(Concept) Participatiebeleid Omgevingswet
Tekst van het document
Ook inwoners en ondernemers nemen hun verantwoordelijkheid. We doen dit in harmonie en met respect voor elkaar. We gaan samen aan de slag om onze gemeente mooier te maken en leefbaar te houden. Om te wennen en te leren gunnen we elkaar de tijd. Maak Het! Maak Het! is de naam die de gemeente Heerenveen voor deze beweging heeft ingezet. Met Maak Het! creëren we commitment en hebben we een gezamenlijke ambitie: Wij zijn de Heerenveense wijken en dorpen: we zijn klein, maar doen groot. Samen maken we onze samenleving sterk. Met Maak Het! versterken we onze lokale democratie. De gemeente stelt zich dienstbaar op en luistert naar en denkt mee met inwoners. Maak Het! betekent experimenteren met nieuwe vormen van inspraak door inwoners. Maak Het! is niet alleen een beweging, maar onze dagelijkse manier van werken. Thematisch raadsakkoord 2018-2022 Naast het Hoofdlijnenakkoord heeft de gemeenteraad voor deze raadsperiode een Thematisch Raadsakkoord vastgesteld. Dit akkoord is tot stand gekomen naar aanleiding van een brief van enthousiaste en betrokken inwoners die de gemeenteraad hebben uitgedaagd om samen te zoeken naar mogelijkheden om het lokale democratische proces nieuwe vorm en inhoud te geven. De raad heeft daarom besloten om in deze raadsperiode op een aantal afgebakende onderwerpen te gaan experimenteren met nieuwe vormen van lokale democratie.
Het betreft de volgende onderwerpen: 31
Verduurzaming van Heerenveen, onderdeel Energietransitie; Versterken van de lokale democratie; Vitale ontwikkeling van het centrum, wijken en de dorpen; Daarnaast werkt de raad met een vierde thema, dat jaarlijks kan verschillen.
Uitgangspunten voor participatie in de Omgevingsvisie 1.0 Op 8 juli 2021 is de Omgevingsvisie 1.0 door de gemeenteraad vastgesteld. Als uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord en het Thematisch Raadsakkoord zijn in de Omgevingsvisie de volgende samenwerkingsprincipes opgenomen: Samenwerkingsprincipes 1. We werken volgens het ‘ja, mits’-principe. We denken in mogelijkheden. Niet initiatiefnemers laten aantonen waarom iets voldoet, maar samen kijken wat er nodig en passend is. In sommige gevallen leidt dit tot een aangepast plan. Wanneer het invullen van de ‘mits’ niet haalbaar is, is nee is ook een antwoord. Dit wordt begrijpelijk uitgelegd. We zijn helder en transparant naar initiatiefnemers om teleurstellingen te voorkomen. 2. We investeren in afstemming vooraf. We leggen minder vooraf vast in kwantitatieve regels en zetten meer in op dialoog en proces aan de voorkant om gezamenlijke doelen te bereiken. Het betrekken van inwoners is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van initiatiefnemers en overheid, waarbij we zoveel mogelijk sturen op draagvlak. Dit betekent niet altijd dat dit leidt tot een plan waar iedereen mee instemt. Participatie is een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting. 3. Inwoners krijgen een grotere rol bij de voorbereiding en evaluatie van ons Omgevingsbeleid.
Ook bij de voorbereiding van beleid (programma’s) betrekken we inwoners en relevante organisaties. Samen met inwoners evalueren we ons beleid om het nog beter aan te laten sluiten bij de praktijk en de wensen vanuit de samenleving. Daarbij kiezen we middelen die goed passen bij de manier waarop we in Heerenveen werken. We vragen feedback op hoe wij werken. 4. De opgave bepaalt hoe en met wie we samenwerken. Vanuit bewuste rolkeuze en gezamenlijke prioriteiten werken we met de samenleving én elkaar aan ontwikkelingen, opgaven en resultaten. Dit vraagt om een overheid die flexibel is en meebeweegt met aanwezige initiatieven uit de samenleving. Per opgave en per gebied bepalen we of we een regierol hebben, faciliterend zijn of willen loslaten en communiceren dit ook duidelijk naar andere betrokkenen. Ook is de volgende opdracht opgenomen in de Omgevingsvisie: “Deze principes werken we verder uit in ons participatiebeleid. Daarbij kijken we ook naar mogelijkheden om doelgroepen die nu nog onvoldoende worden bereikt te betrekken, zoals jongeren en laaggeletterden.”
32
BIJLAGE 2
MAATSCHAPPELIJKE CONTEXT, KENNISCONTEXT EN BELEIDSCONTEXT
Maatschappelijke context: samenspel tussen representatieve democratie en participatieve democratie Bij participatie gaat het over het samenspel tussen verschillende vormen van democratie. Representatieve democratie (via een gekozen volksvertegenwoordiging) vormt in Nederland het uitgangspunt van ‘de democratie’. De participatieve democratie is een aanvulling hierop. Daarbij worden inwoners op allerlei manieren betrokken bij het ontwikkelen en uitvoeren van gemeentelijk beeld. De Quickscan Democratie benoemt daarnaast maatschappelijke democratie als aparte vorm: inwoners die zichzelf organiseren rond maatschappelijke vraagstukken en de overheid hierbij betrekken (overheidsparticipatie).
De verhouding tussen deze verschillende vormen van participatie is in beweging. Mede als gevolg van een terugtrekkende overheid en een toegenomen kennisniveau bij inwoners ontstaat er meer ruimte voor de participatieve en maatschappelijke democratie. De verhouding tussen representatieve en andere vormen van democratie is tweeledig. Enerzijds besluit de gemeenteraad met het vaststellen van participatiebeleid over de vormgeving van de participatieve praktijk (denk aan kaderstelling: welke ruimte is er voor participatie?). Omgekeerd beïnvloeden participatieprocessen inzichten en informatie die wordt aangeleverd bijde besluitvormers (de volksvertegenwoordigers). Het zoeken naar een nieuwe balans kan de volgende vragen voor de gemeenteraad met zich meebrengen: Wat is de rol en positie van de gemeenteraad/het gemeentebestuur ten opzichte van participerende bewoners? 33
Hoe representatief zijn participatieve processen? Zitten alle belanghebbenden aan tafel en hebben ze gelijkwaardige invloed? Moet de raad niet het laatste woord hebben om de democratische waarden te bewaken?
Van belang bij de invoering van de Omgevingswet, is dat het niet alleen gaat om de (veranderende) verhouding tussen overheid en gemeenschap, maar ook over participatieprocessen van particulieren onderling. Er ligt immers een belangrijke verantwoordelijkheid bij initiatiefnemers van plannen om belanghebbenden op een goede wijze te betrekken bij de voorbereiding van plannen (met of zonder participatieplicht). Kenniscontext: onderzoek naar participatie in Heerenveen Het vormgeven van het participatiebeleid begint niet bij ‘nul’. In de afgelopen jaren zijn diverse participatieprocessen uitgevoerd en geëvalueerd. We noemen hierbij: de uitkomsten en aanbevelingen van onderzoekers en studenten van NHL Stenden / Thorbecke Academie naar het democratisch gehalte van een aantal participatieprocessen (www.democratie0513.nl); In het kader van het landelijke programma Democratie in Actie is in 2020 een Quickscan Lokale Democratie uitgevoerd naar hoe inwoners, raadsleden, ambtenaren en collegeleden kijken naar het democratische samenspel in de gemeente Heerenveen; Evaluatie van diverse (digitale) participatieprocessen. Denk daarbij onder andere aan de processen met betrekking tot de centrumgebieden (Akkrum en Jubbega), de Omgevingsvisie, maar ook bij concrete projecten. De geleerde lessen en inzichten worden meegenomen in het op te stellen participatiebeleid.
34
BIJLAGE 3
SYMPOSIUM PARTICIPATIEDEMOCRATIE 8 OKTOBER 2021
Op 8 oktober 2021 is een digitaal symposium over participatiedemocratie georganiseerd. Het symposium was bedoeld om te delen en ook te leren van ervaringen. Hieronder is een samenvatting opgenomen van de inzichten die op deze dag zijn opgedaan.
Participatie is iets dat je moet doen, maar wat ook een lerende houding vraagt. Als de verhoudingen en rollen veranderen, vraagt dat iets van alle betrokkenen. Check daarom altijd bij de inrichting van het proces of raad, college/organisatie en inwoners ieder een plek hebben gekregen in het proces. In Heerenveen hebben we gemerkt dat soms de neiging bestond om het college te weinig mee te nemen in het proces, ook in de monitoring ervan.
De aanwezigen vonden transparantie de belangrijkste waarde – het moet duidelijk zijn wie welke afweging maakt op welk moment in het proces. Tegelijk merken we in de praktijk dat er veel begrip is voor de ‘rommelige’ werkelijkheid van experimentele processen. Flexibiliteit is ook belangrijk en zolang je maar duidelijk maakt wat je verandert, zijn aanpassingen in het proces geen probleem. Daarbij is het belangrijk om het naast de inhoud ook regelmatig met elkaar te hebben over het proces zelf.
Inwoners zijn het meest betrokken bij hun eigen omgeving en willen daar ook invloed om aan hun behoeften/wensen tegemoet te komen. Die betrokkenheid uit zich niet altijd zoals je dat graag zou willen, ook protest is een teken van betrokkenheid! Gebruik bij het contact met inwoners de bestaande structuren van dorpsraden/verenigingen, dat is herkenbaar voor inwoners. Daarbij werkt ontmoeting en gesprek het best, digitale participatie instrumenten zijn ondersteunend, maar geen vervanger van de onderlinge gesprekken. Zorg voor ambtelijke ondersteuning – inwoners zijn geen participatieprofessional. Zorg dat de rol van de raad (kaderstellend en besluitvormend) in het hele proces duidelijk is en wat er met de uitkomsten in dat proces gedaan gaat worden.
Je kunt inwoners heel goed vragen om een afweging te maken, ook bij een open vraag ontstaan nieuwe inzichten en originele oplossingen. Het is belangrijk om in het proces na te denken over de vraag waar de belangen worden afgewogen en wie dat doet, bijvoorbeeld in een startnotitie. Als je dan de gesprekken gaat voorbereiden, let er dan op dat inwoners de juiste informatie hebben om de belangen/keuzes te overzien, zet daar bijvoorbeeld experts voor in. Het begeleiden van de gesprekken is belangrijk, zodat ieder gehoord wordt en om te garanderen dat de uitkomst relevant is.
Inclusief participeren is een uitdaging die vertrouwen, gelijkwaardigheid en een luisterende houding vraagt. De eerste vraag moet altijd zijn: waarom wil je eigenlijk in gesprek en wie bepaalt dan de agenda? Denk goed na over wie je wilt bereiken en pas daar ook je proces en communicatie op aan – laat de mensen niet naar jou toekomen, maar zoek hen op waar zij te vinden zijn. Er zijn geen moeilijke doelgroepen als je weet waarom en met wie je in gesprek wilt, je moet daarin als gemeente vaak meer outreachend zijn dan je denkt. Dat geldt des te meer bij jongeren!
35
De energie uit de samenleving en de bestaande besluitvormingsstructuren verhouden zich niet altijd goed. Wil je de energie uit de samenleving benutten en niet laten weglekken dat zijn heldere afspraken nodig, maar vooral het managen van verwachtingen. Dat geldt zowel voor de politici als de deelnemers aan een experiment. Lukt dat niet goed, dan tast dat direct het democratische vertrouwen aan en dat is een hoge prijs om te betalen. Lukt dat wel, dan is er meer mogelijk dan je vooraf had gedacht.
Monitoring van de experimenten is waardevol omdat het nieuwe inzichten geeft en je in een lerende houding dwingt. Dat zou niet moeten stoppen nadat een experiment is afgelopen, maar ook lange termijneffecten zouden onderzocht moeten worden. Wees ook open over het feit dat je monitort: democratie is ‘work in progress’!
36
BIJLAGE 4
DIALOOGSESSIE PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET 22 NOVEMBER 2021
Op 22 november heeft een dialoogsessie plaatsgevonden met raadsleden en medewerkers uit de ambtelijke organisatie. Het doel was om ervaringen uit te wisselen over participatieprocessen en uitgangspunten te formuleren voor het op te stellen Participatiebeleid Omgevingswet. In januari komen de resultaten uit deze sessies terug in een concept-nota Participatiebeleid. Daarin worden een aantal ambitiescenario’s voorgelegd met betrekking tot participatie waarbij de gemeente initiatiefnemer is en de ondersteuning die de gemeente al dan niet biedt bij participatieprocessen van inwoners en bedrijven.
Verslag ronde 1 Vergunningverlening / initiatieven van inwoners & bedrijven
Goffe Walsweer (VVD) Norbert Bolman (Heerenveen Lokaal) Althea Browne (D66) Gerrie Rozema (GL) Klazina Bontekoe (CU) Rixt Wind (wijkmanagement) Floor Driessen (spelen) Durk Polet (vergunningen)
Ervaringen De deelnemers hebben positieve ervaringen met kleinschalige participatietrajecten. Bij grootschalige participatie zoals bijvoorbeeld de G1000 hebben ze twijfels over het bereik en de uitkomst. Niet alle groepen zijn vertegenwoordigd en sommige viel het op dat deelnemers elkaar volgen i.p.v. met een eigen inbreng te komen. Het is belangrijk dat als een participatietraject wordt gestart, deze ook wordt afgerond. Kaders Een gedeelde zorg is, hoe voorkom je dat er een tweedeling in de maatschappij ontstaat. Sommige inwoners zijn heel communicatief en/of hebben de financiële middelen om een mooie presentatie te maken. Er zijn ook inwoners die het, om wat voor reden dan ook, moeilijk vinden om voor zichzelf op te komen en/of iets te presenteren aan derden. De deelnemers willen graag leren van ervaringen in andere gemeenten. Genoemde voorbeelden zijn: https://www.apeldoorn.nl/ter/Participatie-in-10-stappen https://vng.nl/artikelen/paul-van-der-lee-participatie-en-de-doetinchemsehandreiking Rol van de raad De deelnemers vinden dat de raad zowel kaderstellend, controlerend als volksvertegenwoordiger kan zijn. Dit is afhankelijk van de omvang van een project en het niveau waarop geparticipeerd wordt. Bij een project van grote omvang (impact) zal de rol van de raad groter zijn dan bij een klein project. 37
Wanneer geslaagd Optimaal is dat iedereen blij is. Deelnemers vinden het belangrijkste dat mensen zich ongeacht de uitkomst gehoord voelen. Ze willen dat er voor initiatiefnemers een handreiking komt. Dit ontzorgt de initiatiefnemer en draagt er mogelijk aan bij dat iedereen zich na afloop gehoord voelt.
Verslag ronde 2 Vergunningverlening / initiatieven van inwoners & bedrijven
Poppe Hooijsma (FNP) Karst Breeuwsma (CDA) Sybrig Sytsma (PvdA) Evert Tigchelaar (SP) Tino van der Ven (GBL) Rixt Wind (wijkmanagement) Floor Driessen (spelen) Durk Polet (vergunningen)
Ervaringen De deelnemers hebben niet veel ervaring met participatietrajecten voor vergunningen. Even rondfietsen en vragen kan al heel wat opleveren. Durk Polet vult aan dat de meeste klachten van directe buren komen. De grootste winst is te behalen door vooraf met de buren te praten. Geconstateerd wordt dat situaties die op het eerste gezicht overeenkomen, niet hetzelfde blijken te zijn. Dit leidt tot weerstand bij initiatiefnemers. Van de ambtenaar wordt verwacht dat zij kunnen uitleggen waarom iets vergelijkbaars op de ene plek wel kan en op de andere plek niet. Ambitieniveau Dit hangt af van de grote en de impact van het plan. De manier waarop inwoners participeren kan niet worden afgedwongen. De deelnemers vinden het daarom belangrijk dat er minimale richtlijnen zijn waaraan de participatie moet voldoen. Belanghebbende moeten de kans krijgen om te kunnen reageren. Een aandachtspunt is, hoe voorkom je dat participatie bij de een wel goed verloopt en bij de ander niet? Niet iedereen is even communicatief. Rol van de raad De deelnemers zien de rol van de raad als kaderstellend en faciliterend. Controleren zien ze niet als een rol van de raad, wel evalueren. Evaluatie kan aanleiding zijn om kaders bij te stellen, al lerend kaderstellend. Wanneer succesvol De deelnemers zijn van mening dat wanneer een initiatiefnemer goed bezig is, participatie vanzelfsprekend is.
Participatie mag niet verworden tot een verplicht nummer. Het gaat mis wanneer voor de start niet gecommuniceerd is. Belangrijk is te weten dat niet alles kan, de gemeente en provincie hebben kaders (omgevingsplan) waaraan getoetst wordt.
38
Verslag ronde 1 Beleidsontwikkeling / Gebiedsontwikkeling
Poppe Hooijsma (FNP) Karst Breeuwsma (CDA) Sybrig Sytsma (PvdA) Evert Tigchelaar (SP) Tino van der Ven (GBL) Hanneke van der Lei (stedenbouw) Evert Stellingwerf (beleidsadviseur) Corina Neelis (projectleider) Susan Haanstra (jongerenparticipatie)
Ervaring met Beleidsontwikkeling G1000 – vaak dezelfde mensen die meedoen / bij de G1000 was geloot, dus ook anderen / ging helaas mis met jongerenparticipatie Omgevingsvisie – bijeenkomsten liepen heel goed / verslag kwam terug in de mail Je bereikt toch niet iedereen Laagdrempeliger maken? Soms is nog te abstract. Twee of drie scenario’s voorleggen? Dan krijgen mensen een beter beeld van waar het over gaat. Zie als voorbeeld: plan de Treffe in Skoatterwâld (kaders opgesteld met direct betrokkenen en daarna een prijsvraag uitgevoerd) Mooi verschillende mates van invloed te geven (afhankelijk van de impact) Veel reuring over besluit Doelhofbrêge. Mensen hadden niet door dat de enquête definitief was. “PB doet maar waar ze zin in heeft?” Belangrijke uitgangspunten Laten zien wat je met opbrengst doet. Neem mensen serieus Kaders / duidelijk zijn / verachtingsmanagement / eerlijk zijn over wat er nog te kiezen valt (Symposium 8 oktober: transparantie) Ambitieniveau Hoe ver moet je gaan om iedereen te betrekken? Pragmatisch zijn / moet betaalbaar blijven / hangt af van de impact van het plan / het gaat om aard en schaal Je kunt het vraag ook omdraaien: hoeveel schade berokkent het als je niet doet? Rol vd raad Ook weer afhankelijk van het plan Bij plan de Treffe zien we geen rol voor de raad. Prima om dat samen met de bevolking op te pakken
39
Verslag ronde 2 Beleidsontwikkeling / Gebiedsontwikkeling
Goffe Walsweer (VVD) Norbert Bolman (Heerenveen Lokaal) Althea Browne (D66) Gerrie Rozema (GL) Klazina Bontekoe (CU) Yfke Hoogland (gespreksleider) Hanneke van der Lei (stedenbouw) Evert Stellingwerf (beleidsadviseur) Corina Neelis (Projectleider) Susan Haanstra (jongerenparticipatie)
Ervaring met Beleidsontwikkeling G1000 is een mooi project geweest / iedereen had betrokken kunnen zijn / aan het eind vooral de mensen over die veel tijd hebben / weinig mensen met kinderen etc / veel groepen niet aangesloten Is participatie echt bevorderlijk voor de democratie Goede voorbeelden: o Verkoop van pand het Medium in Aldeboarn o Skatebaan met de jongeren. Jongeren vragen: waar heb je behoefte aan? (Mooie samenwerking met jongeren) Schoon belonen in plaats van oud papier ophalen (in het begin lastig omdat er een groep was die financiële middelen kwijt raakten. Nu veel mensen enthousiasten (over de voorbeelden) Centrumvisie Akkrum en Jubbega / veel draagvlak voor visie Jubbega / verschillende vormen gebruiken om mensen te bereiken / had het idee dat de digitale de drempel voor jongeren en gezinnen lager maakt (groter bereik) / daar tegenover: bij digitale processen missen we wel de interactie / ook behoefte aan fysieke bijeenkomsten Als mensen namens het dorp spreken: zorg dat je iedereen meeneemt Belangrijke uitgangspunten Kaders communiceren (bijv. financiën / reeds vastgelegd beleid) + duidelijk waar de speelruimte zit Denk vooraf na over het doel en over te nemen stappen. Bedenk wie je wilt betrekken (bewoners en experts) en hoe je de stemmen weegt.
Doe aan verwachtingsmanagement hierover Het gekozen traject hangt ook af van de schaal van het project Vorm en inzet van middelen blijft maatwerk Mensen moeten terug kunnen zien wat er met hun inbreng is gedaan Voor jongeren heel belangrijk: ‘whats in it for us?
40
BIJLAGE 5
UITWERKING PARTICIPATIEBELEID VOOR VERSCHILLENDE TYPEN PLANNEN
Plannen bestaan in alle soorten en maten. Ze verschillen in ieder geval op de volgende onderdelen: - Wie de initiatiefnemer is(een inwoner, een bedrijf of de gemeente) - De omvang / impact - Welke (juridische) procedure er wordt gevolgd In dit hoofdstuk gaan we per type plan in op de wettelijke kaders die zijn opgenomen in de Omgevingswet. Participatie is maatwerk en blijft vormvrij. Wel wordt per type plan een aantal suggesties gedaan voor participatieprocessen die hierbij passen. In de definitieve versie van het Participatiebeleid worden de voorgestelde werkvormen verder uitgewerkt in een bijlage, zodat initiatiefnemers van plannen verschillende voorbeelden tot hun beschikking hebben.
Type plan / proces / Wettelijke verplichting (op basis van de Omgevingswet) kerninstrument Omgevingswet Plannen en projecten waarbij de initiatiefnemer een inwoner, bedrijf of organisatie is geen vergunning nodig Geen binnenplanse omgevingsvergunning Wel indieningsvereiste zonder participatieplicht (= beantwoorden vraag in DSO) buitenplanse omgevingsvergunning De raad kan een participatieplicht van toepassing verklaren met participatieplicht op categorieën van initiatieven buitenplanse omgevingsvergunning De raad kan een participatieplicht van toepassing verklaren met participatieplicht en adviesrol op categorieën van initiatieven van de raad 6 Plannen en projecten waarbij de gemeente initiatiefnemer is Omgevingsvisie Motiveringsplicht Omgevingsplan Kennisgeving + Motiveringsplicht Programma Motiveringsplicht Beleidsontwikkeling Geen (geen programma in de zin van de Omgevingswet) Grotere projecten van de Geen gemeente / gebiedsontwikkeling (tenzij vergunning nodig)
Samenvattend overzicht types plannen, wettelijke verplichtingen en type klantreis 5.1 Initiatieven van inwoners, bedrijven of organisaties Initiatieven van inwoners, bedrijven en organisaties zijn er in alle soorten en maten. De uitgangspunten die daarbij van toepassing zijn op participatie, worden daarbij deels door de impact van het initiatief, maar ook door de wettelijk regels en kaders die de gemeente heeft vastgesteld bepaald. We onderscheiden vier type plannen. 6 Conform het raadsbesluit van 18 februari 2021
41
5.1.1 Geen vergunning nodig Sommige bouwplannen en activiteiten in de fysieke leefomgeving kunnen vergunningsvrij worden gerealiseerd. Daarbij is participatie niet per sé verplicht, maar het is natuurlijk wel netjes om bij verbouwingswerkzaamheden buren te informeren. Passende vormen van participatie zijn bijvoorbeeld: Een informatiebrief door de deur; Buren uitnodigen op de koffie.
5.1.2 Binnenplanse Omgevingsvergunning Bouwplannen en activiteiten die binnen de kaders van het Omgevingsplan zijn toegestaan noemen we binnenplanse omgevingsvergunning. Het gaat hier veelal om kleinschalige bouwplannen. Je kunt daarbij denken aan een dakkapel, uitbouw van een woning of een schuurtje. Voor deze plannen is participatie niet per sé verplicht, maar wordt het wel gestimuleerd. Initiatiefnemers wordt bij de aanvraag van een omgevingsvergunning namelijk altijd gevraagd of ze aan participatie hebben gedaan en zo ja, hoe dat is gebeurt en wat er met de resultaten is gedaan. Het antwoord “nee” op het aanvraagformulier, is op zichzelf geen grond om een aanvraag voor een Omgevingsvergunning te weigeren, tenzij er een participatieplicht geldt. Passende vormen van participatie bij dit type omgevingsvergunning kunnen zijn: Een informatiebrief door de deur; Buren uitnodigen op de koffie; Een (digitale) informatiebijeenkomst; Een digitale bijeenkomst.
5.1.3 Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (Bopa) zonder participatieplicht Deze categorie plannen bestaat in de gemeente Heerenveen niet, omdat de gemeenteraad heeft besloten om bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten een participatieplicht van toepassing te verklaren (zie 5.1.4). 5.1.4 Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (Bopa) met participatieplicht Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zijn alle bouwplannen en activiteiten die niet passen binnen de kaders van het Omgevingsplan. Het gaat veelal om grotere bouwplannen, zoals de realisatie van één of meerdere nieuw woningen op een plek waar deze functie nog niet is toegestaan. Met het raadsbesluit van 18 februari 2021 heeft de gemeenteraad er voor gekozen om een participatieplicht van toepassing te verklaren op alle buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten.
Passende vormen bij dit type omgevingsvergunning kunnen zijn: Eén of meerdere inloopbijeenkomsten; Eén of meerdere participatiebijeenkomst met een geschikte werkvorm (nadruk op raadpleging ; Een enquête of peiling; Of combinaties van de bovenstaande opties.
42
5.1.5 Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit met participatieplicht en adviesrol raad Op 18 februari 2021 is door de gemeenteraad een lijst van plannen vastgesteld waarbij de raad een adviesrol heeft bij het verlenen van de Omgevingsvergunning. Het gaat daarbij veelal om plannen met een grotere omvang en impact. Een aantal voorbeelden daarvan zijn de volgende (op basis van raadsbesluit 18 februari 2021): Binnen de bebouwde kom - Het toevoegen van meer dan 10 woningen aan de bestaande woningvoorraad; - Nieuwbouw van niet-woonfuncties met een gebruiksoppervlakte van 1500 m2 Buiten de bebouwde kom - Het vestigen van nieuwe stedelijke functies buiten het bestaand stedelijk gebied, voor zover het ruimtebeslag meer bedraagt dan 500m2, of het toevoegen van een woning op een niet bestaande woonlocatie - Nieuwvestiging van agrarische bedrijven Algemeen - Het realiseren van één of meer windturbines met een ashoogte van meer dan 15 meter - Het realiseren weiden met zonnepanelen (buiten het gebruiksoppervlak). Bij deze categorie plannen heeft de gemeenteraad uiteindelijk een (bindende) adviesrol. Daarom is het bij deze categorie goed denkbaar dat de gemeenteraad in het voortraject als toeschouwer wordt uitgenodigd bij het participatieproces, zodat zij bij de besluitvorming beter kunnen afwegen kunnen zien of de participatie goed verlopen is.
Passende vormen bij dit type omgevingsvergunning kunnen zijn: Eén of meerdere inloopbijeenkomsten; Eén of meerdere participatiebijeenkomst met een geschikte werkvorm (nadruk op raadpleging; Een informatiesessie voor raadsleden; Het inrichten van een klankbordgroep van de meest betrokken belanghebbenden; Het uitwerken van een aantal scenario’s/invullingen in diverse werkgroepen; Een enquête of peiling; Of combinaties van de bovenstaande opties.
5.1.7. Het uitdaagrecht (right to challenge) Een bijzondere vorm van participatie vanuit de samenleving is het zogenaamde right to challenge. Hierover staat het volgende in de Omgevingsvisie: Right to challenge bij (beheer)taken van de gemeente “Beheertaken die voorheen door de gemeente werden uitgevoerd, kunnen ook door inwoners worden opgepakt. Inwoners die voorstellen hebben om de fysieke leefomgeving zelf op een andere manier in te richten, te beheren of te gebruiken, krijgen de gelegenheid om hun plannen voor te leggen (right to challenge). Als gemeente kunnen we niet altijd meebewegen. Die mogelijkheid is groter bij gronden die in gemeentelijk eigendom zijn, dan voor gronden die in particulier eigendom zijn. In een programma groenstructuur werken we nader uit hoe dit right to challenge eruit ziet voor het openbaar groen.”
43
Zodra de ‘Wet versterking participatie op decentraal niveau’ is vastgesteld, wordt het uitdaagrecht wettelijk verankerd. We zullen dan ook onze inspraakverordening uit 2016 aanpassen tot participatieverordening. 5.2
Gemeente is initiatiefnemer
Voor een aantal instrumenten uit de Omgevingswet is een motiveringsplicht van toepassing. Het bevoegd gezag moet bij het besluit over de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan of een Omgevingsprogramma aangeven: hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding, wat de resultaten daarvan zijn en; op welke manier aan het eigen participatiebeleid is voldaan. In de Omgevingsvisie is het uitgangspunt opgenomen dat we onze inwoners meer willen betrekken bij het opstellen en evalueren van ons beleid. De mate waarin we dat doen is afhankelijk van de keuze tussen de ambitiescenario’s die in hoofdstuk 5 zijn opgenomen. Daarbij gaat het om de vraag of de inzet op gemeentelijk initiatieven on het huidige niveau houden (scenario A) of intensiveren (scenario B en D). Onderstaand wordt aangegeven hoe dit bij de verschillende instrumenten wordt vormgegeven. 5.2.1 Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Heerenveen 1.0 is op 8 juli 2021 vastgesteld. Het is de bedoelding om de voortgang van de visie regelmatig te evalueren en te actualiseren (zie onderstaand kader). Eens in de vier jaar zal een grondige herziening plaatsvinden. Qua participatie stellen we hierin voor om: 1. Bij de jaarlijkse evaluatie en herziening van de Omgevingsvisie een lichte vorm van participatie te kiezen.
Bijvoorbeeld het ophalen van meningen aan de hand van een enquête (evaluatie) en het schriftelijk en digitaal ter inzage leggen voor zienswijzen van een aangepaste Omgevingsvisie (ontwerp-Omgevingsvisie 1.1); 2. Bij de vierjaarlijkse grondige herziening kan meer aandacht worden besteed aan participatie, bijvoorbeeld door het organiseren van één of meerdere inloopavonden en (digitale) werksessies. Monitoring, evaluatie en bijstelling van de Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie zijn uitgangspunten opgenomen voor evaluatie en bijstelling 1. Ieder jaar wordt er een jaarverslag gemaakt over ontwikkelingen in de leefomgeving van Heerenveen. Dit jaarverslag bereiden we voor met inbreng vanuit de samenleving en gegevens van toezicht en handhaving. We onderzoeken of dit jaarverslag kan aanhaken bij de gebruikelijke P&C-cyclus. Waar mogelijk onderbouwen we het verslag met kwantitatieve gegevens en voorbeelden. Daarbij kijken we naar de ambities en doelstellingen die zijn geformuleerd in hoofdstuk 4 en 5; 2. Eén keer in de vier jaar wordt de doorwerking van de Omgevingsvisie grondig geëvalueerd en wordt de beleidskoers waar nodig bijgesteld. Dit doen we bijvoorbeeld in het jaar nadat een nieuw coalitieprogramma is vastgesteld. Daarbij gaat het vooral om hoofdstuk 5 en de vertaling daarvan naar hoofdstuk 6. De basis van de visie (hoofdstuk 4) blijft daarmee langjarig in stand; 3.
Tussentijds kan de Omgevingsvisie op ondergeschikte onderdelen worden aangepast. Bijvoorbeeld naar aanleiding van het jaarverslag. Daarbij denken we aan aanpassingen op het niveau van een
44
paragraaf. Bijvoorbeeld vanwege de wijziging van thematisch beleid (hoofdstuk 5) of een andere visie op een bepaald deelgebied (hoofdstuk 6). Deze aanpassingen leggen we zoveel mogelijk gebundeld aan de gemeenteraad voor. De frequentie van een tussentijdse aanpassing is daarom één keer per jaar.
•Terugkoppeling
•Beleidsontwikkeling
Handhaving
Omgevingsvisie
Monitoring en evaluatie
(ambities, doelstellingen, uitgangspunten)
Activiteiten Programma's
(algemene regels)
Omgevingsvergunning
(uitwerking en maatregelen)
Omgevingsplan
(toetsing)
(regels fysieke leefomgeving)
Toezicht •Beleidsdoorwerking •Uitvoering
Overzicht van de beleidscyclus met daarin de verschillende omgevingswetinstrumenten 5.2.2 Omgevingsplan Bij het Omgevingsplan moet het bevoegd gezag in een kennisgeving aangeven op welke manier de participatie wordt vormgegeven, wie er worden betrokken, etc. Aanpassing van het Omgevingsplan als doorvertaling van beleid Uiteindelijk zal er voor de gemeente één integraal Omgevingsplan gaan gelden. Deze aanpassing loopt tot 2029 en zal in fases plaatsvinden. Er kunnen zowel gebiedsgewijs als thematisch onderdelen van het Omgevingsplan worden aangepast. Het Omgevingsplan bevat daarbij vooral een (neutrale) doorvertaling van de beleidskeuzes die in de Omgevingsvisie al gemaakt zijn. Het accent van participatie kan daarom liggen bij de ontwikkeling van Omgevingsvisie en programma’s. Bij het Omgevingsplan kan er dan voor worden gekozen voor een lichte vorm van participatie. Bijvoorbeeld het schriftelijk en digitaal ter inzage leggen voor zienswijzen van een ontwerp-Omgevingsplan. Indien gewenst kunnen daar nog informatieavonden aan worden toegevoegd. 45
Aanpassing van het Omgevingsplan ten behoeve van een concrete ontwikkeling Iets ander ligt wanneer het Omgevingsplan moet worden gewijzigd om een planologisch kader te bieden voor een nieuwe ontwikkeling. In dat geval kunnen participatiemiddelen worden gekozen die vergelijkbaar zijn met een buitenplanse afwijking van het Omgevingsplan (zie paragraaf 5.1.4 en 5.1.5). 5.2.3 Omgevingsprogramma Met het opstellen van een programma wordt het beleid uit de Omgevingsvisie verder uitgewerkt en concreet gemaakt. Deze uitwerking kan zowel betrekking hebben op gebieden en op thema’s. Omdat deze concretisering vaak meer houvast biedt voor belanghebbenden dan de Omgevingsvisie, is dit instrument uitermate geschikt voor participatie. Bij Omgevingsprogramma’s geldt, net als de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan een motiveringsplicht. In veel gevallen bevat een programma ook elementen van samenwerking met netwerkpartners. Dit pleit er voor om een participatievorm te kiezen waarbij het accent ligt op coproduceren; oftewel een hoge mate van medezeggenschap bij samenwerkingspartners. Hiervoor zijn vele verschillende (werk)vormen denkbaar. 5.2.4 Overig beleid (geen programma in de zin van de Omgevingswet) Naast het programma in de zin van de Omgevingswet, blijven er ook andere vormen van beleidsontwikkeling mogelijk. Bijvoorbeeld het vaststellen van een beleidsnotitie of beleidsregels.
Participatie- en inspraak is daarbij niet altijd verplicht. In de Participatieen inspraakverordening 2016 is bepaald in welke gevallen participatie- en inspraak plaatsvindt en waar dit aan dient te voldoen. Geen participatie of inspraak wordt verleend.: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen/ situaties/ belangen in de samenleving. 5.2.5 Beleidsevaluatie Onder 5.2.1 werd reeds ingegaan op de evaluatie en monitoringscyclus van de Omgevingsvisie. Omdat de Omgevingsvisie in principe alle beleidsterreinen in de fysieke leefomgeving omvat wordt bij de evaluatie van dit instrument alle inwoners betrokken. Bij de evaluatie van programma’s is dit vormvrij en worden gericht keuzes gemaakt.
Zo kan er bij thematische programma’s voor gekozen om te evalueren met netwerkpartners. Bij 46
gebiedsprogramma’s kan evaluatie plaatsvinden met de inwoners en stakeholders uit het gebied. 5.2.6 Gemeentelijke projecten (RO en IBOR) Bij gemeentelijke RO, bouw- of herinrichtingsprojecten worden vaak omgevingswetinstrumenten ingezet (programma, Omgevingsplan of Omgevingsvergunning). De participatie kan dan aan één van deze instrumenten worden gekoppeld (zie paragraaf 5.1.4; 5.1.5; 5.2.2 of 5.2.3). Bij grotere projecten ligt het meer voor de hand om eerder een participatieproces op te starten. Deze kan dan worden gekoppeld aan het opstellen van een gebiedsvisie of stedenbouwkundige kaders. Daarnaast kunnen er ook werkzaamheden aan de orde zijn waar geen vergunningplicht geldt, maar waarbij toch een grote impact op de leefomgeving aan de orde kan zijn. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van riolering of het herinrichten van een weg. De succesfactoren in hoofdstuk 3 zijn ook in dat geval van belang. Goede en toegankelijke informatieverstrekking is een basisvereiste. Bij herinrichting vinden vaak ook meerdere werksessies plaats waarbij verschillende scenario’s voorliggen en in overleg met bewoners keuzes worden gemaakt. Het participatieniveau ligt dan vaak op raadplegen of coproduceren.
47
BIJLAGE 6 RELATIE PARTICIPATIE MET KLANTREIZEN OMGEVINGSWET 6.1 Klantreizen in het kort Onder de Omgevingswet moeten vergunningaanvragen in principe binnen acht weken worden afgehandeld. Wanneer inwoners of bedrijven een initiatief hebben, willen wij hen als gemeente zo goed mogelijk van dienst zijn. Voor het werken onder de nieuwe Omgevingswet, wordt een aantal duidelijke “klantreizen” ontwikkeld, waarbij de initiatiefnemer een vast contactpersoon heeft. Bij deze klantreizen horen een viertal serviceformules.
Initiatiefnemers worden, passend bij hun behoefte, gefaciliteerd en ondersteund. Het digitale omgevingsloket vormt daarbij een eerste ingang voor de meeste initiatiefnemers. De zwaarte van het initiatief en de regels in het Omgevingsplan bepalen uiteindelijk wie beslist over de wenselijkheid van het initiatief. Het maakt daarbij verschil of een initiatief vergunningsvrij is en of het binnen de kaders van het Omgevingsplan en de Omgevingsvisie past. Wanneer een plan past binnen de kaders van het Omgevingsplan, dan kan de “snelserviceformule” worden toegepast. Bij plannen die groter en complexer zijn, is er sprake van de “ontwikkel- of de ontwerpformule”. Ingewikkelde aanvragen worden besproken op de intaketafel. Daar wordt bepaald of er kans van slagen is en wat nodig is om een 48
initiatiefnemer verder te helpen. Onderstaand figuur laat de kenmerken van de verschillende klantreizen zien. 6.2 Hoe verhoudt de klantreis van de ontwerpformule zich tot een participatieproces? De klantreis van de snelserviceformule en de ontwerpformule die hierboven zijn geschetst, richten zich vooral op een inhoudelijke behandeling van een initiatief. Daarbij gaat het aan een intaketafel om de beleidsmatige wenselijkheid en aan de omgevingstafel om een juridische toetsing aan wet- en regelgeving (toets op haalbaarheid). Bij de ontwerpformule zal in veel gevallen ook sprake zijn van een vorm van participatie. Dit participatieproces met belanghebbenden zal in de meeste gevallen parallel lopen aan de omgevingstafel. Dit participatieproces met belanghebbenden zal in de praktijk veelal plaatsvinden na een intake door de gemeente en voorafgaand aan een aanvraag. Daarmee loopt het gelijk op met de omgevingstafel. Het is ook mogelijk om (een vertegenwoordiging van) belanghebbenden uit te nodigen aan de omgevingstafel. Die keuze is aan de initiatiefnemer: hij of zij is verantwoordelijk voor de manier waarop het aanvraagproces én het participatieproces wordt ingericht. In het onderstaande voorbeeld is indicatief beschreven hoe een klantreis van een aanvrager er uit ziet (blauwe pijlenschema) en hoe het participatieproces eruit (oranje blokkenschema).
Uiteindelijk komen beide parallelle sporen bij elkaar bij het indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning. Let wel! Dit is een voorbeeld, want participatie blijft vormvrij en bestaat soms uit één stap en soms uit meerdere stappen.
49
BIJLAGE 7
MEER INFORMATIE
Handige websites
Participatie bij de instrumenten van de Omgevingswet - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) Inspraak en rechtsbescherming - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) Participatie in de omgevingsvergunning - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) Participatiekompas - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) Denkwijze(r) voor goede participatie - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) Valkuilen van participatie en het belang van een goed plan bij locatie ontwikkeling – Participatietrajecten.nl
50