CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

beantwoording technische vragen begroting 2026

Raadsvergadering 5 november 2025, gemeente HeerlenBij agendapunt: Vaststellen begroting 202610.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Partij vraag

Antwoord

pagina 88

integraal ouderenbeleid: In 2026 baten 342.000; waarom zijn na 2026 de baten 0 ?

De Brede SPUK (GALA) eindigt na 2026. Vandaar dat de baten na 2026 0 zijn. Er vinden momenteel gesprekken plaats tussen de VNG en VWS over de financiering vanaf 2027.

83

Arbeidsmarktbeleid

Dit betreft incidente inkomsten vanuit de regiodeal voor regionale werkhubs, er is een foutieve tabel opgenomen: Wij hebben € 810.000 in 2025 en 2026 ontvangen in 2027 ontvangen wij niets en de resterende 10% ontvangen wij bij de subsidievaststelling in 2028

SP

Baten 2025: 811.000 | in 2026: 1.000 in 2027: 181.000 in 2028: 1.000 Waardoor deze verschillen?

54

onderwijs: ondanks alle inspanningen neemt het verzuim in het onderwijs toe, hoe kan dit?

Het verzuim stijgt omdat de oorzaken dieper en diffuser zijn geworden. •Complexere problematiek bij jongeren (In Heerlen en Parkstad). Veel gezinnen kampen met armoede, stress of schulden, wat effect kan hebben op schooldeelname. Heerlen behoort tot een regio met relatief veel armoede, meer éénoudergezinnen en meer jongeren met multiproblematiek. Dat verhoogt het risico op verzuim. •Binnen het onderwijs zijn wachtlijsten, waardoor de vraag naar jeugdhulp groter wordt. •Binnen specifieke vormen van jeugdhulp zoals GGZ zorg zijn er (lange) wachtlijsten, wat bijdraagt aan langer verzuim. •Er is meer zorgverzuim (geoorloofd) dan spijbelverzuim (ongeoorloofd). •Nasleep van de coronaperiode. Veel leerlingen zijn motivatie en sociale binding kwijtgeraakt. Structurele achterstand maakt het moeilijker terug te keren. •Toenemende druk en prestatienormen zorgen vooral in examenklassen en MBOopleidingen tot overbelasting en schooluitval. Bureau Leren en Doorstromen Parkstad (BLD) is intensief bezig met voorkomen van schooluitval en is aanwezig op alle scholen in Heerlen. Door zaken snel en in een vroeg stadium op te pakken, dragen ze bij aan het voorkomen van zwaardere problematiek. Een preventieve aanpak loont. BLD voert de leerplichtwet en doorstroomtaken uit voor de Parkstadgemeenten. Ze passen een integrale aanpak toe en werken voor alle jongeren van 4 tot 23 jaar.

Partij

94

vraag

Antwoord

de pilot grondstoffentas is vanwege "ongunstige marktomstandigheden" gestopt. Graag een concrete toelichting op deze marktomstandigheden en hoe deze de pilot in de weg staan

De belangrijkste oorzaken voor het stopzetten van de pilot zijn: 1.Marktontwikkelingen kunststofrecycling De kunststofrecyclingmarkt staat momenteel zwaar onder druk door de concurrentie van goedkoop fossiel plastic. De afzetkosten van met name harde kunststoffen zijn in de loop van 2025 verder gestegen. Primaire kunststoffen blijven hierdoor financieel voordeliger dan gerecyclede kunststoffen, wat de afzetmogelijkheden van ingezameld materiaal sterk belemmert. 2.Onzekerheid rondom fysieke belasting en arbeidsmarkt Het is onduidelijk welke gevolgen de nieuwe Leidraad Fysieke Belasting zal hebben voor handmatige inzamelactiviteiten en daarmee voor de toekomstige inzetbaarheid van personeel voor de inzameling van de grondstoffentas. Samen met Rd4 zullen wij de marktontwikkelingen medio 2026 opnieuw bekijken zoals ook opgenomen in de raadsinformatiebrief van 12 februari 2025 (evaluatie pilot grondstoffentas (toezegging 3504) en zoals reeds met u is gecommuniceerd tijdens de commissie ruimtelijke ontwikkeling en leefomgeving d.d. 11 juni 2025.

45

Wanneer verwcht het college het handbvvoek openbare ruimte gereed te hebben?

25

Graag toelichting waarom ervoor is gekozen om de reserve voor scoutingsaccommodaties te laten vervallen. Betekent dit dat het Dit investeringskrediet voor de huisvestingsvraag van scouting is in een eerdere gereserveerde bedrag voor de scouting ten behoeve van nieuwbouw in Vrieheide is ‘verdwenen’? begroting (2025) komen te vervallen. Er wordt de komende periode onderzocht of de betreffende scouting samen met andere partijen naar de locatie Varenbeuk kan verhuizen. Of, en zo ja, welke investering hiervoor nodig is gaan we nog onderzoeken. Het bedrag van € 39.000 is bedoeld voor eventuele sloop van het huidige gebouw. Indien nodig kan dit bedrag uit de exploitatie worden gedekt.

215

Op pagina 215 staat een tabel bij het hoofdstuk Ontwikkelingen. Onder “6 ombuigingen” staat daar een aantal regels inclusief bedragen benoemd. Deze worden op de voorgaande pagina 214 slechts benoemd, maar niet verder toegelicht. Of een verdere toelichting of uitleg elders in de begroting terug te vinden is, is voor ons niet of nauwelijks navolgbaar. Daardoor is het voor ons ook niet navolgbaar of de genoemde regels uitsluitend een financiële afroming van overschotten en/of een verhoging van inkomsten betreffen, dan wel dat deze ook een inhoudelijke impact hebben, een inhoudelijke bezuiniging betekenen, en wat de motivatie en de gevolgen daarvan zijn. Graag per onderdeel alsnog een inzichtelijke toelichting op basis van de in de vorige alinea omschreven vragen. Hetzelfde ook voor de regels onder 7-intensiveringen

in 2e kwartaal 2026 zal het handboek openbare ruimte gereed zijn

Ombuigingen en herprioriteringen (zie bijlage 1)

Partij vraag

Antwoord

119

Graag een nadere toelichting van de tekst onderaan p 119: “In deze begroting wordt een gedeelte van deze besparing gebruikt om Door de implemtatie van de Wbmgp verwachten we een afname van het aantal 10 fte aan aanvullende uitvoeringscapaciteit in te zetten ten behoeve van vergunningverlening”. Waar vinden we de financiële bijstandsaanvragen vanuit de betreffende wijken. Daarmee treedt een besparing op die vertaling hiervan aan zowel de baten- als de lastenkant? z'n weerslag kent op verschillende soorten uitkeringen en financiële ondersteuningen: o.a. bijstand, Jeugdzorg, Wmo, preventieve hulp,veiligheidskosten en onderwijs/leerachterstanden. Het is complex om in de begroting de besparing op al deze posten afzonderlijk in te boeken. Omdat de bijstandsuitkeringen het direct merkbare effect gaan tonen, hebben we ervoor gekozen om in de begroting de besparing op te nemen onder de vlag van de BUIG-gelden (bijstanduitkeringen). Het aantal van 200 personen per jaar betreft een voorzichtige inschatting; op basis van statistische gegevens kan de invoering van de Parkstadwet in de betreffende wijken een reductie van circa 340 bijstandsgerechtigde personen opleveren, zoals onderbouwd in de unaniem aangenomen aanvraag van de Wbmpgp tijdens de raadsvergadering van 24 september 2024.

Ook wat betreft het cumulatief effect is er behoudend geraamd: op basis van statische gegevens zou er uit kunnen worden gegaan van 340 minder bijstandsgerechtigde personen per jaar. Daarmee zou de instroom in jaar 2 niet 400, maar zelfs 680 personen bedragen etc. Omdat we niet vooruit willen lopen op ontwikkelingen mbt de uitkeringen, is ook op dit vlak behoudend geprognotiseerd.

127

Kunt u een nadere inhoudelijke en financiële duiding geven van de vrijwel tekstloze pagina 127 “overzicht overhead”

De tekst op pagina 127 “Overzicht overhead” vormt de verplichte BBV-verantwoording van de totale apparaatskosten die niet direct aan een programma zijn toe te rekenen, maar die samenhangen met de bedrijfsvoering en interne ondersteuning van de organisatie. Deze pagina is beknopt vormgegeven omdat de inhoudelijke toelichting reeds is opgenomen in paragraaf 3.5 Bedrijfsvoering (pagina 157 e.v.) en in het programma 0 – Bestuur en Ondersteuning. Inhoudelijk betreft de overhead de kosten van centrale stafeenheden, M&O, ICT, financiën, juridische zaken, communicatie, huisvesting, bestuursondersteuning en overige bedrijfsvoeringsfuncties. Deze lasten zijn niet beleidsmatig van aard, maar dienen ter ondersteuning van de uitvoering van de gemeentelijke taken.

JP 1. Vragen met betrekkening tot uitvoeringskracht – bestuur en ondersteuning:Tijdens de kadernota behandeling hebben wij een inzicht gekregen in de wijze waarop het college de voorgenomen ombuigingen ging aanvliegen. Een fors aandeel van de gewenste ombuigingen betrof besparingen op externe inhuur en personeel. In totaal betreft het jaarlijks circa 10 miljoen. De hoeveelheid inzet van personeel hangt ook nauw samen met de mate van ambtities, projecten en opdrachten die er uitgevoerd moeten worden. Er werd in de kadernota gesproken over een beleidsluwe periode. Daarom stellen wij onderstaande vragen: a) Kunt u inzichtelijk maken welke ombuigingen u verwerkt heeft in de begroting. En kunt u dan ook per ombuiging inzichtelijk maken of en welk personele capaciteit met de beleids/financiële ombuiging gemoeid gaat? En hoeveel FTE dit dan in totaal zijn?

In hoofdstuk 4.2 van de programmabegroting, pagina 213 tot en met 215, zijn alle relevante ontwikkelingen opgenomen, waaronder de bezuinigingen en overige ombuigingen. Deze bezuinigingen zijn integraal verwerkt in de begrotingscijfers per programma. Aan de afzonderlijke beleids- en financiële ombuigingen zijn geen specifieke FTEreducties gekoppeld. Dit hangt samen met het feit dat in de begroting 2025 reeds een structurele taakstelling van € 5 miljoen op de organisatie is ingeboekt. Deze taakstelling gaat uit van een totale reductie van circa 100 FTE, die organisatiebreed wordt gerealiseerd.

b) Kunt u ook inzichtelijk maken welke beleidsmatige ambities en of projecten u in de tijd doorgeschoven heeft ten opzichte van de initiële planning (niet op programmabegroting maar op niveau van impact >€500.000 investering)

Zie bijlage 5

Partij vraag

Antwoord

127

c) In de begroting is er een forse afname van overhead te bespeuren (Pagina 127). Kun u een prognose van formatie en bezetting in FTE in de jaren 2026-2027-2028-2029 maken die ook verband houdt met de door u voorgestelde begroting?

De afname van de overhead in de begroting 2026 vloeit hoofdzakelijk voort uit de eerder in de begroting 2025 opgenomen structurele bezuiniging van € 5 miljoen op de personele organisatiekosten.

127

d) Kunt u de prognose ook op dezelfde wijze inzichtelijk maken zoals u op pagina 28 en 29 de KPI’s heeft ingericht?

De op pagina 28 en 29 opgenomen beleidsindicatoren hebben betrekking op meetbare maatschappelijke effecten binnen de programma’s en worden periodiek op basis van gerealiseerde prestaties geactualiseerd. Deze indicatoren dienen als beleidsmatig sturingen verantwoordingsinstrument. De prognose op pagina 127 (“Overzicht overhead”) heeft daarentegen een financieel karakter en betreft de raming van apparaatslasten in euro’s. Deze gegevens zijn niet opgebouwd uit beleidsindicatoren, maar uit financiële kengetallen die volgen uit de meerjarenraming van loonkosten, huisvesting, ICT en overige bedrijfsvoeringslasten. Daarom is de prognose niet op dezelfde wijze te visualiseren of te interpreteren als de KPI-systematiek op pagina 28 en 29. De weergegeven bedragen vormen geen actief sturingsmechanisme op inhoud, maar geven uitsluitend de financiële omvang van de overhead weer.

127

e) Pagina 225 heeft u voorlopige voorzieningen voor vaststellingsovereenkomsten opgenomen (dwz. ontslagvergoedingen). Hoe verhouden deze middelen zich tot de middelen die u in 2024 en 2025 hiervoor heeft ingezet en zijn de beoogde besparingen op overhead te realiseren met het voorliggend budget?

De op pagina 225 opgenomen post “voorlopige voorzieningen voor vaststellingsovereenkomsten” betreft grotendeels middelen die zijn gereserveerd voor vroegpensioen- en vervroegde uittredingsregelingen en slechts in beperkte mate voor daadwerkelijke vaststellingsovereenkomsten (VSO). De lasten die hieruit voortkomen zijn daarmee in hoofdzaak het gevolg van natuurlijke uitstroom en niet van individuele beëindigingsregelingen. De raming voor 2026 is gebaseerd op de meest actuele personeelsprognose en de inzichten uit lopende trajecten binnen de organisatie. De eerder in 2024 en 2025 ingezette middelen voor vergelijkbare voorzieningen zijn hiermee in lijn; er is sprake van een stabiel uitgavenpatroon zonder structurele stijging. De beoogde besparingen op overhead zijn berekend op basis van deze realisatieprognose en worden geacht haalbaar te zijn binnen het voorliggende budget. Eventuele afwijkingen ten opzichte van de huidige raming worden, conform de reguliere planningen-controlcyclus, gemeld en toegelicht in de Zomernota en de Novembernota.

127

f)

Hoeveel FTE stromen autonoom uit in de begrotingsjaren 2026, 2027, 2028, 2029 als gevolg van pensioen?

2. Tijdens de technische toelichting gaf de ambtelijke organisatie te kennen dat in de voorliggende begroting raadsbesluiten op zijn genomen tot en met juni. Inmiddels hebben er enerzijds enkele opvolgende raadsvergaderingen plaats gevonden en is er middels een bestuurlijke plannen in ieder geval tot en met December bekend welke raadsvoorstellen aan de orde zullen komen. a) Kunt u middels een memo inzichtelijk maken per besloten raadsbesluit na 5 juni hoe deze zich verhouden tot de voorliggende begroting en een overzicht van de impact op het totaal verschaffen?

2026 16,12 FTE, 2027 13,9 FTE, 2028 15,25 FTE 2029 23,93 FTE

De raadsbesluiten met financiële impact tot en met 14 oktober zijn in de voorliggende begroting verwerkt. Het uitgangspunt in het begrotingsproces is echter dat raadsbesluiten tot en met 5 juni worden meegenomen.

Partij

40

40

45

52

vraag

Antwoord

a) Kunt u inzichtelijk maken welke raadsvoorstellen die ook bekend gemaakt zijn in de bestuurlijke planning een financiële impact hebben op de begroting voor de komende jaren en inzichtelijk maken per voorgenomen raadsvoorstel om welke bedragen dit zal handelen? En hoe deze een uitwerking hebben op de begroting?

Deze vraag heeft geen directe betrekking op het voorliggende product, de begroting 2025-2028. Daarnaast zijn niet alle onderwerpen en voorgenomen raadsvoorstellen voor de resterende raadsvergaderingen van dit jaar reeds bekend. Hierdoor is het op dit moment niet mogelijk om een volledig overzicht te geven van de financiële impact van toekomstige voorstellen op de meerjarenbegroting.

3.Vragen met betrekking tot verkeer en vervoer – pagina 40 a) Waarom zijn de baten binnen het programma voor 4 jaar achtereen gelijk op 1.804 duizend? Terwijl u in de legesverordening De baten voor de parkeerbelasting waar u heen refereert zijn opgenomen in programma – parkeerbelastingen bijgaande aanpassingen heeft voorgesteld en deze slecht enkel voor 2026 gelden: 0. Er is dus geen 1 op 1 relatie tussen de door u genoemde 1804 duizend en de genoemde ontwikkelingen in de parkeerverordening. · Het uurtarief voor straat parkeren van 1,50 per uur blijft ongewijzigd. · Het dagtarief voor parkeerplaats Nieuw Eyckholt wordt verhoogd van € 1,50 naar € 3,00. · De overige tarieven blijven conform 2025. · De tarieven voor vergunning parkeren zijn conform CPI index verhoogd met 2,6% en afgerond op 10 cent naar boven. · De kosten van een naheffingsaanslag zijn verhoogd conform het maximaal Rijkstarief naar € 82,00 t.o.v. € 78,80 in 2025. b) Tegen de achtergrond van (forse) herstructurering en nieuwbouw activiteiten in buurten als Versilliënbosch, Meezenbroek, De kosten van herstructurering en de gevolgen daarvan voor het onderhoud zijn niet Centrum Heerlen, Centrum Hoensbroek stijgt de begroting en meerjarenraming wegen,straten en pleinen slechts beperkt. Is meegenomen omdat deze nog niet bekend zijn.

Indien de herstructurering grote binnen deze meerjarenraming ook financiering/cofinanciering van de wegen, straten en pleinen die de komende jaren gevolgen heeft voor de inrichting van de openbare ruimte dienen deze in de financiering meebegroot? En welk aandeel van deze specifieke licht stijgende begroting is een indexering van kosten (materiaal, van de herstructureringsopgave te worden meegenomen. personeelskosten etc.). c) Welk aandeel van deze slecht zeer beperkt stijgende meerjarige begroting wordt geïnvesteerd in het thema wat u als volgt De kosten die gemoeid zijn met het behouden en opheffen van speelvoorzieningen omschrijft Pagina 45: · “Ook maken we werk van fijne speelplekken in de buurten. Kinderen moeten immers een speelplek worden betaald uit het jaarlijkse exploitatiebudget ad. 90k. Verbeteringen worden hebben, waar ze kunnen ravotten en met andere kinderen buiten kunnen spelen. Daarnaast zijn speel-plekken ontmoetingsplekken afgedekt uit het beschikbare vervangingsbudget ad. 116k per jaar. Voor de kosten die in de buurt, waar mensen elkaar tegen komen en een praatje met elkaar maken. “ gemoeid zijn met de herinrichting gaan we op zoek naar financieringsmogelijkheden. Voorstellen voor de herinrichting van speelvoorzieningen zullen zoveel mogelijk gekoppeld worden aan de herinrichting van de openbare ruimte in een gebied.

4. Vragen met betrekking tot kernthema economie: Binnen het kernthema economische promotie valt op dat de geprognotiseerde baten over alle jaren ( tm 2029 gelijk blijven en niet geanticipeerd is op een batenstijging ten opzichte van 2025? Waaruit bestaan deze baten en waarom stijgen deze niet? Pagina 52. 5.Vragen in relatie ten aanzien van onderwijs – onderwijshuisvesting. De ambities voor goede onderwijshuisvesting zijn (terecht) groot en er staan een aantal forse projecten op de agenda die in totaal 75 miljoen euro aan investeringen uitmaken. Deze maken niet alleen een positieve impact voor de betreffende leerlingen maar ook hun omgeving. Ook zijn in deze begroting nog een aantal projecten die omdat er nog geen raadsbesluit onder ligt of omdat ze nog niet “rijp” genoeg zijn niet meegenomen.

Deze baten betreffen de toeristenbelasting. Deze stijgen niet omdat er nog geen afspraken zijn over het tarief vanaf 2027. Zie ook pagina 133 van de begroting.

Partij vraag

Antwoord

a) Klopt het dat we in 3 jaar tijd 8 nieuwe (basis en middelbare scholen bouwen) en 6 scholen renoveren en aanpassen/uitbreiden? En 1 voorbereidingskrediet nemen voor de realisatie van 1 middelbare school? En klopt het dat dit een gezamenlijke investering van ruim 75 miljoen in onderwijshuisvesting betreft?

a)De planning volgens het vastgestelde Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs is dat er in de periode tot 2030 een 8-tal nieuwe basisscholen ge-bouwd worden. Verder worden er 5 scholen gerenoveerd/aangepast in de peri-ode 2026/2027. Tevens zullen 2 basisscholen worden uitgebreid en is budget gereserveerd voor het oplossen van een aantal knelpunten m.b.t. de accom-modaties voor bewegingsonderwijs. Het door de gemeenteraad gevoteerde krediet voor de uitvoering van deze projecten conform het vastgestelde IHP/PO bedraagt ca. € 81 miljoen. Verder zal in deze periode ten aanzien van het voortgezet onderwijs de verduurzaming van het Bernardinuscollege, de uitbreiding van het Sintermeertencollege, de nieuwbouw van het Herlecollege alsmede de nieuw-bouw van het Grotiuscollege /Vrijeschool Parkstad gerealiseerd worden. Op dit moment is ten aanzien van het voortgezet onderwijs uitsluitend voor de uit-breiding van het Sintermeertencollege budget door de gemeenteraad gevo-teerd. De benodigde budgetten voor de overige projecten zullen nog bij de gemeenteraad aangevraagd worden.

b) Zijn ten behoeve van de scholen die vanaf 2026 vervangen, vernieuwd of gebouwd gaan worden de benodigde vergunningen reeds aangevraagd en of afgegeven? Kunt u per project de status van het vergunningsproces inzichtelijk maken? En kunt u de raad voorzien van een inzicht in de tekeningen – impressies van deze scholen? En kunt u inzichtelijk maken per investering welke start bouw/verbouw moment u gepland heeft?

b)De projecten zoals opgenomen in het IHP/PO zitten in de voorbereidende fase. Hetgeen inhoudt dat op dit moment de eerste verkennende gesprekken met de schoolbesturen plaatsvinden en de uitwerking van de onderwijskundige vi-sies. Ook zijn de diverse programma’s van eisen in uitwerking. Na afronding hiervan zullen de ruimtelijke procedures opgestart worden. Aangezien de pro-jecten nog in de voorbereidende en verkennende fase verkeren zijn er nog geen tekeningen en impressies beschikbaar. De daadwerkelijke realisatie van de diverse projecten zal waarschijnlijk eind 2026/begin 2027 starten.

c) Waaruit vloeit de noodzakelijke uitbreiding van Al Whada voort, tegen de achtergrond dat het college in een eerdere fase afwijzend heeft gereageerd op de uitbreidingsvraag van deze school? En kunt u inzichtelijk maken hoeveel kinderen uit de gemeente Heerlen gebruik maken van deze basisschool en een inzicht verschaffen in woonplaatsen van de overige leerlingen van deze school?

c)Conform het door de gemeenteraad vastgestelde Integraal Huisvestingsplan Primair onderwijs 2024-2040 (IHP), is de procedure opgestart om het school-gebouw geschikt te maken voor 300 leerlingen door middel van een permanente uitbreiding die medio 2028 beschikbaar is. Als gevolg van deze permanente uitbreiding zullen de huidige 2 noodlokalen na realisatie worden verwij-derd, omdat het oppervlak van deze noodlokalen deel zal uitmaken van de permanente uitbreiding. Voorts stellen we vast dat een nieuw ruimtekort pas weer aan de orde is op het moment dat er 300 leerlingen of meer in het schoolgebouw (incl. de huidige noodlokalen) gehuisvest dienen te worden.

d) Er wordt alleen binnen het kernthema centrum gesproken over de voorziene nieuwbouw/komst in het centrum van, Grotius, Vrije School Parkstad en Compas. Welke middelen heeft u binnen de genoemde begroting beschikbaar om deze gewenste plannen mogelijk te maken en of de noodzakelijke onderzoeken voor de realisatie te doen? En welke ruimte is er voorzien om binnen de begrotingsjaren tot concretisering van deze ambities over te gaan?

De investeringen voor de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan Voortgezet Onderwijs zijn in het voorliggende boekwerk nog niet volledig opgenomen in de investeringsbegroting. Op dit moment is uitsluitend een voorbereidingskrediet voor het Herlecollege geraamd. Voor de overige scholen is nog geen krediet opgenomen. Zodra er meer duidelijkheid is over de planning, omvang en fasering van deze investeringen, zal het college een uitgewerkt raadsvoorstel voorleggen, inclusief dekking. Het is op dit moment niet wenselijk de begroting reeds volledig vast te zetten, omdat dit de noodzakelijke flexibiliteit in de investeringsruimte zou beperken.

e) Hoe is de formatie van de ambtenaren voor de komende jaren geborgd die invulling moeten geven aan de realisatie van de voorgenoemde plannen? En kunt u aangeven op welke wijze er rekening gehouden is met de plannen?

in de begroting is de formatie van de ambtenaren geborgd. Daarnaast zijn er programmamiddelen voor de inzet van specialistisch advies.

Partij vraag

Antwoord

6.Vragen in relatie ten aanzien van kernthema wonen in relatie tot de geschetste voordelen op de BUIG als gevolg van de Parkstadwet/Rotterdamwet. De raad heeft het verzoek tot het inzetten van de WBMGP, Rotterdamwet-Parkstadwet unaniem gesteund voor de betreffende 19 buurten en diverse straten. De ambitie om minder veerkrachtigen van buiten de regio in de kwetsbare buurten te huisvesten wordt breed gedeeld (ook door de Jongerenpartij Heerlen). De vraag is tegelijkertijd welke realiteitsgehalte de reeds ingerekende financiële voordelen hebben en hoe het college tot de voorliggende aannames/begrotingsvoordelen is gekomen? Het college prognosticeert namelijk een structurele jaarlijkse besparing van in totaal 3,5 miljoen op de BUIG (bijstand waarvan een fors aandeel op grond van de inzet van de Parkstadwet.) En vertaalt dit als volgt op pagina 119-120: •De uitvoering van Grip op Wonen 2.0 vraagt om capaciteit binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. De introductie van de Wbmgp (Parkstadwet) levert “volgens het college” een besparing op omdat het aantal te verlenen uitkeringen naar verwachting daalt. In deze begroting wordt een gedeelte van deze besparing gebruikt om 10 fte aan aanvullende uitvoeringscapaciteit in te zetten ten behoeve van vergunningverlening, pagina 119/120 •Toezicht en handhaving.

Ook worden deze middelen in de periode 2026-2029 ingezet om externe capaciteit bij de woningcorporaties en Politie te bekostigen. a) Welk aantal vermindering van instroom moet het college (in lijn met u prognose) met de inzet van de Parkstadwet realiseren om tot de voorspelde besparing te komen? Maak dit inzichtelijk per begrotingsjaar.

Zie het antwoord op vraag 119

b) Kunt u bevestigen dat een beperking van instroom slechts mogelijk te maken is in 19 van de 52 Heerlense buurten en een 40- Nee, naast de Parkstadwet zijn er binnen Grip op Wonen instrumenten beschikbaar die tal straten/complexen? toegepast worden in de andere wijken. Daarmee wordt ook in deze wijken een beperking van de instroom gerealiseerd. c) Het begrote voordeel is jaarlijks gelijk en is er voor het jaar 2026 volgens ons geen aanloopperiode ingerekend die mogelijk Het begrote voordeel is in alle jaren gelijk omdat de startdatum van uitvoering is nodig is om de organisatie in de uitwerking van de ParkstadWet tot uitvoering te kunnen brengen? Hoe kan het beoogde financiële vastgesteld op 1 januari 2026: het komen tot uitvoering van de wet wordt op dit moment voordeel dan in alle jaren gelijk begroot zijn en hoe lang denkt men nodig te hebben voor de implementatie. ingeregeld zodat op 1 januari kan worden gestart. d) Welke andere factoren zoals, sloop-nieuwbouw van goedkoopste typologie sociale huurwoningen en uitponden van particuliere huurwoningen in de genoemde gebieden kunnen volgens u van invloed zijn op de beperking van instroom naar onze gemeente? En hoe weegt u deze factoren tegen de reeds begrote effecten van de Parkstadwet af?

Naast de Wbmgp zijn er verschillende externe ontwikkelingen die de instroom naar onze gemeente kunnen beïnvloeden, zoals veranderingen in het woningaanbod door herstructurering of transformatie, verschuivingen binnen de particuliere woningmarkt, regionale woningmarktdynamiek en bredere demografische en maatschappelijke trends. Deze factoren vallen buiten de directe invloedssfeer van de Wbmgp en zijn daarom niet meegenomen in de begrote besparing maar kunnen het effect van de Parkstadwet wel versterken of verzwakken en worden daarom afzonderlijk gemonitord binnen het bredere beleidskader (woonpijlers, woonfundament en Grip op Wonen).

e)

De invoering van de Parkstadwet ontslaat de gemeente niet van de wettelijke taakstelling voor huisvesting van statushouders. De taakstelling voor 2025 bedroeg 136 personen (1e helft 73 en 2e helft 63 personen). De formele taakstelling voor 2026 is nog niet bekend maar zal naar verwachting voor de eerste helft 73 personen bedragen. De taakstelling voor de tweede helft 2026 wordt in mei/juni 2026 pas bekendgemaakt. Op basis van de door ons gehanteerde bronnen kan niet met zekerheid worden gezegd of statushouders onderdeel van de instroomcijfers zijn. Wij weten wel of mensen vanuit bekende locaties met grote opvanglocaties (zoals Westerwolde) afkomstig zijn. Uit de door ons gehanteerde cijfers blijkt dat circa een kwart van de instroom uit een dergelijk gemeente afkomstig is.

Ontslaat de invoering van de Parkstadwet ons van de wettelijke taakstelling statushouders?

f) Wat is de jaarlijkse taakstelling statushouders van de gemeente Heerlen in 2025 en 2026? In hoeverre is deze doelgroep onderdeel van de gecommuniceerde cijfers van instroom in de participatiewet van buiten de Parkstad regio? Die u ook als onderlegger voor de aanvraag heeft gebruikt?

g) En welk aandeel van de historische instroom heeft plaats gevonden in de buurten die niet afgeschermd worden door de “Parkstadwet” h) Zijn er daarnaast ook andere beleidsterreinen naast de BUIG waarin u verwacht besparingen te realiseren wanneer u de instroom beperkt (bijv: WMO, Jeugdzorg, kwijtscheldingsbeleid). En heeft u ook hierop geanticipeerd? En zo ja hoe is dit te herleiden binnen de begroting.

Op basis van de ons bekende cijfers bedraagt dit circa 30%. Zie het antwoord op vraag 119.

Partij vraag

Antwoord

i)

Als de beoogde instroombeperking niet wordt gehaald blijft de ingeboekte taakstelling op de BUIG-budgetten staan en zullen wel uitvoeringskosten worden gemaakt.

Welk financieel risico in € loopt de gemeente in 2026 wanneer u de begrote ambities rondom de invoering niet waarmaakt?

7. Gemeentelijk vastgoed a)Kunt u een overzicht (lijst) verschaffen in (leegstaand en of onbenut) gemeentelijk vastgoed/gebouwen en of gronden die u de komende begrotingsjaren voorzien heeft om te verkopen en/of te tenderen en aangeven waar u in de begroting ten aanzien hiervan middelen heeft geraamd.

Alle te verkopen gronden en panden worden in het uitvoeringsprogramma gemeentelijk vastgoed meegenomen. De opbrengst van de verkoop van panden gaat, na aftrek van eventuele boekwaarde, naar het sloopfonds.

8.Kernthema centrum Heerlen U geeft in het raadsvoorstel van de begroting aan dat er forse middelen additioneel nodig zijn voor: •De investeringen, zoals opgenomen in de investeringsplanning 2026-2029 onder paragraaf 4.4; deze omvatten onder andere het verhogen van het krediet voor het Romeins Museum met € 5.000.000 en voor Royal met € 2.350.000, omdat deze bedragen noodzakelijk zijn om de gewenste kwaliteit en ambities te borgen. a) Kunt u nader omschrijven waaruit de bovengenoemde gewenste kwaliteit en ambities uit bestaan? zie het raadsvoorstel uit 2024 115774 Realisatie Het Romeins Museum, Cinema Royal en het Stadsbad voor een uitgebreide beschrijving kwaliteit en ambities en de recente raadsinformatiebrief 500110 Voortgang erfgoedprojecten Het Romeins Museum, RoyalRivoli, Stadsbad voor de voortgang die leidt tot het verhogen van het krediet.

b) Op welke wijze worden middelen blijvend geoormerkt aan 1 project en wordt voorkomen dat middelen tussen diverse projecten doorgeschoven worden?

Voor het realiseren van de projecten, heeft ieder project eigen middelen die besloten zijn door college of raad. We sturen op het geheel van het krediet waarbij kredieten tussen projecten centrum onderling verrekend kunnen worden. Dit maakt het mogelijk om flexibel met het budget om te gaan en zodoende een eventueel aanbestedingsnadeel van het ene project op te vangen met een aanbestedingsvoordeel van een ander project.

c) Het college heeft 1.478 miljoen ter beschikking gesteld als bijdrage om de Universiteit Maastricht naar het centrum te verhuizen. Hoe worden deze middelen ingezet? En vanaf wanneer kunnen wij met zekerheid de Universiteit verwelkomen in de stad.

Het wordt ingezet voor de vestiging van de UM in Heerlen. Allereerst voor tijdelijke huisvesting, en wat overblijft kan straks worden toegevoegd aan de investeringen in de permanente huisvesting.

d) Op pagina 118 ontbreekt het door het college gewenste zwembad in de Kerk, welke ruimte in de (meerjaren) begroting is er nog om het zwembad in de kerk nog te kunnen realiseren? En welke kosten zijn er reeds gemaakt ten aanzien van het zwembad?

Het stadsbad is bij kernthema sport opgenomen op pagina 63. Vanaf 2029 is er ruimte in de begroting vrijgehouden ten behoeve van de kapitaallasten (reeds opgenomen, aanvullend benodigd en aankoop kerk) en aanvullende exploitatielasten voor een tweede zwembad in Heerlen. Die ruimte bedraagt structureel rond de € 1 miljoen. Voor ongeveer € 575.000 is er inmiddels verplicht en/of uitgegeven, met name aan ontwerp- en advieskosten.

e)

Zijn er nog toekomstige middelen begroot voor de eerder succesvol gebleken gevelrenovaties? En waar zijn deze te vinden?

Binnen de begroting van programma centrum, bij het thema openbare ruimte op blz. 117, zijn incidentele middelen gereserveerd voor gevelrenovaties van hoekpanden.

f) Ten aanzien van het Oranje Nassaupark wordt er alleen nog gewag gemaakt van een ontwikkel leidraad van de integrale ontwikkeling, Op pagina 118 ontbreekt de door de raad vastgestelde middelen voor het urban sportpark (skatepark), betekent dit dat de realisatie van dit park vertraagd? En wat is de status hiervan? 9.Vragen Hoensbroek Centrum Ten aanzien van Hoensbroek Centrum geeft u het volgende aan: •We stellen een krediet van in totaal € 5.000.000 beschikbaar voor de intensivering van Hoensbroek Centrum. Dit bedrag bestaat uit € 4.000.000 nieuwe middelen. Voor € 1.000.000 hebben wij uit bestaande investeringskredieten middelen specifiek gereserveerd voor Hoensbroek Centrum.

De middelen voor het Urban Skatepark zijn reeds opgenomen in de begroting 2025.

Partij vraag

Antwoord

a) We zien vervolgens dat deze middelen verdeeld over 4 jaar besteed worden, kunt u nader omschrijven waaruit de voorgestelde bestedingen bestaan?

De middelen worden de komende jaren ingezet voor de uitvoering van de Ontwikkelstrategie Hoensbroek-Centrum. De nadruk ligt op deelprojecten met grote maatschappelijke impact en een vliegwieleffect voor de verdere revitalisatie. Het gaat om: •de herontwikkeling Weustenraedtstraat/Kouverderstraat (initiatief BRIX), •het onderzoek naar het cultuurhuis en de herinrichting van het Gebrookerplein, •de herinrichting van de Markt, en •de ontwikkeling van het voormalig Broeklandterrein Deze projecten worden als kansrijk gezien omdat de benodigde grond grotendeels in eigendom is, betrokken partijen al actief zijn en het publiek tekort beperkt is. De inzet is om binnen twee à drie jaar zichtbare resultaten te realiseren.

b)

Kwetsbaar vastgoed kan onderdeel zijn van de (her)ontwikkeling van een van de deelgebieden. Bij uitvoering van voorbereidende activiteiten (taxaties, onderhandelingen en – waar nodig – strategische aankopen) kan verwerving noodzakelijk of waardevol zijn en kunnen de begrote middelen hiervoor kunnen worden ingezet. Waar mogelijk en daar waar de voorwaarden van andere beschikbare middelen dit toelaten, wordt aansluiting gezocht bij andere beschikbare middelen voor verduurzaming en transformatie, zoals het Volkshuisvestingsfonds.

Heeft u ook middelen begroot ten aanzien van het verwerven van kwetsbaar vastgoed?

PHB 1.Financiële omvang & toewijzing In de begroting is het bedrag van € 5 miljoen voor Hoensbroek opgenomen. Het staat niet als één begrotingspost en is zeer waarschijnlijk het een optelsom van meerdere programma’s/bijlagen. Vraag: Kunt u meer inzicht geven door de pagina's/ programmahoofdstukken benoemen waar deze bedragen in verweven c.q. zichtbaar zijn?

2.Inkomsten en uitgaven Vraag: Welke subsidies van rijk/provincie/EU zijn al zeker en welke zijn onder voorbehoud (bv. BZK-woningbouwimpuls, klimaatgelden)?

Het bedrag van € 5 miljoen is terug te vinden op pagina 113 bij het kernthema Herstructurering. € 4 mln is nieuw krediet en € 1 mln zijn bestaande investeringen binnen Hoensbroek Centrum. De bestaande investeringen maakt onderdeel uit van de investeringskredieten die terug te vinden zijn op pagina 46 bij kernthema Wegen, straten en pleinen en pagina 69 bij kernthema Groen.

Alle inkomsten uit rijks-, provinciale en Europese subsidies die op het moment van vaststelling als zeker kunnen worden beschouwd, zijn opgenomen in de begroting en zichtbaar in de overzichten per programma en kernthema. Subsidies, specifieke uitkeringen (SPUK’s) of rijksbijdragen die nog niet zijn toegezegd of waarvan de toekenning nog onzeker is, worden niet in de begroting verwerkt. Deze middelen worden pas toegevoegd zodra de beschikking of toekenning is ontvangen. Gedurende het begrotingsjaar worden dergelijke nieuwe of gewijzigde subsidiebijdragen verwerkt via de Zomernota of de Novembernota, zodat de raad tussentijds inzicht houdt in de actuele stand van baten en lasten.

3. Wonen en leefomgeving Vraag: Hoe worden middelen voor klimaatadaptatie, vergroening en verduurzaming verdeeld over de stad?

De financiële middelen worden verdeeld naar aanleiding van de noodzaak en de kansen die zich in de gehele stad voordoen, waarbij we zoveel als mogelijk werk met werk maken. Voor meer uitwerking zij bijlage 2

Partij vraag

Antwoord

Vraag: waar zit het verschil mbt de bedragen genoemd in het staatje woonlasten meerpersoonshuishoudens? op blz 109 2025: 1041 euro Op blz 138 2025: 913.90 euro

De bedragen genoemd op bladzijde 109 zijn afkomstig vanuit Coelo welke uitgaan van een standaard systematiek om gemeentes te kunnen vergelijken. Coelo hanteert o.a. een andere manier om de afvalstoffenheffing te berekenen, waardoor onze woonlasten in deze overzichten hoger uitvallen dan daadwerkelijk zo is.

4. Bedrijfsvoering & organisatie Vraag: Hoeveel bedragen de personeelslasten en welke groei/krimp is voorzien in fte’s bij de gemeente Heerlen?

Vraag: Welke efficiencymaatregelen zijn ingeboekt om de kosten van de bedrijfsvoering te beperken?

De totale personeelslasten van de gemeente Heerlen vormen het grootste onderdeel van de apparaatskosten binnen het programma Bestuur en Ondersteuning. Deze bedragen – inclusief salarissen, sociale lasten en overige personele verplichtingen – liggen op een niveau van ruim negenentachtig miljoen euro per jaar en vertonen in de meerjarenraming een lichte daling als gevolg van de structurele taakstelling die sinds 2025 op de organisatie van kracht is. In de paragraaf Bedrijfsvoering (3.5) van de Begroting 2025 zijn diverse efficiencymaatregelen opgenomen die gericht zijn op het beperken van de kosten van de gemeentelijke bedrijfsvoering. Samengevat betreft dit de volgende hoofdlijnen: Procesoptimalisatie en lean-werken: kritische herziening van werkprocessen, vermindering van administratieve lasten en schrappen van niet-noodzakelijke taken. Inzet van kunstmatige intelligentie (AI) en robotisering: toepassing van AI en softwarerobots voor routinematige taken zoals factuurverwerking en verhuizingen, om snelheid en kwaliteit te verhogen en personele capaciteit vrij te maken. Professionalisering van inkoop en contractmanagement: uitvoering van het vernieuwde inkoopbeleid en het MVOI-actieplan, inclusief scherper mandaatbeheer en toetsing van afwijkingen.

Vermindering van eigen beleid en deregulering: meer aansluiting bij landelijk beleid om dubbel werk te voorkomen, beleidslasten te verlagen en administratieve kosten te beperken. Aanpak verzuim en strategische personeelsplanning: verlaging van ziekteverzuim, versterking van vitaliteit en beter gebruik van interne capaciteit in plaats van externe inhuur. Regionale samenwerking: delen van expertise met andere gemeenten om schaalvoordelen en synergie in bedrijfsvoering te bereiken.

5. Cosmetische opmerkingen Onderaan blz 28 en linksboven blz 29 staat 2x dezelfde staatje mbt bezetting per 1000 inwoners.

Dat klopt. Hetzelfde staatje met de bezetting per 1.000 inwoners is zowel onderaan bladzijde 28 als linksboven op bladzijde 29 opgenomen. Dit is per ongeluk gebeurd.

Partij vraag

Antwoord

Tekstueel midden blz 41 zinsnede tot een bepaald “maximum te beperken” dit roept de vraag op wat is dit maximum? Beter zou zijn : tot een minimum

We kunnen de tekst vervangen door “tot een minimum”. Want dat is in feite wat we met onze aanpak willen bereiken. Verduidelijking van de oorspronkelijke tekst: Binnen onze verkeersveiligheidsaanpak volgen we de landelijke aanpak (en ook die van de politie) zoveel mogelijk. Op de 30 km/u wegen achten we een snelheid (V85) van 39 km/u nog acceptabel en op de 50 km/u wegen een snelheid van 59 km/u. De veiligheidsaanpak wordt geprioriteerd op basis van een snelheid die daarboven ligt. We doen dit omdat tijd en middelen schaars zijn en we op deze manier de meest urgente gevallen kunnen aanpakken.

D66 7 tm 23

Blz 73 staatje maat werk wmo : lijn blijft gelijk terwijl er sprake is van afname?

Bij clienten Maatwerk daalt de lijn licht

1.Wat is de omvang van de structurele lasten die na 2027 ongedekt zijn als de rijksbijdragen terugvallen?

Het zogenoemde ravijnjaar vloeit voort uit het coalitieakkoord van kabinet-Rutte IV (2021), waarin vanaf 2026 een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten werd ingevoerd. De koppeling met de rijksuitgaven verviel, waardoor gemeenten vanaf 2026 aanzienlijk minder rijksmiddelen ontvangen. In de meicirculaire 2025 zijn nog incidentele middelen opgenomen tot en met 2027, waardoor de terugval tijdelijk wordt beperkt. Na 2027 vervallen deze middelen, terwijl de structurele lasten – met name binnen het sociaal domein – blijven doorlopen. Volgens de begroting bedraagt het structurele tekort in 2028 circa € 5,0 mln, wat de omvang weergeeft van de structurele lasten die ongedekt blijven zodra de incidentele rijksbijdragen wegvallen. Dit tekort wordt vooral veroorzaakt door: - het beëindigen van de tijdelijke rijkscompensatie na 2027; - beperkte indexering van het gemeentefonds ten opzichte van de loon- en prijsontwikkeling; - onzekerheid over de structurele financiering van jeugdzorg en Wmo; onduidelijkheid over het nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds vanaf 2028. Voor Heerlen is het ravijnjaar geen exact financieel moment, maar een verzamelbegrip voor landelijke ontwikkelingen die de gemeentelijke financiële ruimte beïnvloeden. De uiteindelijke omvang van het tekort hangt af van toekomstige besluiten over het gemeentefonds en de Hervormingsagenda Jeugd.

Samengevat: uitgaande van de huidige raming blijven na 2027 structureel circa € 5 mln aan lasten ongedekt, tenzij het Rijk aanvullende structurele middelen toekent of de kostenontwikkeling binnen het sociaal domein afneemt.

8 tm 23

2.Hoe worden de risico’s van het ‘ravijnjaren’ 2028 en 2029 gekwantificeerd in de risicoparagraaf?

De risicosimulatie is met name voor het begrotingsjaar 2026 . Daarbij is er zeker sprake van incidentele en/of structurele risico's die meerdere begrotingsjaren overstijgen. Met het ravijnjaar is rekening gehouden in de risicosimulatie. De simulatie is sinds jaar en dag vertrouwelijk en kan op verzoek worden ingezien door raadsleden.

Partij vraag

Antwoord

47 tm 52

3.Hoe wordt het succes van de centrumvernieuwing economisch gemeten (toename winkelbezetting, bezoekersaantallen, werkgelegenheid)?

In 2026 versterken we de monitoring van de centrumvernieuwing om beter inzicht te krijgen in de economische effecten en de voortgang van de doelstellingen. We formuleren de centrumdoelstellingen SMART en leiden deze af van de coalitiedoelstellingen. Daarbij benoemen we specifieke kritische succesfactoren, zoals winkelbezetting, bezoekersaantallen en werkgelegenheidsontwikkeling. Voor de meting maken we zoveel mogelijk gebruik van bestaande landelijke en regionale bronnen, waaronder de Monitor Brede Welvaart, CBS StatLine, Locatus, Parkstad in Cijfers, het Woningbehoefteonderzoek van Stec Groep en het dashboard van het Nationaal Programma Heerlen-Noord. Daarnaast benutten we de Heerlen Cultuurmonitor om de vraag- en belevingszijde te volgen, zoals cultuurbezoek, waardering en bekendheid van het aanbod. Door gegevens over passantenstromen, leegstand en cultuurdeelname te combineren, ontstaat een integraal beeld van de ontwikkeling van het centrum en de economische effecten daarvan. We onderzoeken bovendien aanvullende methoden die beter aansluiten bij de integrale aard van de centrumvernieuwing.

48 tm 52

4.Hoe gaat de verwachte economische spin-off van de investering in de Royal en het Romeins Museum gemeten worden?

Het Romeins Museum heeft een grote impact op zowel cultureel als economisch vlak. Het museum belooft het verhaal van Heerlen nationaal en internationaal te verspreiden, hetgeen essentieel is voor de stedelijke ontwikkeling van onze stad en bijdraagt aan de economische groei. De ambitie om van Cinema Royal een ontmoetingsplek te maken met het thema Beeld & Geluid en Presentatie versterkt niet alleen onze culturele positie, maar ook onze sociaal-maatschappelijke en economische positie. We creëren banen en verhogen de levendigheid in onze stad. Zoals bij vraag 3 toegelicht, zetten we in 2026 stappen om de ontwikkelingen beter te monitoren. Daarnaast betrekken we de Heerlen Cultuurmonitor als vraag- en belevingsindicator: hiermee volgen we het bereik en de frequentie van cultuurbezoek in Heerlen, de waardering en bekendheid van het aanbod, en drempels/ toegankelijkheid per doelgroep. Door deze inzichten te koppelen aan de ‘harde’ centrumcijfers krijgen we een completer beeld van de economische spin-off en meer grip op de beoogde effecten.

49 tm 52

5.In hoeverre zijn de budgetten voor arbeidsmarktbeleid binnen dit programma toereikend om uitvoering te geven aan de regionale arbeidsmarktagenda?

Het Kernthema Arbeidsmarktbeleid is boekhoudkundig onderverdeeld in de volgende twee onderdelen: WSW & Beschut Werk en Arbeidsparticipatie. Binnen het onderdeel “arbeidsparticipatie” is onder andere “Regionaal Arbeidsmarktbeleid” opgenomen. Dit zijn middelen die bedoeld zijn voor de Arbeidsmarktregio Zuid-Limburg en zijn in onze Begroting opgenomen, omdat wij centrumgemeente zijn voor deze Arbeidsmarktregio. Voor de Arbeidsmarktregio Zuid-Limburg ontvangt de gemeente Heerlen, als centrumgemeente, de middelen ter uitvoering van de projecten die in de Arbeidsmarktregio geïnitieerd worden. De middelen van de Arbeidsmarktregio ZuidLimburg ontvangen wij onder andere van het Rijk en/of als ESF-subsidie(s). De op te stellen Strategische Meerjarenagenda Arbeidsmarktregio Zuid-Limburg wordt hieruit bekostigd.

53 tm 56

6.Wat verklaart de daling van de lasten tussen 2025 (€25,9 miljoen) en 2026 (€23,6 miljoen)?

Door de jaarlijkse lineaire afschrijvingen dalen de kapitaallasten in de begroting. De afschrijvingslasten van de nieuwe investeringen starten eerst na oplevering van het project.

53 tm 56

7.Hoe wordt de voortgang van de onderwijshuisvestingsopgave bewaakt bij stijgende bouwkosten?

De bouwkostenstijging is een uitdaging in de realisatie van de diverse onderwijsprojecten. Middels de daadwerkelijke inschrijving/aanbesteding van de aannemers zal moeten blijken of de taakstekkende budgetten toereikend zijn. Mocht dit niet het geval zijn dan zal middels andere materialisatie en bezuinigingen getracht worden om de kosten binnen de beschikbare budgetten te houden. Het valt niet uit te sluiten dat een aanvullende financieringsaanvraag bij de gemeenteraad noodzakelijk zal zijn.

Partij vraag

Antwoord

53 tm 56

8.Wordt het beleid voor kansengelijkheid en taalachterstanden structureel gefinancierd na afloop van tijdelijke subsidies?

We vinden de uitvoering van het beleid rond kansengelijkheid en het wegwerken van taalachterstanden zó belangrijk dat we rijksmiddelen gebruiken als die er zijn en op zoek gaan naar andere middelen als die er niet meer zijn. Rijkssubsidies bepalen daarom niet of wij investeren in kansengelijkheid, hoe lastig dat onze begrotingsvoorbereiding ook kan maken. Dit doen we omdat preventie de grootste kans biedt aan kinderen om zich te ontwikkelen tot zelfredzame inwoners. Dat is niet alleen fijn voor de kinderen, maar scheelt op termijn ook in de maatschappelijke kosten. We financieren de uitvoering van dit beleid dus zo structureel mogelijk. Dit doen we met de inzet van het rijksbudget voor onderwijsachterstandenbeleid en de rijksbudgetten binnen het programma Heerlen-Noord. Weliswaar zijn de rijksbudgetten voor het programma Heerlen-Noord gericht op ‘Jonge Kind’ en ‘School en Omgeving’ (nog) geen structurele middelen maar subsidieprogramma’s, maar is dit programma in ieder geval langjarig. Daarnaast wordt vanaf 2026 de tijdelijke financiering van gezinsgericht werken aan taal door SCHUNCK Bibliotheek omgezet in een structurele financiering via het bedrag in de decentralisatie-uitkering voor Wet Zorgplicht Bibliotheken.

59 tm 68

9.Wat is de verdeling tussen gemeentelijke en externe financiering voor de Royal en Romeins Museum?

zie voor een duidelijke uiteenzetting de tabellen in de raadsinformatiebrief 371879 “Voortgang erfgoedprojecten Het Romeins Museum, Royal-Rivoli, Stadsbad” van 24 september 2025. Voor het Romeins Museum is daar sindsdien nog 1,5 miljoen externe dekking van het rijk bijgekomen (Subsidieregeling Instandhouding Monumenten).

59 tm 68

10.Op welke wijze worden maatschappelijke effecten van cultuurdeelname (bezoek, participatie, educatie) gemeten?

We meten de maatschappelijke effecten van cultuurdeelname met de Heerlen Cultuurmonitor: een periodieke, representatieve inwonerspeiling (sinds 2012; meest recent eind 2024) waarmee we trends kunnen volgen. We onderscheiden drie sporen: bezoek (bereik en frequentie, plus belemmeringen zoals financiën en gezondheid), participatie (hoe vaak en in welke setting inwoners zelf creatief actief zijn, inclusief deelname en waardering in de wijk) en educatie (aandacht op school en het effect daarvan op later bezoek en actieve deelname). Zo zien we onder meer hoog bereik bij voorstelligen/instellingen/evenementen. Inwoners die cultuuronderwijs genoten doen vaker mee—zowel passief als actief. De resultaten duiden we met waarderingscijfers (gemiddeld rapportcijfer 7,0), trend- en doelgroepanalyses, zodat beleid gericht kan worden bijgestuurd. Binnenkort ontvangt u een raadsinformatiebrief waarin de resultaten van de recente Cultuurmonitor uitgebreid worden toegelicht.

71 tm 88

11.Hoe wordt het wegvallen van tijdelijke rijksmiddelen (SPUK’s, jeugdzorgcompensatie) na 2027 opgevangen?

Vanaf 2028 wijzigt het financiële beeld voor Jeugd. Uitgangspunt van het Rijk is dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda dan het beoogde effect hebben, verdere versterking van de beheersmaatregelen is voorzien en uitwerking van aanvullende maatregelen. De haalbaarheid hiervan is onzeker. Het Rijk neemt een financieel voorschot op nog te nemen maatregelen door een uitname uit het gemeentefonds voor sturen op trajectduur jeugdzorg en eigen bijdrage jeugdzorg. Beide posten zijn in onze begroting conform de richtlijn van de provincie als financieel toezichthouder budgettair neutraal verwerkt, omdat aannemelijk is dat het realiseren van de uitwerking en wetgeving onder de verantwoordelijkheid van het Rijk valt. In lijn met het begrotingsadvies van de VNG is een stelpost “Deskundigencommissie Van Ark” opgenomen voor de indexatie van de besparingsopgave van de Hervormingsagenda. Het oordeel van de Commissie Van Ark of budget tot en met 2027 en structureel vanaf 2028 toereikend is, is een jaar vervroegd naar 2027.

Partij vraag

Antwoord

71 tm 88

12.Hoe ontwikkelt het aantal cliënten en de gemiddelde kosten per traject zich sinds 2024, en zijn de landelijke kortingen op het Jeugdbudget reeds ingeboekt?

In 2025 zien we vooralsnog bij ambulante jeugdhulp JENS een daling van het aantal cliënten maar dat de gemiddelde kosten per traject niet afnemen. Dit wordt met name veroorzaakt door duurdere zorgtrajecten (GGZ problematiek en één op één begeleiding). Bij jeugdzorg via Inkoop Maastricht zien we vooralsnog een afname van het aantal cliënten en een toename van de gemiddelde kosten per traject. De landelijke korting op het Jeugdbudget in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd is, in lijn met het begrotingsadvies van de Provincie en de VNG, als stelpost in de begroting opgenomen.

71 tm 88

13.Wat is de omvang van de wachtlijsten binnen de jeugdzorg?

Binnen de jeugdzorg bestaan verschillende definities van het begrip ‘wachtlijst’, bijvoorbeeld wachttijd tot intake, start van hulp of vervolgtraject. Dit maakt eenduidige vergelijking lastig. Binnen de Basishulp Jeugd (JENS) worden ambulante hulpvragen in de gebiedsteams doorgaans snel opgepakt; de wachttijd varieert van enkele dagen tot maximaal drie maanden. Voor andere vormen van jeugdhulp kunnen langere wachtlijsten aan de orde zijn met name in de GGZ-zorg.

71 tm 88

14.Hoeveel besparing verwacht de gemeente via preventieve activiteiten van JENS en hoe wordt dit gemeten?

De effecten van preventieve activiteiten zijn lastig te meten. In de halfjaarrapportage 2025 geeft JENS aan dat zonder investeringen in preventie het aantal jeugdigen in zorg met circa 500 zou toenemen. De hiermee verbonden extra kosten worden door JENS geraamd op ongeveer € 2,4 miljoen.

71 tm 88

15.Integraal ouderenbeleid: welke concrete projecten worden in 2026 gefinancierd en zijn deze structureel geborgd gezien de bezuiniging vanaf 2027?

Momenteel voert het huidige college verschillende structureel gesubsidieerde projecten uit via partners als Buurtteams Heerlen, SCHUNCK en het Parkstad Limburg Theater. Hieronder valt ook het gratis bibliotheekabonnement voor 65-plussers en het museumweekend voor 55-plussers. Verder is dit gericht op thema’s zoals vitaliteit, eenzaamheid, leren (w.o. digitalisering) en cultuur. Ook valpreventie (SPUK/GALA) blijft in 2027 onderdeel van het structurele beleid. Verder worden nieuwe initiatieven vanuit het Heerlens Ouderenakkoord zoals de Heerlense Seniorenacademie en de Seniorentelefoon verder uitgerold.

89 tm 105

16.Hoe worden inwoners betrokken bij circulaire initiatieven en energiebesparing (financiële participatie, leningen)?

De gemeente Heerlen wil in 2050 volledig circulair zijn. Dat betekent dat we zuiniger omgaan met grondstoffen, minder afval produceren en materialen hergebruiken. Dit lukt alleen als iedereen meedoet: de gemeente, bedrijven én inwoners. We zijn hier achter de schermen druk mee bezig, onder andere met behulp van een circulaire routekaart die laat zien welke stappen er gezet moeten worden. Om inwoners te betrekken, zetten we in op verschillende manieren. ZIe daarvoor de bijlage 2

89 tm 105

17.Is er inzichtelijke hoeveel procent van de afvalinzameling daadwerkelijk circulair is verwerkt?

In 2023 heeft de gemeente Heerlen deelgenomen aan de Benchmark Huishoudelijk Afval en het recyclepercentage bedraagt 57,8%. Meer informatie over deze cijfers is te vinden op de website van de VANG Recycle Tool. Hier kan ook recyclepercentage van de afzonderlijke materiaalstromen worden bekeken.

89 tm 105

18.Er staat dat er integraal hittebeleid “eind 2026 is vastgesteld”, is dit een ambitie?

Het opstellen van integraal hittebeleid (gebied, gebouw, gedrag) is in lijn met de Nationale Adaptatie Strategie (NAS) die momenteel wordt geactualiseerd én binnen afzienbare tijd wordt vastgesteld. We hebben inzicht in dit toekomstige rijksbeleid, omdat wij als gemeente Heerlen door de VNG zijn geconsulteerd om hierop input te geven. De (toekomstige) Nationale Klimaatadaptatie strategie, bevat naast rijksmaatregelen ook een kader voor gemeentelijke beleid. Hierbij gaat ingezet worden op een integrale aanpak: gebied, gebouw en gedrag. Daarnaast is het integraal hittebeleid voor Heerlen en een hitteplan een resultaat dat is vastgesteld in het programmaplan Duurzaamheid 2024 t/m 2027. Heerlen zal eind 2025 een eerste versie van het integraal hittebeleid en het hitteplan hebben dat ter besluitvorming wordt voorgelegd.

Partij vraag

Antwoord

107 tm 121

19.Welke afspraken bestaan over risicoverdeling tussen gemeente, provincie en marktpartijen?

Een begroting bevat doorgaans vooral financiële ramingen, beleidsdoelen en toelichtingen. Expliciete afspraken over risicoverdeling tussen partijen (gemeente, provincie, markt) staan meestal níet in de begroting zelf, maar in afzonderlijke projectplannen, samenwerkingsovereenkomsten of raadsvoorstellen.

107 tm 121

20.Hoe worden de woondoelen uit de regionale Woonberaad vertaald naar concrete bouwopgaven in 2026?

Het Woonberaad is primair een platform voor dialoog en samenwerking tussen gemeenten, corporaties en marktpartijen. Er worden geen formele woondoelen vastgesteld; in plaats daarvan nemen partijen elkaar mee in elkaars perspectieven en verkennen gezamenlijk wat nodig is om de ambities uit de regionale Woonvisie te realiseren.

121 tm 126

21.Wat is de trend van de OZB-opbrengsten na correctie voor inflatie en waardestijgingen?

De OZB opbrengsten stijgen voor 2026 met 5%. De verwachte inflatiestijging voor 2026 volgens het Centraal Plan Bureau (CPI juni 2025) betreft 2,6%. De concept herwaarderingsgegevens van de BsGW laten voor 2026 een waardestijging zien van 11,4% voor woningen, deze wordt gecorrigeerd in het OZB tarief en heeft geen impact op de opbrengsten.

121 tm 126

22.Hoeveel huishoudens maken gebruik van kwijtschelding lokale lasten en wat is de structurele impact hiervan op inkomsten?

Er maken ongeveer 4.400 huishoudens gebruik van de kwijtschelding op lokale lasten. In de begroting 2026 hebben we hiervoor binnen de producten afval en riool in totaal € 1.660.000 aan kwijtscheldingslasten opgenomen. De kwijtscheldingslasten worden betaald door huishoudens die geen recht hebben op kwijtschelding.

139 tm 149

23.Welke top 5 risico’s dragen het grootste financiële effect en zijn deze structureel of incidenteel?

Ook hier geldt de vertrouwelijkheid van de afzonderlijke posten in de risico simulatie. De verdeling van het totaalbedrag aan risico's per programma is wel openbaar te benoemen: programma Economie € 5,9 miljoen, programma Sociaal domein € 7,9 miljoen, programma VHROSV € 6,3 miljoen, programma Verkeer en Vervoer € 550K, alle programma's overstijgend € 8,2 miljoen.

139 tm 149

24.Hoe wordt rekening gehouden met mogelijke herwaardering van vastgoed of grondposities?

Wij volgen hierin de voorschriften uit de BBV, de bestemming en een taxatie op basis van de toekomstige bestemming bepalen de waarde.

139 tm 149

25.Hoe is het risico op tegenvallende opbrengsten in grondexploitaties gekwantificeerd?

De risico’s zijn opgenomen in de grondexploitaties en zijn daarin defensief begroot, of ze zijn reeds overeengekomen met de contractpartij.

139 tm 149

26.Welke aanvullende beheersmaatregelen worden overwogen bij economische tegenwind (minder grondverkoop, hogere rente)?

Antwoord vraag 26 en 31: De lopende grondexploitaties worden jaarlijks bijgesteld. Indexering van prijzen, rente aanpassingen, budgetten worden vergeleken met de stand van het werk. Grondopbrengsten zijn defensief ingestoken en worden boekhoudkundig niet geindexeerd. In de praktijk lopen we weinig risico in onze grondexploitaties, de grondexploiaties van de bedrijventerreinen zijn eigenlijk stille exploitaties, wachtend op kopers. Verwervingen zijn al gerealiseerd, infrastructuur is in het verleden aangelegd, waardoor veel risico’s gemarginaliseerd zijn.

Partij

151 tm 157

vraag

Antwoord

27. Hoe ontwikkelt de personeelsformatie zich naar verwachting in 2026 in FTE t.o.v. 2025?

De ontwikkeling van de personeelsformatie wordt niet als afzonderlijk sturingsinstrument gehanteerd. Binnen de gemeente Heerlen wordt primair gestuurd op personeelskosten, niet op het aantal FTE’s. Het aantal FTE’s kan daardoor in een bepaald jaar licht toenemen terwijl de totale personeelslasten dalen, bijvoorbeeld door verschuivingen in functieniveaus, vervanging van externe inhuur door interne capaciteit of het beëindigen van tijdelijke projecten. Voor 2026 wordt in vergelijking met 2025 een lichte daling van de personele lasten voorzien als gevolg van de structurele taakstelling van € 5 miljoen op de organisatie. De exacte formatie-omvang in FTE’s kan gedurende het jaar variëren, maar vormt geen zelfstandig sturings- of verantwoordingscriterium binnen de begrotingssystematiek. De financiële realisatie wordt gevolgd en toegelicht via de reguliere rapportages (Zomernota en Novembernota).

151 tm 157

28.Hoe wordt er intensief gestuurd om het percentage inhuur binnen 10% te houden?

ja hier wordt actief op gestuurd en gerapporteerd in de zomer en november nota.

151 tm 157

29.Hoe groot zijn de risico’s op overschrijdingen binnen ICT-projecten of automatiseringssystemen?

151 tm 157

30.Hoe is de toename van de externe financieringsbehoefte tussen 2026 (€39 miljoen) en 2027 (€96 miljoen) opgebouwd?

Dit is gekwantificeerd in de analyse in het weerstandsvermogen indien van toepassing. Momenteel is er geen specifiek project waar dit van toepassing is. De toename betreft de langlopende leningen. De bedragen zijn een saldo van de beschikbare middelen versus de benodigde middelen waarbij rekening wordt gehouden met het investeringsvolume en aflossing op de langlopende leningen voor de komende jaren.

151 tm 157

31.Zijn er scenario’s uitgewerkt bij rentestijging of vertraagde verkoop van gronden?

Zie antwoord vraag 26

151 tm 157

32.Wat zijn de voordelen voortkomend uit de Rotterdamwet ad 250.000 euro per jaar?

Deze 250.000 is een deel van de besparing die op basis van de prognose gerealiseerd wordt door de invoering van de Parkstadwet (zie het antwoord op vraag 119). Dit bedrag, een voorzichtig begin van de bredere voordelen van de Parkstadwet die we op basis van de analyses onder de Wbmgp-aanvraag verwachten, wordt aangewend ter versterking van het doel achter de Parkstadwet: het bouwen aan sterke en stabiele gemeenschappen daar waar de leefbaarheid nu onder druk staat. Zo verkennen we een koppeling met het Woonfonds dat parallel aan de implementatie van de Parkstadwet wordt opgetuigd. Indien de feitelijke besparing hoger blijkt te zijn, ligt het in de rede additioneel voordeel consistent, dat wil zeggen met hetzelfde beleidsdoel, in te zetten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=d6e03856-96a8-470d-91c7-9e0872920772