Bijlage 5. bijlagen relevant (aanvraag rob en visualisaties)
Tekst van het document
diesel
diesel
diesel
1
heftruck
LPG
benzine/diesel
9
heftruck
duel/elektrisch
6
1
lichte motorvoertuigen
elektrisch
lichte motorvoertuigen
1
heftruck
groengas/aardgas
diesel
58
vrachtwagens
Soort brandstof
veegwagen-, shovels, kranen 17 e.d.
Aantal transportmiddelen
Soort transportmiddel
39 Transportmiddelen
Inrichting of mijnbouwwerk oprichten of veranderen (Milieu)
Revisie
Tabellen
4
6
6
6
6
6
6
6
6
Aantal uren in bedrijf in de dagperiode
0
2
2
2
2
2
2
2
2
Aantal uren in bedrijf in de avondperiode
0
1
1
1
1
1
1
1
1
Pagina 50 van 53
Aantal uren in bedrijf in de nachtperiode
Bijlagen Formele bijlagen
Datum aanvraag: 8 juli 2021
Naam bijlage
Bestandsnaam
1_F3a_Terrein_indeling_25-06-2021_pdf
1 F3a Terrein Gegevens niet-technische 08-07-2021 indeling_25-06--2021-.pdf samenvatting Situatietekening milieu Gegevens stortplaats
In behandeling
fwerking_en_Opslagterrein_25-06-2021_pdf
2 F4 Eindafwerking en Opslagterrein_25-06--2021-.pdf
In behandeling
3_F7_noodplan_25-06--2021_pdf
3 F7 Plattegrond Milieu noodplan_25-06--2021-.pdf Situatietekening milieu
08-07-2021
In behandeling
4_Acceptatie_en_verwerkingsbeleid_pdf
4 Acceptatie en Gegevens afvalstoffen verwerkingsbeleid.pdf van derden
08-07-2021
In behandeling
6_Stralingsberekingen_2009_pdf
6 Stralingsberekingen Anders 2009.pdf
08-07-2021
In behandeling
alisaties_landschappelijke_inpassing_pdf
7 Visualisaties landschappelijke inpassing.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
benodigde_gegevens_2019-FUMO-0034062_pdf
10 Inventarisatie ZZS ontvangstbevestiging benodigde gegevens 2019-FUMO-0034062.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
11_Ophoogadvies_Ecopark_De_Wierde_pdf
11 Ophoogadvies Ecopark De Wierde.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
-verslag_2020_Afvalsturing_Friesland_pdf
12 EED-verslag 2020 Afvalsturing Friesland.pdf
Gegevens energie
08-07-2021
In behandeling
derzoek_Omrin_Ecopark_de_Wierde_R3_0_pdf
13 Geuronderzoek Omrin Ecopark de Wierde R3.0.pdf
Gegevens geur
08-07-2021
In behandeling
14_Nulsituatie_bodemonderzoek_Milfac_pdf
14 Nulsituatie bodemonderzoek Milfac.pdf
Gegevens bodem
08-07-2021
In behandeling
andbeheersing_kunststofbalen_R204160_pdf
15 Brandbeheersing Anders kunststofbalen_R204160.pdf
08-07-2021
In behandeling
sch_onderzoek_revisievergunning_WABO_pdf
16 Akoestisch onderzoek revisievergunning WABO.pdf
Gegevens geluid en trillingen
08-07-2021
In behandeling
17_Onderzoek_Luchtwaliteit_pdf
17 Onderzoek Luchtwaliteit.pdf
Gegevens lucht
08-07-2021
In behandeling
18_QRA_Omrin_Actualisatie-R6_0_pdf
18 QRA Omrin Actualisatie-R6.0.pdf
Gegevens externe veiligheid
08-07-2021
In behandeling
tie_bodemonderzoek_Ecopark_De_Wierde_pdf
19 Nulsituatie bodemonderzoek
Gegevens bodem
08-07-2021
In behandeling
Aanvraagnummer: 5225673
Type
Datum ingediend
Status document 8 juli 2021
Gegevens niet-technische 08-07-2021 samenvatting Gegevens stortplaats
8 juli 2021
Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
Pagina 51 van 53
Naam bijlage
Bestandsnaam
Type
Datum ingediend
Gegevens bodem
08-07-2021
In behandeling
21_Stikstofonderzoek_pdf 21 Stikstofonderzoek.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
22_Positieve_weigering_1_april_2021_pdf
22 Positieve weigering 1 april 2021.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
23_Stikstofonderzoek_aanlegfase_pdf
23 Stikstofonderzoek aanlegfase.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
tbreiding_Ecopark_de_Wierde_sept2018_pdf
24 Ecologische toetsing uitbreiding Ecopark de Wierde sept2018.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
ader_Onderzoek_Wnb_Ecopark_De_Wierde_pdf
25 Nader Onderzoek Wnb Ecopark De Wierde.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
viteitenplan_ontheffingsaanvraag_Wnb_pdf
26 Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Wnb.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
et_natuurbescherming_uitbreiding_EDW_pdf
27 Ontheffing Wet natuurbescherming uitbreiding EDW.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
otocol_uitbreiding_Ecopa- 28 Ecologisch rk_de_Wierde_pdf werkprotocol uitbreiding Ecopark de Wierde.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
29_ROB_Uitbreiding_Ecopark_De_Wierde_pdf
29 ROB Uitbreiding Ecopark De Wierde.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
30_Bedrijfsnoodplan_EDW_v2_pdf
30 Bedrijfsnoodplan EDW v2.pdf
Anders
08-07-2021
In behandeling
31_Besluit_m_e_r_-beoordeling_EDW_pdf
31 Besluit m.e.r.beoordeling EDW.pdf
Gegevens MER(beoordelings)plicht
08-07-2021
In behandeling
32_Register_gevaarlijke_- 32 Register Gegevens gevaarlijke stoffen_pdf gevaarlijke stoffen.pdf stoffen in verpakking
08-07-2021
In behandeling
33_Toetsing_BBT_awzi_Omrin_pdf
33 Toetsing BBT awzi Omrin.pdf
Gegevens BBT
08-07-2021
In behandeling
F1_Topografische_kaart_25-06-2021_pdf
F1 Topografische kaart_25-06-2021.pdf
Plattegrond Milieu Situatietekening milieu
08-07-2021
In behandeling
F2_Kadastrale_kaart_25-06-2021_pdf
F2 Kadastrale kaart_25-06-2021.pdf
Plattegrond Milieu Situatietekening milieu
08-07-2021
In behandeling
eschermende_voorzieningen_25-06-2021_pdf
F5 Bodembeschermende voorzieningen_25-06--2021-.pdf
Plattegrond Milieu Situatietekening milieu
08-07-2021
In behandeling
F6_riolering_en_gas__1-8_25-06-2021_pdf
F6 riolering en gas 1-8_25-06-2021-.pdf
Plattegrond Milieu Situatietekening milieu
08-07-2021
In behandeling
F6_riolering_en_gas__2-8_25-06-2021_pdf
F6 riolering en gas 2-8_25-06-2021-.pdf
Plattegrond Milieu Situatietekening milieu
08-07-2021
In behandeling
F6_riolering_en_gas__3-8_25-06-2021_pdf
F6 riolering en gas 3-8_25-06-2021-.pdf
Plattegrond Milieu Situatietekening milieu
08-07-2021
In behandeling
F6_riolering_en_gas__4-8_25-06-2021_pdf
F6 riolering en gas 4-8_25-06-2021-.pdf
Plattegrond Milieu Situatietekening milieu
08-07-2021
In behandeling
F6_riolering_en_gas__5-8_25-06-2021_pdf
F6 riolering en gas 5-8_25-06-2021-.pdf
Plattegrond Milieu Situatietekening milieu
08-07-2021
In behandeling
F6_riolering_en_gas__6-8_25-06-2021_pdf
F6 riolering en gas 6-8_25-06-2021-.pdf
Plattegrond Milieu Situatietekening milieu
08-07-2021
In behandeling
Ecopark De Wierde.pdf keuring_gronddepot_Ecopark_De_Wierde_pdf
Datum aanvraag: 8 juli 2021
Aanvraagnummer: 5225673
20 Ex-situ partijkeuring gronddepot Ecopark De Wierde.pdf
Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen
Status document
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
Pagina 52 van 53
Naam bijlage
Bestandsnaam
Type
Datum ingediend
Status document
F6_riolering_en_gas__7-8_25-06-2021_pdf
F6 riolering en gas 7-8_25-06-2021-.pdf
Plattegrond Milieu Situatietekening milieu
08-07-2021
In behandeling
F6_riolering_en_gas__8-8_25-06-2021_pdf
F6 riolering en gas 8-8_25-06-2021-.pdf
Plattegrond Milieu Situatietekening milieu
08-07-2021
In behandeling
40_Archeologisch_onderzoek_EDW_pdf
40 Archeologisch onderzoek EDW.pdf
Gegevens Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening
08-07-2021
In behandeling
nvraag_revisie_2021_versie_juli_2021_pdf
NTS Aanvraag revisie Gegevens niet-technische 08-07-2021 2021_versie juli samenvatting 2021.pdf
In behandeling
Naam bijlage
Bestandsnaam
Datum ingediend
Status document
register_bijlage_1_versie_juni_2021_xlsx
5 Afvalstoffenregister bijlage 1 versie juni 2021.xlsx
08-07-2021
In behandeling
8_Omrin_EDW_ZZS_Inventarisatie_xlsx
8 Omrin EDW ZZS Inventarisatie-.xlsx
08-07-2021
In behandeling
n_hulpstoffen_versie_RIVM_30-7-2020_xlsx
9 Omrin EDW Format inventarisatie pZZS Grond en hulpstoffen versie RIVM 30-7-2020.xlsx
08-07-2021
In behandeling
c-tool-aanvraag-omgevingsvergunning_xlsx
34 BBT Omrin_ippc-tool-aanvraag--omgevingsvergunning-.xlsx
08-07-2021
In behandeling
jlage_bodembeheerdocument_definitief_xls
35 Bijlage bodembeheerdocument definitief.xls
08-07-2021
In behandeling
vens_opslag_per_euralcode_verwerker_xlsx
36 Gegevens opslag per euralcode verwerker.xlsx 08-07-2021
In behandeling
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
Achtergrondinformatie
Datum aanvraag: 8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
37_Machines_installaties- 37 Machines_installaties CW.xlsx _CW_xlsx
08-07-2021
In behandeling
38_processchema_MBR_xlsx
38 processchema MBR.xlsx
08-07-2021
In behandeling
nalyses_afvalwater_Ecopark_de_Wierde_xls
39 Analyses afvalwater Ecopark de Wierde.xls
08-07-2021
In behandeling
Aanvraagnummer: 5225673
Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen
8 juli 2021
8 juli 2021
8 juli 2021
Pagina 53 van 53
wal
grond
en
Struik
gro
n De Dolte
l
wa
nd
Wate
en
ats
Struik
atpla
rinla
en
Struik
in gterre
en Struik
boog ru Weegb
en
Struik
rinla
Wate
atpla
in gterre
g
Opsla
laats
isselp
loge ortiers
erw ontain
P
ats
Opsla
hal
C
rug Weegb
Trafo C14
ers
geurfilt
ers
geurfilt al
al
r
uffe
ma
Louw
1992 ent 1, im t r a Comp
F-b
Dick
uw sgebo
Bedrijf
laats
Werkp
nweg
l
ingsha
Scheid
Trafo B08
ON
oot
sl Dolten
ngsth Ontva
iding uitbre gshal in scheid al h DANO
laats
werkp
grondw
rterrein parkee
nt
laadpu
rterrein parkee
Trafo C09
ef duoze
tof dicht
tent boog op ner contai
Bos
rterrein
parkee
RSC
Recyc
ner contai ats la wisselp vloeis
tof dicht
g Opsla
terrein
Opsla
al tingsh
Vergis
React
. tbv verdeelr rs sso compre
r
wasse
er Biofilt
or
React
Gasb
Fakkel
l lingha
in gterre
Trafo C06
rug
weegb
ijb doorr iner Conta ats lpla opste
essorcompr w gebou
water ts winplaa
buffer
geluid
m h: 4m
rug
ek
inerconta laats wisselp
lling
sta fietsen
rug
ek
ht
en nmast
stoplic
vlagge
P vlaggenm
asten
nm
24m li
l, afh. van op
m 2.0m
>12.0
opsl
29m li
/ erging Afvalb terrein g Opsla
Co
imen mpart
995
jn
water ts winplaa
ats
>12.0
/ erging Afvalb terrein g Opsla
m
opslag terrein
slag
van op
opslag vakken
of kunstst balen >7.0m
15.0m
002
t 6, 2
n artime Comp
>10.0
Bos schuifhe k
water ts winplaa
n artime Comp
002 t 7, 2
/ erging Afvalb terrein g Opsla
nt 6,
artime Comp
imte 014 Stortru 3-06-2 d.d. 0
5a ent m i t r pa Com
l, afh.
3,2m 2,4 / nd h: keerwa opslag) n (afh. va
variabe m
t 2, 1
998 3b, 1
locatie en ud vrijho
nerpla
>13.0
.3m
m ±13
contai
2.0m
m
>10.0
t9
water ts winplaa
s g stack , h: 3m opsla of balen kunstst
nt artime Comp
rtimen
a Comp
ein agterr
jn
Comp
art Comp
of
kunstst balen
KSI
nt 4 artime
Comp
nt 8 artime
9 iment
opslag vakken
slag
Bos
29m li
ats nerpla
3,2m 2,4 / nd h: keerwa opslag) n (afh. va
variabe
>
contai
De Dolte
water ts winplaa 14.6m
10.0m
ent 8
jn
/ erging Afvalb terrein g Opsla
98 b, 19
artim Comp
water ts winplaa
locatie en ud vrijho
asten
t 3c rtimen a p m Co
p Com
weegb schuifh
vlagge
n
rslo Portie
stop
al grondw
ek
schuifh
weegb
ge
schuifh
erfgrens
P
rparkee terrein
sscher
geluid
5 ent artim
inrit erfgrens
stop
uitrit
laatPerco ssin a bufferb
laats isselp
inerw
Conta
b
m h: 4m
sscher
liter
Trafo C03
ssin
fferba
laatbu
nveense Kanaal
essor compr buffer
CNG
Perco
pstati Inkoo
CNG
3,5m
on
m h: sscher geluid CNG
GFT r bunke
Nieuwe Heere
ine
grondwal
lplaats r wisse
grondwal
t
ak
Nieuw
3m)
ation
tankst 50.000 Diesel
artim Comp
e Hask
al (h: TR
,1992
ent 4a
ersloo
6.
grondw
conta
ol
MBR
tof dicht
Lo
vloeis
Dick
or
r koele
g
nwe uwma
or
2 WKK
nt
laadpu
aat Wasstr
vloeis
ningsBedie uw gebo
8
ek
unit schaft-
React
o
schuifh
yromne loods
Traf
rterrein
parkee
1 WKK
rant
yd brandh
Bos
er Head
laats
rs
Werkp
g
rperato Mixse
Stallin
Bos
29m
lijn
24m
29m lijn
nt 3a, artime p m o C
2002
lijn
1996
24m lijn
Bos
nt 7,
artime Comp
vin
gra
Ver
g
2002
ersloo e Hask
t
De Dolte
n
Bos
ving
Vergra
Nieuw
Bos
Fjidwei
Bos Bos
ra Verg
Fjidwei
ving
Bomen
Fjidwei
Fjid
wei
Bos
Bos
ddreef
Bos
N
trafo
Nieu
Bos
we H
rsloo aske
t
Bos
dree land Duits
f
Duitslan
O
W Bos
NTCP
0m
50m
100m
150m
200m
250m
Z
Taludafdichting 2011 / 2012 Voorzien van taludafdichting 2003 / 2004 Compartiment
15
25-01-2022
diverse aanpassingen
RR
14
25-06-2021
diverse aanpassingen
RR
13
30-04-2021
diverse aanpassingen
RR
12
26-02-2021
diverse aanpassingen
RR
11
10-02-2021
diverse aanpassingen
RR
10
20-01-2021
diverse aanpassingen
RR
09
07-01-2021
diverse aanpassingen
RR
08
31-10-2020
diverse aanpassingen
RR
07
08-09-2020
NR
DATUM
diverse aanpassingen
RR
WIJZIGING
GET.
OMRIN
Hidalgoweg 5, Postbus 1622 8901 BX, Leeuwarden
Betreft: Ecopark De Wierde Onderdeel: WM Revisie Terreinindeling bouwkundig teken- en adviesbureau tel. E-mail:
fax: www.dma.frl
Opdrachtgever:
Omrin
Tek.no.: F3a
Formaat:
A1
Datum: 25-01-2022
Projectnummer:
Schaal: zie tekening
Getekend:
09016
UITBREIDING ECOPARK DE WIERDE Ruimtelijke onderbouwing
DATUM KENMERK PROJECT PROJECTLEIDER
20181109.005/7469/GvH Ecopark De Wierde aanpassing ROB ophoging stortplaats
OPDRACHTGEVER Omrin PROJECTNUMMER 20181109.005 AUTEUR STATUS
Concept (WRO)
INHOUD 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 5 6
Aanleiding Ligging projectgebied Planologische regeling Leeswijzer
Beleidskader
7
2.1
Rijksbeleid 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 2.1.2 Nationale omgevingsvisie (NOVI) 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
7 7 8 8
2.2
Provinciaal beleid 2.2.1 Streekplan 2007 2.2.2 Omgevingsvisie Fryslan 2.2.3 Verordening Romte
8 8 8 9
2.3
Gemeentelijk beleid 2.3.1 Omgevingsvisie Heerenveen 2040 2.3.2 Bedrijventerreinvisie 2010-2020 Heerenveen 2.3.3 Landschapsplan A7-Noord – Ecopark De Wierde
10 10 11 11
Projectbeschrijving
14
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
14 14 14 17 18
Ruimtelijk-functionele structuur Huidige situatie projectgebied De projectdefinitie Ruimtelijke kwaliteit Andere vergunningen
Milieu- en Omgevingsaspecten
19
4.1 4.2 4.3 4.4
19 19 21 23
Omgevingstoets Mer-beoordeling Waterparagraaf Vergunningplicht houtopstanden
Uitvoerbaarheid
24
5.1 5.2
24 24
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
Afweging en conclusies
25
6.1 6.2 6.3
25 25 25
Aanleiding Afweging Conclusie
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Ecopark De Wierde is een grootschalige inrichting van afvalverwerker Omrin. Op dit terrein wordt afval ingezameld, gesorteerd en verwerkt, waarbij de nadruk op duurzame verwerkingsmethoden ligt. Afval wat niet kan worden verwerkt en volgens de vergunningen en het Landelijk Afvalbeheerplan mag worden gestort, gaat naar de stortplaats. Omdat de beschikbare oppervlakte terrein op Ecopark De Wierde vol raakt, is Omrin voornemens om het terrein uit te breiden aan de oostzijde en de activiteiten die momenteel centraal in het gebied liggen te verschuiven naar dit nieuwe deel. Het gaat dan om de opslag van digestaat, grondachtige stromen en RDF-balen en een opstelplaats voor lege containers. RDF staat voor Refuse Derived Fuel. Dit zijn de restanten die ontstaan bij het recyclen van restafval. Daarnaast vraagt Omrin een verhoging van de afvalberging van 24 meter naar 29 meter aan, om de schaarse oppervlakte van het terrein voor andere activiteiten te kunnen benutten. De uitbreiding van de inrichting is op basis van de geldende beheersverordeningen niet mogelijk. Daarom wordt een omgevingsvergunning voor het ‘handelen in strijd met de regels ruimte ordening’ aangevraagd. Voorwaarde hierbij is dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ter motivering hiervan is een goede ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Deze notitie voorziet hierin.
1.2
Ligging projectgebied
Ecopark De Wierde vormt de noordelijke begrenzing van het bedrijventerrein Haskerpoort. Het ligt globaal tussen de De Dolten en het Hearrefeanster Kanaal. Dit project heeft betrekking op een nog grotendeels ongebruikt deel van het perceel aan de zijde van het kanaal en op de ophoging van de stortplaats. De ligging en globale begrenzing van het projectgebied is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1 De ligging van het projectgebied (uitbreiding en ophoging stortplaats)
1.3
Planologische regeling
Het projectgebied is juridisch-planologisch geregeld in de beheersverordening Kanaal West, die op 29 juni 2015 is vastgesteld. Het westelijk deel van het projectgebied is juridisch-planologisch geregeld in de beheersverordening Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied. Deze beheersverordening is p 26 juni 2013 vastgesteld. Conform deze beheersverordeningen blijven de regels van de voorheen geldende bestemmingsplannen (met uitzondering van de wijzigingsbevoegdheden) van kracht. Voorheen was het projectgebied geregeld in het bestemmingsplan De Wierde
5/25
(vastgesteld op 29 september 1999) en het wijzigingsplan (vastgesteld op 28 februari 2007) daarop ten behoeve van de uitbreiding van de afvalberging in de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’. Het perceel voor de uitbreiding heeft hierin de bestemming ‘Agrarische doeleinden’. Het vervuld hier een bufferfunctie tussen het terrein en het gebied aan de overzijde van het kanaal. Het uitbreiden van het bedrijfsterrein binnen deze bestemming is niet toegestaan. De afvalberging is geregeld in de bestemming ‘Afvalberging’. Een deel hiervan heeft op de plankaart die in figuur 2 is weergegeven nog de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ met daarop een wijzigingsbevoegdheid voor de tweede fase van de afvalberging. Het zuidelijk deel is met een wijzigingsplan (2006) gewijzigd in de bestemming ‘Afvalberging’. Voor de afvalberging is een maximumhoogte van 24 meter opgenomen. Het verhogen daarvan tot 29 meter is zodoende niet toegestaan. De ligging van de afvalberging in de nieuwe situatie is met geel gemarkeerd.
Figuur 2 Plankaart geldend bestemmingsplan
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing.
6/25
2. BELEIDSKADER 2.1
Rijksbeleid
2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies en kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk voor de resultaten. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Duurzame verstedelijking Een algemeen belang in de SVIR is het proces van duurzame verstedelijking. In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat bij ruimtelijke projecten voorzien moet worden in duurzame verstedelijking. In geval van nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan die ontwikkeling en wanneer deze plaatsvindt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein is aan te merken als stedelijk ontwikkeling. De behoefte hiervoor is in dit geval evident. Ecopark De Wierde is dé centrale afvalverwerker van Friesland. Voor de continuïteit van de afvalverwerking is uitbreiding van het Ecopark noodzakelijk. Dit komt voort uit de geleidelijke invulling van de stortplaats op de locatie, neemt het terreinoppervlak voor de overige reguliere activiteiten af.
Deze activiteiten konden vanwege de nog niet volledige ingebruikneming van de stortplaats op deze (stort)locaties plaatsvinden. Deze situatie wijzigt nu. Door de indeling van het bedrijfsperceel is een voorzetting van de afvalberging op deze plek het meest logisch. Dit is ter plaatse van de huidige opslaglocatie voor producten uit de vergistingsinstallatie. De afvalberging is ook het element met de meeste ruimtelijke impact, vanwege de hoogte. De nu voorgestelde voortzetting hiervan heeft de kleinste ruimtelijke impact, omdat het tot een compacte uitvoering leidt. Dit betekent wel een verplaatsing van de opslaglocatie voor o.a. digestaat. Hiervoor is binnen de huidige inrichtingsgrenzen geen ruimte beschikbaar. Bestaand stedelijk gebied is volgens het Bro het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De uitbreidingslocatie is een bufferzone behorende bij het bedrijventerrein en maakt vanuit ruimtelijk oogpunt deel uit van de stedelijke structuur van het bedrijventerrein. Het projectgebied kan vanuit dat oogpunt worden gezien als stedelijk groen c.q. bestaand stedelijk gebied. In de provinciale Verordening Romte is het echter niet aangemerkt als bestaand bebouwd gebied.
In dat kader is een afweging gemaakt van de mogelijkheden om de uitbreiding binnen bestaand bebouwd gebied te projecteren. Voor de uitbreiding zijn drie opties denkbaar: • Op het oostelijke terreindeel is een vergelijkbare hoeveelheid ruimte beschikbaar als van het nu voor de stort in gebruik te nemen compartiment, en het oostelijke terreindeel is al het bezit van Omrin. Het maakt bovendien al deel uit van de ruimtelijke structuur van het Ecopark; • Andere beschikbare (te verwerven) percelen ten zuiden van Ecopark De Wierde zijn niet geschikt, omdat deze niet beschikken over de benodigde voorzieningen zoals een weegbrug en er geen functionele logistieke verbinding is met de overige terreindelen van Ecopark De Wierde, mede vanwege de tussenliggende stortplaats; • Invulling van de ten noorden van Ecopark de Wierde gelegen – en eveneens in bezit van Omrin zijnde - agrarische percelen vormt een verder ruimtebeslag op het landelijk gebied. Dit sluit enerzijds niet aan op het beginsel van duurzame verstedelijking en stuit bovendien op (oude) bezwaren van de buurgemeente.
7/25
Geconcludeerd is dat uitbreiding binnen bestaand stedelijk gebied geen reële optie is. De nu voorgestelde plek is de enige nog niet ingevulde plek die aan deze voorwaarde voldoet. Gelet op het voorgaande is er behoefte voor uitbreiding van de inrichting aan de oostzijde en blijkt dat er is voldaan wordt aan het beginsel van duurzame verstedelijking. 2.1.2 Nationale omgevingsvisie (NOVI) Inmiddels is de structuurvisie infrastructuur en ruimte vervangen door de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Ten aanzien van de ontwikkeling in het projectgebied geeft de NOVI geen aanvullend beleid. 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Deze omgevingsvergunning raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1 Streekplan 2007 In het Streekplan (vastgesteld door Provinciale Staten op 13 december 2006) wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de provincie aangegeven. Het streekplan is de schakel tussen het abstracte rijksbeleid en het concrete gemeentelijke beleid. Het bovenlokaal belang wordt benadrukt bij het in stand houden en verder ontwikkelen van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de ruimte. Stad en platteland hebben elkaar nodig en ondersteunen elkaar. Het doel is een economisch sterk en tegelijkertijd mooi Fryslân. De provincie Fryslân zet meer dan voorheen in op de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit bij veranderingen in het gebruik en de inrichting van de ruimte. Ruimtelijke kwaliteit dient zowel voor economische, sociale als culturele belangen en is daarmee voor alle functies in Fryslân essentieel. Een krachtige sociaal-economische ontwikkeling van Fryslân vraagt ruimte. Een versterking van de economische structuur is gewenst om nieuwe kansen en ontwikkelingsmogelijkheden te benutten. Hierbij maakt de provincie gebruik van de gunstige fysieke vestigingscondities van Fryslân. De provincie zet in op de concentratie van verstedelijking in de stedelijke bundelingsgebieden, zonder dat dit ten koste gaat van de vitaliteit van het omringende platteland.
Met concentratie worden de benodigde massa, schaal en het draagvlak verkregen voor het goed benutten van stedelijke potenties. Dit is voor de leefbaarheid en vitaliteit van heel Fryslân van grote betekenis. Heerenveen is aangemerkt als één van de belangrijkste groeikernen in het zuiden van Fryslân met een goede ontsluiting en op relatief korte afstand van economische centra buiten Fryslân. De provincie wil hier de potentie benutten voor wonen, bedrijvigheid en dienstverlening. De provincie streeft ernaar dat het type en de schaal van de werkfuncties aansluiten bij de kernenstructuur. Er worden daarom specifieke vestigingscondities gesteld om nadelige effecten te voorkomen en juist positieve effecten te genereren. Voor Heerenveen zijn in principe alle categorieën van bedrijvigheid en schaal toegestaan. Het uitbreiden van de afvalverwerking teneinde de continuïteit hiervan de waarborgen past binnen bovenstaand beleid. 2.2.2 Omgevingsvisie Fryslan Het provinciaal beleid is inmiddels geüpdate in de nieuwe Omgevingsvisie Fryslân die op 23 september 2020 is vastgesteld door Provinciale Staten. De uitbreiding van de Omrinlocatie en de ophoging van de stortplaats dragen bij aan een vitaal, leefbaar en bereikbaar Fryslân waar aandacht is voor duurzaamheid en circulariteit.
8/25
2.2.3
Verordening Romte
Op 18 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten
zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Voor dit project zijn de volgende artikelen uit de verordening relevant: Bundeling In het kader van duurzaam ruimtegebruik zet de provincie in op het bundelen van stedelijke functies in het bestaand stedelijk gebied. Een ruimtelijke project voor het landelijk gebied mag geen bouwmogelijkheden en gebruiksmogelijkheden voor nieuwe stedelijke functies mogelijk maken. In afwijking hiervan mag een uitbreidingslocatie aansluitend op het bestaand stedelijk gebied mogelijk worden gemaakt. Volgens de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied ligt het projectgebied in het landelijk gebied, maar wel aansluitend op het bestaand stedelijk gebied. De begrenzing is weergegeven in figuur 3. Er is dus sprake van een uitbreidingslocatie. Overigens ligt de locatie op grond van andere beleidskaders wel gelegen binnen de bebouwde kom.
Figuur 1.
Begrenzing bestaand stedelijk gebied
Ruimtelijke kwaliteit In lid 2.1.1 is bepaald dat een ruimtelijk plan voor een uitbreidingslocatie of voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf omvat waarin, voor zover noodzakelijk, wordt aangegeven op welke wijze: • het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen; • het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde de structuren van provinciaal belang zoals die, met inbegrip van een richtinggevend advies, per deelgebied of gebiedsoverschrijdend zijn omschreven in de structuurvisie Grutsk op ’e Romte. De ruimtelijke kwaliteitsparagraaf is verwoord in paragraaf 3.4. Werken Heerenveen is aangewezen als stedelijk centrum, waar geen beperkingen zijn ten aanzien van de aard en omvang van te vestigen bedrijven. Wanneer er sprake is van een uitbreiding van een bedrijfsterrein met meer dan een hectare moet dit wat betreft oppervlakte en invulling van bedrijfstypen wel in overeenstemming zijn met het bedrijventerreinenplan.
9/25
Voor de uitbreiding van één of enkele bedrijven kan hiervan worden afgeweken, mits er sprake is van een directe, concrete behoefte van bedrijven die naar aard en schaal passen bij aard en schaal van het stedelijk centrum. Ook moet aangetoond worden dat de behoefte waarin wordt voorzien niet inpasbaar is op een bestaand bedrijfsterrein of een in ontwikkeling zijnd bedrijfsterrein in de regio en het totale ruimtebeslag van de bedrijven moet in een redelijke verhouding tot de schaal van de kern staan. Tot slot moet gewaarborgd zijn dat de bedrijven goed worden ingepast wat betreft milieu, ontsluiting en landschap. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. Het gaat om de uitbreiding van een bestaande inrichting, waarbij specifieke eisen worden gesteld aan de situering en de logistieke aansluiting op de huidige inrichting en dan met name op de aanwezige vergistingsinstallatie. Het projectgebied voldoet aan deze eisen en ligt bovendien binnen de stedelijke structuur van het bedrijventerrein, waardoor geen ruimtebeslag op het open landelijk gebied hoeft te worden gedaan. Natuur De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: Ecologische Hoofdstructuur) is opgenomen in hoofdstuk 7 van de verordening. De Doltesleat en de daarnaast gelegen strook met ruige begroeiing zijn onderdeel van dit natuurnetwerk.
Op grond van artikel 7.1.1 mag een ruimtelijke ontwikkeling op gronden binnen het NNN niet leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, tot een significante vermindering van de oppervlakte (areaal) van het NNN of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van het NNN. Het projectgebied zelf is geen onderdeel van de het NNN. Van een vermindering in de oppervlakte van het NNN is zodoende geen sprake. Uit het uitgevoerde natuuronderzoek (zie paragraaf 4.3) blijkt dat het project ook geen significant effect heeft op de strook. De verbindingsstrook blijft daarmee in stand, waarmee ook de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van het NNN niet wordt aangetast. Het plan is zodoende in overeenstemming met artikel 7.1.1 van de Verordening. Conclusie Dit project is in overeenstemming met de Verordening Romte Fryslân 2014.
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1 Omgevingsvisie Heerenveen 2040 Op 8 juli 2021 is de Omgevingsvisie Heerenveen 1.0 vastgesteld. Als kern van deze visie is verwoord: "In 2040 is Heerenveen een gezonde, ondernemende en duurzame gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is. We hebben ons onderscheidende profiel als (top)sportgemeente verder versterkt en verbreed. We koesteren de landschappelijke kwaliteit en diversiteit, de uitstekende bereikbaarheid en de (regionale) voorzieningen als reden om hier te wonen en te werken. En we zijn in 2040 een flink eind op weg om de gemeente samen met inwoners en bedrijven klimaatbestendig en klimaatneutraal te maken.” De gemeente heeft circulariteit en duurzaamheid hoog op de agenda en streeft ernaar grote stappen te maken op het gebied van energieneutraal werken. Heerenveen wil koploper zijn op het gebied van circulaire economie in Noord-Nederland en wil onder de noemer ‘Circular Valley’ nieuwe en hoogwaardige bedrijvigheid creëren en meer openbaar groen realiseren. Qua economisch beleid heeft de gemeente als ambitie dat economische ontwikkeling moet bijdragen aan het welzijn en de welvaart van de inwoners. Bedrijvigheid is duurzaam, vitaal en van toegevoegde waarde voor de samenleving.
Het economisch beleid is in de omgevingsvisie uitgewerkt aan de hand van drie pijlers:: • Inspelen op de kracht van Heerenveen • Faciliteren en stimuleren van ons ondernemersklimaat
10/25
•
Versterken van het vestigingsklimaat
Voor de ontwikkeling van Omrin is met name de eerste pijler van kracht. Deze is in de omgevingsvisie uitgewerkt. Hierbij wordt ingezet op innovatie en acquisitie met betrekking tot bedrijven in onder ander de circulaire economie. Specifiek vermeldt de omgevingsvisie het samen vorm en inhoud geven aan de circulaire economie. Daarbij wordt de bedrijfsvoering van Omrin specifiek genoemd; De gemeente wil Heerenveen laten uitgroeien tot ‘Circular Valley’. Ruimtelijk gezien is Circular Valley vooralsnog sterk gekoppeld aan de bedrijfsactiviteiten van Omrin (Ecopark de Wierde) en de omliggende bedrijvigheid op bedrijventerreinen Haskerveen. Daarnaast kijkt de gemeente in brede zin naar de mogelijkheden op andere bedrijventerreinen en naar manieren om de ketensamenwerking te versterken. Het concept Circular Valley wordt in een op te stellen visie verder van inhoud voorzien. Ten aanzien van de ontwikkeling van bedrijvigheid in Heerenveen stelt de omgevingsvisie dat Heerenveen ernaar streeft haar positie als aantrekkelijke vestigingslocatie te behouden, onder andere door bestaande werklocaties up-to-date te houden en te laten aansluiten bij de toekomstige vraag vanuit het bedrijfsleven. Daarbij bestaat de behoefte om de duurzaamheid van verouderde bedrijventerreinen te vergroten in termen van ruimtelijke kwaliteit, energiezuinigheid, bereikbaarheid en klimaatbestendigheid.
Op grond van bovenstaande sluit de uitbreiding van Ecopark De Wierde en de ophoging van de stortplaats aan bij het beleid zoals dat is verwoord in de gemeentelijke omgevingsvisie.
2.3.2 Bedrijventerreinvisie 2010-2020 Heerenveen Heerenveen is één van de economische motoren van de Friese en Noordelijk economie. De ambitie van de gemeente Heerenveen is om de economische positie te versterken en een optimale vestigingslocatie te bieden aan bovenregionale bedrijven die zich hier willen vestigen. Hiervoor moet in ieder geval sprake zijn van een voldoende en gevarieerd aanbod. Op basis van de prognose, de aanwezige voorraad en plannen zoals opgenomen in de Integrale Visie HeerenveenSkarsterlân (2005), de diverse trends op het gebied van bedrijventerreinen en overige maatschappelijke ontwikkelingen heeft de gemeente een heroverweging gemaakt hoe met alle bedrijventerreinen van Heerenveen wordt omgegaan. Aan de volgende voorwaarden is het aanbod tegen het licht gehouden: • Optimaal bereikbaar en ontsloten; • Zichtlocaties mogelijk; • Voldoende ruimte in het segment modern/gemengd; • Goede ruimtelijke kwaliteit; Aantrekkelijk voor vestigers van buiten de regio, maar ook bedrijvigheid binnen de afstemmingsregio; Ruimte voor grootschalige ontwikkelingen van buiten; • Ruimte voor grootschalige logistieke vestigers; • Ruimte voor overig ruimtegebruik (zoals energiepark) De grond ten noorden van De Wierde is geschikt voor zware en watergebonden bedrijven en kan eventueel worden ingezet voor een modern gemengd segment. De gemeente heeft hier geen grond in eigendom.
Er wordt dan ook niet ingezet op de ontwikkeling van dit bedrijventerrein. Wel blijft de gemeente Heerenveen oog houden voor de marktvraag. Het beleid levert daarmee geen directe belemmeringen op voor onderhavige ontwikkeling. 2.3.3 Landschapsplan A7-Noord – Ecopark De Wierde Voor het bedrijventerrein Haskerveen en afvalberging De Wierde (tezamen Ecopark De Wierde genoemd) is een landschapsplan opgesteld (juni 2003). Het landschapsplan heeft tot doel dat het gebied geïntegreerd deel gaat uitmaken van het omliggende landschap.
11/25
Het projectgebied maakt deel uit van het 'noordelijk veenpoldergebied'. Dit gebied ligt op de overgang van een zandrug naar het 'Lage Midden'. Dit gebied wordt gekenmerkt door grootschalige weidegronden met verspreid liggende erven in een open polderlandschap. Karakteristiek is de opstrekkende verkaveling die vanuit het lint Haskerhorne - Oudehaske in een duidelijke waaiervorm op Vegelinsoord is gericht. Vaarten en landbouwwegen worden veelal begeleid door een boombeplanting (essen en populieren). De ruimtelijk hoofdrichting is noord-zuid. Nieuwe infrastructuurlijnen liggen over het oorspronkelijke landschapspatroon (spoorlijn, A7). De waaiervorm in het landschap is bijzonder in Nederland en wordt in het landschapsplan als drager aangemerkt. Dit houdt in dat de structuur van het landschap als leidend moet worden beschouwd voor het gehele gebied. In het plangebied zijn De Dolten en het Nieuwe Heerenveensche kanaal de belangrijkste dragers. Zij vormen het kader waarbinnen ruimte is voor een ondergeschikte groenstructuur voor het bedrijventerrein. Om ook op het bedrijventerrein de richting van het landschap te benadrukken, wordt een derde lijn toegevoegd over de Veldweg. De lijn loopt verder over de stortplaats van Omrin.
De karakteristieke landschapsstructuur moet als onderlegger worden gebruikt voor toekomstige ontwikkelingen en er moet ruimte worden gecreëerd om de ecologische verbindingszone in te passen. Naast een verdere integratie in het landschap is ook het afschermen en verminderen van het zicht op de afvalberging een uitgangspunt. In onderstaande tabel wordt de opbouw van de gewenste landschappelijke structuur weergegeven: Niveau 1e orde Hoofdstructuur 2e orde
Functie Dolten
Middel Laanbeplanting Soorten: Es Wegen noord-zuid Dicht struweelbeplanting Soorten: Es, Els, Meidoorn, Wilg, Vogelkers, Lijsterbes en Vuilboom Wegen oost-west
3e orde
4e orde Overig
Beplanting op bedrijventerrein N-Z Afschermende beplanting
Buffer
Het landschapsplan is weergegeven in figuur 4.
12/25
Transparante boombeplanting SoortenL Lijsterbes Transparante laanbeplanting (tweezijdig) Soorten: Goudes, Berk, Peer Dichte struweelbeplanting Soorten: Es, Els, Meidoorn, Wilg, Vogelkers, Lijsterbes en Vuilboom Losgeplaatste bomen (in patroon) Soorten: Es, Populier
Figuur 2.
Landschapsplan A7-Noord – Ecopark De Wierde
Het project heeft enkel invloed op landschapselementen van de 4e orde, die een functie hebben anders dan ter ondersteuning van de landschapsstructuur. Het gaat om afschermende beplanting rondom het Ecopark en om beplantingen als buffer tussen verschillende gebieden. Het doel van deze beplanting is het afschermen van en verminderen van het zicht op de afvalberging. In paragraaf 3.4 is beschreven op welke wijze het project past in de uitgangspunten van het Landschapsplan.
13/25
3. PROJECTBESCHRIJVING 3.1
Ruimtelijk-functionele structuur
Ecopark De Wierde is een grootschalige inrichting van afvalverwerker Omrin. Op dit terrein wordt afval ingezameld, gesorteerd en verwerkt, waarbij de nadruk op duurzame verwerkingsmethoden ligt. Het terrein vormt de noordelijke afronding van een bedrijvengebied dat ten noorden van de A7 ligt. Het westelijk deel van het bedrijventerrein is ontsloten op De Dolten, die een directe verbinding met de Rijksweg heeft. Langs de oostzijde van het bedrijventerrein ligt het Hearrefeanster Kanaal. Tussen het kanaal en het Ecopark ligt een bufferzone, bestaande uit een 30 meter brede kade met daarop een dubbele bomenrij en daarachter een wigvormig terrein dat grotendeels is voorzien van bebossing. Het betreft relatief jonge beplanting dat hier eind jaren ’90 is aangeplant, gelijktijdig met de ontwikkeling van het Ecopark. Een deel van de destijds aangeplante bebossing is inmiddels weer verwijderd. Langs de noordzijde van het Ecopark en het projectgebied ligt de Doltsesleat, die samen met een bosrand aan de noordzijde daarvan, deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het betreft hierin een verbindingszone die verschillende natuurgebieden met elkaar verbindt. Het uitbreidingsgebied omvat het wigvormige perceel dat deel uitmaakt van de bufferzone aan de oostkant van het Ecopark. Het wordt door een watergang/ringsloot afgescheiden van het bestaande bedrijfsterrein.
Direct aan de overzijde van die watergang ligt de inmiddels afgeronde afvalberging.
3.2
Huidige situatie projectgebied
De bedrijfsbebouwing en –activiteiten van het Ecopark zijn hoofdzakelijk geconcentreerd op het noordelijk deel van het terrein. Hier is de ontvangst, opslag, vergisting en andere verwerking van afval gesitueerd en zijn ook kantoren en personeelsruimten aanwezig. De afvalberging ligt hier in een L-vorm omheen, langs de oostelijke rand op het de zuidelijke helft. Deze berging heeft een capaciteit van ruim 5 miljoen m3 en mag 24 meter hoog worden. Deze ruimte is vrijwel overal volledig benut. Het gebied waar uitbreiding is voorzien is voor een groot deel ingericht met bebossing. Centraal is een noord-zuid gerichte open plek aanwezig. Deze is gedeeltelijk in gebruik als gronddepot. Het terrein is vrij ruig begroeid. Tezamen met de losliggende kade met de dubbele bomenrij (die geen onderdeel is van het projectgebied) vormt het gebied een buffer c.q. de landschappelijke inpassing van de inrichting. In het bestemmingsplan De Wierde is beschreven hoe de landschappelijke inpassing tot stand is gekomen. Hierbij wordt gesteld dat bij een herziening van het landschappelijk inpassingsplan moet worden aangegeven welke aanvullende landschapsmaatregelen worden genomen, met als doel de afvalberging en het bedrijventerrein zowel tijdens als na beëindiging van de activiteiten landschappelijk in te passen. Deze zogenoemde bufferzone heeft geen specifiek milieutechnische functie.
De bufferzone is aangelegd met als doel een landschappelijke inpassing te realiseren waarbij de activiteiten op het terrein worden afgeschermd van de nabijgelegen jachthaven.
3.3
De projectdefinitie
Omrin wil haar bedrijfsactiviteiten op de locatie voortzetten. Door de toename van de aangeboden hoeveelheid afval is er behoefte aan een uitbreiding. De beschikbare oppervlakte voor de afvalberging op het Ecopark wordt daarmee steeds verder ingevuld door de activiteit storten. Door het aanleggen van de onderafdichting van de stortplaats ontstaat er een tekort aan opslagruimte en is verplaatsing van een aantal activiteiten noodzakelijk. De activiteiten die nu plaatsvinden op een deel van het terrein binnen de ringsloot, dat is bestemd als stortplaats, te verplaatsen naar het
14/25
oostelijk deel. Hierdoor komt een grondoppervlakte vrij voor de reeds vergunde uitbreiding van de stort. Daarnaast zal de stort verhoogd worden van 24 tot maximaal 29 meter. Totaal vergunde capaciteit wordt hiermee niet overschreden. De voorgenomen uitbreiding en verplaatsing is in figuur 5 geïllustreerd: • Het rood afgekruiste compartiment was tot voor kort in gebruik voor opslag van RDF-balen, kunststofbalen, digestaat, grondachtige stromen en lege containers. Dit compartiment is in 2018 in gebruik genomen als stort. Het terreindeel is daardoor niet meer beschikbaar voor opslag van RDF-balen, kunststofbalen, digestaat, grondachtige stromen en lege containers; • Het blauw afgekruiste terrein wordt in de huidige situatie eveneens gebruikt voor de opslag van Digistaat, RDFbalen, kunststofbalen, grondachtige stromen en lege containers. Dit terrein zal in de toekomst als stortplaats in gebruik worden genomen; • Het rode kader aan de oostzijde betreft de uitbreiding en wordt ingericht ten behoeve van de opslag van RDFbalen, kunststofbalen, digestaat, grondachtige stromen en lege containers.
Figuur 3.
Illustratie verplaatsing activiteiten binnen inrichting
De aanvraag is dus tweeledig, namelijk (1) de uitbreiding buiten de huidige inrichting, op het terrein aan de oostzijde van de afvalberging en (2) het ophogen van de bestaande afvalberging van 24 naar 29 meter. Ophogen en uitbreiden afvalberging De afvalberging op het Ecopark raakt vol. In het bestemmingsplan dat nu in de geldende beheersverordening is opgenomen is een toekomstvisie beschreven voor het Ecopark. Destijds (eind jaren ’90) was de eerste fase van de afvalberging, namelijk het oostelijk deel, nog in ontwikkeling. Voor het westelijk deel is een reservering gemaakt en in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Voor de hoogte van berging is beschreven dat de destijds vergunde hoogte van 20 meter in principe gehandhaafd wordt. Er is een aanleghoogte van maximaal 24 meter opgenomen. Na afronding zal de afvalberging inklinken tot de hoogte van 20 meter. Inmiddels komt de volgende fase van uitbreiding van de afvalberging in zicht. Het zuidwestelijk deel is momenteel in ontwikkeling, waarop de strook aan de noordwestzijde, langs de bebouwing van Omrin, als laatste onderdeel van de ontwikkelingsvisie uit de jaren ’90 ingevuld zal worden. Het Ecopark ligt op een strategische locatie in Friesland, bij het knooppunt van de twee belangrijkste rijkswegen voor de provincie.
Het Ecopark ligt op de rand van een bedrijventerrein en is hier op een verantwoorde manier ingepast in
15/25
het landschap. Inmiddels zijn diverse investeringen gedaan, waaronder de realisatie van de KSI in 2017. Om de locatie toekomstbestendig te maken wordt voorgesteld om de berging te verhogen tot maximaal 29 meter. Na inklinking zal de uiteindelijke hoogte een aantal meter lager uitkomen. De totale vergunde capaciteit zal niet toenemen. Uitbreiding oostzijde Het uitbreiden van de berging langs de noordwestelijke rand heeft de minste impact op de omgeving, omdat deze plaatsvindt in de oksel van de bestaande berging. Daarmee krijgt de berging vanuit de omgeving geen groter profiel. Echter, het Ecopark is efficiënt ingedeeld en ook deze uitbreidingslocatie is in gebruik. Ter plaatse vindt de opslag van digestaat plaats. Tevens worden hier lege containers tijdelijk opgeslagen. Voor deze opslag moet een nieuwe plek worden gevonden. Deze functies zijn nu voorzien binnen de oostelijk gelegen ‘bufferzone’. Op dit terrein worden slechts extensieve bedrijfsactiviteiten voorzien. Het wordt uitsluitend een opslagterrein voor digestaat, RDF-balen, kunststofbalen, grondachtige stromen en lege containers. Digestaat is ontwatert en uitgegist materiaal uit de vergistingsinstallatie. Dit materiaal lijkt op zwarte aarde en heeft geen opvallende geur. Het wordt in betonnen sleufsilo’s opgebracht tot circa 10 meter hoog.
RDF-balen en kunststofbalen zijn gesealde, geperste pakketten afval die geschikt zijn voor verbranding op locaties elders. Deze balen mogen tot maximaal 5 meter hoog en in vakken van maximaal 2.500 m2 worden opgeslagen. De opslag op het terrein is nodig om het flexibel te kunnen afvoeren. Daarnaast zal het terrein dienst doen als tijdelijke opstelplaats van lege containers. Er is nog geen concrete inrichting voor de uitbreidingslocatie gemaakt. Wel is een inrichtingsprincipe opgesteld, waarbij als uitgangspunt is gehanteerd dat de landschappelijke bufferwerking van de oostzijde wordt gehandhaafd. Het inrichtingsprincipe is weergegeven in figuur 6.
Figuur 4.
16/25
Inrichtingsprincipe
3.4
Ruimtelijke kwaliteit
Hoewel het Ecopark en de uitbreidingslocatie op basis van de gemeentelijke begrenzing binnen de bebouwde kom ligt, komt de uitbreiding op grond van de Verordening Romte buiten het bestaand stedelijk gebied. Daarom stelt de provincie een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf verplicht, waarbij getoetst wordt aan de kernkwaliteiten van het landschap. Bovendien vormt het Ecopark de rand van het bedrijventerrein waarmee een goede inpassing in het landschap van aanvullend belang is. In de structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' heeft de provincie Fryslân het belang dat zij hecht aan goede verankeringen van ontwikkelingen in het landschap aangegeven. Grutsk legt bepaalde kernkwaliteiten vast die de provincie van provinciaal belang acht. Het is van belang dat een ontwikkeling zich niet alleen voegt, maar ook waar mogelijk bijdraagt aan deze kernkwaliteiten. Volgens de kaart bij de structuurvisie ligt het plangebied in het laagveengebied. Hierin zijn enkele veenpolders, de grootschalige openheid van de Tsjûkemar en enkele veenweidegebieden, de benedenlopen van beekdalen en de langgerekte lineaire bebouwingslinten in samenhang met de sterke richting van de verkaveling van provinciaal belang. Het plangebied ligt aan de rand van de Haskerveenpolder, die in een waaiervormig patroon is aangelegd. Deze waaiervorm is in het gebied rondom het Ecopark nog zichtbaar.
Dit vormt ook een belangrijk uitgangspunt voor het landschapsplan dat voor het bedrijventerrein en het Ecopark is opgesteld. De invulling van het projectgebied als uitbreidingslocatie van de afvalverwerker doet geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van de Haskerveenpolder. Het projectgebied maakt in ruimtelijk reeds deel uit van de stedelijke structuur van het bedrijventerrein. Daarnaast wordt de verkavelingsstructuur, die meest kenmerkend is voor het gebied, tussen het oude en nieuwe gedeelte van het Ecopark voortgezet in de vorm van een groenstrook langs de bestaande watergang. Dit sluit ook aan op de landschapsprincipes zoals beschreven in het landschapsplan, dat hierna wordt behandeld. Inpassing in de landschappelijke structuur Voor het bedrijventerrein Haskerveen en De Wierde is in 2003 een landschapsplan opgesteld. Dit plan is in paragraaf 2.3 beschreven. Uit het plan blijkt dat het terrein in een bijzondere landschappelijke structuur ligt, namelijk een veenpolder die uitwaaiert vanuit Vegelinsoord. Een belangrijk uitgangspunt voor ontwikkelingen in dit gebied is het behoud en de versterking van de landschappelijke dragers voor deze structuur. De Dolten en het Nieuwe Heerenveensche kanaal zijn hierin belangrijke dragers. De noord-zuid gerichte waterstructuur met boomsingel langs de westzijde van het projectgebied is ook een drager, maar dan van een lagere orde.
In de voorgestelde ontwikkeling wordt de waterloop als element behouden. De noordelijke begrenzing van het projectgebied met bomen blijft intact. Ook het noordoostelijke perceel met bomen kan worden ingepast en zorgt ervoor dat het beeld vanuit het open-landschap niet wordt aangetast. Ook hier vormt de bestaande sloot een logische overgang naar het gebied met een nieuwe invulling. Het kenmerkende waaierpatroon wordt als gevolg van dit project niet aangetast. De uitbreiding vindt namelijk plaats tussen de bestaande landschappelijke dragers. Bovendien doorbreekt het kanaal en de daarlangs liggende kade met dubbele boomsingel, die de oostelijke grens voor het plan vormt, het waaierpatroon. Het projectgebied heeft in die zin geen toegevoegde waarde voor de structuur van de polder. De functie van de bufferzone, namelijk het afschermen van de berging, blijft met dit project behouden. De voorgestelde ontwikkeling kan worden gerealiseerd zonder dat het beeld en de toegang vanuit de omgeving wezenlijk verandert. De wandelroute langs het kanaal blijft toegankelijk. Met de huidige dubbele bomenrij langs het kanaal is het zicht op het achterliggende terrein al beperkt. Met de realisatie van een grondlichaam met struweel, parallel aan het kanaal,
17/25
worden de bedrijfsactiviteiten en –elementen volledig afgeschermd. De beplanting wordt aangelegd volgens de tabel die is weergegeven in paragraaf 2.3.
3.5
Andere vergunningen
Naast het handelen in strijd met de beheersverordeningen (gebruik en inrichting terrein ten behoeve van de afvalverwerker), zijn nog andere (mogelijke) vergunningen verbonden aan dit project. Het gaat in ieder geval om een revisievergunning milieu. De afvalverwerker valt wordt gezien als een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, welke valt onder bedrijfstype C in het kader van het Activiteitenbesluit. Een type C bedrijf is vergunningplichtig voor de omgevingsvergunning milieu. Een omgevingsvergunning milieu dient voor inbedrijfname van het nieuwe bedrijfsonderdeel te worden afgegeven. Een omgevingsvergunning milieu kan op verschillende manieren worden aangevraagd (milieu neutrale melding, veranderingsvergunning en revisievergunning). Vanwege de verschillende wijzigingen in het bedrijf sinds de afgifte van de laatste revisievergunning wordt voor de nieuwe situatie een volledige revisievergunning aangevraagd.
18/25
4. MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN 4.1
Omgevingstoets
Voor het project is het van belang dat er tijdens de uitvoering en in de nieuwe situatie sprake is van een goede omgevingssituatie. Deze omgevingstoets gaat in op milieuaspecten (bodem, water, milieuzonering en externe veiligheid) en om andere sectorale regelgeving (ten aanzien van cultuurhistorie en archeologie, ecologie, verkeer en duurzaamheid). In dit geval is er sprake van verschillende vergunningprocedures, waarbij inzicht in de effecten op het milieu en de omgeving moet worden gegeven. De aspecten worden technisch getoetst in de m.e.r.-beoordeling die afzonderlijk voor dit project wordt uitgevoerd. Hierop wordt in paragraaf 4.2 nader ingegaan. Hieruit blijkt dat er vanuit de milieu- en omgevingsaspecten geen belemmeringen zijn voor het project. Er is sprake van een verantwoorde milieusituatie en het project is in overeenstemming met de hiervoor genoemde relevante sectorale regelgeving. Enkele omgevingsaspecten vragen in dit project aanvullend aandacht, omdat hier een procesmatige kant aan zit. In dit hoofdstuk wordt in dat kader afzonderlijk ingegaan op de watertoets en het proces ten aanzien van bodemkap en ontgronding.
4.2
Mer-beoordeling
Voor besluiten en plannen die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De categorieën van activiteiten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit mer. Met een omgevingsvergunning in afwijking van de geldende beheersverordening wordt de bestaande afvalverwerking op het Ecopark De Wierde uitgebreid met een kunststofsorteerinstallatie. Hiermee valt het project onder categorie D 18.1 van de zogenaamde D-lijst behorende bij het Besluit mer: de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval. Als drempelwaarde geldt een capaciteit van 50 ton per dag of meer. Aangezien in dit geval sprake is van een dagelijkse capaciteit van meer dan 50 ton per dag is het project mer-beoordelingsplichtig. Om deze reden is voor deze ontwikkeling een mer-beoordelingsnotitie opgesteld. Deze notitie wordt als los onderdeel bij de aanvraag omgevingsvergunning ingediend.
Uit de mer-beoordelingsnotitie komt het volgende naar voren: Kenmerken van het project Op basis van de effectbeschrijving in hoofdstuk 3 van de mer-beoordeling is op te maken dat de omvang van het beoogde project niet zodanig is dat er belangrijke aantasting van het milieu plaatsvindt. Getoetst is aan de aspecten bodem en water, landschap, cultuurhistorie en archeologie, ecologie, woon- en leefklimaat en gebruik natuurlijke hulpbronnen c.q. productie van afvalstoffen. Plaats van het project De ontwikkeling vindt niet plaats op een locatie die een beschermde status heeft. Langs de locatie is sprake van een Ecologische verbindingszone. Daarnaast liggen er in de directe omgeving van de projectlocatie geen Natura 2000-gebieden. Vanwege de grote afstand en de fysieke barrières die aanwezig zijn, zal uitstraling naar Natura 2000-gebieden beperkt blijven. Kenmerken van het potentiële effect De meeste effecten blijven beperkt tot de directe omgeving. Voor het aspect geluid is er sprake van een geringe toename door het verplaatsen van de opslag activiteiten naar het nieuwe deel. Om de geluidsbelasting op de woningen te
19/25
reduceren wordt het terrein omsloten door een aarden geluidswal. De geluidbelasting blijft onder de vergunde waarden waardoor het woon- en leefklimaat ter plaatse van gevoelige functies in de omgeving niet negatief wordt beïnvloedt. De geluidswal wordt uitgevoerd met een groene inrichting waardoor de activiteiten op het terrein landschappelijk wordt ingepast. Door deze groene inrichting wordt de (ecologische) kwaliteit van het Natuurnetwerk ter plaatse niet verstoord en zelfs versterkt. Door de aanlegwerkzaamheden gaan twee verblijfplaatsen van vleermuizen verloren, alsook essentieel foerageergebied voor laatvlieger en gewone dwergvleermuis. Op 19 maart 2020 zijn mitigerende maatregelen getroffen waarbij een alternatief is geboden voor verblijfsplaatsen van deze soort. Conclusie Samenvattend wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkelingen geen belangrijke nadelige milieueffecten kunnen veroorzaken die een volwaardige m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. De conclusies uit de m.e.r.-beoordeling ten aanzien van de milieu- en omgevingsaspecten, anders dan in de aspecten die in de volgende paragraven zijn behandeld, zijn in de onderstaande tabel samengevat: Aspect Bodem
Toetsingskader Wet bodembescherming
Cultuurhistorie
Besluit ruimtelijke ordening
Ecologie Wet (gebiedsbescherming) Natuurbescherming, Verordening Romte (EHS/NNN)
Ecologie Wet Natuurbescherming (soortenbescherming)
20/25
Conclusie Uit onderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor de beoogde ontwikkeling. De aanwezige partij grond is overal toepasbaar. Ten behoeve van de realisatie van het opslagterrein zal een ontgraving plaatsvinden en de ontgraven grond wordt daarbij hergebruikt voor de realisatie van de geluidswallen binnen het terrein. In paragraaf 4.5 wordt hier verder op ingegaan. Ter voorkoming van bodem en of (grond)waterverontreiniing zal waar nodig een vloeistofdichte vloer worden aangebracht. Het projectgebied ligt niet nabij specifieke cultuurhistorische waarden. De landschappelijke structuur van het landschap is van cultuurhistorische betekenis. Er worden binnen de inrichting geen ingrepen gedaan die de cultuurhistorisch waarden negatief beïnvloeden. In de mer-beoordeling zijn de directe en indirecte gevolgen (als gevolg van stikstofdepositie) in beeld gebracht. Geconcludeerd is dat de ontwikkeling niet leidt tot verslechtering van de natuurkwaliteit in Natura 2000gebieden. Het naastgelegen NNN gebied ligt op voldoende afstand, er worden geen werkzaamheden gepland binnen dit gebied waardoor significante negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat ten aanzien van de aanlegfase vernietiging van habitat optreed. Specifiek geldt dit voor een buizerdnest en twee verblijfplaatsen van vleermuizen.
Hiervoor is een ontheffing aangevraagd in het kader van de Wet natuurbescherming, begeleid door een activiteitenplan waarin een gedetailleerd overzicht van de te nemen vervolgstappen (mitigatie en compensatie) is uitgewerkt. Ten behoeve van de gewone dwergvleermuis zijn op 19 maart 2020 de verblijfplaatsen gecompenseerd. Het project is zodoende uitvoerbaar binnen de kader van de Wet natuurbescherming.
Milieuzonering
Woon- en leefklimaat
Luchtkwaliteit
Wet milieubeheer
Externe veiligheid
Besluit externe veiligheid inrichtingen, buisleidingen en transport
Geluidzones
Wet geluidhinder
Voor de afvalverwerker is er potentiële hinder door inrichtingsgeluid en geur. In het kader van de merbeoordeling zijn hiernaar onderzoeken gedaan, waaruit is gebeleken dat wordt voldaan aan de geldende normen. In de mer- beoordeling is het aspect luchtkwaliteit onderzocht. Hieruit blijk dat voldaan wordt aan de grenswaarden. Significante negatieve effecten kunnen hierdoor worden uitgesloten. Ecopark de Wierde is geen risicovolle inrichting. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de externe veiligheidssituatie. Door de voorgenomen ontwikkeling wordt het aantal personen binnen het projectgebied niet uitgebreid waardoor er geen effect is op het groepsrisico van de omliggende risicobronnen. Er worden geen geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van een toename in de verkeersgeneratie waardoor effecten op geluidsgevoelige objecten binnen de geluidszones van wegen kunnen worden uitgesloten Daarnaast is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat het toekomstig gebruik van de opslag zorgt voor een geringe geluidproductie op de omliggende gevoelige functies. Hiervoor wordt een geluidswal aangelegd. De geluidproductie blijft binnen de wettelijke normen. Siginificante effecten kunne hierdoor worden uitgesloten.
De provincie/Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) besluit op basis van de m.e.r.-beoordeling dat het niet noodzakelijk is om een m.e.r.-procedure te doorlopen.
4.3
Waterparagraaf
Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van de omgevingsvergunning op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. De watertoets is een procesvereiste in het kader van de ruimtelijke procedure. Het plangebied ligt in het beheergebied van Wetterskip Fryslân. Vanwege de toename aan verharding binnen het projectgebied en de ligging aan enkele hoofdwatergangen is de normale watertoetsprocedure van toepassing. Het waterschap stelt hiervoor in het kader van de aanvraag een wateradvies op. In de Leidraad Watertoets staan de uitgangspunten waarmee bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon. Veilig Voor het aspect 'veilig' gaat het over overstromingsrisico's. Het projectgebied ligt niet in een waterkering van het waterschap en ook niet vrij voor de boezem. Voor Wetterskip Fryslân zijn op dit punt geen belangen aan de orde.
21/25
Voldoende Hoofdwatergang
De watergangen langs de noord- en oostzijde van het projectgebied zijn hoofdwatergangen. Deze hebben een belangrijke functie voor de waterhuishouding. De watervoerende functie hiervan mag niet worden belemmerd. Om het onderhoud aan deze watergang te kunnen doen geldt een vrijwaringszone van 5 meter aan weerzijden van de watergang. Binnen deze zone mogen geen obstakels worden toegevoegd. Voor De Doltensloot kan volstaan worden met een éénzijdige onderhoudsstrook vanwege de groene zone aan de noordzijde. Peilbeheer Er dient rekening gehouden te worden met voldoende drooglegging. Dit is de afstand tussen het grondwaterpeil en de aanleghoogte van bebouwing. Voor bouwen zonder kruipruimte en voor oppervlakteverhardingen wordt uitgegaan van een drooglegging van 70 cm. Voor gebouwen met kruipruimte is dit 110 cm. Verhardingscompensatie Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Compensatie is nodig bij een toename aan verharding van meer dan 200 m2 in het stedelijk gebied. De locatie betreft een oppervlakte van 40.000 m2.