CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp-BP-LuitzenWagenaarstraatHeerenveen

Raadsvergadering 10 juni 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Bestemmingsplan woningbouwontwikkeling Luitzen Wagenaarstraat20.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.

CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................... 19

5.1 5.2 5.3 5.4

Soortenbescherming ................................................................................................................... 19 Gebiedsbescherming ................................................................................................................... 19 Advies en vervolgstappen ........................................................................................................... 20 Verantwoording .......................................................................................................................... 20

GERAADPLEEGDE BRONNEN ....................................................................................................... 21 BIJLAGEN 1 2 3

Overzicht vrijgestelde soorten provincie Friesland AERIUS-berekening aanlegfase AERIUS-berekening gebruiksfase

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 4 van 22

1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het onderzoek en het wettelijk kader. Daarnaast wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling.

1.1

Aanleiding en doel

Aanleiding tot het onderzoek is het voornemen om ter plaatse van het Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen negen nieuwe gasloze woningen te realiseren en de daarmee samenhangende wijziging van het bestemmingsplan. Omdat het initiatief negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de huidige natuurwetgeving. Doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op aanwezige beschermde natuurwaarden als gevolg van de beoogde werkzaamheden.

1.2

Wettelijk kader

Voor de bescherming van natuurwaarden is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en houtopstanden. De volledige wetstekst is hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/. Daarnaast is, in het kader van gebiedsbescherming, ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN) relevant. Natura 2000 Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor bescherming van habitattypen, habitats van soorten en leefgebieden van soorten en vogels. Vooraf is verplicht te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben. Als uit de beoordeling (voortoets) blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significante) effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling en/of een vergunning nodig. Soortenbescherming In hoofdstuk 3 is het onderdeel soortenbescherming is opgenomen. De beschermingsregimes ten aanzien van beschermde soorten zijn te onderscheiden in Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1 – 3.4), Habitatrichtlijnsoorten (art 3.5 – 3.9) en nationaal beschermde soorten (art 3.10 – 3.11).

Daarnaast is in de Wnb een zorgplichtartikel (1.11) opgenomen ter bescherming van alle in het wild levende flora en fauna. De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. De provincie Friesland is bevoegd gezag voor het uitvoeren van de Wet natuurbescherming en heeft voor de implementatie een verordening opgesteld met daarin onder andere een lijst met vrijgestelde soorten (zie bijlage 1).

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 5 van 22

Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. Provincies wijzen gebieden aan die het NNN vormen. Via de provinciale verordeningen worden, in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden-, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplanen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘ nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen. Houtopstanden Hoofstuk 4 van de Wet natuurbescherming (art. 4.1-4.5) regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van meer dan tien are of meer dan 20 bomen in één of meerdere rijen, gelegen buiten de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt een meld- en herplantplicht.

Provincies kunnen in de provinciale verordening regels opnemen. Voor specifieke houtopstanden zoals éénrijige populieren langs landbouwpercelen of specifieke velmaatregelen gelden uitzonderingsregels. Daarnaast kunnen ook per gemeente regels gelden ten aanzien van kap van bomen (APV).

1.3

Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen

Huidige situatie Het plangebied betreft een leegstaande kavel ter plaatse van Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (zie figuur 1.1). Binnen het perceel zijn enkele bomen aanwezig. Oppervlaktewater is afwezig binnen het plangebied. In figuren 1.2 tot en met 1.6 zijn overzichtsfoto’s opgenomen van het plangebied.

Figuur 1.1 Plangebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: ArcGIS). Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 6 van 22

Figuur 1.2. Zuidoostzijde van het plangebied.

Figuur 1.3. Noordoostzijde van het plangebied.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 7 van 22

Figuur 1.4. Noordwestzijde van het plangebied.

Figuur 1.5. Zuidwestzijde van het plangebied.

Voorgenomen ontwikkeling De opdrachtgever is voornemens om ter plaatse van het Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen negen nieuwe gasloze woningen te realiseren (zie figuur 1.6). Voor de ontwikkeling is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. De bouwblokken staan vast, de gevels kunnen nog gewijzigd worden. Naar verwachting worden enkele aanwezige bomen gekapt. De werkzaamheden staan in 2020 gepland.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 8 van 22

Figuur 1.6. Voorgenomen ontwikkeling (bron: KAW, 26-03-2020).

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 9 van 22

2. INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING Het onderzoek heeft bestaan uit het raadplegen van beschikbare bronnen aangevuld met een veldinspectie van het plangebied. Bronnenonderzoek Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Dit bronnenonderzoek heeft bestaan uit het op 1 mei 2020 opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de vijf jaar. Hierin is een overzicht opgevraagd van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van een 500 meter rond het plangebied. Bij het gebruik is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van de gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen kunnen worden gebruikt om de ecologische potenties in te schatten. De voor onderhavig onderzoek van toepassing zijnde soorten staan weergegeven in tabel 2.1. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuurgegevens (verspreidingsatlassen en dergelijke). Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van (provinciale) kaartenviewers nagegaan of het plangebied in/nabij beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en/of het NNN) ligt. Veldinspectie De literatuurgegevens vormen de basis voor het veldbezoek dat overdag op 29 april 2020 (8°C, droog, bewolkt, 1 Bft) is uitgevoerd.

Het plangebied en de directe omgeving is onderzoek door een ecoloog van Eco Reest. Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of in het plangebied en de directe omgeving potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten aanwezig zijn. Toetsing Voor het onderdeel soortenbescherming is op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voornemen bepaald of en zo ja, welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten (H3). Indien sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen. Voor het onderdeel gebiedsbescherming (H4) is ten aanzien van Natura 2000 een voortoets uitgevoerd, waarin is beoordeeld of negatieve effecten op de beschermde waarden (instandhoudingsdoelen) van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en of deze mogelijk significant kunnen zijn. Voor de regels ten aanzien van het NNN is bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en of vervolgonderzoek nodig is. Tabel 2.1. Beschermde soorten binnen 500 meter rond het plangebied. Soort Bescherming Vleermuizen Gewone dwergvleermuis HR IV Gewone grootoorvleermuis Bern II, HR IV Laatvlieger Bern II, HR IV Ruige dwergvleermuis Bern II, HR IV Grondgebonden zoogdieren Eekhoorn Wnb. Art.

3.10 Libellen Groene glazenmaker Bern II, HR IV Vogels Boomklever Bern II, Categorie 5** Boomkruiper Bern II, Categorie 5** Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 10 van 22

Groene specht Huismus Koolmees Spreeuw Zwarte kraai

Bern II, Categorie 5** Categorie 2* Bern II, Categorie 5** Categorie 5** Categorie 5**

* Nesten van vogels die behoren tot categorie 1 tot en met 4 zijn jaarrond beschermd. **Nesten van soorten die vallen onder categorie 5 zijn eveneens jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieve nestlocaties overblijven in de omgeving. Hoewel deze vogelsoorten vaak terugkeren naar de plaats waar zij het voorgaande jaar hebben gebroed, beschikken ze wel over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 11 van 22

3. EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING 3.1

Voorselectie soortgroepen

Vanwege de eigenschappen van het plangebied zijn niet op alle beschermde soortgroepen effecten te verwachten. Aangezien binnen het plangebied oppervlaktewater ontbreekt, is aanwezigheid van vissen en (voortplantingsbiotoop van) amfibieën en libellen op voorhand uitgesloten. Ook zijn er binnen het plangebied geen gebouwen aanwezig, waardoor gebouwbewonende soorten zoals vleermuizen en vogelsoorten (huismus, gierzwaluw) kunnen worden uitgesloten. Door de aanwezigheid van flora in de vorm van bosschage en bomen, worden daarom alleen flora, boombewonende vleermuizen, vogels en ongewervelden die er gebruik van kunnen maken besproken.

3.2

Flora

Binnen het plangebied bestaat het voornamelijk uit algemene cultivar. Er groeit onder andere paardenbloem, buntgras, melkdistel, ooievaarsbek, kruiskruid, ridderzuring, smalle weegbree, gewone braam, akkerkool, klimop, straatgras en viooltjes. Ook zijn er diverse bomen en bosschages zoals katwilgen, haagbeuk, esdoorn, berk, zomereik en beuk. Door de voedselrijke omgeving en onderhoud (maaien en verhardingen) worden geen beschermde vaatplanten binnen het plangebied verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.

Figuur 3.1. Diverse bomen en bosschages binnen het plangebied.

3.3

Broedvogels

Jaarrond beschermde nesten Ter plaatse van het plangebied zijn geen nesten van vogels aangetroffen. Nesten van jaarrond beschermde soorten worden gezien de terreinkenmerken ook niet verwacht. Voor de in de nabijheid

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 12 van 22

bekende categorie 5 soorten (zie tabel 2.1) zijn in de omgeving van het plangebied voldoende alternatieven aanwezig. Tijdens de terreininspectie zijn deze categorie 5 vogelsoorten niet aangetroffen. Vervolgstappen ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Overige broedvogels Binnen het plangebied en in de directe omgeving kunnen diverse niet jaarrond beschermde broedvogels in het aanwezige opgaand groen (bomen en bosschages) nestelen en foerageren. Gezien het beperkte oppervlak en de terreinkenmerken betreft het geen essentieel foerageergebied. In de directe omgeving (tuinen, parken, erven) is echter voldoende beschikbaar alternatief foerageergebied beschikbaar. Nestgelegenheden blijven in voldoende mate aanwezig bij het te behouden opgaand groen.

3.4

Vleermuizen

Verblijfplaatsen In één van de aanwezige katwilgen zijn losliggende schorsdelen aanwezig. Omdat in de nabije omgeving in de vorm van gebouwen meer geschikte verblijflocaties aanwezig zijn voor vleermuizen, wordt niet verwacht dat vleermuizen (zoals de ruige dwergvleermuis) de katwilg in gebruik nemen. De losse schorsdelen van deze katwilg zijn van geringe omvang en bieden weinig gunstige klimatologische omstandigheden. Vliegroute De straten en bosschages in de omgeving vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. Bij de werkzaamheden blijft een deel van de aanwezige bomenreeksen behouden. Gezien de aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving betreft het geen essentiële vliegroutes. Bovendien blijven na de werkzaamheden deze mogelijke vliegroutes behouden. Foerageergebied Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen. Aangezien de werkzaamheden overdag plaatsvinden en de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.

3.5

Grondgebonden zoogdieren

Verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren (zonder provinciale vrijstelling) worden op basis van de habitateisen, de terreinkenmerken en het veldbezoek uitgesloten. In het plangebied zijn geen schuilmogelijkheden aanwezig voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Voor de in de nabijheid bekende eekhoorn (zie tabel 2.1) ontbreken geschikte verblijfplaatsen in de vorm van onder andere geschikte bomen en habitatseisen. Negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden zijn zodoende uitgesloten. Het nemen van vervolgstappen is zodoende niet aan de orde. Wel zijn in het plangebied vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals muizen te verwachten. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Friesland vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 13 van 22

3.6

Overige soorten

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater (in de ruime omgeving) worden vissen en (voortplantingsbiotoop van) amfibieën en libellen uitgesloten (zie ook 3.1). Gelet op de terreinkenmerken en de habitateisen wordt het voorkomen van beschermde reptielen, vlinders en overige ongewervelden ter plaatse van het plangebied uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van de soortgroepen vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn niet aan de orde. Het plangebied biedt wel geschikt landbiotoop voor enkele algemene voorkomende amfibieën, zoals gewone pad en bruine kikker. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van de amfibieën geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Friesland vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 14 van 22

4. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN 4.1

Natura 2000

Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebied betreft De Deelen, op circa negen kilometer afstand (zie figuur 4.1).

Figuur 4.1 Globale ligging plangebied (zwarte marker) ten opzichte van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Bron: AERIUS Calculator).

Mogelijke effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006) kan de categorie woningbouw in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden mogelijk leiden tot: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (licht, geluid, optisch), trillingen en mechanische effecten. Als aanvulling hierop kan ook sprake zijn van verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, beperken eventuele effecten zich tot externe werking. Vanwege de afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden (>9 kilometer), de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties (Cardinaals et al. 2019, Vegte et al. 2014, Broekmeyer et al. 2014 en Krijgsveld et al. 2008) en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten - met uitzondering van stikstofdepositie - op voorhand uitgesloten. Effecten stikstofdepositie Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de aanleg- en/of gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Voor het betreffende plan is met behulp van het rekenmiddel AERIUS Calculator (versie 2019A) berekend of sprake is van (tijdelijke) stikstofdepositie op Natura 2000-gebied(en).

Hieronder zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en de conclusie van de berekeningen beschreven. Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 15 van 22

Uitgangspunten AERIUS-berekeningen Aanlegfase – mobiele werktuigen: - Op dit moment is de uitvoeringswijze nog onduidelijk. De emissie is zodoende afgeleid van de inzetlijst voor een vergelijkbaar bouwproject ten behoeve van 38 woningen (BJZ.nu, 2019). - De emissie afkomstig van de mobiele werktuigen is op basis van de draaiuren-methode (BIJ12, 2020) berekend. Voor de berekening is uitgegaan van inzet van werktuigen met stageklasse IV (bouwjaar ≥ 2014). De bijbehorende deellastfactoren en emissiefactor zijn overgenomen uit het emissiemodel (TNO, 2009). Op basis van deze gegevens betreft de totale emissie afkomstig van de werktuigen 36,72 kg NOx (zie tabel 4.2). Dit betreft een worst case situatie, aangezien voorliggend plan betrekking heeft op negen i.p.v. 38 woningen. - De totale emissie is via eigen specificatie gekoppeld aan een vlakbron, in de categorie mobiele werktuigen - bouw en industrie, op de locatie van het plangebied. Hierbij is een standaardhoogte en spreiding van vier meter aangehouden. Tabel 4.2 Emissie a.g.v. inzet mobiele werktuigen. Draaiuren Belasting Vermogen Emissiefactor Omrekenfactor (jaar) (%) (kW) (g/kWh) (gr-kg) Machine

Emissie (kg NOx/jr)

Graafmachine

114

60%

200

0,3

0,001

4,10

Heistelling

46

50%

200

0,4

0,001

1,84

Kranen

342

50%

450

0,4

0,001

30,78

Totale emissie woningbouw

36,72

Aanlegfase – verkeer: - Voor het transport en bouwpersoneel zijn in de berekening verkeersbewegingen meegenomen. Het aantal verkeersbewegingen is afgeleid van een vergelijkbaar bouwproject (BJZ.nu, 2019) en naar rato (9 i.p.v. 38 woningen) doorgerekend. - Voor het lichte verkeer komt dit neer op vier voertuigen (acht verkeersbewegingen) en voor zowel het middelzware als zware verkeer 1 voertuig (twee verkeersbewegingen) per etmaal. Dit betreft een worst case situatie, aangezien in deze dagelijkse aantallen geen rekening is gehouden met vrije dagen (vakanties, overige vrije dagen en weekend). Daarnaast wordt in vergelijking met het voorbeeldproject in voorliggend geval met prefab onderdelen gewerkt (minder personeelsbewegingen). - De dagelijkse aantallen verkeersbewegingen (zie tabel 4.2) zijn per categorie (licht/middelzwaar/zwaar verkeer) gekoppeld aan een lijnbron in de categorie binnen bebouwde kom. Hierbij zijn de standaardwaarden gehanteerd die AERIUS geeft voor de emissiefactor en uitstoothoogte. - Als rijroute is aangenomen dat het werkverkeer vanaf het plangebied via de Luitzen Wagenaarstraat, Burgemeester Falkenaweg en Oranje Nassaulaan van/naar de A32 rijdt. Vanaf dit punt kan, gezien de verkeersintensiteit (NSL Monitoring) gesteld worden dat het tijdelijke werkverkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld.

Tabel 4.2 Aantal en type verkeersbewegingen als gevolg van de aanlegfase. Type Aantal voertuigen Aantal verkeersbewegingen (per dag) (per dag) Licht verkeer 4 8 Middelzwaar

1

2

Zwaar verkeer

1

2

Gebruiksfase – bebouwing: - De nieuwbouw heeft geen gasaansluiting en wordt voorzien van warmtepompen, waardoor geen sprake is van stikstofemissie als gevolg van de nieuwbouw.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 16 van 22

Gebruiksfase – verkeer: - Voor de toekomstige verkeersgeneratie als gevolg van bewoning is gebruik gemaakt van de kencijfers van het CROW (2018). Op basis van de planinvulling met maximaal negen rijtjeswoningen komt dit neer op dagelijks 70,2 verkeersbewegingen (zie tabel 4.3). Hierbij is uitgegaan van het maximale kengetal voor een tussen/hoek koopwoning. - Het aantal verkeersbewegingen is gekoppeld aan een lijnbron in de categorie wegverkeer - licht verkeer, binnen de bebouwde kom. Hierbij zijn de standaardwaarden gehanteerd die AERIUS geeft voor de emissiefactor en uitstoothoogte. - De lijn is vanaf het plangebied via de Luitzen Wagenaarstraat, Burgemeester Falkenaweg en Oranje Nassaulaan tot de A32 ingetekend. Vanaf dit punt kan, gezien de verkeersintensiteit (NSL Monitoring) gesteld worden dat het verkeer afkomstig uit het plangebied opgaat in het heersende verkeersbeeld. Tabel 4.3 Input type en aantal bebouwing en verkeersgeneratie gebruiksfase. Type Aantal Kengetal (mvt/etm) Verkeersbewegingen (mvt/etm) Rijtjeswoning

9

7,8

70,2

De berekening voor de aanlegfase is, gezien de vroegst mogelijke start, voor het rekenjaar 2020 berekend, waarbij er worst case vanuit is gegaan dat alle werkzaamheden in een jaar worden uitgevoerd. De gebruiksfase is gezien de verwachte oplevering voor het rekenjaar 2021 berekend. Rekenresultaten Uit de AERIUS-berekeningen voor het beschouwde plan komt naar voren dat, zowel in de aanleg- als de gebruiksfase, géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr). De volledige AERIUS-berekeningen van de aanleg- en de gebruiksfase zijn respectievelijk als bijlage 2 en 3 toegevoegd. Conclusie De beoogde nieuwbouw heeft geen negatieve effecten, waaronder stikstofdepositie, op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Het stikstofaspect staat vaststelling van het plan in het kader van de Wet natuurbescherming daarmee niet in de weg. Voor de uitvoering van het plan geldt ten aanzien van het aspect stikstof in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunningplicht.

4.2

Natuurnetwerk Nederland

Ligging plangebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 4.2 is te zien dat het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op twee kilometer afstand. Effectbeoordeling Gezien de ruime afstand (ca. 2 km), de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het tussenliggende bebouwde gebied dat een afschermde werking heeft, is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 17 van 22

Figuur 4.2 Ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van het NNN (groen/blauw) (bron: Natuur overzichtskaart Provincie Fryslân).

4.3

Natuur buiten het NNN

In het Friese ruimtelijk beleid (Provincie Fryslân 2018b) is naast bescherming van natuur binnen het NNN ook aandacht voor bescherming van natuur buiten het NNN, waaronder weidevogelgebied en ganzenfoerageergebied. De gebieden kenmerken zich door de relatieve rust, de grote openheid en weidsheid. Weidevogelgebieden Het plangebied ligt op circa 1,6 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde weidevogelgebieden (Provincie Fryslân 2018b – kaart 7 Weidevogelgebieden). Gezien deze afstand en de ligging temidden van bebouwing is geen sprake van negatieve effecten op de weidevogelgebieden. Er zijn geen vervolgstappen ten aanzien van het provinciale weidevogelbeleid nodig. Ganzenfoerageergebieden In de provincie Friesland zijn ook ganzenfoerageergebieden (2017-2020) aangewezen. Dit zijn stukken land waar ganzen vrij mogen neerstrijken om te rusten en eten. Grondgebruikers kunnen op basis van vrijwilligheid grond beschikbaar stellen om deel te nemen aan deze foerageergebieden. Het plangebied ligt op ruim vijf kilometer afstand van de dichtstbijzijnde ganzenfoerageergebieden (Natuur overzichtskaart Provincie Fryslân). Gezien deze grote afstanden is geen sprake van negatieve effecten op de ganzenfoerageergebieden. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.

4.4

Houtopstanden

In het plangebied staan diverse bomen (beuk, wilg, berk, zomereik, haagbeuk) die gekapt zullen worden om ruimte te maken voor de beoogde nieuwbouw. Er is sprake van beschermde houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming indien: • de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt, en • de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 18 van 22

Het plangebied ligt binnen de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming zoals die door de gemeente Heerenveen is vastgesteld (zie figuur 4.3).

Figuur 4.3 Globale ligging plangebied (blauwe asterisk) binnen de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming van Heerenveen (rood omlijnd) (bron: Gemeente Heerenveen, 2017).

Op basis van de ligging binnen de begrenzing kan geconcludeerd worden dat het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet geldt. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn zodoende niet aan de orde. Wel kunnen vervolgstappen (zoals een omgevingsvergunning) in het kader van het gemeentelijke beleid ten aanzien van kap van bomen aan de orde zijn. Geadviseerd wordt om met het bevoegde gezag (gemeente Heerenveen) te overleggen of vervolgstappen zoals een omgevingsvergunning nodig zijn.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 19 van 22

5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1

Soortenbescherming

Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: -

-

-

Binnen het plangebied worden geen jaarrond beschermde nesten van vogels verwacht. In de directe omgeving van het plangebied kunnen wel algemene vogelsoorten tot broeden komen. Alle in gebruik zijnde nesten zijn beschermd. Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van 1 maart tot 1 september. Dit is afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Binnen het plangebied worden geen verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen verwacht. Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied. Dit betreft echter geen essentieel leefgebied en de ontwikkeling heeft geen negatief effect op de functionaliteit ervan. Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten.

Bij de voorgenomen werkzaamheden, wordt geen overtreding verwacht op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming.

5.2

Gebiedsbescherming

Ten aanzien van gebiedsbescherming wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa negen kilometer afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn indirecte effecten - met uitzondering van stikstofdepositie - op voorhand uitgesloten. Uit de AERIUS-berekeningen voor het beschouwde plan komt naar voren dat, zowel in de aanleg- als de gebruiksfase, géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr). De beoogde nieuwbouw heeft zodoende geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000 zijn niet aan de orde. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en natuur buiten het NNN (weidevogel- en ganzenfoerageergebieden). Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden, de ligging binnen de bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de begrenzing bebouwde kom Wet natuurbescherming, waardoor het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming niet geldt. Vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming zijn niet aan de orde.

Wel kunnen in het kader van het gemeentelijke beleid ten aanzien van kap van bomen vervolgstappen aan de orde zijn.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 20 van 22

5.3

Advies en vervolgstappen

Overige broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Bij uitvoering van de werkzaamheden in het broedseizoen is het van belang om voorafgaand aan de werkzaamheden middels een broedvogelcheck na te gaan of er nesten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden. Bij aanwezigheid dient in overleg een zorgvuldige werkwijze worden afgestemd waarmee verstoring wordt voorkomen dan wel beperkt.

Ook kan verstoring worden voorkomen door werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten of maatregelen te nemen zodat vogels buiten de invloedsfeer geschikt broedgelegenheid zullen zoeken. Houtopstanden Mogelijk zijn in het kader van het gemeentelijke beleid ten aanzien van kap van bomen vervolgstappen aan de orde. Geadviseerd wordt om met het bevoegde gezag (gemeente Heerenveen) te overleggen of vervolgstappen zoals een omgevingsvergunning nodig zijn. Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

5.4

Verantwoording

De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.3 beschreven werkzaamheden. Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 21 van 22

GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur BJZ.nu (2019). AERIUS-berekening 38 woningen Oostergast fase 2D, Zuidhorn. In opdracht van PlegtVos, oktober 2019. Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden Broekmeyer, M.E.A. et al. (2014). Update effectenindicator Natura 2000. Wageningen, Alterra, voorjaar 2014. Broekmeyer, M.E.A. (redactie) (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrapport 1375, oktober 2006. BIJ12 (2020). Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2019A. PAS-bureau, 17-01-2020, versie 0.1. Cardinaals J.T.B., J. Daamen, G.F.J. Smit & H. van Ziel. (2019). Woningbouw en Natura 2000. Vuistregels bij het beoordelen van stikstofdepositie. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-246. Bureau Waardenburg, Culemborg, 20-12-2019. CROW (2018). Toekomstbestendig parkeren – Van parkeerkencijfers naar parkeernormen (381). December 2018. CROW, Ede. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht Gemeente Heerenveen (2017).

Voorlopig ontwerp Begrenzing bebouwde kom wet Natuurbescherming, houtopstanden – gemeente Heerenveen. KAW (2020). Schetsontwerp 9 woningen L. Wagenaarstraat Heerenveen. In opdracht van Plegt-Vos, Assen 200045, 26-03-2020. Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels-Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. 23 december 2008. Provincie Fryslân (2018a). Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017. Provincie Fryslân (2018b). Verordening Romte Fryslân 2014, geconsolideerd (2018-08-08). TNO (2009). Emissiemodel Mobiele Werktuigen gebaseerd op machineverkopen in combinatie met brandstof Afzet. TNO Bouw en ondergrond, november 2009. Vegte, F, van der, J. Bosman & D. Logemann (2014). Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Arcadis, 18 februari 2014.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Pagina 22 van 22

Internet Nationale Databank Flora en Fauna1. Geraadpleegd op 1 april, van https://www.ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/login.zul;jsessionid=8C716E93BFAD02E95123EE90ADD5A698 NSL Monitoring - Intensiteiten wegverkeer. Geraadpleegd op 12 mei 2020, van https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/# Provincie Friesland – vogelrustgebieden. Geraadpleegd op 12 mei 2020, van www.fryslan.frl/beleidsthemas/erecode-vogelrustgebiedenfriese-merengebied-en-alde-feanen_3421 Provincie Friesland - natuur overzichtskaart Friesland. Geraadpleegd op 12 mei 2020, van www.fryslan.frl/home/kaarten_3208/item/natuur- overzichtskaart-indicatief_745.html Rijksoverheid (2020). AERIUS Calculator, versie 2019A. Geraadpleegd op 12 mei 2020, van https://calculator.aerius.nl/calculator/ Ruimtelijkeplannen (2020). Het landelijke portaal voor ruimtelijke plannen. Geraadpleegd op 12 mei 2020, van https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/index Overige websites www.libellennet.nl www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.synbiosis.alterra.nl www.ravon.nl www.vleermuis.net www.vleermuizenindestad.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdierenatlas.nl www.zoogdiervereniging.nl

1

In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE FRIESLAND Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) provincie Friesland Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Bunzing (Mustela putorius) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Hermelijn (Mustela erminea) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Steenmarter (Martes foines) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Wezel (Mustela nivalis) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën

Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus Rana esculenta)

Bron: Provincie Fryslân (2018). Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017 - Bijlage I.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

BIJLAGE 2 AERIUS-BEREKENING AANLEGFASE

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Aanlegfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RcVgKknxjd3G (12 mei 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Plegt-Vos

Luitzen Wagenaarstraat, xx Heerenveen

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Niieuwbouw Luitzen Wagenaarstraat, Heerenveen

RcVgKknxjd3G

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

12 mei 2020, 15:30

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Situatie 1

NOx

40,66 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Aanlegfase

Resultaten

Aanlegfase

RcVgKknxjd3G (12 mei 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Aanlegfase

Emissie Aanlegfase

Bron Sector

Werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Aanlegfase

Emissie NH3

Emissie NOx

-

36,72 kg/j

< 1 kg/j

3,94 kg/j

RcVgKknxjd3G (12 mei 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Aanlegfase

NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW

Werktuigen

Brandstof verbruik (l/j)

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Werktuigen 191389, 551776 36,72 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

4,0

4,0

0,0 NOx

36,72 kg/j

Verkeer 191799, 551630 3,94 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

4,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

1,0 / etmaal NOx NH3

1,24 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

1,0 / etmaal NOx NH3

2,05 kg/j < 1 kg/j

Aanlegfase

RcVgKknxjd3G (12 mei 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Aanlegfase

RcVgKknxjd3G (12 mei 2020) pagina 5/5

BIJLAGE 3 AERIUS-BEREKENING GEBRUIKSFASE

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Luitzen Wagenaarstraat te Heerenveen (kenmerk: 200601)

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RhcHboyZ3v6o (12 mei 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Plegt-Vos

Luitzen Wagenaarstraat, xx Heerenveen

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Niieuwbouw Luitzen Wagenaarstraat, Heerenveen

RhcHboyZ3v6o

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

12 mei 2020, 15:35

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Situatie 1

NOx

10,82 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Gebruiksfase

Resultaten

Gebruiksfase

RhcHboyZ3v6o (12 mei 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Gebruiksfase

Emissie Gebruiksfase

Bron Sector

Verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Gebruiksfase

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

10,82 kg/j

RhcHboyZ3v6o (12 mei 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Gebruiksfase

NOx NH3

Resultaten

Verkeer 191799, 551630 10,82 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

70,2 / etmaal NOx NH3

10,82 kg/j < 1 kg/j

Gebruiksfase

RhcHboyZ3v6o (12 mei 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Gebruiksfase

RhcHboyZ3v6o (12 mei 2020) pagina 5/5

projectnummer 20300596 26 mei 2020

MUG-projectnummer Opdrachtgever

MUG-publicatie Bevoegd gezag

Eigenaar van de vondsten

Depot voor de vondsten

Beheer en plaats documentatie Onderzoekmeldingsnummer Tekst Afbeeldingen Kaartmateriaal Status Redactie Uitgegeven door

Datum ISSN

20300596 Plegt-Vos Postbus 25 9400 AA Assen T: 088 588 60 00 E: noord@plegt-vos.nl 2020-53 Gemeente Heerenveen Postbus 15000 8440 GA Heerenveen T: 14 0513 E: gemeente@heerenveen.nl Provincie Fryslân Postbus 20120 8900 HM Leeuwarden Provinciaal archeoloog T: 058 292 59 25 E: provincie@fryslan.frl Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) Nieuweweg 76 9364 PE Nuis T: 0594 64 40 00 E: nad.nuis@provinciegroningen.nl MUG Ingenieursbureau b.v. 4858521100 (bureauonderzoek); 4858554100 (booronderzoek) T.N. Krol-Karsten & A.G.S. Pleszynski MUG Ingenieursbureau b.v., tenzij anders vermeld T.N. Krol-Karsten, M. Bannink concept M.J.M. De Wit MUG Ingenieursbureau b.v. Postbus 136 9350 AC Leek 26 mei 2020 1875-5313

projectnummer 20300596 26 mei 2020

INHOUDSOPGAVE Samenvatting

1

1

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding voor het onderzoek Ligging van het onderzoeksgebied Ontwikkelingsplannen opdrachtgever Objectgegevens Doel van het onderzoek Provinciaal/gemeentelijk beleid

2 2 3 3 3 3

2

Het bureauonderzoek

4

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

De opzet van het onderzoek Huidige situatie Aardwetenschappelijke situatie Bekende archeologische waarden Historische situatie en bouwhistorische waarden Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

4 4 4 6 9 12

3

Het booronderzoek

13

3.1 3.2 3.3 3.4

Opzet van het booronderzoek Onderzoeksvragen Bodemopbouw Vondstmateriaal

13 13 14 15

4

Conclusie en advies

16

4.1 4.2

Conclusie Advies

16 16

Literatuur en bronnen

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Plannen opdrachtgever Boorpuntenkaart Boorprofielen

18

projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 1 van 18

Samenvatting Advies MUG Ingenieursbureau b.v. adviseert geen vervolgonderzoek uit te voeren op de onderzoekslocatie. Onderzoek Door het ontbreken van een goed ontwikkelde podzol binnen (de hoger gelegen delen van) het onderzoeksgebied en het feit dat alleen in de uiterste, laagst gelegen oostkant van het gebied een dunne laag restveen op de top van het dekzand ligt, is de verwachting op archeologische resten uit de steentijd laag. De kans op het aantreffen van sporen uit de periode van na de veenontginningen wordt eveneens als laag ingeschat. Binnen het onderzoeksgebied liggen, naast verstoringen die te maken hebben met de onlangs gesloopte 20e-eeuwse bebouwing, -minimaal- twee gedempte sloten of waterwegen die uit de 18e en 19e eeuw dateren. Het bevoegd gezag, gemeente Heerenveen, neemt een selectiebesluit op basis van het bovenstaand advies. Het voorliggende onderzoek is met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd. Indien onverhoopt toch archeologische waarden aanwezig blijken te zijn binnen de vrijgegeven gebieden, wijzen wij op de wettelijke meldingsplicht hiervan (artikel 5.10 van de Erfgoedwet) om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij onze minister”.

Deze aangifte dient te gebeuren bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in casu de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (vondstmelding via Archis). De melding kan ook bij de provincie of gemeente gedaan worden (zie colofon voor contactgegevens).

projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 2 van 18

1

Inleiding

1.1

Aanleiding voor het onderzoek Aanleiding tot het hier beschreven archeologische bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen zijn de plannen van Plegt-Vos voor nieuwbouw op de locatie aan Luitzen Wagenaarstraat 34 te Heerenveen. Door deze werkzaamheden worden mogelijk archeologische resten bedreigd. Conform de Erfgoedwet is het onderzoeksgebied eerst onderzocht op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek is uitgevoerd conform de eisen van BRL 4000, protocollen 4002 en 4003.1 Tabel 1.1. Overzicht inzet tijd en personeel

1.2

Onderdeel onderzoek

Naam

Opstellen bureauonderzoek

T.N. Krol-Karsten

Opstellen Plan van Aanpak

T.N. Krol-Karsten

Uitvoering veldwerk

A.G.S. Pleszynski

Uitwerking gegevens

A.G.S. Pleszynski

Projectleiding

C.G. Koopstra

Actor status senior KNA-archeoloog, senior KNA-prospector senior KNA-archeoloog, senior KNA-prospector senior KNA-archeoloog, senior KNA-prospector senior KNA-archeoloog, senior KNA-prospector senior KNA-archeoloog

Datum 12 mei 2020 12 mei 2020 18 mei 2020 25 mei 2020

Ligging van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied ligt aan Luitzen Wagenaarstraat 34 te Heerenveen. Het gebied terrein ligt momenteel braak. De bebouwing die op de topografische kaart is aangegeven is inmiddels gesloopt (zie afbeelding 1). De oppervlakte van het plangebied is circa 2800 m2. De maaiveldhoogte is circa 1,0 m+NAP.

Afbeelding 1.

Topografische kaart, inclusief RD-coördinaten, met hierop aangegeven de onderzoekslocatie (binnen het rode kader) en omgeving (bron: Esri Nederland & Community Maps Contributors)

1 Inzage in BRL4000 zie https://www.sikb.nl/archeologie/richtlijnen/brl-4000

projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 3 van 18

1.3

Ontwikkelingsplannen opdrachtgever De exacte plannen zijn op dit moment nog niet bekend. Waarschijnlijk zullen negen woningen worden gebouwd op de locatie, verdeeld over twee woonblokken. Het schetsontwerp hiervoor is opgenomen als bijlage 1.

1.4

Objectgegevens Tabel 1.2. Algemene gegevens van het onderzoeksgebied Provincie Gemeente Plaats Toponiem Coördinaten

Soort onderzoek Oppervlakte plan- en onderzoeksgebied

1.5

Fryslân Heerenveen Heerenveen Luitzen Wagenaarstraat 34 NW 191.344/551.769 NO 191.407 /551.815 ZO 191.420/551.775 ZW 191.368/551.736 verkennend 2800 m2

Doel van het onderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een specifiek archeologisch verwachtingsmodel voor het onderzoeksgebied. Het doel van het booronderzoek is het verifiëren en eventueel aanvullen van dit opgestelde specifieke archeologische verwachtingsmodel.

1.6

Provinciaal/gemeentelijk beleid Het bevoegd gezag, gemeente Heerenveen, baseert haar archeologiebeleid op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). De FAMKE bevat twee archeologische advieskaarten waarop de archeologische verwachtingswaarden worden weergegeven: één voor de periode steentijd-bronstijd en één voor de periode ijzertijd-middeleeuwen. Daarnaast worden in de FAMKE richtlijnen gegeven over hoe in het geval van bedreiging om moet worden gegaan met het bodemarchief. Op de advieskaart steentijd-bronstijd is voor de onderzoekslocatie aangegeven dat een karterend onderzoek 2 (steentijd) nodig is. Hierbij geldt een vrijstelling tot 2500 m2. Dit onderzoek is gericht op het vaststellen van aan- of afwezigheid van podzolbodems in het onder het veen of klei gelegen dekzand en of er sprake is van een zandrug of zandkoppen in dit dekzand (microreliëf). Mocht dit het geval zijn, dan is vervolgonderzoek nodig met aanvullende boringen. Op de advieskaart ijzertijd-middeleeuwen geldt voor het onderzoeksgebied een advies karterend onderzoek 3 (middeleeuwen), met een vrijstelling voor ingrepen tot 5000 m2. Wegens het advies voor de periode steentijdbronstijd prevaleert hier de vrijstellingsgrens van 2500 m2.

Het karterend onderzoek 3 (middeleeuwen) betekent dat bij het bureauonderzoek de historische gegevens die betrekking hebben op de middeleeuwen en nieuwe tijd een belangrijke rol spelen. Daarnaast dient gelet te worden op de mogelijke aanwezigheid van sporen uit de Romeinse tijd en op vroegmiddeleeuwse ontginningen en kan er sprake zijn van nog onbekende terpen.

projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 4 van 18

2

Het bureauonderzoek

2.1

De opzet van het onderzoek Op basis van bestaande informatie over bekende archeologische, historische en aardkundige waarden, wordt de gespecificeerde, archeologische verwachting voor het onderzoeksgebied opgesteld. Hierin wordt beschreven of er archeologische resten aanwezig kunnen zijn in het onderzoeksgebied en wat de potentiele aard, datering en omvang hiervan is. Daarnaast wordt bekeken of en in welke mate de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied een bedreiging vormen voor het verwachte bodemarchief. Indien er van bedreiging van het bodemarchief sprake is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het vervolgtraject van de plannen rekening kan worden gehouden. Voor inzage in de gehanteerde periode- en tijdsindeling wordt verwezen naar tabel 2.1. Tabel 2.1. Vereenvoudigde archeologische tijdsschaal (bron: Brandt et al. 1992) Periode Oude steentijd of paleolithicum Middensteentijd of -mesolithicum Nieuwe steentijd of neolithicum Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd

2.2

Van 8800 voor Chr. 5300 voor Chr. 2000 voor Chr. 800 voor Chr. 12 voor Chr. 450 na Chr. 1050 na Chr. 1500 na Chr.

Tot 8800 voor Chr. 4900 voor Chr. 2000 voor Chr. 800 voor Chr. 12 voor Chr. 450 na Chr. 1050 na Chr. 1500 na Chr. heden

Huidige situatie Het onderzoeksgebied ligt momenteel braak, die tot voor kort hierop gelegen bebouwing is gesloopt. Er zal sprake zijn van bodemverstoring door deze bebouwing en door de bijbehorende kabels en leidingen. Volgens de KLIC-informatie2 liggen deze kabels en leidingen met name aan de zuid- en westrand van het onderzoeksgebied (zie afbeelding 2). Daarnaast kan veenontginning en daaropvolgend agrarisch gebruik geleid hebben tot bodemverstoring (zie ook paragrafen 2.3 en 2.5). Het booronderzoek moet vaststellen in hoeverre er sprake is van bodemverstoring. In 2008 is een verkennend booronderzoek uitgevoerd, waarbij binnen de onderzoekslocatie één boring is gezet (Bongers 2008; zie paragraaf 2.4). In deze boring is tussen 1,45 en 1,60 m-mv een laag restveen aangeboord. Het onderliggende dekzand was beschermd door dit bovenliggende veen. Dit duidt er dat de bodem in het gebied, in ieder geval buiten de gesloopte bebouwing, relatief intact kan zijn.

2.3

Aardwetenschappelijke situatie De trefkans op archeologie wordt sterk bepaald door het type landschap. Er is altijd een relatie tussen de situering van archeologische vindplaatsen en de mogelijkheden die het landschap voor bewoning en gebruik bood, vaak samenhangend met specifieke landschapselementen. Deze relatie kan verschillen per archeologische periode en per complextype. Aan de hand van de geraadpleegde aardkundige gegevens kunnen uitspraken worden gedaan over de gebruiksmogelijkheden van het landschap door de mens in de verschillende archeologische perioden.

2 KLIC-melding 20G275658

projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 5 van 18

Afbeelding 2. Het onderzoeksgebied (binnen het kader met de paarse streeplijn) met de hierin aanwezige kabels en leidingen (bron: KLIC) Het onderzoeksgebied maakt deel uit van het Friese klei-op-veengebied. In de diepere ondergrond komt dekzand voor, dat tijdens de laatste ijstijd is afgezet. Heerenveen ligt op een dekzandrug. Door het smeltwater was na de laatste ijstijd sprake van vernatting en vond op veel plaatsen veengroei plaats. Grote delen van Friesland maakten toen deel uit van een veenmoeras. Op de paleografische reconstructie van circa 3850 v. Chr. is de dekzandrug van Heerenveen aan weerskanten overgroeid door veen en op de reconstructie van rond 2750 v. Chr. is ook de dekzandrug zelf zo goed als volledig afgedekt (Vos & De Vries 2013). Dat betekent dat de rug in de loop van de neolithicum ongeschikt voor bewoning werd. Vanaf de middeleeuwen werd het veen weer ontgonnen. Dit kan al in de vroege middeleeuwen zijn begonnen, maar geschiedde veelal vanaf de grootschalige aanleg van dijken, vanaf de 10e eeuw.

Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Fryslân betrof het in en rond het onderzoeksgebied om een jonge opstrekkende veenverkaveling, waarbij is ontgonnen vanuit de vaarten en dwarsvaarten.3 Middeleeuwse ontginning kan hier echter ook voorkomen, aangezien het als veenontginningsdorp ontstane Heerenveen uit de late middeleeuwen stamt.4 De ligging van de onderzoekslocatie in een veengebied is terug te zien op de geomorfologische kaart (zie afbeelding 3). Het onderzoeksgebied zelf is op deze kaart niet gekarteerd wegens de ligging binnen de bebouwde kom van Heerenveen. Op basis van de gegevens uit directe omgeving ligt het gebied waarschijnlijk op een ontgonnen veenvlakte (nr. 1 op de afbeelding) of mogelijk op een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (nr. 2). Richting Oranjewoud, in het zuidwesten, loopt de dekzandrug op en dit gebied is op de geomorfologische kaart aangegeven als zandrug (nr. 3) en grondmorenewelving (nr. 4).

3 https://fryslan.maps.arcgis.com 4 https://zoeken.cultureelerfgoed.nl; AMK-nummer 15014

projectnummer 20300596 26 mei 2020 pagina 6 van 18

Afbeelding 3.

Het onderzoeksgebied (binnen het rode kader) op de geomorfologische kaart. 1: code M81, ontgonnen veenvlakte; 2: code M53, vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss; 3: code B53, dekzandrug; 4: code 4 L11, grondmorenewelvingen (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl)

Op de bodemkaart is het onderzoeksgebied eveneens ongekarteerd (zie afbeelding 4). Op basis van de gegevens uit de directe omgeving betreft het onderzoeksgebied een zone met afwisseling van moerige (venige) podzolgronden met moerige bovengrond (nr. 1 op de kaart), moerige eerdgronden met moerige bovengrond op zand (nr. 2) en moerige podzolgronden met een humushoudend zanddek en een moerige tussenlaag (nr. 3). Al deze bodemeenheden passen bij een veenontginningsvlakte, met kans op een podzolbodem in het onderliggende dekzand. Als een podzolprofiel aanwezig is dan is dit mogelijk een indicatie dat het gebied aantrekkelijk was voor bewoning voorafgaand aan de veengroei, omdat het relatief droog gelegen was zodat bodemvorming kon optreden. Op de zandrug ten zuidwesten van de onderzoekslocatie is sprake van veldpodzolen en laarpodzolen, waarbij geen moerige laag is vermeld (nrs. 4 en 5). De ligging van het onderzoeksgebied binnen een veenvlakte en de oplopende dekzandrug richting het zuidwesten weerspiegelen zich ook in het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (zie afbeelding 5). De maaiveldhoogte binnen het onderzoeksgebied is circa 1,0 m+NAP.

2.4

Bekende archeologische waarden Uit Archis, de landelijke database voor archeologie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, blijkt dat het onderzoeksgebied ligt binnen de contour van een eerder uitgevoerd bureau- en booronderzoek (zie afbeelding 6, onderzoeksmelding 2186655100; Bongers 2008).5 Hierbij zijn binnen de hele wijk waar het huidige onderzoeksgebied deel van uitmaakt diverse boringen gezet. Eén boring, boring 74, is binnen het huidige onderzoeksgebied gezet (zie afbeelding 7). De bodemopbouw in de boring bestaat uit een opgebracht zandpakket met hieronder tussen 1,45 m-mv en 1,65 m-mv een laag restveen, die het onderliggende dekzand heeft afgedekt. In het dekzand is (vrijwel) geen bodemvorming herkend. In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn binnen het microreliëf van het dekzand de aanwezigheid van diverse zandkoppen vastgesteld en was in het dekzand deels wel sprake van podzolering. In de daaropvolgende karterende en waarderende boringen zijn echter geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, afgezien van houtskool op de hogere koppen zijn. Omdat het houtskool niet per se door menselijk handelen in het bodemarchief terecht kan zijn gekomen en het niet in combinatie met andere indicatoren is aangetroffen, is geen vervolgonderzoek aanbevolen (Bongers 2008).

5

Archis3 via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, aangevuld met gegevens uit de downloadbare bestanden van Archis2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=7d348c70-bd65-4f42-81cf-8eeb62978702