1. De ruimtelijke onderbouwing d.d. 12 april 2023.pdf
Tekst van het document
Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
4
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Situering besluitgebied 1.3. Juridische status 1.4. Planvorm 1.5. Leeswijzer
5
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1. Rijksbeleid 2.2. Provinciaal beleid 2.3. Regionaal beleid 2.4. Gemeentelijk beleid
11
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1. Ruimtelijke en functionele structuur
28
Hoofdstuk 4
30
Planbeschrijving
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1. Bodem 5.2. Geluid 5.3. Luchtkwaliteit 5.4. Bedrijfshinder 5.5. M.e.r.-plicht 5.6. Externe veiligheid 5.7. Ecologie 5.8. Verkeer en parkeren 5.9. Water 5.10. Archeologie 5.11. Cultuurhistorie 5.12. Niet gesprongen explosieven en na-ijleffecten mijnbouw
34
Hoofdstuk 6
59
Afweging belangen
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1. Economische uitvoerbaarheid
60
Hoofdstuk 8 Procedure en overleg 8.1. Procedurestappen 8.2. Vooroverleg 8.3. Zienswijzen procedure omgevingsvergunning 8.4. Beroep en hoger beroep
61
Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing
63
Bijlage 1
Inrichting terrein tijdelijke situatie
64
Bijlage 2
Inrichting terrein definitieve situatie
66
Bijlage 3
Inrichting bovengrondse unit
68
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
70
Bijlage 5
Aanmeldnotitie m.e.r.
186
Bijlage 6
Besluit MER
210
Bijlage 7
Kwalitiatieve risicoanalyse
218
Bijlage 8
Toets stikstofdepositieberekening
252
Bijlage 9
Quickscan flora en fauna
296
Bijlage 10
Sonderingsonderzoek
297
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 2
Bijlage 11
Infiltratieberekening
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 3
378
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 4
Hoofdstuk 1
1.1.
Inleiding
Aanleiding
Onder Heerlen bevindt zich een enorm stelsel van mijngangen. Sinds de sluiting van de mijnen zijn die ondergelopen met grondwater. Dit grondwater wordt opgewarmd door de aarde: hoe dieper in de aarde, hoe hoger de temperatuur. Het water in de dieper gelegen mijngangen kan gebruikt worden om gebouwen te verwarmen en het water uit hoger gelegen gangen om gebouwen te koelen.
Mijnwater Energy B.V. is voornemens nabij de Ganzeweide een nieuwe bron te realiseren waar mijnwater wordt opgepompt ten behoeve van het verwarmen van gebouwen en waar koud(er) water geïnjecteerd wordt. Momenteel zijn in Heerlen verschillende kantoren en woongebieden aangesloten op het mijnwater. Het gebruik hiervan is momenteel dermate groot dat behoefte is aan een nieuwe bron. De bron is noodzakelijk om te kunnen garanderen dat in de koude wintermaanden er voldoende mijnwater opgepompt kan worden om de huizen en kantoren te kunnen verwarmen. Het besluitgebied valt onder de werking van het bestemmingsplan 'Heerlerheide west', dat op 4 september 2009 is vastgesteld door de gemeenteraad van Heerlen. Het besluitgebied is daarin bestemd tot 'Groen', 'Waterstaatsvoorziening (bufferbassin) ' en de dubbelbestemming 'waterstaatsvoorzieningen (beschermingszone)'. De gronden binnen de bestemming 'Groen' zijn bestemd voor goenvoorzieningen voor de opvang, berging, infiltratie en afvoer van water, als mede voor wegen, paden, parkeren en voorzieningen van openbaar nut. De gronden binnen de besteming 'waterstaatsvoorziening (bufferbassin) zijn bestemd voor een buffer voor de opvang van hemelwater, met een beschermingszone van 5 meter. De realisatie en exploitatie van een waterbron ten behoeve van een energienetwerk is conform het vigerend bestemmingsplan niet toegestaan.
Echter kan de ontwikkeling wel mogelijk worden gemaakt door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°). Een voorwaarde daarbij is dat middels een ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het initiatief van een goede ruimtelijke ordening getuigt. In dat kader is deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
Onderhavige onderbouwing ziet op twee fasen: de tijdelijke realisatiefase en de definitieve gebruiksfase. Het besluitgebied van beide fases zijn verschillend. Dit wordt nader beschreven in paragraaf 1.2 en in hoofdstuk 4.
1.2.
Situering besluitgebied
Het besluitgebied en daarmee de beoogde waterbron is voorzien ten oosten van de Terhoevenderweg. De beoogde locatie grenst een bedrijventerrein en is een braakliggend halfverhard terrein. Het bedrijventerrein wordt ontsloten door de Ganzenweide. Ten zuiden van het besluitgebied is een woonwijk gelegen. Globaal gezien ligt het besluitgebied ten noorden van het centrum van Heerlen. Op de navolgende afbeeldingen is de ligging van het besluitgebied weergegeven op een topografische kaart en is de exacte begrenzing van het besluitgebied weergegeven op een kadastrale ondergrond.
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 5
Uitsnede topografische kaart met globale ligging besluitgebied (rode cirkel)
Realisatiefase De realisatiefase betreft een tijdelijke fase en het besluitgebied bestaat in deze fase uit de percelen die kadastraal bekend staan als (deels) Heerlen, sectie U, nrs. 1471, 545, 586, 587, 588 en 590.
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 6
Uitsnede kadastrale kaart met ligging besluitgebied in de tijdelijke fase (rood omlijnd)
Gebruiksfase De gebruiksfase ziet op de exploitatie van de warmtebron en betreft de definitieve fase. Binnen het besluitgebied blijft enkel de pomp, een bovengronds bouwwerk en de mijnwaterleiding over. Het besluitgebied bestaat in deze fase uit de percelen die kadastraal bekend staan als Heerlen, sectie U, nrs. 1471 (deels) en 590 (deels).
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 7
Uitsnede kadastrale kaart met ligging besluitgebied in definitieve fase (rood omlijnd)
1.3.
Juridische status
1.3.1 Bestemmingsplan 'Heerlerheide-West' Het besluitgebied (zoals aangeduid in paragraaf 1.2) is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Heerlerheide-West', zoals dit op 4 september 2009 door de gemeenteraad van Heerlen is vastgesteld. Binnen dit bestemmingsplan heeft het besluitgebied is daarin bestemd tot 'Groen', 'Waterstaatsvoorziening (bufferbassin)' en de dubbelbestemming 'waterstaatsvoorzieningen (beschermingszone)'.
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 8
Verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Heerlerheide-West' met ligging besluitlocatie (rood omlijnd)
Enkelbestemming 'Groen' De als Groen bestemde gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen en voorzieningen voor de opvang, berging, infiltratie en afvoer van water, alsmede voor wegen, paden, parkeren en voorzieningen van openbaar nut. Op deze gronden zijn bouwwerken, niet zijnde gebouwen, voetpaden en toegangspaden, speelvoorzieningen, plantsoenen, bomen en beplantingsstroken en bijbehorende voorzieningen toegestaan. De bouwwerken, niet zijnde gebouwen, zijn enkel toegestaan binnen het bestemmingsvlak en dienen te passen bij de bestemming. Tot slot geldt dat de bouwhoogte maximaal 4 meter bedraagt.
Enkelbestemming 'Waterstaatsvoorzieningen (bufferbassin) De als 'Waterstaatsvoorzieningen (bufferbassin)' aangewezen gronden zijn bestemd voor een buffer voor de opvang van hemelwater, met een beschermingszone van 5 meter. Voor deze gronden geldt voor zover van toepassing de Keur van het Waterschap Limburg. Op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die qua aard en afmetingen bij de bestemming passen, die noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de watergang en die een maximale hoogte hebben van 2 meter toegelaten.
Dubbelbestemming 'Waterstaatsvoorzieningen (beschermingszone) De als 'Waterstaatsvoorzieningen (beschermingszone)' aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de herinrichting alsmede het onderhoud en de bescherming van de in deze gronden gelegen watergang en buffer en secundair voor andere ingevolge dit plan aan deze gronden gegeven bestemmingen. Voor deze gronden geldt voor zover van toepassing de Keur van het Waterschap Roer en Overmaas. Op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die qua aard en afmetingen bij de bestemming passen, die noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de watergang en die een maximale hoogte hebben van 2 meter toegelaten.
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 9
Conclusie De beoogde ontwikkeling (realisatie en exploitatie van een mijnwaterbron) is op basis van het vigerend bestemmingsplan niet mogelijk. De activiteiten passen qua gebruik niet binnen de bestemmingen. Het gebouw is eveneens strijdig met de bouwhoogte van bouwwerken. Daarnaast geldt dat binnen de vigerende bestemmingen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. Derhalve is de beoogde ontwikkeling strijdig met het vigerend bestemmingsplan.
1.4.
Planvorm
Als onderdeel van onderhavige aanvraag dient een 'goede ruimtelijke onderbouwing' te worden opgesteld, waarin het planvoornemen en de beleidsmatige en ruimtelijk-stedenbouwkundige afweging ten behoeve van onderhavige ontwikkeling verwoord dienen te zijn. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in deze vereisten. De procedure voor onderhavige aanvraag omvat het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°).
1.5.
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een opsomming van de planologische beleidskaders bestaande uit rijksbeleid, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 3 is het besluitgebied beschreven. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling van het besluitgebied. Hoofdstuk 5 gaat in op de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 6 vindt een afweging van de belangen plaats. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 de te doorlopen procedure beschreven.
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 10
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.
2.1.
Rijksbeleid
2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (behalve paragraaf 4.9). De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO 2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12.
Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 11
voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Conclusie Onderhavig initiatief ziet op het realiseren en exploiteren van een mijnwaterbron ten behoeve van een energienetwerk. Met mijnwater kunnen gebouwen zowel verkoeld als opgewarmd worden. Gebruikers hebben minder fossiele energie nodig. Door muur- en vloerverwarming zijn radiatoren niet meer nodig. Daarnaast produceert mijnwaterenergie geen koolstofdioxide. Het initiatief levert daarmee een bijdrage aan de vermindering van broeikasgassen en draagt derhalve bij aan de energietransitie. Geconcludeert kan worden dan het voornemen aansluit bij de doelen die de nationale overheid in de NOVI heeft opgesteld.
2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Conclusie Het Barro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en schaal van het project, geen gevolgen voor de realisatie van het initiatief.
2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: "De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319)). Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 12
Conclusie Onderhavig plan voorziet in de realisatie en exploitatie van een mijnwaterbron ten behoeve van een energienetwerk. Ten behoeve van dit initiatief wordt een bovengrondse unit gerealiseerd van circa 15 x 4,5 meter. De beoogde nieuwe bebouwing heeft derhalve een oppervlakte van circa 67,5 m2. Voor het toevoegen van gebouwen is een ladderonderbouwing noodzakelijk indien circa 500 m2 of meer bebouwing wordt toegevoegd. Onderhavig initiatief blijft ruimschoots onder deze grens. Een onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet noodzakelijk.
2.2.
Provinciaal beleid
2.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast is een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 2.2.2.
Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.
Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Het thema dat in het kader van onderhavige ontwikkeling hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect 'Energie'.
Natuur Voor het behouden en herstellen van natuur en biodiversiteit is ruimte en robuustheid nodig. omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 13
Daarmee concurreert natuur met de toenemende ruimtevraag vanuit andere functies zoals landbouw, wonen, energieopwekking, economie en recreatie. De meeste Limburgse natuurgebieden, waaronder de Natura 2000-gebieden, vormen samen het Natuurnetwerk Limburg - het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland. Binnen het landelijk gebied onderscheiden we daarnaast de groenblauwe mantel en het buitengebied. Voor het behoud van de kwaliteiten in het Natuurnetwerk Limburg en vooral de daartoe behorende Natura 2000-gebieden, is het van belang dat de abiotiek op orde wordt gebracht. Dat kan door inrichting en beheer binnen de natuurgebieden, het voldoende robuust maken van het Natuurnetwerk Limburg en door goede overgangen naar de omliggende gebieden. Het Aanvalsplan Stikstof is aanleiding om, in combinatie met andere generieke brongerichte maatregelen, te bezien hoe te komen tot een meer samenhangende en gebiedsgerichte uitwerking, waaronder het herstel van grondwaterstanden en een forse vermindering van stikstofdepositie. Energie De komende decennia gaat de energievoorziening in Nederland fors veranderen.
Het besluit van het Kabinet tot versnelde afbouw van de gaswinning in Groningen, de opkomst van nieuwe energiebronnen, de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen, de noodzaak van een stabiel en toekomstbestendig elektriciteits- netwerk en de onzekere toekomst wat betreft de internationale geopolitieke verhoudingen zijn aanleiding voor deze transitie. De relatief verre afstand tot zee als het gaat om benutten van windenergie op zee of de onderzeese opslag van CO 2 en de relatief grote vertegenwoordiging van industrie en landbouw in Limburg, vereisen verstandige keuzes voor de toekomst van onze energievoorziening en het borgen van leveringszekerheid. Limburg heeft een verleden met energiewinning, en vanuit de ervaring met transities hierin, een belangrijk innovatiepotentieel dat voor heel Nederland relevant kan zijn. De energietransitie is op dit vlak ook van economisch belang door de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en de afhankelijkheid van internationale energieleveranciers. De energietransitie vraagt om aanpassingen aan onze boven- en ondergrondse infrastructuur. Het bestaande energienetwerk zal veranderen; op lokale, regionale, nationale als ook internationale schaal. Nieuwe energiedragers en nieuwe technieken voor de opslag van duurzaam opgewekte energie, vragen omgevingsruimte.
Er zal geïnvesteerd moeten worden in de vernieuwing en/of uitbreiding van het bestaande netwerk. Daarbij kunnen bestaande buisleidingen en nieuwe technieken voor de opslag van duurzaam opgewekte energie een belangrijke rol spelen. Onze euregionale ligging biedt hierbij zowel kansen als uitdagingen, bijvoorbeeld als het gaat om extra ruimte en strategische verbindingen met de rest van Nederland, Duitsland en België. Conclusie Het besluitgebied ligt deels binnen de groenblauwe mantel. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. De kernkwaliteiten zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. In Zuid-Limburg omvat de groenblauwe mantel daarbovenop ook nog de steilere hellingen, droogdalen en de belangrijkste landschappelijke verbindingen naar het Maasdal. De locatie bestaat op dit moment uit een halfverharde vlakte grenzend aan een bedrijventerrein. De zuid- en westzijde zijn begrensd door bosschages, welke gedurende de boorwerkzaamheden en het gebruik van de mijnwaterbron intact blijven. In de huidige situatie bezit het terrein geen kernkwaliteiten passend bij de groenblauwe mantel.
Daarnaast wordt de defintieve bebouwing zo veel mogelijk in het noordoosten van het besluitgebied gerealiseerd waardoor de bebouwing grotendeels buiten de groenblauwe mantel valt. Verder wordt het overige gedeelte van het besluitgebied teruggebracht in de huidige staat. Gezien het besluitgebied bestaat uit een grotendeels braakliggend terrein met een kleine bosschage en leegstaand noodgebouw zijn de kernkwaliteiten behorende tot de groenblauwe mantel niet aan de orde. Er wordt derhalve geen negatief effect verwacht op de bronsgroene natuurzone. Dit is ook gebleken uit de quickscan flora en fauna. De quickscan flora en fauna wordt verder besproken in paragraaf 5.7. Daarnaast zorgt het gebruik van een mijnwaterbron ten behoeve van een energienetwerk voor een bijdrage aan de reductie van van broeikasgassen. Mijnwaterenergie produceert namelijk geen koolstofdioxide. Daarnaast zorgt het gebruik van mijnwaterenergie in de omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 14
toekomst voor meer gebruik van duurzame energiebronnen. Gebruikers hebben minder fossiele energie nodig. Door muur- en vloerverwarming zijn radiatoren niet meer nodig. De POVI vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig voornemen.
2.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december 2022) De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid uit het voormalige Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) juridische binding te geven. Het POL2014 is inmiddels komen te vervallen, maar de in 2014 vastgestelde omgevingsverordening blijft van kracht totdat een nieuwe omgevingsverordening op grond van de nieuwe POVI in werking treedt.
Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de verordening het navolgende bepaald: 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. Artikel 2.7.2 Bronsgroene landschapszone 1. De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de Bronsgroene landschapszone, bevat een beschrijving van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Bij de compensatie van de negatieve effecten op natuurwaarden ( kernkwaliteit “Groene karakter”) wordt de beleidsregel als bedoeld in artikel 2.6.7, tweede lid, gevolgd. 2.
De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. 3. De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone zijn nader uitgewerkt in de bijlage bij dit artikel. Artikel 2.16 Na-ijlende effecten steenkoolwinning De toelichting bij een ruimtelijk plan dat het bouwen van een nieuw bouwwerk in de gemeenten Brunssum, Beekdaelen, Heerlen, Landgraaf, Voerendaal, Kerkrade, Simpelveld, Beek, Sittard-Geleen en Stein mogelijk maakt, beschrijft op welke wijze rekening is gehouden met de na-ijlende effecten van de voormalige steenkoolwinning.
Artikel 2.19.1 Klimaatadaptatie 1. De toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van: a. de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's en gevolgen van klimaatverandering; en b. de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico's en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende risico's betrokken: a. wateroverlast; b. overstroming; c. droogte. 3. Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de informatie van gemeentelijke, regionale en landelijke stresstest- en overstromingskaarten
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 15
Voor het overige is het besluitgebied niet gelegen binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Conclusie Ladder voor duurzame verstedelijking Zoals beschreven in paragraaf 2.1.3 is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing.
Bronsgroene landschapszone Het besluitgebied is deels gelegen binnen de bronsgroene landschapszone. Deze zone omvat de landschappelijk waardevolle beekdalen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden met de daarin aanwezige (extensievere) landbouwgebieden, monumenten, kleinere landschapselementen, waterlopen e.d.. Een kwart van de bronsgroene landschapszone wordt gevormd door het winterbed van de Maas. Het beleid in de bronsgroene landschapszone is er op gericht de (huidige) landschappelijke kernkwaliteiten van deze zone te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Ontwikkelingen binnen de ruimte die het beleid voor de verschillende thema’s biedt zijn mogelijk mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden (‘ja-mits’). Het accent is gelegd op het borgen van de kwaliteit en het functioneren van het regionaal watersysteem, de ontwikkeling van de landbouw in balans met de omgeving, het versterken van de kernkwaliteiten van landschap en cultuurhistorie en recreatief medegebruik.
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 16
Uitsnede kaart 4 Omgeivngsverordening Limburg 2014: 'Beschermingszone natuur en landschap' met ligging besluitgebied (tijdelijke fase rood omlijnd en de definitieve fase groen omlijnd)
Het terrein betreft in de huidige staat een halfverhard terrein grenzend aan een bedrijventerrein. In de huidige situatie is er derhalve geen sprake van kernkwaliteit passend bij de bronsgroene lanschaspszone (groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en reliëf). De versterking van waarde in het braakliggend gebied is niet aan de orde aangezien de definitieve fase enkel betrekking heeft op de bouwwerken. De bosschages aan de zuid- en westzijde zullen gedurende de boorwerkzaamheden en het gebruik van de mijnwaterbron intact blijven. Tijdens de realisatiefase wordt het terrein tijdelijk volledig verhard. Dit betreft slechts een tijdelijke situatie. In de definitieve situatie wordt de bebouwing zo ver mogelijk aan de noordoost zijde van het plangebied gerealiseerd, waardoor deze bebouwing grotendeels buiten de bronsgroene natuurzone valt. Daarnaast wordt de tijdelijke verharding verwijderd en wordt het besluitgebied, voor zover niet bebouwd, teruggebracht naar de huidige staat.
Gelet op bovenstaande worden geen negatief effecten verwacht op de bronsgroenenatuurzone.
Na-ijlende effecten steenkoolwinning Op het aspect 'na-ijlende effecten steenkoolwinning' wordt verder ingegaan in paragraaf 5.12.
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 17
Klimaatadaptatie Het besluitgebied betreft een halfverhard terrein grenzend aan een bedrijventerrein. Er wordt tijdelijk volledige verharding aangelegd ten behoeve van de boorinstallaties. Op het terrein wordt een systeem van watergoten gerealiseerd om hemelwater op te vangen. De goten leiden het water naar een waterbak waarin een olie/waterscheider is aangebracht. Tijdens de boring wordt het water per vrachtwagen afgevoerd ter verwerking elders, of zal na goedkeuring van de bevoegde instantie op het riool worden geloosd. Op grond van het vigerend bestemmingsplan is een gedeelte van het besluitgebied een waterstaatsvoorziening (bufferbassin), welke onderdeel is van de watergang die grenst aan deze locatie. Het Waterschap Limburg heeft in overleggen reeds aangegeven dat deze bestemming voor hen niet meer relevant is. Onderhavig initiatief verstoort derhalve de huidige overstromingsnorm niet.
Vanuit de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' bestaan er geen belemmeringen ten aanzien van onderhavige ontwikkeling.
2.2.3
Omgevingsverordening Limburg 2021
Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze Omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen. De omgevingsverordening treedt in werking zodra de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers.
Artikel 7.5 Kernkwaliteiten de groenblauwe mantel Lid 1 De kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel zijn: a. het groene karakter; b. het visueel-ruimtelijk karakter; c. het cultuurhistorisch erfgoed; d. het reliëf; e. ruimte voor water en waterberging in de laagten en beekdalen. Lid 2 De kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel zijn nader uitgewerkt in bijlage IX.
Artikel 7.6 Instructieregels kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel De motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op een gebied in de groenblauwe mantel beschrijft: a. de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel; b. de waarde van het plangebied als ecologische verbinding tussen gebieden gelegen binnen het Natuurnetwerk Limburg in het bijzonder met het oog op de impact voor de habitattypen in de Natura 2000-gebieden; c. de waarde van het plangebied met het oog op de instandhouding van de natuurdoeltypen in de aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg; d. de waarde van het plangebied voor het bieden van ruimte voor water en als waterberging in laagten en beekdalen omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 18
e. de wijze waarop rekening is gehouden met de waarden onder a tot en met d; f. hoe op gebiedsniveau per saldo geen kwaliteitsverlies plaatsvindt van de waarden onder a tot en met d. g. hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Bij de compensatie van de negatieve effecten op natuurwaarden met de kernkwaliteit “het groene karakter” worden de regels opgenomen in bijlage X gevolgd. Artikel 12.12 Instructieregel na-ijlende effecten steenkoolwinning De motivering van een omgevingsplan dat het bouwen van een nieuw bouwwerk in de gemeenten Brunssum, Beekdaelen, Heerlen, Landgraaf, Voerendaal, Kerkrade, Simpelveld, Beek, Sittard-Geleen en Stein mogelijk maakt, beschrijft op welke wijze rekening is gehouden met de na-ijlende effecten van de voormalige steenkoolwinning
Conclusie Onderhavig besluitgebied bestaat uit een braakliggend, halfverhard terrein. Er zijn derhalve geen kernkwaliteiten behorende tot de groenblauwe mantel aanwezig. Momenteel biedt het besluitgebied geen ecologische verbinding tussen de gebieden gelegen binnen het Natuurnetwerk Limburg. Wel maakt het besluitgebied onderdeel uit van Koumerberg dat een schakel vormt tussen Brunssummerheid een Geleenbeekdal. Gelet op het huidige gebruik en staat van het besluitgebied zijn er echter geen natuurwaarden binnen het besluitgebied aanwezig. Het besluitgebied heeft conform het vigerend bestemmingsplan deels de bestemming 'waterstaatsvoorziening (bufferbassin)'. Waterschap Limburg heeft in een vooroverleg aangegeven dat op het perceel geen waterstaatswerken meer gepland staan. Ook dient het perceel niet meer als overloopgebied bij hoogwater. Het initiatief ziet niet op werzaamheden die de naastgelegen Overkluisde Caumerbeek aantasten dan wel hindert. Voor overige onderwerpen en beschermingsgebieden wordt verwezen naar de nadere toelichting bij de Provinciale Omgevingsvisie (paragraaf 2.2.1) en Omgevingsverordening Limburg 2014 (paragraaf 2.2.2). De onderhavige ontwikkeling is dan ook in lijn met de Omgevingsverordening Limburg 2021.
2.3.
Regionaal beleid
2.3.1 Intergemeentelijke Structuurvisie De regio Parkstad Limburg heeft een eigen intergemeentelijke structuurvisie vastgesteld: 'Ruimte voor park & stad' (2009). De visie beoogt de missie van de regio, 'het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit', te verwezenlijken. Als alle partijen hun krachten bundelen, moet het mogelijk zijn om in 2030 deze kwaliteiten in Parkstad Limburg te ervaren: Meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, onder andere door een groter contrast van stad en land; Een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfsrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten; Een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen-Centrum als Parkstad Centrum; Een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen; Een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via de Parkstadring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft. De intergemeentelijke structuurvisie zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijke ontwikkeling.
Deze dragers zijn uitgewerkt door middel van vier hoofdthema's: Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 19
Natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen en waterstructuren. Economie - meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht Hoofdambitie is economische structuurversterking met als strategie ruimtelijke concentratie en revitaliseren van locaties die niet aan moderne eisen voldoen, onder toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande locaties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte. Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking Herstructurering gaat voor uitbreiding: het bedienen van de veranderende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uitbreiding buiten huidige stedelijke contour. Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid De ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regionaal als internationaal. De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding. De vier hoofdthema's uit de structuurvisie zijn concreet uitgewerkt in diverse beleidsnota's, op zowel regionaal als gemeentelijk niveau.
Deze komen in de volgende paragrafen aan bod, waarbij tevens wordt aangegeven hoe deze hun uitwerking hebben op onderhavig planvoornemen. Conform de ontwikkelingskaart uit de Structuurvisie Parkstad Limburg geldt dat er ter plaatse van het besluitgebied geen specifieke aanduiding is opgenomen voor een nieuwe ontwikkelingsrichting. Het gebied is aangemerkt als 'Bebouwd gebied: wonen'.
Uitsnede ontwikkelingskaart Structuurvisie Parkstad Limburg met globale ligging besluitgebied (rood omcirkeld)
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 20
Onderhavige ontwikkeling past binnen de gestelde kaders van de Intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad Limburg 2030. Er wordt allereerst niets gewijzigd aan de bestaande groene verbinding ten westen van het besluitgebied. Daarnaast betreft een van de zes pijlers 'Energie als fundament'; Economisch waardevol, maar ook de cultuurgeschiedenis krijgt weer waarde voor innovatie en duurzaamheid. Letterlijk en figuurlijk Nieuwe Energie in een oude energie-regio. Het initiatief ziet op het realiseren van een mijnwaterbron. Het water uit oude mijnschachten wordt opgepompt ten behoeve van het verwarmen van huizen en bedrijven. Dit duurzame project is derhalve passend binnen de structuurvisie Parkstad Limburg 2030.
Conclusie Vanuit de 'Structuurvisie Parkstad Limburg' bestaan er geen belemmeringen ten aanzien van onderhavige ontwikkeling.
2.4.
Gemeentelijk beleid
2.4.1 Structuurvisie Heerlen 2035 Op 7 juli 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Heerlen 2035 vastgesteld. Met dit planologisch instrument kan de gemeente de ruimtelijke sturing beter afstemmen op de toekomstige ruimtelijke opgaven. De structuurvisie is opgesteld op basis van een belangrijk kantelpunt in de historie van de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. De grenzen van de groei zijn bereikt. Er is een eind gekomen aan een onafgebroken periode van vraag naar ruimte en vastgoed. Nieuwe ontwikkelvraagstukken hebben nu vooral te maken met de vraag hoe om te gaan met bestaand vastgoed en vrijkomende ruimte. De ruimtelijke opgaven voor de toekomst hebben veel vaker betrekking op bestaand vastgoed in plaats van nieuwbouw en zullen gekenmerkt worden door termen als: flexibel, tijdelijk, duurzaam en kleinschalig. Ook de rol van de gemeente verandert. Heerlen moet de slag maken van een toetsende naar een faciliterende overheid. Niet alles zelf herontwikkelen, maar vooral ook initiatieven van ondernemers, marktpartijen en inwoners mogelijk maken, met de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in deze structuurvisie als uitgangspunt. Deze transitieopgaven lopen als een rode draad door de structuurvisie. In de structuurvisie staan inhoudelijk vier thema's centraal: Vitale stad, Centrale stad, Innovatieve stad en Verrassende stad.
Vitale stad In het thema Vitale stad wordt een beeld geschetst van woonwijken in 2035. Aan de ene kant willen we inzetten op minder woningen, maar vooral ook op woningen met meer kwaliteit en variatie. Dus geen grootschalige uitbreidingsnieuwbouw meer, maar inzetten op het doorbreken van de eentonigheid van sommige woonbuurten. Aan de andere kant willen we goede voorzieningen blijven aanbieden. Dat kan soms betekenen dat een voorziening uit de buurt verdwijnt als het verzorgingsgebied voor die voorziening te klein wordt. In die gevallen zetten we in op het vormen van sterke voorzieningenclusters in buurten en stadsdelen. Centrale stad In het thema Centrale stad beschrijven we hoe we de rol van Heerlen als centrumgemeente in de regio kunnen versterken. Belangrijke speerpunten daarbij zijn een compact kernwinkelgebied met een compleet en gevarieerd winkelaanbod, het realiseren van een Smart Services Campus en het versterken van het stedelijk woonmilieu. Cultuur in al zijn facetten is daarbij een belangrijke bindende factor. Innovatieve stad In het thema Innovatieve stad geven we aan hoe we anders kunnen omgaan met stedelijke ontwikkelopgaven bij veranderende omstandigheden. Het hergebruiken van bestaand vastgoed en vrijkomen van ruimte na sloop spelen daarbij een belangrijke rol. Bovendien willen we mondiale duurzaamheidsvraagstukken verbinden met lokale transitieopgaven.
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 21
Heerlen heeft de ambitie om in 2040 een klimaatneutrale stad te zijn. Dat is een stad waarin processen rond wonen, werken en leven, niet op negatieve wijze bijdragen aan klimaatverandering. Verrassende stad In het thema Verrassende stad wordt beschreven hoe we bestaande cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten beter zichtbaar en tastbaar kunnen maken in de stad. Door het behoud van deze waarden te integreren in de lokale transitieopgaven, krijgen plekken en panden waarmee mensen zich verbonden voelen nieuwe betekenis. Het resultaat van deze transitie is een verrassende stad, waarin het "Verhaal van Heerlen" tot uitdrukking komt. Op deze visiekaart is het besluitgebied aangeduid als 'Groenverbinding', 'Natuurlijke beekzone' en 'Beekdal'. Dit komt hoofdzakelijk voort uit het feit dat aan de zuidzijde van het besluitgebied de Geleenbeek is gesitueerd. De Geleenbeek en de Caumerbeek zijn de twee belangrijkste groene structuurelementen in de stad. De beekdalen hebben een enorme potentie om het verhaal van Park en Stad uit te dragen. Maar van die potentie wordt nog onvoldoende gebruik gemaakt. In het kader van onderhavig plan wordt geen negatieve invloed uitgeoefend op de Geleenbeek middels de beoogde ontwikkelingen.
Uitsnede structuurvisie kaart 'Innovatieve stad'(besluitgebied blauwe pijl)
Onderhavig besluitgebied ligt aan de rand van de groene transformatiezone.
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 22
Uitsnede structuurvisiekaart 'Structuurvisie Heerlen' (besluitgebied rood omcirkeld)
Groene transformatiezones Ook de onbebouwde, groene gebieden van Heerlen ondergaan een transitie. Door onder meer de concentratie van allerlei voorzieningen komen aan de randen van de stad gronden vrij. Deze gronden kunnen niet allemaal worden heringericht als parkjes, dus kiest de gemeente ervoor om hier groene transformatiezones van te maken. Hierdoor ontstaat bijvoorbeeld ruimte om in de eigen voedselproductie te voorzien, of een aandeel te leveren voor duurzame energieopwekking. Zowel Gebrookerbos als de Zandgroevengebieden zijn experimenteergebieden welke voorzien in een groen netwerk met recreatieve verbindingen, waarbij ook nieuwe waarde wordt gegeven aan de twee nog resterende mijnsporen. Conclusie Heerlen wil in 2040 een ‘klimaatneutrale stad’ zijn. Dat is een stad waar processen rond wonen, werken en leven niet bijdragen aan klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het regionaal document PALET (Parkstad Limburg Energie Transitie). De inspanningen richten zich op het integreren van duurzaamheidsuitdagingen in de overige transitieopgaven in de stad en de regio. Hierdoor ontstaan win-win situaties waardoor de benodigde kwaliteitsimpulsen in de stad, vanuit diverse invalshoeken worden opgepakt. Het initiaitief ziet op de realisatie van een nieuwe mijnwaterbron. Hierdoor kunnen meer gebouwen gebruik maken van een duurzame energiebron.
Het initiatief draagt daarmee bij aan de ambitie van Heerlen om een klimaatneutrale stad te zijn. Zoals reeds beschreven ligt het plangebied binnen de groene tranfsformatiezone. In de huidige situatie is het besluitgebied echter een braakliggend, halfverhard terrein. Enkel in de tijdelijke situatie wordt het gehele besluitgebied gebruikt. In de definitieve situatie wordt het zuidwestelijke gedeelte teruggebracht naar de huidige situatie en wordt de bebouwing zo veel mogelijk gerealiseerd in het noordoosten van het besluitgebied, grenzend aan het bedrijventerrein. Daarnaast is binnen de groene transformatiezone ruimte voor het leveren voor een aandeel voor duurzame energieopwekking. Daar draagt het beoogd initiatief aan bij, omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 23
aangezien wordt voorzien in een duurzame warmtebron. Op basis van het voorgaande kan gesteld worden dat onderhavige ontwikkeling aansluit bij de doelstellingen uit de 'Structuurvisie Heerlen 2035'.
2.4.2 Groenbeleidsplan Het gemeentelijk Groenbeleidsplan is op 14 mei 2013 vastgesteld en vormt sindsdien het gemeentelijk groenbeleid. In dit plan is het vorige groenstructuurplan geïntegreerd. Het Groenbeleidsplan geeft een middellange termijnvisie (2010-2025) op de gewenste ontwikkeling van het semi-openbare groen van de gemeente Heerlen. Behalve een visie op de gemeentelijke groenstructuur bevat het Groenbeleidsplan ook een kader voor het groenbeheer en is er tevens een uitvoeringsprogramma aan gekoppeld. Het Groenbeleidsplan heeft als hoofddoelstelling een integrale, samenhangende en tevens duurzame groenstructuur te realiseren, die recht doet aan de identiteit en eigenheid van Heerlen als onderdeel van Parkstad Limburg en voldoende robuust van karakter is waar het gaat om behoud en verbetering van leefbaarheid en groene kwaliteit. In de visie op de groenstructuur van de gemeente Heerlen is uitgegaan van de volgende integraal samenhangende componenten: Het landschappelijke kader van Heerlen; De hoofdgroenstructuur van Heerlen; Steenbergen als symbool voor een grenzeloze regio; Schakels tussen Heerlen en het omliggende Euregionale landschap; De hoofdinfrastructuur als uithangbord voor 'park' en 'stad'; De historische structuur als (groene) parels in het stedelijke weefsel; Stadsombouw Heerlen: robuust groen met nieuwe functies.
De hoofdgroenstructuur van Heerlen kadert de ligging van de verschillende stadsdelen in. Om een goede aansluiting te vormen op de gemeentelijke hoofdgroenstructuur is per stadsdeel de gewenste ontwikkeling van de hoofdgroenstructuur verder uitgewerkt. Vervolgens is nog verder ingezoomd en is de gewenste groenstructuur in de buurten en buurtschappen beschreven. Hierbij is onderscheid gemaakt in verschillende buurttypen. De visies voor de verschillende buurttypen zijn vertaald in een gereedschapskist voor de groenstructuur per buurttype, waarin de karakteristieken en functies van de hoofd- en sub-groenstructuur van een buurttype zijn vastgelegd. Onderscheid wordt gemaakt in structuurgroen en snippergroen, waarbij het uitgangspunt geldt dat snippergroen kan worden afgestoten zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de openbare ruimte.
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 24
Uitsnede kaart 'Hoofdgroenstructuur' van Groenbeleidsplan Heerlen (besluitgebied rood omcirkeld)
Het besluitgebied is gelegen aan de rand van de hoofdgroenstructuur Caumerbeekdal. In de ambitie is de wens gedefinieerd om de beekdalen een prominente positie te geven in de groenstructuur van Heerlen. Aangezien van de vier beekdalen in Heerlen het Caumerbeekdal het meest prominente onderdeel vormt van wat heden gezien kan worden als de hoofdgroenstructuur van Heerlen is de uitwerking van de ambitie met name gericht op dat beekdal. Met de zijbeken dooradert de Caumerbeek het bebouwde gebied. De dooradering is zo fijnmazig dat het beeksysteem nagenoeg alle buurten en stadsdelen met elkaar en met het centrum van Heerlen verbindt. Naast de rol van het Caumerbeekdal in de ecologische structuur en het watersysteem, speelt het dal een potentieel belangrijke rol in de recreatieve ontsluiting van Heerlen, zowel in de ontsluiting van de woonbuurten als de bezienswaardigheden en sportfaciliteiten. Conform de ambitie en op basis van de nu nog grotendeels verborgen kwaliteiten van het Caumerbeekdal is de belangrijkste doelstelling voor de ontwikkeling van de hoofdgroenstructuur van Heerlen het ontwikkelen en daadwerkelijk fysiek en mentaal ontsluiten van het Caumerbeekdal als grootste stadspark van Nederland. Dit levert een kwaliteitsimpuls voor de leefbaarheid van Heerlen en biedt een duurzame groene basis waarop vanuit herstructureringsprojecten geanticipeerd kan worden.
Conclusie Het initiatief ziet op de realisatie en exploitatie van een mijnwaterbron. Ten behoeve van dit omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 25
initiatief wordt een diepe boring verricht en tijdelijke voorzieningen gerealiseerd ter plaatse van een reeds halfverhard terrein aan de rand van een bestaand bedrijventerrein. Aan de bestaande groene bosschages ten zuiden en westen van het besluitgebied wijzigt niets. In de definitieve situatie blijft enkel een boorput over onder het maaiveld en een bovengrondse unit van circa 15 x 4,5 meter welke zo ver mogelijk ten noordoosten van het besluitgebied wordt gerealiseerd. Op die manier wordt de bebouwing zo dicht mogelijk bij de bestaande bebouwing gerealiseerd. Het overige gedeelte van het besluitgebied wordt teruggebracht naar de huidige situatie. In deze definitieve fase zal het zuidwestelijke gedeelte van het terrein geen onderdeel meer uitmaken van het besluitgebied.
Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeer dat het Groenbeleidsplan geen belemmering vormt voor de realisatie en exploitatie van de mijnwaterbron.
Conclusie In navolging van het voorgaande staat onderhavig plan de ambities van het Groenbeleidsplan niet in de weg. Het plan is dan ook in overeenstemming met het gemeentelijk groenbeleid.
2.4.3 Duurzaamheidsvisie Heerlen 2017 Duurzaamheid betreft een integrale afweging van belangen voor de korte en de lange termijn, voor alle relevante stakeholders in het gebied. In de duurzaamheidsvisie van Heerlen 2017 kiest de gemeente voor drie pijlers binnen duurzaamheid: Energietransitie, Gezonde Stad (leefomgeving) en Circulaire Economie. Deze pijlers bevatten de belangrijkste gemeenschappelijke doelstellingen van zowel de gemeente als de bedrijven en instellingen in de stad: We werken aan beperking van klimaatverandering d.m.v. energiebesparing en inzet hernieuwbare energie. We bewaken en verbeteren de kwaliteit van leefomgeving t.b.v. een gezonde en aantrekkelijke stad om in te wonen, werken en leven We stimuleren de ontwikkeling van duurzame producten en processen waar dit een bijdrage levert aan een betere leefomgeving of aan energietransitie. Er zijn geen normen vastgelegd voor het begrip duurzaamheid. Op enkele thema's binnen duurzaamheid, zoals leefomgeving, water en groen, is sectorale wet- en regelgeving van toepassing. De toetsing aan deze kaders komt elders in de onderbouwing aan de orde. Voor energietransitie is een regionaal beleidskader geformuleerd (zie hieronder), voor klimaatadaptatie en circulaire economie is het in ontwikkeling.
Waar mogelijk en nodig sluiten we aan bij de landelijke akkoorden klimaatakkoord, deltaplan ruimtelijke adaptatie en grondstoffenakkoord. Op termijn zullen hieruit beleidsregels volgen die zullen landen in het omgevingsplan.
Energietransitie Het Parkstad Limburg Energietransitie ambitiedocument (PALET) geeft een vooruitblik op de kansen en mogelijkheden voor een energieneutrale regio in 2040. Vanuit ruimtelijk oogpunt worden er gebieden benoemd die potentieel geschikt zouden kunnen zijn voor de opwekking van zonne- en windenergie en gebruik van bodemenergie. In 2015-2016 is de lange termijn doelstelling om in 2040 als regio energieneutraal te zijn, vertaald in een uitvoeringsprogramma voor de korte termijn (2016 - 2020). In dit programma zijn concrete acties, maatregelen en projecten benoemd die ertoe moeten leiden dat in 2020 ten minste 8% van de totaalopgave tot 2020 wat betreft energiebesparing en duurzame energieopwekking is gerealiseerd. Eén van de thematafels van PALET 3.0 is het 'regionaal afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking'. De Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid heeft hiertoe op 14 juli 2016 besloten incl. financiële middelen toegekend. Aanleiding voor dit afwegingskader was de constatering dat de ruimtelijke component weliswaar stevig is verankerd in het PALET-beleid, maar te grofmazig en globaal is om op project- en locatieniveau invulling te geven aan een zorgvuldige ruimtelijke afwegingen landschappelijke inpassing.
Het afwegingskader, zijnde een beleidsregel, fungeert als: Inhoudelijke uitwerking van het kaderstellende PALET-beleid, met als inzet dat de Parkstad-gemeenten samen (meer) in staat zijn om initiatieven ten aanzien van omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 26
zonne-energie en windenergie af te wegen; Procesmatige uitwerking van het kaderstellende PALET-beleid, met als inzet dat de Parkstad-gemeenten samen (meer) in staat zijn om processen in het kader van initiatieven voor zonne-energie en windenergievorm te geven; Aanjager voor de vertaling van regionale en gemeentelijke onderdelen uit het Uitvoeringsprogramma PALET 3.0 in concrete projecten voor zonne-energie en windenergie; Groeimodel waaraan in de toekomst evt. bouwstenen worden toegevoegd; Kader voor samenwerking tussen de acht Parkstad-gemeenten. Het 'PALET Regionaal Afwegingskader Grootschalige Duurzame Energieopwekking' bestaat uit: Bouwsteen 1: Windenergie Bouwsteen 2: Zonne-energie Bouwsteen 3: PALET 3D-tool grootschalige duurzame energieopwekking Voorbeeldboek windenergie- en zonne-energieprojecten De Parkstad-gemeenten kunnen individueel besluiten om de bouwstenen van het regionaalafwegingskader op lokaal niveau aan te vullen, zij het in nauwe afstemming met de andere gemeenten via de PALET-Broedkamer.
Mijnwater Het mijnwaterproject is een alternatief duurzaam energieconcept, gebaseerd op aardwarmte in combinatie met de bestaande mijngangen. Het is ontwikkeld als experiment onder beheer van de gemeente Heerlen en met steun van de Europese Unie. Het mijnwaternetwerk zal steeds verder worden uitgebreid, waarbij onder andere voor gemeentelijke gebouwen onderzocht zal worden of aansluiting op het netwerk mogelijk en haalbaar is. Het mijnwaterproject is beoogd als aanjager en hefboom voor een grootschalige energietransitie in Heerlen. Conclusie Het initiatief ziet op de realisatie en exploitatie van een mijnwaterbron ten behoeve van een uitbreiding van een energienetwerk. Het betreft een warmtebron door het gebruik van mijnwater. Aangezien een mijnwaterproject als aanjager en hefboom voor een grootschalige energietransitie is beoogd in Heerlen is het initiatef in lijn met het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en energie.
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 27
Hoofdstuk 3
Gebiedsbeschrijving
Voor het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing is het van belang dat de uitgangssituatie en de bestaande situatie in het besluitgebied, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van het besluitgebied en zijn directe omgeving.
3.1.
Ruimtelijke en functionele structuur
Het besluitgebied is gelegen ten oosten van de Terhoevenderweg op een klein bedrijventerrein op ruim 3,5 km te noorden van het centrum van Heerlen. Ten oosten van het besluitgebied zijn enkele bedrijven gelegen. Ten zuiden van het besluitgebied zijn bosschages gelegen met daarachter enkele woningen. Het bedrijventerrein wordt ontsloten door de Ganzeweide. De locatie staat kadastraal bekend als (deels) Heerlen, sectie U, nrs. 1471, 545, 586, 587, 588 en 590.
Luchtfoto besluitgebied en directe omgeving
De Ganzeweide is een historisch lint met aan de westkant diepe kavels die tot aan een groenzone en tot aan de beekzone doorlopen. Voor een deel zijn die percelen nog in gebruik als woonpercelen met diepe tuinen. Rond de locatie van het besluitgebied zijn de percelen in gebruik als bedrijventerrein. In enkele gevallen staat daar tot erg diep op het perceel bedrijfsbebouwing. Het terrein is momenteel halfverhard. Aan de zuidzijde is een grondwal gelegen.
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 28
Foto besluitgebied 2022
omgevingsvergunning Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen 29
Hoofdstuk 4
Planbeschrijving
Het voornemen ziet op het realiseren en exploiteren van een mijnwaterbron ten behoeve van de uitbreiding van een energienetwerk. Vanaf de locatie zal worden geboord naar een oude mijngang welke is gelegen op circa 675 m diepte onder maaiveld. Bij het boren wordt boorgruis geproduceerd en dit zal worden afgevoerd. In het boorgat wordt verbuizing geïnstalleerd, onder meer om het boorgat open te houden en de put af te dichten en om grondwaterlagen te beschermen. Voor de diepboring wordt gebruik gemaakt van een boortoren met ondersteunende faciliteiten zoals mobiele kantoren, pompen, opslagcontainers en zeven.
Realisatiefase De verwachte duur van de boorwerkzaamheden, inclusief op- en afbouw van de faciliteiten is circa 7 weken. Tijdens deze tijdelijke situatie zijn specifiek de volgende voorzieningen en werkzaamheden beoogd: plaatsen van een boorinstallatie; verharden van het terrein; buffer om hemelwaterafkomsting van boorinstallatie in op te vangen; afgraven gronddepot (afhankelijk van welk type boorinstallatie wordt toegepast) plaatsen van containers als geluidwerende voorziening; plaatsen van hekwerken zodat terrein voor derden niet toegankelijk is; containers/units plaatsen voor opslag materialen en werkplek uitvoerders. De laatste 2 onderdelen zijn niet vergunningplichtig op grond van de Wabo. Dit betreft namelijk de inrichting van het bouwterrein. Onderstaand is een uitsnede van de inrichting van het terrein ten tijde van de tijdelijke situatie opgenomen. Deze inrichtingstekening is eveneens als Bijlage 1 aan onderhavige onderbouwing toegevoegd.