bijlage 1 behorend bij vaststellen Nota Grond en vastgoedbeleid Heerlen 2025
Tekst van het document
Uitgifte onder de huidige bestemming of na een bestemmingswijziging Uitgifte van ruwe bouwgrond (in huidige staat, met of zonder opstal) of als bouwrijpe grond Uitgifte in erfpacht of via verkoop (volle eigendom) Selectie van de ontwikkelende partij via één-op-één gunning of een openbare selectieprocedure
Als de gemeente eigenaar is van een locatie, met of zonder opstal, moet de keuze worden gemaakt of de gemeente zelf ontwikkelt of de ontwikkeling aan marktpartijen overlaat. Als de gemeente het ontwikkelrisico bij marktpartijen legt, moeten zij met plannen komen voor gebiedsontwikkelingen waarvoor de gemeente de functie wil aanpassen. Na het Didam-arrest zijn er strengere eisen gesteld aan de manier waarop gemeenten onroerend goed uitgeven, zodat potentiële kopers gelijke kansen krijgen. Dit geldt niet alleen voor verkoop en (erf)pacht, maar ook voor andere vormen van uitgifte, zoals huur- en bruikleenovereenkomsten. De gemeente kan onroerend goed op twee manieren uitgeven: 1. Eén-op-één-gunning: Alleen mogelijk bij objectieve, toetsbare criteria en na juiste publicatie. 2. Openbare selectieprocedure: Hierbij worden partijen uitgenodigd mee te dingen In de op te stellen nota grondprijsbeleid worden verdere details opgenomen. In deze nota worden de nu voorliggende documenten “intern memo Didam”, “uitvoeringsnota reststroken” geïntegreerd. Hieronder worden de belangrijkste uitgangspunten voor gronduitgifte al benoemd. Ook dit komt terug in de nota grondprijsbeleid: 1.
Sturing op ruimtelijke ontwikkeling en beleidsdoelen: Gronduitgifte is een belangrijk instrument voor onze gemeente om regie te houden over ruimtelijke ontwikkeling en de realisatie van onze beleidsdoelen, zoals wonen, leefbaarheid en gezondheid. 2. Mededinging en transparantie (Didam-arrest): Gemeenten zijn verplicht om mededingingsruimte te bieden aan potentiële gegadigden bij gronduitgifte. Dit betekent dat de verkoop of uitgifte van grond openbaar moet worden aangekondigd, met duidelijke informatie over de beschikbaarheid, selectieprocedure, tijdschema en selectiecriteria. Alleen in uitzonderingsgevallen, wanneer er slechts één serieuze gegadigde is, kan één-op-één verkoop plaatsvinden, maar dit moet goed worden gemotiveerd. 3. Maatwerk per locatie: De keuze voor de vorm van gronduitgifte wordt per locatie bepaald. Voor elke locatie wordt beoordeeld welke uitgiftevorm het meest geschikt is. Dat doen we onder andere door de hiervoor genoemde uitgifte-afwegingen te maken. 4. Bescherming tegen speculatie bij goedkope koop- en starterswoningen: Bij de uitgifte van grond voor goedkope koop- en starterswoningen wordt overwogen een antispeculatiebeding op te nemen om te voorkomen dat deze woningen voor speculatieve doeleinden worden aangekocht. 5.
Erfpacht als instrument: Erfpacht kan worden ingezet om grond beschikbaar te stellen aan specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen, of om complexe locatieontwikkelingen te financieren. Dit geldt ook op locaties waar eigendom mogelijk in de toekomst strategisch wenselijk blijft, zoals centrumlocaties. De gemeente behoudt meer controle over het gebruik van de grond door het opnemen van voorwaarden in de erfpachtovereenkomst. 6. Verkoop van snippergroen: Snippergroen (kleine stukken gemeentegrond die geen directe functie meer hebben binnen de openbare ruimte en die geen strategische of openbare waarde voor de gemeente hebben) wordt in principe verkocht aan particulieren of bedrijven die direct aan deze stroken grond grenzen. Als er meerdere gegadigden zijn, moeten zij de mogelijkheid krijgen om mee te dingen. De gemeente kan ook overgaan tot in gebruik geven van snippergroen als verkoop niet mogelijk of wenselijk is. 7. Handhaving bij oneigenlijk gebruik van gemeentegrond: Bij vermoedens van oneigenlijk grondgebruik voert de gemeente een onderzoek uit. Indien legalisering niet mogelijk is, wordt er handhavend opgetreden om het perceel terug in bezit te nemen of te verkopen.
50
Na het doorlopen van het uitgifteproces wordt de grondprijs bepaald die de koper of (erf)pachter voor de grond gaat betalen. De wijze om tot de gronduitgifteprijs te komen is eveneens vastgelegd in de nota grondprijsbeleid. De gemeente Heerlen streeft naar marktconforme grondprijzen en volgt hierbij de regels rond staatssteun en marktconform handelen. Daarbij volgen we de wettelijke bepalingen rondom staatssteun en het verplicht marktconform handelen. Die regels werken voor de volle breedte van het grondbeleid, denk aan koop- en verkooptransacties, erfpacht, gewone pacht en huur en overige vormen van uitgifte. De tarieven voor gronduitgifte en verhuur worden periodiek door het college vastgesteld, conform de uitgangspunten van het grondprijsbeleid.
6.3.2 Verkoop van vastgoed Vastgoed dat zijn oorspronkelijke functie verliest, wordt niet zomaar verkocht. Eerst wordt beoordeeld of het pand nog voor een andere maatschappelijke functie gebruikt kan worden of dat het strategische waarde kan hebben voor toekomstige ontwikkelingen. Dat proces is in 5.3 beschreven. De verkoop van vastgoed gebeurt dan tegen de volgende uitgangspunten: • •
• •
De gemeente hanteert bij de verkoop als uitgangspunt dat een marktconforme prijs wordt gevraagd In de meeste gevallen moet de gemeente het vastgoed openbaar verkopen, meestal via een openbare selectie. Uitzonderingen zijn mogelijk en zijn benoemd in het intern memo Didam . Bij een verkoop via openbare selectie benoemen we in de voorwaarden op basis van welke criteria de verkoop gegund wordt (hoogste prijs of beste prijs-kwaliteitverhouding) Het verkoopproces moet transparant en zorgvuldig worden uitgevoerd en de verkoop vereist goedkeuring van college en/of raad De verkoop moet passen binnen de geldende planologische vereisten of er moet bereidheid zijn de planologische vereisten aan te passen
Voor de verkoopprijs van vastgoed hanteren we het uitgangspunt dat we een marktconforme prijs vragen en aanvullend daarop benoemen we in de voorwaarden voor de openbare selectie op basis van welke criteria de verkoop gegund wordt (bijvoorbeeld hoogste prijs of beste prijskwaliteitverhouding).
6.3.3 Verhuur van vastgoed Het beschikbaar stellen van gemeentelijk vastgoed is één van de manieren waarop de gemeente Heerlen kan inspelen op huisvestingsvragen van organisaties die belangrijk zijn voor de stad. Deze organisaties dragen rechtstreeks bij aan het behalen van gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Na een zorgvuldige afweging via het afwegingskader wordt bepaald of en op welke manier aan een huisvestingsverzoek kan worden voldaan binnen het gemeentelijk vastgoed. Hierbij wordt ook gekeken naar alternatieve vormen van ondersteuning, zoals bemiddeling op de vrije markt, doorverwijzing naar andere maatschappelijke partners of het verlenen van subsidie aan organisaties van groot belang voor de stad. Een deel van het gemeentelijk vastgoed wordt verhuurd, waarvoor specifieke regels gelden. De toewijzing moet transparant gebeuren, op basis van objectieve en toetsbare criteria. Ook de huurprijsopbouw moet duidelijk zijn, omdat dit een belangrijke kostenpost is voor de huurders.
51
Volgens de Wet Markt en Overheid en staatssteunregels moeten partijen die een economische activiteit uitvoeren (met of zonder winstoogmerk) een marktconforme huur betalen. Voor maatschappelijke organisaties is het echter mogelijk om af te wijken van de marktconforme huur, zolang minimaal een kostprijsdekkende huur wordt gerekend. Als een organisatie dit niet kan opbrengen, kan een beroep worden gedaan op subsidie. In een, nog te nemen, Algemeen Belang Besluit gaat de gemeente activiteiten opnemen met een groot maatschappelijk belang, die ze vrij wil stellen van de invloedssfeer van de Wet M&O. In de kostprijsdekkende huur worden de volgende kosten opgenomen:
• • • •
Kapitaallasten (rente en afschrijving) Overige lasten (zoals OZB, rioolheffing, verzekeringen) Onderhoudskosten Beheerkosten
Daarnaast is voorspelbaarheid van de huurprijs essentieel, zodat organisaties hun financiële planning goed kunnen uitvoeren. Duidelijke afspraken over het gebruik van het pand, de verdeling van onderhoudskosten en de toekomstige huurprijsontwikkeling worden vastgelegd in een huurcontract. De constructie van directe verhuur. De gemeente Heerlen past zoveel als mogelijk de verhuurconstructie van directe huur toe. In die constructie verhuurt Vastgoed het object op aangeven van een programma of beleidsveld, rechtstreeks aan de huurder (eindgebruiker). Verhuur voor maatschappelijke doelen. Bij de verhuur van vastgoed voor maatschappelijke doeleinden helpt de huurder de gemeente met het realiseren van beleidsdoelen. Het betreffende beleidsveld of programma vraagt Vastgoed om het pand beschikbaar te stellen. Als de huurder niet de volledige kostprijsdekkende huur kan betalen, kan die om een subsidie vragen, die vaak direct wordt verrekend als huurkorting. Die subsidie kan mogelijk van andere partijen afkomstig zijn, maar ook vanuit onze eigen gemeente. De afweging of die subsidie verstrekt kan worden en de bijhorende begrotingsdekking is een aangelegenheid van het betreffende programma of beleidsveld en geen taak van Vastgoed. Deze werkwijze zorgt voor een driehoeksrelatie tussen de huurder, het beleidsveld of programma en Vastgoed.
In nieuwe contracten wordt deze relatie expliciet gemaakt, zodat de kosten en verantwoordelijkheden duidelijk verdeeld zijn. Dit voorkomt onduidelijkheid over de financiële relaties en maakt de uitgaven inzichtelijker.
Figuur 13: De driehoeksrelatie bij de verhuurconstructie van directe huur
52
Vanwege het uitgangspunt van de kostprijs dekkende huur, wordt in het geval van nieuwbouw of het aanpassen van een pand voor nieuwe gebruikers vroegtijdig geïnventariseerd welke huur gebruikers voor langere termijn kunnen betalen. Wanneer de huur die organisaties kunnen opbrengen onvoldoende blijkt te zijn voor de eisen die aan het vastgoed worden gesteld, dan dient er een subsidiegarantie van minimaal 10 jaar afgegeven te worden vanuit het beleidsdoel waarmee de inzet van vastgoed wordt gefaciliteerd. Zodoende wordt een match nagestreefd tussen het investeringsniveau en de huurprijs. Verhuur voor ruimtelijke doeleinden Ook worden strategisch belangrijke panden verhuurd om leegstand te voorkomen. Hierbij vraagt de gemeente marktconforme huur, in lijn met staatssteunregels. De verhuurprocedure is openbaar en transparant, met objectieve criteria voor de selectie van huurders. In sommige gevallen is het moeilijk om vastgoed tijdelijk tegen marktconforme huur te verhuren, bijvoorbeeld omdat panden voor specifieke functies zijn ingericht. In zulke gevallen kan leegstandbeheer nodig zijn, bijvoorbeeld via antikraakconstructies of andere creatieve vormen van tijdelijk gebruik. Ook bij de verhuur van deze panden werkt de gemeente zoveel mogelijk met directe huur. De vraag voor het pand komt dan vrijwel altijd vanuit een gebiedsontwikkeling of Vastgoed zelf.
Creatief leegstandsbeheer Als vastgoed langere tijd leeg staat, kan het tijdelijk worden ingezet voor maatschappelijke initiatieven, zoals kunstprojecten of startende ondernemingen. Dit geeft het pand een tijdelijke meerwaarde voor de omgeving. De gemeente maakt hierover duidelijke afspraken met de gebruiker over gebruiksduur, opzegvoorwaarden en eventuele investeringen. Dit werd al benoemd in 3.4 van deze nota. Het tijdelijke gebruik moet echter een maatschappelijke meerwaarde bieden en mag geen concurrentie vormen voor bestaande voorzieningen. Omdat dit type gebruik niet altijd kostprijsdekkend is, kan de gemeente in sommige gevallen afwijken van de kostprijsdekkende huur. Dit geeft ruimte om initiatieven te ondersteunen die een positieve bijdrage leveren aan de gemeenschap.
6.4 Samenwerking in gebiedsontwikkeling Bij gebiedsontwikkeling zijn er verschillende samenwerkingsvormen die de gemeente Heerlen kan inzetten, afhankelijk van de gekozen rol binnen het grondbeleid. Hieronder volgt een overzicht van de instrumenten die gebruikt kunnen worden voor samenwerking in een gebiedsontwikkeling,
53
inclusief een korte toelichting en situaties waarin deze instrumenten relevant zijn. Deze instrumenten kunnen worden ingezet binnen alle vier de grondbeleidsrollen. Instrumenten voor samenwerking in grondproductie Bouwclaim: Bij een bouwclaim verkopen grondeigenaren hun grond aan de gemeente onder de voorwaarde dat zij bij de uitgifte bouwrijpe kavels mogen terugkopen. Zo kunnen zij alsnog zelf bouwen, maar de gemeente behoudt regie over het bouwprogramma en de kwaliteitseisen. Deze samenwerkingsvorm past vooral bij de rol van initiërend ontwikkelaar en is vooral nuttig in situaties waar meerdere private partijen betrokken zijn en meer sturing door de gemeente gewenst is. Joint Venture via entiteit: Bij deze samenwerkingsvorm wordt een nieuwe gezamenlijke onderneming, vaak een grondexploitatiemaatschappij (GEM), opgericht. Deze onderneming voert de grondontwikkeling en -uitgifte uit. Een Wijkontwikkelingsmaatschappij (WOM) valt hier ook onder. Deze vorm brengt kennis, kapitaal en grondposities samen, waardoor het vooral geschikt is voor grotere en complexere ontwikkelingen. Dit model kan worden ingezet vanuit de rol van initiërend ontwikkelaar of verleidend facilitator, maar flexibiliteit bij langdurige samenwerkingen is een belangrijk aandachtspunt. Joint Venture via overeenkomst: In plaats van een nieuwe entiteit wordt de samenwerking geregeld via een overeenkomst.
Deze vorm is flexibeler en kan op maat worden ingericht, wat het mogelijk maakt om snel in te spelen op veranderende omstandigheden. Deze samenwerkingsvorm kan worden toegepast in alle grondbeleidsrollen, hoewel het minder voor de hand ligt bij de toetsende/passieve rol. Net als bij de entiteitsvorm is de flexibiliteit bij langdurige projecten een punt van aandacht. Concessiemodel: Bij het concessiemodel stelt de gemeente vooraf publiekrechtelijke randvoorwaarden vast. Binnen deze voorwaarden krijgen andere partijen de volledige verantwoordelijkheid voor de planontwikkeling en uitvoering. Dit model ligt dicht bij de toetsende/passieve rol en is vooral geschikt voor relatief eenvoudige gebiedsontwikkelingen met een beperkte doorlooptijd en een beperkt aantal betrokken partijen. Het vraagt echter veel vertrouwen in de capaciteiten van de andere partijen om de gestelde doelen te realiseren. Mix van samenwerkingsstrategieën: Bij grote, complexe gebiedsontwikkelingen kan een combinatie van samenwerkingsstrategieën goed werken. Door de ontwikkeling in logische fases op te delen en per fase de samenwerking vast te leggen, blijft het proces flexibel en kan een te lange voorbereidingstijd worden voorkomen.
6.5 Samenwerking in vastgoed De gemeente Heerlen erkent het belang van samenwerking met private partijen voor de ontwikkeling, verduurzaming en het beheer van maatschappelijk vastgoed. Door samen te werken met investeerders en ontwikkelaars kunnen belangrijke maatschappelijke doelen sneller en efficiënter worden bereikt, zoals de verduurzaming van vastgoed en de herontwikkeling van leegstaande panden. Samenwerkingen met private partijen, zoals publiek-private samenwerkingen (PPS), bieden kansen om projecten mogelijk te maken die anders financieel of praktisch niet haalbaar zouden zijn. Deze samenwerkingen zorgen voor innovatie, gedeelde investeringen en risicodeling, wat bijdraagt aan het sneller realiseren van belangrijke ruimtelijke en maatschappelijke doelen. Samenwerking met private investeerders kan bijvoorbeeld gericht zijn op de verduurzaming
54
van vastgoed, waarbij partijen betrokken worden bij energierenovaties en klimaatadaptatie. Een ander voorbeeld is de herontwikkeling van leegstaand vastgoed in samenwerking met projectontwikkelaars. De gemeente Heerlen streeft naar transparante samenwerkingen waarbij maatschappelijke doelen centraal staan. Elke samenwerking is gebaseerd op duidelijke en meetbare afspraken over investeringen, risico's en opbrengsten. Duurzaamheid en maatschappelijke meerwaarde zijn daarbij leidende principes. De gemeente Heerlen nodigt private partijen uit om actief bij te dragen aan de ontwikkeling en verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Innovatieve voorstellen en partnerschappen gericht op het verbeteren van leefbaarheid en duurzaamheid worden van harte verwelkomd.
6.6 Uitgangspunten voor beheer van vastgoed In het beheer van ons vastgoed zijn we gericht op het verduurzamen van onze portefeuille en op kostenefficiëncy. Bij het verduurzamen van ons vastgoed stellen we een aantal belangrijke uitgangspunten centraal: •
• •
•
De gemeente streeft naar een integrale aanpak waarbij zowel energiebesparing als de inzet van hernieuwbare energiebronnen worden bevorderd. Dit betekent onder meer het verbeteren van de isolatie, het toepassen van energiezuinige installaties en het benutten van duurzame energie, zoals zonnepanelen of warmte-koudeopslag De gemeente wil de levensduur van gebouwen verlengen door gebruik te maken van circulaire bouwprincipes, waarbij hergebruik van materialen en flexibele inrichtingen prioriteit krijgen De gemeente wil met de verduurzaming bijdragen aan een gezonde en comfortabele leefomgeving, waarbij aandacht wordt besteed aan het binnenklimaat, luchtkwaliteit en toegankelijkheid van het gebouw. Dit alles dient plaats te vinden in nauwe samenwerking met betrokkenen, zoals gebruikers van het pand en de lokale gemeenschap, om draagvlak te creëren en de maatschappelijke functie te versterken.
De uitgangspunten voor het onderhoud van het vastgoed zijn essentieel om de lange termijn waarde en functionaliteit van het vastgoed in onze maatschappelijke kernportefeuille te waarborgen. Hierbij wordt gestreefd naar een duurzaam en kostenefficiënt onderhoudsbeleid dat bijdraagt aan de levensduur van de gebouwen, de veiligheid van gebruikers en de naleving van wettelijke voorschriften. Het onderhoud dient planmatig te worden uitgevoerd op basis van meerjarenonderhoudsplannen (MJOP's), waarbij preventief onderhoud de voorkeur heeft boven correctief onderhoud om onverwachte en hogere kosten te minimaliseren. Daarnaast wordt er gestreefd naar duurzaamheid door het toepassen van milieuvriendelijke materialen en technieken, en het optimaliseren van energieprestaties. Op deze wijze wordt een bijdrage geleverd aan de levenscyclus benadering. We streven na dat het onderhoud zoveel mogelijk wordt uitgevoerd in samenspraak met gebruikers en belanghebbenden, waarbij hun behoeften en wensen worden meegenomen in de planning en uitvoering. Heel anders zijn de uitgangspunten voor het onderhoud van het vastgoed uit de ontwikkelportefeuille. Onderhoudsbeslissingen moeten flexibel zijn en geen langdurige investeringen vereisen die de toekomstige herontwikkeling kunnen belemmeren. Het onderhoud dient kostenefficiënt te zijn, passend bij het tijdelijk gebruik van het vastgoed.
Veiligheid van het gebruik of in stand houden van het vastgoed zal hierbij telkens voorop staan. In het portefeuilleplan vastgoed worden de uitgangspunten voor het verduurzamen en het onderhoud van het vastgoed nader uitgewerkt.
6.6.1 Opwekken duurzame energie op daken De gemeente Heerlen heeft in het kader van duurzaamheid de ambitie om het opwekken van duurzame energie te stimuleren, ook op haar eigen daken. Dit kan door zelf panelen te plaatsen of door daken beschikbaar te stellen aan derden waarbij haar inwoners kunnen participeren. Een voorbeeld hiervan (en de vorm die de voorkeur van de gemeente geniet) is het beschikbaar stellen van gemeentelijke daken aan Heerlense energiecoöperaties. Hiermee wordt lokale opwek gefaciliteerd en wordt participatie en lokaal eigendom in de praktijk toegepast. De opbrengsten van
55
deze panelen worden op coöperatieve wijze gebruikt ten bate van de leden van de desbetreffende energiecoöperatie. Vanwege de coöperatieve aard hanteert de gemeente voor het beschikbaar stellen van daken voor deze partijen de volgende uitgangspunten. Zo zal er in beginsel geen financiële vergoeding gevraagd worden voor het dak gedurende de volledige periode. De gemeente behoudt zich het recht voor om gemotiveerd af te wijken van dit uitgangspunt. Gemeentelijke daken worden beschikbaar gesteld voor een periode van 25 jaar, tenzij anders overeengekomen met de energiecoöperatie. Mocht de gemeente verplicht worden zelf zonnepanelen te plaatsen op een dak wat al door een energiecoöperatie vol gelegd is met zonnepanelen, dan zal de gemeente tegen een redelijke vergoeding de panelen te allen tijde over kunnen nemen. Voor het onderhoud van het dak worden afspraken met de coöperatie gemaakt zodat de gemeente niet voor extra kosten komt te staan.
6.7 Informatievoorziening De gekozen aanpak voor planontwikkeling en het inzetten van vastgoed is nauw verbonden met zowel de maatschappelijke doelen als de financiën van de gemeente. Projecten lopen vaak over meerdere jaren, variëren in complexiteit en kunnen aanzienlijke investeringen met zich meebrengen, wat risico’s met zich meebrengt. Daarom is het cruciaal om voortdurend toezicht te houden en, waar nodig, bij te sturen om de voortgang en resultaten te waarborgen. Een effectief financieel beheer steunt op het naleven van de afgesproken kaders en spelregels, gecombineerd met een sterke planning- en controlcyclus. Een groot deel van de financiële kaders is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), dat voor alle gemeenten geldt. Deze regels zijn van toepassing op alle financiële geldstromen binnen de integrale financiële businesscase. De gemeente Heerlen volgt deze regels nauwgezet en vult ze, waar nodig, verder in via de financiële verordening. Het college informeert de raad over de voortgang van het GrVg-beleid via de Planning & Control (P&C)-cyclus. Dit gebeurt door middel van de paragraaf grondbeleid in zowel de begroting als de jaarrekening. In de jaarrekening worden de financiële uitgangspunten toegelicht die gelden bij de actualisatie van de grondexploitaties en bij de vaststelling van het resultaat.
Daarnaast biedt de paragraaf grondbeleid in de programmabegroting en het jaarverslag ruimte om eventuele wijzigingen in wet- en regelgeving, evenals veranderingen in inhoudelijke, juridische en financiële kaders, op te nemen. Door deze aanpassingen in een addendum bij de nota op te nemen, kan het GrVg-beleid voor een langere periode actueel blijven. Verdeling verantwoordelijkheden Raad en College. De gemeenteraad stelt de kaders vast en houdt toezicht op de naleving daarvan. Het college voert het dagelijks bestuur en is verantwoordelijk voor het behalen van de gestelde doelen binnen de vastgestelde kaders. Het ambtelijk apparaat voert de beleidsuitvoering uit op basis van goedgekeurde plannen, exploitaties of projectdocumenten. De specifieke rolverdeling tussen college en raad wordt in de bijgevoegde tabel nader toegelicht. Gemeenteraad Grondbeleid
• • •
Aankoop van grond
• • •
Verkoop van grond
• •
College van B&W
Stelt Nota Grondbeleid vast Houdt toezicht op de uitvoering van het grondbeleid Stelt begroting, jaarrekening en MPG vast
• •
Stelt grondexploitaties vast waarmee verwervingsbudgetten beschikbaar gesteld Neemt besluiten tot onteigening en tot aanwijzing voorkeursrecht Stelt kaders en jaarlijks budget vast voor strategische aankopen en keurt (achteraf) strategische aankopen goed Stelt het grondprijsbeleid vast Reageert waar nodig met wensen en bedenkingen conform de Gemeentewet
• • •
• • • •
Voert Nota Grondbeleid uit Legt verantwoording af over het gevoerde grondbeleid in de paragraaf grondbeleid bij begroting en jaarrekening en in het Meerjarenprogramma grondexploitaties (MPG) Koopt gronden en gebouwen aan binnen beschikbaar gestelde budgetten Doet strategische aankopen van gronden en vastgoed (voorbereiden en effectueren) Informeert de gemeenteraad over het resultaat (zo nodig via optie van wensen en bedenkingen) Regelt de verkoop van gronden en gebouwen Stelt de grondprijzenbrief vast Stelt de algemene verkoopvoorwaarden vast Informeert de gemeenteraad over het resultaat (zo nodig via optie van wensen en bedenkingen)
56
Kostenverhaal
Stelt de uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie m.b.t. kostenverhaal vast • Formuleert wensen en bedenkingen bij voorgestelde anterieure overeenkomsten met substantiële impact • Draagt zorg voor het vaststellen en afsluiten Grondgrondexploitaties exploitatie • Stelt tussentijdse wijzigingen vast • Bepaalt de resultaatbestemming bij de verplichte tussentijdse winstneming • Besluit over de jaarlijkse kredietverlening voor de uitgaven in de grondexploitatie (verwerving, BRM, WRM en planontwikkelingskosten). De herziene of geactualiseerde grondexploitatie is hierbij de basis • Stelt Omgevingsvisie, omgevingsplan, Programma gebiedsvisies en sectorale beleidskaders vast en kwaliteit • Geeft bindend advies over door de gemeenteraad aangewezen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA). Tabel 3: Schema rolverdeling raad en college •
• •
Stelt nota kostenverhaal vast Sluit intentie, anterieure en posterieure overeenkomsten en brengt kostenverhaalsbijdragen in rekening
• •
Bereidt nieuwe grondexploitaties voor Zorgt voor het opstellen en actualiseren van grondexploitaties Rapporteert over tussentijdse wijzigingen
•
• •
Bereidt omgevingsplanwijziging, BOPA en beleidsnotities voor Toetst van plannen aan beleid en wetgeving
Kader 6.1: Het college verwerft planeigen, anticiperende en strategische aankopen van locaties binnen het door de raad beschikbaar gestelde investeringsplafond. Kader 6.2: Het college stelt de inhoudelijke kaders voor het verwerven van planeigen, anticiperende en strategische aankopen van locaties vast. Kader 6.3: Locaties worden zoveel mogelijk minnelijk aangekocht tegen marktconforme prijzen en voorwaarden. Daarvoor wordt een grondaankoop onderbouwd met een onafhankelijke taxatie van tenminste één onafhankelijke deskundige. Indien een minnelijke aankoop niet lukt, dan maken we een heroverweging van onze ontwikkel- en samenwerkingsstrategie. We sluiten daarbij de route van onteigening niet uit. Kader 6.4: We leggen een grondexploitatiebegroting bij eerstvolgende mogelijkheid ter besluitvorming voor aan de raad als deze voldoet aan de vier cumulatieve voorwaarden. Kader 6.5: Privaatrechtelijk kostenverhaal via (anterieure) overeenkomst heeft voorkeur boven het publiekrechtelijk kostenverhaal. Kader 6.6: Een locatie die we zelf als gemeente in bezit hebben verkopen we pas als duidelijk is geworden dat we die locatie niet, al dan niet na transformatie, zelf nodig hebben of dat we de locatie niet onderdeel willen laten zijn van een (toekomstige) gebiedsontwikkeling.
Kader 6.7: Voor het gebruik van gemeentelijk vastgoed dat duurzaam geëxploiteerd wordt, hanteren we de uitgangspunten: • • •
•
De financiering van schoolgebouwen verloopt via het gemeentefonds Partijen die een economische activiteit uitvoeren huren tegen een marktconform tarief Verhuur aan partijen die activiteiten uitvoeren met een groot maatschappelijk belang, vindt plaats tegen tenminste kostendekkende tarieven, of tegen markthuur indien die lager is dan de kostendekkende huur. Partijen die de huur niet kunnen opbrengen kunnen een beroep doen op subsidie. De afweging of die subsidie verstrekt wordt is een aangelegenheid van de betreffende beleidssector of programma.
57
58