(Concept) Participatiebeleid Omgevingswet
Tekst van het document
Samen maken we Heerenveen! Uitgangspunten voor participatieprocessen bij de voorbereiding van beleid, plannen en initiatieven in het fysieke domein Concept, januari 2022
Inhoud 1.
2.
3.
Inleiding .............................................................................................4 1.1.
Aanleiding: participatie- en motiveringsplicht in het kader van de Omgevingswet .4
1.2.
Waarom is participatie belangrijk? .........................................................5
1.3.
Doel van dit participatiebeleid .............................................................5
1.4.
Relevante context (waar houden we rekening mee?) ...................................6
1.5.
Reikwijdte / afbakening .....................................................................7
1.6.
Vier ambitiescenario’s .......................................................................7
1.7.
Leeswijzer .....................................................................................7
Vastgestelde kaders en ambities op het gebied van participatie ...........................8 2.1.
Wettelijk kader ...............................................................................8
2.2.
Wat wordt bedoeld met participatie in het kader van de Omgevingswet? ...........9
2.3.
Gemeentelijke kaders en ambities op het gebied van participatie ................. 10
Algemene uitgangspunten voor succesvolle participatieprocessen ....................... 11 3.1. Bedenk vooraf wat het doel van het participatieproces is en communiceer daarover .............................................................................................. 11
4.
3.2.
Bedenk vooraf wie je bij het plan moet betrekken (doelgroep) ..................... 12
3.3.
Vroegtijdige participatie levert goodwill op aan de achterkant (en tijdswinst) ... 13
3.4.
Verduidelijk de rol van alle betrokkenen ............................................... 14
3.5.
Zorg voor een goede informatievoorziening ............................................ 14
3.6.
De vorm en middelen moeten in verhouding staan tot het plan ..................... 15
3.7.
Het moet naderhand duidelijk zijn wat er wel/niet met de inbreng gebeurt ..... 15
3.8.
Wanneer heeft er voldoende participatie plaatsgevonden? .......................... 16
Vier ambitiescenario’s en mogelijk gevolgen voor de bedrijfsvoering ................... 17 4.1.
Toelichting op de vier ambitiescenario’s ................................................ 17
A. Minimaal scenario (voldoen aan het wettelijk minimum) ................................. 18 B. Verhoogde inspanning bij gemeentelijke initiatieven ...................................... 20 D. Maximaal scenario (combinatie scenario B en C) ........................................... 24 4.2.
Monitoring en evaluatie .................................................................... 27
4.3.
Mogelijke vervolgstappen .................................................................. 27
2
Bijlagen Algemeen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Wettelijke Kaders / Gemeentelijke Kaders Maatschappelijke context, kenniscontext en beleidscontext Samenvatting symposium participatiedemocratie 8 oktober 2021 Dialoogsessie participatiebeleid omgevingswet 22 november 2021 Uitwerking participatiebeleid voor verschillende typen plannen Relatie participatie en klantreizen omgevingswet Meer informatie
3
1. Inleiding 1.1. Aanleiding: participatie- en motiveringsplicht in het kader van de Omgevingswet In de Omgevingswet is een belangrijke rol weggelegd voor het vroegtijdig betrekken van inwoners en organisaties die belang hebben bij een de vaststelling van nieuw beleid, plan of bij een concrete aanpassing van de fysieke leefomgeving. Dat is het geval wanneer de gemeente het initiatief neemt voor een project of nieuw beleid, maar ook wanneer een inwoner, een bedrijf of een organisatie een plan wil realiseren. Aanvraagvereiste of participatieplicht voor aanvragers (omgevingsvergunning) Na het inwerking treden van de Omgevingswet, moeten initiatiefnemers 1 bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning altijd aangeven of en op welke wijze zij belanghebbenden de kans hebben gegeven te participeren bij de voorbereiding van de aanvraag. Met deze aanvraagvereiste worden initiatiefnemers gestimuleerd om een participatieproces vorm te geven. Bij deze aanvraagvereiste mag het antwoord ook ‘nee’ zijn. Voor deze gevallen is participatie dus niet verplicht. Naast de aanvraagvereiste, heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om voor een categorie ‘buitenplanse’ plannen participatie te verplichten.
Motiveringsplicht voor overheden (Omgevingsvisie, -plan en -programma) Bij het vaststellen van een Omgevingsvisie, Omgevingsplan of een Omgevingsprogramma moet worden gemotiveerd op welke wijze belanghebbenden zijn betrokken en wat er met deze inbreng is gedaan.
Er zijn veel verschillende beelden van het begrip participatie. Hieronder wordt aangegeven wat participatie betekent in het kader van de Omgevingswet. In paragraaf 2.2 wordt dit verder uitgewerkt. Wat is participatie (aanzet tot definitie) “Participatie gaat over het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden bij de voorbereiding van een initiatief. Dit kan een concrete verandering van de fysieke leefomgeving zijn door een particuliere initiatiefnemer, maar ook de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid. Participatie is meer dan het passief, eenzijdig informeren over een initiatief. Het veronderstelt een wisselwerking tussen partijen. Participatie betekent niet dat iedereen het altijd inhoudelijk eens wordt over een plan, maar wel dat iedereen de mogelijkheid heeft gehad om zijn of haar mening en inbreng te geven.”
1
Met initiatiefnemers bedoelen we in dit stuk particulieren, bedrijven of ontwikkelende partijen die het initiatief nemen voor een (bouw)plan en hiervoor een omgevingsvergunning aanvragen
4
1.2. Waarom is participatie belangrijk? Er worden vaak verschillende argumenten voor het belang van participatie gegeven. Voor de één gaat het om het versterken van de democratie, voor de ander om het delen van kennis en het nemen van (inhoudelijk) betere besluiten. Het één hoeft het ander daarbij niet uit te sluiten. In het onderstaande overzicht worden de democratische en meer instrumentele argumenten op een rij gezet die men kan hebben voor participatie.
Bron: Berenschot / VNG, Handreiking Aan de Slag met Participatie, 2021 De integrale, domeinoverstijgende benadering uit de Omgevingswet gaat hand in hand met participatie. Door vroegtijdig in gesprek te gaan met belanghebbenden, kan optimaal rekening kan worden gehouden met de kennis en wensen van omwonenden. Daardoor kunnen plannen (maatschappelijke) meerwaarde krijgen. De gemeente Heerenveen vindt samenwerking tussen inwoners, ondernemers, maatschappelijke partijen en overheden belangrijk. De gemeenteraad heeft dit zelfs tot het centrale onderwerp gemaakt van het Thematisch Raadsakkoord 2018-2022. Dit heeft zij gedaan vanuit de overtuiging dat een goed participatieproces bijdraagt aan duidelijke, transparante en beter begrijpelijke besluitvorming. Dit draagt vervolgens bij aan meer vertrouwen, meer begrip en een groter draagvlak. Dit kan helpen de kloof tussen politiek en samenleving verkleinen. Meer en vroegtijdig draagvlak kan ook de besluitvorming en uitvoering van plannen versnellen. 1.3. Doel van dit participatiebeleid Een achterliggend doel is dat betere participatieprocessen leiden tot betere besluiten en meer begrip en draagvlak voor deze besluiten (zie paragraaf 1.2). Meer concreet geeft dit document initiatiefnemers van plannen en werknemers van de gemeente handvaten voor succesvolle participatietrajecten.
Voor de gemeente zelf is het participatiebeleid bindend bij de invulling van de motiveringsplicht bij de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de Omgevingsprogramma’s. 5
Voor initiatiefnemers van plannen is dit beleid niet-bindend; zij mogen zelf kiezen op welke manier ze de participatie vorm geven. Wel gebruikt de gemeente dit document om initiatiefnemers handvaten te bieden en te beoordelen of er voldoende participatie heeft plaatsgevonden. Meer concreet willen we met het Participatiebeleid Omgevingswet de volgen (sub-) doelstellingen bereiken: 1. De gemeente kan aan de hand van participatiebeleid bij initiatiefnemers van plannen beter aangeven wat de gemeente verwacht van het betrekken van de belanghebbenden (deelnemers participatieproces). Dit voorkomt teleurstellingen en vertraging; 2. De gemeente kan beter beoordelen of er voldoende informatie van initiatiefnemers beschikbaar is over het participatieproces om een besluit te nemen over de aanvraag van een Omgevingsvergunning; 3. Bestaande kennis, ervaring en voorbeelden van participatieprocessen worden optimaal gedeeld met initiatiefnemers en werknemers van de gemeente. Dit voorkomt dat we steeds opnieuw het wiel moeten uitvinden en verhoogt de kwaliteit van onze ‘eigen’ participatieprocessen. 1.4. Relevante context (waar houden we rekening mee?) Er speelt op dit moment nog een aantal ontwikkelingen die raakvlakken hebben met dit participatiebeleid. Met deze sporen is afstemming gezocht. Ontwikkeling Het wetsvoorstel ‘Wet versterking participatie op decentraal niveau’.
Actualisatie van de Dienstverleningsvisie.
Ontwikkeling van verschillende typen klantreizen in het kader van de Omgevingswet Thematisch raadsakkoord
2
Verband met het Participatiebeleid Omgevingswet In het kader van deze wet moeten gemeenten een participatieverordening vaststellen 2 Dit participatiebeleid vormt een opstap hiervoor. De verordening vormt een juridische doorvertaling van het beleid dat hierin is opgenomen Participatieprocessen bij gemeentelijke initiatieven én ondersteuning van initiatiefnemers zijn onderdeel van de dienstverlening van de gemeente. In de dienstverleningsvisie wordt op een meer abstract niveau aangeven welk ambitieniveau we hanteren met betrekking tot participatie. Het ambitieniveau op het gebied van participatie is concreter uitgewerkt en vertaald naar een viertal scenario’s (zie hoofdstuk 5 voor de uitwerking) Dit participatiebeleid geeft handvaten voor met name de ontwerpformule en de ontwikkelformule waarbij het betrekken van belanghebbenden (door middel van een participatieproces) een belangrijke rol speelt De gemeenteraad is in het kader van het thematisch raadsakkoord bezig om te leren van eerdere participatieprocessen, om zo haar volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol duidelijker te krijgen. Dit gaat vooral over participatie van de raad zelf: het contact met inwoners/achterban en het invullen van de participatie bij beleidsontwikkeling
Deze wet regelt dat het decentraal bestuur inwoners in staat stelt te participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Hierdoor ontstaat voor gemeenten de plicht om de inspraakverordening om te bou wen naar een participatieverordening. Daarnaast wordt het uitdaagrecht wettelijk verankerd. Dit wetsvoorstel is nog niet door de kamer
6
Op 26 oktober 2021 is een initiatiefvoorstel Jongerenparticipatie vanuit de gemeenteraad vastgesteld
In dit participatiebeleid is jongerenparticipatie meer uitwerkt voor processen in het fysieke domein. Extra inzet op jongerenparticipatie past bij een keuze voor ambitiescenario B of D
1.5. Reikwijdte / afbakening Het participatiebeleid richt zich op de instrumenten van de Omgevingswet (Omgevingsvisie, Omgevingsplan, Omgevingsprogramma en Omgevingsvergunning). De focus is dus gericht op plannen en processen in het fysieke domein. In een later stadium kan dit beleid eventueel worden uitgebouwd tot gemeentebreed participatiebeleid en worden vertaald naar een participatieverordening. 1.6. Vier ambitiescenario’s Bij de uitvoering van het participatiebeleid zijn keuzes te maken over de mate waarin de mate waarin de gemeente inwoners betrekt bij haar eigen initiatieven én de mate waarin de gemeente initiatiefnemers ondersteunt bij participatieprocessen. Voor zover mogelijk zijn de consequenties in dit concept-participatiebeleid in beeld gebracht aan de hand van vier ambitiescenario’s (zie hoofdstuk 4). Na het bespreken van het concept-participatiebeleid met de gemeenteraad, wordt een definitief voorstel voorgelegd aan de raad. In het uiteindelijke voorstel kunnen ook elementen van verschillende scenario’s worden gecombineerd. Daarbij worden de teksten uit hoofdstuk 3 (en in de bijlagen) aangescherpt. 1.7. Leeswijzer Dit document is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 verder ingegaan op de reeds vastgestelde (wettelijke) kaders en ambities voor participatieprocessen.
Hoofdstuk 3 beschrijft een aantal uitgangspunten voor succesvolle participatieprocessen. Hoofdstuk 4 gaat in op de verschillende ambitieniveaus en de mogelijke gevolgen die deze scenario’s hebben. In de bijlagen worden de context en de wettelijke kaders verder beschreven. In bijlage 5 worden de algemene uitgangspunten uit hoofdstuk 3 vertaald naar verschillende typen plannen. In de definitieve versie van het participatiebeleid wordt in de bijlage een ‘gereedschapskist’ opgenomen met verschillende gereedschappen die door initiatiefnemers van plannen kunnen worden gebruikt bij het vormgegeven van hun participatieproces. Denk daarbij aan een stappenplan, voorbeelden van werkvormen, en formats van een uitnodigingsbrief en een participatieverslag.
7
2. Vastgestelde kaders en ambities op het gebied van participatie 2.1. Wettelijk kader Het wettelijk kader wordt nader toegelicht in bijlage 1. We benoemen hier de belangrijkste onderdelen. Wettelijke vereisten
Van toepassing op instrumenten
Wie is verantwoordelijk
Insteek
Aanvraagvereiste
Alle Omgevingsvergunningen
Initiatiefnemer
Participatieplicht
Buitenplanse omgevingsvergunningen
Initiatiefnemer
Kennisgeving
Omgevingsplan
Bevoegd gezag (gemeente)
Motiveringsplicht
Omgevingsvisie, Omgevingsplan, en Omgevingsprogramma
Bevoegd gezag (gemeente)
Bij de aanvraag de volgende vragen beantwoorden: - Is er aan participatie gedaan? (Nee als antwoord is ook mogelijk!) - Wat is er met de uitkomsten gedaan? - Bij de aanvraag een participatieverslag inleveren - Participatie is verplicht maar vormvrij Je kunt wel minimale vereisten in beleid opnemen + handreiking doen Vooraf aangeven: - hoe het participatieproces wordt ingericht, - wie wordt betrokken - Wanneer - Waarover - Rol bevoegd gezag / initiatiefnemer - Verdere informatie Achteraf aangeven: - Hoe zijn burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen betrokken? - Wat zijn de resultaten en wat is er met de uitkomsten gedaan? - Op welke manier is aan het eigen participatiebeleid voldaan?
8
Indieningsvereiste en participatieplicht voor initiatiefnemers Na het inwerking treden van de Omgevingswet moeten initiatiefnemers bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning altijd aangeven of zij aan participatie hebben gedaan. Dit wordt de aanvraagvereiste genoemd. Bij deze aanvraagvereiste mag het antwoord ook ‘nee’ zijn. Voor deze gevallen is participatie dus niet verplicht. Wel worden initiatiefnemers gestimuleerd om belanghebbenden bij hun plannen te betrekken (door middel van een participatieproces). Daarnaast heeft de wetgever de mogelijkheid geboden om voor een categorie plannen de participatieplicht van toepassing te verklaren. Daarbij is ook aangegeven dat de vorm van participatie vormvrij is. Gemeenten kunnen dus niet voorschrijven hoe een participatieproces er precies uit ziet, maar wel waar deze (minimaal) aan moet voldoen. Met dit participatiebeleid worden de kaders aangegeven. Raadsbesluit 18 februari 2021 De gemeenteraad heeft met haar besluit van 18 februari 2021 besloten dat voor alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s) een participatieproces verplicht is. Daarbij is echter niet aangegeven waar het participatieproces aan moet voldoen en welke rol de gemeente daarbij wel of niet heeft. Met het opstellen van participatiebeleid geeft de gemeente initiatiefnemers en werknemers van de gemeente handvaten voor de inrichting van participatietrajecten.
Motiveringsplicht voor overheden Bij het vaststellen van een Omgevingsvisie, Omgevingsplan of een Omgevingsprogramma geldt een motiveringsplicht. De gemeente moet dan aangeven: hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding, wat de resultaten daarvan zijn en hoe aan het eigen participatiebeleid is voldaan. 2.2. Wat wordt bedoeld met participatie in het kader van de Omgevingswet? Participatie is een woord dat verschillende betekenissen heeft en verschillende beelden oproept. Daarom verduidelijken we het begrip participatie in de context van het op te stellen participatiebeleid Omgevingswet. Wat verstaan we onder participatie in de context van de Omgevingswet? Participatieproces kan betrekking hebben op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid, maar ook op concrete plannen en projecten van inwoners of bedrijven Participatieproces gaat vooraf aan de aanvraag van een omgevingsvergunning en is hierdoor meer dan de formele (juridische) mogelijkheid om zienswijzen in te dienen De participatieplicht is een inspanningsverplichting van een initiatiefnemer om vroegtijdig belanghebbenden ruimte te geven om hun mening te geven en inbreng te leveren. Initiatiefnemers nemen (de uitkomsten van) het participatieproces mee om hun plan te verbeteren.
Het is aan de initiatiefnemer van een plan om af te wegen welke inbreng wel of niet een plek kan krijgen in het plan. Bij plannen met een participatieplicht weegt de gemeente of er voldoende aandacht is besteed aan participatie. Dit is een procesmatige toets. Voor de inhoudelijke afweging kijkt de gemeente vooral naar de juridische regeling (het Omgevingsplan) en haar beleid
9
(Omgevingsvisie of relevante beleidskaders). Wel kan de participatie een rol spelen bij de interpretatie van regels en beleid. Wat is het niet? Participatie betekent niet altijd dat iedereen het eens is met een plan. Belangen kunnen ook na participatie nog steeds verschillend zijn. Wel kan een participatieproces bijdragen aan meer begrip en een beter plan (dat beter rekening houdt met belangen in de omgeving). Het is niet zo dat een plan automatisch wordt afgewezen wanneer omwonenden het niet eens is met een plan. De wijze waarop participatie plaatsvindt kan niet worden voorgeschreven. Het is maatwerk.
2.3. Gemeentelijke kaders en ambities op het gebied van participatie In een aantal gemeentelijke documenten zijn ambities opgenomen met betrekking tot participatie. Samen met het wettelijk kader, vormen deze documenten het kaders voor het Participatiebeleid Omgevingswet. Daarbij gaat het om: Het Hooflijnenakkoord 2018-2022; Het Thematisch Raadsakkoord 2018-2022; Strategische Agenda (2022-2040) (2021) De Omgevingsvisie Heerenveen 1.0 (2021) Het raadsbesluit van 18 februari 2021 inzake de participatieplicht (zie onderstaand) Dienstverleningsvisie (in ontwikkeling) Op basis van de reeds vastgestelde kaders kunnen we aantal uitgangspunten afleiden die in Heerenveen van belang zijn voor het vormgeven van het participatiebeleid: 1. We werken samen. Het vormgeven, inrichten en beheren van de fysieke leefomgeving wordt gezien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, inwoners en organisaties. Dit geldt ook voor het betrekken van inwoners en ondernemers bij de voorbereiding van plannen en het evalueren van beleid; 2. Het doel van het participatieproces moet duidelijk zijn en de afwegingen van de gemeente op basis van het participatieproces transparant 3. Het is belangrijk dat iedereen die zijn of haar mening wil geven over plannen, daartoe kans krijgt.
Daarbij is het belangrijk dat participatieprocessen toegankelijk zijn voor groepen die nu nog onvoldoende bereikt worden (inclusie), zodat de inbreng een meer afgewogen beeld geeft van wat er leeft in de samenleving (representatie). In bijlage 1 worden deze kaders nader beschreven.
10
3. Algemene uitgangspunten voor succesvolle participatieprocessen Een goed participatieproces voldoet aan een aantal basisvoorwaarden. Het is belangrijk dat voorafgaand aan participatieproces over deze randvoorwaarden wordt nagedacht. De hieronder beschreven factoren komen naar voren uit literatuuronderzoek, gesprekken met raadsleden en met werknemers van de gemeente. Hoe het participatieproces er uiteindelijk wordt vormgegeven is per plan verschillend. Dit is onder andere afhankelijk van wie initiatiefnemers van het plan is, wat de omvang van het plan is en welke juridische procedure wordt gevolgd (zie hiervoor bijlage 5). 3.1. Bedenk vooraf wat het doel van het participatieproces is en communiceer daarover Zoals in paragraaf 1.2 is aangegeven kunnen er verschillende redenen zijn om aan participatie te doen. Te vaak wordt ervan uitgegaan dat iedereen hetzelfde van participatie verwacht, terwijl dat niet het geval is. Soms zijn er al verschillende besluiten genomen, waardoor de speelruimte voor participatie beperkt is. Het is daarom van belang om goed na te denken over het doel van de participatieproces (wat wil je bereiken) en hierover helder te communiceren. Daarmee gaat deze randvoorwaarde ook vooral over verwachtingsmanagement: schep richting belanghebbenden duidelijkheid over dat wat er al besloten is en waar het participatieproces voor is bedoeld.
11
Tips Maak vooraf duidelijk of participatie vooral is bedoeld om belanghebbenden te informeren, om mogelijkheden voor inspraak te geven of om belanghebbenden te laten meebeslissen. Om de mate van participatie voor belanghebbenden te duiden, kan gebruik worden gemaakt van de participatieladder(zie vorige pagina). Geef aan welke besluiten al genomen zijn (kaders) en welke elementen wel/niet vastliggen. Daarmee wordt ook duidelijk welke ruimte er is. In de meeste gevallen spreken we pas van participatie, als er meer gebeurt dan alleen passief informeren van belanghebbenden. Inwoners kunnen actief meepraten over plannen of andere oplossingen en creatieve ideeën aandragen. In bijlage 5 zijn suggesties van participatievormen gedaan die de gemeente passend vind bij verschillende typen plannen.
3.2. Bedenk vooraf wie je bij het plan moet betrekken (doelgroep) Per plan is het verschillend wie de belanghebbende is. Het is goed om voorafgaand aan het participatieproces te bedenken voor wie jouw plan gevolgen kan hebben. Er kan sprake zijn van een directe belangen, maar ook van indirecte belagen. In het eerste geval gaat het bijvoorbeeld buren waarbij het uitzicht verandert. In het tweede geval kun je ook denken aan buurtbewoners die op iets grotere afstand wonen, vastgoedeigenaren waarvan de waarde van het bezit verandert of invloed op de omzet van een ondernemer als gevolg van het plan. Tips Bedenk vooraf voor wie jouw plan gevolgen kan hebben. Breng voorafgaand aan het participatieproces in kaart wie in het proces worden betrokken, zodat de middelen worden afgestemd op de doelgroep(en). Het kan nogal een verschil maken of de doelgroep voor participatie vooral groot of klein is, bestaat uit inwoners of professionals, homogeen of divers. Het is handig om bewoners en organisaties breed uit te nodigen, dan kan een ieder zelf bepalen of ze mee willen doen in plaats van dit voor hun is bepaald door de initiatiefnemer zelf. Het lukt niet altijd om iedereen te laten participeren. Daarom moet de gemeente ervoor zorgen dat overstijgende belangen en de belangen van mensen die niet aan het proces hebben deelgenomen in het oog worden gehouden.
Omdat niet iedereen hetzelfde belang heeft en op dezelfde manier betrokken wil (of kan) worden, kan worden gekozen voor een “gelaagd” participatieproces. Belanghebbenden met een groot belang en een hoge mate van invloed/betrokkenheid kunnen in dat geval nauwer worden betrokken dan iemand met een beperkt belang en een beperkte mate van betrokkenheid. Het is aan de participant om te beslissen hou nauw hij/zij betrokken wil worden. In sommige gevallen kan het werken met een klankbordgroep een geschikte vorm zijn.
12
3.3. Vroegtijdige participatie levert goodwill op aan de achterkant (en tijdswinst) Participatie is vooral zinvol als er ruimte is om de inhoudelijke inbreng en belangen van participanten serieus mee te wegen en te verwerken in het plan. Wanneer besluiten alleen nog om een ja of nee vragen, zijn ze eigenlijk niet (meer) geschikt voor participatie. Participanten zullen dan geneigd zijn om ‘nee’ te zeggen. Aan de andere kant blijkt uit de praktijk dat het vaak niet goed werkt om helemaal blanco het gesprek aan te gaan. Een schetsplan of een aantal schetsvarianten helpt dan om een goed beeld te krijgen van het plan. Een planproces kent vaak meerdere participatiemomenten waarbij je van ‘grof naar fijn’ werkt en gedurende het traject verschillende middelen inzet. Er wordt bijvoorbeeld gewerkt van schetsplan/variantenstudie naar voorlopig ontwerp en definitief ontwerp. In de eerste fase is een breder gesprek mogelijk, terwijl het in later stadium meer gericht is op ondergeschikte aanpassingen en besluitvorming (zie onderstaande figuur).
Tips Probeer participatie te organiseren op een moment dat er al wel iets ligt om over te praten, maar dat er ook nog voldoende ruimte is om aanpassingen te doen. Per geval moet worden bekeken of het handig is om een eerste schetsplan te maken of om het gesprek ‘blanco’ aan te gaan. Wanneer er nog verschillende alternatieven/invullingen voor het plan mogelijk zijn, maak deze dan inzichtelijk. Of er ruimte is voor alternatieven en (grote) aanpassingen in het plan hangt af van de locatie, eerder vastgestelde kaders en de doelstellingen van de initiatiefnemer. Vaak zijn er inhoudelijke en financiële kaders waarmee rekening moet worden gehouden. Het is handig om die kaders meteen vanaf de start duidelijk te maken. Een schetsplan (of een aantal alternatieven) kan dan helpen om het gesprek te voeren over het deel van het plan waar de ‘speelruimte’ zit.
13
3.4. Verduidelijk de rol van alle betrokkenen Voor een succesvol participatietraject is het handig om te weten welke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden een ieder heeft. Bij initiatieven van particuliere, ontwikkelaars over bedrijven Bij een initiatief van een inwoner, een ontwikkelaar of een bedrijf ligt de verantwoordelijkheid voor participatie formeel bij de initiatiefnemer. De gemeente heeft dan een rol als degene die de vergunningaanvraag toetst. Daarnaast vinden we het belangrijk dat participatieprocessen goed verlopen. Bij een keuze voor ambitieniveau C (en D) is de gemeente is ook beschikbaar om te adviseren over participatieprocessen van particulieren en ontwikkelaars. Bij grotere initiatieven zal de gemeente ook aanwezig zijn om zijn/haar rol in het project te verduidelijken. Bij initiatieven van de gemeente zelf Bij een initiatief vanuit de gemeente, zoals de ontwikkeling van nieuw beleid of de realisatie van een project, is de gemeente uiteraard zelf verantwoordelijk voor de participatie (zie paragraaf 4.2) 3.5. Zorg voor een goede informatievoorziening Het is belangrijk dat participanten in staat zijn (of in staat worden gesteld) om inbreng te leveren. Dit vraagt om een gelijkwaardige informatiepositie. Goede informatie is noodzakelijk. Een participant kan pas meedenken als hij of zij weet wat er speelt en wat de grenzen van de mogelijkheden zijn.
Onder goede informatievoorziening valt ook de terugkoppeling wat met de input/resultaten van het participatieproces is gedaan (zie paragraaf 3.7). Wanneer bij gemeentelijke initiatieven wordt gekozen voor een intensievere inzet op participatie (ambitiescenario B en D), dan is het extra belangrijk om aandacht te vestigen op groepen die normaliter minder goed worden bereikt bij participatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan jongeren of laaggeletterden. Tips Betrek inwoners bij onderwerpen die zinvol voor hen zijn en stel alle relevante informatie beschikbaar Stel informatie zo laagdrempelig mogelijk beschikbaar en bedien verschillende doelgroepen op een manier die aansluit bij hun eigen belevingswereld.
14
3.6. De vorm en middelen moeten in verhouding staan tot het plan Participatie kost, geld, tijd en energie. Als het goed gebeurt, is het een investering die zich gedurende het plantraject (deels) weer terugverdiend door meer draagvlak en een sneller vergunningentraject. Omdat middelen per definitie schaars zijn, moeten keuzes worden gemaakt. De participatiemiddelen die worden ingezet, moeten aansluiten bij het doel, doelgroep en de fase van planvorming (zie paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3). Daarnaast moeten ze in verhouding staan tot de schaal of de impact van het plan. Bij een plan waar de ‘speelruimte’ en de impact op de omgeving beperkt is, kan een beperkte vorm van participatie worden toegepast. Populair gezegd: je organiseert geen G1000 wanneer je een dakkapel gaat aanvragen. En omgekeerd: je kan niet volstaan met een informatiebrief wanneer je een nieuwe woonwijk realiseert.
Wat bepaalt de vorm van participatie? De schaal/impact van het initiatief is klein of groot Afbakening van het project is concreet of juist niet De hoeveelheid belangen en de mate waarin er belangentegenstellingen worden verwacht Initiatiefnemer is een particulier of een overheid (zie bijlage 5) Het type plan / de juridische procedure (zie bijlage 5) Beschikbaarheid van middelen Gereedschapskist voor initiatiefnemers Participatieprocessen zijn vormvrij, maar om initiatiefnemers op weg te helpen, wordt een ‘gereedschapskist’ ontwikkeld. Hierin zitten verschillende hulpmiddelen die zij kunnen gebruiken bij het vormgeven van een participatieproces: 1. Een stappenplan participatie (tot aan de aanvraag omgevingsvergunning) 2. Checklist participatie omgevingsvergunning 3. Format brief naar belanghebbenden 4. Overzicht van participatiemiddelen / werkvormen 5. Format participatieverslag
3.7. Het moet naderhand duidelijk zijn wat er wel/niet met de inbreng gebeurt Het is belangrijk dat belanghebbenden weten wat er met hun inbreng gebeurt. Het is belangrijk de verwachtingen hierover vooraf te managen (zie paragraaf 3.1), maar ook om achteraf terug te koppelen welke aanpassingen wel en niet in het plan zijn gedaan (en waarom). Door transparant te laten zien welke afweging er is gemaakt, kunnen initiatiefnemers zien dat hun inbreng een plek krijgt in de afweging en besluitvorming. Tips Maak na afloop van een participatiebijeenkomst altijd een verslag en deel dat met de betrokkenen Laat bij vervolgstappen in het proces ook weten wat er met de inbreng is gedaan. Welke punten zijn wel en niet in het plan opgenomen en waarom?
15
3.8. Wanneer heeft er voldoende participatie plaatsgevonden? De keuze voor de vorm van participatie is door de wetgever bewust bij de aanvrager gelaten. Bij een klein initiatief met weinig impact op de omgeving, kan een beperkte vorm van participatie volstaan (zie paragraaf 4.1.1 en 4.1.2). Hier geldt namelijk geen participatieplicht. De nadruk kan hier liggen op het informeren van betrokkenen. Bij plannen met een participatieplicht moet de gemeente wel toetsen of aan de participatieverplichting is voldaan 3. De uitgevoerde participatie moet namelijk wel enige inhoud hebben gehad. Bij het in behandeling nemen van de aanvraag om een Omgevingsvergunning voor activiteiten waarbij een participatieplicht geldt moet dus worden beoordeeld of er voldoende participatie heeft plaatsgevonden. Wanneer is de participatie voldoende? Bij het beantwoorden van deze vraag wegen verschillende aspecten mee: 1. Zijn belanghebbenden vroegtijdig in staat gesteld hun mening te geven over de plannen? (zie paragraaf 3.2) 2. Staan de gebruikte participatiemiddelen in verhouding tot de het plan? (zie paragraaf 3.6). Relevant voor de vraag of de participatie voldoende is, is de activiteit die de initiatiefnemer heeft aangevraagd.
De ene aanvraag gaat bijvoorbeeld alleen om het afwijken van een klein regeltje in het omgevingsplan terwijl een andere aanvraag bestaat uit het realiseren van meerdere nieuwe woningen of milieubelastende activiteiten. Bij grotere initiatieven ligt het accent meer op het raadplegen of zelfs het co-produceren met belanghebbenden. 3. Is goed gedocumenteerd wat er tijdens de participatie is ingebracht? (participatieverslag). Is er een afweging gemaakt waarom er met bepaalde inbreng wel / niet iets is gedaan? En is dit teruggekoppeld naar de belanghebbenden? (zie paragraaf 3.7).
Wat als het participatieproces onvoldoende is geweest? Wanneer de conclusie wordt getrokken dat er sprake is van een ondermaats participatieproces, dan kan de gemeente er twee dingen doen: 1. Allereerst kan de indiener in staat worden om dit gebrek in de aanvraag te herstellen. Wanneer de aanvraag na herstel nog steeds niet voldoet kan er uiteindelijk voor worden gekozen om de plannen buiten behandeling te laten (artikel 4:5, lid 1 Awb). 2. Zelf aanvullende informatie verzamelen over het draagvlak voor de plannen. Bijvoorbeeld door een aanvraag ter inzage te leggen voor zienswijzen.
3
Het bestuursorgaan vergaart bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen en moet het besluit motiveren (artikel 3:4 en 3.46 Awb). In besluiten moet dus worden aangegeven welke belangen en maatstaven een rol hebben gespeeld bij de belangenafweging.
16
4. Vier ambitiescenario’s en mogelijk gevolgen voor de bedrijfsvoering 4.1. Toelichting op de vier ambitiescenario’s Om de gemeentelijke inzet op het gebied van participatie te kunnen bespreken, zijn in dit concept-participatiebeleid Omgevingswet vier scenario’s uitgewerkt. Bij het opstellen van de scenario’s van scenario’s is gebruik gemaakt van suggesties van raadsleden (22 november 2021), voorbeelden van andere gemeenten en inbreng uit diverse delen van de gemeentelijke organisatie (RO, Vergunningen, Ibor en MO). Ieder scenario bevat twee componenten. Per scenario wordt aangegeven : 1) De mate waarin inwoners de mogelijkheid wordt geboden om te participeren bij plannen / projecten waarbij de gemeente zelf initiatiefnemer is (burgerparticipatie). 2) De mate van ondersteuning die de gemeente biedt bij plannen van inwoners en bedrijven. Hiermee schetsen we een beeld van de mate waarin we initiatiefnemers vanuit de gemeente ondersteunen bij de realisatie van hun plan (overheidsparticipatie). In onderstaande tabel zijn de scenario´s samengevat. Mate van participatie bij gemeentelijke initiatieven Minimaal
Maximaal
Mate van ondersteuning bij initiatieven van derden Minimaal Maximaal
A. Minimaal scenario (voldoen aan het wettelijk minimum) B. Verhoogde inzet op participatie bij de gemeentelijke initatieven.
C. Accent op de actieve ondersteuning van initiatiefnemers D. Maximale participatie (combinatie van B en C)
Het gaat hier om indicatieve scenario’s die de ‘hoeken van het speelveld’ inzichtelijk maken. Het gaat om een inschatting op dit moment. Verschillende effecten zijn op dit moment nog niet goed in beeld te brengen. De praktijk zal moeten uitwijzen wat de financiële gevolgen (capaciteit en middelen) werkelijk zijn. Monitoring van de werkelijke situatie na in werking treden van de Omgevingswet is hoe dan ook van belang (zie paragraaf 4.2). De exacte invulling en financiële vertaling van de scenario’s vraagt om nadere uitwerking. Bij het definitieve voorstel kunnen ook elementen van verschillende scenario’s worden gecombineerd en accenten worden gelegd binnen een scenario. Omdat er nog verschillende mogelijkheden zijn, is een exacte (financiële) vertaling van de scenario’s op dit moment nog niet goed mogelijk. Het bespreken van de scenario’s geeft richting aan de verdere uitwerking. 17
A. Minimaal scenario (voldoen aan het wettelijk minimum) Kenmerken van het scenario Initiatieven bewoners en bedrijven Bij initiatieven van inwoners en bedrijven, beperkt de gemeente zich tot een minimale inzet. Dat betekent dat de verantwoordelijkheid en eigenaarschap voor de participatie primair bij de initiatiefnemer zelf ligt. Kenmerken Bij plannen die niet passen in het Omgevingsplan (bopa’s), geldt een participatieplicht. De organisatie en invulling daarvan ligt geheel bij initiatiefnemers zelf. De gemeente ondersteund daarin verder niet. Alleen in incidentele gevallen zou de gemeente hier ondersteuning willen bieden bij het voorbereiden en invullen van de participatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan grotere woningbouwprojecten en projecten met grotere impact op de leefomgeving. Dit sluit grofweg aan bij de huidige praktijk. Nieuw is dat bij de bij afronding van het participatieproces moet worden beoordeeld of wordt voldaan aan de minimale vereiste van de participatieplicht. Dit doen we door het beoordelen van een participatieverslag. Gemeentelijke initiatieven Bij gemeentelijke initiatieven beperken we ons tot een (wettelijke) minimale inspanning op het gebied van participatie. Kenmerken Vroegtijdige en uitgebreide participatie is een uitzondering, geen regel. Participatie blijft veelal beperkt blijft tot het informeren over een besluit of plan.
De inspanning ligt lager dan de huidige inspanning die we nu als gemeente vaak doen bij het opstellen van beleid en bestemmingsplannen. Belanghebbenden houden de mogelijkheid om (schriftelijke) hun zienswijze te geven over de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan of Omgevingsprogramma’s Voor- en nadelen Voordelen Voor de gemeente levert deze keuze mogelijke een financiële besparing op (in het voortraject). Risico’s/nadelen Dit scenario sluit niet aan bij de vastgestelde ambities en uitgangspunten die de gemeente heeft vastgesteld op het gebied van participatie (zie paragraaf 2.3) Door als gemeente geen actieve rol te nemen bij planprocessen van initiatiefnemers, kan onduidelijkheid ontstaan over het standpunt van de gemeente en de stappen die in het proces nog moeten worden gezet (toetsing vergunningaanvraag / een besluit van college of raad). Dit leidt per saldo tot een grotere afstand tussen inwoner en overheid.
18
Afwezigheid van de gemeente ‘aan de voorkant’ maakt het lastiger om achteraf te beoordelen of er een goed participatieproces heeft plaatsgevonden bij particuliere initiatieven. Door weinig aandacht te besteden aan participatie aan de voorkant, kunnen veel bezwaren in het formele traject boven komen drijven (zienswijzen, bezwaar en beroep). Hierdoor kan aan de achterkant veel werk ontstaan, waardoor de (financiële) besparing aan de voorkant teniet wordt gedaan.
Gevolgen voor de bedrijfsvoering / gemeentelijke financiën Hoewel het nog lastig is om de gevolgen van het scenario op het niveau van concrete plannen en projecten te duiden, schatten wij in dat de keuze voor dit scenario de onderstaande gevolgen met zich mee kan brengen: Werkzaamheden die Door Minder / extra benodigde minder / extra middelen (ten opzichte worden uitgevoerd van de lopende begroting) ten opzichte van de huidige situatie Extra inzet bij initiatieven van inwoners, bedrijven en organisatie Beoordeling Vergunningverleners Nader te bepalen participatieverslag initiatiefnemers (ca. 120 buitenplanse initiatieven per jaar) Gemeentelijke initiatieven en beleidsprocessen Besparing bij beleid Wijkmanagers, In theorie kan worden en gemeentelijke communicatieadviseurs bezuinigd op participatie projecten mogelijk aan de voorkant van een door minder Projectleiders, planproces. uitgebreide ondersteuners, participatie juridisch planologen Een besparing zal in veel beleidsadviseurs gevallen echter niet mogelijk zijn, omdat er ook later in het traject werkzaamheden zullen blijven (verwerken zienswijzen, etc) of zelfs ‘reparatiewerkzaamheden’ nodig zijn
19
Dekking van kosten mogelijk?
Op dit moment nog onduidelijk of kostendekking (deels) via leges mogelijk is. Bij het definitieve voorstel is dit duidelijk. n.v.t
B. Verhoogde inspanning bij gemeentelijke initiatieven Kenmerken van het scenario Initiatieven inwoners en bedrijven Voor initiatieven van particulieren en ontwikkelaars is dit scenario hetzelfde als in scenario A. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor de participatie bij de initiatiefnemer zelf ligt. Gemeentelijke initiatieven Bij dit scenario verhogen we de inspanning voor initiatieven waarbij de gemeente initiatiefnemer is. Dit geldt bijvoorbeeld bij het opstellen van een programma, beleidsnota of bij gemeentelijk projecten. Bij gemeentelijke projecten kun je denken aan centrumontwikkeling, woningbouwprojecten op gemeentelijke bouwgrond of een herinrichting van de openbare ruimte. Hierbij wordt opgemerkt dat de gemeente bij veel werkzaamheden al aan intensieve manieren van participatie doet. Ook vormen met meebeslissen worden bij verschillende projecten al toegepast. Kenmerken De extra inspanning bestaat eruit dat we extra moeite doen om belanghebbenden van (laagdrempelige) informatie te voorzien (bijvoorbeeld met nieuwsbrieven of via de website) en meer mogelijkheden geven om vroegtijdig inbreng te leveren (raadplegen / adviseren) In gevallen waar er veel speelruimte zit in plannen en waar dit passend is, kiezen we vaker voor het voorleggen van scenario’s waar inwoners over kunnen stemmen (meebeslissen).
Binnen dit scenario kunnen ook accenten worden gelegd om bepaalde doelgroepen meer te betrekken bij gemeentelijke participatieprocessen. Denk bijvoorbeeld aan extra inzet op jongeren (in lijn met het vastgestelde initiatiefvoorstel uit de raad). Daarnaast kan worden gedacht aan vaker inzetten van nieuwe participatiemiddelen, zoals een digitale participatieplatform. Voor- en nadelen Voordelen: Extra inzet aan de voorkant (bij gemeentelijke initiatieven) leidt tot meer begrip en draagvlak voor gemeentelijke besluiten. De afstand overheid-inwoner kan hierdoor worden verkleind. Mogelijk zijn er ook minder juridische bezwaren in het formele traject. Het democratisch gehalte van de besluitvorming wordt vergroot. Nadelen / risico’s De keuze voor dit scenario vraagt om de inzet van extra structurele middelen. Gevolgen voor de bedrijfsvoering / gemeentelijke financiën Hoewel het lastig is om de gevolgen van het scenario op het niveau van concrete plannen en projecten te duiden, schatten wij in dat de keuze voor dit scenario de onderstaande gevolgen met zich mee kan brengen (zie tabel). 20
Werkzaamheden die minder / extra worden uitgevoerd ten opzichte van de huidige situatie
Door
Minder / extra benodigde middelen (ten opzichte van de lopende begroting)
Initiatieven van inwoners, bedrijven en organisatie Beoordeling Vergunningverleners Nader te bepalen participatieverslag initiatiefnemers (ca. 120 buitenplanse initiatieven per jaar) Gemeentelijke initiatieven en beleidsprocessen Het (laagdrempelig) Wijkmanagers, delen van informatie en ondersteuners en het bieden van meer communicatieadviseurs gelegenheid om te participeren. Projectleiders, juridisch planologen Dit leidt tot een grotere beleidsadviseurs ureninzet van verschillende medewerkers en het ophogen van middelen voor communicatie en organisatie van participatiesessies (communicatiemiddelen, zaalhuur etc). Extra inzetten op participatie via digitale middelen (o.a. digitaal participatieplatform)
ICT-afdeling
Het betrekken van specifieke doelgroepen zoals jongeren of laaggeletterden.
Medewerkers afdeling MO, jongerenwerkers, opbouwwerkers Caleidoscoop
Dit vraagt om een meer diverse inzet van werkvormen en (communicatie)middelen en inzet van medewerkers die meer kennis hebben van specifieke doelgroepen.
21
Dekking van mogelijk?
kosten
Op dit moment nog onduidelijk of kostendekking (deels) via leges mogelijk is. Bij het definitieve voorstel is dit duidelijk.
1,5 fte (indicatie €135.000)
Uitzetting van de begroting
Extra ureninzet projectleiders, beleidsadviseurs en ondersteuners ramen.
Bij grote projecten afzonderlijk te dekken via aparte voorbereidingskredieten.
Daarnaast ophogen middelen voor de organisatie van participatiesessies. Nader te bepalen.
Uitzetting van de begroting
€15.000 voorinvestering + 0,3 FTE en onderhoud van het platform Structureel uitbreiden van de ureninzet van jongerenwerkers en opbouwwerkers
Grotendeels te dekken uit huidige budgetten wijkmanagement + uitzetten formatie ICT Uitzetting van de begroting
C. Actievere ondersteuning van initiatiefnemers Kenmerken van het scenario Initiatieven inwoners en bedrijven In dit scenario ligt het accent bij actievere ondersteuning / dienstverlening richting initiatiefnemers. Dit kunnen zowel particulieren zijn met een beperkt uitbreidingsplan of een ontwikkelaar met grotere plannen. Kenmerken Ter ondersteuning van initiatiefnemers, komt er een vast vragenpunt in de organisatie om mee te denken over de invulling/opzet van het participatieproces; een ‘Eerste hulp bij participatie’ Daarnaast biedt de gemeente actief aan om bij participatiebijeenkomsten aanwezig te zijn. Dit zal vooral het geval zijn bij de wat grotere initiatieven. (NB. Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor de participatie. Dus als zij dit niet willen, is dit niet verplicht). Gemeentelijke initiatieven De inzet op gemeentelijke projecten en de mate van participatie blijft in dit scenario hetzelfde als in de huidige situatie (zie scenario A). Kenmerken We betrekken inwoners actief bij het opstellen van beleid en bij grotere ruimtelijke projecten. In de meeste gevallen gaat het om infomeren, raadplegen en adviseren. Voor- en nadelen Voordelen Actieve ondersteuning van initiatiefnemers leidt waarschijnlijk tot betere participatieprocessen.
Door als gemeente vroegtijdig betrokken te zijn bij participatieprocessen van initiatiefnemers, kunnen we achteraf beter beoordelen of het participatieproces zorgvuldig is geweest (voldoet aan de minimale eisen) Door als gemeente vroegtijdig betrokken te zijn, kan de gemeente haar rol en de stappen in het planproces beter duiden (gemeente doet een inhoudelijke toetsing) Nadelen / risico’s Door als gemeente een actieve rol te pakken bij participatieprocessen van initiatiefnemers, ontstaat soms het beeld dat de gemeente al een (positief) besluit over plannen heeft genomen Gevolgen voor de bedrijfsvoering / gemeentelijke financiën Hoewel het lastig is om de gevolgen van het scenario op het niveau van concrete plannen en projecten te duiden, schatten wij in dat de keuze voor dit scenario de onderstaande gevolgen met zich mee kan brengen: 22
Werkzaamheden die Door minder / extra worden uitgevoerd ten opzichte van de huidige situatie Initiatieven van inwoners en bedrijven Beantwoording van Een nieuwe adviseur vragen van participatie initiatiefnemers en collega’s
Minder / extra benodigde middelen (ten opzichte van de lopende begroting)
Dekking van kosten mogelijk?
1 fte extra formatie (indicatie €90.000 p.j.)
Structurele uitzetting formatie
2 fte extra formatie (indicatie €180.000)
Structurele uitzetting formatie
Waarschijnlijk nauwelijks verschil, omdat we bij grotere projecten al een inspanning leveren die overeenkomst met scenario C.
Eventuele (extra) kosten grotendeels te dekken door anterieure overeenkomsten met initiatiefnemers (huidige werkwijze bij grote projecten)
Nader te bepalen
Nog niet gedekt
N.v.t.
n.v.t
(Eerste hulp bij participatie)
Actieve ondersteuning van particulieren en marktpartijen door extra aanwezigheid en ondersteuning bij voorbereiding
Juridisch planologen, vergunningverleners, wijkmanagers en communicatie Projectleiders en ondersteuners
Ten opzichte van de huidige situatie betekent met name bij kleinschaligere en middelgrote initiatieven een extra inspanning. Beoordeling Vergunningverleners participatieverslag initiatiefnemers (ca. 120 buitenplanse initiatieven per jaar) Gemeentelijke initiatieven en beleidsprocessen Gemeentelijke n.v.t initiatieven: inspanning op huidig niveau
23
D. Maximaal scenario (combinatie scenario B en C) Kenmerken van het scenario Dit scenario is een combinatie van scenario B en C. De inzet op gemeentelijke projecten alsook de ondersteuning van initiatiefnemers wordt daarbij vergroot. Initiatieven van inwoners en bedrijven De mate van ondersteuning is hierbij hetzelfde als bij scenario C. We ondersteunen initiatiefnemers actief. Dit kunnen zowel particulieren zijn met een beperkt uitbreidingsplan of een ontwikkelaar met grotere plannen. Voor een nadere omschrijving verwijzen we naar scenario C. Gemeentelijke initiatieven De mate inspanning van de gemeente is hierbij hetzelfde als bij scenario B: we verhogen de inspanning voor initiatieven waarbij de gemeente initiatiefnemer is. Voor een nadere omschrijving verwijzen we naar scenario B. Voor- en nadelen Het spreekt voor zich dat de voor- en nadelen uit scenario B en C hier ook terugkomen. Voordelen: Extra inzet aan de voorkant (bij gemeentelijke initiatieven) leidt tot meer begrip en draagvlak voor gemeentelijke besluiten. Mogelijk leidt dit tot minder juridische bezwaren achteraf. Actieve ondersteuning van initiatiefnemers leidt waarschijnlijk tot betere participatieprocessen.
Door als gemeente vroegtijdig betrokken te zijn bij participatieprocessen van initiatiefnemers, kunnen we wachter beter beoordelen of het participatieproces zorgvuldig is geweest (voldoet aan de minimale eisen) Door als gemeente vroegtijdig betrokken te zijn, kan de gemeente haar rol beter en de stappen in het planproces beter duiden (gemeente doet een inhoudelijke toetsing) Nadelen / risico’s De keuze voor dit scenario vraagt om fors extra inzet van financiële middelen. Door als gemeente een actieve rol te pakken bij participatieprocessen van initiatiefnemers, ontstaat soms het beeld dat de gemeente al een (positief) besluit over plannen heeft genomen Gevolgen voor de bedrijfsvoering / gemeentelijke financiën Ook hier is sprake van een combinatie van de (financiële) gevolgen uit scenario B en C.
24
Werkzaamheden die Door minder / extra worden uitgevoerd ten opzichte van de huidige situatie Initiatieven van inwoners en bedrijven Beantwoording van Een nieuwe adviseur vragen van participatie initiatiefnemers en collega’s
Minder / extra benodigde middelen (ten opzichte van de lopende begroting)
Dekking van mogelijk?
kosten
1 fte (indicatie €90.000 p.j.)
Structurele uitzetting formatie
2 fte (indicatie €180.000)
Structurele uitzetting formatie
Waarschijnlijk nauwelijks verschil, omdat we bij grotere projecten al een inspanning leveren die overeenkomst met scenario C.
Eventuele (extra) kosten grotendeels te dekken door anterieure overeenkomsten met initiatiefnemers (huidige werkwijze bij grote projecten)
Nader te bepalen
Nog niet gedekt
1,5 fte (indicatie €135.000)
Uitzetting van de begroting
Extra ureninzet projectleiders, beleidsadviseurs en ondersteuners ramen.
Bij grote projecten afzonderlijk te dekken via aparte voorbereidingskredieten.
Daarnaast ophogen middelen voor de organisatie van participatiesessies. Nader te bepalen.
Uitzetting van de begroting
(Eerste hulp bij participatie)
Actieve ondersteuning van particulieren en marktpartijen door extra aanwezigheid en ondersteuning bij voorbereiding
Juridisch planologen, vergunningverleners, wijkmanagers en communicatie Projectleiders en ondersteuners
Ten opzichte van de huidige situatie betekent met name bij kleinschaligere en middelgrote initiatieven een extra inspanning. Beoordeling Vergunningverleners participatieverslag initiatiefnemers (ca. 120 buitenplanse initiatieven per jaar) Gemeentelijke initiatieven en beleidsprocessen Het (laagdrempelig) Wijkmanagers, delen van informatie en ondersteuners en het bieden van meer communicatieadviseurs gelegenheid om te participeren. Projectleiders, juridisch planologen Dit leidt tot een grotere beleidsadviseurs ureninzet van verschillende medewerkers en het ophogen van middelen voor communicatie en organisatie van participatiesessies (communicatiemiddelen, zaalhuur etc).
25
Extra inzetten op participatie via digitale middelen (o.a. digitaal participatieplatform) Het betrekken van specifieke doelgroepen zoals jongeren of laaggeletterden.
ICT-afdeling
Medewerkers afdeling MO, jongerenwerkers, opbouwwerkers Caleidoscoop
Dit vraagt om een meer diverse inzet van werkvormen en (communicatie)middelen en inzet van medewerkers die meer kennis hebben van specifieke doelgroepen.
26
€15.000 voorinvestering + 0,3 FTE en onderhoud van het platform Structureel uitbreiden van de ureninzet van jongerenwerkers en opbouwwerkers
Grotendeels te dekken uit huidige budgetten wijkmanagement + uitzetten formatie ICT Uitzetting van de begroting
4.2. Monitoring en evaluatie Er zijn nog de nodige onduidelijkheden en factoren die invloed kunnen hebben op de workload die samenhangt met de uitvoering van dit participatiebeleid. We noemen daarbij het volgende: De mate waarin het Rijk structurele middelen beschikbaar gaat stellen voor de uitvoering van de Omgevingswet; De exacte invulling van het Omgevingsplan. Dit bepaalt namelijk hoeveel plannen er straks vergunningsvrij, binnenplans of buitenplans zijn. En daarmee indirect voor hoeveel plannen er straks een participatieplicht geldt. Dit beeld blijft tot 2029 in ontwikkeling; Het aanbod van plannen. De ontwikkeling van de woningmarkt en economie bepalen hoeveel initiatieven er de komende jaren zijn én hoeveel projecten de gemeente zelf op poten zet. We stellen daarom voor om de uitvoering van het participatiebeleid jaarlijks te monitoren en waar nodig bij te stellen. Het is ook denkbaar dat een groeimodel wordt gekozen: beginnen met scenario A en stapsgewijs toewerken naar scenario D. Waarbij de ontwikkeling van het Omgevingsplan, het aanbod van plannen en de financiële ruimte bepalen wanneer een vervolgstap kan worden gezet. 4.3. Mogelijke vervolgstappen Na vaststelling van het participatiebeleid kunnen verschillende vervolgstappen en uitwerkingen plaatsvinden (naar behoefte): 1.
Bij de definitieve nota participatiebeleid volgt een beknopte en concrete handreiking voor particuliere initiatiefnemers van plannen; 2. Doorontwikkeling tot gemeentebreed participatiebeleid. Naast de instrumenten in het kader van de Omgevingwet is het beleid dan ook van toepassing op de voorbereiding van gemeentelijke projecten en beleidsontwikkeling (buiten het kader van de Owet); 3. Opstellen participatieverordening. Na het in werking treden van de Wet versterking participatie op decentraal niveau wordt de bestaande Participatie- en inspraakverordening uit 2016 vervangen. De uitgangspunten uit dit beleid worden hierin overgenomen.
27
BIJLAGEN Algemeen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Wettelijke Kaders / Gemeentelijke Kaders Maatschappelijke context, kenniscontext en beleidscontext Samenvatting symposium participatiedemocratie 8 oktober 2021 Dialoogsessie participatiebeleid omgevingswet 22 november 2021 Uitwerking participatiebeleid voor verschillende typen plannen Relatie participatie en klantreizen omgevingswet Meer informatie
28
BIJLAGE 1
WETTELIJKE KADERS / GEMEENTELIJKE KADERS
Participatieplicht voor aanvragers van een Omgevingsvergunning Met betrekking tot participatie voor aanvragers van een Omgevingsvergunning zijn een aantal zaken opgenomen in de Omgevingswet en de bijbehorende besluiten en regelingen: 1. Het actief betrekken van belanghebbenden is opgenomen als aanvraagvereiste bij de Omgevingsvergunning. Hierdoor worden initiatiefnemers gestimuleerd om een participatieproces vorm te geven; 2. De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht is (amendement van Eijs c.s.)4. 3. De gemeente moet toetsen of aan de participatieverplichting is voldaan 5. Het uitgevoerde participatieproces moet namelijk enige inhoud hebben gehad. Participatiebeleid kan behulpzaam zijn om dit te toetsen. Ad 1. De strekking van de aanvraagvereiste is dat aanvragers van een Omgevingsvergunning altijd wordt gevraagd of er participatie heeft plaatsgevonden. Indien ja, verstrekt de aanvrager gegevens over het hoe belanghebbenden zijn betrokken en wat de resultaten daarvan waren. Het is aan de aanvrager om een adequate vorm te kiezen voor het participatieproces. Het antwoord “nee” op het aanvraagformulier, is op zichzelf geen grond om een aanvraag voor een Omgevingsvergunning te weigeren, tenzij er een participatieplicht geldt (zie 2) Ad 2.
De gemeenteraad heeft in februari 2021 besloten dat voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s) een participatieproces verplicht is. Daarbij is echter niet aangegeven op welke wijze het proces door initiatiefnemers moet worden ingevuld en welke rol de gemeente daarbij wel of niet heeft. De wetgever heeft de keuze voor de vorm van participatie bewust bij de aanvrager gelaten. Gemeenten mogen daarom geen aanvullende eisen stellen aan de invulling van het participatieproces. Wel moet de gemeente beoordelen of er voldoende informatie beschikbaar is om een besluit te kunnen nemen. Het participatiebeleid geeft hiervoor handvaten. Ad 3. Relevant voor de vraag of de participatie voldoende is, is de activiteit die de initiatiefnemer heeft aangevraagd. Bij een klein initiatief met weinig impact op de
4
Artikel 16.55, lid 7 . De gemeenteraad kan gevallen van activit eiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend.
5
Het bestuursorgaan vergaart bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen en moet het besluit motiveren (artikel 3:4 en 3.46 Awb). In besluiten moet dus worden aangegeven welke belangen en maatstaven een rol hebben gespeeld bij de belangenafweging.
29
omgeving, kan een beperkte vorm van participatie volstaan. Daarnaast kunnen er andere criteria worden meegewogen bij de vraag of er voldoende participatie heeft plaatsgevonden. Deze worden opgenomen in het participatiebeleid. Wettelijke vereisten
Van toepassing op instrumenten
Wie is verantwoordelijk
Insteek
Aanvraagvereiste
Alle Omgevingsvergunningen
Initiatiefnemer
Participatieplicht
Buitenplanse omgevingsvergunningen
Initiatiefnemer
Kennisgeving
Omgevingsplan
Bevoegd gezag (gemeente)
Motiveringsplicht
Omgevingsvisie, Omgevingsplan, en Omgevingsprogramma
Bevoegd gezag (gemeente)
Bij de aanvraag de volgende vragen beantwoorden: - Is er aan participatie gedaan? (Nee als antwoord is ook mogelijk!) - Wat is er met de uitkomsten gedaan? - Bij de aanvraag een participatieverslag inleveren - Participatie is verplicht maar vormvrij Je kunt wel minimale vereisten in beleid opnemen + handreiking doen Vooraf aangeven: - hoe het participatieproces wordt ingericht, - wie wordt betrokken - Wanneer - Waarover - Rol bevoegd gezag / initiatiefnemer - Verdere informatie Achteraf aangeven: - Hoe zijn burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen betrokken? - Wat zijn de resultaten en wat is er met de uitkomsten gedaan? - Op welke manier is aan het eigen participatiebeleid voldaan?
Overzicht met de regels voor participatie per instrument (Bron: Aan de Slag met de Omgevingswet, Denkwijzer voor goede participatie) Motiveringsplicht bij beleidsontwikkeling door de gemeente Begin 2020 is in de Eerste Kamer de motie-Nooren c.s. aangenomen. Hiermee is de motiveringsplicht voor het betrekken van belanghebbenden uitgebreid. De motie houdt in dat de gemeente voor de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en het Omgevingsprogramma een motiveringsplicht heeft. Gemeenten moeten daarbij aangeven: 1. hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding, 2. wat de resultaten daarvan zijn en 30
3. hoe aan het eigen participatiebeleid is voldaan. Kennisgeving bij het Omgevingsplan Bij het opstellen van een Omgevingsplan is ook een kennisgeving van toepassing. Voorafgaand aan het opstellen van het plan geeft het bevoegd gezag aan hoe het participatieproces wordt vormgegeven. Hoofdlijnenakkoord 2018-2022 Het bestaande Hoofdlijnenakkoord 2018-2022 Duurzaam Doorontwikkelen heeft als ondertitel ‘Samen aan de slag in Heerenveen.’ In het Hoofdstuk Samen met Inwoners is dit als volgt vertaald: Samen met inwoners In Heerenveen luisteren we naar onze inwoners en we zijn ervan overtuigd dat de beste ideeën samen tot stand komen. Inwoners en ondernemers hebben de ruimte om zelf met plannen en voorstellen te komen. Daar helpen we bij. We zoeken naar mogelijkheden om regels te versoepelen of te verminderen. Nieuwe lokale democratie We hechten belang aan samenwerking en interactie tussen inwoners, ondernemers en overheid. Door samen te werken draagt iedereen vanuit eigen kennis en ervaring bij aan een plezierig leefklimaat en ontstaat nieuwe lokale democratie. De gemeente versterkt dit door meer ruimte te geven aan wat er leeft in de Heerenveense samenleving. We betrekken inwoners en ondernemers bij gemeentelijke taken en we spelen in op maatschappelijke initiatieven die in de samenleving spelen. Niet alleen de gemeente is verantwoordelijk voor de leefomgeving.