Ontwerp-BP-LuitzenWagenaarstraatHeerenveen
Tekst van het document
projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 7 van 18
Afbeelding 4.
Het onderzoeksgebied (binnen het rode kader) op de bodemkaart. 1: code vWp, moerige podzolgronden met een moerige bovengrond; 2: code vWz, moerige eerdgronden met een moerige bovengrond op zand; 3: code zWp, moerige podzolgronden met een humushoudend zanddek en een moerige tussenlaag; 4: code Hn21, veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand; 5: code cHn21, laarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl)
Afbeelding 5.
Uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) waarop de ligging van het onderzoeksgebied met een rode ster is aangegeven (bron: http://ahn.maps.arcgis.com/)
projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 8 van 18
Binnen een straal van circa 500 m rond het onderzoeksgebied zijn geen archeologische waarden bekend, wel zijn er enkele overige archeologische onderzoeken uitgevoerd (zie tabel 2.2 en afbeelding 6). Tabel 2.2. Archeologische onderzoeksmeldingen Onderzoeksmelding 2115285100
2388945100
2086052100
2085745100
Afbeelding 6.
Omschrijving Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. Het onderzoeksgebied ligt buiten het historisch centrum van Heerenveen. Binnen het gebied is sprake van een bodem van veen op dekzand. In het dekzand was geen podzol aanwezig en er zijn geen archeologische indicatoren verwacht. Middeleeuwse sporen worden op basis van het bureauonderzoek niet verwacht. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen (Tulp & Jelsma 2006). Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge kans op het aantreffen van resten uit de periode steentijd-bronstijd en een middelhoge kans van het aantreffen van resten (van veenterpjes) uit de periode ijzertijd-middeleeuwen. Uit het booronderzoek blijkt dat door de veengroei de aanwezige humuspodzol is vernat en dat de oorspronkelijke bodemopbouw in vrijwel het hele onderzoeksgebied verloren is gegaan tot 20 á 40 cm in de C-horizont van het dekzand. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen (Exaltus 2012). Booronderzoek. Het bovenste deel van de bodem is veelal verstoord. Op enkele plekken is sprake van een intacte podzolbodem. Er is een archeologische begeleiding van de uit te voeren werkzaamheden aanbevolen. Van het onderzoek is geen literatuur vermeld in Archis of het E-depot/Narcis.6 Booronderzoek. Bijna overal in het gebied is de bodem verstoord.
In een klein deel van het gebied is de bodem intact en is een podzolbodem aangetroffen. Hier is de kans op het aantreffen van archeologische waarden hoog. Van het onderzoek is geen literatuur vermeld in Archis of het E-depot/Narcis.
De onderzoekslocatie (binnen het rode kader) op een uitsnede uit Archis met archeologische onderzoeken (bron: Archis 3; Esri Nederland & Community Maps Contributors)
6 https://easy.dans.knaw.nl/ui/home; https://www.narcis.nl
projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 9 van 18
Afbeelding 7.
2.5
Uitsnede van de boorpuntenkaart uit het rapport van Bongers (2008). Boring 74 is gezet ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie. Rood: podzolering; geel: beginnende bodemvorming: groen: (vrijwel) geen bodemvorming; zwart: bovenkant dekzand verstoord; zwarte stip in boring: houtskool (bron: Bongers 2008, fig. 4)
Historische situatie en bouwhistorische waarden Op de atlas van Schotanus-Halma uit 1718 is het onderzoekgebied ontgonnen en in gebruik als akker (zie afbeelding 8). Het maakt deel uit van de ‘Commanderij Akkers’. De opstrekkende verkaveling is op deze kaart terug te zien. Het akkergebied is omgeven door hooilanden. Op de kaart van Eekhoff uit 1849-1859 zijn meer details van de ontginning aangegeven (zie afbeelding 9). Door inklinking van het veen kan het gebied weer zijn vernat, wat wordt gesuggereerd door het gebruik als grasland op de Kadastrale Minuut uit 1811-1832 (zie afbeelding 10). De percelering op beide kaarten is vergelijkbaar. Op de topografische kaart van 1926 zijn enkele percelen samengevoegd. Op de kaart van 1934 begint de omliggende woonwijk zich te ontwikkelen. Op de kaart van 1952 is het onderzoeksgebied ten dele opgenomen in de woonwijk en op de kaart van 1959 volledig (zie afbeelding 11). De inmiddels weer gesloopte bebouwing is aangegeven op de kaart van 1970 (zie afbeelding 12).
projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 10 van 18
Afbeelding 8.
De onderzoekslocatie (binnen het rode kader) op de atlas van Schotanus-Halma uit 1718 (bron: https://www.frieslandopdekaart.nl/kaarten)
Afbeelding 9.
De onderzoekslocatie (binnen het rode kader) op de atlas van Eekhoff uit 1849-1859 (bron: https://www.frieslandopdekaart.nl/kaarten)
projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 11 van 18
Afbeelding 10. De onderzoekslocatie (binnen het rode kader) op een weergave van de Kadastrale Minuut uit 18111832 (bron: http://www.hisgis.nl/)
Afbeelding 11. De onderzoekslocatie (binnen het gele kader) op de topografische kaart uit 1952 (bron: http://www.topotijdreis.nl)
projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 12 van 18
Afbeelding 12. De onderzoekslocatie (binnen het gele kader) op de topografische kaart uit 1970 (bron: http://www.topotijdreis.nl)
2.6
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Het onderzoeksgebied ligt waarschijnlijk binnen een ontgonnen veenvlakte of mogelijk een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden. De overgroeiing met veen of verspoeling kan gezorgd hebben voor erosie van het dekzand. In de ondergrond is sprake van dekzand met microreliëf. Bij een eerder booronderzoek is in het huidige onderzoeksgebied één boring gezet. Hierin is geen podzolprofiel in het dekzand waargenomen. Op het dekzand ligt in deze boring een restant veen met hierop een laag opgebracht zand. In de overige boringen uit dit onderzoek blijkt dat lokaal dekzandkopjes voor komen waarin zich wel een podzolbodem heeft ontwikkeld. Dit kan ook op andere plekken binnen de onderzoekslocatie het geval zijn. Het verkennende booronderzoek moet uitwijzen of dat het geval is. Bij een intacte top van het dekzand is een hoge kans op het aantreffen van resten uit de steentijd, met name van tijdelijke jager-verzamelaarskampjes op dekzandkoppen. Deze kunnen herkend worden aan de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals houtskool en bewerkt vuursteen. In de loop van het neolithicum werd het gebied waarschijnlijk te nat voor bewoning en raakte het dekzand overgroeid door veen. Dit werd mogelijk al in de vroege middeleeuwen weer ontgonnen. Het veenontginningsdorp Heerenveen stamt uit de late middeleeuwen.
Op de kaart van Schotanus-Halma uit 1718 is het onderzoeksgebied in ieder geval ontgonnen en in gebruik als akker, later wordt het gebruikt als weiland. Uit de middeleeuwen kunnen sporen van bewoning (boerderijen, erven) en bijbehorende agrarische activiteiten worden verwacht. Sporen van boerderijen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit resten van houtbouw, waterputten of afvalkuilen, met vondsten als aardewerk, metaal of glas. Uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen resten van steenbouw aanwezig zijn. Resten van agrarisch gebruik kunnen bestaan uit bijvoorbeeld een oude akkerlaag, ontginningsloten of -greppels en paalkuilen van hekwerk. De resten kunnen voorkomen vanaf net onder de verstoorde/opgebrachte toplaag, met name als sprake is van restveen. De sporen kunnen doorlopen tot in het dekzand. In de jaren ’50 van de vorige eeuw komt het onderzoeksgebied binnen de woonwijk te liggen en op de kaart van 1970 is het gebied bebouwd. Deze bebouwing is inmiddels weer gesloopt. De veenontginning en het agrarisch gebruik kunnen geleid hebben tot bodemverstoring. De voornaamste bodemverstoring zal echter veroorzaakt zijn door de inmiddels gesloopte bebouwing en bijbehorende kabels en leidingen. In hoeverre de bodem verstoord is moet blijken uit het booronderzoek.
projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 13 van 18
3
Het booronderzoek
3.1
Opzet van het booronderzoek Het doel van inventariserend veldonderzoek door middel van boringen is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in paragraaf 2.6. Een inventariserend veldonderzoek bestaat uit drie stappen: verkennend, karterend en waarderend. Een verkennend onderzoek richt zich op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen binnen het onderzoeksgebied die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden. Een karterend onderzoek stelt vast of er al dan niet archeologische waarden binnen het onderzoeksgebied aanwezig zijn. Een waarderend onderzoek bepaalt de waarde van de archeologische resten. Het voorliggende veldonderzoek is uitgevoerd als een verkennend booronderzoek. Op het onderzoeksterrein zijn zes boringen gezet met een edelmanboor met een diameter van 3 cm tot een diepte van minimaal 1,6 m-mv. Deze boringen zijn in een grid van circa 20 bij 20 m verspreid over het terrein gezet om een goed beeld van de bodemopbouw te kunnen krijgen. De boorkernen zijn uitgelegd en de opeenvolgende bodemlagen zijn opgemeten en beschreven volgens de Archeologische Standaardbeschrijvingsmethode (ASB). Het opgeboorde materiaal is doorzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals aardewerkfragmenten, houtskool, fosfaatvlekken, vuursteen, natuursteen, verbrand leem en bot.
De locaties van de boorpunten zijn met gps ingemeten in RD en NAP van het maaiveld. Er kon vanwege de vele begroeiing binnen het onderzoeksgebied slechts een gedeeltelijke oppervlaktekartering worden uitgevoerd, bestaande uit het aflopen van het gehele terrein en het inspecteren van allerlei ontsluitingen waaronder molshopen (zie afbeelding 13). De weersomstandigheden tijdens het veldwerk waren niet van invloed op de behaalde resultaten. De boorpuntenkaart is opgenomen als bijlage 2 en de boorprofielen als bijlage 3.
Afbeelding 13. Foto van het onderzoeksgebied ten tijde van het booronderzoek. De fotorichting is west
3.2
Onderzoeksvragen De onderzoeksvragen die aan de hand van de resultaten van het onderzoek beantwoord moeten worden luiden als volgt: 1. Hoe ziet de bodemopbouw in het onderzoeksgebied eruit? 2. Is de bodem voldoende intact om archeologische resten te kunnen verwachten? Zo ja, wat is de omvang van dit deel van het onderzoeksgebied? 3. Dient het archeologische verwachtingsmodel aangepast te worden? 4. Dient het onderzoeksgebied nader archeologisch onderzocht te worden?
projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 14 van 18
3.3
Bodemopbouw De bodemopbouw die in de boringen is aangetroffen bestaat van onder naar boven globaal uit dekzand met een gedeeltelijke podzol (B- en B/C horizont), een laag restveen, de (oude) bouwvoor en een opgebrachte laag. In boringen 2 t/m 4 en 6 is in de top van het dekzand een B- en B/C horizont aanwezig, in boring 1 alleen een B/C-horizont en in boring 5 is alleen de dekzand C-horizont aanwezig en is de bovenliggende podzol verdwenen. In boringen 1 en 2 ligt op het dekzand een 20 cm dikke laag (rest)veen, in de overige boringen is deze veenlaag niet meer aanwezig. Hier ligt op de top van het dekzand een laag opgebrachte grond, die hier zal zijn aangebracht ten behoeve van de eerdere bebouwing op het terrein. In een aantal boringen loopt deze opgebrachte laag door tot aan het huidige maaiveld, in boringen 1, 2 en 6 is op of onder de opgebrachte laag de (voormalige) bouwvoor aanwezig. Op basis van de gemeten NAP-hoogtes van het maaiveld en de dieptes van de top van het dekzand is te zien dat het dekzand naar het zuidwesten toe oploopt (zie tabel 3.1). Mogelijk bevindt zich in het zuidwestelijk deel van het onderzoeksgebied een dekzandkop/-opduiking.
Afbeelding 14. Foto van boring 2, waarbij 1= slootvulling/-demping, 2= veen, 3= B-horizont, 4= B/C-horizont en 5= Chorizont Tabel 3.1. Dieptes top dekzand Boring
Nap maaiveld
Diepte top dekzand m-mv
Nap top dekzand
1 2 3 4 5 6
-0,58 m -0,08 m -0,23 m -0,09 m +0,69 m +0,74 m
1,6 m-mv 1 m-mv 1 m-mv 1 m-mv 1,5 m-mv 1,5 m-mv
-2,18 m -1,08 m -1,23 m -1,09 m -0,86 m -0,81 m
In drie boringen, boringen 1, 2 en 5, is onder de bouwvoor of de opgehoogde laag ofwel een pakket matig fijn, matig humeus en matig puinhouden zand aanwezig met een scherpe grens (boringen 1 en 2) ofwel een pakket rommelige grond met een meer geleidelijke overgang met de onder- en bovenliggende lagen (boring 5). Het gaat hier lagen die horen bij gedempte sloten die dateren uit de 18e en/of 19e eeuw. Op afbeelding 15 is de boorpuntenkaart geplot op uitsneden van de atlas van Schotanus-Halma uit 1718 en de kaart van Eekhoff uit 1849-1859. Hierop is te zien dat boringen 1 en 2 in/naast een NNW-ZZO gelegen sloot of waterweg vallen die op de atlas van Schotanus-Halma staat aangegeven en boring 5 in/naast een NO-ZW georiënteerde sloot die op de kaart van Eekhoff te zien is.
projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 15 van 18
Afbeelding 15. De boorpuntenkaart geplot op uitsneden van de atlas van Schotanus-Halma uit 1718 (boven) en de kaart van Eekhoff uit 1849-1859 (onder)(bron: https://www.frieslandopdekaart.nl/kaarten)
3.4
Vondstmateriaal Afgezien van de resten puin die in de slootvulling(en) zijn aangetroffen en die niet verzameld zijn, is tijdens het veldwerk geen vondstmateriaal aangetroffen.
projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 16 van 18
4
Conclusie en advies
4.1
Conclusie Bij het verkennende booronderzoek is in vier van de zes boringen in de top van het dekzand een B- en B/C horizont aanwezig. In de overige twee boringen is ofwel alleen een B/C-horizont ofwel alleen de dekzand C-horizont aanwezig en is de bovenliggende podzol verdwenen. In twee boringen, boringen 1 en 2, ligt op het dekzand een 20 cm dikke laag (rest)veen, in de overige boringen is deze veenlaag niet meer aanwezig. Hier ligt op de top van het dekzand een laag opgebrachte grond, die hier zal zijn aangebracht ten behoeve van de eind 20e-eeuwse, inmiddels gesloopte bebouwing op het terrein. In een aantal boringen loopt deze opgebrachte laag door tot aan het huidige maaiveld, in een aantal boringen is op of onder de opgebrachte laag de (voormalige) bouwvoor aanwezig. Uit de NAP-hoogtes van de top van het dekzand is te zien dat het dekzand naar het zuidwesten toe oploopt. Mogelijk bevindt zich in het zuidwestelijk deel van het onderzoeksgebied een dekzandkop/-opduiking. In drie boringen is op het dekzand/het restant veen een pakket grond aangeboord dat is afkomstig is van 18e en/of 19e-eeuwse sloten die op de historische atlassen/kaarten van Schotanus- Halma uit 1718 en Eekhoff uit 1849 staan aangegeven. Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen de onderzoeksvragen, zoals gesteld in paragraaf 3.2, als volgt beantwoord worden: 1.
Hoe ziet de bodemopbouw in het onderzoeksgebied eruit? De bodemopbouw die in de boringen is aangetroffen bestaat van onder naar boven globaal uit dekzand met een gedeeltelijke podzol (B- en B/C horizont), een laag restveen, de (oude) bouwvoor en een opgebrachte laag. In drie boringen, boringen 1, 2 en 5, is onder de bouwvoor een dempingspakket aanwezig. Het gaat hier dempingen van twee sloten uit respectievelijk de 18e en 19e eeuw. 2.
Is de bodem voldoende intact om archeologische resten te kunnen verwachten? Zo ja, wat is de omvang van dit deel van het onderzoeksgebied? In het merendeel van de boringen is een gedeeltelijke podzol aanwezig. Echter, deze podzol bestaat uit slechts een dunne B-horizont (10 cm dik) of B/C-horizont; een bovenliggende E-horizont ontbreekt. Bovendien is de top van het dekzand slechts in twee boringen afgedekt door een dunne laag (rest)veen. Deze boringen, boringen 1 en 2, bevinden zich in het laagst gelegen deel van het onderzoeksgebied, op de laag veen ligt in beide boringen het dempingspakket van de 18e-eeuwse sloot. De E-horizont is het niveau waarin resten uit de steentijd vooral kunnen worden verwacht en de locaties van het veen waar resten vanaf de late middeleeuwen kunnen liggen. De verwachting op archeologische resten uit zowel de steentijd als uit de periode vanaf de late middeleeuwen is daarom laag. 3. Dient het archeologische verwachtingsmodel aangepast te worden? Ja, het archeologische verwachtingsmodel kan naar beneden worden bijgesteld. 4. Dient het onderzoeksgebied nader archeologisch onderzocht te worden? Op basis van de resultaten van het onderzoek adviseert MUG ingenieursbureau b.v. geen vervolgonderzoek uit te voeren (zie paragraaf 4.2).
4.2
Advies MUG Ingenieursbureau b.v. adviseert geen vervolgonderzoek uit te voeren op de onderzoekslocatie. Door het ontbreken van een goed ontwikkelde podzol binnen (de hoger gelegen delen van) het onderzoeksgebied en het feit dat alleen in de uiterste, laagst gelegen oostkant van het gebied een dunne laag restveen op de top van het dekzand ligt, is de verwachting op archeologische resten uit de steentijd laag. De kans op het aantreffen van sporen uit de periode van na de veenontginningen wordt eveneens als laag ingeschat. Binnen het onderzoeksgebied
projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 17 van 18
liggen, naast verstoringen die te maken hebben met de onlangs gesloopte 20e-eeuwse bebouwing, -minimaal- twee gedempte sloten of waterwegen die uit de 18e en 19e eeuw dateren. Het bevoegd gezag, gemeente Heerenveen, besluit hoe verder wordt omgegaan met het archeologisch erfgoed op basis van het bovenstaande advies. Het voorliggende onderzoek is met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd. Indien onverhoopt toch archeologische waarden aanwezig blijken te zijn binnen de vrijgegeven gebieden, wijzen wij op de wettelijke meldingsplicht hiervan (artikel 5.10 van de Erfgoedwet) om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in casu de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (vondstmelding via Archis). De melding kan ook bij de provincie of gemeente gedaan worden (zie colofon voor contactgegevens).
projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 18 van 18
Literatuur en bronnen Geraadpleegde literatuur • Bongers, J.M.G., 2008. Heerenveen Midden (Fr.). Een Inventariserend & Waarderend Archeologisch Veldonderzoek. Zuidhorn (Steekproefrapport 2008-02/05). • Brandt, R.W. et al. (red), 1992. Archis, Archeologisch basisregister, versie 1.0. Amersfoort. • Exaltus, R., 2012. Heerenveen, Oude Veenscheiding, Gem Heerenveen. Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Zuidhorn (Steekproefrapport 2012-11/02Z). • Tulp, C. & J. Jelsma. 2006. Heerenveen, Centrum-West (Fr.). Zuidhorn (Steekproefrapport 2006-03/12). • Vos, P. & S. de Vries 2013. 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Op 20-1-2020 gedownload van www.archeologieinnederland.nl. Geraadpleegde bronnen • http://www.fryslan.nl/famke; • KNA (www.sikb.nl); • Esri Nederland & Community Maps Contributors; • Archis3 via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, aangevuld met gegevens uit de downloadbare bestanden van Archis2; • E-depot: https://easy.dans.knaw.nl; • NARCIS: https://www.narcis.nl; • http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/; • http://www.hisgis.nl/; • http://www.topotijdreis.nl; • Cultuurhistorische Waardenkaart: https://fryslan.maps.arcgis.com; • https://www.frieslandopdekaart.nl/kaarten; • gegevens opdrachtgever; • http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/.
Bijlage 1
Plannen opdrachtgever
Schetsontwerp 9 woningen L. Wagenaarstraat Heerenveen | Heerenveen
200045 9 woningen L. Wagenaarstraat Heerenveen | SO | In opdracht van Plegt-Vos, Assen
versie #Versie | 17-04-2020
Nieuwe situatie
ling Wa Dij kst ras tra at
Me
est
er
lbe Ha
Bin
ner
tss
tra
at
Lu
itze
n
Wa
ge
na
ars
tra
at
r Wu cto Do mk esl aa n
Kem pen aer ssi nge l
An
tra
t cie
he
k
r we
km
e
e th
de
ra
Antraciet hekwerk met hedera
N 200045 9 woningen L. Wagenaarstraat Heerenveen | SO | In opdracht van Plegt-Vos, Assen
Huidig bouwblak
1:500 | 17-04-2020
Begane grond (5 woningen)
A
Garage 22,5 m2
Woonkamer/keuken 42,0 m2
Woonkamer/keuken 42,0 m2
Woonkamer/keuken 42,0 m2 Entree 3,4 m2
9.420
Entree 3,4 m2
Woonkamer/keuken 43,9 m2
Woonkamer/keuken 43,9 m2
Entree 5,7 m2
6.000
Entree 5,7 m2
6.000
6.000
6.000
A
6.000
Entree 5,7 m2
200045 9 woningen L. Wagenaarstraat Heerenveen | SO | In opdracht van Plegt-Vos, Assen
1:100 | 17-04-2020
A
Eerste verdieping (5 woningen)
Slaapkamer 11,2 m2
Slaapkamer 8,1 m2
Slaapkamer 8,1 m2 Slaapkamer 15,0 m2
Overloop 6,4 m2
Slaapkamer 16,3 m2
Slaapkamer 15,0 m2
Kast 1,0 m2
Overloop 3,8 m2
Slaapkamer 15,3 m2 Badkamer 6,9 m2
6.000
Overloop 6,4 m2
Overloop 3,8 m2
Slaapkamer 15,3 m2 Badkamer 6,9 m2
Badkamer 5,9 m2
Slaapkamer 15,3 m2 Badkamer 6,9 m2
6.000
6.000
Slaapkamer 16,3 m2
Slaapkamer 7,8 m2
6.000
A
6.000
Slaapkamer 15,0 m2
Kast 1,0 m2
Overloop 3,8 m2
Slaapkamer 7,8 m2
Slaapkamer 11,2 m2
Slaapkamer 8,1 m2
9.420
Badkamer 5,9 m2
200045 9 woningen L. Wagenaarstraat Heerenveen | SO | In opdracht van Plegt-Vos, Assen
1:100 | 17-04-2020
A
Tweede verdieping (5 woningen)
Zolder 28,1 m2
Zolder 28,1 m2
6.000
6.000
Zolder 28,2 m2
6.000
6.000
A
6.000
Zolder 28,2 m2
9.420
Zolder 28,2 m2
200045 9 woningen L. Wagenaarstraat Heerenveen | SO | In opdracht van Plegt-Vos, Assen
1:100 | 17-04-2020
Voor- en achtergevel (5 woningen)
Dakpannen Antraciet
Zelfdragende groot GI Wit
Kopgevel laten doorsteken
Meilof Riks luifel 12 cm Wit Kozijn- en deurkleuren Wit Oranje steen met rode accentsteen Halfsteensverband Tegelverband
Voorgevel
Achtergevel
200045 9 woningen L. Wagenaarstraat Heerenveen | SO | In opdracht van Plegt-Vos, Assen
1:100 | 17-04-2020
Zijgevels + doorsnede (5 woningen)
Zijgevel (links)
Zijgevel (rechts) +9.708
+5.800
+2.900
±0
9.420
Doorsnede A-A 200045 9 woningen L. Wagenaarstraat Heerenveen | SO | In opdracht van Plegt-Vos, Assen
1:100 | 17-04-2020
3D model (5 woningen)
200045 9 woningen L. Wagenaarstraat Heerenveen | SO | In opdracht van Plegt-Vos, Assen
1:131,15 | 17-04-2020
3D model (4 woningen)
200045 9 woningen L. Wagenaarstraat Heerenveen | SO | In opdracht van Plegt-Vos, Assen
1:100,02 | 17-04-2020
Toelichting ontwerp
Om de gevel rustig te houden is de gevel voornamelijk opgebouwd uit dezelfde kleur steen met verfraaiing per woning in de blauwe vlakken. Er is gekozen voor een subtiel verschil tussen begane grond en eerste verdieping door twee typen metselverbanden toe te passen. Wild en tegelverband Dit principe wordt doorgezet in de zijgevel.
Tussen de kozijnen zit een ander kleurige steen in staand tegelverband, zodat er meer diversiteit in de gevel ontstaat. Boven kozijnen op de begane grond zit een kleine luifel dat corrospondeert met de kleur van de goot. Deze geeft naast meer plasticiteit in de gevel ook zonwering en de mogelijkheid een lampje boven de voordeur te hangen.
Kleurenpalet
De oranje frisse steen past in de wijk, en door de nuance in de stenen komt er meer speelsheid in de gevel. De kozijnen worden grijs met de draaiende een donkerdere grijs tint, waardoor de kozijnen minder flets worden.
200045 9 woningen L. Wagenaarstraat Heerenveen | SO | In opdracht van Plegt-Vos, Assen
1:200 | 17-04-2020
Bijlage 2
Boorpuntenkaart
!
! 4
!
!
3
6
5
!
1
Legenda
! locatie boring
onderzoeksgebied
0
15 meter
Esri Nederland, Community Map Contributors
MBa
AP
Eerste uitgave
´ 18-5-2020
Luitzen Wagenaarstraat 34 Heerenveen Plegt-Vos Boorpuntenkaart
2
20300596
1:250 A3
CONCEPT
C:\SharePoint\Dijkstra Groep\20300596 - Luitzen Wagenaarstraat 34 Heerenveen - Archeologie Leek - A - Documenten\Tekeningen\veldwerk\boorpuntenkaart.mxd
!
2
Bijlage 3
Boorprofielen