CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Managementletter gemeente Heerenveen 2020

Commissie Gezamenlijk 8 april 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Raadsbrief interim-controle jaarrekening 2020 en brief auditcommissie10.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor topfunctionarissen met meerdere functies binnen dezelfde WNT-instelling of gelieerde rechtspersoon met een totale bezoldiging van € 1.700 of meer dient een aantal aanvullende gegevens te worden opgenomen ten opzichte van de verantwoording in 2019. Voor topfunctionarissen met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is, dienteen aantal nieuwe gegevens te worden opgenomen. Topfunctionaris binnen LMB bij waarneming (artikel 4 Beleidsregels WNT 2020) De wet bepaalt wie als topfunctionaris wordt aangemerkt bij organisaties waarover ministers financiële verantwoording afleggen, provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen voor beroep en bedrijf. Indien de functie van topfunctionaris wordt waargenomen op basis van een formele aanwijzing of formeel besluit, wordt de waarnemende topfunctionaris voor de duur van de waarneming eveneens aangemerkt als topfunctionaris.

© 2020 Deloitte The Netherlands

Gemeente Heerenveen | Managementletter 2020

2012B742EF/WS/30

Bijlage C: Actualiteiten BTW –2020

Managementsamenvatting Bevindingen Jaarrekeningcontrole Bijlagen

Hoge Raad oordeelt dat gemeente recht heeft op compensatie van btw ten aanzien van re-integratiekosten en outplacementkosten Op 10 juli 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over het recht op compensatie van btw op kosten gemaakt door een gemeente in het kader van re-integratie en outplacement. De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever met de introductie van de uitsluitingsbepaling voor individuele verstrekkingen in de Wet op het BTW-compensatiefondsniet heeft bedoeld om in alle gevallen compensatie uit te sluiten voor goederen en diensten die een compensatiegerechtigd lichaam afneemt en die feitelijk worden gebruikt door een of meer individuele derden. Het recht op compensatie van btw dient enkel te worden uitgesloten indien het afnemen van goederen of diensten in overwegende mate plaatsvindt met het oog op het individuele belang van een derde. In zo’n situatie vervult de gemeente namelijk de rol van intermediair. In het geval dat een derde verplicht is de goederen en diensten van een gemeente af te nemen en de gemeente aan een weigering negatieve gevolgen kan verbinden, kan niet gesproken worden van het handelen als intermediair.

In deze situatie is de Hoge Raad van oordeel dat de gemeente als eindverbruiker kan worden aangemerkt en dat de gemeente de goederen en diensten aanschaft in verband met het belang van haar eigen organisatie en bestuur dan wel het collectieve belang. De btw op de gemaakte kosten in het kader van re-integratie en de btw op outplacementkosten komt zodoende eerder voor een bijdrage uit het BTWcompensatiefonds in aanmerking dan tot op heden werd aangenomen. Nu voor het BTW-compensatiefonds tot vijf jaar terug om een nieuwe beschikking kan worden gevraagd, is het naar onze mening in beginsel mogelijk om op basis van de uitspraak alsnog btw op bepaalde kosten te compenseren die in het verleden voor re-integratietrajecten zijn gemaakt. Btw-correcties ten aanzien van de bijdragen van Stichting Afvalfonds Verpakkingen Begin 2020 is definitief duidelijk geworden dat gemeenten alsnog btw verschuldigd zijn over bijdragen die worden ontvangen van Stichting Afvalfonds Verpakkingen voor de gescheiden inzameling, sortering en/of verwerking van verpakkingsafval. Vanaf 2015 zullen gemeenten daarom alsnog btw moeten afdragen over de ontvangen bijdragen van Stichting Afvalfonds Verpakkingen.

De btw die in rekening wordt gebracht aan Stichting Afvalfonds Verpakkingen kan door Stichting Afvalfonds Verpakkingen alsnog in aftrek worden gebracht waardoor Stichting Afvalfonds Verpakkingen per saldo geen financieel nadeel zal ondervinden. Tot op heden hebben gemeenten de btw op kosten voor de gescheiden inzameling, sortering en/of verwerking van verpakkingsafval gecompenseerd via het BTW-compensatiefonds. Nu de bijdragen btw-belast zijn, komt deze btw echter voor aftrek via de btw-aangifte in aanmerking. De ten onrechte gecompenseerde btw zal dus moeten worden gecorrigeerd. Indien het corrigeren van de btw op kosten tot problemen leidt, kan op dit punt mogelijk praktische afspraken met de Belastingdienst worden gemaakt. De Belastingdienst heeft te kennen gegeven geen verzuimboetes aan de gemeenten op te leggen, de gemeenten zullen echter wel geconfronteerd worden met belastingrente

© 2020 Deloitte The Netherlands

Gemeente Heerenveen | Managementletter 2020

2012B742EF/WS/31

Bijlage C: Actualiteiten BTW –2020

Managementsamenvatting Bevindingen Jaarrekeningcontrole Bijlagen

Btw-sportvrijstelling en exploitatie van sportaccommodaties De wijziging van de btw-sportvrijstelling per 1 januari 2019 heeft behoorlijke impact op gemeenten. De vrijstelling is van toepassing op diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding, mits deze diensten worden verricht door een instelling die geen winst beoogt. Een gemeente wordt in de regel aangemerkt als een niet-winstbeogende instelling waardoor de sportvrijstelling van toepassing is in het geval een gemeente zelfstandig sportaccommodaties exploiteert. Gemeenten hebben daardoor geen recht meer op aftrek van voorbelasting ten aanzien van gemaakte kosten en investeringen. Ter compensatie van de btw-schade die bij de gemeente ontstaat, is de zogenoemde SPUK (specifieke regeling uitkering sport) geïntroduceerd. Voor bepaalde bestedingen kunnen gemeenten een bijdrage aanvragen. Veel gemeenten hebben de exploitatie van sportaccommodaties (gedeeltelijk) uitbesteed aan derden. In de praktijk bestaat op dit moment nog onduidelijkheid over de vraag of de exploitatie door bepaalde derden (zoals commerciële exploitanten) binnen het bereik van de btw-sportvrijstelling valt. In afwachting van duidelijkheid hieromtrent, hebben gemeenten veelal zowel een SPUK-aanvraag ingediend en de btw op kosten ten aanzien van de sportaccommodatie in aftrek gebracht.

Het is van belang om het verdere verloop van de discussie te volgen en vervolgstappen te nemen/correcties te maken zodra de btw-positie van de exploitanten duidelijk is. Exploitatie van begraafplaatsen door gemeenten Op 19 juni 2020 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat gemeenten bij de uitgifte van grafrechten geen recht hebben op een bijdrage uit het BTWcompensatiefonds. Dit oordeel wijkt daarmee af van het eerdere oordeel van het Hof Den Haag, waarin het Hof van mening was dat gemeenten als overheid handelen bij de exploitatie van gemeentelijke begraafplaatsen (waaronder de uitgifte van grafrechten) en zodoende recht hebben op een bijdrage uit het BTWcompensatiefonds. Naar het oordeel van de Hoge Raad hebben gemeenten weliswaar de opdracht om een gemeentelijke begraafplaats te hebben, maar dit betekent niet dat gemeenten voor het uitgeven van grafrechten op een gemeentelijke begraafplaats optreden als overheid. De bepalingen van de Wet op de lijkbezorging zijn ook van toepassing op derden die begraafplaatsen exploiteren. Voor het uitgeven van grafrechten hebben gemeenten dan ook geenoverheidsbevoegdheden nodig.

De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam waarbij het Hof Amsterdam de opdracht heeft gekregen te onderzoeken of gemeenten de begraafplaatsen wellicht mede gebruiken voor niet-economische activiteiten waardoor mogelijk alsnog gedeeltelijk recht bestaat op compensatie van btw. Het gaat dan bijvoorbeeld om de plicht van een gemeente om te zorgen voor de lijkschouwing en lijkbezorging indien niemand anders daarin voorziet. Het is op dit moment wachten op het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam.

© 2020 Deloitte The Netherlands

Gemeente Heerenveen | Managementletter 2020

2012B742EF/WS/32

Bijlage C: Actualiteiten Vennootschapsbelasting

Managementsamenvatting Bevindingen

Prinsjesdag Afgelopen Prinsjesdag zijn een aantal nieuwe fiscale maatregelen aangekondigd. Hierna zijn achtereenvolgens in het kort de maatregelen opgenomen ten aanzien van de vennootschapsbelasting die relevant zijn voor het Lokaal en Midden bestuur: • •

Jaarrekeningcontrole Bijlagen

• • •

Het toptarief van de vennootschapsbelasting wordt niet verlaagd naar 21,7% en blijft daarmee 25%. De schijf waarop het lage tarief vennootschapsbelasting op van toepassing is, wordt daarentegen wel geleidelijk uitgebreid van €200.000 in 2020 naar €245.000 in 2021, naar €395.000 in 2022. De belastingrente die normaliter 8% is, is vanwege de covid-19-crisis tijdelijk verlaagd tot 0,01%. Vanaf 1 oktober 2020 gaat deze rente weer omhoog naar 4%. De fiscale coronareserve is geïntroduceerd. Dit is in feite een vervoegde fiscale carry-back. Als voorwaarde geldt dat het moet gaan om zogenaamd ‘Corona gerelateerd verlies’. Er is een toekomstige wijziging in de fiscale verliesverrekeningsregels aangekondigd. Indien de fiscale winst groter is dan 1 miljoen blijft de verrekening van verliezen beperkt tot maximaal 50% van de resterende winst. Het resterende verlies is echter wel onbeperkt in de tijd voorwaarts verrekenbaar. Als laatst is een onderzoek naar een mogelijke verdere beperking van de aftrekbaarheid van rente op grond van de earningsstrippingmaatregel aangekondigd. Op grond van de earningsstrippingmaatregel is het saldo aan renten van een belastingplichtige tot slechts 30% van de fiscale EBITDA aftrekbaar. Het saldo aan renten bestaat uit het bedrag aan kosten uit hoofde van een geldlening minus de baten uit hoofde van een geldlening.

Wel geldt binnen deze maatregel een MKB-drempel van een bedrag van € 1.000.000 tot waar het saldo aan renten altijd aftrekbaar is. Als mogelijkheid wordt onderzocht om de hiervoor genoemde drempel van 30% van het fiscale EBITDA te verlagen naar slechts 20% van de fiscale EBITDA. De gedachte is dat met de opbrengst van deze maatregel een zogenoemde ‘vermogensaftrek’ kan worden ingevoerd. Onder deze vermogensaftrek wordt een aftrekpost gecreëerd voor belastingplichtigen aan de hand van de hoogte van het eigen vermogen.

Reclameactiviteiten Een reclameactiviteit houdt in dat de gemeente aan een derde het recht geeft (concessie) om in de openbare ruimte tegen vergoeding reclame te maken c.q. reclameobjecten aan te brengen op onder andere reclamezuilen, abri’s en rotondes. Het is de vraag of dit leidt tot een fiscale onderneming in de zin van de vennootschapsbelasting. Ons standpunt is dat hier geen sprake is van een fiscale onderneming, maar van (niet meer dan) normaal vermogensbeheer. Verder zien wij in de praktijk dat in enkele situaties een winststreven ontbreekt. Indien geconcludeerd wordt dat er toch sprake is van een fiscale onderneming dan kan de toepassing van de overheidstakenvrijstelling nog verder onderzocht worden. De Belastingdienst neemt primair het standpunt in dat sprake is van een fiscale onderneming en subsidiair dat de overheidstakenvrijstelling geen toepassing vindt. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten is samen met een aantal gemeenten op dit punt een (proef)procedure gestart. Momenteel stuurt de Belastingdienst vragenbrieven inzake de reclame activiteiten aan diverse gemeenten. De Belastingdienst corrigeert in gevallen op basis van de verstrekte informatie ode definitieve aanslag vennootschapsbelasting 2016 ter hoogte van het resultaat dat is behaald met de reclame activiteit. Gemeenten kunnen dan vervolgens bezwaar maken tegen deze opgelegde aanslagen.

© 2020 Deloitte The Netherlands

Gemeente Heerenveen | Managementletter 2020

2012B742EF/WS/33

Bijlage C: Actualiteiten Vennootschapsbelasting

Managementsamenvatting Bevindingen Jaarrekeningcontrole Bijlagen

Grondbedrijf Het grondbedrijf is een onderdeel van de gemeente dat invulling geeft aan de actieve grondexploitatie, daarbij wordt als kerntaak van het grondbedrijf het transformeren van eigen gronden naar bouwrijpe gronden gezien. Het faciliterend grondbedrijf maakt hier voor de vennootschapsbelasting normaliter geen onderdeel van uit. Middels een Quick scan kan een beoordeling gemaakt worden of sprake is van belastbare activiteit. Indien op basis van Quick scan geen sprake is van een fiscale onderneming, wordt dit vaak veroorzaakt door binnenstedelijke herstructureringen. Het is belangrijk om deze toets in beginsel jaarlijks maar in ieder geval eens in de drie jaar te herhalen. De getekende VSO’s geven zekerheid over de langere termijn omtrent de fiscale positie van het grondbedrijf. In de VSO is daarnaast beschreven dat de openingsbalans dient te worden afgewikkeld naar rato van de verkoop vierkante meters. Afwikkeling van de openingsbalans gebeurde voorheen soms op basis van gemiddeld rendement, als een m2 administratie niet of onvoldoende voorhanden was. De Belastingdienst is hiermee niet akkoord en dit zal, voor zover nog niet gebeurd, dienen te worden aangepast. In 2019 is een nieuwe notitie gepubliceerd van de commissie BBV. In dit rapport wordt uitgebreid ingegaan op de behandeling van samenwerkingsverbanden tussen publiek en private partijen bij grondexploitaties.

Ook volgt uit dit rapport dat de maximale looptermijn van een grondexploitatie 10 jaar bedraagt. Wel geldt dat hiervan gemotiveerd kan worden afgeweken. In dat geval gelden wel aanvullende voorwaarden die er op gericht zijn om de risico’s die gepaard gaan met een dusdanige lange looptijd te beperken Parkeerbedrijf Het parkeerbedrijf van een gemeente bestaat onder andere uit het straatparkeren, parkeergarages en eventueel fietsparkeren. Of deze activiteiten al dan niet geclusterd moeten worden is belangrijk voor de vraag of sprake is van een fiscale onderneming. Het financiële belang kan fors zijn, ook in verband met COVID en de beperkte bezetting van de parkeergarages als gevolg hiervan. Wij nemen als standpunt in dat het afhangt van de feitelijke situatie of sprake is van een fiscale onderneming. Daarbij is het van belang of de activiteiten gelijksoortig zijn en/of voldoende verweven. De Belastingdienst neem het standpunt in dat vooralsnog geen clustering mogelijk is. Ten aanzien van het straatparkeren wordt in beginsel de overheidstakenvrijstelling toegepast, het gaat immers om een overheidstaak, waarmee niet in concurrentie wordt getreden. Op dit punt wordt aangesloten bij de behandeling in de BTW.

Uit het BTW arrest van de Hoge Raad over de exploitatie van begraafplaatsen volgt echter dat omdat geen overheidsbevoegdheid nodig is voor de uitgifte van grafrechten op een gemeentelijke begraafplaats, daarmee geen sprake is van een overheidstaak. Het is de vraag of dit arrest over de BTW-plicht een uitstraaleffect heeft op het straatparkeren en dat daarmee ook de overheidstakenvrijstelling in de vennootschapsbelasting op de tocht staat.

© 2020 Deloitte The Netherlands

Gemeente Heerenveen | Managementletter 2020

2012B742EF/WS/34

This report has been prepared solely for the use of the Audit Committee, Supervisory Board and Executive Board of Gemeente Heerenveen and should not be distributed or quoted in whole or in part without our prior written consent. No responsibility to any third party is accepted as the report has not been prepared for, and is not intended for, any other purpose. As a consequence, we do not assume any liability or duty of care to any other person to whom this report is shown or into whose hands it may come. The matters raised in this report are those which have come to our attention as a result of our audit and are those that we believe we need to bring to your attention. They are not a comprehensive record of all the matters arising and in particular we cannot be held responsible for reporting all Risks in the business or all internal control weaknesses. Any conclusion, opinion or comments expressed herein are provided within the context of our opinion on the financial statements as a whole, which will be expressed in our auditor’s report. Similarly, the comments, observations and recommendations involving systems and procedures should not be read as an opinion on the internal control structure and its operation. Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu, a UK Private Company limited by guarantee, and its network of member firms.

Neither Deloitte Touche Tohmatsu nor any of its member firms has any liability for each other's acts or omissions. Each of the member firms is a separate and independent legal entity operating under the names of "Deloitte", "Deloitte & Touche", "Deloitte Touche Tohmatsu", or other related names. © 2020 Deloitte Accountants B.V. All rights reserved. Member of Deloitte Touche Tohmatsu Limited

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=d873107f-e48e-4a6a-8d00-f46fe8210fa1