Ruimtelijke onderbouwing 2025
Tekst van het document
Zonnepark Oudehaske Ruimtelijke onderbouwing ex art. 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Datum Versie Documentreferentie
Handelsregister 30129769 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Oudehaske 51025111 Gutami Solar Development B.V. 14-02-2025 D1 NL25-648800269-119242
Gecontroleerd door
Vrijgegeven door
2/36
Inhoudsopgave 1
Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 5 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ...................................................................... 5 1.3 Planologisch regime ............................................................................................ 6 1.4 Afwijken van het planologische regime ............................................................... 7 1.5 Leeswijzer ........................................................................................................... 7
2
Planbeschrijving ............................................................................................................ 8 2.1 Beschrijving project ............................................................................................. 8 2.2 Aansluiting op elektriciteitsnet ........................................................................... 13 2.3 Conclusie........................................................................................................... 14
3
Beleidskader ................................................................................................................ 15 3.1 Rijksbeleid ......................................................................................................... 15 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ....................................................... 15 3.1.2 Barro en Bro......................................................................................... 16 3.1.3 Conclusie Rijksbeleid ........................................................................... 17 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................. 17 3.2.1 Omgevingsvisie provincie Fryslân ‘De romte diele’ (2020) ................. 17 3.2.2 Beleidsnotitie ‘Romte foar Sinne’ 2015 ................................................ 17 3.2.3 Sinnefjilden yn it lânskip 2017 ............................................................. 18 3.2.4 Verordening Romte Fryslân 2014 (2021) ............................................ 18 3.2.5 Conclusie provinciaal beleid ................................................................ 19 3.3 Gemeentelijk beleid ........................................................................................... 19 3.3.1 Beleidskader Zonneparken 2022 .........................................................
19 3.3.2 Duurzaamheidsprogramma 2019-2022 ............................................... 22 3.3.3 Conclusie gemeentelijk beleid ............................................................. 22
4
Milieu- en omgevingsaspecten .................................................................................... 23 4.1 Bodem ............................................................................................................... 23 4.2 Water ................................................................................................................. 23 4.3 Archeologie ....................................................................................................... 25 4.4 Natuur ................................................................................................................ 27 4.4.1 Gebiedsbescherming ........................................................................... 27 4.4.2 Soortenbescherming ............................................................................ 27 4.5 Verkeer .............................................................................................................. 28 4.6 Geluid ................................................................................................................ 29 4.7 Luchtkwaliteit ..................................................................................................... 29 4.8 Licht ...................................................................................................................
30 4.9 Externe veiligheid .............................................................................................. 30 4.10 Milieuzonering ................................................................................................... 31 4.11 Kabels en leidingen ........................................................................................... 32 4.12 Conclusie........................................................................................................... 33
5
Uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 34 5.1 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................... 34 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................... 34 5.2.1 Participatieproces ................................................................................ 34 5.2.2 Procedure ............................................................................................ 35
6
Conclusie ..................................................................................................................... 36
3/36
Bijlage 1
Inpassing, inrichtings- en beheersplan
Bijlage 2
Vooronderzoek bodem
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 4
Aanvullende notitie bodemonderzoek
Bijlage 5
Watercompensatie
Bijlage 6
Archeologisch onderzoek
Bijlage 7
Natuuronderzoek
Bijlage 8
Notitie stikstofdepositie
Bijlage 9
Aanmeldingsnotitie VVM
Bijlage 10 Brief TenneT
4/36
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Gutami Solar Development B.V. (hierna: Gutami) is voornemens een zonnepark te realiseren nabij Oudehaske in de gemeente Heerenveen. Het zonnepark heeft een totale omvang van ongeveer 11 hectare, waarmee een opgesteld vermogen van circa 12,7 MWp (megawattpiek) kan worden gerealiseerd. Door het zonnepark wordt elektriciteit opgewekt uit zonne-energie. Het voornemen draagt bij aan de duurzaamheidsambities van het Rijk, de provincie Friesland en de gemeente Heerenveen. Het zonnepark wordt geplaatst voor een periode van in beginsel 25 jaar. Het beoogde stuk grond heeft momenteel een agrarische bestemming. De realisatie van het zonnepark past niet in de vigerende Beheersverordening Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied. Daarom is een procedure nodig voor afwijking van het vigerende planologische regime (op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 Wabo). Hiervoor dient een uitgebreide procedure te worden doorlopen. Deze rapportage vormt de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van deze procedure. In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt onderbouwd dat het initiatief voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied betreft een stuk landbouwgrond van ongeveer 11 hectare groot gelegen ten noorden van de A7. De kadastrale aanduiding van de gronden is Tjalleberd F1954, F2009 en F2010. De locatie wordt omringd door de A7, De Dolten, een gronddepot van Solid en een voormalige zandwinplas. Het plangebied is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1: Overzichtskaart met plangebied Zonnepark Oudehaske
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
5/36
1.3
Planologisch regime
Het vigerende planologische regime is opgenomen in de ‘Beheersverordening Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied’ dat is vastgesteld op 26 juni 2013. In deze beheersverordening zijn voor het plangebied de bestemmingen uit het Bestemmingsplan Buitengebied Skarsterlân (2001) overgenomen (zie figuur 2). Op grond van de beheersverordening gelden binnen het plangebied de volgende bestemmingen en aanduidingen: •
Agrarisch.
•
Hoogspanningsleiding.
•
Bouwgrens met uitbreidingsrichting.
Figuur 2: Vigerende bestemmingen en aanduidingen (zonnepark in rood bij benadering)
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
6/36
1.4
Afwijken van het planologische regime
Het beoogde stuk grond heeft momenteel een agrarische bestemming. De realisatie van het zonnepark past niet in de vigerende Beheersverordening Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied. Daarom is een procedure nodig voor afwijking van het vigerende planologische regime (op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 Wabo). Hiervoor dient een uitgebreide procedure te worden doorlopen. Op grond van artikel 6.5 Bor is voor de buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan een verklaring van geen bedenkingen nodig van de gemeenteraad. Naast het feit dat de zonnepanelen in strijd zijn met het planologische regime, gelden er ook andere strijdigheden die voortkomen uit de realisatie van het zonnepark. In de vrije ruimte onder de zonnepanelen wordt bloemrijk grasland gezaaid. De gronden zijn mede bestemd voor agrarische cultuurgrond. Bloemrijk grasland wordt niet aangelegd ten behoeve van agrarische activiteiten. Dit gebruik is dan ook strijdig met de bestemming. Daarnaast wordt binnen dezelfde omgevingsvergunningaanvraag de activiteit ‘Uitvoeren van een werk of van werkzaamheden’ aangevraagd. Ingevolge artikel 4 lid 8 sub a onder 3 van dat bestemmingsplan is het verboden zonder omgevingsvergunning onder andere wegen aan te leggen. Hieronder vallen ook de beoogde onderhoudspaden binnen het zonnepark.
Voor de diverse bouwwerken die noodzakelijk zijn bij het zonnepark (onder andere transformatorgebouwen, hekwerk, et cetera) wordt een omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen aangevraagd.
1.5
Leeswijzer
Deze ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 2 volgt een beschrijving van het plan. Hoofdstuk 3 geeft het relevante beleidskader weer. Hoofdstuk 4 beschrijft de relevante omgevingsaspecten en de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken. Hoofdstuk 5 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan en in hoofdstuk 6 wordt tot slot geconcludeerd of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
7/36
2
Planbeschrijving
2.1
Beschrijving project
Het project Zonnepark Oudehaske wordt uitgevoerd op een stuk land van ongeveer 11 hectare, ingeklemd tussen landweg De Dolten, autosnelweg A7 en een zandwinput (zie figuur 1). De ontwikkeling van het project werd begonnen door Rooftop Energy BV. De netaansluiting werd in 2019 al gereserveerd op onderstation Oudehaske, op minder dan één kilometer van het plangebied. Gesprekken over de landschappelijke inrichting van het project werden met de direct omwonenden gevoerd in het najaar van 2019. In juli 2021 werd het project verkocht aan Gutami, die vanaf dat moment de verdere ontwikkeling ter hand nam. Algemeen Het plangebied ligt in de Haskerveenpolder. Veenpolders worden gekarakteriseerd door een open veenweidegebied met convergerende strokenverkaveling. Dwars op de kavels bevinden zich ontsluitingswegen met boerderijen. Deze kenmerkende kwaliteiten van een veenpolder zijn op het terrein echter niet meer aanwezig. De weg De Dolten vormt een ruimtelijke scheiding tussen het nog wel als veenpolder herkenbare landschap ten westen van het plangebied en het plangebied zelf. Het plangebied maakt ruimtelijk gezien deel uit van het industrieterrein en ligt in de rand van het stadslandschap van Heerenveen. Het talud van De Dolten met daarop bomen en de aanwezigheid van hoogspanningsleidingen en een gronddepot dragen bij aan het industriële karakter van de stadsrand.
Kenmerken zonnepark TenneT, eigenaar en beheerder van drie hoogspanningsleidingen boven het plangebied, vereist het vrij houden van een strook van 3,40 meter onder ieder van de aanwezige zes sets hoogspanningsdraden (twee per hoogspanningsleiding), het vrij houden van de masten die op het plangebied staan en het te allen tijde bereikbaar houden van masten en draden voor personeel van TenneT. Om geen nodeloos ruimteverlies te lijden voor het plaatsen van de zonnepanelen is het zonnepark ter plaatse van de hoogspanningsleidingen ontworpen in een richting evenwijdig aan deze hoogspanningsleidingen. Aan de bereikbaarheidseis wordt invulling gegeven door middel van een in west-oost lopende onderhoudsweg in het midden van het plangebied. De consequentie is dat de panelenrichting in het deel ten westen van de middelste sloot evenwijdig aan de sloten zal zijn, maar in het deel daar waar de hoogspanningsleidingen zich bevinden, ten oosten van deze sloot, evenwijdig aan genoemde hoogspanningsleidingen. In figuur 3 wordt dit ontwerpprincipe verhelderd.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
8/36
Figuur 3: Richting panelen (witte pijlen) op de twee verschillende delen van het plangebied: evenwijdig aan de sloten ten westen van middelste sloot, evenwijdig aan de hoogspanningsleidingen (lichtblauw) ten oosten van de middelste sloot.
De maximale hoogte van de zonnepanelen wordt 2 meter. Vanaf de A7 en het talud van De Dolten kan men over de zonnepanelen uitkijken. Vanaf de Rijksweg kan men onder de zonnepanelen doorkijken. De vrije ruimte van circa 1,40 meter onder de zonnepanelen wordt aangelegd als bloemrijk grasland. Halverwege het plangebied wordt (oost-west) een onderhoudsweg aangelegd. De verdere beschrijving voor het ontwerp staat in bijlage 1 vermeld. Dempen en graven van sloten Het plangebied wordt in noord-zuidrichting doorsneden door drie sloten (zie figuur 4). Deze sloten belemmeren echter een efficiënt gebruik van de beschikbare grond. Besloten is dan ook om de meest oostelijke sloot en de meest westelijke sloot te dempen. De normen van het Waterschap volgend wordt de middelste sloot dan zodanig over zijn gehele lengte verbreed dat het door het dempen van de buitenste sloten verloren gegane oppervlaktewater gecompenseerd wordt door de verbreding van de middelste sloot. Genoemde sloten hadden oorspronkelijk geen andere functie dan het afscheiden van vroegere kavels; het dempen daarvan zal dan ook geen gevolgen hebben voor de waterhuishouding van het omringende gebied.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
9/36
Figuur 4: Slotenplan
Rijksweg 19A Het erf van Rijksweg 19A ligt aan de zuidkant van het zonnepark. Er wordt enige afstand tot dit erf aanhouden. Ook is ervoor gezorgd dat het vrije uitzicht in westelijke richting behouden blijft.
Figuur 5: Zicht op zonnepark (links) vanaf hoek Rijksweg. In de verte woonboerderij aan Rijksweg 19A.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
10/36
Groensingel westelijke rand Ter invulling van de wens van aanwonenden aan De Dolten om het zicht op het zonnepark te elimineren, dan wel zo veel mogelijk te beperken, wordt op het terrein van het plangebied aan de westkant en parallel aan De Dolten een groenstrook aangelegd van 3 meter breed en 3 meter hoog. Zie figuur 6 en 7 voor de impressies.
Figuur 6: Zicht op zonnepark ter hoogte van De Dolten 4: groenstrook onttrekt zonnepark volledig aan het zicht
Figuur 7: Zicht op zonnepark vanaf talud ter hoogte van De Dolten 2: door de hoogte is zonnepark deels zichtbaar
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
11/36
Groenstrook aan noordkant Om dezelfde reden zal Gutami op het terrein van het plangebied aan de noordkant eenzelfde groenstrook aan te leggen van 3 meter breed en 3 meter hoog. Evenwel, net buiten het plangebied is daar ter plekke al dichte vegetatie aanwezig met hoge bomen en dicht struikgewas. Afrastering Het afschermende hek zal het toekomstige zonnepark zodanig omsluiten dat alle het zonnepark kenmerkende elementen binnen het hek zullen komen te liggen (zie figuur 8). De toegang tot het zonnepark zal in de afrastering geïntegreed worden, waardoor alle onderhoudswegen volledig binnen het privéterrein van het zonnepark zullen komen te liggen. Aan landweg De Dolten zal de afrastering vrijwel in zijn geheel in de geprojecteerde groenstrook opgaan. Het hek zal niet hoger worden dan 2 meter. Zonneweides worden doorgaans door kleinere dieren als rust-, graas- en jachtgebied gebruikt; de spijlen van het hekwerk zullen daartoe voldoende wijd uit elkaar liggen dat kleine dieren het moeiteloos kunnen passeren. Grotere dieren zullen buiten de afrastering via de begreide zones rond de zandwinplas kunnen migreren.
Figuur 8: Voorbeeld van diervriendelijke afrastering in zwarte kleur.
Biodiversiteit Op de gronden onder en tussen de panelen zal enige jaren een verschralingsbeheer worden toegepast (maaien en afvoeren maaisel). Vervolgens zal hier kruiden- en faunarijk grasland worden ontwikkeld. Slootoevers en de afschermende groenstroken zullen ook leefgebied voor planten en dieren gaan vormen. De ecologische maatregelen zijn verder toegelicht in het inpassings- inrichtings- en beheerplan (bijlage 1).
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
12/36
In figuur 9 staat het uiteindelijke ontwerp gepresenteerd. Zie voor een grotere weergave bijlage 1.
Figuur 9: Ontwerp zonnepark
2.2
Aansluiting op elektriciteitsnet
Ten noorden van het plangebied ligt het schakel- en transformatorstation Oudehaske van TenneT. Op dit terrein ligt ook een verdeelstation van Liander. Het zonnepark zal worden aangesloten op de 20 kV installatie van dit verdeelstation. Hiervoor wordt een kabel aangelegd aan de oostzijde van De Dolten. De aanleg van deze kabel past in het vigerende planologisch regime. Gutami heeft contact met de grondeigenaren en Liander over de aanleg van deze kabel.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
13/36
2.3
Conclusie
Bij de locatiekeuze, vormgeving en inrichting van het park is nadrukkelijk rekening gehouden met landschappelijke aspecten. Het zonnepark is ruimtelijk en landschappelijk inpasbaar.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
14/36
3
Beleidskader
Voor een goede ruimtelijke ordening is het van belang de doorwerking na te gaan van eerder vastgesteld ruimtelijk beleid van de overheid. Hierbij is een groot aantal beleidsstukken van de overheid van belang, zowel van het Rijk, de provincie Fryslân, als de gemeente Heerenveen.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Nederland staat in de komende jaren voor een aantal opgaven van nationaal belang. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw Nederland flink zullen veranderen. Deze opgaven moeten benut worden om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden. De NOVI biedt perspectief om de grote opgaven aan te pakken Hierbij is omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. In de NOVI wordt gesproken over een ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI beschrijft enerzijds een toekomstperspectief met ambities en anderzijds de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Deze opgaven zijn het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op basis van deze prioriteiten zijn beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten zijn als volgt: 1) 2) 3) 4)
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio’s. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Om de beleidskeuze weloverwogen te maken worden drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven, gehanteerd: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en 3) Afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI wordt gesteld dat de klimaatdoelstelling in lijn is met de Parijse klimaatdoelstelling: in 2050 vrijwel geheel klimaatneutraal. De ambitie is dat de omslag naar 100 procent circulair in 2050 gerealiseerd is en dat een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in de leefomgeving is. In 2050 is Nederland erin geslaagd al deze ontwikkelingen zorgvuldig in te passen of nieuwe landschappen te creëren, met zo min mogelijk hinder of overlast voor mensen en het ecosysteem. De NOVI ziet het van nationaal belang om de internationale afgesproken doelen te behalen.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
15/36
De opgave is dan ook om de uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 1990 te reduceren met tenminste 49 procent in 2030, en met 95 procent in 2050. Een andere opgave is het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame bronnen. Bovenstaande opgave manifesteert zich rond een van de vier prioriteiten, namelijk prioriteit 1 ‘Ruimte voor klimaatadaptatie energietransitie’. In beleidskeuzes van deze prioriteit wordt benoemd dat overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties samenwerken aan het bijtijds halen van doelstellingen, die in het Klimaatakkoord zijn bepaald. Het Nationaal Programma RES vormt een platform voor onderling samenwerken, vergelijken, leren en uitdagen. De energietransitie kan een hefboom zijn voor kwaliteitsverbetering, zowel ruimtelijke als bijvoorbeeld voor ecologische, economische of sociale verbeteringen. Zonnevelden kunnen bijvoorbeeld economische dragers voor het landelijk gebied worden. Daarnaast moeten zonnevelden in het landschap worden ingepast. De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn.
In de NOVI wordt de ambitie uitgesproken dat in 2050 de Parijse Klimaatdoelstellingen worden behaald. Het voorgenomen zonnepark draagt bij aan de reductie van broeikasgassen. Ook draagt de realisatie van voorliggend plan bij aan de landschappelijke en ecologische kwaliteitsverbeteringen. Zo worden er meer kruidenrijke structuren gerealiseerd. Dit is nader toegelicht in het inpassings-, inrichtings- en beheerplan (bijlage 1). Met de ontwikkeling van voorgenomen zonnepark wordt bijgedragen aan de ambities, opgaven en prioriteiten van de NOVI en wordt geen afbreuk gedaan aan het streven van een zo hoog mogelijke kwaliteit van de leefomgeving.
3.1.2 Barro en Bro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van rijksbelang zijn specifiek benoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor diverse onderwerpen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze aanvullingen en wijzigingen hebben geen directe invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Voor het plangebied van zonnepark Oudehaske zijn geen nationale belangen aangegeven in het Barro. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij ook een nieuwe ‘Laddersystematiek’ wordt toegepast. Deze nieuwe regeling is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
16/36
De toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Het aanleggen van een zonnepark is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonnepark geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer akzwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461). In een uitspraak van 23 januari 2019 is dit nog eens bevestigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing.
3.1.3 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de gestelde beleidskaders van het Rijk. Vanuit de relevante beleidsdocumenten en regelgeving werken geen randvoorwaarden of uitgangspunten rechtstreeks door op de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast draagt de realisatie van een zonnepark bij aan het behalen van de gestelde doelstellingen op het gebied van duurzame energieopwekking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie provincie Fryslân ‘De romte diele’ (2020) De omgevingsvisie biedt een perspectief voor de gewenste ontwikkeling van de Friese leefomgeving op de lange termijn (2030-2040). Een overgang naar duurzame energie is één van die gewenste ontwikkelingen en zonne-energie past binnen die strategie. Als uitgangspunt geldt dat zonnepanelen eerst op daken en gevels van gebouwen worden geplaatst om functies zo veel mogelijk te combineren. Voor grootschalige opwekking gaat de provincie samen met gemeenten en andere partners actief op zoek naar (typen) locaties die geschikt zijn. De Sinnetafel (zonnetafel, zie ook 3.2.4) wordt hiertoe ingezet als werkwijze waarbij alle partijen die een belang hebben bij de ontwikkeling van een zonnepark, met elkaar om tafel gaan om het initiatief verder te brengen.
3.2.2 Beleidsnotitie ‘Romte foar Sinne’ 2015 De beleidsnotitie ‘Romte foar Sinne’ van de provincie Fryslân bepaalt het beleid voor het toestaan van buiten bestaand bebouwd gebied geprojecteerde zonneparken. Plaatsing van zonnepanelen aansluitend op of nabij en als uitbreiding van stedelijk gebied is in principe mogelijk. Dat kan als meervoudig ruimtegebruik, gekoppeld aan infrastructuur, maar ook als zonnepark-opstelling ‘in het veld’, als enkelvoudig ruimtegebruik. Onder ‘nabij’ wordt verstaan een locatie die een redelijke aansluiting heeft of kan krijgen op het stedelijk weefsel van stad of dorp. Daarbij denkt de provincie, als indicatie, aan locaties die zijn gelegen binnen een afstand van 50 m bij dorpen tot 100-200 m bij steden.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
17/36
Zonnepark Oudehaske bevindt zich in de nabijheid van het industrieterrein van Heerenveen. De afstand is echter groter dan 200 meter doordat er tussen het industrieterrein en het geplande zonnepark een zandwinplas ligt. De provincie stelt eisen aan de motivatie van een gemeente voor de ontwikkeling van een zonnepark. Uit die motivering zal vanuit: •
de gemeentelijke ambitie,
•
de daaraan verbonden analyse van en visie op mogelijkheden binnen en buiten bestaand bebouwd gebied,
•
de energiebehoefte van een kern,
•
de mogelijkheid van participatie van de bewoners,
•
aard en schaal van een kern,
moeten blijken welke omvang van een zonnepark plaatselijk aanvaardbaar is. Als indicatie van de omvang wordt gedacht aan 1-2 ha bij dorpen tot 3.0005.000 inwoners, oplopend naar meer bij grotere kernen.
3.2.3 Sinnefjilden yn it lânskip 2017 De notitie Sinnefjilden yn it lânskip beschrijft de vertrekpunten voor de ruimtelijke inpassing van zonnevelden in het landschap en zijn een aanvulling op de beleidsnotitie Romte foar Sinne uit 2015. Middels de vertrekpunten voor zonnevelden stimuleert de provincie een integrale aanpak, waarbij ruimtelijke kwaliteit een belangrijke voorwaarde is bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Onderstaande vertrekpunten worden gehanteerd: •
Bepaal bewust de ambitie.
•
Maak een doorkijk naar de lange termijn.
•
Kies een locatie die aansluit bij omgevingskenmerken, karakter, maat en schaal.
•
Benut kansen voor multifunctioneel gebruik.
•
Gebruik en herstel de landschapsstructuur.
•
Houd het landschap zichtbaar.
•
Neem afstand in acht bij infrastructuur, bebouwing, natuur en cultuurhistorische waarden.
•
Maak een landschappelijke rand.
•
Volg in alles de verkaveling, zorg voor een eenduidige opstellingsrichting.
•
Creëer een verzorgd totaalbeeld.
3.2.4 Verordening Romte Fryslân 2014 (2021) Een vertaling van de (beleids)uitgangspunten uit de Omgevingsvisie, het bestuursakkoord 2019-2023’ Vernieuwen in vertrouwen: Geluk op 1’ en de voorgenoemde notities over zonne-energie is op verordeningsniveau doorgevoerd. Zo is in de verordening Romte de zonneladder opgenomen. De nieuwe provinciale richtlijnen voor het ontwikkelen van zonneparken op landbouwgrond zijn te vinden in de ‘Verordening Romte 2014, geconsolideerde versie’, hoofdstuk 9, artikel 9.5 (Zonneladder) en artikel 9.6 (Opstelling).
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
18/36
In de Verordening Romte wordt een maximale omvang van zonneparken gekoppeld aan de kernenstructuur. Voor stedelijke centra zoals Heerenveen geldt een maximum van 20 ha. Toepassing van een zonneladder-methodiek moet voorkomen dat waardevolle landbouwgronden worden gebruikt voor opstellingen voor zonne-energie. Bij initiatieven op landbouwgronden gaat de provincie ervan uit dat het inpassingsplan tot stand komt in een zonnetafelproces. Ook moet er nadrukkelijk aandacht worden besteed aan financiële participatie en lokaal eigendom. De gemeente Heerenveen heeft het provinciale beleid uit de Verordening Romte uitgewerkt in het Beleidskader Zonneparken 2022. Dit beleidskader wordt hieronder behandeld.
3.2.5 Conclusie provinciaal beleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de (gemeentelijke uitwerking van) het provinciale beleid voor zonneparken.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Beleidskader Zonneparken 2022 Hieronder wordt ingegaan op de volgende onderdelen van het Beleidskader Zonneparken 2022: maximale omvang, zonneladder, zonnetafel, lokaal eigendom en inrichtings- en beheerplan. Maximale omvang In het Beleidskader is vermeld dat voor zonneparken die gekoppeld zijn aan de kern Heerenveen de maximale omvang 20 ha is. Het zonnepark Oudehaske heeft een bruto oppervlak van ongeveer 11 ha waardoor voldaan wordt aan de eis van maximale omvang nabij een regionaal centrum als Heerenveen. Zonneladder Het doel van het Beleidskader Zonneparken is het geven van kaders en uitgangspunten om zonneparken in de gemeente te realiseren in periode van nu tot 2030. Ter uitvoering van artikel 9.5 van de provinciale Verordening Romte heeft de gemeente Heerenveen in het Beleidskader Zonneparken een ‘Zonneladder’ opgenomen. De treden van deze ladder zijn hieronder weergegeven: Trede 1. Op daken en gevels Zonnepanelen op daken gaan niet ten koste van de schaarse openbare ruimte en ze verdringen geen landbouw- en natuurgronden. We leggen daarom de prioriteit bij zon op dak. We zijn koploper in Fryslân als het gaat om de hoeveelheid zonnepanelen op bedrijfsdaken en 23% van de particuliere woningen heeft al zonnepanelen. Trede 2. Op gronden binnen het bestaand stedelijk gebied Trede 2 beschrijft de mogelijkheden voor zonnepanelen binnen het bestaand stedelijk gebied.
Dit zijn vrije bedrijfskavels, ruimte op bestaande bedrijfskavels of parkeerterreinen. Deze locaties zijn niet zonder meer geschikt voor zonnepanelen vanwege evenementen, technische geschiktheid of reeds gemaakte afspraken voor grondverkoop.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
19/36
Trede 3. Op gronden met een andere primaire functie dan landbouwgrond zoals; vuilstorten, nutsvoorzieningen, zandwinputten en infrastructuur Wanneer binnen het stedelijk gebied en op daken onvoldoende mogelijkheden zijn, kan gekeken worden naar locaties die niet ten koste gaan van kostbare landbouw- of natuurgrond. Bijvoorbeeld de op- en afritten en geluidswallen langs de rijkswegen, zandwinplassen, vuilstorten en nutsvoorzieningen. Trede 4. Op landbouwgronden of natuurgebieden Pas als er met de eerdere treden van de zonneladder onvoldoende duurzame elektriciteit opgewekt kan worden om te voorzien in de elektriciteitsbehoefte van de kern, kunnen landbouwgronden of natuurgebieden ingezet worden voor de opwekking van zonne- energie. De gemeente sluit zich aan bij het uitgangspunt van de provincie dat initiatiefnemers niet hoeven te wachten met de ontwikkeling van een zonnepark op landbouwgrond totdat alle potentie uit de eerste drie treden van de zonneladder is gerealiseerd.
Het plangebied is in het Beleidskader Zonneparken 2022 aangemerkt als ‘bestaand stedelijk gebied’. Zie figuur 10 hieronder. In dit gebied zijn er mogelijkheden voor zonne-energieontwikkeling conform trede 2 van de gemeentelijke zonneladder.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
20/36
Figuur 10: Ligging van het terrein (globaal binnen rode cirkel) t.o.v. de gebiedsindeling. Bron: Gemeente Heerenveen, Beleidskader Zonneparken 2022
Zonnetafel In het Beleidskader zijn eisen opgenomen voor toepassing van de zogenoemde Zonnetafel-methodiek (Sinnetafels). Dit is een werkproces waarbij de omgeving actief en vroegtijdig wordt betrokken bij de planvorming. Het zogenaamde ‘zonnetafelgesprek’ heeft op 29 maart 2022 plaatsgevonden. Aanwezig waren Gutami en Sweco, alle omwonenden, een delegatie van de gemeente, een delegatie van adviesbureau Weusthuis als organisator van het zonnetafelgesprek, een delegatie van de gemeente Heerenveen en een afgevaardiging van energiecoöperaties SHEC en Haskerpompke. De provincie Friesland had haar wensen te kennen gegeven via adviesbureau Weusthuis. In dit gesprek werd Zonnepark Oudehaske door alle aanwezigen grondig op de landschappelijke gevolgen geanalyseerd. Deze aanbevelingen zijn vervolgens verwerkt in een nieuw ontwerp. Dit nieuwe ontwerp werd gepresenteerd in een terugkoppelingsbijeenkomst op 25 oktober 2022.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
21/36
Financiële participatie en lokaal eigendom In het Beleidskader zijn eisen opgenomen voor financiële participatie en lokaal eigendom. In het beleid is beschreven dat wordt gestreefd naar minimaal 50% eigendom van de lokale omgeving in een zonnepark in het landelijke gebied. Met de gemeente Heerenveen is 14 december 2024 een anterieure overeenkomst gesloten waarin opgenomen is dat voor en tijdens de realisatie van het project een lokale energiecoöperatie in de gemeente Heerenveen in een verkoopproces de mogelijkheid wordt geboden om voor minimaal 50% eigenaar te worden van het project. Indien het eigenaarschap door een lokale energiecoöperatie niet slaagt binnen 12 maanden na het ondertekenen van de overeenkomst, zal een alternatief participatie-instrument ingezet worden, te weten: -
-
Een jaarlijkse bijdrage in een door de gemeente ingesteld energiefonds. Deze bijdrage is afhankelijk van het opgesteld vermogen van het zonnepark; of Een jaarlijkse bijdrage van een vast bedrag van € 10.000,- in het door de gemeente ingestelde energiefonds. Dit bedrag is niet afhankelijk van het opgestelde vermogen.
Inrichtings- en beheerplan In het Beleidskader (par. 4.2 en 4.3) zijn eisen opgenomen voor het opstellen van een inrichtings- en beheerplan. Dit plan is opgesteld en vormt een bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1).
3.3.2 Duurzaamheidsprogramma 2019-2022 Volgens de strategie wordt in 2030 op grote schaal energie opgewekt, met in ieder geval zon op dak en zonneparken. Als resultaat wordt in 2022 duurzame energie zoveel mogelijk lokaal opgewekt, waaronder 75 ha zonnepark. Met 75 ha zonnepark wordt ongeveer 5% van de toekomstige energiemix (incl. mobiliteit) gedekt. In 2050 is het streven om 110 ha zonnevelden gecreëerd te hebben. De reden dat het realisatietempo van zonneparken na 2022 daalt is het relatief grote ruimtebeslag vergeleken met windenergie en mogelijk nieuwe technieken in de toekomst. Het project draagt bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Heerenveen. In het beleidskader zonneparken is aangegeven dat er tot 2030 ruimte is voor 58 hectare zonneparken op landbouw- en natuurgronden, dat zijn zonneparken die vallen in trede 4. Momenteel zijn er twee parken operationeel die vallen in trede 4, samen goed voor 24,5 hectare. Los van de initiatieven is er dus nog 33,5 hectare ‘beschikbaar’ op landbouwgrond.
3.3.3 Conclusie gemeentelijk beleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de gestelde beleidskaders van de gemeente Heerenveen.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
22/36
4
Milieu- en omgevingsaspecten
De gemeente dient bij het maken van ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de gevolgen voor de kwaliteit van het milieu en de omgeving. Alle relevante aspecten komen aan bod in dit hoofdstuk.
4.1
Bodem
Milieuhygiënisch vooronderzoek Sweco Nederland B.V. heeft een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het toekomstige zonnepark (opgenomen in bijlage 2). Het vooronderzoek is een bureauonderzoek conform de onderzoeksnorm NEN 5725. Ter plaatse van het onderzoeksgebied zijn geen bodemonderzoeken uitgevoerd en zodoende ook geen bodemverontreinigingen bekend. Uit de bodemkwaliteitskaart is te herleiden dat de vermoedelijke bodemkwaliteit de klasse ’Achtergrondwaarde’ betreft. Op basis van historische kaarten en bodeminformatie van de provincie Friesland zijn enkele slootdempingen en dammen op de betreffende percelen aanwezig. Het onderzoek concludeert dat sprake is van een onverdachte locatie, met uitzonderingen van de aanwezige dammen en slootdempingen. Verkennend bodemonderzoek Er worden mogelijk bodemingrepen uitgevoerd ter plaatse van de verdachte dammen en slootdempingen. Er is daarom nader veldonderzoek verricht hiernaar. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 3. Op basis van dit bodemonderzoek is geconstateerd dat er geen belemmeringen zijn voor de toekomstige werkzaamheden. Alle werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder veiligheidsklasse (basishygiëne). Nabij dam D4 wordt niet dieper geboord dan 0,8 m -mv, waardoor aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is.
Waterbodemonderzoek Voor de te dempen en de te verbreden watergangen wordt een waterbodemdeonderzoek uitgevoerd. De noodzaak voor het uitvoeren van het waterbodemonderzoek zal worden opgenomen als vergunningvoorschrift in de omgevingsvergunning. Conclusie Uit het waterbodemonderzoek kan blijken dat sanering noodzakelijk is. Op voorwaarde van eventuele sanering is het plan uitvoerbaar en vormt het aspect bodem geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.2
Water
Algemeen Op grond van paragraaf 3.1 in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten ruimtelijke plannen worden afgestemd met de waterschappen. Hiervoor moet bij Wetterskip Fryslân het proces van de digitale watertoets worden doorlopen. De watertoets is het proces van informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. In de watertoets worden de waterhuishoudkundige consequenties
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
23/36
van het ruimtelijk plan beoordeeld en geconcretiseerd in termen van ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ en ‘voorkomen, scheiden en zuiveren’. De resultaten van de watertoets zijn opgenomen in deze waterparagraaf.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
24/36
Betekenis voor het plangebied Gutami is voornemens de waterhuishoudkundige inrichting van een agrarisch gebied aan te passen zodat het terrein beter geschikt is voor de realisatie van een zonne-energiepark. Wetterskip Fryslân heeft als eis gesteld dat slootdempingen 1-op-1 worden gecompenseerd. Er wordt middels het ontwerp voldaan aan de waterbergingsopgave die voortvloeit uit het dempen van greppels en sloten. Voorts vindt een beperkte toename aan grondgebonden verhard oppervlak plaats in de vorm van een onderhoudsweg en trafo-units. De onderhoudsweg en bebouwing worden niet op de riolering aangesloten en zijn hydrologisch neutraal. Hemelwater blijft binnen het gebied. Er worden geen negatieve gevolgen op de waterkwaliteit verwacht. Gutami zal voorafgaand aan het uitvoeren van de slootdempingen een watervergunning aanvragen bij het Wetterskip. Conclusie Voor het project is een watertoetsproces doorlopen.1 Het Wetterskip is op de hoogte van het project en heeft randvoorwaarden aangegeven. Het ontwerp voldoet aan deze randvoorwaarden. Er zal tijdig een watervergunning bij het Wetterskip worden aangevraagd. Gelet op het voorgaande is het project uitvoerbaar.
4.3
Archeologie
Algemeen De gemeente Heerenveen is bevoegd gezag voor archeologie. De gemeente heeft aangegeven dat er nog geen eigen archeologische beleidskaart is, maar dat gebruik wordt gemaakt van de provinciale FAMKE kaarten. In FAMKE wordt onderscheid gemaakt tussen IJzertijd-Middeleeuwen en Steentijd-Bronstijd. FAMKE geeft een advies voor het uit te voeren archeologische onderzoek. IJzertijd – Middeleeuwen Het plangebied heeft vanuit de periode ijzertijd - middeleeuwen een indicatie dat geen onderzoek noodzakelijk is, zoals in onderstaande uitsnede is te zien. Dit advies wordt gegeven als op basis van eerder onderzoek is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of wanneer de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode ijzertijd - middeleeuwen op gefundeerde gronden zodanig laag is dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is.
1
Begin 2020 is de digitale watertoets doorlopen (dossiercode: 20200210-2-22440). Wetterskip Fryslân heeft inhoudelijk gereageerd per mail van 2 maart 2020. De opmerkingen van het Wetterskip zijn verwerkt in deze waterparagraaf (par. 4.2 van deze ruimtelijke onderbouwing).
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
25/36
Steentijd - bronstijd Voor de periode Steentijd - bronstijd geldt de indicatie ‘karterend onderzoek 1 (steentijd)’. In deze gebieden kunnen zich archeologische resten uit de steentijd vlak onder de oppervlakte bevinden, die zijn afgedekt door een dun veen- of kleidek. De conservering van eventueel aanwezige resten in nu nog goed, maar de archeologische resten zijn wel zeer kwetsbaar. De provincie beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 500 m² een karterend (boor)onderzoek uit te laten voeren, waarbij minimaal twaalf boringen per hectare worden gezet, met een minimum van twaalf boringen voor gebieden kleiner dan een hectare. De resultaten van een dergelijk karterend booronderzoek kunnen inzicht geven in de aanwezigheid van dekzandkopjes of -ruggen, waarop zich archeologisch resten kunnen bevinden. Het booronderzoek dient zich vooral te richten op het microreliëf van het zand onder het veen- of kleidek.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
26/36
Inventariserend veldonderzoek In 2020 is het archeologische veldonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 6). Tijdens het verkennend booronderzoek is aangetoond dat het veen volledig is ontgonnen. Ook het onderliggende dekzand is verstoord geraakt. De top van het dekzand, het maaiveld uit de Steentijd, is niet meer intact. Bovendien zijn er geen aanwijzingen voor podzolbodems waargenomen. Ook zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen. De kans op het aantreffen van een intacte vindplaats uit de Steentijd is daarom ook zeer klein. Conclusie Het project wordt uitgevoerd conform wetgeving en beleid voor archeologie. Er zijn geen archeologisch waarden aangetroffen. Het project is daarmee uitvoerbaar.
4.4
Natuur
In de Wet natuurbescherming (Wnb) is de gebiedsbescherming en soortenbescherming in Nederland geregeld. Sweco heeft een oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur uitgevoerd. De conclusies van dat rapport worden hier weergegeven. Het rapport zelf is opgenomen als bijlage 7.
4.4.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 gebieden Dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden De Deelen (op ca. 4,6 km afstand) en Sneekermeergebied (op circa 5,3 km afstand) zijn Vogelrichtlijngebieden. Het dichtstbijzijnde Habitatrichtlijngebied is Rottige Meenthe & Brandemeer (op circa 10,5 km). Dit zijn dusdanige afstanden van het plangebied dat geen verstoring door licht, geluid of beweging zal plaatsvinden. Tijdens de aanleg van de zonnepark zal een tijdelijke en geringe toename ontstaan in de uitstoot van stikstof. De nieuwe situatie waarbij de zonnepark in werking is, leidt niet tot extra stikstofuitstoot. In de aanlegfase zal wel tijdelijk een geringe toename in stikstofemissie ontstaan. Om negatieve effecten van deze stikstofdepositie uit te kunnen sluiten, is een berekening met de Aerius calculator uitgevoerd (zie bijlage 8). Uit de Aerius-berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr. Er is geen effect op Natura 2000 door stikstofdepositie. Overige gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen bekend als Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland. Het plangebied valt buiten de begrenzing van NNN/EHS. Ten noorden en oosten van het plangebied bevindt zich een ‘Natuur buiten EHS’. Dit betreft een zandwinplas.
Het zonnepark heeft geen effecten op het ecologisch functioneren van het Natuur buiten EHS-gebied.
4.4.2 Soortenbescherming In de omgeving van het plangebied komen beschermde soorten (otter, steenmarter, ringslang en mogelijk vleermuizen) voor. Het plangebied omvat echter geen leefgebied en / of verblijfplaatsen van deze soorten. Negatieve effecten op deze soorten zijn niet te verwachten. Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
27/36
Om verstoring van broedende vogels te voorkomen zullen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (grofweg half maart t/m juli met uitloop tot halverwege augustus) uitgevoerd moeten worden. Indien uitvoering van de werkzaamheden in het broedseizoen niet is te voorkomen en in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord, dient terrein voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd worden door een deskundig ecoloog op aanwezigheid van in gebruik zijnde vogelnesten. Deze dienen gespaard te blijven zolang ze in gebruik zijn en de jongen zijn uitgevlogen. Om broedsels te voorkomen kan voorafgaand aan het broedseizoen het plangebied ongeschikt worden gemaakt door de verstorende werkzaamheden reeds opgestart te hebben of andere verstoring aan te brengen (vlaggetjes, enzovoort). Zorgplicht Om verstoring van migrerende, overvliegende of foeragerende vleermuizen te voorkomen, dienen de werkzaamheden zo veel als mogelijk overdag uitgevoerd te worden en dient waar mogelijk tussen zonsondergang en zonsopgang geen directe werkverlichting of strooiverlichting (met uitzondering van voertuigen) toegepast te worden, die op bosjes, bomen en gebouwen kan schijnen. Vanuit de zorgplicht dient het dempen van de twee sloten zorgvuldig en in één richting plaats te vinden. Ook dient het voorplantingsseizoen van amfibieën en vissen zo veel mogelijk te worden gemeden.
Voor eventueel aanwezige algemene (vrijgestelde) soorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit de Wnb. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, wat betekent dat nadelige gevolgen voor planten en dieren zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Aanwezige dieren dienen in de gelegenheid gesteld te worden het plangebied te verlaten. Conclusie Het project zal worden uitgevoerd conform wetgeving en beleid voor natuur. Zowel ten aanzien van gebiedsbescherming als ten aanzien van soortenbescherming zijn er geen belemmeringen. Het project is uitvoerbaar.
4.5
Verkeer
In de aanlegfase zal een geringe en incidentele verhoogde verkeerstoename plaatsvinden voor de aanleg van de zonnepanelen. In de gebruiksfase zal er (bijna) geen sprake zijn van een toename van verkeer, enkel ten behoeve van het onderhoud van de panelen. De Rijkswegen en lokale wegen kunnen de verkeersintensiteit (in aanleg- en gebruiksfase) goed aan. Het vrachtverkeer in de aanlegfase van het zonnepark maakt gebruik van de aansluiting van de Rijksweg op De Dolten. Deze aansluiting is reeds ingericht voor een veilige afwikkeling van vrachtverkeer van de zandwinning. Autoverkeer dat van de Rijksweg komt heeft voorrang op het fietsverkeer op het fietspad langs De Dolten. Conclusie De omliggende wegen kunnen het verkeer in aanleg- en gebruiksfase goed aan. De kruising met het fietspad langs De Dolten heeft een heldere voorrangsregeling. Het project is uitvoerbaar.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
28/36
4.6
Geluid
Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij ruimtelijke ontwikkelingen te worden onderzocht in hoeverre na realisatie van een plan sprake is van een aanvaardbare geluidsituatie. In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn regels en grenswaarden opgenomen. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Betekenis voor planvoornemen Binnen het plangebied wordt geen geluidgevoelige bebouwing opgericht. De zonnepanelen zijn daarnaast ook geen geluidsbron in het kader van de Wgh. Alleen de transformatoren kunnen zorgen voor een zoemend geluid. De handreiking Bedrijven en milieuzonering geeft aan dat de afstand tot een transformator met een vermogen van 10 MVA of minder met betrekking tot geluid minimaal 30 meter moet zijn. Dit betekent dat voor het aspect geluid 30 meter afstand als richtafstand dient te worden aangehouden tussen de transformatoren en de woningen. Het initiatief zorgt daarnaast niet voor een substantiële verkeersaantrekkende werking, waardoor omliggende woningen hinder zouden kunnen ondervinden. Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai (of spoorweglawaai) is niet aan de orde.
Het aspect geluid vorm geen belemmering voor het realiseren van zonnepark Oudehaske. Conclusie Het project leidt niet tot een relevante geluidbelasting op de omgeving. Het project is uitvoerbaar.
4.7
Luchtkwaliteit
Algemeen In de Wet milieubeheer (Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waarin in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijn stof. Op grond van artikel 5.16 Wm wordt een omgevingsvergunning enkel verleend, wanneer aannemelijk is gemaakt dat: •
het plan niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden, of;
•
de luchtkwaliteit als gevolg van het vergunde plan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of, bij een beperkte toename, door een met de ontwikkeling samenhangende maatregel of effect, per saldo verbetert, of;
•
het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen, of;
•
de ontwikkeling is opgenomen of past in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
29/36
Projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet met een onderzoek te worden getoetst aan de hiervoor geldende grenswaarden. In het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen’ is omschreven dat een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit als het project maximaal 3% van de grenswaarde bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10. Dit betekent dat projecten voldoen aan de Wm als de jaargemiddelde concentratie van zowel NO 2 als PM10 met niet meer dan 1,2 μg/m3 toeneemt. Betekenis voor het plangebied Het zonnepark leidt niet tot een substantiële verkeersaantrekkende werking en is daarmee niet van invloed op de luchtkwaliteit. Op grond van de Wm is hier sprake van een project dat 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Ter controle is het effect op de luchtkwaliteit berekend met de NIBM-tool gebruikt. Als (niet te verwachten) worst case is ingevoerd dat per werkdag 50 vrachtwagens en 50 personenauto’s naar het plangebied komen. Uit doorrekening met de NIBM-tool blijkt dat de effecten op de luchtkwaliteit in die situatie inderdaad ‘niet in betekende mate’ zijn. Conclusie De luchtkwaliteit verandert door het project ’niet in betekende mate’. Er zal worden voldaan aan de grenswaarden uit de Wm. Het project is daarom uitvoerbaar.
4.8
Licht
De beoogde installatie produceert geen licht. Door toepassing van een antireflectie laag op de zonnepanelen zal er bovendien niet of nauwelijks sprake zijn lichtweerkaatsing naar de (directe) omgeving. Conclusie Het project is uitvoerbaar.
4.9
Externe veiligheid
Algemeen Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij gaat het om de risico’s verbonden aan ‘risicovolle inrichtingen’, waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het ‘vervoer van gevaarlijke stoffen’ via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Betekenis voor het plangebied Ten zuiden van het zonnepark is de A7 gelegen dat onderdeel uitmaakt van het Basisnet. Het plangebied is gelegen in de 200 meter zone vanaf het Basisnet. Voor bebouwing binnen 200 meter van de A7 moet rekening gehouden worden met het groepsrisico.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
30/36
Aangezien er door het zonnepark geen verblijfsobjecten worden gerealiseerd waar men voor een langere tijd verblijft, is geen verdere nadere onderbouwing van het groepsrisico vereist. Er zijn verder geen relevante risicobronnen in de directe omgeving die van invloed zijn op het zonnepark en vice versa. Het zonnepark bevat geen elementen die als een risico voor de externe veiligheid opgevat kunnen worden. In paragraaf 4.11 wordt nader ingegaan op het risico van de kabels en leidingen die het gebied doorkruisen.
Figuur 11: Uitsnede Signaleringskaart EV
Conclusie Het project heeft geen gevolgen voor risicovolle inrichtingen of transportroutes. Het project is uitvoerbaar.
4.10 Milieuzonering Algemeen Met het oog op een goede ruimtelijke ordening is een scheiding tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies wenselijk. Op deze manier wordt enerzijds hinder en gevaar op gevoelige functies, zoals woningen, voorkomen of zoveel mogelijk beperkt, en anderzijds wordt voldoende zekerheid geboden aan bedrijven, zodat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNGbrochure) uit het jaar 2009 geeft een advies over richtafstanden. In de VNGbrochure zijn richtafstanden opgenomen die gelden voor milieubelastende activiteiten ten opzichte van woningen. Betekenis voor het plangebied Zonnepanelen zijn niet specifiek in de brochure opgenomen. Van zonnepanelen is geen milieuhinder te verwachten. Dat geldt wel voor de bijbehorende transformators, die overdag (enig) geluid produceren.
Sweco | Zonnepark Oudehaske 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo Projectnummer 51025111 Datum 14-02-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-119242
31/36
In dit opzicht kan een vergelijk worden gemaakt met de in de VNG-brochure vermelde elektriciteitsdistributiebedrijven van < 10 MVA. Het betreft hier een milieucategorie 2-inrichting met een richtafstand van 30 m vanwege geluid. De dichtstbijzijnde gevoelige bestemming (Rijksweg 19A) is gelegen op meer dan 30 m afstand van het deze transformators. Conclusie Er wordt voldoende afstand aangehouden tot milieugevoelige bestemmingen. Het project is uitvoerbaar.
4.11 Kabels en leidingen Algemeen Bepaalde leidingen in het plangebied zijn vanuit regelgeving of rijksbeleid vastgelegd in het bestemmingsplan. Dit is het geval bij bovengrondse hoogspanningslijnen en buisleidingen. Betekenis voor het plangebied In het plangebied bevinden zich drie hoogspanningsleidingen van TenneT: •
220 kV-hoogspanningsverbinding Oudehaske-Ens (de meest westelijke verbinding in het plangebied);
•
110 kV-hoogspanningsverbinding Oudehaske-Wolvega (de middelste verbinding in het plangebied);
•
110 kV-hoogspanningsverbinding Heerenveen-Omweg-Oudehaske (de meest oostelijke verbinding in het plangebied).
Voor deze drie verbindingen staan in totaal vijf masten binnen het plangebied. Gutami heeft overleg gevoerd met TenneT over de eisen waar aan voldaan moet worden. De belangrijkste eisen van TenneT worden hieronder weergegeven: •
Een zone direct onder de kabels moet worden vrijgehouden van panelen. Deze zone heeft een breedte van 3,4 meter vanaf de middelste geleider. In het ontwerp is dit uitgangspunt verwerkt en zijn de betreffende zones vrij gehouden van panelen. TenneT heeft een ontwerp van het zonnepark inclusief genoemde vrijwaringszones beoordeeld en hier in de brief van 10 maart 2020 al rekening mee gehouden (de zone is in de brief niet meer expliciet benoemd).