CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Plan voor de Bovengrondse Vakschool (aug. 2021).pdf

Raadsvergadering . (video) 26 januari 2022, gemeente HeerlenBij agendapunt: Beschikbaar stellen krediet t.b.v. programma Bovengrondse Vakschool13.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.2 Gezamenlijke waarden Onder waarden/principes verstaan we: “wat we gezamenlijk belangrijk vinden als het gaat om De Bovengrondse Vakschool”. Of anders gezegd: vinden de deelnemers voldoende gezamenlijkheid op de inhoud van wat we aan het doen zijn c.q. vindt iedereen voldoende van zichzelf terug in De Bovengrondse Vakschool. Van de deelnemers aan De Bovengrondse Vakschool wordt verwacht dat zij de waarden onderschrijven, praktiseren en zich laten aanspreken wanneer dit niet voldoende het geval is.

4.2.1 Waardevol A. Werk is de beste manier van inkomensvoorziening en de beste context voor het oplossen van zorg gerelateerde problematiek; B. Duurzaam werk staat voorop: i. De verhouding ‘uitstroom naar werk’ en ‘opleiden’ wordt bepaald door de duurzaamheid van het werk in elke individuele situatie van de kandidaat en de voorhanden werkmogelijkheid; ii. Uitstroom naar werk is maatwerk. Baanzekerheid dan wel werkzekerheid is een essentieel criterium. Andersom gaat het niet om ‘opleiden om het opleiden’ maar om het creëren van realistisch perspectief; iii. Ontwikkelen houdt niet opeens op na plaatsing op werk, maar gaat door. We laten de kandidaat niet zomaar los. C. Iedereen kan werk vinden, tenzij ontwikkelen psychisch of fysiek aantoonbaar onmogelijk is; D. De Bovengrondse Vakschool is de plaats die het mogelijk maakt dat (heel) veel partijen zonder drempels samenwerken en daardoor gezamenlijk in staat zijn snel te reageren op casuïstiek van individuele mensen; i. De locatie is groot en maakt het mogelijk om een community te zijn met dienstbaarheid over en weer; ii. De locatie verbindt De Bovengrondse Vakschool met de wijk(-en) en Werken in de Wijk; iii. De locatie verbindt werkgevers, maatschappelijk middenveld, deelnemende partijen en mensen die het nodig hebben en/of er graag willen zijn; iv.

De locatie verbindt met andere disciplines als bijvoorbeeld sport, welzijn en andere soorten participatie; v. Het is een inspirerende omgeving die ‘mee werkt’, energie aanjaagt en behoudt; Pagina 19 van 35

E. De Bovengrondse Vakschool wordt ingericht vanuit de werkgever; ontwikkeling van de kandidaat vanuit de mens; i. Het is een vereniging met duidelijkheid in de gedeelde en ook duidelijkheid in de verschillen in belangen; ii. Het roept een gevoel op: “ik moet er bij zijn, anders mis ik iets”; iii. Er is een doorleefd bewustzijn bij alle deelnemers dat we met elkaar werken aan iets dat waardevol is; F. Wat bij werkgevers buiten Emma georganiseerd kan worden, organiseren we buiten Emma;

4.2.2 Niet Waardevol In de vorige paragraaf staat samengevat wat binnen De Bovengrondse Vakschool waardevol is, er zijn ook een aantal zaken die expliciet niet als waardevol worden gezien.  Het is niet ieder voor zich;  Het is geen bedrijfsverzamelgebouw;  Het is niet intern gericht;  Het is geen stoffige bureaucratische omgeving;  Niets is er nodeloos ingewikkeld.

4.3 Focus De bedoeling van De Bovengrondse Vakschool is een weliswaar richtinggevende maar ook brede formulering die in deze paragraaf verder geconcretiseerd wordt. Het belang is dat iedere deelnemer weet wat er verwacht wordt van De Bovengrondse Vakschool en daarmee ook van zichzelf. Maatschappelijke focus 1) Verbinden van wijken en gezinnen aan duurzame economische en sociale structuurversterking: De Bovengrondse Vakschool is van hen! 2) Verbinden van werkgevers aan duurzame economische en sociale structuurversterking: De Bovengrondse Vakschool is van hen! 3) Verbinden van besturen en hun medewerkers van maatschappelijke organisaties aan duurzame economische en sociale structuurversterking: De Bovengrondse Vakschool is van hen! 4) Verbinden van het politiek bestuurders en ambtenaren aan duurzame economische en sociale structuurversterking: De Bovengrondse Vakschool is van hen! Met andere woorden: De Bovengrondse Vakschool is van mensen! Resultaat focus De Bovengrondse Vakschool ziet in werk de beste manier van inkomensvoorziening en de beste context voor het oplossen van zorg gerelateerde problematiek.

Binnen die context is er één focus voor De Bovengrondse Vakschool: WERK, die bestaat uit drie in elkaars verlengde liggende onderdelen: 1) Verbinden werk (-werkgevers) en potentiële werknemers: uitstroom naar werk en daardoor economische structuurversterking; 2) Civiel effect: mensen meer vak- en werknemers- (sociale-) vaardigheden laten ontwikkelen. Niet perse met een afrondend certificaat; 3) Civiele waarde: mensen gecertificeerd opleiden, waardoor hun (gezamenlijke) maatschappelijke waarde toeneemt.

Pagina 20 van 35

Focus doelgroepen De Bovengrondse Vakschool omarmt het idee dat iedereen kan werk vinden, tenzij ontwikkelen psychisch of fysiek medisch aantoonbaar onmogelijk is. Het gaat dan om de volgende mensen: 1) 2) 3) 4)

Mensen zonder werk naar werk; Mensen om- en bijscholen, omdat ze anders zonder werk (kunnen) komen; Jongeren; Binnen het kader van De Bovengrondse Vakschool oplossen van flankerende problemen van mensen (schulden, etc.).

Het gaat dus niet om jeugd die reguliere opleidingen (kunnen) volgen. Inhoudelijke focus Binnen De Bovengrondse Vakschool is de context werk de enige: alle activiteiten vinden plaats binnen een context van nuttig werk(-zaamheden). Dat betekent direct dat deelnemers buiten De Bovengrondse Vakschool gewoon hun eigen dienstverlening hebben, wanneer de weg naar werk geen rol speelt. De Bovengrondse Vakschool geeft uitvoering aan het UDI-proces: Uitstroom naar Werk, Doorstroom door mensen vakinhoudelijk en/of als werknemer te ontwikkelen en Instroom doordat het WSP de poort van het domein Re-integratie in De Bovengrondse Vakschool positioneert. Het UDI-proces gericht op werk, incl. beheersbaar krijgen van flankerende problemen, wordt uitgevoerd binnen: a. Werkontwikkelsferen van grote groepen mensen die werknemersvaardigheden ontwikkelen binnen een vak-context, met een goede aansluiting met vakscholen; b. Vakscholen van middelgrote groepen gericht op civiel effect; c. Vakscholen van kleinere groepen gericht op gecertificeerde vakkennis, met concrete en reële uitstroommogelijkheden: i. Ondersteunend aan vakscholen van werkgevers die een vakschool in eigen organisatie kunnen of willen organiseren; ii. Vakscholen van Vakschooldeelnemers samen met werkgevers; iii. Vakscholen van werkgevers die een vakschool niet in eigen organisatie kunnen of willen organiseren.

4.4 Opbrengsten De Bovengrondse Vakschool heeft niet zozeer klanten als wel partners, voor wie De Bovengrondse Vakschool toegevoegde waarde betekent. Op hoofdlijnen zijn de opbrengsten de volgende: Gezamenlijk

: een sociaal en economisch sterk Heerlen Noord en verder;

Werkgevers

: adequaat personeel, social return, begeleiding casuïstiek;

Kandidaten

: werk en eigenwaarde;

De wijken

: zingeving voor senioren en (gewezen) vakmensen. Toename schoon, heel, veilig;

Publieke sector : publieke waarde (m.n. domeinen Onderwijs, Re-integratie, Veiligheid en Welzijn).

Pagina 21 van 35

4.5 Uitgangssituatie De Bovengrondse Vakschool bouwt voort op bewezen praktijk van Praktech, WSP en WvH. De Bovengrondse Vakschool is in die zin dus niet nieuw, het is wel zo dat het ten opzichte van deze drie partijen volop wordt uitgebouwd. De basis vanuit de drie partijen is de uitgangssituatie voor de ontwikkeling van De Bovengrondse Vakschool. De omgeving daarvan, die betrokken moet worden, is het complementaire deel van deze uitgangssituatie.

4.5.1

Huidige uitvoering binnen de bedoeling en focus van De Bovengrondse Vakschool

De huidige uitvoering loopt al meerdere jaren en is sterk gericht op het UDI-proces (Uitstroom, Doorstroom en Instroom) uit de Participatiewet. Uitstroom Het WSP beschikt over diverse uitstroomteams die verbonden zijn aan alle kansrijke sectoren voor uitstroom. De Bovengrondse Vakschool kan beschikken over het volledig potentieel van het WSP. Dat betekent ook dat de infrastructuur aanwezig is om de bijbehorende werkgevers snel te verbinden aan De Bovengrondse Vakschool. Doorstroom Praktech beschikt over een adequate infrastructuur om per direct te beginnen met een vakschool Bouw waarin vakinhoudelijke vaardigheden worden ontwikkeld. De omvang is in eerste instantie beperkt, vanwege de huidige scope van Praktech. De aan Praktech verbonden werkgevers kunnen ook direct worden verbonden aan De Bovengrondse Vakschool. WvH beschikt over meerdere werksferen waarbinnen werknemersvaardigheden worden ontwikkeld. Daarvan zijn Onderhoud openbare ruimte en Toezicht in meer of mindere mate operationeel en kunnen per direct worden gekoppeld aan De Bovengrondse Vakschool. Verder beschikt WvH over een ontwikkelbedrijf (Baanbrekend Werk). De onderdelen daarvan kunnen gepositioneerd worden in De Bovengrondse Vakschool, maar moeten wel nog worden ontplooid. WvH beschikt over een volledig operationeel kenniscentrum coaching in het kader van de participatiewet.

Deze kan per direct worden gekoppeld aan De Bovengrondse Vakschool en zorg dragen voor de gehele facilitering, zowel inhoudelijk als administratief, van het UDI-proces binnen De Bovengrondse Vakschool. WvH beschikt ook over de bijbehorende bedrijfsvoering die eveneens per direct gekoppeld kan worden aan De Bovengrondse Vakschool. Instroom WSP beschikt per Q4 van 2021 over de poort van het domein Re-integratie en die kan dan per direct worden gekoppeld aan De Bovengrondse Vakschool. WSP en WvH gezamenlijk voeren het beheer van de caseload O,A,B-klanten (direct of binnen 1 jaar bemiddelbaar naar werk), waarmee er voldoende garantie is dat de voor De Bovengrondse Vakschool noodzakelijke populatie in aantallen direct op peil is en blijft.

4.5.2 De omgeving Binnen de omgeving zijn t.a.v. de uitgangssituatie de volgende twee onderdelen te benoemen. Samenwerkende organisaties Om het potentieel van De Bovengrondse Vakschool ten volle te kunnen benutten is nauwe samenwerking met werkgevers en organisaties binnen de domeinen Welzijn en Onderwijs voorwaardelijk. Deze partijen zijn nu nog (zeer) marginaal betrokken bij De Bovengrondse Vakschool. Kort gezegd Pagina 22 van 35

kennen de meesten De Bovengrondse Vakschool van naam, maar verdere betrokkenheid is er vaak nog niet. Alle organisaties hebben beste praktijken die relevant zijn voor De Bovengrondse Vakschool. Er is rond de zomer van 2021 een begin van samenwerking gemaakt met werkgevers in de Bouwsector en Toezicht en in iets mindere mate ook in Schoonmaak. Er is een duidelijke intentie om een vakschool neer te zetten voor mensen die in uitkeringssituaties zitten of buiten het maatschappelijk systeem zijn beland. Alle partijen vliegen dit aan vanuit maatschappelijke verantwoordelijkheid gecombineerd met welbegrepen eigenbelang (dat is: begrijpen dat je elkaar nodig hebt om je eigen doelen te kunnen bereiken en daarom ook moet willen investeren in andermans doelen). Voor werkgevers betekent deelname aan De Bovengrondse Vakschool een extra potentieel (voldoende) vakbekwame mensen, SROI-mogelijkheden en begeleiding voor casuïstiek. Voor de publieke sector betekent het publieke waarde en voor de mensen zelf een belangrijke boost in hun eigenwaarde en maatschappelijke mogelijkheden. Ontwikkelingen Er lopen meerdere ontwikkelingen die kaderstellend van belang zijn voor De Bovengrondse Vakschool. 

Werk in de Wijk. Deze ontwikkeling is gebaseerd op de Regiodeal en wil met name jongeren betrekken bij trajecten naar werk. Dit heeft een nauwe relatie met De Bovengrondse Vakschool, omdat steeds meer duidelijk wordt dat jongeren een speerpunt vormen en De Bovengrondse Vakschool een belangrijke rol kan spelen door jongeren te betrekken bij werksferen.

Stedelijke Vernieuwing. Dit is een voorgenomen Landelijk traject, waarin Heerlen-Noord één van de 16 stedelijke gebieden is waar sterk in economische en sociale structuren wordt geïnvesteerd. De Bovengrondse Vakschool is het vliegwiel in deze stedelijke vernieuwing. Ontwikkeling en financiering vindt voor een belangrijk deel binnen deze context plaats.

Andere structuurversterkende initiatieven. Zowel gemeentelijk, regionaal als landelijk zijn er meerdere initiatieven die raakvlak hebben met De Bovengrondse Vakschool. Bijvoorbeeld het gemeentelijke Fonds Economische Structuurversterking, de Regiodeal die waarschijnlijk een volgende fase gaat kennen en landelijk programma’s als het Nationaal Programma Onderwijs en de Gelijke Kansen Alliantie.

Andere mogelijkheden. Ook buiten de publieke domeinen zijn er mogelijkheden om opleiding te ontwikkelen en te financieren. Deze worden wanneer aan de orde betrokken.

4.6 Het concept De Bovengrondse Vakschool ontwikkelt mensen die een helpende hand nodig hebben, waardoor hun eigenwaarde en hun waarde voor de maatschappij toeneemt. Een waarde die ultiem wordt verzilverd door mensen aan, bij voorkeur regulier, werk te helpen. Met als uitstralend effect de versterking van gezinnen en buurten waar deze mensen uit afkomstig zijn. En met de potentie om gezamenlijk vliegwiel en (mede-)drager te zijn van de stedelijke vernieuwing. DE Bovengrondse Vakschool heeft ook de potentie om ingezet te worden voor andere maatschappelijke doelen. Bijvoorbeeld het betrekken van jongeren en senioren. Jongeren kunnen, uiteraard onder begeleiding, gebruik maken van de faciliteiten buiten leertijden. Senioren kunnen er een stuk thuis ervaren en als mentor en begeleider actief deelnemen. Voor allen geldt dat De Vakschool verankerd is in het historisch geheugen van velen en daarmee op voorhand is verankerd in het collectief bewustzijn. Pagina 23 van 35

4.7 De Praktijk Het voert te ver en het wordt te theoretisch om alle werksferen nu al te willen beschrijven. Dat zit besloten in de verdere ontwikkeling en uitbouw van De Bovengrondse Vakschool. Een werksfeer die al wel beginnend operationeel is, Toezicht, kan echter gezien worden als een voorbeeld hoe De Bovengrondse Vakschool werkt.

‘Toezicht’ moet overigens niet worden verward met de politie of gemeentelijke handhaving, met wie overigens nadrukkelijk over en weer afstemming is en wordt uitgebouwd. Het is daaraan additioneel en er worden vooral verdachte situaties gemeld. Op de locatie Emma is toezicht noodzakelijk, omdat daar mensen, waardevolle middelen en auto’s aanwezig zijn. Door het positioneren van Toezicht zijn Pagina 24 van 35

er, in termen van exploitatie, al direct een vakschool en werkontwikkelsfeer aanwezig. Dit kan uitgebouwd worden naar het Emma-park en het sportpark en verder gelegen de wijken Hoensbroek en Heerlerheide. Het vergroot uiteraard de mogelijkheden van de werksfeer en tegelijkertijd vergroot de werksfeer direct het veiligheidsgevoel van mensen.

4.8 Governance Er zijn meerdere rechtspersonen waarin De Bovengrondse Vakschool juridisch vorm gegeven kan worden. Er is gekozen voor de Vereniging. Rechtspersoonlijkheid is noodzakelijk, omdat De Bovengrondse Vakschool dan zonder tussenkomt rechtshandelingen kan verrichten. Het is de bedoeling dat De Bovengrondse Vakschool van de mensen is en dat deelname evenals uittreden gemakkelijk verloopt. Verder is er geen winstoogmerk. De vereniging past dan het best.

4.8.1 Samenwerking binnen De Bovengrondse Vakschool De Bovengrondse Vakschool is van mensen en dat moet zich vertalen in de governance. De vier groepen zijn:  de mensen van Heerlen (-Noord), waaronder de kandidaten, werkbegeleiders en mentoren in De Bovengrondse Vakschool;  de werkgevers;  de politiek bestuurders;  de bestuurders en medewerkers van alle deelnemende organisaties. Er is op twee niveaus samenwerking binnen De Bovengrondse Vakschool: tussen de deelnemende organisaties en tussen mensen. Samenwerking tussen organisaties gebeurt op basis van samenwerkingsovereenkomsten. Door die overeenkomst verbinden de deelnemers zich om binnen De Bovengrondse Vakschool eigen en gezamenlijke doelstellingen na te streven en met elkaar samen te werken. Samenwerking tussen mensen is de werkelijke essentie van De Bovengrondse Vakschool. Er is alleen een kans van slagen, wanneer mensen werkelijk willen samenwerken en daartoe ook de mogelijkheid krijgen van hun organisaties. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor het bestuur van De Bovengrondse Vakschool. Zij beheren het netwerk van organisaties en nemen daarin de rol van troubleshooter voor hun rekening.

4.8.2 Checks en balances De Bovengrondse Vakschool is ook een platform waarop organisaties met elkaar samenwerken. Dit betekent dat de organisatie en structuur van De Bovengrondse Vakschool zelf licht is. Alle inhoud wordt geleverd door de deelnemers, alle samenwerking gebeurt door hen. De Bovengrondse Vakschool faciliteert de samenwerking en het gezamenlijk resultaat als ware het een hotelier. De governance is een systeem van checks en balances van de vier groepen mensen op een zodanige manier dat De Bovengrondse Vakschool als platform nog te besturen is. De governance wordt verdeeld over vier samenhangende entiteiten: de leden, toezicht en bestuur, de medezeggenschap, de Raad van Advies. De leden van de vereniging Van de vier groepen zijn de werkgevers en de organisaties die werk leveren in De Bovengrondse Vakschool lid van de vereniging De Bovengrondse Vakschool. Het betekent dat de (bestuurders van de) werkgevers en de deelnemende organisaties rechtstreekse invloed kunnen uitoefenen op het besturen van De Bovengrondse Vakschool. Pagina 25 van 35

Toezicht en bestuur De Bovengrondse Vakschool kiest voor een zogenoemde ‘one tier board’. Dit betekent dat toezicht en bestuur zijn verenigd in 1 orgaan. In dit orgaan zijn een nader te bepalen aantal toezichthoudende en een nader te bepalen aantal uitvoerende bestuurders benoemd. Dit wordt statutair vastgelegd. De uitvoerend bestuurder(-s) besturen, binnen het bestuurlijk collectief, de facilitering door De Bovengrondse Vakschool aan de programmaraden. De reden om te kiezen voor een one tier board is slagkracht door (veel) kortere procedures en optimale betrokkenheid van toezicht bij de ontwikkeling van De Bovengrondse Vakschool. Het bestuur van de vereniging wordt conform wet- en regelgeving gekozen door de leden van de vereniging. I.c. dus de werkgevers en de organisaties die werk leveren in De Bovengrondse Vakschool. Het is een verplichting in het bestuur een bestuurder te benoemen die aantoonbaar een gedegen financiële achtergrond heeft. Gedurende de periode dat de financiële middelen en het gebouw via WvH door de gemeente ter beschikking wordt gesteld, kan WvH namens haar een nader te bepalen aantal bestuurders aanwijzen. De medezeggenschap (MZ) De deelnemende organisaties leveren binnen hun eigen rechtspersoonlijkheid medewerkers ten behoeve van De Bovengrondse Vakschool. Deze medewerkers hebben via hun eigen ondernemingsraden invloed op de wijze waarop zij deelnemen.

De Bovengrondse Vakschool kent een kleine kern van eigen medewerkers die de faciliteiten t.b.v. programma’s beheren. Zij zijn vertegenwoordigd in een eigen vertegenwoordiging met de uitvoerend bestuurder als WOR bestuurder. De Raad van Advies (RvA) De Bovengrondse Vakschool is ook van de mensen in de wijk. Het uiteindelijke maatschappelijke doel waar De Bovengrondse Vakschool een belangrijke motor van is, is duurzame economische en sociale structuurversterking. Werkelijke invloed van bewoners is dan een essentie en kan vorm krijgen in de RvA. De RvA krijgt eenzelfde adviesrecht als ook een OR, voor zover het organisatorische kwesties betreft. Met dien verstande dat er geen verdere rechtsgang mogelijk is, die een OR wel heeft. De RvA wordt democratisch gekozen uit de mensen in de wijken. Hiermee is de beste betrokkenheid te bereiken en wordt ook enigszins voorkomen dat al te gemakkelijk steeds dezelfde personen lid worden, waardoor het werkelijke contact met de wijken niet uit de verf komt.

4.8.3 Fasering in de governance De Bovengrondse Vakschool is in ontwikkeling en de governance houdt daarmee gelijke tred. Op termijn, gepland is binnen vier jaar, moet De Bovengrondse Vakschool zelfvoorzienend zijn en dat heeft effect op de governance. Er ontstaan in deze zin drie fases: de oprichtingsfase, de inrichtingsfase en de fase van zelfvoorziening. Governance in de oprichtingsfase De vereniging De Bovengrondse Vakschool wordt opgericht door de gemeente Heerlen (college van B&W) en WvH, waarbij de gemeente financier is en de financiële middelen aan De Bovengrondse Vakschool ter beschikking worden gesteld via WvH. De gemeente neemt geen deel in het bestuur, maar is wel samenwerkingspartner en om die reden lid.

Pagina 26 van 35

Governance in de inrichtingsfase De inrichting duurt alles met elkaar tot 2025. In die periode verandert de vereniging in die zin dat er veel meer groepen aansluiten en er dus een groter gremium ontstaat waaruit de entiteiten in de governance gevormd kunnen worden. Het streven is dat De Bovengrondse Vakschool uiterlijk 2 jaar na datum oprichting een volwaardige RvA heeft. Het bestuur blijft in deze fase in de kern het bestuur van de oprichting, aangevuld met de andere leden. Governance in de fase van zelfvoorziening Deze fase start vanaf 2025 en De Bovengrondse Vakschool is dan vol operationeel. Alle entiteiten van de governance zijn dan gevuld. Het betekent dat tegen ultimo 2024 door de leden een nieuw bestuur uit hun midden is benoemd. De belangrijkste vraag is of De Bovengrondse Vakschool al dan niet activiteiten verricht om te voorzien in de eigen financiering en in welke mate dat dan zal zijn. In dat geval van zelfvoorzienendheid kan zij eigen weerstandsvermogen vormen en dus zelf ook risicodragend zijn. In volle omvang betekent dit dat de gemeente geen financieringsrol meer heeft. Uiteraard blijft de gemeente dan een belangrijke partner en belanghebbende bij de maatschappelijke resultaten van De Bovengrondse Vakschool.

4.8.4 De bemensing In bovenstaande is de structuur van de governance beschreven, in deze paragraaf de bemensing. Het bestuur Voorzitter : Fred Dijk Vicevoorzitter : vacature Financieel bestuurder : vacature Uitvoerend bestuurder : WvH, Arend Zwaga De medezeggenschap Afhankelijk van de definitieve omvang van de eigen organisatie heeft De Bovengrondse Vakschool een personeelsvertegenwoordiging of een OR.

4.9 Organisatie van De Bovengrondse Vakschool De Bovengrondse Vakschool is een platform, een campus, waarop door de deelnemers samengewerkt wordt aan een gezamenlijk resultaat. In het geval van De Bovengrondse Vakschool: duurzame economische en sociale structuurversterking van Heerlen (-Noord). De toegevoegde waarde van De Bovengrondse Vakschool is dan dat de gezamenlijke inspanning verzilverd wordt in deelname in de maatschappij in de vorm van werk. De Bovengrondse Vakschool bestaat uit een dragende kern die fungeert als hartslag en bloedsomloop van de school. De hartslag wordt bepaald door de re-integratiepoort, de algemene ingang van De Bovengrondse Vakschool van het WSP en WvH. Door het onderdeel assessment en routering, in het platform gebracht door WvH, vinden kandidaten snel en adequaat hun plek binnen De Bovengrondse Vakschool. Dit reguleert als het ware de bloedsomloop. In het assessment wordt samen met de kandidaat en de relevante programma’s bepaald waar de kandidaat na dat assessment belandt. Het assessment geeft een beeld van persoonlijk en sociaal gedrag, problematieken en mate van vakinhoudelijke affiniteit en competentie. Wanneer uit het assessment blijkt dat de kandidaat voldoende werknemersvaardigheid en vakcompetentie heeft dan Pagina 27 van 35

kan hij bij een werkgever worden geplaats. Blijkt dat hij wel werknemersvaardigheden heeft, maar (nog) niet voldoende vakcompetenties dan wordt hij in de betreffende vakschool geplaatst. Wanneer er sprake is van onvoldoende werknemersvaardigheden dan volgt plaatsing in een relevante ontwikkelsfeer. Let wel: iedereen wordt dus opgenomen in De Bovengrondse Vakschool!

In de figuur zijn twee werksferen getekend. Het streven is 10 werksferen op te nemen. Daaronder in ieder geval de kansrijke sectoren aangevuld met initiatieven van de verenigingsleden.

Het kenniscentrum wordt op het platform ingebracht door WvH, is ten behoeve van alle deelnemers en voor eenieder vrij toegankelijk. Het kenniscentrum heeft de volgende kernfuncties:     

beheert alle opgedane en ingebrachte kennis van De Bovengrondse Vakschool; reguleert de coaching; reguleert deelname van mensen uit die wijken: van werkzoekenden tot jongeren tot senioren als werkbegeleider of mentor; onderhoudt alle contacten en afstemming met alle dienstverleners binnen De Bovengrondse Vakschool; onderhoudt de relatie tussen De Bovengrondse Vakschoolstructuur en de werksferen.

De programma’s, de feitelijke werksferen, zijn te zien als de organen van De Bovengrondse Vakschool. Ze worden gevoed vanuit de hartslag-functie, maar ze zijn volledig autonoom. Elke werksfeer bepaalt zelf het opleidingsprogramma, de eisen aan de kandidaten, de feitelijke focus, de (verdeling van de) uitstroom, etc. Binnen deze werksferen wordt het eigenlijke werk van De Bovengrondse Vakschool vorm gegeven en het resultaat bereikt. De opleiding wordt verzorgd door inhoudelijk/didactisch competente docent(-en) in combinatie met vakbekwame meester-gezelstructuren. Op deze manier zijn kwaliteit, maatschappelijke verankering en kostenbeheersing in onderlinge samenhang te maximaliseren. De hotelierfunctie regelt de facilitering van de programma’s, beheer van het gebouw, P&C en administratie van De Bovengrondse Vakschool, als ware het een hotelier. Zeer snel en flexibel speelt zij in

Pagina 28 van 35

op de eisen en wensen vanuit de programma’s, van nieuwe programma’s en initiatieven uit de omgeving. Aan de andere kant moet het geheel goed gepland en in control zijn. Dit vereist een degelijke bedrijfsvoering, die tevens faciliterend kan opereren.

4.10 Locatie van De Bovengrondse Vakschool Het onderwerp locatie van De Bovengrondse Vakschool kent twee aspecten. Eerst het gebouw zelf en ten tweede de juridische verhouding van De Bovengrondse Vakschool tot het gebouw.

4.10.1 Het gebouw De locatie die beoogd wordt ten behoeve van De Bovengrondse Vakschool is het voormalige gebouw van het Emma-college aan de Passartweg in Heerlen-Noord. Het gebouw is om meerdere redenen ideaal voor De Bovengrondse Vakschool. Het is centraal gelegen in Heerlen-Noord, biedt meer dan voldoende ruimte voor de werksferen, heeft een directe omgeving waarin ook de buitensferen Toezicht en Groen-onderhoud volwaardig uit de voeten kunnen. En het is een bekend gebouw met veel historie voor veel Heerlenaren: in navolging van de voorbij Ondergrondse Vakscholen … de Bovengrondse Vakschool. Maar misschien is het wel het belangrijkste dat het gebouw voor De Bovengrondse Vakschool kan gaan werken. Waarmee het niet alleen maar een stapel stenen is, muren waarbinnen gewerkt kan worden. Werken voor De Bovengrondse Vakschool betekent dat het gebouw binnen de daarvoor bestemde werksfeer gebruikt kan worden. Bijvoorbeeld schoonmaak, klein en groot onderhoud, het schilder- en installatie werk. Evenzo de sferen ICT en Horeca. En buiten het Groenonderhoud en Toezicht. Dit gebouw biedt al deze mogelijkheden in een mate die verschil gaat maken. Het gebouw is onderzocht in opdracht van de afdeling Vastgoed van de gemeente Heerlen. Het blijkt constructief op alle fronten in orde, met op enkele locaties asbest. Dat asbest wordt gesaneerd.

Het gebouw heeft echter te kampen met ruim achterstallig onderhoud en voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. Het gebouw moet daarom worden gerenoveerd en verduurzaamd. De renovatie wordt uitgevoerd door de aannemers die lid zijn van De Bovengrondse Vakschool. De mate van renovatie en de aanbestedingsgrenzen laten hiervoor voldoende ruimte. Deze partijen worden normaal betaald. Deze aanpak betekent een vliegende start voor de exploitatie van De Bovengrondse Vakschool: gebouw klaar en werksferen gestart.

4.10.2 (Ver-) huur of (ver-) koop Het gebouw is op dit moment eigendom van de gemeente Heerlen en er zijn twee hoofdzakelijke mogelijkheden om het ter beschikking te stellen aan De Bovengrondse Vakschool. (Ver-) huur De eerste mogelijkheid is dat de gemeente het gebouw verhuurt aan De Bovengrondse Vakschool. Het voordeel voor De Bovengrondse Vakschool is dat het eigendomsrisico bij de gemeente blijft, wat overigens weer een nadeel is voor de gemeente. Een nadeel is ook dat de gemeente verhuurder blijft en die verhuur vervolgens moet regelen, al dan niet via een tussenpersoon. Dat is een voor partijen redelijk dure aangelegenheid, waarbij zeker in de eerste jaren het geld wordt rondgepompt: van subsidie van de gemeente voor huur naar betaling van huurpenningen aan de gemeente. Het beperkt ook de bewegingsvrijheid van De Bovengrondse Vakschool, omdat veel activiteiten gebouw gebonden zijn, die moeilijk uitvoerbaar zijn binnen een huurconstructie. (ver-) koop

Pagina 29 van 35

De andere mogelijkheid is (ver-) koop. De Bovengrondse Vakschool koopt dan het gebouw en heeft het in eigendom. In deze situatie kan het gebouw in volle omvang gaan werken voor De Bovengrondse Vakschool. De Bovengrondse Vakschool kan dan zonder tussenkomst alle beslissingen nemen om het gebouw te gebruiken. Als keerzijde geldt wel dat De Bovengrondse Vakschool de financieel/juridische verantwoordelijkheid draagt. Een vraag is nog voor welk bedrag De Bovengrondse Vakschool het gebouw koopt. Het gebouw vertegenwoordigt een economische (boek-)waarde die nu nog niet bekend is. De gemeente kan het gebouw op twee manieren verkopen: om niet/symbolisch of tegen marktwaarde. Relevant hierbij is dat de gemeente gehouden is huisvesting te bieden aan de uitvoering van haar kerntaken. Re-integratie is zo’n kerntaak. Het is verder aan het college van B&W om te beslissen op welke wijze het gebouw verkocht wordt.

4.10.3 Tijdelijke situatie Het gebouw/perceel wordt door de gemeente Heerlen verkocht aan WvH met de verplichting voor WvH om het ter beschikking te stellen van De Bovengrondse Vakschool. Dit zal enige maanden in beslag nemen en gedurende die tijd wordt het gebouw/perceel aan WvH ter beschikking gesteld onder dezelfde voorwaarde.

Pagina 30 van 35

5 Ontwikkelstrategie De ontwikkelstrategie van De Bovengrondse Vakschool kenmerkt zich als volgt. Het leitmotiv: (metafoor) Koraalgroei Strategisch Stip op de horizon (de bedoeling) in achterhoofd, maar daar niet op organiseren. Tactisch 1) In kleine stappen ontwikkelen, te beginnen met de initiërende partijen (Gemeente, Praktech, WSP, WVH): a) De werksfeer Bouw vanuit Praktech; b) De werksferen Groenonderhoud en Toezicht vanuit WvH. 2) Uitbouwen met de werksferen Schoonmaak; 3) Tijdens een stap/fase rustig bekijken hoe je verder kan groeien. Operationeel Ontwikkelen met als basis de fasering en planning van dit inrichtingsplan.

Pagina 31 van 35

6 Plan gegevens In dit hoofdstuk is al het voorgaande omgezet naar een planning, waarvolgens De Bovengrondse Vakschool operationeel kan worden. Het bestuur van de vereniging stuurt de op- en inrichting. In de paragrafen over de governance is een fasering beschreven die hier verder wordt uitgewerkt. De uitwerking blijft op hoofdlijnen. Het is de vereniging zelf die, eenmaal geïnstalleerd, de concrete uitvoeringsplannen maakt. Daarvoor geldt wel dat dit plan daarvoor kaderstellend is.

6.1 Planning De uitbouw van De Bovengrondse Vakschool gebeurt gefaseerd. Een open vraag is nog hoe de financiering in elkaar gaat steken. Dat kan invloed hebben op de fasering: financiering in een keer betekent dat het gebouw snel volledig beschikbaar is. Gefaseerde financiering betekent dus ook gefaseerde ingebruikneming.

6.1.1 Oprichtingsfase Tijd

: 1 januari 2021 – 1 juli 2021 (streefdatum)

Betreft

: Onderzoeken en plannen

   

Onderzoeken naar de stand van het gebouw voormalig Emmacollege door de afdeling Vastgoed van de gemeente Heerlen; Bepalen financiering van De Bovengrondse Vakschool door de afdeling beleid i.s.m. WvH; Opstellen van dit onderhavige inrichtingsplan door de drie deelnemende organisaties; Opstellen van een beslisnotitie door beleid van de gemeente Heerlen.

Mijlpaal : de fase is afgesloten met (1) de voor oprichting voorwaardelijke besluiten van het college van B&W gemeente Heerlen medio juni 2021 en (2) de statutaire oprichting van De Bovengrondse Vakschool, voorzien medio september 2021. Gevolg : De Bovengrondse Vakschool kan binnen de besliskaders van start onder aansturing van het bestuur van De Bovengrondse Vakschool.

6.1.2 Inrichtingsfase De inrichting bestaat uit twee deelfases. Fase-1 betreft een snelle inhuizing in een deel van het gebouw, waardoor De Bovengrondse Vakschool direct zichtbaar is. In fase-2 wordt het gebouw geheel gereed gemaakt, waardoor De Bovengrondse Vakschool vol operationeel is. Inrichtingsfase-1 Tijd

: 1 juli 2021 – 1 oktober 2021

Betreft

: Eerste inhuizing (eerste kern van De Bovengrondse Vakschool operationeel)

   

Inhuizen eerste onderdeel van de werksfeer Bouw door Praktech; Opstarten werksfeer Toezicht door WvH; Opstarten werksfeer Groen door WvH; Inhuizen eerste onderdelen WvH (opstart ploegen Heerlen-Noord, Magazijnen en werkplaats.

Mijlpaal

: de fase wordt afgesloten wanneer de kern operationeel verklaard wordt door het verenigingsbestuur.

Gevolg

: er is een duidelijk signaal dat De Bovengrondse Vakschool leeft en dat ‘je er bij moet willen zijn’. Pagina 32 van 35

Inrichtingsfase-2 Tijd

: 1 juli 2021 – 1 januari 2025 (Eindtijd afhankelijk van tempo financiering. Eerder dan 2025 is een reële mogelijkheid.

Betreft

: Renovatie (De Bovengrondse Vakschool helemaal functioneel geschikt gemaakt)

   

Het gebouw gerenoveerd tegen redelijke tegenwoordige eisen en door aannemers en uitvoerders die lid zijn van De Bovengrondse Vakschool; De functies poort, caseloadbeheer, assessment, kenniscentrum; De werksferen en zorg zijn alle operationeel; De governance is volledig operationeel;

Mijlpaal

: de fase wordt afgesloten met de vaststelling door het bestuur (geadviseerd door RvA) dat De Bovengrondse Vakschool zelfvoorzienend is.

Gevolg

: De Bovengrondse Vakschool levert de verwachte bijdrage aan publiek en private duurzame economische en sociale structuurversterking van Heerlen () Noord.

6.1.3 Fase van zelfvoorziening Dit is de feitelijke exploitatiefase, waarin De Bovengrondse Vakschool de gevraagde resultaten levert. Deze resultaten worden voornamelijk afgeleid van de eisen en wensen van leden, het programma stedelijke vernieuwing, politiek/bestuurlijke opdrachten en de strategie van De Bovengrondse Vakschool zelf. Tijd

: 1 juli 2021 >

Betreft

: De exploitatie van De Bovengrondse Vakschool

  

Exploitatie door de organisatie die direct is ingehuisd; Exploitatie van de achtereenvolgende operationaliseringen van werksferen; Totale exploitatie;

Mijlpaal

: De mijlpalen worden gevormd door de reguliere Beleid- en P&C cycli.

Gevolg

: De Bovengrondse Vakschool is een duurzame motor onder de stedelijke vernieuwing en maatschappelijk resultaat.

6.2 Formatie De organisatie van De Bovengrondse Vakschool is klein en gericht op het faciliteren van de programma’s. Deze formatie kan pas in de loop van de inrichting van De Bovengrondse Vakschool worden bepaald. In eerste instantie wordt gebruik gemaakt van de bedrijfsvoering van WvH. Voor WvH is dit additioneel en zij verkrijgt hiervoor een kostendekkende financiële tegemoetkoming vanuit de begroting van De Bovengrondse Vakschool. Wanneer De Bovengrondse Vakschool omvang krijgt, wordt dit overgezet naar de organisatie van De Bovengrondse Vakschool. Het verenigingsbestuur bepaalt de timing hiervan. De overige formatie is gebonden aan de werkelijke inbreng van de deelnemers. Deels hangt dat samen met het werk dat zij, vanuit hun eigen doelstellingen, verrichten binnen de context van De Bovengrondse Vakschool. Deels worden opleidingsprogramma’s ingekocht, waarbij de administratieve

Pagina 33 van 35

afhandeling gebeurt via De Bovengrondse Vakschool. De Bovengrondse Vakschool beheert derhalve de hiermee gemoeide financiële middelen.

6.3 Financiën Met de kennis van dit moment is een globale begroting opgesteld en de bronnen van financiering bepaald.

6.3.1 Begroting De Bovengrondse Vakschool Intern.

6.3.2 Financiering De Bovengrondse Vakschool De gesprekken over de investeringsfinanciering van De Bovengrondse Vakschool met het Rijk (BiZa) en de gemeente Heerlen lopen en zijn gereed voor afronding. Dit gebeurt naar verwachting met het landelijk regeerakkoord. Het college van B&W van de gemeente Heerlen heeft al eerste budgetten ter beschikking gesteld, waardoor De Bovengrondse Vakschool financieel verantwoord kan starten per medio 2021.. De exploitatie wordt voor wat het gebouw betreft grotendeels gedekt doordat De Bovengrondse Vakschool daarin zelf voorziet door de inzet van de werksferen. Dit geldt ook voor het klein en groot onderhoud. Enige uitzondering is hoog specialistisch werk, waarvoor een aannemer betrokken wordt. De overblijvende exploitatiekosten worden vanaf 2025 gedekt uit inkomsten door contributies, ter beschikking stellen van ruimte aan vakscholen van werkgevers en trajectvergoedingen.

6.4 Kwaliteitsbewaking en Risico’s De Bovengrondse Vakschool voldoet aan alle voorwaarden vanwege wet- en regelgeving. Het palet aan onderwerpen is breed en daarmee volstaat ten aanzien van dit plan dat binnen de programma’s en de structuur van De Bovengrondse Vakschool aantoonbaar binnen die voorwaarden gewerkt moet worden. Aantoonbaar betekent dat in elk plan een hoofdstuk is opgenomen m.b.t. relevante kwaliteit. Ten aanzien van het werk in het algemeen binnen De Bovengrondse Vakschool wordt voldaan aan de regelingen van de ARBO-wet en aanverwante veiligheidsregelingen. Algemeen gelden voor alle deelnemers is de governancecode van de gemeente Heerlen. Het belangrijkste risico op dit moment is de toekenning van de benodigde financiering. De gesprekken hierover met het Rijk en de gemeente Heerlen lopen nog. Verder worden de volgende risico’s onderkend. 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7)

Eigen en/of andere belangen partijen dan de focus; Verzanden in strategische discussies, Stip in beeld, maar richten op kleine successen; Geen of te weinig financiering; Verzanden in een bureaucratisch moeras; Geen of te weinig ondernemers i.h.k.v. werkgelegenheid; Geen of te geringe verankering van De Bovengrondse Vakschool in de wijk; Geen of te weinig kandidaten.

Het is aan het bestuur van de vereniging om deze risico’s beheersbaar te krijgen.

Pagina 34 van 35

6.5 Informatie en Communicatie Informatie- en communicatie van De Bovengrondse Vakschool wordt uitgevoerd door het WSP. Voor WSP is dit additioneel en zij verkrijgt hiervoor een kostendekkende financiële tegemoetkoming vanuit de begroting van De Bovengrondse Vakschool.

Pagina 35 van 35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=447c8674-294b-4a89-b5d7-4c17ef59f95a