CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Rapportage Gezonde Financiële Positie

Raadsvergadering 7 juli 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Perspectiefnota 2026 en Voorkeursscenario Gezonde Financiële Positie12.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

​

Eindrapportage Gezonde Financiële Positie

​ Juni 2025

1

Eindrapportage Gezonde Financiële Positie

Versie Juni 2025

| 2 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

Inhoudsopgave H1 Inleiding​

4

1.1 Inleiding​

4

1.2 Aanpak​

4

1.3 Betrokkenheid van de gemeenteraad​

5

H2 Financiële urgentie en strategie​

6

2.1 Huidige financiële positie​

6

2.2 Financiële kengetallen​

9

2.3 BDO Benchmark Nederlandse gemeenten 2025​

11

2.4 Strategie​

13

H3 Deelopdrachten​

15

3.1 Drie soorten deelopdrachten​

15

3.2 Richtinggevende deelopdrachten​

15

3.3 Budgetmutatie deelopdrachten​

16

3.4 Optimalisatie deelopdrachten​

19

H4 Voorkeursscenario en alternatief afwegingskader​

22

4.1 Besluitvorming gemeenteraad​

22

4.2 Voorkeursscenario​

22

4.3 Alternatief afwegingskader​

23

H5 Uitkomsten onderzoeksrichtingen​

24

5.1 Totaaloverzicht ombuigingsvoorstellen​

24

5.2 Domein Bedrijfsvoering​

25

5.3 Domein Leefomgeving​

28

5.4 Domein Mens & Maatschappij​

31

H6 Communicatie en afwegingen​

35

Lijst van tabellen en figuren​

37

| 3 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

H1​ Inleiding 1.1​

Inleiding

Vanaf begin 2024 werken we aan het versterken van onze financiële positie. Dit traject, opgezet onder de noemer Gezonde Financiële Positie, heeft als doel om de financiële positie van de gemeente duurzaam te versterken en te zorgen voor een sluitende meerjarenbegroting. De directe aanleiding hiervoor waren de forse begrote tekorten van circa € 7 miljoen vanaf 2026. Daarmee behoorden we tot de gemeenten met de grootste tekorten in de provincie Fryslân. Bovendien lieten onze financiële kengetallen (o.a. mate van solvabiliteit en netto schuldquote) al enige tijd een negatieve trend zien. Tegelijkertijd staat het gemeentefonds onder druk, onder meer door het zogenaamde ravijnjaar. Het Rijk kampt zelf met bezuinigingen en legt daarnaast nieuwe taken bij gemeenten neer. In deze context is het noodzakelijk om ambities en prioriteiten kritisch te herijken. Dat vraagt om keuzes en het bijstellen van doelen en het beëindigen van activiteiten is daarbij onvermijdelijk. Het gemeentelijk financiële speelveld is complex en onzeker. Dit traject is gestart om inzicht te krijgen in de financiële positie, de risico’s en de mogelijkheden om tot verantwoorde keuzes te komen. Het traject is bewust gefaseerd opgezet, met ruimte voor tussentijdse keuzes en aanpassingen, zodat we niet alleen op de korte termijn, maar ook op de lange termijn financieel gezond blijven.

De gemeenteraad is vanaf het begin op verschillende momenten en via diverse vormen nauw betrokken bij het proces. Deze eindrapportage, die aan de raad is toegezegd, biedt de raad de benodigde achtergrondinformatie op het hele traject. Daarnaast geeft dit document inzicht in de gekozen aanpak, gemaakte afwegingen, en de tussentijdse uitkomsten en besluiten van de afgelopen anderhalf jaar. Daarmee vormt het rapport de basis voor het voorstel dat het college aan de raad voorlegt. Zo wordt de raad in staat gesteld om weloverwogen keuzes te maken voor een financieel gezonde toekomst van de gemeente Heerenveen.

1.2​

Aanpak

Het plan van aanpak van het project is begin 2024 door het college vastgesteld, besproken met de auditcommissie en gedeeld met de gemeenteraad. Het plan van aanpak maakt onderscheid in drie soorten deelopdrachten: richtinggevende, budgetmutaties en optimalisatie deelopdrachten. Verschillende werkgroepen hebben gewerkt aan deze deelopdrachten en de hieruit voortkomende ombuigingsvoorstellen. Het project had een gefaseerde strategie, waarbij in 2024 is ingezet op een sluitende begroting voor 2025, en in 2025 op een sluitende begroting voor 2026 (en verder). Gedurende het traject zijn, mede op verzoek van de gemeenteraad, aanvullende stappen gezet, zoals extra dialoogsessies. Daarmee is het plan van aanpak niet als een statisch document gehanteerd, maar als een leidraad die ruimte bood voor bijstelling en verdieping waar nodig. Klik hier voor het volledige plan van aanpak1.

De naam van het project was in eerste instantie ‘Duurzaam en Gezond Financieel Perspectief’ en is op verzoek van de gemeenteraad aangepast, daarom komt ‘Gezonde Financiële Positie’ niet voor in het plan van aanpak. 1

| 4 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

1.3​

Betrokkenheid van de gemeenteraad

Vanwege de omvang en complexiteit van de financiële opgave speelt de raad een actieve rol in dit project. Gedurende het proces is de raad op verschillende momenten geïnformeerd en betrokken, bijvoorbeeld via raadsbrieven, informatiesessies, dialoogsessies en besluitvormingsmomenten. Deze actieve deelname heeft bijgedragen aan zowel transparantie als een sterke samenwerking tussen de raad, het college en de ambtelijke organisatie. Meerdere keren is de raad geraadpleegd, bijvoorbeeld over de richting van het onderzoek (raadsbesluit juli 2024) voor de vervolgstappen, en de opzet van het voorkeursscenario en het alternatief afwegingskader (raadsbesluit april 2025), waarmee het college en de organisatie verder konden. In de laatste fase lag de focus op het informeren en verduidelijken van gemaakte keuzes en afwegingen, zodat de raad goed voorbereid een integrale keuze kan maken. De voortdurende betrokkenheid heeft geleid tot een zorgvuldig en gezamenlijk gedragen proces. De betrokkenheid van de gemeenteraad wordt in onderstaand figuur weergegeven.

Figuur 1. Betrokkenheid van de gemeenteraad

| 5 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

H2​ Financiële urgentie en strategie In dit hoofdstuk brengen we zowel de financiële opgave in beeld als de strategie die wordt gevolgd. In paragraaf 2.1 staat de huidige financiële opgave centraal en paragraaf 2.2 presenteert de huidige financiële kengetallen. De paragraaf 2.3 bevat een analyse op de benchmark Nederlandse gemeenten 2025 van BDO. Op basis van deze informatie is vervolgens in paragraaf 2.4 de financiële strategie uitgewerkt. Deze strategie vormt de ruggengraat van het voorstel van het college (zie hoofdstuk 4) en is daarmee het belangrijkste uitgangspunt voor de keuzes die nu en in de komende periode voorliggen.

2.1​ Huidige financiële positie Om goed onderbouwde keuzes te kunnen maken, is het essentieel om een actueel en scherp beeld te hebben van de financiële positie van de gemeente Heerenveen. Die positie verandert voortdurend, onder andere door landelijke besluiten en ontwikkelingen binnen het gemeentelijk beleid. Een duidelijk inzicht in het begrotingssaldo vormt daarom een belangrijke basis voor verantwoorde besluitvorming. In deze paragraaf brengen we daarom in beeld wat de financiële opgave is om tot een sluitende begroting te komen.

2.1.1​ Financiële opgave De gemeente Heerenveen staat voor een grote financiële opgave. Op weg naar een sluitende meerjarenbegroting moeten structurele tekorten worden opgelost. Onderstaande tabel laat zien dat deze opgave is opgebouwd uit drie onderdelen: het actuele begrotingssaldo, de financiële effecten van de Meicirculaire 2025 van het Rijk, en de aanvragen vanuit de Perspectiefnota 2026. Samen leiden deze posten tot een totale financiële opgave die oploopt van € 7,3 miljoen in 2026 tot bijna € 12 miljoen in 2028. Deze cijfers vormen het uitgangspunt voor het voorstel dat het college heeft opgesteld. Bedragen x 1.000 Financiële opgave gemeente Heerenveen

2026

2027

2028

2029

1. Actueel begrotingssaldo

-5.640

-6.210

-6.109

-5.963

2. Effecten Meicirculaire 2025

5.823

5.929

2.817

3.177

3. Perspectiefnota 2026 aanvragen

-7.304

-7.745

-8.512

-8.409

Totale opgave

-7.121

-8.026

-11.804

-11.195

Tabel 1. Financiële opgave

2.1.2​ Actueel begrotingssaldo (ad 1.) Het actuele begrotingssaldo voor 2026-2029 laat een structureel tekort zien van ongeveer € 5,6 tot € 6,2 miljoen per jaar. Ten opzichte van de primitieve begroting 2025 - 2028 zijn in de loop van dit jaar meerdere aanpassingen doorgevoerd, waaronder effecten uit de circulaires van 2024 en het raadsbesluit over het Watertakenplan. Deze aanpassingen zorgen voor een lichte verbetering van het actuele begrotingssaldo ten opzichte van de primitieve begroting 2025 die in november 2024 is vastgesteld. Tabel 2 maakt dit inzichtelijk.

| 6 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

Bedragen x 1.000 Actueel begrotingssaldo

2026

2027

2028

2029

Primitieve Begroting 2025-2028

-6.248

-6.470

-6.332

-6.332

Effecten septembercirculaire 2024

559

112

237

237

Effecten najaarsrapportage 2024 meerjarig

-514

-505

-539

-539

Effecten decembercirculaire 2024

426

664

796

796

Raadsbesluit Watertakenplan

137

-11

-271

-125

-5.640

-6.210

-6.109

-5.963

Totaal Tabel 2. Actueel begrotingssaldo

2.1.3​ Meicirculaire van het Rijk (ad 2.) Het Rijk heeft recent de Meicirculaire 2025 gepubliceerd, waarin opnieuw wordt bevestigd dat de financiële vooruitzichten voor gemeenten onzeker blijven. Zoals eerder uit de Voorjaarsnota van het Rijk (april 2025) al bleek zijn er maatregelen die tijdelijk verlichting bieden, zoals extra middelen voor het gemeentefonds. De financiële kortingen voor de Hervormingsagenda Jeugd worden uitgesteld tot 2028, maar deze kortingen zijn daarna aanzienlijk hoger. In tabel 3 zijn de financiële consequenties voor onze gemeente weergegeven. Onder de tabel worden de drie verschillende onderdelen toegelicht. Bedragen x 1.000 Effecten Meicirculaire 2025

2026

2027

2028

2029

A. Algemene mutaties

2.633

2.863

2.722

2.981

15

15

15

15

C. Mutaties Jeugd

3.175

3.051

80

181

Totaal

5.823

5.929

2.817

3.177

B. Mutaties integratie- decentralisatieuitkering

Tabel 3. Effecten Meicirculaire Rijk 2025

A.​ Algemene mutaties De algemene mutaties bevatten twee onderdelen. Het Rijk compenseert de terugval van het gemeentefonds in 2026 structureel voor de gemeente met circa € 1,4 miljoen. Daarnaast stijgt het volumedeel van het accres met € 51 miljoen in 2025 en zijn de accrescijfers geactualiseerd op basis van de meest recente cijfers van het Centraal Planbureau. De inflatie voor 2025 valt bijna 1% hoger uit dan in de miljoenennota in september werd voorzien. Dat leidt tot een hogere inflatievergoeding voor gemeenten. Dit betekent voor de gemeente Heerenveen een positief effect van circa € 1,3 miljoen in 2026 oplopend naar € 1,6 miljoen in 2029. B.​ Mutaties integratie- decentralisatieuitkering De Meicirculaire bevat diverse mutaties met betrekking tot integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Het merendeel van deze mutaties betreft het jaar 2025. Eén mutatie met betrekking tot de Participatiewet heeft een structureel effect. Deze wordt budgettair neutraal verwerkt, aangezien het om een taakmutatie gaat. Na verwerking resteert een klein positief effect van circa € 15.000 op de gemeentelijke begroting.

| 7 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

C.​ Mutaties Jeugd (inclusief verwerking stelposten) In de Meicirculaire staan meerdere mutaties voor jeugd. In tabel 4 zijn de diverse mutaties die betrekking hebben op het Jeugddomein gepresenteerd. Bedragen x 1.000 Specificatie Mutaties Jeugd

2026

2027

2028

2029

Tekort voor rekening rijk, vanaf 2025 (50%)

1.384

1.405

1.418

1.425

Groeipad maatregelen Hervormingsagenda

1.644

1.504

111

111

Eigen bijdrage Jeugdzorg *

-819

-822

Sturen op trajectduur Jeugdzorg *

-214

-215

-1.596

-1.604

Effecten Jeugd Meicirculaire 2025

Indexeren opbrengst Hervormingsagenda ** Hervormingsagenda Jeugd, Aanvullende Post ***

1.100

850

986

1.088

Subtotaal effecten Jeugd Meicirculaire 2025

4.128

3.759

-114

-17

-953

-708

-839

-839

Nieuwe stelpost eigen bijdrage Jeugdzorg *

0

0

819

822

Nieuwe stelpost sturen op trajectduur Jeugdzorg *

0

0

214

215

Subtotaal bijstelling stelposten

-953

-708

194

198

Totaal effect mutaties Jeugd

3.175

3.051

80

181

Bijstelling stelposten n.a.v. mutaties Meicirculaire Jeugd Vervallen stelpost Hervormingsagenda Jeugd, Aanvullende Post ***

Tabel 4. Specificatie mutaties Jeugd Meicirculaire * De provincie Fryslân heeft, als financieel toezichthouder, in haar aanvullende Begrotingscirculaire 2026 aangegeven dat gemeenten voor de mutaties ‘eigen bijdrage Jeugdzorg’ en ‘sturen op trajectduur Jeugdzorg’ stelposten in de begroting op mogen nemen, waardoor ze een budgettair neutraal effect hebben. ** De provincie Fryslân heeft, als financieel toezichthouder, tevens in haar aanvullende Begrotingscirculaire 2026 aangegeven dat voor de mutatie ‘indexeren opbrengst Hervormingsagenda’ geen stelpost opgenomen mag worden. Gemeenten moeten zelf maatregelen treffen om deze besparing te realiseren. *** In Heerenveen is eerder een stelpost aan de batenkant opgenomen voor de middelen die zijn gereserveerd op de Aanvullende Post. Doordat de middelen uit de Aanvullende Post nu aan het gemeentefonds worden toegevoegd, komt deze stelpost te vervallen en is de mutatie budgettair neutraal.

Hoewel gemeenten in 2026 en 2027 worden gecompenseerd voor de tekorten op de jeugdzorg en het Rijk vanaf 2026 ook een structurele bijdrage beschikbaar stelt, is vanaf 2028 sprake van een vrijwel neutraal financieel effect. Dit komt doordat het Rijk, zoals aangekondigd in de Voorjaarsnota 2025, vanaf dat jaar opnieuw kortingen op het gemeentefonds doorvoert. Deze bezuinigingen hangen samen met de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd, waarvan wordt aangenomen dat ze leiden tot een afname van de vraag naar jeugdzorg en daarmee tot lagere kosten. De korting is op die veronderstelling gebaseerd.

| 8 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

Of die veronderstelde besparing daadwerkelijk wordt gerealiseerd, is echter onzeker. Als de vraag naar jeugdzorg minder sterk afneemt dan verwacht, blijven de kosten hoog terwijl de middelen dalen. Dit vormt een reëel financieel risico voor gemeenten. In de praktijk betekent dit dat de extra bijdrage van het Rijk, die bedoeld was om de jeugdzorgtekorten vanaf 2026 op te vangen, per 2028 grotendeels teniet wordt gedaan. Voor een nadere toelichting over de ontwikkelingen uit de Voorjaarsnota 2025 wordt verwezen naar een artikel van BMC, dat hier is te vinden.

2.1.4​ Perspectiefnota 2026 aanvragen (ad 3.) Net als elk jaar bevat de Perspectiefnota 2026 een overzicht van de aanvragen die het college aan de gemeenteraad voorstelt. In tabel 5 is het totaalbedrag van de aanvragen opgenomen. Voor een gedetailleerde specificatie van deze aanvragen, evenals een overzicht van de aanvragen die niet worden voorgesteld maar wel voortgekomen zijn uit de inventarisatie in voorbereiding op de Perspectiefnota, wordt verwezen naar de Perspectiefnota 2026. Bedragen x 1.000

Perspectiefnota 2026 aanvragen

2026

2027

2028

2029

-7.304

-7.745

-8.512

-8.409

Tabel 5. Aanvragen Perspectiefnota 2026

2.2​ Financiële kengetallen We willen de begroting op flexibiliteit op de lange termijn beoordelen, waarbij we gebruik maken van financiële kengetallen zoals de netto schuldquote, solvabiliteit en de ratio van ons weerstandsvermogen. Aan de hand van deze kengetallen en de verwachte trend van deze kengetallen beoordelen we de begroting op de langere termijn. Netto schuldquote De netto schuldquote laat het niveau van de schuldenlast van de gemeente zien, ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een idee van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Als de netto schuldquote boven de 100% ligt, wordt dat een hoge gemeenteschuld genoemd. Is de schuldquote hoger dan 130%, dan krijgt een gemeente het advies om direct in te grijpen om de schulden te verminderen Solvabiliteitsratio Dit kengetal laat zien in hoeverre de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen op lange termijn te voldoen. En wordt uitgedrukt door het eigen vermogen van de gemeente te delen door het totaal vermogen. Bij een ratio kleiner dan 20% heeft een gemeente zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood. Criterium voor mate van gezondheid: "De solvabiliteitsratio is groter of gelijk aan 20%".

Ratio weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (saldo reserves), en de weerstandscapaciteit (risico's) waaraan de gemeente is blootgesteld.

| 9 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

De kritische grens van de kengetallen met bijbehorende doelstellingen uit het plan van aanpak staan in tabel 6. Begroting kengetallen

Kritische grens

Doelstelling langere termijn

Netto schuldquote

130%

< 90%

Solvabiliteit

20%

> 20%

1,0

1 - 1,4%

Ratio weerstandsvermogen Tabel 6. Kritische grens en doelstelling langere termijn van de kengetallen

Jaarstukken 2024 De meest actuele kengetallen komen uit de jaarstukken 2024, welke recent is gedeeld met de gemeenteraad maar ten tijde van het schrijven van deze rapportage nog niet is vastgesteld. In onderstaande tabel zijn de gerealiseerde kengetallen van 2020 - 2024 opgenomen.

Realisatie kengetallen

Jaarstukken 2020

2021

2022

2023

2024

Netto schuldquote

54,70%

46,80%

33,80%

37,30%

35,50%

Solvabiliteit

21,00%

25,90%

28,20%

29,80%

30,40%

1,9

2,7

3,6

2,9

2,3

Ratio weerstandsvermogen

Tabel 7. Kengetallen zoals opgenomen in de jaarstukken 2024

Begroting 2025-2028 In de begroting 2025-2028 is een meerjarenperspectief opgenomen voor de financiële kengetallen. In onderstaande tabel zijn de kengetallen van 2025 - 2028 opgenomen.

Begroting kengetallen

Begroting 2025 2025

2026

2027

2028

Netto schuldquote

70,40%

82,40%

90,50%

121,30%

Solvabiliteit

24,10%

20,50%

16,80%

12,20%

2,3

NB

NB

NB

Ratio weerstandsvermogen

Tabel 8. Kengetallen zoals opgenomen in de begroting 2025-2028

Analyse en conclusies kengetallen Deze analyse betreft de situatie op basis van de begroting 2025 en de jaarstukken 2024, zonder verwerking van het voorkeursscenario. We constateren dan het volgende per kengetal: ●​ De netto schuldquote laat in de periode 2020–2024 een structureel dalende lijn zien, met in 2024 een waarde van 35,5%. Dit ligt ruim onder zowel de kritische grens van 130% als de langetermijndoelstelling van 90%. Vanaf 2025 laat de begroting echter een oplopende trend zien, waarbij in 2028 de schuldquote stijgt naar 121,3%. Daarmee komt deze dicht in de buurt van de kritische grens. ●​ De mate van solvabiliteit laat tussen 2020 en 2024 een gezonde ontwikkeling zien, van 21,0% naar 30,4%. Daarmee wordt de langetermijndoelstelling (>20%) ruimschoots

| 10 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

gehaald. In de begroting 2025–2028 is echter een duidelijke daling zichtbaar, tot slechts 12,2% in 2028. Daarmee komt de solvabiliteit onder de kritische grens, wat wijst op een afnemend weerstandsvermogen tegen financiële tegenvallers. ●​ De ratio weerstandsvermogen ligt in de periode 2020–2024 steeds ruim boven de kritische grens van 1,0 en zelfs boven de doelstelling van 1,0–1,4. De realisatie van 2024 bevestigt dat de gemeente momenteel over voldoende weerstandsvermogen beschikt. Het eigen vermogen stijgt van € 72,3 miljoen in 2023 naar € 75,1 miljoen in 2024. De ratio voor de jaren 2026 en verder wordt opgenomen in de meerjarenbegroting 2026 – 2029. Dan heeft opnieuw een risico-inventarisatie plaatsgevonden. Tussen 2020 en 2024 laten de financiële kengetallen een positieve ontwikkeling zien. De verwachte verslechtering vanaf 2025 tot en met 2028 baart echter zorgen en was mede aanleiding voor de start van het project Gezonde Financiële Positie, met name vanwege de oplopende schuldquote en de afnemende solvabiliteit. NB: Het is belangrijk te vermelden dat de realisatie van 2024 (de jaarrekening), waaronder een stijging van het eigen vermogen, niet is verwerkt in de begroting 2025, omdat deze pas in juni 2025 wordt vastgesteld. Hierdoor is de verwachte ontwikkeling van de kengetallen in werkelijkheid iets gunstiger.

2.3​ BDO Benchmark Nederlandse gemeenten 2025 De BDO Benchmark Gemeenten 2025 biedt een gedetailleerd inzicht in de financiële positie van Nederlandse gemeenten. Jaarlijks onderzoekt BDO de gemeentelijke jaarrekeningen en zet gemeenten in een ranglijst op basis van financiële kengetallen. De benchmark is gebaseerd op de realisatiecijfers over 2023 en de meerjarenbegrotingen voor de periode 2024–2028, en dus niet op de begroting 2025-2028 of de realisatiecijfers over 2024. In januari 2025 heeft de gemeenteraad een brief ontvangen van het college over deze benchmark. Hierbij is toegezegd om een analyse van de benchmark te maken voor onze gemeente. Deze analyse volgt hieronder. Algemeen landelijk beeld Een belangrijke algemene conclusie van BDO dit jaar is dat het financiële landschap van gemeenten verder is versnipperd. Terwijl sommige gemeenten aanzienlijke overschotten realiseerden, liet ongeveer een kwart van de gemeenten in 2023 al tekorten zien. Driekwart van de gemeenten krijgt hun begroting voor 2026 niet sluitend, wat de financiële toekomst erg onzeker maakt. Het gemiddelde rapportcijfer voor de gemeentelijke begrotingen neemt af van een 7,4 naar een 6,8. Gemeenten staan daarmee voor complexe keuzes bij het vinden van een balans tussen bezuinigingen en investeringen. Daarbij lopen zowel de solvabiliteit als de schuldquote sterk uiteen tussen gemeenten.

Waar de ene gemeente nog geen bezuinigingen heeft doorgevoerd, hebben andere gemeenten juist al maatregelen genomen om hun begrotingssaldo te verbeteren. BDO benadrukt in haar analyse het belang van realistisch begroten en het opstellen van een langetermijnvisie.

| 11 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

De analyse wijst erop dat de situatie na 2027/2028 licht kan verbeteren. De realiteit is echter dat veel gemeenten geen meerjarige plannen kunnen maken, omdat de begroting voor 2026 geen volledige dekking heeft. Dit vertraagt de aanpak van maatschappelijke opgaven en investeringen en stelt gemeenten voor grote uitdagingen. Er is meer dan ooit behoefte aan heldere afspraken tussen Rijk en gemeenten over de balans tussen taken en middelen, en de noodzakelijke ondersteuning om deze maatschappelijke opgaven gezamenlijk aan te pakken. Financiële situatie gemeente Heerenveen Naast een algemene analyse van de Nederlandse gemeenten en diverse gemeentegroottes, kunnen ook de gegevens van de gemeente Heerenveen opgezocht worden in de benchmark. Dit kan via dit dashboard op de BDO website. In onderstaande figuur zijn de resultaten van de gemeente Heerenveen gepresenteerd.

Figuur 2. Resultaten gemeente Heerenveen uit de BDO Benchmark

Ranking, positie t.o.v. vorig jaar en rapportcijfer Voor de gemeente Heerenveen laat de benchmark een lichte verbetering zien ten opzichte van vorig jaar. We zijn gestegen van plaats 57 (van 59) met een rapportcijfer 2, naar plaats 52 (van 63) met een rapportcijfer 5. Met dit rapportcijfer 5 scoren we echter nog steeds onvoldoende, gebaseerd op begrotingssaldo en financiële kengetallen. Begrotingssaldi Het tekort van € 30 miljoen dat in de benchmark wordt genoemd, is de optelsom van de begrotingssaldo’s over de gehele periode van 2024 tot en met 2028, en betreft dus geen tekort voor een enkel boekjaar. Desalniettemin heeft de gemeente Heerenveen in deze periode wel degelijk te maken met een structureel tekort op de exploitatie. Gezien de positie van de gemeente in de benchmarkranglijst lijkt dit tekort bovendien relatief groter te zijn dan bij veel andere Nederlandse gemeenten.

| 12 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

Kengetallen De ranking en het rapportcijfer zijn onder andere gebaseerd op de financiële kengetallen. Voor een toelichting op de huidige en geprognosticeerde kengetallen netto schuldquote, ratio weerstandsvermogen en solvabiliteit wordt verwezen naar paragraaf 2.2. ●​ Voor het kengetal grondexploitatie geldt dat hoe lager het percentage is hoe beter. Ten opzichte van 2022 is de ratio in 2023 gestegen naar 11,8%. Dit wordt veroorzaakt doordat de boekwaarde van de grondexploitaties is gestegen als gevolg van winstnemingen en lagere verliesvoorzieningen. ●​ De belastingcapaciteit laat de lokale lastendruk in onze gemeente zien ten opzichte van het landelijk gemiddelde aan woonlasten. De belastingcapaciteit van de gemeente Heerenveen bedroeg in 2023 87,9%. Dit betekent dat de gemeentelijke lasten voor inwoners op dat moment onder het landelijk gemiddelde lagen, en er dus nog ruimte is om de lokale heffingen te verhogen binnen de landelijke bandbreedte. In het kader van het project Gezonde Financiële Positie is een werkgroep ingesteld die zich richt op de lokale heffingen en hier zijn ook ombuigingsvoorstellen uit voortgekomen. Conclusie BDO Benchmark Op basis van de cijfers over 2023 is het beeld van de financiële kengetallen van de gemeente Heerenveen op zichzelf genomen nog niet zorgwekkend.

De netto schuldquote (37,2%), solvabiliteit (29,8%), structurele exploitatieruimte (0,4%) en grondexploitatie (11,8%) voldoen allemaal aan de gehanteerde normen voor financiële gezondheid. Ook de belastingcapaciteit lag met 87,9% onder het landelijk gemiddelde. De relatief lage positie van Heerenveen in de BDO Benchmark Gemeenten 2025 is dan ook niet zozeer het gevolg van de situatie in 2023, maar vooral van de trend richting 2028. De verwachte verslechtering van met name de schuldquote en solvabiliteit, door geplande investeringen en bijbehorende nieuwe leningen, zorgt voor een negatief toekomstbeeld. Hoewel deze prognoses niet zichtbaar zijn in het dashboard van de benchmark, hebben ze wel invloed op de ranking, omdat de analyse van BDO is gebaseerd op zowel de realisatiecijfers over 2023 als de meerjarenbegroting 2024–2028. Deze uitkomst onderstreept de urgentie van het project Gezonde Financiële Positie, om tijdig bij te sturen en de financiële positie van de gemeente structureel te versterken.

2.4​ Strategie In het oorspronkelijke plan van aanpak was de strategie gericht op een sluitende begroting voor de jaren 2026 tot en met 2029. Dat betekende dat alle vier de jaren financieel in balans zouden zijn. Daarbij hebben we aangegeven dat we de financiële situatie gedurende het traject actief monitoren en waar nodig bijsturen. Naar de publicatie van de Voorjaarsnota 2025 en Meicirculaire 2025 van het Rijk is duidelijk geworden dat het zogenoemde ravijnjaar gedeeltelijk opschuift van 2026 naar 2028. Dit hangt samen met mutaties in de budgetten voor jeugdzorg. Het Rijk gaat ervan uit dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd leiden tot een lagere vraag naar jeugdzorg, en dus tot lagere kosten. De korting in het gemeentefonds is hierop gebaseerd. Of

| 13 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

gemeenten deze veronderstelde besparing daadwerkelijk kunnen realiseren, is echter onzeker. Als de vraag naar jeugdzorg minder sterk daalt dan verwacht, blijven de kosten hoog, terwijl de middelen structureel zijn verlaagd. Waar in eerste instantie sprake was van een relatief gelijk verdeeld tekort over de jaren 2026 tot en met 2029, blijkt nu dat de tekorten in 2026 en 2027 circa € 7 à 8 miljoen bedragen, en in 2028 en 2029 oplopen tot circa € 11 miljoen. Gezien deze verschuiving en de bijbehorende onzekerheden kiezen we er bewust voor om de financiële strategie aan te passen en om in deze fase alleen de jaren 2026 en 2027 sluitend te maken. De VNG adviseert in haar recente begrotingsadvies eveneens om in deze fase met name de jaren 2026 en 2027 sluitend te maken. Dit bevestigt de strategie die wij als gemeente volgen. Door deze aanpak voorkomen we dat nu al meer wordt omgebogen dan strikt noodzakelijk, met het risico op ingrijpende en moeilijk terug te draaien maatregelen. Een te zwaar ombuigingspakket zou bovendien kunnen leiden tot ingrepen in voorzieningen of ondersteuning die achteraf niet nodig blijken. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat de nieuwe gemeenteraad in 2026 een begroting ontvangt waarin in ieder geval het eerstvolgende jaar, 2027, sluitend is.

In het voorstel van het college hanteren we daarom als uitgangspunt een ombuigingspakket waarmee de jaren 2026 en 2027 sluitend worden gemaakt. Dit betekent dat er voor 2026 € 7,1 miljoen moet worden omgebogen en voor 2027 € 8,2 miljoen. Met deze strategie behouden we het evenwicht tussen financiële soliditeit en bestuurlijke flexibiliteit voor de komende jaren.

| 14 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

H3​ Deelopdrachten Het project omvat elf deelopdrachten, zoals eerder toegelicht in hoofdstuk 1. In dit derde hoofdstuk worden de uitkomsten van de deelopdrachten teruggekoppeld.

3.1​ Drie soorten deelopdrachten Om de doelstellingen van het project te bereiken zijn elf deelopdrachten geformuleerd om de benodigde inzichten te verschaffen voor gedegen adviezen om te komen tot ombuigingsvoorstellen. We hebben onderscheid gemaakt in drie soorten deelopdrachten: Richtinggevende deelopdrachten -​ Bieden inzicht en duiding om weloverwogen beslissingen te nemen. En resulteert in richting en context voor onderzoeksrichtingen voor ombuigingen. -​ Omvat het vaststellen van een voorkeursscenario (voorheen profiel), het bepalen van de projectreikwijdte en een benchmark. Budgetmutaties deelopdrachten -​ Gericht op het identificeren van ombuigingsmogelijkheden en resulteren in concrete ombuigingsvoorstellen; -​ Omvat indexatie, investeringen, specifieke uitkeringen en kostendekkendheid van leges. Optimalisatie deelopdrachten -​ Bieden inzicht over optimalisatiemogelijkheden van processen en resulteren in adviezen voor het versterken van de (financiële) controlfunctie van de gemeente; -​ Omvat treasurybeleid, de verplichtingenadministratie, fiscaliteiten en het loongebouw. In de volgende paragrafen worden de uitkomsten per deelopdracht beschreven.

3.2​ Richtinggevende deelopdrachten 3.2.1​ Voorkeursscenario (voorheen profiel) Om te komen tot een sluitende begroting zijn duidelijke keuzes noodzakelijk. Het college heeft hiervoor een voorkeursscenario opgesteld: een samenhangend pakket van ombuigingsmaatregelen dat richting geeft aan de besluitvorming. Dit scenario bevat het voorstel van het college aan de gemeenteraad over hoe de financiële opgave op een verantwoorde manier kan worden ingevuld. Naast het voorkeursscenario is ook een alternatief afwegingskader opgesteld, waarin andere keuzemogelijkheden worden verkend. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 4.

| 15 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

3.2.2​ Reikwijdte project De deelopdracht Reikwijdte heeft inzicht gegeven in de mate waarin keuzes noodzakelijk zijn om tot een gezonde financiële positie te komen. Daarbij is rekening gehouden met onzekerheden in de algemene uitkering en met mogelijke taken die nog niet in de begroting zijn opgenomen. Gedurende de looptijd van het project zijn ontwikkelingen actief gemonitord. De gemeenteraad is hierover meerdere keren geïnformeerd, onder meer bij de verwerking van de uitkomsten van de circulaires. In hoofdstuk 2 wordt zowel de huidige financiële positie van de gemeente als de strategie van het project Gezonde Financiële Positie beschreven.

3.2.3​ Benchmark In kwartaal 1 van 2024 hebben we een eigen financiële benchmark uitgevoerd waarin de gemeente Heerenveen is vergeleken met een selectie van referentiegemeenten. Deze benchmark omvat onder andere een analyse van jaarrekening- en begrotingsresultaten. De resultaten geven inzicht in het financiële perspectief van Heerenveen ten opzichte van andere gemeenten. Hoewel de uitkomsten niet één-op-één zijn te vertalen naar beleidsaanpassingen, onder andere vanwege verschillen in begrotingssystematiek en lokale keuzes, bood de benchmark waardevolle aanknopingspunten voor verdere discussie en onderzoek naar mogelijke ombuigingsvoorstellen. Deze inzichten zijn mede gebruikt bij het formuleren van de onderzoeksrichtingen om te komen tot ombuigingsvoorstellen die de gemeenteraad heeft vastgesteld bij de Perspectiefnota 2024 in juli 2024. De benchmark staat hier.

3.3​ Budgetmutatie deelopdrachten Het afgelopen jaar is gewerkt aan vier budgetmutatie-deelopdrachten. Hieronder worden de uitkomsten per deelopdracht toegelicht, inclusief de mate waarin deze hebben bijgedragen aan de eerder vastgestelde ombuigingen (Perspectiefnota, juli 2024). Daarnaast wordt inzicht gegeven in eventuele aanvullende ombuigingen die nu ter besluitvorming voorliggen en zijn uitgewerkt in een ombuigingsvoorstel.

3.3.1​ Indexatie In het eerste kwartaal van 2024 is de deelopdracht indexatie uitgewerkt. In het gekozen scenario wordt vanaf 2025 de algemene uitkering berekend op basis van constante prijzen, wat betekent dat alleen de indexatie van het komende jaar wordt toegepast, zonder cumulatieve indexering voor toekomstige jaren. Een bijkomend voordeel hiervan is dat de jaarschijven beter vergelijkbaar worden, doordat er geen prijsverschillen meer zijn tussen de jaren. Daarnaast wordt niet de hele begroting meer geïndexeerd; alleen specifieke uitgaven zoals subsidies, sociaal domein (excl. preventie), software, vast personeel en vastgoed. Dit betekent dat voor de niet-geïndexeerde budgetten indirect bezuinigd moet worden om de stijgende kosten te compenseren. Het financiële effect van deze wijziging in werkwijze uit de deelopdracht is reeds verwerkt in de Themabegroting 2025. Om te voorkomen dat budgetten die niet automatisch worden geïndexeerd onder druk komen te staan, is een stelpost geïntroduceerd. Deze stelpost fungeert als buffer voor eventuele aanvragen tot indexatie wanneer blijkt dat aanvullende indexatie toch noodzakelijk is. Echter, dit is een keuze en een dergelijke stelpost is niet verplicht. Daarom

| 16 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

zijn ook ombuigingsvoorstellen opgesteld om deze stelpost vrij te laten vallen, dit betreft ombuigingsvoorstellen 12 en 13. Jaarlijks worden de uitgangspunten voor indexatie opgenomen in de Perspectiefnota. In de Perspectiefnota 2026 wordt bij de uitgangspunten voorgesteld dat de indexatie van inkomsten wordt geharmoniseerd met de uitgaven, zodat beide met hetzelfde percentage worden verhoogd en hier geen verschil ontstaat.

3.3.2​ Kostendekkendheid leges De deelopdracht 'Kostendekkendheid Leges' heeft als doel om te onderzoeken hoe we de leges volledig kostendekkend kunnen maken. Kostendekkendheid verwijst naar de mate waarin de inkomsten van een specifieke activiteit, dienst of product voldoende zijn om de kosten te dekken die daarvoor worden gemaakt. Professionalisering kostendekkendheid leges Het project om de kostendekkendheid van leges nauwkeuriger en betrouwbaarder in beeld te brengen is nog in volle gang. Een belangrijk onderdeel daarvan is de implementatie van kostendekkendheid.nl, een applicatie die gemeenten ondersteunt bij het vastleggen en analyseren van de tijdsbesteding per product en per functie. Deze gestructureerde werkwijze draagt bij aan een professionelere en transparantere benadering. Zodra de applicatie volledig operationeel is, ontstaat de mogelijkheid om gerichter te sturen op een kostendekkende legesstructuur. Door periodiek te toetsen of de geregistreerde tijd en toe te rekenen kosten overeenkomen met de praktijk, kunnen afwijkingen tijdig worden gesignaleerd en waar nodig worden bijgestuurd. Zo leggen we een solide basis voor een betrouwbaar en toekomstbestendig kostendekkendheidsproces.

Voorzichtige aanpassing leges in lopend professionaliseringstraject Omdat de professionalisering van het kostendekkendheidsproces nog in volle gang is, adviseren we om terughoudend te zijn met brede aanpassingen in de leges. We willen eerst beschikken over betrouwbare en onderbouwde gegevens, zodat we verantwoord kunnen sturen op kostendekkendheid. Mogelijkheden voor ombuigingen Toch zijn er op basis van de huidige inzichten al enkele concrete mogelijkheden gevonden om bij te sturen. Het gaat om vier onderdelen waar aanpassing van de leges op korte termijn haalbaar lijkt: bij de intaketafel (waar nu nog geen leges worden geheven), en over binnen de categorie bijzondere wetten, specifiek voor kinderopvang, evenementen en alcohol. Deze onderdelen bieden nu ruimte voor een ombuiging, in afwachting van de verdere uitkomsten van het professionaliseringstraject. De ombuigingsvoorstellen zijn opgesteld en opgenomen in de ombuigingenbundel, dit betreft voorstellen 33, 34 en 35.

3.3.3​ Investeringen In 2024 is een analyse uitgevoerd van de investeringsplanning van de gemeente Heerenveen. Op basis van deze analyse zijn bij de Perspectiefnota 2024 enkele aanpassingen doorgevoerd. Daarnaast heeft de gemeenteraad in juli 2024, tijdens de behandeling van de Perspectiefnota, een onderzoeksrichting vastgesteld gericht op

| 17 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

investeringen. In dit kader zijn circa tien investeringen geselecteerd voor nader onderzoek. Deze onderzoeken hebben niet geleid tot concrete ombuigingsvoorstellen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar onderstaande tabel. Naar aanleiding van de deelopdracht investeringen wordt bovendien een voorstel gemaakt om een investeringsplafond in te stellen. Verdere informatie hierover is opgenomen in paragraaf 5.2.3, waarin de lopende onderzoeken van het domein Bedrijfsvoering worden toegelicht. Investeringskrediet

Toelichting

Huisvesting gemeentehuis en aanhelen Crackstate

Er is verkend of het investeringskrediet voor het nieuwe gemeentehuis ruimte biedt voor een ombuiging. Uit deze verkenning blijkt dat dit geen realistische optie is; de huisvestingssituatie van de gemeente vraagt hoe dan ook om een oplossing die meerkosten met zich meebrengt. Dit speelt vanaf 2031. Op basis van de onderzochte scenario’s is gekozen om de mogelijkheden te verkennen voor realisatie van een nieuw gemeentehuis in combinatie met een moderne bibliotheek op de nieuwbouw ABC-locatie. Hier wordt ook gekeken naar synergievoordelen, zowel functioneel als financieel. De benodigde middelen zullen afhangen van het te kiezen scenario. De verwachting is dat de gemeenteraad hierover eind dit jaar een besluit zal nemen. Aangezien dit traject nog loopt, is dit niet opgenomen als ombuigingsvoorstel. Bovendien vallen deze meerkosten buiten de begrotingsperiode 2026-2029.

Beplantingsplan KNO

Voor het beplantingsplan binnen het KNO-gebied is een afzonderlijk investeringskrediet beschikbaar gesteld. Dit plan valt niet volledig onder de grondexploitatie KNO (grex). Hoewel een deel van de kosten binnen de grex is opgenomen, staat de geldende regelgeving niet toe dat alle kosten op deze wijze worden toegerekend. Om die reden is voor een deel van de kosten gekozen voor een apart krediet. Bij de uitvoering van dergelijke kredieten wordt bekeken of aanvullende onderdelen alsnog aan de grex kunnen worden toegerekend.

Herinrichting Burg. Falkenaweg

In de Perspectiefnota 2024 is gekozen voor een andere aanpak van de herinrichting van de Burg. Falkenaweg dan oorspronkelijk gepland. In plaats van de aanleg of verbreding van fietspaden, ligt de focus nu op het verbeteren van twee kruisingen/oversteken om de verkeersveiligheid te bevorderen, en het herstraten van de parallelwegen. Dit is ook opgenomen in de begroting voor 2025. De beperkte SPV-subsidie speelt een rol in deze keuze, waardoor het totale investeringsvolume wordt beperkt. Een deel van de kosten kan waarschijnlijk worden gedekt vanuit de onderhoudsvoorziening. De exacte kostenraming en dekkingsmogelijkheden worden nog verder uitgewerkt.

Vervanging bruggen 2023, 2024, 2025 en 2027

Bij toekomstige investeringen in bruggen wordt onderzocht of het areaal kan worden verminderd om kosten te besparen. Voor nu levert het geen besparing op.

Doorfietsroute Heerenveen-Joure-Sneek

De plannen voor de doorfietsroute tussen Heerenveen, Joure en Sneek worden op dit moment verder uitgewerkt. Daarbij wordt ingezet op het principe van "werk met werk maken" om voordelen te behalen en de uitvoering goedkoper te maken.

Doorfietsroute Heerenveen-Drachten

Voor de doorfietsroute Heerenveen-Drachten is een subsidiebeschikking

| 18 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

door de provincie van € 5.400.000 afgegeven (maximaal 50% van de totale investering en daarmee € 1.800.000 per gemeente). De gemeenten hebben contact met de provincie over de uitvoeringstermijn in relatie tot de subsidie. Het verdere bestuurlijke proces wordt afgewacht. Tabel 9. Toelichting uitkomsten onderzoeksrichting investeringen

3.3.4​ Specifieke uitkeringen (SPUK’s) Een van de deelopdrachten betreft het onderzoeken van de inzet van SPUK's en hiermee invulling te geven aan de reeds verwerkte taakstelling zoals deze door u bij het MJP2 in 2023 is vastgesteld en verwerkt in de begroting 2024. In lijn met het plan van aanpak van het project GFP is in de uitwerking van deze deelopdracht in eerste instantie gekeken naar voorstellen zonder grote maatschappelijke impact op de door de gemeenteraad gestelde doelen. Hiermee is deels invulling gegeven aan de opgenomen taakstelling, die is verwerkt in de Perspectiefnota 2024. Om invulling aan het restant van de taakstelling te geven zijn mogelijk keuzes nodig die maatschappelijke impact hebben of tot een aanpassing van de doelen leiden. Zoals in het plan van aanpak van het project GFP is beschreven leggen wij dit aan u voor bij de Perspectiefnota 2026. De afgelopen periode hebben wij hiervoor gekeken naar aanvullende mogelijkheden. Op basis hiervan zijn drie ombuigingsvoorstellen opgesteld die betrekking hebben op SPUK’s (nummers 20, 45 en 46).

3.4​ Optimalisatie deelopdrachten In mei 2025 is de gemeenteraad via een raadsbrief geïnformeerd over de voortgang van het project GFP, met specifieke aandacht voor de optimalisatie deelopdrachten. Hieronder volgt een beknopte samenvatting van de uitkomsten en de daaropvolgende acties.

3.4.1​ Verplichtingenadministratie Doel van deze opdracht was het verkennen van de meerwaarde en impact van een sluitende verplichtingenadministratie voor de gemeente Heerenveen. Uit de analyse blijkt dat een verplichtingenadministratie bijdraagt aan beter inzicht in toekomstige uitgaven, scherpere budgetbewaking en versterking van de financiële sturing en transparantie. Mede op advies van de accountant heeft het college besloten om deze administratie in te voeren. De implementatie wordt gekoppeld aan de ingebruikname van het nieuwe financiële systeem per 1 januari 2026, zodat de verplichtingenadministratie op een toekomstbestendige wijze wordt ingericht. De uitkomsten van deze deelopdracht vormen daarmee een concrete stap in het versterken van de financiële basis van de gemeentelijke organisatie.

3.4.2​ Loongebouw De opdracht onderzoekt hoe het loongebouw zich verhoudt tot dat van gemeenten in vergelijkbare grootteklassen en een vijftal geselecteerde referentiegemeenten. Daarnaast biedt de opdracht inzicht in het aantal en de aard van individuele arbeidsafspraken binnen de organisatie. De uitvoering van deze opdracht heeft geleid tot nieuwe inzichten in de positionering van Heerenveen ten opzichte van andere gemeenten, maar heeft geen directe aanknopingspunten voor optimalisatie opgeleverd. Daarmee heeft deze opdracht vooral een richtinggevend karakter gekregen.

| 19 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

Conclusies en aanbevelingen ●​ Hoog aandeel medewerkers in loonschalen 10–12: in vergelijking met andere gemeenten van vergelijkbare omvang en de referentiegemeenten blijkt dat bij de gemeente Heerenveen relatief veel medewerkers zijn ingeschaald in de schalen 10 tot en met 12. ●​ Laag aandeel medewerkers in schalen ≤9 en ≥13: de analyse laat zien dat er relatief minder medewerkers dan in andere gemeenten zijn ingeschaald in de lagere schalen (tot en met schaal 9) en in de hogere schalen (vanaf schaal 13). Dit beeld is consistent binnen zowel de gemeentegroottevergelijking als de vergelijking met referentiegemeenten. Door de recente organisatieontwikkeling en de invoering van een concerndirectie wordt verwacht dat het aandeel medewerkers in schaal 13 en hoger in de toekomst zal toenemen. ●​ 66 individuele arbeidsafspraken: binnen de gemeentelijke organisatie zijn, binnen de kaders van de gemeentelijke cao, 66 individuele arbeidsafspraken.​ De analyse biedt inzichten, maar om het loongebouw op korte termijn structureel bij te sturen is op basis van uitsluitend dit onderzoek niet mogelijk. Ook bieden de bestaande cao-afspraken en de structuur van het huidige loongebouw slechts beperkte mogelijkheden voor bijsturing.

Bovendien moeten conclusies uit vergelijkende analyses met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, aangezien gemeenten uiteenlopende keuzes maken in hun organisatie-inrichting. Denk bijvoorbeeld aan het wel of niet uitbesteden van werkzaamheden en de invloed van de geografische ligging op de arbeidsmarktpositie. Dat neemt niet weg dat het belangrijk blijft om kritisch te blijven op de toepassing van afwijkingen, gericht te sturen binnen de kaders van HR21 en bewuste keuzes te maken. Vanuit HR zijn daarnaast nieuwe werkafspraken opgesteld voor beloning (momenteel nog in besluitvorming), waarin per beloningsvorm de procedure is vastgelegd. Zo moet een leidinggevende bijvoorbeeld bij het toekennen van een functioneringstoelage vooraf afstemmen met HR en Financiën. Dit draagt bij aan het bewaken van consistente, organisatiebrede criteria én het behouden van een kritische blik op de toepassing van beloningsafwijkingen. De uitkomsten van deze en andere deelopdrachten binnen het project Gezonde Financiële Positie kunnen tevens benut worden als input voor de verdere ontwikkeling van de strategische personeelsplanning (SPP). Daarnaast voert de Rekenkamer een apart onderzoek uit naar de externe inhuur van de gemeente Heerenveen.

Ook die bevindingen kunnen, in samenhang met deze analyse, bijdragen aan een breder en integraal beeld van de personeelsinzet en de keuzes die daarin gemaakt worden.

3.4.3​ Treasury De deelopdracht treasury richt zich op het evalueren en optimaliseren van het treasurybeleid van de gemeente Heerenveen. Treasury omvat het beheer van financiële middelen en verplichtingen, met als doel de gemeentelijke financiën op een efficiënte en verantwoorde manier te beheren. De aanleiding voor deze opdracht is de hoge financieringsvraag van de gemeente en het huidige reactieve treasurybeleid, wat kansen voor optimalisatie kan missen.

| 20 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

Conclusies en aanbevelingen ●​ Treasurystatuut: Het treasurystatuut, vastgesteld in 2022, geeft kaders voor risicomijdend werken, financiering, en renterisicobeheer. Door recente organisatorische wijzigingen dient het statuut te worden aangepast. ●​ Uitvoering: Momenteel worden treasurywerkzaamheden grotendeels reactief uitgevoerd, met de focus op het voldoen aan de wettelijke eisen. Strategische taken, zoals proactief risicomanagement en kasstroomplanning, worden minder opgepakt vanwege een gebrek aan capaciteit en expertise binnen de organisatie. ●​ Impact: Het ontbreken van een proactieve aanpak van de werkzaamheden brengt risico’s met zich mee. Zo kunnen kansen worden gemist op het gebied van liquiditeitsbeheer en financiering. Er is geen structurele aanpak voor liquiditeitenplanning en kasstroomoverzichten, terwijl grote investeringsprojecten een specifieke en gerichte financieringsbehoefte vereisen. Daarnaast beïnvloedt het ontbreken van een realistische investeringsplanning de effectiviteit van het financieringsbeleid. De uitkomsten van de deelopdracht Treasury worden in het koersplan van team Financiën opgenomen, waarbij gezorgd moet worden voor voldoende capaciteit en expertise binnen het team om zowel operationele als strategische treasurywerkzaamheden uit te voeren.

3.4.4​ Fiscaliteiten De deelopdracht fiscaliteiten richt zich op de vraag op welke wijze de gemeente Heerenveen de fiscale functie binnen de organisatie inricht. Een gemeente heeft te maken met diverse fiscale vraagstukken, variërend van strategische inrichtingsvraagstukken tot operationele handelingen. Conclusies en aanbevelingen​ De gemeente Heerenveen heeft uiteenlopende fiscale vraagstukken op het gebied van BTW(CF), Vpb, Loonbelasting en WKR. Strategische fiscale kennis hiervoor is momenteel onvoldoende intern beschikbaar, wat leidt tot afhankelijkheid van externe bureaus. Tegelijkertijd is deze kennis versnipperd binnen de organisatie, wat de borging bemoeilijkt. Omdat er te weinig structureel werk is voor een fulltime fiscalist, is zo’n aanstelling niet opportuun. ​ Binnen team Financiën moet voldoende capaciteit zijn om fiscale vraagstukken te coördineren. Bij de actualisatie van het koersplan worden de uitkomsten van deze opdrachten opgenomen. Hierbij wordt ook de samenwerking met andere gemeenten verkend, bijvoorbeeld door gedeeld gebruik van strategisch fiscale expertise of inhuur via een grotere gemeente. Zo kan de benodigde ondersteuning kostenefficiënt worden ingevuld.

| 21 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

H4​ Voorkeursscenario en alternatief afwegingskader In hoofdstuk 4 wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop de uitkomsten van het project worden voorgelegd aan de gemeenteraad, gelijktijdig met de behandeling van de Perspectiefnota 2026.

4.1​ Besluitvorming gemeenteraad De gemeenteraad staat voor een belangrijk moment van integrale afwegingen. De behandeling van de Perspectiefnota 2026 en de uitkomsten van het project Gezonde Financiële Positie komen hierin samen. Beide trajecten bevatten keuzes en voorstellen die bepalend zijn voor de financiële positie van de gemeente. Bij deze gelijktijdige behandeling van de Perspectiefnota 2026 en uitkomsten van het project Gezonde Financiële Positie wordt een integrale afweging gemaakt over de gemeentelijke financiën. Op 17 april 2025 heeft de gemeenteraad de wijze waarop de uitkomsten van het project worden gepresenteerd vastgesteld. Hierbij is besloten dat het college een voorkeursscenario aan de gemeenteraad voorlegt, en dat er tevens een alternatief afwegingskader wordt aangeboden. In paragraaf 4.2 en 4.3 worden het voorkeursscenario en afwegingskader nader toegelicht.

4.2​ Voorkeursscenario Het voorkeursscenario Het college hecht eraan om een scenario voor te leggen dat gebaseerd is op een inhoudelijke afweging. Waar staat de gemeente voor? Wat zijn de focuspunten voor de komende periode? Om dit te bepalen, heeft het college ‘een verhaal van Heerenveen’ opgesteld, mede op basis van de raadsagenda en het hoofdlijnenakkoord. Dit heeft geresulteerd in een voorkeursscenario met hieraan een duidelijke verdeling van ombuigingsvoorstellen gekoppeld: welke ombuigingsvoorstellen passen wel en welke niet binnen dit voorkeursscenario? Het voorkeursscenario is opgenomen in bijlage 3. In dit document staat het verhaal en wordt expliciet aangegeven welke ombuigingen wel en niet onder het voorkeursscenario vallen. Op die manier heeft de raad een helder overzicht waar het voorkeursscenario uit bestaat. Deze aanpak maakt een evenwichtige afweging mogelijk tussen de financiële noodzaak en de inhoudelijke prioriteiten van de gemeente. Keuzevrijheid van de gemeenteraad Om het voorkeursscenario te kunnen amenderen, ontvangt de gemeenteraad tevens de ombuigingenbundel (bijlage 5). Deze bundel bevat alle informatie over alle verschillende ombuigingsvoorstellen. Dus ook de ombuigingsvoorstellen die niet zijn opgenomen in het voorkeursscenario.

Hierdoor wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de inhoud van de ombuigingsvoorstellen, de maatschappelijke en organisatorische gevolgen en de financiële

| 22 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

effecten van deze voorstellen. Op deze wijze wordt de raad volledig geïnformeerd om tot een weloverwogen afweging te komen. De raad kan hierdoor een ombuigingsvoorstel dat in het scenario is opgenomen, vervangen door een ombuigingsvoorstel dat er niet in is opgenomen. Deze keuzevrijheid is, mede op verzoek van de gemeenteraad zelf, een essentieel onderdeel van het gehele proces binnen het project GFP en geldt ook voor het voorkeursscenario.

4.3​ Alternatief afwegingskader Het alternatief afwegingskader Naast het door het college voorgestelde voorkeursscenario, ontvangt de gemeenteraad ook een alternatief afwegingskader (bijlagen 4a en 4b). Dit kader is bedoeld als hulpmiddel voor de raad om de verschillende ombuigingsvoorstellen te beoordelen en een eigen afweging te maken. Het biedt een gestructureerde manier om de beschikbare informatie af te wegen en zo tot een eigen alternatieve invulling van de financiële meerjarenbegroting te komen. Dit alternatieve kader hanteert een andere benadering dan het voorkeursscenario. Waar het voorkeursscenario gebaseerd is op een inhoudelijk verhaal, richt dit alternatieve kader zich primair op het rangschikken van de ombuigingsvoorstellen op basis van criteria, zoals de maatschappelijke gevolgen, organisatorische gevolgen, het financieel effect en de verdeling over de verschillende thema's. Met andere woorden, dit is meer een technische bril, daar waar het voorkeursscenario een inhoudelijke bril betreft. Keuzevrijheid van de gemeenteraad Dit alternatieve afwegingskader is beschikbaar voor het geval dat de gemeenteraad een andere benadering wenst te verkennen dan het voorgestelde voorkeursscenario. Het biedt de raad de mogelijkheid om, indien nodig, een eigen scenario samen te stellen, los van de inhoudelijke keuzes die in het voorkeursscenario zijn gemaakt.

Binnen dit alternatieve kader kan de gemeenteraad de ombuigingsvoorstellen rangschikken op basis van de verschillende componenten. Dit betekent dat de raad een eigen prioriteitstelling kan aanbrengen en de volgorde van de ombuigingsvoorstellen kan veranderen.

| 23 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

H5​ Uitkomsten onderzoeksrichtingen In hoofdstuk 5 worden de uitkomsten van de onderzoeksrichtingen gepresenteerd. Het hoofdstuk opent met een overzicht van het volledige pakket aan ombuigingsvoorstellen, gevolgd door drie paragrafen waarin de resultaten per domein worden toegelicht.

5.1​ Totaaloverzicht ombuigingsvoorstellen Ombuigingsvoorstellen en ombuigingenbundel Het project heeft geresulteerd in een breed palet aan ombuigingsvoorstellen. Het doel was om meer voorstellen te formuleren dan noodzakelijk, zodat er ruimte is voor college en gemeenteraad om te kiezen tussen verschillende opties. Deze voorstellen zijn gebundeld in een ombuigingenbundel (bijlage 5). In elk ombuigingsvoorstel wordt op een vaste manier informatie opgenomen, zodat ze goed met elkaar te vergelijken zijn. Per voorstel wordt toegelicht: ●​ De ombuiging: wat stoppen we, of wat gaan we anders organiseren? ●​ Wettelijke taken: betreft het een (gedeeltelijk) wettelijke taak? ●​ Maatschappelijke gevolgen: wat betekent het voorstel voor bijvoorbeeld inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties? ●​ Organisatorische gevolgen: wat zijn de effecten op de ambtelijke organisatie, bijvoorbeeld op formatie, werkdruk en goed werkgeverschap? ●​ Financieel effect: wat is het financieel effect van het ombuigingsvoorstel? ●​ Communicatie: wie moet worden geïnformeerd en op welke manier, zodat betrokkenen tijdig op de hoogte zijn? Met deze bundel leggen we een transparante en onderbouwde basis voor verdere besluitvorming in de gemeenteraad. Totaaloverzicht In onderstaande tabel is een totaaloverzicht opgenomen van alle ombuigingsvoorstellen die uit het project naar voren zijn gekomen.

Aantal ombuigingsvoorstellen

Totaal financieel effect 2026

Totaal financieel effect 2027

Totaal financieel effect 2028

Totaal financieel effect 2029

Bedrijfsvoering

13

€6.390.788

€7.168.088

€6.910.984

€6.598.070

Leefomgeving

52

€5.515.598

€6.462.098

€6.439.898

€6.446.898

Mens & Maatschappij

31

€4.024.637

€4.024.637

€4.024.637

€4.021.637

Totaal

96

€15.931.023

€17.654.823

€17.375.519

€17.066.605

Domein

Tabel 10. Totaaloverzicht ombuigingsvoorstellen

| 24 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

5.2​ Domein Bedrijfsvoering 5.2.1​ Beschrijving domein Bedrijfsvoering Het domein Bedrijfsvoering vormt de basis waarop de gemeentelijke organisatie functioneert. Hoewel het vaak wordt gezien als een ondersteunend domein, raakt het vrijwel alle onderdelen van het gemeentelijke apparaat. Binnen dit domein vallen onder meer de overhead van de organisatie, de kosten van het gemeentebestuur, de inkomsten uit de onroerendezaakbelasting en een aantal meer technische posten zoals het Btw-compensatiefonds. Samenstelling van het domein ●​ Ondersteuning gemeentelijke organisatie​ De overhead bevat de kosten die nodig zijn om de gemeentelijke organisatie draaiende te houden, zoals huisvesting, ICT, juridische ondersteuning, financiën, communicatie, HR en de interne aansturing, de zogenaamde PIOFACH taken. ●​ Bestuur en ondersteuning​ In dit onderdeel zijn de kosten opgenomen voor de gemeenteraad, het college van B&W en de griffie. De gemeenteraad en de griffie zijn bij het vaststellen van de onderzoeksrichtingen door de gemeenteraad opgenomen dat hier geen onderzoek naar gedaan wordt. Voor het college van B&W is wel een ombuigingsvoorstel opgesteld. ●​ Onroerendezaakbelasting​ De onroerendezaakbelasting (OZB) is een belangrijke bron van inkomsten en valt onder het domein Bedrijfsvoering.

Andere belastingen en/of heffingen vallen onder het domein Leefomgeving, zoals toeristenbelasting en afvalstoffenheffing. ●​ Technische en financiële regelingen​ Binnen het domein vallen ook enkele technische posten, zoals het Btw-compensatiefonds, waarmee gemeenten btw kunnen terugvorderen over investeringsuitgaven en een stelpost voor indexatie. Mogelijkheden en grenzen van ombuigingen Gezien de aard van het domein zijn er mogelijkheden om te komen tot ombuigingsvoorstellen, echter er zijn ook een aantal grenzen: ●​ Wettelijke verplichtingen en normen: Zo zijn er minimale verplichtingen waar een gemeente als werkgever aan moet voldoen, zoals het bieden van een veilige werkplek, beloning volgens de cao van gemeenten, regels rondom gegevensbescherming en adequate ondersteuning van personeel. ●​ Verhoging OZB-tarieven: Gemeenten mogen de OZB-tarieven jaarlijks aanpassen, maar daarbij gelden wel bepaalde wettelijke regels en grenzen. Zo moeten ze rekening houden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals proportionaliteit en redelijkheid, wat betekent dat de verhogingen niet buitensporig mogen zijn. ●​ Organisatorische risico’s: Te scherpe ingrepen in de overhead kunnen leiden tot verminderde wendbaarheid of verhoogde kwetsbaarheid in de uitvoering.

●​ Inzet algemene reserve: Sinds het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 21 november 2023 is het onder voorwaarden toegestaan om het surplus in de algemene reserve aan te wenden voor structurele lasten. Dit is vastgelegd in de ‘Notitie incidenteel/structureel’ van de commissie BBV. Gemeenten mogen, onder specifieke voorwaarden, de algemene reserve inzetten als structureel dekkingsmiddel. Voor de

| 25 | Eindrapportage project Gezonde Financiële Positie

gemeente Heerenveen is dit echter geen optie, gezien de meerjarenontwikkeling van de solvabiliteit niet voldoet aan de gestelde norm.

5.2.2​ Ombuigingsvoorstellen domein Bedrijfsvoering Vanuit de werkgroepen zijn 13 ombuigingsvoorstellen voortgekomen die betrekking hebben op het domein Bedrijfsvoering. Deze worden in tabel 11 weergegeven. Voor een beschrijving van de ombuigingsvoorstellen wordt verwezen naar de ombuigingenbundel in bijlage 5.

Nr. Omschrijving ombuigingsvoorstel

Classificatie Classificatie maatschappelijke organisatorische gevolgen gevolgen

1

BTW-compensatiefonds stap 1

Laag

2

BTW-compensatiefonds stap 2

3

2026

2027

2028

2029

Laag

€909.000

€909.000

€909.000

€909.000

Laag

Hoog

€101.000

€101.000

€101.000

€101.000

College van Burgemeester en Wethouders

Redelijk

Laag

€125.000

€125.000

€125.000

€125.000

4

Gemeentelijke organisatie

Laag

Redelijk

€1.500.000

€1.500.000

€1.500.000

€1.500.000

5

Investeringsbegroting ICT

Laag

Laag

€99.075

€81.591

€22.487

-€1.039

6

Onroerendezaakbelasting eigenaren stap 1

Redelijk

Laag

€1.360.444

€1.360.444

€1.360.444

€1.360.444

7

Onroerendezaakbelasting eigenaren stap 2

Laag

Laag

€680.222

€680.222

€680.222

€680.222

8

Onroerendezaakbelasting eigenaren stap 3

Laag

Laag

€0

€408.133

€408.133

€408.133

9

Onroerendezaakbelasting gebruikers stap 1

Redelijk

Laag

€276.628

€276.628

€276.628

€276.628

10

Onroerendezaakbelasting gebruikers stap 2

Laag

Laag

€184.419

€184.419

€184.419

€184.419

11

Onroerendezaakbelasting gebruikers stap 3

Laag

Laag

€0

€110.651

€110.651

€110.651

12

Stelpost indexatie stap 1

Laag

Laag

€577.500

€715.500

€616.500

€471.806

13

Stelpost indexatie stap 2

Laag

Laag

€577.500

€715.500

€616.500

€471.806

€6.390.788

€7.168.088

€6.910.984

€6.598.070

Totaal Tabel 11. Overzicht ombuigingsvoorstellen domein Bedrijfsvoering

5.2.3​ Lopende en/of mogelijke onderzoeken Investeringsplafond We stellen voor om een investeringsplafond in te stellen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de totale jaarlijkse afschrijvingslasten die de gemeente bereid en in staat is te dragen. Dit zorgt voor meer beheersbaarheid van de begroting, doordat de kapitaallasten binnen een verantwoord niveau blijven en er ruimte ontstaat voor andere gemeentelijke uitgaven. Bovendien zorgt het plafond voor een realistische afstemming van investeringen op de beschikbare uitvoeringscapaciteit en financiële mogelijkheden, wat bewuste en goed overwogen keuzes bij nieuwe investeringen stimuleert. Om dit goed vorm te geven, wordt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=00c4648b-033a-4fb8-8080-b53a589c7ff2