CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota Zienswijzen

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Omgevingsvisie Heerenveen 1.09.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 Reactienota Zienswijzen Versie 10-05-2021

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3 Proces tot nu toe ................................................................................................................................. 3 Structuur reactienota .......................................................................................................................... 3 Veel voorkomende reacties: cultuurhistorie....................................................................................... 3 Ambtshalve aanpassingen ................................................................................................................... 3 Vervolgstappen ................................................................................................................................... 4

2.

Reacties van organisaties ................................................................................................................ 5 Aldheidskamer Uldrik Bottema ........................................................................................................... 5 GGD Fryslân ......................................................................................................................................... 6 Huurderbelangenvereniging HBV ........................................................................................................ 7 Historisch Heerenveen ........................................................................................................................ 9 LTO, afdeling Heerenveen ................................................................................................................. 10 Monumentenstichting Boarnsterhim ................................................................................................ 12 Pleatselik Belang Aldeboarn, Aldeboarn Foarút, Ondernemersvereniging Bornego ........................ 12 ProRail ............................................................................................................................................... 14 Stichting Beekdallandschap Koningsdiep | De Nije Boarn. ...............................................................

16 Stichting Tijd ...................................................................................................................................... 17 Veiligheidsregio Fryslân..................................................................................................................... 18

3.

Reacties van inwoners ................................................................................................................... 21 Inwoner 1 .......................................................................................................................................... 21 Inwoner 2 .......................................................................................................................................... 22 Inwoner 3 .......................................................................................................................................... 22 Inwoner 4 .......................................................................................................................................... 23 Inwoner 5 .......................................................................................................................................... 23 Inwoner 6 .......................................................................................................................................... 24

1. Inleiding

Proces tot nu toe Op basis van een uitgebreid planproces met dialoogbijeenkomsten (2019) en een vastgestelde Beleidskoers fysieke leefomgeving (2020) is een ontwerp-Omgevingsvisie opgesteld. Op 15 december 2020 heeft het College van Burgemeester en Wethouders de ontwerpOmgevingsvisie vastgesteld en vrijgegeven voor bespreking met de gemeenteraad, inwoners en organisaties. De gemeenteraad heeft de ontwerp-Omgevingsvisie vastgesteld op 28 januari 2021. Op 2 en 3 maart zijn er digitale informatiebijeenkomsten gehouden om een ieder te informeren over de inhoud van de Omgevingsvisie. Vragen die via de chat zijn gesteld, zijn tijdens de bijeenkomst behandeld of na afloop via de mail beantwoord. Veelgestelde vragen (en de antwoorden daarop) zijn gepubliceerd op de website www.mijnkijkopheerenveen.nl. In de periode 18 februari tot en met 1 april heeft de ontwerp-Omgevingsvisie ter inzage gelegen voor een ieder. Binnen deze periode zijn er elf zienswijzen ingediend vanuit organisaties en zes zienswijzen door inwoners. Inwoners hebben daarbij vooral gebruik gemaakt van het reactieformulier op de website www.mijnkijkopheerenveen.nl.

Structuur reactienota De binnengekomen zienswijzen zijn in deze reactienota samengevat en voorzien van een reactie. De zienswijzen van inwoners zijn geanonimiseerd opgenomen. Waar de zienswijze geleid heeft tot aanpassing van de Omgevingsvisie is dit in de reactie vetgedrukt aangegeven.

Veel voorkomende reacties: cultuurhistorie Door meerdere indieners is gereageerd op het onderwerp cultuurhistorie (Stichting Nije Boarn, Monumenten Stichting Boarnsterhim en Aldheidskeamer Uldrik Bottema). Daarbij is met name aandacht gevraagd voor het gegeven dat de bescherming van cultureel erfgoed in voormaligHeerenveen, voormalig-Boarnsterhim en voormalig-Skarsterlân verschillend geregeld is. In het kader van de investeringsagenda is een gedaan om dit verschil op te heffen en deze beleidsachterstand in te lopen. De beslissing of dit meer prioriteit moet krijgen (ten opzichte van andere wensen), is aan de raad.

Ambtshalve aanpassingen Naast aanpassingen die voortvloeien uit de zienswijzen, zijn er ook een aantal ambtshalve aanpassingen gedaan in de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om beleidswijzigingen van andere organisaties, aanpassing van de begrenzing in de Omgevingsvisie. In een separate bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de ambtshalve aanpassingen.

Vervolgstappen Na vaststelling in het college is de reactie op de zienswijze teruggekoppeld naar de indieners en de zijn zij gewezen op de mogelijkheid om in te spreken bij de commissievergadering van de raad. De reactienota wordt samen met de aangepaste Omgevingsvisie ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. De raad kan de zienswijzen betrekken in haar besluitvorming over de Omgevingsvisie. Tegen de vaststelling van een Omgevingsvisie kan geen bezwaar en beroep worden ingesteld. Dit is wel het geval, wanneer er voor de uitvoering van een Omgevingsvisie juridisch bindende besluiten worden genomen. Denk bijvoorbeeld aan de vaststelling van het Omgevingsplan of de beslissing over een Omgevingsvergunning.

2. Reacties van organisaties

Aldheidskamer Uldrik Bottema Samenvatting 1. Eerder waren er in Utingeradeel geen gemeentelijke monumenten en ook na de indeling bij Boarnsterhim is er geen gemeentelijke monumentenlijst opgesteld. In de nieuwe Omgevingsvisie zien wij dat de (oude) gemeente Heerenveen wél zo’n beleid heeft, maar dat dit sinds de herindeling nog niet is rechtgetrokken. Het voornemen om dat op termijn te wel te doen is mooi. De Aldheidskeamer dringt er op aan om dit met enige voortvarendheid op te pakken, zodat beeldbepalende gebouwen zoals de Bonte Pleats op Warniahúzen niet ongemerkt kunnen verdwijnen. 2. Ook beleid betreffend aardkundige waarden zou meer vorm moeten krijgen, zodat de laatste middeleeuwse restanten van de originele loop van de Boarn bewaard kunnen blijven. Reactie 1. Het voornemen om het monumentenbeleid te harmoniseren is zeker aanwezig. Omdat het aanwijzen van gemeentelijke monumenten een stevige inventarisatie en grondige documentatie vraagt, zijn hier de nodige financiële middelen mee gemoeid. De gemeenteraad is hiervoor een voorstel voorgelegd in het kader van de gemeentelijke investeringsagenda. Zij zullen dit onderwerp moeten afwegen tegen andere prioriteiten. 2. De gemeente heeft geen eigen beleid voor aardkundige waarden. De Provincie Fryslân heeft dat wel. De restanten van de Boarn zijn daarbij niet aangewezen als aardkundige momenten.

Overigens is het beekdal van de Boarne en de Dracht beschreven als een aparte gebiedseenheid in onze Omgevingsvisie (zie paragraaf 6.10.3). Daarmee erkennen we dat dit gebied zijn eigen onderscheidende kwaliteiten heeft (ten opzichte) van het omliggende veenweidegebied). Als kernkwaliteiten van het beekdal zijn onder andere genoemd:  De cultuurhistorische waarde van middeleeuwse dijktracés, waaronder de Leppedyk en de van Sminiawei;  Verspreid liggende bebouwing op (voormalige) terpen. Deels met beschermde archeologische waarden;  Oude routes/verbindingen zowel over water als over land (zoals het Jabikspaad) door het landschap;  Onregelmatige blokverkaveling op de klei-op-gronden. Daarmee is er op visieniveau aangegeven welke kwaliteiten de gemeente in stand wil houden. De gemeente kan verschillende instrumenten inzetten om het beleid uit de visie concreter te maken en uit te voeren. In het nog op te stellen omgevingsplan kan de gemeente bindende regels opnemen, zoals een vergunningenstelsel. Binnenkort wordt gestart met het planproces voor het Omgevingsplan. Daarbij wordt bekeken welke een juridische regeling wenselijk is. De omgevingswet kent echter ook andere instrumenten zoals het opstellen van programma’s.

GGD Fryslân Samenvatting 1. Naar aanleiding van de informatiebijeenkomst begin maart, wil GGD Fryslân als partner op het gebied van publiek gezondheid laten weten wat is opgevallen aan de Omgevingsvisie. De GGD wil Heerenveen allereerst complimenteren met het resultaat. Het is duidelijk dat er veel werk is verzet om verschillende ontwikkelingen te combineren tot één geheel, waarbij zichtbaar rekening is gehouden met de inbreng van de bewoners. Ook is de GGD verheugd te lezen dat u elke ontwikkeling aan wilt grijpen als een kans op het gebied van gezondheid en duurzaamheid en herkent zij veel elementen terug uit de Friese Preventie Aanpak. Hiermee is een belangrijke basis gelegd om via de fysieke omgeving te werken aan een gezondere samenleving. 2. De GGD adviseert om in de visie duidelijker op te nemen wat je onder een gezonde leefomgeving verstaat om zo het afwegingskader voorbeleid en initiatieven inzichtelijker te maken (o.a. in paragraaf 4.1.3). Er zijn vele definities van een gezonde leefomgeving mogelijk. In de Friese bouwsteen Gezondheid in Omgevingsvisie wordt de volgende definitie gehanteerd: "Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die bewoners als prettig ervaren, waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn en waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is." 3. De visie is nu sterk gericht op het stimuleren van meer beweging.

Is er ook gedacht aan het stimuleren van gezonde voeding als makkelijke en logische keuze? Denk aan een gezonder aanbod en marketing, waarbij er ook gezonde(re) opties zijn. Voorbeelden zijn drinkwatertappunten op strategische plekken en het zorgen voor zo min mogelijk ongezond aanbod in de omgeving van scholen (fastfoodketens, snackwagens) en het ontmoedigen van reclame voor ongezond voedsel. 4. Ten aanzien van de bouw- en verduurzamingsopgave wil de GGD meegeven dat mensen veel in gebouwen zijn en circa 70% van de tijd in hun eigen woning. Daarom is het voor iedereen belangrijk dat het binnenklimaat prettig en gezond is. Denk daarbij aan voldoende en prettige ventilatie in woningen, scholen en andere gebouwen, mogelijkheden om te luchten bij warm zomerweer, tenminste één aangename gevel en aandacht voor rust, geur of geluid (soms geproduceerd door verduurzamende toepassingen, zoals waterpomp of mechanische ventilatie). 5. GGD Fryslân, onderdeel van Veiligheidsregio Fryslân, blijft graag betrokken bij programma’s en plannen die voortvloeien uit de Omgevingsvisie; evenals bij de uitwerking van planregels en de gezondheidsparagrafen in de besluitvormingsdocumenten over grotere gebiedsontwikkelingen. U kunt daarbij overwegen om in het Omgevingsplan vast teleggen, in welk geval een Gezondheidseffectscreening (GES)wenselijk is.

Met een GES krijgt u vooraf inzicht in de verschillende (soms cumulatieve) factoren die van invloed zijn op de gezondheid van de (toekomstige) bewoners. Reactie 1. Wij zijn het met de GGD eens dat met deze Omgevingsvisie een belangrijke basis is gelegd voor een duurzame en gezonde ontwikkeling van Heerenveen. In ons Uitvoeringsprogramma Gezondheid 2021-2025 hebben we onze ambities verder vertaald naar concrete acties voor de komende jaren. De GGD is ook nauw bij betrokken geweest bij het opstellen van dit programma. 2. In paragraaf 4.1.5 hebben we aangeven dat we vanuit een brede benadering naar gezondheid kijken: “Naast lichamelijk welzijn spelen ook aspecten als geestelijke gezondheid, sociale contacten, meedoen in de maatschappij en de kwaliteit van leven daarin een grote rol.” Dit sluit

aan bij de definitie die door de GGD worden aangedragen. De definitie van de GGD kunnen we in grote lijnen volgen, waarbij we opmerken dat deze in sommige gevallen te absoluut gesteld is. Daarbij wordt onder andere de volgende passage bedoeld “…waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is." In de Omgevingsvisie is aangegeven dat we gebiedsgericht te werk willen gaan en durven te differentiëren (afwegingsprincipe 3). Dit betekent ook dat we in bepaalde gebieden dynamiek en economische activiteiten meer ruimte geven (bedrijventerreinen, hoofdassen, centrumgebieden), terwijl op andere plekken de rust en gezondheid van de inwoners meer centraal staan (woongebieden). We stellen daarom voor om de definitie van de GGD in een iets aangepaste vorm over te nemen in hoofdstuk 4; 3. Het klopt dat er een stevige koppeling is gelegd op het gebied van sporten, spelen, ontmoeten en bewegen. Dit sluit goed aan bij ons Sport- en Beweegbeleid. Via onder andere buurtsportcoaches ondersteunen wij scholen, sportverenigingen en dorpshuizen bij de bevordering van de gezondheid. Op basis van het Uitvoeringsprogramma gezondheid 2021-2025 gaan wij wel verder verkennen welke mogelijkheden er zijn om gezond voedselaanbod te stimuleren in de leefomgeving. Denk hierbij aan het aanbod in supermarkten, evenementen, eetgelegenheden en kinderopvang.

Onderdeel van het onderzoek is in ieder geval een advies ten aanzien van het vestigingsbeleid van fastfoodketens (incl. thuisbezorgen) in de gemeente Heerenveen. Ook zal er specifieke aandacht worden besteed aan mensen in armoede en de koppeling met de voedselbank. 4. Een gezond binnenklimaat is inderdaad een belangrijke aandachtspunt bij de kwaliteitsverbetering en verduurzaming van woningen. Isoleren en ventileren moeten in goede samenhang uitgevoerd worden, en is een punt van aandacht in de warmtetransitie. Onze voorlichter Duurzaam Wonen ondersteunt inwoners hierbij. Wij besteden hier aandacht aan in de prestatieafspraken met woningbouwcorporaties. 5. Recent bent u betrokken geweest bij het opstellen van het Uitvoeringsprogramma Gezondheid 2021-2025. We betrekken de GGD Fryslân ook graag bij andere de uitwerkingen van de Omgevingsvisie waarbij gezondheid een belangrijke rol speelt.

Huurderbelangenvereniging HBV Samenvatting 1. De Omgevingsvisie heeft grote raakvlakken met de Prestatieafspraken sociale woningmarkt Heerenveen, waarin HBV gesprekspartner is van de gemeente en de woningbouwcorporaties. HBV ziet de Omgevingsvisie als middel om te komen tot duurzame gebiedsontwikkeling en heeft een aantal voorstellen en acties die een plek zouden kunnen krijgen in de Omgevingsvisie en later kunnen worden uitgewerkt in de Woonvisie of de jaarlijkse prestatieafspraken. 2. Paragraaf 5.2.4.1. HBV is van mening dat het interessant is voor de gemeente om het concept van Cradle tot Cradle minstens dezelfde aandacht te geven als circulair bouwen. Op de langere termijn heeft deze ontwerpfilosofie een gunstig effect op de hoogte van de huren en de nieuwbouwkosten van huur- en koopwoningen, 3. Paragraaf 5.3.1. In de Omgevingsvisie wordt verwezen naar een uitbreidingsvraag als gevolg van de Lelylijn. HBV merkt nu al een toenemende interesse in de woningmarkt in Heerenveen, omdat de Randstad kan de woningvraag niet meer aan kan. HBV pleit er voor om vanuit dit kader te kijken welke meerwaarde dorpen kunnen leveren wat dat betekent voor het op niveau houden van voorzieningen daar.

4. Paragraaf 5.3.5. HBV geeft aan dat uit een onderzoek naar “Opgaven en middelen voor de sociale huursector” blijkt dat Friesland relatief weinig gebruik kan maken van warmtenetten en dus veel elektrificatie nodig zal zijn. Er zijn hierdoor zorgen over de financiële gevolgen voor eigenaarbewoners en huurders. 5. HBV heeft moeite met de passage in 5.3.6 waarin wordt aangegeven dat op sommige plekken een meer diverse samenstelling van de bevolking in wijken en dorpen wordt nagestreefd. Wordt hier het slopen van sociale huurwoningen bedoeld om te vervangen voor duurdere huur/ koopwoningen? Dit kan er namelijk in resulteren dat huurders in sociale sector op grotere afstand van voorzieningen komen te wonen. HBV pleit daarom voor een toelichting op deze alinea. 6. Paragraaf 6.6.1.1. langs de hoofdassen als de K.R. Poststraat, de Atlantastraat-Koornbeursweg en de Haskeruitgang wonen veel huurders. Zij hebben geen of beperkte mogelijkheden om aanpassingen aan de woning te doen wanneer bijvoorbeeld de gezondheid daar aanleiding voor geeft. Elders in de visie wordt gesproken over nieuwe concessie OV. HBV pleit ervoor dat gemeente er bij provincie op aandringt dat het gebruik van schone brandstoffen een belangrijk criterium is bij het toewijzen van de concessie. Reactie 1.

Wij kunnen ons vinden in interpretatie van HBV waarbij zij de Omgevingsvisie ziet als middel om te komen tot duurzame gebiedsontwikkeling. Daarnaast klopt het dat de Omgevingsvisie een dynamisch document is dat wordt aangepast én dat het een beleidskader op hoofdlijnen is dat wordt uitgewerkt in de nieuwe woonvisie en jaarlijkse prestatieafspraken. 2. Waar mogelijk stimuleren we initiatieven op het gebied van circulair bouwen. Er zijn veel ontwikkelingen en definities t.a.v. circulair bouwen (onder andere cradle to cradle, 9-r ladder etc.). Omdat er nog veel innovatie op dit gebied moet plaatsvinden, staan wij open voor meerdere concepten. 3. Ook de gemeente krijgt signalen dat de woningmarkt aan het veranderen is, onder andere door de invloed van corona en thuiswerken. Daarbij is het wel de vraag hoe blijvend deze verandering is. Diezelfde onzekerheid geldt op dit moment voor de Lelylijn. Mochten beide ontwikkelingen doorzetten dan gaan wij als gemeente bekijken hoe deze uitbreidingsvraag in de gemeente kan worden opgevangen. Dit kan ook nieuw perspectieven voor de dorpen met zich mee brengen, al verwachten wij dat de onderliggende trend van trek naar grotere plaatsen met voorzieningen blijft doorzetten. In de uit te werken Woonvisie worden hier voorstellen gedaan voor het nieuwe woonbeleid. 4.

In onze transitievisie Warmte werken we uit welke energieopties beschikbaar zijn in de wijken en dorpen en welke kansrijk zijn om als eerste aardgasvrij te maken. Betaalbaarheid is daarbij een belangrijk aandachtspunt. In ons Duurzaamheidsprogramma hebben we ons dan ook als doel gesteld dat we energie-armoede willen voorkomen. Door de VNG en andere partijen wordt met het Rijk gesproken over aanvullende middelen om de warmtetransitie te kunnen bekostigen. Daarbij is vooralsnog het uitgangspunt dat de woonlasten (per saldo) niet mogen stijgen door de verduurzaming. 5. In deze paragraaf wordt aangeven dat er verschillende gebieden zijn met een kwaliteits- en/of leefbaarheidsopgave. Tijdens de Omgevingsdialogen in 2019 is door inwoners aangegeven dat de sociale samenhang in sommige buurten onder druk staat, omdat veel bewoners er tijdelijk wonen. Daarnaast heeft het passend toewijzen als gevolg dat zich steeds meer inwoners met een

laag inkomen en een zorgvraag concentreren in buurten met grote sociale huurvoorraad. Ook dat zet de leefbaarheid onder druk. Inwoners met meer draagkracht verdwijnen uit de wijk zodra hun inkomen stijgt. Voor deze gebieden moet de komende jaren een afweging worden gemaakt tussen renovatie en sloop. Daarbij spelen verschillende aspecten een rol. Denk aan de technische mogelijkheden om de levensduur van de woningen te verlengen, de verhuurbaarheid, maar ook de beschikbaarheid van huurwoningen in verschillende prijssegmenten. Het mengen van verschillende woningtypes, leeftijden en inkomens draagt bij aan het versterken van het sociale weefsel en het evenwicht in wijken en dorpen. Op plekken waar nieuwbouw of herstructurering aan de orde is, willen we daarom kijken wat de mogelijkheden zijn om te mengen. Uiteraard willen we daarbij wel de beschikbaarheid van sociale huurwoningen op peil houden. Dus dit betekent dat er dan op een andere plek huurwoningen worden teruggebouwd. In de nieuwe Woonvisie willen we dit verder uitwerken en hierover het gesprek aan gaan. 6. De gemeente Heerenveen heeft reeds inbreng geleverd voor de Nota van uitgangspunten en het Programma van Eisen Openbaar Vervoer 2022-2032 met betrekking tot de nieuwe busconcessie van de Provincie Fryslân.

Daarin hebben we aandacht gevraagd voor het verduurzamen van het busvervoer door onder meer de inzet van schone bussen met zero emissie.

Historisch Heerenveen Samenvatting 1. De taakgroep stedenbouw van De Stichting Historie Heerenveen heeft in samenwerking met Bond Heemschut Friesland een kritische blik over de ontwerp-Omgevingsvisie laten gaan. Beide zijn van mening dat het er goed uit ziet. En dat er aandacht is voor zaken als de historie van veenontginning, de historische lintstructuren en eisen ten aanzien van de vormgeving van nieuwe gebouwen. 2. In het bijzonder vragen SHH en Heemschut aandacht voor de transformatie van het centrum van Heerenveen. In plaats van winkels en kantoorpanden, zullen meer gebouwen een woonfunctie krijgen. We zien dan ook dat er plotseling panden worden gesloopt (waarschijnlijk voor appartementenbouw) of dat winkels een woonfunctie krijgen. Dit gebeurt helaas verspreid door het hele centrum, zonder dat er visie aan ten grondslag ligt. Er is een aantal straten waar nu alleen winkels zijn of al een combi van winkels en wonen is, die in aanmerking komen om alleen een woonfunctie te krijgen zoals dit vroeger ook het geval was. Wij vragen u dan ook met klem aandacht te hebben voor oude, misschien historische gevels, die achter de beplating aanwezig kunnen zijn, als winkelpanden een woonfunctie krijgen. Bij dit soort panden zou dan de gevel bewaard kunnen blijven, waardoor er een kwalitatief goed woongebied kan ontstaan. 3.

Het is dan ook belangrijk om met belangengroepen, zoals de winkeliersvereniging, de plaatselijke horeca vereniging, G1000, SHH en andere groeperingen te overleggen om tot goede planvorming per gebied te komen. Graag denkt SSH mee aan de volgende fase van de omgevingswet; het omgevingsplan. Hierbij kunnen we u van dienst zijn met het raadplegen van verschillende de fotoarchieven en de gegevens/tekeningen van de bestaande en verdwenen panden in het centrum.

Reactie 1. Het college vindt het goed om te merken dat SHH en Heemschut terug hebben kunnen lezen dat er aandacht is besteed aan cultuurhistorie. 2. Voor de ontwikkeling van het centrum van Heerenveen is een belangrijke basis gelegd met het G1000-proces. Op dit moment is de gemeente bezig met het vormgegeven van nieuw detailhandelsbeleid. Daarin willen we een de afbakening van het kernwinkelgebied en de aanloopstraten opnemen. Daarmee geven we meer richting aan een compacter en toekomstbestendiger winkelgebied. Of er daadwerkelijk een omvorming van winkelpanden naar woonfuncties plaatsvind, blijft uiteindelijk een keuze van een individuele pandeigenaar. Als het gaat om slopen van panden, kan de gemeente alleen een sloop weigeren op basis van wettelijke criteria of regels in het bestemmingsplan. Dit is bijvoorbeeld het geval als een pand aangewezen als een gemeentelijk monument; 3. Zodra we aan de slag gaan met het ondereel Omgevingsplan voor het centrum zullen wij inwoners en organisaties betrekken. Ook bij concrete bouwplannen voor het centrum worden verschillende belanghebbenden betrokken.

LTO, afdeling Heerenveen Samenvatting 1. LTO ziet graag meer aandacht voor de agrarische sector in de Omgevingsvisie. Bijvoorbeeld door de agrarische sector als kernkwaliteit toe te voegen. Aansluitend daarop kan in paragraaf 5.2.2.2. worden uitgesproken dat de agrarische sector door de gemeente wordt gefaciliteerd in het streven naar bedrijfsontwikkeling en duurzaamheid 2. LTO geeft aan dat de sector divers van aard is en dat natuurinclusieve landbouw niet tot dogma moet worden verheven. Agrarische ondernemers moeten manoeuvreren tussen wensen en eisen die de markt en de maatschappij aan hen voorleggen. Het enige dat de gemeente zou moeten doen, is het faciliteren van de ontwikkeling van hun bedrijf, vanuit het adagium “ja, mits” 3. LTO is tegenstander van het zelfstandig toevoegen van eigen gemeentelijk normen die de bewegingsvrijheid van agrarische ondernemers verder inperken dan de landelijke normen 4. LTO heeft de indruk dat de gemeente onderschat welke gevolgen het opnemen van ecologische verbindingszones op de kaart heeft. Aangezien deze verbindingszones niet voortvloeien uit beleidsmatige verplichtingen van een hogere overheid, stelt zij voor om deze uit de tekst en de kaartbeelden te verwijderen 5.

In de Omgevingsvisie wordt aangegeven dat “Bij schaalvergroting van af een bepaalde omvang om een extra investering in het landschap (kwaliteitsimpuls) gevraagd zal worden, waarbij het plan een bijdrage levert aan de landschappelijke kernkwaliteiten.” Het is op dit moment lastig om te beoordelen of de gevraagde kwaliteitsimpuls bij schaalvergroting onevenredige dingen worden gevraagd. De sector moet daarom worden betrokken bij de uitwerking 6. In de Omgevingsvisie moet aandacht worden besteed aan de aanwezigheid en de ontwikkelingsmogelijkheden voor agrarische bedrijven in het landgoederenlandschap en in de heideontginningen 7. Het is wenselijk dat de agrarische sector in de gemeente nauwer wordt betrokken bij de verdere uitwerking van zaken in programma’s en het Omgevingsplan. LTO houdt zich aanbevolen om daarbij inbreng te leveren

Reactie 1. De kernkwaliteiten hebben betrekking op datgene wat Heerenveen anders maakt dan andere gemeenten. De agrarische sector is waardevol voor onze gemeente, maar dit maakt Heerenveen niet onderscheidend ten opzichte van ander gemeenten. 5.2.2.2 gaat over de speerpunten van het door de raad vastgestelde Economische Beleid. Overigens zit er in de speerpunten wel een koppeling met de agrarische sector zit in het woord “voeding” (ook vanwege de zuivelbedrijven in H’veen). Het faciliteren van agrarische bedrijven in de richting van een meer circulaire en duurzame bedrijfsvoering, sluit aan bij onze inzet (zie ook paragraaf 5.5.5.) 2. “Ja, mits” betekent dat de gemeente planmakers vanuit een proactieve en positieve grondhouding benadert; we willen samen bekijken wat er kan. In het principe “ja, mits” zit niet alleen het woordje “ja”, maar ook het woordje “mits”. Dat betekent dat de gemeente ook randvoorwaarden voor ontwikkelingen hanteert. Daarbij gaat het om de kernkwaliteiten in de Omgevingsvisie, of bepaalde ambities waaraan plannen kunnen bijdragen (zie met name hoofdstuk 6 van de Omgevingsvisie) 3. De Omgevingswet legt juist heel veel afwegingsruimte neer bij gemeenten (“decentraal, tenzij”). Dit betekent dat wij als gemeente deze afwegingsruimte zelf moeten invullen in het in het Omgevingsplan.

Overigens werkt de bestuurlijke afwegingsruimte twee kanten op: we kunnen bij verschillende onderwerpen strenger zijn dan de standaardwaarden in de Omgevingswet, maar ook minder streng. Wij zijn nog niet zover dat we die al hebben vastgesteld, maar hebben wel aangegeven dat we gebiedsgericht te werk willen gaan. Er zal voor sommige normen dus een verschil komen tussen bijvoorbeeld woongebieden en het landelijk gebied. Voor geurnormen werken we bijvoorbeeld al met verschillende gebiedstypen (bebouwde kom, lintbebouwing, buitengebied). Hiervan is uitgesproken dat we de ontwikkelruimte van de Geurverordening uit 2015 in stand willen laten. Dit is een voorbeeld van een gemeentelijke norm die minder streng is dan de wettelijke standaardwaarde. 4. Naar aanleiding van deze reactie hebben wij de status van de verbindingszones op de kaart nog eens goed bekeken. Het klopt dat de Provincie geen verbindingszones meer hanteert. De gemeente heeft in haar Duurzaamheidsprogramma (2019) echter wel aangegeven te willen werken aan een fijnmazig, lokaal natuurnetwerk. We hebben dit lokale natuurnetwerk echter nog niet concreet uitgewerkt. We kiezen er daarom voor om de Verbindingszones nu van de kaart te halen en pas nieuwe verbindingszones op te nemen zodra deze verder zijn uitgewerkt in het Programma Groenstructuur en het Duurzaamheidsprogramma.

Bij deze programma’s worden alle stakeholders betrokken. 5. Wij begrijpen goed dat de gevraagde kwaliteitsimpuls nog de indieners vaag is. Deze willen we verder uitwerken in een programma. Daarbij zullen we alle relevante stakeholders betrekken. 6. Het klopt dat in het Landgoederenlandschap en in de Heideontginningen verschillende landbouwpercelen liggen. Dit zal worden benoemd in de teksten. 7. Dat is in ook de bedoeling. We gaan daarbij graag in op het aanbod van LTO om mee te denken.

Monumentenstichting Boarnsterhim Samenvatting De Monumentenstichting, opgericht in de voormalige gemeente Boarnsterhim, beheert een aantal Rijksmonumenten in de gemeente Heerenveen en in de gemeente Leeuwarden. Een paar jaar geleden hebben wij medewerking verleend aaneen project van de Stichting Beekdallandschap Koningsdiep/ Nije Boarn, waarin gegevens werden verzameld over bouwkundige waarden in het gebied van het beekdal van de Boarn. Deze uitgebreide inventarisatie kan als hulpmiddel worden gebruikt voor de beoogde uitbreiding van de Nota Cultuurhistorisch Erfgoed. Reactie Het bestaan van deze inventarisatie is bij onze gemeente bekend. Wij zullen hierover zeker contact opnemen op het moment dat de aanpassing / uitbreiding van de Nota Cultuurhistorische Erfgoed aanstaande is. Het voornemen om het monumentenbeleid te harmoniseren is zeker aanwezig. Omdat het aanwijzen van gemeentelijke monumenten een stevige inventarisatie en grondige documentatie vraagt, zijn hier de nodige financiële middelen mee gemoeid. De gemeenteraad is heeft hiervoor een voorstel ontvangen in het kader van de gemeentelijke investeringsagenda.

Pleatselik Belang Aldeboarn, Aldeboarn Foarút, Ondernemersvereniging Bornego Samenvatting 1. Aldeboarn is een dorp dat sterk geworteld is in het verleden, met een interessante ontstaansgeschiedenis die nog steeds zichtbaar en invoelbaar is, zowel in het beschermde dorpsgezicht langs de Boarn, als in het buitengebied. Daarnaast is Aldeboarn ook een dorp dat bezig is met haar toekomst, en waar enthousiaste inwoners de handen in elkaar slaan om de toekomstvorm te geven. Het dorp was daarom ook steeds sterk vertegenwoordig bij de avonden over de Omgevingsvisie. En vanuit diezelfde pro-actieve houding zijn we met zowel gemeente als provincie aan de slag gegaan met het een DOM-project (met als veelzeggende titel Meidwaan yn Boarn) op deelgebieden als fysieke ruimte, recreatie, wonen, economie, sociaal domein, voorzieningen en onderwijs. 2. De raad heeft in de Omgevingsvisie gekozen voor ambitieuze kernkwaliteiten. Heerenveen landelijk op één als sportstad, en met een goede verbinding naar de rest van Nederland, middels de Lelylijn. Het is prachtig, dat we horen bij een gemeente die ambitieus is. Dat zijn wij namelijk ook. Onze ambitie is deze: wij willen graag in een gebied wonen waar vitaliteit en veerkracht voorop staat, waar we met behoud van het goede werken aan verbetering.

Dat we ons mooie dorp, inclusief het beschermd dorpsgezicht, toekomstbestendig maken, behouden en benutten. 3. Toekomstbestendig wil ook zeggen dat er actief gewerkt wordt aan bijvoorbeeld oplossingen voor de wateroverlast die wij ervaren. In uw ontwerp-Omgevingsvisie wordt gesproken over mogelijke overlast in de toekomst, maar voor Aldeboarn is die toekomst al lang begonnen. 4. Toekomstbestendig wil ook zeggen dat we niet alleen innovatieve en duurzame keuzes maken, maar ook dat we ruimte creëren voor een slimme en gastvrije economie. Bij de voormalige gemeente Boarnsterhim lagen we op (of soms zelf over) het randje van het interessegebied, maar we hopen dat dit bij gemeente Heerenveen, ónze gemeente, niet het geval zal zijn. Dat bij de algemene uitgangspunten en ambities van centrumgebieden staat dat middelen uit de regiodeal alleen beschikbaar zijn voor Akkrum en Jubbega vervult ons met zorg. Niet alleen

worden we niet genoemd bij de regiodeal, ook bij de verdeling uit het fonds Vitale Kernen staat Aldeboarn achteraan. 5. Toekomstbestendig wil ook zeggen dat we niet in een museum wonen. Dat onze ontstaansgeschiedenis geroemd wordt in uw ontwerp-Omgevingsvisie vervult ons met trots, maar neemt niet weg dat we ook een buitengebied hebben, dat er volop kansen liggen op het gebied van toerisme en recreatie, juist ook inde verbinding tussen dorpskern en buitengebied. De door het dorp gewenste verbinding naar de Deelen wordt genoemd, maar onze wensenlijst vermeldt ook het opnieuw in leven roepen van de oude zeil- en schaatswedstrijden op de Botmar, een rechtstreekse waterverbinding naar Grou en de ontsluiting van fietsroutes naar de Kraanlanden en de Alde Feanen. 6. Toekomstbestendig wil ook zeggen dat bij de ontwikkeling van een centrumvisie breed gekeken wordt naar een passende inrichting. De suggestie in uw ontwerp-Omgevingsvisie dat de centrumvisie niet meer behelst dan de herinrichting van het plein Doelhôf is wat kort door de bocht. Het beschermd dorpsgezicht loopt langs beide kanten van de Boarn, met Eastein en Westein aan de noordkant en het Achterom, de Tsjerkebuorren en Andringastrjitte aan de andere kant. 7. Gesproken wordt over het ontwikkelen van een 'eigen taal' voor de (groene) openbare ruimte. Zeker gezien de eerdergenoemde wateroverlast zijn we voor vergroening.

Maar we gaan ervan uit, dat het aangehaalde project 'geveltuintjes' niet exemplarisch is voor de samenwerking met de gemeente, want de bewoners hebben dit eerder ervaren als tegenwerking. Onverlet blijft dat Aldeboarn graag participeert in dit soort plannen, en graag wil samenwerken met de gemeente Reactie 1. Wij herkennen wat hier aangegeven wordt. Aldeboarn is een actief en goed georganiseerd dorp, dat bezig is met haar toekomst. We werken daarom graag samen met u aan het DOM-project. 2. Uw ambitie sluit aan bij de ambitie van de gemeente, waarbij we de kernkwaliteiten in de gemeente willen beschermen en benutten voor verdere ontwikkeling. Wat die kernkwaliteiten voor de verschillende gebieden precies zijn, beschrijven we in hoofdstuk 6 van de Omgevingsvisie. 3. De wateroverlast die u ervaart in het dorp was ons niet bekend. Na telefonisch contact hierover met u is afgesproken de ervaren overlastlocaties binnenkort gezamenlijk te bekijken. In het kader van de aanpak voor klimaatadaptatie brengen wij alle knelpuntsituaties in beeld en zullen we zo nodig maatregelen nemen. 4. In het kader van de regiodeal zijn keuzes gemaakt om aanspraak te kunnen maken op Rijksmiddelen. Hier lag een kans om met de centrumaanpak in de grotere kernen Akkrum en Jubbega aan te melden als project. Dat betekent niet dat we als gemeente geen inzet willen plegen in Aldeboarn.

Dit is de reden dat we in Aldeboarn zijn gestart met het DOM-traject. Vanuit het Fonds Vitale kernen blijven ook middelen beschikbaar voor Aldeboarn. 5. De beschrijving van kernkwaliteiten in de Omgevingsvisie is niet bedoeld om de gemeente als museum te gaan beheren, maar bij ontwikkelingen rekening te houden met deze kernkwaliteiten en ze verder versterken. Het is u bekend dat er ook in het veenweidegebied rondom Aldeboarn de nodige veranderingen zitten aan te komen. Hier liggen kansen op het gebied van landschapsversterking, het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering en toerisme en recreatie. De exacte plannen hangen af van de beschikbare middelen en de prioriteiten die worden gesteld bij het opstellen van het Gebiedsplan Aldeboarn-de Deelen. Pleatselik belang is

ook vertegenwoordig bij dit planproces. Wij stellen voor dat u de genoemde wensen ook vooral inbrengt bij dit gebiedsproces. 6. U heeft gelijk dat de aanpak van het centrumgebied Aldeboarn meer behelst dan alleen het plein Doelhôf. We hebben deze plek echter wel specifiek benoemd, omdat verbetering van dit plein als centrale ontmoetingsplek in het dorp een impuls kunnen geven aantrekkingskracht van leefbaarheid van Aldeboarn als geheel. 7. Ook de gemeente Heerenveen blijft graag samen met het dorp werken aan vergroening van Aldeboarn. We staan daarbij open voor verbeteringen en suggesties.

ProRail Samenvatting 1. Het Rijk heeft nog geen besluit genomen over verdere onderzoeken naar de Lelylijn. Terecht wordt in de ontwerp-Omgevingsvisie gesteld dat een voorkeurstracé nog niet bekend is. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat er rond Heerenveen meerdere tracés denkbaar zijn. Naast het tracé langs de A7 kan een tracé in beeld komen die ten zuiden van Heerenveen aansluit op de bestaande spoorlijn Zwolle-Leeuwarden. Dat zou tot extra ruimtebeslag langs de huidige spoorlijn kunnen leiden. Tevens zijn er dan verschillende mogelijkheden om de boog richting Groningen te realiseren. 2. ProRail heeft, als landelijk spoorbeheerder, een visie op de omgeving van het spoor. We delen deze graag met u, zodat u dit mee kunt nemen in uw ontwerp Omgevingsvisie "Heerenveen". 3. ProRail verzoekt u voor het aspect Externe Veiligheid in relatie tot Railverkeer (mocht dit van toepassing zijn) gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet). 4. ProRail verzoekt u voor het aspect Geluid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Geluidproductieplafonds). 5. Indien de ontwerp-omgevingsvisie bebouwing dichtbij het spoor mogelijk maakt, kan trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers ontstaan als gevolg van treinverkeer.

Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder in dit soort situaties acht ProRail het gewenst dater in de planvorming wel aandacht voor is. ProRail raadt u aan om het aspect trillinghinder af te wegen, zoals door Kenniscentrum lnfoMil wordt aanbevolen 6. In de ontwerp omgevingsvisie zijn mogelijk percelen opgenomen die in eigendom zijn ProRail. ProRail merkt in dit kader op dat deze percelen - zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van ProRail - niet mogen worden gebruikt. Deze percelen zijn door ProRail benodigd ten behoeve van de uitvoering van haar taken en eventuele toekomstige plannen. De percelen van ProRail, alsmede de spoorbaan, dienen door ProRail, haar aannemers of hulpdiensten te allen tijde onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven met het materieel dat ook momenteel wordt gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden en in het geval van calamiteiten. ProRail verzoekt u tevens alle percelen van ProRail te voorzien van de bestemming "(Verkeer -) Railverkeer". 7. ProRail verzoekt uw gemeente om ons - vooruitlopend op de Omgevingswet - actief te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan, teneinde in gezamenlijk overleg tot overeenstemming te komen c.q. afspraken te maken alvorens tot uitvoering zal worden overgegaan.

8. Overwegen vormen een gevaarpunt tussen weg- en spoorverkeer. ProRail verzoekt uw gemeente daarom contact op te nemen met ProRail indien de door uw gemeente voorgestelde visie effect kan hebben op de bestaande overwegen in uw gemeente. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan gewijzigd gebruik door het realiseren van een ontsluitingsroute voor een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein of ontwikkelingen rondom geestelijke gezondheidzorg nabij het spoor. Ook verwijs ik u graag naar de Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020 -2025 waarin het Ministerie van Infrastructuur en Veiligheid {hierna: l&W) haar visie op overwegveiligheid heeft beschreven. Het streven van lenW is om samen met ProRail, decentrale overheden, recreatieve belangenorganisaties en burgers te zorgen voor nul dodelijke slachtoffers en nul verstoringen op en rondom overwegen (trein- en wegverkeer) om een veilige, vlotte en duurzame mobiliteit te kunnen garanderen. 9. In verband met het borgen van de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen mag het waterpeil niet wijzigen. Tevens dient uw gemeente te borgen dat alle uit te voeren werkzaamheden geen invloed zullen hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. 10.

Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de spoorbaan dient rekening gehouden te worden met het bepaalde in artikel 19 van de Spoorwegwet, waarnaar ProRail u kortheidshalve verwijst. 11. ProRail verzoekt u zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de bestemming Spoorwegdoeleinden, deze bestemming ook in de toekomst zullen behouden. 12. De binnen het plangebied aanwezige onderstations mogen niet komen te vervallen. Tevens verzoekt ProRail u ervoor zorg te dragen dat de onderstations - net als in de huidige situatie – te allen tijde bereikbaar zullen zijn. Reactie 1. Op dit moment zullen wij deze reactie voor kennisgeving aannemen en de verdere ontwikkelingen rondom de Lelylijn volgen. Zodra er een principebesluit is genomen en er studies worden gedaan naar de verschillende tracés, zullen wij op grond van de mogelijke effecten de voor- en nadelen afwegen en hierover een standpunt bepalen. 2. De gedeelde visie op de spooromgeving komt met name van pas wanneer wij verdere stappen zullen zetten bij de ontwikkeling van de stationsomgeving van Heerenveen (paragraaf 6.3.2 Omgevingsvisie). 3. Wij zullen de meest recente gegevens hanteren op het moment Omgevingsplan in de omgeving van het spoor wordt aangepast of wanneer zich een concrete ontwikkeling voordoet. 4. Zie de reactie onder 3. 5. Zie de reactie onder 3. 6.

De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid en gaat niet gedetailleerd in op het gebruik van specifieke percelen. Van het toedelen van functies is in de Omgevingsvisie nog geen sprake. Wij zullen uw suggesties daarom meenemen bij het opstellen van het Omgevingsplan. 7. Overeenkomstig de geest van de Omgevingswet willen wij stakeholders meer in het voortraject van planvorming gaan betrekken. Wanneer bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan worden gepland, is de bedoeling dat dit met u wordt afgestemd. Hoe deze

afstemming er precies uitziet en wiens verantwoordelijkheid dit is, hangt ook af van de aard en omvang van het bouwplan. 8. In onze gemeente zijn een aantal spoorwegovergangen gesitueerd. Op dit moment voorzien wij geen bijzondere effecten van de Omgevingsvisie op de overwegen in de gemeente. Een significante wijziging van verkeersstromen is wel aan de orde wanneer het komt tot een westelijke uitbreiding van Heerenveen. Op dit moment is een dergelijke ontwikkeling nog zeer onzeker. Dit hang onder andere samen het al dan niet realiseren van de Lelylijn. Op het moment dat deze ontwikkelingen verder gevorderd zijn, zullen we hierover nader contact zoeken. 9. Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan. 10. Idem 11. Zie de reactie onder 6. 12. Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan.

Stichting Beekdallandschap Koningsdiep | De Nije Boarn. Samenvatting 1. Zoals u bekend stellen Stichting de Nije Boarn zich ten doel om de gebieden die deel uitmaken van het beekdal van het Koningsdiep / de Boarn te ontwikkelen op een wijze die aansluit bij de natuurlijke en antropogene kwaliteiten die dit gebied kenmerken. Tot onze tevredenheid stellen we vast dat u in de omgevingsvisie het gebiedsproces Aldeboarn-de Deelen herkent en waardeert. Zonder op de verdere planvorming vooruit te lopen merken we wel op dat in par. 5.3.4.6 en 5.5.5.2 van de omgevingsvisie “roodachtige” ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied zijn beperkt tot (al dan niet voormalige) boerenerven. We sluiten niet uit dat dat dit binnen de plannen onvoldoende zal blijken. We hebben er echter het vertrouwen in dat u bereid zal zijn, gezien uw betrokkenheid in het proces, de mogelijkheden eventueel te verruimen. 2. De voormalige gemeente Boarnsterhim kende geen gemeentelijke monumentenbeleid en dat deel van uw gemeente is, in tegenstelling tot het “oude” deel van uw gemeente, ook niet opgenomen in uw beleid met betrekking tot (gemeentelijke) monumenten. Vanuit die optiek hebben we met belangstelling de ontwerp omgevingsvisie bestudeerd. We lezen dat u, in par. 5.3.2.2. dit wel vaststelt, maar daar geen prioritiet aan geeft.

Hieruit blijkt dat binnen het werkgebied van de gemeente in feite met twee maten wordt gemeten. We wijzen erop dat een groot deel van het gebied al in beeld is gebracht en dat we dat, desgewenst, voor we de inventarisatie rest van het gebied mogelijk alsnog kunnen uitvoeren. Het zou mooi zijn als zoiets op niet al te lange termijn in uw beleid kon worden geïntegreerd. 3. Een omissie constateren we rond aardkundig -en, afgeleid daarvan- archeologisch beleid. In de visie zijn we geen intenties tegengekomen met betrekking tot aardkundige en daaraan verbonden archeologische waarden, dat laatste buiten de al eerder geïnventariseerde locaties. In het gebiedsproces ADD zijn we de afgelopen periode twee locaties tegengekomen waar in het land fysieke en menselijke ruimtelijke structuren voorkomen die teruggaan naar de middeleeuwen of vroeger. Dit soort waarden worden in uw visie niet herkend noch wordt daar beleid voor voorzien. Als (h)erkenning en daarbij horende maatregelen als bescherming en compensatie van mogelijke beperkingen niet wordt ontwikkeld zullen deze waarden vrijwel zeker het onderspit delven.

Reactie 1. Ook het college waardeert de samenwerking in het gebiedsproces Aldeboarn-de Deelen. De Omgevingsvisie zoals die nu is geformuleerd, is gebaseerd op ons huidige beleid (waaronder het woonbeleid). Dit betekent dat we op dit moment woningbouwontwikkeling het liefst concentreren binnen bestaande kernen en bestaande woningbouwlocaties of inpassen in de bestaande lintstructuren. Deze volgorde sluit ook aan bij het Provinciale ruimtelijke ordeningsbeleid en wij denken dat daarmee de landschappelijke kernkwaliteiten zijn gediend. Dit betekent niet dat het beleid voor de eeuwigheid vastligt; er is ruimte voor voortschrijdend inzicht en wij weten dat er in het veenweidegebied een bijzondere opgave ligt. Met betrekking tot het gebiedsproces Aldeboarn-de Deelen hebben we die opening voor gewijzigde inzichten expliciet opgenomen in paragraaf 5.5.4.2: “Zodra het Gebiedsplan is vastgesteld, wordt deze verwerkt in de Omgevingsvisie. Dit kan leiden tot aanpassing van de gebiedsteksten in hoofdstuk 6.” De kernkwaliteiten en ambities uit de Omgevingsvisie zullen voor gemeente Heerenveen een belangrijke leidraad zijn voor de gesprekken over het gebiedsplan. Wij denken dat we daarmee dicht bij de insteek en werkwijze van uw stichting aansluiten. 2. Het voornemen om het monumentenbeleid te harmoniseren is zeker aanwezig.

Omdat het aanwijzen van gemeentelijke monumenten een stevige intensieve inventarisatie en grondige documentatie vraagt, zijn hier de nodige financiële middelen mee gemoeid. De gemeenteraad is hiervoor een voorstel voorgelegd in het kader van de gemeentelijke investeringsagenda. Zij zullen dit onderwerp afwegen tegen andere prioriteiten die de gemeente ook heeft. Zodra de middelen beschikbaar zijn, zullen wij hierover contact opnemen met de verschillende werkgroepen en organisaties die op dit terrein actief zijn. We maken natuurlijk graag gebruik van de kennis en kunde in het gebied en van de werkzaamheden die al zijn uitgevoerd. 3. De gemeenteraad heeft op 4 oktober 2010 besloten archeologiebeleid op te stellen voor de gemeente Heerenveen. Tot de inwerkingtreding van dit (nieuwe) beleid geldt de Friese Archeologische en Monumenten Kaart Extra (FAMKE) als basis voor het gemeentelijke archeologiebeleid. FAMKE vormt daarbij de grondslag voor beschermingsregels in bestemmingsplannen en daarmee samenhangende onderzoekverplichtingen. Ten behoeve van het (nieuwe) archeologiebeleid wordt een verdiepingsslag archeologie uitgevoerd. Hierbij wordt samengewerkt met archeologen van de provincie Fryslân. De verdiepingsslag is voor wat betreft de gemeente Heerenveen (oud) afgerond.

Voor de gebieden die voorheen tot de gemeente Boarnsterhim behoorden moet de verdiepingsslag nog worden uitgevoerd. De informatie waarover de Stichting de Nije Boarn beschikt, ten aanzien van locaties met archeologische waarden, kan worden ingebracht in de verdiepingsslag en worden betrokken bij de voorbereiding van het (nieuwe) archeologiebeleid.

Stichting Tijd Samenvatting 1. Verzocht wordt om een zin in paragraaf 6.7.3.2 aan te passen met betrekking tot de kernkwaliteiten: "De meeste naoorlogse buurten zijn groen en ruim opgezet. Grotere en bijzondere groene structuren vormen het Kattenbos, de Le Roy-tuin / Ecokathedraal aan de Kennedylaan en Europalaan en de parkstructuren in Skoatterwâld". (toevoegingen zijn cursief) 2. Met betrekking tot een passage over de Ecokathedraal in Midam (paragraaf 6.7.11.5) vraagt de Stichting zich af wat er wordt bedoeld met “het rekening houden met het woon-leefklimaat van

de omwonenden?” Aan welke maatregelen denkt de gemeente en gaat dit dan mede in overleg met de Stichting Tijd en de omwonenden? Het lijkt Stichting Tijd zinvol om te schetsen hoe het overleg wordt vormgegeven, zodat zij niet voor een onverwachte situatie komt te staan. Reactie 1. De voorgestelde aanpassingen zullen wij overnemen in de tekst. 2. Bij het woon- en leefklimaat gaat het onder andere over de bezoekers die met de auto naar de Ecokathedraal komen. De Ecokathedraal ligt niet op een goed ontsloten locatie, maar wordt bereikt via een woonstraat (de IJntzelaan). Mocht het aantal bezoekers blijven toenemen, dan wordt het op termijn wenselijk om verkeer en parkeren anders vorm te geven. Juist om te kunnen genieten van de bijzondere kwaliteiten van de Ecokathedraal. Op het moment dat dit aan de orde is, zullen we hierover in overleg treden met de Stichting en met omwonenden.

Veiligheidsregio Fryslân Samenvatting 1. In paragraaf 5.4.4 de relatie gelegd met (de herziening van) het gemeentelijke integrale veiligheidsplan (IVP). Hoewel het onderwerp fysieke veiligheid vanzelfsprekend een plaats moet krijgen in het IVP, hechten wij er waarde aan dit onderwerp ook specifiek te benoemen in de gemeentelijke Omgevingsvisie. Het is van belang dat bij ruimtelijke initiatieven veiligheidsaspecten in een vroegtijdig stadium worden meegewogen en er een transparante afweging wordt gemaakt tussen maatschappelijke belangen en veiligheid. 2. Brandweer Fryslân kan een adviserende rol vervullen bij de afweging met betrekking tot veiligheid. De landelijk door de veiligheidsregio’s geformuleerde ‘kernwaarden veiligheid’ en de daaruit voortvloeiende ‘ontwerp-principes voor veiligheid’ zijn hierbij richtinggevend en zien wij om die reden graag terug in uw Omgevingsvisie: - De kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door de (fysieke veiligheid). -

Samen werken aan een veilige fysieke leefomgeving.

-

Mensen zijn bekend met risico’s en weten hoe te handelen.

-

De leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ‘ontwerpprincipes voor veiligheid’: o

Het voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid.

o

Afstand tot risico’s vergroot de veiligheid.

o

Bouwwerken en omgeving bieden bescherming.

o o

Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten. De omgeving maakt snel en efficiënt optreden van de hulpdiensten mogelijk.

o Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg. 3. De brede invalshoek voor fysieke veiligheid kan nog sterker worden benoemd door deze tevens te plaatsen in het fysieke domein van de boomspiegel voor de fysieke leefomgeving (figuur 4.2 van de Omgevingsvisie). Veiligheid staat hier nu in het sociaal domein, maar maakt ook onderdeel uit van het fysieke domein. 4. Daarnaast vragen wij aandacht voor de inbedding van het regionaal risicoprofiel en het incidentrisicoprofiel (artikel 15 Wet veiligheidsregio’s) in de Omgevingsvisie. 5. In de bijlage treft u nog enkele punten aan per onderdeel van de Omgevingsvisie, waarbij wij suggesties, verbeteringen of de gevolgen aangeven van uw ambities en ontwikkelingen.

a. Fig. 3.1 Aandachtsgebieden Milieu (p.15). In de legenda zijn enkele symbolen weggevallen voor BRZO-inrichtingen, vervoer gevaarlijke stoffen en LPG-inrichtingen. Legenda aanvullen b. 5.2 Regionaal centrum (top)sport (p.21). De stadiongebieden Thialf en Sportstad kennen de mogelijkheid tot aanwezigheid van grote aantallen bezoekers. Calamiteiten of incidenten kunnen een hoge impact hebben en leveren dus een risico op voor de omgeving. Bij de verdere uitwerking van de kernwaarden veiligheid dit risico benoemen, koppelen aan het risicoprofiel en betrekken in verder te maken beleidskeuzes. We denken hierin graag mee. c. 5.2.6.5 Vaarweg Heerenveen (p.23). Vooralsnog worden geen maatregelen genomen en wordt maatwerk nagestreefd. Het vervoer van gevaarlijke stoffen per boot is een aandachtspunt. De Veiligheidsregio betrekken bij verdere ontwikkelingen. d. 5.4.5 Kwetsbare groepen (p.30). In de zone 300 meter aan weerszijden van de snelweg worden geen functies gebouwd die extra gevoelig zijn. Wat te doen met bestaande functies binnen deze zone die kiezen voor nieuwbouw op de huidige locatie? Tevens: evenementenlocaties binnen deze zone met meer dan 5.000 bezoekers worden ook als kwetsbaar aangemerkt. e. 6.8.1.3 Algemene uitgangspunten bedrijventerreinen (p.76). Tweede bullet: genoemd is de regionale brandweer. Deze term vervangen door Veiligheidsregio f.

6.8.1.3 Algemene uitgangspunten bedrijventerreinen (p.76). Tweede bulle: genoemd wordt… “gedegen plannen zijn gemaakt voor de bestrijding van calamiteiten.” Wij adviseren niet alleen over bestrijding van incidenten maar ook over de maatregelen voor zelfredzaamheid. Dit onderdeel toevoegen g. 6.8.3 Haskerveen en Ecopark de Wierde (p.77). Op dit terrein zijn de 2 bedrijven gevestigd, die vallen onder de categorie Besluit risico's zware ongevallen (BRZO). Dit zijn bedrijven die gevaarlijke stoffen verwerken en kennen een hoog risico. Per 2022 zijn dit seveso-inrichtingen. De genoemde zware industrie noemen bij de functionele gebiedsomschrijving h. 6.8.4 Kanaal (p.77). Op dit terrein is een BRZO-bedrijf gevestigd dat impact heeft p de zelfredzaamheid van de aanwezigen op het terrein e op de bereikbaarheid. De genoemde zware industrie noemen bij de functionele gebiedsomschrijving. i. 6.8.4.4 Opgave en ontwikkelingen (p.77). Er is besloten door de gemeenteraad tot een bijdrage voor de realisatie van een calamiteitenroute. Deze is vooralsnog niet gerealiseerd. Bij de realisatie van de calamiteitenroute houden wij ons aanbevolen voor advies. j. 6.8.4.4 Opgave en ontwikkelingen (p.77). In samenhang met de calamiteitenroute staat een eventuele Lelylijn in dit gebied als route ingepland. Wellicht is een ontsluiting van het terrein te combineren als oplossing. 6.

Wij vertrouwen erop dat u onze reactie zult meenemen in het verdere proces van vaststelling van de Omgevingsvisie. Wij denken graag met u mee op het gebied van brand- en omgevingsveiligheid en stellen graag onze kennis en expertise hieromtrent beschikbaar.

Reactie 1. Het klopt dat ‘het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving’ nadrukkelijk wordt genoemd in de doelstellingen van de Omgevingswet. Op verschillende plekken in de Omgevingsvisie besteden we aandacht aan fysieke veiligheid. Het onderwerp is echter nog niet heel specifiek benoemd in het ambitiehoofdstuk (hoofdstuk 4) en bij de afwegingsprincipes (paragraaf 4.3). Dit zullen we alsnog doen. De nadere uitwerking van ‘hoe’ we deze ambities willen bereiken, doen we in het integrale veiligheidsplan (IVP). Het waarborgen van de genoemde ‘ontwerp-principes voor veiligheid’ vindt ook deels plaats via de regelgeving in het Omgevingsplan; 2. Zie het antwoord onder 1 3. We zijn het met u eens dat fysieke veiligheid een breed scala aan onderwerpen raakt in zowel het fysieke als het sociale domein. We hebben deze afbeelding echter niet zelf gemaakt en kunnen deze niet aanpassen. De boomspiegel in figuur 4.2 is bedoeld als illustratie van de brede reikwijdte van de fysieke leefomgeving. 4. De Omgevingsvisie is ons inziens niet het geschikte beleidsdocument om gemeentelijke inspanning ten aanzien van het incidentrisicoprofiel verder uit te werken. Zie ook de reactie onder 1. 5. Hierbij gaan we graag kort in op specifieke onderwerpen die u benoemt in de bijlage: a. De legenda wordt aangevuld. b. Dit aspect nemen we graag bij de uitwerking van het IPV.

c. Zodra hier ontwikkelingen aan de orde zijn, wordt de Veiligheidsregio hier bij betrokken. d. Bestaande functies binnen deze zone willen we respecteren. Het gaat om nieuwe kwetsbare functies, waar we een nieuwe afweging kunnen maken in het kader van gezondere en veiligere leefomgeving. e. Omschrijving wordt aangepast tot Veiligheidsregio f. Omschrijving wordt aangepast g. Omschrijving wordt aangepast h. Omschrijving wordt aangepast i. Het besluit over de calamiteitenroute is door de gemeenteraad reeds genomen. De gemeenteraad heeft in 2020 middelen beschikbaar gesteld, naar verwachting vindt realisatie plaats in 2022. j. De ontwikkeling van de Lelylijn zal echter vele jaren in beslag nemen. De realisatie van en calamiteitenroute kan daar niet op wachten. Vandaar dat deze ontwikkeling al loopt. 6. Wij waarderen reactie en expertise van de Veiligheidsregio. Wij maken daar graag gebruik van op het moment dat er relevante ontwikkelingen spelen.

3. Reacties van inwoners Inwoner 1 Samenvatting 1. Indiener is van mening dat het aardgasvrij maken van woningen opnieuw tegen het licht moet worden gehouden, omdat aardgas in o.a. Duitsland wordt gestimuleerd als schone brandstof. Warmtepompen daarentegen zijn zeer kostbaar en draaien nog voor een groot deel op stroom die wordt opgewekt in verouderde centrales 2. Indiener is tegen de realisatie van zonneparken op landbouwgrond of op water. Waarom wordt er voor windturbines een maximale hoogte van 15 meter aangehouden en zijn deze alleen toegestaan op agrarische even? In het buitengebied zijn ook veel erven met een niet-agrarische functie. Indiener pleit voor één molen per erf, met een hoogte van 25 meter. Zonnepanelen zouden op daken moeten liggen en taluds die verder geen functie hebben. Reactie 1. Duitsland kent een andere transitie dan Nederland. In gebieden met veel bruinkool betekent de stap naar aardgas al een flinke CO2-reductie. Daarnaast is Duitsland al veel verder dan Nederland met de opwekking van wind- en zonne-energie. Hoewel aardgas minder CO2 uitstoot dan kolen, blijft het een fossiele brandstof. In Nederland is er veel aandacht voor het aardgasvrij maken, omdat vrijwel alle woningen daarmee worden verwarmt. Door de ruimte beschikbaarheid van aardgas is in het verleden ook te weinig aandacht besteed aan een goede isolatie van woningen.

Overigens zullen niet alle woningen tegelijk van het gas af gaan. Bij nieuwe woningen wordt de keuze gemaakt om deze niet meer op het gasnetwerk aan te sluiten. Voor oudere woningen waar weinig andere (betaalbare) opties beschikbaar zijn, blijft het gasnetwerk eerst nog wel bestaan. In de Transitievisiewarmte zal de gemeente aangeven welke warmteopties er per wijk en dorp beschikbaar zijn en hoe de tijdsvolgorde van afkoppeling van het aardgasnet eruit zal zien. 2. De spelregels voor zonneparken en kleine windturbines zoals die in 5.5.6 zijn geschetst, zijn bepaald door de Provincie. De provincie heeft in haar Verordening Romte voor ons als gemeente bindend vastgelegd welke ruimte we mogen benutten als het gaat om locatie, aantal en hoogte van windmolens tot 15 meter as-hoogte. Individuele nieuwe windmolens met een grotere hoogte zoals de door u voorgestelde 25 meter zijn niet mogelijk op grond van de verordening Romte. Als gemeente hebben wij bij de Provincie in een zienswijze bepleit om meer ruimte te geven voor windenergie en de koppeling met agrarische erven los te laten. Die ruimte krijgt geen enkele gemeente. Wij zijn op dit moment bezig om een toetsingskader op te stellen waar de verzoeken aan moeten voldoen en waar de gemeente aan gaat toetsen als er concrete initiatieven worden ingediend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=b71fbcb2-b26f-4fba-9924-24f29213e525