Eindrapportage - Bijlagenbundel Kleinschalige opvang asielzoekers Heerenveen
Tekst van het document
Op de locatie Feansterdyk/Ombocht in Akkrum was een jaar geleden de bedoeling om tiny houses te realiseren. - Opgemerkt wordt dat het om gewone huizen ging, waarvan door de gemeente tekeningen gemaakt zijn. Dat kon niet doorgaan, vanwege overschrijding van de geluidsnormen. De projectleider geeft aan dat destijds werd aangegeven dat de locatie te dicht op het spoor staat en er geluidsproblematiek zou ontstaan en het plan daarom niet kon doorgaan. De gemeente heeft in haar woonbeleid, los van het asielzoekersvraagstuk, wel deze locatie aangewezen voor woningbouw, omdat het geluidsprobleem technisch opgelost kan worden. - Opgemerkt wordt dat het de gemeente goed uitkomt om nu dit document te publiceren, waarin staat dat woningbouw op deze locatie wel mogelijk is. De gemeente zegt dat er gezinnen in de opvang komen, maar hij denkt dat er alleenstaande heren in komen. De projectleider merkt op dat spreker weinig vertrouwen in de gemeente heeft. - Opgemerkt wordt dat de beoogde woningen helemaal ontworpen zijn met een bouwbedrijf en een architectenbureau. Er waren elf woningen gepland, het plan was ingediend bij de gemeente, maar het werd niet goedgekeurd. Er zat een Didam-arrest op en aangegeven werd dat het spoor te dichtbij was. De projectleider merkt op dat een Didam-arrest nog een extra belemmering heeft gegeven naast het geluid.
- Opgemerkt wordt dat deze locatie in Akkrum niet geschikt is voor een azc, omdat de druk op Akkrum veel te groot wordt. Het project Tusken de Marren met 145 recreatiewoningen gaat door. Dat levert in de zomer waarschijnlijk minimaal 300 toeristen op. In de zomer is het al erg druk in Akkrum. Ze denkt niet dat de asielzoekers nog bij het totaal moeten. Voor de inwoners van Akkrum is nog niets geregeld en dat vindt ze niet oké. Met de plannen voor nieuwe woningen op deze locatie is destijds niets gedaan, dan worden eigenlijk de eigen inwoners opzij gezet. Er zijn veel mensen die een woning in Akkrum willen, maar sommige moeten uitwijken naar andere plaatsen omdat hier niets is. Ze geeft aan dat haar bedrijf al 26 jaar in Akkrum gevestigd is. De deuren staan gewoon open, iedereen kan naar binnen lopen, in al die jaren is er nog nooit overlast geweest. Dat wil ze zo houden. Ze is bang dat het open karakter van het bedrijf straks mogelijk gaat verdwijnen door de komst van asielzoekers. Gespreksleidster vraagt door wie deze zelfde angst gedeeld wordt. Ongeveer eenderde van de deelnemers sluit zich door middel van handopsteken hierbij aan. - Opgemerkt wordt dat dit alles te maken heeft met de begeleiding van het COA. Hij is bang dat met een kleinschalig azc best een beroep op het dorp wordt gedaan. Hij vraagt zich af of een en ander met elkaar in verhouding is.
- Opgemerkt wordt dat de gemeente het liefst minimaal twee locaties wil aanwijzen voor een azc. Als er minder dan honderd mensen worden opgevangen, moeten huisartsen in het dorp het zelf maar oplossen. Hoe kleiner het wordt, hoe meer de gemeente zelf moet doen. Hij verwacht dat dat geld en de mensen er niet zullen zijn. Er komen hier dan wel 150 mensen is de verwachting. 5
De projectleider zegt dat het COA aangeeft dat betere begeleiding minder gedoe geeft tussen asielzoekers onderling. Het COA wil daarom liever iets meer mensen op een locatie, want dan kan het COA de veiligheid en een goede begeleiding bieden, waardoor de overlast in het centrum minder is, maar ook zeker daarbuiten. De projectleider vervolgt zijn presentatie. De gemeente is van 31 naar negen geschikte locaties gegaan. Vervolgens is geconstateerd dat er vijf locaties zijn waar de gemeente eigenaar is. De andere locaties zijn grotendeels eigendom van projectontwikkelaars. Daar kan de gemeente ook zaken mee doen, maar dan moet de projectontwikkelaar wel binnen de kaders van de gemeente werken. - Opgemerkt wordt dat de ijsbaanlocatie in Akkrum ook van de gemeente is. De projectleider geeft aan dat die locatie afgevallen is, maar hij zo niet de reden weet. - Opgemerkt wordt dat dit grond van de gemeente is. De vraag is welke bestemming daarop rust. - De projectleider geeft aan dat sinds 1 januari van dit jaar de Omgevingswet geldt en dan gaat het niet meer om een bestemmingsplan, maar om een omgevingsplan. Dat betekent dat daar een procedure moet worden doorlopen net als bij een andere bestemmingswijziging, met regels, inspraak en bezwaarmogelijkheid. - Gevraagd wordt of het een volwaardige bestemming of tijdelijke bestemming voor tien jaar in het kader van de Omgevingswet wordt.
De projectleider geeft aan dat de insteek van de gemeente is dat het een woonlocatie moet zijn. De gemeente wil eigenlijk een woonwijk realiseren en binnen die woonwijk zijn een aantal woningen aangewezen voor asielzoekers. Dan moet de bestemming wonen op de locatie en op het moment dat er een andere bewoner in komt dan een asielzoeker, is dat gewoon toegestaan. Dus op die manier is het een permanente woonbestemming. In een woning woont een huishouding. Juridisch kan de vraag gesteld worden of een groep willekeurig bij elkaar gebrachte mensen als huishouding beschouwd kan worden. - Opgemerkt wordt dat mensen een volwaardige woning verdienen. Als mensen met elkaar op een kamer moeten en met anderen de ruimte in een woning moeten delen, is de vraag of ze daar blij van worden. Vooral als het uitzicht op doorstroming er in de praktijk niet blijkt te zijn. Men kan wachten op het moment dat het problemen gaat geven voor de bewoners zelf waar ze geen raad meer mee weten. De politiek moet in haar afweging wel kennis nemen van die angst. Vluchtelingen hebben recht op een gastvrije en welkome ontvangst, en niet elke keer uitstel van hun procedure. De projectleider vervolgt zijn presentatie. De gemeente zit nu in de onderzoeksfase. Medio oktober zal er een ambtelijk advies naar de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders gaan.
Het college neemt daarover begin november een besluit. Het kan zijn dat het college het advies volgt, maar het kan ook zijn dat het iets nieuws bedenkt. Het college komt met een voorstel naar de raad. Er komt een inspraakmogelijkheid voor de inwoners bij de raadscommissie op 25 november. In januari volgend jaar zal de gemeenteraad een definitief besluit nemen. - Gevraagd wordt of het COA het eindbesluit heeft. De projectleider geeft aan dat de gemeenteraad het eindbesluit neemt waar de opvang moet komen. De gemeente weet, als het kleinschalig wordt, dat er zaken met de huisarts geregeld moeten worden en misschien dat er gebruik gemaakt moet worden van de UTD-hal of van de Dorpskamer, of van de voorzieningen in de regio. Dan bekijkt het COA hoe dat ingevuld gaat worden. - Opgemerkt wordt dat het ambtelijk advies er over twee weken al moet zijn. Ze vraagt waarop het advies wordt gebaseerd en wat daarin wordt meegenomen. De projectleider geeft aan dat bekeken wordt of op de beoogde locaties duurzame woningen gebouwd kunnen worden, die in de omgeving passen. En of het mogelijk is dat de asielzoekers op de locatie in contact met vrijwilligers en omwonenden zo goed mogelijk tot hun recht kunnen komen.
Ook wordt gekeken of er genoeg winkels in de buurt zijn, het OV goed geregeld is, er een huisarts is, of de verkeerssituatie veilig te houden of te maken is, of er sociale veiligheid is, hoe snel het gerealiseerd kan worden, wat het de gemeente gaat kosten en wat het COA bereid is te betalen. - Gevraagd wordt of het COA de woningen laat bouwen. 6