Bijlage 1 Bestemmingsplan toelichting en regels.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
25
willen we mondiale duurzaamheidsvraagstukken verbinden met lokale transitieopgaven. Heerlen heeft de ambitie om in 2040 een klimaat-neutrale stad te zijn. Dat is een stad waarin processen rond wonen, werken en leven, niet op negatieve wijze bijdragen aan klimaatverandering. Verrassende stad In het thema Verrassende stad wordt beschreven hoe we bestaande cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten beter zichtbaar en tastbaar kunnen maken in de stad. Door het behoud van deze waarden te integreren in de lokale transitieopgaven, krijgen plekken en panden waarmee mensen zich verbonden voelen nieuwe betekenis. Het resultaat van deze transitie is een verrassende stad, waarin het "Verhaal van Heerlen" tot uitdrukking komt. Conclusie Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan het streven naar het versterken van de rol van Heerlen als centrumgemeente in de regio. Er is sprake van een aanzienlijke versterking van het stedelijk woonmilieu en daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan het streven naar een compact kernwinkelgebied, doordat de mogelijkheid voor het realiseren van detailhandel voor een groot deel van het plangebied wordt uitgesloten c.q. wegbestemd. Verder wordt aangesloten bij het thema 'Innovatieve stad'.
Er is sprake van sloop waarbij deels sprake is van vervangende nieuwbouw en deels ruimte wordt geboden aan openbare ruimte en openbaar groen in het centrum van Heerlen.
2.4.2
Kantorennota Heerlen 2017
Op 28 juni 2017 heeft de gemeenteraad van Heerlen de 'Kantorennota Heerlen 2017' vastgesteld. In deze nota wordt aangegeven hoe de gemeente Heerlen omgaat met de lokale kantorenmarkt en het terugdringen van het overaanbod. Onderdeel van het kantorenbeleid is het aanwijzen van de toekomstige kantoorlocaties en het herbestemmen van locaties daarbuiten. In de nota wordt ten aanzien van het Schinkelkwadrant-Zuid aangegeven dat sprake is van 12.750 m² aan incourante voorraad. Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt de planvoorraad aan kantoorruimte binnen het plangebied volledig wegbestemd, één en ander ook conform het 'Uitvoeringsprogramma 2017-2020'. Conclusie Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt niet voorzien in extra kantoorruimte, maar wordt juist planvoorraad aan kantoorruimte (stadskantoor) uit de markt genomen, in lijn met het provinciale en gemeentelijke beleid om niet te voorzien in kwantitatieve uitbreiding van kantoorruimte, maar juist in te zetten op het terugdringen van de planvoorraad.
2.4.3 Groenbeleidsplan Het gemeentelijk Groenbeleidsplan is op 14 mei 2013 vastgesteld en vormt sindsdien het gemeentelijk groenbeleid. In dit plan is het vorige groenstructuurplan geïntegreerd. Het Groenbeleidsplan geeft een middellange termijnvisie (2010-2025) op de gewenste ontwikkeling van het (semi-)openbare groen van de gemeente Heerlen. Behalve een visie op de gemeentelijke groenstructuur bevat het Groenbeleidsplan ook een kader voor het groenbeheer en is er tevens een uitvoeringsprogramma aan gekoppeld. Het Groenbeleidsplan heeft als hoofddoelstelling een integrale, samenhangende en tevens duurzame groenstructuur te realiseren, die recht doet aan de identiteit en eigenheid van Heerlen als onderdeel van Parkstad Limburg en voldoende robuust van karakter is waar het gaat om behoud en verbetering van leefbaarheid en groene kwaliteit. In de visie op de groenstructuur van de gemeente Heerlen is uitgegaan van de volgende integraal samenhangende componenten: Het landschappelijke kader van Heerlen; De hoofdgroenstructuur van Heerlen;
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
26
Steenbergen als symbool voor een grenzeloze regio; Schakels tussen Heerlen en het omliggende Euregionale landschap; De hoofdinfrastructuur als uithangbord voor 'park' en 'stad'; De historische structuur als (groene) parels in het stedelijke weefsel; Stadsombouw Heerlen: robuust groen met nieuwe functies. De hoofdgroenstructuur van Heerlen kadert de ligging van de verschillende stadsdelen in. Om een goede aansluiting te vormen op de gemeentelijke hoofdgroenstructuur is per stadsdeel de gewenste ontwikkeling van de hoofdgroenstructuur verder uitgewerkt. Vervolgens is nog verder ingezoomd en is de gewenste groenstructuur in de buurten en buurtschappen beschreven. Hierbij is onderscheid gemaakt in verschillende buurttypen. De visies voor de verschillende buurttypen zijn vertaald in een gereedschapskist voor de groenstructuur per buurttype, waarin de karakteristieken en functies van de hoofd- en subgroenstructuur van een buurttype zijn vastgelegd. Onderscheid wordt gemaakt in structuurgroen en snippergroen, waarbij het uitgangspunt geldt dat snippergroen kan worden afgestoten zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de openbare ruimte.
Heerlen-Centrum In het Groenbeleidsplan wordt aangegeven dat het stadsdeel Heerlen-Centrum een zeer divers karakter heeft met enerzijds het centrum en de uitwaaierende lintbebouwing en anderzijds de verspreid gelegen mijnkoloniën en grootschalige woonbuurten die naadloos in elkaar overgaan. Het stadsdeel heeft een duidelijke relatie met zowel het Caumerbeekdal als het Geleenbeekdal. Ondanks dat heeft het centrum zelf een vrij stenig karakter. Verspreid over het stadsdeel liggen verschillende groengebieden en historische objecten die bepalend zijn voor de identiteit en herkenbaarheid van het stadsdeel. In de centrumvisie heeft de gemeente doelstellingen neergelegd voor de opwaardering van de openbare ruimte in het centrum in samenhang met de ontwikkeling van een representatieve groenstructuur. De doelstelling is tevens om de verbindingen vanuit het centrum met het Caumerbeekdal en het Geleenbeekdal te verbeteren. Daarnaast wordt gewerkt aan herstructurering van de buurten, zoals Meezenbroek, Schaesbergerveld en Palemig.
Voor de ontwikkeling van de groenstructuur is de doelstelling om een representatieve groenstructuur te realiseren in het centrum en de uitloopgebieden en te komen tot een duurzame relatie met de stadsparken Caumerbeekdal en Geleenbeekdal door de toegankelijkheid te vergroten en de verweving van de hoofdgroenstructuur met de groenstructuur van Heerlen-Centrum te versterken. Ook wordt voorgesteld om verrassende groen-, water- en spelelementen op markante plekken in het centrum te realiseren. Met het opwaarderen van de inrichting van de openbare ruimte kan een bijdrage worden geleverd aan de kwalitatieve beeldvorming van Heerlen als het centrum van Parkstad. Conclusie Overeenkomstig de algemene uitgangspunten van het Groenbeleidsplan, wordt het openbaar gebied in het plangebied voorzien van een groene inrichting, waarmee een kwaliteitsimpuls wordt gegeven aan het centrum in z'n algemeenheid en het plangebied in het bijzonder.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
27
2.4.4 Horecabeleid Heerlen Op 28 november 2018 heeft de gemeenteraad van Heerlen de 'Horecavisie Heerlen' en de 'Kadernota Horecabeleid Gemeente Heerlen' vastgesteld. Onderstaand wordt allereerst kort ingegaan op beide documenten, waarna vervolgens de voor het plangebied belangrijkste onderwerpen worden beschreven. Horecavisie - Algemeen De Horecavisie is de ruimtelijk economische visie op de horecaontwikkeling in Heerlen voor de komende jaren. In deze visie wordt aangegeven welk potentieel (per horecacategorie en -locatie) er is, in welke gebieden nog uitbreiding kan plaatsvinden en worden per verschillende deelgebieden actielijnen geformuleerd om de kwaliteit en beleving van de horeca te verbeteren. Deze visie dient als richtinggevend kader voor nieuwe bestemmingsplannen en de uitwerking van de plannen voor verbetering en stimulering van het horeca aanbod en de besluitvorming over nieuwe horeca-initiatieven. Kadernota - Algemeen Naast de Horecavisie heeft de gemeenteraad de Kadernota Horeca - het uitvoeringsprogramma - vastgesteld. De Kadernota Horeca stelt de Horecavisie centraal en biedt daarvoor toegesneden regels voor vergunningverlening aan horecabedrijven met als motto: 'bevorderen van de dynamiek en de juiste horeca op de juiste plek'.
De nota biedt kaders voor objectieve toetsingsgronden die zowel voor de gemeente, ondernemers als omwonenden duidelijkheid verschaffen ten aanzien van vergunningverlening en handhaving, mede ten behoeve van de uitvoering van de in de Horecavisie genoemde actielijnen en aandachtspunten. Sterke en zwakke punten In de horecavisie worden de volgende sterke punten van de horeca in het centrum van Heerlen genoemd: De horecapleinen rondom de Pancratiuskerk hebben grote ruimtelijke kwaliteiten, zowel door stedenbouwkundige kenmerken van de pleinen (o.a. afmetingen plein, kwaliteit omliggende panden) als door de inrichting van de openbare ruimte. De pleinen hebben elke hun eigen sfeer (DNA) en hebben nog meer potenties dan nu worden benut. Op diverse plekken in het kernwinkelgebied en in de aanloopstraten is horeca gevestigd, waarbij tevens sprake is van een duidelijke functionele relatie met winkelen. Het multifunctionele karakter van centrumstraten komt daar goed naar voren. Op diverse plekken in het centrum wordt of gaat worden gewerkt aan grootschalige herstructureringen (Maankwartier, Schinkelkwartier). Het centrum krijgt daarmee nieuwe impulsen. Naast de bovengenoemde sterke punten, worden de onderstaande zwakke punten genoemd: Het ontbreken van een duidelijk eigen DNA van de verschillende horecaverblijfspleinen.
Hierdoor is er geen duidelijke complementariteit tussen gebieden, en is het voor bezoekers niet altijd even duidelijk waar zij het beste terechtkunnen voor de horeca die zij op dat moment zoeken. De verblijfsgebieden rondom de Pancratiuskerk zijn matig tot slecht aangesloten op het kernwinkelgebied. Doordat horeca maar in beperkte mate is geclusterd op een aantal centrale locaties staat de relatie tussen horeca en het woon- en leefklimaat van het centrum onder druk. Doordat voor de hele binnenstad ruime openingstijden gelden wordt handhaving en controle van overlast bemoeilijkt. Er is tot op heden weinig blurring tussen horeca en andere functies, zoals detailhandel of ambachten. De huidige (lokale) regelgeving leidt tot een restrictief beleid. Het horeca-aanbod is over het algemeen gericht op het lage en middensegment van de markt. Er zijn (nog) weinig vernieuwende concepten aanwezig. Ambities De gemeente Heerlen heeft de volgende ambities voor de horecasector in de gemeente: Divers en goed horeca-aanbod voor inwoners van Heerlen en Parkstad; Een voor bewoners en bezoekers aantrekkelijk centrum, waarbij horeca als versterkend element voor de binnenstad wordt ingezet;
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
28
Gezond ondernemersklimaat met ruimte voor kwaliteit, innovatie en aandacht voor duurzaamheid; Beter benutten van toeristische potenties. Horecaclusters en categorieën Om de kracht van horeca beter te benutten wordt ingezet op clustering van horeca in een aantal strategisch gelegen en complementaire concentratiegebieden in de binnenstad. Door de clustering ontstaan in de binnenstad verschillende sterke horecagebieden waar horecabedrijven van elkaar kunnen profiteren en gezamenlijk een eigen DNA neer kunnen zetten. Het geheel wordt zo meer dan de som der delen. De horecaclusters die worden onderscheiden zijn onderstaand weergegeven, waarbij tussen haakjes de gewenste horeca-categorieën zijn aangegeven: Pancratiusplein-Zuid: kloppend en energiek horeca-hart (categorie 2, 3, 4 & 5); Pancratiusplein-Noord: een intiem, rustig en romantisch plein met restaurants (categorie 2 & 3); Stationsgebied/Maankwartier/Royal: goed bereikbaar en dynamisch horeca- en trafficgebied met ruimte voor grootschaligheid (categorie 1, 2, 3 & 5); Corioplein: kleinschalig en rustiger alternatief voor het Pancratiusplein-Zuid, nabij het winkelhart (categorie 1, 2, 3 & 5); Wilhelminaplein: groen en levendig terrasplein met specialiteiten voor de middag en vroege avond (categorie 1, 2, 3 & 5); Bongerd: universeel horecaplein, direct aan het winkelgebied, maar met minder winkelondersteunende horeca (categorie
1, 2, 3 & 5); Theater-De Plu: nieuwe aantrekkelijke westelijke entree tot het centrum, om bezoekers van het theater de stad in te trekken (categorie 1, 2 & 3).
Kaart 'Visie op toekomstige horecastructuur binnenstad Heerlen De bovengenoemde categorieën 1 tot en met 5 kunnen als volgt worden onderscheiden: Horeca, categorie 1 - daghoreca: Een inrichting die qua exploitatievorm primair gericht is
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
29
op de ochtend en middag en waarbij openingstijden veelal zijn afgestemd op openingstijden van andere dagvoorzieningen (zoals winkels en musea). Het type horeca (bijv. lunchroom, café of cafetaria) is bij deze categorie niet relevant. Horeca, categorie 2 - lichte horeca: Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszaken/lunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel, koffie- en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant, kantine alsmede cateringbedrijf. Horeca, categorie 3 - middelzware horeca: Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grandcafé, eetcafé, danscafé, pubs. Horeca, categorie 4 - zware horeca: Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren.
Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nachtcafé en zalencentrum (met nachtvergunning). Horeca, categorie 5 - logiesverstrekkers: Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers. Horeca buiten centrum Voor horeca buiten het centrum geldt dat deze ook van grote waarde kan zijn voor het woonen leefklimaat. Horeca heeft in buurten, wijken en dorpen van de gemeente zowel een functionele (lokale snackbar), als een sociale (buurtcafé) en een ondersteunende rol (sportkantine, horeca bij culturele voorziening en/of cultureel erfgoed). Het aantal horecabedrijven buiten het centrum neemt naar verwachting verder af. Met name traditionele horeca (o.a. buurtcafé, snackbar) staan onder druk. Om het horeca-aanbod buiten het centrum van Heerlen zoveel mogelijk te behouden (ambitie) is het van belang het beleid te richten op de meest kansrijke horecalocaties, die de grootste toegevoegde waarde hebben voor het woon- en leefklimaat in de omgeving. Gestreefd wordt naar behoud van frequent bezochte horeca, zoals snackbar, Chinees (afhaal)restaurant, grillroom, (eet)café en/of maaltijdbezorgers (pizza, sushi) in de centra van buurten, wijken en dorpen. Bedrijven die gericht zijn op het primaire verzorgingsgebied van deze centra zijn kansrijk.
Daarmee zorgen deze horecabedrijven voor het behoud van de aantrekkingskracht van deze kleinere centra, de leefbaarheid in wijken en buurten en een spreiding van voorzieningen. Daarnaast is ondersteunende horeca bij publieksgerichte locaties toegestaan, zoals bijvoorbeeld bij de Woonboulevard Heerlen. Uitgangspunt voor horeca bij publieksgerichte functies is dat deze ondersteunen blijven aan de hoofdactiviteit. Doorwerking plangebied In de horecavisie is aangegeven dat de relatie tussen het Theater Heerlen en het centrum matig is. Bezoekers van het theater maken slechts mondjesmaat gebruik van horeca in het centrum voor of na de voorstelling, door het ontbreken van horeca in de directe omgeving. Voor het plangebied is daarom in de horecavisie opgenomen dat in combinatie met de herontwikkeling van het Schinkelkwartier-Zuid, de vestiging van één of twee horecavestigingen op de hoek van de Geerstraat en de Promenade een belangrijke verbindende schakel kan vormen. Hierbij is het van belang dat het horeca is die aansluit op het bezoekmoment en het publiek van het theater (vooraf eten, achteraf borrelen). De horecafunctie kan tevens een functie vervullen voor centrumbezoekers en -bewoners, waaronder ook de toekomstige bewoners van de te realiseren woningen in het plangebied.
Voor wat betreft het type horeca wordt in de horecavisie aangegeven dat ter plaatse met name horeca van categorie 2 (lichte horeca) gewenst is. Daarnaast zou ook horeca van categorie 3 (middelzware horeca) inpasbaar zijn. Horeca van categorie 1 is toegestaan maar niet direct gewenst. Met de realisatie van horeca op de hoek Geerstraat - Promenade wordt kortom vanaf het
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
30
Theater Heerlen een nieuwe aantrekkelijke westelijke entree tot het centrum gecreëerd om bezoekers van het theater de stad in te trekken en wordt tevens voorzien in een aanvullende horecafunctie voor het centrum in z'n algemeenheid en de toekomstige bewoners binnen het plangebied in het bijzonder. Geheel in lijn met de horecavisie, wordt binnen het plangebied op de hoek Geerstraat Promenade horeca van categorie 1 tot en met 3 toegestaan. Het bestemmingsplan sluit hiermee aan op de uitgangspunten van de horecavisie.
2.4.5 Parkeerbeleid Het parkeerbeleid van de gemeente Heerlen is geregeld in de 'Parkeernota Visie- en Ambitiedocument' zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 20 april 2016. Voor wat betreft parkeernormen is de op 2 november 2010 door de gemeenteraad vastgestelde 'Parkeernota Heerlen 2010' van toepassing. In de 'Parkeernota Visie- en Ambitiedocument' wordt gesteld dat het nieuwe parkeerbeleid op hoofdlijnen dient te zorgen voor een betere afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van parkeren, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Het anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en het bieden van een gastvrij en klantvriendelijk parkeersysteem maken hier onderdeel van uit. Aan de hand van de 'Parkeernota Heerlen 2010' zet de gemeente Heerlen onder meer in op een bruisend en levendig stadscentrum, aantrekkelijke leefbare woonmilieus, een goede bereikbaarheid, een krachtig ondernemersklimaat en hoogwaardig onderwijs. Het parkeerbeleid moet bijdragen aan de totstandkoming van deze speerpunten.
De visie op parkeren is dan ook als volgt geformuleerd: 'Heerlen streeft naar een evenwichtige balans tussen parkeervraag en -aanbod waarbij aan de parkeerbehoefte van diverse doelgroepen (bewoners, bezoekers en bedrijven) zoveel mogelijk wordt voldaan, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid in de wijk en de kwaliteit van de openbare buitenruimte.' De parkeerbalans is in evenwicht op het moment dat de parkeerbezetting ligt tussen de 50 en de 80 procent. Per gebied kan het moment waarop deze parkeerbezetting wordt gemeten, verschillen. Uitgangspunt is dat de parkeerbezetting gemeten dient te worden als de gemiddelde parkeerbehoefte het hoogst is. Voor een optimaal parkeerbeleid is het van belang dat er sprake is van een adequaat openbaar vervoer, dat de bereikbaarheid per fiets optimaal is en (zo nodig) de omliggende woonbuurten afgeschermd worden middels parkeren voor vergunninghouders. Conclusie In paragraaf 5.6.3 wordt nader ingegaan op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan parkeren binnen het plangebied. Hierbij wordt geconcludeerd dat de geactualiseerde parkeerbalans een overschot aan parkeerplaatsen in het centrum laat zien. Rekening houdend met de volledige ontwikkeling van het Schinkelkwadrant-Zuid is er nog steeds sprake van een aanzienlijke overcapaciteit indien er geen extra parkeerplaatsen gerealiseerd zouden worden.
De aanleg van voldoende parkeerplaatsen bij de woningen is dan ook een kwaliteitsaspect en geen noodzaak op basis van kwantiteit. De beoogde ontwikkeling voldoet kortom sowieso aan de gemeentelijke beleidskaders inzake parkeren.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
31
Hoofdstuk 3
Gebiedsbeschrijving
Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, de bestaande situatie in het plangebied, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van het plangebied Schinkelkwadrant-Zuid en zijn directe omgeving.
3.1
Ruimtelijke en functionele structuur
De locatie Schinkelkwadrant-Zuid is gelegen in het centrum van Heerlen en wordt omsloten door de Geerstraat, de Promenade, de Honigmannstraat en de Schinkelstraat. Op basis van de SVREZL maakt uitsluitend het deel langs de Honigmannstraat nog onderdeel uit van het concentratiegebied van het centrum van Heerlen voor winkels. Recentelijk is een groot deel van de bebouwing binnen het plangebied gesloopt. In het plangebied was voorafgaand aan de sloop sprake van verschillende gebruiksfuncties, waaronder woningen, winkels en kantoren, verdeeld over diverse bouwlagen. Centraal binnen het gebied waren enkele parkeervoorzieningen aanwezig, zoals te zien op de navolgende luchtfoto uit 2017 voorafgaand aan de recentelijke sloop. Er was sprake van veel leegstand binnen het plangebied, met name aan de zijde van de Schinkelstraat, de Promenade en het tussenliggende gebied.
Luchtfoto plangebied en directe omgeving (2017). Aan de noordzijde van het plangebied ligt, ingesloten tussen de Honigmannstraat, de Stationsstraat en de Saroleastraat, het Corio Center. Ten westen van het plangebied ligt aan
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
32
het Burgemeester van Grunsvenplein het Theater Heerlen.
Te renoveren gebouw oosthoek plangebied (het voormalige Rabobankgebouw, aansluitend aan het plangebied).
Inmiddels gesloopt gebouw zuidzijde plangebied.
Inmiddels gesloopt gebouw zuidhoek plangebied.
Inmiddels gesloopt gebouw zuidhoek plangebied.
Inmiddels gesloopt gebouw noordzijde plangebied.
Inmiddels gesloopt gebouw zuidzijde vanuit binnenplein.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
33
Inmiddels gesloopte gebouwen zuidzijde vanuit binnenplein.
Inmiddels gesloopt gebouw noordzijde vanuit binnenplein.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
34
Hoofdstuk 4
4.1
Planbeschrijving
Achtergrond programmatisch kader
Het voornemen bestaat tot herontwikkeling van de locatie Schinkelkwadrant-Zuid in Heerlen. Dit als onderdeel van het ontwikkelingsprogramma Urban Living zoals opgenomen in het Bidboek Urban Heerlen en als onderdeel van het stedenbouwkundig en landschappelijk contourenplan 'Central Park Heerlen'. Contourenplan 'Central Park Heerlen' In het kader van de planontwikkeling voor het IBA-sleutelproject Central Park is in onderlinge afstemming tussen IBA Parkstad en de gemeente Heerlen besloten om een innovatief ontwerptraject in de eerste helft van 2017 te laten plaatsvinden onder leiding van de heer Jo Coenen als curator van IBA Parkstad. Volgens het Duitse principe van het Koöperatives Verfahren hebben twee multidisciplinaire ontwerpteams een stedenbouwkundige en landschappelijke visie ontwikkeld voor het gebied Central Park Heerlen, omvattende de deelgebieden Schinkel-Zuid, Schinkel-Noord, het Van Grunsvenplein en het gebied Muzenpark. De kwalitatief beste elementen uit de twee plannen/visies zijn samengevoegd in het 'Contourenplan Central Park'. Dit contourenplan zet in op meer groen, wonen en de herbestemming van diverse panden. Het contourenplan is te beschouwen als een aanbeveling van de curator van IBA Parkstad aan de gemeente Heerlen en dient als basis voor het concreter uitwerken van een uitvoerbaar stedenbouwkundig plan voor ontwikkelingen binnen dit gebied.
Het contourenplan is opgesteld vanuit de doelstelling om het gebied te transformeren tot een aantrekkelijk groengebied, met ruimte om elkaar te ontmoeten en voor activiteiten, in combinatie met woningbouw. Daarbij worden op hoofdlijnen en in relatie tot onderhavig plangebied de volgende ontwerpuitgangspunten aangegeven: handhaven van de buitencontouren/rooilijnen van het Schinkelblok en het realiseren van meerdere openingen naar het binnengebied; versterken van de zichtas richting het Theater vanaf de Promenade; creëren van stedelijke woningen rondom een groene ruimte binnen het Schinkelblok. De groene ruimte heeft een hoogwaardig, stedelijk en kleinschalig parkachtig karakter en de breedtemaat van deze ruimte zal minimaal 30 meter bedragen; begeleiding zichtlijnen via gebouwen die evenwijdig aan de zichtlijn worden gepositioneerd; realisatie van een directe groene verbinding vanaf het Van Grunsvenplein die zich splitst in een route via de Promenade en door het bouwblok Schink-Zuid.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
35
Kaart stedenbouwkundig en landschappelijk contourenplan 'Central Park Heerlen' Ruimtelijk ontwikkelingskader Schinkelkwadrant Zuid Het contourenplan is te globaal om als onderlegger te kunnen dienen voor het op te stellen bestemmingsplan. Hiertoe dient het contourenplan te worden omgevormd tot een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Samen met IBA Parkstad is gekeken naar de basis van het contourenplan in de zin van wat als hard (niet afwijken) en zacht (wel afwijken) heeft te gelden. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met een aantal nieuwe ontwikkelingen die ten tijde van het opstellen van het contourenplan nog niet bekend waren (sloop van het pand 'De Plu' alsmede de aankoop en sloop van een pand aan de Honigmannstraat ter uitbreiding van het plangebied). In nauwe samenwerking hebben gemeente Heerlen en IBA Parkstad de nieuwe situatie geanalyseerd en zijn de kansen van het gebied en alle noodzakelijk kwaliteitseisen geïnventariseerd. Deze kaders, die de gewenste kwaliteit moeten borgen, zijn vervolgens vastgelegd in het 'Ruimtelijk ontwikkelingskader Schinkelkwadrant Zuid'.
Dit ruimtelijk ontwikkelingskader kan op hoofdlijnen als volgt worden omschreven: Markering: de rooilijnen vormen de markering van het gebied waarbinnen de bebouwing alsook het groene gebieden moeten worden gerealiseerd; Doorwaadbaarheid: het gebied moet doorwaadbaar zijn en kent hiertoe aan vier kanten een doorgang met minimale breedtes van 12 meter. De doorgang vanaf de Promenade is naar keuze een doorgang (geen bebouwing er boven toegestaan) of een onderdoorgang (wel bebouwing er boven toegestaan). In geval van een onderdoorgang dient de hoogte daarvan 7 meter te bedragen; Bebouwing: De toegestane bebouwing kent twee aspecten: het horizontale vlak en het verticale vlak. Het horizontale vlak is met een witte kleur aangegeven. Middels dikke rode stippellijnen zijn de bebouwingslijnen geduid. Deze zijn niet hard, maar kunnen variëren, waarbij het groene gebied wordt gerespecteerd. Ten aanzien van een klein deel van het groene gebied, gelegen schuin achter het oude Rabobankgebouw, zal bebouwing (mits een goed plan dat nodig maakt) mogelijk zijn. De hoogte van de bebouwing is vastgelegd middels het aantal maximale bouwlagen. Het bebouwingsvlak gesitueerd aan de Promenade verdient daarbij nadere uitleg. Hier wordt uitgegaan van de mogelijkheid om twee afzonderlijke bouwblokken te realiseren.
Deze bouwvlakken worden gescheiden door een doorgang met een minimale breedte van 12 meter. Het bouwblok aan de westzijde mag maximaal 4 bouwlagen hoog zijn, dat aan de oostzijde mag maximaal 7 bouwlagen beslaan. Daarmee wordt een juiste aansluiting gezocht bij de hoogte van het voormalige Rabobankgebouw. Er wordt evenwel ook voorzien in de mogelijkheid om een aaneengesloten gebouw met een getrapte opbouw te realiseren. Het
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
36
gevolg is dan dat de doorgang een onderdoorgang dient te zijn. De getrapte opbouw wordt vervolgens veilig gesteld door ter plaatse van de onderdoorgang tot maximaal 6 bouwlagen hoog te mogen bouwen. Groen: het groene gebied is niet vast omlijnd. Wel geldt een te hanteren minimale afstand van 30 meter tussen de te realiseren bebouwing aan de oostkant en die aan de westkant. Deze groene loper kan verder variëren, afhankelijk van de bebouwing; Woningaantallen: er zal een maximum aan het aantal woningen worden gesteld. De begane grond van de bebouwing aan de Honigmannstraat dient commercieel te worden ingevuld. De begane grond aan de Promenade zijde mag ook met andere functies worden ingevuld; Verkeer: de Geerstraat blijft gehandhaafd als onderdeel van de Cityring. Schinkelkwadrant Zuid grenst aan de Geerstraat. Door de toevoeging van de woonfunctie is de veilige oversteekbaarheid voor voetgangers en fietsers een prioriteit. Parkeren: uitgangspunt is dat parkeren op eigen terrein, maar niet op maaiveld zal plaatsvinden. De ontsluiting van de parkeervoorzieningen is voorzien via de Schinkelstraat. De kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling van het Schinkelkwadrant Zuid zoals gedefinieerd in het Ruimtelijk ontwikkelingskader zijn op 29 mei 2019 door de raad van Heerlen vastgesteld. Zij vormen de richtinggevende uitgangspunten voor de verdere stedenbouwkundige uitwerking van het plan.
Kaart Ruimtelijk ontwikkelingskader Schinkelkwadrant Zuid Stedenbouwkundige plan In gezamenlijkheid met de ontwikkelende partij heeft een verdere stedenbouwkundige uitwerking van het plan plaatsgevonden. Dit stedenbouwkundig plan heeft de vorm van een massastudie, ontworpen door Humblé Martens & Willems Architecten en is in lijn met de aanbevelingen in het door IBA vervaardigde Contourenplan en in lijn met het door de raad vastgestelde Ruimtelijk ontwikkelingskader Schinkelkwadrant Zuid. Op hoofdlijnen kan deze massastudie als volgt worden beschreven: Herwaardering/herstel van de schuine rooilijn van de lange gevelwand langs de noordzijde van de Promenade richting Theater, waardoor centrum en Theater
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
37
gevoelsmatig weer dichter bij elkaar komen te liggen en tevens de mogelijkheid bestaat om dit stuk van de Promenade zo breed te maken dat hier een royale groene ruimte met stedelijke allure kan worden gerealiseerd. Door deze groene ruimte over de Geerstraat heen te spannen richting Theater, kan dit ook bijdragen aan een fraaie groene begrenzing van het Burg. Van Grunsvenplein in samenhang met de herinrichting van het Burg. Van Grunsvenplein. Daarnaast is sprake van het verbeteren van de doorwaadbaarheid van het gebied tussen Promenade en Schinkelstraat door hier een openbare ruimte met het karakter van een plantsoen te realiseren van minimaal 30 m breed; De overgang tussen de Promenade en het nieuwe plantsoen wordt vormgegeven middels een zgn. 'piazetta', een klein tussenplein als verbinding welke de as naar het Theater weer oppakt. In samenhang met de herinrichting/vergroening van het Van Grunsvenplein dragen het Promenadepark, de overspanning van de Geerstraat, het 'Schinkelplantsoen' en het piazetta gezamenlijk bij aan de gewenste vergroening in dit gedeelte van het Central Park. Hierbij is de som van dit gezamenlijk groen duidelijk meer dan de som der delen; Aan de Promenadezijde zijn twee grotere woonblokken bedacht die plek moeten bieden aan grotere appartementen met goede buitenruimtes.
Het blok hoek Geerstraat/Promenade zal op de begane grond onderdak kunnen bieden aan een levendige horecafunctie als verbindende schakel tussen Theater en centrum vormen; Aan weerszijden van het plantsoen is gekozen voor een combinatie van appartementen en grondgebonden woningen van waaruit sociale binding met het plantsoen wordt verkregen; Aan de zijde van de Schinkelstraat zijn twee compactere woonblokken gesitueerd met kleinere appartementen; Het parkeren is opgenomen onder en naast de diverse bouwblokken. De parkeervoorzieningen worden ontsloten via de Schinkelstraat. Door gebruik te maken van het hoogteverschil tussen Schinkelstraat en Promenade kunnen de inritten van de parkeergarages goed worden bereikt.
De stedenbouwkundige massastudie en de hierin geprojecteerde bouwvlakken vormen de basis voor het opstellen van de verbeelding van het bestemmingsplan. Binnen deze vertaalslag is aan de geprojecteerde bouwvlakken een ruime mate van flexibiliteit toegekend zonder de essentie en de herkenbaarheid van de massastudie teniet te doen. Doel hiervan om de uiteindelijke architecten in de gelegenheid te stellen de massastudie om te zetten in een architectonisch verantwoord product.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
38
4.2
De toekomstige functies binnen het plangebied
Het programma bestaan uit in totaal 98 woningen. Dit betreffen 7 grondgebonden woningen, 10 stadswoningen met bovenliggende appartementen en 81 appartementen. De toe te voegen woningen kennen een grote variatie in verschijningsvorm, typologie en groottes. Er wordt ingezet op een goede mix van verschillende woontypen om zo een aangenaam, gemengd stedelijk woonmilieu tot stand te brengen. De twee grotere woonblokken aan de Promenadezijde zijn gedacht als wat grotere appartementen met ruime buitenruimtes. Rondom het middengebied is gekozen voor een combinatie van appartementen en grondgebonden woningen. Zij vervullen daarmee ook de sociale controle over dit groene middengebied. Aan de zijde van de Schinkelkstraat zijn twee compactere woonblokken gesitueerd met wat kleinere appartementen. Door het natuurlijke niveauverschil in het plangebied zal de eerste woonlaag hier iets worden opgetild t.o.v. de openbare ruimte aan de Schinkelstraat. Daarnaast wordt voorzien in de realisatie van 1.000 m² bvo horeca (cat. 1-3) ter plaatse van de hoek Geerstraat/Promenade. Gedacht wordt aan de realisatie van een Foodhall. Aan de Honigmannstraat wordt vervolgens ruimte geboden voor de herbouw van een gesloopt pand met daarin de continuering van centrumfuncties (waaronder Retail) met een grootte van 279 m² bvo en maximaal vier appartementen (onderdeel van de 98 woningen).
Het parkeren zal aan de achterzijden van de nieuw te realiseren bebouwing verdiept op maaiveld plaatsvinden. Dit betreffen deels half verdiept onder en achter de woningen gelegen parkeerplaatsen. Onder de gebouwblokken Promenadezijde zullen parkeergarages worden gerealiseerd. De parkeervoorzieningen worden ontsloten vanuit twee te realiseren in/uitritconstructies gelegen aan de Schinkelstraat. Het verlaten van het plangebied gebeurt eveneens via deze twee in/uitritconstructies. Door gebruik te maken van het hoogteverschil tussen de Schinkelstraat en de Promenade kunnen de inritten van de parkeergarages goed worden bereikt. Op de achter gelegen terreinen zal een combinatie van vergroening en parkeren plaatsvinden waardoor de achter gelegen terreinen een grotere belevingswaarde krijgen dan enkel parkeren. In het plangebied zullen minimaal 98 parkeerplaatsen worden aangelegd. Door het aanhouden van een schuine rooilijn zijde Promenade als zichtas tussen centrum en theater ontstaat hier de mogelijkheid om de Promenade uiteindelijk zo breed te maken dat hier een royale groene ruimte/openbare verblijfsruimte kan worden gerealiseerd met stedelijke allure.
Daarnaast wordt midden in het Schinkelkwadrant eveneens een nieuwe openbare ruimte toegevoegd dat het karakter zal krijgen van een plantsoen en tevens dient om de doorwaadbaarheid van het gebied tussen Promenade en Schinkelstraat vorm te geven. De rondom dit plantsoen te realiseren woningen kunnen zich met hun terrassen sterk op deze groene ruimte (minimaal 30 meter breed) oriënteren. In samenhang met de herinrichting van het Burg. Van Grunsvenplein en de beoogde herontwikkeling van het Schinkelkwadrant Noord wordt zo steeds meer invulling gegeven aan de gewenste vergroening van het centrum van Heerlen met als oorsprong het Contourenplan Central Park.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
39
4.3
De bebouwingsmogelijkheden
De blokken A en F vormen de twee hoogteaccenten in het plan. Vanuit het theater gezien begeleiden zij de blok richting het centrum. In opbouw en volume leunt blok F heel duidelijk op het voormalige en naastgelegen Rabobankgebouw. Blok A daarentegen kent een veel meer terrasachtige opbouw met een duidelijk hoogteaccent aan de Geerstraat/Van Grunsvenplein en een aftrappende opbouw met dakterrassen richting de kleinere maatvoering van de grondgebonden woningen rondom het middenplantsoen. De bebouwing rondom het middenplantsoen pakt de maat en schaal op van de stadswoning met een duidelijk onderscheid tussen de zuidzijde en de noordzijde. De twee appartementenblokken aan de Schinkelstraat markeren de doorgang naar deze straat. Deze beide koppen krijgen hun ingangen aan de plantsoenzijde. Zij vormen de schakel tussen noord- en zuidzijde van de gevelwanden aan het plantsoen. Voor wat betreft de nieuwbouw binnen het plangebied is op de navolgende afbeelding weergegeven binnen welke vlakken (zwart omlijnd) bebouwing is toegestaan. Tevens is aangegeven wat de maximaal toegestane hoogte is en het maximum aantal bouwlagen ter plaatse van de beoogde nieuwbouw. Langs de Promenade (plus hoek Geerstraat) zijn bouwblokken toegestaan met een maximum hoogte van 24,5 meter.
Tussen de te realiseren bouwblokken Promenade dient te worden voorzien in een doorsteek van minimaal 15 meter op begane grondniveau en 16 meter gemeten tussen de hoofdmassa's op de verdiepingen. De overige bouwhoogtes rondom het groene middenplantsoen bedragen maximaal 14 meter. Ook aan de zijde Schinkelstraat dient te worden voorzien in een doorsteek met een minimale breedte van 12 meter. Het groene middenplantsoen, als verbinding tussen Promenade en Schinkelstraat, dient te beschikken over een minimale breedte van 30 meter, gemeten tussen de aan weerszijde op te richt hoofdbouwmassa's. Voor de bestaande bebouwing aan de Honigmannstraat 47 is aansluiting gezocht bij de bestaande toegestane bouwhoogte uit het vigerende bestemmingsplan.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
40
Uitsnede kaart verbeelding met bouwvlakken en maximaal toegestane bouwhoogtes en het maximum aantal bouwlagen.
4.4
Openbare ruimte
Voor de invulling van openbare ruimtes gelden de richtlijnen: Openbaar, parkachtig binnengebied als uitloopgebied voor de omliggende woningen met interessante beplantingselementen en zit- en ligplekken. Routes die door het binnengebied verbindingen leggen met de omliggende straten en gebieden; de voetganger is hier bepalend. Het doorlopen van het binnengebied vanuit de omringende straten wordt bepaald door de scherpe contrasten tussen binnen en buiten, open en gesloten en sluit hiermee aan op de basisprincipes zoals die zijn toegepast bij bijvoorbeeld het Corio Center en het Maankwartier.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
41
4.5
Duurzaamheid
De ontwikkeling van het Schinkelkwadrant-zuid biedt veel kansen voor een duurzame gebiedsontwikkeling. In dit kader kunnen de navolgende elementen worden benoemd: Een vitale en gezonde woonomgeving: een vitale woonomgeving ontstaat niet alleen in de openbare ruimte maar ook in de woningen die hieraan grenzen. Door bijvoorbeeld in het middengebied in te zetten op wonen op straatniveau is er voldoende straatcontact en is er een goede sociale controle en wordt voor ouders de drempel verlaagd om kinderen buiten te laten spelen; Van grijs naar groen: de nu volledig verharde Promenade loopt straks over in een prachtige meer groen setting met plek voor extensief groen, stevige bomen en speelplekken; Verdichting schept ruimte: door het woonprogramma in een hogere dichtheid te ontwerpen met intieme openbare ruimtes die aansluiten bij de schaal van het wonen, ontstaat ruimte voor een parkachtige ruimte van een grotere omvang; Plek voor cultureel erfgoed: aansluitend aan het plangebied ligt het oude Rabobank-gebouw, dat getypeerd kan worden als potentieel jong monument.
Door de nieuwe contourlijnen van de bebouwing komt dit bijzondere gebouw weer op een prominente plek te liggen; Participatie en co-creatie: het nieuwe openbare gebied biedt niet alleen ruimte voor de nieuwe bewoners van het Schinkelkwartier maar ook voor de huidige omwonenden; Lokale opwekking energie: de nieuwe gebouwen zullen voldoen aan de nieuwste energienormen en deels hun eigen energie opwekken. De mogelijkheid voor toepassing zonnepanelen wordt onderzocht en de optie om te onderzoeken of het Mijnwater concept ook economisch toepasbaar is staat nog open, Optimale zonoriëntatie: de nieuwe bouwvolumes zijn zo opgezet dat het overgrote deel van de woningen altijd één of meer bezonde zijden heeft. Ook de oriëntatie van de buitenruimtes van de woningen is hierop afgestemd. Dit is niet alleen aangenaam wonen maar kan ook gebruikt worden in de energiehuishouding van de gebouwen; Reduceren hitte-eilanden: door de grote hoeveelheid groen die wordt toegevoegd en de lichte daken, wordt de kans op overmatige opwarming van dit stadsdeel aanzienlijk gereduceerd; Buffering extreme neerslag: in met name de groengebieden die aan het gebied worden toegevoegd is het mogelijk buffers te voorzien die het regenwater ten tijde van extreme neerslag kunnen bufferen om zo het rioolstelsel te ontlasten. Waterbuffering kan deels zichtbaar gemaakt worden in het kader van de bewustwording waterbeheer.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
42
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt aangegeven hoe deze in het bestemmingsplan zijn ingepast.
5.1
Milieueffectrapportage
5.1.1 M.e.r.-plicht Beoordeling directe m.e.r.-plicht Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van woningbouw en in beperkte mate commerciële voorzieningen mogelijk. Dit kan leiden tot een m.e.r.-plicht. De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport (Besluit m.e.r.) het volgende opgenomen: "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen." De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht. Er dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Wet natuurbescherming (passende beoordeling en plan-m.e.r.-plicht) Naast het Besluit m.e.r. is de Wet natuurbescherming van belang om te bepalen of een plan-MER noodzakelijk is.
In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat wanneer significante effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten een plan-MER in procedure dient te worden gebracht. Wanneer aangetoond kan worden dat er geen significante effecten zijn te verwachten is een plan-MER niet noodzakelijk. Uit paragraaf 5.5 Natuurwaarden blijkt dat van significante effecten die kunnen leiden tot een noodzaak tot het uitvoeren van een passende beoordeling of plan-m.e.r.-plicht geen sprake is. Conclusie De omvang van de ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarden die zijn opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Er dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Het bestemmingplan heeft geen significante gevolgen op een Natura 2000-gebied. Er hoeft derhalve geen passende beoordeling te worden uitgevoerd en vanuit de Wet natuurbescherming geldt geen m.e.r.-plicht.
5.1.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op basis van paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer (Wm), dient degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, en voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, dit voornemen schriftelijk mee te delen aan het bevoegd gezag. Bij de mededeling dient in ieder geval de informatie te worden verstrekt zoals omschreven in artikel 7.16 lid 2 tot en met 4 Wm. Op basis van artikel 7.17 Wm, dient het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Middels deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de vereisten van artikel 7.16 Wm, op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 Wm een beslissing kan nemen. Indien het bevoegd gezag degene is die een activiteit wil ondernemen, aangewezen
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
43
krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b (besluiten waarvoor het bevoegd gezag een beslissing dient te nemen inzake de noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapport), dient zij in een zo vroeg mogelijk stadium en uiterlijk voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbesluit deze beslissing te nemen (artikel 7.19, lid 1 en 2 Wm). De achterliggende gedachte bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden. In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die genoemd zijn in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): De kenmerken van het project; De plaats van het project; De kenmerken van het potentiële effect.
Kenmerken van het project - Omvang van het project - Cumulatie met andere projecten - Gebruik van natuurlijke grondstoffen - Productie van afvalstoffen - Verontreiniging en hinder - Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën Plaats van het project - Bestaand grondgebruik - Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied - Het opname-vermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) - Grensoverschrijdende karakter van het effect - Waarschijnlijkheid van het effect - Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect Criteria EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling Omdat het plan voorziet in de bouw van woningen en commerciële voorzieningen, maar ruimschoots onder de drempelwaarden valt zoals aangegeven in categorie D.11.2 van het Besluit m.e.r., volgt hierna een toets of op basis van de hiervoor genoemde
criteria een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is mede opgesteld op basis van de onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan. Kenmerken van het project Criteria
Toets
Omvang van het project
Het project heeft betrekking op de toevoeging van maximaal 98 woningen, 1.000 m² horeca en bestendiging van 279 m² centrumfuncties.
Cumulatie met andere projecten
Nee
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
44
Gebruik van natuurlijke grondstoffen
Nee
Productie van afvalstoffen
Nee
Verontreiniging en hinder
De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied. Tijdens de sloop- en aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden, maar dit betreft geen hinder groter dan bij reguliere bouwwerkzaamheden. Er is geen sprake van een activiteit die leidt tot onevenredige verontreiniging of hinder voor het milieu. Zie hiervoor mede paragraaf 5.2 Akoestiek en 5.7 Luchtkwaliteit in deze toelichting.
Risico van ongevallen
Nee, het plangebied bevindt zich buiten plaatsgebonden risicocontouren 10 -6 van risicobronnen en er wordt geen significante invloed uitgeoefend op het groepsrisico van risicobronnen.
Conclusie Vanuit de kenmerken van het project zijn er geen negatieve effecten op het milieu te verwachten. Plaats van het object Criteria
Toets
Bestaand grondgebruik
Grotendeels bebouwd ten behoeve van stedelijke functies, waarbij in het overgrote deel van de te slopen bebouwing sprake is van leegstand.
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
n.v.t.
Het opname-vermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: - gevoelige gebieden (wetlands, Nee kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden) - gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden
Nee
gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid
Nee
landschappen van historisch, cultureel of Nee archeologisch belang Conclusie Vanuit de plaats van het project zijn er geen negatieve effecten op het milieu te verwachten. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
Toets
45
Beschermd natuurmonument
Nee
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Nee
Watergebied van internationale betekenis
Nee
Natuurnetwerk Nederland
Nee
Landschappelijk waardevol gebied
Nee
Waterwinlocaties, waterwingebieden, en grondwaterbeschermingsgebieden
Nee
Beschermd monument
Nee
Belvédère-gebied
Nee
Conclusie Het plangebied is niet gelegen binnen een gevoelig gebied en op een zodanige afstand van gevoelige gebieden dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn. Kenmerken van het potentiële effect Criteria
Toets
Bereik van het effect (geografische zone Er zijn geen effecten te verwachten die uit te en grootte van de getroffen bevolking) drukken zijn in geografische zone en/of grootte van de getroffen bevolking Grensoverschrijdende karakter van het effect
Nee
Waarschijnlijkheid van het effect
Geen effecten te verwachten
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
Geen effecten te verwachten
5.1.3 Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling De beoogde ontwikkeling komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Er hoeft dus geen MER te worden opgesteld. De activiteit valt wel onder categorie D11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Er geldt echter geen m.e.r.-beoordelingsplicht omdat de in kolom 2 bij categorie D11.2 genoemde 'drempelwaarden' bij lange na niet worden overschreden. Omdat de activiteiten wel worden genoemd in één van de categorieën in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar de drempelwaarden niet worden overschreden, is voor dit plan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
46
5.2
Akoestiek
De Wet geluidhinder, als ook een goede ruimtelijke ordening, bepaalt dat bij de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek moet plaatsvinden naar de geluidsbelasting van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen vanwege de invloed van wegverkeerslawaai. Tevens dient daarbij onderzoek te worden gedaan naar de doeltreffendheid van verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat eventueel optredende geluidsbelasting vanwege het wegverkeerslawaai de wettelijke waarden te boven gaat. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moeten immers de ten hoogst toelaatbare waarden voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen vanwege het weg-, railverkeer- en industrielawaai in acht worden genomen (artikel 76, eerste lid, Wet geluidhinder).
5.2.1 Onderzoek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek uitgevoerd met referentie Rm180106aaA1.quro. Onderstaand worden kort de resultaten van het onderzoek beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport dat als Bijlage 2 bij deze toelichting is opgenomen. Onderstaand wordt achtereenvolgens ingegaan op de onderzoeksresultaten in relatie tot wegverkeerslawaai, verkeersaantrekkende werking, expeditie en evenementen. Geluid ten gevolge van railverkeer en industrie zijn niet van toepassing op dit gebied. Wegverkeerslawaai nieuwe situaties Wet geluidhinder Vanwege wegverkeerslawaai van de Geerstraat zijn ter plaatse van de gevels van woonbestemmingen overschrijdingen vastgesteld van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor de binnenstedelijke wegen wordt niet overschreden. De gemeente Heerlen heeft op 16 augustus 2018 een besluit tot vaststelling van een hogere toelaatbare waarde genomen. Wegverkeerslawaai nieuwe situaties ruimtelijke ordening Vanwege wegverkeerslawaai van de niet-gezoneerde wegvakken worden in het kader van de Wet geluidhinder geen restricties opgelegd. In het kader van de ruimtelijke afweging dient daar wel rekening mee te worden gehouden.
Vanwege wegverkeerslawaai van de Schinkelstraat zijn ter plaatse van de gevels van de nieuwe woonbestemmingen gevelbelastingen bepaald hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor de binnenstedelijke wegen wordt niet overschreden. De maximumsnelheid op deze wegen is reeds verlaagd naar 30 km/h. Er zijn geen aanvullende maatregelen aan de bron en/of overdrachtsgebied mogelijk om de gevelbelasting terug te brengen. Om een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe woningen te kunnen waarborgen wordt geadviseerd om overeenkomstig de systematiek van de Wet geluidhinder/Bouwbesluit maatregelen te treffen waarmee de karakteristieke geluidwering van de nieuwe woningen tenminste gelijk zal zijn aan het verschil tussen de optredende gevelbelastingen (ex. Aftrek artikel 110g Wgh.) en 33 dB. Verkeersaantrekkende werking Vanwege de verkeersaantrekkende werking is bij de bestaande geluidgevoelige bestemmingen langs de Schinkelstraat een toename van de gevelbelasting bepaald van 2-3 dB. In het kader van de Wet geluidhinder zijn geen regels opgenomen om deze toename ongedaan te maken. Gezien de te verwachten optredende gevelbelastingen en de bestaande geluidwering van de gevel zal de geluidbelasting in de geluidgevoelige vertrekken van de woning voldoen aan de binnenwaarde van 43 dB. Daarmee is er sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
47
Expeditie De piekbelasting vanwege laad- en losactiviteiten van de expeditie in de buitenlucht levert hoge belastingen op. Op grond van het verkeersbesluit uit januari 2014 is in het centrum van Heerlen een voetgangersgebied ingesteld en binnen dit gebied is laden en lossen alleen toegestaan inde dagperiode. Omdat in de huidige situatie ook winkels binnen het gebied liggen die bevoorraad worden vormt de expeditie geen belemmering. Evenementen Vanwege de evenementen op het Burgemeester van Grunsvenplein, Promenade 1 en 2 worden in de evenementenvergunning eisen gesteld aan de maximale geluidbelastingen op de gevels van geluidgevoelige objecten. Hiermee is in het verleden een afweging gemaakt van de toelaatbare geluidniveaus. De nieuwe woningen binnen het programma Schinkelkwadrant-Zuid zijn gelegen nabij bestaande geluidgevoelige objecten. Daarmee vormen de evenementen geen belemmering voor de nieuwe woningen binnen het plangebied. Akoestisch onderzoek piekgeluiden parkeerbak In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek uitgevoerd met referentie Rm180106aaA2.quro naar de piekgeluiden die kunnen optreden als de bewoners hun voertuig stallen in de open parkeerbak van het souterrain. Onderstaand worden kort de resultaten van het onderzoek beschreven.
Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport dat als Bijlage 3 bij deze toelichting is opgenomen. Uit de berekeningen naar de piekgeluiden is gebleken dat in de nachtperiode piekgeluiden zijn te verwachten van ten hoogste 69 dB(A). Dit betekent dat niet wordt voldaan aan stap 3 van de VNG handreiking bedrijven en milieuzonering. De overschrijding bedraagt maximaal 9 dB(A). Dienaangaande heeft de gemeente Heerlen door de RUD Zuid-Limburg een onderzoek laten uitvoeren naar de thans voorkomende piekgeluiden bij het plangebied van Schinkelkwadrant (rapportage L95-meting Schinkelkwadrant - Zuid, zaaknummer: 2020-205775, d.d. 28 september 2020 zie Bijlage 6). Tussen 18 en 20 september 2020 zijn geluidmetingen uitgevoerd naar de piekgeluiden en het achtergrondgeluidniveau. In onderstaande tabel zijn de resultaten voor de gemeten piekgeluiden gedurende de nachtperiode samengevat. Datum
Tijdstip
60-65
65-70
70-75
>75
Hoogste waarde
28-9-2020
23-7u
17
6
1
1
78 dB(A)
29-9-2020
23-7u
26
14
1
-
72 dB(A)
Tabel: Samenvatting voorkomende piekgeluiden nachtelijke uren. Uit bovenstaande tabel blijkt dat in de huidige situatie in de nachtelijke uren reeds frequent hoge piekgeluiden optreden, hoger dan op grond van stap 3 van de VNG. In de nacht van vrijdag op zaterdag gaat het om 25 overschrijdingen en in de nacht van zaterdag op zondag gaat het om 41 overschrijdingen. In de nacht van zaterdag op zondag gaat het met name om mensen die erg hard praten, schreeuwen, lachen of zingen. Omdat in de huidige situatie reeds regelmatig piekgeluiden zijn vastgesteld die hoger zijn dan 60 dB(A) kan de gemeente Heerlen het acceptabel vinden om bij het plan Schinkelkwadrant een open parkeerbak te realiseren. De piekgeluiden die bij een open parkeerbak kunnen ontstaan zijn niet hoger dan de piekgeluiden die thans op locatie, welke is gelegen in de binnenstad, voorkomen en daarmee zijn deze piekniveaus toelaatbaar. Bij het bouwen van de appartementen zal de gevelwering zodanig worden gedimensioneerd dat er in de appartementen aan de geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Er is door K+ Adviesgroep nader onderzoek uitgevoerd naar optredende piekgeluiden bij bestaande woningen aan de Geerstraat, Schinkelstraat, Honigmannstraat en Promenade (zie Bijlage 4, referentie Nm180106abA0.quro).
Geconcludeerd wordt dat voor twee woningen aan de Honigmannstraat de richtwaarde met 5 respectievelijk 1 dB(A) in de nachtperiode wordt overschreden. Nader onderzoek naar de binnenwaarden is daarmee noodzakelijk. Op basis van het uitgevoerde binnenwaardeonderzoek (zie Bijlage 5, referentie
bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Zuid 2020
48
Nm180106abA1.quro) kan voor beide woningen aan de Honigmannstraat worden geconcludeerd dat de te verwachten optredende piekgeluidbelastingen binnen in de woningen in de maatgevende periode voldoen aan maximaal 45 dB(A). Daarmee is aangetoond dat er sprake zal zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat en kunnen de optredende piekgeluidbelastingen afkomstig van de open parkeerbak worden toegelaten. Conclusie Vanuit akoestisch oogpunt bestaan er geen belemmeringen voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
5.3
Water
Het klimaat is aan het veranderen en leidt tot meer extremere buien. Het (hemel) watersysteem en de afvalwaterketen moet deze neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen op te vangen is. Om de waterbelangen (hemelwater en grondwater) bij ruimtelijke ontwikkelingen te borgen dient bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de Watertoetsprocedure doorlopen te worden. In het kader van deze toets moet elk bestemmingsplan een waterparagraaf bevatten, waarin wordt aangegeven hoe in het bestemmingsplan wordt omgegaan met water. In deze paragraaf is dit beschreven. Voordat wordt ingegaan op de locatie specifieke kenmerken van het plangebied, is eerst het relevant beleid samengevat en worden vervolgens de beleidsregels (eisen) aangehaald waarmee in de watertoets gerekend moet worden.