gebied in een smalle rietkraag een reekalf gevonden (alleen gelaten door een reegeit vanwege onze aanwezigheid). De hoger opgaande bosschages in deelgebied Zuid lijken geschikt als leefgebied voor de Eekhoorn. De aanwezigheid van deze soort kan derhalve niet met zekerheid worden uitgesloten.
Ook de Steenmarter valt in deelgebied Zuid te verwachten, maar naar verwachting valt hier vooral te rekenen met een functionaliteit als foerageergebied voor in de omgeving huizende dieren. Tenslotte zij vermeld dat tijdens het veldonderzoek in het voorjaar van 2021 de aanwezigheid van het Wild zwijn in deelgebied Zuid is vastgesteld; een kleine groep heeft zijn verblijfplaats in een dichte bosschage in het zuidwestelijk deel van dit deelgebied. ©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
19
Er zijn op verschillende plekken vossenholen aangetroffen. Ook hier geldt dat de Zuidplas een van de betere verblijfplekken vormt voor de soort, vanwege de natuurontwikkeling en de rust die er heerst. Er zijn zeker drie belopen vossenbouwen aangetroffen. Voorts komen en kunnen er diverse soorten andere grondgebonden zoogdieren voorkomen en/of gebruik maken van het gebied. Soorten als Bunzing, Wezel en Hermelijn, maar ook Haas en diverse muizensoorten, Egel en Mollen kunnen het gebied als leefgebied gebruiken. Conclusies: Deelgebied West (groeves) maakt deel uit van het leefgebied van de Eekhoorn; daarnaast kan de aanwezigheid van Das en Steenmarter niet met zekerheid worden uitgesloten. In deelgebied West (brug mijnspoor) kan de aanwezigheid van Das, Eekhoorn en Steenmarter niet met zekerheid worden uitgesloten. Deelgebied Zuid maakt deel uit van het leefgebied van Vos, Ree, Bever, Das en Wild zwijn; daarnaast kan de aanwezigheid van Eekhoorn en Steenmarter niet met zekerheid worden uitgesloten.
Figuur 27: Overduidelijke wroetsporen van het Wild Zwijn Aan de zuidzijde van de Zuidplas
Figuur 29: Reekalf dat zich drukt in het riet.
©
Figuur 28: Een van de belopen holen van de Vos in het noordelijk talud van de Zuidplas.
Figuur 30: Moeders zoekt de beschutting op.
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
3.2.2
20
Vogels
Volgens gegevens op www.vogelatlas.nl zijn in de periode 2013-2015, naast een groot aantal min of meer algemene broedvogelsoorten (alle inheemse vogelsoorten zijn streng beschermd), 16 broedvogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aangetroffen in de twee kilometerhokken waarin het onderzoeksgebied is gelegen. Deze soorten zijn: Boerenzwaluw, Boomvalk, Bosuil, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart, Havik, Huismus, Huiszwaluw, Kerkuil, Oehoe, Ransuil, Roek, Slechtvalk, Steenuil, Torenvalk en Wespendief. Daarnaast zijn er drie broedvogelsoorten aangetroffen waarvan de functionaliteit van de nestlocatie is beschermd, te weten Buizerd, Spotvogel en Zwarte specht. Deelgebied West (groeves) Tijdens het provinciaal broedvogelonderzoek in de jaren 2011 en 2015, waarbij alleen minder algemene en zeldzame broedvogelsoorten worden onderzocht, zijn 42 broedvogelsoorten aangetroffen in de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen. Hieronder drie soorten met jaarrond beschermde nesten, te weten Gierzwaluw, Huismus en Huiszwaluw. Ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn in de NDFF voor de periode 2011-2021 waarnemingen van 11 soorten voorhanden die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, maar uitsluitend van Bosuil, Havik en Huismus zijn waarnemingen voorhanden die eenduidig wijzen op de aanwezigheid van een territorium.
Geen van deze waarnemingen heeft betrekking op deelgebied West. Het deelgebied vormt een geschikt broedgebied voor meerdere vogelsoorten, met name diverse soorten van struwelen en bosschages. Ten aanzien van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten kan worden gesteld dat het deelgebied door de aanwezigheid van struweel, bosschages en opgaand geboomte geschikt lijkt als broedlocatie voor Boomvalk, Bosuil, Havik, Ransuil, Roek, Torenvalk en Wespendief. Tijdens het veldbezoek kon de aanwezigheid van nestlocaties van deze soorten worden uitgesloten. Nesten van Boerenzwaluw, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart, Huismus, Huiszwaluw, Kerkuil, Slechtvalk en Steenuil zijn door het ontbreken van geschikte gebouwen of holle bomen sowieso niet in het deelgebied te verwachten. De aanwezigheid van de Oehoe kan door het ontbreken van waarnemingen worden uitgesloten, de aanwezigheid van andere broedvogelsoorten met jaarrond beschermde nesten kan op grond van hun verspreiding en ecologie eveneens worden uitgesloten. Ter plaatse zijn aansluitend nog foeragerende Oeverzwaluwen aangetroffen. Nestlocaties zijn echter niet gevonden. Deelgebied West (brug mijnspoor) Tijdens het provinciaal broedvogelonderzoek in 2011, waarbij alleen minder algemene en zeldzame broedvogelsoorten worden onderzocht, zijn 55 broedvogelsoorten aangetroffen in de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen.
Hieronder één soort met jaarrond beschermde nesten, te weten de Huismus. Ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn in de NDFF voor de periode 2011-2021 waarnemingen van 11 soorten voorhanden die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, maar uitsluitend van Bosuil, Grote gele kwikstaart, Havik, Huismus en Oehoe zijn waarnemingen voorhanden die eenduidig wijzen op de aanwezigheid van een territorium. Geen van deze waarnemingen heeft betrekking op dit deelgebied. Het deelgebied vormt een geschikt broedgebied voor meerdere vogelsoorten, met name diverse bos- en struweelvogels. Ten aanzien van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten kan worden gesteld dat het deelgebied door de aanwezigheid van opgaand geboomte geschikt lijkt als
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
21
broedlocatie voor Boomvalk, Bosuil, Havik, Ransuil, Roek, Torenvalk en Wespendief. Tijdens het veldbezoek kon de aanwezigheid van nestlocaties van deze soorten worden uitgesloten. Nesten van Boerenzwaluw, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart, Huismus, Huiszwaluw, Kerkuil, Slechtvalk en Steenuil zijn door het ontbreken van geschikte gebouwen of holle bomen sowieso niet in het deelgebied te verwachten. Potentiële nestholten of nestbomen voor de Oehoe zijn in het deelgebied niet aanwezig. De aanwezigheid van andere broedvogelsoorten met jaarrond beschermde nesten kan op grond van hun verspreiding en ecologie eveneens worden uitgesloten. Deelgebied Zuid Tijdens het provinciaal broedvogelonderzoek in 2011, waarbij alleen minder algemene en zeldzame broedvogelsoorten worden onderzocht, zijn 58 broedvogelsoorten aangetroffen in de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen. Hieronder één soort met jaarrond beschermde nesten, te weten de Huismus. Ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn in de NDFF voor de periode 2011-2021 waarnemingen van 13 soorten voorhanden die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, maar uitsluitend van Havik, Oehoe, Slechtvalk en Torenvalk zijn waarnemingen voorhanden die eenduidig wijzen op de aanwezigheid van een territorium.
In 2011 werd een territorium van de Havik vastgesteld in het zuidwestelijk deel van dit deelgebied. De andere soorten zijn niet in dit deelgebied aangetroffen. Wel werd in 2011 een nest van de Oehoe vastgesteld op de juist noordelijk van het deelgebied gelegen steenberg, terwijl eveneens in dat jaar een territorium (nest?) van de Slechtvalk werd gelokaliseerd in een hoogspanningsmast circa 600 meter oostelijk van dit deelgebied. Het deelgebied vormt een geschikt broedgebied voor meerdere vogelsoorten, met name diverse bos- en struweelvogels. Ten aanzien van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten kan worden gesteld dat het deelgebied door de aanwezigheid van struweel, bosschages en opgaand geboomte geschikt lijkt als broedlocatie voor Boomvalk, Bosuil, Havik, Ransuil, Roek, Torenvalk en Wespendief. Tijdens het veldbezoek kon de aanwezigheid van nestlocaties van deze soorten worden uitgesloten. Een territoriale Buizerd vloog wel constant rond het gebied, met name het zuidwestelijke deel van de Sibelco groeve, maar een nestlocatie is niet vastgesteld. Nesten van Boerenzwaluw, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart, Huismus, Huiszwaluw, Kerkuil, Slechtvalk en Steenuil zijn door het ontbreken van geschikte gebouwen of holle bomen niet in het deelgebied te verwachten.
De aanwezigheid van nesten van de Oehoe kan door het ontbreken van potentiële nestholten of nestbomen worden uitgesloten, de aanwezigheid van andere broedvogelsoorten met jaarrond beschermde nesten kan op grond van hun verspreiding en ecologie eveneens worden uitgesloten. Ter plaatse van de groeve zijn tijdens het veldbezoek foeragerende Oeverzwaluwen aangetroffen. In het nog actieve zandafgravingsgebied van de Sibelco groeve zijn enkele nestholten aangetroffen. Deze zijn echter buiten het deelgebied gelegen. In deelgebied Zuid zijn geen nestholten aangetroffen. De exacte reden hiervoor is niet bekend, maar hoogstwaarschijnlijk heeft dit deels te maken met het langzaamaan begroeid raken van de steilere wanden en omdat deze wanden relatief laag zijn, waardoor predatierisico’s door Vossen of marterachtigen te groot is. Conclusie: Elk van de deelgebieden vormt een geschikt broedgebied voor meerdere algemene vogelsoorten. Ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten kan worden geconcludeerd, dat deze tijdens veldbezoek binnen de deelgebieden niet zijn waargenomen.
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
3.2.3
22
Amfibieën, reptielen, vissen
Amfibieën Volgens waarnemingsgegevens in de NDFF is in de twee uurhokken waarin het onderzoeksgebied is gelegen in de periode 2011-2021, naast een aantal algemene soorten waarvoor in Limburg een provinciale vrijstelling bestaat, de aanwezigheid van zes wettelijk beschermde amfibieënsoorten vastgesteld. Deze soorten zijn Alpenwatersalamander (beschermd; 294 waarnemingen), Kamsalamander (streng beschermd; 10), Poelkikker (streng beschermd; 12), Rugstreeppad (streng beschermd; 252), Vinpootsalamander (beschermd; 233) en Vroedmeesterpad (streng beschermd; 2). Deelgebied West (groeves) Slechts van één soort zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, namelijk de Rugstreeppad (7 waarnemingen). Geen van de waarnemingen hebben betrekking op het deelgebied zelf. Door de aanwezigheid van open terrein en pioniervegetaties lijkt het deelgebied geschikt als (onderdeel van het) leefgebied voor de Rugstreeppad. De aanwezigheid van deze soort kan derhalve niet met zekerheid worden uitgesloten. Alpenwatersalamander, Kamsalamander, Poelkikker, Vinpootsalamander en Vroedmeesterpad zijn door het ontbreken van geschikt leefgebied niet in het deelgebied te verwachten. De aanwezigheid van andere wettelijk beschermde amfibieënsoorten kan op grond van hun verspreiding en ecologie eveneens worden uitgesloten.
Deelgebied West (brug mijnspoor) Slechts van één soort zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, namelijk de Rugstreeppad (9 waarnemingen). Geen van de waarnemingen hebben betrekking op het deelgebied zelf. Door het ontbreken van geschikt leefgebied zijn Rugstreeppad, Alpenwatersalamander, Kamsalamander, Poelkikker, Vinpootsalamander of Vinpootsalamander niet in het onderzoeksgebied te verwachten. De aanwezigheid van andere wettelijk beschermde amfibieënsoorten kan op grond van hun verspreiding en ecologie eveneens worden uitgesloten. Deelgebied Zuid Slechts van één soort zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, namelijk de Rugstreeppad (8 waarnemingen). Een viertal waarnemingen van deze soort, waarvan enkele uit 2021, hebben betrekking op de Zuidplas. Uit de beschikbare waarnemingen blijkt dat deelgebied Zuid deel uitmaakt van het leefgebied van de Rugstreeppad. In hoeverre de soort zich binnen de begrenzing van het deelgebied voortplant is onbekend. Enkele ondiepe (oever-)wateren die binnen de begrenzing van het deelgebied vallen vormen wellicht een geschikt biotoop voor Alpenwatersalamander, Kamsalamander of Poelkikker; de aanwezigheid van deze soorten kan derhalve niet met zekerheid worden uitgesloten.
Tijdens het veldbezoek van 14 mei is in elk geval één Poelkikker waargenomen in het zuidoostelijke deel van de Zuidplas. Vinpootsalamander, Vroedmeesterpad of eventueel andere wettelijk beschermde amfibieënsoorten zijn op grond van hun ecologie en verspreiding niet in het deelgebied te verwachten. Conclusies: In deelgebied West (groeves) kan de aanwezigheid van de Rugstreeppad niet met zekerheid worden uitgesloten; andere wettelijk beschermde amfibieënsoorten komen hier niet voor. In deelgebied West (brug mijnspoor) komen geen wettelijk beschermde amfibieënsoorten voor. ©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
23
Deelgebied Zuid maakt deel uit van het leefgebied van de Rugstreeppad en de Poelkikker; daarnaast kan de aanwezigheid van Alpenwatersalamander of Kamsalamander niet met zekerheid worden uitgesloten. Andre wettelijk beschermde amfibieënsoorten komen in het deelgebied niet voor. Reptielen Volgens waarnemingsgegevens in de NDFF is in de twee uurhokken waarin het onderzoeksgebied is gelegen in de periode 2011-2021 de aanwezigheid van vijf wettelijk beschermde reptielensoorten vastgesteld. Deze soorten zijn Gladde slang (streng beschermd; 56 waarnemingen), Hazelworm (beschermd, maar met gedeeltelijke vrijstelling; 219), Levendbarende hagedis (beschermd, maar met gedeeltelijke vrijstelling; 672), Ringslang (beschermd; 20) en Zandhagedis (streng beschermd; 579). Deelgebied West (groeves) Van drie soorten zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, namelijk Hazelworm (12 waarnemingen), Levendbarende hagedis (223) en Zandhagedis (232). Geen van de waarnemingen heeft betrekking op het deelgebied. Ofschoon in deelgebied West (groeves) sprake is van een geschikt leefgebied voor Zandhagedis, Hazelworm en Levendbarende hagedis, moet hun aanwezigheid, ten opzichte van bekende voorkomens op de Brunssumerheide geïsoleerd gelegen locatie, zeker die van de Zandhagedis, onwaarschijnlijk worden geacht.
De aanwezigheid van Ringslang of Gladde slang kan door het ontbreken van geschikt leefgebied ook worden uitgesloten. Andere wettelijk beschermde reptielensoorten zijn op grond van hun ecologie en verspreiding evenmin in het onderzoeksgebied te verwachten.
Figuur 31: Rommelige hoekjes en verruiging met bloeiende planten vormen in potentie een geschikt leefgebied voor Levendbarende Hagedis (deelgebied West (groeves), westelijk van tracé Rondje Groeves).
Deelgebied West (brug mijnspoor) Slechts van één soort zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, namelijk de Levendbarende hagedis (1 waarneming). Dit betreft een waarneming uit 2011 die is verricht op het terrein van de nabijgelegen Sibelcogroeve.
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
24
Het bebost talud van het deelgebied lijkt een geschikt leefgebied voor de Hazelworm; de aanwezigheid van deze soort kan daarom niet met zekerheid worden uitgesloten. Gladde slang, Levendbarende hagedis, Ringslang of Zandhagedis zijn door het ontbreken van geschikt leefgebied niet in het deelgebied te verwachten. De aanwezigheid van andere wettelijk beschermde reptielensoorten kan op grond van hun verspreiding en ecologie eveneens worden uitgesloten. Deelgebied Zuid Van twee soorten zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, namelijk Hazelworm (11 waarnemingen) en Levendbarende hagedis (3). Uitsluitend de Levendbarende hagedis is éénmaal binnen de begrenzing van het deelgebied waargenomen; dit betreft een waarneming uit 2011 die is verricht in de uiterste zuidwestpunt van dit deelgebied. Door de aanwezigheid van zandige delen, kruidenrijke vegetaties, struweel en bosschages lijkt het deelgebied een geschikt leefgebied voor Hazelworm, Levendbarende hagedis en Zandhagedis. Voor de Levendbarende hagedis wordt dit vermoeden bevestigd door voornoemde waarneming uit 2011. De aanwezigheid van deze soort kan derhalve niet met zekerheid worden uitgesloten. Dit geldt ook voor Hazelworm. Zandhagedis is tijdens de veldbezoeken direct noordelijk van de steenberg van de Oranje-Nassau IV (buiten het deelgebied) waargenomen.
Het is niet ondenkbaar dat deze soort zich in de toekomst, mits goed beheert, zich kan vestigen aan de randen van de groeve. Ook voor Gladde slang en Ringslang lijkt geschikt leefgebied aanwezig, maar gezien de betrekkelijk geïsoleerde ligging ten opzichte van bekende voorkomens van beide soorten op de Brunssumerheide moet hun aanwezigheid hier onwaarschijnlijk worden geacht. Conclusies: In deelgebied West (groeves) kan de aanwezigheid van Hazelworm, Levendbarende hagedis en Zandhagedis vrijwel zeker worden uitgesloten; andere wettelijk beschermde reptielensoorten zijn in dit deelgebied niet te verwachten. In deelgebied West (brug mijnspoor) kan de aanwezigheid van de Hazelworm niet met zekerheid worden uitgesloten; andere wettelijk beschermde reptielensoorten zijn in dit deelgebied niet te verwachten. Op deelgebied Zuid kan de aanwezigheid van Hazelworm en Levendbarende hagedis niet met zekerheid worden uitgesloten; andere wettelijk beschermde reptielensoorten zijn in dit deelgebied niet te verwachten. Vissen Ofschoon in de zandwinplassen in deelgebied West (groeves) en Zuid vissen voorkomen, kan de aanwezigheid van wettelijk beschermde vissoorten door het ontbreken van stromend water met zekerheid worden uitgesloten. Niet beschermde soorten als Brasem en Graskarper zijn wel paaiend aangetroffen.
Conclusie In het onderzoeksgebied komen geen wettelijk beschermde vissoorten voor 3.2.4
Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden
Dagvlinders Volgens waarnemingsgegevens in de NDFF is in de twee uurhokken waarin het onderzoeksgebied is gelegen in de periode 2011-2021 de aanwezigheid van vier wettelijk beschermde dagvlindersoorten vastgesteld. Dit betreft Grote vos (19 waarnemingen), Grote weerschijnvlinder (5), Iepenpage (85) en Kleine ijsvogelvlinder (4). Tijdens de veldbezoeken zijn meerder, maar ©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
25
wettelijk niet beschermde, vlindersoorten waargenomen, zoals Argusvlinder, Hooibeestje, Kleine vuurvlinder, Oranjetipje, Dagpauwoog, Distelvlinder (flink afgevlogen exemplaar), Koolwitje, Citroenvlinder, Boomblauwtje en Icarusblauwtje. Deelgebied West (groeves) Uitsluitend van de Grote vos is één waarnemingen beschikbaar die betrekking heeft op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen. In 2021 werd deze soort waargenomen bij de Sterrenwacht op de Brunssumerheide. De aanwezigheid van Grote vos, Grote weerschijnvlinder, Iepenpage, Kleine ijsvogelvlinder of eventueel andere wettelijk beschermde dagvlindersoorten in het deelgebied kan op grond van hun ecologie en verspreiding uitgesloten worden geacht. Deelgebied West (brug mijnspoor) Van twee soorten zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, namelijk de Grote weerschijnvlinder (1 waarneming) en de Iepenpage (8). Geen van de waarnemingen heeft betrekking op het deelgebied. De aanwezigheid van Grote vos, Grote weerschijnvlinder, Iepenpage, Kleine ijsvogelvlinder of eventueel andere wettelijk beschermde dagvlindersoorten in het deelgebied kan op grond van hun ecologie en verspreiding uitgesloten worden geacht.
Deelgebied Zuid Van twee soorten zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen, namelijk de Grote vos (1 waarneming) en Grote weerschijnvlinder (1). Geen van de waarnemingen heeft betrekking op het deelgebied. De aanwezigheid van Grote vos, Grote weerschijnvlinder, Iepenpage, Kleine ijsvogelvlinder of eventueel andere wettelijk beschermde dagvlindersoorten in het deelgebied kan op grond van hun ecologie en verspreiding uitgesloten worden geacht. Conclusie: In de drie deelgebieden komen geen wettelijk beschermde dagvlindersoorten voor. Libellen Volgens waarnemingsgegevens in de NDFF is in de twee uurhokken waarin de deelgebieden zijn gelegen in de periode 2011-2021 de aanwezigheid van vier wettelijk beschermde libellensoorten vastgesteld. Deze soorten zijn Bosbeekjuffer (beschermd; 2 waarnemingen), Gevlekte glanslibel (beschermd; 1), Gevlekte witsnuitlibel (streng beschermd; 2) en Hoogveenglanslibel (beschermd; 62). Deelgebied West (groeves) Geen van de beschikbare waarnemingen heeft betrekking op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen. Bosbeekjuffer, Gevlekte glanslibel, Gevlekte witsnuitlibel of Hoogveenglanslibel zijn door het ontbreken van geschikt leefgebied niet in het deelgebied te verwachten.
Op grond van hun verspreiding en ecologie kan de aanwezigheid van andere wettelijk beschermde libellensoorten in het deelgebied eveneens worden uitgesloten.
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
26
Deelgebied West (brug mijnspoor) Geen van de beschikbare waarnemingen heeft betrekking op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen. Bosbeekjuffer, Gevlekte glanslibel, Gevlekte witsnuitlibel of Hoogveenglanslibel zijn door het ontbreken van geschikt leefgebied niet in het deelgebied te verwachten. Op grond van hun verspreiding en ecologie kan de aanwezigheid van andere wettelijk beschermde libellensoorten in het deelgebied eveneens worden uitgesloten. Deelgebied Zuid Geen van de beschikbare waarnemingen heeft betrekking op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen. Bosbeekjuffer, Gevlekte glanslibel, Gevlekte witsnuitlibel of Hoogveenglanslibel zijn door het ontbreken van geschikt leefgebied niet in het deelgebied te verwachten. Op grond van hun verspreiding en ecologie kan de aanwezigheid van andere wettelijk beschermde libellensoorten in het deelgebied eveneens worden uitgesloten. Conclusie: In de deelgebieden komen geen wettelijk beschermde libellensoorten voor.
Overige soortgroepen Van de ‘overige soortgroepen’ (haften, nachtvlinders, kevers, kreeftachtigen, weekdieren) zijn volgens waarnemingsgegevens in de NDFF in de periode 2011-2021 twee wettelijk beschermde soorten vastgesteld in de twee uurhokken waarin de deelgebieden zijn gelegen, namelijk de Teunisbloempijlstaart (streng beschermd; 19 waarnemingen) en het Vliegend hert (beschermd; 13 waarnemingen). Deelgebied West (groeves) Van één soort zijn waarnemingen beschikbaar die betrekking hebben op de twee kilometerhokken waarin het onderzoeksgebied is gelegen, namelijk van de Teunisbloempijlstaart (5 waarnemingen). Geen van de beschikbare waarnemingen heeft betrekking op het deelgebied. Wel is één waarneming elders in groeve Beaujean/Quaedvlieg verricht, terwijl de overige waarnemingen betrekking hebben op tuinen in omliggende woonwijken. Door de aanwezigheid van kruidenrijke begroeiingen, bosschages en bosranden lijkt het deelgebied een geschikt leefgebied voor de Teunisbloempijlstaart. Dit gegeven, gekoppeld aan de beschikbare waarnemingen van deze lastig waarneembare soort uit de nabije omgeving, maakt dat de aanwezigheid van de Teunisbloempijlstaart in het deelgebied niet met zekerheid kan worden uitgesloten. Het Vliegend hert is hier door het ontbreken van geschikt leefgebied niet te verwachten.
De aanwezigheid van andere wettelijk beschermde vertegenwoordigers van deze 'overige soortgroepen' in het onderzoeksgebied kan op grond van hun ecologie en verspreiding eveneens worden uitgesloten. Deelgebied West (brug mijnspoor) Geen van de beschikbare waarnemingen heeft betrekking op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen. Teunisbloempijlstaart en Vliegend hert zijn door het ontbreken van geschikt leefgebied niet in het deelgebied te verwachten. De aanwezigheid van andere wettelijk beschermde vertegenwoordigers
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
27
van deze 'overige soortgroepen' in het onderzoeksgebied kan op grond van hun ecologie en verspreiding eveneens worden uitgesloten. Deelgebied Zuid Geen van de beschikbare waarnemingen heeft betrekking op de twee kilometerhokken waarin het deelgebied is gelegen. Teunisbloempijlstaart en Vliegend hert zijn door het ontbreken van geschikt leefgebied niet in het deelgebied te verwachten. De aanwezigheid van andere wettelijk beschermde vertegenwoordigers van deze 'overige soortgroepen' in het onderzoeksgebied kan op grond van hun ecologie en verspreiding eveneens worden uitgesloten. Conclusies: In deelgebied West (groeves) kan de aanwezigheid van de Teunisbloempijlstaart niet met zekerheid worden uitgesloten; andere wettelijk beschermde vertegenwoordigers van de ‘overige soortgroepen’ komen hier niet voor. In deelgebied West (brug mijnspoor) en deelgebied Zuid komen geen wettelijk beschermde vertegenwoordigers van de 'overige soortgroepen' voor.
3.3
Conclusies op basis van veld- en literatuuronderzoek
Aan de hand van de resultaten van het veldbezoek en de gegevens uit de geraadpleegde literatuur is een aantal conclusies getrokken aangaande het voorkomen van beschermde flora en fauna in het onderzoeksgebied. Soorten waarvoor een jaarrond provinciale vrijstelling bestaat (zoals Vos, Ree, Bruine kikker, Gewone pad), zijn hierbij niet benoemd. Deelgebied West (groeves) • Ten aanzien van wettelijk beschermde flora en fauna moet in het deelgebied worden gerekend met de aanwezigheid van Eekhoorn en een aantal algemene broedvogelsoorten. • Daarnaast kan de aanwezigheid van Gewone dwergvleermuis, één of enkele andere vleermuissoorten, Das, Steenmarter, Rugstreeppad, Hazelworm, Levendbarende hagedis, Zandhagedis en Teunisbloempijlstaart niet met zekerheid worden uitgesloten. • Wettelijk beschermde soorten vaatplanten, mossen, vissen, dagvlinders en libellen komen in deelgebied West (groeves) niet voor. Deelgebied West (brug mijnspoor) • Ten aanzien van wettelijk beschermde flora en fauna moet in dit deelgebied worden gerekend met de aanwezigheid van een aantal algemene broedvogelsoorten. • Daarnaast kan de aanwezigheid van Gewone dwergvleermuis, één of enkele andere vleermuissoorten, Das, Eekhoorn, Steenmarter en Hazelworm niet met zekerheid worden uitgesloten.
• Wettelijk beschermde soorten vaatplanten, mossen, amfibieën, vissen, dagvlinders, libellen en vertegenwoordigers van 'overige soortgroepen' komen in het deelgebied niet voor. Deelgebied Zuid • Ten aanzien van wettelijk beschermde flora en fauna moet in deelgebied Zuid worden gerekend met de aanwezigheid van Bever, Das, Wild zwijn, een aantal algemene broedvogelsoorten, de Rugstreeppad en de Poelkikker. • Daarnaast kan de aanwezigheid van Gewone dwergvleermuis, één of enkele andere vleermuissoorten, Eekhoorn, Steenmarter, Alpenwatersalamander, Kamsalamander, ©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
•
28
Vinpootsalamander, Hazelworm en Levendbarende hagedis niet met zekerheid worden uitgesloten. Wettelijk beschermde soorten vaatplanten, mossen, vissen, dagvlinders, libellen en vertegenwoordigers van 'overige soortgroepen' komen in deelgebied Zuid niet voor.
De effecten van de voorgenomen ingreep op de (mogelijk) aanwezige (streng) beschermde diersoorten is nader besproken in hoofdstuk 4. Voor de overige soorten geldt slechts de algemene zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1).
West
Zuid
Figuur 32: Voornaamste onderzoeksresultaten. De deelgebieden West en Zuid zijn oranje omkaderd.
©
verkennend natuurwaardenonderzoek IBA-project rondje groeves – deelgebied west en zuid
4
29
Globale effectbeoordeling i.r.t. de Wet natuurbescherming
Op basis van de conclusies uit hoofdstuk 3 kan worden gesteld, dat bij de voorgenomen ontwikkeling van het Rondje Groeves in de deelgebied West en Zuid rekening gehouden dient te worden met de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten uit de soortgroepen zoogdieren, broedvogels, amfibieën en reptielen. Voor deze soortgroepen is in dit hoofdstuk op globale wijze beschreven of de voorgenomen ingreep leidt tot overtreding van verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming. Paragraaf 4.1 gaat daarbij in op de deelgebied West (groeves) en West (brug mijnspoor). In paragraaf 4.2 is de effectbeoordeling voor deelgebied Zuid opgenomen.
4.1
Globale effectbeoordeling deelgebied West (groeves/ brug mijnspoor)
4.1.1
Zoogdieren - vleermuizen
Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden om vleermuizen (streng beschermd) opzettelijk te verstoren (door het verwijderen van de geleiding op de vliegroute), te doden (door het slopen van bijvoorbeeld bebouwing met bewoonde vaste verblijfplaatsen) of de verblijfplaats te vernielen of te beschadigen (door het rooien van holtebomen, of het ondermijnen van de functionaliteit van een verblijfplaats door in te grijpen in essentiële delen van het leefgebied). Aanlegfase • Vaste verblijfplaatsen: Niet in het geding, omdat sloop, noch rooien van holtebomen onderdeel is van het project. Verstoring mogelijk door verlichting. • Foerageergebied: Gezien robuuste omvang groengebieden niet in het geding. • Migratieroutes: Gezien ontbreken ingreep in opgaande boomstructuren niet aan de orde. Verstoring mogelijk door verlichting. Gebruiksfase • Vaste verblijfplaatsen: Wijzigen dan wel aanbrengen openbare verlichting is niet voorzien. Negatieve effecten niet te verwachten. • Foerageergebied: Gezien robuuste omvang groengebieden niet in het geding. • Migratieroutes: Wijziging dan wel aanbrengen openbare verlichting is niet voorzien. Negatieve effecten niet te verwachten. Conclusie: De voorgenomen aanleg van het Rondje Groeves deelgebied West heeft in de aanlegfase mogelijk een verstorende werking. Maatregelen bij de uitvoering zijn wenselijk. 4.1.2
Zoogdieren - Das
Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden om Dassen (beschermd) opzettelijk te doden of te vangen (in dit kader niet relevant) of vaste voortplanting- en rustplaatsen van de soort te vernielen of te beschadigen (door fysieke ingrepen of het ondermijnen van de functionaliteit van een dassenburcht/bijburcht/vluchtpijp). Aanlegfase • Vaste verblijfplaatsen: Niet aanwezig op en om de locaties waar ingrepen plaatsvinden. • Foerageergebied: Gezien de robuuste omvang van de groengebieden niet in het geding. • Migratieroutes: Niet geconstateerd.