Bijlage 5 vast te stellen bestemmingsplan
Tekst van het document
33/552
Figuur: Ligging plangebied met FAMKE-advieskaart steentijd - bronstijd
Figuur: Ligging plangebied met FAMKE-advieskaart ijzertijd - middeleeuwen Onderzoek Om de archeologische waarden voor het plangebied vast te stellen is de FAMKE geraadpleegd. Voor de periode
34/552
steentijd - bronstijd valt het plangebied in het gebied waar het advies om bij ingrepen van meer dan 5.000 m² een quickscan te verrichten. Voor de periode Ijzertijd - middeleeuwen valt het plangebied in een zone waar het advies 'karterend onderzoek 3' geldt. De provincie beveelt in deze zone aan om bij ingrepen van meer 5.000 m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten. In samenwerking met de gemeente heeft een verdieping van de FAMKE plaatsgevonden voor de gehele gemeente. Daaruit is gebleken dat de kans op het aantreffen van intacte archeologische resten voor het plangebied laag is. Deze archeologische verdiepingsslag is door de provincie akkoord bevonden, maar moet nog worden vastgesteld door de gemeenteraad. Aanvullende info: De verdiepingsslag is gedaan voor de 'oude' gemeente Heerenveen. Het deel voormalig Boarnsterhim is hier nog niet in meegenomen. B&W van de gemeente Heerenveen heeft daarom besloten de verdiepingsslag nog niet vast te stellen, zij willen dit in één keer doen voor de gehele gemeente. Gezien de lage archeologische verwachtingswaarde is nader onderzoek niet nodig. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dan moet hiervan direct melding worden gemaakt conform de Erfgoedwet.
4.7
Cultuurhistorie
Toetsingskader De regering heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegd dat gemeenten vanaf 1 januari 2012 in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Burgers krijgen hiermee het recht om bij de planning van bouwwerkzaamheden aan te geven of er cultureel erfgoed wordt geraakt. Onderzoek en conclusies Het plangebied maakt geen deel uit van een cultuurhistorisch waardevol gebied. Ook ligt het niet in de invloedsfeer van cultuurhistorisch waardevolle objecten. Wel is de vanuit het buitengebied doorlopende groenstructuur in oost-westelijke richting van cultuurhistorische betekenis. Bij het ontwerp van de inrichting van het terrein wordt aangesloten op deze structuur. Het uitgangspunt is aansluiten op de groene inrichting van het gebied en op de landgoederentypering van gebouwen. Op de hiervoor beschreven wijze worden de cultuurhistorische waarden gerespecteerd en waar mogelijk versterkt.
4.8
Ecologie
4.8.1 Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet
35/552
Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten.
De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn.
4.8.2 Onderzoek 1. Quickscan Wnb Soortenonderzoek Binnen het plangebied vinden ingrepen plaats die mogelijk effecten hebben op beschermde soorten. Het gaat met name om de sloop van gebouwen en de geplande nieuwbouw, alsmede het verwijderen van beplanting. In dit kader van het opgestelde bestemmingsplan voor fase 1 is een quickscan soortenbescherming uitgevoerd. Het onderzoeksgebied van deze quickscan betrof zowel het plangebied van fase 1 als het plangebied van fase 2. Dit onderzoek is daarmee voldoende relevant voor de beoogde ontwikkeling van fase 2; het onderzoek betrekt hetzelfde plangebied. De rapportage (d.d. augustus 2020) is opgenomen als bijlage 10 .
36/552
Uit deze quickscan blijkt dat er mogelijk vogels tot broeden komen in het plangebied. Bij de uitvoering van de werkzaamheden moet hiermee rekening worden houden, bijvoorbeeld door buiten het broedseizoen te werken. Jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen. Verder kunnen er in de te slopen gebouwen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Voor goed inzicht hierin is nader onderzoek nodig in de kraamtijd en paartijd. Verder moet rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 . Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 8km en betreft het gebied 'Rottige Meenthe en Brandemeer'. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland is weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur: Fragment kaart Natuurnetwerk Nederland Overzicht vervolgstappen Het planvoornemen kan zonder bezwaren doorgang vinden binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli). Is dit niet mogelijk dan dient voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelcheck te worden uitgevoerd. Vleermuizen (verblijfplaatsen): Nader onderzoek kraamtijd en paartijd. Licht beschermde en vrijgestelde soorten: Naleven van de zorgplicht. Meld en/of herplantingsplicht houtopstanden: Informeren bij de gemeente Heerenveen.
37/552
2. Nader onderzoek vleermuizen Uit de ecologische quickscan blijkt dat er mogelijk vleermuisverblijven aanwezig zijn in de aanwezige gebouwen. Om het gebruik van de gebouwen door vleermuizen als verblijfplaats te bevestigen of uit te sluiten, is vleermuisonderzoek uitgevoerd. De najaarsonderzoeken zijn uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2017 en de voorjaarsonderzoeken conform het vleermuisprotocol 2021. Het vleermuisonderzoek (d.d. 22-06 2021) is opgenomen als bijlage 11. Uit dit onderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: Kraamperiode vleermuizen Er zijn geen kraam en/of zomerverblijven van vleermuizen geconstateerd binnen het plangebied. Paarperiode vleermuizen: Er zijn geen paarverblijven van vleermuizen geconstateerd binnen het plangebied. Op het gebied van vleermuizen zijn er geen belemmeringen meer wat betreft de Wet natuurbescherming. Wel blijven de voorgeschreven mitigerende maatregelen uit de uitgevoerde quickscan gelden, te weten: Er wordt aangeraden om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Indien er binnen het vogelbroedseizoen wordt gewerkt dient er gecontroleerd te worden op broedvogels alvorens de werkzaamheden starten. Er moet rekening gehouden worden met het naleven van de zorgplicht voor vrijgestelde en licht beschermde soorten.
4.8.3
Stikstofdepositie
Met betrekking tot de uitvoering van een ruimtelijk plan is het van belang om na te gaan of stikstofdepositie een knelpunt kan vormen voor de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden. Om te kunnen bepalen of stikstofdepositie een knelpunt vormt dient met AERIUS Calculator een berekening te worden gemaakt van de stikstofdepositie als gevolg van de ontwikkeling in de aanlegfase alsmede in de gebruiksfase. De Aeriusberekening en de bijbehorende memo zijn toegevoegd als bijlage 12 bij de toelichting. Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen daarmee worden uitgesloten.
4.9
Externe veiligheid
Bij de inventarisatie van de risicobronnen die in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn, is gebruik gemaakt van de nationale risicokaart. Hieruit blijkt is dat met betrekking tot de externe veiligheid alleen een hogedruk aardgastransportleiding relevant is. Deze loopt aan de noordzijde van het plangebied, langs de Heremaweg. Voor de leiding geldt geen PR-contour, waarbinnen wettelijke beperkingen voor kwetsbare objecten gelden. Wel ligt het plangebied in het invloedsgebied waar het GR verantwoord moet worden. De zone waarin dit geldt ligt tot ongeveer halverwege de totale locatie (140 meter vanaf de leiding) en is in twee delen geknipt: eerste 25 meter, 100% letaliteit, alle aanwezig personen, zowel binnen als buiten gebouwen, komen in geval van een incident te overlijden. 25-45 meter, 1% letaliteit, letaliteit neemt af van 100% naar 1%, personen binnen gebouwen hebben
38/552
voldoende bescherming, slachtoffers vallen vooral buiten.
4.9.1 Advies FUMO fase 1 De FUMO heeft ten behoeve van fase 1 een advies uitgebracht ten aanzien van de externe veiligheidsrisico's. Het onderzoeksgebied van dit advies betrof zowel het plangebied van fase 1 als het plangebied van fase 2. Hierin is tevens de hoogte van het groepsrisico berekend. Het advies (datum 8 oktober 2020) is opgenomen als bijlage 13. Uit het advies blijkt dat het groepsrisico laag is, minder dan 10% van de oriëntatiewaarde. Wel adviseert de FUMO om geheel buiten de 100% letaliteitszone te bouwen. Ook wordt geadviseerd te onderzoeken of de ontwikkeling buiten de invloedsfeer van de leiding kan worden gebracht.
Figuur: Plangebied en 100% letaliteitsgrens (noordelijke rode grens) van buisleiding. De situering van de appartementen is naar aanleiding van het onderzoek buiten de 100% letaliteitsgrens geplaatst, zie bijgaand figuur. Het is niet mogelijk en ook niet doelmatig om de ontwikkeling geheel buiten het invloedsgebied te brengen. Het risico is namelijk laag en daarmee te verantwoorden. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de buisleiding, waarvoor hieronder een beknopte verantwoording van het groepsrisico is gegeven. 4.9.2 Beknopte verantwoording van het groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als
39/552
voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van en incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via verschillende wegen, de Heremaweg, de Marktweg en de Jagtlustweg. Deze straten sluiten allen aan op het verdere wegennetwerk van Heerenveen. Het gedegen wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zo kan een mogelijke brand via meerdere aanrijroutes worden geblust. Het wegennetwerk biedt daarnaast vluchtmogelijkheden in vier richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zal het plangebied bestaan uit woningen. De aanwezige personen zullen over het algemeen zelfredzaam zijn. Aanwezige kinderen en ouderen worden wel beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden.
Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in dit scenario is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid. Afronding verantwoording groepsrisico Brandweer Fryslân (veiligheidsregio) is voor de vaststelling van fase 2 van de planontwikkeling gevraagd om een advies uit te brengen over de bestrijding en beperking van rampen, bereikbaarheid en zelfredzaamheid van personen. Brandweer Fryslân voorziet in het plangebied een knel-/ aandachtspunt met betrekking tot omgevingsveiligheid, bereikbaarheid en bluswatervoorziening.
Brandweer Fryslân adviseert daarom om: te controleren of de aanvullingen in het plan mogelijk zijn op basis van het bestemmingsplan; wanneer de uitbreiding van het plan niet mogelijk is op basis van het bestemmingsplan, een verantwoording van het groepsrisico op te stellen en de adviespunten hierin mee te nemen; wanneer de appartementen bedoeld zijn voor verminderd zelfredzame personen, de gebouwen buiten het invloedsgebied van de buisleiding te situeren; de wegen in het plangebied te laten voldoen aan de genoemde voorwaarden; voor elk object in het plangebied te voorzien van een opstelplaats volgens de genoemde voorwaarden. brandkranen in het plangebied te realiseren met een capaciteit van 500 liter per minuut op een afstand van 100 meter van de opstelplaatsen van de brandweer. Het advies van Brandweer Fryslân is opgenomen als bijlage 14 bij de toelichting.
40/552
4.9.3 Advies FUMO fase 2 In verband met de aanwezigheid van een risicobron in de omgeving, heeft de gemeente voor de planontwikkeling van fase 2 aan de FUMO gevraagd om deze risicobron in kaart te brengen in de vorm van een advies externe veiligheid. Dit advies is 12 december 2023 uitgebracht en is opgenomen als bijlage 13 bij de toelichting. Het plangebied ligt deels binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie Transport Services B.V. De ruimtelijke situatie voldoet aan de grenswaarde van het PR10-6 per jaar. Vanwege de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen moet de gemeente het groepsrisico verantwoorden. De uitkomsten van de uitgevoerde kwantitatieve risicoanalyses leveren ten opzichte van de bestaande situatie geen zichtbare verhoging van het groepsrisico op. Hierdoor kan de gemeente volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Om deze beperkte verantwoording van het groepsrisico te kunnen uitvoeren moet, overeenkomstig artikel 12 lid 2 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), advies aan Brandweer Fryslân te worden gevraagd. Het advies van Brandweer Fryslân is op 1 maart 2023 ontvangen. Hiermee is het advies van de FUMO definitief gemaakt.
Met behulp van het uitvoeren van de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico en het advies van Brandweer Fryslân dient het bevoegd gezag zich vervolgens uit te spreken over de aanvaardbaarheid van het restrisico. Voor wat betreft de acceptatie van het restrisico dient ook het belang van de ontwikkeling meegewogen te worden. Conclusie Het aspect externe veiligheid levert geen beperking op voor de beoogde ontwikkeling. Geadviseerd wordt de adviezen van Brandweer Fryslân over te nemen.
4.10 Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings- praktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in bijgaande tabel weergegeven. Stof stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10)
Toetsing van jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie Tabel : Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer
41/552
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³
Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO2 (stikstof dioxide) en PM10 (fijn stof) in de buitenlucht; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. Onderzoek De beoogde ontwikkeling voorziet in het mogelijk maken van 62 appartementen. Dit aantal valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven.
Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2022 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de A32 ten noordoosten van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2020; 11.0µg/m3 voor NO2, 13.2 µg/m3 voor PM10 en 6.4 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6.0 dagen. Aangezien direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de maatgevende weg ligt. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.11 Kabels, leidingen en zoneringen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Anders dan de in paragraaf 4.9 behandelde gasleiding, lopen in of nabij het plangebied geen planologisch relevante kabels of leidingen. Ook liggen er geen relevante zones over het plangebied.
42/552
43/552
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Inleiding
Dit hoofdstuk gaat in op de juridische vormgeving van het bestemmingsplan. Daarbij wordt in eerste instantie ingegaan op de algemene afspraken die hiervoor (landelijk) zijn gemaakt. Vervolgens wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit specifieke bestemmingsplan, door de gehanteerde bestemming toe te lichten.
5.2
Algemeen
Dit bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.3
Toelichting op de bestemmingen
Groen Het structuurbepalend openbaar groen in de parkzone is bestemd als 'Groen'. Binnen deze bestemming wordt in eerste plaats voorzien in groenvoorzieningen. Ook zijn onder andere waterpartijen, paden, parkeerplaatsen en andere openbare voorzieningen mogelijk. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Overige bouwwerken zoals kunstwerken of speeltoestellen zijn wel toegestaan. Verkeer - Verblijfsgebied De straten in het plangebied vallen onder de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Het betreft hier openbare wegen met een verblijfskarakter. Hierbinnen zijn wegen en paden, parkeerplaatsen, maar ook groenvoorzieningen en dergelijke mogelijk. Daarmee kan de openbare ruimte flexibel worden ingevuld. Binnen deze bestemming mogen in principe geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Bouwwerken ten behoeve van de verkeersfunctie zijn wel toegestaan. Wonen-Woongebouw De drie appartementengebouwen zijn onder de bestemming 'Wonen - Woongebouw' gebracht. De gronden zijn bestemd voor gebouwen en overkappingen ten behoeve van woningen al dan niet in combinatie met parkeervoorzieningen, al dan niet ondergronds en/of inpandig. Ook openbare groenvoorzieningen zijn binnen
44/552
de bestemming toegestaan. Door middel van de bouwregels is bepaald dat gebouwen en overkappingen in een bouwvlak moeten worden gebouwd. Per bouwvlak wordt ten hoogste het op de verbeelding weergegeven maximum aantal wooneenheden gebouwd. Ook de maximale bouwhoogte is op de verbeelding met een aanduiding aangegeven. Leiding - Gas Binnen het plangebied is een gasleiding gelegen die planologische bescherming behoeft. Dienovereenkomstig is deze leiding, met de bijbehorende beheersstroken (van 5 meter aan weerszijden van de leidingen), voorzien van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. Binnen deze bestemming mag in beginsel niet worden gebouwd anders dan ten behoeve van de gasleiding, tenzij hiervoor toestemming is verkregen van de leidingbeheerder.
45/552
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen procedure. Inspraak op het plan heeft plaatsgevonden op basis van het stedenbouwkundig schetsplan. De ontvangen vooroverlegreactie van Brandweer Fryslân is verwerkt in het ontwerp-bestemmingsplan en is opgenomen als bijlage 14 bij de toelichting. Het ontwerp-bestemmingsplan heeft vanaf vrijdag 29 december 2023 tot en met donderdag 8 februari 2024 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode bestond de mogelijkheid om schriftelijk of mondeling inspraakreacties in te dienen. Naar aanleiding daarvan is een schriftelijke zienswijze ontvangen van het college van Gedeputeerde Staten van Fryslân. In deze zienswijze is naar voren gebracht dat het provinciaal belang bij dit bestemmingsplan betrokken is vanwege de mogelijk uitstoot van stikstof. Daarnaast is het voor de uitvoerbaarheid van het plan belangrijk dat ten aanzien van de aspecten bodem en ontgrondingen de juiste conclusies worden getrokken. De reactie op deze zienswijze is weergegeven in de 'Nota van zienswijzen' welke als bijlage 15 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is opgenomen. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wordt vervolgens vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Het raadsbesluit is opgenomen als bijlage 16.
Tegen dit besluit is beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De te maken kosten worden gedragen door de initiatiefnemer en verhaald uit de verkoop van de woningen. De ontwikkelaar heeft hiervoor een begroting opgezet en daaruit geconcludeerd dat het plan financieel haalbaar is. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. De te ontwikkelen gronden zijn in eigendom van Royal Jongbloed of worden via grondruil verworven. In dit geval heeft de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten, op basis waarvan gemeentelijke kosten worden vergoed. Hiermee is het kostenverhaal 'anderszins' verzekerd. Er hoeft daardoor geen exploitatieplan opgesteld te worden.
46/552
47/552
48/552
Bijlagen toelichting
Bijlage 1
Stedenbouwkundig plan
ROYAAL WONEN BIJ ROYAL JONGBLOED
22.06.2022 13.01.2023 21.10.2021
Bauke Tuinstra Doeke van Wieren
Bourboomweg 26 9112 HL Burdaard
T 0519 241550 F 0519 241559
E info@TWA-architecten.nl W www.TWA-architecten.nl
13.01.2023
2a
2
a sh Bu
lt e
a sh Bu
lt e
EG
l: ve 2 Ka 3m 21
2P
2P
l: ve 2 Ka 8m 22
: ing on W m2 81 : ing on W m2 81
l: ve 2 Ka 1m 22
2P
: ing on W m2 90
l: ve 2 Ka 1m 22
2P
l: ve 2 Ka 1m 22
2P
l: ve 2 Ka 6m 20
: ing on W m2 81
: ing on W m2 81
: ing on W m2 90
P
l: ve 2 Ka 1m 22
P
P
P
P
P
P
P
P
P
A2
P
P
P
P
P
P
P
P
P
l: ve 2 Ka 6m 20
P
P
l: ve 2 Ka 6m 20
P
P
90 P
: ing on W m2 81
P
P
P
P
P
P
P
P
P
MI
P
P
P
P
P
P
P
P
N
P
P
l: ve 2 Ka 9m 19
P
P
: ing on W m2 81
P
P
1P P
: ing on W m2 81
P
P
P
P
: ing on W m2 81
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
: ing on W m2 81
: ing on W m2 81
: ing on W m2 90
l: ve 2 Ka 9m 19
1P l: ve 2 Ka 2m 19
1P l: ve 2 Ka 2m 19
: ing on W m2 90
l: ve 2 Ka 2m 19
1P : ing on W m2 90
l: ve 2 Ka 2m 19
1P l: ve 2 Ka 9m 19
P
P
: ing on W m2 90
l: ve 2 Ka 9m 19
1P
m 50
P
P
1P l: ve 2 Ka 9m 19
: ing on W m2 81
l: ve 2 Ka 9m 19
P
5 5A 2
: ing on W m2 90
l: ve 2 Ka 9m 19
P
P
P
B OK EN BL LAG PP.
P
P
EL
E TS AA PL ER
IRK UC L IE
E RK PA
P
: ing on W m2 90
71 1P : ing on W m2 81
l: ve 2 Ka 2m 19
1P : ing on W m2 81
l: ve 2 Ka 2m 19
: ing on W m2 90
l: ve 2 Ka 9m 19
62
OK EN BL LAG PP. 5 7A 1
P
P
1P
: ing on W m2 81
P
P
l: ve 2 Ka 3m 21
P
1P P
P
1P
l: ve 2 Ka 3m 21
P
: ing on W m2 90
P
P
P
: ing on W m2 81
l: ve 2 Ka 8m 22
P
: ing on W m2 81
l: ve 2 Ka 6m 20
: ing on W m2 81
l: ve 2 Ka 6m 20
l: ve 2 Ka 8m 22
: ing on W m2 81
l: ve 2 Ka 3m 21
: ing on W m2 90
N GE IN ON
l: ve 2 Ka 9m 19
: ing on W m2 81
P
P
1P
P
1P
: ing on W m2 81 : ing on W m2 81
l: ve 2 Ka 1m 22
: ing on W m2 81
P
P
64 1P
P
1P
W
: ing on W m2 81
l: ve 2 Ka 8m 22
l: ve 2 Ka 9m 19
: ing on W m2 90
l: ve 2 Ka 6m 20
W TIO PA
l: ve 2 Ka 9m 19
A1
OK EN BL LAG PP. 6 0A 2
1P
66 1P
1P
80
KT AR M
l: ve 2 Ka 8m 22
: ing on W m2 81 : ing on W m2 81
41
P
68 1P
P
1P
P
G
A PL ER KE AR 8P 22
Let Op! Parkplan vlgs tekening Frans Beune dd. 27 juli 2022
N JAGTLUSTWE
EN S AT
E info@TWA-architecten.nl W www.TWA-architecten.nl T 0519 241550 F 0519 241559 Bourboomweg 26 9112 HL Burdaard Bauke Tuinstra Doeke van Wieren
P P P
P P P P
P P P P P
P
1P
70 P
1P
P
1P P P
P P P P
P
5
1P
72 1P
1P
MI
2P
2P
73
m 50 EL IRK UC L IE
2P
l: ve 2 Ka 6m 29
1P
1
1P
3 5
1P
1
2P
74 l: ve 2 Ka 6m 29 : ing on 2 W 1m 12
14 16
84 g:
76 2P
78 g:
in on 2 W 1m 12
82 2P l: ve 2 Ka 6m 29 : ing on 2 W 1m 12
W MA RE HE
l: ve 2 Ka 6m 29
10 12
in on 2 W 1m 12
EG
90 0% 10
ne zo i ts lite a t le
3100
Situatie Januari 2023 Schaal 1:2000
13.01.2023
BLOK B
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
90 PARKEERPLAATSEN
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
Let Op! Parkplan vlgs tekening Frans Beune dd. 27 juli 2022
Bauke Tuinstra Doeke van Wieren
Bourboomweg 26 9112 HL Burdaard
ILIEUCIRK EL 50m
P
P
MILIEUCI R
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P P
P
N
P
P
P
P
P
P
P
P P P P P P
P
P
P
P
5 LAGEN 17 APP.
6 LAGEN 20 APP.
P
BLOK A1
P
5 LAGEN 25 APP.
BLOK A2
KEL 50m Situatie Januari 2023 Schaal 1:500
T 0519 241550 F 0519 241559
E info@TWA-architecten.nl W www.TWA-architecten.nl
13.01.2023
Heerenhage Heerenveen
Tellepark Heerenveen
Referentiebeelden Gemeente Keuze door TWA 12 juli 2022 Bauke Tuinstra Doeke van Wieren
Bourboomweg 26 9112 HL Burdaard
T 0519 241550 F 0519 241559
E info@TWA-architecten.nl W www.TWA-architecten.nl
13.01.2023
Tellepark Heerenveen
Tellepark Heerenveen
Referentiebeelden TWA Keuze nog te maken door gemeente 12 juli 2022 Bauke Tuinstra Doeke van Wieren
Bourboomweg 26 9112 HL Burdaard
T 0519 241550 F 0519 241559
E info@TWA-architecten.nl W www.TWA-architecten.nl
13.01.2023
Extra refernties TWA 13 september 2022
Bauke Tuinstra Doeke van Wieren
Bourboomweg 26 9112 HL Burdaard
T 0519 241550 F 0519 241559
E info@TWA-architecten.nl W www.TWA-architecten.nl
13.01.2023
Extra refernties TWA 13 september 2022
Bauke Tuinstra Doeke van Wieren
Bourboomweg 26 9112 HL Burdaard
T 0519 241550 F 0519 241559
E info@TWA-architecten.nl W www.TWA-architecten.nl
13.01.2023
152
152
120
120
90
90
60
60
30
30
00 -06
00 -06
Zuidwestgevel
Zuidoostgevel
Verloop maaiveld n.t.b.
Noordoostgevel
152
152
120
120
90
90
60
60
30
30
00 -06
00 -06
Noordwestgevel
Gevels blok 1 één verdiepingslaag hoger
Gevels blok 2 Schaal: 1:300
Bauke Tuinstra Doeke van Wieren
Bourboomweg 26 9112 HL Burdaard
T 0519 241550 F 0519 241559
E info@TWA-architecten.nl W www.TWA-architecten.nl
13.01.2023
152
120
90
60
30
00 -06
Zuidoostgevel
Noordoostgevel
Verloop maaiveld n.t.b.
152
120
90
60
30
00 -06
Noordwestgevel
Zuidwestgevel
Gevels blok 3 Schaal: 1:300
Bauke Tuinstra Doeke van Wieren
Bourboomweg 26 9112 HL Burdaard
T 0519 241550 F 0519 241559
E info@TWA-architecten.nl W www.TWA-architecten.nl
13.01.2023
Balkon 10,3 m2
Appartement Type A 117 m2
Woonkamer 47 m2
Slaapkamer 1 10,2 m2
Slaapkamer 3 15 m2
Toilet 1,2 m2 Kast 1,2 m2
Berging 7,8 m2
Badkamer 7,4 m2
Berging/ installaties 6,8 m2
Berging/ installaties 6,8 m2
Hal 12,7 m2
Toilet 1,2 m2 Kast 1,2 m2 Hal 12,7 m2
leidingen mk i.o.m. nutspartij
Berging 5,5 m2
Slaapkamer 1 10,2 m2
Slaapkamer 1 10,2 m2
Slaapkamer 2 10,5 m2
Slaapkamer 2 10,5 m2
Slaapkamer 3 15 m2
Slaapkamer 3 15 m2
Berging 5,5 m2
Hal 4 m2
Hal 2,5 m2
leidingen mk i.o.m. nutspartij
Berging 5,5 m2
Berging 5,5 m2 leidingverloop i.o.m. nutspartij
Berging 5,5 m2
Berging 5,5 m2
Berging 7,8 m2
Begane grond
Berging/ installaties 6,8 m2
Berging 7,8 m2
Berging 7,8 m2
Berging/ installaties 6,8 m2
Slaapkamer 2 10,5 m2
Toilet 1,2 m2 Kast 1,2 m2
Hal 12,7 m2
Woonkamer 11 m2
Slaapkamer 3 15 m2
Hal 12,7 m2
Berging 3,9 m2
Hal 10,3 m2
Appartement Type B 105,3 m2
Woonkamer 40,3 m2
Toilet 1,2 m2
Berging 3,7 m2
Badkamer 5,4 m2
Toilet 1,2 m2 Hal 17 m2
Hal 4 m2
Hal 2,5 m2
Installaties 2,3 m2
Hal 17 m2
Badkamer 5,4 m2
Installaties 2,3 m2
Slaapkamer 1 9,6 m2
Toilet 1,4 m2
Installaties 11 m2
Badkamer 9,2 m2
Installaties 11 m2
Hal 10,3 m2
Hal 10,5 m2
Appartement Type B 105,3 m2
Berging 3,7 m2
Woonkamer 11 m2
Hal 4 m2
Toilet 1,4 m2
Hal 10,5 m2 Hal 2,5 m2
Berging 3,9 m2
Slaapkamer 1 9,6 m2
Badkamer 9,2 m2
Woonkamer 40,3 m2
Berging 7,8 m2
Berging 5 m2
Berging 5 m2 post
Kast 1,2 m2
Slaapkamer 1 10,2 m2
Badkamer 7,4 m2
Berging 5,5 m2
Entree 24,3 m2 Berging 5 m2
Badkamer 7,4 m2
Toilet 1,2 m2
Balkon 10,3 m2
Appartement Type A 117 m2
Woonkamer 47 m2
Berging 7,8 m2
leidingverloop i.o.m. nutspartij
Berging 5,5 m2
Appartement Type A 117 m2
Woonkamer 47 m2
Hal 10,3 m2
Berging 7,8 m2
Berging 7,8 m2
Balkon 10,3 m2
Woonkamer 47 m2
Badkamer 7,4 m2
Slaapkamer 2 10,5 m2
Balkon 10,3 m2
Appartement Type A 117 m2
post
Berging 5 m2
Slaapkamer 1 8 m2 Balkon 9,2 m2
Verdieping
Slaapkamer 2 8 m2
Slaapkamer 3 14,1 m2
Slaapkamer 3 14,1 m2
Slaapkamer 2 8 m2
Slaapkamer 2 12,3 m2
Slaapkamer 1 8 m2
Slaapkamer 3 15,6 m2
Slaapkamer 3 15,6 m2
Slaapkamer 2 12,3 m2
Balkon 9,2 m2
Penthouse
Plattegronden blok 1 20 appartementen
Schaal: 1:300
Bauke Tuinstra Doeke van Wieren
Bourboomweg 26 9112 HL Burdaard
T 0519 241550 F 0519 241559
E info@TWA-architecten.nl W www.TWA-architecten.nl
13.01.2023
Balkon 10,3 m2
Appartement Type A 104 m2
Balkon 10,3 m2
Appartement Type A 104 m2
Woonkamer 41 m2
Appartement Type A 117 m2
Woonkamer 41 m2
Balkon 10,3 m2
Appartement Type A 117 m2
Woonkamer 47 m2
Slaapkamer 1 17 m2
Woonkamer 47 m2
Slaapkamer 1 17 m2
Badkamer 7,4 m2
Slaapkamer 2 13 m2
Toilet 1,2 m2 Kast 1,2 m2
Berging 5 m2
Berging 5 m2
Slaapkamer 1 10,2 m2
Badkamer 7,4 m2
Berging/ installaties 6,8 m2
Berging/ installaties 6,8 m2
Hal 12,7 m2
Kast 1,2 m2 Berging 5 m2
Badkamer 7,4 m2
Slaapkamer 2 10,5 m2
Slaapkamer 2 13 m2
Toilet 1,2 m2
Hal 12,7 m2
Toilet 1,2 m2 Kast 1,2 m2
Slaapkamer 3 15 m2
Berging 5 m2
leidingen mk i.o.m. nutspartij
Berging 5 m2
Berging 5 m2
Berging 5 m2
Hal 4 m2
Hal 11,3 m2
Slaapkamer 2 10,5 m2
Toilet 1,2 m2 Kast 1,2 m2
Hal 12,7 m2
Woonkamer 11 m2
Slaapkamer 3 15 m2
Hal 12,7 m2
Berging 3,9 m2
Badkamer 4,6 m2 Toilet 1,2 m2
Woonkamer 35,8 m2
Appartement Type B 105,3 m2
Woonkamer 40,3 m2
Toilet 1,2 m2
Berging 3,7 m2
Badkamer 5,4 m2
Toilet 1,2 m2 Hal 17 m2
Hal 4 m2
Hal 2,5 m2
Installaties 2,3 m2
Hal 17 m2
Badkamer 5,4 m2
Installaties 2,3 m2
Slaapkamer 1 9,6 m2
Toilet 1,4 m2
Installaties 11 m2
Badkamer 9,2 m2
Installaties 11 m2
Hal 10,3 m2
Hal 10,5 m2
Appartement Type B 105,3 m2
Berging 3,7 m2
Woonkamer 11 m2
Hal 4 m2
Toilet 1,4 m2
Hal 10,5 m2 Hal 2,5 m2
Berging 3,9 m2
Slaapkamer 1 9,6 m2
Badkamer 9,2 m2
Woonkamer 40,3 m2
Berging 5 m2
Berging 5 m2
Entree 24,3 m2 Berging 6,6 m2
Appartement Type B1 82,5 m2
Berging 5,2 m2
Hal 2,5 m2
Berging 5 m2 Berging 5 m2
Berging/ installaties 6,8 m2
Hal 10,3 m2
leidingverloop i.o.m. nutspartij
Berging 5 m2
Slaapkamer 1 10,2 m2
Badkamer 7,4 m2
Berging/ installaties 6,8 m2
Hal 10,3 m2
Berging 5 m2
Berging 5 m2
Balkon 10,3 m2
Slaapkamer 2 13 m2
Berging 6,6 m2 post
Begane grond
post
Slaapkamer 1 7,3 m2
Slaapkamer 1 8 m2 Buitenruimte 9,2 m2
Balkon 9,2 m2
Verdieping
Slaapkamer 2 8 m2
Slaapkamer 3 14,1 m2
Slaapkamer 3 14,1 m2
Slaapkamer 2 8 m2
Slaapkamer 2 12,3 m2
Slaapkamer 1 8 m2
Slaapkamer 3 15,6 m2
Slaapkamer 3 15,6 m2
Slaapkamer 2 12,3 m2
Balkon 9,2 m2
Penthouse
Plattegronden blok 2 17 appartementen
Schaal 1:300
Bauke Tuinstra Doeke van Wieren
Bourboomweg 26 9112 HL Burdaard
T 0519 241550 F 0519 241559
E info@TWA-architecten.nl W www.TWA-architecten.nl
152
13.01.2023
Slaapkamer 2 7,1 m2
Slaapkamer 1 13,8 m2
Woonkamer 32,1 m2
Slaapkamer 2 8,6 m2 Berging Berging 6,3 m2 6,3 m2
Slaapkamer 1 13,8 m2 Berging 6,3 m2 post
Slaapkamer 1 13,8 m2 Berging 6,3 m2
Slaapkamer 2 8,6 m2 Berging Berging 6,3 m2 6,3 m2
Berging 6,3 m2
Berging 6 m2
Woonkamer 36,3 m2 Balkon 5,8 m2
Indeling app nog optimaliseren t.o.v. orientatie richting park (woonkamer en slaapkamers van enkele appartementen spiegelen
Bourboomweg 26 9112 HL Burdaard
Badkamer 4,6 m2 Hal 9,3 m2
Berging 3,1 m2
Toilet 1,2 m2
Slaapkamer 1 13,8 m2
Hal 7,7 m2
Balkon 5,8 m2
Slaapkamer 1 13,8 m2
Woonkamer 36,3 m2
Slaapkamer 2 8,6 m2 Balkon 5,8 m2
Balkon 5,8 m2
Woonkamer 31,3 m2
Berging 3 m2
Appartement B10 62,4 m2
Toilet 1,3 m2
Berging 2,8 m2
Woonkamer 26,7 m2
Slaapkamer 2 8,6 m2
Badkamer 3,6 m2 km
km
Hal 4 m2
Hal 9,3 m2
Slaapkamer 1 13,8 m2
Berging 3,1 m2
Slaapkamer 1 12,6 m2
Toilet 1,2 m2 Badkamer 3,3 m2 hal 9,1 m2
Badkamer 4,1 m2 Toilet 1,2 m2
Appartement B3 79,6 m2 Woonkamer 36,3 m2
Slaapkamer 2 8,6 m2
hal 7,9 m2
Appartement B8 68,2 m2
Appartement B4 79,6 m2
Berging 3,8 m2
Badkamer 6 m2
Woonkamer 23,4 m2
Berging 4,3 m2
Slaapkamer 1 15 m2
Balkon 5 m2
Slaapkamer 2 10,3 m2
Hal 6,9 m2 Slaapkamer 1 14,7 m2
Berging 4,3 m2
Badkamer 4,6 m2
Appartement B4 79,6 m2
Toilet 1,2 m2
Hal 7,7 m2
Slaapkamer 1 13,8 m2
Slaapkamer 2 8,6 m2
Woonkamer 36,3 m2
Balkon 5,8 m2
post
Begane grond
Bauke Tuinstra Doeke van Wieren
Appartement B3 79,6 m2
Toilet 1,2 m2
Hal 4 m2
Hal 4,8 m2
Toilet 1,2 m2 Slaapkamer 1 14,7 m2
Toilet 1,1 m2
Toilet 1,2 m2
Badkamer 4,1 m2
Berging Appartement B4 79,6 m27,2 m2
Hal 6,9 m2
Slaapkamer 2 11,4 m2
Appartement B5 77,6 m2
Badkamer 3,7 m2
Badkamer 5 m2
Hal 7,7 m2
Toilet 1,2 m2
Berging 3,8 m2
Hal 7,2 m2
hal 6,8 m2
Berging 3,1 m2
Berging 7,2 m2
Badkamer 6 m2
Slaapkamer 2 10,5 m2
Hal 14,7 m2
Berging 3,1 m2
4,6 m2
leidingverloop i.o.m. nutspartij
Slaapkamer 1 15 m2
Slaapkamer 2 10,3 m2
Badkamer 5,3 m2
Woonkamer 33,6 m2
hal 7,9 m2
km
km
Berging 4,3 m2
Hal 4,8 m2
Toilet 1,2 m2
Slaapkamer 1 14,7 m2 Berging 7,2 m2
leidingverloop i.o.m. nutspartij
Berging 7,2Badkamer m2 Hal 9,3 m2
Toilet 1,1 m2 Badkamer 3,7 m2
Toilet Berging 1,3 m2 2,8 m2
Slaapkamer 2 7,9 m2
Berging 6,3 m2
Hal 4 m2
Woonkamer 35,5 m2
Hal 14,7 m2
Hal 7,2 m2
Berging 7,2 m2
Berging 7,2 m2
Woonkamer 36,3 m2
Woonkamer 36,3 m2 Balkon 5,8 m2
Berging 5,3 m2
Hal 6,9 m2
Slaapkamer 2 10,5 m2
Balkon 5 m2
Toilet 1,2 m2
Appartement B3 79,6 m2
Badkamer 4,1 m2 Berging Toilet 5,3 m2 1,2 m2
Berging Slaapkamer 6,6 m22 10,3 m2
Balkon 5 m2
Badkamer 5,4 m2
Berging 5,3 m2
Badkamer Berging 3,7 m2 7 m2
Woonkamer 33,6 m2
Balkon 5 m2
Appartement B3 82,5 m2
Berging 2,8 2,3 m2
Hal 4,8 m2
Berging 2,3 m2
Berging 3,8 m2
Balkon 5 m2
Woonkamer 35,5 m2
Toilet 1,1 m2
Toilet 1,2 m2
Berging 5,3 m2
Woonkamer 33,6 m2
Berging 5,8 m2
Hal 7,2 m2
Badkamer 6 m2
Appartement B3 82,5 m2
Hal 10 m2
Woonkamer 23 m2
Hal 14,7 m2
Appartement B5 77,6 m2
Slaapkamer 2 7 m2
Woonkamer 35,5 m2
Badkamer 5,3 m2
Hal 11,6 m2
Berging Toilet 2,5 m2 1,2 m2
Slaapkamer 2 7,6 m2
Balkon 5 m2
Balkon 6,7 m2
Appartement B6 82,3 m2
Slaapkamer 1 14,4 m2
Badkamer 5 m2
Woonkamer 25 m2
Slaapkamer 2 11,4 m2
Slaapkamer 1 13,1 m2
Berging 5,8 m2
Toilet Berging 1,3 m2 2,8 m2
Berging Toilet 2,5 m2 1,2 m2 Hal 10 m2
Appartement Berging B5 77,6 m2 5,4 m2
Appartement B3 82,5 m2
Hal 11,6 m2
km
Badkamer 5,3 m2
Hal 10 m2
Berging 5,3 m2
Slaapkamer 2 11,4 m2
Berging 2,3 m2
Toilet Berging 1,3 m2 2,8 m2
Berging Toilet 2,5 m2 1,2 m2
Slaapkamer 1 13,8 m2
Appartement B3 67,6 m2 Badkamer 5 m2
Woonkamer 25 m2
km
Hal 11,6 m2
Slaapkamer 2 7,1 m2
Woonkamer 32,1 m2
Appartement B3 67,6 m2 Badkamer 5 m2
Woonkamer 25 m2
Slaapkamer 1 15 m2
Balkon 6,7 m2
Woonkamer 32,1 m2
Appartement B3 67,6 m2
Slaapkamer 2 10,5 m2
Balkon 6,7 m2
Appartement B6 82,3 m2
Slaapkamer 1 14,4 m2
Slaapkamer 1 13,1 m2
Balkon 6,7 m2
Appartement B9 65,4 m2
Balkon 6,7 m2
Appartement B6 82,3 m2
Slaapkamer 1 14,4 m2
Appartement B7 66,1 m2
Slaapkamer 1 13,8 m2
Slaapkamer 1 13,6 m2
Slaapkamer 2 7,1 m2
Eerste verdieping
152
Balkon 6,7 m2
Penthouse
Plattegronden blok 3 25 appartementen
Schaal 1:300
T 0519 241550 F 0519 241559
E info@TWA-architecten.nl W www.TWA-architecten.nl
Bijlage 2
Vorm vrije mer-beoordeling
HERONTWIKKELING JONGBLOEDLOCATIE HEERENVEEN FASE 2 Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling 15 december 2023
1/18
DATUM KENMERK PROJECT PROJECTLEIDER
15 december 2023 ing. C. Tasma
OPDRACHTGEVER Kroeze & Partners Vastgoed B.V. PROJECTNUMMER 20220354 AUTEURS STATUS
2/18
Buddy de Groot & Selma de Boer Definitief
INHOUD 1.
2.
3.
4.
3/18
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer
4 4 4
Plaats en kenmerken van het project
5
2.1 2.2 2.3 2.4
Plaats van het project Huidige situatie Kenmerken van het project Cumulatie
5 7 7 9
Kenmerken van de milieueffecten
10
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
10 10 11 12 13 14 15 16 16 17
Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Overige aspecten Aanlegwerkzaamheden
Conclusie
18
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Royal Jongbloed runde lange tijd een succesvolle drukkerij aan de Marktweg in Heerenveen. In eerste instantie wilde het bedrijf aan de Marktweg nieuwbouw laten uitvoeren, maar inmiddels is Jongbloed overgenomen en vertrekt het bedrijf uit Heerenveen. Op de vrijkomende gronden wordt woningbouw ontwikkeld. Fase 1 betreft grondgebonden woningbouw met een gedifferentieerd aanbod van in totaal 41 woningen in een parkachtig gebied met veel water. Deze fase is al planologisch geregeld in het bestemmingsplan 'Heerenveen-Herinrichting Royal Jongbloed", vastgesteld op 10 juni 2021. In Fase 2 worden 3 appartementengebouwen gerealiseerd. Het betreft in totaal ongeveer 62 appartementen. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1,2 ha. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan Bedrijventerrein Heerenveen - Zuid, dat is vastgesteld op 11 juni 2012. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen wordt er een afzonderlijk bestemmingsplan voor fase 2 opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is in categorie D (sectie D 11.2) opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 2.000 of meer woningen of een oppervlakte van 100 hectare of meer.
De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder deze drempelwaarden (62 woningen en 1,2 ha). Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Dit document bevat deze beoordeling.
1.2
Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?
In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het project; ● de omvang van het project; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
1.3
Leeswijzer
Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en kenmerken van het project; ● licht in hoofdstuk 3 de verwachte milieueffecten toe; ● geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.
4/18
2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1
Plaats van het project
De bedrijfslocatie van Royal Jongbloed ligt aan de rand van het bedrijventerrein Heerenveen - Zuid, in een overgangsgebied tussen het meer intensief ingevulde bedrijventerrein (zuidzijde plangebied) en het woongebied van Oudeschoot (oostzijde plangebied). Het plangebied wordt getypeerd als ‘gemengd gebied’. De gehele locatie wordt globaal begrenst door de Heremaweg, de Marktweg en de Jagtlustweg, zie Figuur 2-1. Het plangebied voor fase 2 betreft uitsluitend het zuidwestelijk deel van de voormalige bedrijfslocatie van Royal Jongbloed. In de omgeving van het plangebied liggen de Heremaweg, de Marktweg en de Industrieweg. De Heremaweg, de Marktweg en de Industrieweg (zuidzijde plangebied) zijn gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/uur. Op de Heremaweg deelt de fietser de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer en liggen er aan weerszijden fietssuggestiestroken. Parallel aan de Marktweg en de Industrieweg ligt een vrijliggend fietspad.
Figuur 2-1: Ligging van het plangebied.
Beschermde gebieden – Milieugevoelige gebieden Het projectgebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000, zie Figuur 2-2. Het projectgebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie Figuur 2-3. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 8 km en betreft het gebied Rottige Meenthe & Brandemeer. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNN ligt op een afstand van circa 500 m. Het plangebied en de omgeving maken geen onderdeel uit van de door de provincie vastgestelde grondwaterbeschermingsgebieden en
5/18
stiltegebieden. Het dichtstbijzijnde grondwaterbeschermingsgebied ligt op ruim 7 km van het plangebied en het dichtstbijzijnde stiltegebied ligt op ruim 8,5 km van het plangebied.
Figuur 2-2: Projectgebied (rode stip) en Natura 2000 gebied (bron: AERIUS).
Figuur 2-3: Projectgebied (rode stip) en NNN (Atlas Leefomgeving).
6/18
2.2
Huidige situatie
In de huidige situatie is nog bedrijfsbebouwing aanwezig aan de zuidoostzijde van het plangebied. Ook ligt er een weg aan de westzijde van het plangebied. De weg is een regionale waterkering. Ook is een grasveld en een aantal bomen aanwezig in het plangebied. De huidige situatie van het plangebied is weergegeven in Figuur 2-1 door middel van een luchtfoto.
2.3
Kenmerken van het project
In Figuur 2-4 wordt de beoogde situatie voor fase 1 en 2 gegeven. Overigens worden de milieucontouren van het bedrijventerrein Heerenveen Zuid ook weergegeven in de afbeelding (zie hiervoor de rode en blauwe stippellijn). Figuur 2-5 is toegevoegd ter verduidelijking van de locatie van fase 1 en fase 2. Er wordt water gecreëerd in het plangebied van fase 1 en 2. De grond die hierbij vrijkomt zal in het plangebied hergebruikt worden. In het vervolg van dit hoofdstuk zal ingegaan worden op de invulling van het plangebied voor fase 2.
Figuur 2-4: Stedenbouwkundige opzet fase 2 in relatie tot het noordoostelijk deel (fase 1), inclusief landschappelijke inpassing (bron: TWA architecten/ Frans Beune, 15-11 2023).
7/18
Figuur 2-5: Ligging plangebied fase 1 en fase 2, Royal Jongbloedlocatie.
Er worden drie appartementengebouwen gerealiseerd met in totaal 62 appartementen (37 hoge segment en 25 middensegment) voor fase 2, zie Figuur 2-6. De appartementenblokken bestaan uit 5 of 6 bouwlagen. De onderlinge afstand tussen de gebouwen is gelijk. Voor fase 2 is het parkeren langs de westzijde geplaatst in een lange zone, en wordt aan weerszijde begrensd door groenstroken. Ook wordt er een parkzone gerealiseerd tussen fase 1 en 2, zie Figuur 2-4. In dit figuur zijn de appartementengebouwen terug te vinden aan de zuidwestzijde.
Figuur 2-6: Stedenbouwkundige opzet fase 2 in relatie tot de milieucontouren (Bron: TWA architecten, situatie 8-11 2023).
Verkeer en parkeren Bij het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van CROW-publicatie 381. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit voor de kengetallen het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de locatie 'rest bebouwde kom'. Verder geldt voor de locatie een stedelijkheidsgraad van 'matig stedelijk'. De verkeersgeneratie is bepaald voor een gemiddelde weekdag en een gemiddelde werkdag. De CROW-kentallen gaan uit van weekdagintensiteiten. De gemiddelde werkdagintensiteit is bepaald door gebruik te maken van een omrekenfactor 1,11 welke CROW-381 noemt voor woonfuncties.
8/18
De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 62 koopappartementen, waarvan 37 appartementen in het hoge segment en 25 appartementen in het middensegment. Tabel 2-1: Verkeersgeneratie planontwikkeling.
Woningtype
Aantal Functie CROW 381 Kengetal Verkeersgeneratie Weekdag Werkdag
Appartementen Appartementen hoog 37 segment
Koop, appartement, duur
7,1 p. 262,7 woning
291,6
Appartementen middensegment
Koop, appartement, midden
5,6 p. 140,0 woning
155,4
Totaal
25
62
402,7
447
De verkeersgeneratie voor een gemiddelde werkdag is bepaald door de weekdagintensiteit te vermenigvuldigen met factor 1,11 (CROW-publicatie 381). De beoogde ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename van 403 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag en 447 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Het plangebied zal volledig ontsloten worden op de Heremaweg (50 km/uur), waarna het verkeer voor 80% wordt afgewikkeld op de Industrieweg (50 km/uur).
De parkeerbehoefte is berekend aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen. De beoogde ontwikkeling heeft een normatieve parkeerbehoefte van afgerond 117 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied worden 123 parkeerplaatsen gerealiseerd. De volledige parkeerbehoefte wordt daarmee opgevangen binnen het plangebied. Tabel 2-2: Parkeerbehoefte beoogde ontwikkeling.
Woningtype
Aantal Functie p-beleid
Norm
Parkeerbehoefte
Appartementen Appartementen hoog 37 segment
Koop, appartement, duur
2,0 p. woning
74 pp
Appartementen middensegment
Koop, appartement, midden
1,7 p. woning
42,5 pp
Totaal
2.4
25
62
116,5
Cumulatie
In de directe omgeving van het plangebied (fase 2) ligt fase 1 van de herontwikkeling van de Jongbloedlocatie. Deze fase 1 moet nog gerealiseerd worden en behoord nog niet tot de huidige situatie, maar is een autonome ontwikkeling. Met fase 1 kan cumulatie verwacht worden op het gebied van verkeer en verkeer gerelateerde effecten zoals geluid en luchtkwaliteit. Fase 1 bestaat uit de realisatie van 41 woningen en heeft op basis van het bestemmingsplan ‘Heerenveen – Herinrichting Royal Jongbloed’ een verkeersgeneratie van 328 mvt/etmaal. In de effect beoordeling zijn bij de aspecten waarin cumulatie relevant is beide fases meegenomen in het beoordelen van de milieueffecten. Verder zijn in de omgeving geen andere redelijkerwijs te verwachten toekomstige handelingen bekend waarmee cumulatie verwacht kan worden.
9/18
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van het beoogde plan beschreven. De milieueffecten van de beoogde situatie worden vergeleken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt gebruik gemaakt van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan. Daarnaast zijn aanvullende onderzoeken betrokken die inzicht geven in mogelijke gevolgen die samenhangen met de ontwikkeling van het plangebied.
3.1
Verkeer
Zowel de Heremaweg als de Industrieweg zijn gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/uur. Een gebiedsontsluitingsweg met vrijliggende fietspaden kan doorgaans, conform het principe Duurzaam Veilig, een verkeersintensiteit tussen de 10.000 en 15.000 mvt/etmaal vlot en veilig verwerken. Aangezien er voor fietsers op de Heremaweg geen vrijliggende fietsvoorzieningen aanwezig zijn, moeten fietsers de rijbaan delen met het gemotoriseerde verkeer. Hierdoor zal de capaciteit van de Heremaweg naar verwachting tussen de 6.000 en 10.000 mvt/etmaal bedragen. De Heremaweg wordt voornamelijk ontsloten op de Industrieweg. De Industrieweg betreft een belangrijke ontsluitingsweg van Heerenveen-Zuid. Volgens de intensiteiten die afkomstig zijn van de gemeente, bedroeg de intensiteit op de Industrieweg in 2020 circa 5.216 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling zijn werkdagintensiteiten maatgevend. Voor binnenstedelijke wegen wordt voor het omrekenen van weekdagintensiteiten naar werkdagintensiteiten een omrekenfactor van 1,09 aangehouden (onderzoek Rho Adviseurs). Volgens de gemeentelijke verkeerstellingen bedroeg in 2020 de verkeersintensiteit op de Industrieweg 5.216 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag en 5.685 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag.
Doordat de intensiteiten uit 2020 zijn worden deze naar het jaar 2032 doorgerekend aan de hand van een autonome groei van 1,0% per jaar. Hiermee komt de intensiteit op circa 6.407 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Aangezien de Heremaweg op de Industrieweg wordt ontsloten zal de Heremaweg een lagere verkeersintensiteit hebben dan de verkeersintensiteit van 6.407 mvt/etmaal die bekend is van de Industrieweg. Wanneer de planbijdrage (447 mvt/etmaal) wordt toegevoegd aan de Heremaweg zal de verkeersafwikkeling dan ook niet tot knelpunten leiden. Ook moet rekening gehouden worden met fase 1. De verkeersgeneratie is 328 mvt/etmaal verdeeld over de Heremaweg en de Jagtlustweg. Inclusief deze verkeersgeneratie zal de beoogde ontwikkeling niet leiden tot knelpunten aangezien de opgetelde verkeersgeneratie nog steeds binnen de capaciteit van 6.000 - 10.000 mvt/etmaal van de Heremaweg valt. Significant negatieve effecten kunnen uitgesloten worden.
3.2
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd indien een plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van woningen. Woningen zijn op grond van de Wet geluidhinder geluidsgevoelige functies. In deze paragraaf wordt ingegaan op wegverkeerslawaai. In hoofdstuk 3.9 wordt ingegaan op industrielawaai en hinder (en risico) van bedrijven wat betreft geur, stof en gevaar. Er wordt voldaan aan de richtafstanden. Geluidsoverlast van de bedrijven kan uitgesloten worden.
10/18
Het plangebied valt binnen de geluidzone van meerdere wegen rondom het plangebied. De FUMO heeft een geluidsonderzoek1 uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek zijn: ● Er dienen voor het woonblok A1 (het woonblok het dichts bij de Heremaweg) hogere waarden te worden vastgesteld met betrekking tot het wegverkeer op de van rechtswege gezoneerde Heremaweg. De vast te stellen hogere waarden bedragen ten hoogste 50 dB. ● De FUMO adviseert dat de initiatiefnemer van het plan een verklaring te vragen over de garantie van het te halen binnenniveau van 33 dB (nieuwbouweis) als gevolg van de geluidsbelasting van wegverkeer (incl. 30 km /uur wegen). Voor de bepaling van de geluidwering van de gevels dient daarbij te worden uitgegaan van de gecumuleerde geluidsbelasting Lden zonder de aftrek artikel 110g van de Wgh. Er zullen hogere waarden worden vastgesteld waarmee voldaan wordt aan het geluidsbeleid en de juiste gevelwering aangelegd zal worden. Daarmee wordt een aanvaard akoestisch klimaat gewaarborgd. Significant negatieve effecten worden uitgesloten.
3.3
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer (Wm) zijn normen gesteld voor de concentraties voor met name NO2, PM10 en PM2.5. Tabel 3-1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm/omgevingswaarden Omgevingswet Stof
Toetsing van
Grenswaarde/omgevingswaarde
WHO-advieswaarde (optioneel)
Stikstofdioxide
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m³
10 µg/m³
(NO2)
Uurgemiddelde concentratie
max. 18 keer/jaar meer dan 200 µg/m³
-
Fijn stof (PM10)
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m³
15 µg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer/jaar meer dan 50 μg/m³
-
Jaargemiddelde concentratie
25 µg/m³
5 µg/m³
Fijn stof (PM2,5)
In het Besluit Niet In Betekende Mate (Besluit NIBM) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: 1. een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; 2. een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden (bijvoorbeeld woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg). Huidige situatie Aan de hand van de NSL-monitoringstool 2022, die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort, is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de A32 ten noordoosten van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2020; 11.0 µg/m3 voor NO2, 13.2 µg/m3 voor PM10 en 6.4 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6.0 dagen. Aangezien direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn.
Ter plaatse van het plangebied wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarde/omgevingswaarde en is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
FUMO, Akoestisch onderzoek wegverkeer t.b.v. herinrichting 2e deel voormalig Royal Jongbloed met 3 woonblokken (9 maart 2023), Kenmerk: JD/2023-FUMO0072460/4667 1
11/18
Planvoornemen en conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet in het mogelijk maken van 62 appartementen. Dit aantal valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Gecumuleerd met fase 1 (41 woningen) komt het totaal aantal woningen op 103 woningen en valt het binnen de categorie ‘niet in betekende mate’. Significant negatieve effecten kunnen uitgesloten worden.
3.4
Externe veiligheid
Bij de inventarisatie van de risicobronnen die in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn, is gebruik gemaakt van de nationale risicokaart. Hieruit blijkt is dat met betrekking tot de externe veiligheid alleen een hogedruk aardgastransportleiding relevant is. Deze loopt aan de noordzijde van het plangebied, langs de Heremaweg. Voor de leiding geldt geen PR-contour, waarbinnen wettelijke beperkingen voor kwetsbare objecten gelden. Wel ligt het plangebied in het invloedsgebied waar het groepsrisico verantwoord moet worden. De zone waarin dit geldt ligt tot ongeveer halverwege de totale locatie (140 meter vanaf de leiding) en is in twee delen geknipt (zie Figuur 3-1): ● eerste 25 meter, 100% letaliteit, alle aanwezig personen, zowel binnen als buiten gebouwen, komen in geval van een incident te overlijden. ● 25-45 meter, 1% letaliteit, letaliteit neemt af van 100% naar 1%, personen binnen gebouwen hebben voldoende bescherming, slachtoffers vallen vooral buiten. De FUMO heeft ten behoeve van fase 1 een advies2 uitgebracht ten aanzien van de externe veiligheidsrisico's. Het onderzoeksgebied van dit advies betrof zowel het plangebied van fase 1 als het plangebied van fase 2. Hierin is tevens de hoogte van het groepsrisico berekend. Uit het advies blijkt dat het groepsrisico laag is, minder dan 10% van de oriëntatiewaarde.
Het advies van de FUMO is om geheel buiten de 100% letaliteitszone te bouwen. Ook wordt geadviseerd te onderzoeken of de ontwikkeling buiten de invloedsfeer van de leiding kan worden gebracht.
Figuur 3-1: Plangebied en 100% letaliteitsgrens (noordelijke rode grens) van buisleiding.
2 FUMO, Advies Externe Veiligheid inzake herinrichting Jongbloed terrein te Heerenveen (8 oktober 2020), Zaaknummer: 2020-FUMO-0044386
12/18
De situering van de appartementen is naar aanleiding van het onderzoek buiten de 100% letaliteitsgrens geplaatst, zie nogmaals Figuur 3-1. Het is niet mogelijk om de ontwikkeling geheel buiten het invloedsgebied te brengen. Het risico is echter laag en daarmee te verantwoorden. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de buisleiding, waarvoor hieronder een beknopte verantwoording van het groepsrisico is gegeven. Verantwoording van het groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van en incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via verschillende wegen, de Heremaweg, de Marktweg en de Jagtlustweg. Deze straten sluiten allen aan op het verdere wegennetwerk van Heerenveen. Het gedegen wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede.