CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerrapport Stand van zaken transformatie in het sociaal domein door de ogen van de wijkteams

Raadsvergadering 22 april 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Procesvoorstel Rekenkamerrapport stand van zaken transformatie in het sociaal domein door de ogen van de wijkteams25.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bron: diepte interviews 5.5.5 Conclusie Stimuleren eigen kracht en zelfredzaamheid Medewerkers zijn van mening (98%)dat ze de eigen regie en zelfredzaamheid van inwoners weten te stimuleren. In de ondersteuningsplannen worden de doelen inzake eigen kracht en zelfredzaamheid vastgelegd. In de gesprekken met cliënten komen ze hierop terug. De ‘draaideur’ cliënten worden gemonitord. Belemmeringen die ervaren worden, hebben voornamelijk te maken met ‘het niet willen van de cliënt zelf. Ondanks financiële problemen in het sociaal domein wordt er geïnvesteerd in het preventief werken, zo geven medewerkers aan. In de afgelopen jaren is er geïnvesteerd in Maatjes-projecten en wordt een bus gesubsidieerd die door vrijwilligers bestuurd wordt. Met deze bus worden cliënten vervoerd. Een ander voorbeeld is het project Huistest/ Project Mijn huis op maat, waarbij vrijwilligers vanuit Caleidoscoop op huisbezoek mee gaan om te kijken wat er in de woning verbeterd kan worden (met blik op de toekomstige situatie van bewoners. Er wordt gebruik van Humanitas en vrijwilligers van de kerk en moskee om thuisadministratie voor kwetsbare inwoners te verzorgen. Medewerkers vinden dat er veel gebeurt, maar het versterken van eigen kracht en zelfredzaamheid is moeilijk te meten. Bij navraag bleek de Krachtenwijzer om de zelfredzaamheid te meten nog niet gebruikt te worden.

5.6

Kostenefficiënt werken

5.6.1 Enkele beschouwingen 72 % van de respondenten herkent het ‘kostenefficiënt werken’ als een opdracht van het team (in termen van zeer sterk, sterk of herken ik). 28 % herkent dit enigszins of niet als opdracht als opdracht. In vergelijking met de andere 5 beloften scoort deze belofte het laagst. De (doel)stelling voor ‘kostenefficiënt werken’ is in de enquête omschreven als ‘ik vind het belangrijk om kostenefficiënt te werken’. Deze stelling wordt door de medewerkers sterk onderschreven. Bij een vergelijking van de mate waarin de doelstelling van ‘kosten efficiënt werken’ wordt omarmd en de inschatting in hoeverre het team er ook in slaagt dat ‘kosten efficiënt’ te werken, zijn de uitkomsten gelijk. Op een 7puntsschaal zijn de scores respectievelijk 5,9 en 5,7. Deze liggen dus vlak bij elkaar. In de uitkomsten uit de verschillende vragen komt een spanningsveld tevoorschijn. In veel mindere mate dan de andere beloftes wordt het kostenefficiënt werken herkend als opdracht aan het team. De doelstelling om kostenefficiënt te werken wordt echter wel sterk door de medewerkers onderschreven en ook het

37

vermogen om het in de praktijk te realiseren lijkt aanwezig. Na de overige uitkomsten van de vragen beschouwd te hebben komen we bij de conclusies met een analyse. 5.6.2 Wat verstaan de medewerkers eronder? De medewerkers geven als antwoord op de vraag wat kostenefficiënt werken voor hen betekent grofweg twee categorieën van antwoorden. Het overgrote deel geeft aan dat het voor het in houdt ‘doen wat nodig is, geen onnodige trajecten’, ‘op de hoogte zijn van de kosten’, ‘als het nodig is maatwerk in zetten’. Een kleiner deel (5 respondenten) zeggen deze vraag is niet van toepassing. ‘Het gaat om goede zorg, wij houden ons niet bezig met kosten’. Kader 6-1: sociaal werkers definitie kostenefficiënt werken -doen wat nodig “Niet meer of zwaardere hulp inzetten dan nodig is en trajecten zo kort mogelijk houden, hulp passend bij de vraag van de cliënt”. “Als het om materiële hulpmiddelen gaat, kijk ik of dat wel nodig is (dure) en of dit de mobiliteit bevordert. Zorg op maat is leidend voor mij. Ik zal niet voorafgaand aan het huisbezoek een kostenplaatje opstellen”.

Bron: enquête en diepte interview Kader 6-2: sociaal werkers definitie kostenefficiënt werken - niet van toepassing “Bij onze gemeente gaat het om goede zorg te kunnen leveren aan de burger. Met kosten houden wij ons niet bezig als Meitinker”. “Houden we ons niet mee bezig, wij kijken naar maatwerk goede zorg leveren”.

Bron: enquête 5.6.3 Welke belemmeringen worden ervaren? Een deel ervaart geen belemmeringen (7 van de 28 respondenten), deel geeft te weinig grip, tijd of zicht op te hebben en een ander deel vindt dat ze niet verantwoordelijk zijn voor de kosten. Kader 6-3: sociaal werkers belemmeringen kostenefficiënt werken – buiten invloedsfeer “Dat er een groot gedeelte van de jeugdhulpbeschikkingen zijn waar wij als team geen invloed op hebben, omdat ze bijvoorbeeld worden afgegeven door een huisarts. Dat maakt dat de druk die er ligt om kostenefficiënt (en misschien zelfs besparend) te werken onevenredig voelt voor de casussen die aangemeld worden bij TJG” “De ondoorzichtigheid van het bekostigingssysteem. De focus en nadruk op de resultaatgerichtheid hiervan. Het ontvangen van geen of onvoldoende eenduidige specificaties van beoogde of gemaakte kosten. Urgentie van de problematiek (en hierdoor gebrek aan tijd)”. “De zorgaanbieders die de intensiteit zelf mogen bepalen. Op basis van de vraag schatten wij een intensiteit in, maar de zorgaanbieder vraagt vaak een hogere intensiteit, dit strookt dan niet met de zorg/aantal uren die ze leveren. Vaak geven zorgaanbieders aan dat het geld op is. Ook de duurzame en hersteltrajecten werken niet kostenefficiënt”.

“Tijd, het kost veel tijd om onderzoek te doen naar de kosten die voor een bepaald traject worden gemaakt (denk aan contact hierover met zorgaanbieders, intern overleg op inhoud en financiering). Deze tijd kun je dan niet investeren in cliëntcontact. Anderzijds als je dit niet doet zullen de zorgkosten verder stijgen en wordt de zorg meer en meer onbetaalbaar”.

Bron: enquête en diepte interview Kader 6-4: sociaal werkers belemmeringen kostenefficiënt werken - niet verantwoordelijk

38

“Nee, wij werken vanuit de bedoeling; Wij doen wat moet en kijken wat kan”. “Ik vind deze overweging contraproductief; het belemmert een goede oplossing”.

Bron enquête 5.6.4 Welke succesfactoren worden benoemd? De succesfactoren die benoemd worden door het overgrote deel van de respondenten en geïnterviewden zitten in de werkwijze of good practices van de teams. Dat gaat om op de hoogte zijn van de kosten, met collega’s met kennis over kosten overleggen, met zorgaanbieders bespreken of doelen gehaald zijn, kritisch en open overleg met zorgaanbieders over kosten, signaleren waar kosten optreden en hierop reageren. Wat verder nog benoemd wordt is een backoffice die meedenkt en inzicht heeft en een passende (of betere) aanbesteding. Kader 6-5: sociaal werkers succesfactoren kostenefficiënt werken – good practices “Het open hebben over de kosten met een zorgaanbieder en eventueel de intensiteit verlagen. Sommige zorgaanbieders geven zelf aan dat zij minder geld hebben gebruikt. Met sommige zorgaanbieders bespreek ik kritisch of zij al het geld hebben gebruikt door wat zij achteraf hebben geleverd”. “Intern korte lijntjes hebben zodat je snel in overleg kunt over het hoe verder, weet waar je naartoe moet met je signalen. Het is fijn dat er een aantal collega's zijn die erg veel afweten van de financiering en wat er zich op hoger niveau afspeelt (intern beleid, SDF). Gezinswerkers zijn inhoudelijk op de hoogte van een zaak en hebben een belangrijke signalerende functie wat betreft kosten efficiënt werken.

Het is belangrijk deze signalen niet te negeren maar op te pakken en eventueel op te schalen”. “Meer controle (door de gemeente) op de inzet zorg van de zorgaanbieder. Juiste intensiteit. Werken aan de juiste doelen”.

Bron: enquête Kader 6-6: beleidsmedewerkers over kostenefficiënt werken Beleidsmatig perspectief kostenefficiënt werken “Gemiddelde kostprijs per inwoner (€ 7.000) die we als gemeente Heerenveen betalen, dan doen we dat redelijk gemiddeld op het macroniveau. Dit bleek uit het onderzoek van KPMG waarin onderzocht is hoe we het kostentechnisch doen t.o.v. andere gemeenten. Kostenbewustzijn is ook aanwezig binnen het team en de gezinswerkers. Bestuurlijk zouden we scherper kunnen formuleren wat de transformatie inhoudt en hoe we dat concreet moeten doen. Concreter en smarter formuleren en periodiek hierover het gesprek voeren. Door meer en beter met elkaar samen te werken, kunnen we in de praktijk nog betere resultaten realiseren. Soms ons kwetsbaarder opstellen in de samenwerking”. “Structureel is er € 3 tot € 4 miljoen te kort binnen het Sociaal Domein. Er is sprake van zowel een toename van Wmo meldingen als van melding bij Jeugd. Begrotingstekort WMO van € 800.000 op € 16 mln. bij Hulp aan huishouden en Beschermd wonen (invoering reële tarieven, cao). Er ontstaat een wildgroei aan zorgaanbieders, vooral bij Beschermd wonen. Er wordt op provinciaal niveau overleg gevoerd over keuzes. Ook naar aanleiding van het op dit onderdeel uitgevoerde KPMGonderzoek.

Meitinkers sturen niet vanuit financieel perspectief (geen inzicht in budget) en dit is ook niet gewenst (dat keuzes tussen zorg en financiën gemaakt zouden moeten worden gemaakt). Het kunnen besparen op tarieven is nagenoeg niet mogelijk. Stel we zouden zelf BW per 2022 inkopen, dan zouden we een hardere lijn volgen in wat je als maximaal budget meegeeft aan de zorgaanbieders. Monitoring Sociaal Domein (door bedrijfsvoeringsteams) is fors verbeterd de laatste jaren door

39

gebruik van Cognos Analytics (dashboard). Tot slot, we zouden een verdiepend onderzoek moeten doen om te bekijken hoe we beter kunnen sturen op efficiency”.

Bron: diepte interviews 5.6.5 Conclusie Kostenefficiënt werken Van alle beloftes wordt het kostenefficiënt werken het minst herkend als opdracht aan de teams. Medewerkers vinden echter wel belangrijk dat er kostenefficiënt gewerkt wordt en ze zien zichzelf dat ook wel doen. Wijkteammedewerkers sturen niet vanuit een financiële opdracht. Zorg -en ondersteuning op maat is voor hen leidend. Bij de beoordeling of iemand in aanmerking komt voor ondersteuning, is de inwoner, diens hulpvraag en situatie het uitgangspunt en wordt er gewerkt conform vastgestelde kaders zoals de Wmo-verordening. Vervolgens verschilt het wel per medewerker in hoeverre ze zich bezig (willen) houden met de kosten. De één zegt daar zijn we niet van, de ander geeft aan onvoldoende zicht te hebben op de kosten. Anderen die weten weer wat beter wat een dienst kost, een voorbeeld hiervan is een woningontruiming (woningontruiming circa € 10.000,-). Ook als het gaat om materiële zaken, bijvoorbeeld hulpmiddelen, is men beter op de hoogte van de prijs van het product. Uit de gesprekken met de gezinswerkers komt naar voren dat zij meer dan de Meitinkers bewust letten op de kosten. Beleidsmedewerkers voelen (meer) urgentie als het gaat om de kostenontwikkeling in het sociaal domein. Structureel is er een tekort van 3 à 4 miljoen op het sociaal domein.

Er is sprake van zowel een toename van Wmo meldingen als van meldingen bij Jeugd. Er wordt ook gesproken over een ‘wildgroei’ aan zorgaanbieders. Mogelijkheden om iets te doen aan de huidige tarieven, zijn er niet zo geven ze aan. Mogelijkheden die gezien worden is om bij nieuwe inkoopopgaven een andere lijn te kiezen (budgetten maximeren). Er bestaat behoefte om onderzoek te doen om beter te kunnen sturen op efficiency. Er is wel, beter dan voorheen, zicht op de kostenontwikkeling mede door het gebruik van Cognos Analytics. (dashboard).

40

6

Bevindingen - de resultaten

6.1

Welke resultaten zijn afgesproken met de wijkteams?

In dit onderzoek beslaat de scope zoals eerder aangegeven in eerste instantie twee soorten (wijk)teams bij de gemeente Heerenveen; het Team Jeugd & Gezin en de Meitinkers van het team Toegang. Onder deze teams is de enquête verspreid. Zij maken primair deel uit van het onderzoek. In de diepteinterviews zijn ook de medewerkers van de preventieteams en medewerkers van het backoffice team Zorg en Veiligheid gehoord. De afgesproken resultaten, de wijze van en de afspraken rondom de voortgangsrapportages en de beschikbare resultaten uit de rapportages worden per (wijk)team uiteengezet. De resultaten van het backoffice team Zorg -en Veiligheid zijn niet expliciet opgenomen. Ten slotte wordt in de beschouwing op totaal niveau een verbinding gelegd van de resultaten met de zes beloften vanuit de transformatie in het sociaal domein. Team Jeugd & Gezin (TJG) - Welke doelen en resultaten zijn afgesproken? Tot 2018 werden de aanvragen voor Jeugdzorg afgedaan door het consortium. Dat was een samenwerkingsverband van meerdere partijen in het maatschappelijk veld. Organisatorisch maakte dat geen deel uit van de organisatie van de gemeente Heerenveen. Vanaf 2018 is het cluster Jeugd (onderdeel TJG) binnen de gemeentelijke organisatie gepositioneerd en georganiseerd en is een eigen jeugdteam met een separate toegang gerealiseerd om o.a.

meer grip op het geheel te krijgen (er was sprake van grote budgettekorten en van een gebrek een betrouwbare kostenprognose voor jeugdzorg). Een ander doel is om een nieuw registratiesysteem voor 2021 aan te besteden dat voldoet aan de eisen van goede archivering en dat het mogelijk maakt in de kwartaalrapportages meer over de inhoud efficiënt en effectief terug te koppelen. Als laatste is aan een werkgroep de opdracht meegegeven om te beoordelen hoeveel geld bespaard kan worden. Hiertoe worden periodiek gesprekken gevoerd met zorgaanbieders o.a. op basis van maandelijkse monitoring van externe wijzigingen. Vanuit de door de raad vastgestelde visie “Sa doch ik dat” is het werkdocument TJG opgesteld. De volgende doelen worden door het TJG nagestreefd voornamelijk t.b.v. meer lokale sturingxxiii: - meer verwijzingen via het TJG te laten lopen om meer sturing te verkrijgen; - intensivering toegang met focus op trajecten van externe verwijzers (door inzet van een onderhandelaar) en op het signaleren van kostenverhogende effecten. De beoogde opbrengst van de onderhandelaar is € 400.000 op jaarbasis; - kostenbewustzijn TJG vergroten en structureel borgen. TJG is voor de realisatie van deze doelen betrokken bij het opzetten van een samenwerkingsverband met de huisartsen, enerzijds via het verwijzingsportal en anderzijds via de opzet van een constructie voor praktijkondersteuning.

Op dit moment is het nog zo dat 65 % van de jeugdzorg loopt via huisartsen en gecertificeerde instellingen. Met de nieuwe werkwijze wordt beoogd dit percentage terug te brengen en vooral ook laagdrempeliger te zijn en de zichtbaarheid te vergroten zodat de zorgvraag eerder opgepakt kan worden en minder specialistische hulp nodig is. Dit betekent een transformatie in werkwijze. Qua werkwijze is er de laatste twee jaar sprake van een forse transformatieslag bij het TJG. Dat moet zich nog vertalen in een lager beroep op specialistische zorg. Dat is een proces waar tijd voor nodig is. Vanuit de beloften Integrale aanpak en maatwerk en stimuleren eigen regie en zelfredzaamheid is het project Doorbraak opgezet in 2019 met als doel de hulpverlening aan gezinnen met problemen op veel verschillende levensgebieden effectiever en meer integraal aan te kunnen pakken. Hierbij stelt een team van onafhankelijke deskundigen samen met de gezinswerker(s) van de gemeente een analyse op die alle informatie verzamelt door dossieronderzoek en interviews met de gezinsleden waarbij de motivatie van de gezinsleden als van de hulpverleners essentieel is. Het gezamenlijke plan wordt vastgelegd in Samen1Plan waar alle betrokkenen inclusief de gezinsleden toegang toe hebben. De gezinswerker is de rode draad in het Doorbraak project door de coördinerende rol, maar neemt de zorg en hulp niet over.

De regie voor alle professionele hulp die het gezin ontvangt wordt bij 1

xxiii Conform raadsbrief “Sturing op jeugdhulp” d.d.1-10-2019

41

instelling en bij voorkeur bij 1 collega van die instelling belegd. Er zijn nu nog geen cijfers of resultaten beschikbaar vanuit dit project. Team Toegang (Meitinkers) - Welke doelen en resultaten zijn afgesproken? De meitinkers geven invulling aan de volgende resultaatgebieden: • een vast aanspreekpunt vormen voor inwoners (per woonservicezone); • zorgen voor een persoonlijke aanpak en een laagdrempelige manier van werken; • hebben een integraal mandaat voor verschillende soorten zorg; • er is geen aparte beschikking nodig. Op deze wijze kan duidelijk antwoord worden gegeven op hulpvragen en kan snel en goed worden gehandeld bij problemen. Het proces is korter voor de inwoner dan voorheen en de efficiency van de gemeente wordt hiermee vergroot, omdat het verslag van het keukentafelgesprek direct als beschikking geldt. Het werken met een vast aanspreekpunt maakt het leggen van contact laagdrempelig, omdat contact wordt gelegd met een persoon en niet met een loket of instantie. Preventieteams – Welk doelen en resultaten zijn afgesproken? In de gemeente Heerenveen werken sinds 2018 preventieteams in woonservicezones. Zij geven invulling aan de volgende thema’s (resultaatgebieden): • ‘voor de vraag uit werken’; • leiden toe naar hulp en voorzieningen; • ze helpen zelf; • signaleren; • geven aan welk preventief aanbod ontbreekt; • realiseren zelf preventieve interventies.

Eerder al (in 2014) is deze werkwijze vanuit de professionals in Heerenveen en samen met de gemeente ontwikkeld. Eind 2017 resulteerde dit in de prestatieafspraken ‘Preventieteams Heerenveen’ en in juli 2017 is in het rapport ‘De opdracht van de netwerkteams in de woonservicezones’ beschreven welke inspanningen en welke maatschappelijke opbrengsten verwacht worden. De hiervoor genoemde prestatieafspraken zijn in november 2017 vastgesteld. De gemeente heeft deze prestatieafspraken bij drie uitvoerende organisaties neergelegd (Caleidoscoop, SMWF en GGD Fryslân) en hier wordt sinds 2018 aan gewerkt. De thema’s zichtbaarheid en huisvesting, intake en doorverwijzing, preventief aanbod (huidig, behoefte, nieuw, inzicht in), capaciteit en aansturing en uitvoeringsbudget maken deel uit van de opdracht. Een aparte terugkoppeling van deze onderwerpen wordt door de gemeente Heerenveen niet nodig geacht.

6.2

Hoe wordt gerapporteerd/gemonitord?

In deze paragraaf wordt per wijkteam inzicht verschaft in hoe de voortgangsrapportages eruitzien en wat afgesproken is over de monitoring. Cluster Jeugd (onderdeel van het TJG) – Afspraken over rapportage en monitoring Het organisatorisch inpassen van een eigen jeugdteam vanaf 2018 heeft nogal wat tijd gekost. Eind 2019 was deze inpassing (incl. de personele component) afgerond. Van de periode (voorafgaand 2018) dat het consortium de regie had zijn geen vergelijkbare gegevens beschikbaarxxiv. De cijfers in de rapportages en dashboards zijn verder moeilijk vergelijkbaar, omdat gewerkt is met twee verschillende inkoopsystemen in de periode tot 2020. Feitelijk is het jaar 2019 het eerste jaar waarin de cijfers met de komende jaren vergeleken kunnen worden en trends en ontwikkelingen gesignaleerd kunnen worden. Aangegeven wordt dat daarvoor wel vereist is dat het huidige inkoopsysteem grotendeels in stand blijft. Er is in het tweede half jaar van 2018 een start gemaakt met de realisatie van een Managementrapportage per kwartaal (gerapporteerd aan manager MO) en samen met het dashboard (dagelijks inzichtelijk) van de belangrijke elementen van de gemeentelijke uitgaven vormen ze de onderleggers voor de uitvoering en de beleidsstukken.

De twee laatste managementrapportages (Q4 van 2019 en Q1 van 2020) zijn beoordeeld voor dit rapport maar de vergelijkende cijfers uit de voorgaande perioden ontbreken door de hiervoor genoemde oorzaken.

xxiv Dit is aangegeven door de teamleider van het team TJG

42

Team WMO – afspraken over rapportage en monitoring Er is uit GWS4All managementinformatie WMO beschikbaar per woonservicezone: - aantal cliënten per categorie voorziening; - aantal inwoners per leeftijdscategorie gebruik maken van de voorziening; - aantal Meitinker-gesprekken per jaar. Ook zijn de onderstaande resultaten van het Team Toegang beschikbaar per maand: - taken per categorie taken (12 doorverwijzingscategorieën); - percentage wel of geen voorziening na doorverwijzing. Preventieteams – afspraken over rapportage en monitoring Jaarlijks worden voor de zes preventieteams prestatieafspraken gemaakt uitgesplitst naar drie onderdelen: 1. Waarom: wat is de maatschappelijke opbrengst? 2. Wat: wat te doen (opdracht)? 3. Hoe: wat is daarvoor nodig? Er is een format beschikbaar maar de vorm van verantwoording is vrij. Eenmaal per jaar wordt op basis van het gebiedsplan aan manager en gemeente een terugkoppeling gedaan van de prestatieafspraken. Hier wordt per resultaat (zo SMART mogelijk) ingegaan op de wijkproblematiek, de kansen om de sociale structuur e.d. te versterken, wat aan preventieve interventies en activiteiten is gerealiseerd, hoe anderen gestimuleerd zijn tot het ondernemen van preventieve activiteiten en wordt deze verantwoording aangevuld met de reacties van inwoners, mede-professionals of andere betrokkenen.

Afsluitend worden leermomenten of vraagstukken die voor de gemeente en collega’s relevant kunnen zijn benoemd. Kortom, er wordt per onderdeel beschreven wat in de afgelopen jaar is bereikt en het wordt aangevuld met cijfers en voorbeelden daar waar nodig. Twee keer per jaar wordt verslag gedaan over het ‘’hoe’ c.q. wat door het preventieteam bewerkstelligd is. Hierin wordt beschreven welke zorgelijke situaties door het toedoen van preventieteams in beeld zijn gekomen en hoe de preventieteams aan het werk zijn gegaan. Verder wordt beschreven hoeveel mensen het preventieteam naar hulp (bijv. huisarts, ondersteuningsteam Jeugd) of voorziening heeft toegeleid en welke dit betreft. Ook worden casussen beschreven waarin de benodigde hulp vanuit het preventieteam zelf is geboden. Bij deze zes teams wordt een format uitvoeringsplan per preventieteam gehanteerd ten behoeve van de jaarlijkse monitoring. Per zone worden jaarlijks speerpunten bepaald o.b.v. cijfers, ervaringen evaluatie gebiedsplan etc. en worden prioriteiten per (basis)functie gelegd. De volgende (basis)functies worden hierbij onderscheiden: opbouwwerker, VSP-er, jongerenwerker, wijkmaatschappelijk werker en jeugdverpleegkundige.

Per speerpunt is in dit format uiteengezet wat georganiseerd of ontwikkeld zal worden, wie de trekker is van dit speerpunt, met welke externe partijen samengewerkt zal worden, wat het beoogde resultaat is en wat de voortgang van de realisatie is per kwartaal. Ook wordt in dit format een begroting opgenomen.

6.3

Beschikbare resultaten en indicatoren beleidsrapportages

In deze paragraaf zullen per (wijk)team de beschikbare resultaten worden weergegeven vanuit zowel de openbare bronnen als de interne bronnen zoals de beleidsrapportages sociaal domein. Op basis hiervan wordt geanalyseerd of het beeld dat naar voren komt vanuit de enquête en interviews t.a.v. de 6 beloften bevestigd wordt door documenten uit andere bronnen en monitoringsgegevens (o.b.v. documentenstudie resultaten in kaart gebracht), de zogenoemde andere actoren in dit onderzoek. Het geheel of het samenspel van al deze actoren is van belang in deze onderzoeksvraag en derhalve niet alleen aspecten waarop de wijkteams zelf invloed hebben. Met deze andere bronnen kunnen ook resultaten op basis van de interviews/enquête worden geduid. Team Jeugd & Gezin (TJG) - beschikbare resultaten en indicatoren Concreet wordt in de raadsbrief d.d. 24-3-2020 een bedrag van € 500.000 genoemd als gerealiseerde besparing vanaf Q2 2019 met de inzet van de onderhandelaar t.o.v. € 400.000 begroot. Verder wordt een beoogde afname van de verwijzingen naar de gespecialiseerde jeugdhulp door de inzet van de POH-jeugd aanwijsbaar gemaakt in 2019 en wordt aangegeven meer POH’s Jeugd te willen inzetten op termijn. In deze raadsbrief wordt verder gerapporteerd over de realisatie van de Jeugdhulp kosten

43

2019 en kostenontwikkeling waarin een oplopend tekort van €5.2 miljoen in 2019 wordt verwacht. Ook wordt een inkijk gegeven in de beoogde ontwikkelingen tot 2040 t.a.v. het aantal jeugdzorg behoeftigen en de stand van zaken van de landelijke en regionale ontwikkelingen en acties (taskforce kostenreductie jeugdhulp). Een belangrijke constatering die de taskforce kostenreductie jeugdhulp heeft gedaan ultimo 2019, is dat de directe lokale beïnvloeding van de kosten voor jeugdzorg, maar op één manier plaats kan vinden: via het functioneren van de gemeentelijke toegang (TJG). De stuurgroep heeft in maart 2020 haar eindadvies uitgebracht. Haar adviezen over het functioneren van de gemeentelijke toegang betreffen het oplossen van werkdruk, de aansluiting bij Zorgdomein en de samenwerking met andere verwijzers. Met betrekking tot de werkdruk binnen het TJG zal in de loop van 2020 een advies worden uitgebracht door de teamleider aan het afdelingshoofd en de directie. Het TJG zal vanaf Q2 2020 aangesloten zijn op Zorgdomein. De samenwerking met andere verwijzers (met name de jeugdartsen, huisartsen en gecertificeerde instellingen) is een blijvend onderwerp van gesprek.

Met de jeugdartsen is een regulier casuïstiekoverleg opgezet; met de huisartsen wordt periodiek (eens per half jaar) overleg gevoerd en de samenwerking met de gecertificeerde instellingen krijgt in regionaal verband nadrukkelijk aandacht. De meest recente twee managementrapportages (Q4 van 2019 en Q1 van 2020) zijn beoordeeld voor dit rapport. In de Q4 rapportage zijn voor het eerst de doelstellingen benoemd, maar de kritische succesfactoren en de KPI’s ontbreken nog, ook in de Q1 rapportage van 2020. Ook de cijfers over de interne toetsing en continue cliënt ervaringsonderzoek ontbreken in 2019 en Q1 2020. De doelstellingen betreffen algemene beschrijvingen van wat voor soort cijfers inzicht verkregen zou moeten worden. Aangegeven wordt dat 2019 als een leer- en verbeterprocesjaar gezien moet worden. In het rapport zijn o.a.

de cijfers per kwartaal opgenomen van: - het aantal en herkomst Frontoffice contacten/aanmeldingen; - afhandeling contacten (verwijzing, advies/consult, crisis, registratie aanmelding); - caseload en wachttijden; - complexiteit en intensiteit (incidenteel, wekelijks, maandelijks) casuïstiek; - het aantal extra taken (integrale vroeghulp, eigen hulpverlening, overbruggingszorg); - aard van de problematiek casuïstiek (categorieën) en aantallen; - relatieve aandeel verwijzingen (gemeentelijk aandeel vrij stabiel gebleven 29%); - aantal PGB-dossiers en verlengde jeugdwet casussen; - aantal ingediende klachten (Klachtencommissie SMWF en team Bezwaar en Beroep MO.) Bij alle hiervoor genoemde cijfers is een toelichting en analyse opgenomen. Naast de rapportering van deze cijfers vanuit het klantperspectief is gerapporteerd over het team- en beleidsperspectief en bedrijfsvoering. Uit deze rapportages blijkt dat de eerste helft van 2019 een sterke toename laat zien van het aantal meldingen/contacten, welke stabiliseert in de 2e helft van 2019. Een verklaring voor de aanvankelijk sterke toename is dat het team steeds beter gevonden wordt door acties rondom de website en vanuit relatiebeheer; de zichtbaarheid van het TJG blijkt uit deze resultaten vergroot.

Uit de rapportages blijkt dat de wachttijden van nieuwe aanmeldingen bij TJG fors zijn teruggelopen; van 12 weken in Q1 2019 naar 8 weken in Q4 2019 en naar maximaal 2 weken in Q1 2020. Als verklaring voor Q1 2020 wordt de Corona-crisis genoemd waardoor het thuiswerken de norm is geworden en veel overleggen geannuleerd zijn. In de daardoor vrijgekomen tijd zijn alle uitstaande casussen opgepakt omdat het uitvoerende werk de hoogste prioriteit kreeg. Op termijn zijn bepaalde overleggen gewenst ter behoud en bevordering van de kwaliteit. Uit de interviews en de marap Q1 2020 is verder gebleken dat vanaf 2020 de zelfredzaamheid aan de hand van de digitale tool Krachtenwijzer o.b.v. het ondersteuningsplan jeugdzorg Heereveen zal worden gemeten. Dat is een objectief instrument waarmee door de gemeente Heerenveen voor de door haar verwezen jeugdigen/gezinnen kan worden afgelezen of de zelfredzaamheid verbetert. Door de corona-crisis heeft de implementatie van deze tool vertraging opgelopen in 2020 en zijn op het moment van het schrijven van dit rapport geen resultaten beschikbaar. Team Toegang (Meitinkers) - beschikbare resultaten en indicatoren Jaarlijks wordt het cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd welke gemeenten volgens artikel 2.5.1 van de Wmo 2015 verplicht moeten uitvoeren. Dit kwantitatieve onderzoek bestaat uit 10 verplichte

44

uniforme vragen (o.a. voor benchmarking) en bij de gemeente Heerenveen worden aanvullend verdiepende vragen gesteld over de toegang, over de ervaring met de (overige) ondersteuning en achtergrond-vragen, zoals leeftijd of type beperking. Ook worden voor dit onderzoek aanvullend telefonische interviews afgenomen. Daarnaast wordt het continu cliëntervaringsonderzoek door de meitinkers uitgevoerd. In het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek 2019 xxv is door BMC (net als over 2018) onderzocht op welke wijze inwoners de toegankelijkheid en kwaliteit van de voorzieningen hebben ervaren en welk effect ze daarvan hebben ondervonden in hun zelfredzaamheid. Het continu cliëntervaringsonderzoekxxvi kent dezelfde insteek, maar richt zich expliciet op de bereikbaarheid, bejegening en tevredenheid van de dienstverlening van de meitinkers. Alle inwoners die een aanvraag voor een Wmo-voorziening hebben aangevraagd krijgen van de Meitinker bij het gespreksverslag een vragenformulier. Dit formulier kunnen zij (anoniem) invullen en samen met het gespreksverslag terugsturen. Hierdoor heeft de gemeente Heerenveen continue in beeld hoe haar inwoners de dienstverlening rondom de Wmo ervaren. Uit de beschikbare dashboards blijkt dat het aantal meitinker-gesprekken is toegenomen van 1885 in 2017 naar 2348 in 2019 waaruit de versterking van de zichtbaarheid en laagdrempeligheid blijkt.

Preventieteams - beschikbare resultaten en indicatoren In het rapport ‘Preventieteams’ d.d. 1-7-2019 is over 2018 gerapporteerd over de prestatieafspraken; inzet, taken/unieke toegevoegde waarde en resultaten per zone en per onderdeel (o.a. opbouwwerker, VSP-er en jongerenwerker). De prestatieafspraken zijn vrij algemeen beschreven (in de vorm van een taakbeschrijving) en voor het onderdeel jongerenwerker worden door Caleidoscoop geen aantallen geregistreerd. Verder zijn de volgende cijfers per zone opgenomen in de rapportage: - opbouwwerk: aantal groepen dat ze ondersteunen; - VSP-er: aantal individuele hulpvragen van de inwoners dat beantwoord is en vrijwilligers dat bemiddeld is naar vrijwilligerswerk; - wijkmaatschappelijk werk: aantal meest voorkomende problemen per categorie; - jeugdverpleegkundigen: aantallen uitgevoerde bezoeken per categorie. Benchmark met andere gemeentes ontbreekt, omdat Heerenveen dermate anders georganiseerd is. Vergelijking met voorgaande jaren ontbreekt, omdat voor het eerst over 2018 is gerapporteerd. In de Evaluatie Ontwikkeling preventieteams 2018 wordt gerapporteerd over: a. de organisatie (management, teams, budget/faciliteiten, samenwerking gebiedsregisseurs); b. de resultaten in de praktijk met voorbeelden (per geformuleerd thema/resultaatgebied); c. de resultaten gericht op cijfers; d. ambities. Ad. c.

Uit de evaluatie 2018 blijkt dat het voor de werkers soms lastig is om hun basistaak en het preventiewerk los van elkaar te zien en om vast te stellen of een verwijzing gedaan wordt vanuit de basistaak of vanuit het preventiewerk. Dit maakt dat het lastig is om aantallen doorverwijzingen bij te houden. Dit is tot nu toe niet of te weinig gebeurd. Samen met de accounthouder van de gemeente is naar aanleiding van de evaluatiegesprekken besloten om wel de voorbeelden te handhaven maar andere indicatoren te meten. Met de teams samen is daarom bedacht welke indicatoren zij goed kunnen meten en aanleveren vanaf 2019.

6.4 6.4.1

Beschouwing Aansluiting monitoringswijze op de opdracht/taken van de wijkteams

Team Jeugd & Gezin (TJG) – monitoring in relatie tot de opdracht Doordat de organisatorische inpassing van het cluster Jeugd in 2019 is afgerond, zijn geen vergelijkende cijfers beschikbaar. Ultimo 2019 is invulling gegeven aan het systeem van de monitoring en voortgangsrapportages. Team Toegang (Meitinkers) – monitoring in relatie tot de opdracht Diverse managementinformatie uit de dashboards is beschikbaar per woonservicezone waarin aansluiting is gezocht met de opdracht en taken van de meitinkers. Het continu xxv De respons in het onderzoek over 2019 bedraagt 44% c.q. 419 inwoners (2018: 46%) xxvi In totaal hebben 1276 (60%) van de 2139 respondenten het onderzoek ingevuld.

45

cliëntervaringsonderzoek richt zich expliciet op de bereikbaarheid, bejegening en tevredenheid van de dienstverlening van de meitinkers. Het sluit aan bij de opdracht en taken van de meitinkers. Preventieteams gemeente – monitoring in relatie tot de opdracht De preventieteams rapporteren jaarlijks over de prestatieafspraken per woonservicezone en hiervoor zijn formats beschikbaar. In deze formats voor de terugkoppeling over de prestatieafspraken is er aandacht voor waarom, wat en hoe en zo smart mogelijk formuleren van de resultaatafspraken en de manier van monitoring sluit aan bij de opdracht/taken van de preventieteams. De prestatieafspraken worden vrij algemeen beschreven (in de vorm van een taakbeschrijving) en voor bepaalde onderdelen worden niet altijd aantallen geregistreerd. Benchmark met andere gemeentes ontbreekt en vergelijking met voorgaande jaren ontbreekt, omdat voor het eerst over 2018 is gerapporteerd. Ook zijn door de complexiteit in taken de aantallen doorverwijzingen niet of te weinig geregistreerd, omdat het voor de werkers soms lastig is om hun basistaak en het preventiewerk los van elkaar te zien en om vast te stellen of een verwijzing gedaan wordt vanuit de basistaak of vanuit het preventiewerk. 6.4.2

Resultaten t.o.v. andere gemeenten en t.o.v. de eigen doelstellingen

In deze paragraaf wordt inzicht verschaft in welke resultaten opvallen ten opzichte van andere gemeenten en de eigen doelstellingen. Op 28 november 2017 is een notitie uitgebracht over de evaluatie van de beleidsplannen op de drie leefdomeinen in het kader van de decentralisatie, alsmede de evaluatie van de doorontwikkelagenda genaamd ‘Evaluatie beleid sociaal domein 2015-2017’. De drie leefdomeinen betreffen meedoen & leefbaarheid (Wmo), werk & inkomen en jeugd. De evaluatie geeft zicht op de voortgang in de uitvoering en in hoeverre de doelen dichterbij zijn gekomen. Uit deze evaluatienotitie komt naar voren dat de transitie over het algemeen succesvol is verlopen en geslaagd. Het algemene beeld uit diverse onderzoeken is dat de inwoners van de gemeente Heerenveen tevreden zijn over de ondersteuning die hen aangeboden wordt vanuit de gemeente. De vindbaarheid van de gemeentelijke ondersteuning via de meitinkers en gezinswerkers, de ontvangen hulp bij het vinden van werk en de ondersteuning bij eenzaamheid, dementie en mantelzorg zijn voorbeelden waaruit deze tevredenheid blijkt. Verder zijn diverse initiatieven ondernomen vanuit de gemeente Heerenveen om de ondersteuning te laten slagen, zoals het opzetten van zes preventieteams en de realisatie van het plan om overlastgevende situaties door verwarde personen te voorkomen.

Ook is meer gebruik gemaakt van de minimaregelingen (de zorgregeling, het Kindpakket en het participatiefonds voor 18-plussers), is de verbetering in de samenwerking rondom de gezinnen zichtbaar en is het vertrouwen in de gemeente over het algemeen gegroeid. De kritische punten die de Participatieraad op deze notitie heeft betreffen: 1. In de evaluatie wordt nauwelijks aandacht besteed aan de implementatie en uitvoering van de beleidsplannen. Ook de voorlichting en communicatie over het betreffende beleidsplan met de inwoners ontbreekt. 2. Een overzicht van heldere analyses en conclusies per beleid ontbreekt. 3. Oproep in 2018 ruim te investeren in een goed opzette overlegronde door de hele gemeente. 4. De Participatieraad vindt het gewenst dat het nieuwe meerjarige integrale beleidsplan helderheid geeft voor welke periode deze geldig is. Verder is in 2018 de jaarlijkse monitor Sociaal Domein 2017 uitgebracht waarin zicht wordt gegeven op de financiën, het zorggebruik en de kwaliteit van zorg en ondersteuning. Een relevante uitkomst was dat door de integrale inzet van budgetten binnen het sociaal domein maar beperkt is ingezet op het versterken van preventie, terwijl dit wel de pijler betreft van het beleid van gemeente Heerenveen.

Daarom is in de monitor geadviseerd om vanaf 2018 de versterking van de preventie daar waar mogelijk te bekostigen uit het verschuiven van budgetten van maatwerk naar preventieve voorzieningen (substitutie) en het niet meer wenselijk te achten om tekorten op het domein Werk en Inkomen te financieren door versobering van de voorzieningen op WMO en Jeugd ten koste van de versterking van preventie.

46

De volgende stap volgens de Kadernota Sociaal Domein 2019-2025xxvii naar aanleiding van de bovengenoemde evaluatie is de realisatie van een meerjarige integrale aanpak waarbij flexibel ingespeeld kan worden op de ontwikkelingen in de samenleving, wetgeving en de uitvoering ervan. De uiteengezette doelen en opgaven in de Kadernota waaraan door de gemeente Heerenveen verder gewerkt worden, zijn onder andere: • opvoeden en opgroeien met samenhangende preventie; • sterke pedagogische basisvoorzieningen en kansgelijkheid; • getransformeerde en beheersbare jeugdhulp; • meer mantelzorgers en vrijwilligers ondersteunen; • meer uitstroom beschermd wonen; • samen op weg naar duurzaam passend werk. Aan deze doelen zijn de beoogde resultaten en risico’s uiteengezet in de Kadernota en de uitvoeringsprogramma’s gekoppeld en opgesteld. Jaarlijks zal tijdens de looptijd van de Kadernota hierop gemonitord worden en kan bijgestuurd worden in de Perspectiefnota, bij de begroting/jaarrekening en de jaarlijkse prognose brief over de uitgaven in het sociaal domein. Uit het laatste (over 2019) jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek WMO en het continue cliëntervaringsonderzoek van de meitinkers komen de volgende bevindingenxxviii naar voren: Dit jaar geeft maar liefst 93% van de ondervraagden aan dat de geboden ondersteuning aan de wensen voldoet.

89% beaamt ook dat de kwaliteit goed is, dit is hoger dan de referentiegroep uit het onderzoek: 84%. Een ruime meerderheid van de ondervraagden vindt dat zij door de geboden ondersteuning beter de dingen kunnen doen die zij willen (82%) en zich beter kunnen redden (84%). Meitinkers vormen een belangrijke rol in de tevredenheid. 82% van de ondervraagden geeft aan dat zij snel worden geholpen. Het gesprek wat plaatsvindt met de meitinker kan rekenen op positieve resultaten: 90% voelt zich serieus genomen en 93% is zeer tevreden over de manier waarop er naar hen geluisterd werd. Deze positieve cijfers over 2019 zijn vergelijkbaar met 2018. De resultaten vanuit de aanvullende telefonische interviews komen overeen met bovenstaand beeld. Een grote meerderheid van de respondenten geeft aan geen verbeterpunten te hebben voor de gemeente. Uit het cliëntervaringsonderzoek WMO was net als over 2018 de bekendheid met het recht op een onafhankelijk cliëntondersteuner (kosteloos) bij de gesprekken een aandachtspunt; slechts 36% wist dat ze gebruik konden maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Verder bleek in 2019 het gebruik van een algemene voorziening een aandachtspunt; 11% (12% in 2018) van de ondervraagde inwoners maakt gebruik van een algemene voorziening. Zoals de inloop of activiteiten in het buurthuis, klussendienst, boodschappenservice of was- en strijkservice.

Het advies is de komende jaren hierop verder te investeren. Denk hierbij aan een verbreding van het Centrum voor Meedoen. Om verder inzicht te geven hoe de gemeente Heerenveen zich verhoudt tot de andere gemeenten is het van belang hier een verwijzing te maken naar de rapportage van KPMG die in 2019 is gepubliceerd. Dit betreft een onderzoek onder de 20 Friese gemeenten naar de kostenontwikkeling Jeugdzorg (specialistische) 2017-2018. Hieruit blijkt dat de gemiddelde vergoeding per cliënt bij de gemeente Heerenveen in 2018 met 16% is gestegen van € 6.387 naar € 7.391 waarbij de gemiddelde vergoeding op totaalniveau (over alle Friese gemeenten) in 2018 € 8.563 (stijging van 37%) bedraagt. Verder bedraagt de gemiddelde kostenstijging op totaalniveau 21% in 2018 terwijl bij de gemeente Heerenveen sprake is van een daling van 3%. Er is op totaalniveau sprake van cliëntdaling waardoor de kostenstijging niet veroorzaakt wordt door stijging van het aantal cliënten. Bij de gemeente Heerenveen is samengevat sprake van een lager dan gemiddelde vergoeding per cliënt en t.o.v. andere onderzochte Friese gemeenten een opvallende daling van de kosten specialistische Jeugdzorg.

Op basis van de uitkomsten van het onderzoek worden de volgende handvatten/aanknopingspunten gegeven om kostenstijging te beïnvloeden: - administratievoering moet naar een hoger niveau (dataverzameling in onderzoek moeizaam) zodat monitoring en sturing op jeugdzorgbudgetten verbeterd kan worden.

xxvii Raadsvoorstel d.d. 24-2-2020

xxviii Raadsbrief d.d. 29-1-2020 “Resultaten cliëntervaringsonderzoeken Wmo”

47

-

onderlinge afstemmingsafspraken maken tussen gemeenten en zorgaanbieders om meer grip te krijgen op de kostenontwikkeling en voorspelbaarheid van de inzet en kosten; op dit moment zijn deze afspraken onvoldoende of niet ingeregeld. Handhaving van contracten op basis van een adequaat strategisch contractmanagement zal bijdragen aan kostenreductie (in 2018 om diverse redenen afgeweken van contractafspraken).

Uit de jaarrekeningcijfersxxix 2017 tot en met 2019 blijkt een fors tekort op Jeugd met als uitschieter het jaar 2018 met een overschrijding van nagenoeg € 4 miljoen: Jaar

Begroting

Realisatie

Overschrijding (-/-)

2017 2018 2019

€ 14.107.745 € 13.237.205 € 14.607.908

€ 16.851.565 € 17.237.173 € 15.753.719

-€ 2.743.820 -€ 3.999.968 -€ 1.145.811

De grootste toename van de kosten Jeugd en de verklaring voor het fors tekort is zichtbaar bij het onderdeel “specialistisch Jeugd” en daaropvolgend bij het onderdeel “veiligheid, reclassering”. De kosten van het onderdeel “specialistisch Jeugd” zijn gestegen van € 10,4 miljoen in 2017 naar € 11,7 miljoen in 2018 en € 12,8 miljoen in 2019. Op totaalniveau is in 2019 nog steeds sprake van een overschrijding van € 1,1 miljoen op de begroting, maar is een afname in de kosten en overschrijding zichtbaar ten opzichte van 2018. Overigens geven deze jaarrekeningcijfers een tegengesteld beeld wat de ontwikkeling van kosten “specialistisch Jeugd” betreft ten opzichte van de cijfers uit het KPMGonderzoek naar de kostenontwikkeling Jeugdzorg 2017-2018, zie par.6.4.2. Bij het onderdeel PGB is bij Jeugd echter in geen enkel jaar sprake van een overschrijding van budgetten. Uit de jaarrekeningcijfers WMO blijkt een toename van de kosten op totaalniveau van € 11,7 miljoen in 2017 naar € 13 miljoen in 2018 en € 14,5 miljoen in 2019. Hierdoor loopt de overschrijding op de begroting in 2019 op tot € 1,4 miljoen dat voornamelijk veroorzaakt wordt bij het onderdeel “Huishoudelijke zorg in natura” met een overschrijding van € 0,6 miljoen en “Huishoudelijk zorg Himmelsjek” met een overschrijding van € 0,4 miljoen. Jaar

Begroting

Realisatie

Overschrijding (-/-)

2017 2018 2019

€ 11.734.163 € 12.442.745 € 13.168.462

€ 11.734.163 € 13.081.433 € 14.556.357

€0 -€ 638.688 -€ 1.387.895

Door het TJG is aangegeven dat de volgende nuancering aangebracht dient te worden bij de gepresenteerde cijfers. Er is sprake van een toegenomen vraag (meer en complexere cliëntvragen), er is sprake van – met name in de jeugdhulp- van toegenomen kosten en duurdere trajecten en er is sprake van een verschil tussen raming en realisatie. De realisatiecijfers worden in het onderzoek genoemd en het verschil t.o.v. de ramingen wordt een overschrijding genoemd. 6.4.3

Duiding (afwijkende) resultaten op basis van de interviews/enquête

In deze paragraaf wordt per belofte beschreven of (afwijkende) resultaten op basis van de interviews/enquête kunnen worden geduid. 1. Laagdrempelig werken • • •

De wachttijden van de nieuwe aanmeldingen bij het TJG zijn fors gedaald in 2019. De grote mate van de tevredenheid van de cliënten over de toegankelijkheid en zichtbaarheid van de meitinkers en gezinswerkers wordt bevestigd. De toename van de zichtbaarheid van de meitinkers wordt bevestigd evenals de toename van de zichtbaarheid van het TJG door het aantal meldingen/contacten.

xxix Deze cijfers zijn aangeleverd door de financieel adviseur van de Samenleving.

48

•

Als aandachtspunt komt het lage gebruik van de algemene voorzieningen naar voren dat ook in de interviews en enquêtes benoemd is.

2. Integrale aanpak en maatwerk •

•

Vanuit de beloften Integrale aanpak & maatwerk en stimuleren eigen regie en zelfredzaamheid is het project Doorbraak opgezet in 2019 met als doel de hulpverlening aan gezinnen met multiproblematiek effectiever en meer integraal aan te kunnen pakken. Er zijn geen cijfers of resultaten beschikbaar vanuit dit project. Er blijkt een lage bekendheid onder de cliënten met de onafhankelijke cliëntondersteuner.

3. Multidisciplinair werken •

Er worden diverse projecten opgezet om het multidisciplinair werken te bevorderen waaronder de projecten “Integraal werken” en “Doorbraak”. 4. Preventief werken • •

Het effect van het opzetten van de preventieteams komt in 2019 tot uitdrukking De vergelijkende met andere gemeenten en voorgaande jaren ontbreekt

5. Stimuleren eigen regie en zelfverantwoordelijkheid •

In de interviews is de “Krachtenwijzer” genoemd als de tool om de zelfredzaamheid te meten, echter blijkt deze tool nog niet te zijn geïmplementeerd.

6. Kostenefficiënt werken •

• • •

•

•

• •

In de prestatie-en doelafspraken van de Meitinkers en Preventieteams komen geen speerpunten of doelen naar voren die betrekking hebben op kostenefficiënt werken. In de voortgangsrapportages komt het onderdeel kostenefficiënt werken dan ook niet terug. Wij hebben in dit onderzoek geen (monitoring)documentatie ontvangen waaruit blijkt dat het doel om kostenbewustzijn bij TJG te vergroten en structureel te borgen gerealiseerd is. Door de inzet van de onderhandelaar blijkt bij TJG een besparing van € 500.000 te zijn gerealiseerd in 2019. Uit de jaarrekeningcijfers 2017-2019 blijken forse tekorten op Jeugd. In 2019 bedraagt het tekort € 1,1 miljoen, maar is een afname in de kosten en het tekort zichtbaar ten opzichte van 2018 ad € 4 miljoen. Deze jaarrekeningcijfers geven een tegengesteld beeld wat de ontwikkeling van kosten “specialistisch Jeugd” betreft ten opzichte van de cijfers uit het KPMG-onderzoek. De gemiddelde vergoeding voor de specialistische Jeugdzorg per cliënt blijkt bij de gemeente Heerenveen lager te zijn dan het onderzochte totaal gemiddelde in het KPMGonderzoek naar de Jeugdzorgkosten. In dit onderzoek is geconstateerd dat verbetering noodzakelijk is van de administratievoering zodat monitoring en sturing op jeugdzorgbudgetten verbeterd kan worden.

Ook zijn de onderlinge afstemmingsafspraken tussen gemeenten en zorgaanbieders onvoldoende of niet ingeregeld om meer grip te krijgen op de kostenontwikkeling en voorspelbaarheid van de inzet en kosten. Als laatste blijkt verbetering noodzakelijk t.a.v. de handhaving van contracten. De directe lokale beïnvloeding van de jeugdzorgkosten vereist verdere verbetering via het functioneren van de gemeentelijke toegang en het formuleren van een andere c.q. aangescherpte opdracht aan het TJG. Uit de jaarrekeningcijfers WMO 2017-2019 blijkt een toename van de kosten op totaalniveau en hierdoor loopt de overschrijding op de begroting in 2019 op € 1,4 miljoen.

49

Bijlage 1 Organisatie Toegang Sociaal domein

50

Bijlage 2 Enquête achterliggende tabellen en toetsen

51

Bijlage 3 Overzicht gesprekspartners en ondervraagden Interviews: Tea Hoekstra Faroek Ghazi Sandra Supheert Marjon Bonnema Han Tuller Jochem Sloothaak Maaike Bokma Marita Noorden Mireille Prins -

Meitinker, Team Toegang Meitinker, Team Toegang Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Beleidsregisseur Jeugd, Team Beleid & Regie Teammanager van het team Maatschappelijke Ontwikkeling Procesregisseur Zorg & Veiligheid, Team Zorg & Veiligheid Maatschappelijk werker, Team Maatschappelijke Werk JGZ verpleegkundige en preventiewerker, Preventieteam

Enquête: A.Comello J. van der Vaart K. Hofstra M. Gorter M. Terwal M. Timmer N. van den Nieuwendijk R. Brouwer S. Boom S. Drenth T. Sikkema T. van den Brandt T. van der Veer A. Haagens E. van Haastert I. Ahlers I. Jonker M. Hijma N. Dontje S. Linders T. Woudwijk A. Ruiter A. van der Heide J. Nijholt J. Palma J. van der Vaart F. Peeters

-

Gezinswerker Kenonz, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker (FO), Team Jeugd & Gezin Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker & IVH, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Gedragswetenschapper, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Backoffice Jeugd, Team Jeugd & Gezin Meitinker Meitinker Meitinker Meitinker Meitinker Meitinker Meitinker Teamleider Meitinkers Meitinker Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Gedragswetenschapper, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin Gezinswerker, Team Jeugd & Gezin

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=9c95f667-08c0-4fdf-9374-c4fc226f0437