CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan toelichting en regels.pdf

Raadsvergadering . (video) 27 januari 2021, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan Schinkelkwadrant Zuid36.931 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Voor de diepte van bodemingrepen bevat de wet geen grens.

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

69

Gemeentelijk beleid 5.11.1 Voor geheel Parkstad Limburg is een archeologische waarden- en verwachtingenkaart opgesteld, de archeologische beleidskaart. Deze kaart is gebaseerd op uitgevoerd inventariserend archeologisch onderzoek. Voor de gemeente Heerlen en de overige Parkstadgemeenten is door archeologisch adviesbureau RAAP een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Het RAAP-rapport betreft een bureauonderzoek naar de archeologische verwachtingen waarbij een inventarisatie heeft plaatsgevonden van de bekende archeologische vindplaatsen binnen de Parkstadgemeenten en van landschappelijke (geologische en geomorfologische) en bodemkundige gegevens van het grondgebied. Daarnaast zijn de uitgevoerde archeologische onderzoeken geïnventariseerd, waarbij rekening is gehouden met vergraven of ontgronde gebieden, en heeft een literatuuronderzoek plaatsgevonden. In dit verband is onder andere ook het Actueel Hoogtebestand Nederland bestudeerd. Op basis van de genoemde inventarisaties is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld, dat haar neerslag heeft gevonden in een geactualiseerde archeologische verwachtingenkaart die door de gemeenteraad van Heerlen is vastgesteld op 1 oktober 2013. Het doel van de archeologische verwachtingenkaart is het zichtbaar maken waar archeologische waarden aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, en het daaraan koppelen van een onderzoeksplicht.

Hiermee wordt tevens duidelijk bij welke werkzaamheden wel en bij welke geen archeologisch onderzoek noodzakelijk zal zijn. In de kaart worden de volgende zes categorieën onderscheiden. Categorie 1: beschermde Rijksmonumenten Voor werkzaamheden is hier altijd een vergunning volgens de Erfgoedwet vereist. Categorie 2: gebieden van zeer hoge waarde en de historische dorpskernen Voor deze gebieden is voor de oppervlakte het wettelijk minimum van 100 m2 genomen. Projecten die over een groter oppervlak de bodem verstoren zijn onderzoeksplichtig. De monumentenwet geeft geen minimum voor de diepte van verstoring. Voor de gemeente Heerlen is voorgesteld geen onderzoeksplicht op te leggen voor werkzaamheden minder dan 40 cm diep. Categorie 3 en 4: gebieden met een hoge en middelhoge verwachtingswaarde Voor deze gebieden zijn de ondergrenzen nog verder verruimd (respectievelijk 250 m2 en 2500 m2 oppervlakte, bij meer dan 40 cm diepte). Hierdoor zijn alleen de grotere projecten onderzoeksplichtig en geldt voor de meeste kleinere (particuliere) vergunningaanvragen geen onderzoeksplicht. Categorie 5: gebieden met een lage verwachtingswaarde In gebieden met een lage trefkans, geldt alleen voor grotere projecten (10.000 m2 en meer dan 40 cm diepte) een onderzoeksplicht. Categorie 6: gebieden zonder verwachtingswaarde In deze gebieden geldt geen onderzoeksplicht.

In het algemeen geldt dat een ontheffing van de onderzoeksplicht mogelijk is wanneer blijkt (na archeologisch advies van een gekwalificeerde archeoloog) dat het project een gering risico vormt voor het "bodemarchief".

5.11.2 Plangebied Volgens de Archeologische Verwachtings- en Cultuurhistorische Advieskaart voor Parkstad Limburg en de gemeente Nuth, deelkaart gemeente Heerlen (noord) geldt voor het plangebied een hoge archeologische waarde. In het kader van de ontwikkelingen met betrekking tot het Schinkelkwadrant-Zuid, zijn daarom in het kader van het vigerende bestemmingsplan reeds enkele onderzoeken uitgevoerd: Synthegra BV, Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Schinkelkwartier te Heerlen, gemeente Heerlen, 11-03-2013 (Bijlage 12). Gemeente Heerlen, Programma van Eisen Schinkelkwartier-Zuid Heerlen, 15-03-2018 (Bijlage 13).

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

70

Onderstaand wordt kort ingegaan op de conclusies uit de uitgevoerde onderzoeken. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapporten. Onderstaand wordt kort ingegaan op de conclusies uit de uitgevoerde onderzoeken. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapporten. Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek is aan het plangebied een onbekende verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het midden-paleolithicum en een lage verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum. Voor nederzettingsresten uit de latere periode is respectievelijk een middelhoge (neolithicum), onbekende (bronstijd), hoge (late bronstijd - vroege ijzertijd), middelhoge (ijzertijd) en hoge verwachting (Romeinse tijd - middeleeuwen) toegekend. Voor vindplaatsen uit de nieuwe tijd is een lage verwachting aan het plangebied toegekend. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van deze verwachting. Archeologische interpretatie veldonderzoek Plaatselijk is een intacte ooivaaggrond aangetroffen, die is ontwikkeld in colluvium. Een datering van het colluvium is onbekend, maar gezien de vondsten in de directe omgeving is, zeker het dieperliggende colluvium, ouder dan de Romeinse tijd.

Mogelijk dat de bovenste laag (bruinoranje gekleurde) colluvium het Romeinse niveau afdekt. In een groot deel van het plangebied is de bodem in meer of mindere mate verstoord. Binnen 2,0 m beneden maaiveld zijn geen aanwijzingen gevonden (in de vorm van een bodemhorizont) voor een dieper liggend archeologisch niveau. Daarom is de onbekende verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het midden-paleolithicum voor de bovenste 2,0 m op laag gesteld. Dieper dan 2,0 m beneden maaiveld blijft een onbekende verwachting gelden. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum bij te stellen. De middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum blijft daarom gehandhaafd. Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Bij eerder onderzoek is een archeologisch niveau (uit de Romeinse tijd) in het plangebied aangetroffen op circa 80 cm beneden maaiveld. Dit is vastgesteld bij het bouwrijp maken van het plangebied in de jaren '60. Mogelijk is deze waarneming gedaan bij de aanleg van de kelder die op deze locatie is gerealiseerd.

Afgezien van deze kelder is op nog twee locaties een kelder aangelegd. Ter plaatse van de kelders zijn de eventueel aanwezige archeologische resten verloren gegaan. Op de rest van de locatie kan het archeologische niveau nog intact zijn. In die tijd werd voor de bebouwing meestal minder diep gegraven en was er geen sprake van een grootschalige funderingsput. Mogelijk zijn slechts funderingssleuven tot op het archeologische niveau aangelegd en is de rest van de bodem nog intact aanwezig. Tijdens het booronderzoek is aangetoond dat het niveau in ieder geval ter plaatse van boring 3 nog intact is. Op basis hiervan blijft het verwachtingsmodel, dat is opgesteld op basis van het bureauonderzoek voor de perioden neolithicum - middeleeuwen gehandhaafd. Dit betekent een middelhoge verwachting voor neolithicum, een onbekende verwachting voor de bronstijd, een hoge verwachting voor de late bronstijd - vroege ijzertijd, een middelhoge verwachting voor de ijzertijd en een hoge verwachting voor de Romeinse tijd tot en met de middeleeuwen. De lage verwachting voor nederzettingsresten uit de nieuwe tijd blijft eveneens gehandhaafd. Aanbeveling Ter plaatse van de huidige kelders zijn eventueel aanwezige archeologische resten al verloren gegaan en is geen vervolgonderzoek noodzakelijk.

Op basis van het vooronderzoek blijkt dat in de rest van het plangebied een (deels) intacte archeologische vindplaats aanwezig kan zijn. Wanneer in het plangebied bodemingrepen zijn gepland die dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld is vervolgonderzoek noodzakelijk. Hierbij dient te worden opgemerkt dat niet duidelijk is of onder de huidige bebouwing een intact archeologisch niveau aanwezig is. Op basis van de datering van de bebouwing en de gegevens van waarnemingsnummers 36.683 en 36.684 is aangenomen dat met uitzondering van de onderkelderde locaties geen sprake is van een diepe en grootschalige fundering en dat de kans op een intact archeologisch niveau groot is. Mogelijk dat een

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

71

bouwdossieronderzoek hier meer duidelijkheid over kan geven of dat de gemeente zelf ervaringen heeft met betrekking tot de bouw en sloop van bebouwing uit deze periode. Programma van Eisen Door de gemeente Heerlen is een PvE opgesteld voor het plangebied. Kort samengevat is het doel van het proefsleuvenonderzoek (variant archeologische begeleiding) om vast te stellen of zich in het plangebied archeologische sporen en/of resten bevinden die bij de sloop bedreigd worden. Archeologische sporen en resten worden in principe tot op het niveau van een regulier proefsleuvenonderzoek gedocumenteerd. Indien echter tijdens het proefsleuvenonderzoek, variant archeologische begeleiding, behoudenswaardige archeologische vindplaatsen worden aangetroffen, en behoud in situ (bescherming ter plaatse) niet mogelijk is, worden de resten in overleg met de opdrachtgever en het bevoegd gezag, opgegraven volgens het protocol Opgraving (behoud ex situ). Archeologische begeleiding (BAAC, A.18.0189, 2020: Heerlen, Schinkelkwartier Zuid. Proefsleuvenonderzoek - variant archeologische begeleiding, 's Hertogenbosch). In opdracht van de gemeente Heerlen heeft BAAC de sloop van de bebouwing in het plangebied Schinkelkwartier Zuid archeologisch begeleid. Het archeologische onderzoek was een proefsleuvenonderzoek - variant archeologische begeleiding waarin eventueel een start naar een opgraving was voorzien.

Het voornaamste doel van het onderzoek was om vast te stellen of er archeologische resten aanwezig waren die door de sloop werden bedreigd. Het onderzoek vond plaats op verschillende momenten tussen 10 december 2018 en 2 juli 2019. Gedurende de werkzaamheden is van een intensieve begeleiding overgegaan naar een inspectie na de sloopwerkzaamheden. Dit was enerzijds omdat de sloop een relatief geringe verstoring veroorzaakte in grond die door de bouw al geroerd was. Anderzijds waren de sloopwerkzaamheden zodanig dat bij de sloop van diepere delen (fundering en betonnen poeren) het niet mogelijk was eventuele archeologie goed waar te nemen. Eind mei is als gevolg van wijzigingen in de uitvoering van de sloopwerkzaamheden rondom de gebouwen aan de Promenade ook de veldwerkstrategie gewijzigd. Dit deel van het terrein is grotendeels vlakdekkend onderzocht. Tijdens het onderzoek zijn slechts enkele archeologische resten aangetroffen. Het gaat om een handvol kuilen en uitbraaksleuven die dateren in de nieuwe tijd. Waarschijnlijk zijn dit de uitbraaksleuven van de bebouwing uit de 20e eeuw. Uit de late 19e eeuw en vroege 20e eeuw is ook glas en aardewerk gevonden. Een paar Romeinse scherven die zijn gevonden komen allemaal uit een verstoorde context. In het plangebied werd de Romeinse weg, de Via Traiana, verwacht. Deze noord-zuid lopende weg verbond Aken met Xanten.

De weg is niet aangetroffen. Dit kan komen door de grote verstoringen van de bodem. Een andere optie is dat de weg verder naar het oosten heeft gelegen. De aangetroffen archeologische resten vormen samen een vindplaats uit de nieuwe tijd die volgens de waarderingscriteria van de vigerende versie van de KNA als niet behoudenswaardig wordt gewaardeerd. Wat betreft deze vindplaats is er geen verder vervolgonderzoek nodig. Daarbij dient tevens te worden opgemerkt, dat de aangetroffen resten al tijdens het huidige onderzoek zijn gedocumenteerd. Het is dan ook niet de verwachting dat nader onderzoek naar de sporen uit de nieuwe tijd een toegevoegde waarde heeft. Selectiebesluit De door BAAC onderzochte terreindelen kunnen worden vrijgegeven voor wat betreft archeologie. Op de niet onderzochte terreindelen blijft de dubbelbestemming waarde-archeologie van kracht. Opgemerkt moet worden, dat de aanwezigheid van archeologische sporen of resten nooit volledig kan worden uitgesloten in de gebieden waarvoor geen vervolgonderzoek wordt aanbevolen. Indien bij bodemverstorende activiteiten archeologische waarden worden aangetroffen, dient men hiervan terstond melding te maken bij de gemeente Heerlen of de Minister (in de praktijk de RCE) conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016.

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

72

Afb. 1: Het plangebied met daarop in oranje aangeduid de vrij te geven terreindelen. Deze terreindelen zijn onderzocht of verstoord. De overige terreindelen binnen de contouren van het plangebied kunnen niet worden vrijgegeven (Bron: BAAC).

5.12

Cultuurhistorie

Binnen het plangebied zijn geen monumenten gelegen. Wel zijn in de omgeving enkele monumenten gelegen, maar daarop wordt met de herontwikkeling van het Schinkelkwadrant-Zuid geen invloed uitgeoefend. Verder zijn er in de directe omgeving geen beeldbepalende of monumentale panden gelegen, voorzien van een beschermende regeling, die door de beoogde herontwikkeling zouden kunnen worden beïnvloed.

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

73

5.13

Windhinder

Gezien de hoogte van de toekomstige bebouwing is door Royal Haskoning DHV een windscan uitgevoerd om het toekomstige windklimaat te bepalen. Hierbij is uitgegaan van een worstcasescenario aangezien de exacte invulling van het plangebied nog nader geconcretiseerd dient te worden in het kader van de toekomstige omgevingsvergunningaanvragen. De rapportage geeft echter een reëel beeld van de mogelijke kans op windhinder als gevolg van de herontwikkeling van het Schinkelkwadrant-Zuid. Onderstaand worden kort de resultaten van het onderzoek beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport dat als Bijlage 15 bij deze toelichting is opgenomen. Op basis van de resultaten van de quickscan kan geconcludeerd worden dat voor het te herontwikkelen Schinkelkwadrant-Zuid het toekomstige windklimaat van de buitenruimtes acceptabel zal zijn voor alle activiteiten. Bij de onderzochte windrichtingen is het mogelijk dat in een beperkt aantal gebieden bij de gebouwhoeken een verslechtering van het windklimaat verwacht kan worden. In deze gebieden zal het windklimaat, gezien de hoogtes van de bouwblokken en van de omliggende gebouwen, acceptabel zijn voor de activiteit "doorlopen". Er is geen indicatie voor windgevaar. Echter, extra aandacht verdient de locatie tussen de hoge blokken aan de zuidwest-kant.

In dit gebied kan, gezien de hoogte van de blok ernaast, windhinder in hogere mate optreden. Voornamelijk in deze passage aan de zuidwest-kant (de dominante windrichting) kan een verslechtering van het windklimaat verwacht worden. Mochten locaties naast de hoge blok van 24.5 m gebruikt worden voor slenteren en langdurig zitten, dan wordt geadviseerd het windklimaat hier te verbeteren. Het windklimaat op deze locatie kan eventueel verbeterd worden door eenvoudige maatregelen. Een van de beste manieren om de verwachte windhinder tegen te gaan is de aanplant van bomen en struiken. Het verdient daarom aanbeveling om struiken en kleine bomen te planten (hoogte rond 2 m, evergreen omdat beschutting vooral in de wintermaanden nodig is) bij de uiteinden van de opening tussen de gebouwen aan de zuidwestkant. Geconcludeerd wordt dat indien in de verschillende plangebieden de activiteiten "slenteren" of "zitten" worden gepland, er een verwaarloosbaar risico bestaat dat het windklimaat van het te herontwikkelen Schinkelkwadrant-Zuid niet voldoet aan de toetsingscriteria zoals genoemd in de norm NEN8100 "Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving". Hiermee wordt ook voldaan aan de randvoorwaarden voor een goede ruimtelijke ordening met betrekking tot windhinder en windgevaar. In overweging kan worden genomen de windsnelheid eventueel af te remmen door het aanplanten van vegetatie.

Daarmee vormt windhinder geen belemmering voor de realisatie van dit bestemmingsplan.

5.14

Bezonningsstudie

In verband met de voorgenomen ontwikkeling is een bezonningsstudie (studie naar schaduwwerking) uitgevoerd om de eventuele consequenties met betrekking tot de bezonning van de gevels en percelen van omliggende bebouwing in beeld te brengen. Onderstaand worden kort de resultaten van het onderzoek beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport dat als Bijlage 16 bij deze toelichting is opgenomen. In de rapportage zijn drie situaties onderzocht: 1. De feitelijke bestaande situatie (de situatie voor de sloop van bebouwing in 2019); 2. De juridisch-planologisch bestaande situatie; 3. De juridisch-planologische nieuwe situatie (worstcasescenario).

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

74

Onderstaand wordt ingegaan op de conclusies uit het uitgevoerde onderzoek. Conclusie Gesteld kan worden dat: bij een minimale afname er een voldoende bezonning is of deze in ieder geval valt te verantwoorden omdat het effect klein is; bij een matige afname er extra onderzoek dient te worden gedaan naar het effect; bij een forse afname sprake is van een onvoldoende bezonning. In het laatste geval blijkt bij alle adressen dat het effect in de bezonning vele male kleiner is wanneer de huidige planologische situatie (in plaats van de feitelijke situatie) met de nieuwe planologische situatie vergeleken wordt. Voor zowel de westzijde als oostzijde betekent het zelfs een verbetering van de bezonning! Op basis van de bovengenoemde bevindingen voor de diverse locaties worden de volgende conclusies getrokken: Bestaande bebouwing westzijde ontwikkeling Wanneer de huidige feitelijke situatie vergeleken wordt met de nieuwe planologische situatie constateren wij voor de volgende adressen een minimale afname van de bezonning: Geerstraat 24; Geerstraat 26, 26a; Geerstraat 30 a t/m d; Geerstraat 32 a t/m b; Schinkelstraat 25. Voor de onderstaande adressen wordt een matige afname van de bezonning geconstateerd: Geerstraat 22.

Hierbij dient de kanttekening geplaatst te worden dat wanneer voor bovenstaande adressen de vergelijking gemaakt wordt tussen de huidige planologische situatie en de nieuwe planologische situatie, gesteld kan worden dat de bezonning in de nieuwe planologische situatie gunstiger is dan de huidige planologische situatie. Dit komt doordat in de huidige planologische situatie een bouwblok met een hoogte van 25 meter mogelijk is waar in de nieuwe planologische situatie slechts een hoogte van 14 meter mogelijk wordt gemaakt. Bovendien is er een strook direct grenzend aan deze percelen voorzien, waar bebouwing tot een hoogte van slechts 3,5 meter mogelijk is. Bestaande bebouwing oostzijde ontwikkeling Wanneer de huidige feitelijke situatie vergeleken wordt met de nieuwe planologische situatie, wordt voor de volgende adressen een minimale afname van de bezonning geconstateerd: Honigmannstraat 31 a-d; Honigmannstraat 33; Honigmannstraat 37; Honigmannstraat 37a-c; Honigmannstraat 39; Honigmannstraat 41 Honigmannstraat 43; Honigmannstraat 45, 45a. Voor de onderstaande adressen wordt een matige afname van de bezonning geconstateerd: Honigmannstraat 29; Honigmannstraat 49; Schinkelstraat 5.

Hierbij dient de kanttekening gemaakt te worden dat wanneer voor bovenstaande adressen de vergelijking wordt gemaakt tussen de huidige planologische situatie en de nieuwe planologische situatie, gesteld kan worden dat de afname van de bezonning minder groot is. Dit komt doordat in de huidige feitelijke situatie een volledig onbebouwd parkeerterrein grenst aan deze percelen. In de huidige planologische situatie is een bouwhoogte van 14 meter mogelijk. De toegestane bouwhoogte achter deze strook blijft onveranderd op 14 meter. Gevels

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

75

Voor de studie naar de bezonning van de gevels van onderstaande adressen is er géén afname te constateren: Honigmannstraat 38; Honigmannstraat 40 a t/m b; Honigmannstraat 42. Geconstateerd is dat sprake is van een minimale afname van de bezonning van de gevels van de onderstaande adressen: Schinkelstraat 2; Schinkelstraat 4; Schinkelstraat 22. Hierbij dient de kanttekening gemaakt worden dat ook voor de gevelstudie geldt dat de bestaande feitelijke situatie met de nieuwe planologische situatie is vergeleken. Tijdens deze vergelijking wordt duidelijk dat er een minimale afname van de bezonning is voor enkele percelen. Wanneer beide planologische situaties met elkaar worden vergeleken zullen de resultaten in de toekomst daarentegen gunstiger zijn. Bovendien zijn de peilmomenten op 19 februari en 21 oktober gekozen omdat op deze dagen de zon relatief laag staat. Dit betekent dat ervan uitgegaan kan worden dat de bezonning op de gevel tussen beide peilmomenten nóg voordeliger is. Nader onderzoek Aan de hand van het globale onderzoek naar schaduwwerking is er geconstateerd voor de onderstaande adressen dat in de nieuwe planologische situatie ten opzichte van de bestaande situatie sprake is van een matige afname van de bezonning. Voor deze adressen is daarom nader onderzoek verricht naar de effecten van de bestemmingsplanwijziging op de bezonning van de gevel.

Geerstraat 22 Schinkelstraat 5 Honigmannstraat 49 Honigmannstraat 29 Aan de hand van het globale bezonningsonderzoek kunnen alle overige adressen worden uitgesloten van nader onderzoek omdat is geconstateerd dat er geen afname is of de invloed van het bestemmingsplan met betrekking tot de bezonning zeer beperkt is. Voor Schinkelstraat 5 en Honigmannstraat 49 geldt dat deze percelen een matige afname van bezonning ondervinden, echter hebben de gevels van deze panden die gericht zijn op de nieuwe ontwikkeling geen gevelopeningen. Vandaar wordt er geen nader onderzoek naar deze percelen gedaan. Voor de Geerstraat 22 en Honigmannstraat 29 geldt dat deze met de achtergevel georiënteerd zijn op de nieuwe ontwikkeling. De nieuwe ontwikkeling heeft zodoende geen effect op de voorzijde van de bebouwing. Het te onderzoeken meetpunt is daarom gekozen op de achtergevels van beide objecten. De norm bezonningsduur Om deze effecten te kwantificeren is de bezonningsduur van de betreffende gevels inzichtelijk gemaakt. Er is getoetst aan de zogenoemde Haagse norm voor een voldoende bezonning. De Haagse Norm is gebaseerd op de TNO-richtlijn en houdt in dat er voor een voldoende bezonning ten minste twee mogelijk bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober moeten zijn ter plaatse van een fictief meetpunt op de gevel, bij een minimale zonhoogte van 10 graden.

Gegevens De maximaal mogelijke bezonningsduur (vanaf 10 graden) is op 19 februari 2018, 7 uur en 49 minuten. Op 21 oktober 2018 is de maximaal mogelijke bezonningsduur 7 uur en 21 minuten. Binnen deze tijden zijn de zonuren op de gevelopeningen beoordeeld. De minimale bezonningsduur conform de gehanteerde richtlijn is 2 uur. Conclusies Geerstraat 22 Er is sprake van een onvoldoende bezonning van de achtergevel van de Geerstraat 22 in de nieuwe planologische situatie, echter is dit ook al zo in de huidige feitelijke en planologische situatie. De ruimtelijke ontwikkeling heeft hierop dus géén positief of negatief effect. Een

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

76

kanttekening die hierbij geplaatst kan worden is dat de voorgevel van dit pand vrij is van schaduw werpende objecten, aan de voorzijde van het pand is dus voldoende bezonning. Honigmannstraat 29 Conclusie is dat de bezonning op de achtergevel dus achteruit gaat. Tegenwerping daarbij is dat wanneer de bestaande planologische situatie en de nieuwe planologische situatie met elkaar worden vergeleken, de situatie zou verbeteren. In de nieuwe planologische situatie ontvangt de gevel nog minimaal 34 minuten zon. In de bestaande planologische situatie komt er op geen enkel moment zon op de achtergevel. Op basis van het uitgevoerde onderzoek naar schaduwwerking, blijkt dat dit bestemmingsplan vanuit juridisch-planologisch oogpunt niet zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van een goed woon- en leefklimaat.

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

77

Hoofdstuk 6

Juridische planopzet

Dit hoofdstuk beschrijft de juridische opzet van het bestemmingsplan 'Schinkelkwadrant-Zuid 2020'.

6.1

Inleiding

Bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020 bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van voorliggende toelichting. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. De verbeelding is getekend op een actuele digitale ondergrond, samengesteld uit de Grootschalige Basiskaart Nederland (landmeetkundig ingemeten topografie; GBKN) en kadastrale begrenzingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geformuleerde uitgangspunten. Het bestemmingsplan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Voor de opzet en inhoud van de regels is aansluiting gezocht bij het sjabloon regels dat onderdeel uit maakt van het Handboek ruimtelijke plannen van de gemeente Heerlen.

6.2

Opbouw van de regels

De regels van dit bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

6.2.1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels In de begrippen worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die gebruikt worden in de regels én die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven over hoe gemeten moet worden.

6.2.2 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verleend welke dient te voldoen aan onder meer de regels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: bestemmingsomschrijving;

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

78

bouwregels; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en van werkzaamheden. Hierna volgt per bestemmingsonderdeel een korte toelichting. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals wonen, bedrijven, detailhandel, recreatie, horeca etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. De hoofdfuncties worden als eerste genoemd. Indien van toepassing worden ook de aan de hoofdfuncties ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. Tevens wordt aangegeven welke functies bij de bestemming behoren door middel van de zin 'met daarbij behorende'. Het betreft hier meestal functies als paden, groen, erven, etc. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel, maar bevat ook inrichtingsaspecten. Bouwregels In de bouwregels wordt aangegeven welke bebouwingsmogelijkheden er op een perceel bestaan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Afwijken van de bouwregels Door het opnemen van een afwijkingsregeling bestaat de mogelijkheid af te wijken van de algemeen toegestane bouwregelingen. Voor elke afwijking wordt aangegeven waarvan afgeweken wordt, de maximale afwijking die met de afwijking kan worden toegestaan en eventueel de situaties of voorwaarden waaronder vrijstelling wordt verleend. Het gaat hier om afwijkingbevoegdheden voor specifieke bestemmingen. Als afwijkingsbevoegdheden gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben, zijn ze opgenomen in hoofdstuk 3 (de algemene regels). Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Hierin worden niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de bestemmingsomschrijving. Afwijken van de gebruiksregels Een afwijking van een gebruiksregel mag niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming. Dat wil zeggen dat wel afwijking kan worden verleend ten behoeve van functies, die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies. Via afwijking kunnen geen 'nieuwe' functies worden toegestaan.

Met andere woorden: de afwijkingsregeling kan worden opgenomen voor kleinere, planologisch minder ingrijpende, onderwerpen. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en van werkzaamheden Specifieke inrichtingsactiviteiten, niet bestaande uit bouwen, dienen soms aan een omgevingsvergunning gebonden te worden.

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

79

6.2.3 Hoofdstuk 3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat wanneer bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het beoordelen van een aanvraag voor een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Met de algemene bouwregels wordt de bouw van bepaalde bouwwerken geregeld, die zijn toegestaan (of uitgesloten) binnen alle bestemmingen, voor zover daar per bestemming geen specifieke bouwregels voor zijn opgesteld. Algemene gebruiksregels In deze bepaling wordt aangegeven wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt verstaan. De specifieke gebruiksregel, zoals deze kan worden opgenomen in de afzonderlijke bestemmingen, is aanvullend op de algemene gebruiksregel van het bestemmingsplan. Daarnaast is in dit artikel geregeld dat bij het bouwen voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn gebiedsaanduidingen opgenomen. Deze vallen samen met diverse bestemmingen, maar zijn niet aan te merken als dubbelbestemming. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om met een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen.

Hierbij gaat het om afwijkingsbepalingen die gelden voor meerdere dan wel alle bestemmingen in het plan. Specifieke, op de bestemmingen gerichte, afwijkingen zijn reeds opgenomen onder de betreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, worden aangegeven. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om een gedeelte van het plan te wijzigen ten behoeve van (geringe) wijziging van bestemmingsgrenzen op perceel niveau of de vestiging van een seksinrichting. Per wijziging zijn voorwaarden opgenomen waaraan de wijziging moet voldoen. Overige regels Dit sublid geeft aan hoe andere wettelijke bepalingen, waarnaar is verwezen in de regels, dienen te worden geïnterpreteerd

6.2.4 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsbepalingen In deze bepalingen wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze bepaling bevat de titel van het bestemmingsplan.

6.3

Toelichting van de bestemmingsregels

Deze paragraaf beschrijft hoe de verschillende bestemmingen in het plangebied zijn toegekend.

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

80

6.3.1 Centrum Voor de bestaande bebouwing aan de Honigmannstraat 47 is overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan de bestemming 'Centrum' opgenomen. Binnen deze bestemming zijn toegelaten detailhandel, commerciële dienstverlening en Leisure uitsluitend op de begane grond. Daarnaast is uitsluitend op de verdiepingen wonen toegestaan, met dien verstande dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan 4.

6.3.2 Wonen Voor de bouwblokken binnen het plangebied is grotendeels de bestemming 'Wonen' toegekend. De gronden binnen deze bestemming zijn bedoeld voor woondoeleinden, openbaar gebied en tuin. Het aantal toe te voegen woningen binnen deze bestemming is begrensd op 94. Daarnaast is uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca' en daarbinnen uitsluitend op de begane grond horeca van categorie 1 tot en met 3 toegestaan met een maximum van 1000 m2 bvo.

6.3.3 Verkeer - Verblijfsgebied De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, wegen met hoofdzakelijk een functie voor verblijf, alsmede ter ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden. Op deze gronden dient er conform het Ruimtelijk ontwikkelingskader Schinkelkwadrant - zuid' een groenvoorziening te worden gerealiseerd. De bouwregeling in de bestemming 'Wonen' is dusdanig opgesteld dat er ten alle tijden een 30 meter brede groenvoorziening dient te worden gerealiseerd.

6.3.4 Verkeer - Wegverkeer De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen met hoofdzakelijk een functie voor het doorgaand verkeer.

6.3.5 Waarde - Archeologie 2 Ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen. In deze dubbelbestemming zijn specifieke voorwaarden opgenomen waaraan bij de toekomstige aanvragen voor een omgevingsvergunning voldaan dient te worden.

6.4

Bijzondere regelingen

6.4.1 Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in de woonomgeving Het komt regelmatig voor dat mensen bij de gemeente een verzoek indienen om een beroepsof bedrijfsmatige activiteit te mogen uitoefenen in hun woning. De gemeente staat hier niet onwelwillend tegenover, mits dit binnen bepaalde kaders plaatsvindt. Een belangrijk criterium is dat de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft. Voor een eenduidige beoordeling van dergelijke verzoeken is de beleidsregel 'beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in de woonomgeving' vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Deze beleidsregel is 8 juli 2019 geactualiseerd. In de beleidsregel wordt bedrijvigheid in de woonomgeving in een tweetal subcategorieën onderverdeeld: a. de vrije beroepen, beroepen aan huis, ofwel aan huis gebonden beroepen (deze begrippen worden synoniem gebruikt); b. de consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten. Aan huis gebonden beroepen

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

81

Onder de aan huis gebonden beroepen worden in ieder geval begrepen: architect, advocaat, acupuncturist, beeldhouwer, belastingadviseur, fysiotherapeut, grafisch ontwerper / desktop publisher, huisarts, hypotheekadviseur, juridisch adviseur, kunstschilder, makelaar, notaris, psycholoog, tandarts, verloskundige, dierenarts (kleine huisdieren), zakelijke dienstverlener, logopedist. Aan huis gebonden beroepen worden van oudsher geacht binnen de woonbestemming te passen. In de regels van dit bestemmingsplan zijn aan huis gebonden beroepen binnen de bestemming 'Wonen' dan ook rechtstreeks toegestaan. Consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten Onder consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten wordt dienstverlenende of ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentverzorging verstaan. Dergelijke activiteiten wijken qua aard, karakter en hinder niet wezenlijk af van aan huis gebonden beroepen en kunnen dus eveneens plaatsvinden in de woonomgeving. Wel gelden hiervoor specifieke randvoorwaarden, die zijn vastgelegd in de beleidsregel.

Tot consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten worden onder meer de volgende activiteiten/beroepen gerekend: fotograaf/videograaf, autorijschool (geen theorielessen aan huis), bloemschikker, decorateur, fietsenreparateur, goud- en zilversmid, hoedenmaker, hondentrimmer, pottenbakker, instrumentenmaker, kaarsenmaker, klompenmaker, lijstenmaker, loodgieter, meubelmaker, computerservice (o.a. systeembouw/-analyse), schoonheidsspecialist, kapsalon, traiteur, muziekinstrumentenmaker, zadelmaker, nagelstudio, reisorganisatie (kleinschalig), koeriersdienst (zonder afhalen aan huis), prothesemaker, reparatie van kleine consumentenartikelen (smartphones, radio's, tv's, horloges, antiek, etc.), glazenwasser, webshop (administratie, opslag, logistiek, zonder afhalen aan huis). In de bestemming 'Wonen' van dit bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen, waarmee de uitoefening van consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten mogelijk wordt gemaakt. Wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden, zoals die ook in de beleidsregel zijn opgenomen, kan de omgevingsvergunning worden verleend.

6.4.2 Prostitutie- en seksinrichtingen Door het verdwijnen van het algemeen bordeelverbod uit het Wetboek van Strafrecht kan de vestiging van een bordeel niet meer verboden worden. Het is derhalve noodzakelijk om middels beleid en een adequate planologische regeling de vestiging van prostitutiebedrijven te reguleren. De planologische regeling heeft betrekking op de bestemmingen die - volgens de jurisprudentie - het gebruik ten behoeve van prostitutie niet geheel uitsluiten. Gedoeld wordt op de bestemmingen die wonen, horeca, dienstverlening en bedrijven toelaten. De gemeenten in Parkstad Limburg hebben een gezamenlijk regionale visie met betrekking tot het prostitutiebeleid ontwikkeld. Het opstellen van de "Parkstadnota regionale visie prostitutiebeleid" werd noodzakelijk geacht omdat een zeer stringent lokaal beleid kan leiden tot verplaatsing van de in de gemeenten aanwezige prostitutiebedrijven naar omringende gemeenten, die een minder stringent beleid voeren. Door regionaal beleid wordt voorkomen dat ongewenste bewegingen ontstaan in de vestiging van prostitutiebedrijven en kunnen gemeenten beargumenteerd bepaalde vormen van prostitutiebedrijven uitsluiten. In de "Beleidsnota Seksinrichtingen, sekswinkels en escortbedrijven Heerlen" (oktober 2000) is het gemeentelijk beleid neergelegd. In deze nota is ruimtelijk beleid geïntegreerd in het totale beleid.

Eén van de zes hoofddoelstellingen die ten grondslag lagen bij de opheffing van het algemeen bordeelverbod was: de beheersing en regulering van exploitatie van prostitutie. In de huidige situatie liggen er 9 locaties voor seksinrichtingen verspreid over het gemeentelijk grondgebied. Voor deze locaties is een parapluplan opgesteld, bestemmingsplan prostitutie (onherroepelijk per 24 april 2007). Binnen het plangebied zijn geen seksinrichtingen aanwezig en deze worden in het voorliggende bestemmingsplan ook niet mogelijk gemaakt.

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

82

Hoofdstuk 7

Handhaving en uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan heeft verscheidene functies. De belangrijkste functie betreft wellicht de normerende functie. Het bestemmingsplan geeft bindende regels voor het gebruik van de in het betreffende plan opgenomen gronden. Dit betreft gebruik in ruime zin. Niet enkel het feitelijke gebruik, maar ook de bebouwing van deze gronden en het gebruik van opstallen worden door het bestemmingsplan gereguleerd. Om recht te doen aan deze functie, is tijdens het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan ruime aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de opgestelde regels. Er is sprake van een inzichtelijke en realistische juridische regeling. Dat wil zeggen, dat het plan niet onnodig beperkend of inflexibel is. De regels dienen niet meer, maar ook niet minder te regelen dan noodzakelijk is. Daarnaast is er sprake van een ondubbelzinnige en juridisch juiste regeling, die voor eenieder duidelijk is en weinig procesrisico kent.

7.1

Handhavingsbeleid

Binnen de gemeente Heerlen vormt de handhaving van bestemmingsplannen een expliciet onderdeel van het handhavingsbeleid en is opgenomen in de beleidsnota. "Handhaving bouw- en ruimtelijke regelgeving". In deze nota wordt onder meer aandacht besteed aan de wijze, waarop handhaving zal plaatsvinden. Uitgangspunt is dat tegen iedere overtreding wordt opgetreden. Verder wordt in deze nota de wijze van prioritering weergegeven. Op basis van jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma's vindt vervolgens het uitvoeren van toezicht en daadwerkelijke handhaving plaats. Bij het overtreden van de regels van het bestemmingsplan kan het college de volgende sanctionerende maatregelen toepassen: bestuursrechtelijk handhaven (last onder bestuursdwang of last onder dwangsom) of strafrechtelijk handhaven (economisch delict).

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

83

7.2

Financiële uitvoerbaarheid

Ingevolge het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting van een bestemmingsplan inzicht te worden gegeven over de uitvoerbaarheid van het plan. Hiermee wordt mede de financiële uitvoerbaarheid bedoeld. Voor de voorgenomen ontwikkeling is uit onderzoek gebleken dat de ontwikkeling haalbaar is. Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop aangewezen bouwplannen zijn voorgenomen. De aangewezen bouwplannen zijn gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Hieronder worden onder andere gerekend de bouw van één of meer woningen en de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Tussen de gemeente en de eigenaar van de overige gronden in het plangebied (tevens ontwikkelende partij) is een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst regelt mede de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en kan in essentie als volgt worden omschreven. Na het tot stand komen van een onherroepelijk bestemmingsplan verwerft de gemeente op basis van een zgn.

bouwclaimmodel, de onroerende zaken van de eigenaar van de overige gronden in het plangebied (tevens ontwikkelende partij) in de huidige staat in eigendom, waarna de gemeente het gehele plangebied bouw- en woonrijp maakt en vervolgens bouwkavels in eigendom overdraagt aan de ontwikkelende partij. De ontwikkelende partij realiseert vervolgens een bouwplan van 98 woningen inclusief parkeren, 1.000 m² BVO horeca en 279 m² BVO centrumfunctie. De openbare ruimte wordt door de gemeente aangelegd. De realisatie van het bouwplan zal in een aantal fases plaatsvinden. Ook de overdracht van de bouwkavels door de gemeente aan de ontwikkelende partij zal gefaseerd plaatsvinden, mede afhankelijk van de verkoopresultaten in de markt. Volledige realisatie is voorzien binnen 10 jaar na het tot stand komen van een onherroepelijk bestemmingsplan. Het wettelijk kostenverhaal zoals bedoeld in afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening is verzekerd in de uitgifteprijs van de bouwkavels. Het bestemmingsplan 'Schinkelkwadrant-Zuid 2020' kan zodoende zonder exploitatieplan worden vastgesteld aangezien de gesloten overeenkomst valt te kwalificeren als anterieure overeenkomst.

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

84

Hoofdstuk 8

Procedure en overleg

In dit hoofdstuk is de procedure van het bestemmingsplan beschreven. In de eerste plaats is een toelichting gegeven van de verschillende stappen die in het algemeen in een bestemmingsplanprocedure onderscheiden kunnen worden. Vervolgens zijn de resultaten van de doorlopen stappen in de procedure van bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020.

8.1

Procedurestappen

Een bestemmingsplan kent de volgende procedurestappen:

8.1.1 Ontwerp Het ontwerp bestemmingsplan wordt behandeld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders. Een ontwerp bestemmingsplan ligt vervolgens gedurende zes weken ter inzage met de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen bij de gemeenteraad.

8.1.2 Vaststelling De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. De ingediende zienswijzen kunnen leiden tot een gewijzigde vaststelling ten opzichte van het ontwerp.

8.1.3 Beroep Nadat de raad het bestemmingsplan heeft vastgesteld, wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Daarna bestaat nog de mogelijkheid tot het indienen van een beroepsschrift bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

8.2

Vooroverleg

Het voorontwerpbestemmingsplan is in verband met het vooroverleg naar diverse instanties gestuurd, te weten de Provincie Limburg, het Waterschap Limburg, de Veiligheidsregio Zuid-Limburg en Enexis. In totaliteit zijn drie reacties ontvangen, te weten van de Brandweer Zuid-Limburg (Veiligheidsregio), de Provincie Limburg en Enexis. Deze reacties zijn onderstaand kort samengevat en daarbij is ook het standpunt van het college van burgemeester en wethouders opgenomen. Vooroverlegreactie Brandweer Zuid-Limburg

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

Gemeentelijke standpunt

85

Door de Brandweer Zuid-Limburg is in het Deze reactie wordt ter kennisgeving kader van het in 2018 gevoerde vooroverleg aangenomen. reeds aangegeven dat een mogelijk incident met vervoer van brandbare gassen over het spoortraject niet zal leiden tot onherstelbare schade of slachtoffers in het plangebied. Een mogelijke drukgolf als gevolg van een BLEVE zal worden opgevangen door tussenliggende bebouwing tussen spoor en plangebied. De hittestraling die hierbij vrijkomt is op deze afstand zodanig afgezwakt dat er geen secundaire branden of onherstelbare schade aan het gebouw zal ontstaan. De Brandweer Zuid-Limburg ziet derhalve geen aanleiding om aanvullend advies te geven over het bestemmingsplan. In het kader van het in 2019 opnieuw gevoerde vooroverleg is door de Brandweer Zuid-Limburg aangegeven dat men gelet op de beperkte wijzigingen geen aanleiding ziet opnieuw advies uit te brengen. Vooroverlegreactie provincie Limburg

Gemeentelijke standpunt

De Provincie Limburg verzoekt explicieter te In het kader van het vooroverleg is de vermelden hoe dit plan past binnen het IBA provincie een summiere samenvatting van contourenplan, Structuurvisie Wonen het bestemmingsplan aangeboden. De Zuid-Limburg en de gemaakte afspraken met gemeente zal bij de omvorming tot de stadsregio. Tevens wordt geadviseerd ontwerpbestemmingsplan voorzien in een duidelijker aan te geven hoe het plan zich gedegen uitwerking van het plan waarbij verhoudt tot o.a. de SVREZL en de rekening zal worden gehouden met alle samenhang met de Regiodeal. Eveneens adviezen en verzoeken van de provincie wordt verzocht de samenhang van het zoals geformuleerd in de vooroverlegreactie. programma in toelichting en de regels In relatie tot de reactie in het kader van de duidelijk te omschrijven. In relatie tot de compensatieafspraken geldt dat de Omgevingsverordening Limburg wordt gemeente Heerlen de provincie maar ook de verzocht om in de toelichting een regio nauw zal blijven betrekken bij de beschrijving op te nemen van de behoefte planuitwerking ten einde te garanderen dat aan de betreffende ontwikkeling. zal worden gehandeld conform de gemaakte In relatie tot de compensatieafspraken afspraken.

tussen de gemeente Heerlen en de Stadsregio Parkstad wordt verzocht om vóór de vaststelling van het bestemmingsplan de gemaakte afspraken te actualiseren dan wel aannemelijk te hebben gemaakt dat kan worden voldaan aan de gemaakte afspraken dienaangaande. Vooroverlegreactie Enexis

Gemeentelijk standpunt

Enexis verzoekt aandacht te besteden aan de discipline laagspanning (binnen plangebied gelegen) en de disciplines hogedruk gas, middenspanning en lagedruk gas (buiten plangebied gelegen).

De in het plangebied gelegen kabels- en leidingen behoeven geen specifieke planologische bescherming. Bij de verdere (civieltechnische) planuitwerking zal rekening worden gehouden met de opmerking van Enexis.

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

86

8.3

Overleg omgeving

Op 12 maart, 13 maart en 14 juni 2018 zijn in het kader van het in 2018 ter inzage gelegde ontwerp van het bestemmingsplan voor het Schinkelkwadrant-Zuid reeds inloopavonden georganiseerd waarbij burgers en maatschappelijke organisaties betrokken zijn bij de planontwikkeling. De raad van de gemeente Heerlen heeft uiteindelijk besloten het in 2018 ter inzage gelegde bestemmingsplan voor het Schinkelkwadrant-Zuid niet ter besluitvorming te behandelen en daarmee dus ook niet vast te stellen. Er is wel een stand-still periode ingelast lassen om gezamenlijk met IBA Parkstad en de provincie het ruimtelijk ontwikkelingskader voor de locatie te herijken. Parallel hieraan is het traject van 'Kantoor Contour' doorlopen, een methode ontwikkeld voor het ophalen van kennis en kunde in en over het gebied die bij de bewoners en gebruikers er van aanwezig is. Doel van deze methode is om de omgeving (bewoners, ondernemers, eigenaren en andere stakeholders) te betrekken bij de verdere planuitwerking van het gebied. Hierbij zijn drie thema's gebruikt om de dialoog met de omgeving aan te gaan: de roep om groen vs de noodzaak van wonen/woningen (wie gebruikt de stad?); het eindbeeld vs de transformatie/de weg er naar toe (wie geeft vorm aan de stad?); publieke ruimte vs geborgenheid en veiligheid/hekken (wie controleert de stad?).

Het resultaat daarvan heeft zijn weerslag gevonden in de 2019-versie van het bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid. Deze 2019-versie heeft vanaf 16 september 2019 gedurende zes weken ter inzage gelegen gedurende welke periode eenieder zijn zienswijze kon indienen. Waar het de bedoeling was dit bestemmingsplan in de raad van maart 2020 vast te stellen is in de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit besloten het agendapunt bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2019 niet te behandelen. Reden hiervoor was het lopende overleg tussen gemeente en de eigenaar van de overige gronden in het plangebied om te komen tot een gezamenlijke herontwikkelingsplan. Het bestemmingsplan is daarom niet aan de raad ter vaststelling aangeboden. Vanaf maart 2020 is gewerkt aan een de totstandkoming van een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente en de eigenaar van de overige gronden en zijn de onderliggende stukken voorbereid die de basis vormen voor onderhavig bestemmingsplan 'Schinkelkwadrant-Zuid 2020'. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is evenwel getracht zo veel als mogelijk rekening te houden met de ingebrachte zienswijze tegen de 2019-versie van dit bestemmingsplan.

Om eenieder in de gelegenheid te stellen van dit bestemmingsplan kennis te kunnen nemen en de mogelijkheid te bieden ook op deze versie te reageren is er niet voor gekozen het bestemmingsplan in gewijzigde vorm de raad ter vaststelling aan te bieden maar is er voor gekozen dit bestemmingsplan opnieuw als ontwerp ter inzage te leggen.

8.4

Zienswijzen

Het bestemmingsplan 'Schinkelkwadrant-Zuid 2020' heeft met ingang van 13 oktober 2020, gedurende 6 weken, ter inzage gelegen als ontwerp. Tijdens deze periode zijn vier zienswijzen ingediend. In Bijlage 18 is de zienswijzennota opgenomen, met de ontvangen reacties en de wijze van afhandeling.

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

87

Schinkelkwadrant-Zuid 2020

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

3 3 12

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Centrum Verkeer - Verblijfsgebied Verkeer - Wegverkeer Wonen Waarde - Archeologie 2

14 14 16 17 18 21

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

24 24 25 26 28 29 30 31

Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

32 32 33

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

2

Regels

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Schinkelkwadrant-Zuid 2020' met identificatienummer NL.IMRO.0917.BP030505W000005-0401 van de gemeente 'Heerlen';

bestemmingsplan 1.2 De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 aan huis gebonden beroep de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en waarbij de woonfunctie in overwegende mate wordt behouden, waaronder niet begrepen de uitoefening van detailhandel of consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten;

1.4 aanbouw een gebouw dat is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.7 aanduidingsvlak een vlak begrensd door aanduidingsgrenzen;

1.8 ambachtelijke bedrijvigheid het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen die verband houden met het ambacht;

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

3

bebouwing 1.9 één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.10 bebouwingspercentage een in dit plan aangegeven percentage, dat de omvang van het deel van een bouwperceel, bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;

1.11 bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, uitgezonderd detailhandel;

1.12 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

1.13 bedrijfswoning/dienstwoning een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van het noodzakelijke beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting;

1.14 begane grond de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau;

1.15 begane grondvloer een bouwlaag die ter hoogte van het maaiveld ligt;

1.16 beperkt kwetsbare objecten a. woningen: 1. verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal 2 woningen per hectare; 2. dienst- en bedrijfswoningen van derden; b. kantoorgebouwen met een brutovloeroppervlak van maximaal 1.500 m² per object; c. hotels met een brutovloeroppervlak van maximaal 1.500 m² per object; restaurants die niet als kwetsbaar object zijn aangemerkt; d. winkel/winkelcomplexen die niet als kwetsbaar object zijn aangemerkt; e. sporthallen, zwembaden en speeltuinen; f. sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet bestemd zijn voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; g. bedrijfsgebouwen, voor zover het niet betreft: 1. kantoorgebouwen en hotels met een brutovloeroppervlak van meer dan 1.500 m² per object; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk brutovloeroppervlak meer dan 1.000 m² bedraagt, en winkels met een totaal brutovloeroppervlak van meer dan 2.000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; h. objecten met een hoge infrastructurele waarde, te weten een telefoon- of elektriciteitscentrale; Objecten die onderdeel uitmaken van een Bevi-inrichting maken hiervan geen onderdeel uit;

1.17 bestaande situatie a. bebouwing, zoals aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van het plan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning;

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

4

b. het gebruik van gronden en opstallen, zoals dat werd uitgeoefend ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.18 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.19 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.20 bevi besluit externe veiligheid inrichtingen;

1.21 bijgebouw een vrijstaand gebouw behorende bij en bouwkundig ondergeschikt aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

1.22 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.23 bouwgrens de grens van een bouwvlak;

1.24 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder;

1.25 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.26 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel;

1.27 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.28 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.29 bouwwerk geen gebouw zijnde De categorie bouwwerken die niet onder de definitie van "gebouw" valt;

bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020

5

1.30 bruto-vloeroppervlak de som van de horizontale vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende binnenruimte, met inbegrip van de daarbij behorende kantoren, magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten;

1.31 consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten het beroepsmatig uitoefenen van dienstverlenende of ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de omvang van de activiteiten zodanig is dat, wanneer deze in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de ruimtelijke uitwerking of uitstraling in overeenstemming is met die woonfunctie;

1.32 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.33 dakopbouw een gedeelte van een gebouw, gesitueerd op de bovenste bouwlaag van een gebouw, met een oppervlakte van maximaal 60% van de oppervlakte van de bovenste bouwlaag;

1.34 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.35 dienstverlening dienstverlening commercieel: het beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van diensten, seksinrichtingen uitgezonderd; dienstverlening maatschappelijk: het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of meer openbaar karakter hebben, seksinrichtingen uitgezonderd; dienstverlening publiek: het verlenen van diensten voortvloeiend uit de overheidstaken. 1.36 doorsteek Een doorgang tussen gebouwen, waar overkragingen in de vorm van niet direct op maaiveld gepositioneerde bebouwing zijn toegestaan. Constructieve elementen met een maximale footprint van 1 x 1 m² per element worden hiertoe niet gerekend.

1.37 erf- of perceelsafscheiding fysieke begrenzing van een erf of perceel van een aangrenzend erf, perceel of van de openbare ruimte;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=2a5feb46-895f-4cec-9fae-9c79911f78e5