CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

14242924-018.212 Toelichtende onderbouwing BOPA Warmtebron Mijnwater_ANO__368618__

Raadsvergadering 25 juni 2025, gemeente HeerlenBij agendapunt: Adviesrecht raad aanvraag realiseren van een Mijnwater warmtebron HLH-GT-0515.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Warmtebron HLH-GT-05 Toelichtende onderbouwing BOPA

Mijnwater Energy B.V. 30 april 2025

Project Opdrachtgever

Document Status Datum

Warmtebron HLH-GT-05 Mijnwater Energy B.V.

Toelichtende onderbouwing BOPA Definitief 02 30 april 2025

Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Paraaf

Adres

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Projectgebied

5

1.2.1 1.2.2

5 6

1.3

Ligging projectgebied Begrenzing en kadastrale gegevens projectgebied

Planologisch kader

7

1.3.1 1.3.2

7 7

Van bestemmingsplan naar omgevingsplan Toetsend aan vigerend omgevingsplan gemeente Heerlen

1.4

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit

8

1.5

Leeswijzer

9

2

BESCHRIJVING PROJECTLOCATIE

10

2.1

Gebiedsbeschrijving

10

2.1.1

10

2.2

Huidige situatie

Nieuwe situatie

10

2.2.1

10

Realisatiefase (tijdelijke situatie)

2.3

Gebruiksfase

12

3

BELEIDSKADER

13

3.1

Rijksbeleid

13

3.2

Provinciaal beleid

16

3.3

Regionaal beleid

18

3.4

Gemeentelijk beleid

19

4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

24

4.1

Niet van toepassing zijnde milieu- en omgevingsaspecten

24

4.2

Milieueffectrapportage (mer)

25

4.2.1 4.2.2 4.2.3

Toetsingskader Resultaten Conclusie

25 25 26

Duurzaamheid en gezondheid

26

4.3

4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4

4.5

Toetsingskader Resultaten Conclusie

26 26 27

Weging van waterbelang

27

4.4.1

29

Natuur 4.5.1

4.6

4.7

29 Resultaten

32

Luchtkwaliteit

34

4.6.1 4.6.2 4.6.3

34 34 36

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Geluid 4.7.1 4.7.2 4.7.3

4.8

Resultaten

36 Toetsingskader Resultaten Conclusie

36 37 39

Omgevingsveiligheid

39

4.8.1 4.8.2 4.8.3

Toetsingskader Resultaten Conclusie

40 40 42

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

42

4.10

Bodemkwaliteit

44

4.10.1 4.10.2 4.10.3

Toetsingskader Resultaten Conclusie

45 45 46

5

UITVOERBAARHEID

47

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid en participatieproces

47

5.2

Economische uitvoerbaarheid

47

5.2.1 5.2.2

47 47

5.3

Financiering Beheer en onderhoud

Handhaafbaarheid

47

Laatste pagina

47

1 INLEIDING 1.1

Aanleiding

Voor de verdere uitbreiding van haar 5e generatie warmte en koude uitwisselingsnetwerk in Heerlen heeft Mijnwater Energy B.V. (hierna: Mijnwater) een aanvraag Vervolgvergunning Aardwarmte ingediend bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei. De procedure bevindt zich in de afrondende fase en de beschikking wordt eind 2024 verwacht. In deze vervolgvergunning zijn een drietal nieuwe geothermische (warmte) bronnen opgenomen, te weten HLH-GT-04, HLH-GT-05 en HLH-GT-06. Ter ondersteuning van haar duurzame energie-infrastructuur, heeft Mijnwater haar netwerk uitgebreid met een backbone transportleiding en de warmtebron HLH-GT-03. In de voortzetting van haar uitbreidingplannen is Mijnwater voornemens om een nieuwe warmtebron, HLH-GT-05, nabij HLH-GT-03 aan te leggen. Voor de beoogde warmtebron is voorliggende ‘Toelichtende onderbouwing BOPA’ opgesteld. De warmtebron is strijdig met het ter plaatste geldende tijdelijke deel van het omgevingsplan, bestemmingsplan Hoensbroek Oost (onherroepelijk, 17 september 2009 vastgesteld). De warmtebron kan planologisch mogelijk worden gemaakt middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Hiervoor is een ‘Toelichtende onderbouwing BOPA’ noodzakelijk. Dit rapport voorziet hierin.

1.2

Projectgebied

1.2.1

Ligging projectgebied

Mijnwater heeft het voornemen om een nieuwe warmtebron, HLH-GT-05, aan te leggen welke zal worden gekoppeld aan de bestaande backbone leiding die langs de nieuwe bron loopt, in het grondgebied van de gemeente Heerlen. Dit is bedoeld om het netwerk uit te breiden met de al bestaande warmtebronnen. In Afbeelding 1.1 omlijnt het groene kader het projectgebied tijdens de gebruiksfase. HLH-GT-05 wordt aan de voet van de Koumenberg langs de Terhoevenderweg geplaatst (XY-coördinaten194226, 325038) en is kadastraal bekend onder het nummer Heerlen, sectie U nummer 1539. Het terrein is gesitueerd aan de westzijde van de Terhoevenderweg en ten noorden van de A76. In de directe omgeving van de projectlocatie zijn de Koumenberg en een woningwijk aanwezig. Op ongeveer 130 m vanaf de projectlocatie zijn de woningen gesitueerd. De Terhoevenderweg is de dichtstbijzijnde doorgaande weg, welke een aansluiting heeft op de N281 en de A76.

5 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

Afbeelding 1.1 Ligging projectgebied

1.2.2

Begrenzing en kadastrale gegevens projectgebied

Afbeelding 1.2 geeft de projectlocatie weer waar wordt afgeweken van het geldende omgevingsplan ten behoeve van de realisatie van een warmtebron. Deze rapportage onderbouwt de effecten van de voorgenomen ontwikkeling, zoals begrensd in afbeelding 1.2. Het betreft een bouwplan voor de plaatsing van een installatie ten behoeve van duurzame warmteopwekking. In de navolgende hoofdstukken van deze onderbouwing wordt nader ingegaan op de aard en omvang van het bouwplan, de ruimtelijke inpassing, de stedenbouwkundige aspecten, de verkeersafwikkeling (waaronder ontsluiting en eventuele toename in verkeer), het onderhoudsregime, de motivering voor de locatiekeuze.

6 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

Afbeelding 1.2 Begrenzing projectgebied

In onderstaande tabel staat een overzicht van kadastrale percelen weergegeven. Tabel 1.1 Overzicht kadastrale percelen Kadastrale gemeente

Gemeentecode

Sectie

Heerlen

VEL01

U

1.3

Planologisch kader

1.3.1

Van bestemmingsplan naar omgevingsplan

Nummer

Perceeloppervla kte (m2)

Perceelomtrek (m)

1539

527.769

6.603

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn de bestemmingsplannen van gemeenten van rechtswege onderdeel geworden van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan (artikel 4.6 lid 1 Invoeringswet Omgevingswet). Het overgangsrecht van de Omgevingswet regelt de overgang van onder andere de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) naar de Omgevingswet (Ow). Onder de Omgevingswet spreken we niet meer van bestemmingen, maar van functies en activiteiten.

1.3.2

Toetsend aan vigerend omgevingsplan gemeente Heerlen

De projectlocatie ligt binnen het Omgevingsplan van de gemeente Heerlen. In het tijdelijk deel van het Omgevingsplan zijn verschillende bestemmingsplannen opgenomen waar aan getoetst dient te worden. In deze paragraaf worden de bestemmingsplannen behandeld. Hoensbroek Oost, bestemmingsplan Heerlen De projectlocatie ligt binnen het Omgevingsplan van de gemeente Heerlen. In het tijdelijk deel van het Omgevingsplan geldt ter plaatse van de projectlocatie het bestemmingsplan ‘Hoensbroek Oost’ (vastgesteld d.d. 17 september 2009) van de gemeente Heerlen. Het gehele ruimtebeslag van de projectlocatie valt binnen dit bestemmingsplan. Op de projectlocatie geldt de bestemming:

7 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

-

enkelbestemming ‘Natuurgebieden’ (afdeling 8 planregels).

Afbeelding 1.3 geeft een uitsnede van de verbeelding van het vigerende tijdelijke Omgevingsplan weer. De projectlocatie is aangegeven met de rode contour. De bouw en het gebruik van de locatie als warmtebron is strijdig met de geldende enkelbestemming ter plaatse. Afbeelding 1.3 Uitsnede bestemmingsplan ‘Hoensbroek Oost’ d.d. 30 mei 2018 (rode contour geeft projectlocatie weer)

Facetbestemmingsplan ‘Stedenbouwkundige bepalingen Heerlen’ (niet van toepassing) Op de projectlocatie ligt het facetbestemmingsplan ‘Stedenbouwkundige bepalingen Heerlen’ (d.d. 30 mei 2018) van de gemeente Heerlen. Echter is het facetbestemmingsplan niet van toepassing omdat er in het vigerende bestemmingsplan Hoensbroek Oost al stedenbouwkundige voorschriften zijn opgenomen. De regels in het facetbestemmingsplan zijn als aanvulling bedoeld maar de voorschriften zijn niet relevant voor het project

1.4

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit

De projectlocatie kan planologisch mogelijk worden gemaakt middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA). Hierbij is het gewenst om de gebruiksfunctie te kwalificeren als bedrijf - nutsvoorziening. Als bijbehorende voorziening wordt verharding toegestaan t.b.v. parkeren t.b.v. de gebruiksfunctie en voor de ontsluiting. Het bouwvlak mag voor 100% bebouwd worden en daarbuiten is er voor 0% bebouwing mogelijk.

8 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

Een BOPA is een activiteit die niet voldoet aan of in strijd is met het (tijdelijke) omgevingsplan. Het bevoegd gezag mag de vergunning voor een BOPA alleen verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 1, Besluit kwaliteit leefomgeving). De initiatiefnemer moet aantoonbaar maken c.q. onderbouwen dat wordt voldaan aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de provinciale en waterschapsverordening en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een BOPA-aanvraag geldt in principe de reguliere procedure met een beslistermijn van 8 weken, met een mogelijkheid tot eenmalige verlenging met maximaal 6 weken. In dit geval is sprake van een activiteit waarvoor de provincie zich het recht heeft voorbehouden om advies te geven met instemming. Dit betekent dat de proceduretijd automatisch wordt verlengd met 4 weken. Daarnaast heeft de gemeenteraad zich eveneens een adviesrecht voorbehouden. Dit heeft geen invloed op de totale procedureduur, maar houdt in dat de gemeente – vanwege de benodigde adviestermijn van 4 weken – op voorhand al 4 van de maximaal 6 verlengingsweken inzet. Na afloop van de procedure is bezwaar en beroep mogelijk. De procedurebepalingen zijn vastgelegd in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Voor de aanvraag is gebruik gemaakt van het aanvraagformulier in het DSO. Voor de realisatie van de nieuwe warmtebron zijn daarnaast de volgende vergunningen benodigd:: - Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit. Deze vergunning wordt aangevraagd bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei; - Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit voor bouwwerken en (technische) bouwactiviteit. Deze vergunning wordt aangevraagd bij de gemeente Heerlen. Bij deze vergunning wordt aangegeven waar de projectlocatie zich bevindt, waar het bouwvlak zich bevindt en welke maatvoering (bouwhoogte) daarbij hoort. Ook wordt hierbij het pijl meegenomen (aangezien het gebouw niet onmiddellijk aan de weg grenst)Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit: uitweg. Deze vergunning wordt aangevraagd bij de gemeente Heerlen. Deze vergunning wordt samen met de omgevingsvergunning technische bouwactiviteit, aangevraagd; - Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit: kappen. Deze vergunning wordt aangevraagd bij de gemeente Heerlen.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van dit rapport wordt een nadere beschrijving van de projectlocatie gegeven. Zowel de huidige situatie als de toekomstige situatie worden geschetst. Hoofdstuk 3 omvat een toetsing van de warmtebron aan relevante ruimtelijke beleidskaders van Rijk, provincie en gemeente. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 voor alle relevante milieu- en omgevingsaspecten beschouwd wat de effecten zijn van de warmtebron. In hoofdstuk 5 worden de maatschappelijke uitvoerbaarheid en het participatieproces toegelicht en in hoofdstuk 6 volgen de financiële uitvoerbaarheid, beheer en onderhoud en handhaving.

9 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

2 BESCHRIJVING PROJECTLOCATIE In dit hoofdstuk wordt het project beschreven. Allereerst wordt ingegaan op de huidige situatie op de projectlocatie en vervolgens wordt ingegaan op de toekomstige situatie op de projectlocatie.

2.1

Gebiedsbeschrijving

2.1.1

Huidige situatie

Ruimtelijke en functionele structuur De projectlocatie bevindt zich aan de Terhoevenderweg in Heerlen, op ruim 3 km ten noorden van het stadscentrum. Het terrein ligt deels aan de voet en op het talud van de Koumenberg, een kunstmatige heuvel met een recreatieve functie (wandelgebied). Het projectgebied maakt momenteel deel uit van de groene ruimte langs de Terhoevenderweg en bestaat uit een onverhard, open stuk terrein. Ten oosten van het plangebied bevinden zich enkele bedrijven op een industrieterrein. De locatie is onderdeel van de zogenaamde groenblauwe mantel, waarop de Provinciale Omgevingsverordening van toepassing is. Dit betekent dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met vier landschappelijke kernkwaliteiten: reliëf, groen karakter, cultuurhistorie en het contrast tussen open en besloten ruimte. De locatie is specifiek gekozen vanwege de aanwezigheid van een mijngang met gunstige temperatuur- en debietcondities, zoals vastgesteld in een hydrologisch model. Bovendien ligt het gebied dicht bij de bestaande leidinginfrastructuur van Mijnwater, wat de aanleg vergemakkelijkt. De ruimtelijke kwaliteit wordt onder meer bepaald door: -

Reliëf: De aanwezigheid van dichte beplanting in de randen en hoogteverschillen; Groen karakter: De laanbeplanting en open ruimte parallel aan de Terhoevenderweg; Cultuurhistorie: De Koumenberg als mijnbouwrelict; Open/besloten contrast: De afwisseling van structuren in het landschap.

2.2

Nieuwe situatie

2.2.1

Realisatiefase (tijdelijke situatie)

Tijdens de realisatiefase wordt het terrein tijdelijk ingericht ten behoeve van de aanleg van de warmtebron: Een tijdelijk parkeerterrein voor circa 10 voertuigen wordt aangelegd; Een tijdelijke route voor grote voertuigen wordt gerealiseerd; Het terrein wordt voorzien van hekwerken, maar blijft fysiek toegankelijk; Een vloeistofkerende vloer wordt aangebracht voor de boorinstallatie; Water dat vrijkomt bij de werkzaamheden wordt opgevangen en afgevoerd via tankwagens.

10 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

Er is reeds een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarin de huidige kwaliteiten van het gebied zijn geanalyseerd en als uitgangspunt zijn genomen voor de inpassing van het project. Dit plan is afgestemd met de Provincie Limburg en de gemeente Heerlen. Een uitsnede uit dit landschappelijke inpassingsplan is opgenomen in afbeelding 2.3 en 2.4 Afbeelding 2.3 landschappelijk inpassingsplan: ontwerp tijdelijke situatie

Voor de definitieve situatie is vastgesteld dat de bronkelder en de technische unit in één bouwwerk worden ondergebracht in de besloten rand, achter de bestaande greppel. Het gebouw is in de besloten rand gepositioneerd om de ruimtelijke impact zo klein mogelijk te houden. Deze bestaande greppel zal ter hoogte van het bouwwerk worden verbuisd. Naast het wandelpad en voor het gebouw worden grasbetontegels gerealiseerd zodat het gebouw bereikbaar wordt voor onderhoudsmaterieel, maar er wel een open en groen beeld ontstaat. Afbeelding 2.4 landschappelijk inpassingsplan: ontwerp definitieve situatie

11 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

2.3

Gebruiksfase

Ten behoeve van de gebruiksfase wordt een bronkelder aangelegd en een warmtebron geboord. Daarnaast wordt een kelderbak geplaatst waarin de technische unit wordt gerealiseerd. Deze twee bouwwerken worden ondergebracht in één bovengronds gebouw. Vóór het gebouw worden grasbetontegels gerealiseerd om het bouwwerk toegankelijk te maken voor auto’s ten behoeve van onderhoud. Er zijn op het terrein geen andere functies aanwezig. De warmtebron zal permanent in gebruik zijn zodra deze is gerealiseerd. Het tijdelijke parkeerterrein en de tijdelijke route voor grote voertuigen worden na voltooiing van het project verwijderd. Het terrein zal dan alleen nog worden gebruikt voor onderhoud en beheer van de warmtebron.

12 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

3 BELEIDSKADER In dit hoofdstuk worden voor de voorgenomen te ontwikkelen warmtebron relevant ruimtelijk beleid van het Rijk, de provincie Limburg en de gemeente Heerlen beschreven. Aangegeven wordt wat de relatie is tussen het project en het beleid. Daarnaast wordt getoetst of het project in overeenstemming is met het geldende beleid.

3.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (behalve paragraaf 4.9). De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1 Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2 Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3 Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering;

13 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Conclusie Onderhavig initiatief ziet op het realiseren en exploiteren van een mijnwaterbron ten behoeve van een energienetwerk. Met mijnwater kunnen gebouwen zowel verkoeld als opgewarmd worden. Gebruikers hebben minder fossiele energie nodig. Door muur- en vloerverwarming zijn radiatoren niet meer nodig. Daarnaast produceert mijnwaterenergie geen koolstofdioxide.

Het initiatief levert daarmee een bijdrage aan de vermindering van broeikasgassen en draagt derhalve bij aan de energietransitie. Geconcludeerd kan worden dan het voornemen aansluit bij de doelen die de nationale overheid in de NOVI heeft opgesteld. Klimaatakkoord Het Klimaatakkoord vormt een belangrijke basis voor het nationale klimaatbeleid, met als doel een aanzienlijke vermindering van de CO2-uitstoot. De warmtebron, als onderdeel van duurzame energieoplossingen, sluit aan bij de doelstellingen van het Klimaatakkoord om de transitie naar hernieuwbare energie te bevorderen. De inzet op geothermie of andere duurzame warmteoplossingen zoals in dit project, is expliciet opgenomen als een van de manieren om de energiedoelen te bereiken en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.

3.1.1

Instructieregels Rijk

Artikel 8.0b, eerste lid onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Afdeling 5.1 Besluit kwaliteit leefomgeving bevat over de volgende onderwerpen instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties: - waarborgen veiligheid; - beschermen van waterbelangen; - beschermen van gezondheid en milieu; - beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; - behoud van ruimte voor toekomstige functies; - behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; - bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Relatie instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving met warmtebron Hoe met de voor de warmtebron relevante instructieregels is omgegaan wordt in deze paragraaf onderbouwd.

Waarborgen veiligheid

14 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

Paragraaf 5.1.2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat algemene bepalingen over het waarborgen van de veiligheid. Paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.7 bevatten specifieke regels over veiligheid. Bij de ontwikkeling van de warmtebron moet rekening worden gehouden met: - Het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, rampen en crisissituaties. - De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen. - Geneeskundige hulpverlening. De technische installatie van de warmtebron en de bijbehorende infrastructuur zijn zo ontworpen dat branden rampenrisico’s minimaal zijn. Er is een plan voor bedrijfshulpverlening (BHV) en een regulier BHV overleg dat gericht is op snelle en effectieve reactie in noodsituaties om de veiligheid van werknemers en omwonenden te waarborgen. Beschermen van waterbelangen Paragraaf 5.1.3.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat algemene bepalingen over de bescherming van waterbelangen. Bij de aanleg van de warmtebron moet rekening worden gehouden met de mogelijke gevolgen voor het beheer van watersystemen. In paragraaf 4.4 van dit rapport wordt verder ingegaan op het waterbelang. De specifieke regels in de paragrafen 5.1.3.2 tot en met 5.1.3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn niet van toepassing op dit project.

Beschermen van gezondheid en milieu Voor de bescherming van gezondheid en milieu zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving instructieregels opgenomen voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid, geur en bodemkwaliteit. De effecten van de warmtebron op deze aspecten worden in hoofdstuk 4 van dit rapport uitgebreid besproken. Het ontwerp van de warmtebron is zodanig dat de impact op de omgeving tot een minimum wordt beperkt, waarbij wordt voldaan aan alle relevante milieunormen. Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed In paragraaf 5.1.5.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Artikel 5.129g bepaalt dat, voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, rekening moet worden gehouden met zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. De geplande warmtebron wordt geïntegreerd in het stedelijk gebied, zonder dat er sprake is van een substantiële uitbreiding van stedelijke functies. Er is sprake van een significante wijziging van het landgebruik maar dit is geen grote wijziging en de integratie zorgt ervoor dat de impact minimaal blijft. Dit wordt verder toegelicht in het landschappelijk inpassingsplan welke, in opdracht van Mijnwater, is opgesteld door HeusschenCopier.

Daarom wordt deze ontwikkeling niet beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoud van ruimte voor toekomstige functies In paragraaf 5.1.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden reserveringsgebieden aangewezen voor toekomstige infrastructuur of andere voorzieningen van nationaal belang. De locatie van de warmtebron valt niet binnen een dergelijk aangewezen gebied, waardoor er geen beperkingen zijn op basis van deze reserveringsregels. Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten De warmtebron is niet van invloed op de grote elektriciteitsvoorzieningen, zoals schakel- en transformatorstations voor hoogspanning. De bepalingen uit paragraaf 5.1.7.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn daarom niet van toepassing op dit project. Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen Artikel 5.162 van het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor personen met een functiebeperking. Omdat de ontwikkeling van de warmtebron geen gevolgen heeft voor de inrichting van de openbare ruimte, is dit artikel niet van toepassing op het project. Het huidige wandelpad blijft in takt.

15 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Limburg Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: • Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied; • Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); • Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: • Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; • Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Het thema dat in het kader van onderhavige ontwikkeling hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect 'Energie'. Natuur Voor het behouden en herstellen van natuur en biodiversiteit is ruimte en robuustheid nodig.

Daarmee concurreert natuur met de toenemende ruimtevraag vanuit andere functies zoals landbouw, wonen, energieopwekking, economie en recreatie. De meeste Limburgse natuurgebieden, waaronder de Natura 2000-gebieden, vormen samen het Natuurnetwerk Limburg - het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland. Binnen het landelijk gebied onderscheiden we daarnaast de groenblauwe mantel en het buitengebied. Voor het behoud van de kwaliteiten in het Natuurnetwerk Limburg en vooral de daartoe behorende Natura 2000-gebieden, is het van belang dat de abiotiek op orde wordt gebracht. Dat kan door inrichting en beheer binnen de natuurgebieden, het voldoende robuust maken van het Natuurnetwerk Limburg en door goede overgangen naar de omliggende gebieden. Het Aanvalsplan Stikstof is aanleiding om, in combinatie met andere generieke brongerichte maatregelen, te bezien hoe te komen tot een meer samenhangende en gebiedsgerichte uitwerking, waaronder het herstel van grondwaterstanden en een forse vermindering van stikstofdepositie.

16 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

Energie De komende decennia gaat de energievoorziening in Nederland fors veranderen. Het besluit van het Kabinet tot versnelde afbouw van de gaswinning in Groningen, de opkomst van nieuwe energiebronnen, de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen, de noodzaak van een stabiel en toekomstbestendig elektriciteits- netwerk en de onzekere toekomst wat betreft de internationale geopolitieke verhoudingen zijn aanleiding voor deze transitie. De relatief verre afstand tot zee als het gaat om benutten van windenergie op zee of de onderzeese opslag van CO2 en de relatief grote vertegenwoordiging van industrie en landbouw in Limburg, vereisen verstandige keuzes voor de toekomst van onze energievoorziening en het borgen van leveringszekerheid. Limburg heeft een verleden met energiewinning, en vanuit de ervaring met transities hierin, een belangrijk innovatiepotentieel dat voor heel Nederland relevant kan zijn. De energietransitie is op dit vlak ook van economisch belang door de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en de afhankelijkheid van internationale energieleveranciers. De energietransitie vraagt om aanpassingen aan onze boven- en ondergrondse infrastructuur. Het bestaande energienetwerk zal veranderen; op lokale, regionale, nationale als ook internationale schaal.

Nieuwe energiedragers en nieuwe technieken voor de opslag van duurzaam opgewekte energie, vragen omgevingsruimte. Er zal geïnvesteerd moeten worden in de vernieuwing en/of uitbreiding van het bestaande netwerk. Daarbij kunnen bestaande buisleidingen en nieuwe technieken voor de opslag van duurzaam opgewekte energie een belangrijke rol spelen. Onze euregionale ligging biedt hierbij zowel kansen als uitdagingen, bijvoorbeeld als het gaat om extra ruimte en strategische verbindingen met de rest van Nederland, Duitsland en België. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De projectlocatie ligt binnen de groenblauwe mantel. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. De kernkwaliteiten zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. De locatie bestaat op dit moment uit een onverharde vlakte grenzend aan de voet en in het talud van de Koumenberg. Het wandelgebied en de bosschages van de Koumenberg blijven echter intact. Er wordt enkel een klein deel van de bosschage verwijderd om de warmtebron te plaatsen. Hiermee schaadt het project de kernkwaliteiten van de groenblauwe mantel niet (zie landschappelijk inpassingsplan).

Verdere negatieve effecten zijn ook uitgesloten op basis van de quickscan flora- en fauna (zie paragraaf 4.5). Daarnaast zorgt het gebruik van een mijnwaterbron ten behoeve van een energienetwerk voor een bijdrage aan de reductie van broeikasgassen. Mijnwaterenergie produceert namelijk geen koolstofdioxide. Daarnaast zorgt het gebruik van mijnwaterenergie in de toekomst voor meer gebruik van duurzame energiebronnen. Gebruikers hebben minder fossiele energie nodig. Door muur- en vloerverwarming zijn radiatoren niet meer nodig. De Omgevingsvisie vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig voornemen. Omgevingsverordening Limburg De volgende artikelen uit de omgevingsverordening zijn relevant: Artikel 9.14 vellen van houtopstanden Een melding als bedoeld in artikel 11.126 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bevat in ieder geval: • a. als degene die de activiteit verricht geen eigenaar is van de grond waar de houtopstand staat: contactgegevens van de grondeigenaar; • b. de topografische en kadastrale locatie van de te kappen houtopstand; • c. de oppervlakte van de velling en, wanneer relevant, het aantal bomen; • d. de boomsoort; • e. de leeftijd van de houtopstand; • f. de reden van de velling.

Artikel 12.12 Instructieregel na-ijlende effecten steenkoolwinning De motivering van een omgevingsplan dat het bouwen van een nieuw bouwwerk in de gemeenten Brunssum, Beekdaelen, Heerlen, Landgraaf, Voerendaal, Kerkrade, Simpelveld, Beek, Sittard-Geleen en Stein mogelijk maakt, beschrijft op welke wijze rekening is gehouden met de na-ijlende effecten van de voormalige steenkoolwinning.

17 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

Artikel 3.5 Klimaatadaptatie 1. De motivering bij een omgevingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van: a. de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering; en b. de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2.In de beschrijving worden in ieder geval de volgende risico’s betrokken: a. wateroverlast; b. overstroming; c. droogte. 3. Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de informatie van gemeentelijke, regionale en landelijke stresstest- en overstromingskaarten. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Hieronder wordt per onderdeel aangegeven hoe de artikelen uit de omgevingsverordening gelieerd zijn aan de voorgenomen ontwikkeling. Vellen van houtopstanden Voor dit project worden houtopstanden geveld. Hiervoor is een vergunning bij de gemeente Heerlen aangevraagd. Na-ijlende effecten steenkoolwinning Op het aspect 'na-ijlende effecten steenkoolwinning' wordt verder ingegaan in paragraaf 4.4. Klimaatadaptatie Het projectgebied betreft een onverhard terrein grenzend aan de Koumenberg. Er wordt een tijdelijke vloeistofkerende vloer aangelegd ten behoeve van de boorinstallaties.

Al het water wat op de vloeistofkerende vloer valt wordt apart opgevangen en het water wordt naar een opvangput geleid. Dit water wordt met een tankwagen afgevoerd ter verwerking elders, of zal na goedkeuring van de bevoegde instantie op het riool worden geloosd. Onderhavig initiatief verstoort derhalve de huidige overstromingsnorm niet. Vanuit de 'Omgevingsverordening Limburg 2025' bestaan er geen belemmeringen ten aanzien van onderhavige ontwikkeling.

3.3

Regionaal beleid

Intergemeentelijke Structuurvisie De regio Parkstad Limburg heeft een eigen intergemeentelijke structuurvisie vastgesteld: 'Ruimte voor park & stad' (2009). De visie beoogt de missie van de regio, 'het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit', te verwezenlijken. Als alle partijen hun krachten bundelen, moet het mogelijk zijn om in 2030 deze kwaliteiten in Parkstad Limburg te ervaren: • Meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, onder andere door een groter contrast van stad en land; • Een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfsrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten; • Een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen-Centrum als Parkstad Centrum; • Een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen;

18 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

•

Een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via de Parkstadring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft.

De intergemeentelijke structuurvisie zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijke ontwikkeling. Deze dragers zijn uitgewerkt door middel van vier hoofdthema's: Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur Natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen en waterstructuren. Economie - meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht Hoofdambitie is economische structuurversterking met als strategie ruimtelijke concentratie en revitaliseren van locaties die niet aan moderne eisen voldoen, onder toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande locaties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte. Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking Herstructurering gaat voor uitbreiding: het bedienen van de veranderende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uitbreiding buiten huidige stedelijke contour. Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid De ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regionaal als internationaal.

De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding. De vier hoofdthema's uit de structuurvisie zijn concreet uitgewerkt in diverse beleidsnota's, op zowel regionaal als gemeentelijk niveau. Deze komen in de volgende paragrafen aan bod, waarbij tevens wordt aangegeven hoe deze hun uitwerking hebben op onderhavig planvoornemen. Onderhavige ontwikkeling past binnen de gestelde kaders van de Intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad Limburg 2030.Het betreft een van de zes pijlers 'Energie als fundament'; Economisch waardevol, maar ook de cultuurgeschiedenis krijgt weer waarde voor innovatie en duurzaamheid. Letterlijk en figuurlijk Nieuwe Energie in een oude energie-regio. Het initiatief ziet op het realiseren van een mijnwaterbron. Het water uit oude mijnschachten wordt opgepompt ten behoeve van het verwarmen van huizen en bedrijven. Dit duurzame project is derhalve passend binnen de structuurvisie Parkstad Limburg 2030. Conclusie Vanuit de 'Structuurvisie Parkstad Limburg' bestaan er geen belemmeringen ten aanzien van onderhavige ontwikkeling.

3.4

Gemeentelijk beleid

Ontwerp Omgevingsvisie 2050 De gemeente Heerlen heeft in december 2024 de Ontwerp Omgevingsvisie 2050 gepresenteerd, getiteld “Een oude stad met een jong hart”. Deze visie schetst de koers voor de fysieke leefomgeving van Heerlen tot 2050 en is tot stand gekomen met input van meer dan 2.600 inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Kernambities en thematische speerpunten De visie richt zich op het herstellen en versterken van Heerlen als een duurzame, sociale en economisch vitale stad. Belangrijke thema's zijn onder andere: Groene en klimaatbestendige leefomgeving: Integratie van natuur in de stad, met veilige, natuurincl sieve wijken en verbonden fiets- en wandelroutes.

19 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

-

Circulaire en energieneutrale economie: Stimuleren van hergebruik van grondstoffen en duurzame energieopwekking. Inclusieve en verbonden stad: Versterken van sociale cohesie en bereikbaarheid van voorzieningen. Culturele identiteit en erfgoed: Behoud en zichtbaarheid van cultuurhistorische elementen, zoals Romeinse resten en murals.

Participatie en proces Het participatietraject speelde een grote rol bij het opstellen van de omgevingsvisie. Inwoners en andere belanghebbenden konden hun wensen en ideeën delen via onder andere online vragenlijsten, straatinterviews en bewonersbijeenkomsten. De ontwerp-omgevingsvisie ligt vanaf januari 2025 zes weken ter inzage, waarbij zienswijzen kunnen worden ingediend. De definitieve vaststelling door de gemeenteraad wordt verwacht in de eerste helft van 2025. Relatie tot de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling – het realiseren van een nieuwe duurzame warmtebron – sluit aan bij meerdere ambities uit de Ontwerp Omgevingsvisie 2050. Specifiek draagt het project bij aan de transitie naar een energieneutrale stad en ondersteunt het de doelstelling om lokale duurzame energieopwekking te stimuleren. Daarnaast past het binnen de visie om ruimte multifunctioneel in te zetten, met aandacht voor zowel duurzaamheid als behoud van landschappelijke en ecologische waarden. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de uitgangspunten en ambities van de Ontwerp Omgevingsvisie 2050 van de gemeente Heerlen. Het initiatief ondersteunt zowel de energietransitie als de ruimtelijke kwaliteitsdoelstellingen en vormt daarmee een passende invulling van het beleid voor de fysieke leefomgeving richting 2050.

Structuurvisie Heerlen 2035 Op 7 juli 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Heerlen 2035 vastgesteld. Met dit planologisch instrument kan de gemeente de ruimtelijke sturing beter afstemmen op de toekomstige ruimtelijke opgaven. De structuurvisie is opgesteld op basis van een belangrijk kantelpunt in de historie van de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. De grenzen van de groei zijn bereikt. Er is een eind gekomen aan een onafgebroken periode van vraag naar ruimte en vastgoed. Nieuwe ontwikkelvraagstukken hebben nu vooral te maken met de vraag hoe om te gaan met bestaand vastgoed en vrijkomende ruimte. De ruimtelijke opgaven voor de toekomst hebben veel vaker betrekking op bestaand vastgoed in plaats van nieuwbouw en zullen gekenmerkt worden door termen als: flexibel, tijdelijk, duurzaam en kleinschalig. Ook de rol van de gemeente verandert. Heerlen moet de slag maken van een toetsende naar een faciliterende overheid. Niet alles zelf herontwikkelen, maar vooral ook initiatieven van ondernemers, marktpartijen en inwoners mogelijk maken, met de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in deze structuurvisie als uitgangspunt. Deze transitieopgaven lopen als een rode draad door de structuurvisie. In de structuurvisie staan inhoudelijk vier thema's centraal: Vitale stad, Centrale stad, Innovatieve stad en Verrassende stad.

Vitale stad In het thema Vitale stad wordt een beeld geschetst van woonwijken in 2035. Aan de ene kant willen we inzetten op minder woningen, maar vooral ook op woningen met meer kwaliteit en variatie. Dus geen grootschalige uitbreidingsnieuwbouw meer, maar inzetten op het doorbreken van de eentonigheid van sommige woonbuurten. Aan de andere kant willen we goede voorzieningen blijven aanbieden. Dat kan soms betekenen dat een voorziening uit de buurt verdwijnt als het verzorgingsgebied voor die voorziening te klein wordt. In die gevallen zetten we in op het vormen van sterke voorzieningenclusters in buurten en stadsdelen. Centrale stad In het thema Centrale stad beschrijven we hoe we de rol van Heerlen als centrumgemeente in de regio kunnen versterken. Belangrijke speerpunten daarbij zijn een compact kernwinkelgebied met een compleet en gevarieerd winkelaanbod, het realiseren van een Smart Services Campus en het versterken van het stedelijk woonmilieu. Cultuur in al zijn facetten is daarbij een belangrijke bindende factor.

20 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

Innovatieve stad In het thema Innovatieve stad geven we aan hoe we anders kunnen omgaan met stedelijke ontwikkelopgaven bij veranderende omstandigheden. Het hergebruiken van bestaand vastgoed en vrijkomen van ruimte na sloop spelen daarbij een belangrijke rol. Bovendien willen we mondiale duurzaamheidsvraagstukken verbinden met lokale transitieopgaven. Heerlen heeft de ambitie om in 2040 een klimaatneutrale stad te zijn. Dat is een stad waarin processen rond wonen, werken en leven, niet op negatieve wijze bijdragen aan klimaatverandering. Verrassende stad In het thema Verrassende stad wordt beschreven hoe we bestaande cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten beter zichtbaar en tastbaar kunnen maken in de stad. Door het behoud van deze waarden te integreren in de lokale transitieopgaven, krijgen plekken en panden waarmee mensen zich verbonden voelen nieuwe betekenis. Het resultaat van deze transitie is een verrassende stad, waarin het "Verhaal van Heerlen" tot uitdrukking komt. Op deze visiekaart is het projectgebied aangeduid als 'Groenverbinding', 'Natuurlijke beekzone' en 'Beekdal'. De Geleenbeek en de Caumerbeek zijn de twee belangrijkste groene structuurelementen in de stad. De beekdalen hebben een enorme potentie om het verhaal van Park en Stad uit te dragen. Maar van die potentie wordt nog onvoldoende gebruik gemaakt.

In het kader van onderhavig plan wordt geen negatieve invloed uitgeoefend op de Geleenbeek middels de beoogde ontwikkelingen.

Afbeelding 3.1 structuurvisiekaart ‘Structuurvisie Heerlen’ (projectlocatie rood omkaderd)

Groene transformatiezones Ook de onbebouwde, groene gebieden van Heerlen ondergaan een transitie. Door onder meer de concentratie van allerlei voorzieningen komen aan de randen van de stad gronden vrij. Deze gronden kunnen niet allemaal worden heringericht als parkjes, dus kiest de gemeente ervoor om hier groene

21 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

transformatiezones van te maken. Hierdoor ontstaat bijvoorbeeld ruimte om in de eigen voedselproductie te voorzien, of een aandeel te leveren voor duurzame energieopwekking. Zowel Gebrookerbos als de Zandgroevengebieden zijn experimenteergebieden welke voorzien in een groen netwerk met recreatieve verbindingen, waarbij ook nieuwe waarde wordt gegeven aan de twee nog resterende mijnsporen. Relatie tot de voorgenomen ontwikkeling Heerlen wil in 2040 een ‘klimaatneutrale stad’ zijn. Dat is een stad waar processen rond wonen, werken en leven niet bijdragen aan klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het regionaal document PALET (Parkstad Limburg Energie Transitie). De inspanningen richten zich op het integreren van duurzaamheidsuitdagingen in de overige transitieopgaven in de stad en de regio. Hierdoor ontstaan win-win situaties waardoor de benodigde kwaliteitsimpulsen in de stad, vanuit diverse invalshoeken worden opgepakt. Het initiaitief ziet op de realisatie van een nieuwe warmtebron. Hierdoor kunnen meer gebouwen gebruik maken van duurzame energie. Het initiatief draagt daarmee bij aan de ambitie van Heerlen om een klimaatneutrale stad te zijn. Zoals reeds beschreven ligt het plangebied binnen de groene tranfsformatiezone. In de huidige situatie is het projectgebied echter onverhard terrein.

Enkel in de tijdelijke situatie wordt het gehele porjectgebied gebruikt en wordt het voorzien van een tijdelijke vloeistofkerende vloer. In de definitieve situatie wordt het terrein teruggebracht naar de huidige situatie. Daarnaast is binnen de groene transformatiezone ruimte voor het leveren voor een aandeel voor duurzame energieopwekking. Daar draagt het beoogd initiatief aan bij, aangezien wordt voorzien in een duurzame warmtebron. Op basis van het voorgaande kan gesteld worden dat onderhavige ontwikkeling aansluit bij de doelstellingen uit de 'Structuurvisie Heerlen 2035'. Programmaplan Duurzaamheid 2024-2027 De gemeente Heerlen heeft het Programmaplan Duurzaamheid 2024-2027 opgesteld om richting te geven aan haar duurzaamheidsambities. Dit plan richt zich op drie pijlers: energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Energietransitie De ambitie binnen deze pijler is om in 2040 een energieneutrale samenleving te realiseren. Dit houdt in dat inwoners en bedrijven overstappen van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen zoals zonneen windenergie. Circulaire economie Heerlen streeft naar een volledig circulaire economie in 2050, waarbij afval wordt geminimaliseerd en grondstoffen worden hergebruikt. Een concreet resultaat is het opstellen van een Circulaire Agenda in 2024, die onder andere een materialenflowchart en circulaire KPI's omvat.

Klimaatadaptatie De gemeente wil een groene, gezonde en klimaatbestendige stad creëren die bestand is tegen de effecten van klimaatverandering, zoals hitte en wateroverlast. Maatregelen omvatten het vergroenen van stedelijke gebieden en het verbeteren van waterafvoer. Relatie tot de voorgenomen ontwikkeling De ontwikkeling van de warmtebron sluit aan bij de pijler energietransitie van het Programmaplan Duurzaamheid 2024-2027. Door gebruik te maken van duurzame warmteoplossingen, zoals de ontwikkeling van de warmtebron, draagt het project bij aan het verminderen van de CO₂-uitstoot en het bevorderen van hernieuwbare energiebronnen. Dit initiatief ondersteunt de gemeentelijke ambitie om in 2040 een energieneutrale samenleving te realiseren. Conclusie

22 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

Het Programmaplan Duurzaamheid 2024-2027 biedt geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Integendeel, het initiatief draagt bij aan de realisatie van de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Heerlen. Groenbeleidsplan Het Groenbeleidsplan van de gemeente Heerlen biedt een langetermijnvisie op de ontwikkeling en het beheer van openbaar groen binnen de gemeente. Het plan benadrukt het belang van een onderscheidende groenstructuur als kwaliteitsimpuls voor de leefbaarheid van de stad. Kernambities en Thematische Speerpunten Het Groenbeleidsplan richt zich op de volgende kernambities: Verweving van Park en Stad: Het Caumerbeekdal wordt ontwikkeld als het grootste stadspark van Nederland, waarbij het beekdal en zijn zijbeken de stad van noord tot zuid dooraderen en verschillende buurten en stadsdelen met elkaar verbinden. Ecologische en Recreatieve Verbindingen: Het plan streeft naar het creëren van een fijnmazig netwerk van groene verbindingen die zowel ecologische als recreatieve functies vervullen. Duurzaam Groenbeheer: Er worden kaders gesteld voor het beheer en onderhoud van het groen, met aandacht voor duurzaamheid en kostenefficiëntie. Betrokkenheid van Inwoners: Het plan moedigt participatie van inwoners aan bij de ontwikkeling en het onderhoud van groene ruimtes, om zo de betrokkenheid en het eigenaarschap te vergroten.

Relatie tot de Voorgenomen Ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling – het realiseren van een nieuwe duurzame warmtebron – sluit aan bij de ambities van het Groenbeleidsplan. Specifiek draagt het project bij aan de integratie van duurzame energieoplossingen binnen de groene structuren van de stad. Door het benutten van lokale energiebronnen wordt de ecologische waarde van het gebied versterkt en wordt bijgedragen aan de klimaatdoelstellingen van de gemeente. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de uitgangspunten en ambities van het Groenbeleidsplan van de gemeente Heerlen. Het initiatief ondersteunt zowel de verduurzaming van de energievoorziening en vormt daarmee een passende invulling van het beleid voor de fysieke leefomgeving.

23 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN In het kader van gemeentelijke besluitvorming dient bij een omgevingsvergunning voor een BOPA door middel van een integrale ruimtelijke benadering rekening te worden gehouden met de consequenties van het project voor de omgeving. Het bevoegd gezag is namelijk verantwoordelijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit gebeurt in het kader van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het beginsel van de Omgevingswet, een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, is van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen. De effecten op de leefomgeving worden in dit hoofdstuk door middel van de behandeling van de voor de ontwikkeling relevante milieu- en omgevingsaspecten in beeld gebracht en afgewogen, en hiermee wordt de uitvoerbaarheid van het project aangetoond. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Daarbij wordt getoetst aan wet- en regelgeving met de volgende thematische onderverdeling: - milieueffectrapportage; - ladder voor duurzame verstedelijking; - duurzaamheid en gezondheid; - verkeersgeneratie, afwikkeling en parkeren; - weging van het waterbelang; - natuur; - luchtkwaliteit; - geluid; - geur; - bodem (incl. ontplofbare oorlogsresten); - omgevingsveiligheid; - activiteiten en milieuzonering; - archeologie en cultuurhistorie; - sociale veiligheid. - water (incl.

na-ijlende effecten mijnbouw)

4.1

Niet van toepassing zijnde milieu- en omgevingsaspecten

De milieu- en omgevingsaspecten die op voorhand al kunnen worden uitgesloten worden hieronder in tabel 4.1 weergegeven. De milieu- en omgevingsaspecten die relevant zijn voor dit project worden in de verdere paragrafen van dit hoofdstuk uitgewerkt. Tabel 4.1 Niet van toepassing zijnde milieu- en omgevingsaspecten Milieu- en omgevingsaspecten

Toelichting

Ladder voor duurzame verstedelijking

de voorgenomen ontwikkeling betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is niet aan de orde

Verkeer en parkeren

de warmtebron trekt enkel verkeersbewegingen aan voor beheer en onderhoud. Door de geringe omvang (2 tot 4 personenauto’s per maand) zal er geen toename plaatsvinden. Een toets voor verkeer en parkeren hoeft daarom niet gedaan te worden

Geur

de locatie veroorzaakt geen geurhinder. Ten aanzien van geur is er dus geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling

24 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

Milieu- en omgevingsaspecten

Toelichting

Trillinghinder

Tijdens de realisatiefase kan trillinghinder optreden als gevolg van de bouwwerkzaamheden. Dit betreft echter tijdelijke hinder, specifiek gerelateerd aan de uitvoering van het werk. In overleg met de aannemer worden hiervoor passende maatregelen getroffen, waaronder maatwerkvoorschriften gericht op het beperken van hinder voor de omgeving. Hoewel trillinghinder relevant is tijdens de uitvoering, maakt dit aspect geen onderdeel uit van de beoordeling van de BOPA-aanvraag. Trillinghinder valt onder de uitvoeringsfase en wordt beheerst via afspraken in het uitvoeringscontract.

Activiteiten en milieuzonering

de warmtebron vormt geen bedrijf of inrichting met een milieugevoelige functie. Dit is dus geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling

Sociale veiligheid

de ontwikkeling is niet gericht op gebruik door personen. Sociale veiligheid vormt dus geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling

4.2

Milieueffectrapportage (mer)

4.2.1

Toetsingskader

Een onderdeel van de beoordeling of een aanvraag van een BOPA volledig is, is toetsen aan de regels omtrent milieueffectrapportage. De grondslag van deze regels staat in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Een project is mer-(beoordelings)plichtig wanneer het opgenomen staat in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit geven een nadere onderbouwing hiervan.

4.2.2

Resultaten

Bijlage V van het Omgevingsbesluit noemt categorie B4 voor het oprichten, wijzigen of uitbreiden van diepboringen, in het bijzonder geothermische boringen, een mer-beoordelingsplichtige activiteit. Voor de realisatie van de warmtebron geldt dus een mer-beoordelingsplicht.

Tabel 4.2 B4 Bijlage V Omgevingsbesluit Projecten

Gevallen waarin de merplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet)

Gevallen waarin de merbeoordelingsplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet)

Besluiten als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onder c, van dit besluit

Diepboringen, in het bijzonder: a. geothermische boringen; b. boringen in verband met de opslag van kernafval; of c. boringen voor watervoorziening

niet van toepassing

oprichting, wijziging of uitbreiding

de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit of de omgevingsvergunning voor een wateractiviteit

met uitzondering van boringen voor het onderzoek naar de stabiliteit van de grond

Het gaat in dit geval om een besluit als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onder c, van het Omgevingsbesluit. Dit betekent dat de mer-plicht geldt in het kader van de omgevingsvergunning voor de milieubelastende

25 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

activiteit. De mer-beoordeling is daarom meegenomen bij de omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteit en niet bij deze omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

4.2.3

Conclusie

De warmtebron wordt aangemerkt als een diepboring en is daarom mer-beoordelingsplichtig. De merbeoordeling heeft plaatsgevonden in het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit (zie de mer-beoordelingsnotitie). Voor de BOPA hoeft geen afzonderlijke merbeoordeling te worden opgesteld. Volgens de mer-beoordelingsnotitie vormt de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering.

4.3

Duurzaamheid en gezondheid

4.3.1

Toetsingskader

Doelen van de Omgevingswet zijn onder meer het tegengaan van klimaatverandering, het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen en het beheer van natuurlijke hulpbronnen (artikel 2.1, lid 3, onder i, o en p Omgevingswet). Met het oog op die doelen moet het project aan het omgevingsaspect duurzaamheid worden getoetst. Toetsing aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid, bij een BOPA-aanvraag, is sterk afhankelijk van het gemeentelijk beleid. Dit gemeentelijk beleid is beschreven in paragraaf 3.3 van deze onderbouwing. De gemeente Heerlen heeft in haar structuurvisie duurzaamheidsambities staan: de trend is dat het duurzaamheid denken een vast onderdeel gaat uitmaken van integrale beleidsontwikkeling en besluitvorming. Dit betekent dat duurzaamheid niet uitsluitend de zorg is van ecologen, maar van besluitvormers die op allerlei wijzen in verbinding staan met de samenleving. Voorbeelden van duurzaamheidprincipes zijn het People-Profit-Planet (PPP)-denken en het Cradle tot Cradle principe. PPP-denken probeert de aandacht voor de mens, de economische winst/opbrengst en de aandacht voor planeet of leefmilieu in een harmonieuze wijze bij elkaar te brengen. Cradle tot Cradle richt zich op het verlengen van de levenscyclus van grondstoffen (half)fabricaten.

Daarbij worden afvalproducten steeds weer opnieuw gebruikt als grondstof voor hetzelfde of andere producten.

4.3.2

Resultaten

In het kader van de duurzaamheids- en gezondheidstoetsing is onderzocht in hoeverre de ontwikkeling van de warmtebron bijdraagt aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Heerlen en de bredere doelstellingen van de Omgevingswet. Duurzaamheid De warmtebron maakt gebruik van geothermische energie, een hernieuwbare en relatief schone energiebron, die bijdraagt aan de vermindering van CO2-uitstoot en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Dit sluit aan bij de duurzaamheidsambities van de gemeente, zoals vastgelegd in de structuurvisie. Gezondheid Op het gebied van gezondheid is onderzocht of de installatie van de warmtebron negatieve effecten kan hebben op de leefomgeving, zoals geluids- en luchtverontreiniging. Uit de onderzoeken blijkt dat de warmtebron geen significante nadelige gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit. Het geluidsniveau blijft binnen de vastgestelde normen, wat betekent dat de leefomgeving niet nadelig wordt beïnvloed door geluidsoverlast. De geothermische technologie zelf heeft geen uitstoot van schadelijke stoffen, wat een positieve invloed heeft op de gezondheid van omwonenden.

26 | 47

Witteveen+Bos | 142429/24-018.212 | Definitief

4.3.3

Conclusie

De warmtebron draagt bij aan de duurzaamheidsdoelen van de Omgevingswet en de gemeente Heerlen, met een focus op CO2-reductie en circulaire economie. Het project past binnen de Cradle to Cradle- en People-Profit-Planet-principes. Bovendien zijn er geen negatieve effecten op de gezondheid van omwonenden, aangezien het voldoet aan geluids- en luchtkwaliteitsnormen. Hierdoor kan het project positief worden beoordeeld op het gebied van duurzaamheid en gezondheid.

4.4

Weging van waterbelang

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen over de waterhuishouding, met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Hieronder staat een overzicht van de voor het plangebied relevante wet- en regelgevingen en nota's. De beschrijving is gestructureerd naar hiërarchie: achtereenvolgens Europees beleid, nationaal beleid, regionaal beleid en lokaal beleid. Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. De doelstellingen uit de KRW worden omgezet in nationaal beleid. Daarnaast gaat het Europees beleid uit van het ‘stand-still’ principe dat bij veranderingen de waterhuishoudkundige of ecologische situatie in een gebied enkel gelijk blijft of verbetert. Deze mag dus niet verslechteren. De KRW is geïmplementeerd in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=8e90c649-cd06-41be-9a4e-923f5f4bc00d