CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag 2023 OGMF

Commissie Mens en Maatschappij 10 maart 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Overleg met Onderwijsgroep Midden-Friesland (OGMF) over jaarrekening 2023 en de begroting 2025-202816.691 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit vraagt nu, maar ook voor de komende jaren inzet van bekende, maar ook nieuwe middelen om medewerkers te helpen naar de eindstreep. In het verslagjaar is de nieuw aangestelde P&O-adviseur zich onder andere bezig gaan houden met de verdere ontwikkeling van duurzame inzetbaarheid/vitaliteit binnen OGMF. In 2024 zullen hier naar alle waarschijnlijkheid de eerste stappen in gezet worden. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim op peildatum 31 december 2023 was voor geheel OGMF 4,47%. Binnen het onderwijs was in 2022 volgens de benchmark voor het VO het verzuimpercentage 6,4%. De landelijke cijfers over 2023 zijn nog niet bekend. Als de landelijke cijfers in 2023 niet veel afwijken van die van 2022, dan zit OGMF ruim onder het gemiddelde van de branche. De meldingsfrequentie was op de peildatum 1,11. In 2022 was de meldingsfrequentie volgens de benchmark voor het VO rond de 1,7. De cijfers over 2023 zijn nog niet bekend. Mochten er geen grote verschillen zijn in 2023, dan zit OGMF ook wat de meldingsfrequentie betreft onder het landelijk gemiddelde cijfer. Kengetallen medewerkers In totaal werkten er 588 medewerkers en 428,42 fte op peildatum 31 december 2023 bij OGMF. De gemiddelde leeftijd was 43,63 jaar.

33

De verdeling per leeftijdscohort: tot

21 26 31 36 41 46 51 56 vanaf

20 25 30 35 40 45 50 55 60 61

25 41 68 51 61 60 62 83 75 62 588

7.2. Passend onderwijs Voor passend onderwijs bestaat de ondersteuningsstructuur uit de basisondersteuning en de extra ondersteuning. De verantwoording van de besteding van de middelen is verdeeld in: uitvoering van de basis- en de extra ondersteuning, c.q. lichte en zware ondersteuning; versterking van de basis- en de extra ondersteuning, c.q. lichte en zware ondersteuning; doelen vanuit het ondersteuningsplan; en een totaaloverzicht van de inzet schoolbudget. Aan de uitvoering van de basis- en de extra ondersteuning is in 2023 in totaal 660K uitgegeven. Hieronder vielen interventies en activiteiten op het gebied van ontwikkeling van basisvaardigheden, taal- en rekenbeleid en burgerschap, coördinatie op leerlingen met achterstanden, inzet van leerlingen ondersteuningscoördinatoren, mentoren en orthopedagogen. Voor de versterking van de ondersteuning is 150K gereserveerd in 2023, voor een groot deel specifiek gericht op dyslexie en afstemmen van ondersteuning en samenwerking tussen de verschillende locaties en collega’s. Aan doelen vanuit het ondersteuningsplan is 170K besteed. Hierbij ging het om een stafmedewerker onderwijs & ondersteuning, leerlingcoördinatoren, verbeteren van de samenwerking onderwijs en zorg met het po-vo-mbo en verbetering en verbreding van maatwerktrajecten.

De totale besteding van het budget voor basis en extra ondersteuning bedroeg respectievelijk 470K en 410K. Het ondersteuningsplan (SOP) is dit jaar weer aangeboden aan de GMR waarbij alle locaties een eigen versie hebben geschreven van dit SOP met wat zij wel als locatie kunnen bieden in de ondersteuning. Al deze versies zijn gebaseerd op het format van het samenwerkingsverband. Het werken aan de inhoud is gedaan met de collega’s uit de verschillende locaties die horen bij OGMF. Het is opgesteld door ondersteuningscoördinatoren in overleg met de teamleiders en directeuren van alle teams op de locaties en dit is besproken in de verschillende teams met de docenten die daarbij horen. In de scholen zijn er veel gesprekken met de ondersteuningscoördinatoren geweest om een stap te zetten in de ondersteuningsstructuur en het aanbod op de locaties waar zij toe behoren. Welke minimale ondersteuningsstructuur is nodig om leerlingen naar een diploma toe te leiden. Na corona zijn een aantal onderwerpen in een versnelling op de agenda gekomen voor wat betreft ondersteuning voor leerlingen, zoals de sociaal emotionele ontwikkeling bij leerlingen en leer34

strategieën. Dit heeft opgeleverd dat we met een aantal werkgroepen in de scholen het beleid onder de loep nemen en daar waar nodig bijstellen of zelfs nieuw beleid op papier zetten en dit tot uitvoering brengen. 7.3. Allocatie van middelen Naar interne en externe stakeholders zijn wij transparant over hoe onze financiële middelen verdeeld worden en waar dit dus uiteindelijk aan besteed wordt. Belangrijk vinden wij dat aan de voorkant de verdeling van de middelen in samenspraak met het BDO en de GMR plaatsvindt. De jaarlijkse begroting komt daarom ook uitgebreid aan de orde bij onze interne stakeholders. Onze GMR-leden kunnen door onszelf getraind worden om inzicht in de financiën van de school te krijgen. De financiële commissie van de GMR bespreekt de begroting met het CvB en controller voordat deze aan de GMR ter beschikking wordt gesteld. Binnen onze scholengroep werken wij met onderwijskundige eenheden. Bij de verdeling van de middelen gaat het in hoofdzakelijk om twee geldstromen: formatie en materieel. Bij de toekenning van de formatie wordt het beschikbare budget hiervoor verdeeld over de eenheden op basis van het aantal leerlingen en de soort leerling. De directeuren van de eenheden zijn hier via meerdere sessies in een vroegtijdig stadium intensief bij betrokken.

Het eindresultaat (de definitieve toekenning van onderwijsformatie) heeft steeds de instemming van alle directeuren en wordt ter goedkeuring in de GMR en de RvT behandeld. De middelen voor materieel worden toegekend op basis van onderbouwde aanvragen door de eenheden zelf. Indien het totaal van de aanvragen het beschikbare budget overstijgt komen de directeuren van de eenheden gezamenlijk tot prioriteitstelling. Bovenschools worden de volgende middelen ingezet: de ondersteuning voor ICT, inkoop, administratie, communicatie, kwaliteitszorg en de huisvesting. 7.4. Werkdrukmiddelen In 2023 zijn middelen van OCW ontvangen voor werkdrukverlaging. Dit bestaat uit een collectief onderdeel en een individueel onderdeel. Het individuele deel bestaat uit extra toekenning van uren aan de medewerkers. Deze uren kunnen door werknemers ingezet worden voor onder andere aanpassingen in de lestaak. Over het collectieve deel van de middelen zijn intern afspraken gemaakt met de MR. 7.5. Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Voor NPO zijn een drietal speerpunten gekend: Speerpunt 1 De ontwikkeling en implementatie van ‘Zelfregulerend Leren’ en dat aan de hand van 14 leerstrategieën. Deze strategieën zijn: a. Overzien b. Jezelf kennen c. Vooruitkijken d. Bijhouden e. Terugkijken f. Herhalen g. Verdiepen h. Structureren 35

i. Jezelf organiseren j. Omgeving organiseren k. Anderen organiseren l. Jezelf vertrouwen m. Het nut zien n. Jezelf motiveren Leerstrategieën zijn concrete manieren van leren, die leerlingen bewust kunnen inzetten om het leren zo soepel mogelijk te laten verlopen. Ze leren daardoor hoe ze moeten en kunnen leren. Bij een efficiënte en effectieve inzet van de Leerstrategieën kunnen leerlingen zelfstandig leren, ook als er niemand anders in de buurt is. Wat je wil is sturing op eigen leerproces bevorderen. Alle docenten hebben het boek van Pieternel Dijkstra, Petra Bunnik en Aimee Krikke ontvangen. De 14 strategieën worden gefaseerd over 2023, 2024 en 2025 uitgerold. Speerpunt 2 De ontwikkeling van een digitaal middel om de Sociale emotionele ontwikkeling, in kaart te brengen. Op basis van SVL (studievragenlijst bestaande uit 160 vragen), wordt intern een afgeleide tool ontwikkeld met 40 vragen over de sociale en emotionele ontwikkeling. Naast de individuele toestand van leerlingen krijgt de mentor hiermee ook overzichten op klasniveau aangereikt. Speerpunt 3 Onderwijsassistenten in de school. Dit brengt het onderwijs in een andere flow, van meer beschikbaarheid en nabijheid in de school voor leerlingen en het leerproces. Op 19 december 2023 hebben we met de GMR de voortgang van de besteding van NPO gelden conform de originele plannen besproken.

Het onderwerp besteding NPO gelden heeft in 2023 drie keer op de agenda van de GRM gestaan. In de jaren 2022 en 2023 is een bestemmingsreserve gevormd voor niet bestede NPO-middelen. In schooljaar 2024-2025 zullen de deze middelen volledig zijn besteed.

8. Toekomstige ontwikkelingen 8.1. Ontwikkelingen op het gebied van onderwijs Voor de nieuwe stichting OGMF is een nieuwe strategische koers uitgezet, waarbinnen alle onderwijslocaties zich op eigenwijze onderscheiden. Aantrekkelijk onderwijs in de regio met behoud van keuzemogelijkheden is hierbij het uitgangspunt. De aansluiting tussen eerste- en tweede faseonderwijs is daarbij een uitdaging waaraan wij nu en in de toekomst willen werken. Belangrijk is dat leerlingen zo goed mogelijk en met gelijke kansen vanuit elke onderbouwlocatie hun leerloopbaan binnen OGMF kunnen vervolgen. 8.2. Ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitszorg Kwaliteitszorg krijgt een prominente rol binnen de toekomstige organisatie OGMF. Locaties worden verantwoordelijk voor hun eigen kwaliteitszorg. Dit wordt vanuit de centrale organisatie mede ondersteund en gemonitord. De in 2022 ingezette weg met het nieuwe kwaliteitssysteem van Datascholen wordt gecontinueerd. 8.3. Ontwikkelingen op het gebied van personeel De fusie en verdere vorming van Onderwijsgroep Midden-Friesland is vanaf 1 januari 2023 een feit. De verdere inrichting en optimalisatie van AFAS en overige systemen vroeg in 2023 tijd en aandacht. Het verloop van medewerkers op het Servicebureau was groter dan verwacht maar inherent aan een 36

fusieproces. De krapte op de arbeidsmarkt maakt dat strategisch HRM en goed wervings- en personeelsbeleid nodig is. 8.4. Ontwikkelingen op het gebied van huisvesting Wij verwijzen bij deze ontwikkeling ook naar paragraaf 8.3 (ontwikkelingen huisvesting). Wij blijven inzetten op efficiënte en kwalitatief goede huisvesting waarin ook duurzaamheid en ventilatie meegenomen wordt. Het streven is het aantal beschikbare vierkante meters steeds zoveel mogelijk in lijn te houden met de benodigde vierkante meters omdat een overcapaciteit aan immers niet bekostigd wordt. Het IHP is hierbij de leidraad. 8.5. Ontwikkelingen op het gebied van onderzoek Er zijn geen ontwikkelingen op het gebied van onderzoek. 8.6. Ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid Naar aanleiding van inspecties door een externe organisatie namens de gemeente Heerenveen wordt de komende jaren een aantal verduurzamingsmaatregelen ingang gezet voor de locaties in het algemeen. De basis hiervoor is de Energie Maatregelen Lijst (EML). Voor diverse onderwijslocaties gaat het in schooljaar 2024-2025 om LED-verlichting, vervangen van indirecte boilers naar directe boilers en vervangen van oude cv naar verbeterd rendement ketels. De twee locaties Grou en Joure verduurzamen in de komende jaren met als doel een significante gasreductie.

De investeringen die dat mogelijk maken zijn onder andere een hybride cv, een warmtepomp en zonnepanelen. Deze panelen worden gefaseerd geplaatst in verband met een mogelijke aansluiting op het stroomnet en terug levering. Hiervoor zijn aanbestedingstrajecten opgestart. 8.7. Ontwikkelingen op het gebied van internationalisering OGMF vindt het belangrijk dat de leerlingen leren met een bredere blik naar de wereld te kijken. Daarom maken de leerlingen binnen het onderwijsprogramma kennis met de buitenlandse taal en cultuur o.a. door een buitenlandreis. Internationalisering draagt naast taalontwikkeling en taalvaardigheden bij aan de brede culturele vorming en ontwikkeling van onze leerlingen. Specifieke onderwijsdoelen die de scholen van OGMF beogen te behalen, zijn doelen op het gebied van burgerschap, persoonlijke ontwikkeling, zelfredzaamheid en het functioneren in grotere groepen. 8.8. Verantwoording financiën Voor de fusie werd de jaarbegroting gemaakt in het najaar van het voorgaande jaar en werd de meerjarenprognose gemaakt in het voorjaar van het verslagjaar. Met ingang van begrotingsjaar 2024 besloten we de jaarbegroting en meerjarenprognose te combineren. Omdat er eind 2023 geen gecombineerde cijfers van de fusiepartners beschikbaar waren, en omdat het niet in het tijdschema paste, is besloten de meerjarenprognose uit te stellen.

De prognoses zijn nu samengesteld op basis van de vastgestelde begroting 2024 en de vastgestelde meerjarenbegroting 2023-2026. In de jaren tot en met 2027 verwachten we dat het aantal leerlingen daalt met ruim 300 leerlingen. De oorzaak is voornamelijk demografisch waardoor er minder leerlingen van de basisscholen afkomen. Vanaf 2027 stabiliseert het aantal leerlingen.

37

8.9. Ontwikkelingen op het gebied van investeringen In 2024 wordt de renovatie opgeleverd van Kingweg 1, een investering in het gebouw van 6.000K. Aanvullend wordt ruim 1.000K geïnvesteerd in nieuwe inventaris. Reguliere investeringen zijn er voor vervanging van technisch afgeschreven bedrijfsmiddelen. Verder zullen we de investeringen in de toekomst blijven aanpassen aan het onderwijskundig beleid.

9.

Continuïteitsparagraaf

9.1. Kengetallen personeel en leerlingen Leerlingen per 1 oktober jaar - 1

2023

2024

2025

2026

2027

OGMF

4.295

4.368

4.164

4.008

4.036

2023

2024

2025

2026

2027

Directie Onderwijs gevend Onderwijs ondersteunend

21,8 293,9 94,8

22,2 298,9 96,4

21,1 284,9 91,9

20,3 274,3 88,5

20,5 276,2 89,1

Totaal

410,5

417,5

398,0

383,1

385,7

Personeel

Gemiddeld had OGMF in 2023 410 fte in dienst, verdeeld in 293,9 onderwijs gevend en 94,8 onderwijsondersteunend personeel en 21,8 directie. In 2022 was dat totaal 404 fte. In de meerjarenprognose gaan we er vanuit dat de aantallen fte’s worden afgestemd op de ontwikkeling van het aantal leerlingen. 9.2. Balans, meerjarenbegroting en eigen vermogen Aan de prognosebalansen en de meerjarenbegroting staat van baten en lasten zijn de gerealiseerde cijfers 2023 toegevoegd. De meerjarenbegroting 2023-2026 is door de raad van toezicht goedgekeurd op 7 juni 2023.

38

Prognosebalansen per 31 december Realisatie 2023

2023

12.228 1.941 36.728 50.897

9.919 580 28.765 39.264

10.019 580 27.212 37.811

10.019 555 26.123 36.697

9.919 555 25.188 35.662

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schuld

20.368 16.154 14.375

17.548 13.118 8.598

15.815 13.298 8.698

14.566 13.458 8.673

13.516 13.573 8.573

Totaal passiva

50.897

39.264

37.811

36.697

35.662

Activa Bedragen x € 1.000 Materiële VA Vorderingen Liquide middelen Totaal activa

Meerjarenbegroting 2023-2026 2024 2025

2026

Het onroerend goed is alleen juridisch eigendom van OGMF en de Gemeente Heerenveen heeft het economisch claimrecht hiervan. Het onroerend goed wordt om deze reden niet geactiveerd op de balans uitgezonderd enkele kleine zelf bijgebouwde delen of verbouwingen. Het bedrag aan voorzieningen bestaat voornamelijk uit een voorziening groot onderhoud gebouwen op basis van meerjarige onderhoudsplannen en enkele personeelsvoorzieningen en een overige voorziening. Er wordt geen gebruik gemaakt van lang vreemd vermogen. In het eigen vermogen zitten enkele bestemmingsreserves waaronder die voor nog niet bestede NPO-gelden en middelen, werkdrukverlichting. Meerjarenbegroting staat van baten en lasten Baten Bedragen x € 1.000 Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten Totaal baten Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten Saldo uit gewone bedrijfsvoering Saldo financiële bedrijfsvoering Totaal Resultaat

Realisatie 2023

2023

Meerjarenbegroting 2023-2026 2024 2025

49.146 2.003

43.622 297

47.485 285

41.782 239

40.936 238

1.018 52.167

1.017 44.936

696 48.466

994 43.015

981 42.155

38.385 1.846 2.099 7.128 49.458 2.709

35.865 1.808 3.275 5.683 46.631 -1.695

40.053 1.808 3.270 5.411 50.542 2.776

33.561 2.000 3.257 5.245 44.063 1.048

32.701 2.000 3.273 5.220 43.194 1.039

1.048

320

300

299

289

3.758

-1.375

-1.776

-749

-750

2026

De personeelslasten zijn grotendeels afhankelijk van de ontwikkeling van het aantal leerlingen. De inkomsten uit subsidies dalen als gevolg van minder leerlingen (krimpgebied). Vaak komen jaarlijks éénmalige subsidies voorbij. Hiermee kan in deze meerjarenbegroting geen rekening worden gehouden. Via de resultaatverdelingen ieder jaar zullen waar van toepassing en mogelijk bestemmingsreserves ingezet worden.

39

Signaleringwaarde normatief publiek eigen vermogen De inspectie heeft een signaleringswaarde met betrekking tot het eigen vermogen en de reserves ontwikkeld om mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen te kunnen detecteren: het normatief publiek eigen vermogen. Volgens de op de website van de Inspectie gepubliceerde berekeningswijze heeft OGMF per balansdatum een bovenmatig eigen vermogen van € 6,7 mln. Hierbij moet aangetekend worden dat de hoogte van het eigen vermogen aanzienlijk vertekend wordt door vooruit ontvangen subsidiebedragen waaronder de NPO-middelen en de werkdrukmiddelen (€ 2,7 mln). Daarnaast zijn er een tweetal bestemmingsreserves waarbij de uitstroom van middelen op korte(re) termijn ook aan de orde is (€ 1,3 mln).

40

10. Jaarrekening 2023 10.1. Balans (na resultaatbestemming)

2023 EUR

2022 EUR

Vaste activa 1.2

Materiële vaste activa

12.228

9.966

12.228

9.966

1.941 36.728 38.669

635 31.606 32.241

Vlottende activa 1.5 1.7

Vorderingen Liquide middelen

50.897

42.207

Eigen vermogen 2.1

Eigen vermogen

20.368

19.925

Vreemd vermogen 2.2

Voorzieningen

16.154

14.207

2.4

Kortlopende schulden

14.375

8.075

50.897

42.207

41

10.2.

3.1 3.2 3.5

Staat van baten en lasten 2023 realisatie

2023 begroting

2022 realisatie

49.146 2.003 1.018 52.167

43.622 297 1.017 44.936

44.939 1.488 2.011 48.438

Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten

38.385 1.846 2.099 7.128 49.458

35.865 1.808 3.275 5.683 46.631

38.083 1.909 2.805 5.894 48.691

Saldo baten en lasten

2.709

-1.695

-253

Financiële baten en lasten

1.048

320

115

Netto resultaat

3.758

-1.375

-138

Baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten Totaal baten Lasten

4.1 4.2 4.3 4.4

5.

42

10.3.

Kasstroomoverzicht 2023

2022

Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten gecorrigeerd voor: Afschrijvingen en afwaarderingen via staat baten&lasten Mutatie voorzieningen

2.709 1.846

253-

1.368478

1.891 2.067 3.958

Vorderingen Schulden

8945.888 4.994

9503.475 2.525

Ontvangen interest Betaalde interest

1.048 1.048

20 9575-

Veranderingen in vlottende middelen

Totaal kasstroom uit operationele activiteiten

6.521

6.155

Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa Investeringen in financiële vaste activa

Totaal kassstroom uit inv. activiteiten

4.108-

3.009

4.108-

3.009 4.108-

3.009

5.123

3.146

Kasstroom uit financieringsactiviteiten Nieuw opgenomen leningen Aflossing langlopende schulden Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie liquide middelen

43

10.4.

Grondslagen voor de jaarrekening

De Stichting Onderwijsgroep Midden-Friesland bestaat per 1 januari 2023 uit de voormalige stichtingen Sevenwolden, Bornego en Huisvesting Joure. Met ingang van die datum zijn de waarderingsgrondslagen van toepassing. De vergelijkende cijfers in de jaarrekening bevatten de samenvoeging van de jaarrekeningen over 2022 van de stichtingen. In de vergelijkende cijfers zijn onderlinge vorderingen en schulden en baten en lasten geëlimineerd. Toegepaste standaarden De jaarrekening is opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is bepaald dat de bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn en met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. Continuïteit Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling De in de jaarrekening 2023 genoemde bedragen zijn, tenzij anders vermeld, opgenomen in euro’s. Voor zover niet anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de organisatie zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Sevenwolden waardeert de activa tegen de historische verkrijgingsprijs. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen, en de omvang van het bedrag daarvan redelijk betrouwbaar kan worden vastgesteld. Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde. Consolidatie Volgens RJ 660-506 hoeven in de geconsolideerde jaarrekening geen gegevens te worden opgenomen van partijen van wie de gezamenlijke betekenis te verwaarlozen is voor het geheel (art. 2:407 lid BW). Er zijn geen partijen aanwezig die geconsolideerd behoeven te worden of waar ook vrijstelling voor geldt.

Gebruik van schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke 44

uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Alleen bij de voorzieningen wordt gebruik gemaakt van schattingen. Financiële instrumenten Financiële instrumenten omvatten vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden. Sevenwolden maakt geen gebruik van afgeleide instrumenten (derivaten). Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn. De reële waarde van beursgenoteerde financiële instrumenten wordt bepaald aan de hand van de biedprijs. Vorderingen Vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.

De voorziening wordt bepaald op basis van voornamelijk individuele beoordeling van de inbaarheid van de vorderingen. Kortlopende schulden Kortlopende schulden en overlopende passiva worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. Schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar worden aangeduid als kortlopend. Schulden worden niet gesaldeerd met activa. Overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen (waaronder geoormerkte bijdragen) en nog te betalen bedragen ter zake van lasten die aan een verstreken periode zijn toegerekend. Van bedragen die voor meerdere jaren beschikbaar zijn gesteld, wordt het nog niet bestede gedeelte op deze post aangehouden. Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten geschiedt naar rato van de besteding. Materiële vaste activa De gebouwen en terreinen, inventaris en apparatuur, andere vaste bedrijfsmiddelen, materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa, worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen eventuele bijzondere waardeverminderingen. Afschrijvingen: De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur.

Op terreinen, materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven.

45

In het algemeen worden hierbij de volgende afschrijvingspercentages gehanteerd: Ø Ø Ø Ø Ø Ø Ø Ø

Computers, hardware Audiovisuele hulpmiddelen Huishoudelijke apparatuur Schoolmeubilair Inrichting vaklokalen Kantoormeubilair Overige inventaris Gebouwen/verbouwingen

(3-7 jaar) (4-20jaar) (7-15 jaar) (3-20 jaar) (2-20 jaar) (10-20 jaar) (3-20 jaar) (2-40 jaar)

Op grond van de economische- en/of technische levensduur van een activum kan het afschrijvingspercentage van een activum afwijken de hierboven genoemde percentages. Bijzondere waardeverminderingen Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Wanneer de boekwaarde van een actief of een kasstroom genererende eenheid hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief geschat. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen wordt onder andere de algemene reserve gepresenteerd. De algemene reserve staat ter vrije beschikking van het bestuur. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves fusie, onderwijsontwikkeling, werkdrukverlichting en NPO gelden en verder een private reserve ouderbijdragen.

Conform de jaarverslaggevingsvoorschriften van OCW, is het exploitatieresultaat over 2023 al in de stand per 31-12-2023 verwerkt. De in de jaarrekening gepresenteerde balans is daarom na resultaatverdeling. Een nadere uiteenzetting van de reserves is opgenomen in de toelichting op de balans. Reserves worden gevormd conform de door het bestuur daartoe genomen besluit dan wel op grond van ministeriële regelgeving of adviezen. Voorzieningen Onder de voorzieningen worden de onderhoudsvoorzieningen (groot onderhoud gebouwen), personele voorzieningen en de reorganisatievoorziening gepresenteerd. Tenzij anders aangegeven worden de voorzieningen opgenomen tegen de nominale waarde. Toevoegingen aan voorzieningen vinden plaats ten laste van de staat van baten en lasten. Uitgaven vinden rechtstreeks plaats ten laste van de voorzieningen. Een voorziening in verband met verplichtingen als bedoeld in artikel 2:374 lid 1, eerste volzin BW wordt uitsluitend opgenomen indien op de balansdatum aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: • de rechtspersoon heeft een verplichting (in rechte afdwingbaar of feitelijk);

46

• •

het is waarschijnlijk dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is, en er kan een redelijk betrouwbare schatting worden gemaakt van de omvang van de verplichting.

Vanaf 2023 wordt deze voorziening groot onderhoud volgens de verplichtingenmethode bepaald (per component). Op grond van bovenstaande zijn in de afgelopen jaren (egalisatie)voorzieningen getroffen voor: • Onderhoud gebouwen; • Spaarverlof; • Jubilea; • Wachtgeldverplichtingen en langdurig zieken; • Duurzame inzetbaarheid LPB; • Reorganisatie ondersteunende dienst (OD) • Overige • Stelselwijziging en schattingswijziging voorziening groot onderhoud Met ingang van 1 januari 2023 hanteert OGMF de componentenmethode voor de waardering van de voorziening groot onderhoud. De voorziening voor de bestaande panden van de voormalige Stichting Sevenwolden is op basis van een stelselwijziging via de beginbalans 2023 opgenomen in verband met de toepassing van de componentenmethode. Deze stelselwijziging was in de jaarrekening van 2022 nog niet mogelijk en er is voor gekozen om dit in de vergelijkende cijfers niet te verwerken. Voor een aantal panden is met het oog op de resterende kortere gebruikstermijn in de meerjarige onderhoudsplanning een stopjaar ingevoerd. Voor de panden die in 2024 na verbouwing/renovatie worden opgeleverd wordt pas daarna een actuele onderhoudsplanning uitgevoerd.

Op basis van een herziene schatting is in ieder geval een deel van de oorspronkelijke korte termijnplanning in de voorziening opgenomen; De beginbalans is het totaal van de berekening op basis van bovenstaande uitgangspunten voor de voormalige Stichtingen Sevenwolden, Bornego en Joure.

47

Mutatieoverzicht voorziening grootonderhoud 2022/2023 BORNEGO Lyceum Junior Beugel

Bouwstelloods Hoofdgebouw Sportgebouw Verzorgingslokaal

2022

2023 Eindstand

2.686.614 325.130 75.443 1.151.593 58.699 60.979

1.579.000 schatting 987.921 schatting 128.585 schatting 699.000 schatting 0 0

4.358.458

3.394.506

SEVENWOLDEN Kingweg 10 Kingweg 8 Schans 100 Schans 100 Schans 100 Grouw Buitenbaan 5 Buitenbaan 5 Buitenbaan 3

Compagnie Keicollege Hoofdvestiging Tijdelijke huisvesting LO-berging

Bijgebouw

647.803 Stopjaar 2032 501.624 435.235 Stopjaar 2031 589.644 1.105.656 Stopjaar 2025 Stopjaar 2025 501.419 3.781.381

Stelselwijziging

58.976 stelsel 2.205.578 stelsel 1.924.906 stelsel 40.103 stelsel 18.667 stelsel 1.747.068 stelsel 0 schatting 5.995.298 2.213.917

STICHTING JOURE Pasteurweg 1-3 Stelselwijziging

624.711

TOTAAL OGMF

8.764.550

STELSELWIJZIGING

1.725.012 stelsel 1.100.301 11.114.816 3.314.218

De eindstand van de voorziening is 11.1 miljoen; 3,3 miljoen is via een stelselwijziging in de beginbalans verwerkt. Voorziening Spaarverlof De voorziening Spaarverlof is gevormd voor personeelsleden die gedurende 4 of meer schooljaren 60 klokuren per jaar hebben gespaard en dit in een aaneengesloten periode gaan opnemen. De waardering van de voorziening wordt bepaald op basis van de gemiddelde personele last. Voorziening Jubilea Jubilea worden toegerekend aan de periode waarin de rechten daarvoor worden opgebouwd. Opbouw van deze voorziening vindt plaats op basis van een bedrag per medewerker. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd conform de cao-stijging.

48

Voorziening wachtgeldverplichtingen en langdurig zieken Sinds de afschaffing van het Participatiefonds per 1 januari 2007 zijn scholen deels eigen risicodrager voor wachtgelduitgaven. Van de wachtgelduitgaven wordt 75% verevend tussen de scholen; dit deel wordt begroot en verrekend in de exploitatie. Voor de overige 25% dragen scholen volledig eigen risico. Wij berekenen voor de betrokken werknemers het wettelijk en bovenwettelijk deel. De waardering van de voorziening wordt bepaald op basis van de individuele situatie per medewerker en correspondentie met het UWV en WW-plus. Daarnaast is vanaf 2018 hier de voorziening voor langdurig zieken aan toegevoegd voor situatie dat de werknemer op balansdatum boekjaar ziek was én dat de verwachting is dat de betreffende werknemer niet meer in actieve dienst zal terugkeren. De voorziening wordt gevormd op basis van de principes van een ‘verlieslatend contract’; er is namelijk een dienstverband, waarbij de werkgever wel zal moeten blijven betalen maar daar tegenover geen arbeidsprestatie krijgt geleverd. De grondslag voor dit onderdeel van de voorziening is een twee jaarlonen, éénmaal 100% en éénmaal 70%. Tenslotte nemen wij een bedrag op voor uit te keren transitievergoedingen die in 2023 verwacht worden op basis van in 2022 tijdelijk afgesloten arbeidscontracten.

De loonkosten van medewerkers die langdurig ziek zijn worden opgenomen in een voorziening. In de voorziening wordt opgenomen de loonkosten van week 53 t/m week 104, op basis van schatting dat de medewerker niet werkzaam kan zijn voor de organisatie. In de loonlast is rekening gehouden met de loonkorting en de wettelijke transitievergoeding die voldaan wordt bij uitdiensttreding. Deze transitievergoeding is tevens opgenomen als vordering.

Voorziening Duurzame inzetbaarheid LPB Bij de totstandkoming van de nieuwe cao per 1-8-2014 kunnen werknemers hun uren in het kader van leeftijdsbewust personeelsbeleid (LBP) sparen. OGMF treft een voorziening voor de nog niet ingezette LBP-uren. De waardering van de voorziening wordt bepaald op basis van een gemiddeld tarief per medewerker. Overige voorziening(en) Deze voorziening is tijdelijk ingesteld vanwege de door OCW aangegeven terugbetalingsverplichting subsidie in verband met het opheffen van brinnummer 05AC. In 2024 is overeenstemming bereikt met het Ministerie van OCW over een terugbetaling van een deel van de ingehouden bekostiging. Daarmee is de voorziening per 31 december 2023 afgeboekt. Personeelsbeloningen/pensioenen Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers, indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van additionele verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere (expliciete of impliciete) toezeggingen aan de 49

werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen. Voor een op balansdatum bestaand overschot bij het pensioenfonds wordt een vordering opgenomen als de onderneming de beschikkingsmacht heeft over dit overschot, het waarschijnlijk is dat het overschot naar de onderneming zal toevloeien en de vordering betrouwbaar kan worden vastgesteld. Opbrengstverantwoording De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet-geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben, volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum, worden verantwoord onder de overlopende passiva. Geoormerkte OCWsubsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen.

Niet-bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet-bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum. Overige baten Overige baten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt wanneer het bedrag van de bate op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning van de te ontvangen vergoeding waarschijnlijk is, de mate waarin de dienstverlening/levering op balansdatum is verricht, betrouwbaar kan worden bepaald en de reeds gemaakte kosten en de kosten die (mogelijk) nog moeten worden gemaakt om de dienst/levering te voltooien op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode. 10.5.

Toelichting op de onderscheiden posten van de balans

1.2 Materiële vaste activa

1.2.1 Gebouwen Verbouwing Kingweg 1.2.2 Inventaris en apparatuur Vervoermiddel Totaal

Cumulatieve aanschafwaarde ultimo 2022

Cumulatieve afschrijving ultimo 2022

Boekwaarde Investering desinvestering desinvestering aanschaf afschrijving ultimo 2022 2023 2023 2023

10.644.300 137.100

3.997.000 0

6.647.300 137.100

242.911 2.104.399

18.606.209

15.424.700

3.181.509

1.745.639

7.900

7.900

0

14.944

29.395.509

19.429.600

9.965.909

4.107.893

177.951

177.951

Afschrijving Cumulatieve aanschafwaarde 2023 ultimo 2023

Cumulatieve afschrijviingen ultimo 2023

580.401 10.887.211 2.241.499

4.577.401

6.309.810 2.241.499

1.264.333 20.173.897

16.511.082

3.662.815

22.844

9.345

13.499

1.846.179 33.325.451

21.097.828

12.227.623

1.445 177.951

177.951

Boekwaarde ultimo 2023

50

1.5 Vorderingen

1.5.1

31-12-2023

31-12-2022

336.433 -32.586

192.600 -58.000

-550

62.200

56.173

10.000

Diverse overlopende activa

1.581.244

428.200

Totaal

1.940.714

635.000

Debiteuren Voorziening oninbaarheid Nog te ontvangen bijdragen ouders en leden Overige vorderingen

1.5.6

1.7 Liquide middelen 31-12-2022

31-12-2022

36.723.452

31.604.100

4.782

1.600

36.728.235

31.605.700

1.7.2 Tegoeden op bank- en spaarrekeningen 1.7.1 Kasmiddelen Totaal

PASSIVA 2.1 Eigen vermogen

2.2.1 2.1.2 2.1.2 2.1.2 2.1.2 2.1.2 2.1.3 Totaal

Algemene reserve Bestemmingsreserve spaarbapo Bestemmingsreserve onderwijsontwikkeling Bestemmingsreserve NPO gelden Bestemmingsreserve werkdrukverlichting Bestemmingsreserve fusie Bestemmingsreserve gebouwen Private reserve ouderbijdragen Bestemmingsreserve boeken privaat

Saldo 31-12-2022 11.957.200 1.949.000 692.300 300.000 4.435.300 68.000 523.000 19.924.800

Stelsel wijziging -3.314.218

Saldo 01-01-2023 8.642.982

Bestemming resultaat 4.049.117

-3.314.218

1.949.000 692.300 300.000 4.435.300 68.000 523.000 16.610.582

701.000 692.300300.0003.757.817

Overige mutaties 0

0

Saldo 31-12-2023 12.692.099 2.650.000 4.435.300 68.000 523.000 20.368.399

51

2.2 Voorzieningen Saldo 31-12-2022

Stelsel 01-01-2023

Dotatie 2023

Onttrekking 2023

Onderhoud 2.2.3 Groot onderhoud

8.764.550

3.314.218

123.103-

840.849-

11.114.816

2.571.800

5.568.700

Personeel 2.2.1 Voorz. Spaarverlof 2.2.1 Voorz. Jubilea 2.2.1 Voorz. Personeelsverplichtingen 2.2.1 Voorz. Duurz Inzetbaarheid (LBP)

63.400 488.056 739.600 2.819.600

60.331 479.957 999.847

26.50021.604126.638437.131-

36.900 526.783 1.092.920 3.382.316

40.000 100.000 200.000

36.900 486.783 992.920 3.182.316

Overig 2.2.1 Overige voorziening

1.332.000

-

1.332.000-

-

-

-

Totaal voorzieningen

14.207.206

1.417.032

2.784.722-

16.153.734,4

2.911.800

10.267.619

3.314.218

Saldo Onderverdeling saldo 31-12-2022 31-12-2023 < 1 jaar > 1 jaar

2.4 Kortlopende schulden

2.4.3 2.4.3 2.4.7 2.4.7 2.4.8 2.4.9 2.4.9 2.4.9 2.4.9 2.4.9 2.4.9 2.4.10 2.4.10 2.4.10 2.4.10 2.4.10 2.4.12

Crediteuren Crediteuren: verbonden partijen Belastingen en sociale verzekeringen Af te dragen BTW Schulden inzake pensioenen Bindingstoelage Personeelsfonds Netto salarissen Overige subsidies Overige overlopende passiva Rekening courant Bornego college Vooruitgefactureerde ouderbijdragen Vakantiegeld Verlofdagen Subsidies OCW geoormerkt Subsidies OCW niet geoormerkt Overige kortlopende schulden Totaal

31-12-2023 1.446.915 0 1.540.274 113.450 454.132 124.964 0 9.976 7.023.801 125.540 0 0 1.170.806 206.078 1.785.707 46.017 327.488 14.375.147

31-12-2022 320.161 0 1.469.400 1.000 301.600 53.000 0 3.000 1.398.000 1.075.000 0 0 1.139.100 216.000 1.258.000 708.600 132.139 8.075.000

52

Model G Verantwoording niet geoormerkte en geoormerkte subsidies OCW G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. Omschrijving

De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond

Toewijzing Kenmerk

Datum

Status

Lerarenbeurs Lerarenbeurs Onnodig zittenblijven Onnodig zittenblijven Heterogene brugklassen (BB) Heterogene brugklassen (JO) Heterogene brugklassen (GA) Verbetering basisvaardigheden 2023 (KEI) Verbetering basisvaardigheden 2023 (Lyceum) Lerarenbeurs Lerarenbeurs Lerarenbeurs Subsidie Praktijkgerichte havo Subsidie Praktijkgerichte havo Verlofsub Studieverlof 2022 Verlofsub Studieverlof 2022 Verbetering basisvaardigheden 2022 (KEI) Regeling school en ontwikkeling (doorgroeiers) Heterogene brugklassen (KEI) Heterogene brugklassen (Junior) Pilot GL/TL Zijinstroom

1277628-1 1279726-1 VOZ22015 VOZ22018 SHB210428 SHB210440 SHB210329 VBV23-VO-3195 VBV23-VO-2233 1350222-1 1350381-1 1353351-1 PHAVO23057 PHAVO23032 1278666-1 1279875-1 VBV22-VO-1165 RSOD22031 SHB210441 SHB210506 GLTL22PO12 100011198-1

22-08-2022 Onderhanden 20-09-2022 Onderhanden 27-05-2022 Onderhanden 27-05-2022 Onderhanden 08-02-2022 Onderhanden 08-02-2022 ja 08-02-2022 ja 31-05-2023 Onderhanden 31-05-2023 Onderhanden 22-08-2023 Onderhanden 22-08-2023 Onderhanden 20-10-2023 Ja 15-08-2023 Onderhanden 15-08-2023 Onderhanden 22-aug-22 Ja 17-aug-22 Ja 11-nov-22 Onderhanden 05-dec-22 Onderhanden 08-feb-22 Onderhanden 08-feb-22 Onderhanden 09-jun-22 Onderhanden 19-dec-23 Onderhanden

ONDERHANDEN = JA = NEE =

DE SUBSIDIE LOOPT NOG CONFORM DE SUBSIDIEVERPLICHTINGEN DE SUBSIDIE IS AFGEROND CONFORM SUBSIDIEVERPLICHTINGEN DE SUBSIDIE IS AFGEROND IN STRIJD MET DE SUBSIDIEVERPLICHTINGEN

G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar

Omschrijving

Nieuwe post Nieuwe post

Toewijzing

Bedrag van de toewijzing

Totale subsidiabele Ontvangen t/m kosten t/m vorig vorig verslagjaar verslagjaar

Saldo per 1 januari verslagjaar

Ontvangen in verslagjaar

Subsidiabele kosten in verslagjaar

Te verrekenen per 31 december verslagjaar

Kenmerk

Datum

... ...

... ...

€… €…

€… €…

€… €…

€… €…

€… €…

€… €…

€… €…

Totaal:

€ … ____

€ … ____

€ … ____

€ … ____

€ … ____

€ … ____

€ … ____

G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar

Omschrijving

Sterk techniekonderwijs Leerlingdaling Pilot GL/TL

Toewijzing

Bedrag van de toewijzing

Kenmerk

Datum

STO19032 IML21039 GLTL20253

STO19032 IML21039 GLTL20253

3.330.002 681.150 162.000

Totaal:

4.173.152

Totale subsidiabele Ontvangen t/m kosten t/m vorig vorig verslagjaar verslagjaar

2.570.871 272.460 139.320 2.982.651

Saldo per 1 januari verslagjaar

Ontvangen in verslagjaar

Subsidiabele kosten in verslagjaar

Saldo per 31 december verslagjaar

1.769.512 157.846 62.314

801.359 114.614 77.006

759.131 136.230 22.680

775.317 0 0

785.173 250.844 99.686

1.989.672

992.979

918.041

775.317

1.135.703

53

10.6.

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

OGMF kent de onderstaande langlopende verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen. Bedrijf PTH audiovisuele middelen Van Dijk Educatie B.V., schoolboeken Konica Minolta, kopieermachines Felton, Wifi Hardware ICT Buyitdirect, Infotheek en SwitchIT Amac - Apple apparatuur Heijmans, onderhoud E&W EromesMarko, Heutink en Gispen - school- en kantoormeubilair Heutink onderwijs leermiddelen en materialen Lindhorst - advisering vastgoed en MJOP EW - schoonmaak

Bedrag per jaar Looptijd PM 2014-2028 € 1.250.000 2023-2026 PM 2024-2029 PM 2022-2026 PM 2019-2023 PM 2024-2028 PM 2019-2025 PM 2020-2024 PM 2023-2024 PM 2023-2027 € 600.000 2023-2025

Vordering op het ministerie van OCW In 2006 is de lumpsum omgezet van schooljaar naar kalenderjaar. Hierdoor is er een vordering op het ministerie van OCW ontstaan. De omvang van deze vordering wordt bepaald door de op balansdatum bestaande schuld aan personeel inzake t/m december opgebouwde vakantiegelden, nog te betalen pensioenpremies en loonheffingen over december, met een maximum van 7,5% van de personele bekostiging. Op de balansdatum is de volgende schuld opgenomen: Vakantiegeld (inclusief sociale lasten) Pensioenpremies Loonheffing Totaal

€ 678.000,€ 300.000,€ 907.000,€ 1.885.000,-

De vordering is maximaal 7,5% van € 22.629.000,- is € 1.697.000,-. De vordering zal niet eerder kunnen worden geïnd dan op het moment dat de school wordt opgeheven. Cofinanciering Sterk Techniek Onderwijs (STO) OGMF participeert in het project Sterk Techniek Onderwijs (STO) regio Heerenveen e.o. Hieraan is op 1 juli 2019 door OCW een subsidie toegekend van € 3,3 mln. over een periode van 4 jaren. Aan de toekenning van deze subsidie is een voorwaarde van cofinanciering gekoppeld van 7,5%. Op dit moment voldoen wij aan deze verplichting. Het risico bestaat dat in het vervolg nog een tekort zou kunnen ontstaan, dat zou kunnen leiden tot een (gedeeltelijke) terugbetalingsverplichting. Wel is contractueel vastgelegd dat bij een uiteindelijk lagere toekenning van de subsidie de deelnemende partners in het tekort bijdragen naar omvang van de eerder ingediende STO-begroting. Ultimo is 184K cofinanciering verantwoord.

54

10.7.

Toelichting op de onderscheiden posten van de staat van baten en lasten

BATEN 3.1 Rijksbijdrage OCW

3.1.1 3.1.2

Rijksbijdragen OCW Overige subsidies OCW Totaal

2023 exploitatie

2023 begroting

2022 exploitatie

43.320.437 5.825.366 49.145.802

39.474.300 2.973.000 42.447.300

39.424.500 5.514.200 44.938.700

2023 exploitatie

2023 begroting

2022 exploitatie

914.755 4.905.136 5.475 5.825.366

2.973.000

2.973.000

3.852.752 1.656.406 5.000 5.514.158

2023 exploitatie

2023 begroting

2022 exploitatie

119.685 1.883.677 2.003.362

162.000 1.310.000 1.472.000

118.000 1.370.400 1.488.400

2023 exploitatie

2023 begroting

2022 exploitatie

40.974 449.959 18.835 358.140 150.276 1.018.184

36.000 206.000 151.722 619.688 2.000 1.015.410

360.600 1.002.000 348.300 230.000 70.400 2.011.300

3.1.2 Overige subsidies OCW

Geoormerkte subsidies OVW Niet geoormerkte subsidies OCW Investeringssubsidie OCW Totaal

3.2 Overige overheidsbijdragen

3.2.1 3.2.2

Overige gemeentelijke bijdragen Overige overheidsbijdragen Totaal

3.5 Overige baten

3.5.1 3.5.2 3.5.5 3.5.5 3.5.6

Verhuur onroerende zaken Detachering personeel Ouderbijdragen Ouderbijdragen schoolreizen Overige baten Totaal

55

LASTEN

4.1 Personele lasten

2023 exploitatie

2023 begroting

2022 exploitatie

26.057.979

24.534.000

26.629.500

4.1.1.b Sociale premies 4.1.1.c Pensioenpremies Totale Loonkosten

3.722.833 3.793.650 33.574.462

3.409.000 4.202.000 32.145.000

3.484.400 4.328.000 34.441.900

4.1.2.1 Dotaties personele voorzieningen 4.1.2.2 Personeel niet in loondienst 4.1.2.3 Scholing 4.1.2.4 Overige personele lasten Totaal overige personeelslasten 4.1.3 Af: Uitkeringen Totaal

1.513.635 1.512.247 350.291 1.659.989 5.036.162 -225.598 38.385.026

1.646.000 624.000 375.000 1.155.000 3.800.000 -80.000 35.865.000

1.373.600 1.434.400 97.000 1.027.000 3.932.000 -290.500 38.083.400

2023 exploitatie

2023 begroting

2022 exploitatie

479.957 0 -26.500 60.331 999.847

300.000 30.000 1.000 45.000 1.270.000

50.000 -48.000 -24.000 61.889 968.000

1.513.635

1.646.000

1.007.889

2023 exploitatie

2023 begroting

2022 exploitatie

1.846.179 1.846.179

1.808.000 1.808.000

1.908.677 1.908.677

4.1.1.a Brutoloon

4.1 Personele voorzieningen

4.1.2 4.1.2 4.1.2 4.1.2 4.1.2

Dotatie wachtgeld en langdurig zieken Dotatie verlofuren Dotatie spaarverlof Dotatie jubilea Dotatie duurzame inzetbaarheid (LPB)

4.2 Afschrijvingen

4.2.2

Afschrijvingen Totaal

56

4.3 Huisvestingslasten

4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7 4.3.8

2023 exploitatie

2023 begroting

2022 exploitatie

142.911 26.808 355.839 778.332 745.898 44.131 -123.103 128.239 2.099.053

220.000 5.000 463.000 825.000 818.000 60.000 786.000 98.000 3.275.000

352.900 4.000 512.304 712.859 566.108 58.906 495.500 102.273 2.804.850

2023 exploitatie

2023 begroting

2022 exploitatie

1.977.062 221.385 2.108.091 582.367 177.293 35.060 2.026.453 7.127.711

2.047.000 479.310 1.760.500 635.018 175.000 54.000 531.850 5.682.678

1.673.490 350.700 2.040.800 271.000 80.000 41.000 1.437.492 5.894.482

2023 exploitatie

2023 begroting

2022 exploitatie

Onderzoek van de jaarrekening Van Ree Andere controle-opdrachten Advieskosten op fiscaal terrein andere niet-controlediensten

63.113 0 0 0

50.000

Totaal

63.113

56.000

Huur Verzekeringen Klein onderhoud en exploitatie Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Dotatie voorziening onderhoud gebouwen Overige Totaal

4.4 Overige lasten

4.4.1 4.4.2 4.4.2 4.4.4 4.4.4 4.4.4 4.4.4

Administratie en beheer Inventaris en apparatuur Leermiddelen en schoolboeken Schoolreizen Wervingskosten PR en leerlinginformatie Representatiekosten/bestuurskosten Overige Totaal

Honoraria van de accountant

EUR

EUR

6.000

54.000 1.300 0 0 55.300

Financiële baten en lasten Onder de financiële baten zijn in 2023 intrestbaten opgenomen (€ 1.048). Vanaf 2022 is de rente op onze liquide middelen weer gestegen (Schatkistbankieren). 10.8.

WNT- verantwoording 2023 OGMF

Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op OGMF. Het voor OGMF toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 € 189.000,- (Klasse E).

Deze klasse-indeling is gebaseerd op de uitkomsten van de complexiteitsvragen die als volgt zijn vastgesteld: 57

Gemiddelde totale baten Gemiddeld aantal studenten Gewogen aantal onderwijssoorten Totaal aantal complexiteitspunten

6 3 4 13

Onderstaand rapporteren wij de bezoldigingsgegevens van alle topfunctionarissen (bestuurder en toezichthouders) over het jaar 2023: WNT voorzitter college van bestuur Gegevens 2023 bedragen x € 1

M. Sprenger

Functiegegevens5

Voorzitter College van Bestuur

Aanvang6 en einde functievervulling in 2023

1-1-2023 tot 31-12-2023

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7

1,0

Dienstbetrekking?8

ja

Bezoldiging9 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

128.973

Beloningen betaalbaar op termijn

21.849

Subtotaal

150.822

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10

189.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag11

n.v.t

Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan12 Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling13

150.822

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

58

WNT Raad van Toezicht bedragen x € 1

M.M. Andreae

G. Hutten

W.R. Zuurbier

Functie(s)

Voorzitter

Vicevoorzitter

Lid

Duur dienstverband in 2023

1/1 - 31/12

1/1 – 31/12

1/1-31/12

Dienstbetrekking?

nee

nee

nee

Individueel WNT-maximum

28.350

18.900

18.900

Beloning

5.625

3.750

3.750

Subtotaal

5.625

3.750

3.750

-/- Onverschuldigd betaald bedrag

-

-

-

Totaal bezoldiging

5.625

3.750

3.750

Motivering indien overschrijding:

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Lid

Lid

1/1 – 31/12

1/1-31/12

Beloning

4.000

5.000

Totaal bezoldiging 2022

4.000

5.000

Individueel WNT-maximum 2022

16.800

18.300

Bezoldiging

Gegevens 2022 Functie Duur dienstverband in 2022

Bezoldiging 2022

59

WNT Raad van Toezicht (vervolg) bedragen x € 1

P. Ketting

A.J. de Vries

Functie(s) Duur dienstverband in 2023 Dienstbetrekking?

Lid 1/1 – 31/12 nee

Lid 1/1 - 31/12 nee

Individueel WNT-maximum

18.900

18.900

Bezoldiging Beloning

3.750

3.750

Subtotaal

3.750

3.750

-/- Onverschuldigd betaald bedrag

-

-

Totaal bezoldiging

3.750

3.750

Motivering indien overschrijding:

n.v.t.

n.v.t.

Gegevens 2022 Functie Duur dienstverband in 2022

n.v.t.

n.v.t.

0

0

Bezoldiging 2022 Beloning Totaal bezoldiging 2022 Individueel WNT-maximum 2022

60

Verbonden partijen Naam: Samenwerkingsverband Zuidoost Friesland Juridische vorm: Stichting Statutaire zetel: Drachten Code activiteiten: 4 Eigen vermogen: 286K (2023) Resultaat: 630K negatief Art 2:403: nee Deelname %: Consolidatie: nee Naam: Coöperatie Scholengroep Pompeblêd Juridische vorm: Coöperatie Statutaire zetel: Leeuwarden Code activiteiten: 4 Eigen vermogen: 62K (2022) Resultaat: Art 2:403: nee Deelname %: Consolidatie: nee OGMF neemt deel in het bestuur van het Samenwerkingsverband met een minderheidsdeelneming zonder beslissende zeggenschap. Gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum te melden. Vastgesteld op 26 juli 2024 door het College van Bestuur: Drs. M. Sprenger (voorzitter)

61

11. Overige gegevens Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

62

63

Statutaire bepalingen inzake resultaatbestemming In de statuten van de stichting zijn geen bepalingen opgenomen inzake de resultaatbestemming. De Raad van Toezicht stelt met de goedkeuring van de jaarrekening tevens de voorgestelde resultaatverdeling vast. Voorstel resultaatbestemming Het positieve resultaat van het verslagjaar (€ 3.758) wordt verwerkt in de algemene reserve, € -692K uit de bestemmingsreserve werkdrukverlichting, € -300K uit de bestemmingsreserve fusie en € +701K ten gunste van de bestemmingsreserve NPO gelden. Het voorstel tot de resultaatverdeling binnen het eigen vermogen is verwerkt in de cijfers. Samenwerkingsverbanden VO/BVE en overige instellingen Stichting OGMF heeft samenwerkingsverbanden met andere onderwijsinstellingen in de regio. In overeenstemming met het Besluit samenwerking VO/BVE wordt hierover gerapporteerd. Stichting Onderwijsgroep Midden-Friesland Postbus 409, 8440 KA Heerenveen Ds. Kingweg 1, 8440 KZ Heerenveen 0513-657372 cvb@ogmf.nl

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=a7f06bd9-3457-4256-8895-372bd41999c5