CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

722240254_Hoensbroek_QS Natuur Terhoevenderweg_Mijnwater_ANO__368619__

Raadsvergadering 25 juni 2025, gemeente HeerlenBij agendapunt: Adviesrecht raad aanvraag realiseren van een Mijnwater warmtebron HLH-GT-0511.364 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ook voor de vaatplanten is het van belang dat de grasvegetatie na de werkzaamheden wordt hersteld zodat deze snel weer van vergelijkbare of betere kwaliteit is.

21

Quickscan natuur Terhoevenderweg Hoensbroek, Mijnwater

Voorkomen vaatplanten:  Gewone agrimonie groeit binnen het plangebied. De groeiplaats kan niet behouden blijven en voor deze soort is het zinvol om ze buiten het werkveld te herplanten. Daarnaast dient de groeiplaats na de werkzaamheden hersteld te worden.

a

b

•

Figuur 3.2: Impressie van de groeiplaats van 2 exemplaren van de gewone agrimonie (a) alsmede de locatie in het plangebied waar deze exemplaren waargenomen zijn (b).

3.2 Exoten Bronnenstudie Uit de gegevens van de NDFF zijn meldingen bekend van 12 soorten invasieve exoten binnen een straal van circa 1 km rondom het plangebied (Tabel 3.8). Binnen het plangebied zijn geen meldingen gedaan. Veldbezoek en conclusie Tijdens het veldbezoek zijn geen invasieve exoten of sporen van invasieve exoten aangetroffen in het plangebied. Voor invasieve exoten geldt dat de initiatief nemer ervoor zorgt dat invasieve exoten niet verder worden verspreid door de werkzaamheden en andere activiteiten. Bij de voorgenomen werkzaamheden bestaat het risico vooral dat invasieve vaatplanten worden verspreid door graafwerkzaamheden en de aan- of afvoer van grond. Op basis van het veldbezoek kan worden uitgesloten dat invasieve vaatplanten aanwezig zijn binnen het plangebied. Indien er grond moet worden aangevoerd, dan dient initiatiefnemer er zeker van te zijn dat grond niet vervuild is met plantdelen of zaden van invasieve exoten die dan binnen het plangebied tot ontwikkeling kunnen komen. Tabel 3.8: Overzicht van invasieve exoten die waargenomen zijn in en rondom het plangebied (Bron: NDFF).

Soort Soortgroep Hemelboom Vaatplanten Japanse Duizendknoop Vaatplanten Reuzenbalsemien Vaatplanten Reuzenberenklauw Vaatplanten Watersla Vaatplanten Wasbeer Grondgebonden zoogdieren Zonnebaars Vissen Geelbuikschildpad Reptielen Geelwangschildpad Reptielen Lettersierschildpad Reptielen Roodwangschildpad Reptielen Aziatische hoornaar Ongewervelden

Quickscan Natuur Terhoevenderweg Hoensbroek, Mijnwater

22

3.3 Gebiedsbescherming 3.3.1

Natura 2000-gebieden

Bescherming van Natura 2000-gebieden is binnen de Omgevingswet onderverdeeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden die zijn samengesteld uit Speciale beschermingszones (SBZ’s) conform de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn of een combinatie van beide. In deze paragraaf is verkennend getoetst of de voorgenomen activiteit mogelijk valt onder een ‘Natura 2000-activiteit’. In dat geval zou de activiteit vergunningplicht zijn. Een ‘Natura 2000-activiteit’ is een activiteit die mogelijk significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt op circa 1,7 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied ‘Geleenbeekdal’ en op 2,2 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied ‘Brunssummerheide’ (Figuur 3.1). Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het plangebied. Het Geleenbeekdal omvat een zijrivier van de Maas. Het beekdal bevat soortenrijke broekbossen, natte graslanden en kalkmoerassen. De Brunssummerheide is een heide- en bosgebied met grote hoogteverschillen in het zuiden van Limburg. Het gebied bevat droge en natte heide, actief hoogveen, bron- en broekbos, naaldbos, open zand, vochtige hooilanden, droog schraalland en een beek. Vanwege de uit zilverzand bestaande ondergrond is het uiterst voedselarm.

Brunssumerheide

Geleenbeekdal

•

Geleenbeekdal

Figuur 3.4: Globale locatie van het plangebied (rood) t.o.v. Natura 2000-gebieden: ‘Geleenbeekdal’ en ‘Brunssummerheide’ (geel) (Bron: Atlasleefomgeving.nl, 2024). Effectenanalyse Op maaiveld niveau gaat het om een kleinschalige ruimtelijke ontwikkeling, die op geruime afstand (1,7 kilometer) van de Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Hierdoor zijn de meeste verstoringseffecten op de instandhoudingsdoelstellingen op voorhand uit te sluiten. Wel wordt op grote diepte water in de grond gepompt. Dit is echter een gesloten systeem waardoor dit geen effect heeft op de grondwaterstand of waterkwaliteit in de Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie door werkzaamheden (stikstofuitstoot ontstaat o.a. bij het gebruik van verbrandingsmotoren) kan wel op grote afstand van het werkgebied plaatsvinden. Stikstofdepositie kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. Een stikstofberekening is nodig omdat met zware machines gewerkt wordt. Met deze berekening wordt bepaald of de werkzaamheden zorgen voor extra stikstofdepositie binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

3.3.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Binnen de provincie Limburg wordt het Natuurnetwerk Nederland uitgewerkt in het Natuurnetwerk Limburg. Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Limburg. Het dichtsbijzijnde stuk van het Natuurnetwerk Limburg ligt op zo’n 700 meter afstand van het plangebied (Figuur 3.2). Negatieve effecten op de kwalitatieve kenmerken van het Natuurnetwerk zijn uitgesloten.

23

Quickscan natuur Terhoevenderweg Hoensbroek, Mijnwater

Figuur 3.2: Globale locatie van het plangebied (rood omlijnd) t.o.v. het Natuurnetwerk Limburg (donker groen) (Bron: Atlasleefomgeving.nl, 2024).

3.4 Houtopstanden Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt een deel van de bosrand verwijderd. De locatie van de voorgenomen werkzaamheden valt binnen de bebouwde kom van de gemeente Heerlen. Binnen de gemeente Heerlen vallen alle bomen binnen de bebouwde kom onder de gemeentelijke bescherming. Dit betekend dat voor de kappen van alle bomen op particuliere gronden met een stamomtrek vanaf 180 cm een omgevingsvergunning aangevraagd dient te worden. Voor alle niet particuliere gronden geldt dat voor het kappen van alle bomen met een stamomtrek vanaf 60 cm een omgevingsvergunning aangevraagd dient te worden. Hiernaast dienen gekapte bomen in de gemeente Heerlen herplant te worden.

Quickscan Natuur Terhoevenderweg Hoensbroek, Mijnwater

24

4. Conclusie en advies In dit hoofdstuk zijn de conclusie en het advies opgenomen. Aangegeven is of sprake kan zijn van schadelijke handelingen ten aanzien van het besluit activiteiten leefomgeving, er voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om overtreding te voorkomen. Indien aanvullend onderzoek en/of voorzorgs- en mitigerende maatregelen of een ontheffing noodzakelijk zijn, dan wordt dit duidelijk aangegeven.

4.1 Conclusie 4.1.1

Soortbescherming

In Tabel 4.1 is per soortgroep aangegeven welke soorten mogelijk kunnen voorkomen en welke functie het plangebied voor deze soorten kan hebben. Vervolgens is aangegeven of uit de effectenanalyse is gebleken dat de voorgenomen activiteit/werkzaamheden kunnen leiden tot schadelijke handelingen conform de omgevingswet. Vervolgens is voor alle mogelijk te verwachten soorten beknopt aangegeven of en welke vervolgstappen genomen moeten worden. Deze vervolgstappen zijn uitgebreid beschreven onder het advies in sectie 4.2. Tabel 4.1: Samenvatting van effecten per soortgroep. Soortgroep Soort of soortgroep Potentiële functie plangebied Vogels Algemene broedvogels Mogelijke nestplaatsen in (o.a. kauw, merel en het plangebied vink) Vleermuizen

vliegroutes binnen

Ja, maar met voorzorgmaatregelen kan dit voorkomen worden

Mogelijk aanwezig binnen plangebied

Mogelijk aanwezig binnen plangebied

Ja, maar met voorzorgmaatregelen kan dit voorkomen worden Ja, maar met voorzorgmaatregelen kan dit voorkomen worden Nee, maar specifieke zorgplicht van toepassing

Maatregelen nemen om schadelijke handelingen te voorkomen (zie par. 4.2.2) Maatregelen nemen om schadelijke handelingen te voorkomen (zie par. 4.2.2) Voorzorgsmaatregelen nemen (zie par. 4.2.3)

Aanwezig binnen plangebied Nog niet aanwezig binnen plangebied

Nee, maar specifieke zorgplicht van toepassing Risico op verspreiding bij aanvoeren grond

Voorzorgsmaatregelen nemen (zie par. 4.2.3) Voorzorgsmaatregelen nemen (zie par. 4.2.4)

Mogelijk aanwezig plangebied

Amfibieën

Gewone pad

Mogelijk aanwezig binnen plangebied

Ongewervelden

Vaatplanten

boswitje, geelsprietdikkopje, bruin blauwtje en oranje zandoogje en wikkebij Gewone agrimonie

Exoten

Invasieve vaatplanten

4.1.2

Vervolgstappen Maatregelen nemen om schadelijke handelingen te voorkomen (zie par. 4.2.2) Maatregelen nemen om schadelijke handelingen te voorkomen (zie par. 4.2.2)

Gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis Bunzing, wezel, egel, konijn en diverse muizensoorten

Grondgebonden zoogdieren

Kans op schadelijke handelingen volgens OW Ja, wanneer soort en/of verblijfplaats aanwezig is

Gebiedsbescherming

De voorgenomen werkzaamheden hebben mogelijk een effect op de instandhoudingsdoelstellingen van naast gelegen Natura 2000-gebieden door de uitstoot van extra stikstofdepositie tijdens de werkzaamheden. Dit moet aanvullend onderzocht en getoetst worden (zie par. 4.2.1). De voorgenomen werkzaamheden hebben geen effect op de kwalitatieve kenmerken van het Natuurnetwerk en hiervoor zijn geen vervolgstappen nodig.

25

Quickscan natuur Terhoevenderweg Hoensbroek, Mijnwater

4.2 Advies vervolgstappen 4.2.1

Nader onderzoek

Soortbescherming Voor een aantal diersoorten en -groepen geldt dat op basis van de gegevens uit het bronnen- en veldonderzoek de aanwezigheid van deze soorten, alsmede hun verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied niet uit te sluiten is. Het optreden van negatieve effecten op deze soorten of verblijfplaatsen van deze soorten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is dan ook niet op voorhand uit te sluiten. Een groot deel van deze negatieve effecten is echter te voorkomen door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen, zie (zie par. 4.2.2). Met inachtneming van deze voorzorgsmaatregelen dient wat betreft de soortbescherming enkel nog een broedvogelcontrole gedaan te worden voor aanvang van de werkzaamheden. Gebiedsbescherming Wat betreft de gebiedsbescherming geldt dat op basis van de quickscan niet kan worden bepaald of er mogelijk significant negatieve effecten optreden als gevolg van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden. Om de effecten van stikstof in beeld te brengen dient in stikstofberekening te worden gedaan.

Indien hieruit naar voren komt dat de voorgenomen werkzaamheden zorgen voor een extra stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden, dan dient in een voortoets verdiepend te worden getoetst of deze depositie kan zorgen voor significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden.

4.2.2

Voorzorgsmaatregelen om schadelijke flora- en fauna-activiteiten te voorkomen

Onderstaande voorzorgsmaatregelen dienen genomen te worden om te voorkomen dat de werkzaamheden kunnen leiden tot schadelijke flora- en fauna-activiteiten. Indien de voorzorgsmaatregelen niet genomen kunnen worden is een overtreding van de Omgevingswet niet op voorhand uit te sluiten. In dit geval zijn aanvullende stappen zoals soortgericht onderzoek en potentieel het aanvragen van een omgevingsvergunning nodig om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Omdat zowel het aanvullend onderzoek als het aanvragen van een omgevingsvergunning tijd en geld kosten, wordt geadviseerd om de hieronder genoemde voorzorgsmaatregelen te nemen waarmee het kunnen optreden van schadelijke flora- en fauna-activiteiten wordt voorkomen. 1.

Vleermuizen Inrichting bouwterrein Bij de inrichting van het bouwterrein dient rekening te worden gehouden met de eventuele aanwezigheid van een vliegroute van vleermuizen. Bij de geplande inrichting van het bouwterrein (Figuur 1.4) worden geen problemen voorzien voor de vliegroute, mits de boor en het geluidsscherm (van 10 meter hoog) de enige objecten zijn die meer dan 4 meter hoog zijn. Indien dit afwijkt dan dient de inrichting afgestemd te worden met een ecologische deskundige om te bepalen of er mogelijk effecten kunnen zijn op een eventueel aanwezige vliegroute. Gebruik buitenverlichting Tijdens de werkzaamheden wordt 24/7 bouwverlichting toegepast. Om negatieve effecten op foerageermogelijkheden van vleermuizen zoveel mogelijk te voorkomen dient de tijdens de werkzaamheden gebruikte verlichting dusdanig afgeschermd te worden dat deze niet uitstraalt naar de nabije omgeving. In het geval dat dit niet mogelijk is dienen deze werkzaamheden plaats te vinden buiten de kwetsbare perioden van vleermuizen (kwetsbare periode van november tot maart en van medio mei tot medio juli). Indien dit niet mogelijk is dient met een deskundig ecoloog afgestemd te worden dat de werkzaamheden en bijbehorende verlichting zo ingevuld worden dat er geen verstorende effecten op vleermuizen optreden.

2.

Broedvogels De werkzaamheden worden buiten het broedseizoen van vogels uitgevoerd. Werkzaamheden kunnen het beste volledig buiten het broedseizoen uitgevoerd worden om zo negatieve effecten of verstoring te voorkomen. Eventueel kunnen werkzaamheden ruim voor de start van het broedseizoen (15 maart t/m 15 augustus) opgestart worden zodat aanwezige vogels kunnen wennen aan de verstoring voordat de broedperiode is begonnen. Door minimaal een maand voor dit seizoen te starten kan grotendeels voorkomen worden dat negatieve effecten optreden, een broedvogelcheck blijft echter nodig. Werkzaamheden gedurende het broedseizoen. Indien de werkzaamheden tijdens of vlak voor de vogelbroedperiode, 15 maart t/m 15 augustus, uitgevoerd gaan worden, dient een controle door een ecoloog te worden uitgevoerd op aanwezigheid van nesten van broedvogels in het plangebied of binnen de invloedssferen daarvan. Indien broedende vogels voorafgaand of tijdens de uitvoering van de werkzaamheden worden waargenomen in (de directe) omgeving van het plangebied dient de Quickscan Natuur Terhoevenderweg Hoensbroek, Mijnwater

26

3.

4.2.3 1.

2.

3.

4.2.4

begeleidende ecoloog aan te geven op welke wijze de werkzaamheden voortgezet kunnen worden. Dit kan doormiddel van het aanhouden van een verstoringsvrije zone waarbinnen geen werkzaamheden uitgevoerd mogen worden totdat het broedgeval is afgerond. Grootte van dergelijke zone is afhankelijk van de soort. Op deze wijze kan voorkomen worden dat de uitvoering, door aanwezige broedgevallen, (tijdelijk) stilgelegd moeten worden, en pas hervat kan worden nadat het nest niet langer in gebruik is. In de praktijk zal men geen vergunning kunnen krijgen voor het opzettelijk verstoren van in gebruik zijnde nestplaatsen. Grondgebonden zoogdieren en amfibieën Bij het kappen van de bosrand dient men te voorkomen dat dieren opzettelijk gedood worden, door: 1) in de minst kwetsbare periode te werken (buiten het voortplanting seizoen en wanneer dieren niet in winterrust zijn). 2) door gefaseerd te werken (eerst alle vegetatie boven het maaiveld verwijderen, maar grond onverstoord laten. Daarna (> week) pas grondwerkzaamheden uitvoeren. 3) in één richting werken zodat (langzame) dieren altijd de kans krijgen om te vluchten naar het achterliggende bos.

Voorzorgsmaatregelen om invulling te geven aan de ‘specifieke zorgplicht flora en fauna’ Grondgebonden zoogdieren en amfibieën Verbeteren leefgebied - De takken die vrijkomen kunnen gebruikt worden om takkenrillen te maken in omliggende bospercelen en zo het leefgebied, door het creëren van extra verblijf- en schuilplaatsen, te verbeteren. Ongewervelden Verbeteren leefgebied - Na de werkzaamheden dient de grasvegetatie hersteld te worden zodat het weer snel een vergelijkbare of betere kwaliteitswaarde heeft als nu. Vaatplanten Verplanten exemplaren – Aangezien de gewone agrimonie een overblijvende plant is, kunnen de twee exemplaren goed verplaatst worden naar vergelijkbare groeilocaties buiten het plangebied. Verbeteren groeiplaats - Na de werkzaamheden dient de groeilocatie hersteld te worden zodat het weer snel een vergelijkbare of betere kwaliteitswaarde heeft als nu.

Voorkomen verspreiding invasieve exoten

Binnen het plangebied zelf komen momenteel geen invasieve planten voor. Indien grond wordt aangevoerd, bestaat het risico dat invasieve planten juist het plangebied worden ingebracht tijdens de werkzaamheden. In het geval dat grond wordt aangevoerd, dient men zeker te zijn dat aangevoerde grond (of andere producten) vrij zijn van invasieve plantensoorten.

4.2.5

Algemene zorgplicht

Te allen tijde geldt voor alle soortgroepen de zorgplicht. Het is van belang dat iedereen bij de uitvoering van de werkzaamheden zich hiervan bewust is. Geadviseerd wordt om activiteiten die nadelig zijn voor in het wild levende dieren en planten (ongeacht bescherming), in redelijkheid zo veel mogelijk na te laten of maatregelen te nemen om onnodige schade aan deze soorten te voorkomen. Bij het aantreffen van diersoorten moeten deze de kans krijgen om de werkzaamheden te ontvluchten.

4.2.6

Ecologisch werkprotocol

De impact van de werkzaamheden op binnen het plangebied aanwezige dier- en plantensoorten is beperkt. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden conform de eerder in dit hoofdstuk genoemde maatregelen worden er geen overtredingen van de Omgevingswet verwacht als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden. Om zekerheid te verkrijgen dat alle bij de werkzaamheden betrokken partijen zich houden aan deze maatregelen, kunnen deze voor aanvang van de werkzaamheden vastgelegd worden in een ecologisch werkprotocol.

27

Quickscan natuur Terhoevenderweg Hoensbroek, Mijnwater

Literatuurlijst   

Atlas Leefomgeving, 2024. https://www.atlasleefomgeving.nl/. Laatst geraadpleegd op: 06-08-2024 NDFF Verspreidingsatlas, 2024. NDFF Verspreidingsatlas. http://verspreidingsatlas.nl. Laatst geraadpleegd op: 06-08-2024 NDFF, 2024. Nationale Databank Flora en Fauna. https://www.ndff.nl/. Laatst geraadpleegd op: 06-08-2024

Quickscan Natuur Terhoevenderweg Hoensbroek, Mijnwater

28

Bijlage 1 foto-overzicht

29

Quickscan natuur Terhoevenderweg Hoensbroek, Mijnwater

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=9be09b12-3533-4139-8556-712d595afe64