CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

OGMF - jaarverslag over 2024

Commissie Algemene Zaken 9 februari 2026, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Overleg met Onderwijsgroep Midden-Friesland (OGMF) over jaarrekening 2024 en de begroting 2026-202918.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

STICHTING ONDERWIJSGROEP MIDDEN-FRIESLAND

JAARVERSLAG 2024

Digitaal ondertekend met Hix door R. van der Weerd RA MSc op 26-06-2025 21:11 vanaf IP x.x.x.224

1

INHOUD VOORWOORD .......................................................................................................................................... 3 1

HET BESTUUR.................................................................................................................................. 5 1.1 1.2

2

VERANTWOORDING VAN HET BELEID ................................................................................ 9 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3

UITGEVOERDE WETTELIJKE TAKEN ..................................................................................................................... 30 TAAK ALS WERKGEVER ..................................................................................................................................... 30 ALGEMENE WERKWIJZE ................................................................................................................................ 31 COMMISSIES .............................................................................................................................................. 32 EVALUATIE RAAD VAN TOEZICHT ......................................................................................................................... 33 CONTINUÏTEIT .......................................................................................................................................... 33 SAMENSTELLING RAAD VAN TOEZICHT EN ROOSTER VAN AFTREDEN .................................................................................. 34 VASTSTELLING ........................................................................................................................................... 34

JAARREKENING 2024 ................................................................................................................ 35 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

6

ONTWIKKELINGEN IN MEERJARIG PERSPECTIEF ................................................................................................ 27 STAAT VAN BATEN EN LASTEN EN BALANS ....................................................................................................... 28 TOELICHTING OP DE FINANCIËLE POSITIE ........................................................................................................ 29

VERANTWOORDING VAN DE RAAD VAN TOEZICHT .................................................... 30 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

5

ONDERWIJSPRESTATIES EN ONDERWIJSKUNDIGE ZAKEN ...................................................................................... 9 PERSONEEL EN PROFESSIONALISERING ........................................................................................................... 18 HUISVESTING EN FACILITAIRE ZAKEN ............................................................................................................. 21 FINANCIEEL BELEID .................................................................................................................................... 22 CONTINUÏTEITSPARAGRAAF ......................................................................................................................... 24

VERANTWOORDING VAN DE FINANCIËN ........................................................................ 27 3.1 3.2 3.3

4

PROFIEL .................................................................................................................................................... 5 ORGANISATIE ............................................................................................................................................. 6

BALANS ................................................................................................................................................... 35 STAAT VAN BATEN EN LASTEN ...................................................................................................................... 36 KASSTROOMOVERZICHT ............................................................................................................................. 37 GRONDSLAGEN VOOR DE JAARREKENING ....................................................................................................... 38 TOELICHTING OP DE ONDERSCHEIDEN POSTEN VAN DE BALANS ........................................................................... 43 NIET IN DE BALANS OPGENOMEN ACTIVA EN VERPLICHTINGEN ............................................................................ 47 TOELICHTING OP DE ONDERSCHEIDEN POSTEN VAN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN .............................................. 48 WNT- VERANTWOORDING 2024 OGMF ..................................................................................................... 51

OVERIGE GEGEVENS .................................................................................................................. 57

2

Voorwoord Inleiding Onderwijsgroep Midden-Friesland (OGMF) legt middels dit jaarverslag verantwoording af over het gevoerde onderwijskundige en financiële beleid in 2024. In ‘Samen vooruit’, de Strategische Koers van OGMF is de richting verwoord die wij geven aan de uitvoering van ons beleid. In ‘Samen vooruit’ staat als hoofdambitie dat we binnen de scholen van OGMF zorg dragen voor een veelzijdig aanbod van kwalitatief goed onderwijs. Om de ontwikkelingen in het onderwijs in relatie tot de koers te bespreken, bezoekt het bestuur jaarlijks alle scholen. Tijdens die bezoeken worden lessen bezocht en wordt het gesprek gevoerd met verschillende geledingen binnen de scholen over de ontwikkelingen en ambities. Afgelopen jaar is de inspectie ook bij verschillende scholen langs geweest. Naast positieve terugkoppelingen op Plein Joure en de Compagnie, heeft de inspectie ook geconstateerd dat er bij het Kei College een verbetertraject nodig was. Dit betrof onder andere het feit dat de school de verantwoordelijkheid voor het beleid in het kader van het tegengaan van pesten niet bij een persoon had belegd. Dit is inmiddels hersteld. Directie en bestuur herkennen het beeld van de inspectie en zetten in op de benodigde verbeteringen. Ondersteunende diensten De interne organisatie is verder geharmoniseerd en gericht op samenwerking binnen de structuur van OGMF.

Belangrijke projecten die daarbij zijn afgerond betreffen de inrichting van het nieuwe functiebouwwerk voor het ondersteunend personeel, aanpassing in het aansturingsmodel van het Servicebureau en het invoeren van een gesprekscyclus met betrekking tot financiën. De directie van de verschillende scholen voert individueel drie keer per jaar het gesprek met de controller en het bestuur over de financiën, formatie en verzuim. Op deze manier blijft de organisatie in control. Ook is in 2024 een andere wijze ontwikkeld voor opstellen van de begroting. Om uitvoering te geven aan het principe ‘decentraal, tenzij…’ uit de Strategische Koers van OGMF, wordt het opzetten van de begroting (beleids)rijk ‘bottom-up' vanuit de scholen opgebouwd. Daarbij kiest OGMF ervoor om de komende jaren ook inzichtelijker te maken welke kosten bij de schoollocaties horen en hoe die worden toegerekend. De verbinding tussen onderwijs en beleid wordt in toenemende mate geborgd door de instelling van beleidscommissies. Het doel hiervan is binnen OGMF beleid te maken dat aansluit bij de behoefte van de (onderwijs)praktijk. Daartoe werken de schoolleiders van de schoollocaties samen met de beleidsmedewerkers van OGMF. Er zijn beleidscommissies voor ICT, P&O, onderwijskwaliteit en onderwijsondersteuning. Oplevering Bornego Lyceum De renovatie en verbouw van het gebouw van Bornego Lyceum aan de Ds.

Kingweg 1 is in november 2024 afgerond met een feestelijke opening door de burgemeester van Heerenveen. Hoewel de renovatie qua tijd enkele maanden uitliep, kon het onderwijs door tijdelijke vestiging op De Beugel ongestoord doorgaan. Het vernieuwde Bornego Lyceum is klaar voor de toekomst. De komende jaren staat de verdere uitvoering van het IHP (Integraal Huisvestingsplan) voor de schoollocaties Buitenbaan en KiiM op de agenda. Gericht op samenwerking OGMF is ontstaan om de concurrentie binnen het middelbaar onderwijs in Heerenveen en Joure weg te nemen. In een regio met krimp van het aantal leerlingen, gaat concurrentie namelijk altijd ten koste van de onderwijskwaliteit. Intern heeft het bestuur een aantal studiedagen georganiseerd voor het middenkader van OGMF. Het met én van elkaar leren staat daarbij centraal. Thema’s waaraan samen is gewerkt zijn ‘leidinggeven aan onderwijs’, ‘leidinggeven aan het leren van docenten’ en ‘wat is een kwaliteitscultuur?’. Deze thema’s passen binnen de kaders van de Strategische Koers van OGMF.

3

Op bestuurlijk niveau participeert OGMF actief in de Onderwijsregio Friesland, Noordoostpolder en Urk. Dat is in het belang van OGMF omdat het rijk een deel van het geld voor Strategisch HRM via de Onderwijsregio’s dient te worden besteed. Ook in de vo-koepels Fricolore en Pompeblêd heeft OGMF bij de voorbereidingen op de voorgenomen fusie van beide koepels een voortrekkersrol gehad. In de eigen regio (Heerenveen, Joure en Grou) stimuleert OGMF de verdere samenwerking met verschillende po-besturen, waaronder Ambion, Meilân en de Buitenkans. In 2024 is verkend op welke thematische onderwerpen een goede samenwerking met de besturen wordt versterkt en welke gezamenlijke verantwoordelijkheid we zien om zorg te dragen voor doorlopende leerlijnen voor leerlingen van po naar vo. Bijvoorbeeld op het gebied van basisvaardigheden. Ook is in 2024 de verkenning gestart met OSG Singelland naar de wenselijkheid om de Heerenveen binnen OGMF uit te voeren. Financieel resultaat Boekjaar 2024 is afgesloten met een negatief resultaat van 1,3 miljoen euro. Dit is in de lijn met de begroting. Merijn Sprenger Voorzitter College van Bestuur Onderwijsgroep Midden-Friesland

4

1 1.1

Het bestuur Profiel

1.1.1 Doelstelling van de organisatie (missie en visie) Met een veelzijdig aanbod van gewoon goed en waarde(n)vol openbaar en christelijk onderwijs voor jongeren van 10 tot en met 18 jaar, helpen we leerlingen (en medewerkers) vanuit een veilige, vertrouwde omgeving bij het (h)erkennen van hun eigen talenten, trots te zijn op die talenten en hun talenten te ontwikkelen, gericht op hun toekomstperspectief in de wereld van morgen. Dat doen we door het verzorgen van toekomstgericht en passend onderwijs waarbinnen leerlingen de ruimte krijgen zich optimaal te ontwikkelen tot een volwassenen burger die is toegerust te leven in de steeds veranderende samenleving. 1.1.2 Aanduiding van het beleid en kernactiviteiten (producten en diensten) Onze (onderwijs) producten en diensten zijn aangepast aan de maatschappelijke ontwikkelingen en behoefte van ‘de leerling’. Onze focus ligt daarbij op de transitie van docent- gestuurd onderwijs en de onderwijsorganisatie als vertrekpunt, naar ondersteunend onderwijs met de leerling als vertrekpunt. Het onderwijs wordt rondom de leerling georganiseerd, waarbij de leerling de regie heeft over het leerproces. Verder heeft de krimp, fusie en huisvestingsagenda invloed op ons beleid en onze diensten en producten.

We gaan verder met onze nieuwe school KiiM, een door de 'krimpsubsidie” gerealiseerde samenwerking tussen PO en VO, die nu in een duurzame vorm gefaseerd zal uitbreiden met groep 7 en 8 (PO) en onze leerjaren 3-6 (VO). Leren in samenhang is hierbij de manier om leerlingen samen te brengen zowel qua niveau als leerfase in heterogeen verband. Ze gaan daar werken met grote thema’s, waarbij vakken met elkaar samenwerken en leerlingen worden aangespoord vragen te stellen en zelf op onderzoek uit te gaan. Zo krijgen kinderen de tijd en de mogelijkheden om hun talenten en vaardigheden te ontdekken en ontwikkelen. Voorts, de realisatie van een beroepen campus, waar het praktijkgerichte vmbo én praktijkonderwijs samen gehuisvest zijn en waar ook de organisatie "Knooppunt Heerenveen” is gevestigd. Hierdoor ontstaat een netwerklocatie waar ondernemers en onderwijs elkaar ontmoeten en samenwerken. 1.1.3 Juridische structuur De juridische structuur is die van een stichting. Het College van Bestuur (CvB) vormt het bevoegd gezag van de stichting en is ook het bestuur van de stichting die de scholen in stand houdt. Het CvB legt verantwoording af over zijn functioneren aan de Raad van Toezicht (RvT). Het CvB is werkgever van alle onder de stichting vallende medewerkers.

Volgens de interne organisatiestructuur geeft het CvB leiding aan de directeuren van de locaties, aan de directeur van het servicebureau, en het secretariaat van het CvB. 1.1.4 Bevoegd gezag Stichting Onderwijsgroep Midden Friesland (bestuursnummer 42860). Het bestuur heeft een de volgende brin(volg)nummers onder zich: 14FW00 Fedde Schurer: Sevenwolden Campus bovenbouw 14FW01 Buitenbaan: Sevenwolden Campus onderbouw 14FW02/25CV05 Kei College: Beroepencampus 25KP00 Compagnie: Beroepencampus 14FW04/25CV03 Plein Joure 14FW05 Sevenwolden Grou 25CV00/25CV02 Bornego Lyceum 25CV01 Bornego Junior

5

1.1.5 Belangrijkste elementen van het gevoerde beleid De belangrijkste elementen van het gevoerde beleid zijn terug te voeren op de vijf speerpunten: Onderscheid vanuit eigenheid: gewoon goed en waarde(n)vol onderwijs door onderscheid vanuit eigenheid. Toekomstgericht en passend onderwijs: gewoon goed en waarde(n)vol onderwijs door toekomstgericht en passend onderwijs. Voldoende goed en gelukkig personeel: gewoon goed en waarde(n)vol onderwijs door voldoende goed en gelukkig personeel. Samenwerken en -leren in en met de omgeving: gewoon goed en waarde(n)vol onderwijs door samenwerken en -leren in en met de omgeving. Slimme bedrijfsvoering: gewoon goed en waarde(n)vol onderwijs door slimme bedrijfsvoering. 1.1.6 Gelijke kansen Kinderen met dezelfde talenten hebben recht op gelijke kansen. Ieder kind moet zich volledig kunnen ontwikkelen. Zijn of haar achtergrond, het opleidingsniveau van ouders of hun financiële situatie mag geen invloed hebben op de schoolprestaties van een kind. Het tegengaan van kansenongelijkheid is een opdracht voor iedereen, met een grote rol voor het onderwijs. Kansenongelijkheid uit zich in vele (institutionele) fenomenen. Een daarvan is het (te) vroeg determineren van leerlingen, waardoor leerlingen hun voorgesorteerde route doorlopen.

Met de subsidie heterogene brugklas is op de locaties Joure, Grou en KiiM een impuls gegeven om die ongelijkheid weg te nemen in de vorm van meer heterogeniteit, maar ook verlenging van de brugperiode met een jaar. 1.1.7 Informatie over de maatschappelijke aspecten van het ‘ondernemen’ Het inkoopbeleid van OGMF is erop gericht om zoveel mogelijk producten en diensten binnen de kaders van het MVO in te kopen. Daarin worden afwegingen gemaakt die bijvoorbeeld leiden tot lokale inkoop, inkoop van producten met een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk en groene energie. Maar ook werkgelegenheid is voor ons een belangrijk aspect en het zijn van goed werkgever. Uiteraard zijn de kosten altijd een belangrijke factor in de afweging. Wij willen er tenslotte ook voor zorgen dat zoveel mogelijk middelen naar het primaire proces gaan. 1.1.8 Samenwerking en verbonden partijen OGMF werkt nauw samen en is verbonden met Samenwerkingsverband Zuidoost Friesland. Ten aanzien van deze relatie zijn geen bijzondere ontwikkelingen bekend. 1.2

Organisatie

1.2.1 Interne organisatiestructuur

Het centraal managementteam (CMT) bestaat uit: • • • • • • •

De heer Sprenger, voorzitter college van bestuur De heer Mark Kwakman, directeur Sevenwolden Campus Mevrouw Ina Everts, directeur a.i. Bornego Lyceum en Bornego Junior Mevrouw Moniek Bergsma, directeur KiiM De heer Dennis Treur, directeur Compagnie en Kei College Mevrouw Antje de Boer, directeur Plein Joure en Grou De heer Bauke Kuperus, directeur bedrijfsvoering

6

Organogram

Raad van Toezicht

Servicebureau

Kei College

Buitenbaan /KiIM

Gemeenschappelijke Medenzeggenschapsraad

College van Bestuur

Fedde Schurer

Bornego College

Plein Joure

Sevenwold en Grou

De Compagnie

1.2.2 Gegevens voorzitter College van Bestuur De heer M. Sprenger, voorzitter Nevenfuncties: Raad van toezicht Hardenberg: vicevoorzitter RvT Pompeblêd (bestuurlijk): bestuurslid Fricolore (bestuurlijk): bestuurslid Knooppunt Heerenveen (bestuurlijk): penningmeester Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Zuidoost Friesland (bestuurlijk): bestuurslid Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Fryslân Noard: bestuurslid 1.2.3 Naleving Branchecode OGMF is lid van de vereniging Raad voor het Voortgezet Onderwijs (VO-Raad). De leden van de VO-raad hebben de 'Code Goed Onderwijsbestuur VO' vastgesteld (2019). De code is gebaseerd op vier principes: verantwoordelijkheid, professionaliteit, integriteit en openheid. Deze principes vormen ook de basis voor de wijze waarop ons bestuur en intern toezicht belangen afwegen en hun koers bepalen. OGMF hanteert deze code goed onderwijsbestuur VO en is daar in het verslagjaar niet van afgeweken. In 2024 hebben zich geen ontwikkelingen voorgedaan die geleid hebben tot verandering in het toezicht op en de aansturing van onze organisatie. 1.2.4 Horizontaal Toezicht Wij zijn voortdurend in contact met onze stakeholders door intern en extern transparant en toegankelijk te zijn en ook zo te verantwoorden naar de buitenwereld.

Voor de Raad van Toezicht, het College van Bestuur en het managementteam zijn de gemeenschappelijk medezeggenschapsraad (GMR), de personeelsgeleding van de GMR (PGMR) en de leerlingenraad belangrijke interne gesprekspartners. De Raad van Toezicht vergadert tweemaal per jaar met de GMR zonder aanwezigheid van de bestuurder over de algemene gang van zaken en over onder andere de begroting, jaarrekening en formatie-omvang. Met alle overlegorganen wordt regelmatig constructief overleg gevoerd waardoor geborgd wordt dat de leden van deze overlegorganen betrokken worden bij het maken van keuzes over de koers en beleid van de school. Op de agenda van de GMR werd in 2023 vooral ook aandacht besteed aan de huisvestingssituatie van onze scholen.

7

1.2.5 Klachten In 2024 zijn vijf klachten binnengekomen bij het college van bestuur en zijn twee leerlingen geschorst. De klachten en de schorsingen zijn volgens protocol intern afgehandeld.

8

2

Verantwoording van het beleid

2.1 Onderwijsprestaties en onderwijskundige zaken De Inspectie van het Onderwijs heeft op het moment van schrijven van dit jaarverslag inzage gegeven in de prestaties die geleverd zijn in 2024. De inspectie hanteert hiervoor de term ‘rendementsjaar 2025’. De belangrijkste indicatoren zijn: De onderbouwpositie (R1), onderbouwsnelheid (R2), bovenbouwsucces (R3) en examencijfers (R4). Het jaar 2024 was voor een aantal scholen binnen de scholengroep een ‘stevig’ jaar. Uit onze resultaten en analyses bleek een aantal scholen structureel onvoldoende in staat om landelijke normen te halen met hun leerlingen. Diverse bevindingen van onze eigen visitatiecommissie deden ons meer en meer realiseren dat er veranderingen noodzakelijk waren. Dit werd bevestigd door de inspectie, die naar aanleiding van de resultaten een risico-onderzoek hebben uitgevoerd op het Kei College en de Havo-afdeling van het Fedde Schurerplein. Tegelijkertijd kwam de inspectie op andere scholen in het kader van de landelijke steekproeven, waaronder de Compagnie en Plein Joure. Beide laatst genoemde scholen kregen daarbij een voldoende van de Inspectie. 2.1.1 Kei College Het Kei College heeft twee brinvolgnummers, 14FW02 en 25CV05

9

De onvertraagde studievoortgang (R2) ligt bij 14FW02 boven de norm. Het bovenbouwsucces daarentegen scoort zowel bij basis als kader onder de norm, terwijl wij wel een opgaande lijn van de jaarscores kunnen waarnemen, met name bij kader. Vanwege het geringe leerlingenaantal bij de onderbouwpositie (R1), vindt geen oordeel plaats. Na lange tijd van afwezigheid wegens corona, doet ook R4 (Examencijfers) weer mee. De afdeling basis scoort boven de norm, terwijl kader onder de norm scoort. Het berekende eindoordeel van de inspectie bij kader is dan ook onvoldoende omdat twee rendementen zich onder de norm bevinden. Dankzij een positief rendement op R4 is het eindoordeel ‘voldoende’ bij basis.

De onderwijspositie in leerjaar 3 ten opzichte van het basisschooladvies (R1) en de onvertraagde studievoortgang (R2) zijn beide ruimschoots boven de norm binnen dit brinnummer. Vanwege het geringe leerlingenaantal ontvangt de afdeling basis voor 25CV05 geen eindoordeel. Wel ten aanzien van de kader afdeling: Omdat zowel het bovenbouwsucces als het examencijfer onder de norm terecht zijn gekomen, is het berekend eindoordeel ‘onvoldoende’. In 2024 is er hard aan gewerkt om zowel bij basis als kader onderwijskundige verbeteringen door te voeren om de rendementen voor leerlingen omhoog te brengen. Die liggen op het vlak van onderwijskundig leiderschap, kwaliteit van de lessen, veiligheid, etc. Met een uitgebreid verbeterplan in de hand, zijn langzaamaan de

10

verbeteringen zichtbaar. De verbeterplannen lopen door tot zeker in 2025-2026 om alle verbeteringen door te voeren en deze te borgen voor de toekomst. 2.1.2 Sevenwolden Fedde Schurer Het Fedde Schurerplein is de bovenbouwlocatie van de Sevenwolden Campus met een eigen brinnummer.

Vanwege een te gering leerlingenaantal in de onderbouw, geeft de inspectie geen oordeel over de rendementen R1 en R2. Fedde Schurer is daarmee een typische bovenbouwlocatie met slechts enkele synthese leerlingen en leerlingen van de Talenten Academie in de lagere leerjaren. Omdat twee van de rendementen bij mavo onder de norm scoren, krijgt de afdeling het eindoordeel onvoldoende. Omdat er voor de havo en vwo geen R1 en R2 bestaat en er, kan er geen oordeel worden gevormd. Wel zien we bij R3 havo de reden voor het risico onderzoek, aangezien deze al meerdere jaren achtereenvolgend onder de norm presteert. Ook hier vinden stevige ingrepen plaats in de manier van werken op school. De belangrijkste prioritering voor 2024 in het verbeterplan waren: - Verbeteren van de leskwaliteit - Verbeteren van in beeld brengen van de leerlingen/ leerling voortgang - Verbeteren van het onderwijskundig leiderschap 2.1.3 Sevenwolden Buitenbaan en KiiM De Buitenbaan is de onderbouwlocatie van de Sevenwolden Campus met een eigen brinnummer. KiiM is als nieuwe school voor 10-18 onderwijs (groep7 tot en met uiteindelijk 6vwo) onderdeel van dit brinnummer.

11

Beide onderbouwrendementen scoren ruimschoots boven de landelijke normen. 2.1.4 Plein Joure Plein Joure is onze instroomlocatie in Joure, waar tot en met mavo 4 onderwijs wordt geboden. Plein Joure heeft twee brinvolgnummers: 14FW04 en 25CV03.

Drie van de vier rendementen zijn binnen dit brinnummer boven de norm. Alleen het examencijfer mavo zit daar nipt onder. Leerlingen met verschillende brinnummers zitten

12

op Plein Joure in dezelfde klassen en groepen. Wanneer beide brinnummers als één geheel wordt beschouwd, dan komt ook het CE voor Plein Joure boven de norm. Daarbij komt ook de visie van de school kijken, waarbij het belangrijker is dat leerlingen in 4 jaar slagen op het juiste niveau (R1, R2, R3) dan de hoogte van het CE cijfer waarmee zij slagen (R4).

We zien mooie rendementen binnen dit brinnummer bij alle vier de onderdelen. De dalende trend bij R1 is bewust beleid om de leerlingen beter voor te bereiden op de bovenbouw. Verder zien we dat leerlingen bijna onvertraagd uit de onderbouw komen en het succes van de mavo-afdeling hoog is. Bij havo en vwo zijn te weinig leerlingen volgens de inspectie om in alle jaren rendementen te tonen. Daarom ook voor deze afdeling in Joure geen oordelen. Bij R4 zien we duidelijk de compensatie voor de (toevallig) wat lagere score onder de leerlingen met een andere brinregistratie. Plein Joure had in 2024 te maken met de landelijke steekproef. De constateringen van de inspectie waren goed en enkele herstelopdrachten lagen in lijn met de landelijke situatie op scholen. Het herstel op deze onderdelen kon snel of binnen enkele weken worden gerealiseerd. 2.1.5 Sevenwolden Grou Sevenwolden Grou is onze instroomlocatie in Grou, waar tot en met mavo 4 onderwijs wordt geboden. Onder de nieuwe directie en schoolleiding wordt hard gewerkt aan onderwijskundig leiderschap en systematische analyse van de onderwijsresultaten.

13

Eindoordeel inspectie ‘voldoende’. 2.1.6 Bornego College Het Bornego College heeft drie brinnummers: 25CV00, 25CV01, 25CV02. Bijzonder is dat deze brinnummers geheel complementair zijn aan elkaar. De inspectie kan weliswaar hierdoor geen oordeel berekenen gezien het gering aantal rendementen per afzonderlijke brin. In de gezamenlijkheid zien we echter dat deze school voldoende scoort.

14

De score bij R1 is het gevolg van de onderwijskundige visie van de school, waarbij voorbereiding op de bovenbouw centraal staat. Na enkele jaren van corrigeren zien we dat de weg richting de Landelijke norm is ingezet. De andere rendementen doen het goed met uitzondering van R3 havo. Hier zien we nog niet de effecten van de inspanningen die worden gedaan om deze ingewikkelde populatie zo goed mogelijk te begeleiden. 2.1.7 Basisvaardigheden 2024 De onderwijsinspectie omschrijft de opdracht voor het VO als "Het onderwijs in basisvaardigheden bereidt de leerlingen voor op het vervolgonderwijs en de samenleving". Onderwijsgroep Midden-Friesland had in 2024 een doelgericht en samenhangend curriculum voor Nederlandse taal dat aansloot bij de verschillende leerlingenpopulaties van de scholen. Het aanbod sloot aan op het niveau van de leerlingen bij binnenkomst en bereidde hen voor op de doelen van de referentieniveaus en het taalaanbod bij vervolgonderwijs.

15

De beheersing van basisvaardigheden zoals lezen, taal en rekenen-wiskunde verdiende de hoogste prioriteit. Ook burgerschap en digitale geletterdheid waren belangrijke basisvaardigheden die wij onze leerlingen hebben aangeleerd. In 2024 werkten onze professionals daarvoor dagelijks aan de basisvaardigheden van onze leerlingen. Beleid was ontwikkeld om ervoor te zorgen dat leerlingen de vereiste referentieniveaus behaalden. Het aanleren van de basisvaardigheden bleef maatwerk en vroeg om intensieve begeleiding op leerling niveau. We monitoren sinds 2024 op schoolniveau of het beleid voor basisvaardigheden daadwerkelijk toewerkt naar deze referentieniveaus. Bij achterblijvende ontwikkelscores evalueerden we of het beleid nog aansloot bij de kenmerken van de leerling populatie. Het curriculum voor Nederlandse taal was daarbij dekkend voor de kerndoelen en werkte toe naar de referentieniveaus. Burgerschap richtte zich op de bevordering van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en de benodigde sociale en maatschappelijke competenties. Onze scholen verzamelden in 2024 systematisch informatie over de kennis en vaardigheden van leerlingen op het taal- en rekendomein met behulp van genormeerde toetsen zoals Cito, Bureau ICE en Diataal. Dit maakte het mogelijk om het onderwijs af te stemmen op de behoeften van zowel groepen als individuele leerlingen.

De school waarborgt hiermee de ononderbroken ontwikkeling en voortgang van leerlingen en bevordert gelijke kansen. Ouders zijn regelmatig geïnformeerd over de ontwikkeling en vorderingen van hun kind. Bij stagnatie in de ontwikkeling analyseerden we de oorzaken en bepaalden wij wat nodig was om achterstanden aan te pakken. De scholen boden in 2024 gestructureerde begeleiding, zodat leerlingen het onderwijsprogramma beter konden doorlopen. 2.1.8 Slagingspercentage 2024 Het slagingspercentage is een graadmeter voor het succes in alleen het examenjaar, zonder rekening te houden met voorgeschiedenis en examencijfers. In dit overzicht is dit percentage bovendien afgezet ten opzichte van prestaties in Nederland, door middel van de zogenoemde ‘percentielscore’.

Informatie over de toegankelijkheid en het toelatingsbeleid Onderwijsgroep Midden-Friesland is toegankelijk voor alle leerlingen. Discriminatie (ook bij de toelating) wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook is niet toegestaan. Wel kunnen er aan de toelating onder normale omstandigheden slechts eisen worden gesteld aan de vooropleiding c.q. de prestaties in de te volgen vakken. Wanneer toelating wordt gevraagd nadat de desbetreffende (aspirant-leerling) wegens slecht gedrag of slechte prestaties gedwongen was een andere school te verlaten, kunnen aan de toelating voorwaarden worden 2.1.9

16

verbonden, zulks ter beoordeling van de directeur. De directeur resp. het College van Bestuur kan een toelatingscommissie instellen. Deze heeft een adviserende taak. 2.1.10 Toetsing en examinering De organisatie rondom toetsing en examinering is de laatste jaren meer onder de aandacht gebracht. Er zijn binnen onze school maatregelen getroffen om een goed functionerende examenorganisatie te garanderen. Er is op alle locaties een examencommissie ingesteld om de kwaliteit van de schoolexamens na te gaan. Deze werkgroep komt een aantal malen per jaar bij elkaar en legt verantwoording af aan de directie over de kwaliteit en voortgang van de schoolexaminering. 2.1.11 Passend onderwijs OGMF is onderdeel van Samenwerkingsverband Zuidoost Friesland. Vanuit Passend Onderwijs is het gezamenlijke doel dat alle leerlingen een plek moeten krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden. Passend onderwijs moet ervoor zorgen dat elk kind het beste uit zichzelf haalt. Scholen bieden daarom extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen. De scholen van OGMF zijn (onderdeel van samenwerkingsverband Zuidoost Friesland) hebben vanuit dat doel de zogenaamde zorgplicht. Vanuit Passend Onderwijs bestaat de ondersteuningsstructuur uit basisondersteuning en extra ondersteuning.

Vanuit het samenwerkingsverband ontvangt OGMF budget voor de basisondersteuning en budget voor de extra ondersteuning. Budget basisondersteuning 2024

: €390.535

Budget zware ondersteuning 2024 : €322.139 Vanuit deze budgetten zijn interventies gedaan op verschillende niveaus. Op beleids- en coördinatieniveau is geld besteed aan beleidsuitvoering in het kader van Passend onderwijs zoals het opstellen en herzien van beleidsdocumenten (Toelatingsprocedure, werkproces dyslexie, afstemmen van beleid vanuit de oude besturen naar het nieuwe bestuur OGMF) en beleidsadviezen gericht op de ondersteuningsstructuur van OGMF en de daarbij behorende scholen. Op professionaliseringsniveau is budget besteed aan verschillende netwerkbijeenkomsten gericht op kennisdeling en professionalisering waaronder bijvoorbeeld dyslexie, bijeenkomsten met de ondersteuningscoördinatoren en ontwikkeling van het orthopedagogenteam. Op het niveau van leerlingondersteuning is budget besteed aan de inzet en begeleiding van mentoren en coaches, dyslexiecoaches, leerlingcoördinatoren, ondersteuningscoördinatoren, verzuimcoördinatoren, orthopedagogen en onderwijsassistenten. Deze medewerkers hebben allen een rol in de ondersteuning van leerlingen. Te denken valt aan begeleiding bij plannen & organiseren, omgaan met faalangst en examenvrees, remediëren bij leerachterstanden taal en rekenen (basisvaardigheden), verzuimgesprekken, diagnostiek, casuïstiekbesprekingen en multidisciplinaire overleggen.

Op beleidsniveau is er nog veel afstemming en ontwikkeling nodig als gevolg van de fusie tussen het Bornego College en OSG Sevenwolden. Vanuit deze afstemming is bijvoorbeeld gekozen voor één pakket softwareondersteuning dyslexie voor alle locaties in plaats van twee verschillende. Vanuit beleid is er veelvuldig overleg met het samenwerkingsverband en de gemeente Heerenveen gericht op de aanpak van leerlingen met een zorgvraag en thuiszittersproblematiek. Hiervoor is vanuit OGMF een maatwerktraject opgesteld met de naam TOM (Traject op maat). Eén van de doelen van het samenwerkingsverband en daarmee ook van OGMF is het betrekken van het middenkader bij Passend Onderwijs. Het project TOM is dusdanig van opzet dat het middenkader betrokken is. De gelden van TOM die ontvangen worden vanuit het samenwerkingsverband komen geheel ten goede aan de leerlingen en valt niet onder de

17

budgetten basis- of extra ondersteuning. De inzet van personeel om TOM te ontwikkelen en uit te voeren daarentegen wel. 2.1.12 Werkdrukmiddelen In 2024 zijn middelen van OCW ontvangen voor werkdrukverlaging. Dit bestaat uit een collectief onderdeel en een individueel onderdeel. Het individuele deel bestaat uit extra toekenning van uren aan de medewerkers. Deze uren kunnen door werknemers ingezet worden voor onder andere aanpassingen in de lestaak. Over het collectieve deel van de middelen zijn intern afspraken gemaakt met de deelraden van de scholen. Op initiatief van de deelraden wordt jaarlijks via de teams in de scholen geïnventariseerd op welke manier de besteding van de middelen heeft plaatsgevonden en welke doelen zijn bereikt. Op basis daarvan worden de plannen voor de besteding in volgend jaar gemaakt. 2.1.13 Ontwikkelingen op het gebied van internationalisering OGMF vindt het belangrijk dat de leerlingen leren met een bredere blik naar de wereld te kijken. Daarom maken de leerlingen binnen het onderwijsprogramma kennis met de buitenlandse taal en cultuur o.a. door een buitenlandreis. Internationalisering draagt naast taalontwikkeling en taalvaardigheden bij aan de brede culturele vorming en ontwikkeling van onze leerlingen.

Specifieke onderwijsdoelen die de scholen van OGMF beogen te behalen, zijn doelen op het gebied van burgerschap, persoonlijke ontwikkeling, zelfredzaamheid en het functioneren in grotere groepen. 2.1.14 Toekomstige verwachtingen ten aanzien van kwaliteitszorg De kwaliteit van meerdere onderwijsresultaten en ambitie-indicatoren binnen onze scholen laat zien dat er ook uitdagingen zijn binnen het bestuur. Tegelijkertijd zijn wij werkzaam in een context waar al steeds meer moet binnen de huidige bezetting en bekostiging. De komende jaren gaan wij daarom hard werken aan sterke kwaliteitszorg. Sterke kwaliteitszorg is een belangrijke voorwaarde om deze uitdagingen én de waan van de dag het hoofd te kunnen bieden. De vier kenmerken daarvan zijn cyclisch, brug tussen structuur en cultuur, alignement en rolbewustheid. Deze vier kenmerken worden ondersteund door ons eigen reflectiesysteem, het Ambitie en Evaluatie Dashboard, dat wij de komende jaren effectief gaan inzetten. Hierdoor zullen wij in staat blijken om planmatig te werken aan verbeteringen, een kwaliteitscultuur te creëren, afstemming te vinden tussen de verschillende organisatorische lagen en te werken aan de hand van duidelijke kaders en structuur. Uiteraard met de visie dat deze werkwijze ertoe leidt dat onze leerlingen optimaal profiteren van het onderwijs.

Ondertussen werkt de Onderwijsinspectie aan een nieuw onderzoekskader, dat in werking treedt per 1 augustus 2027. Naar verwachting zal dit nieuwe kader medio 2026 gereed zijn, zodat wij ons stelsel van kwaliteitszorg hierop tijdig kunnen aanpassen en de bestuurs- en schoolstandaarden kunnen operationaliseren naar heldere en meetbare ambitie-indicatoren. 2.2

Personeel en professionalisering

2.2.1 Strategisch Personeelsbeleid In het verslagjaar is door de afdeling P&O verder gewerkt aan synchronisatie van de verschillende werkwijzen en beleidsafspraken van de beide scholengemeenschappen (Bornego en OSG Sevenwolden). Hiermee wordt voor de leidinggevenden en de medewerkers eenheid en duidelijkheid gecreëerd. Er zijn eerste stappen gezet in het ontwikkelen van strategisch personeelsbeleid. Omdat OGMF deel uitmaakt van de

18

onderwijs regio Friesland en NO polder en Urk, wordt op een aantal terreinen hierin samen opgetrokken. Professionalisering In 2024 is in een drietal bijeenkomsten voor leidinggevenden binnen OGMF aandacht besteed aan leidinggeven. Achtereenvolgens waren dit de thema’s: Leiding geven aan een lerende school, Leiding geven aan onderwijskwaliteit en leren van professionals en Kwaliteitscultuur OGMF: ‘relatie voor prestatie?’ 2.2.2

Functiemix In 2024 is een eerste verkenning geweest om te komen tot beleid inzake een juiste verdeling van de functiemix en met name ook het vaststellen van wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van de verschillende docenten. Omdat hier in 2024 nog geen definitief beleid is vastgesteld, heeft in het verslagjaar geen promotieronde plaatsgevonden. Door natuurlijk verloop ziet het overzicht op OGMF-niveau per 31-122024 er als volgt uit: docent aantal percentage LB 235 64% LC 85 23% LD 47 13% 2.2.3

367

2.2.4 Meerjarig formatieplan en flexibele schil Zoals elk jaar is ook in 2024 het meerjarig formatieplan geactualiseerd waardoor inzicht is verkregen in de inzet van personeel en financiën ten opzichte van de demografische ontwikkelingen. Bij de flexibele schil wordt gestreefd naar een goede balans in kwaliteit en stabiliteit op onderwijskundig en op financieel gebied. De flexibele schil is per locatie uiteenlopend. In 2024 is afgesproken om eerder een vast dienstverband aan te bieden dan voorheen gebruikelijk was. Dit heeft te maken met goed werkgeverschap en het binden van goede medewerkers aan OGMF. 2.2.5 Servicebureau In 2024 is binnen het Servicebureau een zekere mate van stabiliteit ontstaan. Nadat in 2023 en deels in 2024 sprake was van een groot verloop, kunnen we constateren dat eind 2024 een evenwichtige organisatie is ontstaan. Getalsmatig is het Servicebureau op orde. De uitdaging die het SB heeft is het verder ontwikkelen van kennis en kunde, beschrijven van processen en werkwijzen, samenwerking en dienstverlening. In 2025 worden bovenstaande thema’s nader uitgewerkt. 2.2.6 Duurzame inzetbaarheid Het afgelopen jaar hebben we binnen onze stichting stappen gezet om verzuim van medewerkers te voorkomen. Een belangrijke stap hierin was de intensievere inzet van bedrijfsmaatschappelijk werk en coaching.

We erkennen het belang van vroegtijdige ondersteuning voor onze medewerkers, zowel op persoonlijk als professioneel vlak. Alle teamleiders en directie hebben een voorlichting ontvangen over wanneer en hoe ze bedrijfsmaatschappelijk werk kunnen inzetten. Dit stelt hen in staat om sneller te signaleren wanneer medewerkers behoefte hebben aan extra ondersteuning, en zorgt voor een efficiënte doorverwijzing naar hulpverlening als medewerkers dit nodig hebben. Door deze aanpak kunnen we medewerkers die problemen hebben in een vroeg stadium hulp bieden en verzuim voorkomen voordat het zich voordoet. De komende jaren willen we verdere stappen zetten met het thema duurzame inzetbaarheid.

19

2.2.7 Personeels- en informatiesysteem (Afas) Wij vinden het van belang om medewerkers die ziek zijn, goed te begeleiden en houden we ons aan de Wet Verbetering Poortwachter. In 2024 hebben we binnen Afas de stappen die verplicht zijn vanuit de Wet Verbetering Poortwachter ingericht, zodat leidinggevenden dit goed op kunnen pakken en geen stappen vergeten. Daarnaast is de P&O adviseur bij alle management team-overleggen langs geweest om uitleg te geven over de Wet Verbetering Poortwachter. 2.2.8 Ziekteverzuim Het ziekteverzuim op peildatum 31 december 2024 was voor geheel OGMF 5,32 %. Binnen het voortgezet onderwijs was in 2023 volgens de benchmark het verzuimpercentage geheel in lijn met OGMF, nl. 5,3%. De landelijke cijfers over 2024 zijn nog niet bekend. De meldingsfrequentie was op de peildatum 0,93. In 2023 was de meldingsfrequentie volgens de benchmark voor het VO voor OP 1,6 en voor OOP 1,1. De cijfers over 2024 zijn nog niet bekend. Mochten er geen grote verschillen zijn in 2024, dan zit OGMF wat de meldingsfrequentie betreft onder het landelijk gemiddelde cijfer.

2.2.9 Kengetallen medewerkers In totaal werkten er 516 medewerkers en 411,56 fte op peildatum 31 december 2024 bij OGMF. De gemiddelde leeftijd was 54,9 jaar. De verdeling per leeftijdscohort:

20 21 25 26 30 31 35 36 40 41 45 46 50 51 55 56 60 vanaf 61 tot

0 17 60 50 60 53 73 69 72 62 516

2.2.10 Verklaring omtrent het gedrag (VOG) NIEUWE VOG'S IN 2024 VOG AANWEZIG OP INGANGSMOMENT Nieuwe medewerkers in loondienst Nieuwe personen niet in loondienst

VOG TE LAAT AANWEZIG VOG NIET AANWEZIG (tussen 1 en 5 dan <5) (tussen 1 en 5 dan <5)

85

0

0

93

0

0

We hebben onze accountant geen opdracht gegeven om de werkzaamheden inzake de tijdige aanwezigheid van de VOG’s in 2024 uit te voeren. De aanwezigheid van de VOG’s wordt in het systeem vastgelegd. Ten aanzien van de VOG’s voeren wij een strikt beleid: zonder geldig VOG wordt een nieuwe medewerker niet opgenomen in de administratie. Dan wordt er geen account toegekend en heeft de medewerker geen toegang tot de digitale omgeving van OGMF en

20

ontvangt geen middelen zoals een laptop, en geen salaris. Dit geldt voor medewerkers in loondienst en medewerkers niet in loondienst op dezelfde manier. Medewerkers niet in loondienst zijn medewerkers die worden ingeleend van een ander bedrijf, zzp’ers en stagiairs. 2.2.11 Banenafspraak In het kader van de Banenafspraak uit 2023 werken wij samen met de organisatie Caparis om mensen met een arbeidsbeperking een werkplek te bieden. In de ondersteunende diensten is in 2024 een aantal mensen begeleid in het traject naar een werkplek. Bij een van de mensen heeft dit geleid tot een dienstverband. 2.3

Huisvesting en facilitaire zaken

2.3.1 Ontwikkeling huisvesting In 2022 is, in gezamenlijkheid met de Gemeente Heerenveen, een integraal huisvestingsplan (IHP) ontwikkeld voor het voortgezet onderwijs waarbij, vanwege het dalende leerlingenaantal, het aantal vierkante meters teruggedrongen wordt (afstoten gebouwen) en waar mogelijk onderwijsstromen worden verlegd. Dit plan heeft een forse investeringsverplichting voor de Gemeente (gebouwen) maar ook voor OGMF. In 2023 is gestart met de renovatie van het gebouw aan de Ds. Kingweg 1 in Heerenveen. Dit gerenoveerde gebouw is na de herfstvakantie 2024 in gebruik genomen. Aansluitend is het buitenterrein aangepast waarbij de fietsenstallingen geplaatst zijn tussen de gebouwen Kingweg 1 en 2. De parkeervakken voor auto’s zijn aan de voorkant gesitueerd. Eind 2024 is een verkenning gestart met de gemeente Heerenveen met betrekking tot het laatste onderdeel van het IHP voor de renovatie van De Beugel 68 en de uitbreiding van Schans 100. Het doel is om te komen tot een zo efficiënt en duurzaam mogelijke inzet van de beschikbare budgetten vanuit het IHP. De verwachting is dat voor de zomervakantie 2025 kan worden besloten over de allocatie van deze middelen en het IHP verder kan worden uitgevoerd. In 2024 is voor de locatie Fedde Schurer onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het gebouw in het kader van het binnenklimaat. De uitkomsten zijn begin 2025 gepresenteerd.

Daarnaast worden in het voorjaar 2025 metingen gedaan m.b.t. temperatuur en CO-2 in diverse ruimten. De te verwachten maatregelen worden meegenomen in de uitvoering van het IHP. We blijven inzetten op efficiënte en kwalitatief goede huisvesting waarin ook duurzaamheid en ventilatie meegenomen wordt. Het streven is het aantal beschikbare vierkante meters steeds zoveel mogelijk in lijn te houden met de benodigde ruimte omdat overcapaciteit niet wordt bekostigd. Het IHP is hierbij de leidraad. 2.3.2 Verduurzaming Het gebouw aan de ds. Kingweg 1 is maximaal ingezet op verduurzaming met behoud van de buitenschil, het verhogen van Rc-waarde van het dak en een combinatie van verwarming door cv-ketels en warmtepompen. Hierbij is maximaal gebruik gemaakt van zonnepanelen. De beschikbare netcapaciteit en opslag van energie is meegenomen in de afwegingen. De verlichting is vervangen door LED. In 2024 is onderzoek gedaan en advies uitgebracht voor de verduurzaming van de gebouwen Plein Joure en Grou. De uitvoering vindt plaats in 2025. In 2025 wordt tevens het dak van Plein Joure voorzien van nieuwe dakbedekking en wordt ook hier de Rcwaarde verhoogd. Het gebouw Compagnie is voorzien van nieuwe ledverlichting. Op locatie Fedde Schurer wordt een proef gedaan met de vervanging reguliere tl-armaturen naar LED.

21

2.4 Financieel beleid We streven naar een op termijn financieel gezonde stichting met behoud of verhoging van de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Het beleid doet recht aan de specifieke omstandigheden en ontwikkeling van elke school binnen de mogelijkheden en de continuïteit van de stichting. 2.4.1 Opstellen beleidsrijke meerjarenbegroting Elke school stelt een eigen begroting op in samenhang met het eigen schoolplan, het jaarplan van OGMF en het strategisch koersplan. In 2024 hebben we nieuwe begrotingssoftware in gebruik genomen waarin de meerjarige begroting 2025-2028 is opgesteld. De begroting van de scholen omvat nog niet de gehele staat van baten en lasten. Een aanzienlijk deel van de begroting is nog opgenomen op een centrale kostenplaats. 2.4.2 Toekomstige ontwikkelingen In 2025 willen we de scholen voorbereiden op het maken van een integrale begroting waarin zoveel mogelijk aan de scholen toe te kennen baten en lasten zijn opgenomen. In de begroting 2026 zal een groter deel van de exploitatie vallen onder de verantwoordelijkheid van de scholen. We gaan dit met beleid stapsgewijs uitvoeren waarbij we goed in het oog houden wat de consequenties zijn van het verleggen van de processen voor de centrale afdelingen en voor de scholen. Verder gaan we in 2025 mede op advies van onze accountant starten met het beschrijven van de belangrijkste processen van de bedrijfsvoering.

Dit om meer inzicht en transparantie te geven en om in beeld te krijgen waar verbeteringen mogelijk zijn. 2.4.3 Investeringsbeleid Bij het opstellen van de meerjarenbegroting is de investeringsplanning een belangrijk onderdeel. Voor beheer en onderhoud aan onze gebouwen en terreinen baseren we onze investeringen op de laatste versie van de meerjarige onderhoudsplanning. Wijzigingen in investeringen voor gebouwen en terreinen kunnen alleen plaatsvinden na afstemming. Investeringen in (ver)nieuwbouw of renovatieprojecten volgen we de in samenhang met het Integraal Huisvestingsplan (IHP) van de gemeente. Plannen worden op centraal niveau opgesteld en goedgekeurd door het college van bestuur. Voor andere investeringscategorieën (bijvoorbeeld inventaris en ICT), stellen de scholen hun eigen budgetten op binnen de meerjarenbegroting. Hierbij moeten ze ook rekening houden met het opnemen van noodzakelijke vervangingsinvesteringen. Het college van bestuur bepaalt, afhankelijk van de exploitatiebegroting, een maximum voor het totale investeringsbedrag om een verantwoord beheer van onze liquide middelen te waarborgen. Als de geplande investeringen van de instellingen dit maximum overschrijden, zal het College bijsturen door prioriteiten te stellen, wat kan leiden tot uitstel of afstel van sommige geplande investeringen.

Gedurende het jaar volgen alle onze instellingen de goedgekeurde meerjarenbegroting en de daarin vastgelegde investeringen. Als instellingen van deze begroting willen afwijken, wordt eerst bepaald of er naast de geplande investeringen nog ruimte is in de toekomstige exploitatie om extra kosten van ongeplande investeringen te dekken. Hierbij wordt ook gekeken naar de financierbaarheid van deze investeringen. Om deze nieuwe uitgaven in onze planning op te nemen, worden ze toegevoegd aan de volgende (meerjaren)exploitatiebegroting, waardoor deze extra ruimte automatisch wordt benut. 2.4.4 Treasury Het treasurybeleid van OGMF vindt plaats binnen de kaders van de regeling ‘Beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Er is niet belegd in aandelen of obligaties. OGMF is in 2024 geen leningen aangegaan,

22

heeft geen hypotheken afgesloten en heeft zelf ook geen leningen verstrekt. Via onze huisbankier (Rabobank) hebben wij een koppeling met Schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën. Onze tijdelijk overtollige liquide middelen hebben wij hier geparkeerd. Schatkistbankieren geeft sinds eind 2022 weer creditrente op deze middelen. 2.4.5 Allocatie van middelen Naar interne en externe stakeholders zijn wij transparant over hoe onze financiële middelen verdeeld worden en waar dit dus uiteindelijk aan besteed wordt. Belangrijk vinden wij dat aan de voorkant de verdeling van de middelen in samenspraak met het BDO en de GMR plaatsvindt. De jaarlijkse begroting komt daarom ook uitgebreid aan de orde bij onze interne stakeholders. Onze GMR-leden kunnen door onszelf getraind worden om inzicht in de financiën van de school te krijgen. De financiële commissie van de GMR bespreekt de begroting met het CvB en controller voordat deze aan de GMR ter beschikking wordt gesteld. Binnen onze scholengroep werken wij met onderwijskundige eenheden. Bij de verdeling van de middelen gaat het in hoofdzakelijk om twee geldstromen: formatie en materieel. Bij de toekenning van de formatie wordt het beschikbare budget hiervoor verdeeld over de eenheden op basis van het aantal leerlingen en de soort leerling.

De directeuren van de eenheden zijn hier via meerdere sessies in een vroegtijdig stadium intensief bij betrokken. Het eindresultaat (de definitieve toekenning van onderwijsformatie) heeft steeds de instemming van alle directeuren en wordt ter goedkeuring in de GMR en de RvT behandeld. De middelen voor materieel worden toegekend op basis van onderbouwde aanvragen door de eenheden zelf. Indien het totaal van de aanvragen het beschikbare budget overstijgt komen de directeuren van de eenheden gezamenlijk tot prioriteitstelling. Bovenschools worden de volgende middelen ingezet: de ondersteuning voor ICT, inkoop, administratie, communicatie, kwaliteitszorg en de huisvesting. 2.4.6 Planning en controlcyclus In nauw samenspel tussen de scholen en de centrale afdelingen zetten we ons beleid in een jaarlijkse cyclus om in meerjarige begrotingen en budgetten. We bouwen de begroting op per locatie voor een periode van vier jaar en nemen daarbij leerlingenprognoses, formatieplanning (in fte en geld), exploitatie-, onderhoudsbegroting en investeringsplanning op. Het College van Bestuur bespreekt elke begroting met de schoolleiding van de betreffende school. Vervolgens voegen we alle schoolbegrotingen samen tot een stichtingsbegroting, die we bespreken met de GMR en de Auditcommissie. Uiteindelijk keurt de Raad van Toezicht de stichtingsbegroting goed.

Het mandaat voor de meeste beslissingen binnen de goedgekeurde begroting ligt bij de leiding van de individuele scholen, zoals personeelsmutaties. We sturen echter veel processen zoals personeels- en salarisadministratie, financiële administratie en betalingsverkeer centraal aan. We streven naar uniforme werkwijzen en systemen, met aandacht voor (noodzakelijke) lokale verschillen. In 2024 zijn we gestart met managementgesprekken met de schooldirecteuren waarin de bedrijfsvoering centraal staat. Vanuit centrale registraties maken we formatieoverzichten om begrote en werkelijke formatie en loonkosten te vergelijken, verschillen te analyseren en waar mogelijk bij te sturen. We sluiten onze rapportagecyclus af met een jaarrekening die op stichtingsniveau wordt gecontroleerd door een accountant. In 2025 willen we rapportages ontwikkelen met behulp van de begrotingssoftware, zowel op school als op stichtingsniveau.

23

2.5 Continuïteitsparagraaf In een bijlage bij de Regeling jaarverslaggeving onderwijs is een verplichte gegevensset voor de zogenaamde ‘Continuïteitsparagraaf’ gedefinieerd. Wij leggen met deze Continuïteitsparagraaf verantwoording af over een aantal specifieke onderwerpen. Enkele van deze onderwerpen behandelen we op een andere plek in dit jaarverslag. In onderstaande tabel kunt u aflezen in welk hoofdstuk en paragraaf elk onderdeel wordt behandeld.

Onderdelen van de Continuïteitsparagraaf

Plaats

A1: kengetallen leerlingen en toelichting daarop

3.1.1

A1: kengetallen personeel en toelichting daarop

3.1.2

A2: meerjarenbegroting (balans en exploitatie) en toelichting daarop

3.2

B1: Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem

2.5.1

B2: Beschrijving van de belangrijkste risico’s en onzekerheden

2.5.2-3

B3: Rapportage toezichthoudend orgaan

4

2.5.1 Risicobeheersings- en controlesysteem Het in control zijn van onze organisatie is van belang voor het beheersen van risico’s. Wij voldoen daarvoor onder andere aan de geldende wet- en regelgeving. Wij kunnen ons geen imagoschade veroorloven. Met de auditcommissie van onze Raad van Toezicht is minimaal 2x per jaar overleg over alle financiële aangelegenheden zoals de (meerjaren) begroting, de jaarrekening, formatietoekenning, kengetallen, treasury, huisvesting, risicomanagement en doelmatigheid. Verder heeft de auditcommissie van de RvT jaarlijks contact met onze externe accountant (Van Ree accountants). Intern hebben wij een PDCA-cyclus opgezet. De begrotings- en budgetcyclus is een onderdeel van deze plan- en controlcyclus. Er wordt gewerkt met budgethouders en budgetbeheerders, ieder met eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Er is zoveel mogelijk sprake van functiescheiding. Wij laten ons jaarverslag controleren door een registeraccountant. De accountant levert jaarlijks een accountantsverslag met bevindingen bij de controle van de jaarrekening. Dit accountantsverslag wordt aan de RvT ter beschikking gesteld en met het CvB, directeur bedrijfsvoering en controller besproken. 2.5.2 Risico’s en onzekerheden Risicomanagement is onderdeel van onze plan- en controlcyclus. Bij het nemen van beslissingen betrekken wij altijd de mogelijke risico’s.

Het kwantificeren van risico’s bevat een mate van subjectiviteit en de waarde van kwantificering van risico’s moet daarom niet overschat worden. De voornaamste risico’s en onzekerheden die wij zien zijn onder andere: • financiële beperkingen bij een breed aanbod • kwaliteit van het onderwijs • snelheid ict veranderingen, mogelijkheden of eisen • tegenvallende leerlingenaantallen ten opzichte van de prognose • avg en privacy • huisvesting, duurzaamheid, ventilatie, energie

24

OGMF heeft per balansdatum een ruime financiële buffer om het hoofd te kunnen bieden aan risico’s die zich kunnen aandienen. In onze jaarlijkse begroting hebben wij een paragraaf opgenomen die specifiek ingaat op de risico’s bij de betreffende begroting zonder daarbij de illusie te hebben volledig te kunnen zijn in het in beeld brengen van alle risico’s die wij als school tijdens dat begrotingsjaar lopen. 2.5.3 Risico’s algemeen Kredietrisico: De vorderingen uit hoofde van debiteuren betreffen vorderingen op subsidieverstrekkers en vorderingen op overige debiteuren. Het kredietrisico inzake deze vorderingen is beperkt. Renterisico: Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in het credit rentepercentage op de bank/spaartegoeden. Prijsrisico: Wij hebben diverse inkoopcontracten afgesloten waarin prijsafspraken zijn gemaakt. Derhalve is het prijsrisico dat gelopen wordt beperkt. Kasstroomrisico’s: Wij hebben voldoende financiële middelen om op korte en lange termijn te voldoen aan onze financiële verplichtingen. 2.5.4 Informatiebeveiliging en privacy Onze Privacy Officer en Security Coördinator leidt de uitvoering van ons Securitybeleidsprogramma en verantwoordelijk voor ons informatiebeveiligingsbeleid. De CISO houdt zich bezig met het implementeren en controleren van dit beleid en ontwikkelt ook de strategie voor informatiebeveiliging.

In ons AVG-protocol voor datalekken beschrijven we hoe we met datalekken omgaan. Wanneer er een beveiligingsincident is dat mogelijk een datalek inhoudt, overleggen we dat met onze FG en melden we dit volgens het protocol aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). We informeren ook de betrokkenen wiens persoonsgegevens mogelijk gelekt zijn. Ook over 2024 blikken terug op de ontwikkelingen rond de AVG en het daaraan gerelateerde Informatiebeveiligings- en Privacy Beleid (IPB) van OGMF. Privacy is en blijft, bij OGMF, een belangrijk thema voor leerlingen, ouders en het onderwijs. Binnen OGMF is ervoor gekozen om alleen nog maar met beheerde devices te werken. Het uitgangspunt hierin is dat OGMF te allen tijde in control is over deze devices bij gebruik, misbruik en verlies. In 2024 is deze beoogde werkwijze geconsolideerd en zal in de loop van 2025 volledig zijn ingevoerd. Daarnaast borgt OGMF met gerichte bewustwordingsmomenten de kennis van het personeel ten aanzien van de AVG en privacy in het algemeen te vergroten. Ook heeft 2024 laten zien dat het essentieel is om altijd alert te blijven op datalekken en andere misstanden binnen de ICT omgeving van OGMF. In 2024 heeft OGMF te maken gehad met een datalek dat zich bij een, door een externe partij opgeleverde ICT-omgeving heeft voorgedaan.

Dit probleem kon binnen tien uur na de melding worden opgelost, maar leert OGMF om altijd scherp te blijven op onverwachte situaties. Alles wat er in deze disciplines wordt ondernomen spiegelt de Privacy Officer ook met de externe Functionaris Gegevensbescherming. Op deze wijze kijkt een externe partij altijd mee met de ontwikkelingen binnen OGMF qua handhaving AVG, datalekken en het bewustwordingsniveau.

25

2.5.5 Bedrijfsvoering In het formatieproces wordt elk jaar duidelijk welke vacatures uitgezet moeten worden. In verband met de krappe arbeidsmarkt proberen we dit steeds zo vroeg mogelijk te doen om uit een zo groot mogelijke vijver te kunnen vissen. Tot nu toe lukt het nog steeds om de vacatures in te vullen. 2.5.6 Gevoerde beleid inzake de beheersing van uitkeringen na ontslag De krimp in leerlingenaantallen heeft effect op de bedrijfsvoering van de instelling. OGMF heeft de afgelopen jaren gestuurd op het aanhouden van flexibele formatie en op kwaliteit van personeel. De wet Werk en Zekerheid maakt in sommige gevallen dat eerder van goed personeel die met een tijdelijk contract is aangesteld afscheid wordt genomen dan voor de organisatie soms wenselijk is. Het jaarlijkse formatieproces wordt gestuurd op behoud van kwaliteit en daarmee in formatie die nodig is om de kwaliteit te waarborgen. Waar nodig en mogelijk wordt de tijdelijke schil zo evenredig mogelijk verdeeld over de verschillende vestigingen van de school. Wanneer de investeringen en ondersteuning door de werkgever bij een individuele medewerker om voldoende kwaliteit te leveren niet tot gewenste resultaten leiden, dan kan het voorkomen dat de arbeidsrelatie moet worden beëindigd.

Het beleid is erop gericht om geen uitkeringen/ bonussen/ toelagen te vergoeden na ontslag, tenzij dit vanuit regelgeving noodzakelijk is.

26

3

Verantwoording van de financiën

3.1

Ontwikkelingen in meerjarig perspectief

3.1.1 Leerlingen (teldatum t-1)

OGMF

2024

2025

2026

2027

2028

4397

4209

4119

4054

4036

Vanwege demografische krimp verwachten we dat het leerlingenaantal in de begrotingsperiode 2025-2028 met ongeveer 360 afneemt. Dit leidt tot een aanzienlijke daling van de Rijksbijdragen. Om een sluitende exploitatie te bewerkstelligen, hebben we voor de komende jaren een daling van de formatieomvang begroot. Daarnaast sturen we sterk op het optimaliseren van onze bedrijfsvoering en het beheersen van de huisvestingskosten. We laten hieronder zien hoe deze aanpak doorwerkt op de begrote samenstelling van onze personeelsformatie, en op de grootte ervan in verhouding tot het aantal leerlingen. 3.1.2 Fte (teldatum 31-12-2024)

2024

2025

2026

2027

2028

Directie Onderwijs gevend Onderwijs ondersteunend

22,2 298,9 96,4

21,9 295,7 95,4

21,7 286,0 92,3

21,4 277,2 89,4

21,2 264,5 85,3

Totaal

417,5

413,0

400,0

388,0

371,0

Bij het opstellen van de meerjarige begroting 2025-2028 hebben we op niveau van de stichting berekend hoe we de totale formatie aanpassen aan de ontwikkeling van het aantal leerlingen en de bekostiging. Bovenstaand overzicht geeft een indicatie van de mogelijke ontwikkeling daarvan. In het formatieproces 2025-2026 alsmede de begroting 2026-2029 werken we deze prognose meer in detail uit.

27

3.2

Staat van baten en lasten en balans

3.2.1 Staat van baten en lasten Realisatie 2024 48.377 2.240 1.759 52.376

2025 46.077 524 1.256 47.857

Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten

41.395 1.560 5.550 6.467 54.971

40.305 1.847 3.424 5.352 50.928

38.421 1.855 3.424 5.186 48.886

36.930 1.826 3.424 5.160 47.340

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=03c59959-2347-444c-93d3-63b7deb756d2