CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota definitieve versie (geanonimiseerd) Schoterlandsweg 22 te Katlijk

Raadsvergadering 1 juli 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen Moskoupleats Schoterlandseweg 22 Katlijk13.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Over het algemeen zijn in de zorg wel regels voor dergelijke gebouwen, maar die toetsen wij niet. Dat zijn immers geen eisen die in het Bouwbesluit 2012 worden gesteld. De ervaring is dat de markt dit voldoende regelt. 24.

Vvgb college van gedeputeerde staten (zienswijze 2 en 5)

In de op 5 november 2020 door het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân afgegeven vvgb wordt gesteld dat deze vvgb alleen geldt, als de vvgb en de daaraan verbonden voorschriften onverkort worden opgelegd en nageleefd. ". Kunnen de initiatiefnemers concreet aangeven hoe de diverse voorschriften nu exact worden nageleefd? Antwoord De voorschriften die aan de (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen van het college van gedeputeerde staten zijn verbonden, zijn onverkort gekoppeld aan de omgevingsvergunning. Deze voorschriften zijn vrij concreet. Hoe initiatiefnemers deze gaan naleven is van ondergeschikt belang. Belangrijk is dat ze worden nageleefd. Indien dat niet of niet voldoende gebeurt, wordt daarmee in strijd gehandeld en kan daartegen handhavend worden opgetreden. 25.

Werving cliënten uit Friesland (zienswijze 2 en 5)

In de stukken wordt vermeld dat de eerste cliënten die zich al hebben aangemeld afkomstig zijn uit Flevoland, Gelderland en Utrecht. Ook wordt gesproken over het werven van mensen uit de regio Friesland. Afgelopen periode is juist veel gerept dat er gestreefd wordt naar het zoveel mogelijk lokaal werven van cliënten uit Heerenveen en omstreken. Kunnen de initiatiefnemers aangeven in welke mate dit streven zal plaats vinden? Dit wordt toch bepaald door de GGZ? Antwoord Werving van cliënten geschiedt door Thorp zelf. Het door Thorp uitgesproken streven valt buiten de kaders van deze procedure. Wij kunnen Thorp niet verplichten dit streven de behalen. Thorp heeft aangegeven zich voor werving van cliënten uit de regio te gaan inzetten. Het is wenselijk dat zoveel cliënten als mogelijk uit deze regio komen vanwege vrienden,

familie en het netwerk daaromheen. Maar zoals ook is gezegd: stel dat twee cliënten uit deze regio niet met elkaar overweg kunnen of dat dat conflicteert met elkaar, dan gaat het geschiktheidsprofiel boven het regionale. Dus dan kan er ook iemand uit bijvoorbeeld Rotterdam worden gehaald die beter bij de cliënten past die op onderhavige locatie al op dat moment aanwezig zijn. 26.

Nachtwacht (zienswijze 2, 5, 6, 7, 8, 9 en 16)

De vraag rijst of de initiatiefnemers wel ervaring hebben met een dergelijk groot project en met het begeleiden van zoveel cliënten in de genoemde categorie. In de stukken is vermeld dat er per dienst, dus ook tijdens de nachtdienst, 2 geschoolde medewerkers worden ingezet op locatie. Door Thorp wordt gesteld dat 1 medewerker de nachtdienst gaat vervullen. De plattegronden tonen ook maar 1 slaapkamer voor een medewerker. Er is dus sprake van tegenstrijdige informatie. Daarnaast is aangegeven dat er geen speciale voorzieningen of afspraken met hulpdiensten zijn getroffen respectievelijk gemaakt. Scenario zou kunnen zijn dat ‘s nachts 1 cliënt doordraait en dat de andere cliënten naar buiten vluchten, met alle gevolgen van dien. 1 persoon kan dit nooit handhaven. Antwoord Wij kunnen ons niet vinden het feit dat sprake is van tegenstrijdige informatie. In de stukken, waaronder bijvoorbeeld het raadsvoorstel, is duidelijk vermeld dat ‘s nachts 2 begeleiders aanwezig zijn. Een van beide kan slaapwacht zijn. Dat is de reden dat op de plattegronden ook maar 1 slaapkamer voor een medewerker zichtbaar is. Het geschetste scenario, waarbij door reclamanten wordt uitgegaan van 1 nachtwacht, gaat dus niet op. Initiatiefnemers hebben trouwens ook aangegeven dat de ervaring is dat bij woonvormen als de onderhavige crisissen nooit voorkomen.

Mocht er onverhoopt toch iets gebeuren dan is de hoofdregel dat Thorp de crisis eerst zelf poogt op te lossen. Als dat niet lukt, dan komt eerst de GGD (als de cliënten niet bij de GGZ bekend zijn) eraan te pas, gevolgd door GGZ-spoed. Laatstgenoemde is daartoe ook wettelijk verplicht. Als het nodig is 112 te bellen, dan gelden vanaf het moment dat dit nummer wordt gebeld opkomsttijden. In ons antwoord onder onderwerp 6 zijn we daar reeds uitgebreid op ingegaan. 27.

Participatie (zienswijze 2, 3, 5, 6, 8, 9 en 13)

In de aanloop naar een omgevingsvisie en een zogenaamde participatiemaatschappij lijkt het meer dan wenselijk, zo niet een verplichting, om inwoners te betrekken bij een dergelijk goot plan wat een enorme impact zal hebben op mens en natuur. In aanvang gaf de wethouder aan dat participatie met het dorp nodig was. Tijdens de informatieavond d.d. 9 februari jl. stelde hij echter ijskoud dat het geen verplichting is de dorpsbewoners te informeren c.q. te betrekken bij een dergelijk plan en dat de informatieavond slechts als gunst gezien moet worden. Vermoedelijk is de reden daarvoor dat hij eerst uitging van kamerverhuur, waarbij participatie wel nodig is, en later – na het bijschaven van de aanvraag – van een maatschappelijke voorziening, waarbij participatie geen vereiste is. Saillant detail is dat in het kamerverhuurbeleid een maximum van 10 huurders wordt genoemd, omdat anders de spanningen te veel zouden oplopen tussen de huurders. Als de gemeente dat vindt van doorgaans weerbare mensen, hoe kan zij dan medewerking verlenen aan de plaatsing van 24 mensen met zorgbehoefte op een locatie? Ook gaf hij aan dat plaatselijk belang negatief is en een hetze veroorzaakt. Dit staat haaks op waar plaatselijk belang voor Katlijk voor staat. Als (wijk)wethouder is er door hem nooit contact gezocht om een en ander te stroomlijnen c.q.

te bemiddelen en de participatie en draagvlak hierbij te creëren. Dit terwijl door de wijkmanager is gesteld dat het plan alleen doorgaat als er draagvlak is onder de inwoners. De informatieavond was trouwens ook nog eens slecht te volgen. Er was sprake van een eenzijdige verstrekking van informatie door initiatiefnemers en gemeenten. De antwoorden

op de vragen, die via de chat konden worden gesteld, werden pas op 4 maart beschikbaar. Dit was op de dag dat het voorstel van het college van B&W aan de raad om een vvgb af te geven in de commissie ROM werd behandeld. De leden van de commissie en insprekers hebben hierdoor niet de tijd gehad om de antwoorden mee te nemen in de besluitvorming. Hierdoor heeft de raad niet een juiste afweging kunnen maken. Het verzoek is aan de raad om deze informatie alsnog in de afweging mee te nemen. Voorts is niet de mogelijkheid van een inspraakavond geboden. Gerealiseerd wordt dat dit (mogelijk) geen formeel onderdeel van de procedure is. De gang van zaken past totaal niet bij de gedachte van de nieuwe Omgevingswet, waarbij participatie onderdeel wordt van de procedure. Tot slot wordt in de stukken gesteld dat de uitnodiging om in Ermelo de dagbesteding te bezoeken is afgeslagen. De dagbesteding in Ermelo, zonder woonvoorziening, kan niet worden vergeleken met het beoogde plan voor de Moskoupleats. Antwoord In de Omgevingswet wordt onder participatie verstaan: het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit.

Daaronder vallen niet alleen de formele momenten waarop partijen op grond van de wet zienswijzen kunnen indienen, maar juist ook het betrekken van partijen bij het besluitvormingsproces voordat de formele besluitvormingsprocedure aanvangt. Deze laatste, informele vorm is vormvrij en kan verschillende vormen aannemen, zoals klankbordgroepen, enquêtes, etc. De aanvrager is echter niet verplicht om gelegenheid te geven tot vroegtijdige participatie. Wel kan de gemeenteraad gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is, voordat een aanvraag kan worden ingediend. De gemeenteraad heeft in dat verband op 18 februari jl. besloten om de participatieplicht van toepassing te verklaring op alle plannen die niet passen binnen het bestemmingsplan (na inwerkingtreding van de Omgevingswet omgevingsplan genoemd). De Omgevingswet treedt pas op 1 juli 2022 in werking. Het huidige recht kent geen regeling van vroegtijdige participatie bij de omgevingsvergunning, met uitzondering van de toepasselijkheid van de zienswijzenprocedure bij bepaalde omgevingsvergunningen. Conform het huidige recht hebben wij in onderhavige procedure de gelegenheid geboden een zienswijze (bij een voorontwerpbestemmingsplan het dit een inspraakreactie) in te dienen. Daarmee hebben wij voldaan aan de wettelijke verplichting.

Middels de informatieavonden, de folder en de uitnodiging de dagbesteding in Ermelo te bezoeken hebben initiatiefnemers omwonenden bij het plan willen betrekken en lokaal draagvlak willen creëren. Dat hebben zij wat ons betreft voldoende gepoogd te doen. Daartoe waren zij echter niet gehouden. Hieraan willen wij toevoegen dat zij omwonenden hebben uitgenodigd om de dagbesteding in Ermelo te bezoeken, zodat zij zouden kunnen zien welke doelgroep in de Moskoupleats wordt gehuisvest. Ook merken wij op dat het argument dat de raadsleden geen kennis hebben kunnen nemen van de antwoorden op de vragen die tijdens en na afloop van de informatieavond 9 februari jl. zijn gesteld onjuist is. Besluitvorming in de gemeenteraad over het verzoek om een vvgb af te geven vond immers twee weken nadat de antwoorden via de gemeentelijke website beschikbaar kwamen plaats. De raadsleden hebben dus wel degelijk de uit die antwoorden voortkomende informatie bij de besluitvorming kunnen betrekken. In het geval er geen (maatschappelijk) draagvlak bestaat voor een bepaalde ontwikkeling, betekent dat tot slot niet dat de ontwikkeling niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en dat planologische medewerking geweigerd moet worden. Daarover bestaat vaste jurisprudentie (zie bijvoorbeeld ABRvS 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2789, r.o.

8.1 en ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:958, r.o.

3.2). Wij zijn van mening dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Derhalve verlenen wij planologische medewerking. 28.

Impact drama’s op directe omgeving (zienswijze 3, 5, 6, 7 en 16)

In de buurt hebben recent twee drama’s plaatsgevonden. In het ene geval aangaande de Moskoupleats was sprake van een psychische storing en heeft hulp-/zorgverlening helaas gefaald. Kans op herhaling van calamiteiten is volgens de meest eenvoudige kansberekeningen aanzienlijk groter als zoveel mensen met een psychische aandoening op 1 plek worden gezet. Er wordt totaal geen rekening gehouden met de impact die deze drama’s op de directe omgeving heeft gehad en nog steeds heeft. Is het dan zo dat de komst van een ondernemer die hier een goed verdienmodel neer zet belangrijker is dan het welzijn van het omliggende dorp? Antwoord Wij betreuren het ten zeerste dat er twee drama’s hebben plaatsgevonden in Katlijk en directe omgeving, maar de impact die een dergelijk drama heeft (gehad) op dorpsbewoners is geen ruimtelijk aspect waaraan bij de beoordeling of een ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening wordt getoetst. Wel wordt (onder andere) getoetst of een plan het woon- en leefklimaat niet onaanvaardbaar aantast. Onzes inziens is daar bij onderhavig plan geen sprake van. Voor de motivering van dit standpunt verwijzen wij naar ons antwoord onder onderwerp 13. 29.

Drank- en drugsgebruik (zienswijze 2)

Drank- en drugsgebruik onder de jeugd heeft de laatste jaren in Katlijk en buurtdorp Mildam voor de nodige overlast gezorgd. Er is hoog op ingezet om dit probleem aan te pakken. De overlast lijkt nu weer te gaan terugkeren. In de omschrijving van de doelgroep uit categorie 2 staat namelijk dat er gecontroleerd gebruik van middelen mag worden gemaakt. Dit is onacceptabel. Naar de jeugd toe kun je dit niet maken en het geeft de directe omgeving niet bepaald een gevoel van veiligheid. Vragen die rijzen zijn: Om welke middelen gaat het hier? Wie faciliteert het gebruik? Wie houdt toezicht? Worden er tests uitgevoerd bij inwoners met een verslavingsprobleem? Zijn er sancties bij overtredingen? Heeft het college zich wel gerealiseerd dat deze problematiek speelt, zo, ja, hoe is men hier dan ooit mee akkoord gegaan? Antwoord Anders dan reclamant stelt, speelt deze problematiek niet. Verslaving en/of middelenmisbruik (legale of illegale drugs) is niet toe gestaan en dus een contra-indicatie voor het wonen bij Thorp. De Moskoupleats wordt geen verslavingskliniek. Met betrekking tot alcohol zullen individuele afspraken worden gemaakt met diegene waarbij incidenteel en verantwoord gebruik geen problemen op gaat leveren. Het stimuleren van een gezond eet- en leefpatroon is een van de uitgangspunten van Thorp. Zo zet Thorp actief in op hulp bij het stoppen met roken. 30.

WTZi-toelating (zienswijze 8 en 9)

Is bij de gemeente Heerenveen bekend hoever Thorp is met het aanvragen van een toelating in het kader van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi)?

Antwoord Ja. Thorp heeft een aanvraag ingediend. De heer […] is als psychiater erkend medicus en voldoet aan de wettelijke eisen die gesteld zijn aan een WTZi-erkenning. 31.

Externe dagbesteding (zienswijze 4, 8, 9, 10 en 16)

In de stukken (p. 71 van de bijlage) wordt min of meer terloops opgemerkt dat de dagbesteding die aangeboden zal worden op de locatie, ook voor externe cliënten te bezoeken is. Dit onderdeel komt in de aanvraag verder helemaal niet terug. Onder andere ontbreekt informatie over: Om hoeveel plaatsen dit gaat; Wat voor invloed dit heeft op bijvoorbeeld verkeersbewegingen en parkeren; Op welke momenten deze dagbesteding wordt verzorgd; Om welke doelgroep het gaat bij deze vorm van dagbesteding. Bij een goede ruimtelijke onderbouwing is dergelijke informatie onontbeerlijk. De vergunning kan zonder deze informatie niet worden vastgesteld. Antwoord Wij erkennen dat dergelijke informatie onontbeerlijk is. Derhalve is de ruimtelijke onderbouwing aangevuld met de ontbrekende informatie. Deze aangepaste ruimtelijke onderbouwing maakt – net als deze reactienota – als bijlage onderdeel uit van de omgevingsvergunning. Thorp heeft als uitgangspunt ook open te staan vragen voor van dagbesteding van buiten de woongroep. Er is plek voor 24 mensen in de dagbesteding. De bewoners zelf hebben niet de hele dag dagbesteding. Zij hebben ook vrij tijd, moeten hun kamer opruimen, administratie doen of een gesprek voeren met een begeleider. Dus er is plaats voor enkele externe cliënten om gebruik te maken van de op onderhavige locatie aangeboden dagbesteding. Het aantal plaatsen is zeer beperkt.

Gemiddeld gaat het om maximaal 4 externe cliënten per dag. De invloed hiervan op de aspecten parkeren en verkeer is reeds in ons antwoord op onderwerp 4 besproken. Gemakshalve verwijzen wij daar dan ook naar. Hier volgt slechts een herhaling van de conclusies: de externe dagbesteding legt geen beslag op de aanwezige parkeerplaatsen en het aspect verkeer vormt geen belemmering voor dit plan. Op welke momenten deze dagbesteding wordt verzorgd, wordt duidelijk vermeld in de bijlage ‘Bijlage_VII.pdf’, namelijk ’s ochtends (van 9.00 tot 12.15 uur) en ’s middags (van 14.00 tot 17.00 uur). Het gaat om externe cliënten uit de doelgroep die past bij de bewonersgroep van de Moskoupleats. Het gaat dus niet om cliënten met verslavings- en/of gedragsproblematiek. 32.

Uitvoerbaarheid (zienswijze 10)

De plannen zijn niet uitvoerbaar. In de onderbouwing (p. 59 van de bijlage) wordt aangegeven dat er diensten worden aangeboden voor het onderhoud van de natuurgebieden van het Fryske Gea. In het verslag van het gesprek van het overleg d.d. 8 juli 2020 (p. 415 van de bijlage) staat dat het Fryske Gea hier positief tegenover staat. Uit de brief van het Fryske Gea d.d. 14 oktober 2020 blijkt het tegendeel. Hierbij is van belang dat Katlijk een zeer klein dorp is, zonder enige voorzieningen. Andere vormen van tijdsbesteding zijn hier dan ook niet mogelijk, op wandelen en fietsen na. In de onderbouwing is hier onvoldoende rekening mee gehouden. Antwoord Wij delen het standpunt van reclamant niet. Er wordt gesteld dat er diensten worden aangeboden. Dat is gebeurd. Er wordt niet beweerd dat er een overeenkomst is met het Fryske Gea. In ons antwoord onder onderwerp 11 hebben wij reeds uiteengezet dat cliënten voldoende activiteiten kunnen verrichten om de dag door te komen. Een

samenwerking met het Fryske Gea wordt door initiatiefnemers beschouwd als een mooie aanvulling, maar is voor de uitvoerbaarheid van het project niet noodzakelijk. Het plan is dus wel degelijk uitvoerbaar. 33.

Belangenafweging (zienswijze 10 en 16)

Belangen van de dorpsbewoners zijn onvoldoende bij de besluitvorming betrokken. De aanvrager lijkt met de informatievoorziening te denken dat aan de belangen van de bewoners wordt tegemoetgekomen. Hun belangen worden nergens in de ontwerpomgevingsvergunning meegewogen, er wordt onvoldoende rekening gehouden met de impact op de omgeving. De beslissing is op de voorgenomen wijze dan ook in strijd met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Verder is het aanmatigend dat in de gepubliceerde stukken meerdere malen wordt aangehaald dat omwonenden zouden menen dat er een soort Tbs-kliniek met gevaar zettende cliënten in de planning staat (p. 62 van de bijlage). Omwonenden kennen het verschil tussen een Tbs-kliniek en personen met een Wlz-indicatie zoals aanvrager die wil huisvesten. Dit neemt niet weg dat ook deze groep zorg en begeleiding nodig heeft en dat er impact op de omgeving zal zijn. Aangaande deze locatie is er te weinig gedaan om draagvlak te creëren en participatie binnen het dorp te bevorderen. In de dorpsvisie van Katlijk, die de gemeente zelf heeft gepubliceerd, wordt opgemerkt: ‘Voor ouderen en zorgbehoeftigen zou het mogelijk moeten zijn om in Katlijk te blijven wonen. Het realiseren van een aantal nieuwe woningen, die geschikt zijn voor deze doelgroep, is dan gewenst.

Om de sociale samenhang te verbeteren, is het zinvol een goede coördinator aan te stellen die kan helpen met het opzetten van een netwerk. Het is belangrijk te weten welke hulpvragen er bij de inwoners liggen en wat medebewoners kunnen bieden. Gedacht moet worden aan bijvoorbeeld alleenstaande ouderen die hulp nodig hebben om medicijnen op te halen bij de apotheek, of een boodschap in huis te krijgen. Vooral voor mensen die geen of weinig mantelzorg hebben is dit een noodzaak om toch in het dorp te kunnen blijven wonen. De nadruk ligt op vrijwilligerswerk. Op de betreffende locatie zou hier eerst aandacht aan moeten worden besteed, in plaats van aan een zorglocatie voor zorgbehoevenden van buiten Katlijk. Antwoord Wij kunnen ons niet vinden in het standpunt dat de beslissing op de voorgenomen wijze in strijd is met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Aan de besluitvorming is een belangenafweging voorafgegaan. Daarbij is de impact van het project op de omgeving beoordeeld. De vertaling van die afweging is onder andere zichtbaar in het voorstel aan de raad om een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen af te geven, de ruimtelijke onderbouwing en de (ontwerp)omgevingsvergunning. Die vertaling wordt aangevuld met deze reactienota en de aangepaste/aangevulde ruimtelijke onderbouwing.

Geconcludeerd is dat het project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In ons antwoord onder onderwerp 27 hebben wij reeds uiteengezet dat wij door het bieden van gelegenheid een zienswijze in te dienen hebben voldaan aan de wettelijke participatieverplichting. Middels de informatieavonden, de folder en de uitnodiging de dagbesteding in Ermelo te bezoeken hebben initiatiefnemers omwonenden bij het plan willen betrekken en lokaal draagvlak willen creëren. Dat hebben zij wat ons betreft voldoende gepoogd te doen. Daartoe waren zij echter niet gehouden. Wellicht ten overvloede willen wij hieraan toevoegen dat in het geval er geen (maatschappelijk) draagvlak bestaat voor een bepaalde ontwikkeling, dat niet betekent dat de ontwikkeling niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en dat planologische

medewerking geweigerd moet worden. Daarover bestaat vaste Gemakshalve verwijzen wij naar ons antwoord onder onderwerp 27.

jurisprudentie.

De verwijzing naar de Dorpsvisie Katlijk 2020-2030 gaat tot slot niet op. Deze dorpsvisie is geen beleidsstuk waaraan wij bij de uitoefening van onze discretionaire bevoegdheden gebonden zijn. Aangevraagd voor deze locatie is een omgevingsvergunning voor een project bestaande uit een woonvorm met dagbesteding voor 24 cliënten. Wij hebben geconcludeerd dat dit project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en dat aan realisatie daarvan planologische medewerking kan worden verleend. 34.

Huurrecht (zienswijze 13)

Er is sprake van een huurcontract dat de cliënten dienen te ondertekenen. Het huurrecht wordt beschermd en bij contractbreuk dient vervangende huurruimte door de verhuurder gevonden te worden. Wie is de juridische verhuurder en is deze bij machte om bij contractbreuk snel vervangende huurruimte te vinden? Ziet de gemeente hier afdoende op toe? Antwoord Alleen cliënten met een zorgprofiel WLZ-GGZ 1 Wonen met intensieve begeleiding of WLZGGZ 2 Wonen met intensieve begeleiding en verzorging kunnen wonen bij Thorp. Het recht op verblijf vervalt als de bewoner overlast berokkent bij medebewoners, medewerkers en/of de buurt. Bewoners die zich niet corrigeerbaar opstellen en de samenwerking ondermijnen vallen niet onder de gestelde zorgzwaarte. Dan wordt namelijk gesproken over (ernstige) gedragsproblematiek, wat niet onder bovenvermelde profielen valt. Iedereen die zich aanmeldt bij Thorp heeft recht op een veilige en rustige woonomgeving. Thorp zal het uitgebreide netwerk inzetten voor het vinden van een passende vervolgplek. De gemeente speelt hierin geen rol. Dit betreft een overeenkomst tussen de zorgaanbieder en de zorgbehoevende. 35.

Vergelijkbare aanvraag/andere aanvragen afgewezen (zienswijze 5, 13 en 16)

Eerder is op een soortgelijke aanvraag voor Katlijk, binnen de behandelingstermijn voor de Moskoupleats-aanvraag, afwijzend beslist door de gemeente Heerenveen. Er wordt met twee maten gemeten. Waarom is die initiatiefnemer niet bijgestaan in het bijschaven van de aanvraag, zoals dat duidelijk wel gedaan is bij de initiatiefnemers van de Moskoupleats? Ook zijn er meerdere aanvragen voor het bouwen van extra woningen in Katlijk ingediend en afgewezen. Aan een megazorggroep van 24 appartementen kan wel medewerking worden verleend? Antwoord Wij weten niet op welk initiatief wordt gedoeld. Alle initiatieven beoordelen we op hun eigen merites en we nemen iedere aanvraag serieus. Aan onderhavig project kan medewerking worden verleend, omdat het in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. 36.

Opvang in eigen woonomgeving (zienswijze 13)

Het is aangetoond dat mensen, zeker als zij suïcidaal zijn, het best kunnen worden ondergebracht in de omgeving van de familie en dat de familie wordt betrokken in de begeleiding van de persoon in kwestie.

Antwoord Hetgeen reclamant aanvoert is ongegrond. Reclamant gaat daarmee op de stoel van de zorgaanbieder zitten. Voor ons is er geen reden om te twijfelen aan de deskundigheid van de zorgaanbieder. 37.

Dagbesteding elders (zienswijze 13)

In de stukken is vermeld dat dagbesteding in combinatie met bewoning geen vereiste is in verband met het begeleidings- en behandeltraject en dat dagbesteding elders kan plaatsvinden dan op de Moskoupleats. Waarom is er hier sprake van een combinatie van een woonvorm met dagbesteding? Hoe is elders de begeleiding? Geeft deze dagbesteding elders een extra negatieve impuls voor de cliënt als deze bij hem/haar niet past? Wordt er een dagrapportage van de locatie elders voor het intreden van de nacht verkregen in verband met de behandeling van de cliënt in de Moskoupleats? Antwoord De vraag waarom hier sprake is van een combinatie van een woonvorm met dagbesteding is irrelevant. Initiatiefnemers hebben ervoor gekozen voor onderhavig project, bestaande uit de combinatie van een woonvorm met dagbesteding, een aanvraag omgevingsvergunning in te dienen. Het is aan ons die aanvraag te toetsen. In dit verband is ter zake dienend de vraag of het project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Dit is volgens ons het geval. Dagbesteding elders kan alleen als er een goede samenwerking is tussen de externe dagbesteding aanbieder en Thorp. Dat betekent dat de dagbesteding de juiste begeleiding kan bieden passend bij de vraag van de bewoner. Goede zorg en begeleiding en onderlinge afstemming horen bij het leveren van verantwoorde zorg en diensten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=e9e5adae-5ba7-4b53-9f53-c17d65536fe0