CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

beantwoording technische vragen begroting 2026

Raadsvergadering 5 november 2025, gemeente HeerlenBij agendapunt: Vaststellen begroting 202610.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

151 tm 157

33.Waar bestaat het aanvullend investeringskrediet voor de Royal uit?

Autonome kostenstijging.

209 tm 241

34.Wat is de actuele schuldquote van Heerlen t.o.v. de landelijke norm (in % van baten)?

De schuldquote is 94,4% en de VNG geeft aan boven een resultaat van 90% is voorzichtigheid geboden.

209 tm 241

35.Is de meerjarenraming doorgerekend met reële inflatie- en loonstijgingsverwachtingen (bijv. 3%)?

209 tm 241

36.Wat is het verwachte effect van renteherzieningen op langlopende leningen in 2026–2029?

Conform paragraaf 4.1 (pagina 211) zijn de meerjarenramingen doorgerekend op basis van de actuele IMOC-percentages uit de meicirculaire. De materiële budgetten zijn daarbij cumulatief geïndexeerd met 2,1% voor de lasten en 2,6% voor de baten (bron: CPI CBS/CEP 2022). Voor het sociaal domein is uitgegaan van de OVA/PPC-systematiek, met een geraamde stijging van 4,03% in 2026. Voor de loonsomcomponent is eveneens het IMOCpercentage van 2,1% toegepast. Wij hebben in deze periode geen renteherzieningen. Renteherziening betekent dat wij een nieuw rentepercentage moeten afsluiten op reeds aangetrokken leningen. Dus m.a.w. een rentewijziging heeft alleen effect op de nieuw aan te trekken financiering op de huidige financiering heeft dit geen effect.

OPH

Partij vraag

Antwoord

1) De informatie mbt het Ravijnjaar op blz 7is nogal vaag. Nu is de informatie vanuit Den Haag ook niet geheel duidelijk, om het nog maar mild te formuleren, maar wat zijn de concrete gevolgen voor deze begroting cq tot welke aanpassingen en veronderstellingen/uitgangspunten heef dit geleid?

Het ravijnjaar wordt in de Begroting (blz. 7 en blz. 123 e.v.) uiteengezet. Het ravijnjaar vindt zijn oorsprong in het coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV (2021), waarin vanaf 2026 een nieuwe financieringsystematiek werd voorzien. De koppeling met de rijksuitgaven verviel. Het begrip verwijst naar de structurele terugval van rijksmiddelen in het gemeentefonds vanaf dat moment. Oorspronkelijk werd 2026 als omslagpunt gezien, met een landelijk tekort van ruim € 3 mld. Inmiddels is dit moment deels opgeschoven naar 2028 en verder, doordat het Rijk tot en met 2027 tijdelijke extra middelen beschikbaar stelt (onder andere in de meicirculaire 2025). De begroting benadrukt dat dit slechts een incidentele effect betreft. Vanaf 2028 vervallen de extra middelen en wordt verwacht dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd het gewenste effect hebben. De VNG en de commissie Van Ark hebben echter aangegeven dat de financiële verwachtingen van het Rijk te optimistisch zijn, mede door het ontbreken van structurele indexaties en onzekerheid over de daadwerkelijke besparingen. Voor Heerlen betekent dit dat het ravijnjaar geen eenduidig financieel moment is, maar een paraplubegrip dat verschillende landelijke ontwikkelingen omvat die gezamenlijk druk uitoefenen op de gemeentelijke begroting.

De effecten verschillen per gemeente en hangen af van factoren zoals het verdeelmodel van het gemeentefonds, demografische ontwikkelingen binnen het sociaal domein, de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd, de indexering van de Wmo, de overheveling van specifieke uitkeringen en lokale inkomstenontwikkelingen.

2) Waarom ontbreken op blz 9 de extra bedragen mbt de Royal en het Romeins museum en de reserve reeds genomen besluiten in het overzicht mbt de investeringskredieten?Deze bedragen komen ook niet overeen met de bedragen in de lijst met investeringen op blz 224-225 (behalve voor de aanpak Hoensbroek centrum. Daar komen de bedragen van per saldo 4mln euro wel overeen)

De bedragen met betrekking tot de Royal, het Romeins Museum en de reserve “reeds genomen besluiten” zijn niet opgenomen in de tabel op pagina 9, omdat het hierbij niet gaat om nieuwe investeringskredieten. Het betreft uitbreidingen van reeds eerder door de raad vastgestelde kredieten. Omdat deze uitbreidingen hoger zijn dan de gebruikelijke bijstellingen van investeringen, is onder de tabel wel een tekstuele toelichting opgenomen. De totale bedragen van de beschikbare investeringskredieten, inclusief deze uitbreidingen, zijn opgenomen in de volledige investeringslijst op pagina 224 en 225 van de begroting. Deze lijst geeft het actuele totaaloverzicht van de kredieten per project.

3) Op blz 139 staat bij de berekening van het weerstandsvermogen de Alg reserve op zijn 31-12-2026! Toch?

01-01-2026; dit moet m.i.

4) De post Niet uit de balans blijkende verplichtingen die vorig jaar plots in de berekening kwam opduiken wordt verder totaal niet toegelicht, terwijl het toch om 3,3 miljoen euro gaat. Waar moeten wij aan denken cq kunt u deze specificeren?

In eerdere jaren werd bij de berekening van het weerstandsvermogen uitgegaan van de stand van de algemene reserve per 31 december. Naar aanleiding van een verzoek van de toezichthouder wordt sinds dit jaar uitgegaan van de stand per 1 januari van het begrotingsjaar. Dit zorgt voor een uniforme en beter vergelijkbare berekeningswijze binnen het financieel toezichtskader. De post “Niet uit de balans blijkende verplichtingen” betreft raadsbesluiten waarvoor dekking is voorzien uit de algemene reserve, maar waarvoor geen afzonderlijke reserve of investeringskrediet is aangewend. Het gaat hierbij dus om verplichtingen die nog niet in de balans zijn verwerkt, maar waarvoor wel bestuurlijke besluiten zijn genomen. Concreet betreft dit de volgende posten (tezamen circa € 3,3 miljoen): Samen maken we de stad 156K Energie Matrix 2.145K Duurzaamheid 1.050K

Partij vraag

Antwoord

5) Wat betreft de berekening van het weerstandsvermogen op blz 139 lijkt het willekeur troef. In tegenstelling tot voorgaande Zie antwoord bij vraag 3: op basis van verzoek toezichthouder. jaren wordt nu opeens de post Onvoorzien opgevoerd, terwijl de posten Algemene reserve grondbedrijf en Bestemmingsreserve ter dekking risico’s grondexploitatie niet meer opgevoerd worden. Wat is hier de reden voor? Dit soort methodologische veranderingen dienen toch benoemd en gemotiveerd te worden. Toch? 6) Wat betreft het Grondbeleid mis ik de teksten op blz 206 mbt Het weerstandsvermogen en risico’s en de Algemene reserve Zie beantwoording vraag 3 OPH inzake weerstandsvermogen. grondbedrijf. Deze ontbreken i.t.t. voorgaande jaren totaal. Graag toelichting hierop. Nu las ik vorig jaar (blz 215) dat er een nieuwe nota Grondbeleid in de maak was en ik lees in de huidige begroting 2026 dan ook In de vastgestelde nota grondbeleid wordt gesteld dat onderdelen verder beleidsmatig dat ons beleid nu meer strategisch is, maar wat de financiele consequenties daarvan zijn, ontbreekt. Bijvoorbeeld voor de uitgewerkt moeten worden. Procesmatig zijn wij dit nu vorm aan het geven. algemene reserve grondbedrijf en de risico’s (zie vorige vraag). Graag toelichting.

7) Ook mis ik in het overzicht van investeringen op blz 224-225 de enorme bedragen die inmiddels geinvesteerd zijn in de ooruitlopende op een nog op te stellen grondexploitatie heeft de raad een verwerving van grondposities op de Promenade ivm een eventuele vestiging van Zuyd Hogeschool, toch zo’n 32 miljoen euro aan verwervingskrediet beschikbaar gesteld van € 22 miljoen. Daarvan is € 18,7 miljoen investeringskredieten . Zeker ook bij de risico’s. Deze paragraaf is sowieso nogal kort (blz 141 ev). Los van het feit dat de precieze uitgegeven voor aankopen. Stelselwijziging heeft betrekking op investeringen in de berekening om strategische redenen achterwege dient te blijven. Dat begrijp ik. Of gaat het om de genoemde stelselwijziging op openbare ruimte met maatschappelijk nut van vastgestelde grondexploitaties. Dat is hier blz 204 of om de motivatie in de eerste regels van blz 231? Graag toelichting. nu niet aan de orde. 8) Op blz 211 is een zin opgenomen die mij ontgaat: “ In onze begroting is een incidentele post opgenomen voor de exces in autonome ontwikkelingen van €1,5 mln.” Graag uitleg en toelichting.

De genoemde post van € 1,5 miljoen betreft een incidentele voorziening voor zogenoemde autonome ontwikkelingen. Dit zijn ontwikkelingen waarvan bekend is dat zij zich zullen voordoen, maar waarvan de financiële impact op dit moment nog niet exact kan worden bepaald. Deze post verschilt van de reguliere post onvoorzien, die bedoeld is voor uitgaven die zowel inhoudelijk als financieel nog volledig onbekend zijn. Bij de autonome ontwikkelingen gaat het om onderwerpen waarvan de noodzaak of besluitvorming reeds vaststaat, maar waarvan de kostenraming nog niet kan worden vastgesteld. Het betreft onder meer: bijdrage aan de Alliantie Heerlen-Noord; noodlokalen onderwijshuisvesting; bijdrage aan lokale omroepen; indexatie contract Maankwartier; kosten Mijnwater bij gemeentelijke panden (huurderscompensatie); hogere bijdrage aan Bureau Nederlandse Databank (voorheen VSV); bijstelling leerlingenvervoer (indexering nog niet bekend); areaaluitbreiding; BMV Heerlerbaan – batterij stroomvoorziening (huurverplichting 10 jaar); kosten financieel en sociaal systeem; verplichte verzekering raadsleden inzake arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden; huur Parallelweg (fietsenstalling); programma Kansrijk van Start (loopt tot en met 2026, mogelijk verlenging); indexering meerjarig Sociaal Domein (raming 3,6%); uitstel hervorming Beschermd Wonen (nieuw verdeelmodel); maatschappelijke opvang

(ontwikkeling opvangcapaciteit). De reservering van € 1,5 miljoen fungeert daarmee als buffer om deze te verwachten, maar nog niet exact te kwantificeren lasten op te kunnen vangen binnen de meerjarenraming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=d6e03856-96a8-470d-91c7-9e0872920772