OGMF - jaarverslag over 2024
Tekst van het document
35.982 1.766 3.424 5.253 46.425
Saldo baten en lasten
-2.595
-3.071
-1.760
-881
-316
Financiële baten en lasten
1.317
1.000
900
800
700
Resultaat
-1.278
-2.071
-860
-81
384
Baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten Totaal baten
Meerjarenbegroitng 2026 2027 45.488 44.824 461 461 1.177 1.174 47.126 46.459
2028 44.525 461 1.123 46.109
Als gevolg van de forse daling van het aantal leerlingen in 2025 tot en met 2027 nemen de rijksbijdragen af. Mede daardoor zou bij ongewijzigd beleid in 2028 een cumulatief tekort van ruim 5 miljoen ontstaan. Met ingang van schooljaar 2025-2026 anticiperen we in de meerjarenbegroting op het terugbrengen van het tekort zodat we in 2027/2028 werken met een sluitende exploitatie op stichtingsniveau. Het eigen vermogen geeft ons de tijd om de bedrijfsvoering in fasen aan te passen aan de lagere inkomsten. 3.2.2 Balans Realisatie 2024
2025
Meerjarenbegroting 2026 2027
Activa Materiële VA Vorderingen Liquide middelen Totaal activa
18.621 2.015 33.488 54.124
18.500 1.500 30.048 50.048
18.500 1.500 29.315 49.315
18.500 1.500 27.066 47.066
18.500 1.500 26.016 46.016
Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schuld Totaal passiva
19.091 19.384 15.649 54.124
15.548 19.500 15.000 50.048
15.815 19.000 14.500 49.315
14.566 18.500 14.000 47.066
13.516 18.500 14.000 46.016
2028
Signaleringwaarde normatief publiek eigen vermogen De inspectie heeft een signaleringswaarde met betrekking tot het eigen vermogen en de reserves ontwikkeld om mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen te kunnen detecteren: het normatief publiek eigen vermogen. Volgens de op de website van de Inspectie gepubliceerde berekeningswijze heeft OGMF per balansdatum een bovenmatig eigen vermogen van € 4,4 miljoen (bron: rekenhulp Inspectie van het onderwijs). Hierbij moet opgemerkt worden dat de hoogte van het eigen vermogen nog enigszins vertekend wordt door vooruit ontvangen NPO-middelen.
28
Bij de berekening is buiten beschouwing gelaten de recente investering in Lyceum/Junior van 8 miljoen aangezien we geen eigen vermogen nodig hebben voor een vervangingsinvestering in de toekomst. Bovendien valt de vergoeding van de gemeente op de balans buiten het rekenmodel zodat alleen al daardoor een verkeerd beeld wordt geschetst. 3.3 Toelichting op de financiële positie De stichting OGMF is financieel gezond. De kengetallen van solvabiliteit en liquiditeit liggen boven de door OCW vastgestelde minimale normen. De voorzieningen op onze balans zijn voldoende hoog om de toekomstige kosten van onder meer het gebouwenonderhoud en de personeelsverplichtingen te kunnen voldoen. Als gevolg van het meerjarig beleid om een sluitende begroting te realiseren passen anticiperen we op de verwachte daling van het aantal leerlingen en nemen we tegelijk een deel af van het eigen vermogen in de jaren tot 2028. Kengetal Liquiditeit Solvabiliteit Weerstandsvermogen
Realisatie 2024 2,14 0,35 0,36
2025 2,00 0,31 0,32
Meerjarenbegroting 2026 2027 2,02 1,93 0,32 0,31 0,34 0,31
2028 1,86 0,29 0,29
3.3.1 Toelichting op kasstromen en financiering In de jaarrekening 2024 is een kasstroomoverzicht opgenomen waarin de geldstromen uit operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten zichtbaar worden. Onze organisatie heeft, conform vastlegging in het treasurystatuut, geen gebruik gemaakt van financiële instrumenten zoals renteswaps of derivaten. 3.3.2 Toelichting op het investeringsbeleid Onze liquiditeitspositie is goed. Mede dankzij de vergoeding van de gemeente voor Kingweg 1 hebben wij ook in 2024 geen externe financiering nodig gehad om onze begrote investeringen uit te kunnen voeren. Op investeringen wordt afgeschreven met vooraf vastgestelde percentages om ook in de toekomst voldoende liquide middelen te hebben voor vervangingsinvesteringen. De economische en technische levensduur wordt daarbij steeds in ogenschouw genomen. In 2024 is 8 miljoen geïnvesteerd in activa in gebouwen en 1,8 miljoen in inventaris en apparatuur. De investering in gebouwen betrof voor 6,2 miljoen de renovatie van Kingweg 1 en de investering in apparatuur zit in ICT-hardware, audiovisuele hulpmiddelen, meubilair en inrichting vaklokalen. Sectorspecifieke regelingen Vanuit de Sterk Techniek Onderwijs-subsidieregeling (STO) is OSG Sevenwolden de penvoerder binnen de regio Heerenveen, Wolvega en Gorredijk.
Hierbinnen is de locatie Kei College de uitvoerende locatie, met een eigen afzonderlijk budget vanuit de begroting behorende bij de planvorming vanuit de regio Sterk techniek Friesland. Na de investeringen in voorzieningen voor de technische opleidingen BWI (Bouwen Wonen & Interieur), PIE (Produceren, Installeren & Energie) en M&T (Mobiliteit & Transport) vanuit de 1e tranche, werd de focus gericht op het enthousiasmeren van (toekomstige) leerlingen voor de technische profielen en het opzetten van projecten in samenwerking met de scholen binnen de eigen STO-regio. Gedurende het jaar 2024 is er in totaal voor ruim € 0,7 miljoen aan kosten gemaakt bij de realisatie van de activiteiten van het activiteitenplan voor de regio. De ingezette lijn binnen het Kei College is in 2024 verder gecontinueerd en geïntensiveerd, mede omdat een aantal grootschalige projecten hun definitieve uitvoering in 2024 hebben gehad.
29
4
Verantwoording van de raad van toezicht
De raad van toezicht richt zich als verantwoordelijke toezichthouder op de belangen van OGMF. De vervulling van de maatschappelijke functie, de beheersing van middelen en de bewaking van de kwaliteit van het onderwijs in relatie tot de daaraan bestede middelen spelen in het toezicht een centrale rol. Daarmee hebben het college van bestuur en de raad van toezicht ieder hun eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot de continuïteit van de organisatie. 4.1 Uitgevoerde wettelijke taken De raad van toezicht heeft zijn wettelijke taken uitgevoerd: de raad heeft erop toegezien dat het college van bestuur volgens de Code Goed Onderwijsbestuur VO zijn taken uitvoerde. De raad van toezicht heeft het jaarverslag met de jaarrekening over 2023 goedgekeurd en heeft vanuit zijn werkgeversrol een voortgangs- en beoordelingsgesprek met de voorzitter van het college van bestuur gevoerd. De inhoud van het toezicht had betrekking op verschillende domeinen: onderwijs & kwaliteit, financiën, HRM en personeel, huisvesting en fraudebeheersing. Over deze domeinen zijn doelstellingen vastgelegd in een meerjarenkoers; tevens is toegezien op de uitvoering van dit beleid. Ook is toezicht gehouden op de doelmatigheid en rechtmatigheid van de besteding van gelden en op de servicegerichtheid van het dienstenbureau.
Op deelonderwerpen was de raad betrokken bij beleidsontwikkeling en -realisatie, onder andere op het gebied van: • de ontwikkeling en realisatie van de statutaire en andere doelstellingen van de onderwijsorganisatie; • de strategie en de risico’s verbonden aan de activiteiten van de onderwijsorganisatie; • de onderwijsinhoudelijke aspecten; • de kwaliteit van het onderwijs; • prognoses van leerlingaantallen en personele en financiële meerjarenramingen; • de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen; • de financiële verslaglegging en de kwaliteit van de administratieve organisatie; • de naleving van wet- en regelgeving; • de verhouding met belanghebbenden; • huisvesting; • het op passende wijze uitvoering geven aan de maatschappelijke doelstelling, met oog voor de regionale en lokale context en de verantwoordelijkheid van de onderwijsorganisatie. De raad van toezicht geeft inhoud aan zijn toezichthoudende taak door: • zorg te dragen voor een goed functionerend college van bestuur door beoordeling en benoeming; • gevraagd en ongevraagd op te treden als adviseur en klankbord voor het college van bestuur; • integraal toezicht te houden op het beleid van het college van bestuur en de algemene gang van zaken; • strategische beslissingen van het college van bestuur goed te keuren; • de kwaliteit van het eigen functioneren te bewaken en te evalueren.
4.2 Taak als werkgever Naast het reguliere agendaoverleg met de voorzitter college van bestuur, fungeert de voorzitter van de raad van toezicht tussentijds als eerste aanspreekpunt voor de voorzitter college van bestuur bij het informeren en bespreken van zaken waarvan de raad van toezicht op de hoogte moet zijn. De voorzitter van de raad van toezicht borgt dat de gehele raad van toezicht vervolgens op de hoogte wordt gesteld en de onderwerpen vervolgens al dan niet geagendeerd worden en breder en in alle rust besproken worden binnen de gehele raad van toezicht. Middels bilaterale overleggen, maar ook door regelmatig telefonisch contact is er steeds een ‘kort lijntje’ tussen het college van bestuur en de voorzitter van de raad van toezicht.
30
4.3 Algemene werkwijze Binnen de raad van toezicht wordt er gewerkt met een drietal commissies: • Auditcommissie de heer P. Ketting en de heer W.R. Zuurbier (tot 1-8-2024) de heer P. Ketting en dhr. A.J. de Vries (1-8-2024 tot 01-12-2024) de heer P. Ketting, dhr. A.J. de Vries en dhr. A. Wessels (01-12-2024 tot 31-12-2024) • Commissie Onderwijs mevrouw M.M. Andreae en mevrouw G. Hutten (tot 01-08-2024) mevrouw M.M. Andreae en mevrouw L. Woldendorp (vanaf 01-08-2024) • Remuneratiecommissie mevrouw M.M. Andreae en de heer A. J. de Vries. De commissies hebben tot doel de werkzaamheden van de raad van toezicht op genoemde beleidsgebieden voor te bereiden en te verdiepen. In 2024 hebben alle hierboven genoemde commissies twee keer formeel vergaderd, met uitzondering van de auditcommissie. Voor deze commissie was het exceptioneel noodzakelijk om in de maanden juni en juli vaker te schakelen met het bestuur om te komen tot een geaccordeerde jaarrekening 2023. In de vergaderingen van de raad van toezicht volgt vervolgens standaard de terugkoppeling vanuit de commissies; hiermee wordt de integrale verantwoordelijkheid van de raad van toezicht onderstreept. De raad van toezicht hanteert het principe van ‘deep democracy’ en zoekt naast het besluit bewust naar verrijkende toevoegingen of onoverkomelijke bezwaren. Zo houdt de raad de focus op ‘wat willen we bereiken’.
Deze aanpak stimuleert dat iedereen gehoord wordt en ieders mening evenveel telt. De raad hecht waarde aan een goed gesprek waarin alle deelnemers gelijkwaardig zijn, hetgeen leidt tot beslissingen waar alle gespreksdeelnemers achter kunnen staan. 4.3.1 Vergaderingen raad van toezicht De raad van toezicht, als geheel, is in 2024 vier keer bij elkaar gekomen voor een reguliere vergadering. Bij iedere vergadering worden relevante voortgangsgegevens met betrekking tot onderwijs, personeel, financiën en huisvesting besproken. Deze gegevens worden schriftelijk aangeleverd door het college van bestuur. De te bespreken documenten zijn voorzien van een gevraagde beslissing en een korte toelichting. Tijdens de vergaderingen van de raad van toezicht kwamen beleidsthema’s aan de orde die vooraf in de agenda-overleggen zijn vastgesteld. In 2024 vonden de vergaderingen plaats op 6 maart, 26 juni, 9 oktober en 11 december.
4.3.2 Besproken onderwerpen Onderstaande onderwerpen zijn aan de orde geweest in de reguliere vergaderingen van de raad van toezicht: visie SHRM; • kansen in regionale en bestuurlijke samenwerking; • vermogenspositie OGMF; • doelmatigheid; • terugkoppelingen auditcommissievergaderingen; • terugkoppelingen vergadering commissie onderwijs; • terugkoppelingen remuneratiecommissie; • aanmeldingen en analyse instroom voor schooljaar 2024-2025; • schoolplan; • schoolgids; • strategische koers; • examenresultaten; • onderwijsresultaten; • kwaliteitszorgsysteem; • jaarplan CvB; • leiderschapsontwikkeling MT;
31
• • • • • • • • • • •
begrotingsproces; terugkoppeling inspectiebezoeken; voortgang herstelopdrachten; voortgangsgesprek voorzitter college van bestuur OGMF; jaarverslag en jaarrekening OGMF 2023 en accountantsrapport; terugkoppelingen locatiebezoeken RvT; huisvesting en IHP; fraudebeleid OGMF; BRIN- structuur en RPO; innovatieagenda; integriteitscode.
4.3.3 Vaststellingen
Aan de hand van de bespreking ter vergadering zijn de volgende zaken vastgesteld: • WNT 2024; • WNT 2025; • profielen nieuw te werven RvT leden; • rooster van aftreden; • jaarplanning RvT; • jaarrekening 2023; • beoordeling voorzitter college van bestuur OGMF; • toezichtvisie, toezichtkader en toetsingskader. 4.3.4 Verleende goedkeuring of instemmingsbesluit
• • • • • •
buitengebruikstelling Buitenbaan 3; benoeming twee nieuwe leden RvT; jaarverslag 2023; begroting 2025; meerjarenbegroting 2025-2028; decharge verlenen aan het bestuur van OGMF voor 2023.
4.3.5 Bezoek aan de schoollocaties In 2024 is de raad van toezicht tweemaal op locatiebezoek geweest. In het najaar op het Kei college en in het voorjaar op het Bornego College, locatie junior. De raad van toezicht sprak tijdens deze bezoeken met leerlingen, medewerkers en de directie. Het programma tijdens deze bezoeken was gevarieerd. 4.3.6 Overleg met de GMR In het jaar 2024 zijn er twee bijeenkomsten met de GMR geweest, beide na afloop van de locatiebezoeken. Deze bijeenkomsten werd voorafgegaan door een overleg tussen de voorzitters van beide gremia. Tijdens deze vooroverleggen wordt, na ophalen input uit beide gremia, de agenda voor het gemeenschappelijke overleg opgesteld. De vergaderingen tussen de GMR en raad van toezicht vinden plaats zonder de aanwezigheid van de voorzitter college van bestuur. 4.4 Commissies Remuneratiecommissie De remuneratiecommissie heeft, vanuit de werkgeversrol van de raad van toezicht, in 2024 een voortgangs- en een beoordelingsgesprek met de voorzitter college van bestuur gevoerd. Deze gesprekken zijn gevoerd overeenkomstig de door de raad van toezicht vastgestelde gespreks- en beoordelingscyclus. De gehele raad van toezicht werd bij beide gesprekken gevraagd om input en na afloop werden zij voorzien in een terugkoppeling ten aanzien van de gevoerde gesprekken.
32
Financiën De auditcommissie heeft de managementletter en de bevindingen met betrekking tot de controle van de jaarrekening 2023 met Van Ree Accountants besproken. De raad van toezicht heeft vervolgens kennisgenomen van de bevindingen van de accountant en heeft in aansluiting op het advies van de auditcommissie goedkeuring gegeven aan de jaarrekening 2023. Toezicht op onderwijskwaliteit Het toezien op de onderwijskwaliteit ziet de raad van toezicht als een van zijn kerntaken. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de commissie onderwijs. Binnen deze commissie spreken de leden van de raad van toezicht niet alleen met de bestuurder, maar ook met de medewerker onderwijskwaliteit. De commissie onderwijs en met haar de raad van toezicht kijkt terug op goede en constructieve bijeenkomsten. Overige bijeenkomsten Naast de reguliere vergaderingen, de overleggen met de GMR, de BOT-sessies (benen-op-tafel) van de raad (deels samen met de bestuurder), de schoolbezoeken en de samenkomsten van de verschillende commissies, is (een delegatie van) de raad van toezicht ook deelgenoot geweest van diverse bijeenkomsten (o.a. de opening verbouwlocatie Bornego, afscheidsbijeenkomst overleden medewerker, kerstmarkt) met medewerkers. 4.5 Evaluatie raad van toezicht Op 24 januari 2024 heeft de zelfevaluatie van de raad van toezicht plaatsgevonden.
Deze zelfevaluatie is gericht op het functioneren van deze raad van toezicht in het eerste jaar en is internbegeleid. Ter voorbereiding op deze zelfevaluatie is met alle raad van toezichtleden en de voorzitter college van bestuur gesproken. Het verslag dat is opgemaakt is gedeeld met alle leden en bevat een aantal aanbevelingen en concrete acties die opgevolgd zullen worden. Onderdeel van deze concrete acties zijn onder andere verankerde aandacht voor toezien op lange termijn doelstellingen en relevante (maatschappelijke) thema’s, waarbij te denken is aan circulariteit, strategisch personeelsbeleid, sociale veiligheid en digitalisering. In april 2025 vindt een extern begeleide zelfevaluatie plaats. 4.5.1 Deskundigheid en netwerken Binnen de raad van toezicht is de deskundigheid voldoende geborgd en voldoet de samenstelling aan het profiel van de raad van toezicht en aan de Governancecode. Door onder andere het bezoeken van scholingsbijeenkomsten en netwerkgesprekken met toezichthouders uit andere organisaties onderhouden zij hun deskundigheid. Daarnaast vergroten zij hun deskundigheid en inzicht door te participeren binnen de commissies van de raad van toezicht van OGMF. 4.5.2 Tegenstrijdige belangen Er zijn bij de raad van toezicht geen meldingen gedaan van transacties waarbij tegenstrijdige belangen spelen.
In zijn toezichthoudende rol ziet de raad erop toe dat de leden van de raad en de voorzitter college van bestuur onafhankelijk zijn. De nevenfuncties zijn geïnventariseerd en zijn op de website van de school in te zien. 4.6 Continuïteit Eén van de RvT leden is vervroegd afgetreden wegens persoonlijke omstandigheden. Van een ander lid liep de 2e benoemingstermijn af. Dat maakt dat er in 2024 2 nieuwe leden tot de RvT zijn toegetreden. Deze leden zijn geworven op basis van een vastgesteld profiel, waarop de GMR, voor vaststelling door de RvT, gevraagd is om gebruik te maken van het adviesrecht. De werving was belegd bij een extern bureau voor werving & selectie en is er openbaar geworven, waarbij naast publicatie in het dagblad, ook social media is ingezet. De benoemingsadviescommissie bestond beide keren uit twee leden van de RvT, de
33
voorzitter van de GMR en het CVB. Er was in beide wervingsprocedures sprake van een unanieme voordracht die is overgenomen in een benoemingsbesluit door de RvT. 4.7 Samenstelling raad van toezicht en rooster van aftreden De raad van toezicht bestond in 2024 uit de onderstaande leden. De vermelding van functies en nevenfuncties is openbaar en wordt up-to-date gehouden op de website van OGMF.
Naam
Rol
Mevrouw M.M. Andreae Voorzitter
Jaar eerste Jaar Herbenoem Aanwezigheid in benoeming aftreden baar 2024 2023-01 2027-01 Ja 4/4 1
Mevrouw G. Hutten
2016-08
Vicevoorzitter
2024-08 2
Nee
2/4
Nee
2/4
De heer W.R. Zuurbier
Lid
2019-08
2024-08
De heer P. Ketting
Vicevoorzitter per 01-08-2024 2023-01
2027-01
Ja
3/4
De heer A.J. de Vries
Lid
2023-01
2027-01
Ja
4/4
Mevrouw L. Woldendorp
Lid
2024-08
2029-08
Ja
2/4
De heer A. Wessels
Lid
2024-12
2029-12
Ja
1/4
NB: Aftredende leden kunnen één keer voor vier jaar worden herbenoemd 1
Er hebben zoals boven beschreven 4 vergaderingen van de Raad van toezicht plaatsgevonden.
2
De heer Zuurbier is wegens persoonlijke omstandigheden voor einde 2e benoemingstermijn afgetreden.
De leden van de raad van toezicht ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding. Deze vergoeding is opgesteld conform de richtlijnen van de Vereniging van toezichthouders in onderwijs en kinderopvang (VTOI). De bruto vergoedingen voor 2024 zijn als volgt: € 11.250 voor de voorzitter en € 7.500 voor de leden. 4.8 Vaststelling Vastgesteld door de raad van toezicht op: 19 maart 2025.
34
5
Jaarrekening 2024
5.1 Balans (na resultaatbestemming; bedragen in euro x 1000)
2024 EUR
2023 EUR
18.621 18.621
12.228 12.228
2.015 33.488 35.503
1.941 36.728 38.669
Vaste activa 1.2
Materiële vaste activa
Vlottende activa 1.5 1.7
Vorderingen Liquide middelen
54.124
50.897
Eigen vermogen 2.1
Eigen vermogen
19.091
20.368
Vreemd vermogen 2.2
Voorzieningen
19.384
16.154
2.4
Kortlopende schulden
15.649
14.375
54.124
50.897
In 2024 is geïnvesteerd in activa in gebouwen en inventaris en apparatuur. De hogere boekwaarde van de materiële vaste activa komt grotendeels voor rekening van de activering van de verbouwing van de locaties Kingweg 1. De hoeveelheid liquide middelen was eind 2024 lager ten opzichte van 2023. De belangrijkste reden hiervoor zijn de hoge uitgaven aan de verbouwing van Kingweg. De toename van de voorzieningen is veroorzaakt door een extra personele voorziening voor transitievergoedingen en een extra dotatie in verband met indexering van het prijspeil in de voorziening groot onderhoud. Zie voor een specificatie van de verschillen de toelichting in paragraaf 5.5.
35
5.2
Staat van baten en lasten
(bedragen in euro’s x 1000)
3.1 3.2 3.5
2024 realisatie
2024 begroting
2023 realisatie
48.377 2.240 1.759 52.376
46.310 1.460 696 48.466
49.146 2.003 1.018 52.167
Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten
41.395 1.560 5.550 6.467 54.971
40.053 1.808 3.270 5.399 50.530
38.385 1.846 2.099 7.128 49.458
Saldo baten en lasten
-2.595
-2.064
2.709
Financiële baten en lasten
1.317
288
1.048
Netto resultaat
-1.277
-1.776
3.758
Baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten Totaal baten Lasten
4.1 4.2 4.3 4.4
5.
Het saldo baten en lasten is met 1,3 miljoen negatief vrijwel gelijk aan de begroting. Als gevolg van de loon- en prijsbijstelling in verband met de cao 2023-2024 zijn de rijksbijdragen aangepast met 5,68%. In de begroting voor 2024 was hier al voor 4,43% rekening mee gehouden. Per saldo komen de rijksbijdragen lager uit dan in 2023 door het wegvallen van een aantal incidentele subsidies in 2024. De overige overheidsbijdragen zijn hoger door een vorderingen op het UWV en op de gemeente Heerenveen. De overige baten zijn hoger door incidentele baten en door hogere baten in verband met detachering. Het effect van de cao 2023-2024 op de loonkosten was geheel in de begroting verwerkt. De hogere personele lasten zijn grotendeels veroorzaakt door extra overige personele lasten. Bij de huisvestingslasten zijn de kosten voor groot onderhoud hoger door per saldo een extra dotatie aan de voorziening. De overige instellingslasten vielen hoger uit dan begroot door diverse overige lasten. In 2023 waren er hogere lasten in verband met de fusie. Zie voor een toelichting de specificatie in paragraaf 5.7.
36
5.3
Kasstroomoverzicht
(bedragen in euro’s x1000) 2024
2023
Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten gecorrigeerd voor: Afschrijvingen en afwaarderingen via staat baten&lasten Mutatie voorzieningen
2.5951.560
2.737
3.230 4.790
1.846 2.571 4.417
Vorderingen Schulden
741.274 1.200
401 4.1883.787-
Ontvangen interest Betaalde interest
1.317 1.317
1.048 1.048
Veranderingen in vlottende middelen
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
7.308
1.678
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa Overige mutaties Investeringen in financiële vaste activa
Totaal kassstroom uit inv. activiteiten
10.375180 2.241
4.108
7.953-
4.108 7.953-
4.108
3.240-
8.523
Kasstroom uit financieringsactiviteiten Nieuw opgenomen leningen Aflossing langlopende schulden Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie liquide middelen
37
5.4 Grondslagen voor de jaarrekening De Stichting Onderwijsgroep Midden-Friesland bestaat per 1 januari 2023 uit de voormalige stichtingen Sevenwolden, Bornego en Huisvesting Joure. Met ingang van die datum zijn de waarderingsgrondslagen van toepassing. Toegepaste standaarden De jaarrekening is opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is bepaald dat de bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn en met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. Continuïteit Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling De in de jaarrekening 2024 genoemde bedragen zijn, tenzij anders vermeld, opgenomen in euro’s. Voor zover niet anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de organisatie zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Sevenwolden waardeert de activa tegen de historische verkrijgingsprijs.
Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen, en de omvang van het bedrag daarvan redelijk betrouwbaar kan worden vastgesteld. Als een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, dan wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde. Consolidatie Volgens RJ 660-506 hoeven in de geconsolideerde jaarrekening geen gegevens te worden opgenomen van partijen van wie de gezamenlijke betekenis te verwaarlozen is voor het geheel (art. 2:407 lid BW). Er zijn geen partijen aanwezig die geconsolideerd behoeven te worden of waar ook vrijstelling voor geldt. Gebruik van schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten.
De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting
38
wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Alleen bij de voorzieningen wordt gebruik gemaakt van schattingen. Financiële instrumenten Financiële instrumenten omvatten vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden. Sevenwolden maakt geen gebruik van afgeleide instrumenten (derivaten). Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn. De reële waarde van beursgenoteerde financiële instrumenten wordt bepaald aan de hand van de biedprijs. Vorderingen Vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. De voorziening wordt bepaald op basis van voornamelijk individuele beoordeling van de inbaarheid van de vorderingen.
Kortlopende schulden Kortlopende schulden en overlopende passiva worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. Schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar worden aangeduid als kortlopend. Schulden worden niet gesaldeerd met activa. Overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen (waaronder geoormerkte bijdragen) en nog te betalen bedragen ter zake van lasten die aan een verstreken periode zijn toegerekend. Van bedragen die voor meerdere jaren beschikbaar zijn gesteld, wordt het nog niet bestede gedeelte op deze post aangehouden. Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten geschiedt naar rato van de besteding. Materiële vaste activa De gebouwen en terreinen, inventaris en apparatuur, andere vaste bedrijfsmiddelen, materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa, worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen eventuele bijzondere waardeverminderingen. Afschrijvingen De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur. Op terreinen, materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven.
39
In het algemeen worden hierbij de volgende afschrijvingspercentages gehanteerd: • • • • • • • • •
Computers, hardware Audiovisuele hulpmiddelen Huishoudelijke apparatuur Schoolmeubilair Inrichting vaklokalen Kantoormeubilair Overige inventaris Gebouwen/verbouwingen Terreinen
(3-7 jaar) (4-20jaar) (7-15 jaar) (3-20 jaar) (2-20 jaar) (10-20 jaar) (3-20 jaar) (2-40 jaar) (0-10 jaar)
Op grond van de economische- en/of technische levensduur van een activum kan het afschrijvingspercentage van een activum afwijken de hierboven genoemde percentages. Bijzondere waardeverminderingen Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Wanneer de boekwaarde van een actief of een kasstroom genererende eenheid hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief geschat. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen wordt onder andere de algemene reserve gepresenteerd. De algemene reserve staat ter vrije beschikking van het bestuur. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves fusie, onderwijsontwikkeling, werkdrukverlichting en NPO gelden en verder een private reserve ouderbijdragen.
Conform de jaarverslaggevingsvoorschriften van OCW, is het exploitatieresultaat over 2024 al in de stand per 31-12-2024 verwerkt. De in de jaarrekening gepresenteerde balans is daarom na resultaatverdeling. Een nadere uiteenzetting van de reserves is opgenomen in de toelichting op de balans. Reserves worden gevormd conform de door het bestuur daartoe genomen besluit dan wel op grond van ministeriële regelgeving of adviezen. Voorzieningen Onder de voorzieningen worden de onderhoudsvoorzieningen, personele voorzieningen en de reorganisatievoorziening gepresenteerd. Tenzij anders aangegeven worden de voorzieningen opgenomen tegen de nominale waarde. Toevoegingen aan voorzieningen vinden plaats ten laste van de staat van baten en lasten. Uitgaven vinden rechtstreeks plaats ten laste van de voorzieningen. Een voorziening in verband met verplichtingen als bedoeld in artikel 2:374 lid 1, eerste volzin BW wordt uitsluitend opgenomen indien op de balansdatum aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: • de rechtspersoon heeft een verplichting (in rechte afdwingbaar of feitelijk); • het is waarschijnlijk dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is, en • er kan een redelijk betrouwbare schatting worden gemaakt van de omvang van de verplichting.
40
Op grond van bovenstaande zijn in de afgelopen jaren (egalisatie)voorzieningen getroffen voor: • Onderhoud gebouwen; • Spaarverlof; • Jubilea; • Wachtgeldverplichtingen; • Langdurig zieken; • Transitievergoedingen; • Duurzame inzetbaarheid LPB; Met ingang van 1 januari 2023 hanteert OGMF de componentenmethode voor de waardering van de voorziening groot onderhoud. Voor een aantal panden is met het oog op de resterende kortere gebruikstermijn in de meerjarige onderhoudsplanning een stopjaar ingevoerd. De voorziening wordt periodiek geïndexeerd op basis van de CBS-index voor de ontwikkeling van de bouwkosten. Voorziening Spaarverlof De voorziening Spaarverlof is gevormd voor personeelsleden die gedurende 4 of meer schooljaren 60 klokuren per jaar hebben gespaard en dit in een aaneengesloten periode gaan opnemen. De waardering van de voorziening wordt bepaald op basis van de gemiddelde personele last. Voorziening Jubilea Jubilea worden toegerekend aan de periode waarin de rechten daarvoor worden opgebouwd. Opbouw van deze voorziening vindt plaats op basis van een bedrag per medewerker. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd naar rato van de cao-stijging. Voorziening wachtgeldverplichtingen en langdurig zieken Sinds de afschaffing van het Participatiefonds per 1 januari 2007 zijn scholen deels eigen risicodrager voor wachtgelduitgaven.
Van de wachtgelduitgaven wordt 75% verevend tussen de scholen; dit deel wordt begroot en verrekend in de exploitatie. Voor de overige 25% dragen scholen volledig eigen risico. Wij berekenen voor de betrokken werknemers het wettelijk en bovenwettelijk deel. De waardering van de voorziening wordt bepaald op basis van de individuele situatie per medewerker en correspondentie met het UWV en WW-plus. Voorziening langdurig zieken Vanaf 2018 is de voorziening voor langdurig zieken toegevoegd voor de situatie dat de werknemer op balansdatum boekjaar ziek was én dat de verwachting is dat de betreffende werknemer niet meer in actieve dienst zal terugkeren. De voorziening wordt gevormd op basis van de principes van een ‘verlieslatend contract’; er is namelijk een dienstverband, waarbij de werkgever wel zal moeten blijven betalen maar daar tegenover geen arbeidsprestatie krijgt geleverd. De grondslag voor dit onderdeel van de voorziening is een twee jaarlonen, éénmaal 100% en éénmaal 70%. De loonkosten van medewerkers die langdurig ziek zijn worden opgenomen in een voorziening. In de voorziening wordt opgenomen de loonkosten van week 53 t/m week 104, op basis van schatting dat de medewerker niet werkzaam kan zijn voor de organisatie. In de loonlast is rekening gehouden met de loonkorting en de wettelijke transitievergoeding die voldaan wordt bij uitdiensttreding.
41
Voorziening transitiekosten De transitiekosten in verband met de langdurig zieke medewerkers wordt opgenomen in een aparte voorziening. Deze transitievergoeding is opgenomen als vordering op de balans in verband met de compensatie van het UWV. Tenslotte nemen wij een bedrag op voor uit te keren transitievergoedingen die in verwacht worden op basis van in het verslagjaar afgesloten tijdelijke arbeidscontracten en vaststellingsovereenkomsten. Voorziening Duurzame inzetbaarheid LPB Bij de totstandkoming van de nieuwe cao per 1-8-2014 kunnen werknemers hun uren in het kader van leeftijdsbewust personeelsbeleid (LBP) sparen. OGMF treft een voorziening voor de nog niet ingezette LBP-uren. De waardering van de voorziening wordt bepaald op basis van een gemiddeld uurloon dat is afgeleid van de gemiddelde personeelslast (GPL). Jaarlijks wordt dit aangepast naar rato van de ontwikkeling in de CAO met betrekking tot de brutolonen. De voorziening wordt bepaald op basis van gegevens uit Zermelo. De registratie van de inleg en de opname van de uren in Zermelo gebeurt per schooljaar. De schooljaren worden naar rato toegedeeld aan een kalenderjaar. De registratie van de uren voorziet niet in een momentopname per balansdatum in het verslagjaar.
Personeelsbeloningen/pensioenen Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies. Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers, indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van additionele verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere (expliciete of impliciete) toezeggingen aan de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen.
Voor een op balansdatum bestaand overschot bij het pensioenfonds wordt een vordering opgenomen als de onderneming de beschikkingsmacht heeft over dit overschot, het waarschijnlijk is dat het overschot naar de onderneming zal toevloeien en de vordering betrouwbaar kan worden vastgesteld. Opbrengstverantwoording De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet-geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben, volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum, worden verantwoord onder de overlopende passiva. Geoormerkte OCW-
42
subsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet-bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet-bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum. Overige baten Overige baten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt wanneer het bedrag van de bate op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning van de te ontvangen vergoeding waarschijnlijk is, de mate waarin de dienstverlening/levering op balansdatum is verricht, betrouwbaar kan worden bepaald en de reeds gemaakte kosten en de kosten die (mogelijk) nog moeten worden gemaakt om de dienst/levering te voltooien op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode.
5.5
Toelichting op de onderscheiden posten van de balans
ACTIVA Materiële vaste activa Cumulatieve Cumulatieve Boekwaarde Investering Desinvestering Desinvestering aanschafwaarde afschrijving aanschaf afschrijving ultimo 2023 ultimo 2023 ultimo 2023 2024 2024 2024 1.2.1 Gebouwen Verbouwing Kingweg 1.2.2 Inventaris en apparatuur Vervoermiddel Totaal
10.887.211 2.241.499
4.577.401
6.309.810 2.241.499
8.520.409
20.173.897
16.511.082
3.662.815
1.854.353
22.894
9.395
13.499
33.325.501
21.097.878
Overige Afschrijving Cumulatieve Cumulatieve Boekwaarde mutaties aanschafwaarde afschrijviing 2024 2024 ultimo 2024 ultimo 2024 ultimo 2024
510.275
19.407.620
5.087.676
14.319.944
1.048.198
20.786.548
16.497.761
4.288.786
1.494
22.894
10.889
12.005
1.559.967
40.217.061
21.596.327
18.620.735
-2.241.499
12.227.623 10.374.761
1.241.702
1.241.702
1.061.519
1.061.519 -2.241.499
In het kader van de renovatie/vernieuwbouw van de locatie Kingweg1 is 460K geïnvesteerd in de herinrichting van de parkeerplaatsen en de fietsenstallingen tussen Lyceum en Junior. In de school is 8 miljoen geïnvesteerd in bouwkundige aanpassingen, installaties en infrastructuur. Overige investeringen in gebouwen betreffen kleine aanpassingen in overige locaties. De investeringen in inventaris en apparatuur betreffen 0,2 miljoen voor hardware, 0,2 voor audiovisuele middelen, 0,6 miljoen voor schoolmeubilair, 0,6 miljoen voor inrichting vaklokalen en 0,3 miljoen voor overige investeringen.
43
Vorderingen
1.5.1
31-12-2024
31-12-2023
Debiteuren St. Samenwerkingsverband VO ZO Friesland Voorziening oninbaarheid
440.692 66.667 -2.542
336.433
Nog te ontvangen bijdragen ouders en leden
-1.390
-550
1.117.210
56.173
394.199
1.581.244
2.014.836
1.940.714
Overige vorderingen
1.5.6
Diverse overlopende activa Totaal
-32.586
Onder de overige vorderingen zijn opgenomen 0,3 miljoen aan nog te ontvangen rente over 2024. Daarnaast zijn twee vorderingen opgenomen: 0,27 miljoen in verband met van het UWV terug te ontvangen transitievergoedingen en 0,49 miljoen nog te ontvangen vergoeding van de gemeente Heerenveen voor de tijdelijke huisvestingskosten Beugel. Op de diverse overlopende activa in 2023 stond een vordering op OCW in verband met de korting op de bekostiging die was opgelegd naar aanleiding van het opheffen van het brinnummer 05AC. Deze vordering is vervallen nadat in 2024 de korting door OCW is ingetrokken en de resterende bekostiging is uitbetaald. Liquide middelen
31-12-2024 1.7.2 Tegoeden op bank- en spaarrekeningen 1.7.1 Kasmiddelen Totaal
31-12-2023
33.485.541
36.723.452
2.723
4.782
33.488.264
36.728.235
PASSIVA Eigen vermogen
2.2.1 2.1.2 2.1.2 2.1.2 2.1.2 2.1.2 2.1.3 Totaal
Algemene reserve Bestemmingsreserve spaarbapo Bestemmingsreserve onderwijsontwikkeling Bestemmingsreserve NPO gelden Bestemmingsreserve werkdrukverlichting Bestemmingsreserve fusie Bestemmingsreserve gebouwen Private reserve ouderbijdragen Bestemmingsreserve boeken privaat
Saldo 31-12-2023 12.692.099 2.650.000 4.435.300 68.000 523.000 20.368.399
Bestemming resultaat 5.366.988 1.618.0004.435.30068.000523.0001.277.312-
Overige mutaties 0
0
Saldo 31-12-2024 18.059.087 1.032.000 19.091.087
44
De bestemmingsreserves gebouwen, ouderbijdragen en boeken privaat zijn onder andere bij de consolidatie van de jaarrekeningen Sevenwolden en Bornego in het kader van de fusie separaat opgenomen. Aangezien er momenteel geen specifiek bestemmingsdoel meer is vallen deze reserves vrij in de algemene reserve. Voorzieningen Saldo 31-12-2023
Dotatie 2024
Onttrekking 2024
Vrijval 2024
Onderhoud 2.2.3 Groot onderhoud
11.114.816
3.066.428
326.027-
883.477-
Personeel 2.2.1 Spaarverlof 2.2.1 Jubilea 2.2.1 WW-verplichting 2.2.1 Langdurig zieken 2.2.1 Transitievergoeding 2.2.1 Voorz. Duurz Inzetbaarheid (LBP)
36.731 526.783 537.055 520.865 35.000 3.382.573
5.178 39.799 160.577 401.861 1.301.246
36.452216.068-
Overig 2.2.1 Overige voorziening Totaal voorzieningen
282.565-
-
-
-
16.153.823
4.975.089
861.112-
883.477-
Saldo Onderverdeling saldo 31-12-2024 31-12-2024 < 1 jaar > 1 jaar
12.971.740
1.416.000
11.555.740
41.909 530.130 320.987 681.442 436.861 4.401.253
40.000 103.000 513.000 244.000 200.000
41.909 490.130 217.987 168.442 192.861 4.201.253
-
-
-
19.384.322
2.516.000
16.868.322
In de dotatie groot onderhoud is 2,2 miljoen opgenomen voor een inflatiecorrectie met 25% op de opgenomen prijzen in de meerjarige onderhoudsplanning. De opgenomen bedragen waren nog van het prijspeil uit 2020. Door de inflatiecorrectie voorkomen we dat de werkelijke kosten de komende jaren uitkomen boven de begrote kosten. Het in 2024 na de verbouwing opgeleverde object Kingweg 1 is ultimo 2024 opgenomen voor het huidige prijspeil. Dit object is daarom niet meegenomen in de inflatiecorrectie. In verband met een aanpassing van het beoogde onderhoudsniveau door de leegstand van het object Beugel is een vrijval van 883K opgenomen. Kortlopende schulden
2.4.3 2.4.3 2.4.7 2.4.7 2.4.8 2.4.9 2.4.9 2.4.9 2.4.9 2.4.9 2.4.9 2.4.10 2.4.10 2.4.10 2.4.10 2.4.10 2.4.12
Crediteuren Crediteuren: verbonden partijen Belastingen en sociale verzekeringen Af te dragen BTW Schulden inzake pensioenen Bindingstoelage Personeelsfonds Netto salarissen Overige subsidies Overige overlopende passiva Rekening courant Bornego college Vooruitgefactureerde ouderbijdragen Vakantiegeld Verlofdagen Subsidies OCW geoormerkt Subsidies OCW niet geoormerkt Overige kortlopende schulden Totaal
31-12-2024 31-12-2023 2.030.010 1.446.915 0 0 1.749.427 1.540.274 20.205 113.450 495.168 454.132 126.141 124.964 0 0 6.414 9.976 7.931.155 7.023.801 0 125.540 0 0 0 0 1.244.217 1.170.806 109.757 206.078 992.330 1.785.707 46.016 46.017 898.156 327.488 15.648.996 14.375.147
In de overige subsidies is de bijdrage opgenomen van 7 miljoen van de gemeente Heerenveen voor de verbouwing van Kingweg 1. Deze post neemt jaarlijks af naar rato van de afschrijvingen.
45
Model G Verantwoording niet geoormerkte en geoormerkte subsidies OCW
G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
Omschrijving
De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond
Toewijzing Kenmerk
Datum
Status
Lerarenbeurs Lerarenbeurs Lerarenbeurs Lerarenbeurs Lerarenbeurs Lerarenbeurs Lerarenbeurs Lerarenbeurs Lerarenbeurs
1277628-1 1277628-1 1279726-1 1350222-1 1350381-1 1414585-1 1414860-1 1416765-1 1445311-1
22-08-2022 Ja 22-08-2022 Ja 20-09-2022 Ja 22-08-2023 Ja 22-08-2023 Ja 20-08-2024 Onderhanden 20-08-2024 Onderhanden Ja Ja
Heterogene brugklassen (BB) Heterogene brugklassen (KEI) Heterogene brugklassen (Junior)
SHB210428 SHB210441 SHB210506
08-02-2022 Ja 08-02-2022 Nee 08-02-2022 Onderhanden
Onnodig zittenblijven Onnodig zittenblijven
VOZ22015 VOZ22018
27-05-2022 Ja 27-05-2022 Nee
Verbetering basisvaardigheden 2023 (KEI) Verbetering basisvaardigheden 2022 (KEI) Verbetering basisvaardigheden 2023 (Lyceum) Verbetering basisvaardigheden 2024 (Grou)
VBV23-VO-3195 VBV22-VO-1165 VBV23-VO-2233 VBV24-VO-3679
31-05-2023 Onderhanden 11-11-2022 ja 31-05-2023 Onderhanden Onderhanden
Subsidie Praktijkgerichte havo (Lyceum) Subsidie Praktijkgerichte havo (FS)
PHAVO23057 PHAVO23032
15-08-2023 Nee 15-08-2023 Onderhanden
Regeling school en ontwikkeling (doorgroeiers)
RSOD22031
05-dec-22 Ja
Pilot GL/TL Zij-instroom (BB) Zij-instroom Brugfunctionaris PGTL
GLTL22PO12 100011198-1 100018086-1 BRF-242722 PGTL240371
09-jun-22 ja 19-dec-23 ja Onderhanden 13-feb-24 Onderhanden 04-jul-24 Onderhanden
ONDERHANDEN =
DE SUBSIDIE LOOPT NOG CONFORM DE SUBSIDIEVERPLICHTINGEN
JA =
DE SUBSIDIE IS AFGEROND CONFORM SUBSIDIEVERPLICHTINGEN
NEE =
DE SUBSIDIE IS AFGEROND IN STRIJD MET DE SUBSIDIEVERPLICHTINGEN
G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar
Omschrijving
Toewijzing Kenmerk
Sterk techniekonderwijs Sterk techniekonderwijs Pilot GL/TL
STO19032 STO19032 GLTL20253
Totale subsidiabele kosten t/m Saldo per Ontvangen vorig 1 januari in verslagjaar verslagjaar verslagjaar
Subsidiabele kosten in verslagjaar
Te verrekenen per 31 december verslagjaar
Bedrag van de toewijzing
Ontvangen t/m vorig verslagjaar
3.330.002 832.501 162.000
3.330.002 0 139.320
2.544.829 0 136.055
785.173 0 3.265
0 832.501 22.680
722.692 832.501 25.945
62.481 0 0
4.324.503
3.469.322
2.680.884
788.438
855.181
1.581.138
62.481
Datum 01-07-2019 22-05-2024 30-11-2020 Totaal:
46
G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar
Omschrijving
Toewijzing Kenmerk
Incidentele middelen leerlingdaling
IML21039
Bedrag van de toewijzing
Totale subsidiabele kosten t/m Saldo per Ontvangen vorig 1 januari in verslagjaar verslagjaar verslagjaar
Subsidiabele kosten in verslagjaar
Saldo per 31 december verslagjaar
Datum 31-08-2021 Totaal:
5.6
Ontvangen t/m vorig verslagjaar
681.150
408.690
157.846
250.844
136.230
43.467
343.607
681.150
408.690
157.846
250.844
136.230
43.467
343.607
Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
OGMF kent de onderstaande langlopende verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen. Bedrijf PTH audiovisuele middelen Van Dijk Educatie B.V., schoolboeken Konica Minolta, kopieermachines Felton, Wifi Hardware ICT Buyitdirect, Infotheek en SwitchIT Amac - Apple apparatuur Heijmans, onderhoud E&W EromesMarko, Heutink en Gispen - school- en kantoormeubilair Heutink onderwijs leermiddelen en materialen Lindhorst - advisering vastgoed en MJOP EW - schoonmaak
Bedrag per jaar Looptijd PM 2014-2028 € 1.250.000 2023-2026 PM 2024-2029 PM 2022-2026 PM 2019-2023 PM 2024-2028 PM 2019-2025 PM 2020-2024 PM 2023-2024 PM 2023-2027 € 600.000 2023-2025
Vordering op het ministerie van OCW In 2006 is de lumpsum omgezet van schooljaar naar kalenderjaar. Hierdoor is er een vordering op het ministerie van OCW ontstaan. De omvang van deze vordering wordt bepaald door de op balansdatum bestaande schuld aan personeel inzake t/m december opgebouwde vakantiegelden, nog te betalen pensioenpremies en loonheffingen over december, met een maximum van 7,5% van de personele bekostiging. Op de balansdatum is de volgende schuld opgenomen: Vakantiegeld (inclusief sociale lasten) Pensioenpremies Loonheffing Totaal
€ 678.000,€ 300.000,€ 907.000,€ 1.885.000,-
De vordering is maximaal 7,5% van € 22.629.000,- is € 1.697.000,-. De vordering zal niet eerder kunnen worden geïnd dan op het moment dat de school wordt opgeheven. Cofinanciering Sterk Techniek Onderwijs (STO) OGMF participeert in het project Sterk Techniek Onderwijs (STO) regio Heerenveen e.o. Hieraan is op 1 juli 2019 door OCW een subsidie toegekend van € 3,33 miljoen over een periode van 4 jaren. In 2024 is een aanvullende subsidie toegekend van 0,8 miljoen. Aan de toekenning van deze subsidie is een voorwaarde van cofinanciering gekoppeld van 7,5%, wat uitkomt op een bedrag van ruim 312K.
47
Ultimo 2024 is 315.000 euro cofinanciering verantwoord, waarmee aan de voorwaarde voor cofinanciering is voldaan.
5.7
Toelichting op de onderscheiden posten van de staat van baten en lasten
BATEN Rijksbijdrage OCW
3.1.1 3.1.2
Rijksbijdragen OCW Overige subsidies OCW Totaal
2024 exploitatie
2024 begroting
2023 exploitatie
44.212.506 4.164.460 48.376.966
43.632.000 2.678.396 46.310.396
43.320.437 5.825.366 49.145.802
2024 exploitatie
2024 begroting
2023 exploitatie
1.470.717 2.693.743
643.750 2.034.646
4.164.460
2.678.396
914.755 4.905.136 5.475 5.825.366
Overige subsidies OCW
Geoormerkte subsidies OVW Niet geoormerkte subsidies OCW Investeringssubsidie OCW Totaal
De niet geoormerkte subsidies zijn lager omdat de laatste termijn van de middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs in 2023 is uitbetaald. Overige overheidsbijdragen
3.2.1 3.2.2 3.2.2
Overige gemeentelijke bijdragen Bijdrage samenwerkingsverband Overige overheidsbijdragen Totaal
2024 exploitatie
2024 begroting
2023 exploitatie
716.459 1.056.241 467.524 2.240.224
150.000 1.175.000 135.000 1.460.000
119.685 1.440.203 443.474 2.003.362
Onder de gemeentelijke bijdragen is de vordering opgenomen voor 0,49 miljoen op de gemeente Heerenveen in verband met de vergoeding van de tijdelijke huisvesting Beugel. Onder de overige overheidsbijdragen staat de vordering voor 0,27 miljoen op het UWV voor de vergoeding van de transitiekosten voor langdurig zieke medewerkers.
48
Overige baten
2024 exploitatie
2024 begroting
2023 exploitatie
81.576 736.141 170.757 374.738 395.890 1.759.101
35.000 135.000 89.859 433.656 2.180 695.695
40.974 449.959 44.008 358.140 125.103 1.018.183
2024 exploitatie
2024 begroting
2023 exploitatie
4.1.1.a Brutoloon 4.1.1.b Sociale premies 4.1.1.c Pensioenpremies Totale Loonkosten
28.207.199 4.156.519 4.125.667 36.489.384
28.374.067 3.705.760 3.715.818 35.795.645
26.057.979 3.722.833 3.793.650 33.574.462
4.1.2.1 Dotaties personele voorzieningen 4.1.2.2 Personeel niet in loondienst 4.1.2.3 Scholing 4.1.2.4 Overige personele lasten Totaal overige personeelslasten 4.1.3 Af: Uitkeringen Totaal
1.687.848 1.201.307 566.983 1.840.468 5.296.606 -391.357 41.394.633
1.645.000 872.000 483.500 1.337.095 4.337.595 -80.000 40.053.240
1.513.635 1.512.247 350.291 1.659.989 5.036.162 -225.598 38.385.026
2024 exploitatie
2024 begroting
2023 exploitatie
-123.983 160.577 401.861 -86.038 5.178 39.799 1.290.454 1.687.848
300.000
479.957
30.000 0 45.000 1.270.000 1.645.000
0 -26.500 60.331 999.847 1.513.635
3.5.1 3.5.2 3.5.5 3.5.5 3.5.6
Verhuur onroerende zaken Detachering personeel Ouderbijdragen en sponsoring Ouderbijdragen schoolreizen Overige baten Totaal
LASTEN Personele lasten
Personele voorzieningen
4.1.2 4.1.2 4.1.2 4.1.2 4.1.2 4.1.2 4.1.2
Dotatie wachtgeld en langdurig zieken Dotatie langdurig zieken Dotatie transitievergoedingen Dotatie verlofuren Dotatie spaarverlof Dotatie jubilea Dotatie duurzame inzetbaarheid (LPB)
In de dotatie transitievergoedingen is 0,27 miljoen opgenomen voor transitievergoedingen voor langdurig zieke medewerkers. Hiervoor is een vordering opgenomen voor hetzelfde bedrag op een vergoeding van het UWV.
49
Ontwikkeling fte’s vergelijking 2023 en 2024 2023
2024
Directie Onderwijs gevend Onderwijs ondersteunend
21,8 293,9 94,8
22,2 298,9 96,4
Totaal
410,5
417,5
Afschrijvingen
4.2.2
Afschrijvingen Totaal
2024 exploitatie
2024 begroting
2023 exploitatie
1.559.967 1.559.967
1.808.000 1.808.000
1.846.179 1.846.179
De afschrijvingen zijn lager dan begroot omdat de investering in Kingweg1 later in het jaar is geactiveerd dan is begroot en omdat er minder vervangingsinvesteringen en nieuwe investeringen zijn gedaan.
Specificatie afschrijvingen 2024 naar categorie gebouwen en terreinen verbouwingen hardware 4 jr hulpmiddelen 5 jr huishoudelijke apparaten 6,7 j schoolmeubilair 15 jr inrichting vaklokalen 10 jr kantoormeubilair 10 jr overig inventaris 10 jr vervoersmiddelen totaal
160.524 349.751 515.947 84.171 15.581 83.545 148.565 69.670 130.719 1.494 1.559.967
Huisvestingslasten
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7 4.3.8
Huur Verzekeringen Klein onderhoud en exploitatie Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Dotatie voorziening onderhoud gebouwen Overige Totaal
2024 exploitatie
2024 begroting
2023 exploitatie
209.167 35.875 649.525 1.014.674 815.556 43.802 2.184.941 596.308 5.549.849
220.000 5.000 463.000 820.000 818.000 60.000 786.000 98.000 3.270.000
142.911 26.808 355.839 778.332 745.898 44.131 -123.103 128.239 2.099.053
De dotatie voorziening onderhoud gebouwen bestaat uit de reguliere dotatie van 0,9 miljoen plus de extra inflatiecorrectie van 2,2 miljoen en de vrijval van de geplande kosten voor locatie Beugel.
50
In verband met de tijdelijke huisvesting van leerlingen en medewerkers van Kingweg 1 is 0,49 miljoen geïnvesteerd in de locatie Beugel. Deze kosten zijn in 2024 opgenomen onder de overige huisvestingskosten. Overige lasten
4.4.1 4.4.2 4.4.2 4.4.4 4.4.4 4.4.4 4.4.4
Administratie en beheer Inventaris en apparatuur Leermiddelen en schoolboeken Schoolreizen Wervingskosten PR en leerlinginformatie Representatiekosten/bestuurskosten Overige Totaal
2024 exploitatie
2024 begroting
2023 exploitatie
1.878.400 281.353 2.379.430 540.053 114.916 47.234 1.225.171 6.466.557
1.591.400 307.128 2.045.700 522.000 207.600 54.000 671.322 5.399.150
1.977.062 221.385 2.108.091 582.367 177.293 35.060 2.026.453 7.127.711
De verschillen bij de overige instellingslasten tussen 2023 en 2024 worden veroorzaakt door hoge kosten in 2023 in verband met de fusie, onder andere (ICT) advieskosten. Honoraria van de accountant
Onderzoek van de jaarrekening Van Ree Andere controle-opdrachten Advieskosten op fiscaal terrein andere niet-controlediensten Totaal
2024 exploitatie
2024 begroting
2023 exploitatie
115.492 0 0 0 115.492
50.000
63.113 0 0 0 63.113
0 50.000
Financiële baten en lasten
Onder de financiële baten zijn in 2024 intrestbaten opgenomen. Vanaf 2022 is de rente op onze liquide middelen weer gestegen (Schatkistbankieren).
5.8
WNT- verantwoording 2024 OGMF
Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op OGMF. Het voor OGMF toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 197.000 (Klasse E).
Deze klasse-indeling is gebaseerd op de uitkomsten van de complexiteitsvragen die als volgt zijn vastgesteld: Gemiddelde totale baten Gemiddeld aantal studenten Gewogen aantal onderwijssoorten Totaal aantal complexiteitspunten
6 3 4 13
51
Onderstaand rapporteren wij de bezoldigingsgegevens van alle topfunctionarissen (bestuurder en toezichthouders) over het jaar 2024: WNT voorzitter college van bestuur Gegevens 2024 bedragen x € 1
M. Sprenger
Functiegegevens
Voorzitter College van Bestuur
Aanvang6 en einde functievervulling in 2024
1-1-2024 tot 31-12-2024
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging9 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
132.074
Beloningen betaalbaar op termijn
22.464
Subtotaal
154.538
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
197.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
n.v.t
Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
154.538
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
52
Gegevens 2023 bedragen x € 1
M. Sprenger
Functiegegevens
Voorzitter College van Bestuur
Aanvang en einde functievervulling in 2023
1-1-2023 tot 31-12-2023
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
128.973
Beloningen betaalbaar op termijn
21.849
Subtotaal
150.822
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
189.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
n.v.t
Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
150.822
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
53
WNT Raad van Toezicht bedragen x € 1
M.M. Andreae
G. Hutten
W.R. Zuurbier
Functie(s)
Voorzitter
Vicevoorzitter
Lid
Duur dienstverband in 2024
1/1 - 31/12
1/1 – 31/07
1/1-31/07
Dienstbetrekking?
nee
nee
nee
Individueel WNT-maximum
29.550
11.492
11.492
Beloning
11.250
7.500
7.500
Subtotaal
11.250
7.500
7.500
-/- Onverschuldigd betaald bedrag
-
-
-
Totaal bezoldiging
11.250
7.500
7.500
Motivering indien overschrijding:
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Functie
Voorzitter
Lid
Lid
Duur dienstverband in 2023
1/1-31/12
1/1 – 31/12
1/1-31/12
Beloning
5.625
3.750
3.750
Totaal bezoldiging 2023
5.625
3.750
3.750
Individueel WNT-maximum 2022
28.350
18.900
18.900
Bezoldiging
Gegevens 2023
Bezoldiging 2023
54
WNT Raad van Toezicht (vervolg) bedragen x € 1
P. Ketting
A.J. de Vries
L. Woldendorp
Functie(s) Duur dienstverband in 2024 Dienstbetrekking?
Lid 1/1 – 31/12 nee
Lid 1/1 - 31/12 nee
Lid 1/8 – 31/12 nee
A. Wessels Lid 1/12-31/12 nee
Individueel WNT-maximum
19.700
19.700
8.208
1.642
Bezoldiging Beloning
7.500
7.500
Subtotaal
7.500
7.500
-/- Onverschuldigd betaald bedrag
-
-
Totaal bezoldiging
7.500
7.500
Motivering indien overschrijding:
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t
Gegevens 2023 Functie Duur dienstverband in 2023
Lid 1/1 – 31/12
Lid 1/1 – 31/12
n.v.t
n.v.t.
Bezoldiging 2023 Beloning
3.750
3.750
Totaal bezoldiging 2023
3.750
3.750
Individueel WNT-maximum 2022
18.900
18.900
55
Verbonden partijen
Naam: Samenwerkingsverband Zuidoost Friesland Juridische vorm: Stichting Statutaire zetel: Drachten Code activiteiten: 4 Eigen vermogen: 547K (2024) Resultaat: 261K positief Art 2:403: nee Deelname %: Consolidatie: nee Naam: Coöperatie Scholengroep Pompeblêd Juridische vorm: Coöperatie Statutaire zetel: Leeuwarden Code activiteiten: 4 Eigen vermogen: 62K (2022) Resultaat: Art 2:403: nee Deelname %: Consolidatie: nee OGMF neemt deel in het bestuur van het Samenwerkingsverband met een minderheidsdeelneming zonder beslissende zeggenschap. Gebeurtenissen na balansdatum
In 2025 worden gesprekken gevoerd met de gemeente Heerenveen over de bestemming en het gebruik van de locaties Fedde Schurer, Buitenbaan en Beugel. Vastgesteld op 26 juni 2025 door het College van Bestuur: Drs. M. Sprenger (voorzitter)
56
6
Overige gegevens
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
57
Statutaire bepalingen inzake resultaatbestemming In de statuten van de stichting zijn geen bepalingen opgenomen inzake de resultaatbestemming. De Raad van Toezicht stelt met de goedkeuring van de jaarrekening tevens de voorgestelde resultaatverdeling vast. Voorstel resultaatbestemming Het resultaat van het verslagjaar ad. 1,277 miljoen wordt verwerkt in de algemene reserve. De bestemmingsreserves gebouwen, ouderbijdragen, boeken en npo vallen vrij in de algemene reserve voor respectievelijk 4,4 miljoen, 0,07 miljoen, 0,5 miljoen en 1,6 miljoen. Samenwerkingsverbanden VO/BVE en overige instellingen Stichting OGMF heeft samenwerkingsverbanden met andere onderwijsinstellingen in de regio. In overeenstemming met het Besluit samenwerking VO/BVE wordt hierover gerapporteerd. Stichting Onderwijsgroep Midden-Friesland Postbus 409, 8440 KA Heerenveen Ds. Kingweg 1, 8440 KZ Heerenveen 0513-657372 cvb@ogmf.nl