Bijlage 1 Plan voor de Bovengrondse Vakschool (aug. 2021).pdf
Tekst van het document
Plan voor De Bovengrondse Vakschool Heerlen, 20 augustus 2021
‘De kracht van integraal samenwerken’
Pagina 1 van 35
Emma, Het verhaal van De Bovengrondse Vakschool In het voormalig Emma-college in Heerlen-Noord wil je binnenkort zijn. Het wordt een verzamelplek van ontmoeten, werk en helpen voor en door mensen uit de omliggende wijken en buurten en misschien wel voor de hele stad Heerlen. Een plek om trots op te zijn! Emma is van en voor iedereen, maar vooral van en voor de Heerlenaar, die werk zoekt of werk biedt. Het centrale hart van Emma is De Bovengrondse Vakschool. Hier kan, op elk niveau, een ambacht geleerd worden. Denk aan installatietechniek, lassen, tegelzetten, timmeren etc. Dit kan laagdrempelig als dagbesteding, maar óók als vakopleiding met uiteindelijk een certificaat of diploma én een baan. Bekwame vaklieden leren een nieuwe lichting de kneepjes van het vak. Dit kunnen pensionado’s zijn, maar ook vakmensen, die als gevolg van lichamelijke klachten hun vak niet meer kunnen uitoefenen en op deze manier actief blijven op de arbeidsmarkt. Jongeren oriënteren zich op school en werk op een manier die hen aanspreekt. Dit kan door deelname aan de diverse werksferen; werkbegeleiders lopen rond om jongeren hiervoor te motiveren, maar ook middels nieuwe technologie en games. Emma is ook een plek om te hangen en andere jongeren te ontmoeten. Buurtbewoners fungeren als “mentor”. Ook zijn de hulpverleners van JenS en HSB! regelmatig aanwezig voor hulp en ondersteuning.
Werkgevers krijgen de mogelijkheid om hun personeel bij- of om te scholen in of met Emma. Ook als er binnen het eigen bedrijf geen plek meer is voor de werknemer. Door de deelname van de ROC’ s uit de regio (Vista en CitaVerde) is het mogelijk om diploma’s en certificaten te behalen waardoor werknemers snel inzetbaar zijn op andere plekken op de arbeidsmarkt. Het concept Emma is flexibel ingericht. Hierdoor kan snel ingesprongen worden op vraag vanuit de markt. Door kennis die opgehaald wordt in het bedrijfsleven kunnen programma’s en mogelijkheden verfijnd worden. Een werkgever bepaalt zelf of hij lang- of kortdurend aanwezig wil zijn in en gebruik wil maken van hetgeen Emma biedt. Een programmaraad faciliteert hierin met zo min mogelijk bureaucratie. De inhoud wordt bepaald door vraag en aanbod en de deelnemers in Emma en De Bovengrondse Vakschool. Emma draagt bij aan de economische structuurversterking van Heerlen-Noord. Het zogenoemde cascademodel wordt binnen Emma in de praktijk gebracht; iedereen die aanwezig is binnen Emma doet mee op de voor hem of haar beste plek, met aandacht voor groei en ontwikkeling en in verbinding met de wijk en de omliggende bedrijven en organisaties. Kortom een initiatief vóór, dóór en mét mensen uit de buurt!
Pagina 2 van 35
Inhoudsopgave Emma, Het verhaal van De Bovengrondse Vakschool............................................................................. 2 1
Samenvatting................................................................................................................................... 5
2
Inleiding ........................................................................................................................................... 6
3
2.1
Aanleiding ................................................................................................................................ 6
2.2
Urgentie ................................................................................................................................... 6
2.3
Doel van dit document ............................................................................................................ 6
2.4
Gevraagde besluiten......................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Analyse ............................................................................................................................................ 7 3.1
3.1.1
Politieke ontwikkelingen ................................................................................................. 7
3.1.2
Economische ontwikkelingen .......................................................................................... 7
3.1.3
Sociale ontwikkelingen .................................................................................................... 8
3.1.4
Technische en ecologische ontwikkelingen .................................................................... 9
3.2
Sectorale ontwikkelingen ........................................................................................................ 9
3.2.1
Ontwikkelorganisaties ..................................................................................................... 9
3.2.2
Nieuwkomers................................................................................................................. 10
3.2.3
Leveranciers................................................................................................................... 10
3.2.4
Klanten........................................................................................................................... 11
3.2.5
Substitutie en verticale integratie ................................................................................. 11
3.3
4
Maatschappelijke ontwikkelingen ........................................................................................... 7
Maatschappelijke behoefte: De Bovengrondse Vakschool ................................................... 12
3.3.1
Grondslag voor De Bovengrondse Vakschool ............................................................... 12
3.3.2
De Bovengrondse Vakschool en haar missie ................................................................. 13
3.3.3
Bedreigingen voor De Bovengrondse Vakschool .......................................................... 13
3.3.4
Alternatieven voor De Bovengrondse Vakschool .......................................................... 14
3.4
Lessen van andere vakscholen .............................................................................................. 15
3.5
Vakschool interne ontwikkelingen ........................................................................................ 16
3.5.1
Waarde .......................................................................................................................... 16
3.5.2
Uniciteit ......................................................................................................................... 17
3.5.3
Kopieerbaarheid ............................................................................................................ 18
3.5.4
Organisatorische capaciteiten t.b.v. De Bovengrondse Vakschool ............................... 18
De Bovengrondse Vakschool .................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.1
De bedoeling.......................................................................................................................... 19
4.2
Gezamenlijke waarden .......................................................................................................... 19
4.2.1
Waardevol ..................................................................................................................... 19
4.2.2
Niet Waardevol.............................................................................................................. 20 Pagina 3 van 35
4.3
Focus...................................................................................................................................... 20
4.4
Opbrengsten .......................................................................................................................... 21
4.4.1
Financiële opbrengsten ............................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
4.4.2
Operationele opbrengsten ....................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
4.5
Uitgangssituatie ..................................................................................................................... 22
4.5.1
Huidige uitvoering binnen de bedoeling en focus van De Bovengrondse Vakschool ... 22
4.5.2
De omgeving .................................................................................................................. 22
4.6
Het concept ........................................................................................................................... 23
4.7
De Praktijk ............................................................................................................................. 24
4.8
Governance ........................................................................................................................... 25
4.8.1
Samenwerking binnen De Bovengrondse Vakschool .................................................... 25
4.8.2
Checks en balances........................................................................................................ 25
4.8.3
Fasering in de governance ............................................................................................. 26
4.8.4
De bemensing ................................................................................................................ 27
4.9
Organisatie van De Bovengrondse Vakschool ....................................................................... 27
4.10
Locatie van De Bovengrondse Vakschool .............................................................................. 29
4.10.1
Het gebouw ................................................................................................................... 29
4.10.2
(Ver-) huur of (ver-) koop .............................................................................................. 29
4.10.3
Tijdelijke situatie............................................................................................................ 30
5
Ontwikkelstrategie ........................................................................................................................ 31
6
Plan gegevens ................................................................................................................................ 32 6.1
Planning ................................................................................................................................. 32
6.1.1
Oprichtingsfase .............................................................................................................. 32
6.1.2
Inrichtingsfase ............................................................................................................... 32
6.1.3
Fase van zelfvoorziening................................................................................................ 33
6.2
Formatie ................................................................................................................................ 33
6.3
Financiën ............................................................................................................................... 34
6.3.1
Begroting De Bovengrondse Vakschool ........................................................................ 34
6.3.2
Financiering De Bovengrondse Vakschool .................................................................... 34
6.4
Kwaliteitsbewaking en Risico’s .............................................................................................. 34
6.5
Informatie en Communicatie ................................................................................................ 35
Pagina 4 van 35
1 Samenvatting Het college van B&W wil duurzame economische en sociale structuurversterking in Heerlen (-Noord). Private en maatschappelijke organisaties willen daar graag aan meewerken. Elk levert nu al beste praktijken binnen het eigen domein. Wat ontbreekt is een gezamenlijke platform, waarop al die beste praktijken worden samengebracht en de krachten zijn gebundeld. De Bovengrondse Vakschool heeft de potentie om dat platform te zijn, de motor te zijn die de structuurversterking aanjaagt. De Bovengrondse Vakschool is daarmee per definitie niet een op zichzelf staande organisatie met een eigen doel. Het is een campus met een lichte eigen organisatie waarbinnen wordt samengewerkt aan het gemeenschappelijke doel. Alle organisaties zitten met hun beste expertise dicht op elkaar, alle soorten en maten samenwerken worden opeens gemakkelijk. De missie van De Bovengrondse Vakschool is duurzame economische en sociale structuurversterking aanjagen, deze maatschappelijke waarde te maximaliseren en te verzilveren door zoveel als mogelijk mensen naar regulier werk te brengen of in ieder geval hun waarde voor zichzelf en de maatschappij te vergroten. De Bovengrondse Vakschool wordt gevestigd in het voormalige gebouw van het Emma-college aan de Passartweg. Het gebouw is ideaal voor De Bovengrondse Vakschool.
Het ligt centraal in HeerlenNoord, biedt meer dan voldoende ruimte, heeft een directe omgeving waarin ook de buitensferen Toezicht en Groen-onderhoud volwaardig uit de voeten kunnen. En het is een bekend gebouw met historie voor veel Heerlenaren. Maar het belangrijkste is dat het gebouw voor De Bovengrondse Vakschool ‘kan werken’. Het gebouw leent zich uitermate om toegepast te worden: van schoonmaak tot klein en groot onderhoud. De Bovengrondse Vakschool is een rechtspersoon, zodat zij slagvaardig noodzakelijke rechtshandelingen kan verrichten. De Bovengrondse Vakschool is van mensen en deelname evenals uittreden moet gemakkelijk zijn. Een vereniging past dan het best. De Bovengrondse Vakschool is geen abstract ‘whiteboard-verzinsel’ van hoog niveau. Het is ontstaan vanuit praktische successen en is een bundeling van krachten van de beste praktijken van publieke en private partners binnen de domeinen Re-integratie, Welzijn en Onderwijs. Doelgroepen van De Bovengrondse Vakschool zijn enerzijds jongeren en anderzijds mensen die hulp nodig hebben om (weer) aan het werk te komen of te blijven. Jongeren worden door De Bovengrondse Vakschool dichtbij de werksferen gebracht en allen worden binnen die sferen vakinhoudelijk en/of als werknemer ontwikkeld. Bewoners in de wijken worden betrokken.
Gepensioneerde vakmensen en vakmensen die fysiek niet meer kunnen werken, worden uitgenodigd werkbegeleider te zijn. Senioren worden uitgenodigd om mentor te zijn voor mensen binnen De Bovengrondse Vakschool. Inwoners krijgen de gelegenheid invloed uit te oefenen binnen een Raad van Advies (vertegenwoordiging van bewoners). Het is de bedoeling De Bovengrondse Vakschool al voor de zomer op te starten met een eerste inhuizing door delen van Praktech en WvH. Er is dan al zichtbaar leven in en om het gebouw. Door o.m. te starten met de werksfeer Toezicht levert De Bovengrondse Vakschool direct een waarneembare bijdrage aan het veiligheidsgevoel in het Emmapark, het sportpark en omliggende wijken. Na de eerste inhuizing volgt een renovatie en een gefaseerde ingebruikname door in totaal tien werksferen. Het is de bedoeling dat De Bovengrondse Vakschool in 2025 zelfvoorzienend is.
Pagina 5 van 35
2 Inleiding 2.1 Aanleiding Het college van B&W van de gemeente Heerlen wil in samenwerking met het Rijk duurzame economische en sociale structuurversterking bereiken in Heerlen (-Noord). Daarvoor is een motor nodig die de samenwerking van de mensen in de wijk, werkgevers en maatschappelijke organisaties kan aanslingeren en gaande houden. De Bovengrondse Vakschool kan die motor zijn. Het domein re-integratie zit in zijn huidige vorm aan een maximaal resultaat. Dit resultaat wordt los van Corona vooral bepaald door de hoge economische conjunctuur. En anderzijds doordat werkgevers snel mensen aannemen van wie alleen de werknemersvaardigheden zijn ontwikkeld. In toenemende mate zijn er echter vakmensen nodig en moeten ook flankerende (welzijn-) problematieken opgelost worden om duurzaam te kunnen re-integreren. De Bovengrondse Vakschool, waarbinnen ook Onderwijs en Welzijn zijn vertegenwoordigd, is een oplossing om het resultaat te maximaliseren. Er is behoefte aan samenwerking tussen partijen op de arbeidsmarkt, private partijen en maatschappelijke organisatie in de domeinen re-integratie, welzijn en onderwijs. Er is geen behoefte aan een nieuwe organisatie, wel aan een platform waarop partijen hun beste praktijken samenwerken. De Bovengrondse Vakschool is zo’n platform.
2.2 Urgentie Ontwikkelingen in de omgeving laten zien dat de tijd rijp is om De Bovengrondse Vakschool te starten. Serieuze financieringsmogelijkheden in het kader van bijvoorbeeld het Stedelijke Vernieuwingsprogramma maken op korte termijn veel mogelijk. Het is nu het moment om te starten.
2.3 Doel van dit document Dit document heeft als doel inzicht te geven op bestuurlijk niveau waarom De Bovengrondse Vakschool een essentieel verschil kan maken in het streven naar duurzame economische en sociale structuurversterking. Het gaat dus over de bedoeling van De Bovengrondse Vakschool. Het heeft ook als doel inzicht te geven hoe De Bovengrondse Vakschool werkt en welk ontwikkeltraject, inclusief middelen, op hoofdlijnen nodig zijn om De Bovengrondse Vakschool te operationaliseren. Het is een businesscase op basis waarvan de gemeente Heerlen en WerkvoorHeerlen besluiten De Bovengrondse Vakschool op te richten. Dit besluit is genomen in juni 2021. Dit document is kaderstellend voor de oprichting en verdere inrichting van De Bovengrondse Vakschool, vanaf het moment dat de daartoe noodzakelijke besluiten zijn genomen. In dit document zijn op veel plekken partners benoemd met wie gezamenlijk het succes van De Bovengrondse Vakschool gebouwd gaat worden. Een aantal van hen zijn al betrokken, een aantal ook nog niet. Omdat alle leden effect zullen hebben op de ontwikkeling van De Bovengrondse Vakschool en flexibiliteit daarom belangrijk is, is dit document een dynamisch document. Het kan aangepast worden als de context, etc. daartoe noodzaken. Het is aan de leden om hierover te beslissen.
Dit document is ook bedoeld om alle partners te informeren over en op hetzelfde niveau te houden van de bedoeling van De Bovengrondse Vakschool.
Pagina 6 van 35
3 Analyse Elk samenwerkingsverband realiseert haar verwachtingen uiteindelijk in een steeds veranderende omgeving. Dat geldt ook voor de vereniging De Bovengrondse Vakschool. Die omgeving wordt gevormd door de maatschappij waaraan De Bovengrondse Vakschool dienend is. De ontwikkelingen in die omgeving zijn leidend, omdat de organisatie anders op termijn irrelevant wordt. Het gaat om maatschappelijke, sectorale en interne vakschool ontwikkelingen.
3.1 Maatschappelijke ontwikkelingen Dit zijn landelijke en regionale ontwikkelingen die effect (kunnen) hebben op De Bovengrondse Vakschool.
3.1.1 Politieke ontwikkelingen Op landelijk niveau wordt een nieuwe coalitie en een nieuw kabinet geformeerd. Het is daarmee niet scherp wat het rijksbeleid de komende vier jaar wordt. Gezien de verkiezingsuitslag is het aannemelijk dat op hoofdlijnen het bestaande beleid wordt gecontinueerd. Voor het domein Re-integratie zou dit betekenen dat het streven naar participatie van alle doelgroepen in de vorm van werk ongewijzigd blijft. Binnen het ministerie van BZK worden langjarige investeringen in regionale achterstandsgebieden voorbereid. Hiertoe zijn 16 stedelijke gebieden aangewezen, waarvan de economische en sociale structuur met prioriteit wordt aangepakt. Heerlen-Noord, alles boven de spoorlijn en Eikenderveld, is daar onderdeel van. Dit voornemen is onderdeel van de kabinetsformatie en de betreffende gelden kunnen, eenmaal vastgesteld, ook worden aangewend als investering in het domein Re-integratie. Een bijzondere ontwikkeling is de vorming van sociale ontwikkelbedrijven, omdat men landelijk tot de conclusie komt dat de afschaffing van de SW wat al te kort door de bocht is gegaan. Wanneer dit doorgaat heeft dat effect op SW- en Ontwikkelbedrijven zoals bijvoorbeeld het WSP en WvH. Op regionaal niveau wordt de politieke situatie ten aanzien van het domein Re-integratie gezien als stabiel.
Er is brede consensus dat mensen in de bijstand zoveel als mogelijk naar werk geleid moeten worden, los er van dat er vaak een financieel vangnet noodzakelijk is. Zowel op de schaal van Parkstad als Zuid-Limburg streeft men naar samenwerking. Een voorbeeld daarvan is Perspectief op Werk. Er wordt niet voorzien dat de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 wat dit betreft tot grote wijzigingen gaan leiden. Samengevat beeld: Er is een stabiel en in toenemende mate een gezond klimaat om de mogelijkheden voor re-integratie uit te bouwen en daarmee De Bovengrondse Vakschool vorm te geven.
3.1.2 Economische ontwikkelingen Waar we ons begin 2020 nog volop focusten om zoveel mogelijk werk te vinden in een economische hoogconjunctuur, bedierf Corona voor langere tijd de pret behoorlijk. Toch is het niet zo dat bedrijven over de gehele linie geen personeel meer aannemen. Wel is de regionale totale uitstroom naar werk substantieel lager geweest dan verwacht. De verwachting is dat wanneer Corona bedwongen is, de economie weer aantrekt tot minimaal haar oude niveau. In de praktijk is dat ook zichtbaar. In algemene zin is het resultaat van plaatsingen op regulier werk door WSP/WvH in 2020 nog hoog geweest: ongeveer 150 op een totaal van 78 ontwikkelplekken. ‘In algemene zin’ betekent: “plaatsingen van niet vakinhoudelijk gekwalificeerde mensen die door de werkgevers zelf worden opgeleid”. De verwachting is dat dit beeld zich in volle omvang doorzet na Corona.
Pagina 7 van 35
Meer in specifieke zin wordt merkbaar dat bedrijven behoefte hebben aan gekwalificeerd personeel en dat zeer moeilijk kunnen vinden. Met name de bouw- en toezichtsector ondervinden dit, maar het geldt ook voor bijvoorbeeld logistiek, schoonmaak/zorg en ICT. Deze sectoren zijn in de omgeving van Heerlen sterk in ontwikkeling en we slagen er moeizaam in hier mensen te plaatsen, omdat ze niet voldoende zijn gekwalificeerd. Vanwege de hoge kosten en de tijdsduur om deze mensen vakbekwaam te maken, kan er relatief weinig in hen worden geïnvesteerd. Daardoor blijven grote groepen mensen aan de zijlijn. Omgekeerd geredeneerd is hier sprake van een braakliggend terrein dat, eenmaal wel in voorzien, voor substantiële groei in sociaal- economische structuurversterking kan zorgen. De opeenvolgende arbeidsmarktanalyses van het WSP bevestigen het beeld dat er in Parkstad en Zuid-Limburg een ruim aantal relevante vacatures beschikbaar is. Relevant is het lagere MBO-niveau. In de meest recente analyse zijn er in Zuid-Limburg ongeveer 2.500 vacatures. Vooral voor MBO 0, 1 en 2 zijn er openstaande vacatures. Deze trend is vrij constant en kent geen scherpe daling, eerder een stijgende trend. De grootste volumes zijn te vinden in de sectoren Techniek, Transport en Logistiek, Zorg en Welzijn en Bedrijfseconomisch/administratief.
De uitdaging voor het domein Re-integratie is om mensen met deze kwalificaties aan te leveren. Samengevat beeld: Economische ontwikkelingen laten zien dat de uitstroom van niet vakinhoudelijke mensen na Corona weer gaat groeien. Er is een braakliggend terrein, waar het gaat om het leveren van wel vakinhoudelijk gekwalificeerde mensen. Dit zou een focus moeten zijn van De Bovengrondse Vakschool.
3.1.3 Sociale ontwikkelingen Bij De Bovengrondse Vakschool gaat het om mensen die in uitkeringssituaties zitten of buiten het maatschappelijk systeem zijn beland. Deze mensen hebben vaak een negatief stempel. Zij zouden op z’n best grote problemen hebben en op z’n slechts erg weinig aan de maatschappij kunnen toevoegen. Manageriek worden ze vaak in categorieën gestopt, waar ze erg moeilijk weer uit kunnen komen. Het is fundamenteel dat mensen weer als mensen worden gezien. Geen focus op wat men niet kan, maar dat iedereen kan werken en iedereen problemen heeft. Ook zij, en niet alleen zij. Dan realiseren we ons met elkaar dat we hier tegen een goudmijn aan arbeidspotentieel aan zitten te kijken. Het enig dat nodig is, is dit potentieel open te breken. En daar is iedereen voor nodig. De demografische ontwikkelingen verlopen langs redelijk zichtbare lijnen. Het is duidelijk dat de grote immigratiestromen van de afgelopen jaren zich in meer of mindere mate voortzetten en leiden tot een toestroom van niet-Nederlandstaligen in de Participatiewet. Deze mensen hebben vaak wel een vakinhoudelijke achtergrond, maar niet met de juiste certificaten voor Nederland. En uiteraard zijn er de nodige verschillen in cultuur.
In de praktijk belemmeren deze aspecten de uitstroom naar werk, omdat vanwege wet- en regelgeving al snel enige basale kennis van het Nederlands en verwachte werknemersvaardigheden nodig is. Voor het domein Re-integratie betekent dit dat een verruiming van de mogelijkheden mensen Nederlands te leren nodig is en dat deze mensen in een werksetting met Nederlanders ontwikkeld moeten kunnen worden. Een groot deel van de sociale omgeving raakt het welzijn van mensen. Welzijn is geen onderdeel van het domein Re-integratie, maar beide worden wel door elkaar geraakt. Dit speelt op twee terreinen in het bijzonder: jongeren en senioren. Een substantieel deel van de Heerlense jongeren vindt de weg naar werk niet. Zij, en vaak ook het gezins- en buurtsysteem om hen heen, verbeteren zich niet en glijden steeds verder af. Samenwerken tussen de organisaties binnen de domeinen Welzijn en reintegratie geeft een nieuwe dimensie aan de mogelijkheden om jongeren wel mee te laten doen. Ook hier ligt een nog braakliggend terrein. Pagina 8 van 35
Welzijn en re-integratie raken elkaar ook bij de senioren. Armoede en vereenzaming zijn bekende problematieken die heersen binnen deze groep. Aan de andere kant is in het domein Re-integratie een ‘schreeuwende behoefte’ aan vakmensen en mentoren die gepassioneerd jongeren en andere ontwikkelkandidaten werkelijk kunnen helpen zich te ontwikkelen en zelfs een vak te leren. Dit is naar analogie van de aloude ‘meester-gezel’ verhouding, waarbij overigens de inzet van didactisch/vakinhoudelijk bekwame leerkrachten ook noodzakelijk is. Met name in de groep senioren zit veel potentieel om als zodanig in te zetten. Samengevat beeld: Sociale ontwikkelingen laten zien dat de domeinen Re-integratie en Welzijn elkaar nodig hebben om succesvol te zijn. Welzijn is nodig om mensen te kunnen re-integreren en reintegratie naar werk is de ultieme verzilvering van de welzijns-inspanningen. De Bovengrondse Vakschool kan het daarvoor ideale platform zijn. Een aspect dat opgelost moet worden is de problematiek m.b.t. niet-Nederlandstaligen in de Participatiewet en hun mogelijkheden om werk te verkrijgen.
3.1.4 Technische en ecologische ontwikkelingen De belangrijkste technologische ontwikkelingen lopen al langjarig en het is reëel te verwachten dat deze nog lang doorgaan. Het gaat dan vooral om automatisering/robotisering en globalisering. De effecten van beide zijn echter verschillend. Automatisering leidt vooral tot baanpolarisatie: laag- en hooggeschoold werk blijft en de midden categorie wordt vervangen. Het effect van globalisering is dat met name laaggeschoold werk vertrekt. Het effect daarvan in onze omgeving is redelijk onmerkbaar, omdat veel met name logistieke bedrijven ervoor kiezen zich in de regio te vestigen. Het domein Re-integratie zou zich, in samenwerking met de scholen, nadrukkelijk kunnen richten op het omscholen van mensen. De ontwikkelingen bieden ook kansen voor bijvoorbeeld jongeren. Deze mensen zijn sowieso al snel aangetrokken door een voorportaal van automatisering, namelijk gaming. Voor het domein Re-integratie zijn dit kansen om jongeren binnen ‘haar muren’ te krijgen en op te pakken voor ontwikkeling naar werk. Een andere grote maatschappelijk ontwikkeling is verduurzaming, zowel ecologisch als ook in termen van samenleven. Het uit zich enerzijds in grote vaak technisch georiënteerde projecten en anderzijds in maatschappelijke ontwikkelingen als diversificatie.
Ook dit betekent een uitdaging voor het domein Re-integratie en het domein Onderwijs om mensen niet alleen voor te bereiden als werknemers met voldoende skills, maar ook op sociaal en cultureel complexe werk- en woonomgevingen. Samengevat beeld: Technische ontwikkelingen op het gebied van automatisering en verduurzaming noodzaken de domeinen Re-integratie en Onderwijs om samen te werken. De Bovengrondse Vakschool kan het daarvoor ideale platform zijn.
3.2 Sectorale ontwikkelingen Met sector wordt bedoeld, alle partijen die een rol spelen binnen het domein Re-integratie en op de arbeidsmarkt binnen de regio Parkstad.
3.2.1 Ontwikkelorganisaties Binnen de regio Parkstad zijn meerdere ontwikkelorganisaties actief. Dit varieert van de minder of meer aan gemeenten gelieerde ontwikkelbedrijven als WvH, Betere Buren Brunssum en het Mensontwikkelbedrijf Landgraaf. Elk bedrijf beperkt zich voornamelijk tot de eigen gemeentelijke bijstandsgerechtigden. Samenwerking vindt plaats in gemeenschappelijk overleg, waarbij ook het WSP vertegenwoordigd is. Daarnaast zijn er meerdere partijen actief die meer of minder gericht op Welzijn mensen ontwikkelen. Voorbeelden zijn het WSP als SW-bedrijf, arbeidsmatige dagbesteding en organisaties gericht op Pagina 9 van 35
meer specifieke onderdelen zoals de Leermeester, de Stadswerkplaats en Praktech. Er is een veelheid aan organisaties met als voordeel dat er een grote verscheidenheid aan oplossingen voorhanden is. En uiteraard als nadeel dat een en ander, nog niet, gecoördineerd verloopt en elkaar daarmee ook in de weg kan zitten. In de praktijk is een toename aan samenwerking te zien. Welzijnsorganisaties zijn al met elkaar verbonden in JENS en Stand-by. En WSP en WvH zijn zowel bestuurlijk als operationeel al nauw met elkaar verbonden en hun samenwerking met Praktech versterkt zich in De Bovengrondse Vakschool. Deze trend zou versterkt worden, wanneer er een platform zou zijn voor de organisaties met geen ander doel dan samen werken voor het maatschappelijk resultaat: economische en sociale structuurversterking. Samengevat beeld: Er zijn veel organisatie in de regio die meer of minder direct een bijdrage leveren aan re-integratie. Samenwerken, in welk onderling verband dan ook, binnen de context van De Bovengrondse Vakschool zou voor het gezamenlijke maatschappelijk resultaat, economische en sociale structuurversterking, een sterke hand in de rug betekenen.
3.2.2 Nieuwkomers Het domein Re-integratie is een historisch vrij gesloten domein. In 2014 heeft de gemeente Heerlen met de oprichting van WvH voor een doorbraak gezorgd door het domein openbare ruimte en reintegratie met elkaar te verbinden. Dat heeft geleid tot nieuwe, overigens niet alleen maar positieve, dynamiek. De resultaten op beide domeinen zijn echter aantoonbaar meer dan voldoende gebleken. Maar de wereld is veel groter. Re-integratie kan zich alleen verder ontwikkelen, wanneer andere partijen de mogelijkheid krijgen mee te doen. Te denken is dan bijvoorbeeld aan schuldhulpverlening, aan JENS voor jongeren en Stand-by voor senioren, aan VSV en aan Inkomen van de gemeente, aan Mondriaan voor verslaafden en aan scholen voor opleidingen. En misschien nog wel het meest belangrijk: aan werkgevers met hun vakscholen en opleidingsmogelijkheden. Samengevat beeld: Wanneer het domein Re-integratie zich opent voor alle mogelijke spelers, kan reintegratie tot volle omvang komen en economische structuren tot volle bloei. En ook om deze reden is een platform nodig, waarop dit kan gebeuren.
3.2.3 Leveranciers Op de arbeidsmarkt zijn een viertal grote leveranciers te onderscheiden: werknemers zelf die van werk naar werk gaan, uitzendbureaus, het UWV en WSP/WvH. Werkgevers willen graag adequaat personeel en het is daarmee voor de hand liggend dat dit, zonder verdere actie, WSP/WvH op achterstand zet. Maar er is wel degelijk actie: het WSP past instrumenten toe als loonkostensubsidie, SROI (social return on investment), proefplaatsingen en helpt in het geschikt maken van werkpakketten (functiecreatie) voor haar doelgroepen. In de arbeidsmarkt versterken van het WSP is hiermee een speerpunt voor het domein Re-integratie. De aanpak van leveranciers varieert met de economische cyclus. In tijden van hoogconjunctuur ligt de nadruk op snel uitplaatsen en dus werknemersvaardigheden sec, er is dan werk genoeg en werkgevers willen zelf wel opleiden. Bij laagconjunctuur ligt de focus meer op vakinhoudelijk ontwikkelen van mensen en lopen trajecten dus langer. In de huidige tijd is er, vanwege Corona, sprake van een mix van beiden, met een steeds nadrukkelijker vraag om vakinhoudelijk bekwame mensen.
Pagina 10 van 35
Samengevat beeld: De Bovengrondse Vakschool is een substantiële versterking van WSP/WvH om mensen duurzaam uit te kunnen plaatsen naar werk. De focus ligt enerzijds op mensen waarvan alleen de werknemersvaardigheden worden ontwikkeld en anderzijds, en dat is anders dan nu, ook op vakinhoudelijke ontwikkeling.
3.2.4 Klanten Alle werkgevers die mensen, duurzaam in dienst willen, zijn klant van WSP/WvH. De hele hierbij horende werkgeversdienstverlening is de verantwoordelijkheid van het WSP. Hier wordt verwezen naar haar ondernemingsplan.
3.2.5 Substitutie en verticale integratie Er is sprake van substitutie, wanneer andere partijen door het aanbieden van andere dienstverlening de rol van in dit geval WSP/WvH of Praktech geheel of gedeeltelijk overnemen. Er is sprake van verticale integratie, wanneer leveranciers en klanten elkaars dienstverlening (of producten) willen overnemen. Dat kan, ook in het domein Re-integratie over en weer het geval zijn. Ontwikkelbedrijven kunnen dienstverlening van werkgevers overnemen, wanneer zij zelf tegen commerciële vergoeding diensten leveren die ook door de markt gedaan kan worden. Relevant is dat De Bovengrondse Vakschool meerdere markten en domeinen raakt: (1) de arbeidsmarkt, (2) private markten waar met winstoogmerk producten dan wel diensten worden verhandeld, (3) domein Welzijn en het (4) domein Onderwijs. In algemene zin is het doel van De Bovengrondse Vakschool de markten te stimuleren en de domeinen te faciliteren. Ten aanzien van de markten betekent het dat De Bovengrondse Vakschool een stap terug doet, wanneer de markten het zelf (beter) kunnen. Ten aanzien van de domeinen betekent het dat De Bovengrondse Vakschool nauwe en open samenwerking zoekt. Arbeidsmarkt Voor WSP/WvH is deze situatie vrij eenvoudig, omdat geen van beiden zeggenschap heeft over de eigen rol.
In beide gevallen is dat het college van B&W van de gemeente Heerlen en voor het WSP ook de andere deelnemende Parkstadgemeenten. Er zijn geen tekenen dat het college rollen anders wil beleggen. Private markten WvH heeft een strikt beleid dat verdringing tegengaat: er worden geen commerciële diensten verleend. Dat zou ook averechts werken. Het doel van WvH is dat mensen naar werk kunnen uitstromen en dan is het contraproductief als dat werk er niet is omdat WvH het zelf is gaan doen. Omgekeerd kunnen werkgevers ook werk van ontwikkelbedrijven overnemen door zelf vakscholen, opleidingen of ontwikkeltrajecten te beginnen met een zekere garantie op werk. Voor het totale resultaat binnen het domein Re-integratie wordt dit toegejuicht en worden bedrijven die dit willen omarmd en gefaciliteerd om dit soort initiatieven te starten. Domein welzijn Dit is een breed domein, zeker als ook dienstverlening als schuldhulpverlening en VSV hiertoe gerekend worden. In veel casuïstiek raken de domeinen Welzijn en Re-integratie elkaar. Er zou daarom gemakkelijk de neiging kunnen ontstaan elkaars rol over te willen nemen. Iedere organisatie of samenwerkingsverband heeft echter, vaak langere tijd, zijn eigen beste praktijk.
Het is de uitdaging voor De Bovengrondse Vakschool om niet weer een nieuwe organisatie te zijn, maar een werkelijk platform waarop bestaande organisaties hun beste praktijken inbrengen met als doel samenwerken Pagina 11 van 35
aan duurzame economische en sociale structuurversterking van Heerlen (-Noord). De toegevoegde waarde van De Bovengrondse Vakschool is dan dat de gezamenlijke inspanning verzilverd wordt in deelname in de maatschappij in de vorm van werk. Domein Onderwijs Voor Onderwijs en Re-integratie geldt een beetje hetzelfde als het hier voorgaande. Ook hier bestaat het risico dat partijen elkaar beconcurreren, terwijl dat niet de bedoeling is. De Bovengrondse Vakschool richt zich met name op re-integratie van werklozen (jongeren) en uitkeringsgerechtigden en omscholing. Scholen richten zich met name op jeugd en (om-)scholing. Als platform heeft De Bovengrondse Vakschool de onderwijsinstellingen nodig om tot goede programmering en afstemming met lopende onderwijsprogramma’s te kunnen komen. En omgekeerd hebben scholen uitstroom naar werk nodig om zinvol te kunnen zijn. Samengevat beeld: Er ontstaan grote kansen voor het werkelijk versterken van economische en sociale structuren wanneer alle partijen op de arbeidsmarkt, private markten en van de domeinen Reintegratie, Welzijn en Onderwijs werkelijk bereid zijn de eigen beste praktijken in te brengen en die van elkaar over en weer te respecteren.
3.3 Maatschappelijke behoefte: De Bovengrondse Vakschool De analyse van de omgeving leidt tot een beeld van de maatschappelijke dynamiek, waarbinnen de gewenste maatschappelijke waarde moet worden behaald. De hier gewenste maatschappelijke waarde is duurzame economische en sociale structuurversterking van Heerlen (-Noord). Het vermogen om die waarde te realiseren is de maatschappelijke grondslag voor De Bovengrondse Vakschool. Uiteraard komen uit de analyse ook bedreigingen naar voren die De Bovengrondse Vakschool het hoofd moet bieden om succesvol te kunnen zijn.
3.3.1 Grondslag voor De Bovengrondse Vakschool De grondslag wordt gevormd door het totaal aan geanalyseerde beelden van ontwikkelingen in de omgeving. Er is een stabiel en in toenemende mate een gezond klimaat om de mogelijkheden voor re-integratie uit te bouwen en daarmee De Bovengrondse Vakschool vorm te geven Economische ontwikkelingen laten zien dat de uitstroom van niet vakinhoudelijke mensen na Corona weer gaat groeien. Er is een braakliggend terrein, waar het gaat om het leveren van wel vakinhoudelijk gekwalificeerde mensen. Dit zou de focus moeten zijn van De Bovengrondse Vakschool Sociale ontwikkelingen laten zien dat de domeinen Re-integratie en Welzijn elkaar nodig hebben om succesvol te zijn. Welzijn is nodig om mensen te kunnen re-integreren en re-integratie naar werk is de ultieme verzilvering van de welzijns-inspanningen. De Bovengrondse Vakschool kan het daarvoor ideale platform zijn. Een risico is de toename van niet-Nederlandstaligen in de Participatiewet; Technische ontwikkelingen op het gebied van automatisering en verduurzaming noodzaken de domeinen Re-integratie en Onderwijs om samen te werken. De Bovengrondse Vakschool kan het daarvoor ideale platform zijn; Er zijn veel organisatie in de regio die meer of minder direct een bijdrage leveren aan re-integratie.
Samenwerken, in welk onderling verband dan ook, binnen de context van De Bovengrondse Vakschool zou voor het gezamenlijke maatschappelijk resultaat, economische en sociale structuurversterking, een sterke duw in de rug betekenen;
Pagina 12 van 35
Wanneer het domein Re-integratie zich opent voor alle mogelijke spelers, kan re-integratie tot volle omvang komen en economische structuren tot volle bloei. En ook om deze reden is een platform nodig, waarop dit kan gebeuren; De Bovengrondse Vakschool is een substantiële versterking van WSP/WvH om mensen duurzaam uit te kunnen plaatsen naar werk. De Bovengrondse Vakschool is een substantiële versterking van WSP/WvH om mensen duurzaam uit te kunnen plaatsen naar werk. De focus ligt enerzijds op mensen waarvan alleen de werknemersvaardigheden worden ontwikkeld en anderzijds, en dat is anders dan nu, ook op vakinhoudelijke ontwikkeling; Er ontstaan grote kansen voor het werkelijk versterken van economische en sociale structuren wanneer alle partijen op de arbeidsmarkt, private markten en van de domeinen Re-integratie, Welzijn en Onderwijs werkelijk bereid zijn de eigen beste praktijken in te brengen en die van elkaar over en weer te respecteren.
3.3.2 De Bovengrondse Vakschool en haar missie Het college van B&W van de gemeente Heerlen wil duurzame economische en sociale structuurversterking in Heerlen (-Noord). Private en maatschappelijke organisaties willen graag meewerken om deze maatschappelijke waarde maximaal te maken. Elk levert nu al beste praktijken binnen het eigen werkveld. Wat ontbreekt is een gezamenlijk platform, waarop al die beste praktijken worden samengebracht en de krachten zijn gebundeld om de gewenste maatschappelijke waarde inderdaad maximaal te maken. De Bovengrondse Vakschool heeft de potentie om dat platform te zijn, de motor te zijn die de structuurversterking aanjaagt. De Bovengrondse Vakschool is daarmee per definitie niet een op zichzelf staande organisatie met een eigen doel. Het is een campus waarbinnen wordt samengewerkt aan het gemeenschappelijke doel. Alle organisaties zitten met hun beste expertise dicht op elkaar, alle soorten en maten samenwerken worden mogelijk. De missie van De Bovengrondse Vakschool is duurzame economische en sociale structuurversterking aanjagen, maatschappelijke waarde te maximaliseren en dat verzilveren door zoveel als mogelijk mensen naar regulier werk te brengen of in ieder geval hun waarde voor zichzelf en de maatschappij te vergroten.
3.3.3 Bedreigingen voor De Bovengrondse Vakschool Er zijn ook bedreigingen, die het hoofd geboden moeten worden om het potentiële succes ook werkelijk te verzilveren. o
o o o
o
In de huidige en verwachte economische conjunctuur willen werkgevers graag snel werknemers en zij hebben niet de tijd om lang te wachten. Enerzijds mensen met voldoende werknemersvaardigheden en anderzijds in toenemende mate mensen met vakinhoudelijke vaardigheden; Er is noodzaak om het verschil in scholingsniveau tussen de bijstandspopulatie en de vereisten van de markt (m.n. MBO) op te lossen; Mede om verder afglijden te voorkomen, is er noodzaak om Heerlen (m.n. Heerlen-Noord) economisch en sociaal te versterken.; Te veel jongeren en ook senioren zijn niet (meer) bereikbaar voor de arbeidsmarkt. Er zijn pas kansen wanneer deze groepen mensen wel bereikt worden en op hun wijze kunnen en mogen deelnemen; Er zijn veel partijen die initiatieven en/of mogelijkheden hebben, die helpen om het resultaat van het domein Re-integratie te maximaliseren en omgekeerd. Er is een risico dat eenieder ‘voor zich’ werkt en er ontstaan (veel) nieuwe mogelijkheden wanneer deze initiatieven worden omarmd en gefaciliteerd; Pagina 13 van 35
o
o
o o
o
Er is een verandering in de populatie die in aanmerking komt voor re-integratie. Het gaat dan voornamelijk om mensen uit andere landen met onvoldoende kennis van de Nederlandse taal en eveneens onvoldoende ervaring met de Nederlandse werkcultuur; De voortgang van de techniek betekent dat in toenemende mate met name de middencategorie werknemers een probleemgroep gaan vormen, wanneer er onvoldoende actie wordt ondernomen. Omscholing naar bij voorkeur vakwerk in kansrijke sectoren; Door ecologische en maatschappelijke (diversiteit bijv.) verduurzaming ontstaat er een steeds complexere werkomgeving waarnaartoe wordt uitgestroomd; Er is een risico dat bij onvoldoende afstemming De Bovengrondse Vakschool in het vaarwater raakt van de domeinen Welzijn en Onderwijs v.v. Het is daarom belangrijk dat de betreffende organisaties een plek binnen De Bovengrondse Vakschool kunnen vinden. Voor het succes van De Bovengrondse Vakschool, voor alle domeinen afzonderlijk en het gezamenlijk maatschappelijk resultaat is dit voorwaardelijk; Voorbeelden van bestaande platforms/campus (paragraaf 3.4) maken duidelijk dat De Bovengrondse Vakschool direct bedrijfsmatig degelijk moet zijn, opereert als een hotelier, voortbouwt op bestaande bewezen praktijk en uitbouwt op basis van deelname van werkgevers en hun eisen en wensen.
3.3.4 Alternatieven voor De Bovengrondse Vakschool De Bovengrondse Vakschool is enerzijds een brug tussen gemotiveerde mensen zonder werk en werkgevers die gekwalificeerd personeel nodig hebben op MBO,0,1,2-niveau. Anderzijds is De Bovengrondse Vakschool ook een brug tussen de domeinen Re-integratie, Welzijn en Onderwijs en met private partners. Het is tenslotte ook een brug naar wijken en mensen in die wijken. Deze combinatie maakt De Bovengrondse Vakschool als geheel dusdanig specifiek, dat alternatieven niet zomaar zijn bedacht. Daarbij, De Bovengrondse Vakschool is niet bedacht. Het is een samenbrengen van relaties en beste praktijken. De Bovengrondse Vakschool kan het zichtbare en tastbare ankerpunt zijn voor de duurzame economische en sociale structuurversterking van Heerlen-Noord. Op onderdelen zijn wel alternatieven mogelijk. Hieronder worden er vijf besproken. Rechtspersoonlijkheid Er zijn meerdere vormen van rechtspersoonlijkheid mogelijk als ook samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid. Op de stichting en vereniging na, betekenen alle rechtspersonen dat er gestreefd wordt naar winst. Dat is met De Bovengrondse Vakschool niet zo. Een stichting kan wel worden gesteund, maar het is lastig dat alle belanghebbenden zich ook eigenaar voelen. En dat is een belangrijk kenmerk van De Bovengrondse Vakschool.
Verder zijn gewone Publiek- Private Samenwerkingsverbanden mogelijk. Daar kunnen mensen zich echter lastig mee identificeren. Bovendien mist De Bovengrondse Vakschool dan slagkracht, omdat zij geen eigen entiteit heeft. De Bovengrondse Vakschool kan ook belegd worden bij een partij in één van de domeinen. In dat geval is De Bovengrondse Vakschool van die ene partij en daarmee niet van anderen. Dit is een niet gewenste situatie. Blijven over de coöperatie en de vereniging. De grote verschillen zijn dat de coöperatie winstoogmerk mag hebben en overeenkomsten met zijn leden aangaat. Het eerste aspect is relevant, omdat De Bovengrondse Vakschool geen winstoogmerk heeft. Daarmee blijft de vereniging als rechtspersoon als enige over en is deze gekozen. De leden zijn rechtspersonen die hun beste praktijk inbrengen en zich verbinden aan De Bovengrondse Vakschool. Samenwerkingsovereenkomsten binnen dit kader zij overigens noodzakelijk. Pagina 14 van 35
Een zware of juist lichte organisatie van De Bovengrondse Vakschool De Bovengrondse Vakschool kan toegerust worden met een zware eigen organisatie die dan van deelnemende partijen naar De Bovengrondse Vakschool overkomt. Het gaat dan met name om WSP en WvH. Het voordeel is dat De Bovengrondse Vakschool dan de grootst mogelijk slagkracht heeft, wat de verwachte resultaten ten goede zal komen. Het nadeel is echter dat de publieke activiteiten van WSP en WVH op afstand komen van College en Raad, waarmee de democratische legitimatie afneemt. Bovendien ontstaat het risico dat De Bovengrondse Vakschool teveel naar binnen gericht raakt. Beide effecten worden als niet wenselijk gezien.
Locatie voor De Bovengrondse Vakschool De keuze voor het voormalige gebouw van het Emma-college is bepaald door de vele voordelen ervan. Maar dat kan natuurlijk ook anders. Er kan gebruikt gemaakt worden van faciliteiten bij derden of deelnemers en er kan een ander gebouw worden betrokken. Betrekken van verschillende locaties, werkt versplintering en suboptimaliteit in de hand, terwijl juist eenheid en optimale prestatie wordt beoogd. Een ander gebouw kan, maar zal wel ongeveer de omvang van het gekozen gebouw moeten hebben. Er is globaal bezien of ander gemeentelijk vastgoed kan voldoen, maar vermoedelijk is een prijskaartje dan minstens zo hoog als dat het nu is. Binding leden aan De Bovengrondse Vakschool Leden kunnen worden gebonden door overeenkomsten en door contributie. Een overeenkomst is (zie onderwerp rechtspersoonlijkheid hierboven) onontbeerlijk, maar kan wel lichter of zwaarder geformuleerd worden. De partijen die zich langjarig verbinden en kerntaken voor De Bovengrondse Vakschool waarmaken hebben een zwaarder geformuleerde overeenkomst met De Bovengrondse Vakschool. M.b.t. gewone leden kan met lichtere varianten worden volstaan. Het is aan het bestuur van de vereniging de overeenkomsten op te stellen. Het is redelijk dat leden financieel bijdragen in de vorm van contributie. De hoogte daarvan wordt bepaald door de leden van de vereniging.
Kader daarbij is dat de contributie geen drempel mag worden voor met name kleinere werkgevers. Rol van de gemeente De Bovengrondse Vakschool is bewust geen onderdeel van de gemeente, maar een samenwerking van partijen. Dat betekent dat de gemeentelijke organisatie gewoon één van de leden is. Aan de andere kant is het college van B&W de financier van De Bovengrondse Vakschool, in ieder geval tot 2025. In die periode is de vereniging zodanig georganiseerd dat het college van B&W zeggenschap houdt over de ingezette publieke middelen. Bovendien is het maatschappelijk resultaat van De Bovengrondse Vakschool zeer nauw verweven met de maatschappelijke doelstellingen van het college van B&W en de Raad.
3.4 Lessen van andere vakscholen De Bovengrondse Vakschool is niet meer of minder dan een platform van samenwerkende organisaties met als doel samen werken aan duurzame economische en sociale structuurversterking van Heerlen (-Noord). De toegevoegde waarde van De Bovengrondse Vakschool is dan dat de gezamenlijke inspanning verzilverd wordt in deelname in de maatschappij in de vorm van werk. Een meer bekende benaming voor dit soort platforms is de campus en daar zijn voorbeelden van.
Pagina 15 van 35
Energieacademie Den Haag Deze academie had als doel in twee jaar tijd 560 mensen aan een baan te helpen in de bouw- en energiesector, waar vele duizenden vacatures voorhanden zijn. In een jaar tijd was de uitstroom echter 17 en de academie ging failliet. De officiële redenen van het mislukken zijn tot nu toe (het onderzoek loopt nog) een weinig bedrijfsmatige organisatie en te hoge beloningen voor bestuurders en werknemers. Minder officieel blijkt ook de instroom van kandidaten veel te gering te zijn geweest en is vermoedelijk de afstand in kennis tussen de kandidaten en de eisen van werkgevers te groot. De lessen voor De Bovengrondse Vakschool zijn:
De Bovengrondse Vakschool direct bedrijfsmatig degelijk in de “markt” zetten; Beloningen binnen redelijke perken houden; Instroom en beheer van kandidaten binnen De Bovengrondse Vakschool plaatsen. Daarom deelname van WSP/WvH en de duale poort re-integratie incl. het caseloadbeheer; Voortbouwen op de bestaande praktijk van Praktech/WSP/WvH die aantoonbaar succesvol is en het verder uitbouwen richten op deelname van werkgevers en hun eisen en wensen.
Brightlands Smart Services Campus en C-Mill Tot voor kort kende Brightlands een redelijk moeizaam verloop met als kennelijke oorzaak dat de structuur van de campus teveel en de deelnemers aan de campus te weinig voorop werden gesteld. Dit resulteerde in ontevredenheid en daarmee te weinig resultaat. C-Mill daartegenover stelde de deelnemers juist sterk voorop en floreert mede daardoor. De les voor De Bovengrondse Vakschool is om zich faciliterend en dienstverlenend op te stellen naar de deelnemers. Als ware het een hotelier en zijn gasten. T2-campus De T2-campus is een TECHtalenthub voor techniek en technologie met een innovatief opleidingsaanbod, activiteiten en content voor leerlingen, werknemers, ondernemers en werkzoekenden. Hier wordt talent geënthousiasmeerd en gestimuleerd voor techniek. Onderwijs, innovatie en bedrijfswereld zijn zowel online en offline verbonden met elkaar. De projectpartners onderwijs, arbeidsvoorziening en de gemeente Genk bundelen hun expertise op het vlak van opleidingen, arbeidsmarkt en technologie voor het creëren van meer en duurzame banen in de techniek. Voor De Bovengrondse Vakschool is de T2-Campus in brede zin een model voor samenwerking van domeinen en partners.
Strijp-S Dit voormalige Philipsterrrein in Eindhoven met verschillende historische gebouwen is omgevormd tot een uniek stedelijk gebied en biedt een unieke mix van wonen, werken en ontspannen in een creatieve sfeer. De uitstraling is vooral imposant, robuust en industrieel te noemen. Voor De Bovengrondse Vakschool is Strijp-S een voorbeeld voor het verbinden met de omliggende wijken.
3.5 Vakschool interne ontwikkelingen De Bovengrondse Vakschool Emma bestaat nog niet en het is daarmee lastig te bepalen wat de ontwikkelingen binnen haar organisatie zijn. Dat kan echter wel worden bepaald van de oprichtende organisaties of relevante delen daarvan. Dat zijn in de opstartfase Praktech, WSP en WvH.
3.5.1 Waarde De drie oprichtende partijen leveren sociale waarde door uitkeringsgerechtigden en andere maatschappelijk zwakkere groepen naar werk te brengen, in samenwerking met de gemeente Heerlen.
Pagina 16 van 35
Economisch waarde wordt geleverd doordat het bijdraagt aan het vestigingsklimaat. Werkgevers vestigen zich als er aanbod is van adequate werknemers. Economisch wordt ook geleverd omdat veel Heerlenaren werk hebben of kunnen krijgen. In algemene zin leveren de drie partijen ook een bijdrage aan het verminderen van sociaal/maatschappelijke problematieken zoals armoede, criminaliteit en achterstanden in het algemeen. Financieel leveren zij de gemeente Heerlen waarde door uitstroom uit het uitkeringsbestand en het daardoor verminderen van de financiële schadelast uitkeringen. Ten opzichte van de omvang van de bijstandspopulatie, en nog los van het UWV en arbeidsbeperkte mensen, is het resultaat niet optimaal. Het economische en financiële resultaat in absolute zin wordt tot heden vooral behaald door verhoudingsgewijs gemakkelijke plaatsingen vanwege de economische hoogconjunctuur. In relatieve zin is het resultaat overigens wel (zeer) hoog. Het sociale effect is relatief gering, omdat de drie organisaties niet het vermogen hebben hier te interveniëren. Samengevat beeld: de drie oprichtende partijen leveren aantoonbaar economisch en financieel resultaat.
Dat resultaat kan, gezien de hierboven geschetste maatschappelijke ontwikkelingen, alleen worden verhoogd door intensieve samenwerkingsverbanden te smeden van alle partijen die direct of flankerend belangrijk zijn voor re-integratie.
3.5.2 Uniciteit De drie partijen hebben unieke concepten die in de praktijk goed blijken te werken. Praktech is ervaren in het opleiden van mensen met maatschappelijk complexe problematieken. Praktech is weliswaar ten opzichte van het WSP en WvH klein van omvang, maar beschikt wel over een werksfeer die als voorbeeld kan dienen voor de inhoudelijke ontwikkeltrajecten binnen De Bovengrondse Vakschool. Met name haar kennis en ervaring binnen de sector Bouwen is uniek en kan naadloos toegepast worden op ontwikkeltrajecten binnen re-integratie in algemene zin. WSP en WvH zijn uniek in de onderlinge samenwerking. Zowel bestuurlijk als operationeel zijn partijen al zodanig nauw verweven dat onderscheid geen rol meer speelt. Het unieke daarin is eigenlijk dat dit alles gebeurt zonder onderlinge overeenkomst, convenant of wat voor schriftelijks dan ook. Het is samenwerken op basis van vertrouwen in elkaar. De grote kracht van het WSP ligt in de jarenlange ervaring en expertise in toeleiding naar werk van mensen met een beperking en/of afstand tot de arbeidsmarkt. WSP heeft grote marktkennis en inzicht in passende vacatures, evenals en groot bedrijvennetwerk m.b.t. tot arbeidskansen voor de mensen in De Bovengrondse Vakschool. Het WSP plaatst niet alleen, maar ontzorgt en adviseert werkgevers op meerdere terreinen, waardoor bestendige relaties zijn ontstaan.
Het ontwikkelconcept van WvH is, voor zover is na te gaan, uniek. WvH ontwikkelt kandidaten, met behoud van uitkering of met een contract, vanaf het eerste moment in een werksetting. Werksetting betekent dat iedereen direct een leidinggevende heeft en geacht wordt werkopdrachten uit te voeren. Alleen de druk waarmee een en ander gepaard gaat, kan variëren. In die werksetting worden alleen werknemersvaardigheden die werkgevers willen zien bij werknemers ontwikkeld: motivatie, werkdiscipline, comfortzone werk en omgevingsbewustzijn. Binnen die context worden andere problemen aangepakt en beheersbaar gemaakt, zoals dat in een normale werksetting ook gebeurt. Samengevat beeld: de drie oprichtende partijen hebben alles in huis om binnen korte tijd de kern van De Bovengrondse Vakschool neer te zetten. Voor verdere uitbouw zijn alle andere partners onontbeerlijk.
Pagina 17 van 35
3.5.3 Kopieerbaarheid Een andere vraag is in welke mate de unieke kwaliteiten van de drie partijen door andere zijn uit te voeren. Voor het WSP is deze vraag het meest eenvoudig te beantwoorden: die mogelijkheid is er niet omdat het WSP voor haar soort dienstverlening de enige aangewezen partij in de regio is. Voor de activiteiten van Praktech geldt dat de hiervoor noodzakelijke kennis en ervaring dusdanig specifiek is dat andere partijen dit niet zomaar kopiëren. Dat maakt Praktech tot een essentiële partner binnen De Bovengrondse Vakschool. Voor WvH geldt iets soortgelijks als voor Praktech. WvH plaatst mensen, anders dan de veelal op zorg gerichte ontwikkelbedrijven, direct in een werksetting met focus op uitstroom naar werk. Binnen die context worden, indien noodzakelijk, andere problemen beheersbaar gemaakt. Overschakelen van zorggerichte bedrijfscultuur naar werkgerichte bedrijfscultuur is in de praktijk erg lastig en daarmee kopieerbaarheid ook. Samengevat beeld: de unieke kwaliteiten van Praktech, WSP en WvH zijn moeilijk te kopiëren. Het is dus essentieel dat deze drie hun beste praktijken direct inbrengen in De Bovengrondse Vakschool en ten dienste stellen van het platform.
3.5.4 Organisatorische capaciteiten t.b.v. De Bovengrondse Vakschool De laatste analysevraag is of de drie partijen de uitdagingen van de omgeving aankunnen. En dat antwoord is: er is meer nodig om het maximale resultaat voor het domein Re-integratie te realiseren. Gezamenlijk hebben de drie partijen de kern van De Bovengrondse Vakschool in zich gesloten. Zonder zwart/wit te willen zijn: WvH heeft de potentiële kandidaten en met het ontwikkelbedrijf (Baanbrekend Werk) de nodige werksferen. Praktech heeft de inhoudelijke kennis en opleidingsmogelijkheden m.b.t. de werksfeer Bouw, die ook breder benut kunnen worden. En WSP heeft de poort van het re-integratie domein in haar organisatie en de werkgevers in portefeuille. Wanneer deze partijen samenwerken en zich openstellen, als een platform, voor alle andere organisaties dan kan De Bovengrondse Vakschool een vliegende start maken en al op korte termijn effect sorteren in termen van economische en sociale structuurversterking van Heerlen (-Noord). Er ontbreken fundamentele zaken die met elkaar De Bovengrondse Vakschool maken. Er is namelijk nog geen samenwerking tussen de drie partijen, alleen de intentie. Er is dus ook geen Vakschool, zelfs nog geen operationele locatie en ook geen platform waar anderen zich kunnen aansluiten. Er zijn nog geen werksferen (vol) operationeel.
Er is alleen beginnende verbinding met andere organisaties of met werkgevers in termen van samen werken aan economische en sociale structuurversterking. Mensen, gezinnen en buurten zijn nauwelijks verbonden aan het domein Re-integratie. Om maar een aantal voorbeelden te noemen. Er is dus veel werk aan de winkel om De Bovengrondse Vakschool vol operationeel te krijgen. Samengevat beeld: De Bovengrondse Vakschool start met drie organisaties vanuit het domein Reintegratie. Er is veel potentie om de gewenste maatschappelijke waarde te maximaliseren als andere partners zich (willen) verbinden.
Pagina 18 van 35
4 De Bovengrondse Vakschool 4.1 De bedoeling De Bovengrondse Vakschool is de zichtbare motor van duurzame economische en sociale structuurversterking van Heerlen-Noord en daarmee samenhangende projecten. De Bovengrondse Vakschool zorgt voor het ultieme verzilveren van alle inspanningen om mensen maatschappelijk weer mee te laten doen: mensen naar werk en daardoor versterking van de structuren in de samenleving. Het is de plaats waar alle dienstverlening in termen van Uitstroom, Doorstroom en Instroom is samengebracht (concentratie expertise) om mensen bij de hand te pakken en naar werk te brengen. De Bovengrondse Vakschool kan alleen functioneren als platform, waarop de deelnemende organisaties oprecht samen werken om meer resultaat met elkaar te bereiken dan als partijen afzonderlijk. Het is de plaats die het feitelijk mogelijk maakt dat (heel) veel partijen zonder drempels samenwerken en daardoor gezamenlijk in staat zijn snel te reageren op casuïstiek van individuele mensen. De Bovengrondse Vakschool levert maatwerk op behoefte. Het is de voor werkgevers en opleiders herkenbare plaats voor werknemers met potentie met korte verbindingen naar werk en/of opleidingen.